23RV040 Overzicht wijzigingen Regels Sportpark Blikkenburg
Tekst van het document
Het aantal leden kan door de uitbreiding niet toenemen, gezien de vereniging volgens de norm alsnog één veld tekort komt. Voor de korfbalvereniging RDZ worden tevens twee nieuwe kunstgras korfbalvelden, met een ingooiveldje, aangelegd om in te spelen op de wensen van de vereniging en de veranderende sporttechnische eisen vanuit de bond. Het kynologenveld voor de hondensportvereniging wordt geoptimaliseerd door de omvorming van het oude asfalt handbalveld naar natuurgras. De schietbaan voor de handboogvereniging blijft gehandhaafd, evenals de schaatsbaan voor de schaats- en inlineskate vereniging. De herverdeling van de sport zorgt er niet voor dat het aantal vierkante meters sport op het park toeneemt. Het sportpark wordt enkel efficiënter gebruikt. Het totaal aantal leden blijft gelijk.
heeft verwijderd:
Figuur 2.2 Programmering sportpark Blikkenburg West Groen en Cultuurhistorie De hoofdplanstructuur van het sportpark Blikkenburg wordt gevormd door het bestaande, robuuste, groene raamwerk. Het sportpark is gelegen in de historische tuinen van Slot Zeist en behoort tezamen met Landgoed Wulperhorst, Blikkenburg en Schoonoord tot de Stichtse Lustwarande, een gordel van buitenplaatsen tussen De Bilt en Rhenen dat grote cultuurhistorische-, landschappelijke- en ecologische waarden kent. Het sportcomplex maakt onderdeel uit van de in Franse, formele, Barok-aangelegde structuur. Geordende, rechthoekige lanen en assen kaderen grote tuinvakken en jachtbossen in. De formele laan- en kamerstructuur met de daarbij behorende sloten, hagen, bosplantsoen en 'open velden' zijn in
Sportpark Blikkenburg Pagina 40 van 111
grote lijnen nog conform het oorspronkelijke 17e -eeuwse ontwerp. Het Filosofenlaantje, de Blikkenburgerlaan en de Blikkenburgervaart grenzen aan de contouren van het sportpark en dragen bij aan deze beeldbepalende gebiedskarakteristieken. De sportvelden liggen als 'open ruimtes' binnen de oude laan- en kamerstructuur. Tussen de velden is later, bij de aanleg van de sportvelden in 1924, een groene geleding aangeplant. Deze geven het complex een prettige schaal en maat. Op het sportpark worden langs de groene structuren twee verbindingszones gemaakt (A en B). In deze verbindingszones kunnen bezoekers en sporters elkaar ontmoeten. In zone A, die het nieuwe paviljoen in oost-west richting verbindt met het Filosofenlaantje, kunnen verschillende activiteiten worden aangeboden voor alternatieve, ongeorganiseerde sporten. Zoals een beweegplein met fitnesstoestellen, skatevoorzieningen, de mogelijkheid voor het bieden van bootcamps en/of gebruik van beach velden. Daarnaast kan hier voorzien worden in een vorm van laagdrempelig toegankelijke interactieve speelvoorzieningen en voldoende zit- en verblijfplaatsen. In zone B ligt het accent meer op recreëren. Het beleven van natuur, wadi's en de cultuurhistorische 'open ruimtes' staan hierin centraal.
Langs het wandelpad kunnen enkele zitplekken gecreëerd worden, omdat vanuit deze zijde de openheid en de doorzichten over het sportpark goed te ervaren zijn.
heeft verwijderd:
Figuur 2.3 Groen robuurt raamwerk als basis (links), verbindingszones (rechts)
Multifunctioneel De verenigingen gaan veel meer dan voorheen samen opstallen gebruiken en delen. Het vlekkenplan gaat uit van een multifunctioneel paviljoen van ca 1000 m2 met kleedkameraccommodaties, op een centrale plek tussen de velden van de diverse verenigingen. Elke vereniging heeft vanuit het paviljoen de wens om zicht op de eigen velden te hebben. Een samengesteld volume met verschillende terrassen rondom, biedt mogelijkheden voor het creëren van meerdere entrees waardoor de verenigingen ook een deel van hun eigen identiteit kunnen behouden. Het gebouw bestaat uit drie eenvoudig langgerekte houten volumes van 1 bouwlaag met zadeldak, passend bij het landelijk karakter van het gebied. Het gebouw zal bestaan uit twee volumes. Deze worden verbonden met elkaar door een transparant tussenstuk (van circa 150 m2) als onderdeel van een looproute ter ontsluiting van de gezamenlijke multifunctionele ruimten. Het gebouw straalt uit naar verschillende richtingen met vijf representatieve 'koppen', een voor elke gebruiker.
Sportpark Blikkenburg Pagina 41 van 111
heeft verwijderd:
Figuur 2.4 Inpassing paviljoen In dit paviljoen wordt ook het bestaande restaurant Blik & Burgers gevestigd en zal onder andere opslag van de school Schoonoord ondergebracht worden. De horeca op het terrein krijg een sluitingstijd van 21:00. Voor betrokkenen (sporters, coaches, scheidsrechters en het publiek van de wedstrijd of training) kan hier met maximaal 1 uur na afloop van de laatste wedstrijd van worden afgeweken om gebruik te maken van de horecavoorzieningen. Er worden extra wandelpaden aangebracht om het gebruik van de verschillende faciliteiten op het sportpark te optimaliseren. Het gehele sportpark wordt letterlijk en figuurlijk meer opengesteld voor andere soorten van ontmoeting. Tevens wordt voorzien in een extra parkeerplaats aan de Blikkenburgerlaan, bereikbaar vanaf het zuidelijke deel van het Filosofenlaatje en een kleinere parkeervoorziening aan de Blikkenburgerlaan voor gebruikers van de Kynologenvereniging en Blik & Burgers. Deze is alleen voor bevoegden toegankelijk. De extra parkeerplaatsen zijn nodig om het verkeer gericht te kunnen spreiden (zie ook paragraaf 4.6).
heeft verwijderd:
Figuur 2.5 Eerste uitwerking paviljoen
Sportpark Blikkenburg Pagina 42 van 111
In onderstaande afbeelding is een impressie van de totale (her)ontwikkeling opgenomen, inclusief sportpark Blikkenburg Oost in het noordoosten van het plangebied en sportpark Achter 't Slot ten zuidwesten.
heeft verwijderd:
Figuur 2.6 Toekomstige situatie
Sportpark Blikkenburg Pagina 43 van 111
Hoofdstuk 3 Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van onze leefomgeving. Hiermee wil het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes het Rijk maakt en welke richting het Rijk meegeeft aan decentrale keuzes. Deze keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes gemaakt worden. Prioriteiten De NOVI schetst een toekomstperspectief naar 2050 waarin vier prioriteiten worden vastgesteld: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Zeespiegelstijging, hoge rivierafvoeren, wateroverlast en lange periodes van droogte zijn hier voorbeelden van. In 2050 zal Nederland klimaatbestendig en waterrobuust zijn. In 2050 moet Nederland ook een duurzame energievoorziening hebben. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen.
Voorwaarde is dat bewoners goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik en kunnen meeprofiteren in de opbrengsten. Voor de ontwikkeling van duurzame energie zijn regionale energiestrategieën (RES) essentieel. Medeoverheden geven, in samenwerking met de energiesector, gebruikers en andere belanghebbenden, in de RES invulling aan de inpassing van duurzame energie op het land. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. De Nederlandse economie dient toekomstbestendig te worden, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair. Het gebruik van duurzame energiebronnen en verandering van productieprocessen wordt gestimuleerd. Hiernaast zijn de steden erg belangrijk voor onze economie, een optimale afstemming van wonen, werken en verplaatsen in en bij deze steden is van groot economisch belang. Steden en stedelijke regio's zijn belangrijk voor onze economie. Dit geldt vooral daar waar sprake is van een aantrekkelijke en gezonde omgeving en diversiteit in aanwezige economische functies, opleidingen en andere voorzieningen. De steden, hun aantal inwoners, culturele én economische activiteiten groeien de laatste jaren in hoog tempo. De leefbaarheid in de steden moet dan wel blijvend aandacht krijgen en op een nog hoger niveau uitkomen. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. De leefbaarheid van stedelijk gebied staat voorop. Hiervoor dienen deze gebieden in te zetten op klimaatadaptatie om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. Ook dient de bouw van nieuwe woningen te zijn gericht om een zo breed mogelijk aantal inwoners te bereiken. Mobiliteit dient aan te sluiten op nieuwe ontwikkelingen waarbij onder meer de CO2 uitstoot wordt verminderd.
Sportpark Blikkenburg Pagina 44 van 111
4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Er dient een balans tussen de ontwikkeling van natuur en landbouw te worden gevonden. Hiernaast dient het een prettige omgeving te zijn om te werken, wonen en te recreëren. Biodiversiteit van gebieden en de verduurzaming van landbouw zijn kernpunten. Afwegingsprincipes Het stellen van de bovenstaande prioriteiten kan een situatie maken dat belangen soms botsen. Om in zo'n situatie keuzes te maken worden er drie afwegingsprincipes gebruikt: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt het Rijk naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.
Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De uitvoering van de NOVI moet gezamenlijk worden aangepakt. Rijk, provincies en gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. Ook staat participatie centraal. Daarnaast is de NOVI continu in beweging. Het is de bedoeling dat het zich continu aanpast aan ontwikkelingen, in een permanent en cyclisch proces. Betekenis voor het planvoornemen De herinrichting van het sportpark Blikkenburg past binnen de prioriteiten van de NOVI. Het sportpark draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving door het aanbieden van diverse sport gerelateerde en recreatieve activiteiten. Op het sportpark worden verschillende functies gecombineerd, zodat iedereen er terecht kan om te sporten, leven, leren, recreëren en werken. De cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken en identiteit van het gebied, nabij Slot Zeist, hebben een centrale plek gekregen in het ontwerp van het sportpark (paragraaf 4.3). Daarnaast worden op het sportpark diverse maatregelen toegepast, waarbij ruimte wordt geboden aan klimaat en energie en een circulaire economie (paragraaf 4.13). 3.1.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, vormt de overkoepelende structuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Daarbij wordt ingezet op een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet', zoveel mogelijk over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor
Sportpark Blikkenburg Pagina 45 van 111
het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. De sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk voor een groot deel los. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen. Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, ruimte voor klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur. Verder is één van de nationale belangen die de SVIR benoemt, het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. Concreet betekent dit onder meer dat ruimte zorgvuldig moet worden benut en overprogrammering moet worden voorkomen. Om die doelstellingen te bereiken, is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Alle stedelijke ontwikkelingen dienen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden. Betekenis voor het planvoornemen Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen.
De ontwikkeling is passend binnen de SVIR. De ladder voor duurzame verstedelijking komt in paragraaf 3.1.3 aan de orde. 3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder Rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Betekenis voor het planvoornemen Het plangebied valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Met de gewenste ontwikkeling worden geen nationale belangen geschaad.
Sportpark Blikkenburg Pagina 46 van 111
3.1.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1.
er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen, dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Er wordt geen nieuwe stedelijke functie toegestaan met onderhavig plan. De sportfunctie is reeds aanwezig. Er is slechts sprake van een herverdeling van sportverenigingen, het vernieuwen van de velden, de sloop- en nieuwbouw van een clubpaviljoen en het aanleggen van een extra parkeerterrein. Volgens de Interim Omgevingsverordening van Provincie Utrecht bevindt het plangebied zich binnen een Kernrandzone.
In artikel 9.8 van de Interim Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen ten aanzien van het onder voorwaarden toestaan van verstedelijking binnen die kernrandzones ten behoeve van het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. De voorwaarden luiden als volgt: de verstedelijking gaat gepaard met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking, tenzij de verstedelijking betrekking heeft op kernrandactiviteiten; de verstedelijking is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar en wordt, met uitzondering van windenergie en zonnevelden, in aansluiting op stedelijk gebied gerealiseerd, of in samenhang met overige verstedelijkte structuur; tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit is geborgd; en omliggende functies worden niet onevenredig geschaad. In het bestemmingsplan moet worden gemotiveerd op welke wijze aan de genoemde voorwaarden is voldaan. In onderhavig bestemmingsplan staat dat beschreven in paragraaf 2.2 Toekomstige situatie en in de visie uit Bijlage 2 van de toelichting. In de visie wordt ingegaan op de cultuurhistorische en landschappelijke structuren van het plangebied en hoe met de beoogde ontwikkeling deze structuren behouden blijven en worden versterkt.
Zo wordt verspreid liggende bebouwing geconcentreerd, worden groene laanstructuren versterkt en worden twee verbindingszones geïntroduceerd (zone A: een ontmoetings- en activiteitenzone en zone B: recreatieve wandelverbinding voor beleving natuur, wadi's en cultuurhistorische open ruimten). Binnen het plangebied wordt in de eigen parkeerbehoefte voorzien. Met de onderbouwing in de omgevingsaspecten uit hoofdstuk 5 is aangetoond dat omliggende functies
Sportpark Blikkenburg Pagina 47 van 111
heeft verwijderd: 1
niet (onevenredig) worden geschaad. Voor de volledigheid wordt onderstaand de behoefte aan de ontwikkeling beschreven. Behoefte planvoornemen Gemeente Zeist heeft in 2017 een masterplan sportaccommodaties vastgesteld (zie ook paragraaf 3.3.6). Daaruit is gebleken dat er behoefte is aan een efficiëntere indeling van de bestaande sportparken in Zeist. Er zijn enquêtes gehouden en interviews afgenomen om met samenspraak van betrokkenen in beeld te hebben wat de behoefte in Zeist is. Onder andere is geconcludeerd dat elke locatie een diversiteit aan sportactiviteiten moet bieden, dat er ruimte moet zijn voor 'ongeorganiseerde sport', dat er een koppeling moet worden gemaakt met onderwijs, zorg en welzijn en dat de identiteit van de verenigingen behouden blijft. Uitgangspunt hierbij is dat gebruik wordt gemaakt van bestaande sportlocaties in Zeist. Met voorliggend initiatief wordt het bestaande sportpark Blikkenburg heringericht, waardoor er een bredere diversiteit aan sporten en verenigingen ontstaat. Het park wordt multifunctioneel inzetbaar voor activiteiten rondom sporten, leven, leren, recreëren en werken. Er wordt zowel ruimte geboden aan georganiseerde sportactiviteiten (bijv. voetbal, korfbal, schaatsen) als ongeorganiseerde activiteiten (bijv. bootcamps, danspleinen, schaaktafels).
Daarnaast wordt het sportpark ingericht met vele wandelpaden, speelvoorzieningen en ontmoetingsplekken. Op basis hiervan kan worden gesteld dat de herinrichting van het sportpark Blikkenburg aansluit bij de behoefte.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht
De provincie Utrecht werkt vanaf 1 april 2021 met de Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening. Deze zijn op 10 maart 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. In de omgevingsvisie legt de provincie Utrecht haar integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast tot 2050. Het gaat om de fysieke leefomgeving op, onder en boven de grond. De provincie wil het groene, gezonde en slimme middelpunt van Nederland blijven. De bestaande kwaliteiten moeten behouden blijven, worden versterkt en in balans zijn met nieuwe ontwikkeling omtrent woningbouw, werkgelegenheid, energietransitie, veranderingen in de landbouw en de versterking van natuur en recreatief groen. Het uitgangspunt is te kiezen voor slim combineren en concentreren: de beschikbare ruimte moet op meerdere manieren gebruikt worden en bouwen in bebouwd gebied heeft de voorkeur. Met zeven beleidsthema’s wordt in de omgevingsvisie richting gegeven aan de ontwikkeling en de bescherming van de gezonde en veilige leefomgeving. Op hoofdlijnen wil de provincie per thema het volgende bereiken: Stad en land gezond: de woon-, werk- en leefgebieden zijn gezond en nodigen uit tot bewegen (te voet of per fiets). Daarnaast zijn er rondom steden en dorpen voldoende groene gebieden om te recreëren.
Klimaatbestendig en waterrobuust: de provincie wordt beschermd tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte). Ook wordt bodemdaling tegengegaan, met name in de veenweidegebieden. Duurzame energie: energiebesparing wordt gestimuleerd, evenals het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water. Vitale dorpen en steden: nieuwe woningen en bedrijven worden vooral op plekken binnen de bebouwde kom. En op plekken die goed met trein, bus, tram en fiets te bereiken zijn. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar: nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden worden aangelegd tussen de woon-, werk- en leefgebieden. Daarnaast moet beter gebruik worden gemaakt van de bestaande wegen. Levend landschap, erfgoed en cultuur: er wordt goed gezorgd voor de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen, waar mensen van kunnen genieten. Ook het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) moet meegroeien met het aantal inwoners.
Sportpark Blikkenburg Pagina 48 van 111
Toekomstbestendig natuur en landbouw: de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die onderling met elkaar worden verbonden. De boeren worden geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw. Dat betekent voedsel produceren met zo min mogelijk verlies aan grondstoffen en een zorgvuldig beheer van bodem, water en natuur. Al deze thema's en keuzes staan niet op zichzelf, maar worden in samenhang met elkaar bekeken. Dat betekent dat niet overal alles kan, maar door slim combineren en concentreren wordt de ruimte in de provincie zo optimaal mogelijk gebruiken. Bij dit optimale gebruik wordt ook aandacht besteed aan inclusiviteit en circulariteit. Het beleid is verder uitgewerkt in drie regio's, die samenhang tussen de thematische ambities moeten bevorderen. De drie regio's zijn: U16, Amersfoort en Foodvalley. Gemeente Zeist behoort tot regio U16, welke is onderverdeeld in: 1. het stadsgewest Utrecht, 2. het Kromme Rijngebied, Langbroekerwetering en de Utrechtse Heuvelrug en 3. Utrecht West. Gemeente Zeist behoort tot de Utrechtse Heuvelrug. Betekenis voor het planvoornemen De herinrichting van het sportpark Blikkenburg past binnen ambities van de omgevingsvisie. Het sportpark draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving, welke uitnodigt tot bewegen en recreëren.
De cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken en identiteit van het gebied, nabij Slot Zeist, hebben een centrale plek gekregen in het ontwerp van het sportpark (paragraaf 4.3). Daarnaast worden op het sportpark diverse maatregelen toegepast, waarbij ruimte wordt geboden aan duurzame energie, klimaatbestendigheid en biodiversiteit (paragraaf 4.13). 3.2.2
Interim omgevingsverordening provincie Utrecht
In de (interim) Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht. Betekenis voor het planvoornemen Volgens de Omgevingsverordening kent het plangebied enkele belangrijke aanwijzingen. Hieronder worden deze beschreven. Dynamisch landelijk gebied en kernrandzone Sportpark Blikkenburg ligt net buiten de rode contouren van de kern Zeist en ligt daarmee in het landelijke gebied. De provincie Utrecht wil de kwaliteit en de vitaliteit van het landelijk gebied behouden. De zones die direct aangesloten zijn op de rode contour zijn als kernrandzone aangewezen, zo ook het plangebied. Deze zones om de Utrechtse kernen zijn van grote waarde voor de leefbaarheid van de kern als uitloopgebied en door de hier aanwezige stedelijke functies. De kernrandzone heeft vaak een multifunctioneel karakter. Naast landbouw bevinden zich hier stedelijke functies, zoals verspreid liggende woningen, sportvelden, recreatieve voorzieningen, etc. De zone is van grote waarde voor de leefbaarheid van de kern.
Verstedelijking is toegestaan mits dit betrekking heeft op de kernrandactiviteiten (zoals sportvoorzieningen), ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar is, er sprake is van een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit en omliggende functies niet onevenredig worden geschaad. In paragraaf 4.3 is de beeldkwaliteitsparagraaf terug te lezen, welke aantoont dat aan bovengenoemde voorwaarden kan worden voldaan. Recreatiezone Het sportpark is aangewezen als recreatiezone. Binnen deze recreatiezone is verstedelijking aanvaardbaar als deze bijdraagt aan de recreatiedoelstellingen. Op basis van artikel 9.21 moet een bestemmingsplan regels bevatten ter bescherming van de instandhouding en de bereikbaarheid van de recreatieve voorzieningen. Het bestemmingsplan kan regels bevatten die voorzien in nieuwe bovenlokale recreatieve voorzieningen. De herinrichting van het sportpark past binnen deze regels. In artikel 5 zijn de recreatieve voorzieningen geregeld. Cultuurhistorie
Sportpark Blikkenburg Pagina 49 van 111
Het sportpark is aangemerkt als CHS - historische buitenplaatszone. De historische buitenplaatsen vertegenwoordigen bijzondere cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in de provincie Utrecht. In artikel 7.7 is geregeld dat rekening moet worden gehouden met de cultuurhistorische waarden. De cultuurhistorische waarden zijn in bijlage 14 per deelgebied nader omschreven. Het sportpark Blikkenburg behoort tot het deelgebied 'Steichse Lustwarande'. De Stichtse Lustwarande is een brede buitenplaatszone op de zuidflank van de Heuvelrug, tussen Utrecht en Amerongen. De ruim honderd buitenplaatsen hebben zich voornamelijk in een drie zones in de gradiënt van laag naar hoog geformeerd: a. Voornamelijk in de natte kleizone aangelegde zeventiende- en achttiende-eeuwse grote, formele buitenplaatsen, veelal als verbouwing/vernieuwing van middeleeuwse ridderhofsteden en bestaande uithoven. Voor de parkaanleg is gebruik gemaakt van oudere verkavelingen, waarbij lange zichtlijnen soms tot ver over de hogere stuwwal werden doorgetrokken. b. Tussen de Arnhemse Bovenweg en de N237-N225 op de rand van het zand gelegen negentiende-eeuwse buitenplaatsen in landschappelijke stijl. Aan de zuidzijde van de N237N225 lagen de overplaatsen.
Op de hogere zandgronden werden de schaarse veedriften ten behoeve van nieuwe lanenstelsels rechtgetrokken en is de kale heide bebost met parken jachtbossen, eind negentiende eeuw gevolgd door productiebossen. c. Vroeg twintigste-eeuwse buitenplaatsen hoger op de Heuvelrug langs de N227. De Stichtse Lustwarande kent een afwisseling van open (weiden, overplaatsen) en gesloten (parken, bossen) delen. Kenmerkend zijn de ontworpen zichtrelaties (zichtlijnen of panorama’s) vanaf de weg op de hoofdhuizen en vanuit de hoofdhuizen op het omliggende park, de overplaats en het landschap. Structurerende onderdelen van deze zichtrelaties zijn bosschages, uitzichtpunten en gewelfde gazons, evenals voor de landschapsparken kenmerkende slingerende lanen, waterpartijen en tuinelementen (bruggen, theekoepels, follies). Formele buitenplaatsen hebben hun toegang als centrale zichtlaan haaks op het huis. De buitenplaatsen zelf zijn meestal enigszins verhoogd gelegen, symmetrisch opgezette, blokvormige gebouwen, georiënteerd op de weg maar op enige afstand daarvan. De bijgebouwen zijn daaraan ondergeschikt, zowel qua maatvoering als qua ligging. De parkaanleg is meestal dwars op de zuidflank van de Heuvelrug georiënteerd, met een kenmerkende opeenvolging van park, parkbos en productiebos. In een bestemmingsplan moeten regels worden gesteld ter bescherming en benutting van deze waarden.
In artikel 8 en 9 zijn deze regels opgenomen. In paragraaf 4.3 is een beschrijving van de aanwezige cultuurhistorische waarden opgenomen evenals een motivering van de wijze waarop rekening is gehouden met deze waarden. Voor het sportpark geldt een uitzondering op het verstedelijkingsverbod landelijk gebied. Op basis van artikel 7.8 is in de historische buitenplaatszone onder voorwaarden verstedelijking toegestaan. Ontwikkelingen moeten kleinschalig van aard zijn en gericht op het creëren van economische kostendragers t.b.v. het behoud, hersteld of de versterking van de cultuurhistorische waarden. Daarnaast moet de ontwikkeling zorgvuldig worden ingepast in de omgeving. In paragraaf 4.3 is een onderbouwing opgenomen waarom aan deze voorwaarden wordt voldaan. Het sportpark is tevens aangewezen als landschap rivierengebied. Voor dit landschap wil de provincie Utrecht de volgende kernkwaliteiten behouden: schaalcontrast van zeer open naar besloten; samenhangend stelsel van rivier - uiterwaard - oeverwal - kom; samenhangend stelsel van hoge stuwwal - flank - kwelzone - oeverwal – rivier; de Kromme Rijn als vesting en vestiging. In een bestemmingsplan moeten regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten bevatten. Er mogen geen regels zijn die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aanpassen (artikel 7.9).
In paragraaf 4.3 is een motivering gegeven op welke wijze hier rekening mee is gehouden. Natuur Het sportpark grenst aan de oostzijde tegen Natuur Netwerk Nederland (NNN) aan. Een klein deel van het NNN wordt opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. In het bestemmingsplan
Sportpark Blikkenburg Pagina 50 van 111
zijn regels (artikel 4) opgenomen ter bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kwaliteit, de wezenlijke kenmerken en waarden en samenhang van het NNN. Hiermee wordt voldaan aan artikel 6.2 van de interim verordening. Het bestemmingsplan kent daarnaast geen nieuwe bestemmingen en regels die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland. Hiermee wordt ook voldaan aan artikel 6.3 van de verordening. Het plangebied behoort niet tot een gebied waarvoor het vellen van houtopstanden een melding vereist is (artikel 6.18). Betekenis voor het planvoornemen Het voornemen betreft de herinrichting van een bestaand sportpark, waarbij verenigingen en velden worden herverdeeld, een nieuw clubgebouw wordt gerealiseerd evenals een parkeerterrein. De ontwikkeling vindt plaats in de kernrandzone rondom Zeist, waar enige uitbreiding van reeds aanwezige functies is toegestaan in het landelijk gebied. Het plan is cultuurhistorisch en landschappelijk (4.3) ingepast en tevens is rekening gehouden met het aangrenzende NNN (4.1). De ontwikkeling is dan ook in lijn met de uitgangspunten van de provincie Utrecht zoals weergegeven in de omgevingsverordening. 3.2.3
Masterplan Slot Zeist
Het masterplan voor Slot Zeist (2012) is in opdracht van de Evangelische Broedergemeente Zeist in samenwerking met de gemeente Zeist en de provincie Utrecht opgesteld. Hiermee hoopten de gemeente Zeist en de Evangelische Broedergemeente als eigenaren van het terrein inzicht te verkrijgen in de cultuurhistorische waarden en de visie op het herstel en de ontwikkeling van het gebied als geheel. De omgeving van Slot Zeist ligt op een strategische positie als schakelpunt tussen de stedelijke bebouwing en het landelijke gebied. Het Slotpark fungeert als intermediair naar het buitengebied, als doorgangsgebied voor recreanten en ruimte biedend aan diverse relevante stadsrandactiviteiten. Met dit laatste wordt onder meer gedoeld op het volkstuinencomplex en sportvoorzieningen. Het contrast tussen het stedelijk gebied ten noordoosten van de Waterigeweg-Blikkenburgerlaan en het landelijke gebied ten zuiden hiervan wordt gezien als een belangrijke ruimtelijke kwaliteit. Het Slotpark herbergt een belangrijk deel van de culturele en recreatieve voorzieningen van de gemeente, waarmee het een functionele invulling kent. Ruimtelijk ligt de kans om het plangebied een vitaal onderdeel van het centrum en waardige groene tegenhanger van het stedelijke deel te vormen. Goede verbindingen en een samenhangend programma zijn daarvoor nodig.
In het Masterplan wordt een visie en uitwerking per deelgebied gegeven. De visie laat zich vertalen in een ruimtelijk streefbeeld waarin het totale gebied van Slot Zeist als zelfstandig element de schakel vormt tussen stedelijk weefsel en landelijk gebied. Het terrein zelf kent een indeling in drie strak omgrensde onderdelen met ieder een sterke eigen identiteit en onderscheidende gebruiksvorm. Het dichtst bij het Zeister centrum is dit het stedelijk woonwerkcomplex van de Evangelische Broedergemeente, vervolgens het Slot in een ontspannen landschappelijk park, en uiteindelijk een op recreatie, sport en spel gericht gedeelte in aansluiting op het open buitengebied. In het Masterplan is het volgende streefbeeld voor het sportpark opgenomen.
Sportpark Blikkenburg Pagina 51 van 111
'Ten zuiden van het Slot domineert de formele, symmetrische situatie rondom de hoofdas (Koelaan), waarbij rond de sportvelden een wand van hagen en bosschages wordt opgetrokken, met op de grens een hekwerk. Nabij de rotonde komt in de Koelaan een hek dat de entree tot het slotcomplex markeert. Tussen de sportvelden worden publieke wandelroutes aangelegd om het gebied ‘doorgankelijk’ te maken. De verschillende clubhuizen worden geconcentreerd in een gezamenlijk gebouw, waarmee meer efficiëntie en verbreding van het voorzieningenaanbod kan worden gecreëerd. De tennisbanen worden binnen een groene omkadering gebracht, waarbij door verplaatsing van banen en parkeerplaats een meer optimale inrichting kan worden bereikt. Ontbrekende laandelen zoals de Filosofenlaan en het zuidelijke deel van de Waterigeweg, worden als statige laan ingericht. De hoek waar de Filosofenlaan aansluit op de Hernhuttersingel wordt aangepast door de beplanting te verdichten en het gemotoriseerde verkeer eerst rechtdoor en enkele meters verderop de watergang te laten oversteken. De bestaande duiker wordt vervangen door een brug voor voetgangers en fietsers, indien het gemaaltje buiten werking kan worden gesteld.
Vanaf dit punt voert dan een nieuw wandelpad langs de Blikkenburgervaart richting de Blikkenburgerlaan, om daar aan te sluiten op het bestaande wandelpad.' De gewenste ontwikkelingen worden verder uitgewerkt in verdere 'projecten'. Een van deze projecten is 'ruimte voor stedelijke versterking'. Het doel hiervan is een passende invulling te vinden van niet optimaal benutte plekken en verdienpotentieel voor de Evangelische Broedergemeente. De gebouwen of complexen dienen zorgvuldig vormgegeven te worden, aansluitend op de sfeer en identiteit van Slot Zeist, en passend in de gemeente Zeist en het landschap. Betekenis voor het planvoornemen De herinrichting van het sportpark Blikkenburg betreft een efficiëntere en passende invulling op het reeds bestaande recreatieve en sportieve karakter van het Sportpark van het Slot Zeist. Het nieuwe clubpaviljoen is zorgvuldig vormgegeven, aansluitend op de sfeer en identiteit van Slot Zeist en passend binnen het landschap. In paragraaf 4.3 is dit nader toegelicht.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Structuurvisie Zeist
Op 7 maart 2011 heeft de gemeenteraad de 'Structuurvisie Zeist 2020' vastgesteld. De structuurvisie bouwt voort op het eerder ontwikkelde Ontwikkelingsperspectief 2030. In dit perspectief werden vier kernwaarden geformuleerd: natuur en landschap, cultuurhistorie, duurzaam en zorgzaam en de kwaliteit van vijf kernen met een eigen identiteit. Deze kernwaarden zijn nu vertaald naar tien hoofdkeuzes. Deze keuzes geven een beeld van het toekomstig wonen, werken, sporten, zorgen, uitgaan en recreëren. De keuzes dragen zorg voor een duurzaam en zorgzaam Zeist waar groen en cultuurhistorie een prominente rol spelen en waar kwaliteit altijd centraal staat. De hoofdkeuzes zijn op onderstaande kaart weergeven.
heeft verwijderd:
Sportpark Blikkenburg Pagina 52 van 111
Figuur 3.1 Uitsnede structuurvisie Zeist Sport De komende jaren zal er in de gemeente Zeist flink meer gesport worden. Dat past bij de trend om bewegen te stimuleren (landelijk en lokaal beleid). Vanuit een deel van de georganiseerde sportwereld is er vraag naar ruimte voor extra velden. Al met al zal er meer druk ontstaan op de beschikbare capaciteit van sportaccommodaties. Voor Zeist ligt de oplossing in de combinatie van een aantal maatregelen. Op korte termijn is dat de aanleg van kunstgrasvelden en realisatie van veldverlichting. Op lange termijn is dat niet voldoende. Het groeperen van sportverenigingen kan een meerwaarde bieden, maar dit mag niet ten koste gaan van de spreiding van sportvoorzieningen. De organisatiegraad van sport- en cultuurverenigingen in Zeist is groot. Door samenwerking en koppeling van de initiatieven van de verenigingen aan welzijnsactiviteiten kunnen maatschappelijke functies beter vervuld worden. Zo kan een clubhuis van een sportclub overdag ruimte bieden aan de kinderopvang. Of de sportvereniging een rol spelen bij maatschappelijke re-integratie. Ecologische verbinding Het gebied is aangeduid als ecologische verbinding en ligt naast een 'Stepping Stone'. Gemeente Zeist kiest ervoor de natuur en het landschap te verbeteren. Daarbij is vooral aandacht voor zwakke schakels (stepping stones) van het Natuurnetwerk Nederland.
Cultuurhistorie Het sportpark bevindt zich in een cultuurhistorisch waardevol gebied, nabij Slot Zeist. De gemeente Zeist wil de kernwaarde cultuurhistorie zichtbaar en beleefbaar maken. Er komen strengere regels rondom onder andere het Slot. Die maatregelen gaan om meer dan de oude bebouwing. Ook nieuwbouw moet passen bij de stedenbouwkundige en landschappelijke principes. Zones Naast de visie van de gemeente Zeist per sector, worden er ook integrale keuzes benoemd per gebied. Het plangebied valt onder de zone 'Stichtse Lustwarande en station Driebergen-Zeist' en onder de zone 'Kern Zeist'. Stichtse Lustwarande en station Driebergen-Zeist: Het doel van de gemeente Zeist is om de beeldkwaliteit en de samenhangende historische identiteit van de Lustwarande te herstellen. Dit doet zij door onder andere de cultuurhistorische waarden de bewaken. Er wordt een mix van functies toegestaan. Het plangebied heeft in deze visiekaart geen aanduiding 'cultuurhistorie'. Kern Zeist: De gemeente neemt diverse maatregelen om de leefbaarheid te vergroten. Er worden geen specifieke maatregelen met betrekking tot het plangebied genoemd. Betekenis voor het planvoornemen Met herinrichting van het sportpark en de herverdeling van verenigingen, kunnen de georganiseerde en alternatieven sporten efficiënter en intensiever worden gebruikt.
Er worden nieuwe (kunstgras)velden aangelegd en een nieuw kleinschalig clubpaviljoen vervangt de verouderde clubgebouwen. Het clubpaviljoen kan ook voor andere maatschappelijke doeleinden worden gebruikt, waardoor er een multifunctioneel inzetbaar sportpark ontstaat. Naast sportactiviteiten wordt ook ruimte geboden voor recreatieve activiteiten en wordt her park voorzien van de nodige ontmoetingsplaatsen en wandelpaden. Hiermee wordt een eerste stap gezet in het voorzien in een behoefte naar efficiëntere sportaccommodaties en velden. Het ontwerp van het sportpark is getoetst door de Commissie voor Ruimtelijke Kwaliteit van de gemeente Zeist. In paragraaf 4.3 wordt hier nader op ingegaan.
Sportpark Blikkenburg Pagina 53 van 111
3.3.2
Brede milieuvisie
In 2015 is de gemeente Zeist in gesprek gegaan met inwoners, ondernemers en vertegenwoordigers van groene groepen over het prettig wonen, werken en leven in Zeist. Deze gesprekken hebben wensen en ideeën opgeleverd om Zeist, ook in de toekomst, een fijne en veilige plek te laten zijn. Waar mensen graag komen en waar het prettig wonen is. Ook voor de generaties na ons. Een energieneutraal Zeist, minder grondstoffenverbruik, een groen Zeist met gezonde leefomstandigheden. De wensen en ideeën staan beschreven in de Brede Milieuvisie. Met breed wordt bedoeld dat het gaat om alle milieuthema’s die invloed hebben op onze leefomgeving. De Brede Milieuvisie onderscheidt 4 pijlers Klimaat en Energie: op weg naar een energieneutraal Zeist. Zoveel mogelijk zelfvoorzienende energieopwekking binnen de gemeentegrenzen van Zeist; Goed in staat zijn om ‘opgewekte energie’ goed op te slaan, om zo de energievoorziening aan huizen en bedrijven te garanderen. In Zeist is het aantrekkelijk om te wandelen of om de fiets te pakken, ook voor de langere afstanden. Er zijn goede fietsverbindingen en de mogelijkheden voor de elektrische fiets zijn goed. Wijken en buurten zijn autoluw. Circulaire Economie: handelen vanuit kringlopen en hergebruik, delen en gebruiken in plaats vanuit bezit. Delen is het nieuwe hebben: deelauto’s, deelladders etc.
Een deeleconomie, waarbij er minder privébezit is en producten worden gedeeld, leidt tot zuinig(er) omgaan met grondstoffen. Alles wat wordt gebruikt, wordt gerecycled op basis van circulaire economie/ Cradle2Cradle- concept. Zeist wordt een “waste free community”. Er wordt gewerkt aan een goed georganiseerde lokale voedselketen. Daarin speelt ook stadslandbouw een zichtbare rol en hebben meer lokale producten een plek in lokale supermarkten en kantines. Levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie: een met groen dooraderd Zeist. Herstel van de ecologische relaties en het versterken van de waarden van natuur, landschap en (groene) cultuurhistorie. Blijven genieten van wat in het verleden tot stand is gebracht; Groen blijft ook in de toekomst de factor die de identiteit, het imago en de aantrekkelijke vestigingsfactor vormt. Groen is de inspirerende motor voor verdere ontwikkeling, waarbij groen en stedelijke functies elkaar versterken. Het groen (en vooral de cultuurhistorische parels) zijn van hoge kwaliteit. De kwaliteit en kwantiteit van het water is uitstekend. Het natuurlijke watersysteem is zo ingericht, dat de kweldruk toeneemt en kenmerkende natuurwaarden op de overgang van Heuvelrug naar Kromme Rijngebied weer tot uitdrukking kunnen komen. Dat garandeert ook voldoende grondwater als drinkwater voor de toekomst.
Gezonde leefomgeving en kwaliteit van leven: een goede lucht- en waterkwaliteit, minder geluidshinder en een duurzame voedselvoorziening. In Zeist kun je gezond en aangenaam leven. Er is een zó prettige woonomgeving, dat elke dag het gevoel heerst op vakantie te zijn in Zeist. Mensen wonen waar ze werken en werken waar ze wonen. Het is in Zeist een feest om op de fiets te stappen. Een goede bodem- en waterkwaliteit en het vóórkomen van milieu-onveilige situaties zijn vanzelfsprekend. Betekenis voor het planvoornemen De duurzaamheidsambitie voor sportpark Blikkenburg is langs de vier pijlers van de Brede milieuvisie uitgewerkt. In paragraaf 4.13 wordt hier uitgebreid op ingegaan. 3.3.3
Welstandsnota
Sportpark Blikkenburg Pagina 54 van 111
In 2010 is de Welstandsnota van de gemeente Zeist vastgesteld. De welstandsnota dient als toetsingskader voor het verlenen van vergunningen voor bouwen. Sportvelden en de bijbehorende bebouwing valt in de Welstandsnota onder het object 'recreatieve bebouwing'. Voor recreatieve bebouwing zijn de volgende objectgerichte criteria opgenomen: de bebouwing mag geen afbreuk doen aan het landelijk karakter van de omgeving; de bebouwing is vrijstaand; de bouwwerken hebben een gevarieerde plaatsing op de kavels; gevels hebben een samenhangende en evenwichtige opbouw; detailleringen worden terughoudend en sober uitgevoerd; het materiaalgebruik bestaat in hoofdzaak uit natuurlijke materialen waarbij het gebruik van hout de voorkeur geniet; het kleurgebruik is ingetogen: grijs, beige, groen, bruin, donkerrood, e.d. In de welstandsnota zijn daarnaast ook gebiedsgerichte criteria opgenomen. Het plangebied is onderdeel van deelgebied 'Stichtse Lustwarande', een landgoederenzone. In dit deelgebied is de bestaande en groene omgeving het kwalitatieve referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering dient te passen binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en de detaillering en het kleur- en materiaalgebruik.
Betekenis voor het planvoornemen Ten behoeve van de herinrichting van het sportpark worden de bestaande clubgebouwen gesloopt er wordt er een nieuw clubgebouw, midden op het terrein, gerealiseerd. Het nieuwe clubgebouw is vanaf de weg gezien verscholen achter hoge bosschages. De verplaatsing heeft dan ook geen invloed op de waardevolle structuren en lanen. Het gebouw wordt verder uitgewerkt met in acht neming van alle welstandscriteria. Bij vergunningverlening van FZO Patria heeft de CRK opgemerkt dat het wenselijk is dat de verschillende clubgebouwen 'familie' van elkaar zijn. Dit streven wordt onderschreven. In de fase van vergunningverlening wordt hier verder invulling aan gegeven 3.3.4
Groenstructuurplan
Het groenstructuurplan Groen (voor) Zeist schetst de hoofdlijnen van het beleid voor het openbaar groen binnen de bebouwde kom van de kernen van Zeist. De gemeente zet in op het veiligstellen, koesteren en versterken van het groene karakter van Zeist, dat bestaat uit een rijkdom van samenstellende, kenmerkende groene structuren. Betekenis planvoornemen Het plangebied is gelegen in de aanduiding 'Sport', omringd door 'Cultuurhistorisch lanenpatroon'. De gemeente wil inzetten op het netwerk van deze lanen, als dragers van de groenstructuur en als beeldkenmerk van Zeist. Aanvullend daarop is de collage van groene karakters van de buurten van Zeist, die vervlochten zijn met de stedenbouwkundige karakteristieken, kenmerkend voor Zeist. Dit moet gekoesterd worden en zichtbaar worden.
Sportpark Blikkenburg Pagina 55 van 111
heeft verwijderd:
Figuur 3.2 Groenstructuur Zeist Het Slot (inclusief Beek en Royen/Zeisterbosch) is het meest tot de verbeelding sprekende onderdeel van het groene cultuurhistorische raamwerk. Het plangebied valt daarbij onder 'structuur' (attentiegebied)' en deels onder 'beschermd dorpsgezicht'. De gemeente Zeist wil het cultuurhistorisch erfgoed bewaren en zichtbaar maken. De genoemde maatregelen hebben betrekking op de lanen rondom het slotcomplex. Het sportveld zelf blijft buiten beschouwing.
heeft verwijderd:
Figuur 3.3 Monumentale structuur Zeist In het groenstructuurplan wordt in deel III per buurt een omschrijving gegeven. Het plangebied valt onder de 'buurt' 'Sportcomplexen'. Het plangebied ligt in het zogenoemde 'Leijst van Seijst': de rechthoekige, barokke structuur die het Slot als het ware inkadert. Probleem bij de sportcomplexen is de regulering van parkeren. Vooral bij evenementen en wedstrijden wordt er veel wild geparkeerd in de bermen. Gezocht moet worden naar een goede fysieke oplossing voor dit probleem.
Sportpark Blikkenburg Pagina 56 van 111
Eigenlijk is er van alle zijden sprake van een zichtlocatie. Deze valt in het geval van het Slotcomplex samen met de groene afscherming/inpassing. Speciaal aandachtspunt is de entree aan de Hernhuttersingel. Hier is nog winst te behalen. In paragraaf 4.3 is nader toegelicht hoe rekening is gehouden met bestaande (monumentale) structuren, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 3.3.5
Sport en beweegvisie
In de sport- en beweegvisie Zeist 2015-2020 is het belang van sport en bewegen in Zeist benadrukt en zijn diverse ambities uitgesproken: Sport als nummer 1 vrijetijdsbesteding in Zeist In Zeist stimuleren wij elkaar om mee te doen In Zeist kun je overal sporten of bewegen We werken in Zeist zoveel mogelijk samen Voldoende en kwalitatief goede binnen en buitensportaccommodaties en een sportief ingerichte buitenruimte vormen een voorwaarde om te kunnen sporten. De gemeente streeft naar upgrading en optimalisatie van de huidige binnen- en buitensportaccommodaties en zoveel mogelijk multifunctioneel gebruik van deze accommodaties. Het speerpunt is o.a. om de accommodaties meer en beter te benutten, aansluitend op de behoefte. Het moet gaan om duurzame accommodaties en het clusteren van zoveel mogelijk voorzieningen. Betekenis voor het planvoornemen Om de speerpunten met betrekking tot buitenaccommodaties de komende jaren handen en voeten te geven is het integrale masterplan opgesteld. De herinrichting en clustering van het sportpark Blikkenburg is onderdeel van dit masterplan. 3.3.6
Masterplan buitensportaccommodaties
Op 7 november 2017 is het masterplan buitensportaccommodaties vastgesteld door de gemeenteraad van Zeist. Dit is één plan dat betrekking heeft op alle buitensportaccommodaties in Zeist. Het plan heeft een breed draagvlak in de samenleving en biedt structurele en duurzame oplossingen voor de knelpunten waarmee de Zeister buitensportverenigingen al jaren worstelen. Voor sportpark Blikkenburg wordt ingezet op 'behouden en intensiveren'. Er zijn diverse argumenten aan te dragen die deze richting onderschrijven. Gezien de centrale en prettig ervaren locatie enerzijds en de bestaande capaciteitsknelpunten anderzijds (sommige verenigingen hebben een tekort, andere een overschot), ligt een verdere intensivering en ontwikkeling van het sportgebruik op Blikkenburg voor de hand. Ook de structuurvisie van de gemeente stelt dat de sportvelden die achter het Slot gesitueerd zijn, zich op een belangrijke plek bevinden die vanuit alle wijken van Zeist goed bereikbaar zijn. Tenslotte kan worden geconstateerd dat er zich al een breed scala aan sporten én sportverenigingen bevindt en daar recent ook nog het succesvolle Z-battle initiatief 'Blik & Burgers' aan is toegevoegd. Het opheffen van het sportpark zou tot (grote) kapitaalvernietiging ten aanzien van de reeds aanwezige voorzieningen leiden.
Ook dient rekening te worden gehouden met het feit dat Blikkenburg geen 'eigendom' van de gemeente is, maar de gemeente deze gronden pacht. Blikkenburg maakt onderdeel uit van het gebied waarvoor de gemeente in samenwerking met de Evangelische Broeder Gemeente (EBG) tot visieontwikkeling wil komen. Bij eventuele leegroostering van het sportpark ontstaan voor de gemeente dus niet zonder meer mogelijkheden voor herontwikkeling. Het toekomstbeeld voor Blikkenburg is om door behoud en herinrichting van sportpark Blikkenburg te komen tot een multifunctioneel inzetbaar sportpark dat de potentie biedt voor een succesvolle combinatie van 'sporten, leven, leren, recreëren, werken'. Door herinrichting van grondgebruik en ruimtegebruik kan de benutting van het gebied efficiënter en duurzamer worden. Bij ontwikkelingen ten aanzien van beheer wordt nadrukkelijk gestreefd naar meer samenwerking en het inrichten van sportparkmanagement. Het doel is om de opstallen door meer verenigingen samen te laten gebruiken en delen. Specifiek wordt genoemd dat bewust is gekozen FZO en ZSC Patria samen in één gebouw te gaan huisvesten. Betekenis voor het planvoornemen
Sportpark Blikkenburg Pagina 57 van 111
Met voorliggend bestemmingsplan wordt de intensivering en herinrichting van het westelijk deel van het sportpark Blikkenburg planologisch mogelijk gemaakt. Het masterplan heeft de leidraad gevormd voor de programmering, herverdeling van sportverenigingen en de aanvullende recreatie en maatschappelijke activiteiten.
Sportpark Blikkenburg Pagina 58 van 111
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten
In dit hoofdstuk worden de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten.
4.1
Ecologie
4.1.1
Wettelijk kader
Projecten of handelingen dienen te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: Wet natuurbescherming: 1. Natura 2000-gebieden 2. Soorten 3. Houtopstanden Natuurnetwerk Nederland (NNN) Andere provinciaal beschermde gebieden buiten het NNN Gemeentelijk beleid Wet natuurbescherming Met de Wet natuurbescherming bepalen sinds 1 januari 2017 de provincies wat wel en niet toegestaan is binnen de natuur in hun gebied. De provincies zijn het bevoegd gezag voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde plantenen diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.
Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen, geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000- gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten. 4.1.2
Effecten planvoornemen
Sportpark Blikkenburg Pagina 59 van 111
Door Ecoresult is in januari 2019 een ecologische quickscan uitgevoerd voor het sportpark Blikkenburg. Hierbij is gekeken naar beschermde soorten en beschermde gebieden. Vervolgens is in 2019 een aanvullend vleermuizenonderzoek uitgevoerd door Habitus. Door Sweco is aanvullend in maart 2021 een oplegnotitie geschreven om de effecten van de nieuwe lichtinstallatie van de sportvelden Jonathan te toetsen. Ook is in mei 2023 een stikstofonderzoek uitgevoerd (Bijlage 4). Tot slot heeft Sweco in 2021 een nieuwe effectbeoordeling beschermde soorten uitgevoerd op basis van de voornoemde rapportages (Bijlage 3). In dit laatste rapport is ingezoomd op de concrete ontwikkelingen binnen het sportpark: de realisatie van twee parkeerplaatsen, de realisatie van het nieuwe paviljoen, de aanleg van nieuwe korfbalvelden en het aanpassen van de lichtinstallaties. Hieronder worden de resultaten en conclusies van de rapportages samengevat.
heeft verwijderd: 2021 heeft verwijderd: 3 heeft verwijderd: 2
Beschermde gebieden Natura 2000-gebied De Oostelijke Vechtplassen is het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Het gebied bevindt zich op ruim 11,6 km afstand ten noordwesten van het plangebied. Negatieve effecten (emissie, geluid, trilling of verlichting) op Natura 2000 – gebieden zijn volgens de ecologische quickscan van Ecoresult (2019) uit te sluiten op basis van de afstand van deze gebieden tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden.
heeft verwijderd:
Figuur 4.1 Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Ter aanvulling is een stikstofonderzoek uitgevoerd om de effecten van het project op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura-2000-gebieden inzichtelijk te maken. Met Aerius Calculator is voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase een stikstofberekening uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het plan, zowel in de aanleg als de gebruiksfase, geen toename van de stikstofdepositie geeft hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Hiermee zijn significante effecten opstikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten ten gevolge van stikstofdepositie uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. NNN De dichtstbijzijnde onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) liggen aangrenzend aan het sportpark Blikkenburg. Dit betreffen de bossen van Schoonoord. Een klein deel van de bosrand, die tevens aangemerkt is als NNN, wordt meegenomen in voorliggend bestemmingsplan en krijgt, overeenkomstig de systematiek uit het vigerende bestemmingsplan, de bestemming 'Groen - Beeldbepalend' ter bescherming van de ecologische waarden.