CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

02.A-24RV029 BP Comeniuslaan 60 Bijlage 2a Toelichting

Raad 23 april 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Bestemmingsplan Comeniuslaan 6025.462 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hierbij hecht de gemeente belang aan wijken met een diversiteit aan bewoners kijkt de gemeente naar leeftijd, inkomen en huishoudenssituatie. Bij toevoegingen door nieuwbouw is dit het uitgangspunt. Nieuwbouw moet een goede aanvulling zijn op de huidige woningvoorraad en waar mogelijk inspelen op de behoefte die er is in de wijk. In de woningbouwdifferentiatie ligt de nadruk op woningen in het middensegment: zowel op het lage als het hoge middensegment. Allereerst vergroot dit de haalbaarheid van kwalitatieve, duurzame projecten binnen de woningbouwdifferentiatie. Door het richten op het hoge middensegment, voorkomt de gemeente dat er een gat ontstaat tussen het lage middensegment en het dure segment, wat in de praktijk snel doorschiet boven de € 500.000. Dit zou ertoe leiden dat hoge middeninkomens concurreren met lage middeninkomens. Bij projecten tot 40 woningen kan gekozen worden voor een volledige verdeling van goedkope, middeldure en dure woningen, of een volledig programma in het middensegment. Voor kleine projecten is het vaak niet haalbaar of wenselijk om de volledige differentiatie toe te passen. Toch wil de gemeente dat kleinere projecten waar mogelijk bijdragen aan het aanbod voor doelgroepen genoemd in deze woonvisie. De gemeente realiseert differentiatie binnen nieuwbouwprojecten, met accent op het middensegment.

Hierdoor ontstaat meer aanbod voor doelgroepen die nu het meest in de knel zitten, zoals starters, middeninkomens en ouderen. Wat betreft woningdifferentiatie geldt dat alle nieuwbouwprojecten moeten voldoen aan onderstaande differentiatie (zie ook paragraaf 4.1.2):

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp Segment Goedkoop Middelduur (laag) Middelduur (hoog) Duur

Prijsniveau Sociale huur (max. € 737) Huren gemiddeld tot € 950 en kopen gemiddeld € 275.000

% 20% tot 30% 25% tot 30%

Huren gemiddeld tot € 1.200 en kopen gemiddeld € 375.000 met een max. van € 450.000 Vrij

25% tot 30% 20% tot 25%

Vanaf 40 woningen geldt de volledige differentiatietabel. Tot 40 woningen is er een keuze: of de volledige differentiatietabel en of 100% middelduur (waarvan 50% middelduur (laag) en 50% middelduur (hoog)). Er kunnen zwaarwegende redenen zijn om af te wijken van de differentiatie. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om de noodzaak hiervan aan te tonen. Uitgangspunt bij afwijkingen blijft dat projecten zoveel mogelijk tegemoetkomen aan de differentiatie. Daarnaast moet de ontwikkeling een duidelijke meerwaarde hebben voor Zeist en haar inwoners. Meerwaarde kan bijvoorbeeld betekenen dat een ontwikkeling grote waarde heeft voor de vitaliteit van een wijk of buurt, er specifieke doelgroepen worden gehuisvest in een innovatief woonconcept, de ontwikkeling een oplossing biedt voor een ruimtelijk knelpunt of in hoge mate bijdraagt aan behoud en/of versterking van de aanwezige monumentale waarde/kwaliteit van het gebied en/of gebouw. Zowel de (financiële) noodzaak om af te wijken, als de maatschappelijke en ruimtelijke meerwaarde van het project moet helder onderbouwd en beargumenteerd worden door de initiatiefnemer. Bij projecten tot 40 woningen mag het college afwijken van het beleid. Bij meer dan 40 woningen is de raad bevoegd.

4.4.3.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonvisie 2021-2025’ De vijftien appartementen zullen worden gerealiseerd in het middeldure segment, waarbij veertien appartementen gemiddeld €365.000 v.o.n. en één appartement €450.000 v.o.n. zullen gaan kosten (prijspeil 2021). Hierdoor wordt niet voldaan aan de Woonvisie. Blijkens de Woonvisie kunnen er echter zwaarwegende redenen zijn om af te wijken van de differentiatie. In dit geval is er sprake van zwaarwegende redenen. Met de bouw van vijftien middeldure appartementen wordt voorzien in de behoefte aan woningen in Zeist en specifiek in Vollenhove. Blijkens de Woonvisie 2021-2025 is woningbouw in het middensegment zeer gewenst. Voor Zeist-Noord en specifiek de wijk Vollenhove is deze behoefte nog nadrukkelijker verwoord. Zo is in het beleid “Vollenhove Vooruit” uit 2019 opgenomen dat het merendeel van de woningen in de wijk zich in het lagere segment bevinden en dat er weinig middeldure woningen zijn (zie ook paragraaf 4.4.5). Er is dan ook behoefte aan nieuwe woningen in het middensegment. Dit kan nieuwe bewoners aantrekken en ruimte bieden aan interne doorstroming in de wijk. Deze visie is bekrachtigd in het “Parkplan Vollenhove, opmaat voor een gebiedsvisie”, dat in juli 2021 door de gemeenteraad van Zeist is vastgesteld.

Uit deze visie blijkt dat de gemeente met de bouw van nieuwe woningen in het middensegment ook een andere sociale klasse wil aantrekken. Met voorliggend plan wordt invulling gegeven aan de ambities die zijn beschreven in het plan “Vollenhove vooruit” en “Parkplan Vollenhove” (zie hiervoor ook paragraaf 4.4.6). Het plan heeft zodoende een maatschappelijke meerwaarde. Het plan heeft verder ook een ruimtelijke meerwaarde. Het perceel, met een leegstaande bungalow, maakt een desolate indruk. Door herontwikkeling van dit perceel kan de kwaliteit op het perceel worden teruggebracht. Initiatiefnemer heeft de buurt geïnformeerd en betrokken in het voortraject. Met dit voorliggende plan is rekening gehouden met de wensen vanuit de buurt en is het plan naar ieders mening (initiatiefnemer, omgeving en de gemeentelijke stedenbouwkundige) een wenselijker plan geworden dan het oorspronkelijke plan. Bijkomend zijn de afgelopen jaren verschillende varianten voor woningbouw op deze locatie onderzocht en aan de gemeente voorgelegd. Daarbij is ook altijd gekeken naar de woningdifferentiatie uit de meest actuele woonvisie. Het blijkt echter zeer lastig om een plan te maken dat past binnen de woonvisie en ook nog financieel haalbaar is.

Enkele aspecten zijn de benodigde geluidwerende voorzieningen als gevolg van het wegverkeerslawaai van de A28, de gemeentelijke duurzaamheidseisen en de gestegen bouwkosten. Het onderhavige plan is dan ook het maximaal haalbare plan voor deze locatie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp Tot slot wordt opgemerkt dat in het coalitieakkoord voor de raadsperiode 2022-2026 de ambitie is opgeschreven om de bouw van 4.000 (aardgasloze) woningen mogelijk te maken. Hierbij wordt prioriteit gegeven aan de realisatie van woningen in het middeldure segment, ook om doorstroming te bevorderen zodat er meer sociale woningen beschikbaar komen voor de juiste doelgroepen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dan kan worden afgeweken van de Woonvisie. 4.4.4

Vollenhove Vooruit 2019

4.4.4.1 Algemeen Onder de naam Vollenhove Vooruit worden in het beleidsdocument de ambities 2035 en kansen voor de buurt Vollenhove beschreven. Het begin van een aanpak voor langere tijd. Ze staan voor de vooruitgang de gemeente voor Vollenhove voor ogen heeft. In het beleidsdocument staan nog geen grootse, vastomlijnde plannen. De ideeën en kansen worden in samenspel met bewoners en partners verder uitgewerkt. Op die manier wordt tot (meer) gedragen plannen gekomen. Vollenhove heeft voornamelijk goedkope huurwoningen. Meer woningen in bijvoorbeeld de middeldure categorie is een kans om nieuwe inwoners van Vollenhove te laten genieten. Daarnaast kunnen de huidige inwoners blijven wonen in de buurt en, als ze dat willen, een stap maken in hun wooncarrière. 4.4.4.2 Toetsing Met de bouw van vijftien middeldure appartementen wordt voorzien in een behoefte in Zeist. Blijkens de Woonvisie 2021-2025 is woningbouw in het middensegment zeer gewenst. Voor Zeist-Noord en specifiek de wijk Vollenhove is deze behoefte nog nadrukkelijker verwoord. Het merendeel van de woningen in de buurt Vollenhove bevinden zich in het lagere segment. Er zijn weinig middeldure woningen. Er is dan ook behoefte aan nieuwe woningen in het middensegment. Dit kan nieuwe bewoners aantrekken en ruimte bieden aan interne doorstroming in de wijk. Het initiatief sluit hier naadloos op aan. 4.4.5

Parkplan Vollenhove 2021

4.4.5.1 Algemeen Op 8 juli 2021 is door de gemeenteraad van Zeist het “Parkplan Vollenhove, opmaat naar de gebiedsvisie”. Vastgesteld. De gemeente Zeist gaat een integrale gebiedsvisie voor de lange termijn (2035) maken en doet dit in nauwe samenwerking met Woongoed Zeist (eigenaar van diverse flats) en Lisman & Lisman (eigenaar van onder andere het winkelcentrum, kantoren, de winkelcentrumflat en parkeerdekken). In de gebiedsvisie ligt de nadruk op de fysieke kansen uit het ambitiedocument, maar de opgaven zijn vooral sociaal-maatschappelijk van aard. De gebiedsvisie kijkt naar de ruimtelijke interventies die hier op in kunnen spelen en naar de ruimtelijke omgeving, maar altijd in relatie tot de sociale structuren, voorzieningen, onderwijs en werkgelegenheid. Het document “Parkplan Vollenhove, opmaat naar de gebiedsvisie” is de opmaat naar de uiteindelijke gebiedsvisie. De ambities en kansen uit het ambitiedocument Vollenhove Vooruit worden geconcretiseerd en er is een aansprekend perspectief op Vollenhove geschetst. 4.4.5.2 Kenmerken Vollenhove is eind jaren 60 gebouwd in een bosrijke omgeving aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug. Het gebied met stuifduinen, heidevelden, vennen, bos en vliegdennen was onderdeel van Landgoed Vollenhove. In tijden van grote woningnood is de wijk in slechts 10 jaar tijd ontwikkeld en gebouwd onder de noemer ‘Parkplan Vollenhove’.

Bij de bouw van Vollenhove is dan ook zoveel mogelijk groen gespaard; er zou een ware bosstad ontstaan. De laatste dertig jaar is Vollenhove een echte multiculturele samenleving geworden met meer dan 60 nationaliteiten. Ook wat betreft leeftijd is de wijk divers. De wijk kent nog bewoners van het eerste uur die de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp ins en outs van Vollenhove kennen. Opvallend is het grote aantal jonge mensen en kinderen in de wijk als geheel en de Geroflat en L-flat in het bijzonder. Met een gemiddelde leeftijd van 34 is Vollenhove een zeer jonge wijk. Het aantal bewoners met een uitkering is relatief hoog ten opzichte van het gemiddelde in Zeist. 4.4.5.3 Wonen In Vollenhove staan ruim 2.400 woningen, waarvan zo’n 60% in de sociale huursector. Meer dan 90% van alle woningen in de wijk zijn appartementen in grote flats. Een deel van de appartementen is sociale huur, een deel is vrijehuursector en een deel koop. Appartementen in de Torenflat worden verkocht van huur naar koop. De Pedagogenbuurt bestaat uit eengezinskoopwoningen. Net buiten Vollenhove ligt studentenhuisvestingscomplex de Warande. De woningvoorraad in Vollenhove is vrij eenzijdig en trekt wat betreft sociaaleconomische status eenzijdige bewoners. Door nieuwe woningen in een ander segment aan de wijk toe te voegen, krijgen doorstromers een kans om in de wijk te blijven en trekt de wijk tegelijkertijd nieuwe doelgroepen aan. Het is belangrijk voor de sociale structuren in de wijk om doorstromers te behouden en nieuwe doelgroepen brengen nieuwe energie en draagkracht. Het segment waar op ingezet wordt is een betaalbaar middensegment, dat zowel huur als koop kan zijn.

Er is in Vollenhove al veel sociale huur, het draagkrachtige middensegment is klein. Door woningen aan te bieden in deze categorie wordt doorstromers vanuit de wijk en instromers vanuit Zeist en omgeving die op zoek zijn naar een betaalbare woning een kans geboden. 4.4.5.4 Toetsing Met de bouw van vijftien middeldure appartementen wordt voorzien in de kwalitatieve behoefte in Vollenhove: bouwen voor het middensegment. Dit stimuleert interne doorstroming in de wijk en trekt eveneens nieuwe mensen aan. Het initiatief sluit hier naadloos op aan. 4.4.6

Brede Milieuvisie Zeist

4.4.6.1 Algemeen De Brede Milieuvisie geeft aan wat de doelstellingen van de gemeente Zeist zijn op het gebied van milieu. Het geeft een intentie en richting weer voor het handelen van de gemeente op het gebied van verkeer en mobiliteit, afval, groen en landschap, ruimtelijke ordening en economie. Een gedeeld toekomstbeeld helpt de gemeente Zeist de komende jaren samen de koers te maken en vast te houden: een klimaatneutraal Zeist, minder grondstoffenverbruik, een groen Zeist met gezonde leefomstandigheden. De breedte van de visie zit in het samenbrengen van de verschillende milieu- en duurzaamheidsambities. Zodat de visie als kapstok kan fungeren voor alles wat er op milieugebied en aan de ‘Planet’ kant van duurzaamheid gebeurt in en voor Zeist. De vier inhoudelijke pijlers van het milieubeleid zijn: • • • •

Klimaat en energie: we gaan op weg naar een klimaatneutraal Zeist in 2030; Circulaire economie: we handelen vanuit kringlopen en hergebruik, delen en gebruiken in plaats vanuit bezit; Levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie: we zorgen voor een met groen dooraderd Zeist; Gezonde leefomgeving en kwaliteit van leven: we zetten ons in voor een goede lucht- en waterkwaliteit, minder geluidshinder en een duurzame voedselvoorziening.

Klimaat en energie Met betrekking tot klimaat en energie is een van de speerpunten dat zoveel mogelijk wordt voorzien in de opwekking en opslag van zelfvoorzienende energie. Energiezuinigheid van woningen is belangrijk. In Zeist wordt altijd gestreefd naar nul-op-de-meter woningen. Daarnaast wordt door middel van goede fiets- en wandelroutes en autoluwe wijken het gebruik van de auto afgeremd en het fietsen gestimuleerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp Circulaire economie Circulaire economie is een economisch systeem, dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. Afval als hergebruikmateriaal is hierbij een belangrijke pijler. Levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie Een heel belangrijke kernkwaliteit van Zeist is (de kwaliteit van) de groene omgeving. Het gaat daarbij om de kralen natuur, biodiversiteit en water. Groen en natuur hebben een intrinsieke waarde, maar de groene omgeving is ook van belang om letterlijk en figuurlijk op adem te komen: er is een sterke relatie tussen natuur en gezondheid. Gezonde leefomgeving en kwaliteit van leven Gezondheid en kwaliteit van leven draait om de kralen: groen (natuur en biodiversiteit), water, bodem en ondergrond, externe veiligheid, luchtkwaliteit en geluidshinder (mobiliteitskeuzes). Doelen op deze vlakken zijn (op korte termijn) minder zichtbaar en voelbaar, maar zijn (op de lange duur) van groot belang voor onze gezondheid en ons welbevinden. 4.4.6.2 Toetsing van het initiatief aan de Brede Milieuvisie Zeist De appartementen worden gebouwd als minimaal BENG. De woningen worden gasloos gebouwd. Hiermee wordt aangesloten bij de doelstelling om energiezuinige woningen te realiseren.

Verder bestaat het voornemen om het natuurinclusief bouwen toe te passen. Hierbij moet gedacht worden aan het realiseren van permanente en in de bebouwing geïntegreerde verblijfplaatsen voor huismussen en vleermuizen, zie hiervoor ook paragraaf 5.10. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de Brede Milieuvisie Zeist. 4.4.7

Routekaart Energieneutraal

4.4.7.1 Algemeen In mei 2019 heeft de gemeenteraad van Zeist de Routekaart Energieneutraal vastgesteld. De ambitie van Zeist is om zo spoedig mogelijk, uiterlijk in 2050, energieneutraal te zijn. Dat betekent dat op het grondgebied van Zeist in 2050 evenveel energie duurzaam wordt opgewekt als aan energie verbruikt wordt. De routekaart stelt dat Zeist tot 2050 zo’n 50% bespaart op de energievraag. Dit gebeurt door het isoleren van woningen en andere panden, door energiebesparend gedrag en door nieuwe energiezuinige technologieën. Uitgaande van deze besparing heeft Zeist uiterlijk in 2050 een jaarlijkse energiebehoefte die gelijk staat aan bijvoorbeeld 100 windmolens van 3 megawatt. De routekaart beschrijft op welke vijf actielijnen de gemeente het initiatief neemt, in welk tempo en met welke focus. Hieronder zijn de ambities uitgezet: •

• •

• •

Actielijn warme wijken; Het streven is om de wijken en buurten in 2050 volledig aardasvrij te maken. Nieuwbouw is per definitie aardgasvrij. Actielijn duurzame mobiliteit; Het streven is om al het gemotoriseerd verkeer over te laten gaan naar duurzame schone brandstof. De fiets en het OV krijgen ruim baan als belangrijkste vervoersmiddelen binnen Zeist. Actieplan groene bedrijven; Zeist zet in op een duurzame bedrijfsvoering, waarbij maximaal wordt bespaard op energie en de mogelijkheden voor duurzame opwek worden benut. Actielijn duurzame energie; De ambitie is, dat alle potentie die er is in Zeist, optimaal benut wordt. De gemeente maakt gebruik van innovatieve oplossingen op het gebied van energieopwekking en opslag van energie. Actielijn het goede voorbeeld. De ambitie is dat de gemeentelijke organisatie in 2030 energieneutraal is, om zo het goede voorbeeld te geven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp 4.4.7.2 Situatie plangebied Het bouwplan is aardgasvrij en gaat uit van minimaal BENG. Eventueel worden hiertoe extra PV-cellen toegepast naar nul-op-de-meter. Het streven is om al het gemotoriseerd verkeer over te laten gaan naar duurzame schone brandstof. Er worden mogelijkheden gecreëerd voor laadpalen. In paragraaf 5.10 wordt nader op het aspect ‘duurzaamheid’ ingegaan. 4.4.8

Klimaatbestendig Zeist 2021

4.4.8.1 Algemeen In de nota Klimaatbestendig Zeist is een route uitgezet naar een klimaatbestendige gemeente in 2050. Voor nieuwbouw en herinrichtingsprojecten zijn in de bijlagen bij de nota concrete doelen en ambities uitgewerkt ten aanzien van wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid. Het klimaat verandert als gevolg van de opwarming van de aarde. De precieze verandering hangt af van veel factoren, maar duidelijk is dat de weersomstandigheden in Nederland extremer worden. Nederland krijgt te maken met heftigere regenbuien, langere droge periodes en meer en hetere zomerse dagen en nachten. Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren, wil gemeente Zeist investeren in een klimaatbestendige inrichting. Door nu de juiste dingen te doen, zorgen Zeist er voor dat er ook straks een prettige leefomgeving is voor iedereen. De gemeente zet in op het goede leven in Zeist. 4.4.8.2 Situatie plangebied Met voorliggend initiatief worden zoveel mogelijk bomen gehandhaafd. Daarnaast bestaat de wens om groen aan te planten om zo de hittestress te verminderen. Rondom het plangebied bevinden zich reeds relatief veel bomen. Deze bestaande grote bomen zorgen voor veel schaduw in het plangebied. De bestaande groenstructuren worden zoveel mogelijk behouden en waar nodig aangeplant om hittestress tegen te gaan.

In het ontwerp van de gebouwen worden warmte-werende materialen en zonwering toegepast. Daarnaast dient in het plangebied te worden voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 45 liter per vierkante meter bebouwd of anderszins verhard oppervlak, die na 24 uur na een bui weer voor 90% beschikbaar is. Dit wordt vastgelegd met een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. 4.4.9

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsambities zoals verwoord in het hiervoor behandelde gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in een bestemmingsplan ten behoeve van een bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, water en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

In dit geval worden de nieuwe appartementen aangemerkt als geluidgevoelige objecten. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in de onderstaande tabel. Wettelijke geluidszone van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art. 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de A28. De overige wegen rondom het plangebied zijn 30 km/u wegen op woonerven of wegen voor uitsluitend bestemmingsverkeer. Volgens jurisprudentie blijkt een 30 km/uur weg in de beoordeling te moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze weg een geluidbelasting veroorzaakt die hoger ligt dan de voorkeurswaarde (48 dB). De toetsing moet worden uitgevoerd in verband met een belangenafweging in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Deze belangenafweging moet worden gemaakt bij het wijzigen of afwijken van een bestemmingsplan. Vanwege de geringe verkeersintensiteiten op de 30 km/uur wegen is op voorhand vast te stellen dat de gevelbelasting van deze wegen voldoen aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Deze wegen worden daarom niet verder beschouwd. Ten aanzien van de geluidsbelasting als gevolg van de A28 is door Soundforceone een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Hierna wordt nader ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 1 bij deze toelichting.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp In het geval van de realisatie van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen geldt voor wegverkeer een voorkeurswaarde van 48 dB en afhankelijk van een binnenstedelijke of buitenstedelijke situatie geldt een maximale grenswaarde van 63 dB en 53 dB. Bij overschrijding van de voorkeurswaarden kan onder voorwaarden een hogere waarde worden vastgesteld Het plangebied is gelegen binnen de zone van de A28. De overige wegen zijn 30 km/h wegen op woonerven of wegen voor enkel bestemmingsverkeer. Vanwege de geringe verkeersintensiteiten op deze wegen is op voorhand vast te stellen dat de gevelbelasting van deze wegen voldoen aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Deze wegen zullen daarom niet verder worden beschouwd. Onderzoeksresultaten Uit het onderzoek is gebleken dat vanwege de A28 de gevelbelasting maximaal 59 dB inclusief aftrek conform art 110g Wgh bedraagt. Op twee gevels wordt de maximale grenswaarde van 53 dB overschreden. Op de overige gevels wordt alleen de 48 dB grenswaarde overschreden. Volgens de methode Miedema is het leefklimaat redelijk tot tamelijk slecht te noemen. De appartementengebouwen A en B beschikken aan de oostzijde over een gevel en buitenruimte die geluidluw zijn en appartementengebouw C beschikt alleen op de begane grond over een geluidluwe gevel.

Bij gebouw C hebben de appartementen op de 2e en 3e verdieping geen geluidluwe gevel. Een geluidluwe gevel voor deze appartementen kan gerealiseerd worden door het toepassen van een afsluitbare loggia of een gesloten balkon aan de oostzijde. Of indien dit niet wenselijk of toepasbaar is, is een akoestisch compenserende maatregel een mogelijkheid door voor het binnenniveau een waarde van 28 dB te hanteren in plaats van de grenswaarde van 33 dB uit het Bouwbesluit. Vanwege de 30 km/u-wegen wordt de 48 dB grenswaarde niet overschreden. Als sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde dient onderzocht te worden of bronnen of overdrachtsmaatregelen mogelijk zijn. Uit het onderzoek is gebleken dat bron- en overdrachtsmaatregelen of niet toepasbaar zijn of tot zowel verkeerskundige, stedenbouwkundige als landschappelijke bezwaren leiden. Het bevoegd gezag heeft daarom de mogelijkheid om hogere waarden vast te stellen. Daarbij zullen extra gevelmaatregelen nodig zijn om aan de voorgeschreven binnengrenswaarde uit het Bouwbesluit (van 33 dB) te kunnen voldoen. Daarvoor zal een bouwakoestisch onderzoek moeten uitwijzen welke gevelmaatregelen nodig zijn. Dat onderzoek wordt bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen toegevoegd. In de onderstaande tabel is weergegeven welke hogere waarden moet worden vastgesteld.

Tabel 1:

Gevel(delen) met hogere waarden (Bron: Soundforceone)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp En in de volgende tabel is weergegeven op welke gevels de grenswaarde wordt overschreden en een dove gevel dient te worden toegepast.

Tabel 2:

Gevel(delen) met dove gevel (Bron: Soundforceone)

Volgens het Bouwbesluit dient het geluidniveau in een woning (binnenniveau) maximaal 33 dB te zijn. De maximale geluidbelasting op de woningen is 60 dB, exclusief aftrek ex. art. 110g Wgh. Dit betekent dat er een geluidwering van 27 dB is vereist om aan het vereiste binnenniveau van het Bouwbesluit te kunnen voldoen. Een standaard gevel heeft een geluidwering van 20 dB. Er dienen extra geluidwerende maatregelen worden genomen. Deze dienen beschreven te worden in een akoestisch onderzoek naar de geluidwering van de gevels dat bijgevoegd wordt bij de omgevingsvergunning voor het bouwen. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand (meer dan 3,2 kilometer) van het plangebied ligt. 5.1.2.3 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein als bedoeld in de Wgh aanwezig. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek industrielawaai is daarom niet noodzakelijk. Wat betreft de invloed van individuele bedrijvigheid op het plangebied wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.3

Conclusie

Het aspect geluid in het kader van de Wgh vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan mits in het kader van het wegverkeerslawaai de hogere waarden worden verleend en invulling wordt gegeven aan de noodzakelijke gevelmaatregelen. In de regels en op verbeelding van dit bestemmingsplan is vastgelegd dat de desbetreffende gevels (delen van west- en zuidgevel van het westelijke woonblok) als een dove gevel dienen te worden uitgevoerd.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2

Situatie plangebied

Door Terra Agribusiness is in dit geval ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport in opgenomen in bijlage 2 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten. Onderzoeksresultaten In zowel de bovengrond (BM1 en BM2) als in de ondergrond (OM1) zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster PB1 WM1 is een lichte verhoging naftaleen aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 5.2.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

5.3.2.1 Algemeen Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat de functie (wonen) niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.2.2 Advieswaarden GGD/WHO De WHO hanteert sinds september 2021 de volgende advieswaarden: • • •

stikstofdioxide NO2: fijnstof PM2,5: fijnstof PM10:

10 microgram per m3; 5 microgram per m3; 15 microgram per m3.

Met de NSL-monitoringstool 2020 zijn de berekende maximale concentraties op de dichtstbijzijnde wegen van het plangebied in kaart gebracht voor de jaren 2021 en 2030. Deze concentraties zijn opgenomen in de onderstaande tabel. 2021 2030

NO2 in ug/m3 16 10

PM2,5 in ug/m3 9,5 7,5

PM10 in ug/m3 17 14,5

In 2021 werd ter plaatse van het plangebied niet voldaan aan de WHO-advieswaarden. In 2030 wordt wel voldaan aan de WHO-advieswaarden voor NO2 en PM10, maar nog niet aan de WHO-advieswaarde voor PM2,5. Het gaat in dit geval om een kleine overschrijding. Naar verwachting zal de luchtkwaliteit in Nederland de komende jaren verbeteren, gelet op schonere technieken in onder meer de industrie. Daarnaast neemt naar verwachting het verkeer dat rijdt op fossiele brandstoffen de komende jaren af. De verwachting is dat in en rond het plangebied in de komende jaar ook voor wat betreft PM2,5 zal worden voldaan aan de WHOadvieswaarden. Er zijn overigens geen juridische belemmeringen voor de realisatie van voorliggend plan, omdat voldaan wordt aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer en het plan Niet In Betekenende Mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. 5.3.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie plangebied

5.4.2.1 Algemeen Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (blauwe ster) en omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp

Afbeelding 5.1

Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt verder dat het plangebied: • • • • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich wel bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; wel ligt binnen de veiligheidsafstanden van transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Er zich geen hoogspanningsmasten in het plangebied bevinden.

5.4.2.2 Rijksweg A28 Uit de inventarisatie is gebleken dat ten noorden van het plangebied gevaarlijke stoffen worden vervoerd over de rijksweg A28. De grens van het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 15 meter van de A28 (wegvlak U83). Deze weg is opgenomen in het Basisnet en heeft een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Over deze rijksweg vinden structurele transporten met gevaarlijke stoffen plaats. Voor wegen die zijn opgenomen in het Basisnet weg wordt voor risicoanalyse gebruik gemaakt van de vervoershoeveelheden GF3 volgend uit Bijlage I (Tabel Basisnet weg) van de Regeling basisnet. Voor de A28 (U83) betreft dit 6.707 GF3-transporten. Het transport van gevaarlijke stoffen brengt risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke stoffen kunnen vrijkomen. Het risico voor personen die verblijven in de omgeving wordt gevat onder het begrip externe veiligheid (EV). Voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater is een risiconormering vastgesteld. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) zijn de regels opgenomen voor de ruimtelijke ordening. De risicobenadering externe veiligheid kent twee begrippen om het risiconiveau voor activiteiten met gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR).

In verband met de voorgenomen realisatie van de appartementengebouwen zijn in dit geval de externe veiligheidsrisico’s van de A28 berekend door AVIV. Ook is in dit onderzoek nader ingegaan op het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp plasbrandaandachtsgebied. Hierna wordt nader op de conclusies uit dit onderzoek ingegaan. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze toelichting. Onderzoekresultaten Plaatsgebonden risico Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Het PR leent zich daarmee goed voor het vaststellen van een veiligheidszone tussen een route en kwetsbare bestemmingen zoals woonwijken. In bijlage 1 van de regeling Basisnet zijn voor transportroutes behorende tot het Basisnet afstanden vastgelegd voor de zogeheten veiligheidszone (de 10-6 plaatsgebonden risicocontour). Voor de A28 ter hoogte van het plangebied is de afstand 13 meter vermeld. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op 13 meter van het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Het plangebied ligt op circa 35 meter vanaf het midden van de A28. Het plaatsgebonden risico vormt daarom geen belemmering voor de ontwikkeling.

Groepsrisico Het groepsrisico overschrijdt de oriëntatiewaarde niet en neemt door de voorgenomen ontwikkeling met minder dan 10% toe. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan achterwege blijven. Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. In de toelichting bij het besluit dient in elk geval in te worden gegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp zich voordoet. Plasbrandaandachtsgebied Het PAG is het gebied tot 30 meter vanaf de buitenste kantlijn van de weg waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Een plasbrand kan ontstaan als brandbare vloeistof uit een tankauto stroomt en de uitgestroomde vloeistof vervolgens ontsteekt. Twee van de drie toekomstige gebouwen liggen gedeeltelijk in het plasbrandaandachtsgebied (PAG). In een PAG moet rekening gehouden worden met aanvullende maatregelen voor bouwwerken om veiligheidsrisico’s tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De technische eisen die gesteld worden aan daar te bouwen bouwwerken houden rekening met verschillende scenario’s die zich kunnen voordoen bij incidenten op basisnetroutes met bepaalde gevaarlijke stoffen.

Die eisen geven de personen in een bouwwerk voldoende tijd om het bouwwerk veilig te ontvluchten en bieden de brandweer en hulpverleningsdiensten voldoende tijd om adequaat op te treden. 5.4.2.3 Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Incidenten met grote lekkage van gevaarlijke stoffen komen heel weinig voor. Het meest voorkomende type incident op wegen en spoorwegen is een lekkage van een brandbare vloeistof zoals benzine. Naast het voldoen aan het plaatsgebonden risico en het verantwoorden van het groepsrisico moet het bevoegd gezag daarom tevens ingaan op een keuze om te bouwen in het zogeheten plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied naast Basisnetroutes waarbij rekening gehouden wordt met de effecten van een plasbrand. Deze kan ontstaan wanneer bij een ongeval vrijgekomen brandbare vloeistof ontstoken wordt. Met het oog op een dergelijk ongeval zijn in het Bouwbesluit 2012 en de daarop berustende ministeriële regeling bouwvoorschriften gegeven voor gebouwen in plasbrandaandachtsgebieden. De plasbrandaandachtsgebieden zijn bij ministeriële regeling aangewezen. Aangezien binnen het plangebied nieuwe kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt en het plangebied gelegen is binnen het PAG van de A28 (30 meter), dienen personen conform het Bouwbesluit 2012 beschermd te worden tegen een calamiteit op de weg. Hiervoor geldt onder andere dat: •

de brandwerendheid van de uitwendige scheidingsconstructie van een gedeelte van een te bouwen bouwwerk, dat gelegen is in een veiligheidszone of plasbrandaandachtsgebied, ten minste 60 minuten

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp

• •

van buiten naar binnen is, bepaald volgens NEN 6069, uitgaande van de buitenruimte als een brandcompartiment en een buitenbrandkromme volgens NEN-EN 13501-2; het toepassen van mechanische ventilatie. Hierdoor kan, in het geval van een incident, met een eenvoudige handeling de gevolgen van het vrijkomen van giftige stoffen worden beperkt; invulling geven aan een vluchtroute van de weg af.

Gelet op de zelfredzaamheid van de bewoners en de mogelijke vluchtroutes wordt gesteld dat er sprake is sprake van een goede ruimtelijke ordening voor wat betreft externe veiligheid. Met aanvullende brandwerende eisen uit het Bouwbesluit is het toevoegen van nieuwe kwetsbare objecten binnen het plasbrandaandachtsgebied mogelijk. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen wordt aangetoond dat aan aanvullende eisen, die gelden vanuit het Bouwbesluit met betrekking tot het bouwen in een plasbrandaandachtsgebied, wordt voldaan. 5.4.2.4 Advies veiligheidsregio In dit geval is in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1 Bro) de veiligheidsregio in juni 2022 om advies gevraagd. Het advies in bijlage 4 van deze toelichting bijgevoegd. Hierna wordt op de adviezen ingegaan. De veiligheidsregio geeft aan dat in dit geval kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico mits wordt aangetoond dat de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Uit het onderzoek van AVIV (bijlage 3) blijkt dat deze oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Daarnaast blijkt uit dit onderzoek dat door de voorgenomen ontwikkeling het groepsrisico met minder dan 10% toeneemt. De verdere verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven.

De veiligheidsregio adviseert verder om bij de uitwerking van de plannen nader te onderzoeken waar de bluswatervoorzieningen aanwezig zijn en om de toekomstige bewoners te informeren over de mogelijke scenario’s in geval van calamiteiten op de A28. Gezien de beperkte omvang van de voorgenomen ontwikkeling wordt de bestaande bereikbaarheid via de Comeniuslaan reeds voldoende geacht. Tot slot adviseert de veiligheidsregio om te motiveren waarom kwetsbare objecten worden toegestaan binnen het PAG. Hier wordt paragraaf 5.4.2.3 op ingegaan. 5.4.3

Conclusie

Het plan is in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 5.5.2

Gebiedstypen

Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het plangebied ligt in een gebied waar geen sprake is van een matige of sterke functiemenging. In verband met de nabij gelegen autosnelweg, de A28, is er sprake van een ‘gemengd gebied’. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

5.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp Het voornemen ziet toe op het realiseren van 15 woonappartementen. De functie ‘wonen’ is niet milieubelastend voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. De dichtstbijzijnde locaties waar op basis van het geldende planologische regime milieubelastende functies zijn toegestaan liggen op tenminste 240 meter afstand van het plangebied. Het gaat om concreet om maatschappelijke bestemmingen (Jordaanlaan 1-5 en Laan van Vollenhove 826 t/m 1010), een horecabestemming (Bachlaan 55) en een centrumbestemming (Laan van Vollenhove 2795 t/m 3141). Binnen deze bestemmingen is uitsluitend bedrijvigheid toegestaan die op basis van VNG-uitgave maximaal kan worden aangemerkt als milieucategorie 2. Voor milieucategorie geldt een richtafstand van 30 meter voor een rustige woonwijk en 10 meter o.b.v. het gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt in alle gevallen ruimschoots voldaan. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Omgekeerd worden omliggende bedrijven niet belemmerd of in de ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. 5.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de in dit project besloten ontwikkeling.

5.6

Ecologie

5.6.1

Algemeen

Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Hierna wordt separaat ingegaan op gebiedsbescherming en soortenbescherming. 5.6.2

Gebiedsbescherming

5.6.2.1 Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Nederland heeft aan de hand van een vergunningenstelsel een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp 5.6.2.2 Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’ ligt op circa 8,9 kilometer afstand van het plangebied. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is een AERIUS-berekening uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 5 van deze toelichting. Hierna worden de belangrijkste conclusies besproken. Uit de resultaten met betrekking blijkt dat er geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Met deze resultaten is er geen sprake van een stikstofdepositie met een significant negatief effecten op het Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een NOx of NH3 depositie met mogelijke significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.6.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

Het plangebied behoort niet tot het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die zijn aangeduid als NNN liggen op minimaal 60 meter afstand van het plangebied. Hierdoor hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de NNN. 5.6.3

Soortenbescherming

5.6.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. In voorliggend geval is door de Natuurbank Overijssel een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plaatste van het plangebied. In de komende subparagraaf worden de belangrijkste conclusies van dit onderzoek uiteengezet. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 6 van deze toelichting. Verder is voor het plangebied door Bouwmeester Boomverzorging een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd om de effecten op de bomen in en rondom het plangebied in beeld te brengen en hoe hier mee om dient te worden gegaan. In de komende subparagraaf worden de belangrijkste conclusies van deze analyse weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 7 van deze toelichting.

5.6.3.2 Situatie plangebied Belangrijkste resultaten Quickscan flora en fauna (Bijlage 6) De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats en bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied, maar gebruiken het wel als foerageergebied. Het erf ligt vrij besloten, als gevolg van de aanwezige beplanting. Tevens betreft het een woning met een enkele bouwlaag en een met dakpannen gedekt dak ontbreekt. De besloten ligging, de enkele bouwlaag en het ontbreken van een met dakpannen gedekt dak, maakt de bebouwing ongeschikt als nestplaats voor

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp huismussen en gierzwaluwen. De ongeschiktheid van de bebouwing als nestplaats voor deze soorten is met voldoende zekerheid vast te kunnen stellen op basis van de uitgevoerde visuele inspectie. Vanwege de geringe hoogte van de bebouwing, en het feit dat een groot deel van het gebouw uit wit gepleisterde buitengevels bestaat, kan het gebouw visueel bijzonder goed geïnspecteerd worden. Alle potentiële verblijfplaatsen en invliegopeningen van vleermuizen, zoals open stootvoegen, vensterluiken, kieren achter windveren en loodslabben en kieren tussen het metselwerk en kozijnen en daklijsten zouden waarneembaar moeten middels de uitgevoerde visuele inspectie. Op basis van de uitgevoerde visuele inspectie, kan de aanwezigheid van een vleermuizen in of aan het gebouw, volledig uitgesloten worden. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.

Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen het ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het ‘doden’ van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor sommige beschermde diersoorten aangetast. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Bomen Effect Analyse (BEA) (Bijlage 7) Bovengronds De huidige situatie betreft een oude tuin inschatting 25 à 30 jaar, waarin de laatste jaren geen onderhoud is gepleegd, omzoomd door een bomenbestand dat ouder is dan de huidige woning. Door oude beplanting en onderbeplanting is er weinig overzicht op de locatie.

In het ontwerp zijn diverse gebouwen en parkeervoorzieningen ingetekend op plaatsen waar bomen staan (bomen met een goede conditie en een levensverwachting van meer dan 15 jaar). Daarnaast zijn een aantal dode bomen en bomen met verminderde levensverwachting aanwezig, vanuit beheer zouden deze bomen verwijderd kunnen worden. Eén boom groeit dicht op de huidige (te slopen) bebouwing. Er zijn door ons geen bomen aangemerkt die reëel verplantbaar zijn. Ondergronds De ondergrondse ruimte in dit project dient met grote zorg behandeld te worden. Mede door het hangwaterprofiel hebben de bomen relatief veel ondergrondse groeiruimte nodig. Verdichting van de bodem kan er voor zorgen dat wortelgroei wordt belemmerd. Daarnaast kan (ernstig) wortelverlies ontstaan door graafschade. Wortelschade kan tevens leiden tot schimmelinfectie en houtrot aantastingen waardoor de bomen ernstig in hun levensduur bekort worden. Mogelijk kan dit leiden tot instabiliteit (korte of lange termijn afhankelijk van de schade). Daarnaast kan verandering (ophoging of afgraving) van het maaiveld voor problemen zorgen met name in de zuurstof- en waterhuishouding. Ook hierbij is het risico voor aantastingen groot. De bomen aan de Comeniuslaan staan op een hangwaterprofiel, veranderingen op maaiveldhoogte zijn daarbij veelal van grote invloed op de vochthuishouding voor de bomen.

De geprojecteerde gebouwen en een deel van de parkeerplaatsen zijn geprojecteerd in de kwetsbare boomzones. Hier wordt rekening mee gehouden. De kwetsbare bomen dienen beschermd te worden tijdens het gehele project van sloop tot nieuwbouw. 5.6.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14005957/1