03.00-23RV038 Bijlage 3 Toelichting Sortie 16 Zeist
Tekst van het document
19
Anteagroup, “Actualisatie- / verkennend bodemonderzoek naar PFAS Amersfoortseweg 69a te Huis ter Heide (kad. Soest A3359 & A3360) projectnummer 0460259-100”, 19 mei 2020.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
92
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Landelijk beleid Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het wettelijke kader vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Basisnet (Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water). Het beleid voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: • Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden. Het PR wordt “vertaald” als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen. • Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal doden, de z.g. oriënterende waarde (OW).
Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden. Provinciaal beleid De Provincie Utrecht heeft in het Provinciaal Milieubeleidsplan 2009-2011 voor verschillende gebiedstypen milieukwaliteitprofielen opgesteld. Per milieuthema zijn indicatoren gedefinieerd waaraan gewenste kwaliteitsniveaus en ambitiewaarden zijn verbonden. Voor het thema externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico als indicatoren gekozen. Beleidskader elektromagnetische straling Risico’s van elektrische en/of magnetische straling vallen onder de noemer ‘volksgezondheid’ en zijn dus in beginsel geen extern veiligheidsaspect. Toetsing van stralingsrisico’s is ook gerelateerd aan risicoafstanden. Het ligt daarom voor de hand om de beoordeling van stralingsrisico’s onder het thema externe veiligheid te borgen. Voor hoogspanningslijnen is het beleidskader beschreven in het ‘Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen’ (Min. VROM d.d. 5 oktober 2005). Hierin adviseert de Staatssecretaris van VROM het in acht nemen van een veiligheidszone, waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla.
Relatie met het plangebied Risicovolle bedrijven en inrichtingen Binnen het plangebied of in de directe omgeving daarvan zijn geen risicovolle (Bevi)bedrijven aanwezig. Er zijn in dit kader dan ook geen veiligheidseffecten waarmee rekening moet worden gehouden.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
93
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Ook zijn er in en nabij het plangebied geen bedrijven of installaties bekend die op grond van overige milieuwetgeving afstandsnormen voor veiligheid bezitten, zoals het Vuurwerkbesluit of het Activiteitenbesluit (in verband met bijvoorbeeld propaantanks). Buisleidingen Ten westen van het plangebied, op circa 780 meter afstand, is een ondergrondsebuisleiding van de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) aanwezig. Na de sluiting van de Vliegbasis Soesterberg is ook deze brandstofleiding niet meer in gebruik, zodat er ook geen risico meer aanwezig is. Transport van gevaarlijke stoffen Er liggen in de (directe) omgeving geen wegen, vaarwegen en spoorbanen als onderdeel van het Basisnet. De Rijksweg A28 ligt op meer dan 900 meter van het plangebied. Daarmee hoeft er op grond van het Bevt geen berekening van het GR plaats te vinden (het plan ligt immers op > 200 meter van de Rijksweg). Het plasbrandaandachtsgebied op 30 meter van de weg is niet van belang. Tot slot reikt ook het invloedgebied van het vervoer van toxische stoffen over de rijksweg (880 m) niet over het plangebied. De kortste afstand van het woongebied tot de ‘Amersfoortseweg’ (N237) bedraagt 60 meter. Het woongebied ligt derhalve binnen 200 meter afstand van de provinciale weg N237 waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt.
In beginsel dient daarom volgens artikel 8, lid 1, onder a en b, Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), de hoogte van het groepsrisico berekend te worden. Dat is volgens artikel 8, lid 2, Bevt niet nodig indien kan worden aangetoond dat het groepsrisico relatief laag is (kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde) of als de toename van het groepsrisico relatief klein is (kleiner dan 10%). De hoogte van het groepsrisico en de toename ervan volgen uit een risicoberekening. In eenvoudige gevallen kan volgens de Handleiding Risicoberekening Transport (HART) gebruik worden gemaakt van vuistregels die een indicatie geven of het groepsrisico kleiner is dan de oriëntatiewaarde of kleiner dan 10%. Deze vuistregels zijn opgenomen in bijlage 1 bij de handleiding (HART). Volgens de Bijlage vuistregels externe risico’s transport gevaarlijke stoffen gelden voor een weg buiten de bebouwde kom (80km/u) de volgende vuistregels. Toetsing plaatsgebonden risico • Vuistregel 1: Een weg buiten de bebouwde kom heeft geen 10-5-contour. • Vuistregel 2: Wanneer het aantal GF3 transporten per jaar lager is dan 500 heeft een weg buiten de bebouwde kom geen 10-6-contour.
• Vuistregel 3: Wanneer het aantal GF3 transporten per jaar groter is dan 500 heeft een weg buiten de bebouwde kom geen 10-6-contour als 0.0003*(GF3+0.2*LF2+LT1+LT2+3*LT3+GT4+GT5)<1 Toetsing groepsrisico Toetsing oriëntatiewaarde • Vuistregel 1: Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
94
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
•
Vuistregel 2: Wanneer GF3 minder is dan 10 maal de drempelwaarde in Tabel 1-6 (eenzijdige bebouwing) of 10 maal de drempelwaarde in Tabel 1-7 (2-zijdige bebouwing) wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden.
Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde • Vuistregel 1: Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe. • Vuistregel 2: Wanneer GF3 minder is dan de drempelwaarde in Tabel 1-6 (een-zijdige bebouwing) of in Tabel 1-7 (2-zijdige bebouwing) wordt 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden. Uit ‘data tellingen en basisnet 2017’ blijkt dat er over het stuk van de provinciale weg dat aan het plangebied is gelegen, circa 500 tellingen van LF1 (brandbare vloeistof/diesel) plaatsvinden. Volgens de tellingen vinden er geen transporten met GF3 (brandbaar gas/lpg) plaats. Dit aantal van 500 transportbewegingen met LF1 overschrijdt geen drempelwaarde die is opgenomen in ‘Handleiding Risicoanalyse Transport (HART)’. Volgens het advies van de Veiligheidsregio Utrecht is er in deze situatie geen verantwoording van het groepsrisico nodig is.
Figuur 51 - Route vervoer gevaarlijke stoffen nabij Soesterberg
Wel dient in dat geval nog volgens artikel 7, Bevt te worden ingegaan op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en; b. voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Ad a.: op circa 500 meter vanaf het plangebied bevindt zich een hulppost van de brandweer aan de Koppenlaan. Grenzend aan het plangebied bevindt zich een hulppost voor ambulance aan de Stemerdingweg.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
95
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Ad b: het nieuwe woongebied grenst aan het open gebied van de voormalige vliegbasis Soesterberg zodat er voldoende vluchtmogelijkheden in tegenovergestelde richting zijn. Bij de nieuw te realiseren woningen kunnen altijd minder mobiele personen of minderjarigen aanwezig zijn, maar verwacht mag worden dat er bij de laatste groep altijd een volwassene is. Daarvoor is nog van belang dat de maximale effectafstand (1% letaliteit) van LF1 volgens de Bijlage vuistregels externe risico’s transport gevaarlijke stoffen op 45 meter van de weg ligt.
Figuur uit Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico.
Elektromagnetische straling Uit www.antenneregister.nl blijkt dat in de zuidwesthoek van Sortie 16 een zendmast aanwezig is.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
96
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Figuur 52 - Schermafdruk www.antenneregister.nl ter hoogte van het plangebied.
Agentschap Telecom, toezichthouder op het gebruik van elektromagnetische velden, voert jaarlijks door heel Nederland steekproefsgewijs veldsterktemetingen uit om na te gaan of de blootstellingslimieten nergens worden overschreden. Uit geen enkele van de veldsterktemetingen blijkt dat de blootstellingslimieten op publiek toegankelijke plaatsen in Nederland worden overschreden. Op Sortie 16 zijn geen hoogspanningsmasten aanwezig. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van knelpunten voor het aspect externe veiligheid of het aspect elektromagnetische straling. Er is geen noodzaak voor het uitvoeren van een nadere risicoanalyse. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan. 5.8
WATER Waterbeheer en watertoets
Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
97
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
en waterbeheerder tot stand. In de gemeente Zeist wordt het waterbeheer gevoerd door het waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR). Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa • Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal • Nationaal Waterplan 2016-2021 (NW); • Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Deltaprogramma; • Waterwet. Provinciaal • Omgevingsvisie provincie Utrecht • Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht Regionaal / HDSR • Waterbeheerplan Waterkoers 2016-2021. • Legger oppervlaktewateren; • Keur en handboek watertoets. Gemeente • Waterplan Zeist. Op alle bestuursniveaus worden dezelfde basisprincipes gehanteerd over hoe om te gaan met water, te weten: • Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit); • Schoon houden - scheiden - zuiveren(waterkwaliteit); • Waarborg tegen overstroming - overstromingsrobuust bouwen(veiligheid) Uitgangspunt is dat het water zoveel mogelijk binnen een plangebied wordt vastgehouden en dat relatief schoonwater ook relatief schoon blijft.
Daarbij geldt dat het regenwater, dat op verharde oppervlaktes valt en schoon genoeg is (zoals van gevels en daken), zoveel mogelijk wordt vastgehouden of wordt geïnfiltreerd. Een meer uitgebreide toelichting op het beleidskader is opgenomen in hoofdstuk 3 van de toelichting van het bestemmingsplan, waarna wordt verwezen. Relatie met het plangebied Oppervlaktewater In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Hemelwaterafvoer
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
98
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp
Het plangebied is circa 7 hectare groot. In het plangebied zijn naast bosgebieden ook woongebieden aangewezen. Binnen deze woongebieden zijn in totaal maximaal 200 woningen toegestaan. De definitieve verkaveling van het gebied is nog niet bekend en zal ook pas na de vaststelling van het bestemmingsplan worden uitgewerkt. Op basis van de plannen die nu voorliggen en uitgaande van een gemiddelde verstedelijkingsgraad van 60% per woonperceel bij grondgebonden woningen en 100% bij gestapelde woningen, kan wel de verhardingstoename op hoofdlijnen in beeld gebracht worden. Functie (verhardingsgraad in %)
Huidige situatie (ca. m2)
Nieuwe situatie (ca. m2)
Saldo (m2)
Gebouwen
0
NTB
NTB
Verhard erf (incl. wegen, paden en parkeerterrein)
0
NTB
NTB
Woonperceel grondgebonden (60%)
-
NTB
NTB
Woonperceel gestapeld (100%)
-
NTB
NTB
ontsluitingswegen en parkeerterreinen
-
NTB
NTB
Totaal verhard oppervlak
0
NTB
NTB
Sortie 16
Wonen
Verharding openbaar;
Omdat het plangebied gelegen is in stedelijk gebied en de toename van het verharde oppervlak meer dan 500 m² bedraagt, moet er volgens de regels van het HDSR watercompensatie worden gerealiseerd. Deze regels houden in dat in beginsel 15% ‘openwater’ gecompenseerd moet worden, berekend van het extra te verharden oppervlak binnen het plangebied. Indien watercompensatie vanwege het ontbreken van bestaande waterlopen in de omgeving (zoals in voorliggende situatie), behoort ook infiltratie tot de mogelijkheden. Het waterschap HDSR adviseert dan de aanleg van een infiltratiesysteem met 45 mm per m 2. Op grond van de bovengenoemde uitgangspunten en vanwege het feit dat de verharding in het plangebied op grond van de nu voorliggende verkaveling met ca. NTB m2 toeneemt, dient rekening te worden gehouden met een bergingscapaciteit van minimaal NTB m3 (ntb x 0,045). Hieraan kan in het plan invulling gegeven worden door het hemelwater dat op de daken neerkomt apart in te zamelen, waarmee het gescheiden blijft van het afvalwater. Het opgevangen hemelwater kan dan naar het Natuurlijke Hart van het plangebied worden geleid waar het in de bodem kan infiltreren. Ook bestaat er binnen het plangebied de mogelijkheid om het hemelwater middels ondergrondse infiltratievoorziening, zoals grindkoffers en infiltratiekratten vorm te geven.
Gemeente Zeist Bestemmingsplan Sortie 16 Zeist mRO b.v. / TOE / 99.461 – v11 / 6 oktober 2022
99
NL.IMRO.0355.BPSortie16-OW02 ontwerp