03.00-23RV038 Bijlage 3 Toelichting Sortie 16 Zeist
Tekst van het document
Tabel 8 - Waarneemhoogtes
Het gebied tussen de 58 dB-contour en de 48 dB-contour: In het gebied tussen de 58 dB-contour en de 48 dB-contour wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden, maar kan wel worden voldaan aan de maximale ontheffingswaarde. Ook dit gebied verschuift naarmate er hoger wordt gebouwd. In paragraaf 4.3 van het rapport van LBP|SIGHT is per verdieping in beeld gebracht waar de 58 dB- en de 48 dB-contour liggen. Zie hierna figuur 4.4 uit het rapport van LBP|SIGHT voor bijvoorbeeld de vierde en vijfde verdieping. In het gele gebied is op de vierde en vijfde verdieping een ontheffing nodig met een hogere waarde.
Figuur 38 - Bron: LBP|SIGHT, Woonwijk Sortie 16.
Het komt erop neer dat woningbouw in het gele gebied alleen mogelijk als daarvoor hogere waarden worden aangevraagd. In het rapport van LBP|SIGHT is gemotiveerd dat maatregelen aan de bron (stil asfalt) in verhouding te duur zijn of maatregelen om de overdracht tegen te gaan (geluidscherm langs de provinciale weg), vanuit landschap niet gewenst zijn. Voor woningbouw in het gele gebied kunnen derhalve hogere geluidwaarden worden aangevraagd.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
64
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
De aanvraag hogere waarden voor toekomstige woningen binnen het gele gebied zal bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan worden aangevraagd. Het Besluit hogere waarden loopt mee met de procedure van dit bestemmingsplan. Toepassing Beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder Ter illustratie van de wijze waarop de Beleidsregel hogere waarden wordt toegepast is de situatie in figuur 4.4 van het rapport van LBP|SIGHT beschreven. In figuur 4.4 zijn de contouren van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB in beeld gebracht voor de vierde en vijfde verdieping. Als in het gele gebied een appartementengebouw met 5 verdiepingen wordt gebouwd, is in ieder geval voor de vijfde verdieping een hogere waarde nodig en is de Beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder van toepassing. Dat betekent in ieder geval dat elke woning op de vijfde verdieping minimaal één geluidluwe gevel heeft. Een geluidluwe gevel is een gevel: • waarop de geluidbelasting vanwege de afzonderlijke wegen (ook de niet gezoneerde) maximaal 48 dB is en; • waarop de geluidbelasting vanwege het industrielawaai maximaal 50 dB(A) is.
Vertaling in het bestemmingsplan: Wegverkeerslawaai: Geluidsluwe gevel gemeentelijk beleid Ten behoeve van de bouw van de toekomstige woningen is een omgevingsvergunning voor bouwen nodig die aan de regels van het bestemmingsplan wordt getoetst. Om de geluidluwe gevel ook te borgen in het bestemmingsplan is in artikel 7.3 van de regels een nadere eisen regeling opgenomen. Daarin is aan het College van burgemeester en wethouders een bevoegdheid toegekend om bij de verlening van de omgevingsvergunning voor bouwen nadere eisen te stellen aan de situering en uitvoering van gevels en de indeling van de woning, vanwege het gemeentelijke geluidbeleid en de eis van tenminste één geluidluwe gevel per woning. De nadere eisen regeling geldt voor het gehele plangebied.
Toetsing Sortie 16 aan de Geluidsnota Zeist 2006 In de Geluidsnota Zeist 2006 heeft de gemeente eigen beleid vastgesteld om het geluid in de leefomgeving te reguleren. De Geluidsnota vormt onder meer het toetsingskader voor het vaststellen van ruimtelijke plannen en het verlenen van bouw- en milieuvergunningen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar wegverkeerslawaai en industrielawaai. Volgens de Geluidsnota is het (toekomstige) karakter van het gebied leidend voor de mate waarin geluid aanvaardbaar is. Daarbij worden de milieukwaliteitsprofielen van de provincie als referentiekader gebruikt voor het vaststellen van het gewenste geluidsniveau in een gebied. In de Geluidsnota is daartoe gebiedstypen-indeling van de provincie gehanteerd op basis van de volgende criteria: ligging, (toekomstige) functie, bebouwingsdichtheid
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
65
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
en gebruiksintensiteit, infrastructuur en openbare ruimte. Bij deze verschillende gebiedstypen horen de volgende basiskwaliteiten en gebiedsambities wat betreft geluidbelasting. In de tabel ‘Onderdeel C’ uit bijlage 4 van de Geluidsnota is bijvoorbeeld opgenomen dat voor het gebiedstype groenstedelijk een ambitieniveau van 45 db(A) geldt en een basiskwaliteitsniveau van 45-50 dB(A). De tabel uit bijlage 4 van de Geluidsnota is hierna weergegeven.
Figuur 39 - Tabel uit Bijlage 4 van de Geluidsnota Zeist 2006
Vervolgens is in de Geluidsnota bepaald dat in de gevallen waarin een hoger geluidniveau nodig is ten opzichte van het gewenste niveau, de aanvaardbaarheid daarvan dient te worden beargumenteerd. Voor Sortie 16 is een hoger geluidniveau nodig. Vanwege de ligging van Sortie 16 aan de rand van de stad in de overgangszone naar het buitengebied met als (toekomstige) hoofdfunctie wonen, kan sortie 16 worden gekwalificeerd als gebiedstype groenstedelijk met een ambitiekwaliteit van 45 dB(A) en een basiskwaliteit van 45-50 dB(A). In het rapport van LBP|SIGHT is voor de geluidsbelasting als gevolg van de bedrijfsactiviteiten van SUEZ om die reden getoetst aan 50 dB(A). Maar wat betreft bebouwingsdichtheid en gebruiksintensiteit, infrastructuur en openbare ruimte heeft Sortie 16 met 40 woningen per hectare een veel hogere bebouwingsdichtheid dan groenstedelijk gebied met een bebouwingsdichtheid tussen de 20 en 30 woningen per hectare. Daarmee is er straks op Sortie 16 ook
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
66
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
een aanmerkelijk hogere gebruiksintensiteit van infrastructuur en openbare ruimte. Daar komt bij dat Sortie 16 aan de drukke provinciale weg N237 is gesitueerd en naast het bedrijventerrein Soesterberg Noord. Op basis van deze argumenten kan voor Sortie 16 een hoger geluidniveau worden aanvaard tussen de 50-55 dB(A). De bedrijfsactiviteiten van SUEZ in relatie tot het aanvaardbaar geluidniveau In dat kader is de geluidbelasting als gevolg van de bedrijfsactiviteiten van SUEZ op het aangrenzende bedrijventerrein getoetst: 50 dB(A) is gewenst en maximaal 55 dB(A) is nog aanvaardbaar. Overschrijding 50 dB(A) en motivering: In paragraaf 3.2 van het rapport van LBP|SIGHT is het geluid van de bedrijfsactiviteiten van SUEZ op basis van de vergunning van het bedrijf in kaart gebracht11. Daaruit blijkt dat de basiskwaliteit van 45-50 dB(A), zonder maatregelen, in grote delen van het plangebied niet kan worden gehaald. Alleen met een geluidscherm van 7 meter hoog kan die basiskwaliteit op de begane grond en de eerste 3 verdiepingen worden gehaald. Daarvoor zijn geluidschermen nodig op 1 meter ten westen van de bedrijven langs de oostzijde van de Stemerdingweg, tussen de gebouwen van huisnummers 23 en 25 (20 m lang en 7 m hoog) en tussen huisnummer 23 en 21 (14 m lang en 7 m hoog). In de figuur hierna met een dikke blauwe streep achter de desbetreffende bedrijfsgebouwen aangegeven.
Figuur 40 - Uitsnede figuur III.5 rapport LBP|SIGHT met situering geluidschermen
In figuur III.5 uit het rapport van LBP|SIGHT dat hierna is weergegeven, is dat gevisualiseerd. De begane grond en verdieping 1, 2 en 3 van de beoogde nieuwe
11
LBP|SIGHT, RO- en milieu-onderzoeken bestemmingsplan Sortie 16, 28 januari 2021.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
67
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
woningen zijn buiten de 50 dB(A)-contour van SUEZ gesitueerd. Zie figuur III.5 hierna.
Figuur 41 - Figuur III.5 rapport LBP|SIGHT met situering geluidschermen
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
68
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Daarbij is weer uitgegaan van de volgende verdiepingen en waarneemhoogtes: Verdieping Begane grond Eerste verdieping Tweede verdieping Derde verdieping Vierde verdieping Vijfde verdieping Zesde verdieping Zevende verdieping
Waarneemhoogte in meters 1,5 m 4,5 m 7,5 m 10,5 m 13,5 m 16,5 m 19,5 m 22.5 m
Tabel 9 – Waarneemhoogtes
De begane grondlagen en de eerste 3 verdiepingen worden met een geluidscherm voldoende beschermd tegen het geluid van SUEZ. Maar het geluid gaat ook over het geluidschermen heen. De beoogde nieuwe woongebouwen komen daardoor vanaf de vierde verdieping (13,5 m), vijfde (16,5 m), zesde (19,5 m) en zevende verdieping (22,5 m), binnen de 50 dB(A)-contour van SUEZ te liggen. Dat is een overschrijding van de basiskwaliteit voor groenstedelijk gebied. Zoals hiervoor al beschreven heeft Sortie 16 echter een veel hogere bebouwingsdichtheid (40 woningen per hectare) dan groenstedelijk gebied en daarmee ook een hogere gebruiksintensiteit van infrastructuur en openbare ruimte. Daar komt bij dat er vanaf de hogere verdiepingen ook rechtstreeks zicht is op SUEZ en het bedrijventerrein. Deze aspecten tezamen rechtvaardigen vanaf de vierde verdieping een hogere geluidbelasting dan de gewenste geluidbelasting voor groenstedelijk gebied, tot maximaal 55 dB(A). Overschrijding 55 dB(A) en dove gevels: Zoals hiervoor al vermeld ondervinden de bovenste verdiepingen van de appartementengebouwen op Sortie 16 een hogere geluidbelasting dan de begane grond en de lagere verdiepingen. Dat komt door de verdiepte ligging in de voormalige zandafgraving ten opzichte van het bedrijventerrein Soesterberg Noord (en SUEZ).
Op grotere waarneemhoogtes schuift de 50 dB(A)-contour van SUEZ steeds verder over het woongebied, maar schuift ook de 55 dB(A) contour over het woongebied. Ter illustratie is in figuur III.9 uit het rapport van LBP|SIGHT zichtbaar dat de 55 dB(A)-contour van SUEZ op een hoogte van 22,5 meter over een deel van het woongebied ligt en dat de 50 dB(A)-contour op die hoogte ver het woongebied in is geschoven.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
69
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Figuur 42 – VNG richtafstanden en geluidscontouren
In het gebied binnen de 55 dB(A)-contour is de geluidbelasting volgens de systematiek van de Geluidsnota Zeist 2006 niet meer aanvaardbaar. Dat betekent dat appartementen binnen deze zone met een dove gevel aan de zijde van Sortie moeten worden uitgevoerd. In de figuur hierna is per verdiepingshoogte in beeld gebracht hoe ver de 55 dB(A)contour van SUEZ over het bouwvlak van de bestemming ‘Woongebied’ schuift. Binnen deze contour kunnen woningen op de desbetreffende verdieping alleen met een dove gevel worden uitgevoerd. Afhankelijk van de hoogte van een
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
70
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
appartementengebouw en de situering binnen de 55 dB(A)-contour zullen dus wel of geen dove gevels nodig zijn.
Figuur 43 - Figuur: 55 dB(A)-contour SUEZ per verdiepingshoogte waarop een dove gevel nodig is.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
71
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Vertaling in het bestemmingsplan: Industrielawaai dove gevels gemeentelijk beleid: Om in het bestemmingsplan ook te borgen dat de woning met dove gevel wordt uitgevoerd als er binnen de 55 dB(A)-contour van SUEZ wordt gebouwd is in artikel 7.2.1 van de regels een verbod opgenomen om ter plaatse van de aanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel 1 a t/m c’ op de desbetreffende verdieping een woning te bouwen zonder de gevel gericht naar het bedrijventerrein Soesterberg Noord als dove gevel uit te voeren en in stand te houden. Vervolgens is in artikel 7.4.3 een mogelijkheid opgenomen om daarvan af te wijken als met een akoestisch onderzoek is aangetoond dat ook zonder dove gevel aan de verleende hogere grenswaarden kan worden voldaan. Daarbij correspondeert de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel 1a’ met de vierde verdieping van een appartementengebouw (13,5 meter hoog) en ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel 1c’ met de zesde verdieping van het appartementengebouw (19,5 meter hoog). Op de verbeelding van het bestemmingsplan zullen de verschillende zones waar de verplichting van een dove-gevel geldt, worden aangeduid.
Samenvatting en Conclusie Voor het aspect geluid is de beoogde woningbouw op Sortie 16 getoetst aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijke geluidbeleid zoals vastgelegd in de Geluidsnota Zeist 2006 en de Beleidsregels hogere waarden Wet geluidhinder. De conclusie is dat het aspect geluid niet in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het plan. Vanwege wegverkeerslawaai van de N237 kan in de nabijheid van de weg alleen met een dove gevel worden gebouwd. Door de verdiepte ligging van Sortie 16 in een voormalige zandafgraving verschilt dat bovendien per verdiepingshoogte. In de regels van het bestemmingsplan is daartoe een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Die komt er op neer dat de omgevingsvergunning voor bouwen alleen kan worden verleend als de woningen binnen de 58 dB-contour van de N237 op de desbetreffende verdiepingen worden uitgevoerd met een dove gevel aan de zijde van de N237, die ook in stand wordt gehouden. Deze verplichting geldt alleen binnen de daartoe op de verbeelding van het bestemmingsplan aan te geven zones. Vanwege wegverkeerslawaai van de N237 is bovendien in een groot deel van het plangebied een hogere waarde nodig om woningen te kunnen bouwen. Daarbij moet er volgens het gemeentelijke geluidbeleid per woning tenminste één geluidluwe gevel worden gebouwd. Daartoe is in de regels van het bestemmingsplan een nadere eisen regeling opgenomen.
Die komt er op neer dat het College van burgemeester en wethouders bij de verlening van de omgevingsvergunning voor bouwen nadere eisen kan stellen aan de situering en uitvoering van gevels en de indeling van de woning, vanwege het gemeentelijke geluidbeleid en de eis van tenminste één geluidluwe gevel per woning. Deze bevoegdheid geldt binnen het gehele plangebied.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
72
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Vanwege het industrielawaai van SUEZ wordt voor Sortie 16 een hoger geluidniveau aanvaardbaar geacht dan de basiskwaliteit voor groenstedelijk gebied. De argumenten daarvoor zijn dat Sortie 16 een veel hogere bebouwingsdichtheid heeft (40 woningen per hectare) dan groenstedelijk gebied en daarmee ook een hogere gebruiksintensiteit van infrastructuur en openbare ruimte. Bovendien is Sortie 16 gesitueerd aan een drukke provinciale weg en een bedrijventerrein. Maar in de nabijheid van SUEZ wordt de geluidbelasting op de verdiepingen van de appartementengebouwen zo hoog dat deze niet meer aanvaardbaar is (meer dan 55 dB(A)). Om die reden kan in de nabijheid van SUEZ alleen met een dove gevel worden gebouwd. Door de verdiepte ligging van Sortie 16 in een voormalige zandafgraving verschilt dat bovendien per verdiepingshoogte. In de regels van het bestemmingsplan is daartoe een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Die komt er op neer dat de omgevingsvergunning voor bouwen alleen kan worden verleend als de woningen binnen de 55 dB(A)-contour van SUEZ op de desbetreffende verdiepingen worden uitgevoerd met een dove gevel aan de zijde van SUEZ die ook in stand gehouden. Deze verplichting geldt alleen binnen de daartoe op de verbeelding van het bestemmingsplan aan te geven zones.
5.4
LUCHTKWALITEIT Beleid en regelgeving
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 2: Luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer (bekend onder de naam 'Wet luchtkwaliteit', Wlk). Dit wettelijke stelsel is van kracht sinds november 2007. De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in bijgaande tabel weergegeven en gelden voor de buitenlucht. Aspecten van de regelgeving op grond van de Wlk worden in afzonderlijke uitvoeringsregelingen uitgewerkt. De belangrijkste zijn: • Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen), verder te noemen Besluit NIBM; • Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen), verder te noemen Regeling NIBM; • Besluit gevoelige bestemmingen. Besluit NIBM Het Besluit NIBM legt vast wanneer een project met ruimtelijke gevolgen niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Hiervan is sprake als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 of NO2.
Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. De 3 %-grens is van toepassing sinds 1 augustus 2009 toen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht in werking trad.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
73
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Overigens geldt vanaf 1 januari 2015 dat het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook moet toetsen aan zwevende deeltjes in de atmosfeer, waarvan de omvang (aerodynamische diameter) kleiner is dan 2,5 micrometer. Deze worden aangeduid met PM2,5. PM2,5 is in dit kader een deeltje uit de fractie PM 10. De grenswaarde voor PM2,5 is gesteld op 25 µg/m3. Stof
Type norm
Van kracht vanaf
Concentratie ( g/m3)
Stikstofdioxide (NO2)
Jaargemiddelde
2015
40
Uurgemiddelde
2015
200
Fijn stof (PM10)
Jaargemiddelde
2011
40
24-uursgemiddelde
2011
50
Jaargemiddelde
2015
25
Fijn stof (PM2,5)
Max. overschr. per jaar 18 35
Tabel 10 - Grenswaarden stikstofdioxide en fijn stof
Regeling NIBM In de Regeling NIBM is de 3%-bijdrage vertaald naar getalsmatige grenzen van diverse functies, onder andere voor kantoren en woningen. Zo is aangegeven dat bij 1.500 woningen of 100.000 m2 kantooroppervlak de 3%- grens wordt overschreden en er luchtkwaliteitberekeningen dan wel - onderzoek nodig is. Besluit gevoelige bestemmingen In het verlengde van een goede ruimtelijke ordening, gebaseerd op de Wet milieubeheer, is het Besluit gevoelige bestemmingen van kracht. Dit besluit is gericht op functies voor gevoelige groepen voor langdurig verblijf. Hierbij kan worden gedacht aan zorginstellingen, kinderopvang, scholen en bejaardentehuizen. Deze functies mogen niet worden gerealiseerd in gebieden met overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden ten gevolge van provinciale wegen en rijkswegen. Goede ruimtelijke ordening Naast hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het beginsel van een goede ruimtelijke ordening van toepassing. De formele definitie van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is: "het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigd dan het dienen van de belangen afzonderlijk". Een goede luchtkwaliteit is een van de belangen, ofwel de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Daarom is het wenselijk om inzicht te hebben in de luchtkwaliteitsituatie.
Luchtkwaliteit in relatie tot het plan Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een nieuwe woonwijk met maximaal 200 woningen. Hiermee is de beoogde planontwikkeling aan te merken als een project dat binnen de getalsmatige grenzen uit de ‘Regeling NIBM’ valt en daarmee ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is volledigheidshalve ook nader inzicht gegeven in de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Daarbij is gebruik gemaakt van de door de Omgevingsdienst Utrecht opgestelde luchtkwaliteitskaarten (zie bijgaande figuren 17 en 18). Hieruit blijkt dat ruimschoots aan de wettelijke normering wordt voldaan.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
74
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Figuur 44 - Uitsnede luchtkwaliteitskaart (peiljaar 2018) voor wat betreft de concentratie NO2 ter hoogte van het plangebied (bron: Omgevingsdienst regio Utrecht, maart 2019)
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
75
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Figuur 45 - Uitsnede luchtkwaliteitskaart (peiljaar 2018) voor wat betreft de concentratie PM10 ter hoogte van het plangebied (bron: Omgevingsdienst regio Utrecht, maart 2019)
Voor stikstofdioxide (NO2) ligt de jaargemiddelde achtergrondconcentratie in 2018 overwegend tussen 18 en 20 μg/m³, met gelijk aan de N237 een hogere waarde; tussen 20 en 22 μg/m³. Voor fijn stof (PM10) ligt de jaargemiddelde achtergrondconcentratie overwegend tussen 19 en 20 μg/m³ en gelijk aan de N237 een achtergrondconcentratie tussen 20 en 21 μg/m³. Op grond van dezelfde kaarten, maar dan voor de beschouwde situatie in de toekomst (het jaar 2030), blijkt dat deze concentraties nog lager zijn. Ook de grenswaarde voor PM2,5 wordt niet wordt overschreden (ligt tussen de 12 en 12,5 μg/m³, voor het jaar 2018). Deze cijfers worden bevestigd door het onderzoek van LBP|SIGHT ten behoeve van de onderhavige ontwikkeling van Sortie 1612. Uit de resultaten van het onderzoek in hoofdstuk 6 van het rapport blijkt het volgende: • De hoogst optredende jaargemiddelde concentratie bedraagt in woongebied 17,8 g/m3 voor NO2 en 18,5 g/m3 voor PM10.
12
LBP|SIGHT-rapport “Woonwijk Sortie 16 te Zeist, RO- en milieu-onderzoeken bestemmingsplan Sortie 16” van 28 januari 2021.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
76
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
• • •
Met een maximale jaargemiddelde concentratie van 18,5 g/m3 voor PM10 wordt voor alle toetspunten ook voldaan aan de grenswaarde voor PM2,5 (25,0 g/m3). De etmaalnorm voor fijn stof wordt bij nabijgelegen woningen maximaal zeven keer overschreden. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarde van 35 overschrijdingsdagen per jaar. De beoogde planvorming draagt niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging. Conclusie
De advieswaarden van de GGD en WHO (20 μg/m³ PM10 en 10 μg/m³ PM2,5) worden deels gehaald. Omdat het gaat om een lichte overschrijding is de verwachting dat door verbetering van de autotechniek er in de toekomst voldaan wordt aan deze waarden. Daaruit volgt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Concluderend kan gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect luchtkwaliteit voor het onderhavige bestemmingsplan. 5.5
ECOLOGIE Beleid en regelgeving
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het noodzakelijk te onderzoeken of en zo ja, in hoeverre de plannen ten koste gaan van de (aanwezige) flora en fauna. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de ‘gebiedsbescherming’ en de ‘soortenbescherming’. Gebiedsbescherming Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Natuurnetwerk Naast de bescherming op grond van de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Nationaal Natuurnetwerk (NNN, voorheen EHS genoemd). Het Natuurnetwerk is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. De provincie Utrecht heeft dit vastgelegd in de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening. Uitgangspunt is dat plannen, handelingen en projecten in het NNN niet toegestaan zijn indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN significant aantasten.
Soortbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wnb. Het doel van de Wnb is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
77
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden. Relatie met plangebied De woningbouwontwikkeling op Sortie 16 staat niet op zichzelf maar maakt deel uit van een integrale gebiedsontwikkeling door de Provincie Utrecht met woningbouw op onder meer Sortie 16 en de vliegbasis Soesterberg en natuurontwikkeling op onder meer de vliegbasis in combinatie met de realisatie van een aantal ecologische verbindingen (ecoduct Beukbergen en ecoduct Sterrenberg). De ontwikkeling van Sortie 16 is natuurinclusief.
Dat houdt in dat eerst de natuurwaarden zijn onderzocht en vervolgens op basis daarvan randvoorwaarden zijn geformuleerd voor de ontwikkeling van het gebied. Daartoe is in 2019 een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Van den Bijtel Ecologisch Onderzoek in het gebied Sortie 1613. De uitkomsten van dit ecologische onderzoek moeten dienen als nulmeting voor de toekomstige woningbouwontwikkeling. Het ecologische onderzoek geeft een compleet overzicht van welke (beschermde en bijzondere) soorten in het gebied voorkomen, wat de (globale) omvang van de (deel)populaties van deze soorten is en welke functies het gebied voor deze soorten vervult. Op basis van de uitkomsten van het ecologische onderzoek zijn randvoorwaarden voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied geformuleerd en wordt een antwoord gegeven op de vraag op welke wijze het gebied in de jaren voorafgaand aan de toekomstige ontwikkeling van het terrein het beste kan worden beheerd. Het integrale onderzoeksrapport is als bijlage achter deze toelichting opgenomen. Hierna zijn de belangrijkste bevindingen samengevat. Daarnaast is in 2020 een boominventarisatie uitgevoerd door Pius Floris Boomverzorging14. Het doel van deze inventarisatie is om inzicht te krijgen welke bomen in de groenstructuren of solitaire bomen, wel of niet duurzaam ingepast kunnen worden.
Dit rapport maakt de kwaliteit van de bomen op het Sortie 16 terrein inzichtelijk (goede of beperkte toekomstverwachting). Het integrale onderzoeksrapport is als bijlage achter deze toelichting opgenomen. Hierna zijn de belangrijkste bevindingen samengevat.
13
Natuurwaardenonderzoek, nulmeting terrein Dorrestein/Sortie 16, Van den Bijtel Ecologisch Onderzoek, februari 2020. 14 Boominventarisatie Provincie Utrecht, Sortie 16, Pius Floris Boomverzorging, 6 maart 2020.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
78
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Nulmeting natuurwaarden Vaatplanten In het gebied zijn in totaal 237 plantensoorten aangetroffen, waaronder ook enkele uitheemse soorten die in het onderzoeksgebied zijn aangeplant. In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde soorten en geen aandachtsoorten vastgesteld. Wel komen er vijf soorten voor die op de Rode Lijst zijn opgenomen. Zie de tabel hierna.
Tabel 11 - Tabel Vastgestelde beschermde vaatplanten, aandachtsoorten en Rode Lijst-soorten: De soorten waarbij in de kolom Rode Lijst de afkorting GE (gevoelig) of KW (kwetsbaar) staat, zijn opgenomen in deze lijst. De aanduidingen gevoelig en kwetsbaar verwijzen naar de mate van bedreiging.
Mossen en korstmossen In het gebied zijn in 34 blad- en levermossen aangetroffen en 25 korstmossen. Alle waargenomen soorten zijn vrij tot zeer algemeen. Onder de vastgestelde soorten bevinden zich geen beschermde soorten en geen aandachtsoorten. Paddestoelen In het gebied zijn in totaal 72 soorten paddenstoelen aangetroffen. Dit aantal moeten worden opgevat als een minimum aantal; het werkelijke aantal soorten dat in het terrein voorkomt, is vrijwel zeker groter. Om een goed inzicht te krijgen in de mycoflora van een gebied zijn meer jaren onderzoek nodig, omdat niet elke soort jaarlijks sporenlichamen vormt. Onder de aangetroffen soorten bevindt zich één aandachtsoort: het bezemkoraaltje. Deze soort is als bedreigd opgenomen op de Rode Lijst. Van de overige acht minder algemene soorten die in het terrein zijn aangetroffen, zijn ook de bleekgele vezelkop, de bleeksteelvezelkop, de dennenslijmkop en de pagemantel opgenomen op de Rode Lijst. De dennenslijmkop is in 2019 niet vastgesteld, maar is zowel in 2014 als in 2017 wel in het terrein aangetroffen.
Tabel 12 - Tabel Vastgestelde bijzondere paddenstoelen: De soorten waarbij in de kolom Rode Lijst de afkorting GE (gevoelig), KW (kwetsbaar) of BE (bedreigd) staat, zijn opgenomen in deze lijst. De aanduidingen gevoelig en kwetsbaar verwijzen naar de mate van bedreiging. De soorten De soorten waarbij in de kolom Aandachtsoort een A (aandachtsoort) of een I (icoonsoort) staat, hebben in het provinciale natuurbeleid de status van aandachtsoort.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
79
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Zoogdieren In het gebied zijn 18 soorten zoogdieren aangetroffen. Alle waargenomen soorten, met uitzondering van de mol, zijn beschermd. Voor de meeste soorten is evenwel een vrijstelling van toepassing. Zeven van de vastgestelde soorten (franjestaart, watervleermuis, ruige en gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis) zijn beschermd conform het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn, twee soorten (eekhoorn, boommarter en das) zijn beschermd conform het beschermingsregime van nationale soorten.
Tabel 13 - Tabel Vastgestelde zoogdieren: De soorten waarbij in de kolom WNb de afkorting HR (Habitatrichtlijn) of N (nationale soorten) staat, zijn beschermd krachtens de Wet Natuurbescherming. Voor de soorten waarbij in de kolom WNb een v staat, is een vrijstelling van toepassing. De soorten waarbij in de kolom Rode Lijst de afkorting KW (kwetsbaar) staat, zijn opgenomen in deze lijst. De aanduiding verwijst naar de mate van bedreiging. De soorten waarbij in de kolom Aandachtsoort een A (aandachtsoort) of een I (icoonsoort) hebben in het provinciale natuurbeleid de status van aandachtsoort.
Gebruik door vleermuizen Zomerverblijfplaatsen: Op het terrein Dorrestein/Sortie 16 zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. In het gebied komen geen objecten voor die dienst kunnen doen als verblijfplaats voor vleermuizen die in gebouwen verblijven (met uitzondering van de woning in het zuidwesten die buiten het onderzoeksgebied ligt) en ook voor soorten die in bomen verblijven, zijn de mogelijkheden zeer beperkt, omdat er nauwelijks bomen met holten, scheuren of los hangende stukken bast aanwezig zijn. In de bosstrook langs de zuidzijde van het gebied staan wel verschillende oudere loofbomen met holten maar ook hier zijn geen verblijfplaatsen vastgesteld. Paarverblijven en zwermplaatsen: Er zijn op het terrein Dorrestein/Sortie 16 geen paarverblijven en n zwermplaatsen vastgesteld. Wel enkele zijn in de terreindelen in de omgeving van de woning in het zuidwesten enkele gewone dwergvleermuizen waargenomen die sociale geluiden lieten horen (balts). Mogelijk bevinden zich hier of in de bebouwing langs de Stemerdingweg paarverblijven van deze soort.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
80
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Winterverblijfplaatsen: Tijdens het zoeken naar bomen met holten en nesten in februari 2019 werd in de wal langs de zuidrand van het gebied een grotere put ontdekt die in potentie geschikt is als winterverblijf voor vleermuizen. Op 18 december 2019 is deze put van binnen geïnspecteerd op de aanwezigheid van overwinterende vleermuizen. Er zijn tijdens deze inspectie geen vleermuizen waargenomen. Op grond van de uitkomsten van deze inspectie kan echter niet met volledige zekerheid worden uitgesloten dat de put dienst doet als winterverblijf. De reden hiervoor is de zeer zachte winter. Uit herhaalde controles van winterverblijven van vleermuizen is gebleken dat in (zeer) zachte winters sommige winterverblijven in het geheel niet worden gebruikt en dat in andere verblijven de aantallen overwinterende vleermuizen substantieel lager zijn dan in jaren met een normale of een koude winter. Een reden waarom de put in de huidige situatie inderdaad geen functie vervult als winterverblijf, is dat de put aan de bovenzijde niet is afgedekt. Hierdoor zou het microklimaat in de put weleens te instabiel kunnen zijn om als winterverblijf te kunnen fungeren. Met het aanbrengen van een goede afsluiting zou de put optimaal geschikt gemaakt kunnen worden als winterverblijf.
Jachtgebied: Op het terrein Dorrestein/Sortie 16 zijn tijdens alle bezoeken jagende ruige en gewone dwergvleermuizen en laatvliegers waargenomen. Jagende rosse vleermuizen en de gewone grootoorvleermuizen jagen veel onregelmatiger in het gebied. Van franjestaart en watervleermuis zijn alleen langsvliegende dieren vastgesteld. Jagende vleermuizen zijn vooral vastgesteld langs de randen van de brede open strook en andere open plekken. Vaste jachtgebieden waar gedurende langere tijd meer exemplaren van een soort jagen, zijn niet vastgesteld. Vliegroutes: De brede open strook die het terrein Dorrestein/Sortie 16 in noordzuid richting in tweeën deelt, wordt door laatvliegers gebruikt als vliegroute. Deze vliegroute is voor het eerst vastgesteld in 2013 en was ook in 2019 nog in gebruik. Tijdens het avondbezoek in juni zijn 43 passerende laatvliegers geteld. Buiten de kraamtijd lijkt de vliegroute door minder individuen te worden gebruikt; tijdens het avondbezoek in werden nog maar 16 laatvliegers geteld. De vliegroute vormt voor deze soort vermoedelijk een belangrijke verbindende schakel tussen de kraamkolonie(s) in Soesterberg en de jachtgebieden op de Vliegbasis Soeserberg. De Westelijke Ontsluiting heeft als vliegroute voor laatvliegers weinig betekenis, waarschijnlijk omdat hier veel minder beschutting aanwezig is.
De vliegroute van laatvliegers blijkt inmiddels ook te worden gebruikt door gewone dwergvleermuizen. In juni werden 22 individuen geteld en in september 19. De vliegroute over het terrein Dorrestein is voor deze soort mogelijk belangrijker geworden, nu de vliegroute over de vliegbasis in het verlengde van de Batenburgweg en over de zuidelijke rolbaan door het verwijderen van de beschuttende en geleidende beplanting is aangetast en mogelijk zelfs ongeschikt is geworden. Gebruik van het gebied door eekhoorn: In de grove dennenpercelen in de groeve zijn vier clusters met nesten van eekhoorns gevonden. Op basis van de veldgegevens mag worden aangenomen dat in het gebied drie tot vijf eekhoorns leven. Op grond van de waarnemingen kan worden geconcludeerd dat de eekhoorns zich concentreren langs de westkant van het gebied, mogelijk omdat ze voedsel halen in het woonwagencentrum. Gebruik van het gebied door boommarter: Uit de verzamelde veldgegevens in de periode 2014-2018 kan worden opgemaakt dat in het plangebied nu en dan
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
81
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
boommarters jagen. Er zijn geen waarnemingen verricht of sporen gevonden, zoals latrines onder aan de stam of in een takvork van een holle boom, die wijzen op de aanwezigheid van voortplantingslocaties of rustplaatsen. Behalve in de bosstrook langs de zuidrand van het plangebied komen in het plangebied geen bomen met grotere holten voor die geschikt zijn als voortplantingslocatie of als rustplaats. Tijdens het onderzoek in 2019 zijn ook hier geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een verblijfplaats van boommarters. Afgezien van de vondst van een keutel in mei, die vermoedelijk afkomstig was van een boommarter, zijn er in 2019 in het geheel geen aanwijzingen gevonden dat bommarters het terrein gebruiken. Gebruik van het gebied door das: Al vanaf 2012 worden er op het terrein Dorrestein/Sortie 16 recent gebruikte (bij)burchten van dassen aangetroffen. In 2012 is in de noordelijke wal van de groeve ten westen van de brede, noord-zuid verlopende open strook een bijburcht van een das aangetroffen. In 2014 is zo’n vijftig meter oostelijker ook een bijburcht van een das aangetroffen. Tijdens een veldbezoek in februari 2019 is in de wal aan de zuidzijde van het plangebied een belopen burcht van de das gevonden. Het gebruik van deze burcht is tijdens het veldonderzoek regelmatig gecontroleerd en begin september is bij de burcht een camera geplaatst.
Het veldonderzoek en de camerabeelden hebben uitgewezen dat de burcht het gehele jaar door één of meer dassen is gebruikt. Alleen in juli waren er tijdelijk geen dassen op de burcht aanwezig. Voorst is uit nauwkeurige bestudering van de dieren op de camerabeelden gebleken dat de burcht wordt gebruikt door vijf verschillende dassen: een volwassen mannetje, een volwassen vrouwtje dat in 2019 heeft gezoogd, een derde volwassen das waarvan het geslacht niet kon worden bepaald, een jonge das geboren in 2019 en een jonge das die in 2019, mogelijk in 2018 is geboren. Tijdens het veldonderzoek in 2019 zijn in het terrein alle sporen van opgenomen. Het gaat hierbij om snuitputjes, mestputjes en prenten. Wroetplekken zijn niet op kaart weergegeven omdat die door het gehele terrein heen zijn aangetroffen. Uit het kaartbeeld (figuur 46) blijkt dat de waarnemingen van deze sporen van dassen zich concentreren langs de centrale open strook. Het kan zijn dat het beeld enigszins vertekend is, omdat sporen van dassen op en langs de randen van deze strook het makkelijkst te vinden zijn, makkelijker in ieder geval dan in de bospercelen. Anderzijds is de concentratie van sporen langs deze strook goed te verklaren.
De open strook vormt binnen het gebied namelijk het meest geschikte foerageergebied en bovendien wordt deze strook gebruikt als route naar de graslanden van de vliegbasis, zoals blijkt uit de aanwezigheid van twee veelbelopen wissels bij het hek langs de vliegbasis. Op grond van de waarnemingen kan worden geconcludeerd dat het plangebied door dassen wordt gebruikt als foerageergebied. In combinatie met de aanwezigheid van een bewoonde burcht gaat het hierbij om een essentieel foerageergebied. De centrale strook vervult behalve een functie als foerageergebied ook een functie als migratieroute tijdens de (dagelijkse) foerageertochten van de dassen van de burcht aan de zuidzijde van het terrein. Vogels: Op het terrein Dorrestein/Sortie 16 komen 36 soorten broedvogels voor. Alle vogels zijn beschermd conform het regime van de Vogelrichtlijn. Van drie soorten zijn de nesten jaarrond beschermd (buizerd, sperwer en ransuil). Deze soorten zijn in het licht van de geplande ontwikkelingen het meest van belang. De
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
82
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
sperwer broedt in ieder geval al sinds 2009 in het gebied en heeft dat ook in 2019 gedaan. De nestlocatie van buizerd bevindt zich in de uiterste zuidwesthoek. Ondanks gericht zoeken is de nestlocatie van de ransuil ook in 2019 niet gevonden (van den Bijtel 2019). De soort heeft echter ook in 2019 weer in de onmiddellijke omgeving van het plangebied gebroed: in het bos pal ten noorden van het plangebied zijn in juni drie bedelende jongen gehoord. Reptielen en zoogdieren: In het plangebied komen drie soorten reptielen voor: hazelworm, levendbarende hagedis en ringslang (tabel 14). Alle drie soorten zijn beschermd conform het beschermingsregime van nationale soorten.
Tabel 14 – Reptielen en zoogdieren
Tijdens het veldonderzoek in 2019 zijn in totaal negen hazelwormen aangetroffen. Op één na ging het in alle gevallen om individuen die onder de uitgelegde plaatjes lagen te rusten. De dichtheid aan hazelwormen in het gebied is relatief hoog. Immers in 2015 zijn in het kader van de aanleg van de Westelijke Ontsluiting in het bos ten oosten van de centrale open strook al 62 hazelwormen gevangen en verplaatst naar geschikte habitats op de vliegbasis. Het is zeer waarschijnlijk dat in het bos ten westen van de centrale open strook vergelijkbare aantallen hazelwormen aanwezig zijn. Bij het vangen van hazelwormen in 2015 is ook een levendbarende hagedis aangetroffen. In 2019 zijn door gericht zoeken nog twee individuen waargenomen. Dit duidt erop dat in het terrein een kleine deelpopulatie van deze soort aanwezig is. Bij een van de vochtige plekken langs de westrand van de centrale open strook is in augustus een rustende/zonnende vrouwtje ringslang aangetroffen. Het betrof vermoedelijk een zwervend dier. Het is gelet op de aanwezige habitat en het ontbreken van een redelijke populatie prooidieren (amfibieën) niet aannemelijk dat in het terrein een deelpopulatie aanwezig is. Ontheffing Wet natuurbescherming nodig voor volgende soorten: Op het terrein Dorrestein/Sortie 16 komen zestien beschermde soorten voor (exclusief vogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn).
Voor tien van deze soorten zal een ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wet Natuurbescherming moeten worden aangevraagd, omdat de geplande ontwikkelingen zullen leiden tot aantasting van vaste rustplaatsen en/of voortplantingsplaatsen dan wel zullen leiden tot aantasting van de functionaliteit van vaste rustplaatsen en/of voortplantingsplaatsen, binnen en buiten het plangebied.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
83
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Tabel 15 - Tabel Beschermde soorten waarvoor ontheffing moet worden aangevraagd.
Ten behoeve van de aanvraag van een ontheffing verdient het aanbeveling om zodra het stedenbouwkundig plan gereed is, een mitigatieplan op te stellen. In dit plan dienen, naast de te treffen mitigerende maatregelen per soort, ook alle inrichtings- en beheermaatregelen die in het kader van het beperken van nadelige effecten van de geplande ontwikkelingen op (beschermde) soorten en ter behoud van de natuurwaarden van het plangebied tot in detail te worden besproken. Randvoorwaarden voor herontwikkeling: Ten behoeve van de herontwikkeling van het terrein zijn de volgende randvoorwaarden voor de inrichting van het terrein opgesteld: • Rond de burcht van de das dient een gebied met een straal van minimaal vijftig meter te worden vrijgehouden van bebouwing en de aanleg van wegen en paden. • In het hart van het gebied wordt een zone met een breedte van veertig tot vijftig meter vrijgehouden van bebouwing en, behoudens een zo klein mogelijk gebiedsdeel in het zuiden, ook van de aanleg van wegen en paden. De bestaande centrale open strook vormt de as van deze zone (vleermuizen, das, buizerd, reptielen). • Op de wegen in het gebied wordt een maximum snelheid van dertig kilometer ingesteld. Idealiter wordt dit ondersteund door de profilering en vormgeving van de wegen en wel op een zodanige wijze dat (veel) harder rijden dan dertig kilometer niet mogelijk is (das, reptielen).
• Er wordt zeer terughoudend omgegaan met het aanbrengen van verlichting en voor de verlichting die wordt aangebracht worden armaturen gebruikt waarmee de lichtuitstraling naar de omgeving tot een minimum wordt beperkt. Ook kan gedacht worden aan het gebruik van lampen waar vleermuizen en nachtactieve insecten weinig tot geen hinder van ondervinden. • Op de vliegroutes van vleermuizen wordt geen verlichting aangebracht. Er worden aan de nieuwbouw geen verstralers of andere felle lampen aangebracht die zijn gericht op de omgeving. Een en ander dient bindend te worden vastgelegd in een overeenkomst met de toekomstige bewoners/kopers. Aan deze overeenkomst dient een boete- en kettingbeding te zijn verbonden. • Aan weerszijden van de bestaande centrale open strook wordt zoveel bos behouden, dat de strook voldoende beschut is (vleermuizen). • Op de overgangen van het bos naar de open ruimte worden geleidelijke bosranden ontwikkeld met bloemrijke zomen en mantels (vleermuizen, vogels, insecten). • De kwaliteit van het bestaande bos wordt verbeterd door het bos te dunnen, kleine open plekken te creëren en de ontwikkeling van de kruid- en struiklaag te stimuleren (vleermuizen, das, hazelworm).
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
84
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
• In het bos worden een aantal horsten niet-gedund bos behouden (eekhoorn). • De ruigte op het westelijke talud van de Westelijke Ontsluiting wordt behouden en als zodanig beheerd (vleermuizen, vogels, insecten). • De natte plek langs de westzijde van de centrale open strook wordt behouden en vergroot. Hier kan tevens een poel (met een kunstmatige bodem) worden gerealiseerd. • De heiderelicten in het terrein worden behouden en indien mogelijk vergroot (reptielen). De put aan de zuidzijde van het terrein wordt geschikt(er) gemaakt als winterverblijf voor vleermuizen door de bovenzijde dicht te maken, waardoor in de put een stabieler microklimaat ontstaat.
Figuur 46 – Ecologische situatie in relatie tot het plangebied
Activiteitenplan ten behoeve van ontheffingsaanvraag Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming is een Activiteitenplan opgesteld door EcoGroen 15. In het Activiteitenplan zijn maatregelen opgenomen die bij de inrichting van het plan moeten worden genomen (hoofdstuk 1.3 van het Activiteitenplan) en maatregelen die bij de uitvoering en beheer
15
Activiteitenplan Woonwijk Sortie 16, Soesterberg, EcoGroen, 18 oktober 2021.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
85
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
moeten worden genomen (hoofdstuk 7 van het Activiteitenplan). Die laatste maatregelen worden geregeld via de ontheffing en het Activiteitenplan. De maatregelen voor inrichting van het plan zijn geborgd via het bestemmingsplan in combinatie met het BKP. Vertaling in het bestemmingsplan: In het bestemmingsplan zijn deze natuurwaarden vertaald in de bestemming ‘Bos’ die zorgt voor een groene omlijsting van het plangebied, waar het behoud en de ontwikkeling van het bos met natuurwaarden voorop staat. Daarnaast is de bestemming ‘Groen’ met ‘landschaps- en natuurwaarden’ gebruikt voor de groene entree van het woongebied waar in huidige situatie geen bomen aanwezig zijn en ook geen ontwikkeling van bos is beoogd.
Figuur 47 - Verbeelding van het bestemmingsplan met de bestemming ‘Bos’ en ‘Groen’.
Het bos geniet bescherming door een verbod om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden te verrichten die het bos kunnen aantasten. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als daardoor geen blijvende afbreuk wordt gedaan aan de natuur- en landschapswaarden van het bos. De dassenburcht is niet op de verbeelding van het bestemmingsplan aangeduid om niet te veel aandacht te genereren. De bescherming is geregeld door in de
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
86
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
bestemmingsomschrijving expliciet te melden dat het bos bestemd is voor een afgeschermd verblijfsgebied voor de das en een afgeschermde migratieroute. Verder is in het bestemmingsplan geregeld dat in het Bos geen gebouwen zijn toegestaan, maar enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals dassentunnels, houtwallen, insectenhotels, bewegwijzering en constructies nodig om betreding door mensen en honden te weren (hekwerken) of om dieren te geleiden (amfibieen reptielroosters). Bovendien is een nadere eisen regeling opgenomen met het oog op de ecologische waarden. Het College van burgemeester en wethouders kan nadere eisen stellen aan de situering en omvang van bewegwijzering/constructies en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde vanwege de ruimtelijke en ecologische kwaliteit zoals beschreven in het beeldkwaliteitsplan. Op die manier kan ook het terughoudend omspringen met verlichting worden geregeld. Op het talud is de ontwikkeling van bos beoogd waarbinnen wel trappen en een glijbaan zijn toegestaan om het hoogteverschil te overwinnen en bij de ontwikkeling en inrichting ook in te spelen op dat hoogte verschil. De contramal van de groene omlijsting zijn de woongebieden die aan de zijkanten mogelijk zijn gemaakt in de minder waardevolle delen van het huidige bos.
De woongebieden krijgen een groene omlijsting met een voldoende brede bosstrook op de grens met het woonwagencentrum Beukbergen. Bomeninventarisatie Ten behoeve van het stedenbouwkundige plan en dit bestemmingsplan is verder nog een boominventarisatie uitgevoerd door Pius Floris Boomverzorging 16. In deze boominventarisatie is de kwaliteit van de bomen in het plangebied in beeld gebracht. Op basis van de kwaliteit van de bomen is het terrein van Sortie 16 onderverdeeld in 3 klassen (figuur 5 uit de boominventarisatie van Pius Floris): 1. Zeer hoogwaardig: bomen van goede kwaliteit (bouwen niet gewenst). 2. Stroken met behoudenswaardige bomen (alleen bouwen wanneer noodzakelijk). 3. Bos van matige kwaliteit (wenselijke locatie voor bouw).
16
Pius Floris, Boominventarisatie, Provincie Utrecht Sortie 16, 6 maart 2020.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
87
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Figuur 48 – Onderverdeling groenstructuren
Vertaling in het bestemmingsplan In het bestemmingsplan is daar zoveel mogelijk rekening mee gehouden. De bomen langs de Amersfoortseweg hebben de bestemming ‘Bos’ gekregen, net als de bomen langs de brandgang (in het natuurlijke hart) en de bomen langs beukbergen. De bouwvelden zijn met name voorzien in de gebieden waar het bos een matige kwaliteit heeft. Alleen in de zuidwesthoek van het plangebied zullen behoudenswaardige bomen moeten wijken voor woningbouw. In dat gebied zal wel als uitgangspunt worden gehanteerd dat het inpassen van behoudenswaardige bomen zorgt voor extra kwaliteit van het woongebied. Stikstofdepositie Ruimtelijke projecten kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied. Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van (bouw)werkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen naar en grondverzet op de projectlocatie). Het gebruik van de woningen (de gebruiksfase) kan ook leiden tot een toename van de stikstofdepositie. Deze toename kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van gas en het autoverkeer van bewoners en bezoekers van de woningen. Omdat de nieuwe woningen in het plangebied gasloos worden gerealiseerd, is echter alleen het aspect auto- en vrachtverkeer van toepassing.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
88
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
De emissie (uitstoot) van stikstof in verband met de uitvoering van het bouwplan voor maximaal 200 woningen is echter zo beperkt dat op een afstand van ca. 10 km tot de ‘Oostelijke Vechtplassen’ (het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied) geen stikstofdepositie is te verwachten. Dat is omdat de stikstofemissie van verkeer niet ver draagt maar vlak bij de weg neer slaat, de locatie in het stedelijk gebied is gesitueerd (waarvan de bebouwing en beplanting in de weg staat aan een grote verspreiding van de uitstoot), en het betreffende Natura 2000-gebied op zeer ruime afstand is gesitueerd. Ditzelfde geldt voor de stikstofdepositie tijdens de aanlegfase als gevolg van de nieuwbouw. Deze verwachting wordt bevestigd door de AERIUS-berekening van LBP|SIGHT in hoofdstuk 7 van hun rapport17. Het integrale rapport is als bijlage opgenomen achter deze toelichting. Uit de rekenresultaten blijkt dat de bijdrage van zowel de bouwfase als de gebruiksfase van het plan Sortie 16 aan de stikstofdepositie op geen van de Nederlandse Natura 2000-gebieden hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er geldt daarom voor de beoogde situatie vanuit de Wnb geen nadere onderzoeksplicht of bezwaar tegen het bestemmingsplan voor Sortie 16. In de Aeriusberekening is per abuis nog geen rekening gehouden met de aanlegfase.
Volgens het regressiemodel van LBP-Sight (stikstofgegevens van een groot aantal bouwprojecten vertaald naar stikstofemissie per m² BVO) gaat het bij 250 woningen á gemiddeld 150 m² over 37.500 m² BVO en totaal 322,2 kg NOX per jaar. Dit is in Aerius ingevuld naast de al ingevoerde vrachtwagens en dat levert nog steeds geen significante depositie op (< 0,00 mol/ha/j).
Figuur 49 - Uitsnede rapport LBP|SIGHT met situering t.o.v. Natura 2000.
17
LBP|SIGHT-rapport “Woonwijk Sortie 16 te Zeist, RO- en milieu-onderzoeken bestemmingsplan Sortie 16” (kenmerk: R057161af.201QD1A.tc CONCEPT 8), 28 januari 2021.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
89
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Conclusie Uit de Aerius-berekening blijkt dat de bijdrage van zowel de bouwfase als de gebruiksfase aan de stikstofdepositie, op geen van de Nederlandse Natura 2000gebieden hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Door de randvoorwaarden voor de ontwikkeling in het bestemmingsplan te borgen is verzekerd dat het aspect ecologie niet in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 5.6
BODEM Beleid en regelgeving
In het kader van een ruimtelijk plan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek (conform NEN 5740) kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. Bodemkwaliteit in relatie tot het plangebied Bodem Het plangebied is gebruikt als zandafgraving. Na beëindiging van de zandwinning is hier productiebos geplant dat inmiddels al jaren niet meer als productiebos wordt onderhouden. Op de locatie was in het verleden een containerbedrijf gevestigd. Na vertrek daarvan heeft bodemsanering plaatsgevonden. Volgens het bodemloket heeft het verkennende onderzoek voor deze locatie in 2010 plaatsgevonden door Hopman en Peters18.
18
‘Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Amersfoortseweg 69A te Huis ter Heide’, rapportnummer: 10-P-247, d.d. 29-10-2010).
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
90
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Figuur 50 – Status bodem
Uit dit onderzoek bleek dat in de boven- en ondergrond licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en PCB’s zijn gemeten. Tevens zijn in twee monsters gehalten aan asbest aangetoond onder de interventiewaarde. Deze monsters zijn genomen aan het zuidelijk deel van het perceel, langs de geluidswal. Uit onderzoeken en saneringen die op het terrein hebben plaatsgevonden blijkt onder andere dat langs een deel van het pad in het bos, op het lage deel, puin aanwezig is. Op het hoge deel aan de Amersfoortseweg is nog sprake van lichte tot matige verontreinigingen met reguliere parameters. Dat was aanleiding voor een BUS-sanering. Uit het evaluatieverslag behorend bij de BUS-sanering op perceel A3359 en perceel E5441, opgesteld door Antea Group in juli 2016 (kenmerk 405855), blijkt dat de grond is gesaneerd tot de terugsaneerwaarde (de achtergrondwaarden). Het ging hierbij om de volgende verontreinigingen: zware metalen, PAK en asbest. Het aanvullen van de ontgraving is gebeurd in het kader van de aanlegwerkzaamheden van de weg. Door Antea Group is een actualiserend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd aan de Amersfoortseweg 69a te Huis ter Heide (rapport ‘Actualiserend bodemonderzoek Amersfoortseweg 69a Huis ter Heide’, kenmerk 0411489.00, d.d. 11-09-2017).
De uitkeuring van de eerder uitgevoerde bodemsanering heeft zich alleen gericht op de saneringsparameters en tijdens de sanering heeft veel grondverzet heeft plaatsgevonden. Derhalve was het wenselijk de milieu hygiënische kwaliteit van de bovengrond te actualiseren. Uit het onderzoek blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen zijn gemeten. Er is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. Op een deel van het
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
91
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
terrein voldoet de bodemkwaliteit niet aan functieklasse wonen maar aan de klasse industrie. Het gaat hierbij om een beperkte waarde overschrijding van parameters die niet waren aangeduid als saneringsparameters. Op de nabijgelegen Vliegbasis Soesterberg heeft jarenlang een brandweeroefenplaats gefunctioneerd die voor verontreiniging met PFAS heeft gezorgd. Naar verwachting hebben deze verontreinigingen zich niet uitgestrekt naar het plangebied van Sortie. Daartoe is onderzoek gedaan door Anteagroup19. Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat er geen verspreiding van PFAS van het aangrenzende terrein naar de percelen Soest A3359 en A3360 is opgetreden. De aangetroffen licht verhoogde PFAS-gehalten betreffen in hoofdzaak PFOA en geen PFOS. Dit duidt op geringe beïnvloeding van de bodemkwaliteit als gevolg van diffuse depositie. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalte aan PFBA, PFOA en PFPeA gemeten. De gemeten gehalten vormen geen belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling. Het is niet noodzakelijk maatregelen te nemen in het kader van de Wet bodembescherming. Aanbevolen wordt eventueel vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen het werk her te gebruiken. Bij een grondoverschot kan de grond op basis van de uitgevoerde onderzoeken worden aangeboden aan een verwerker.
Ook kan de grond binnen de gemeente worden hergebruikt op basis van de bodemkwaliteitskaart. Bij hergebruik buiten de locatie zal voor de licht met PFAS verontreinigde grond geen aanvullend onderzoek nodig zijn. Wel zullen de gehalten getoetst moeten worden aan het geldende beleid van de toepassingslocatie. Verder zijn er in het gebied plekken waar puin aanwezig is, zoals een deel van het pad in het bos op het lage gedeelte en de talud aan de oostelijke kant van het perceel 3360. Deze deellocaties moeten voorafgaand aan de ontwikkeling of aanvullend onderzocht worden, of direct afgevoerd worden naar een erkende verwerker. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het plan. Voor de realisatiefase is echter nog wel aanvullend bodemonderzoek nodig, in het kader van de aanvragen van de omgevingsvergunningen voor het bouwen. 5.7
EXTERNE VEILIGHEID Beleid en regelgeving
Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven.