CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

23RV054# Begroting 2024 gemeente Zeist

Raad 7 november 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Begroting 202438.613 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Opbrengst toeristenbelasting

(bedragen x € 1.000) Begroting 2023 Begroting 2024 419 451

Marktgelden Marktgeld wordt geheven voor het gebruik of genot van een standplaats op de daarvoor aangewezen marktterreinen. Belast wordt degene, die gebruik maakt van de standplaats. Uitgangspunt voor marktgelden is, dat het tarief voor 100% kostendekkend is. De kosten voor elektriciteit en promotiekosten worden afzonderlijk in rekening gebracht. Ten tijde van het opstellen van de programmabegroting 2020 is er een onderzoek gestart naar een eventuele verzelfstandiging van de markt in 2021. Door Covid-19 is een vertraging ontstaan in de afstemming met de marktondernemers wat betreft deze eventuele verzelfstandiging van de markt. Na overeenstemming met deze ondernemers loopt een bestuurlijk traject in 2023. In de huidige begroting is hier nog geen rekening mee gehouden. De marktgelden worden verhoogd met een prijsindex van 7,7%, volgens de afspraken in de Kadernota 2024.

Opbrengst marktgelden

70

(Bedragen x € 1.000) Begroting 2023 Begroting 2024 95 103

Leges De gemeente heft leges ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Het gaat om verhaal van de kosten die de gemeente maakt voor de dienstverlening aan individuele burgers en bedrijven. Voorbeelden daarvan zijn o.a. leges voor de aanvraag van vergunningen, voor aanvraag van paspoorten en rijbewijzen e.d.

Leges groter dan € 10.000 Bevolkingsadm/ Reisdocumenten Bevolkingsadm/ Inburgering Bevolkingsadm/ Verkl. Omtr. gedrag Bevolkingsadm/ RDW Burgerlijke stand Secretarieleges Burgerpr/ Gehandicaptenpark.krt Huisvestingsvergunning Leges Omgevingsvergunningen / bestemmingsplanwijzigingen Benaming vanaf 2024 omgevingsplannen volgens de omgevingswet Leges Omgevingsvergunningen / overig Totaaltelling

(bedragen x € 1.000) Begroting 2023 Begroting 2024 186 201 52 56 48 52 80 86 141 147 129 139 22 24 12 13 179 982 3.845 4.694

2.944 4.505

De tarieven, en daarmee de legesopbrengsten, zijn geïndexeerd met 7,7% volgens de afspraken in de Kadernota 2024 of er geldt het wettelijk (maximum)tarief. Uitzondering hierop vormen de leges omgevingsvergunningen. Wijzigingen in de tarieven van externe partijen, zoals bv. ODRU en VRU, worden meegenomen in de berekening van het tarief. De berekening van het tarief voor de bouwleges binnen de omgevingsvergunningen is sterk afhankelijk van het aantal aanvragen en de gemiddelde bouwsom, de heffingsgrondslag voor de leges. De overheadtoerekening volgens het BBV toegepast, zoals vastgesteld bij de kaderbrief. Uitgangspunt voor het tarief is 100% kostendekkendheid. Bij de 1e bestuursrapportage 2022 is de begroting vanaf 2023 bijgesteld met € 1.000.000, als gevolg van de invoering Nieuwe Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging met ingangsdatum 1-1-2023. Voor het meerjarig perspectief in de begroting gingen we uit van de invoering van de wetgeving per 2023. Bij de 2e bestuursrapportage 2022 is een doorrekening en de gevolgen vanaf 01-01-2023 gemaakt welke een positiever beeld liet zien dan verwacht. Hierdoor ontstond een structureel positief effect op het begrotingssaldo van € 412.765. Het Rijk heeft definitief bepaalt dat de nieuwe omgevings- en kwaliteitsborging wetten daadwerkelijk worden ingevoerd per 01 januari 2024.

De begroting 2024 en het meerjarig perspectief houden rekening met het financiële effect van de invoering omgevings- en kwaliteitsborging wetten per 01-01-2024. De begroting 2024 en het meerjarig perspectief zijn aangepast volgens de richtlijnen van de BBV. De benaming van de begroting bestemmingsplannen gaat gewijzigd worden in omgevingsplannen, inclusief de Buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Vanaf de begroting 2024 worden de leges Buitenplanse omgevingsplanactiviteit begroot onder Omgevingsplannen. Dit verklaart het verschil tussen de begroting 2023 en 2024 in de leges omgevingsvergunningen. Voor leges titel 1 en 3 volgt in de raad van december een raadsvoorstel waarin aandacht wordt besteed aan de kostendekkendheid. Voor nu is alleen uitgegaan van een indexatie van de in de Kadernota 2024 vastgestelde indexatie van 7,7%

71

Reclamebelasting Reclamebelasting wordt opgelegd aan degene die openbare aankondigingen zichtbaar heeft vanaf de openbare weg. Voorbeelden van dergelijke openbare aankondigingen zijn: reclameborden, naamborden, zonneschermen, lichtreclames, vlaggen, vitrines. De opbrengsten worden, na aftrek van administratieve lasten, beschikbaar gesteld aan Stichting Centrummanagement. Het tarief 2024 is in samenspraak met Stichting Centrummanagement gelijk gebleven aan het tarief 2023. De begroting 2024 is gesteld op € 200.000 aan inkomsten.

Opbrengst reclamebelasting

(bedragen x € 1.000) Begroting 2023 Begroting 2024 200 200

Tarieven begraafplaats In de primitieve begroting zijn de legesopbrengsten geïndexeerd met 7,7% conform de afspraken in de Kadernota 2024. Daarnaast is op diverse onderdelen rekening gehouden met extra inkomsten als gevolg van o.a. hogere aantallen. Uitgangspunt is om 100% kostendekkend te zijn. Echter bestaat de wens van de raad om begraven en cremeren voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden en we moeten rekening houden met de marktconforme tarieven welke de gemeentes rondom Zeist hanteren. Hierdoor zal de begraafplaats voor 2024, op basis van de primitieve begroting, 73,01% kostendekkend zijn. In de ‘Verordening op de heffing en de invordering van Begraaf- en Crematierechten 2024’ wordt als onderdeel van de besluitvorming op diverse onderdelen een marktconforme bijstelling gedaan voor 2024 welke nog niet in de primitieve begroting is verwerkt. Dit draagt bij aan de kostendekkendheid. Bij de jaarrekening 2024 zal dit naar voren komen. De raad heeft tevens besloten om de toegerekende overheadkosten te reduceren tot 40%.

Opbrengst begraafplaats

72

(Bedragen x € 1.000) Begroting 2023 Begroting 2024 1.530 1.804

1.2 Kostendekkendheid leges In onderstaande tabel is per heffing de kostendekkendheid aangegeven. Uitgangspunt daarbij zijn de totale (gemiddelde) kosten van het taakveld aangevuld met de toegerekende overheadkosten en de in de heffing mee te nemen compensabele btw. Eventuele inkomsten op het taakveld, naast de betreffende heffing, zijn hierop in mindering gebracht. Bij de leges is de kostendekkendheid per titel van de legesverordening aangeven, omdat per titel sprake is van duidelijk verschillende soorten producten.

Leges Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2

Leges Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning

Leges Titel 1 Algemene dienstverlening

Rioolheffing

5.021

90

1.623

557

1.777

236

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen (B)

60

28

0

0

0

0

0

Netto kosten taakveld (C=A-B)

8.683

4.993

90

1.623

557

1.777

236

Toe te rekenen kosten: Overhead (D) Compensabele BTW (E)

399 1.252

333 701

65 0

847 0

672 0

2.149 0

301 0

Totale kosten (100 %) (F=C+D+E)

10.334

6.027

155

2.471

1.229

3.926

537

Opbrengst heffing (G)

10.334

6.027

114

1.804

654

3.926

58

100,00%

100,00%

73,55%

73,01%

53,21%

100,00%

10,80%

% Dekking (G/F)

73

Marktgelden

Kosten taakveld(en) (A)

Begraafplaats

Afvalstoffenheffing

8.743

Bedragen x € 1.000

Toelichting kostendekkendheid: Markt De markt is niet 100% kostendekkend. Men heeft bewust het tarief laag gehouden vanwege de tarieven in de regio gemeenten. Ter voorkoming dat er geen marktlieden naar de gemeente Zeist komen. In de berekening is rekening gehouden met het behalen van de taakstelling Privatisering van de markt. Voordeel € 34.000 structureel vanaf 2024. Leges Titel 1 De leges 1 zijn niet 100% kostendekkend. De oorzaak zit in de rijkstarieven voor Reisdocumenten, Rijbewijzen en Naturalisatie. Doordat het Rijk een vast tarief berekent per paspoort, kan de gemeente niet de gemaakte kosten doorbelasten. In de december Raad zullen de leges geagendeerd worden en daarin zal een voorstel komen voor de nu lage kostendekkend. Leges Titel 2 De leges Titel 2 lopen en apart bestuurlijk traject door de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteits borging. De nieuwe Omgevingswet gaat in op 1-1-2024. In de berekening is rekening gehouden met 100% kostendekkendheid volgens de nieuwe voorwaarden. Leges Titel 3 De leges titel 3 zijn niet 100% kostendekkend. De oorzaak zit in de kosten voor het verstrekken van vergunningen voor Evenementen en Markten. In de december Raad zullen de leges geagendeerd worden en daarin zal een voorstel komen voor de nu lage kostendekkendheid. Begraafplaats De leges voor de begraafplaats zijn niet 100% kostendekkend.

De oorzaak is dat de hoogte van de tarieven mede worden bepaald door de tarieven welke de omliggende begraafplaatsen en crematoria hanteren. De nieuwe tarieven zijn dus marktconform. Ook is de wens van de raad om begraven en cremeren in Zeist voor iedereen toegankelijk te houden. In de nieuwe leges verordening heeft een bijstelling op de tarieven plaatsgevonden welke zal leiden tot een hogere kostendekkendheid. 1.3 Kwijtscheldingsmogelijkheden Per 2015 zijn we toegetreden tot de Belastingsamenwerking gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht (BghU). Een belangrijke motivatie om tot samenwerking op het gebied van belastingen over te gaan is het behalen van efficiencyvoordeel geweest. Dit efficiencyvoordeel is o.a. behaald door het uitvoeringsbeleid van de deelnemers zoveel mogelijk te harmoniseren. Deze harmonisatie heeft er toe geleid dat er in Zeist is besloten, naast kwijtschelding voor afvalstoffenheffing, ook kwijtschelding voor OZB en rioolheffing mogelijk te maken.

74

1.4 Ontwikkeling belastingdruk Hierna volgen in drietal tabellen overzichten van de ontwikkeling van de opbrengsten en de tarieven over de afgelopen jaren. (bedragen x € 1.000)

Ontwikkeling van de opbrengsten Belastingen / heffingen

2020 realisatie 12.427 7.995 5.288 25.710

OZB Afvalstoffenheffing Rioolheffingen Totale opbrengsten

2021 realisatie 12.635 8.949 5.645 27.229

2022 realisatie 12.988 9.451 5.925 28.354

2023 begroting 13.949 10.005 5.559 29.513

2024 begroting 15.472 10.332 6.027 31.831

(bedragen x € 1.000)

Ontwikkeling van de Tarieven Belastingen / heffingen

2022

Rioolheffing Afvalstoffenheffing (2 pers. huish.) Afvalstoffenheffing (4 pers. huish.)

2023

188,40 324,60 410,40

2024

176,40 324,00 409,80

189,60 353,40 446,40

Stijging 2023-2024 7,48% 9,07% 8,93%

De OZB komt tot uitdrukking in een belastingpercentage. De nieuwe belastingpercentages voor 2024 worden pas definitief eind 2023 vastgesteld als de jaarlijkse hertaxatie is afgerond. Wanneer de WOZ-waarde stijgt, zal het belastingpercentage evenredig dalen. Hierdoor blijft de belastingdruk in principe gelijk, los van aanvullende tariefmaatregelen. De stijging van de belastingdruk komt niet tot uitdrukking in de mutatie van het tarief, maar in de mutatie van de opbrengst. Omdat in de Kadernota 2024 is besloten tot een indexering aan de baten kant van 7,7%, is in de hierna volgende tabel uitgegaan van dit scenario voor wat betreft de lasten van de OZB. Daarnaast is rekening gehouden met de bij de Begroting 2022 vastgestelde extra OZB verhoging van 3,09% voor het jaar 2024. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de totale gemeentelijke lasten waarbij huurders in de Gemeente Zeist alleen afvalstoffenheffing betalen. Voorbeeld gezin,

200.000

324,60

324,00

353,40

Stijging 2023-2024 9,07%

2 personen,

400.000

324,60

324,00

353,40

9,07%

huurwoning

600.000

324,60

324,00

353,40

9,07%

800.000

324,60

324,00

353,40

9,07%

gezin,

200.000

410,40

409,80

446,40

8,93%

4 personen,

400.000

410,40

409,80

446,40

8,93%

huurwoning

600.000

410,40

409,80

446,40

8,93%

800.000

410,40

409,80

446,40

8,93%

gezin,

200.000

622,19

615,80

670,85

8,94%

2 personen,

400.000

731,37

731,20

798,70

9,23%

eigen

600.000

840,56

846,60

926,55

9,44%

woning

800.000

949,75

962,00

1.054,41

9,61%

gezin,

200.000

707,99

701,60

763,85

8,87%

4 personen,

400.000

817,17

817,00

891,70

9,14%

eigen

600.000

926,36

932,40

1.019,55

9,35%

woning

800.000

1.035,55

1.047,80

1.147,41

9,51%

75

WOZ waarde per 1/1/2021

2022 begroting

2023 begroting

2024 begroting

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ons risicomanagement is gericht op een pro-actieve risicosturing, waarbij voortdurend de relatie met de beschikbare weerstandscapaciteit in ogenschouw wordt gehouden. Het doel van actief risicomanagement is om niet iedere tegenvaller direct van invloed te laten zijn op het lopende beleid en op de exploitatie. Hierdoor kunnen de reguliere dienstverlening en ambities doorgang blijven vinden. De gemeente Zeist heeft in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in risicomanagement met aandacht voor de geïdentificeerde risico’s, de vertaling van de bruto naar netto risico’s en de geïnitieerde acties om de risico’s (verder) te kunnen beheersen en de mogelijke (financiële) consequenties te verminderen. Risicomanagement is een vast onderdeel bij het managen van de bedrijfsvoering. De uitkomsten worden zowel in de begroting als de jaarrekening opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. In deze paragraaf geven wij eerst inzicht in de onderwerpen die van invloed zijn op het algemene risicoprofiel van de gemeente Zeist. Verder komen de actuele ontwikkelingen aan de orde en hoe we willen omgaan met de specifieke aandachtspunten voor 2024.

Het tweede deel van de paragraaf geeft inzicht in hoe de gemeente er qua risicoprofiel voor staat: wat zijn momenteel de top 10 risico’s? Wat is de stand van de weerstandsratio? En hoe scoren de kengetallen ten opzichte van de afgesproken normen? 2.1 Algemeen risicoprofiel Het meerjarenperspectief dat in de Kadernota 2024 is gepresenteerd geeft voor ieder jaar een negatief saldo. Saldi die zijn ontstaan uit tegenvallende inkomsten uit het gemeentefonds en tegelijkertijd stijgende kosten bij o.a. het sociaal domein, tegenvallende parkeerinkomsten en de cao-effecten voor de personeelslasten. De uitkomst van de meicirculaire gemeentefonds 2023 is weliswaar positief, maar is niet toereikend om de tekorten op jaarschijven op te kunnen lossen. Daarom zullen (financiële) maatregelen nodig zijn. Daarnaast is het de vraag of en zo ja op welke fronten de val van het kabinet voor onverwachte risico’s zal zorgen, bijvoorbeeld omdat besluiten ‘on hold’ staan omdat ze controversieel zijn verklaard. Taakstellingen in de begroting Taakstelling meerjarenbegroting 2024 Organisatie (fase 1, begroting 2021 en IAC voorstellen kadernota 2022) Totaal

2024

2025

2026

2027

€

-22.009

€

312.991

€ 212.991

€ 212.991

€

-22.009

€

312.991

€ 212.991

€ 212.991

De taakstelling voor Jeugd (voorheen € 450.000 structureel, gericht op de ambulante hulp) is bij de eerste bestuursrapportage 2023 geschrapt. Voor de taakstellingen op de organisatie zijn bij de tweede bestuursrapportage van 2022 diverse voorstellen aan uw raad ter goedkeuring aangeboden, het restant van het saldo is zichtbaar in de tabel. Voor 2024 is nog steeds de verwachting dat de taakstelling meer oplevert dan het benodigde bedrag, vandaar dat deze in bovenstaande tabel als negatief bedrag opgenomen staat. Bij de eerste bestuursrapportage 2023 zijn nog geen nieuwe voorstellen aan uw raad voorgelegd. Vandaar dat de cijfers gelijk zijn aan de cijfers opgenomen in de jaarrekening 2022. De financiële uitwerking van deze voorstellen is ten tijde van deze rapportage nog onderhanden werk. Bij de tweede bestuursrapportage 2023 wordt een actueel inzicht in de financiële stand van zaken rondom de taakstellingen gegeven. Vanaf 2025 bestaat er een kans dat we de taakstellingen niet (geheel) of niet in het benodigde tempo kunnen realiseren.

76

Onzekere wereld De gemeente opereert nog steeds in een zeer onzekere wereld. De inflatiecijfers bevinden zich momenteel nog steeds op een veel hoger niveau dan we jaren gewend waren in Nederland. Wel zien we inmiddels een dalende trend ten opzichte van 2022, maar onzeker is het wat de voortdurende oorlog in Oekraïne gaat doen met bijvoorbeeld de energieprijzen komende winter. De gestegen kosten van levensonderhoud en energie en dergelijke hebben nog steeds grote impact op onze inwoners, ondernemers, sportclubs en maatschappelijke organisaties. Er zijn naar verwachting voldoende financiële maatregelen genomen om het risico dat de gemeente zelf loopt ten aanzien van de gestegen prijzen te kunnen mitigeren. Daardoor is dit risico uit onze top 10 verdwenen. De arbeidsmarkt blijft onverminderd krap en daar hebben we ook als gemeente mee te maken. Hierover wordt verderop in de paragraaf meer gezegd. Ook in Zeist zien we de ontwikkeling dat projectontwikkelaars en bouwers hun orderportefeuille temporiseren, omdat de bouwkosten nog steeds stijgen en potentiële kopers afwachtender zijn gezien de onzekere economie en de gestegen rente. Het lijkt erop dat het consumentenvertrouwen wel wat aan het toenemen is en het Rijk roept op om vooral door te blijven bouwen gezien de behoefte aan (betaalbare) woningen.

Het financiële risicoprofiel van de gemeente Zeist, met slechts één risicodragende grondexploitatie, is beperkt. Wel zouden de marktontwikkelingen de woningbouwproductie beleidsdoelstellingen kunnen vertragen, doordat marktinitiatieven de productie temporiseren. De oorlog in de Oekraïne duurt voort waardoor de opvang van vluchtelingen nog steeds nodig is. Dit blijft voorlopig een financieel risico voor gemeenten omdat het Rijk nog geen zekerheid heeft gegeven of hiervoor na het eerste kwartaal van 2024 nog middelen beschikbaar worden gesteld. Sociaal Domein Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het Sociaal Domein, Jeugdzorg en Wmo. Het risicoprofiel van het Sociaal Domein is hoog. Niet alleen gaat het om een groot deel van de gemeentelijke begroting, ook gaat het om openeinderegelingen waarbij zorg geleverd wordt als dat nodig is. Veel risico’s zijn in beeld, maar dit vraagt om continue aandacht en beheersing waar dat kan. De belangrijke ontwikkelingen die gevolgen hebben voor het risicoprofiel: • Er is de laatste jaren sprake van een toenemende vraag naar Jeugdhulp. Zeist is daarbij helaas geen uitzondering op het landelijke patroon. Het gaat hier om een structureel risico. Door de hulp dichter en laagdrempeliger bij gezinnen te organiseren worden meer gezinnen bereikt.

Ook zien we dat als gezinnen onder druk staan door bijvoorbeeld echtscheidingsproblematiek, financiële problemen en psychische problemen dit een negatieve weerslag kan hebben op de opvoedsituatie en daarmee de ontwikkeling van kinderen; • Het aantal Wmo-cliënten groeit ook de laatste jaren. Deze toename heeft meerdere oorzaken waaronder de vergrijzing van inwoners van de gemeente. Daarbij wordt gestreefd naar zo lang mogelijk thuis wonen om inwoners zoveel mogelijk in de vertrouwde omgeving te laten. Daarnaast heeft het abonnementstarief een aanzuigende werking omdat de eigen bijdrage niet meer inkomensafhankelijk is; • Onlangs is het besluit genomen om de consulenten van het CJG en ST, die voor drie verschillende werkgevers werken, te laten overgaan naar een dienstverband bij de gemeente Zeist. Dit is nodig voor de doorontwikkeling van het CJG/ST, maar omdat het om een grote groep medewerkers gaat met specifieke expertise heeft dit construct ook als risico dat we de continuïteit van dienstverlening onvoldoende kunnen borgen. Om dit te voorkomen gaan we proactief werven. • Daarnaast is er het risico op verdere inflatie waardoor kosten verder stijgen dan we hadden voorzien en waar we niet voldoende voor worden gecompenseerd in het gemeentefonds.

77

Omgevingswet en onvoorspelbaarheid leges De invoeringsdatum van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is vastgesteld op 1 januari 2024. In het project Basis op orde bereiden we de organisatie voor op deze inwerkingtreding. We werken aan optimalisatie van de processen en samenwerking in het ruimtelijk domein. Daarnaast worden de medewerkers opgeleid, systemen aangepast en waar nodig wordt vigerend beleid technisch omgezet naar de grondslagen van de Omgevingswet. De legestabel 2024 wordt op basis van de ervaringen met de nieuwe tabel van 2023 geactualiseerd en opnieuw onderbouwd. Hierbij wordt de vertaling gemaakt naar de Omgevingswet en Wkb. De basis hiervoor is de legesverordening Omgevingswet die in 2023 opgesteld is in samenspraak met een externe expert. Arbeidsmarkt In heel Nederland en de gehele gemeentelijke sector is er in 2022 opnieuw sprake geweest van grote spanning op de arbeidsmarkt. De vergrijzing en het verhoogde aantal banen zijn hier onder andere oorzaken van. Het aantal vacatures was hoger dan het aantal werkzoekenden. Daarbij is het aantal flexwerkers onverminderd hoog gebleven; zij zijn dus niet beschikbaar voor een baan in vaste dienst. Tevens is de mobiliteit hoog sinds de coronacrisis. Dit hebben wij in de gemeente Zeist ook ervaren.

Waren het voorheen nog enkele specifieke functies waar vacatures lastig in te vullen waren, nu geldt dit over alle linies. De genoemde ontwikkelingen zorgden ervoor dat de dienstverlening en het realiseren van ambities en doelen onder druk kwamen te staan omdat het problematisch werd om al het werk weg te zetten in de organisatie. We hebben dit opgevangen door tijdelijke inhuur. Enkele keren was externe hulp bij werving nodig, maar zelfs zij kunnen niet altijd de gewenste hulp bieden. Vanaf medio 2023 hebben we een strategisch recruiter aangetrokken om zowel ons werkgeversmerk te versterken, als ook een arbeidsmarkt- en wervingsstrategie neer te zetten. Hiermee willen we onze zichtbaarheid en voorkeurspositie in de arbeidsmarkt gaan verbeteren, zodat we op termijn minder tijd, geld en energie hoeven te steken in het invullen van vacatures. Dit traject zal naar verwachting gestart worden eind 2023, maar een dergelijk traject kost tijd. De effecten hiervan worden naar verwachting pas vanaf medio 2024 zichtbaar. Gemeentefonds Het kabinet heeft in 2022 besloten af te stappen van de normeringssystematiek (samen de trap op en samen de trap af) en heeft de accressen vanaf 2026 vastgezet, met een kleine toevoeging, op het niveau van de septembercirculaire 2021.

Vooruitlopend op een nieuwe financieringssytematiek heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 voor het jaar 2026 eenmalig € 1 miljard beschikbaar gesteld. Dit bedrag is in de meicirculaire 2023 vanaf 2027 structureel opgenomen. Het is echter niet genoeg om het tekort dat landelijk is ontstaan, na het loslaten van de normeringssystematiek en het in stand houden van de opschalingskorting, op te lossen. Ook de voorgestelde nieuwe systematiek gaat de tekorten bij de gemeenten niet oplossen. Daarom wordt er nog steeds onderhandeld tussen de Vereniging Nederlandse Gemeeneten (VNG) en het Rijk om tot een oplossing van de financiële tekorten te komen. Om het standpunt van de gemeenten te benadrukken heeft de VNG een oproep gedaan aan de gemeenten om niet met “kunst en vliegwerk” een sluitende begroting op te stellen, maar juist het tekort in de jaren 2026 en 2027 zichtbaar te maken. De gemeente Zeist heeft hieraan ook gehoor gegeven. Al geruime tijd loopt het proces om te komen tot een nieuwe verdeling (herijking) van de middelen van het gemeentefonds. In de meest recente cijfers (meicirculaire 2022) is het nadelige herverdelingseffect voor Zeist € 122,40 per inwoner. Met het Rijk is een ingroeipad overeengekomen tot en met het jaar 2025 van maximaal € 37,50 per inwoner aan herverdeeleffect. Tot en met 2025 is deze korting in de meerjarenbegroting 2023 verwerkt.

In het jaar 2025 wordt de herijking van het gemeentefonds geanalyseerd. Daarbij worden ook de aanbevelingen van de Raad van Openbaar Bestuur (ROB) en VNG betrokken. Deze aanbevelingen hebben wellicht een positief effect voor Zeist. Vanaf het begrotingsjaar 2026 moeten we vooralsnog maximaal rekening houden met de herverdeling uit de meicirculaire ad € 122,40 versus het begrote bedrag van € 37,50 per inwoner. Daarbij kunnen we ervan uitgaan dat er ook dan weer sprake zal zijn van een ingroeipad. In de jaarschijf 2026 van de lopende begroting is daarom een stelpost opgenomen ad € 1 mln. om een eventuele toegenomen korting in dat jaar op te kunnen vangen. De ontwikkelingen na 2026 zijn onzeker.

78

2.2 Specifieke aandacht bij risicobeheersing in 2024 Naast de reguliere werkzaamheden binnen het risicomanagement willen wij in 2024 onze speciale aandacht richten op: Sociaal Domein Hoewel de begroting van zowel de Wmo als de Jeugdzorg de laatste jaren is aangepast naar aanleiding van de grotere vraag, blijft het risicoprofiel van het Sociaal Domein hoog. We staan voor de uitdaging om als gemeente goed grip te krijgen op de zorg zelf. Wij gaan ons in 2024 richten op de volgende onderwerpen: • In het kader van het programma Sociaal in Balans gaan we verder met de volgende projecten: 1. Normaliseren (project doorontwikkeling CJG/ST) Wij willen mensen helpen bij het bevorderen van hun vermogen om goed om te kunnen gaan met de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. En om daar zelf ook regie op te kunnen voeren. 2. Voorkomen (project sociale basis en preventie) Wij willen de sociale basis van de Zeister samenleving versterken. De sociale omgeving van onze inwoners heeft daarin een belangrijke rol. Wij willen dat deze optimaal kan helpen om zwaardere hulp en zorg te voorkomen. 3. Innoveren/Samenwerken (project data gedreven werken) Wij richten onze organisatie zo in dat wij in staat zijn goed en nauwkeurig sturing te geven zonder dat we daarmee de administratieve last verhogen. 4.

Gericht kiezen - We starten een onderzoek naar beïnvloedbare en niet beïnvloedbare zorg binnen de Jeugdwet en Wmo; - We intensiveren de groepsgerichte aanpak; - We doen onderzoek naar het gebruik van vervoersvoorzieningen; - We operationaliseren de vastgestelde leidende principes binnen het CJG en ST en maken hiermee (nog) concreter wat de precieze taakopvatting dient te zijn van de consulenten van het CJG en ST. •

Binnen het Sociaal Domein is in 2022 een kwaliteitsteam gestart dat, aan de hand van een ontwikkelagenda, werkt aan kwaliteitsverbetering teneinde beter in control te komen. Ze zetten zich onder andere in voor de aanscherping van processen, het sturen op de kwaliteit van dienstverlening en het verbeteren van de rechtmatigheid. We zien hier al de eerste resultaten van en gaan hier in 2024 mee verder.

•

Binnen het Sociaal Domein kennen we vanuit de landelijke wetgeving een Toezichthouder rechtmatigheid Wmo/Jeugdwet. Mede naar aanleiding van de geconstateerde zorgfraude in 2022 is in 2023 opdracht gegeven tot het opstellen van een Beleids- en actieplan fraude en toezicht in het Sociale Domein. Hier zullen we in 2024 verder invulling aan geven.

Actualisatie risicomanagement De geactualiseerde nota Risicomanagementbeleid heeft vertraging opgelopen door verschuivingen in de prioritering die we genoodzaakt waren te maken. Naar verwachting zal deze eind 2023 aan uw raad aangeboden worden waarmee de start van de aangepaste uitvoering in 2024 zou kunnen starten.

79

2.3 Top 10 risico’s De tien belangrijkste risico’s zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Top 10 risico’s Risico- Risico nummer R725 Als gevolg van een toegenomen Wmo-vraag bestaat de kans dat budgetten worden overschreden, waardoor er een tekort ontstaat.

R1287

Als gevolg van de huidige ontwikkelingen in de markt, loopt de gemeente op verschillende onderdelen in de begroting kans op het risico van prijsstijgingen.

R1183

Als gevolg van toenemende vraag naar jeugdzorg en de taakstelling op het budget bestaat de kans dat budgetten worden overschreden, waardoor er een tekort ontstaat.

80

Maatregelen

Kans

Vanuit het programma Sociaal in Balans wordt ingezet op 70% normaliseren en het verstevigen van het Sociaal Team. Hiermee wordt bedoeld dat we vanuit het Sociaal Team mensen helpen bij het bevorderen van hun vermogen om goed om te kunnen gaan met de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. En om daar zelf ook regie op te kunnen voeren. Als er toch zorg of ondersteuning nodig is, moet deze zo licht en dichtbij als mogelijk zijn en zoveel mogelijk aansluiten bij het normale leven. Daarnaast zetten we in op het verstevigen van de sociale basis en preventie en op het gebruik van data om te innoveren of bij te sturen waar dat kan. Daarnaast onderzoeken we welke zorg beïnvloedbaar is en welke niet, zodat we gericht kunnen kiezen waarop zorg wordt ingezet. Ondanks deze maatregelen blijft de doelgroep van de Wmo groeien, waardoor het risico op overschrijding van de budgetten gelijk blijft. Sinds het afgelopen jaar worden ook wij als gemeente geconfronteerd 50% met de hoge inflatie. Voor 2023 is hier een incidentele oplossing beschikbaar voor gesteld en vanaf 2024 wordt doormiddel van het ‘dakpannensysteem’ een groot deel rechtgezet. Het is echter denkbaar dat richting de toekomst dit niet afdoende zal zijn.

Het risico wordt geschat op ongeveer 1% van de gehele begroting en komt daarom uit op €2.000.000 • Sturen vanuit de regionale hervormingsagenda en het programma 30% Sociaal in Balans. Er wordt ingezet op normaliseren en het verstevigen van het CJG. Verder op het versterken van samenwerking met en inzetten van voorliggende voorzieningen. • Maatregelen op beperken van instroom en snellere uitstroom door onder meer verstevigen regionaal contractmanagement. • Jeugdhulp met verblijf: afspraken over coördinatie van zorg en sturing. • Essentiële functies: er wordt met succes gestuurd op het beperken van de instroom en verkorten van de trajecten. We zien zowel in aantallen als getallen een dalende trend voor Zeist. • Daarnaast onderzoeken we welke zorg beïnvloedbaar is en welke niet, zodat we gericht kunnen kiezen waarop zorg wordt ingezet. Ondanks deze maatregelen blijft het risico op overschrijding van de budgetten.

Financieel gevolg max.€ 1.575.000

max.€ 2.000.000

max.€ 2.000.000

R1152

Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) loopt de gemeente een financieel risico doordat de financiële gevolgen nog onduidelijk zijn.

R994

Als gevolg van het jarenlang minimaliseren van onderhoud bij de 7 (open) parkeergarages (Voorheuvel, Promenade, Slotlaan 1 t/m 3, Perron en de Luifel) is er een inhaalslag nodig in onderhoud waarvoor onvoldoende budgetten voor handen zijn.

R1252

Als gevolg van lastig te voorspellen omgevingslegesinkomsten, loopt de gemeente het risico dat deze achter blijven bij begroting.

R1117

Als gevolg van de mogelijkheid dat het nog te nemen verkeersbesluit om de spoorwegovergang in Den Dolder af te sluiten door de rechter of de Raad van State wordt teruggedraaid, bestaat de kans dat de gemeente conform afspraak met ProRail € 6.500.000 moet terugbetalen.

R966

Als gevolg van het steeds meer moeten uitvoeren van bepaalde werkzaamheden waarvoor specialistische kennis vereist is (wetgeving, procedures en termijnen) ontstaat een kwetsbaarheid in de bedrijfsvoering vooral op de werkvelden waar "eenpitters" zitten.

81

• We krijgen naarmate de invoerdatum van de omgevingswet nadert 70% steeds beter inzicht in potentiële kostenverhoging en inkomstendaling. • Er moeten extra middelen komen in de algemene uitkering. Hierover het gesprek voeren met andere gemeenten, de VNG, het ministerie en de ODRU. In 2022 is er een incidenteel bedrag van € 150M beschikbaar gesteld door de minister voor de frictiekosten a.g.v. uitstel (meicirculaire). Voor Zeist ging het om ca. € 40K. • Voor de Legesverordening 2024 wordt een nieuwe legesberekening gemaakt. Daaruit zal blijken wat de impact van de Omgevingswet en Wkb op de leges is. Uit het vergelijk dat tussen de Wabo- en Omgevingswetleges gemaakt is in 2023 komt een verschil van - € 150K. Er zijn onderzoeken gedaan naar de parkeerdekken en er is in beeld 70% gebracht waar de grootste probleemgebieden zich bevinden. Er is met name lekkageproblematiek geconstateerd, met mogelijk kans op (toekomstig) constructieve problemen als betonrot. Traject is gestart om beeld te krijgen bij het projectmatig herstellen van de problemen waarbij ook gesprekken worden gevoerd over (gedeelde) verantwoordelijkheden. Hierbij worden de benodigde herstelkosten in beeld gebracht. Het kan voorkomen dat de problematiek dusdanig onderliggend is dat grotere renovaties nodig blijken.

Hiervoor is mogelijk een afhankelijkheid van partners in het gebied zoals VvE’s en de betreffende wooncorporatie(s). • Bij een verwachte afwijking opname van een bedrag (of PM post) in 70% de eerste of tweede Berap. • Goed monitoren van de pijplijn: wat zit er momenteel aan grotere bedragen in en wanneer komen ze naar verwachting tot afronding

max.€ 500.000

Vóóraf: De onderbouwing van het verkeersbesluit moet aan hoge 10% eisen voldoen. Achteraf: Als het Drieluik niet door gaat ondanks een besluit van de gemeente om af te sluiten, zal de gemeente richting ProRail de terugbetaling betwisten, omdat de gemeente geen blaam treft. Mocht de gemeente toch moeten betalen, zal in eerste instantie de € 3.550.000 mln. (€ 4.000.000 minus € 450.000 voorbereidingskrediet) die in de gevormde reserve zit, worden aangewend. • Door te doen aan kennis delen via het zaaksysteem kunnen collega's 90% elkaar makkelijker vervangen. • We brengen processen scherper in kaart. • Door strategische personeelsplanning krijgen we kwetsbare functies in beeld en kunnen we hier vroegtijdig op acteren. • Ook zoeken we samenwerking met andere gemeenten. • De financiële impact is echter aanwezig en we zoeken naar ruimte in de begroting hiervoor.

max.€ 2.950.000

max.€ 500.000

max.€ 500.000

max.€ 300.000

R194

R1198

Als er een onjuiste grondslag voor de bepaling van de hoogte van de OZB-aanslag(en) wordt gehanteerd, loopt Zeist mogelijk inkomsten mis. Grondexploitatie (grex) huidige gemeentewerf/nieuwe werf: Als gevolg van de afhankelijkheid van het project om de grond van de huidige werf te ontwikkelen voor woningbouw met de verplaatsing van de werf, is er een risico dat de voortgang onder druk komt te staan en de gemeente geconfronteerd wordt met additionele kosten (namelijk claim als gevolg van clausule in contract met Surplus en afboeken gemaakte plankosten).

Door de trends in de voortgangsrapportages te volgen, is Zeist in staat 50% max.€ 500.000 de trends te volgen en tijdig te zien of het goed gaat met de realisatie, maar er blijft nog steeds een risico. Inmiddels ligt er een voorlopig ontwerp en is het definitief ontwerp in 10% max.€ 2.510.000 de maak. Indien alles volgens de huidige planning verloopt, zal de nieuwe werf begin 2025 opgeleverd worden. Daardoor achten we de kans dat de deadline niet gehaald wordt op slechts 10%. Een voorbehoud moet worden gemaakt voor een succesvolle aanbesteding van het gebouw, terrein en de installaties. Maar, zelfs als de aanbesteding mislukt is er nog drie jaar tijd om het eventueel anders te regelen. Totaal maximaal netto financieel gevolg top-10 risico’s max.€13.335.000

Toelichting op tabel 1. De kans en het genoemde bedrag zijn dat wat netto over blijft, rekening houdend met de genoemde maatregelen. Het totale (netto) risicobedrag is licht afgenomen ten opzichte van de vorige inventarisatie bij de jaarrekening 2022. De omvang van alle risico’s bedroeg destijds € 34,8 mln., terwijl deze nu € 34,3 mln. bedraagt. De top 10 is qua omvang bedrag en percentage dat het uit maakt van het totale bedrag aan risico’s ongeveer gelijk gebleven ten opzichte van de vorige risicoronde: € 13,3 mln. (was € 13,5 mln.) ten opzichte van € 34,3 mln. (was € 34,8 mln.), dus 39% van het totale bedrag aan risico’s. In de top-10 zijn een aantal wijzigingen. Zo is de Wmo (R725) weer het hoogste risico omdat de netto kans op het risico van prijsstijgingen als gevolg van de huidige ontwikkelingen in de markt (R1287) naar beneden is gegaan gelet op de genomen beheersmaatregelen. Het risico op het betalen van vennootschapsbelasting bij het afsluiten van grondexploitaties met een tekort (R1123) is uit de top-10 en volledig uit de risico-inventarisatie verdwenen. Dit komt omdat er op dit moment nog maar één positieve grondexploitatie is waar we reeds vennootschapsbelasting over betalen. Dit is daarom geen risico meer.

Door het komen te vervallen van dit risico is het risico van het missen van inkomsten vanwege een onjuiste grondslag voor de bepaling van de hoogte van de OZB-aanslag (R194) weer in de top-10 gekomen. Dit risico was bij de jaarrekening 2022 uit de top-10 verdwenen vanwege het nieuwe risico in de top-10 op prijsstijgingen (R1287). Voor de rest is de top-10 gelijk gebleven. 2.4 Verdeling risico’s per kansencategorie en financieel gevolg Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn, kunnen geplaatst worden in een risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico dat een score heeft die in het oranje gebied zit, vraagt om aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie wordt bedreigd. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen. Voor gemeente Zeist zijn in totaal 262 risico’s geïnventariseerd.

De verdeling van deze risico’s naar kans van optreden en financiële impact is weergegeven in tabel 2. Het betreft de netto risico’s. 82

Tabel 2. Verdeling netto risico’s per kanscategorie en financieel gevolg Financieel Aantal/Kans 10% 30% 50% x > € 1.500.000

5

2

€ 750.000 < x < € 1.500.000

3

3

€ 300.000 < x < € 750.000

10

€ 75.000 < x < € 300.000

70%

90%

1

1

1

4

2

1

3

75

24

26

14

5

6

x < € 75.000

89

43

29

13

3

1

Geen financiële gevolgen Totaal

80 262

40 116

12 70

26 55

1 13

1 8

Dit betekent dat er 18 risico’s zijn die extra aandacht vragen, omdat ze zich in het (donker)oranje gebied bevinden. Dit zijn er twee meer als bij de vorige risicoinventarisatie. Dezelfde twee risico’s zitten in het donkeroranje gebied, namelijk het risico van de Wmo en het risico op prijsstijgingen. Dit zijn op dit moment de twee grootste risico’s die de gemeente Zeist kent. Voor beide risico’s is een aantal beheersmaatregelen gedefinieerd, zie hiervoor in § 1.3 Top 10 risico’s. Er zijn geen risico’s die in het rode gebied zitten en dus direct aandacht nodig hebben. 2.5 Benodigde weerstandscapaciteit Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de actuele risico’s. Deze risico’s zijn zo breed mogelijk geïnventariseerd. Bij de kansberekeningen wordt dan ook een groot aantal schattingen van het totale financiële gevolg van het gehele risicoprofiel gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met de kans op het optreden van een risico en met het feit dat het financieel gevolg per risico kan variëren. Doordat risico’s niet allemaal gelijktijdig en in hun maximale omvang zullen optreden is het bedrag dat we aanhouden als weerstandsvermogen vele keren lager dan de totale waarde van de geïnventariseerde risico’s. Benodigde weerstandscapaciteit Het totale bedrag van alle geïnventariseerde risico’s bedraagt € 34,3 miljoen.

Ons risicomanagement-systeem Naris berekent welk weerstandsvermogen nodig is gezien de opgevoerde risico’s. Dit gebeurt volgens de Monte-Carlo methode. Daarbij is het uitgangspunt dat niet alle risico’s zich op het zelfde moment en in dezelfde mate zullen voor doen. Er worden 100.000 verschillende scenario’s doorgerekend, waarbij een risico zich de ene keer wel voordoet en de andere keer niet. Tevens kan de omvang van het risico verschillen per scenario. Uit de uitgevoerde simulatie blijkt, dat met een waarschijnlijkheid van 90% gesteld kan worden dat het weerstandvermogen € 7.014.467 moet bedragen (bij een minimale ratio van 1,0).

83

2.6 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de post onvoorzien uit de exploitatie en de reserve weerstandsvermogen. Deze middelen kunnen vrij worden ingezet om risico’s in financiële zin af te dekken, waarbij de middelen uit de exploitatie conform bestaand beleid met factor 2,5 worden vermenigvuldigd. Op dit moment heeft de gemeente Zeist een weerstandscapaciteit voor de reguliere risico’s van € 11.107.862. In tabel 3 is dit nader gespecificeerd. Tabel 3: Beschikbare weerstandscapaciteit Omschrijving Structureel Post Onvoorzien in exploitatie € 198.000

Incidenteel € 495.000

Structureel (198.000 x factor 2,5) Reserve weerstandsvermogen Totaal

€ 198.000

€ 10.612.862 € 11.107.862

Het weerstandsvermogen bij de vorige risico-actualisatie (de jaarrekening 2022) was € 6.160.046. Als gevolg van diverse onttrekkingen in 2022 kwam de weerstandsratio voor 2023 uit op 0,81. Bij de jaarrekening 2022 is een amendement aangenomen om de reserve weerstandsvermogen aan te vullen tot een ratio van 1,5. Hiertoe is € 5.243.163 gedoteerd aan de reserve. Ook komt er nog een extra storting vanwege eerdere besluitvorming in de jaren 2024 en 2025. De ratio zou hiermee op peil moeten blijven. Dit op basis van gelijkblijvende risico’s en geen onttrekkingen. Nu is € 10.612.862 beschikbaar voor het afdekken van risico’s. Inclusief de post onvoorzien wordt de totale weerstandscapaciteit € 11.107.862. Dit betekent dat het weerstandsvermogen met € 4,9 mln. is toegenomen. 2.7 Beoordeling van het weerstandsvermogen Om te bepalen of het huidige weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de benodigde weerstandscapaciteit (die uit de risicosimulatie voortvloeit, zie § 1.5) en de beschikbare weerstandscapaciteit (zie § 1.6). De uitkomst van deze berekening vormt het weerstandsvermogen en wordt uitgedrukt in een ratio. Daarbij geldt: hoe hoger de ratio, hoe groter het vermogen om weerstand te bieden aan de financiële gevolgen van optredende risico’s. Ratio weerstandsvermogen =

84

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

€ 11.107.862 € 7.014.467

= 1,58

Voor de beoordeling van de ratio wordt een norm gehanteerd (zie tabel 4) die is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit Twente. Deze norm wordt landelijk veelal toegepast en is door de raad ook als norm vastgesteld in de nota stabiliteitscriteria. Tabel 4: Waardering ratio Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Op basis van de landelijk gangbare normering krijgt de ratio de kwalificatie van “Ruim voldoende”. Dit is een grote vooruitgang ten opzichte van de vorige paragraaf waarbij de ratio 0,81 was. Concreet betekent dit dat de reserve weerstandsvermogen op dit moment ruim voldoende is qua omvang gezien ons risicoprofiel. Zoals in § 1.6 benoemd is bij de jaarrekening 2022 besloten een bedrag van € 5.243.163 aan de reserve toe te voegen om op een ratio van 1,5 uit te komen. Met de toekomstige dotatie in 2025 op basis van de besluitvorming van de begroting 2023 is de verwachting dat de ratio in 2025 gelijk blijft mits er geen grote veranderingen optreden in de risico-inschatting en omvang van de risico’s. 2.8 Kengetallen In juli 2021 heeft de raad de nota financiële stabiliteitscriteria 2021- 2024 vastgesteld. De nota bevat een aantal stabiliteitscriteria dat een samenhangend inzicht geeft in de financiële robuustheid van de gemeente. Naast andere maken de volgens het BBV verplichte kengetallen voor deze paragraaf onderdeel uit van deze nota. Elk stabiliteitscriterium is hierbij voorzien van een signaalwaarde die bij een verwachte of werkelijke overschrijding moet aanzetten tot een gesprek tussen gemeenteraad en college en vervolgens tot actie. Daarom vergelijken we de kengetallen in deze paragraaf met de signaalwaardes zoals vastgesteld in de nota stabiliteitscriteria.

Eventuele benodigde bijsturingsacties zijn hieronder benoemd. Analyse kengetallen en financiële positie Bij de begroting jaarrekening 2022 zijn de kengetallen voor het laatst bepaald en berekend op basis van de (verwachte) meerjarige balans. De ‘hardheid’ van de getallen neemt in de planperiode af, doordat nu al inschattingen gemaakt moeten worden over bijvoorbeeld de saldi liquide middelen in bijvoorbeeld 2026.

85

Tabel 5 Overzicht van en verloop in kengetallen Kengetallen:

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Jaarrekening 2022

Begroting 2024

MJR 2025

MJR 2026

MJR 2027

3% 1%

Begroting 2023 (geactualiseerd) 3% 3%

3% 0%

-6% -8%

-11% -13%

-16% -18%

66% 3%

63% -7%

67% 1%

68% 2%

69% -3%

70% -1%

1% 120%

1% 104%

2% 114%

0% 114%

-2% 114%

-1% 114%

De netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Bij de (geactualiseerde) begroting van 2023 en 2024 ligt de netto schuldquote rond de 3%, in de jaren daarna wordt deze quote zelfs negatief omdat er geen sprake meer is van een netto schuldpositie. We spreken van een zeer goede netto schuldquote als deze onder de 20% ligt. Tussen de 20% en de 40% dreigt de schuldomvang te hoog te worden. Boven de 40% vinden we dat alle bezittingen te zwaar belast zijn met schulden. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij verstrekte leningen onzekerheid bestaat of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast. Bij deze netto (gecorrigeerde) schuldquote gelden dezelfde normen als voor de netto schuldquote, maar bij deze quote wordt rekening gehouden met het door de gemeente zelf verstrekken van leningen. Het betreft hier vooral eerder verstrekte hypotheken aan medewerkers.

In het kader van de wet FIDO is het verstrekken van leningen sterk ingeperkt, zo is het niet meer toegestaan om nog hypotheken te verstrekken waardoor het saldo verstrekte geldleningen jaarlijks afneemt. Omdat de quote vanaf de begroting van 2023 onder de 3% ligt en in de latere jaren zelfs negatief uitkomt, spreken we van een zeer goede quote. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen doordat zij voldoende eigen vermogen heeft. Onder de ratio wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Hoe hoger de solvabiliteitsratio is hoe beter. Volgens de signaalwaarden in de nota stabiliteitscriteria spreken we van een goede ratio indien deze 60% of hoger is. De schuld van de gemeente dreigt te hoog te worden als deze onder de 60% uit gaat komen. Onder de 50% zijn de bezittingen te zwaar belast met schulden. De solvabiliteitsratio van onze gemeente komt naar verwachting voor het begrotingsjaar 2024 uit op 67%. De latere jaren neemt hij verder toe naar rond de 70% in 2027. Dat ligt dus ruim boven de signaalwaarde van 60%. Dit betekent dat we een goede ratio hebben. 86

Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de structurele en incidentele lasten. Als dit kengetal positief is, is er ruimte om structurele tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatieruimte is in 2024 en 2025 heel beperkt en wordt daarna zelf negatief, wat betekent dat de structurele lasten boven de structurele baten uit komen en er dus niet of nauwelijks ruimte is om structurele tegenvallers op te vangen. Dat komt omdat deze cijfers zijn gebaseerd op de primitieve begroting (het boekwerk). In het raadsvoorstel behorende bij deze begroting 2024 worden voorstellen gedaan om de structurele begrotingsruimte weer op een afdoende niveau te brengen. Kengetal grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is.

Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Als signaalwaarde hanteren we voor dit kengetal 4%. Dit percentage geeft ruimte voor meer grondpositie en grondexploitaties maar geeft tevens een signaal ter waarschuwing voor het toenemende risicoprofiel. Het kengetal grondexploitatie blijft net als in voorgaande jaren de komende jaren rond de 0% schommelen. Dit betekent dat hij ver onder de 4% blijft waaruit blijkt dat het risicoprofiel ten aanzien van onze grondexploitaties beperkt is. De belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: woonlasten van een meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, uitgedrukt in een percentage. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. In de begroting voor 2024 is er rekening gehouden met een stijging van de OZB opbrengst van 10,7%.

De overige woonlasten zijn bepaald op 100% kostendekkendheid. Volgens de verwachting zullen daarmee de Zeister woonlasten gemiddeld 14,1% boven het landelijke gemiddelde uitkomen. Of dat daadwerkelijk zo uitkomt, kunnen we de komende jaren volgen op Waarstaatjegemeente.nl. De provincie hanteert een waarde van meer dan 105% als het meest risicovol. In de nota stabiliteitscriteria is opgenomen dat bij overschrijding van de signaalwaarde we in gesprek gaan met de raad. Wij agenderen dit onderwerp voor de auditcommissie van 14 september 2023. De kanttekening hierbij is dat onze woonlasten 2024 afgezet worden tegen het landelijk gemiddelde van 2023. Pas bij de jaarrekening 2024 worden onze cijfers van 2024 afgezet tegen het landelijk gemiddelde 2024 en kan een realistisch beeld geschetst worden.

87

Duiding tabel Vrijwel alle kengetallen van de gemeente Zeist zijn voor 2024 goed te noemen, omdat ze zich binnen de afgesproken bandbreedtes begeven. De belastingcapaciteit verdient extra aandacht. Omdat deze 114,1% is, betekent dat dat de gemiddelde woonlasten in Zeist voor een meerpersoonshuishouden fors hoger zijn dan het landelijke gemiddelde en dat hierover een gesprek met de raad zal worden gevoerd op grond van de genoemde bandbreedtes in de nota stabiliteitscriteria. De netto schuldquote is goed te noemen. De solvabiliteitsratio blijft hoog. Dit betekent dat we als gemeente dus meer dan voldoende in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Het aandeel van de boekwaarde van grondexploitaties in verhouding tot de baten van de grondexploitaties blijft ook de komende jaren laag. Het risicoprofiel is dus relatief laag. De primitieve begroting is in het begrotingsjaar 2024 en in 2025 structureel sluitend, maar in 2026 en 2027 niet meer. In het raadsvoorstel bij de begroting 2024 zullen voorstellen worden gedaan om te komen tot een meerjarig afdoende structurele exploitatieruimte. De oproep van de VNG om tekorten in 2026 en 2027 zichtbaar te maken in de begroting wordt hierin meegenomen als afweging.

88

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Gemeente Zeist staat voor een structureel goed, veilig en efficiënt leef-, werk- en woonmilieu voor de burger en is voor de uitvoering daarvan verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van verschillende in bezit zijnde kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor een langdurige investering nodig is, bijvoorbeeld gebouwen en wegen. In deze paragraaf beschrijven we het beleid over het onderhoud van kapitaalgoederen. Daarnaast geven we informatie voor dit onderhoud. De kapitaalgoederen zijn verdeeld in 4 categorieën: Wegen, Riolering en water, Groen en Gebouwen. Met een effectieve en efficiënte sturing op de kapitaalgoederen wordt de balans gevonden tussen kwaliteit en kosten en worden achterstanden en potentieel onveilige situaties voorkomen. Dit vraagt een duurzame blik op de kapitaalgoederen en doorlopende budgettaire middelen. 3.1 Belang voor de Raad De totale omvang van de aanschafwaarde per 1-1-2023 van de in bedrijf zijnde geactiveerde materiële activa (exclusief gronden en terreinen binnen grondexploitaties) bedraagt circa € 135 mln. De onderverdeling daarvan is als volgt: Materiële vaste activa per 1-1-2023 Boekwaarde Bedrijfsgebouwen, woonruimten en terreinen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen, machines, installaties e.d. Overige materiële activa Totaal aanschafwaarde materiële activa

Economisch nut 76,7 6,3 4,9 10,0 97,9

bedragen (x € mln.) Maatschappelijk nut 35,6 0,9 0,3 36,8

Gezien de omvang van de waarde van deze activa, gevoegd bij de activa die ten laste van exploitaties of bijdragen van derden zijn aangeschaft en daardoor niet in bovengenoemde cijfers zijn opgenomen, is duidelijk dat de budgettaire consequenties van het onderhoud aanzienlijk zijn. 3.2 Beheervisies en -plannen Het beheer van kapitaalgoederen is gebaseerd op een beleidskader of beheervisie. Hierin zijn, afhankelijk van het type kapitaalgoed, afspraken gemaakt over de gewenste effecten van het beheer, de beoogde gebruikskwaliteit van de kapitaalgoederen, de werkwijze van de beheerorganisatie, (de omvang van) het budget en de manier van verantwoording. In een beleidskader of beheervisie wordt dit in hoofdlijnen, strategisch, beschreven. In de beheer- of onderhoudsplannen wordt de vertaling gemaakt naar de maatregelen die nodig zijn om de kwaliteit structureel te borgen en doorlopend de toets aan de begroting te kunnen maken. Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is in het jaar 2001 vastgelegd in de IBOR rapportage (Integraal Beheer Openbare Ruimte). Anno 2024 is dit beleidskader nog steeds geldend, de kwaliteitskeuzes die destijds zijn gemaakt, worden nog steeds nagestreefd. Bij het uitvoeren van het groot onderhoud wordt de kwaliteitsambitie gewogen basis nagestreefd. Het beheer omvat de hele levenscyclus van een kapitaalgoed.

Die levenscyclus bestaat uit het continue (dagelijkse) proces van in stand houden, namelijk het gebruik afgewisseld door onderhoud en daarnaast het periodieke proces van inrichting, herinrichting, renovatie of vervanging. Tot herinrichting kan worden overgegaan als uit de evaluatie van het instandhoudingproces blijkt dat normaal onderhoud niet volstaat, bijvoorbeeld op het moment dat er geen restlevensduur meer is of als gevolg van gewijzigde gebruikseisen. De beheer- of onderhoudsplannen beperken zich tot het proces van in stand houden. 89

Soort kapitaalgoed Wegen

Beleids- of beheerplan IBOR Beheerplan wegen Weginspectie en uitvoeringsplanning

Opgesteld 2001 Q2 2024 Tweejaarlijk s 2003

Kwaliteitsniveau Niveau gewogen basis

verkeersregeling-

2015

Optimaal functioneren

IBOR Beleidsplan straatmeubilair(rv 2003074) Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan Basis rioleringsplan.

2001 2003

Niveau gewogen basis Ambitieniveau: passief vervangen

2021 5 jaarlijks

WettelijkeHoogheemraadschapseisen

IBOR Groenstructuurplan

2001 2011

Niveau gewogen basis (grootste deel) Niveau excellent (deel centrum gebied) Niveau sober (buitengebied)

Beleidsplan openbare verlichting

Beheerplan installaties

Riolering

Groen

Groenbeheerplan Langetermijnvisie (07RAAD0108)

Waterplan

Q2 2024 2007

Boombeheervisie Lange Termijn Boombeheerplan

Gebouwen

Meerjaren onderhoudsplannen

CROW minimaal wegbeheer Basisniveau Praktijkrichtlijnen

Basis zorgplicht watertaken

verantwoord Nederlandse

en

gemeentelijke

Niveau gewogen basis (grootste deel) 2013 2016 4-jaarlijks 2021

NEN 2767 niveau 2,3 of 4

3.3 Wegen Beleidskader Het beleid over mobiliteit geeft de wensen weer met betrekking tot de verhardingen in de gemeente; het waar en in welke vorm. Eind 2022 is het Mobiliteitsplan vastgesteld, de financiële consequenties hiervan zijn in de begroting verwerkt. Hoe het onderhoud van de wegen aansluit op het beleid wordt beschreven in het ‘onderhoudsplan wegen’. Deze wordt op dit moment gemaakt en naar verwachting in Q2 van 2024 afgerond. Het onderhoud is erop gericht om de verhardingen in Zeist op de meest economische manier in stand te houden, met als uitgangspunt veiligheid, bereikbaarheid, berijdbaarheid en duurzaamheid. Waar geen integrale aanpak mogelijk is wordt het wegenonderhoud op zich zelf staand uitgevoerd. - Wegen Het wegenstelsel omvat circa 245 km weg en is, inclusief fiets- en voetpaden opgebouwd uit de volgende hoeveelheden: 1,25mln m2 asfaltverharding, 1,5mln m2 elementenverharding en 100.000 m2 halverharding; Tweejaarlijks worden alle verhardingen in Zeist geïnspecteerd en op basis van de combinatie van schadeclassificaties een “groot” onderhoudsprogramma vastgesteld. Er wordt op basis van de inspectie een beheerplan opgesteld waarin de gemiddelde jaarlijkse budgetten voor klein en groot onderhoud maar ook een meerjaarlijkse vervangingslijst van wegen inzichtelijk worden gemaakt. We verwachten dit plan in 2024 aan te bieden.

90

- Civiele kunstwerken De civiele kunstwerken in Zeist bestaan uit duikers (3 stuks), houten- en betonnen bruggen (24 stuks), waarvan de meeste zich bevinden in Zeist West en tunnels (griftlaan en Weteringlaan). Deze kunstwerken voor 1 x 4 jaar door een gespecialiseerd bedrijf geïnspecteerd en hiervoor wordt een 4 jaarlijks onderhoudsplan opgesteld. In 2020 heeft er een inspectie plaatsgevonden en in 2021 is gestart met de daaruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden. De planning van onderhoudswerkzaamheden vanuit deze inspectie heeft een looptijd van 4 jaar. Het belangrijkste deel van het areaal is hiermee bekend. Er is een deel van het areaal van beheerobjecten die we in 2024 willen inventariseren en inspecteren. Eveneens willen we alle opgenomen informatie laten samenkomen in een digitaal beheersysteem en de informatie daarbinnen de komende tijd verder verrijken. Op basis van die gegevens kan vervolgens een beheerplan worden opgesteld. - Openbare verlichting De gemeente bezit ruim 10.000 lichtpunten. Daar waar de verlichting aan vervanging toe is, waarbij voor masten en armaturen afschrijvingstermijnen van resp. 40 en 20 jaar wordt aangehouden, deze vervangen voor duurzamere LED-verlichting welke gedimd kan worden. Inmiddels is ca. 55 % van de OVinstallatie voorzien van LED. In 2023 is de laatste fase gestart (ca. 4500 lichtpunten) van de verledding van het gehele areaal.

Dit traject wordt in 2024-2025 naar verwachting afgerond. De beheergegevens van de openbare verlichting wordt dit jaar in een nieuw beheersysteem opgenomen. - Straatmeubilair Onder het straatmeubilair vallen onze bebording (Rvv-borden, straatnaamborden, ANWB-borden, (toeristische) verwijsborden en daarnaast ca. 10.000 elementen, zitbanken, afvalbakken, afzetpalen e.d. Het onderhoud aan het straatmeubilair bestaat in hoofdzaak uit werkzaamheden n.a.v. meldingen en het schoon en veilig houden van het areaal. De bebording is dit jaar nog beter inzichtelijk gemaakt en is opgenomen in een digitaal beheersysteem. Een deel van areaal is echter daarin nog niet opgenomen. In 2025 willen we dit deel van het areaal inventariseren en inspecteren. Met meer inzicht is het daarna mogelijk om een meer planmatig onderhoud te gaan uitvoeren. - Camera’s Voor de handhaving in het gebied op de Voorheuvel en Emmaplein zijn 5 camera’s in beheer. - Verkeersregelinstallaties In 2015 heeft er een actualisatie van het beheerplan voor Verkeersregelinstallaties plaatsgevonden. Hiermee is een meerjarenperspectief gecreëerd waarbij inzichtelijk is gemaakt welke VRI’s gehandhaafd moeten worden of dat er ook andere oplossingen denkbaar zijn. Vervangingstermijnen en onderhoudskosten zijn geactualiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13186249/2