02.A-24RV029 BP Comeniuslaan 60 Bijlage 2a Toelichting
Tekst van het document
Conclusie
Het aspect ‘ecologie’ vormt geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
5.7
Archeologie & Cultuurhistorie
5.7.1
Archeologie
5.7.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.7.1.2 Situatie plangebied Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart is het plangebied aangewezen als grond met een lage archeologische verwachting. In afbeelding 5.2 is een uitsnede van deze kaart opgenomen. Het plangebied is hierop aangeduid met de rode ster. In gebieden met een lage archeologische verwachting wordt op basis van de bodemgesteldheid en/of de ligging ten opzichte van bekende of veronderstelde mogelijke bewoningszones geen archeologische resten verwacht. Er zijn geen doelstellingen voor het behoud.
Het plangebied is kleiner is dan 10 hectare, waardoor er geen voorwaarden zijn voor behoud van archeologische resten. Archeologisch vooronderzoek is niet noodzakelijk. Indien tijdens de uitvoer van de werkzaamheden onverhoopt archeologische resten worden aangetroffen of resten waarvan redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat dit archeologische resten zijn, dan dient dit zo spoedig mogelijk te worden gemeld bij het bevoegd gezag.
Afbeelding 5.2
Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Zeist (Bron: Gemeente Zeist)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
42
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp 5.7.2
Cultuurhistorie
5.7.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.7.2.2 Situatie plangebied Binnen de begrenzing van het plangebied bevindt zich geen monumentale bebouwing. Voor het overige zijn er binnen het plangebied of in de omgeving van het plangebied geen rijks- of gemeentelijke monumenten of andere cultuurhistorische waarden aanwezig. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. 5.7.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat archeologisch onderzoek niet benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
5.8
Wateraspecten
5.8.1
Vigerend beleid
5.8.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 5.8.1.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen.
De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 5.8.1.3 Provinciaal beleid De provincie Utrecht heeft het beleid omtrent water vastgelegd in het Bodem- en waterprogramma Provincie Utrecht 2022-2027. Het Bodem- en waterprogramma 2022-2027 (BWP) is een uitwerking van ambities voor de bodem en het water uit de provinciale Omgevingsvisie. Onderdeel van het programma is het wettelijk verplichte Regionaal Waterplan onder de Waterwet.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
43
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp Het BWP bundelt het provinciaal bodem- en waterbeleid in één programma. Het vervangt de bodem- en wateronderdelen uit het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021. In het programma wordt invulling gegeven aan het wettelijk verplichte Regionaal Waterprogramma en worden ambities en beleid uit de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht uitgewerkt. Voor het plangebied gelden op basis van de provinciale omgevingsverordening artikel 3.7 ‘Instructieregel ruimtelijke bescherming grondwater’ en artikel 3.12 ‘Zorgplicht grondwater’. Verwezen wordt naar paragraaf 4.2.2.3 waar het plan reeds aan deze artikelen is getoetst. 5.8.1.4 Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden Waterbeheerprogramma Stroomopwaarts 2022-2027 Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) heeft haar ambities en langetermijnvisie en waterdoelen zijn vastgelegd in het waterbeheerprogramma 2022-2027 Stroomopwaarts. Het waterbeheerprogramma bevat een document om te sturen op hoofdlijnen met als overkoepelende doel bedragen aan de grote maatschappelijke opgaven. Die in vier thema’s is vormgegeven: • • • •
Zuiver afvalwater. Energieneutraal en circulair; Robuust en gezond watersysteem in een klimaatbestendig gebied; Waterveilige leef- en werkomgeving; Waterbewust leven en genieten van water.
Het HDSR geeft daarmee aan dat er naast haar algemene waterschapstaken een aantal maatschappelijke vragen liggen waar water een rol speel en het HDSR een actieve rol in moet nemen. Door water bij de start van ruimtelijke processen te agenderen moet gebiedsgerichte en integrale besluitvorming worden bereikt en een veilige, gezonde en prettige leefomgeving worden gewaarborgd. Ruimtelijke adaptatie Het klimaat verandert: Hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. Daar moeten we, ook volgens het KNMI, in de toekomst in Nederland rekening mee houden. De verwachting van het KNMI is dat het klimaat in Nederland in 2050 ongeveer overeen zal komen met het huidige klimaat in Zuid-Frankrijk. Maar ook nu al is de klimaatverandering merkbaar. Extreme neerslag, droogte en hitte kunnen leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Dit geeft aanleiding om aanpassing van de inrichting van de bebouwde omgeving aan het veranderende klimaat te agenderen en aan te werken. Dit beleid is vorig jaar vastgelegd in de Deltabeslissing voor Nederland. In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft het Deltaprogramma voorstellen opgenomen om de ruimtelijke inrichting van Nederland klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Alle overheden en marktpartijen zijn daar samen verantwoordelijk voor.
De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie heeft als doel: • •
De bebouwde omgeving is in 2050 nog steeds aantrekkelijk om te leven; Uiterlijk in 2020 zijn ruimtelijke ingrepen klimaatbestendig opgebouwd en getoetst.
Klimaatverandering heeft effecten op grote schaal maar ook op de kleine schaal van een stad. Door de toenemende hoeveelheid verharding in steden wordt het steeds moeilijker om water makkelijk weg te krijgen. Door het grootschalig verharden van tuinen van particulieren neemt de kans op wateroverlast toe. 5.8.2
Waterparagraaf
5.8.2.1 Watertoets Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
44
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 5.8.2.2 Watertoetsproces Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de ‘korte procedure’ van toepassing. Op basis van de digitale procedure concluderen het Waterschap dat het plan geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang). Dit betekent dat geen verdere watertoetsproces met het waterschap hoeft te worden doorlopen. Volstaan kan worden met een standaard wateradvies van het waterschap. Op basis van de ingevoerde gegevens blijkt dat de ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de belangrijkste minimale voorwaarde: ‘het standstill beginsel’. Dit beginsel houdt in dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat.
De ontwikkelingen die door het plan mogelijk worden gemaakt, hebben een geringe invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Voor het watertoetsresultaat wordt verwezen naar bijlage 8. Hierna wordt op enkele relevante aspecten ingegaan. Hemel- en afvalwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater is infiltratie van water in de bodem het uitgangspunt, omdat dit het meest duurzaam is. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Als infiltratie niet mogelijk is, kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Bij het infiltreren van schoon hemelwater in de bodem (afkoppelen) kan het afvalwater worden afgevoerd naar het vuilwaterriool/DWA. Afvoer hemelwater Hemelwater kan worden geïnfiltreerd in de bodem met infiltratiekratten. In het waterbeleid is afvoer van overtollig hemelwater door middel van infiltratie in de bodem het uitgangspunt.
Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infiltratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool een optie. Verharding In dit geval is de toename van het verharde oppervlak in het plangebied minder dan 500 m2. Er is dan ook geen opgave voor watercompensatie. In de bestaande gebouw heeft een oppervlak van circa 600 m2. Daarnaast is rondom het gebouw circa 600 m2 aan erfverharding aanwezig (inrit en terrassen in de tuin). De nieuwe gebouwen krijgen een gezamenlijke oppervlakte van circa 570 m2. De nieuwe verharding van de ontsluitingsweg en de parkeerplaatsen bedraagt circa 900 m2. Er wordt bovendien open bestrating/halfverharding toegepast. Per saldo neemt de verharding in het plangebied met minder dan 500 m2 toe. Daarnaast dient in het plangebied te worden voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 45 liter per vierkante meter bebouwd of anderszins verhard oppervlak, die na 24 uur na een bui weer voor 90% beschikbaar is. Dit wordt vastgelegd met een en voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. Afvalwater Afvalwater wordt conform het gemeentelijk rioolbeleid verwerkt. Dit houdt in dat er gebruik kan worden BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
45
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp gemaakt van de bestaande aansluiting. Indien in dit geval een grotere aansluiting nodig is wordt ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning tevens een rioolaansluitvergunning aangevraagd. Grondwater Het plangebied ligt binnen een beschermingszone voor drinkwaterwinning. De provincie is bevoegd gezag voor deze gebieden. Dit geldt zowel voor bestaande en te ontwikkelen functies die grondwater kunnen beïnvloeden. In dit geval wordt het plangebied herontwikkeld met woningbouw. De realisatie van de beoogde woningen resulteert niet in een verslechtering van de grondwaterkwaliteit of tot een groter risico op verontreiniging ervan. Hiermee wordt voldaan aan het standstill principe. Om een goede kwaliteit van water te realiseren moet worden voorkomen dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. Het is gewenst dat er geen gebruik wordt gemaakt van uitlogende (bouw)materialen. In het plangebied is de aanduiding ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’ opgenomen te bescherming van het grondwater. Hiermee worden de regels omtrent beschermingszones drinkwaterwinning geborgd.
5.9
Besluit milieueffectrapportage
5.9.1
Algemeen
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: •
• •
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd. Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of bestemmingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r., is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. 5.9.2
Situatie plangebied
5.9.2.1 Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 8,9 kilometer afstand van het plangebied. Uit de stikstofberekening is gebleken dat er geen sprake is van negatieve effecten ten aanzien van dit Natura 2000BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
46
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp gebied, aangezien er geen sprake is rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk. 5.9.2.2 Drempelwaarden Besluit m.e.r. Voor wat betreft het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake is van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.’ Aangezien hier in dit geval sprake van is dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe dient de vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden gehanteerd. In dit geval is daarom een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling opgesteld (zie hiervoor bijlage 9 bij deze toelichting). In deze notitie wordt aangetoond dit in dit geval geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. 5.9.3
Conclusie
De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen milieueffectrapport hoeft worden opgesteld.
5.10
Duurzaamheid
5.10.1 Algemeen Het meenemen van duurzaamheid in nieuwbouwprojecten wordt door steeds meer partijen belangrijk gevonden. Het integreren van duurzaamheid in nieuwbouwprojecten biedt kansen in iedere fase van een project. Zo kan met een slimme ruimtelijke planning het energieverbruik van gebouwen teruggedrongen worden, bijvoorbeeld door zongericht verkavelen. In het ontwerp van een gebouw kan bijvoorbeeld door de juiste materiaalkeuze de impact op milieu verlaagd worden, door bijvoorbeeld het vermijden van uitlogende materialen als zink of door het gebruik van gerecyclede materialen. Het gebruik van natuurvriendelijke materialen binnenshuis kan het binnenklimaat verbeteren. Dit resulteert in een gezonde en toekomst bestendige leefomgeving, met onder andere een hogere kwaliteit en comfort, alsook lagere vaste (energie)lasten. 5.10.2 Wettelijke kader 5.10.2.1 Rijksbeleid Het nationaal duurzaamheidbeleid voor nieuwbouwprojecten richt zich voornamelijk op zuinig gebruik van fossiele energie en de inzet van hernieuwbare energiebronnen. Hiermee kan de CO2-uitstoot en daarmee klimaatverandering beperkt worden. In dit kader zijn er in het Bouwbesluit eisen gesteld aan nieuwe
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
47
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp gebouwen. Belangrijk daarbij is de gewijzigde Gaswet per 1 juli 2018. Op grond daarvan krijgen nieuwe gebouwen kleinverbruikers (zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen) geen gasaansluiting meer. Tevens geldt dat per 1 januari 2021 nieuwbouwwoningen, waar een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, bijna energieneutraal moeten zijn. Deze woningen moeten dan voldoen aan de BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw). Deze eisen komen in de plaats van de voorheen geldende EPC-normen (EPC stond voor Energie Prestatie Coëfficiënt). De geldende indicatoren zijn geïnspireerd op de Trias Energetica: eerst de energievraag beperken, dan energie uit hernieuwbare bronnen gebruiken en voor het restant eindige energiebronnen efficiënt benutten. 5.10.2.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid voor dit aspect is vastgelegd in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht. In dit beleid wordt ingegaan op ruimtelijke maatregelen inzake de klimaatverandering en anderzijds energiebesparing door het gebruik van duurzame energiebronnen te stimuleren. Het beleid is gericht op het stimuleren hiervan bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ingezet wordt op het ruimtelijk mogelijk maken van opwekking en distributie van duurzame energie. Daarnaast geldt de provinciale ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn.
Hierbij gaat het om zowel CO2-reductie alsook het onafhankelijk zijn van de beperkt beschikbare fossiele brandstoffen. Bij gebiedsontwikkelingen wordt daarom gestreefd naar zelfvoorzienendheid voor energie. Om deze reden geldt bij verstedelijking, renovatie, herstructurering, transformatie en uitbreiding de voorwaarde dat omschreven wordt op welke wijze invulling wordt gegeven aan energiebesparing en de inzet van duurzame energie. 5.10.2.3 Gemeentelijk beleid Het college van burgemeester en wethouders van Zeist heeft in februari 2022 nieuw beleid omtrent duurzaam bouwen vastgesteld. Met de notitie “Zeist bouwt duurzaam” is het beleid uit 2017 en 2019 geactualiseerd en aangescherpt. De ambitie is nog steeds om in 2050 een energie neutrale gemeente te zijn, met als tussendoel de realisatie van 30% van de opgave in besparing en duurzame opwek in 2030. De gemeente wil dat bereiken door onder meer aan gebouweigenaren, bouwers en ontwikkelaars een extra bijdrage te vragen bij nieuwbouwprojecten en ingrijpende renovaties. Hen wordt gevraagd rekening te houden met hergebruik van materialen, natuur en milieu, hittestress, energieverbruik en periodes van droogte en wateroverlast. In dit kader zijn voor alle nieuwbouwprojecten in Zeist eisen én ambities geformuleerd. Ze gelden zowel voor woningen als voor andere gebouwen.
Ook is een deel van de eisen en ambities nu gericht op ingrijpende renovaties. De eisen en ambities uit het gemeentelijk beleid voor duurzaam bouwen worden hieronder per thema puntsgewijs weergegeven. Thema Energie: woningbouw Energie: Utiliteit Energie: renovaties: woningbouw en utiliteit. Klimaatadaptatie
Eisen • Energieleverende woningen • Zoveel mogelijk zonnepanelen op het dak • Energieneutraal op gebouwniveau • Zoveel mogelijk zonnepanelen op het dak • Geen nieuwe of grotere aardgasaansluitingen bij: ingrijpende renovatie waarbij ook de verwarmingsinstallatie wordt vervangen • Geen aansluiting hemelwaterafvoer op riolering • Waterberging van minimaal 45 liter per m2 bebouwd grondoppervlak
Groen en natuur inclusief bouwen
• Minimaal twee type voorzieningen voor vogels en/of vleermuizen • Behoud van waardevol groen
Circulair bouwen
• Aangescherpte MPG eis met 10%
Ambities
• Tegengaan verdroging: bevorderen infiltratie en beperken verharding • Voorkomen hittestress: toepassen warmte werende materialen en zonwering • Zoveel mogelijke beplanting toepassen • Gebruik natuurlijke erfscheidingen • Toepassen verticaal groen • Toepassen duurzaam beton BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
48
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp • Toepassen secundaire of biobased materialen van minimaal 5% volume
Duurzame bouwplaats
• Maximaliseren toepassen hergebruikte materialen • Vergroten van losmaakbaarheid • Lange levensduur van materialen/bouwonderdelen en vergroten kans herbruikbaarheid • Beperken van afval • Beperken vervoersbewegingen • Gebruik elektrische apparatuur en vervoer
Afwijking van de eisen uit het gemeentelijk beleid voor duurzaam bouwen is mogelijk indien inzichtelijk wordt gemaakt dat dit niet haalbaar is. Hiervoor kunnen technische en/of financiële worden aangedragen. In de nota ‘Klimaatbestendig Zeist’ is bovendien een route uitgezet naar een klimaatbestendige gemeente in 2050. Voor nieuwbouw en herinrichtingsprojecten zijn in de bijlagen bij de nota concrete doelen en ambities uitgewerkt ten aanzien van wateroverlast, hitte, droogte en waterveiligheid. 5.10.2.4 Toetsing Hierna wordt per thema ingegaan hoe het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid is doorvertaald naar het bouwplan. Energie De appartementen worden niet voorzien van een aardgasaansluiting. Er wordt voorzien in zonnepanelen. Per woning van 70 m2 zal het verbruik circa 2.000 kWh per jaar zijn. De opbrengst per paneel ligt rond de 300 kWh per jaar. Dit houdt in dat per appartement 7 panelen nodig zijn (7*300 kWh = 2.100 kWh). Dat betekent concreet: • • •
Gebouw A (4 appartementen x7=) 28 panelen. Dit dak biedt ruimte voor circa 50 panelen. Gebouw B (5 appartementen x7=) 35 panelen. Dit dak biedt ruimte voor circa 40 panelen. Gebouw C (6 appartementen x7=) 42 panelen. Dit dak heeft ruimte voor circa 50 panelen.
Uit de nog te maken BENG berekeningen zal blijken wat het project kan leveren. Voldaan wordt aan de eis dat de gebouwen energieleverend zijn. Klimaatadaptatie Er is geen sprake van een aansluiting van de hemelwaterafvoer op de riolering. Bij de uitwerking van het plan wordt voorzien in voldoende infiltratiekratten in het terrein. De waterberging van minimaal 45 liter per m2 bebouwd grondoppervlak is geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Er wordt minimaal één wadi gerealiseerd met een capaciteit van circa 35 m3. Daarnaast wordt ingespeeld op de ambities. Verdroging wordt tegengaan door het bevorderen van infiltratie en het beperken van de verharding. De parkeervakken worden gerealiseerd met open (half)/waterdoorlatende verharding. Verder wordt de bebouwing omringd door een aantal volwassen beuken met een hoogte van circa 18 tot 24 meter. De gebouwen worden 6 tot circa 9,5 meter hoog en de bomen zijn aan de zuid- en westkant van de bouwblokken gesitueerd. Hierdoor zal hittestress in het plangebied beperkt blijven als gevolg van de schaduwwerking/aanwezigheid van deze bomen. In het bouwplan zijn de gevels voorzien van baksteen en kalkzandsteen. Deze stenen hebben een groot accumulerend vermogen. Op deze manier wordt hittestress tegengegaan. Groen en natuur inclusief bouwen Er wordt voorzien in minimaal twee type voorzieningen voor vogels.
Het kappen van de bestaande bomen wordt zoveel mogelijk beperkt. Er wordt bij de uitwerking van het plan zoveel mogelijk groen aangelegd, waarbij het uitgangspunt wordt gehanteerd dat tot aan de gevels groen wordt gerealiseerd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
49
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp Circulair bouwen Zeist gaat uit van een maximale MPG-waarde die 10% scherper is dan de wettelijke eis in het bouwbesluit. Uitgaande van een wettelijke MPG-eis van 0,8 volgt de gemeentelijke eis dat de MPG maximaal 0,72 bedraagt. Met huidige bouwplan wordt naar verwachting voorzien in een milieuprestatie van circa 0,068 - 0,7. In het bouwplan worden onder andere KNB-baksteen toe en houten kozijnen met FSC keurmerk toegepast. Tevens wordt duurzame beton toegepast in het bouwplan. Tot slot wordt opgemerkt dat bij de uitwerking van het bouwplan wordt onderzocht of het bouwproject in CLT (massief hout) en SIPS uitvoerbaar en financieel haalbaar is.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
50
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
HOOFDSTUK 6 6.1
JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
6.2
Opzet van de regels
6.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 6.2.2
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •
Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.
•
Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogte, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
6.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemming. De regels zijn onderverdeeld in: •
Bestemmingsomschrijving: Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
51
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp •
Bouwregels: In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing aan moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd.
•
Specifieke gebruiksregels: In de specifiek gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen in elk geval strijdig is met of wordt toegestaan binnen deze bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd
6.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
• • •
•
• •
6.2.5
Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 8) In dit artikel zijn bepalingen opgenomen omtrent het onderkelderen van gebouwen. Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel zijn enkele vormen van verboden gebruik opgenomen. Algemene aanduidingsregels (Artikel 10) Deze regel is opgenomen ten behoeve van de bescherming van de ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’. Deze gronden zijn mede bestemd voor de belangen van de drinkwaterwinning. Algemene afwijkingsregels (Artikel 11) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 12) In dit artikel is een bepaling opgenomen die het mogelijk maakt om het plan op ondergeschikte punten te kunnen wijzigen. Overige regels (Artikel 13) In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van het parkeren en laad- en losruimte. Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
6.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Groen (Artikel 3) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de semi openbare groenvoorzieningen aan de oostzijde van
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
52
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp het plangebied. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor groenvoorzieningen, watergangen en waterpartijen. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Tuin (Artikel 4) Aan de gronden rondom de woongebouwen is de bestemming ‘Tuin’ toegekend. De als ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op en in deze gronden mogen uitsluitend erkers en ingangspartijen, en andere bouwwerken, zoals erf- of perceelafscheidingen en tuinmeubilair, niet zijnde overkappingen worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geen bebouwing' zijn gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde niet toegestaan en dienen de gronden niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van het ter inzage gaan van het ontwerp van dit plan. Dit heeft te maken met het eventueel aanleggen van een HOV-verbinding ten noorden het plangebied. Verkeer (Artikel 5) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse de ontsluitingsweg en parkeerplaatsen in het plangebied.
Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor verhardingen voor woonstraten, pleinen, auto-, fiets- en voetgangersverkeer en parkeervoorzieningen, parkeerstroken en -voorzieningen. Op deze gronden zijn uitsluitend ondergeschikte gebouwen en andere bouwwerken voor nutsvoorzieningen en andere bouwwerken, zoals straatmeubilair toegestaan. Wonen (Artikel 6) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van het beoogde appartementengebouw en het bijbehorend achtererf. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor wonen, beroep of bedrijf aan huis, tuinen en erven, waterhuishouding, parkeervoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen. Op gronden met deze bestemming zijn woningen, aan- of uitbouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen toegestaan. Tot slot zijn andere bouwwerken, zoals erf- en perceelsafscheidingen en tuinmeubilair toegestaan. De bouwregels maken onderscheid tussen hoofdgebouwen, aan- of uitbouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen en andere bouwwerken. Gevel(delen) van hoofdgebouwen moeten ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – dove gevel’ uitgevoerd als een dove gevel in de gevallen waar uit het akoestisch onderzoek blijkt dat die gevel(delen) als een dove gevel moeten worden uitgevoerd. Voor hoofdgebouwen geldt dat deze binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd. De gronden binnen het bouwvlak mogen voor 100% worden bebouwd.
Hoofdgebouwen in de vorm van woningen dienen gestapeld te worden gebouwd, met inachtneming van de op de verbeelding opgenomen bouwhoogte. Dit is op de verbeelding vastgelegd met de aanduiding ‘gestapeld’. Tot slot is middels een aanduidingen op de verbeelding het maximum aantal woningen per bouwvlak bepaald. Bijbehorende bouwwerken en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'berging’, met dien verstande dat maximum oppervlak aan bijbehorende bouwwerken en overkappingen maximaal 100 m2 mag bedragen. De maximum hoogte van aan- of uitbouwen, bijbehorende bouwwerken en overkappingen mag niet meer bedragen dan 4,5 meter en de dakhelling niet meer dan 60º. Voor andere bouwwerken tot slot is bepaald dat de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen achter de voorgevellijn niet meer dan 2 meter bedraagt. Voor de voorgevelrooilijn bedraagt de bouwhoogte maximaal 1 meter. Voor overige andere bouwwerken en vlaggenmasten bedraagt niet respectievelijk 3 en 5 meter.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
53
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
HOOFDSTUK 7
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad naar aanleiding van het vaststellen van een bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk plan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan of omgevingsvergunning geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten en plankosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening en via de anterieure overeenkomst. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe is een anterieure overeenkomst afgesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente Zeist. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
54
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
HOOFDSTUK 8 8.1
Vooroverleg
8.1.1
Het Rijk
VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 8.1.2
Provincie Utrecht
Het onderhavige concept-ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg medio 2022 voorgelegd aan de provincie Utrecht. De provincie ziet geen aanleiding voor het maken van opmerkingen ten aanzien van de onderhavige ontwikkeling. Er is in principe voldoende rekening gehouden met de provinciale belangen. De provincie heeft, tijdens het periodiek strategisch OV-overleg begin 2023, echter nog aandacht gevraagd voor de situering van een toekomstige Hoogwaardige Openbaar vervoer (HOV)-verbinding van het Utrecht Science Park (verder: USP) door de wijk Vollenhove naar Zeist of zelfs Amersfoort in relatie tot deze woningbouwontwikkeling. In de regio wordt al langere tijd nagedacht over een dergelijke verbinding. Het betreft hier een onzekere toekomstige gebeurtenis (planvorming en uitvoering ergens tussen 2035 en 2050). Voor het traject door de wijk Vollenhove zijn ambtelijk in de gemeente Zeist diverse tracés in beeld. Een van die mogelijke tracés ligt tussen de geluidswal van de A28 en de ontwikkellocatie. Dit tracé wordt ambtelijk binnen de gemeente Zeist als minst waarschijnlijke aangemerkt. Formele besluiten over een definitief tracé zijn door het college of de raad nog niet genomen.
Tijdens dit periodiek strategisch OV-overleg stelde de provincie dat, hoewel een tracé langs de Comeniuslaan onwaarschijnlijk lijkt, een dergelijk tracé niet eerder is onderzocht door Arcadis in opdracht van de provincie (rapporten oktober 2020). Derhalve vindt de provincie het onverstandig om dit tracé nu te laten vervallen. De provincie stelde in dit overleg voor om de komende tijd samen te onderzoeken of de HOV-variant langs de A28 en de Comeniuslaan behoort tot een kansrijk tracé. In reactie hierop wordt opgemerkt dat in de provinciale Interim Omgevingsverordening van 2021 het provinciale OV-netwerk over de A28 en De Dreef loopt. Het provinciale bereikbaarheidsnetwerk loopt over de N237. Het provinciaal beleid levert derhalve niet direct een aanknopingspunt op voor een HOV-tracé (of zoekgebied) over de Comeniuslaan. In de onderzoeken van Arcadis uit 2020 zijn verder alleen tracés tussen het USP en de kruising Kromme Rijnlaan - Utrechtseweg - De Dreef in Zeist onderzocht en niet eventuele tracés vanaf dit kruispunt binnen de bebouwde kom van Zeist, dus ook niet een potentieel tracé langs de Comeniuslaan.
Om alsnog duidelijkheid te krijgen over de kansrijkheid van diverse tracés binnen de bebouwde kom van Zeist, waaronder een tracé langs de (binnenzijde van de) geluidswal van de A28 over de Comeniuslaan, wordt verwacht dat de provincie hier eerst een studie naar laat verrichten. Daar zal de gemeente uiteraard in participeren. Mogelijk dat ook Defensie hier bij betrokken wordt, gelet op haar mogelijke plannen voor het gebied tussen Amersfoort en Zeist. Hoe dit proces eruit gaat zien en wat de planning wordt, is nog niet bekend. Onduidelijk is verder of uit die tracé-studie straks zal blijken of en zo ja welk effect de HOV heeft op de plannen van Defensie als deze via De Dreef of via de A28/Comeniuslaan door de wijk Vollenhove zou rijden en wat de impact zal zijn op het woon- en leefklimaat op de omliggende woningen van de verschillende tracés. Bij het bepalen van de impact van de HOV-verbinding zullen alle verschillende belangen afgewogen moeten worden. Daar hoort te zijner tijd ook een geluidsonderzoek bij. In dit onderzoek zal de geluidsbelasting op de omliggende woningen van het tracé / de tracés in beeld gebracht worden. Bij een geluidsonderzoek voor een tracé over de Comeniuslaan zal ook de dan aanwezige geluidsbelasting van de A28 betrokken worden.
Ook het aantal bussen dat per uur over het tracé gaat rijden, het geluid dat die toekomstige bussen dan maken en het BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
55
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp te gebruiken materiaal van de weg zullen van invloed zijn op de uitkomst van het onderzoek. Met de huidige stand van de techniek (stille bussen, stil asfalt, de toch al aan te brengen geluidwerende voorzieningen in de nieuw te bouwen woningen in verband met het geluid van de snelweg) en de verwachte gebruiksintensiteit van de HOV-baan wordt geen aantasting van het woon- en leefklimaat verwacht. Mocht uit dat toekomstige geluidsonderzoek blijken dat er toch een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat wordt verwacht, dan zal op dat moment bekeken worden of er, met de dan geldende technieken, door het treffen van aanvullende geluidwerende maatregelen (stiller asfalt, stillere bussen, geluidswal tussen tracé en woningen, groenvoorziening) het woon- en leefklimaat behouden kan worden. Geconcludeerd kan worden dat de huidige ontwikkelingen ten aanzien van de HOV-tracé-studie voor het traject langs de A28 weinig concreet zijn en op korte termijn niet de benodigde duidelijkheid zullen geven over een voorkeurstracé. Voorts kan worden geconcludeerd dat als er al sprake zou zijn van een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat als gevolg van wegverkeerslawaai, die aantasting met aanvullende maatregelen kan worden weggenomen.
Weging belangen Een van de mee te wegen belangen is de deelname van Zeist aan het project Gebiedssamenwerking van A(mersfoort) tot Z(eist). De gemeenten Amersfoort, Leusden, Soest en Zeist, de provincie Utrecht, het waterschap Vallei en Veluwe, het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en het ministerie van Defensie werken hierin samen in een gebiedsgerichte aanpak waarbij wordt toegewerkt naar een oplossing voor de verschillende ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Hiertoe hebben partijen in maart 2023 een alliantieverklaring gesloten. Het gebied op de Utrechtse Heuvelrug tussen Amersfoort, Soest, Leusden en Zeist is een kwetsbaar gebied waar zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Ruimte is schaars en de opgaven zijn groot en urgent. Om te komen tot realiseerbare en inpasbare oplossingen van de opgaven, is een brede, integrale en gebiedsgerichte aanpak essentieel. Een HOV-verbinding, en het tracé daarvan, tussen Utrecht-USP, Zeist en Amersfoort maakt onderdeel uit van deze samenwerking. Een HOV-verbinding is een regionaal vraagstuk van alle betrokken partijen in deze samenwerking en vraagt om betrokkenheid van deze partijen. Bij het bepalen van het uiteindelijke tracé zullen echter niet alleen de bereikbaarheidsbelangen van de provincie, de gemeente Zeist en Defensie een rol spelen. Ook andere belangen van de gemeente Zeist zullen meegewogen moeten worden.
In recent beleid (Propositie van Zeist uit 2019, Parkplan Vollenhove uit 2021 en de Eerste Zeister Omgevingsvisie uit 2023) is daarover, kort samengevat, door de raad aangegeven dat het de visie van de gemeente is om zoveel mogelijk de wijken Vollenhove en Mooi Zeist aan te laten haken op de nieuwe HOV. Daarbij is met zoveel woorden de indruk gewekt dat de voorkeur uitgaat naar een tracé over de Dreef. In de provinciale Omgevingsvisie en provinciale Interim Omgevingsverordening uit maart 2021 komt die voorkeur ook terug. Wel is in diverse beleidsdocumenten uitdrukkelijk de behoefte aan nieuwe woningen uitgesproken. Ook het behoud van (openbaar) groen wordt van belang geacht voor de leefbaarheid van een wijk. De groene zoom langs de geluidswal vormt voor de leefbaarheid van de wijk dan ook een belangrijk element. Om uiteindelijk te komen tot een tracékeuze zal ook de wijk middels een participatietraject betrokken moeten worden. Deze en andere elementen zullen vermoedelijk dan ook naar voren komen tijdens het proces omtrent de definitieve tracé-keuze. Daar komt bij dat nog niet duidelijk is in welke vorm de HOV uiteindelijk gaat rijden.
Dit maakt uit voor de mate van eventuele hinder (wegverkeerslawaai en uitstoot van gassen) voor de omliggende woningen en daarmee de afstand tot die woningen in het kader van leefbaarheid, een goede ruimtelijke ordening of een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Electrische bussen, bussen op waterstof of een lightrail hebben bijvoorbeeld een andere impact en geluidsbelasting op de omgeving dan een tram of zoals vroeger, bussen op fossiele brandstof. In de concessie-uitvraag voor het busvervoer voor 2025-2035 vraagt de provincie Utrecht al om het gebruik van duurzame brandstof en vanaf 2028 zal al het busvervoer elektrisch of op waterstof moeten gaan rijden. Het is nu nog niet te voorspellen hoe de techniek er over bijvoorbeeld 15 tot 20 jaar uitziet als de HOV in gebruik genomen gaat worden. De tendens is wel dat nieuwe bussen steeds stiller en schoner worden en dus minder belastend zullen zijn voor woningen. Daarnaast worden ook woningen steeds
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
56
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp beter geïsoleerd. Een ernstige aantasting van de woon- en leefomgeving als gevolg van de HOV wordt dan ook niet verwacht. Met andere woorden, de woningbouw sluit de komst van de HOV op deze plek niet uit en andersom de HOV sluit de woningbouw niet uit, terwijl er op dit moment wel dringend behoefte is aan nieuwe woningen. 8.1.3
Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden
Het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HSDR) is geïnformeerd door middel van de digitale watertoets. Deze toets resulteerde in een ‘de korte procedure’. Dit betekent dat er geen sprake is van een groot waterbelang. Verwezen wordt naar de watertoetsprocedure opgenomen in subparagraaf 5.8.2 en bijlage 7. In het kader van het wettelijke vooroverleg is het concept ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan het Hoogheemraadschap. De HSDR heeft verzocht het conceptplan aanvullend te toetsen aan het klimaatbeleid van gemeente Zeist en indien nodig het ontwerp aan te passen. Ook wenst de HSDR dat wordt aangetoond dat bij extreme regenval geen wateroverlast ontstaat. In dit bestemmingsplan wordt dit laatste punt geborgd met een voorwaardelijke verplichting voor waterberging in de regels. De toetsing aan het klimaatbeleid is aangevuld. 8.1.3
Veiligheidsregio Utrecht
In het kader van het vooroverleg is het concept ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de Veiligheidsregio Utrecht. In paragraaf 5.2.2.3 is hier reeds op ingegaan. 8.1.4
Vitens
In het kader van vooroverleg is het concept ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan drinkwaterbedrijf Vitens. Vitens heeft geen reactie op het plan gegeven. 8.1.5
Rijkswaterstaat
In het kader van vooroverleg is het concept ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat heeft gereageerd. De opmerkingen komen ook terug in de zienswijze, zie hiervoor paragraaf 8.3 en bijlage 10 bij de toelichting.
8.2
Inspraakproces
In 2017 is het oorspronkelijke initiatief ontstaan dat leidde tot een plan met 12 kwadrantwoningen. Dat plan is op 22 maart 2018 aan de buurt gepresenteerd. Op het plan was destijds veel kritiek. Deze kritiek en andere factoren zoals geluidsproblematiek en de toenmalig toepasselijke woonvisie, hebben er toe geleid dat er een alternatief plan is ontwikkeld. In 2020 is in afstemming met de gemeente Zeist een plan opgezet van 18 woningen in drie bouwblokken. Het college heeft op 2 juni 2020 besloten medewerking te verlenen aan dat plan. Wachtende op de besluitvorming over het traject van de HOV lijn Utrecht-Amersfoort, die mogelijk via deze locatie zou kunnen komen, is de planvoorbereiding pas in het voorjaar van 2021 verder doorgezet. Dat uiteindelijke plan is op 24 juni jl. in een online-vergadering met de buurt gepresenteerd via Teams. Daarin namen naast bewoners uit de buurt ook de adviseur bestemmingsplannen en de programmamanager Vollenhove van de gemeente Zeist deel. De reacties van de buurtbewoners waren dermate negatief dat de werkgroep Vollenhove voorstelde om het plan met de werkgroep te bespreken. Hiermee zou mogelijk een ontwerp tot stand kunnen komen dat voor alle partijen aanvaardbaar zou kunnen zijn. Tussen 24 juni en eind september hebben het planteam en de werkgroep drie bijeenkomsten gehad.
In en tussen deze sessies zijn diverse voorstellen en ideeën van beide partijen uitgewisseld. Het resulteerde in een constructief opgezet plan, waar in hoofdlijnen consensus is bereikt. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
57
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp Het uiteindelijke plan is op 27 oktober 2021 door middel van een planpresentatie uitgebreid gepresenteerd aan de omwonenden. Hierbij bestond voor de deelnemers ook de mogelijkheid om vragen te stellen. Deze vragen zijn beantwoord. Daarnaast zijn de omwonenden geïnformeerd voor het vervolg van de procedure. Er wordt getracht door gerichte maatregelen de genoemde zorgen zoveel als mogelijk te voorkomen en weg te nemen.
8.3
Zienswijzen
8.3.1
Algemeen
Het ontwerpbestemmingsplan lag met ingang van 3 augustus 2023 gedurende 6 weken ter inzage. Tijdens deze periode is een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De provincie Utrecht, Rijkswaterstaat en de Veiligheidsregio Utrecht hebben een zienswijze ingediend. Er is een nota met de samenvatting en beantwoording van de zienswijzen en ambtshalve aanpassingen opgesteld. Hierin zijn de zienswijzen beantwoord en of en hoe de zienswijze aanleiding geeft tot wijziging van het bestemmingsplan. De nota van samenvatting en beantwoording zienswijzen en is als bijlage 10 toegevoegd. Provincie Utrecht Het ontwerpbestemmingsplan geeft de provincie aanleiding tot het indienen van zienswijzen ten aanzien het provinciaal belang om zorg te dragen voor een goede regionale OV-bereikbaarheid. Volgens de provincie ligt de locatie Comeniuslaan 60 in een zoekzone van een tracé voor de toekomstige HOV-verbinding USPAmersfoort. De provincie vindt het belangrijk dat de gemeente zorgt voor de zekerstelling dat het bestemmingsplan dit mogelijke tracé niet onmogelijk maakt. Hier is op ingespeeld door de verbeelding aan te passen, zodat de het bestemmingsplan niet conflicteert met eventuele HOV-verbinding.
De gronden die bedoeld zijn voor de HOV-verbinding zijn op de verbeelding daarom voorzien van de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – geen bebouwing’, waarbij er 80 centimeter ruimte vanaf de HOV-rijbaan is aangehouden. De beoogde positie van de bergingen zijn vanwege de HOV-verbinding ook verschoven. Hiervoor is op de verbeelding aan de noordzijde van het plangebied de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – berging’ aangepast. Voor de samenvatting van de zienswijze en de beantwoording wordt verwezen naar bijlage 10 bij deze toelichting. Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat stipt in de zienswijze de volgende aandachtspunten aan: geluid, externe veiligheid, de luifel langs de A28 en de ecologische aspecten. De zienswijze van Rijkswaterstaat is in bijlage 10 samengevat en voorzien van een reactie. De zienswijze heeft tot een aanpassingen in de paragrafen ‘geluid en ‘externe veiligheid’ van deze toelichting van het geleid. Veiligheidsregio Utrecht De Veiligheidsregio Utrecht deelt in de zienswijze de opvattingen met betrekking tot het plasbrandaandachtsgebied van de A28. De zienswijze heeft geluid tot aanpassingen aan de paragraaf ‘externe veiligheid’ van deze toelichting. Voor de volledige samenvatting van de zienswijze en de beantwoording wordt verwezen naar bijlage 10 bij deze toelichting. 8.3.2
Procedure
Het bestemmingsplan is op een aantal punten aangepast en gewijzigd vastgesteld. Na publicatie van het besluit tot vaststelling, ligt het bestemmingsplan zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
58
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
59
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
60
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
61
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
Bijlage 3
Berekeningen externe veiligheid
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
62
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
Bijlage 4
Advies veiligheidsregio Utrecht
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
63
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
Bijlage 5
AERIUS-berekening
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
64
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
Bijlage 6
Quickscan flora en fauna
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
65
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
Bijlage 7
Bomen Effect Analyse (BEA)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
66
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
Bijlage 8
Watertoetsresultaat
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
67
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
Bijlage 9
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
68
Bestemmingsplan “Comeniuslaan 60, Zeist” ontwerp
Bijlage 10
Nota van samenvatting en beantwoording zienswijzen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
69