CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-Bijdrage RT SMZ Transitiestrategie Omgevingsplan 3-10-24

Ronde Tafel 3 oktober 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Transitiestrategie omgevingsplan Zeist 202444.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

In het bovenstaande en dan in het bijzonder in het hoofdstuk 2.4: ‘Algemene visie toekomst Zeist i.r.t. de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’’ en dan onder het hoofdje: ‘Visie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. t.a.v. duurzame ontwikkeling aarde en ook Zeist’ en vervolgens onder het hoofdje: ‘Zeist’ wordt dan het perspectief gegeven hoe de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. tegen een duurzame ontwikkeling van Zeist aankijkt. Uiteindelijk gaat het er dus o.i. om dat we ook in Zeist meer in balans met de aarde/natuur komen en dat op alle vlakken, dus in ‘harmonie van de natuur’. Met de voorliggende ‘Omgevingsvisie’, juist aangezien deze ook echt gezien de doelstelling van de: ‘Omgevingswet’ een integrale aanpak mogelijk maakt, liggen daartoe nu alle kansen, maar die zullen we dan wel ook echt met zijn allen moeten oppakken.

42

Uiteraard is duurzaamheid nog niet zo eenvoudig op kaarten aan te geven, maar ook in die zin zijn er o.i. wel degelijk diverse mogelijkheden. Zo zou met o.a. kaarten kunnen opnemen waarbij de kwaliteiten van de lucht, inclusief fijnstof, het geluid en bijvoorbeeld ook de kwaliteit van het groen (zie wat betreft dat laatste bijvoorbeeld ook de kaarten vanuit de: ‘Green Stad Challenge’, waarbij dan bepaalde scores per kern en buurt worden aangegeven), evenals waar in die zin er dus nog mogelijkheden m.b.t. het groen tot verbeteringen te komen. Ook zouden dus kaarten kunnen worden opgenomen met (per type gebied) duidelijke ambities t.a.v. de te realiseren omgevingskwaliteiten (vergelijk in deze dus o.a. het ‘Milieubeleidsplan Zeist 2008 – 2011: ‘Milieu op de kaart (Zeist, 2008)’). In ieder zou men daar wat betreft de kwaliteit van de lucht en ook geluid dus o.i. uit moeten gaan van de advieswaarden van de WHO (zie in deze wat betreft de lucht dus ook het zogenaamde: ‘Schone luchtakkoord’). 2.5.1.2 Propositie In de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ wordt dan bij een 11-tal ‘ontwikkelkansen’ en een 9-tal onderzoeksrichtingen’ voor Zeist stilgestaan, dat dan mede in relatie tot de positie van Zeist binnen de Regio Utrecht.

In het voorgaande is hierbij al in het hoofdstuk 2.3: ‘Relatie tot IRP, RES, Propositie, Maaltijd van Zeist, Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist’, etc.’ en dan onder het hoofdje: ‘Propositie’ al bij stilgestaan. Daarbij wordt dan tevens verwezen naar de inspraakreactie zoals deze indertijd door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. ten tijde van de behandeling van het Raadsvoorstel in de Commissie Ruimte is gegeven (zie in deze dus ook Bijlage 2: ‘Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist inzake ‘Propositie Zeist’).

Duidelijk is dat op basis van de ‘Propositie’ er ook een aantal ‘ontwikkelkansen’ zijn aangegeven die de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. vanuit het perspectief van een duurzame ontwikkeling van Zeist van harte kan ondersteunen, dat ook gezien de opgaven waar we in die zin met zijn allen voor staan, zoals de ‘ontwikkelkansen’ t.a.v.: ‘Natuurbehoud’ en ook ‘Natuurinclusief bouwen’, evenals die m.b.t. de klimaatproblematiek (noodzakelijke) ‘Energietransitie’ en die m.b.t. de: ‘Klimaatbestendigheid en het verdwenen water terug brengen’ én ook m.b.t. ‘Duurzame mobiliteit’, maar dat zij tegelijkertijd kritisch staat t.a.v. de ambitie om nog veel meer extra woningen te bouwen en dan in het bijzonder op in die zin kwetsbare locaties, zoals nabij het Station Driebergen-Zeist, evenals de aanleg van een ‘Hoogwaardige OV-verbinding tussen Utrecht SP en Amersfoort, inclusief dus mogelijk ook de bouw van 0 - 5.000 extra woningen in Zeist-Noord. Dat geldt ook voor de eventuele aanleg van een nieuw fietspad tussen het USP en Zeist-West door de Lage grond, hetgeen ten koste gaat van de hier gelegen aardkundige en ook ecologische waarden, waaronder de ecologische verbinding tussen het Vechtplassengebied en het Kromme Rijngebied 42.

Natuurlijk een en ander dient nog nader te worden onderzocht, dat op basis van een 9-tal zogenaamde ‘onderzoeksrichtingen’, maar ook duidelijk zal zijn dat naar verwachting met name de betreffende ambities op het gebied van wonen en ook de infra wel degelijk ten koste zal gaan van die waarden die nu juist zeer kernmerkend voor Zeist zijn en die zij ook wil koesteren, zoals die m.b.t. de natuur en ook cultuurhistorie. 42

Zie in deze o.a.: ‘Brief gezamenlijke natuur- en milieuorganisaties aan provincie Utrecht m.b.t. fietspad USP Zeist-West’, d.d. 30 november 2017, evenals ‘Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist inzake rapporten TAUW fietspad USP - Zeist-West, d.d. 23 november 2017.

43

2.5.2 Uitdagingen/opgaven voor Zeist (per thema) én dilemma’s en toekomstkeuzen In dit hoofdstuk wordt dan themagewijs, dus t.a.v. 8 thema’s, bij de diverse opgaven stilgestaan waar Zeist dan voor staat. Daarbij wordt dan (logischerwijs) in zekere zin aangesloten bij de thema’s zoals deze ook al in de: ‘Propositie’ naar voren zijn gebracht, waarbij dan m.b.t. die thema’s ook (logischerwijs) gebruik is gemaakt van de diverse bronnen die daar voor beschikbaar zijn (zie in deze dus wederom de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Bijlage A: ‘Bronnenlijst’). Daarbij gaat het dan om thema’s als die m.b.t.: ‘Wonen’, een: ‘Vitale economie’, ‘Mobiliteit’, ‘Erfgoed, cultuur en recreatie’, ‘Gezondheid’, ‘Bodem en water’, ‘Groen’ én: ‘Duurzame energie en een duurzaam klimaat ‘(zie in deze dus ook de: ‘OntwerpOmgevingsvisie’, Hoofdstuk 4.A: ‘Opgaven per thema’).

Aangezien er tussen die thema’s ook dilemma’s kunnen optreden en er in die zin weloverwogen toekomstkeuzen dienen te worden gemaakt, hetgeen op dit moment (kennelijk) nog niet mogelijk is, wordt van deze dilemma’s dus wel ook alvast een beeld gegeven (zie in deze dus ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 4.B: ‘Dilemma’s en toekomstkeuzen’).

Op basis van de gegeven/geschetste opgaven worden deze dan in de: ‘OntwerpOmgevingsvisie’ wel ook meteen op een plattegrond aangegeven, dat ook aangezien bepaalde van de geschetste ontwikkelingen met bepaalde effecten op de leefomgeving gepaard kunnen gaan (zie in deze dus ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, de kaart op pag. 37). Voor zover aan orde zal daar hierna bij de bespreking van de afzonderlijke thema’s nog nader op worden teruggekomen.

Zonder nu meteen bij de opgaven vanuit de diverse thema’s stil te staan, is het de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. wel opgevallen dat daarbij weliswaar een beschrijving van die opgaven wordt gegeven, evenals van de ‘ambities’, de ‘ontwikkelingen’ en ook ‘uitgangspunten’, maar daarbij de o.i. in die zin noodzakelijke analyses, uiteraard voor zover deze beschikbaar zijn, toch ontbreken. Evenals zou veel van de gegeven ‘ambities’ en ‘uitgangspunten’ niet of nauwelijks concreet, dus SMART, geformuleerd, dus in die zin toch nauwelijks houvast bieden. Daarnaast is het toch o.i. ook onduidelijk wat nu precies de ‘doelen’ zijn waar Zeist dan voor gaat staan, of dat bijvoorbeeld de als zodanig aangegeven ‘ambitities’ zijn of toch de ‘uitgangspunten’, dus toch ook goed als daar dan meer duidelijkheid over zou komen.

Daarbij komt dat nu juist de: ‘Omgevingswet’ voor de lagere overheden, dus ook de gemeenten alle kansen biedt om de door hen nagestreefde ‘omgevingskwaliteiten/-waarden’ ook echt in hun omgevingsvisies te verankeren (zie in deze dus o.a. ook het: ‘Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL)’), dus ook zin zou dat o.i. kansen bieden om nu echt in Zeist aan duurzame ontwikkeling in het algemeen en aan natuurinclusiviteit in het bijzonder een belangrijke impuls te geven. Dat niet alleen door deze ‘omgevingswaarden’ in de voorliggende omgevingsvisie ter verankeren, maar deze dan ook op basis van in die zin nog op te stellen ‘programma’s’ te realiseren.

44

Teneinde een duurzame ontwikkeling dan te kunnen borgen moet o.i. aan het daarbij volgen van de zogenaamde ‘Lagenbenadering’ een belangrijke betekenis worden toegekend (zie ook onderstaande fig. ‘Lagenbenadering’ (uit: ‘De lagenbenadering in de Nederlandse planning (Hagens, J., 2006)’). Dan wordt het dus (meteen) ook mogelijk de voorwaarden die de natuur en het landschap, dus de aarde in het algemeen, aan ontwikkelingen stelt, dus als harde (rand)voorwaarde aan toekomstige ontwikkelingen mee te geven. Dus door in die zin per onderscheiden ‘gebiedstype’ op basis van zogenaamde ‘milieukwaliteitsprofielen’ ook duidelijke per thema eenduidige ‘omgevingswaarden’ aan te geven (zie in deze dus wederom ook het: ‘Besluit Kwaliteit Leefomgeving, Afdeling 2.2: ‘Omgevingswaarden beschermen van de gezondheid en het milieu’ in die zin biedt), zodat deze ook echt kunnen worden geborgd (vergelijk dus ook de systematiek van: ‘Natuur- en landschapsinclusief ontwerpen’).

Feitelijk is daar door de provincie Utrecht met de: ‘Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling - Vernieuwd instrumentarium leefbaarheid/duurzaamheid in ruimtelijke plannen (Provincie Utrecht, 2015)’, maar ook in bijvoorbeeld eerdere milieubeleidsplannen van de gemeente Zeist, zoals het: ‘Milieubeleidsplan 2008-2011 - Milieu op de kaart 2008 (Zeist, 2008)’ reeds een aanzet toe gegeven, maar het zou dus mooi zijn als gemeente in de voorliggende omgevingsvisie in die zin ook meer gebiedsgerichte ambities/doelen zou opnemen. Meer in het bijzonder is in die zin in het: ‘Uitvoeringsplan Brede Milieuvisie Zeist (Zeist, 2017)’ als een van de doelen aangegeven, dat ‘n.a.v. de invoering van de Omgevingswet goede milieukwaliteiten in 2030 zijn geborgd in de nieuwe Omgevingsvisie en het Omgevingsplan’.

Fig.: Lagenbenadering (uit: ‘De lagenbenadering in de Nederlandse planning (Hagens, J., 2006)’)

Gezien haar voorkeur voor de: ‘Lagenbenadering’ zal de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. in haar zienswijze toch eerst ingaan op de opgaven die m.b.t. achtereenvolgens de ‘thema’s’: ‘Bodem en het water’, het: ‘Groen’, het: ‘Erfgoed, cultuur en recreatie’, evenals die m.b.t. het: Klimaat’ samenhangen, alvorens die t.a.v. van de ‘Gezondheid in het algemeen’, het: ‘Wonen’ en de: ‘Mobiliteit/Infra’ én ook de: ‘Vitale economie’ aan de orde te stellen. Voor

45 zover zij dat op basis van de daarbij gegeven analyse(s) aan de orde acht, zal zij daarbij dus ook een aantal meer concrete ‘aanbevelingen’ doen.

Ook zal nog kort worden ingegaan op: ‘Dilemma’s en toekomstkeuzen’.

2.5.2.1 Bodem en water Mooi dat aan zowel de bodem als water in de voorliggende: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ bijzondere aandacht wordt gegeven. Daarbij wordt dan aangegeven dat Zeist is gelegen op de overgang van de (Utrechtse) Heuvelrug naar het Kromme Rijngebied, inclusief de daarmede gepaard gaande kwel, hetgeen het gebied waar die kwel uittreedt geschikt maakt voor zeldzame plant- en diersoorten. Aangezien de bodem en het water de ‘schatten’ zijn waar Zeist ook vanuit de kernwaarden duurzaam en groen trots op kan zijn, wordt dan aangegeven dat het van belang is zuinig om te gaan met dit kwetsbare systeem.

Ambities Wat betreft de ‘ambities’ wordt dan o.a. aangegeven dat we dit kwetsbare systeem moeten koesteren door te zorgen dat er altijd voldoende water is, dat dus door het grondwater zoveel mogelijk aan te vullen met regenwater en de afvoer van het water tot een minimum te beperken.

Ook wil men zorgen dat de kwaliteit van het water goed is, dat o.a. door het beperken van het gebruik van materialen en middelen die slecht zijn voor de natuur en ook kunnen uitspoelen naar diepere grondlagen. Ook wil men anticiperen op de klimaatverandering en ook zoveel mogelijk het water uit landbouwgebieden gescheiden houden van het water in natuurgebieden.

Uitgangspunten Als ‘uitgangspunten’ wil men dan dat schoon regenwater zoveel mogelijk gescheiden blijft van het huishoudelijk water, evenals dat in een groot deel van de gemeente dat regenwater rechtstreeks in de bodem infiltreert of als dat niet mogelijk het afvoeren naar het oppervlaktewater. Ook wil men dan inzetten op ‘natuurinclusief bouwen’ en ‘klimaatadaptie’. Door Zeist verder te vergroenen kan zo ook voor een betere sponswerking worden gezorgd, waardoor het water beter wordt vastgehouden en dat gedurende droge perioden kan worden benut.

Analyse Laat het duidelijk zijn dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. al deze ‘ambities’ en ook ‘uitgangspunten’ natuurlijk van harte deelt.

46

Zoals bekend ligt Zeist op de overgang van de Heuvelrug naar het Kromme Rijngebied, met niet alleen een aantal bijzondere ‘geologische fenomenen’, maar dus ook met het optreden van kwel in de aan de Heuvelrug grenzende lager gelegen gebieden, waaronder dus het overgangsgebied. Juist om hieraan bijzondere aandacht te geven is dan het: ‘Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht i.o.’ opgericht, waarbij nog niet lang geleden ook voor Zeist een ‘Ontdekkaart’ is gepresenteerd.

Zoals ook hiervoor echter al meer in algemene zin aangegeven, had het in ieder geval toch goed geweest als in het kader van het opstellen van de omgevingsvisie er toch ook meer inzicht was gegeven hoe het er in Zeist met de kwaliteit van de bodem voorstaat, evenals met de toestand van het water, dat dus ook op basis meer concrete gegevens. Dat niet alleen wat betreft de betekenis daarvan voor de natuur, maar ook voor de gezondheid van de mens.

Wat betreft de bodem is het dan vanuit het verleden bekend, dat mede gezien de vele ‘galvaniseerbedrijven’ die hier in een verder verleden voorkwamen, er vele bodemverontreinigingen voorkwamen (zie in deze o.a. de publicatie: ‘Wat ligt waar in Zeist? Een zwartboek over bodemverontreiniging (PSP/PPR Steunfractie Zeist, 1984)’ en waar wij nog steeds bepaalde gevolgen van ondervinden, zoals ook het zuiveren van het grondwater dat aan de Bergweg t.b.v. de winning van drinkwater wordt gewonnen van tri. Verder mag ook worden verwacht, ook al zijn daar dan geen cijfers van bekend, dat ook de natuur op met name de Heuvelrug de gevolgen ondervindt van de deken van stikstof die over ons land ligt.

Ook wat betreft water, zowel wat betreft de kwantiteit, als ook de kwaliteit, zijn er dan op basis van de in die zin bij de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. beschikbare gegevens nog de nodige opgaven. Alhoewel dan het op zich mooi is dat in de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ aandacht wordt gegeven aan de voor de overgang van de Heuvelrug naar het Kromme Rijngebied karakteristieke kwel, is het ook bekend dat mede door de grondwaterwinning, maar ook de versnelde afvoer van het (kwel)water in die zin juist op die overgang vele sprengen en vijvers in de loop van de tijd droog zijn gevallen. Met het project van de: ‘Blauwe agenda’ wil men dit nu oppakken, waarvoor ook al eerste mogelijke bouwstenen zijn aangeleverd (zie in deze dus met name ook het rapport: ‘Bouwstenen Blauwe Agenda Utrechtse Heuvelrug (Hydrologic, 2021)’, maar op basis van dat rapport zal het ook duidelijk zijn dat willen we de kwel ook echt herstellen, dat er dan ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn 43.

43

Overigens is hier ook in het verleden al meerdere keren bijzonder aandacht aan gegeven, waaronder door de provincie Utrecht in het kader van het zogenaamde ‘OEDI’, evenals in het kader van de ‘Landinrichting Groenraven-Oost’ (zie in deze dus ook het rapport: ‘Groenraven-Oost – Maatregelen ter bestrijding van de verdroging (Grontmij, 2001)’ én ook door de gemeente Zeist in het kader van de: ‘Lange termijnvisie Waterplan Zeist (Milieudienst Zuid-Oost Utrecht, 2007)’, waarvan

47 Ook wat betreft de waterkwaliteit van met name het oppervlaktewater zijn er dan in de loop van de tijd diverse onderzoeken uitgevoerd (zie in deze o.a. de: ’Ecoscan water bebouwde omgeving gemeente Zeist (TAUW, 2016)’), evenals wordt dit thans door de zogenaamde ‘waterwachters’ voor vrijwel alle binnenstedelijke wateren in Zeist gemonitoord. Verder is met name de Zeister Grift in het kader van de: ‘Kader Richtlijn Water’ aangewezen als ‘waterlichaam’ waarvoor er ook bepaalde doelen liggen om deze voor 2027 te realiseren (zie in deze dus o.a. ook het rapport: ‘Watersysteemanalyse Biltse Grift (HDSR, 2019)’) .

Aanbevelingen  Zoals bij de gemeente bekend is er inmiddels met de oprichting van het ‘Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht i.o.’ bijzondere aandacht voor aardkundige waarden, maar zou dat wel ook nog verder in het beleid kunnen worden doorvertaald, zoals door ook echt een actieve bescherming van bijzondere geologische fenomenen 44, bijvoorbeeld door deze aan te wijzen als gemeentelijk landschapsmonument (vergelijk ook aanwijzing ‘Biltse Duinen’ als Landschapsmonument in De Bilt);  Wat betreft de bodem zou het dan goed zijn als toch nog eens goed wordt gekeken waar eventueel nog ernstige bodemverontreinigingen zitten en waar een aanpak vanuit zowel de natuur, als ook de gezondheid van de mens ook echt gewenst is;  Verder zou ook de aanpak van de stikstofproblematiek 45, met dus ook grote effecten op de bodemkwaliteit voor planten en dieren, ook bij de gemeente Zeist hoger op de agenda moeten komen. In die zin wordt daar zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat heeft begrepen thans wel voor met name de natuur op de Heuvelrug een nader onderzoek naar gedaan, maar wellicht kan ook Zeist door het nemen van bepaalde maatregelen hier toch ook een bepaalde bijdragen aan leveren;  Vanuit de gegeven opgaven zijn de in die zin in de: Ontwerp-Omgevingsvisie’ gegeven ‘ambities’ en ‘uitgangspunten’ dus mooi, maar o.i.

zou ook Zeist zich ook echt moeten richten op het ‘herstel van de oorspronkelijke grondwaterbalansen tussen de Heuvelrug en het aangrenzende Kromme Rijngebied’, dat al dan niet in het kader van de: ‘Blauwe agenda’). In die zin zou het dan tevens goed zijn als daar ook een termijn voor wordt gegeven, bijvoorbeeld in 2030, of zo veel eerder als mogelijk is (zie overigens ook in die zin onder het thema: ‘Groen’ aangegeven ambitie);  Herstel in uiterlijk 2027 (vergelijk ook doelstelling vanuit de: ‘KRW’) van de waterkwaliteit van in Zeist voorkomende oppervlaktewateren, dus behalve van de Grift. ook van de andere wateren tot (minimaal) het niveau: ‘levendig’

2.5.2.2: Groen Aangegeven wordt dan dat ‘een levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie het groene goud van Zeist is’ en al ‘eeuwenlang de motor achter ontwikkeling van Zeist is’, zoals m.b.t. de diverse ridderhofsteden (in de Middeleeuwen), de landgoederen, de vele zorginstellingen en ook de diverse villa- en ook arbeiderswijken in Zeist. met name de verdrogingsstudie in het kader van de landinrichting ook tot bepaalde maatregelen aanleiding heeft gegeven, maar die o.i. niet tot een structurele aanpak hebben geleid. 44 Zie in deze dus ook ‘Ontdekkaart Zeist’ van het Geopark Heuvelrug Gooi en Vecht. 45 Zie dus ook onder voernoot 28, waarbij dat zij aangetekend dat veel van de daar aangegeven onderzoeken betrekking hebben op de gevolgen van de overmatige stikstofdepositie op de “Natura 2000-gebieden’, maar dan neemt niet weg dat er ook buiten deze gebieden natuurgebieden of zo men wil natuur(doel)typen voorkomen, zoals in het NNN, die daarvoor net zo gevoelig zijn.

48

Alhoewel Zeist dan bijna evenveel oppervlakte aan openbaar groen heeft als verhard/verstedelijkt gebied, namelijk ongeveer 2.5 miljoen m2, wordt tegelijkertijd geconstateerd dat er m.b.t. de druk op dat groen ook een aantal uitdagingen zijn, dat door een verdergaande verstedelijking, de aanleg nieuwe infra, maar ook door klimaatverandering en de toenemende behoefte vanuit de recreatie, etc..

Ambities (niet volledig) Meer in algemene zin wil men zich m.b.t. het groen dan richten ‘op het veiligstellen, koesteren en ook het versterken van het groene karakter van Zeist’ (zie in deze dus ook de centrale doelstelling van het: ‘Groenstructuurplan Groen (voor) Zeist (Zeist, 2010)’), dat met name ook door diverse zwakke punten in de schakels van het NNN aan te pakken, zoals bij Den Dolder, Bosch en Duin en ook bij Station Driebergen-Zeist.

Meer in bijzonder wil men ook de hoge milieukwaliteiten behouden die de gemeente heeft behouden.

Verder wordt aangegeven dat Zeist inmiddels een: ‘Biodiversiteitsvisie (Zeist, 2021)’ heeft opgesteld, aangezien niet alleen in Nederland, maar ook in Zeist veel soorten achteruitgaan.

Meer concreet wil men dit dan aanpakken door een zoveel mogelijk aaneengesloten natuurlijk gebied, zowel voor de Heuvelrug, als voor het Kromme Rijngebied (zie in deze dus ook voor het overzicht Bijlage 5: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2021)’ en in dan in het bijzonder de Bijlage 5.B; ‘Kaart Groene Netwerk Zeist’). Ook wil men de kwaliteit van tussen de natuurgebieden en de natuurverbindingen gelegen groengebieden verbeteren als leefgebied voor planten en dieren, zoals de landbouwgebieden, maar ook tuinen en gebouwen. Ook wil men de kwaliteit van een aantal grotere groengebieden in de bebouwde kom verbeteren, dat door deze groengebieden met elkaar te verbinden, zoals het Sanatoriumbos en het Brinkpark, dat door (bomen)lanen, bloemrijke bermen en watergangen (natuurverbindingen). Bij dit alles wordt dan tevens bijzondere aandacht gegeven aan oversteekvoorzieningen voor dieren bij wegen, dus faunapassages.

Meer in bijzonder wil men in die zin dan een ‘bijencorridor’ voor wilde bijen vanuit Zeist-West aanleggen naar het Zeisterbos (of wellicht beter Zeister bossen) en de Vliegbasis Soesterberg (zie in deze dus ook het rapport: ’In het belang van de bijen – Analyse en advies aangaande wilde bijen in Zeist (ZoomIn Consultancy, 2019)’).

49 Ook wil men de verschillen in landschappen koesteren, zichtbaar houden en versterken en bevorderen dat deze structuren doorlopen in de directe omgeving van mensen.

Gezien het belang van groen wordt dan aangegeven dat voor iedere ontwikkeling, groot of klein, geldt dat groen het uitgangspunt is i.p.v. de sluitpost (vergelijk dus ook het principe van: ‘Natuur- en landschapsinclusief ontwerpen’). Dat door de groenwaarden voorafgaande aan (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelen te analyseren en bij kosten-baten-analyses het economisch rendement van de groene omgeving te borgen i.p.v. dat uitsluitend als een kostenpost te zien.

Meer in het bijzonder wordt dan eveneens aangegeven dat Zeist niet in haar buitengebied wil bouwen, dus buiten wat dan als de ‘rode contour’ wordt aangeduid. Wel wordt daarbij dan aangegeven dat daarvan kennelijk in uitzonderlijke gevallen wel weer kan worden afgeweken, namelijk door een uitruil van rood en groen, waarbij dan als voorwaarde wordt gesteld dat daardoor dan de algemene ruimtelijke kwaliteit verbeterd. Kennelijk wordt daarbij dan ingespeeld op het zogenaamde: ‘Kernrandzonebeleid’, zoals dat nader in de: ‘Provinciale Omgevingsvisie Provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2020)’ is verankerd.

Wel wil men tegelijkertijd ook samen met de andere Heuvelruggemeenten een bijdrage leveren aan de toenemende behoefte aan groene recreatie, binnen welk kader men dan wil bezien of Austerlitz en Den Dolder kunnen functioneren als ‘recreatiepoorten’. In die zin wil men ook duurzame recreatieve verbindingen stimuleren, zoals TOP’s en wandel- en fietspaden, waarbij men dan extra kansen ziet in de vernieuwing van het Station DriebergenZeist.

Analyse Op zich klinkt dit natuurlijk allemaal fantastisch, maar ook hierbij zou het o.i. toch goed zijn als een en ander ook echt met nadere analyse meer inhoudelijk wordt onderbouwd, evenals men ook echt aangeeft hoe een en ander dan in ruimtelijke zin kan worden doorvertaald met duidelijke doelen, evenals ook i.r.t. welke milieukwaliteitseisen.

Zo is uit inventarisaties bekend zoals deze met name door Bureau Waardenburg in de loop van de tijd zijn uitgevoerd, dat inderdaad een aantal soorten zijn verdwenen, of althans nog maar zelden worden waargenomen, zoals bijvoorbeeld de patrijs in het buitengebied zoals dat ten zuid-westen van Zeist voorkomt.

Wat betreft de natuur in het buitengebied is er dan gelukkig wel de afgelopen decennia veel aandacht geweest om aldaar tot een aaneengesloten natuurnetwerk te komen, zowel op de Heuvelrug, dat in het kader van het Programma Hart van de Heuvelrug, als ook in het

50 Kromme Rijngebied 46. Dit heeft o.a. geleid tot de aanleg van diverse faunapassages die ook tot verbetering van de natuurkwaliteiten hebben geleid 47. Wij zijn uiteraard heel blij met de aandacht die hiervoor de afgelopen decennia is geweest en gelukkig nog is, maar dat neemt niet weg dat er bijvoorbeeld in het kader van het ‘Programma Hart van de Heuvelrug’ ook terreinen met (zeer) hoge natuurwaarden verloren zijn gegaan of nog zullen gaan, zoals met de ontwikkeling van een woonwijk op de Vliegbasis 48. In die zin is het van belang hier alert op te blijven.

Verder zijn er in de loop van de tijd vele hoopvolle initiatieven ontstaan, zoals de aanleg van natuurakkers door de Stichting Utrechts Landschap, zowel op de Heuvelrug, als in het Kromme Rijngebied, de aanleg van een ‘Bijenoase’ in Zeist-West in de richting van de voormalige Vliegbasis Soesterberg, hetgeen dan een hotspot is voor vele (beschermde/bijzondere) soorten, waaronder insecten/bijen, etc..

Toch liggen er ook in die zin wel degelijk nog een aantal kansen/opgaven, waarvan dan in de: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2021)’ een totaaloverzicht wordt gegeven (zie in deze dus ook de betreffende Bijlage 5.A: ‘Visiekaart Biodiversiteitsvisie Zeist’ én ook: ’Bijlage 5.B: ‘Kaart groene netwerk Zeist’), evenals ook van de maatregelen die in die zin per als zodanig onderscheiden deelgebied mogelijk zijn om tot een verbetering te komen.

Meer in het bijzonder kan dan wat betreft het voltooien van het Nationale Natuur Netwerk in het Kromme Rijngebied worden verwezen naar Bijlage 8: ‘Biotopenkaart Kromme Rijngebied Zeist - Bunnik (uit: ‘Perspectief en inrichtingsbeeld voor de Ecologische Hoofdstructuur - Deelgebied Zeist-Bunnik (Grontmij, 2011)’). Gelukkig is in die zin dus wel ook op diverse plaatsen in de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ aangegeven dat de gemeente (samen met de Regio U-10) ook echt de mogelijkheden wil onderzoeken om in het Kromme Rijngebied tot een verdere versterking van de aldaar gelegen natuurcorridor tussen Groenekan en Odijk te komen.

Wel is er in die zin o.i. wel ook nog een opgave om toch eveneens de Heuvelrug meer robuust te maken, dat niet alleen door de kijken waar nog extra faunapassages dienen te worden gerealiseerd, zoals ter hoogte van de N-234 bij Soest, maar ook door het alsnog realiseren van een robuuste verbinding met de Veluwe, dus het zogenaamde: ‘Valleilint’ (zie

46

Zie wat betreft het Kromme Rijngebied met name ook de folder: ‘Natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid- West, 2020)’. 47 Zie o.a. wat betreft het Programma Hart van het Heuvelrug ook het rapport: ‘Natuurscan ecologische verbindingen Hart van de Heuvelrug (Viridis, 2022)’. 48 Zie in deze dus met name ook de diverse monitoringsrapporten zoals deze m.b.t. de Vliegbasis in de loop van de tijd zijn verschenen, zoals: ‘Waar de leeuwerik zingt…. - Onderzoek naar de natuurwaarden van de voormalige Vliegbasis Soesterberg (Ecologische adviesbureau Van den Bijtel, 2011)’, ‘….nog steeds zingen er leeuweriken - Onderzoek naar de natuurwaarden van de voormalige Vliegbasis Soesterberg (Ecologische Adviesbureau Van den Bijtel, 2016)’ en ook: ‘Van gelobde maanvaren tot kommavlinder - Monitoring van de natuurwaarden van de voormalige Vliegbasis Soesterberg (Ecologische adviesbureau Van den Bijtel, 2017)’.

51 in deze ook Bijlage 9: ‘Kansen tot versterking robuustheid Heuvelrug’) 49. Teneinde die mogelijkheid nader samen met Gelderland te verkennen is in die zin ook bij de vaststelling van de: ‘Provinciale Omgevingsvisie Provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2021)’ ook een motie aangenomen, zij het dat Gelderland heeft aangegeven thans in de zin de prioriteit elders te leggen. Uiteindelijk moet het realiseren van een robuuste natuurverbinding tussen de Heuvelrug en de Veluwe niet alleen vanuit het oogpunt van het duurzame voortbestaan van de populaties op de Heuvelrug van belang worden geacht 50, maar ook om het systeem als geheel meer veerkrachtig te maken .i.r.t. de klimaatverandering 51.

In ieder geval zijn wat betreft het: ‘Bomenbeleid en -beheer’ er de afgelopen jaren een aantal belangrijke stappen gezet. Zo is voor de gemeentelijke laanbomen samen met ‘stakeholders’ een: ‘Lange termijn bomenbeheerplan Zeist 2016 - 2040 (Zeist, 2016) opgesteld, evenals ook een: ‘Beheerplan Landschappelijke beplantingen (Zeist, 2020)’.

Wel is het wat betreft de ‘milieucondities’ op basis van meerdere onderzoeken bekend, zoals ook hiervoor onder het hoofdje : ‘Bodem en Water’ reeds aangegeven, dat door grondwaterwinningen, etc.., de kweldruk in Zeist zodanig is afgenomen, dat bijvoorbeeld de sprengen op de Heuvelrug niet langer watervoerend zijn. Meer in het bijzonder is het op basis van beschikbare inventarisaties eveneens duidelijk dat de waterkwaliteit nog lang niet overal even optimaal is, ook al zijn dan in die zin wel bepaalde maatregelen genomen. Eveneens kan worden verwacht dat door de stikstofdeken zoals deze ook in Nederland aanwezig is deze ook voor de natuur van Zeist bepaalde gevolgen met zich meebrengt.

Dan is het natuurlijk aan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. bekend dat Zeist wat betreft het groen relatief hoog scoort op de zogenaamde: ‘Groene Stad Challenge’, waar Zeist zelfs als dé stad in Nederland met het grootste aantal bomen naar voren is gekomen (nl. 35.000), maar dat zegt o.i. dus niet dat er in die zin geen verdere uitdagingen zouden zijn. O.i. brengt dat juist een grote verantwoordelijkheid en ook uitdaging met zich mee om al dat groen ook actief te beschermen en het liefst natuurlijk nog verder te versterken en dat mede op basis van de in die zin per gebied/kern/buurt/wijk gegeven analyses.

Gezien het gestelde zou het dus goed zijn, dat ook gezien de urgentie m.b.t. biodiversiteit, maar ook het klimaat, dat er in Zeist m.b.t. tot de natuur/biodiversiteit ook echt een ‘omslag’ in de richting van ‘Zeist Natuurinclusief’ zou plaatsvinden, dat in dan in brede zin, dus op alle niveaus die daarbij van belang moeten worden geacht. 49

Overigens heeft ook het College van Rijksadviseurs in haar: ‘Advies Landschap versterken met bomen en bos (CRA, 2020)’ in het kader van de: ‘Bossenstrategie’ de kansen die het aanleggen van het ‘Valleilint’ biedt nog eens uiteengezet (zie in deze dus ook het: ‘Advies Landschap versterken met bomen en bos (CRA, 2020)’, Hoofdstuk 4: ‘Voorbeelduitwerkingen’ en dan onder het hoofdje:’’Gelderse Vallei’). 50 Zie in deze dus ook het rapport: ‘Corridor Leusderheide (Alterra, 2004). 51 Zie dus ook het rapport: ‘Robuuste verbindingen en klimaatverandering (Alterra, 2007)’.

52

Aanbevelingen 52 Wat betreft het groen/de natuur wordt dan eerst een aantal aanbevelingen gegeven op het niveau van de Regio, dan voor Zeist als geheel en vervolgens voor het buitengebied en ook het binnenstedelijk gebied.

Regio  Het is goed te lezen dat de gemeente (samen de Regio U-10) ook echt de mogelijkheden wil onderzoeken om in het Kromme Rijngebied tot een verdere versterking van de aldaar gelegen natuurcorridor tussen Groenekan en Odijk te komen;  Wel zou het goed zijn als de gemeenten in de Regio zich ook samen met de provincie Utrecht sterk zouden maken om ook de natuur op de Heuvelrug toch nog meer robuust te maken, dat niet alleen door aanleg van nog een aantal extra ecoducten op de Heuvelrug, zoals ter hoogte van de N234 bij Soest, maar ook door het alsnog realiseren van een robuuste verbinding met de Veluwe via het zogenaamde ‘Valleilint’;

Zeist als geheel  Op het niveau van de gemeente als geheel speelt dan allereerst het herstel van de biodiversiteit. Met name in de: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2021)’ worden daar vele kansen toe aangedragen, overigens niet alleen voor Zeist als geheel, maar ook m.b.t.. diverse daarbij onderscheiden deelgebieden (zie in deze dus met name ook Bijlage 5.A: ‘Visiekaart Biodiversiteitsvisie’ en ook Bijlage 5.B: Kaart Groene netwerk Zeist’),  Daarbij moet dan inderdaad, zoals in de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ aangegeven, aan een aaneengesloten ‘levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie’ een groot belang worden toegekend. Wel zou het dan goed zijn, zoals ook hiervoor reeds onder het hoofdstuk 2.5.1.1: ‘Waarden van Zeist’ en dan onder het hoofdje ‘Groen: ‘Natuur- en Parkinclusief’ naar voren gebracht, als een en ander ook nog meer concreet op de in die zin gegeven kaart(en) wordt aangegeven, inclusief ook bijbehorende faunapassages;  Daarnaast zou Zeist daarbij voor minimaal een: ‘Basiskwaliteit Natuur’ voor haar gehele grondgebied moeten gaan, inclusief natuurlijk van een hogere natuurkwaliteit waar dat mogelijk is.

Dat dus ook door concreet per gebied(stype)/deelgebied aan te geven op welke doelsoorten, bijvoorbeeld: ‘icoon- of ambassadeursoorten’, men zich daarbij richt (zie in deze overigens ook de: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2021)’), inclusief de maatregelen om die basiskwaliteit te bereiken 53;  Meer in het bijzonder zou daarbij kunnen worden gekeken of het toch niet mogelijk is om voor bepaalde wegen die door natuurgebieden lopen de snelheid te verlagen tot maximaal 60 km/uur, zodat dieren hier eenvoudig(er) kunnen oversteken (vergelijk in deze ook het initiatief: ‘Heuvelrug in goede banen’);  Realiseer verder dus de kansen zoals aangegeven in de: ‘Biodiversiteitsvisie (Zeist, 2021)’, het: ‘LOP Kromme Rijngebied + (Brons & partners, 2010)’, evenals: ‘Kansen voor natuur in Zeist (Zeist, 2019)’;

52

Zie in deze overigens ook de publicatie: ‘Bouwstenen biodiversiteit in het omgevingsplan (Bureau stadsnatuur, 2021)’. 53 Zie in deze o.a. de publicatie ‘Nederlandse vogels in hun domein (Vogelbescherming, 2021)’

53  Wat betreft het ‘Kromme Rijngebied’ zou dan minimaal het NNN moeten worden voltooid (zie in deze dus ook bijlage 8: ‘Biotopenkaart Kromme Rijngebied Zeist - Bunnik’ (uit: ‘Perspectief en inrichtingsbeeld voor de Ecologische Hoofdstructuur - Deelgebied ZeistBunnik (Grontmij, 2011)’);  Bij: ‘Natuurinclusief ontwerpen en - bouwen’ is naast aandacht voor natuurwaarden in het algemeen, ook altijd de bijzondere aandacht voor bomen van belang, waarbij bij ontwikkelingen altijd als er bomen voorkomen een: ‘BEA’ zou moeten worden gemaakt, waarbij dan het uitgangspunt zou moeten zijn dat deze in beginsel worden behouden. Bij een afweging zou eventueel ook de waarde van de boom in beeld kunnen worden gebracht op basis van bijvoorbeeld de: ‘Methode Raad’ of (meer recent): ‘I-Tree’, waarbij het wel zo is dat de ‘intrinsieke waarde’ natuurlijk niet in geld is uit te drukken 54.

Voor zover het uiteindelijk echt niet mogelijk is de ergens voor komende bomen te behouden zullen deze ook echt moeten worden gecompenseerd, inclusief ook een toeslag;  Gezien de ligging van Zeist op de overgang van de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied zou dan nu eindelijk, zoals ook hiervoor onder het hoofdje: ‘Bodem en water’ reeds aangegeven, aan het herstel van de (grond)waterbalans tussen die Heuvelrug en het Kromme Rijngebied en daarmede van de kwel een hoge prioriteit moeten worden gegeven, dat dus al dan niet op basis van de: ‘Blauwe agenda’;  Daarnaast zou ook de milieudruk op de natuur moeten worden opgepakt of wellicht beter echt aangepakt, zoals die m.b.t. de ‘stikstofproblematiek’;  Ook zou de grote recreatiedruk die er in de regio op de natuur is moet worden aangepakt door een goede ‘recreatieve zonering’, zodat er voor de natuur en in het bijzonder ook de dieren echt ‘rustgebieden’ ontstaan 55. Ook in die zin zou het goed zijn als die zonering dus ook op de diverse kaarten en uiteindelijk ook duidelijk op de (nog op te stellen) ‘integrale visiekaart’ zou worden opgenomen;  Bij voorkeur zou een en ander dan gebiedsgericht en integraal moeten worden opgepakt en dat op basis van een ‘natuurvisie’ waarbij de natuur ook echt centraal staat.

Aangezien de natuur zich niet aan grenzen houdt zou het goed zijn als zo’n natuurvisie zou worden opgesteld vanuit het perspectief van de binnen de provincie Utrecht (en aangrenzende provincies) voorkomende grotere landschappelijke eenheden, bijvoorbeeld de Heuvelrug of het Rivierengebied, waar het Kromme Rijngebied dan deel vanuit maakt, inclusief bijzondere aandacht voor de overgangen tussen de betreffende landschappen;  Daarnaast kan het invoeren van een: ‘Biodiversiteitstoets’ natuurlijk helpen om bij elk project met de effecten en kansen voor de biodiversiteit rekening te houden (vergelijkbaar met het initiatief van de gemeente Houten).

Buitengebied  Alhoewel dan in het verleden reeds een aantal maatregelen zijn genomen om ook in de buitengebieden tot een aangesloten natuurnetwerk te komen, zijn we er ook in die zin nog niet, waarbij met name voor het Kromme Rijngebied nog wel degelijk bepaalde opgaven liggen 56. 54

In verschillende gemeenten wordt hiermee inmiddels geëxperimenteerd, zoals in Den Haag en Utrecht. 55 Zie in deze met name ook het initiatief vanuit het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug om voor de Heuvelrug als geheel tot een bepaalde recreatiezonering te komen. 56 Zie in deze zowel het ‘LOP Kromme Rijngebied + (Brons & Partners, 2010)’ als met name ook het rapport ‘Perspectief en inrichtingsbeeld voor de Ecologische Hoofdstructuur - Deelgebied Zeist-Bunnik (Grontmij, 2011)’.

54  Dan moet voor de natuurwaarden in het buitengebied dus (eveneens) met name ook het herstel van de grondwaterbalans tussen de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied en daarmede van de voor dit gebied karakteristieke kwel van belang worden geacht 57. Daardoor kunnen de ecologische potenties die Zeist in die zin kent nog beter tot hun recht komen (vergelijk bijvoorbeeld ook recente aanpak van de Bunzing, waar zelfs al een keer de zwarte ooievaar is gesignaleerd).  Dan liggen er (inderdaad) met name in het buitengebied nog vele uitdagingen om ook daar tot een verdere versterking van de natuur te komen. Met name wat betreft de landbouw zou het mooi zijn als daarbij veel meer zou worden aangesloten bij de natuur zoals deze voor een bepaald gebied karakteristiek is, dus dat ook daarbij de verwevenheid met de natuur wordt gezocht (vergelijk de initiatieven m.b.t. permacultuur, waaronder voedselbossen, etc.).

Dat naast een grotere verbondenheid met de lokale samenleving (vergelijk in deze diverse initiatieven, zoals die van local2local, etc.);  Inmiddels is door diverse organisaties er (in die zin) voor gepleit om (delen) van het Kromme Rijngebied aan te wijzen tot een ‘Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL)’, zodat het ook echt een ‘Proeftuin’ in het kader van het ‘Deltaprogramma Biodiversiteit’ kan worden voor nieuwe vormen van landbouw in nauwe samenwerking met de natuur, dat teneinde tot een ‘natuurinclusieve landbouw’ te komen. Daardoor zou ook het buitengebied weer echt letterlijk tot bloei kunnen komen, inclusief met als doelsoort (o.a.) de patrijs, die er vroeger veelvuldig werd waargenomen 58.

Binnenstedelijk gebied  Uiteraard goed om ook in het binnenstedelijk gebied tot een aaneengesloten natuurnetwerk te komen, inclusief bijvoorbeeld ook een ‘bijen-corridor’ (zie in deze dus ook het rapport: ’In het belang van de bijen - Analyse en advies aangaande wilde bijen in Zeist (ZoomIn Consultancy, 2019), maar dan zal dat dus wel ook echt moeten worden opgepakt;  Meer in het bijzonder zou in die zin ook kunnen worden bezien of bepaalde buurten/parken een ‘Zusterpark’ van het Nationale Park Utrechtse Heuvelrug zouden kunnen worden, inclusief het initiatief om van je tuin een ‘Heuvelrugtuin’ te maken;  Ook zou de gemeente, althans voor zover dat nu nog niet het geval is, waar dat maar enigszins mogelijk is moeten overschakelen op ecologisch beheer van de diverse voorkomende natuurtypen, inclusief bijbehorende doel- en icoon-/ambassadeursoorten (vergelijk ook het uitgangspunt: ‘Ecologisch waar dat mogelijk is, cultuurlijk waar dat moet’ uit het ‘Groenstructuurplan Zeist (1993)’);  Dan liggen er vele kansen tot een algehele vergroening van het binnenstedelijke gebied, zoals bijvoorbeeld van het Centrum van Zeist, dat niet alleen in relatie tot de biodiversiteit, maar ook m.b.t. de klimaatverandering (denk aan o.a. de aanpak van hittestress en de opvang extreme buien). Daarbij kan natuurlijk ook aan de kansen worden gedacht die de aanleg van groene daken bieden.

Zoals hiervoor al aangegeven komt een dergelijke vergroening uiteindelijk ook de gezondheid van de mens ten goede;  Uiteraard goed dat wordt aangegeven dat voor elke nieuwe stedelijke ontwikkeling geldt dat deze ‘natuurinclusief’ moet zijn, dus vanaf het begin rekening houdend met de op een bepaalde plek aanwezige waarden (vergelijk ook het principe van: ‘Natuurinclusief 57 58

Zie dus ook de ‘Blauwe Agenda’. Vergelijk o.a. ook het ‘Partridge-project’ van de Vogelbescherming.

55 ontwerpen’) (zie in deze overigens ook de: ‘Brede Milieuvisie (Zeist, 2016)’), maar dan zou het dus wel goed zijn als dat ook nader wordt uitgewerkt op basis van diverse in die zin beschikbare tools en deze ook op een of andere wijze worden verankerd in de ‘Omgevingsvisie’ (zie in deze ook hieronder onder het hoofdje ‘wonen’).

2.5.2.3 Erfgoed, cultuur en recreatie Aangegeven wordt dat Zeist een rijk erfgoed, inclusief ook het groen, heeft, dat zij dan onder het motto ‘Zeist bruist’ breed wil benutten.

Wel wordt daarbij dan vermeld dat binnen de provincie Utrecht inmiddels een tekort zou zijn van 550 ha recreatief groen. Formeel klopt dat dan mogelijk, dat afhankelijk van de gekozen systematiek, namelijk die m.b.t. de zogenaamde: ‘Randstadgroenstructuur’, maar o.i. geeft die oppervlakte toch een veel te beperkt beeld van de totale opgave, inclusief ook die m.b.t. natuur, waarbij men dan uitkomt op 4.110 ha (zie in deze dus ook het rapport: ‘U 16 Ruimtelijke opgaven groen en landschap 2020 - 2040 (BVR, 2020)’). Ook komen de berekeningen op basis van het rapport: ‘Utrecht Buiten - Groene recreatie voor gezond stedelijk leven (Bureau Buiten, 2019)’, waarbij dan wel ook rekening wordt gehouden met de stedelijke opgaven binnen de Regio Utrecht, dat mede in relatie tot de opgaven in het kader van ‘Groen groeit mee’, veel hoger uit, namelijk op 5.000 ha extra recreatief groen.

Ambitie Het centrale motto is dan: ‘Zeist bruist’, waarbij dan wel wordt aangegeven dat de balans tussen toerisme en de natuur wankel is.

Ontwikkelingen Wat betreft ontwikkelingen wil men dan kennelijk de toeristische functie van zowel de kernen Austerlitz en ook Den Dolder onderzoeken, teneinde deze als ‘regiopoorten’ te ontwikkelen.

Wat betreft de recreatie op de Heuvelrug wil men die dan aan laten sluiten bij de kansen die het Geopark Heuvelrug, Gooi en Vecht biedt.

Uitgangspunten Hierbij wil men dan een keuze maken van de doelgroepen, passend en aansluitend bij de drie leefstijlen: stijlzoekers, rustzoekers en inzichtzoekers en de promotie daarop aan laten sluiten.

Wel wil men t.b.v. evenementen zogenaamde ‘locatieprofielen’ voor maken.

56

Analyse Hierbij wordt dan eerlijk gezegd o.i. niet zozeer stilgestaan bij de bijzondere waarden van het Erfgoed van Zeist (zie in deze dus ook de: ‘Monumentenlijst/Erfgoedverordening’), maar eerder hoe die waarden in brede zin kunnen worden benut t.b.v. cultuur en ook recreatie, dat onder het motto: ’Zeist Bruist’. Wel wordt daarbij (gelukkig) ook aangegeven dat de recreatie in goede banen moet worden geleid. Dus in die zin is de titel o.i. toch enigszins misleidend.

Natuurlijk Zeist heeft met haar: ‘Cultuurvisie 2017- 2020 – Zeist kans- en cultuurrijk (Zeist, 2017)’ haar visie op cultuur gepresenteerd, maar ook hierbij gaat het o.i. dan uiteindelijk toch om het vinden van de juiste balans. In die zin hebben er inmiddels bijvoorbeeld met name ook m.b.t. de organisatie van evenementen, dat n.a.v. de organisatie van Ashtonia in de Slottuin, reeds diverse keren overleggen tussen de gemeente en de natuur- en milieuorganisaties plaatsgevonden teneinde dat zorgvuldig te doen, dus daarbij zorgvuldig rekening houdend met ter plaatse aanwezige waarden, zoals die van de natuur in het algemeen, inclusief beschermde/bijzondere soorten, en dan van (monumentale) bomen in het bijzonder. Daartoe is toen ook door de wethouder toegezegd dat er in die zin een evenementenbeleid zou komen, inclusief ook per locatie een ‘evenementenpaspoort’, waar toen ook bepaalde aanzetten toe zijn gegeven.

Verder is het zo dat de natuur, ook die op de Heuvelrug, steeds meer onder druk komt te staan, waardoor bijvoorbeeld het tijdens de lockdown vanwege Covid er zelfs bepaalde terrein moesten worden afgesloten, zoals met Heidestein en Bornia het geval is geweest. Juist om hierin dan een goede balans te vinden, is dan door het Nationale Park Utrechtse Heuvelrug een: ‘recreatieve zoneringskaart’ opgesteld. Duidelijk is immers ook dat ‘rustgebieden’ voor dieren van belang zijn, teneinde ook aan hen een bepaalde leefruimte te bieden (zie wat betreft effecten van de recreatie op de natuur o.a. het rapport: ’Natuur en recreatie (WUR, 2012)’). Ook in deze is het dus van belang altijd een bepaalde balans aan te houden.

Wat betreft de ontwikkeling van Austerlitz en met name ook Den Dolder als recreatieve regiopoorten staat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. daar kritisch tegenover. Nu al vindt er bijvoorbeeld in Austerlitz, ook door de start van enkele mountainbikepaden een zodanig toeloop plaats, dat het gebied de (parkeer)druk niet tot nauwelijks aan kan. In die zin kan een vergelijkbare vraag voor Den Dolder worden gesteld. Natuurlijk in de nabij is de Vliegbasis gelegen, maar dat is een zeer kwetsbaar natuurgebied, dat o.a. door het voorkomen van vele grondbroeders, waaronder veldleeuweriken, etc., die juist voor verstoring zeer gevoelig zijn. Zoals wellicht de gemeente bekend is in de ‘Omgevingsvisie Soest (Soest, 2021)’ de optie opgenomen voor een openbaar vervoer verbinding dwars over de Vliegbasis naar Soesterberg, maar ook duidelijk zal zijn dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. hier absoluut geen voorstander van is.

57 Aanbevelingen  Geef in dit hoofdstuk juist ook de ambities aan t.a.v. van erfgoed zelf, dat op basis van een in die zin gegeven analyse, en dan met name ook hoe de kwaliteiten daarvan te verbeteren, dat indien aan de orde ook in ruimtelijke zin (vergelijk in deze bijvoorbeeld ook de: ‘Visie voor Stichtse Lustwarande (Provincie Utrecht, 2005)’, evenals het: ‘Streefbeeld Wegh der Weegen (Stichting Wegh der Weegen, 2018)’), zij het uiteraard ook daarbij rekening houdend met daarbij mogelijk aan de orde zijnde ecologische waarden;  Neem in ieder geval m.b.t. de recreatie/het toerisme in de: ‘Omgevingsvisie’ een duidelijke ‘zoneringskaart’ op, dat uiteraard op basis van een (landschaps)ecologische analyse van de diverse natuurgebieden, inclusief hun samenhang (vergelijk dus ook: ‘Zoneringskaart NPUH’, ook al is ook daar het laatste dan nog niet over gezegd) (zie in deze overigens ook onder het hoofdstuk 2.5.2.2: ‘Groen’ en dan onder het hoofdje: ‘aanbevelingen’);  Geef nu ook echt prioriteit aan het opstellen van een ‘evenementenbeleid’, inclusief ook locatieprofielen, zodat iedereen weet waar zij aan toe zijn.

2.5.2.4 Gezondheid Hierbij wordt dan aan het belang van gezondheid aandacht gegeven, hetgeen natuurlijk iedereen aan het hart gaat. In de: ‘Omgevingswet’ wordt hieraan dan ook bijzondere aandacht gegeven.

Aangegeven wordt dat het algemene uitgangspunt voor de inrichting van de ruimte vanuit de invalshoek gezondheid is dat er altijd een basisinfrastructuur is van zorg(voorzieningen) op loopafstand, sport, cultuur, onderwijs en recreatie.

Ambities Met betrekking tot gezondheid wordt dan de volgende centrale ambitie aangegeven: ‘In Zeist wonen gezonde en vitale mensen, die kunnen participeren en deelnemen aan de samenleving op eigen kracht en met de touwtjes in handen’. In die zin wil men dan gelijke kansen bieden voor iedereen op een goede gezondheid, evenals een gezonde start voor elk kind en het opgroeien een gezonde leefomgeving. Als ambitie wordt daarbij dan aangegeven een goede lucht- en waterkwaliteit, minder geluidshinder en een duurzame voedselvoorziening.

Ontwikkelingen In die zin wordt aangegeven dat Zeist over een groene, natuurlijke omgeving beschikt die bijdraagt aan gezondheid en biodiversiteit. Een groene omgeving die zowel schone lucht biedt als uitnodigt om te bewegen. Dat Zeist (wat betreft die schone lucht) wil inzetten op duurzame mobiliteit, evenals wil onderzoeken op welke wijze de A-28 zone op een duurzame manier kan worden ingevuld om het effect van lawaai en de milieubelastende stoffen tegen te gaan.

58

Uitgangspunten Met de inrichting van parken wil men dan kinderen en volwassen stimuleren om meer te bewegen. Dat je met meer groen ook zorgt dat de leefbaarheid, de gesteldheid van de inwoners en daarmede ook de gezondheid van de bewoners verbetert. Dat groene schoolpleinen daarbij eveneens van belang zijn spreekt dan o.i. voor zich!

Verder dat het van belang is dat er ook echt ontmoetingsplekken zijn.

Ook wil men dan bezien hoe de blootstelling aan luchtvervuiling en geluid kan worden verminderd, teneinde gezondheidsschade te beperken.

Analyse Inmiddels zijn tal van instrumenten ontwikkeld om gezondheid bij ruimtelijke ontwikkelingen ook echt mee te kunnen laten bewegen (zie in deze dus o.a. de website: www.Gezonde leefomgeving.nl, inclusief ook diverse tools en handreikingen). Dus wellicht zou het goed zijn als dergelijke analyses toch ook aan de voorliggende omgevingsvisie ten grondslag waren gelegd, zodat ook duidelijk wordt waar mogelijk in Zeist in die zin ook nog echt bepaalde stappen kunnen worden gemaakt. Dat dus ook vanuit een: ‘Gezond stedelijk leven/Healthy Urban Living’.

In ieder geval heeft de gemeente Zeist dan een: ‘Sportvisie (Zeist, 2017)’ waarbij zij ook op de sport in brede zin inzet, dus ook in relatie tot de gezondheid.

Dan moet inderdaad het groen van betekenis worden geacht voor de gezondheid van de mens (zie in deze dus ook de publicaties: ‘Green en blue spaces and mental Health (WHO, 2021)’ en ook de factsheet: ‘Natuur en gezondheid (IVN, 2013)’).

Meer in het bijzonder zou het in die zin dus goed zijn als in de voorliggende omgevingsvisie alsnog, juist nu de: ‘Omgevingswet’ daar alle kansen toe biedt, (per gebiedstype) duidelijke ‘leefomgevingswaarden/leefomgevingskwaliteitseisen/milieukwaliteitseisen’ worden opgenomen, dat dus op basis van zogenaamde ‘Milieukwaliteitsprofielen’. Zoals de gemeente ongetwijfeld bekend is daartoe door de provincie Utrecht de: ‘Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling – Vernieuwd instrumentarium leefbaarheid/duurzaamheid ontwikkeld (Provincie Utrecht, 2015)’, inclusief ook een zogenaamde ‘MAP-table’, evenals heeft de gemeente hieraan ook al eerder in haar: ‘Milieubeleidsplan 2008 2011 - Milieu op de kaart’ bijzondere aandacht gegeven, dus zou het mooi zijn als die kansen nu ook worden doorvertaald in de voorliggende omgevingsvisie.

59

Verder is er enige tijd aandacht voor mogelijke effecten 5 G op de gezondheid van mens, plant en dier, waarvoor ook door de gemeenteraad een ‘Initiatiefvoorstel klachten rondom elektromagnetische straling is aangenomen (zie in deze dus ook het: ‘Initiatiefvoorstel klachten rondom elektromagnetische straling’, d.d. 20 april 2021).

Aanbevelingen  In ieder geval zou het goed zijn als alsnog wordt bezien, dat ook gezien de kansen die de: ‘Omgevingswet’ biedt, dat op basis van die zin opgestelde analyses er (per gebiedstype) duidelijk ‘Milieukwaliteitsprofielen’ worden vastgesteld, inclusief ook met bepaalde ambities (vergelijk in deze dus ook het: ‘Milieubeleidsplan 2008-2011 Milieu op de kaart (Zeist, 2008)’);  Ten aanzien van de integrale (her)inrichting van stedelijke gebieden heeft Utrecht dan de zogenaamde: ‘Barcode’ ontwikkeld (zie in deze dus ook de:’Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (Utrecht, 2021)’), dus wellicht goed te kijken of Zeist hier eventueel ook iets mee kan, zij dat in Utrecht natuurlijk wel van een andere schaal sprake is;  Zoals bekend was er vroeger de zogenaamde ‘Jantje Beton-norm’, dus zou het wellicht goed zijn deze toch als standaard in de voorliggende omgevingsvisie op te nemen;  Dan zou men o.i. m.b.t. de kwaliteit van lucht en ook m.b.t. geluidsbelasting gewoon van de advieswaarden van de WHO moeten uitgaan, deze eventueel te realiseren binnen een daartoe aangegeven termijn. Met betrekking tot schone lucht is daartoe immers ook al het zogenaamde: ‘Schone lucht-akkoord’ afgesloten.  Ook zou het dus goed zijn als in de Omgevingsvisie zou worden aangegeven dat mogelijk effecten 5G i.r.t.

gezondheid mens, plant en dier worden gevolgd en dat zo mogelijk tot nader beleid leidt om die gezondheidheidseffecten te kunnen voorkomen;

2.5.2.5 Duurzame energie en een duurzaam klimaat Aangegeven wordt dat we met zijn allen wat betreft het klimaat een grote opgave hebben om de doelen uit het: ‘Klimaatakkoord van Parijs’ te kunnen halen. Met de: ‘Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist (Zeist, 2019)’ heeft Zeist dan haar route om in 2050 energieneutraal te zijn, of zoveel eerder als mogelijk uitgezet.

Behalve om het besparen van energie, gaat het er ook om dat de energie die we gebruiken ook duurzaam is. Daarbij is dan niet alleen het opwekken van duurzame elektrische energie aan de orde (zie in deze dus ook de notitie: ‘Duurzame opwek elektrische energie (Zeist, 2020)’), maar ook van warmte, waarvoor dan inmiddels de: ‘Warmtevisie Zeist (Zeist, 2021)’ is vastgesteld.

Ook t.a.v. het m.b.t. de klimaatverandering duurzaam inrichten van de ruimte, dat dus ook gezien de daardoor te verwachten extreme buien en ook hittestress, heeft Zeist inmiddels met de beleidsnota: ‘Klimaatbestendig Zeist (Zeist, 2021)’ haar visie bepaald, waarbij dan wordt aangesloten bij de: ‘Regionale Adaptie Strategie Regio Utrecht Zuid-West (Water & Klimaat, 2020)’.

60

Naast de opgave voor Zeist (sec) maakt Zeist dan deel uit van de: ‘Regionale Energie Strategie Regio Utrecht’, waarvoor inmiddels de: ‘RES 1.0’ is vastgesteld, waarbij alle gemeenten binnen de Regio Utrecht samen zich dan hebben gecommitteerd aan een regionale bijdrage van 1.8 TWh aan de totale landelijk opgave van 35 TWh op land, dat dus naast 47 TWh op zee.

Ambities Hierbij wordt dan stilgestaan bij de ambities uit zowel de: ‘Routekaart Nieuwe energie voor Zeist (Zeist, 2019)’, als ook de: ‘Warmtevisie Zeist (Zeist, 2021) én ook: ‘Klimaatbestendig Zeist (Zeist, 2019)’.

Daarbij wordt dan tevens aangegeven dat het niet alleen om de energietransitie (sec) gaat, maar juist ook om gedrag, hetgeen de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van het harte onderschrijft. Het gaat immers inderdaad ‘ook om zuinig te zijn op alles wat leeft onder onze voeten en vliegt in de lucht, een duurzame biodiversiteit. Of wat dacht je van ‘circulaire economie’? Dus hergebruiken we grondstoffen bijvoorbeeld!’

Ontwikkelingen Hierbij wordt dan o.a. stilgestaan bij de potentie van het gebied tussen het spoor en de A-12, ook wel als de A-12 zone aangeduid, voor het opwekken van duurzame energie. Inmiddels is dan door de gemeenteraad besloten om het proces om te verkennen of hier ook het plaatsen van een tweetal windmolens mogelijk is vooralsnog te stoppen tot in ieder geval 2025. Dat dan gezien de uitkomsten van het tot op heden in die zin uitgevoerde onderzoek naar de effecten van die windmolens m.b.t. zowel de geluidsbelasting, als slagschaduw. Evenals dat er voorlopig geen capaciteit op het net beschikbaar zou zijn. Waarbij de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dan aantekent, zoals ook in haar inspraakreactie op het: ‘Rv Afronden gebiedsverkenning A-12/spoorzone’ naar voren gebracht, dat zij het stopzetten van de verkenning, ook al is dat voorlopig, als een gemiste kans ziet, dat ook gezien de urgentie die er is om de klimaatproblematiek aan te pakken en het doorzetten van de verkenning o.i. wel degelijk zinvol moet worden geacht, zoals m.b.t. het nu ook echt in beeld brengen van de effecten op de natuur, inclusief overigens ook op de hier gelegen ecologische verbindingszone (zie in deze dus ook Bijlage 6: ‘Kaart natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’).

Ook wordt aangegeven dat de gemeente tussen Zeist-West en Bunnik ruimte wil bieden aan enkele zonnevelden (max. 5 ha), mits deze goed zijn ingepast in de omgeving en het landschap. Hierbij tekent de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dan aan dat zij zich wel afvraagt waarom hierbij niet gewoon de letterlijke tekst uit de: ‘Beleidsvisie zonnevelden in Zeist (Zeist, 2020)’ is overgenomen, waarin dan is aangegeven, dat ‘gezien de waarden van het gebied, de voorkeur uitgaat naar meerdere kleine zonnevelden van 0-3 ha, liefst nabij de bebouwing. Twee zonnevelden mogen vanuit landschappelijk oogpunt niet direct naast

61 elkaar worden geplaatst. Een groter zonneveld dan 3 ha kan mogelijk zijn op een geschikte locatie waar de impact op de omgeving relatief beperkt is, indien nodig voor de business case en dit ruimte biedt voor extra inpassing’.

Ook wordt aangegeven dat dat de gemeente samen met de U-10 de mogelijkheden wil onderzoeken om het Kromme Rijngebied als natuurgebied te versterken door een aaneengesloten robuuste natuurcorridor te creëren van Groenekan tot tenminste Odijk.

Analyse Aan de diverse opgaven liggen dan meerdere analyses ten grondslag, dat niet alleen die in het kader van de RES, maar ook wat betreft de gemeente Zeist (sec). Duidelijk is dat we met zijn allen m.b.t. de klimaatveradering een enorme opgave hebben.

Juist ook aangezien Zeist een kwetsbare omgeving kent, waarvan aanzienlijke delen binnen het NNN zijn gelegen, zou het goed zijn als Zeist ook maximaal inzet op het toepassen van de zogenaamde ‘Zonneladder’, al zijn we er ook dan nog (lang) niet.

Ook is teneinde de klimaatdoelen ook echt te kunnen halen op vele niveaus een transitie nodig, zoals ook de transitie naar een ‘circulaire economie’, evenals een ‘duurzame mobiliteit’.

Voor zover dan zonnevelden en/of windmolens op een bepaalde plek aanvaardbaar worden geacht, dat mede gezien de aldaar aanwezige ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten, inclusief ook de gezondheid van de mens (denk aan o.a. de geluidsbelasting, evenals slagschaduw), dan zullen deze in ieder geval zorgvuldig moeten worden ingepast, waarvoor dan inmiddels diverse tools zijn ontwikkeld (zie in deze o.a. ‘Toolbox natuurinclusieve energietransitie (Milieufederaties, 2021)’).

Dan dus wel goed dat ook nu al aan een klimaatadaptieve inrichting van de ruimte wordt gewerkt (zie dus ook de beleidsdocument: ‘Klimaatbestendig Zeist (Zeist, 2021)’. In die zin moet inderdaad ook van belang worden geacht dat de natuur robuust en aaneengesloten is (zie in deze o.a. het rapport: ‘Robuuste verbindingen en klimaatverandering (Alterra, 2009)’). In ieder geval goed te lezen dat in die zin dus ook het onderzoeken van de mogelijkheden om tot het verder versterken van de natuurcorridor tussen Groenekan en Odijk hoog op de agenda wordt gezet (zie in deze dus ook de betreffende Bijlage 6: Kaart natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’). Wel kan hierbij dan worden aangetekend dat het vanuit de klimaatverandering ook voor de Heuvelrug van belang moet worden geacht dat deze d.m.v. een robuuste verbinding met de

62 Veluwe wordt verbonden, dus op basis van het zogenaamde ‘Valleilint’ (zie in deze dus ook Bijlage 9: ‘Kansen tot versterking robuustheid Heuvelrug’). Dat moet ook nu al van belang voor de duurzaam voortbestaan voor bepaalde soorten worden geacht, zoals o.a. de boommarter (zie in deze dus ook het rapport: Corridor Leusderheide (Alterra, 2004)’). Wat betreft de Heuvelrug zelf kan deze in ieder geval nog verder worden versterkt, dat dus door faunapassages aan te leggen ter hoogte van een aantal knelpunten die er nog steeds zijn, zoals ter hoogte N-234 bij Soest.

Aanbevelingen  Wat betreft het gebruik en het gedrag zou dan aan een ieder duidelijk moeten worden gemaakt, dat alles dat wordt bespaard aan energie ook niet duurzaam behoeft te worden opgewekt of anderszins. Gelukkig zijn ook alle inspanningen van Mijn Groene Huis en ook Mijn Groene Bedrijf daarop gericht;  Dan hebben we natuurlijk vanuit de klimaatopgave met zijn allen ook een grote opgave m.b.t. het verduurzamen van de huizen, dus behalve door deze energiezuinig te maken door o.a. isolatie, dat ook door het duurzaam opwekken van energie met zonnecollectoren, zonneboilers, warmtepompen. Daarbij is het dan wel van belang dat bij dat verduurzamen en dan in het bijzonder m.b.t. het isoleren van huizen zorgvuldig met de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten wordt omgegaan 59.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14632308/1