CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

23RV040 Overzicht wijzigingen Regels Sportpark Blikkenburg

Raad 29 juni 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Bestemmingsplan Sportpak Blikkenburg32.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Sportpark Blikkenburg Pagina 60 van 111

Er zullen geen werkzaamheden plaatsvinden in of direct grenzend aan het NNN. Volgens de ecologische quickscan (2019) valt, gezien de aard van de activiteiten die plaatsvinden in het plangebied en het gegeven dat de functie en omvang van het sportpark niet dusdanig zal veranderen ten opzichte van de huidige situatie, op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van negatieve impact op de wezenlijke waarden en kenmerken van de bovengenoemd gebied wat deel uitmaakt van het NNN. In de huidige situatie is er op het terrein voor een deel al verlichting aanwezig. Wanneer de grenswaarde voor lichthinder in een natuurgebied gedurende de nacht van maximaal 1,0 lux uitstraling wordt gehanteerd (Nieuwe Richtlijn Openbare Verlichting 2011(ROVL-2011)), treedt er geen negatief effect op. Hieraan wordt voldaan.

heeft verwijderd:

Figuur 4.2 Ligging plangebied t.o.v. NNN Beschermde soorten Vogels Volgens de ecologische quickscan (2019) is het sportpark ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen en bomen. Zowel geschikte bebouwing als bomen ontbreken binnen de grenzen van het plangebied. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor uilen en roofvogels. Echter is dit als niet essentieel aan te merken, omdat er in de omgeving ruim voldoende vergelijkbare alternatieven aanwezig zijn. Het oplegrapport beschermde soorten (2021) bevestigt dit en geeft aan dat er de geplande ontwikkeling geen negatieve effecten opleveren. In de oplegnotitie verlichting (2021) is geanalyseerd of het aanbrengen van nieuwe verlichting op het sportpark significant negatieve effecten heeft op uilen en roofvogels. Uit het onderzoek blijkt dat, vanwege het huidige gebruik en de reeds aanwezige verlichting, het foerageergebied van met name uilen niet of nauwelijks wordt aangetast. Er blijft voldoende onaangetast terrein in de omgeving over om in te foerageren. Daarnaast brandt de verlichting niet de gehele nacht door en kan er gefoerageerd worden op het sportterrein wanneer de verlichting uit staat. Kunstlicht heeft (mogelijk) een negatief effect op algemene broedvogels.

Vogels worden ’s nachts onrustiger, omdat de kans op predatie toeneemt en sommige soorten eerder met broeden beginnen. Er is momenteel op een deel van de velden al verlichting aanwezig, de nieuwe verlichting dringt niet diep tot in de vegetatie door. Het aanpassen/plaatsen van verlichting zal derhalve niet leiden tot een negatief effect op algemene broedvogels. Overige tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van niet jaarrond beschermde soorten en algemene vogels worden voorkomen door zo veel als mogelijk buiten het broedseizoen te werken. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, wordt voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog uitgevoerd. Vleermuizen

Sportpark Blikkenburg Pagina 61 van 111

Volgens de ecologische quickscan (2019) en het oplegrapport beschermde soorten (2021) zijn potentieel geschikte voor voortplantingsplaatsen, vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen in zowel bebouwing als bomen afwezig. Potentieel essentieel foerageergebied van vleermuizen is binnen het sportpark ook afwezig. Het sportpark is omringd door bomenrijen (plangrenzen van het plangebied) die wel gebruikt kunnen worden als vliegroute door vleermuizen. Om die reden is door Habitus in september 2019 een aanvullend vleermuizenonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek komt naar voren dat alle bomenrijen binnen het Sportpark door de gewone dwergvleermuis en watervleermuis gebruikt worden als vliegroute en foerageergebied. Laatvlieger en rosse vleermuizen maken minder expliciet gebruik van bomenrijen als vliegroute of foerageergebied. De Blikkenburgervaart, grenzend aan het sportpark, is de enige watergang in deze directe omgeving die gebruikt wordt door watervleermuizen. Op enkele plekken net buiten het plangebied zijn baltsgebieden van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis vastgesteld, waarvan het aannemelijk is dat er paarverblijfplaatsen voorkomen. De aangetroffen vliegroutes zijn (figuur 4.3): 3. Blikkenburgerlaan (gewone dwergvleermuis, zuid 35 individuen, oost 80 individuen); 4. Zinzendorflaan (gewone dwergvleermuis, 25 individuen); 5.

Filosofenlaantje (gewone dwergvleermuis, 25 individuen); 6. De Blikkenburgervaart (gewone dwergvleermuis, 10 individuen en watervleermuis, 5 individuen). Om effecten op vleermuizen te voorkomen, worden de bomenrijen ter plaatse van de vliegroutes behouden. Enkele bomen ter plaatse van de ingang van de parkeerplaatsen worden mogelijk gekapt. Echter, de afstand tussen de flankerende bomen zal dermate klein zijn, dat de bomenrijen onveranderd als vliegroute gebruikt kunnen blijven.

heeft verwijderd:

Figuur 4.3 Samenvattende figuur aangetroffen vliegroutes. Blikkenburgervaart (blauw), Filosofenlaantje (groen), Zinzendorflaan (oranje) en Blikkenburgerlaan (paars). 1.parkeerplaats Blikkenburglaan, 2. parkeren bij paviljoen, 3. paviljoen, 4. korfbalvelden, 5. Kynologenclub en 6. voetbalvelden In de effectbeoordeling beschermde soorten (2021) zijn de effecten van de nieuwe verlichting

Sportpark Blikkenburg Pagina 62 van 111

van de voetbal- en korfbalvelden van Jonathan en RDZ getoetst. Tevens zijn daarin de resultaten meegenomen uit de lichtberekening die in september 2021 is uitgevoerd, waarin ook de twee korfbalvelden (vier lichtmasten) en het veld van de Kynologenclub (vier lichtmasten) meegenomen zijn. Laatstgenoemde velden worden gebruikt in de periode maart tot en met oktober, waarbij de verlichting een kwartier na zonsondergang aan gaat en rond 22:30 uur weer uitgaat. Vleermuizen zijn actief in de periode april tot en met oktober van zonsondergang tot en met zonsopkomst. Vleermuizen zijn gevoelig voor verstoring door verlichting bij de ingang van hun verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden. De gevoeligheid voor lichtverstoring verschilt per soort. Daarnaast kan verlichting ook een effect hebben op grondgebonden zoogdieren en vogels die in de directe omgeving voorkomen. In de directe omgeving van de voetbal- en korfbalvelden zijn twee vliegroutes aanwezig. Dit zijn Blikkenburgerlaan (paars) en Filosofenlaantje (groen). De vliegroute Filosofenlaantje wordt in de toekomstige situatie aan de ene zijde door de toekomstige LED-verlichting aangelicht en aan de andere zijde door de reeds aanwezige traditionele verlichting. In de huidige situatie wordt deze vliegroute aangelicht aan twee kanten door de traditionele verlichting.

De hogere lichtuitstraling zorgt er mogelijk voor dat de vliegroute Filosofenlaantje minder vaak gebruikt zal worden door de gewone dwergvleermuis en de vliegroute Blikkenberglaan intensiever, waardoor deze van essentieel belang wordt voor de gewone dwergvleermuis. De Blikkenburgerlaan ontwikkelt zich hierdoor tot essentiële vliegroute, welke jaarrond beschermd is vanuit de Wet natuurbescherming. Uit de onderzoeken blijkt dat de verlichting niet leidt tot het verstoren van de verblijfplaatsen van de vleermuizen. Aangezien er in de huidige situatie al verlichting aanwezig is, is het aannemelijk dat vleermuizen hun verblijfplaatsen dieper in de bosschages hebben liggen. Ook uit de lichtberekening van september 2021 blijkt dat de verlichting niet diep tot in de bosschages doordringt. Hierdoor blijft er voldoende donkerte over voor mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. De zuid-/oosthoek wordt donkerder, omdat de softbalverlichting en de verlichting op het trainingsveld aan de oostzijde komen te vervallen. Het aanpassen/plaatsen van verlichting zal niet leiden tot een negatief effect op de verblijfplaatsen van vleermuizen. De geplande parkeerplaatsen (nr. 1 en 2 in figuur 4.3) en verlichting langs wandelpaden kan mogelijk de bomenrijen en watergangen aanlichten door verkeerd gerichte verlichting of verstrooiing van verlichting.

Een negatief effect door lichtverstoring is hierdoor niet uit te sluiten bij de vliegroutes Blikkenburgerlaan Zuid en Oost en de Blikkenburgervaart (paarse pijlen en blauwe pijl in figuur 4.3). Het treffen van mitigerende maatregelen, het plaatsen van aangepaste verlichting (voorbeelden worden gegeven in hoofdstuk 5 van de effectstudie uit Bijlage 3), is noodzakelijk. Het toepassen van deze mitigerende maatregelen zal verstoring door verlichting op de twee vliegroutes door (straat)verlichting voorkomen. Indien de verstoring toch niet voldoende kan worden gemitigeerd, is aanvragen van een ontheffing voor het verstoren van vleermuizen en vliegroutes van vleermuizen op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Planten Volgens de ecologische quickscan (2019) is er binnen het sportpark geen sprake van ecologisch beheerde terreinen, geen natuurvriendelijke slootkanten, geen hoogveen, heide, dennenbossen, natuurlijke akkers of voedselarme onverstoorde bodem. Hierdoor zijn beschermde vaatplanten redelijkerwijs uit te sluiten. Ook in het oplegrapport beschermde soorten van Sweco (2021) is beoordeeld dat er geen sprake is van een juiste leefomgeving en/of leefomstandigheden is voor beschermde planten. Zoogdieren Conform de ecologische quickscan (2019) is het sportpark niet geschikt voor verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten.

Voor boommarter, en eekhoorn ontbreken geschikte holen en boomnesten. Het terrein is volledig omheind en derhalve niet toegankelijk voor de das. Voor steenmarter ontbreekt geschikte bebouwing, bij de loze ruimte onder het clubgebouw van de kynologenclub zijn geen sporen van de steenmarter aangetroffen. Een negatief effect op verblijfplaatsen van deze soorten door de voorgenomen werkzaamheden wordt uitgesloten. De boommarter, steenmarter en eekhoorn kunnen wel van de bomen langs het Sportpark gebruik maken om te foerageren, vanwege het gebruik van het Sportpark is dit geen essentieel leefgebied. Een negatief effect op het foerageergebied van deze soorten door de voorgenomen

Sportpark Blikkenburg Pagina 63 van 111

heeft verwijderd: 2

werkzaamheden wordt uitgesloten. Het oplegrapport beschermde soorten (2021) bevestigt dit en geeft aan dat er de geplande ontwikkeling geen negatieve effecten opleveren. Het gehele plangebied is wel geschikt voor beschermde soorten waarvoor in de provincie Utrecht een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen onder andere de egel, de pad en verschillende soorten (spits)muizen. Hiervoor dient een melding te worden gedaan. Ook geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoals gewone pad, egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de evenementen of daar direct aan voorafgaand. Kunstlicht heeft effect op onder andere nachtzoogdieren, deze soorten mijden plekken met kunstmatige verlichting en waar menselijke activiteit is. In de oplegnotitie verlichting (2021) is daarom het effect geanalyseerd van het aanbrengen van nieuwe verlichting op het terrein op zoogdieren. Er zijn beperkte effecten, maar er blijft voldoende gelijkwaardig foerageergebied over ten noordwesten en westen van het projectgebied. Door het huidig gebruik, de huidige verlichting en recreatie in de omgeving, is er al veel verstoring aanwezig.

Vaste rust- en voortplantingsplaatsen van grondgebonden zoogdieren, zoals de das, boommarter, steenmarter, kleine marterachtigen en eekhoorn, worden vanwege de menselijke activiteit op het sportterrein en in de omgeving van het sportterrein (recreatie) uitgesloten. Amfibieën en reptielen Het gehele sportpark is volgens de ecologische quickscan (2019) ongeschikt voor Nationaal beschermde soorten amfibieën, waarvoor in Utrecht geen provinciale vrijstelling geldt. Dit door afwezigheid van geschikt habitat. Diffuus passerende algemene soorten als gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander waarvoor in Utrecht een provinciale vrijstelling geldt zijn niet uit te sluiten. Hiervoor dient een melding te worden gedaan en geldt ook de algemene zorgplicht. Het oplegrapport beschermde soorten (2021) bevestigt dit. Vissen In de watergangen rondom het Sportpark wordt op basis van het aanwezige habitat de aanwezigheid van de grote modderkruiper uitgesloten. Overige beschermde vissen worden vanwege hun habitateisen en verspreiding in Nederland niet verwacht. De watergangen zijn potentieel geschikt voor algemene soorten, voor deze soorten geldt de zorgplicht. Ongewervelden Beschermde insectensoorten en andere beschermde ongewervelden eisen een zeer specifiek habitat zoals bepaalde waardplanten.

In het Sportpark is geen sprake van juiste leefomstandigheden voor beschermde soorten zoals de aanwezigheid van waardplanten. Beschermde ongewervelde soorten zijn op basis van het aanwezige habitat uit te sluiten.

4.2

Archeologie

4.2.1

Wettelijk kader

In 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming was in Nederland wettelijk verankerd in de Monumentenwet en de Wet op Archeologie en Monumentenzorg. De regels uit de voorgenoemde wetten zijn ongewijzigd overgenomen in de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Op basis van deze wetten zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken (artikel 5.10 van de Erfgoedwet). Dat melden dient terstond te gebeuren. Vondstmeldingen moeten gedaan worden bij de bevoegde overheid (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed c.q. gemeente Zeist).

Sportpark Blikkenburg Pagina 64 van 111

Doelstelling van de Erfgoedwet is de bescherming en het behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met het erfgoed van nationaal belang wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarin heeft en hoe het toezicht wordt geregeld. De gehanteerde uitgangspunten met betrekking tot archeologie zijn:  archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ);  in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden;  de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen;  gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Als gevolg van deze wet wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het erfgoed meegewogen, zoals alle andere aspecten die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. Gemeente Zeist heeft in 2008 een Archeologische beleidsadvieskaart opgesteld met daarin de te verwachten archeologische waarden binnen het grondgebied van de gemeente. De digitale versie van de kaart is te vinden op het Geoloket van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU). 4.2.2

Effecten planvoornemen

Volgens de Archeologische beleidskaart van gemeente Zeist blijkt dat de locatie een lage of geen archeologische waarde toegekend heeft gekregen. Enkel bij bouwwerkzaamheden die een groter oppervlak dan 10 ha beslaan, is archeologisch onderzoek nodig. Met onderhavig plan worden deze vrijstellingsgrenzen niet overschreden, waardoor archeologisch onderzoek niet benodigd is.

heeft verwijderd:

Figuur 4.4 Uitsnede archeologische beleidskaart

Sportpark Blikkenburg Pagina 65 van 111

4.3

Landschap en cultuurhistorie

4.3.1

Wettelijk kader

Volgens het beleid van de Provincie Utrecht (paragraaf 3.2) is het Sportpark Blikkenburg aangewezen als kernrandzone in landelijk gebied en als cultuurhistorische buitenplaatszone binnen de Stichtse Lustwarande. Uitbreiding en/of herverdeling van reeds aanwezige (sport)functies zijn toegestaan, mits deze cultuurhistorisch en landschappelijk worden ingepast. Volgens het gemeentelijk beleid is het sportpark deels aangewezen als beschermd stadsgezicht ten behoeve van het Slot Zeist en deels als monumentale structuur (figuur 4.2). De monumentale structuur wordt toegekend aan niet bebouwde ruimten rondom Slot Zeist (zoals straten, parken en pleinen), waarvan het oorspronkelijke karakter nog aanwezig of kenbaar is. De gemeente heeft geen beleid opgesteld voor de monumentale structuren. Wel wordt er nader op ingegaan in de Structuurvisie Zeist 2020, de Welstandsnota 2010 en in het Groenstructuurplan (paragraaf 3.3). Uitgangspunt is dat nieuwe ontwikkelingen enkel toegestaan zijn, indien de landschappelijke en cultuurhistorische waarden behouden blijven.

heeft verwijderd:

Figuur 4.5 Kaart monumenten Zeist 4.3.2

Betekenis voor het planvoornemen

Het sportcomplex maakt onderdeel uit van de 17e-eeuwse tuinaanleg van het Slot Zeist dat volgens de stijl van de Franse Barok is aangelegd. Een stelsel van geordende, rechthoekige lanen en assen kadert grote tuinvakken en jachtbossen in. Zeer uniek is de 5 kilometer. lange zichtas (Koelaan - Slotlaan) met het Slot in het midden. De zone ten zuiden van het Slot vormde formeel de overgang naar het open landschap van de Kromme Rijn. De begrenzing is in grote lijnen nog conform het oorspronkelijke 17e-eeuwse ontwerp. Vanaf begin 1800 werd de Engels Landschapsstijl de nieuwe trend. Onderdelen van de tuin van Slot Zeist werden getransformeerd naar een landschapspark. Kenmerkend zijn de aanleg van slingerpaden, waterpartijen, doorkijkjes, hoogteverschillen, boomgroepen en alleenstaande bomen (vaak rode beuken). Met de komst van andere landgoederen werden gebieden middels gebogen lijnen en zichtassen verbonden met elkaar. Het beplantte slingerpad vanaf de Blikkenburgerlaan naar Landgoed Wulpenhorts is hier ook een mooi voorbeeld van.

Sportpark Blikkenburg Pagina 66 van 111

heeft verwijderd:

Het gebied ten oosten van het Filosofenlaantje, dat van oorsprong agrarisch van karakter was, heeft plaats gemaakt voor sportvelden. De velden zijn gepositioneerd binnen de strak gevormde 'Groene Leijst van Seijst. De Blikkenburgervaart, die de Slotgracht verbindt met het buitengebied van de Kromme Rijn, is het oudste element van het park. Hierin is in de jaren dertig van de vorige eeuw een verbreding gemaakt voor een openlucht zwembad. De Blikkenburgervaart, die op dit moment nauwelijks zichtbaar is, is ecologisch waardevol. De dichte beplanting rondom het sportveldencomplex geeft goede beschutting aan de sport, maar beperkt het zicht op de open omgeving. Een groot deel van het 'Het Slot e.o.' is aangewezen als een beschermd stads- en dorpsgezicht. Met de herinrichting van sportpark Blikkenburg wordt ingezet op 'herstel en versterken' van de cultuurhistorische- en landschappelijke waarden in het gebied. Voor het creëren van een robuust groen raamwerk (lanen, kamers, bosschages, watergangen en hagen) worden de groenstructuren zo veel mogelijk doorgetrokken en verbonden met elkaar. De velden worden geplaatst binnen de bestaande 'kamers' waardoor de leefomgeving voor kleine zoogdieren, vogels en vleermuizen behouden blijft.

De verschillende clubhuizen worden geconcentreerd in een gezamenlijk gebouw, waardoor het gebied minder verrommelt en waarmee meer efficiëntie en verbreding van het voorzieningenaanbod kan worden gecreëerd. Langs het groene raamwerk worden, op gepaste afstand van het groen, paden aangelegd ter ontsluiting van het sportpark. Dit vergroot de recreatieve aantrekkelijkheid en beleving van het gebied. Een verzorgd, helder en stijlvol aanziend gebied doet recht aan het gewenste beeldmerk dat het van Slot Zeist verdiend.

heeft verwijderd:

Figuur 4.8 Robuust groen raamwerk

Sportpark Blikkenburg Pagina 67 van 111

4.4

Bodem

4.4.1

Wettelijk kader

De Wet Bodembescherming schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling.

heeft verwijderd: 4 heeft verwijderd: 5

Indien sprake is van een functiewijziging, zal in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van een dergelijk onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.4.2

Effecten planvoornemen

In de maanden september en november 2021 is door Grondslag B.V. een vooronderzoek, een verkennend bodem- asbest onderzoek en een onderzoek van de halfverhardingen uitgevoerd. De onderzoeksrapportages zijn opgenomen in Bijlage 5 en Bijlage 6. In het onderzoek is van verschillende deellocaties de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en enkele verhardingen vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht. De deellocaties zijn: 1. gebied ten noorden van skeelerbaan, inclusief grondwal; 2. binnenterrein skeelerbaan; 3. westelijk terreindeel honkbal/softbalvelden + zuidelijke grondstrook; 4. halfverharding honk-/softbalvelden; 5. gronden ter plaatse van het nieuwe paviljoen en de strook ten zuiden van de skeelerbaan.

heeft verwijderd: ¶

Sportpark Blikkenburg Pagina 68 van 111

Figuur 4.9: boorpuntenkaart binnenterrein skeelerbaan, gebied ten noorden van skeelerbaan en honk-/softbalvelden (bovenste afbeelding) en boorpuntenkaart t.p.v. nieuwe paviljoen en zuidelijk van skeelerbaan (bronnen: Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Grondslag, d.d. 16 september 2021 en milieukundig onderzoek verharding en bodem, Grondslag d.d. 26 november 2021) De locatie kent een voormalig gebruik als gasfabriekterrein en als stortplaats van afval. De gestelde hypothese, dat verhogingen aan zware metalen, PAK en cyanide kunnen worden verwacht als gevolg van dit voormalig gebruik, is bevestigd. Onderstaand worden de resultaten per deellocatie behandeld: Resultaten deellocatie 1 Deellocatie 1 betreft een grondwal met achterliggende groenstrook. De locatie is afgezet met hekwerk en niet in gebruik. De bovengrond met bodemvreemde bijmenging blijkt licht tot en met sterk verontreinigd met meerdere zware metalen. Op de locatie is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (> 25 m3 verontreinigde grond). De sterk verontreinigde grond is aanvullend onderzocht op PFAS. Hierbij is in enige mate PFAS aangetoond. De grond die getoetst is op het voorkomen van PFAS, is beoordeeld als klasse Achtergrondwaarde bij toepassing op landbodem (op grond van het Tijdelijk Handelingskader PFAS).

Lokaal is in de venige ondergrond eveneens een sterke verontreiniging met zware metalen aangetoond. In het veen is een zwakke olie-waterreactie en een aromatengeur waargenomen. In de omliggende boringen is zintuigelijk geen verontreiniging waargenomen in het veen. Echter, deze boringen staan allen op circa 15 meter afstand. Het is derhalve tot op heden onbekend of dit eveneens een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft of dat deze onderdeel uit maakt van de verontreiniging met zware metalen aangetroffen in de bovenliggende bodemlagen. De locatie is aanvullend onderzocht op asbest. Hierbij is in een puinpad een gering gehalte aan asbest (3,4 à 4,1 mg/kg ds) aangetoond. In de bodem is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. In het grondwater is hooguit een lichte verhoging aan barium aangetoond. In meerdere boringen is een verharding bestaande uit lava aangetroffen. Het lava is aanvullend onderzocht. Het materiaal wordt indicatief beoordeeld als NV-bouwstof. Het betreft vermoedelijk een deel van de verharding van de voormalige atletiekbaan.

Sportpark Blikkenburg Pagina 69 van 111

Resultaten deellocatie 2 Deellocatie 2 betreft het middenterrein binnen de skeelerbaan. De bovengrond met bodemvreemde bijmenging blijkt licht tot en met sterk verontreinigd met meerdere zware metalen. Op de locatie is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (> 25 m3 verontreinigde grond). De sterk verontreinigde grond is aanvullend onderzocht op PFAS. Hierbij is in enige mate PFAS aangetoond. De grond die getoetst is op het voorkomen van PFAS, wordt beoordeeld als klasse Achtergrondwaarde bij toepassing op landbodem (op grond van het Tijdelijk Handelingskader PFAS). De locatie is aanvullend onderzocht op asbest. Hierbij is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. In het grondwater is hooguit een lichte verhoging aan barium aangetoond. Resultaten deellocatie 3 Deellocatie 3 betreft het noordelijk deel van de voormalige honk- en softbalvelden. In mengmonsters van de onder- en bovengrond zijn hooguit lichte verhogingen aan enkele zware metalen en PAK aangetoond. In het grondwater zijn hooguit lichte verhogingen aan barium aangetoond. De locatie is aanvullend onderzocht op asbest. Hierbij is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. Resultaten deellocatie 4 Ter plaatse van de honk- en softbalvelden is de constructie-opbouw van de aanwezige halfverharding in kaart gebracht.

De halfverharding bestaat op beide velden uit een dunne laag gravel op een fundatie van lava. Hieronder is een zandbed aanwezig. Beide verhardingslagen (gravel en lava) zijn indicatief beoordeeld als NV-bouwstof. Het onderliggende zand is aanvullend geanalyseerd op een standaard NEN-pakket. Hierbij zijn geen verhogingen aangetoond boven de geldende achtergrondwaarden. Resultaten deellocatie 5 De (boven)grond met bodemvreemde bijmenging blijkt licht tot en met sterk verontreinigd met meerdere zware metalen (koper, lood en zink) en PAK. Op de locatie is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25m 3 verontreinigde grond). In de zintuigelijk schone (onder)grond zijn hooguit lichte verhogingen aangetoond. In het op PFAS geanalyseerde mengmonster is enige mate van PFAS aangetoond die de toetswaarde van 1,4/1,9 µg/kg ds overschrijdt. Deze wordt beoordeeld als klasse Wonen/Industrie bij toepassing op landbodem. Zowel de bodem als de fundatie is aanvullend onderzocht op asbest. Hierbij is in de fundatie direct onder het asfalt asbest aangetroffen in de grove fractie. In de fijne fractie (<2cm) is geen asbest aangetoond. Het totaal gewogen gehalte overschrijdt de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. In de overige aangetroffen fundaties en in de bodem is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond.

Voor de fundatie onder het asfalt waarin asbest is aangetroffen, wordt een nader asbestonderzoek uitgevoerd op het moment dat het asfalt verwijderd is. Het asfalt wordt beoordeeld als niet teerhoudend en geschikt voor warm hergebruik. Op basis van de onderzoeksresultaten kan het asfalt worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Onder de verharding zijn drie verschillende soorten fundering aanwezig:  Onder het asfalt is metselpuin aanwezig. Op basis van de chemische samenstelling voldoet dit indicatief als NV-bouwstof. Echter, is het materiaal verontreinigd met asbest.  Onder de stelconplaten is een fundering van hoofdzakelijk baksteen aanwezig, met een zwakke bijmening aan kolen. Dit materiaal wordt indicatief beoordeeld als 'Niet toepasbaar' in verband met verhoogde gehaltes aan PAK en minerale olie als gevolg van PAK.  Onder de skatebaan is menggranulaat aanwezig. Deze fundering wordt indicatief beoordeeld als NV-bouwstof. Conclusie Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt formeel een saneringsplicht. Voor de terreindelen waar geen sprake is van herontwikkeling of grondverzet, wordt dit pas door het bevoegd gezag geëffectueerd, indien sanering van de verontreiniging spoedeisend is. Uit de berekeningen blijkt dat, gelet op de huidige bestemmingen van de deellocaties, de verontreinigingen niet leiden tot onaanvaardbare risico's.

Bij de deellocaties is sprake van ofwel

Sportpark Blikkenburg Pagina 70 van 111

een gesloten grasmat dan wel verharding, waardoor direct contact met verontreinigde grond wordt belemmerd. Bovendien staat in de omschrijving van de bodemfuncties aangegeven dat deze functie op sportparken kan worden toegepast. Echter, bij nieuwbouw van het paviljoen, dient ter plaatse een bodemsanering plaats te vinden. De saneringsmaatregelen worden ofwel in het kader van een BUS-melding dan wel in een saneringsplan beschreven waarna de RUD Utrecht dit beoordeelt. Ten aanzien van de overige voorgenomen werkzaamheden in het kader van de herinrichting van het sportpark, is het mogelijk dat werkzaamheden plaatsvinden in verontreinigde grond. Daarom moet, in geval van werkzaamheden binnen het plangebied, onder saneringscondities gewerkt worden. Op grond van de verrichte onderzoeken kan worden gesteld dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit het toekomstig gebruik van de gronden niet in de weg staat en dat eventuele maatregelen die getroffen dienen te worden, de economische uitvoerbaarheid van het plan niet schaden.

Sportpark Blikkenburg Pagina 71 van 111

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Wettelijk kader

De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het niet in betekende mate (NIBM) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO 2 en/of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 ìg/m 3 NO2 en/of PM10). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSL programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen. 4.5.2

Effecten planvoornemen

Luchtkwaliteit ter plaatse Het is van belang dat de lucht ter plekke van de nieuwbouw van het clubgebouw van goede kwaliteit is, omdat de bestemming gevoelig is in het kader van luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit voor het gehele sportpark in beeld gebracht. Vanuit de wet milieubeheer gelden de volgende grenswaarden voor stikstofdioxide (NO 2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5): NO2

PM10

PM2,5

Grenswaarde jaargemiddelde concentratie

40 µg/m3

40 µg/m3

25 µg/m3 20 µg/m3 (vanaf 2020)

Grenswaarde uur-/ daggemiddelde concentratie

200 µg/m3

50 µg/m3

-

Maximaal aantal overschrijding uur-/daggemiddelde

18 keer per kalender jaar

35 keer per kalenderjaar

-

Tabel met opmaak

Tabel 4.1 Wettelijke grenswaarden luchtkwaliteit De kaarten met concentratie luchtverontreinigende stoffen in de lucht op de desbetreffende locatie zijn weergegeven in het Geoloket van de ODRU. Uit de analyse van het Geoloket volgt de volgende tabel waarin de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) en (PM2,5) van nu en in de toekomst zijn weergegeven. NO2

PM10

PM2,5

2018

16-18 µg/m3

19-20 µg/m3

12-12,5 µg/m3

2030

10-12 µg/m3

17-18 µg/m3

10-10,5 µg/m3

Tabel met opmaak

Tabel 4.2 Jaargemiddelde concentraties Geoloket ODRU Op de planlocatie wordt in de huidige situatie dus ruimschoots voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor NO2 , PM10 en PM2,5. De World Health Organisation (WHO) en Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) hanteren advieswaarden voor fijn stof (PM10) van 20 µg/m3, en 10 µg/m3 voor zeer fijn stof (PM2,5). In de huidige situatie ligt enkel de concentratie zeer fijn stof boven deze advieswaarden. Uit de tabel blijkt dat de waarden in de toekomst (verder) zullen dalen en dan naar verwachting wel voldoen. De huidige en toekomstige waarden zijn dan ook acceptabel waarmee sprake is van een goede luchtkwaliteit ter plaatse van het sportpark Blikkenburg. Invloed op luchtkwaliteit Met voorliggend planvoornemen is er enkel sprake van herverdeling van sportfuncties op het sportpark. Het totaal aantal vierkante meters aan sport neemt niet toe. De verenigingen worden

Sportpark Blikkenburg Pagina 72 van 111

niet groter en er is daarmee sprake van een verwaarloosbare verkeersaantrekkende werking. De ontwikkeling kan, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een project dat niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel 4 van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden.

4.6

Parkeren en verkeer

4.6.1

Wettelijk kader

Voor onderhavig bestemmingsplan geldt eveneens het paraplubestemmingsplan met betrekking tot parkeernormen (Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Zeist). Hierin wordt geregeld dat bij nieuwe ontwikkelingen toetsing aan het meest recente parkeerbeleid van de gemeente Zeist vereist is. De meest recente parkeerbeleidsnota van de gemeente Zeist stamt uit 2004. In deze nota zijn verschillende (functionele) gebieden onderscheiden waarop verschillende parkeermodellen zijn toegepast. In deze nota wordt genoemd dat parkeren bij onder andere sportcomplexen zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden en daarnaast op openbare P-locaties. 4.6.2

Effecten planvoornemen

In het kader van de herinrichting van sportpark Blikkenburg is door Sweco de huidige vraag aan parkeerplaatsen getoetst aan de toekomstige situatie. Hierbij is enerzijds nagegaan of de herinrichting van het sportpark invloed heeft op de parkeerbehoefte en anderzijds of de huidige parkeercapaciteit in het gebied voldoet. De notitie Ontsluiting sportpark Blikkenburg is opgenomen als Bijlage 7 bij dit bestemmingsplan. Als bijlagen bij genoemde notitie zijn een parkeerbalans en de CROW-kencijfers parkeren bijgevoegd.

heeft verwijderd: 6

Parkeerbehoefte huidige situatie In tabel 4.3 is de huidige parkeerbehoefte van Blikkenburg weergegeven. Hierbij dient te worden vermeld dat in de berekende behoefte ook de sportparken Achter 't Slot en Sportpark Flats Zeist Oost meegenomen zijn:

heeft verwijderd:

Sportpark Blikkenburg Pagina 73 van 111

Tabel 4.3: berekende parkeerbehoefte voor de huidige situatie van sportparken Blikkenburg, Achter 't Slot en Flats Zeist Oost Voor het plangebied Blikkenburg West (opgenomen als Sportpark West) is in de huidige situatie sprake van een behoefte van 109 parkeerplaatsen voor de sportverenigingen en 28 parkeerplaatsen voor het restaurant Blik & Burgers. Parkeerbehoefte toekomstige situatie In tabel 4.4 is een overzicht opgenomen van de parkeerbehoefte in de toekomstige situatie als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

heeft verwijderd:

Tabel 4.4: berekende parkeerbehoefte voor de huidige situatie

Sportpark Blikkenburg Pagina 74 van 111

Uit tabel 4.4 volgt dat in de berekende situatie sprake is van een parkeerbehoefte van 297 parkeerplaatsen, met een toegenomen parkeervraag van 13 parkeerplaatsen ten opzichte van de huidige situatie. Deze berekening gaat echter uit van een horecavoorziening van maximaal 200 m2 netto inpandig vloeroppervlak. Na optimalisatie van het plan, voorziet onderhavig bestemmingsplan in de mogelijkheid van maximaal 275 m2 bruto vloeroppervlak. Dit resulteert in een extra parkeervraag van 10,5 parkeerplaatsen tot maximaal 307,5 parkeerplaatsen. Met de huidige capaciteit van 343 parkeerplaatsen in de directe omgeving van het plangebied, kan reeds worden voldaan aan deze parkeerbehoefte, mits geen sprake is van dubbelgebruik door andere functies. Op basis van voorgaande dient te worden opgemerkt dat mogelijk sprake is van een overschatting van de parkeerbehoefte, omdat een deel van de bezoekers van het paviljoen mogelijk al op de terreinen aanwezig is in verband met het gebruik van sportfaciliteiten.

heeft verwijderd: netto inpandig

heeft opmaak toegepast: Markeren

Zoals hiervoor benoemd, gaan de getallen uit van enkel gebruik. Het is echter bekend dat in de huidige situatie rondom het sportpark sprake is van een tekort aan parkeervoorzie ningen, omdat de parkeerplaats aan de Brouwerij en Zinzendorflaan ook door functies in de omgeving worden gebruikt. Bijvoorbeeld wanneer evenementen georganiseerd worden in het nabijgelegen Slot Zeist en door bezoekers aan het winkelhart. Hierdoor kan het voorkomen dat in bermen wordt geparkeerd, wat ten koste gaat van de ecologische waarden aan de Blikkenburgerlaan. Om in de extra parkeervraag van 23,5 (13+10,5) parkeerplaatsen te kunnen voorzien, zonder daarmee de directe omgeving van het sportpark te belasten, wordt aan de Blikkenburglaan/Filosofenlaantje, op de locatie waar zich tot voor kort het honk-/softbalveld bevond, een nieuwe parkeervoorziening met maximaal 70 parkeerplaatsen ingepast. Een tweede parkeerplaats wordt aan de oostzijde van het plangebied (Blikkenburgerlaan) gerealiseerd. Deze heeft een omvang van 15 parkeerplaatsen en is bedoeld voor bezoekers van de Kynologenclub (13 stuks) en minder valide bezoekers van het restaurant Blik & Burgers (2 stuks). Bij de uitwerking van de definitieve plannen zal minimaal moeten worden voorzien in de eigen parkeervraag op het sportpark. Voorgaande toont aan dat dit mogelijk is.

De resterende parkeerplaatsen kunnen daarmee een deel van de huidige parkeerdruk uit de omgeving opvangen. Inrichting van het parkeerterrein Filosofenlaantje/Blikkenburglaan Vanwege de ligging (kortste aanrijroute voor het meeste verkeer) blijft de Brouwerij geschikt om als hoofdparkeerplaats voor het sportpark te fungeren. Het nieuw parkeerterrein, gepland aan de zuidkant en ter plaatse van het voormalige honkbalveld, grenst aan het open agrarische gebied. Naast de rijke historie van het gebied en de ligging op de overgang van hoog/droog en laag/nat is bijzondere flora en fauna aanwezig. Vanwege de groene setting waarin de parkeerplaats zich bevindt, wordt de parkeerplaats als “groene parkeerplaats” vormgegeven. De rijbaan wordt verhard aangelegd en de parkeervakken worden van open bestrating voorzien. Tussen de parkeerplekken wordt ruimte gereserveerd voor het plaatsen van bomen. Hierdoor wordt de parkeerzone onderdeel van het groene raamwerk. Met hagen/struweel wordt voorkomen dat de auto's in deze overgangszone zichtbaar zijn. Door de ontsluiting van deze parkeerplaats via de bestaande toegang van het Filosofenlaantje naar de Blikkenburgerlaan te laten verlopen, is er geen extra nieuwe toegang noodzakelijk.

heeft omlaag verplaatst [1]: Onderstaande figuur geeft indicatief de inrichting van de zuidelijk gelegen parkeerplaats weer. ¶ heeft verplaatst (invoeging) [1]

Voor de Blikkenburgerlaan geldt dat de aanleg van het nieuwe parkeerterrein niet moet leiden tot een toename van gemotoriseerd (zoek)verkeer. Er worden daarom maatregelen genomen om deze toename tegen te gaan. In eerste instantie wordt er gekeken in hoeverre het verkeer toeneemt als gevolg van het nieuwe parkeerterrein. Wanneer blijkt dat het verkeer toeneemt met 10%, sluit de gemeente de Blikkenburgerlaan af door middel van het plaatsen van verkeersborden, die het doorrijden verbieden. Indien er, na het plaatsen van de verkeersborden, nog sprake is van een toename aan (illegaal) verkeer, wordt de weg afgesloten door middel van een paal of een hek. Onderstaande figuur geeft indicatief de inrichting van de zuidelijk gelegen parkeerplaats weer.

heeft verwijderd: Sportpark Blikkenburg Pagina 75 van 111

Figuur 4.10 Indicatieve inrichting toekomstig parkeerterrein, ruimte voor 70 parkeerplaatsen en landschappelijke inpassing. Inrichting van het parkeerterrein Kynologenclub Nabij de oostelijke entree van het sportpark, wordt ruimte gereserveerd voor circa 15 parkeerplaatsen. Deze is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de Kynologenclub (13 stuks) en minder valide bezoekers van het restaurant Blik & Burgers (2 stuks). Vanuit de werkwijze van de kynologen bestaat er een behoefte naar deze parkeerplaatsen. Kynologenclub Zeist is een hondenschool waar diverse cursussen worden gegeven. Bij deze cursussen is het af en toe van belang om honden achter te kunnen laten in de auto om vervolgens andere honden in een kleinere groep of één op één te kunnen trainen. Met het toebedelen van de parkeerplekken aan de Kynologenclub, wordt voorkomen dat oneigenlijk parkeergebruik ontstaat. Met het plaatsen van bebording wordt ook ongewenst zoekgedrag naar parkeerplekken voorkomen. Mocht de kynologenclub in de toekomst op deze locatie vertrekken en er vervolgens een nieuwe vereniging voor in de plaats komen, is het niet vanzelfsprekend dat deze parkeerplaatsen overgaan naar de nieuwe vereniging.

Als dat laatste wenselijk zou zijn, zal daar een vergunning voor nodig zijn omdat het gebruik van deze parkeerplaatsen ten behoeve van andere (sport)activiteiten dan kynologische activiteiten niet toegestaan wordt door de regels. Verdeling van verkeersstromen Naar verwachting trekt het sportpark voornamelijk (auto)verkeer vanuit Zeist zelf aan. Bunnik, dat ten zuidwesten gelegen is, beschikt over een eigen sportcluster met onder andere een korfbal-, een handbal-, een voetbal-, een tennis- en een hockeyvereniging. Naar verwachting zal maximaal 20% van het verkeer dat door de sportparken wordt aangetrokken vanuit het zuiden komen en via de toegang aan het Filosofenlaantje het sportpark naderen. Het is ook aannemelijk dat leden uit de wijken Griffensteyn, Brugakker en Nijenheim de ingang bij het Filosofenlaantje zullen gebruiken. Naar verwachting bedraagt dit maximaal 15% van al het verkeer dat door de sportparken wordt aangetrokken. Het sportpark ligt in het zuiden-oosten van Zeist, waardoor het aannemelijk is dat het autoverkeer voornamelijk vanuit noordoostelijk richting het sportpark nadert. Naar verwachting zal 65% aan deze zijde een parkeerplek zoeken (Brouwerij of Zinzendorflaan). Onderstaande toont wat de te verwachtte verdeling van het verkeersstromen zal zijn.

Dit is bij benadering, omdat ten tijde van de Covid-19 crisis het niet mogelijk is gebleken representatieve verkeerstellingen uit te voeren.

Sportpark Blikkenburg Pagina 76 van 111

heeft verwijderd:

heeft opmaak toegepast: Lettertype: Niet Cursief

heeft verwijderd:

Figuur 4.11 Toegangswegen, parkeerplaatsen en verkeersstroom Sportpark heeft verwijderd: ¶

Sportpark Blikkenburg Pagina 77 van 111

4.7

Geluidhinder

4.7.1

Wettelijk kader

Wet geluidhinder Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij nieuwe ruimtelijke plannen te worden beoordeeld of aan de normen uit de Wet geluidhinder kan worden voldaan en of binnen het plangebied sprake zal zijn van een aanvaardbaar akoestisch leefklimaat. De Wet geluidhinder heeft tot doel om geluidgevoelige objecten te beschermen tegen overmatige geluidsbelastingen en geluidbelastende objecten niet te beperken in hun geluidsbelasting. Activiteitenbesluit en APV Het Activiteitenbesluit milieubeheer geeft doelvoorschriften voor geluid. De voorschriften gelden ter bescherming van gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen. De voorschriften gelden in de zogenaamde representatieve bedrijfssituatie. Dat is de situatie die meer dan 12 keer per jaar optreedt. De voorschriften zijn in onderstaande tabel opgenomen. 07.00 – 19.00 19.00 – 23.00 23.00 – 07.00 LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

55 dB(A)

Tabel 4.3 Voorschriften geluid Activiteitenbesluit Naast het Activiteitenbesluit moeten de inrichtingen zich ook houden aan de geluidsnormen die zijn opgenomen in de geldende Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). In de APV van Zeist gelden dezelfde geluidsvoorschriften. Evenementen vallen voor het aspect geluid onder de festiviteitenregeling (artikel 2.21 van het Activiteitenbesluit). Op basis hiervan kan ontheffing verleend worden van (de geluidwaarden in) het Activiteitenbesluit. Dit artikel is gekoppeld aan de APV. In artikel 4.3 van de APV van Zeist staan de regels voor de incidentele festiviteiten. In Zeist zijn incidentele festiviteiten maximaal 12 keer per jaar toegestaan. Er geldt een geluidsgrenswaarden, die maximaal 20 dB hoger ligt dan het Activiteitenbesluit. Tevens geldt er een eindtijd van 02.00 uur, ongeacht welke dag van de week. Voor deze (maximaal) 12 festiviteiten dient de inrichting minimaal twee weken van tevoren een Kennisgeving Incidentele Festiviteit (KIF) bij de Omgevingsdienst in te dienen.

4.7.2

Effecten planvoornemen

Het sportpark betreft een geluidproducerende inrichting, wegens de reguliere sportactiviteiten (representatieve situatie) en de incidentele evenementen. Om geluidoverlast te voorkomen is rekening gehouden met de gestelde geluidsnormering en ontheffingsmogelijkheid in het Activiteitenbesluit en APV van de gemeente Zeist. Met voorliggend bestemmingsplan is geen sprake van toevoeging van geluidproducerende activiteiten en festiviteiten. Wel worden de sportfuncties op het sportpark heringericht en wordt het restaurant Blik & Burgers op een andere locatie gevestigd. Ook na de herinrichting/ verplaatsing wordt voldaan aan de richtafstanden van de VNG. Nabijgelegen gevoelige objecten (zoals woningen) worden daarom niet belemmerd (zie ook paragraaf 4.9).

Sportpark Blikkenburg Pagina 78 van 111

Tabel met opmaak

Gemeente Zeist is momenteel bezig met het opstellen van geluid- en evenementenbeleid. Nadien wordt dit beleid juridisch vastgelegd middels een paraplubestemmingsplan voor het gehele grondgebied. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is, vooruitlopend op het geluid- en evenementenbeleid van de gemeente, door adviesbureau Peutz onderzoek verricht naar de te verwachten geluidsimmissie ter plaatse van de dichtstbij gelegen geluidsgevoelige objecten (woningen) als gevolg van de herontwikkeling van sportpark Blikkenburg (Bijlage 8). Deze geluidsimmissie is getoetst aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Bij de vergelijking tussen de huidige en de toekomstige situatie is rekening gehouden met alle relevante geluiden, waaronder stemgeluid en maximale geluidsniveaus vanwege het komen en gaan van bezoekers.

heeft verwijderd: 7

Vergelijking huidige en nieuwe situatie Op basis van een vergelijking tussen de huidige situatie en nieuwe situatie kan worden gesteld dat sprake is van een verschil van -2 dB tot +2 dB (langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus). Ter plaatse van de woningen waar sprake is van een toename van het geluid, kan ten aanzien van de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus worden gesteld dat de totale geluidimmissie vanwege het sportpark beperkt blijft tot ten hoogste 41 dB(A) in de dagperiode en 40 dB(A) in de avondperiode. Dergelijke geluidniveaus komen overeen met geluidniveaus behorende bij een “rustige woonwijk, weinig verkeer”. Ten aanzien van de maximale geluidniveaus kan worden gesteld dat, daar waar sprake is van een toename van het geluid, de maximale geluidniveaus beperkt blijven tot ten hoogste 58 dB(A) in de dagperiode. Deze waarde is ruimschoots lager dan de standaard grenswaarden van 70 dB(A) in de dagperiode. Gesteld kan worden dat de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidniveaus in de nieuwe situatie niet leiden tot een onevenredige aantasting van het woonklimaat: het woon- en leefklimaat kan als acceptabel beoordeeld worden.

heeft verwijderd:

Figuur 4.11 geluidcontouren (etmaalwaarde) huidige situatie

Sportpark Blikkenburg Pagina 79 van 111

heeft verwijderd:

Figuur 4.12 geluidcontouren (etmaalwaarde) nieuwe situatie

Activiteitenbesluit Het sportpark valt formeel onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Ook in de nieuwe situatie dient het sportpark te voldoen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Bij de beoordeling voor het Activiteitenbesluit dient het stemgeluid van personen in de buitenruimten buiten beschouwing te worden gelaten. Op basis van de berekeningen kan worden gesteld dat ter plaatse van alle woningen in de omgeving, behoudens de woning Blikkenburgerlaan 2, kan worden voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Ter plaatse van de woning Blikkenburgerlaan 2 is in de avondperiode een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau berekend van 51 dB(A). Hiermee is sprake van een overschrijding van 6 dB van de grenswaarde van 45 dB(A) in de avondperiode. Deze overschrijding vindt zowel in de oude als nieuwe situatie plaats. De overschrijding wordt veroorzaakt door (blaffende) honden op de kynologenclub. De overschrijding is geen gevolg van de wijzigingen op het sportpark. Ten aanzien van de maximale geluidniveaus kan worden voldaan aan de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.

4.8

Lichthinder

4.8.1

Wettelijk kader

In artikel 3.148 van het Activiteitenbesluit is opgenomen dat de veldverlichting op een reguliere sportdag uiterlijk om 23:00 uur moet zijn uitgeschakeld, of eerder als er toch niet meer wordt gesport op een veld. In geval van een incidentele festiviteit (maximaal 12), zoals bijvoorbeeld in geval van een groot sportournooi, biedt artikel 4.3 lid 2 van de APV een inrichting de mogelijkheid om de veldverlichting langer aan te houden gedurende de sportactiviteiten tijdens dit tournooi.

Sportpark Blikkenburg Pagina 80 van 111

4.8.2

Effecten planvoornemen

Binnen het sportpark Blikkenburg wordt, ook na de herinrichting, de regels omtrent veldverlichting in acht genomen. Voor de nieuwe veldverlichting van de voetbalvereniging Jonathan en de korfbalvereniging RDZ is door Light Pollution Research and Measurements (2021) een lichthinderonderzoek uitgevoerd (Bijlage 9) om te beoordelen of omwonenden lichthinder kunnen ervaren. Uit het onderzoek blijkt het opgestelde lichtplan voldoen aan de grenswaarden van de NSVV. Indien dit lichtplan wordt uitgevoerd, zullen omwonenden van het sportcomplex geen lichthinder ervaren. De veldverlichting is tevens ecologisch onderzocht. De resultaten zijn beschreven in paragraaf 4.1.2.

4.9

Bedrijven en milieuzonering

4.9.1

Wettelijk kader

heeft verwijderd: 8

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:  het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;  het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden, wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de onderstaande richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' dan wel 'gemengd gebied'. Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

Sportpark Blikkenburg Pagina 81 van 111

Tabel met opmaak

6

1.500 m

1.000 m

Tabel 4.4 Richtafstanden VNG per omgevingstype 4.9.2

Effecten planvoornemen

De omgeving van het sportpark kan gekarakteriseerd worden als rustige woonwijk, door de overwegende woonfunctie die er aanwezig is. Een sportpark wordt niet gezien als een gevoelige functie in het kader van milieuzonering, waardoor bedrijven of instellingen in de omgeving niet beperkt worden door de gewenste ontwikkelingen. Een sportpark wordt wel gezien als een milieubelastende functie. Specifiek wordt een veldsportcomplex met verlichting genoemd, dit valt onder milieucategorie 3.1. De richtafstand voor geluid is hierin maatgevend. In rustige woonwijk is dit een afstand van 50 meter. Het restaurant Blik & Burgers op het sportpark is aan te merken als milieucategorie 1 en kent een maatgevende richtafstand van geluid van 10 meter. Met voorliggend bestemmingsplan worden de sportfuncties op het sportpark heringericht en wordt het restaurant Blik & Burgers op een andere locatie gevestigd. Ook na de herinrichting/ verplaatsing wordt voldaan aan de richtafstanden van de VNG. Nabijgelegen gevoelige objecten (zoals woningen) worden daarom niet belemmerd. Dit wordt ook ondersteund door hetgeen onderzocht is in het kader van geluidhinder in paragraaf 4.7.

4.10

heeft verwijderd:

Externe veiligheid

4.10.1 Wettelijk kader Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden, kan worden voldaan aan de gestelde normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico's:  risicovolle (Bevi-)inrichtingen;  vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen;  vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen.

De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10 -5 contour. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt niet in contouren vertaald, maar wordt weergegeven in een grafiek. In de grafiek wordt de groepsgrootte van aantallen slachtoffers (x-as) uitgezet tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval (y-as). Voor het

Sportpark Blikkenburg Pagina 82 van 111

Pagina-einde

groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een zogenaamde oriëntatiewaarde. Daarnaast geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht. Het bevoegd gezag moet aangeven welke mogelijkheden er zijn om het groepsrisico in de nabije toekomst te beperken. Het moet aangeven op welke manier hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid zijn ingevuld. Het bevoegd gezag moet tevens aangeven waarom de risico's verantwoord zijn, en de veiligheidsregio moet in de gelegenheid zijn gesteld een brandweeradvies te geven. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico, hoe groter het belang van een goede groepsrisicoverantwoording. Risicovolle (Bevi-)inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven.

Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Met betrekking tot het beleid en de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Structuurvisie buisleidingen van belang. Deze structuurvisie bevat een lange termijnvisie op het buisleidingentransport van gevaarlijke stoffen. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan.

Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden. Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico's voor omwonenden mogen zijn. Die begrenzing was er tot nu toe niet. Bovendien zorgt het basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden. Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 meter van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met de personen die a) in dat gebied reeds aanwezig zijn, b) in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten zijn en c) de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft. 4.10.2 Effecten planvoornemen

Sportpark Blikkenburg Pagina 83 van 111

Een sportpark betreft een beperkt kwetsbaar object, waardoor de gewenste ontwikkeling getoetst dient te worden aan de wetgeving omtrent externe veiligheid. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van deze kaart.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12866725/1