CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

04-23RV003 Bijlage 4 - Ruimtelijke onderbouwing met onderzoeken

Raad 24 januari 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen bouw woning Van Renesselaan 64A28.440 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets of effectenbeoordeling. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 3.1.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wnb worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren;

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

• lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of • onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q.

ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wnb. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig. 3.1.3 Zorgplicht Binnen de Wnb, artikel 1.11, is de algemene zorgplicht opgenomen die na streeft om het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen en indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zoveel mogelijk te beperken. Deze geldt ten alle tijden voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe omgeving en voor Natura 2000-gebieden. 3.1.4 Houtopstanden In de Wnb is ook de bescherming van houtopstanden geregeld. Dit is een implementatie van de oude Boswet die het doel had om bossen te beschermen. Dit geldt nog steeds. Het uitgangspunt is dat Er netto geen oppervlakte bos mag verdwijnen. De handhaving hiervan ligt in principe bij de provincies en in sommige gevallen bij het Ministerie van LNV, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Onder houtopstanden wordt verstaan: een zelfstandige eenheid aan bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die een oppervlakte grond beslaat vanaf 10 are of bestaat uit een bomenrij van meer dan 20 bomen. Wanneer een houtopstand gekapt wordt, of er andere maatregelen genomen worden die (eventueel indirect) tot het verminderen van het oppervlakte bos leiden geldt er een melden herplantingsplicht, tenzij: • het bomen op erven of in tuinen zijn; • het fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn; • het wilgen of populieren langs wegen of landbouwgrond zijn; • het kerstbomen (niet ouder dan 20 jaar) zijn; • het kweekgoed is;

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

• •

•

het dunnen van een houtopstand is; het uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o minimaal eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare ; o na 1 januari 2013 zijn aangelegd. het houtopstanden zijn binnen de begrenzing van een bebouwde kom.

Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar (zoels hiervoor genoemd) melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Aan de hand van een kapmelding kan de provincie ervoor kiezen om een kapverbod op te leggen (maximaal 5 jaar), ter bescherming van bijzondere natuur of landschapswaarden. Daarnaast geldt er voor kap van houtopstanden een herplantplicht: binnen 3 jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Kan deze niet worden uitgevoerd op het oorspronkelijke perceel, dan kan er compensatie plaatsvinden door de herplant te realiseren op een ander perceel. De voorwaarden hiervan verschillen per provincie. Er geldt daarentegen geen meldingsplicht of verplichting om binnen 3 jaar te herplanten als er wordt gewerkt met een goedgekeurde gedragscode waarin een werkwijze is opgenomen die waarborgt dat: • er geen afbreuk wordt gedaan aan bijzondere natuur- of landschapswaarden; • de te vellen houtopstanden geen deel uitmaken van een boskern; • herplanting op een bosbouwkundig verantwoorde wijze plaatsvindt; • de grond waarop herbeplanting plaatsvindt ten minste dezelfde kwaliteit heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond; • de grond waarop de herbeplanting plaatsvindt ten minste een gelijke oppervlakte heeft als de grond waarop de gevelde houtopstand zich bevond.

Daarnaast is er een vrijstelling van de herplantplicht mits het bijdraagt aan het halen van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden en opgelegde mitigatie of compensatie in het kader van vergunningen of ontheffingen, nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen en houtkap voor biomassaplantages.

3.2

Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Utrecht zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

HOOFDSTUK 4

WERKWIJZE In dit hoofdstuk worden de wettelijk vastgelegde beoordelingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.1

Wet Natuurbescherming

4.1.1 Natura 2000 Voor de oriëntatie in het kader van de Gebiedsbescherming is bekeken of nabijgelegen Natura 2000gebieden mogelijk significante directe en indirecte effecten ondervinden van de beoogde ingrepen. 4.1.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. Voor de totstandkoming van het advies betreffende dit onderzoek zijn de volgende stappen gezet: 1. Bureaustudie; 2. Veldbezoek; 3. Concluderende analyse. Bureaustudie De bureaustudie bestaat uit het bestuderen van (de geschiedenis van) het plangebied, bronnenonderzoek en een analyse van de flora- en faunagegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Voor verdere verkenning in het kader van de Soortenbescherming is een analyse van de bestaande flora- en faunagegevens uitgevoerd. Hierbij zijn de gegevens van beschermde soorten in een straal van 500 meter rondom het plangebied van de laatste 5 jaar opgevraagd in de NDFF. Het plangebied bestaat uit bebouwing, direct aanliggende struiken en een haag. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • Vogels; • Vleermuizen; • Grondgebonden zoogdieren; • Amfibieën.

Het onderzoeksgebied is niet onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten als reptielen, libellen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten. Veldbezoek Het veldbezoek heeft een verkennend karakter en kan daarom niet worden gezien als uitputtende soorteninventarisatie. In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 30 juni 2022 bezocht door T. Dalderup, ecoloog in dienst bij BJZ.nu, gedurende de daglichtperiode. Het plangebied is visueel en auditief onderzocht op de aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker (Vortex Crossfire HD 10x42) en een zaklamp. Tijdens het veldbezoek was het ongeveer 20 graden Celsius, vrijwel windstil en was er lichte bewolking. Het plangebied is te voet onderzocht. Daarnaast is bewijslast verzameld met fotomateriaal.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

Gedurende het veldbezoek is het volgende onderzocht: • Houtopstanden en struweel; • Bestaande bebouwing en potentiele rust- en verblijfsplaatsen; • (Mogelijke voortplantings) Wateren; • Sporen in de vorm van holen en nesten; • Sporen in de vorm van pootafdrukken, graaf-, krab- en bijtsporen; • Sporen in de vorm van fecaliën, veren/haren en prooiresten; • Overige indicaties die wijzen op de aanwezigheid van beschermde soorten. Analyse en conclusie Aan de hand van de verzamelde verspreidingsgegevens en de resultaten van het veldbezoek is beoordeeld voor welke beschermde soorten geschikt habitat aanwezig is in en/of rondom het plangebied. De beoogde ingrepen zijn beoordeeld in relatie tot de biotoopeisen van de beschermde soorten uit het plangebied. Bij voldoende zekerheid over het al dan niet voorkomen van beschermde soorten, zijn mogelijke (negatieve) effecten bepaald. Ten slotte is beoordeeld of wettelijke consequenties aan de orde zijn. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectenanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de beoogde werkzaamheden en uitvoeringsplanning. 4.1.3 Houtopstanden Omdat het plangebied binnen de bebouwde kom van Zeist ligt en er geen bomen gekapt worden, is er geen sprake van overtreding van de verbodsbepalingen als weergeven in H4 van de Wnb.

Om deze reden worden Houtopstanden ook niet verder behandeld in voorliggende rapportage.

4.2

Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland

In de Wet ruimtelijke ordening is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verankerd. Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van het NNN. Ter beoordeling van de voorgenomen activiteiten in relatie tot de NNN is gekeken naar de nabijheid van NNN en de eventuele (negatieve) effecten op de aanwezige natuurwaarden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

HOOFDSTUK 5

RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). 5.1

Natura 2000

5.1.1 Ligging t.o.v. het plangebied Het plangebied ligt op minimaal 10,8 kilometer afstand van Natura 2000-gebied (Figuur 5.1). Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is Oostelijke Vechtplassen.

Figuur 5.1: Ligging van Natura 2000 in de omgeving van het plangebied (rood). Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de blauwe kleur op de kaart aangeduid. De minimale afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied bedraagt 10,8 kilometer (Bron: PDOK).

5.1.2 Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Van verstoringseffecten, zoals geluid, optische verstoring of licht is derhalve geen sprake. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied, wordt een negatief effect op instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied uitgesloten. Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Dat houdt in dat stikstofemissie welke ontstaat tijdens de ontwikkelfase, niet beoordeeld hoeft te worden op mogelijk negatieve effecten op Natura 2000-gebied. Wel dient de gebruiksfase beoordeeld te worden. Deze regeling staat op moment van schrijven onder druk. In geval van uitloop van de procedure kan het mogelijk zijn dat stikstofemissie gedurende de ontwikkelfase ook beoordeeld dient te worden. Beoordeling stikstof (nieuwe gebruiksfase) Het is aannemelijk dat de voorgenomen ingrepen voor een toename van verkeersbewegingen zal zorgen ten opzichte van de huidige situatie waarin het gebouw niet bewoond wordt.

Echter, gezien de afstand van het plangebied naar het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied en de schaal van de beoogde ingrepen, is het onwaarschijnlijk dat er een significant effect ten gevolge van de ingreep en de gebruiksfase plaats zal vinden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

5.2

Natuurnetwerk Nederland

5.2.1 Ligging t.o.v. het plangebied Het plangebied ligt op minimaal 760 meter afstand van gronden die tot NNN behoren. Het plangebied ligt daarmee buiten de begrenzing van het NNN. In Figuur 5.2 wordt de ligging van het NNN in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 5.2: Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied (rood). Gronden die tot NNN behoren worden met de groene kleur op de kaart aangeduid. De minimale afstand tussen het plangebied en gronden die tot NNN behoren bedraagt 760 meter (Bron: PDOK).

5.2.2 Beschermingsregime De bescherming van het NNN kent geen externe werking. Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

HOOFDSTUK 6

RESULTATEN SOORTBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten en de bijbehorende wettelijke consequenties en verplichtingen. 6.1

Vogels

6.1.1 Resultaat Jaarrond beschermde nestsoorten In de (ruime) omgeving van het plangebied komen verschillende soorten voor met een jaarrond beschermd nest voor waaronder de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, sperwer en wespendief. In de bomen en struiken op en rond het plangebied zijn geen (takken)nesten gevonden, waardoor de soorten die een duidelijk nest bouwen of die koloniebroeders zijn (boomvalk, buizerd, havik, ooievaar, sperwer en wespendief) kunnen worden uitgesloten. In en rond het plangebied waren geen holenbomen of nestkasten aanwezig waar soorten die gebruik maken van holten en speciale nestkasten (kerkuil en ransuil) gebruik van kunnen maken. Deze soorten kunnen ook worden uitgesloten in het plangebied. Gebouwbewonende soorten (gierzwaluw en huismus), kunnen worden uitgesloten in de bebouwing van het plangebied. Deze bebouwing beschikt niet over dakpannen of overige holtes en kieren waar deze vogelsoorten geschikte microklimaten en uitvliegmogelijkheden hebben. De huismus maakt mogelijk gebruik van de haag direct ten noorden en de struiken direct ten zuiden van de bebouwing. Categorie 5 beschermde nest soorten Er zijn geen nesten aangetroffen binnen het plangebied. Echter valt niet uit te sluiten dat categorie 5 beschermde soorten van het plangebied gebruik maken om te foerageren en te rusten.

Vogels algemeen Er zijn geen nesten aangetroffen binnen het plangebied. Echter valt niet uit te sluiten dat overige vogelsoorten van het plangebied gebruik maken om te foerageren en te rusten. 6.1.2 Wettelijke consequenties Voor inheemse vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest geldt zowel in als buiten het broedseizoen een verbod op het beschadigen of verstoren van de soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen. Het zijn zeer honkvaste broeders en stellen daarbij hoge eisen aan hun nestplaats (Wnb, art. 3.1: categorie 2 jaarrond beschermde nesten). Binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingrepen komen mogelijk foeragerende en/of rustende huismussen in de haag ten noorden van het gebouw voor. Voor huismussen is ook het leefgebied jaarrond beschermd. Desondanks is aanvullend onderzoek niet nodig, mits voorgenomen activiteiten plaatsvinden van augustus t/m februari. Dit valt buiten de maanden van het broedseizoen van maart t/m juli. De huismus is een standvogel die matig verstoringsgevoelig is. Ze blijven vaak in de winterperiode ook gebruik maken van hun nest, rustplaatsen en foerageergebied. Er is vaak een netwerk van rustplaatsen in de winter beschikbaar die zich enkele honderden meters van het nest kunnen bevinden. Dit netwerk aan rustplaatsen biedt vele uitwijkmogelijkheden die in de omgeving aanwezig zijn.

Door voldoende uitwijkmogelijkheden en het geringe aantal meters haag wat binnen de invloedssfeer van de voorgenomen ingrepen valt, wordt in dit geval de directe functionaliteit van het nest niet verstoord, aangetast of vernield wordt. Indien de voorgenomen activiteiten wel uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen, dient er nader onderzoek naar huismussen uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest of

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

essentieel leefgebied uit te kunnen sluiten. De afname in de functionaliteit van het nest, het broedsucces en negatief effect op de staat van instandhouding is tijdens het broedseizoen is niet uit te sluiten. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

6.2

Grondgebonden zoogdieren

6.2.1 Resultaat Een groot aantal beschermde grondgebonden zoogdieren komt volgens de verspreidingsatlas voor in de directe omgeving van het plangebied: boommarter, bruine rat, bunzing, das, egel, eekhoorn, haas, huismuis, mol en muskusrat. Gezien het grote verspreidingsgebied komt de steenmarter mogelijk ook in de omgeving voor, deze kwam niet terug uit de resultaten van de verspreidingsatlas. Er zijn gedurende het veldbezoek geen sporen van marterachtigen en egels waargenomen in en rond de bebouwing. Aanwezigheid van een verblijfplaats van de steenmarter is goed te herkennen aan uitwerpselen, latrines, pootafdrukken, plekken met buiksmeer op bebouwing en/of prooiresten. Eekhoorns zullen het gebied en de bomen rondom het plangebied vermoedelijk hoofdzakelijk benutten als foerageergebied. Er zijn geen takkennesten van eekhoorns in de bomen waargenomen. 6.2.2 Wettelijke consequenties Er wordt geen beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Mits geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden.

Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

6.3

Vleermuizen

6.3.1 Resultaat • Verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. De bebouwing beschikt weliswaar over (deels) gemetselde buitengevels maar er zijn geen invliegopeningen zoals open stootvoegen of ventilatieopeningen aangetroffen die vleermuizen de kans bieden een verblijfplaats te bezetten. Daarnaast beschikt de bebouwing over slechts één bouwlaag, wat met betrekking tot de uitvalhoogte meestal niet de voorkeur voor vleermuizen heeft als er hogere verblijfplaatsen in de buurt aanwezig zijn. Verder zijn in het plangebied geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen, zoals een holle ruimte achter een boeiboord, windveer, loodslab, vensterluik, zonnewering of gevelbetimmering aangetroffen. In het plangebied zijn geen holenbomen aanwezig. De opgaande beplanting vormt geen potentiële verblijfplaats voor vleermuizen; deze bomen beschikken niet over holen in de stam of losse schors. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

• Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschillende vleermuissoorten rond de beplanting. Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. • Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen.

Het plangebied vormt geen verbindende schakel in een lijnvormig landschapselement en maakt daarom geen onderdeel uit van een vliegroute van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen. 6.3.2 Wettelijke consequenties • Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. • Essentieel foerageergebied Door het verwijderen van beplanting wordt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen zeer beperkt aangetast. Er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. • Essentiële vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes1 van vleermuizen.

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

6.4

Amfibieën

6.4.1 Resultaat Er zijn tijdens het veldbezoek geen amfibieën waargenomen. Geschikt voortplantingsbiotoop ontbreekt in het plangebied en komt alleen op grotere afstanden voor. Amfibieën kunnen een 1

Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

(winter)rustplaats bezetten in holen en gaten in de grond en onder lage, dichte begroeiing. Het plangebied wordt gezien de afstand tot voortplantingsgebied niet als functioneel leefgebied van zeldzame amfibieënsoorten als kamsalamander, rugstreeppad of poelkikker beschouwd. Voorgenoemde soorten komen niet in het plangebied voor en er zijn geen waarnemingen van deze soorten in of nabij het plangebied bekend. 6.4.2 Wettelijke consequenties Door het ontbreken van de rust- en voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen. Het is onwaarschijnlijk dat amfibieën gebruik maken van het plangebied. Amfibieën mogen niet (opzettelijk) gedood worden. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepaling (doden) aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een Gedragscode. Indien gekozen wordt om te werken volgens een Gedragscode, dient voldaan te worden aan de gestelde eisen en voorwaarden. Eén van de voorwaarden is, dat gewerkt moet worden buiten de kwetsbare periode. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

6.5

Overige soorten

Het plangebied behoort niet tot het functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

6.6

Samenvattende tabel

Tabel 6.1: Samenvatting Soortenbescherming

Soortgroep

Vogels

Grondgebonden zoogdieren

Mogelijk voorkomende soorten

Te beoordelen effecten?

Overtreding Wnb

Vervolgstappen

Leefgebied huismus, algemene vogels

Verstoring broedende vogels en doding van individuen.

Art. 3.1, lid 1, 2 en 4.

Algemene soorten

Verstoring en doding van individuen en aantasten van verblijfplaatsen en foerageergebied. Niet van toepassing. Verstoring en doding van individuen en aantasten van voortplantingsen rustplaatsen. Niet van toepassing.

Art. 3.10, lid 1a en 1b.

Nemen voorzorgsmaatregelen om verstoring broedende vogels te voorkomen, uitvoeren werkzaamheden buiten broedperiode of onder toeziend oog van een ervaren ecoloog. Geen nader onderzoek noodzakelijk mits tijdens werkzaamheden aan gedragscode voldaan wordt. Aanvraag van ontheffing is niet aan de orde.

Vleermuizen Amfibieën

Niet aanwezig Niet aanwezig

Overige soorten

Niet aanwezig

N.v.t. Art. 3.10, lid 1a en 1b.

Niet van toepassing Niet van toepassing

N.v.t.

Niet van toepassing.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

HOOFDSTUK 7

CONCLUSIE EN ADVIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor beschermde soorten die niet op de vrijstellingslijst (bijlage 3) van de provincie staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland Gezien de afstand van het plangebied naar het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied en de schaal van de beoogde ingrepen, is het onwaarschijnlijk dat er een significant effect ten gevolge van de ingreep en de gebruiksfase plaats zal vinden. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in de provincie. Vogels Er kan worden uitgesloten dat soorten met een jaarronde nestbescherming binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden nestelen. Het is niet toegestaan om vogelnesten te verstoren of vernielen, ook als deze niet jaarrond beschermd zijn. Als de voorgenomen ingrepen worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kan niet worden uitgesloten dat een bezet vogelnest verstoord of beschadigd wordt. Van de binnen de invloedsfeer verwachte soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen buiten het broedseizoen van vogels uitgevoerd te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is augustus-februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden tijdens het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/verstoord worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd wordt tijdens het broedseizoen, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

Vleermuizen Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied, maar gebruiken het mogelijk wel als (niet essentieel) foerageergebied. Grondgebonden zoogdieren Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren geldt dat ze niet (opzettelijk) gedood mogen worden. Er worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren in het plangebied verwacht, het naleven van de zorgplicht wordt hierbij als voldoende geacht. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Amfibieën Voor de beschermde amfibieën geldt dat ze niet (opzettelijk) gedood mogen worden. Er worden geen beschermde grondgebonden zoogdieren in het plangebied verwacht, het naleven van de zorgplicht wordt hierbij als voldoende geacht. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

BIJLAGEN Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Bijlage 2: Toelichting op wettelijke kaders Bijlage 3: Vrijgestelde soorten per provincie Bijlage 4: Natuurkalender

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

22

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

Bijlage 1

Geraadpleegde bronnen

Internet Verspreidingsatlas Natura 2000 Beschermde soorten Vleermuisprotocol AERIUS-calculator Ruimtelijkeplannen.nl Nationale Databank Flora en Fauna Effectenindicator Wet Natuurbescherming

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

23

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

Bijlage 2

Toelichting op wettelijke kaders

De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd.

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: 1. Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. 2. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. 3. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een Gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten.

Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

24

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van tevoren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de Gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een Gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring.

Daarna dient de Gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten:

Verstoren

Eieren

beschadigen of vernielen

Doden/ vangen

1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Er is een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 4 en 5 Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

Plantensoorten

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

Bijlage 3

Vrijgestelde soorten per provincie Zuid-Holland

Zeeland

Utrecht

Overijssel

Amfibieën Bruine Kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Bastaardkikker Reptielen Hazelworm Levendbarende hagedis Landzoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse Woelmuis Ree Rosse Woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Wild Zwijn Woelrat

Noord-Holland

Soort

Noord-Brabant

Limburg

Groningen

Gelderland

Friesland

Flevoland

Drenthe

Provincie

Legenda Vrijgestelde soort 1 = Vrijgesteld jul - sep 2 = Vrijgesteld 15 aug - 15 okt 3 = Vrijgesteld mrt - apr en jul - nov 4 = Vrijgesteld 15 aug - feb Geldig per: 25 april 2022 Bronnen: Regelink Habitus Natuurinclusief

1 2

3

4

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

27

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief

Bijlage 4

Natuurkalender Jan

Houtopstanden Afzetten/hakhoutbeheer Dunnen Verw. opslag/exoot Knotten Snoeien

Terugzetten

Zuiveren Vellen

Feb

Mrt

Apr

Mei

Jun

Jul

Aug

Sep

Okt

Nov

Algemeen Heg afzetten Algemeen Algemeen Algemeen Opsnoeien/opkronen Hoogstam wintersnoei Hoogstam zomersnoei Vleermuisbomen zomerverblijf Vleermuisbomen paarplaats Bomen met winterslaapvogels Hazelmuis struweel hakhoutbeheer Boomkikker struweel Das Grondgebonden kleine zoogdieren Sleedoornstruwelen voor sleedoornpage

Pionier, grazige en ruigte vegetaties Maaien Algemeen Vochtig/nat grasland Droog schraalgrasland Afgraven Ruigte vegetatie met amfibieën Ophogen Ruigte vegetatie met reptielen Heide Maaien Plaggen Branden Afgraven Ophogen

Algemeen Heide met reptielen Algemeen Algemeen Algemeen

Wateren (poel, moeras, watergang en beek) Graven Algemeen Aanbrengen Kunstwerken nieuwe wateren Kunstwerken bestaande wateren Opschonen Algemeen Poel Baggeren Algemeen Dempen Algemeen Oever-, water- en moerasvegetatie Maaien Algemeen Afgraven Algemeen Ophogen Algemeen Bebouwing en muren Verbouwen Renoveren Slopen

Algemeen Zomerverblijf vleermuizen Winterverblijf vleermuizen Gebouwen met uilen Gebouwen met zwaluwen

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

28

Dec

TOETSING WNB EN NNN – Van Renesselaan 64a Status: Definitief Legenda Optimale perioden voor werkzaamheden. In deze perioden zijn de minste kans op verstoringen van planten en dieren. Acceptabele perioden voor werkzaamheden, mits er geen verstoring van planten en dieren plaatsvindt. De werkzaamheden verrichten onder begeleiding van een ter zake kundige. Geen werkzaamheden in deze perioden. Wanneer andere zwaarwegende belangen gelden dan de werkzaamheden verrichten onder de voorwaarden. Bijvoorbeeld voorwaarden in de ontheffing Wet natuurbescherming.

Bronnen: Natuurbank Overijssel Natuurkalender Arnhem

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

29

Hoofdvestiging Strijkviertel 30, 3454 PM De Meern 030 - 666 1746

info@vandijktech.nl

VAN DIJK GEO- EN MILIEUTECHNIEK b. v.

Datum:

21-06-2022; versie 1 (definitief)

Opdrachtnummer:

153509

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Project:

Opdrachtgever:

nieuwbouw woning, Van Renesselaan 64A te Zeist

IRIS architecten Heuveloord 25d 3523 CK Utrecht

Uitgevoerd: Grondonderzoek: Grondwaterbemonstering:

31-05-2022 (dhr. R. Bouma) 08-06-2022 (dhr. R. Bouma)

Projectleider:

dhr. ing. R. I. Satinover

KvK Utrecht: 30128364 BTW nr: NL 803.844.451.B 01

www.vandijktech.nl

Protocollen 2001 - 2002

IBAN: NL26 RABO 0156884186 BIC: RABO NL 2 U

Voor al onze werkzaamheden gelden de V.O.T.B. Voorwaarden zoals vermeld op onzefwebsite en gedeponeerd bij de KvK Utrecht onder nr. 40476246.

INHOUDSOPGAVE 0. 1. 2.

SAMENVATTING ....................................................................................................................................... 3 INLEIDING................................................................................................................................................... 5 VOORONDERZOEK ................................................................................................................................... 5 2.1 Algemeen .................................................................................................................................................. 5 2.2 Huidige situatie ......................................................................................................................................... 5 2.3 Historische situatie.................................................................................................................................... 6 2.4 Toekomstige situatie ................................................................................................................................. 6 2.5 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................................

6 2.6 Conclusie .................................................................................................................................................. 7 3. VELDONDERZOEK .................................................................................................................................... 7 3.1 Algemeen .................................................................................................................................................. 7 3.2 Veldwerkzaamheden ................................................................................................................................. 7 3.3 Bodemopbouw .......................................................................................................................................... 7 3.4 Zintuiglijke waarnemingen ....................................................................................................................... 7 3.5 Monstername en veldmetingen ................................................................................................................. 8 4. ANALYTISCH-CHEMISCH ONDERZOEK .............................................................................................. 8 4.1 Mengmonsters...........................................................................................................................................

8 4.2 Analysepakket........................................................................................................................................... 9 4.3 Analyse-uitkomsten .................................................................................................................................. 9 4.4 Bespreking analyse-uitkomsten .............................................................................................................. 12 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 12 6. SLOTOPMERKINGEN .............................................................................................................................. 13

BIJLAGEN 1.1 1.2 1.3 2 3 4 5 6 7

Regionale situatie Situatietekening (1:500; A4) Foto-overzicht Historische informatie Boorbeschrijvingen Onafhankelijkheidsverklaring veldonderzoek Analyserapport grond Analyserapport grondwater Verklaring der tekens en verklarende woordenlijst

21-06-2022 Versie 1 (definitief)

Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw woning, Van Renesselaan 64A te Zeist

153509 Pagina 2

0.

SAMENVATTING

Locatie:

Van Renesselaan 64A te Zeist

Kadastrale aanduiding:

gemeente Zeist, sectie N, nr. 6423

Oppervlakte perceel:

867 m2

Aanleiding:

nieuwbouw woning

Oppervlakte onderzoekslocatie:

100 m2

Huidige situatie:

deels bebouwd met een woning, een schuur en een kas, overige delen bestaan uit onverharde tuindelen

Historische gegevens:

onderhavig perceel is omstreeks 1941 bebouwd met de huidige bebouwing; voorts geen bijzonderheden op het noordelijk aangelegen perceel Van Renesselaan 32-34 was in het verleden een insteekhaven aanwezig, waarna het terrein later als gemeentewerf in gebruik is genomen; in 2018 is ter plaatse een bodemsanering uitgevoerd, waarbij de locatie geschikt is gemaakt voor de toekomstige gebruik als appartementengebouw en openbaar groen

Soort onderzoek:

vooronderzoek: NEN 5725 bodemonderzoek: NEN 5740, onverdacht

Aantal boringen:

2x 0,5 m-mv 1x 2,0 m-mv 1x 2,2 m-mv + peilfilter (NPR)

Bodemopbouw:

vanaf maaiveld tot de geboorde diepte voornamelijk zand; in de bodemlaag 0,5-1,5 m-mv bevindt zich een inschakeling van klei of veen

Zintuiglijke waarnemingen:

uitgezonderd een plaatselijke bijmenging met stukjes baksteen geen bijzonderheden

Aantal onderzochte monsters:

1x toplaag (NEN-pakket) uitsplitsing grondmengmonster toplaag (4x lood) 1x kleiige onderlaag (NEN-pakket) 1x venige onderlaag (NEN-pakket) 1x grondwater (NEN-pakket)

21-06-2022 Versie 1 (definitief)

Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw woning, Van Renesselaan 64A te Zeist

153509 Pagina 3

Verontreiniging grond:

toplaag: plaatselijk (ten zuiden van de woning) sterk met lood, waarvan de omvang vooralsnog onbekend is; licht met enkele overige zware metalen en PAK onderlaag (veen): licht met kobalt en nikkel onderlaag (klei): geen

Verontreiniging grondwater:

licht met barium, som xylenen* en som dichlooretheen*

Oorzaak verontreiniging(en):

grond: oorzaak voor de sterke verontreiniging met lood is onbekend; lichte verontreinigingen met zware metalen en PAK is het gevolg van oudsher gebruik grondwater (barium): natuurlijke ophoping

Conclusies en aanbevelingen:

gezien de omvang van de sterke verontreiniging met lood nog onbekend is, is vooralsnog milieuhygiënisch gezien bezwaar tegen voorziene nieuwbouw; aanvullend onderzoek is noodzakelijk teneinde te bepalen of ter plaatse sprake is van een puntverontreiniging of dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met lood in de grond

* n.a.v. AS3000-correctie, voor nadere toelichting wordt verwezen naar pag. 12, paragraaf 4.4

21-06-2022 Versie 1 (definitief)

Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw woning, Van Renesselaan 64A te Zeist

153509 Pagina 4

1.

INLEIDING In opdracht van IRIS architecten (d.d. 22-04-2022) is door van Dijk geo- en milieutechniek b.v. een verkennend bodemonderzoek (conform NEN 5740) uitgevoerd op het perceel Van Renesselaan 64A te Zeist. Op het onderhavige perceel is de nieuwbouw van een woning voorzien. Ten behoeve van de voorziene aanvraag omgevingsvergunning dient de milieuhygiënische situatie van de bodem (grond en grondwater) te worden vastgelegd. Inzake het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is tussen van Dijk geo- en milieutechniek b.v. en de opdrachtgever op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze een relatie die de onafhankelijkheid van het resultaat heeft kunnen beïnvloeden.

2.

VOORONDERZOEK

2.1

Algemeen Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 'Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'. Onderstaand is een beschrijving van de historische, de huidige en de toekomstige situatie weergegeven. Het gebied waarbinnen het vooronderzoek is uitgevoerd betreft de onderhavige onderzoekslocatie (geografisch besluitvormingsgebied) en het gedeelte van de aangrenzende percelen binnen 50 m vanaf de grens van de onderzoekslocatie. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd (de relevante schriftelijke informatie is als Bijlage 2 opgenomen): - opdrachtgever; - RUD Utrecht en geoportaal ODRU (ontvangen bodeminformatie); - www.bodemloket.nl (bodemrapportage); - www.topotijdreis.nl (historisch kaartmateriaal 2021 – 1900); - www.bagviewer.kadaster.nl (bouwjaar); - grondwaterkaart van Nederland van de dienst Grondwaterverkenning TNO; - geo- en milieutechnisch archief van Dijk geo- en milieutechniek b.v.; Voorts is ter plaatse een veldinspectie uitgevoerd.

2.2

Huidige situatie De regionale ligging van de onderzoekslocatie is globaal aangeduid op een topografische kaart, die is opgenomen als Bijlage 1.1. Het onderhavige perceel (gemeente Zeist, sectie N, nr. 6423), met een oppervlakte van 867 m2, is gelegen in de woonwijk van Zeist. Het perceel is momenteel deels bebouwd met een woning, een schuur en een kas. Het overige deel van het perceel bestaat voornamelijk uit onverharde tuindelen.

21-06-2022 Versie 1 (definitief)

Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw woning, Van Renesselaan 64A te Zeist

153509 Pagina 5

De situatietekening van de onderzoekslocatie is opgenomen als Bijlage 1.2; een foto-overzicht als Bijlage 1.3. Tijdens de op het perceel uitgevoerde veldinspectie zijn geen bijzonderheden op of aan de bodem en de aanwezige begroeiing waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Hierbij is met name gelet op verzakkingen of ophogingen, verkleuringen als gevolg van brand of lozingen, halfverhardingen met puin, sintels, slakken e.d. en de aanwezigheid van voor asbest verdacht materiaal op het maaiveld of aanwezig als dakbedekking. 2.3

Historische situatie Algemeen Het onderhavige perceel is omstreeks 1941 bebouwd met de huidige bebouwing. Voorheen betrof het perceel weiland. Voorts zijn over de locatie geen bijzonderheden (brandstoftanks, asbest, calamiteiten e.d.) naar voren gekomen die kunnen wijzen op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Op het noordelijk aangelegen perceel Van Renesselaan 32-34 was in het verleden een insteekhaven aanwezig, waarna het terrein later als gemeentewerf in gebruik is genomen. Het zuidwestelijk deel is enkele jaren geleden herontwikkeld naar woningbouw (appartementengebouw met openbare tuin). Bodemonderzoek(en) Ter plaatse van het onderhavige perceel is voor zover bekend geen bodemonderzoek uitgevoerd. Ter plaatse van het noordelijk aangelegen perceel Van Renesselaan 32-34 is in 2018 een bodemsanering uitgevoerd. Uit het evaluatierapport (Lawijn Advies & Management, kenmerk 18.3502-A1, 31-012019) blijkt dat de bodem (grond en grondwater) is gesaneerd tot de locatie geschikt is voor de toekomstige gebruik als appartementengebouw en openbaar groen. Plaatselijk bevindt zich op het perceel een restverontreiniging met PAK in het grondwater. De verontreiniging bevindt zich ruimschoots buiten de onderhavige onderzoekslocatie (Van Renesselaan 64A).

2.4

Toekomstige situatie Op het onderhavige perceel is na sloop van de huidige bebouwing de nieuwbouw van een woning voorzien. De nieuwbouwlocatie heeft een oppervlakte van circa 100 m2 en staat aangegeven op de situatietekening (zie Bijlage 1.2). De voor het perceel geldende bestemming zal niet worden gewijzigd.

2.5

Bodemopbouw en geohydrologie Voor het bepalen van de te verwachten bodemopbouw en grondwaterstromingsrichting, is de grondwaterkaart van Nederland van de dienst Grondwaterverkenning TNO, kaartblad Utrecht 31 oost, 32 west, 38 oost, 39 west (ten noorden van Lek en Nederrijn), uitgave 1978, gehanteerd. Uit de kaart met geohydrologische profielen (profiel E-E’) blijkt globaal dat er zich vanaf maaiveld tot circa 35 m-mv een zandpakket (eerste watervoerend pakket) bevindt. Dit zandpakket wordt onderbroken door een kleilaag van enkele meters dik, waaronder zich het tweede watervoerend pakket bevindt. Lokale afwijkingen hiervan zijn niet uit te sluiten.

21-06-2022 Versie 1 (definitief)

Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw woning, Van Renesselaan 64A te Zeist

153509 Pagina 6

Uit de isohypsenkaart met de stijghoogten in het eerste watervoerende pakket blijkt dat de grondwaterstromingsrichting zuidwestelijk is. 2.6

Conclusie Op basis van de voorhanden gegevens is het onderzoek opgezet conform de NEN 5740:2009/A1:2016 'onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)'.

3.

VELDONDERZOEK

3.1

Algemeen Het veldwerk is verricht door van Dijk geo- en milieutechniek b.v. vestiging De Meern conform BRL SIKB 2000 en de geldende NEN-voorschriften van het Nederlands Normalisatie Instituut. Daar waar afgeweken is van deze richtlijn wordt dit specifiek vermeld. De veldwerkzaamheden zijn op 31-05-2022 uitgevoerd, waarna het grondwater op 08-06-2022 is bemonsterd; beide door dhr. R. Bouma. In verband met de inpandige betonvloer van de bestaande bebouwing zijn alle boringen uitpandig verricht. Deze boringen worden representatief geacht voor de bodem onder de bebouwing. De veldwerkzaamheden zijn onafhankelijk van de opdrachtgever uitgevoerd; de onafhankelijkheidsverklaring is als Bijlage 4 opgenomen.

3.2

Veldwerkzaamheden Verspreid over de onderzoekslocatie zijn in totaal vier boringen (nrs. 1 t/m 4) uitgevoerd. Boring 1 is tot een diepte van 2,2 m-mv verricht en afgewerkt met een peilfilter voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. Boring 2 is tot een diepte van 2,0 m-mv uitgevoerd; de overige boringen tot 0,5 m-mv. De boorlocaties zijn op schaal ingetekend op de situatietekening (zie Bijlage 1.2). Alle boringen zijn uitgevoerd met de edelmanboor. Na monstername zijn de boorgaten afgevuld met de uitkomende grond, waarbij de grond zoveel mogelijk in de oorspronkelijke volgorde is teruggeplaatst.

3.3

Bodemopbouw De bodemopbouw, beschreven aan de hand van de uitgevoerde boringen, is verwerkt in de boorbeschrijvingen die zijn opgenomen in Bijlage 3. De bodem ter plaatse bestaat vanaf maaiveld tot de geboorde diepte voornamelijk uit zand. Vanaf 0,5 m-mv tot circa 1,5 m-mv bevindt zich een inschakeling van klei of veen. Ten tijde van de uitvoering van de grondboringen is de grondwaterstand vastgesteld rond 0,7 m-mv.

3.4

Zintuiglijke waarnemingen Tijdens de uitvoering van het veldwerk is het opgeboorde bodemmateriaal op basis van zintuiglijke waarnemingen en velddetectiemethoden beoordeeld op afwijkingen zoals de aanwezigheid van aardolieproducten en bodemvreemd materiaal (puin, asbest, kooldelen e.d.). Uitgezonderd een bijmenging met stukjes baksteen ter plaatse van boorlocatie 2 zijn hierbij geen bijzonderheden

21-06-2022 Versie 1 (definitief)

Verkennend bodemonderzoek nieuwbouw woning, Van Renesselaan 64A te Zeist

153509 Pagina 7

3.5

Monstername en veldmetingen De bodem is per in het veld te onderscheiden bodemlaag bemonsterd, waarbij in de bovenste twee meter een bemonsteringstraject is aangehouden van ten hoogste 0,5 meter. De per boring verkregen grondmonsters zijn aangegeven in de boorbeschrijvingen (zie Bijlage 3). Grondwatermonstername is uitgevoerd ter plaatse van het aangebrachte peilfilter. Het afpompen en de bemonstering van het grondwater is uitgevoerd conform NEN 5744:2011. Het betreft hier een goed (verlaging waterstand < 50 cm) toelopend filter, waarbij het filterdeel nog volledig vol met water staat. Derhalve heeft geen beluchting van het te bemonsteren water plaatsgevonden. In totaal is voorafgaand aan de bemonstering >4,5 liter water afgepompt. Het monster heeft als code het nummer van de betreffende boring, aangevuld met de letter A (freatisch grondwater). In het veld, zijn voorafgaand aan de bemonstering, de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC), temperatuur en de troebelheid (NTU), van het bemonsterde grondwater bepaald. In tabel 1 is voor het peilfilter naast de voornoemde parameters tevens de grondwaterstand voor afpompen weergegeven. Tabel 1. Grondwaterstand, pH, EC, temperatuur en troebelheid peilfilter filterstelling grondwaterstand pH EC (m-mv) (m-mv) (mS/cm) 1 1,20-2,20 0,50 6,16 1,37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12282982/1