CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

23RV040 Overzicht wijzigingen Regels Sportpark Blikkenburg

Raad 29 juni 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Bestemmingsplan Sportpak Blikkenburg32.139 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

heeft verwijderd:

Figuur 4.13. Uitsnede Risicokaart Transport gevaarlijke stoffen Er ligt in de directe omgeving (binnen 200 meter) van het plangebied geen hoofdvaarweg, spoorbaan of rijksweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Ook bevindt zich in of nabij het plangebied geen buistransportleiding met een PR 10 -6 contour. Inrichtingen In de nabijheid van het plangebied zijn geen EV-relevantie inrichtingen gevestigd. Anderzijds is de voorgenomen planontwikkeling geen risicovolle inrichting in het kader van de BEVI en vormt de gewenste ontwikkeling geen gevaar voor de omgeving.

4.11

Kabels en leidingen

4.11.1 Wettelijk kader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd:  gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;  aardgasleidingen afhankelijk van druk;  defensiebrandstoffen;  warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. 4.11.2 Effecten planvoornemen

Sportpark Blikkenburg Pagina 84 van 111

Uit de toelichting en verbeelding van bestemmingsplan 'Zeist Centrum e.o.' is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. Voor de verdere realisatie van het plan zal indien nodig een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.

4.12

Water

4.12.1 Wettelijk kader Op grond van artikel 3.1.6 Bro dient in de toelichting op ruimtelijke plannen, een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin staat de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan op de waterhuishouding. In die paragraaf dient uiteengezet te worden of en in welke mate het plan gevolgen heeft voor de waterhuishouding (waaronder grondwater en waterveiligheid). Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets: 'het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren (door de waterbeheerder), afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten'. In deze 'waterparagraaf' wordt verslag gedaan van het watertoetsproces. 4.12.2 Beleidsuitgangspunten Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding. Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor onderhavige ontwikkeling relevante nota's. Europa Met ingang van december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. In het kader van de Kaderrichtlijn worden kwaliteitseisen gesteld, gericht op het beschermen en verbeteren van de aquatische ecosystemen (verplichting per stroomgebied). Deze richtlijn stelt als norm dat oppervlaktewateren binnen 15 jaar na inwerkingtreding moeten voldoen aan een 'goede ecologische' toestand (GET).

Voor kunstmatige wateren, zoals de meeste stadswateren, geldt dat de oppervlaktewateren minimaal moeten voldoen aan een 'goed ecologisch potentieel' (GEP). Inmiddels zijn de GEP-normen per stroomgebied uitgewerkt. Rijk De Waterwet, die in werking is getreden in 2009, regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Op grond van deze wet moeten de provincies één of meer regionale waterplannen vaststellen die wat betreft de ruimtelijke aspecten de status van provinciale structuurvisie hebben. De Waterwet schrijft eveneens voor dat elke zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt. Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2 (NWP2) vastgesteld. Het NWP2 is opgesteld vanuit het perspectief om een nationale Omgevingsvisie te ontwikkelen richting 2018 conform de Omgevingswet in wording. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het kabinet een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.

Het beleid en de maatregelen in het nieuwe Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Provincie

Sportpark Blikkenburg Pagina 85 van 111

Het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (BWM-plan) van de provincie Utrecht legt het beleid op basis van de provinciale wettelijke taken voor bodem, water en milieu vast voor de periode 2016-2021. Het BWM-plan richt zich op vier belangrijke maatschappelijke opgaven: waterveiligheid en wateroverlast, schoon en voldoende oppervlaktewater, ondergrond e n leefkwaliteit stedelijk gebied. Vanaf 2016 is al het bodem-, water en milieubeleid in één integraal plan opgenomen. De opgaven vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van dit plan. Het plan zal straks dienen als een bouwsteen voor de Omgevingsvisie. Waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden heeft zijn digitale waterbeheerplan, getiteld 'Waterkoers 2016 - 2021', vastgesteld. Hierin legt het waterschap zijn koers voor de komende zes jaar op hoofdlijnen vast. De Waterkoers 2016 - 2021 is een omslag in denken. Het is niet meer vanzelfsprekend dat het waterschap alles wat met water te maken heeft, zelf oppakt, bepaalt of betaalt. Het motto is van 'zorgen voor' naar 'samen doen'. De waterkoers is een middel om het gesprek aan te gaan met partners in het gebied.

Het waterschap werkt samen met mede-overheden, belangen- en maatschappelijke organisaties, bedrijven en bewoners aan een veilige, gezonde en prettige leefomgeving waarin wordt geanticipeerd op veranderingen, binnen en buiten haar beheergrenzen. Gemeente Zeist De invulling rioleringszorg 2016-2021 beschrijft hoe de gemeente Zeist invulling geeft aan de regelgeving en zorgplichten voor de openbare riolering. Hierin beschrijft de gemeente de samenhang in het beleid van haar afvalwaterketen, een terugblik op de afgelopen planperiode, de bestaande situatie en haar ambities voor de toekomst. Het plan schrijft voor om huishoudelijk en bedrijfsmatig afvalwater zoveel mogelijk afzonderlijk van hemel- en grondwater in te zamelen en af te voeren naar een zuivering. Verder komen in dit plan thema's als het duurzaam omgaan met (hemel)water, klimaatverandering en doelmatigheid aan bod. De gemeente heeft tevens het document “Klimaatbestendig Zeist” opgesteld. Hierin zijn de visies en ambities met betrekking tot klimaatrobuustheid van de gemeente Zeis gedefinieerd. De vier thema's; wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid worden hierin besproken. Voor wateroverlast hebben ze de volgende toekomstvisie gedefinieerd: “We accepteren dat er tijdelijk water op straat kan staan. We voorkomen echter dat het water woningen binnenstroomt of voor verkeersopstoppingen op hoofdwegen zorgt.

Dit bereiken we door het hemelwater op te vangen daar waar het valt en vast te houden op lager gelegen locaties waar het geen hinder of overlast tot gevolg heeft.” Voor droogte is de toekomstvisie van de gemeente: “In natte periodes infiltreren we zoveel mogelijk hemelwater in de bodem en bouwen we zo een buffer op voor droge periodes. Hierdoor gaan we verdroging in de gemeente Zeist en op de Utrechtse Heuvelrug tegen. Ook kiezen we voor sterke beplanting en bomen die zijn afgestemd op de lokale omstandigheden, zoals de grondslag en de beschikbaarheid van (grond)water. Door goed onderhoud aan onze watergangen is de waterkwaliteit goed en is er geen sprake van blauwalg of botulisme.”

Sportpark Blikkenburg Pagina 86 van 111

4.12.3 Effecten planvoornemen Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is een watertoetsdocument opgesteld. Deze is als Bijlage 10 bijgevoegd. Waterkwantiteit De ontwikkeling van Blikkenburg is in twee fasen op te delen:  Fase 1 betreft de sloop van enkele gebouwen langs het Filosofenlaantje en het verwijderen van de verharde softbalvelden. In deze fase worden twee nieuwe kunstgrasvelden van Jonathan (semi verhard) en verharding rondom de nieuwe velden van Jonathan aangelegd. Dit leidt tot een netto toename van 484 m 2 verhard oppervlak;  In fase 2 worden het skateplein, verharding en pand bij de Kynologen, het paviljoen Blik & Burgers / SIVZ en de verharding rondom Blik & Burgers verwijderd. Nieuw gebouwd worden onder andere de skatebaan, fietsenstalling, kunstgrasvelden, verharding rondom kunstgrasvelden, het nieuwe paviljoen en de parkeerterreinen (bij Kynologen en in het zuidelijk deel van het plangebied). Dit leidt tot een netto toename van verhard oppervlak van 3.982 m2. De toekomstige parkeerplaatsen bestaan uit grasbetontegels. Daarom worden de parkeerplekken gezien als onverhard. Echter bestaat de grond uit kleiig materiaal waardoor er een risico is op het dichtslippen van de tegels. Daarom zal het nodig zijn om een grondverbetering uit te voeren onder de parkeerplaatsen. Als hieraan voldaan wordt, zal een bui van 45 mm niet voor wateroverlast zorgen.

In totaal is sprake van een toename van verhard oppervlak van 4.466 m2. Conform de Keur van het waterschap moeten bergingsvoorzieningen aangelegd worden ter compensatie van een versnelde afvoer door toekomstige verhardingen. Dit kan op twee manieren gecompenseerd worden: 1. Aanleg van wadi's: twee gebieden zijn aangewezen voor de aanleg van wadi's. Deze hebben een gezamenlijk oppervlak van 1.400 m 2 + 650 m2 = 2.050 m2. Hier moet echter rekening gehouden worden dat dit niet het effectieve oppervlakte bedraagt gezien het talud dat toegepast wordt bij wadi's. Rekening houdend met het talud is de effectieve bergingsoppervlakte (2/3 van totale oppervlak) 1.353 m 2; 2. Uitbreiding oppervlaktewater: de sloot in de zuid- en oostzijde is aangewezen als mogelijke uitbreidingslocatie voor het creëren van extra oppervlaktewater. Deze sloot heeft een lengte van 550 meter. Ad 1: de GHG bevindt zich dicht onder het maaiveld (20 – 100 cm onder mv). Daarom zijn de wadi's voorzien op locaties waar de GHG laag genoeg gesitueerd is. Daarnaast wordt het terrein opgehoogd en zullen de wadi's een (maximale) diepte van 30 cm hebben. Omdat de bodem bestaat uit zware klei, zullen de wadi's zonder bodemverbetering onvoldoende infiltratiecapaciteit hebben.

Toepassing van bodemverbetering en drainage is noodzakelijk:  oppervlak waarvoor gecompenseerd moet worden: 4.466 m2;  versneld volume bij een bui van 45 mm: 4.466m 2 * 0,045 m = 200 m3;  bergingscapaciteit wadi's: 1.353 m 2 * 0,3 m = 400 m3. Ad 2: bij het vergroten van het oppervlaktewater geldt dat voor de totale hoeveelheid nieuwe verharding minimaal 10% oppervlaktewater aangelegd moet worden. Hieruit volgt de volgende rekensom:  oppervlak waarvoor gecompenseerd moet worden: 4.466 m 2  totaal aan te leggen open water: 9.500 m 2 * 10% = 447 m2  lengte te verbreden sloten: 550 m  lengte waarmee de sloten verbreed moeten worden: 550 m * 447 m -2 = 1.25 m  benodigde verbreding voor oplossen waterbergingsopgave: 1.25 * 2 = 2,50 meter  de optie om natuurvriendelijke oevers aan te leggen, vereist een bredere oever met een talud van minimaal 1:3. Echter is een talud van 1:5 normaliter het uitgangspunt bij het ontwerp van een natuurvriendelijke oevers.

Sportpark Blikkenburg Pagina 87 van 111

heeft verwijderd: 9

Beide opties zijn losstaand van elkaar voldoende om het versnelde afvoer te compenseren. Een combinatie van wadi's en het verbreden van de sloten is tevens een optie. Sloten behoeven dan minder breed te worden en wadi's minder diep. In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van waterberging (zie lid 5.3.3), zodat waterberging hiermee geborgd is, welke optie uiteindelijk dan ook gekozen wordt. De voorwaardelijke verplichting luidt: "Ingebruikname van parkeren, sportvelden, gebouwen en bouwwerken als bedoeld in artikel 5.2.1 is slechts toegestaan als in het plangebied is voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 45 liter per vierkante meter bebouwd oppervlak, die na 24 uur na een bui weer voor 90% beschikbaar is."

heeft verwijderd:

Figuur 4.14 compensatiemogelijkheden voor versnelde afvoer (wadi's en verbreden sloten) Waterkwaliteit Het is van belang zo min mogelijk vervuilende stoffen toe te voegen aan het grond- en oppervlaktewatersysteem. Het plangebied is gelegen naast “grondwater gevoelige natuurgebieden”. Daarom is het van belang extra aandacht te geven aan het water dat wordt geloosd op het oppervlaktewater of dat wordt geïnfiltreerd via wadi's. Door onderzoeksbureau Grondslag is in 2021 een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierin wordt geconcludeerd dat het gebied ten noorden van de schaatsbaan verontreinigd is. In het gebied ten zuiden daarvan zijn maximaal lichte verhogingen aan zware metalen en PAK aangetroffen. Op dit moment infiltreert al het hemelwater door deze ondergrond. Het aanleggen van wadi's in het zuiden van het plangebied zal daarom geen verslechtering van de waterkwaliteit opleveren. Daarnaast hebben wadi's zonder bodem verbetering onvoldoende infiltratiecapaciteit. Door het aanleggen van de bodemverbetering zal water niet direct in de verontreinigde bodem infiltreren. Daarom worden geen negatieve effecten voor het milieu ten opzichte van de huidige situatie voorzien. Bij eventueel benodigde bronbemaling voor de realisatie van het paviljoen, zal met het waterschap overlegd worden welke maatregelen nodig zijn zodat de grondwater-kwaliteit niet in het geding komt.

Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met de kwantiteit aan water dat onttrokken wordt. De kunstgrasvelden kunnen mogelijk schadelijk zijn voor het milieu door het gebruik van kunstgraskorrels. In de korfbalkunstgrasvelden wordt zand ingestrooid. Daarom zullen er geen maatregelen nodig zijn om kunstgraskorrels op te vangen. Om negatieve milieu effecten van de voetbalkunstgrasvelden te voorkomen worden de onderstaande maatregelen genomen:  om het risico op ecologische schade te beperken worden TPE (thermoplastische elastomeer) kunstgraskorrels gebruikt. In tegenstelling tot rubbergranulaat, gemaakt van

Sportpark Blikkenburg Pagina 88 van 111

  

oude autobanden, bevatten deze korrels geen uitlogende stoffen zoals zink. kantplanken worden aangelegd om te voorkomen dat kunstgraskorrels vrijkomen in het milieu; bij de ingang van de kunstgrasvelden worden poorten met schoonlooproosters aangelegd om te voorkomen dat kunstgraskorrels vrijkomen in het milieu; Al het afstromend water van de kunstgrasvelden wordt opgevangen en gefilterd middels een filtersok die periodiek geleegd wordt.

Hemelwater wordt in het plangebied geborgen. Afvalwater van de sanitaire voorzieningen zullen worden aangesloten op een gemeentelijk rioolstel. De exacte invulling van de toekomstige aansluiting met het bestaand riool is nog niet bekend. Nader onderzoek betreffende de benodigde capaciteit en ligging van de aansluiting is voorzien in een later stadium van het ontwikkelplan.

4.13

Duurzaamheid

4.13.1 Wettelijk kader De gemeentelijke ambities omtrent duurzaamheid staan beschreven in de Brede Milieuvisie. De inhoud van deze visie is beschreven in paragraaf 3.3.2. De herinrichting van het sportpark Blikkenburg is langs de vier pijlers van de milieuvisie ontworpen. Hieronder wordt ingegaan op de pijlers 'Klimaat en energie' en 'Circulariteit' een toelichting gegeven. 4.13.2 Effecten planvoornemen Per pijler worden uitgangspunten en ontwerpprincipes gedefinieerd en concreet gemaakt aan de hand van ‘maatregelen’. Tijdens het verdere ontwerpproces worden definitieve keuzes gemaakt in de maatregelen. Klimaat en energie De uitgangspunten zijn:  het bieden van duurzame oplossingen: 1. Duurzame mobiliteit (fietsen bevorderen en voldoende fietsenstallingen, autogebruik ontmoedigen) 2. Gebiedslabel A of B van NL Greenlabel  gebruik van duurzame materialen op het sportpark en in het paviljoen;  duurzaam energiegebruik: 1. energiezuinige inrichting paviljoen en sport; 2. energieneutraal gebouw: 0 op de meter voor het gebouw;  het maximaal benutten van de mogelijkheden voor multifunctionaliteit in het paviljoen en de buitenruimten (delen van ruimtes e.d.): 1. samenwerken en partnership stimuleren, op (beheer van) velden maar ook in accommodaties (samen kleedkamers/kantine delen); 2. commerciële functies, mits sport gerelateerd, kunnen onderdeel zijn van een cluster.

De ontwerpprincipes die hierbij horen, zijn ontwerpen met schaduw (bomen) en verkoeling (wind) op het terrein. Verkoeling op de kunstgrasvelden creëren (wind en schaduw) en de positionering van het gebouw ten opzichte van de zon. De maatregelen die hierbij horen zijn:  water opvangen in wadi’s, greppels of sloten op het sportcomplex (flexibel waterpeil);  ontwerpen met schaduw (bomen) en verkoeling (wind) op het terrein;  waterbuffering en opvang in onderbouw van kunstgrasvelden (kratten, lava, enz.);  verkoeling op de kunstgrasvelden creëren (wind en schaduw);  zo min mogelijk gesloten verharding toepassen;  parkeren op open verharding (infiltratie water);  LEDverlichting velden met app voor aan/uitschakelen;  zonwering aan de zonnige kant geïntegreerd in gebouw;  cradle-to-cradle gebouw;  groene daken / zonnepanelen;  opvangen van regenwater en gebruiken in gebouw (toiletten);

Sportpark Blikkenburg Pagina 89 van 111

 teamlockers zodat je met minder ruimte uit kan;  beperkt aantal douches met spaarknoppen;  LED-binnen verlichting met bewegingssensoren;  verwarming met tijdklokken;  wastafels, douches en toiletten met waterbesparing;  warmwater via warmtepomp;  bidonvullers aan de buitenzijde. Circulaire economie De uitgangspunten zijn:  tijdens realisatie hergebruik van materialen: 1. materialen die vrijkomen in het gebied (puin en hout) hergebruiken; 2. werken met een gesloten grondbalans;  een totaal circulair kunstgrasveld(en) aanleggen  het paviljoen volledig circulair bouwen (met een materialenpaspoort)  tijdens exploitatie: 1. groente/kruiden verbouwen bij paviljoen; 2. gebruik lokaal voedsel in de kantine en Blik & Burgers. Het ontwerpprincipe gaat uit van houtbouw. De maatregelen die hierbij horen zijn:  hergebruik van grond in grondwallen (tribunes), ophogen terrein bestaand maaiveld;  hergebruik van half verharding in cunetten;  TPE/kurk/geo infill in de kunstgrasvelden;  gerecyclede kantplanten (hergebruik van oude kunstgrasmatten) die de korrels binnen het veld houden en schoonlooproosters bij alle ingangen tot de kunstgrasvelden;  bio-maxx als infill, biologische afbreekbaar infill en (kunst)gras;  circulaire materialen gebruiken;  houtbouw.

4.14

Gezondheid

4.14.1 Wettelijk kader De gemeentelijke ambities omtrent gezondheid staan bechreven in de Brede Milieuvisie. De inhoud van deze visie is beschreven in paragraaf 3.3.2. De herinrichting van het sportpark Blikkenburg is langs de vier pijlers van de milieuvisie ontworpen. Hieronder wordt ingegaan op de pijler 'Gezonde leefomgeving en kwaliteit van leven'. 4.14.2 Effecten planvoornemen De uitgangspunten voor het ontwerp van een gezonde leefomgeving op het Sportpark zijn als volgt:  Openbaar toegankelijk sportpark: 1. op elke locatie een diversiteit aan sporten; 2. combinatie van binnen- en buitensport op een cluster dient mogelijk te zijn; 3. er dient ruimte te zijn voor “ongeorganiseerde” sporten.  Sportpark ook ontmoetingsplek voor de buurt: Clusteren moet ertoe leiden dat accommodaties voor meer doeleinden worden gebruikt dan alleen sport, zoals dagbesteding, bso’s, revalidatie, koppelingen met onderwijs, zorg, welzijn etc. De ontwerpprincipes die hierbij zijn gehanteerd, zijn openbare wandelroutes over het sportpark en de Blikkenburgervaart en historie weer beleefbaar maken en gebruiken.

Hiervoor worden de volgende maatregelen worden toegepast:  het bieden van speelgelegenheid voor jonge en oudere kinderen;  op sportpark en omgeving beweegroutes uitzetten: trimparcours, aangeduide hardlooproutes;  bootcamps op het sportpark en in de omgeving;  gerecyclede kantplanten (hergebruik van oude kunstgrasmatten) die de korrels binnen het veld houden en schoonlooproosters bij alle ingangen tot de kunstgrasvelden;  evenementen organiseren voor de buurt zoals een familie sportdag;

Sportpark Blikkenburg Pagina 90 van 111

   

multifunctioneel gebruik sportvelden, kunstgras voor meerdere sporten en gebruikers; informatie over cultuurhistorie en natuur omgeving (samenwerking met Utrechts landschap); speeltuin koppelen aan gebouw; gezond eten in horeca en kantines verenigingen.

4.15

M.e.r.-beoordeling

4.15.1 Wettelijk kader In de Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat op basis van selectiecriteria vastgesteld dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben of niet. Onderdeel D van de bijlage bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Voor elke activiteit die genoemd wordt in kolom 1 van onderdeel D van het Besluit m.e.r. moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Voor activiteiten die onder de drempelwaarde zoals genoemd in kolom 2 van onderdeel D vallen, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze motivering dient qua inhoud aan te sluiten bij de m.e.r.-beoordeling, maar heeft geen vormvereisten. Voorliggend initiatief kan gezien worden als 'stedelijk ontwikkelingsproject' (D 11.2). De gewenste ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde van 100 hectare, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. In een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient aandacht te worden besteed aan drie criteria die zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Dit zijn achtereenvolgens de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect.

4.15.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft aan of voor een project een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht van toepassing is. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de C-lijst van het Besluit m.e.r., geldt de zogenoemde m.e.r.plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor de activiteiten die zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt de zogenoemde m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor deze activiteiten geldt dat zij, afhankelijk van de omstandigheden, nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Het voornemen voor de herinrichting van het sportpark betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit is opgenomen als activiteit in de D-lijst onder categorie D11.2. Het Besluit m.e.r. geeft onder 'gevallen' per activiteit aan wat de relevante (indicatieve) drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Met de (her)ontwikkeling van sportpark Blikkenburg worden de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet overschreden (oppervlakte is minder 100 hectare, het betreft geen woningbouw en het bedrijfsvloeroppervlak is kleiner dan 200.000 m2).

Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als is vastgesteld dat belangrijk nadelige gevolgen zijn uitgesloten, geldt voor de activiteit geen m.e.r.- plicht. Te volgen procedure

Sportpark Blikkenburg Pagina 91 van 111

In deze paragraaf is de informatie opgenomen die nodig is om te beoordelen of een m.e.r. nodig is. Op basis van deze informatie neemt het bevoegd gezag een beslissing of voor deze activiteit, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij… Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r.-(beoordeling) nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke 'belangrijke nadelige gevolgen' voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Het bevoegd gezag neemt in ieder geval voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan het m.e.r.-beoordelingsbesluit. Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan. Kenmerken van de activiteit Het voornemen betreft de herinrichting van het sportpark Blikkenburg tot een multifunctioneel inzetbaar sportpark voor sporten, leven, leren, recreëren en werken. De bestaande voetbalvereniging ZSC Patria en honkbalvereniging HSV Phoenix worden elders gehuisvest en bieden op deze manier ruimte voor de huisvesting van voetbalvereniging Jonathan en korfbalvereniging RDZ. De overige verenigingen, inclusief de hondenvereniging, blijven gehandhaafd.

Voor de verenigingen worden onder andere nieuwe natuur- en kunstgrasvelden aangelegd. De bestaande clubgebouwen zijn voor een groot deel reeds gesloopt of worden op korte termijn gesloopt. Alle club- en kleedkameraccommodaties van de verenigingen worden centraal geclusterd in één paviljoen van circa 900 m 2 van één laag. In dit paviljoen komt ook het restaurant Blik & Burgers terug en zal opslag van de school Schoonoord ondergebracht worden. In het zuidelijk deel van Blikkenburg wordt een nieuw parkeerterrein gerealiseerd voor circa 60 parkeerplaatsen. Om de voorgenomen ontwikkelingen op het sportpark Blikkenburg mogelijk te maken, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld. Het bezoekersaantal en daarmee de potentiële verkeersaantrekkende werking zal gelijk blijven met die van het huidige sportpark. Het totale oppervlak bebouwd gebied neemt met circa 455 m 2 toe (gesloopte bebouwing versus het nieuw te bouwen paviljoen).

Plaats van de activiteit Sportpark Blikkenburg ligt in het zuiden van Zeist, in de kernrandzone rondom de kern van Zeist. De locatie van het nieuwe paviljoen ligt op korte afstand (circa 55 meter) vanaf Natuurnetwerk Nederland. Dit betreft de bomenrij aan de oostzijde van het plangebied. De nieuwe parkeerplaats komt tegen Natuurnetwerk Nederland te liggen aan de zuidzijde van het plangebied. De dichtstbijzijnde bebouwing grenst aan de noordzijde van het plangebied, aan de overzijde van de Blikkenburger Vaart. Dit betreffen de woningen aan De Brouwerij. Grootschalige woonbebouwing ligt op 250 meter noordoostelijk (Zinzendorflaan) en 550 meter westelijk (Waterigeweg). Aan de noordzijde wordt de plek van de parkeerplaats bij de kynologenclub en het nieuwe paviljoen omgeven door sportvelden. Ten zuiden van de Blikkenburgerlaan liggen agrarische gronden die onderdeel uit maken van de 'Groene contour'.

Sportpark Blikkenburg Pagina 92 van 111

heeft verwijderd:

Figuur 4.12: Relatieve ligging paviljoen en parkeerplaats ten opzichte van NNN

Kenmerken van het potentiële effect Als gevolg van de nieuwbouw van het paviljoen en de aanleg van de parkeerplaatsen treden geen belangrijk nadelige effecten op omliggende natuurgebieden en woonwijken. Met de ontwikkeling worden er geen overtredingen begaan in het kader van de flora- en faunawetgeving. Omdat geen verandering optreedt in het aantal verkeersbewegingen, leidt de ontwikkeling niet tot extra luchtvervuiling en geluidsoverlast voor omwonenden. Bedrijven worden in milieutechnische zin niet extra belemmerd. Ook leidt het voornemen niet tot veiligheidsrisico's. In voorliggend bestemmingsplan zijn de diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. Conclusie Het plan ligt niet in kwetsbaar gebied. Er treden geen nadelige milieugevolgen op voor de omgeving. Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten. Nader onderzoek in een MER is dan ook niet noodzakelijk.

Sportpark Blikkenburg Pagina 93 van 111

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

5.1

Inleiding

In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied opgenomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied op hoofdlijnen door de gronden te voorzien van een bestemming. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de planregels. In dit hoofdstuk wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn opgezet conform de Wro en het Bro. Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (hierna: SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. Voor de regels is aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan 'Zeist Centrum e.o.'. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding krijgen alle gronden binnen het plangebied een bestemming. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen zijn terug te vinden in de regels.

Een gedeelte van de informatie op de verbeelding heeft geen juridisch betekenis, maar is slechts opgenomen om de leesbaarheid van en oriëntatie op de verbeelding te vergroten, zoals een kadastrale/BGT ondergrond. Alle letters, aanduidingen en lijnen worden verklaard in de legenda op de verbeelding. De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouw- en gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan 'Sportpark Blikkenburg' zijn opgebouwd conform de door de SVBP 2012 voorgeschreven systematiek en omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels de overgangs- en slotregels.

5.2

Inleidende regels

De inleidende regels bestaan uit de volgende artikelen. 5.2.1

Begrippen

In de begripsregels worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsregels worden opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.

Sportpark Blikkenburg Pagina 94 van 111

5.2.2

Wijze van meten

Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de 'wijze van meten' uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte e.d. van gronden en bouwwerken wordt gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Ook voor de 'wijze van meten' worden in de SVBP 2012 richtlijnen gegeven.

5.3

Bestemmingsregels

5.3.1

Opbouw bestemmingen

De gronden van het gehele plangebied hebben een positieve bestemming. Een positieve bestemming betekent dat het gebruik van de gronden voor de verschillende bestemmingen direct mogelijk is. Bovendien betekent het dat oprichting van gebouwen direct mogelijk is nadat burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning hebben verleend, welke dient te voldoen aan onder meer de regels van het bestemmingsplan, het Bouwbesluit en de Bouwverordening. De opbouw van de bestemmingen ziet er in beginsel als volgt uit:  Bestemmingsomschrijving;  Bouwregels;  Nadere eisen;  Afwijken van de bouwregels;  Specifieke gebruiksregels;  Afwijken van de gebruiksregels;  Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden;  Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk;  Wijzigingsbevoegdheid. 5.3.2

Bestemmingen

Bedrijf De bestemming 'Bedrijf' is gebruikt voor de bestaande nutsvoorziening binnen het plangebied. De nutsvoorziening is ook aangewezen met een functieaanduiding. Sport De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bedoeld voor sport en recreatie met de daarbij behorende voorzieningen. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het bouwvlak mag worden bebouwd tot maximaal 1.200 m 2. De maximale goothoogte is 4,5 m en de maximale bouwhoogte is 7 meter. Van deze 1.200 m 2 mag maximaal 275 m2 (bruto inpandig vloeroppervlakte) gebruikt worden voor horeca. Binnen deze horeca ligt het accent op het verstrekken van lunches, snacks en diners. Feesten en partijen, die niet gerelateerd zijn aan de sport en recreatieactiviteiten die primair plaatsvinden op het sportpark en die pas starten of voortduren (tot) in de (late) avonduren, zijn nadrukkelijk uitgesloten. Groen - Beeldbepalend De bestemming is gebruikt voor de groene randen van het plangebied met belangrijke cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarden. Op sommige plekken is het noodzakelijk om een klein deel van een voet- of fietspad binnen deze bestemming aan te leggen, zodat bezoekers van buiten het terrein het sportpark op kunnen komen of zich binnen het sportpark kunnen verplaatsen.

Het is niet toegestaan een strook van deze bestemming in te richten als voet- of fietspad, zodat er feitelijk geen ruimte meer voor groen over blijft. De gronden zijn daarom slechts bestemd voor kruisende ontsluitingen en entrees. Water

Sportpark Blikkenburg Pagina 95 van 111

heeft verwijderd: netto heeft verwijderd: van categorie 1. heeft verwijderd: horecacategorie

De bestemming water is gebruikt voor de watergangen rondom het plangebied. In de bestemming “Water” is het toegestaan om bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals bruggen, steigers, duikers en beschoeiingen van maximaal 4 m hoogte te realiseren. Waarde - Cultuurhistorie - 1 De voor 'Waarde - Cultuurhistorie - 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding van de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende ruimtelijke structuur en stedenbouwkundige kwaliteit van de beschermde stads- en dorpsgezichten 'Slot Zeist e.o.'. Het is verboden om zonder afwijking bij een omgevingsvergunning te bouwen of laten bouwen op de gronden. Waarde - Cultuurhistorie - 2 De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 2' aangewezen gronden zijn bedoeld voor de instandhouding van de gemeentelijke monumentale laanstructuren rondom het Slot. Het bouwen van bouwwerken is vergunningplichtig. Bij een vergunningaanvraag moet aangetoond worden dat de herkenbaarheid van de laanstructuur van Slot Zeist niet wordt aangetast.

5.4

Algemene regels

5.4.1

Anti-dubbeltelregel

Een anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De opgenomen antidubbeltelregel is gelijkluidend aan de in het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven formulering. 5.4.2

Overige algemene regels

Voor het hele plangebied geldt een aantal algemene regels. Het gaat hier om algemene bouwen gebruiksregels, mogelijkheden om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen, en procedureregels worden behandeld.

5.5

Overgang- en slotregels

5.5.1

Overgangsregel

In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening en de Wabo, overgenomen. 5.5.2

Slotregel

Als laatste wordt de slotregel opgenomen, ook zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel geeft aan hoe het plan kan worden aangehaald.

Sportpark Blikkenburg Pagina 96 van 111

Hoofdstuk 6 Economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid

De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Wet Ruimtelijke ordening. De gemeente Zeist heeft in haar Masterplan Buitensportaccommodaties genoemd geld beschikbaar te stellen voor onder andere bovengenoemde ontwikkeling. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor onderhavig bestemmingsplan wordt de uniforme voorbereidingsprocedure gevolgd als bedoeld in hoofdstuk 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, in samenhang met het gestelde in de Wet ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties worden in kennis gesteld en krijgen de mogelijkheid om te reageren. 6.2.1

Overleg overheidsinstanties

In het kader van de overlegverplichting (artikel 3.1.1. Bro) dient een bestemmingsplan te worden voorgelegd aan betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van Provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke mogelijk in het plan in het geding zijn. Het voorontwerpbestemmingsplan is voorgelegd aan de:  Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU);  Provincie Utrecht;  Veiligheidsregio Utrecht;  Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. De adviezen die hieruit zijn voorgekomen, zijn verwerkt in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan. 6.2.2

Participatie

In aanloop naar het opstellen van onderhavig bestemmingsplan, is in het kader van het visietraject structureel overleg gevoerd met verschillende maatschappelijke instanties en omwonenden. Voor de verschillende groepen zijn informatiebijeenkomsten en veldbezoeken georganiseerd. De volgende instanties en groepen hebben deelgenomen aan het participatietraject:  Groene groepen ten behoeve van de onderdelen groen en cultuurhistorie;  Bewoners van de Brouwerij;  Bewoners van het Daniël Marotplein;  Landgoed eigenaren;  Broedergemeente Zeist (als grondeigenaar);  School Schoonoord;

Sportpark Blikkenburg Pagina 97 van 111

Alle gebruikers van het paviljoen c.q de verenigingen, inclusief vereniging Jonathan als gebruiker van aangrenzend sportpark. De vooroverleggen hebben geleid tot een ruimtelijke visie dat aan onderhavig bestemmingsplan ten grondslag gelegen heeft. Deze ruimtelijke visie is voorgelegd aan de deelnemers van het participatietraject. Tevens zijn de gesprekspartners in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van het voorontwerpbestemmingsplan. De adviezen en opmerkingen zijn afgewogen en hebben waar nodig geleid tot aanpassingen in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan. In Bijlage 11 zijn de vooroverlegreacties, de inbreng uit het participatietraject en de ambtelijke beantwoording hiervan, opgenomen. 6.2.3

heeft verwijderd: 10

Vaststellingsprocedure

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 30 september tot en met 10 november gedurende zes weken digitaal ter visie gelegen via de website www.ruimtelijkeplannen.nl en de website van gemeente Zeist. Gedurende deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan in te dienen. Dit heeft geresulteerd in vijf zienswijzen en twee reacties van wettelijk vooroverlegpartners. Een samenvatting van de zienswijzen, de beantwoording hiervan en de wijze waarop eventuele aanpassingen in onderhavig bestemmingsplan zijn doorgevoerd, is opgenomen in de Nota van zienswijzen, zie hiervoor Bijlage 12. Het bestemmingsplan is tijdens de vergadering van 22 februari 2022 door de gemeenteraad van Zeist vastgesteld. Na vaststelling van het plan, is het mogelijk om binnen zes weken na publicatie van het vaststellingsbesluit beroep in te stellen tegen het bestemmingsplan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Sportpark Blikkenburg Pagina 98 van 111

heeft verwijderd: 11

Bijlagen bij toelichting

Sportpark Blikkenburg Pagina 99 van 111

Bijlage 1

Inrichtingsplan

Sportpark Blikkenburg Pagina 100 van 111

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12866725/1