01-Bijdrage RT SMZ Transitiestrategie Omgevingsplan 3-10-24
Tekst van het document
Dan zou het toch ook goed zijn als het uitgangspunt van de ‘Zonneladder’ ook in de omgevingsvisie zou worden opgenomen (vergelijk in deze overigens ook de: ‘Nationale Omgevingsvisie (NOVI)’; Daarnaast dat voor zover mogelijk zonnevelden worden gecombineerd met ‘multifunctioneel landgebruik’, dat bijvoorbeeld als ‘zonnelint’ langs de A12, of als dak boven de A-28, dat al dan niet gecombineerd met panelen die aan de onderkant de lucht zuiveren; Voor zover dan zonnevelden en ook windmolens worden aangelegd, uiteraard voor zover op een bepaalde plek aanvaardbaar, zullen deze zorgvuldig moeten worden aangelegd, dat ook in ecologische en landschappelijke zin, inclusief daarbij ook rekening houdend met de bodemecologie (zie in deze o.a. ook de: ‘Toolbox natuurinclusieve energietransitie (Milieufederaties, 2021)’); Geef naast de aandacht aan de energietransitie zelf, ook bijzondere aandacht aan het stimuleren als gemeente van een ‘circulaire economie’. Dit kan o.a. door ketens in kaart te brengen en deze waar mogelijk met elkaar te verbinden teneinde zo tot optimalisaties te kunnen komen, dus het sluiten van (grondstof)kringlopen. De lokale afzet van (biologisch) geteelde producten kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren.
Dat naast (steeds meer) gebruik maken van de lokale circulaire munt, de ‘Zeister Knoop’ (vergelijk ook diverse activiteiten in het kader van de: ‘Brede Milieuvisie/Samen Duurzaam Zeist’, Pijler 2: ‘Circulaire economie’); Dat geldt eveneens voor het (verder) verduurzamen van de mobiliteit door een transitie van automobiliteit naar duurzamere vormen van vervoer, zoals het OV en de fiets. Voor zover dan toch de auto noodzakelijk is gaat dan de voorkeur uit naar het gebruik van elektrische deelauto’s, waarvoor inmiddels (eveneens) in het kader Samen Duurzaam Zeist het initiatief is genomen; Meer in het bijzonder zou er behalve vanuit het oogpunt van de klimaatverandering versterken van de natuurcorridor tussen Groenekan en Odijk in het Kromme Rijngebied, 59
Zie in deze overigens ook het ‘Soortmanagementplan gemeente Zeist (Viridis, 2020)’.
63 dus eveneens moeten worden gekeken hoe uiteindelijk ook de robuustheid van de Heuvelrug kan worden versterkt, dat dus o.a. door het alsnog realiseren van een robuuste verbinding met de Veluwe, dus het zogenaamde: ‘Valleilint’.
2.5.2.6 Wonen Hierbij wordt dan aangegeven dat ‘iedereen in Zeist moet kunnen wonen, ongeacht leeftijd, inkomen en huishoudsamenstelling’ en dat ‘goed kunnen wonen de basis vormt voor een goed leven in de gemeente Zeist’.
Aangegeven wordt dan weliswaar dat Zeist tot 2030 nog concrete plannen heeft voor 2.500 woningen, waarmee aan de woningbehoefte kan worden voldaan, maar dat er vanuit de regio een grote woningbehoefte bestaat en dat Zeist door zijn goede ligging t.o.v. het OV en de centrumvoorzieningen een deel van die opgave kan oppakken.
Ambitie Hierbij wordt dan een overzicht gegeven van de doelen uit de: ‘Woonvisie Zeist (Zeist, 2021)’, waarbij dan ‘Duurzaam wonen in Zeist’ en ook: ‘Natuurinclusief bouwen’ een van de speerpunten is, naast een bepaalde ‘woningdifferentiatie’, etc..
Ontwikkelingen Met betrekking tot de ontwikkelingen wordt dan aangegeven dat Zeist kansen ziet om aan te sluiten op de knooppunten, dus het in die zin geformuleerd beleid in het kader van: ‘Utrecht Nabij (UNED, 2020)’, de: ‘Provinciale Omgevingsvisie provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2021)’ en ook het: ‘Integraal Ruimtelijk Perspectief (Regio Utrecht, 2021)’.
Uitgangspunten Hierbij wordt dan o.a. aangegeven dat of het nu om inbreiden gaat binnen de rode contour, of om uitbreiden buiten de rode contour met consequenties voor het groen, er in overleg met de provincie heel wat kan. Zolang er maar wordt aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit verbeterd, want de grenzen worden door de provincie niet zomaar verlegd.
Ook wordt aangegeven dat de nieuwbouw tenminste energieneutraal, natuurinclusief, circulair en klimaatadaptief dient te worden gebouwd.
Analyse Uiteraard kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich er geheel in vinden dat goed kunnen wonen de basis vormt voor een goed leven in de gemeente Zeist. Anderzijds plaatst zij er
64 wel vraagtekens bij, ook al is dat dan als zodanig aangegeven in de: ‘Woonvisie Zeist (Zeist, 2021)’, dat ook echt iedereen in Zeist moet kunnen wonen, ongeacht leeftijd, inkomen en huishoudsamenstelling. Als dat in kwalitatieve zin zo wordt bedoeld dan past dat inderdaad binnen het doel om tot een ‘inclusieve samenleving’ te komen, maar als dat ook in kwantitatieve zin het geval is dan zou dat uiteindelijk toch betekenen dat dat ten koste zal gaan van de ‘waarden/kwaliteiten’ waar Zeist toch ook zegt voor te staan en dan in het bijzonder haar groene kwaliteiten.
Meer in het bijzonder is het dan zo dat er in Zeist overeenkomstig het in die zin door het bureau Companen uitgevoerde woningbehoefteonderzoek van een ‘sterfteoverschot’ sprake is (zie ook het rapport: ‘Woningmarktonderzoek Zeist (Companen, 2019)’). Dat er dus in die zin met name m.b.t. de gezinsverdunning nog wel een bepaalde behoefte aan woningen is, maar dat daar gezien de bestaande mogelijkheden nog voldoende ruimte voor beschikbaar is (zie in deze dus ook de: ‘Projectenlijst Zeist 2021’).
Wel is het zo dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. (zeer) kritisch staat tegenover de bouw van woningen op de Vliegbasis Soesterberg, dat aangezien dat een ‘hotspot’ is voor beschermde soorten, waaronder ook een relatief groot aantal ‘icoonsoorten’, evenals ook op de WA-Hoeve gezien de daarmede in het geding zijnde waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie 60.
Verder kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich dan weliswaar vinden in het algemene uitgangspunt dat de bouw van nieuwe woningen, etc., in primair het binnenstedelijke gebied plaatsvindt (vergelijk in deze ook de zogenaamde: ‘Ladder van duurzame verstedelijking’) en voor zover dat niet mogelijk is dat dan toch in eerste instantie vanuit duurzaamheidsoverwegingen bij OV-Knooppunten te doen, maar juist ook het Station Driebergen-Zeist en ook het Station Den Dolder acht zij gezien de ligging in een kwetsbare omgeving daar juist niet geschikt voor.
Wat betreft het Station Driebergen-Zeist wil men daar dan een nieuwe kern Rijnwijk (met 500 - 1500 woningen) realiseren. Dat mogelijk samen met de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Nu is juist voor dit gebied nog niet zo heel lang geleden een integrale gebiedsvisie is opgesteld, dat uitgaande van in het gebied aanwezige waarden, waarbij dan vanuit het perspectief van een ‘landgoedstation’, dus als entree voor de Stichtse Lustwarande (SLW) en ook het Nationale Park Utrechtse Heuvelrug, wel in een bepaalde ontwikkeling was voorzien maar dan wel binnen de als zodanig in die zin de: ‘PRS/PRV 2013 (Provincie Utrecht, 2013)’ aangegeven ‘rode contouren’ (zie in deze dus ook de: ‘Gebiedsvisie Station Driebergen-Zeist (12NStedenbouw, 2013)’). Juist gezien de ligging te midden van landgoederen en landerijen, inclusief ook ecologische verbindingen, zal het duidelijk zijn dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. hier ontwikkeling van geheel nieuwe kern niet mogelijk acht zonder dat er een aantasting van aanwezige waarden plaatsvindt.
60
Zie in deze dus ook de: ‘Zienswijze Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake WA Hoeve NOV en ZOV’ én ook; ‘Zienswijze Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake WA Hoeve HMA’.
65
Wat betreft het dan al dan niet bouwen buiten de ‘rode contouren’ heeft het de Stichting Milieuzorg dan wel weer verbaasd, dat enerzijds in het hoofdstuk dat over ‘Groen’ gaat worden aangegeven dat ‘er principe niet wordt gebouwd buiten de rode contouren en alleen in uitzonderlijke gevallen’ en dan in het hoofdstuk ‘Wonen’ wordt aangegeven dat er in die zin ‘in overleg met de provincie heel veel kan’. Duidelijk zal zijn dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. vanwege de daarmede gepaard gaande effecten sowieso niet voor het bouwen buiten de rode contour is, maar het zou dus wel goed zijn als de gemeente in haar omgevingsvisie in die zin ook echt duidelijk haar positie zou aangeven.
Dan staat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus ook kritisch tegenover de aanleg van een nieuw (H)OV tussen het USP - Zeist - Amersfoort, zij het wel afhankelijk van de tracékeuze. Uiteraard is zij vanuit het oogpunt van duurzaamheid niet tegen een (H)OV, maar dan dient dat wel goed inpasbaar te zijn. In die zin biedt een vervoer per gelede bussen o.i. toch meer kansen, dat ook aangezien er over een groot gedeelte van het traject langs zowel de Universiteitsweg en ook de Utrechtseweg er dus al vrije busbanen aanwezig zijn. Meer in het bijzonder zouden dan voor de aanleg van een (H)OV, althans tram, vanwege de vervoerswaarde de bouw in Zeist-Noord van 5.000 extra woningen nodig zijn, maar ook hierbij is het dan de vraag, zeker als je voor bepaalde woon- en ook leefomgevingskwaliteiten wil gaan, inclusief ook het groen, waar deze dan zonder een aantasting van dat groen zouden kunnen komen. Daar komt dan bij dat net voor Vollenhove in het kader van: ‘Volllenhove vooruit’ het: ‘Parkplan Vollenhove (URHAHN, 2021)’ is opgesteld, dat dan als een opmaat naar een gebiedsvisie kan worden gezien, maar waarover met name met de bewoners nog met elkaar in gesprek moeten gaan. Verder wordt dan in de wandelgangen gesproken over een herontwikkeling van het Handelscentrum, maar de vraag is dan wel waar die bedrijven dan heen zouden moeten gaan.
Tevens zijn ook in Huis ter Heide al diverse ruimtelijke ontwikkelingen voorzien, zoals m.b.t. Huis ter Heide-Zuid en Huis ter Heide-West, waarbij het dan de vraag is of dit allemaal niet iets te veel van het goede wordt.
Dan mooi te lezen dat als er dan bepaalde ontwikkelingen plaatsvinden, dat deze dan meteen ook energieneutraal, natuurinclusief, circulair en klimaatadaptief dienen te zijn (vergelijk in deze dus ook diverse uitgangspunten uit de: ‘Brede Milieuvisie Zeist (Zeist, 2016)’). Wel zou het goed zijn als dit dan meteen ook nader zou worden geconcretiseerd 61. Inmiddels zijn daartoe immers door bepaalde gemeente ook al bepaalde standaarden voor ontwikkeld, althans wat betreft ‘natuurinclusief bouwen’, zoals door de gemeente Ede en ook Den Haag, hetgeen Zeist kan inspireren deze ook in haar eigen ‘Omgevingsvisie’ op te nemen.
61
Zie de publicaties ‘Zorgen om landschap - Naar een landschapsinclusief omgevingsbeleid (PBL, 2019)’ en ook ‘Aan de slag met natuurinclusief bouwen (Milieufederatie Zuid-Holland, 2019)’.
66 Meer in het bijzonder zou het ook goed zijn als dat er dan toch wordt gebouwd ten koste van het groen, dat na een zorgvuldige afweging, dat dat groen dan meteen ook echt volwaardig wordt gecompenseerd, dat dus ook op basis van het principe ‘Groen groeit mee’ (vergelijk in deze dus ook het: ‘Groen Groeit mee-Pact’).
Aanbevelingen Teneinde bij ontwikkelingen ook bepaalde leefkwaliteiten te waarborgen zou daarbij in ieder geval dus ook minimaal van de ‘Jantje Beton-norm’ moeten worden uitgegaan of wellicht nog beter het model van de ‘Barcode’ dat Utrecht in haar ‘Ruimtelijke Strategie Utrecht (Utrecht, 2040)’ hanteert (zie ook hiervoor onder hoofdstuk 2.5.2.4: ‘Gezondheid’ en dan onder het hoofdje: ‘Aanbevelingen’); Wat betreft ‘Natuurinclusief bouwen’ zou het goed zijn als de gemeente Zeist in navolging van bijvoorbeeld de gemeente Ede een bijbehorend ‘puntensysteem’ zou invoeren. Ede heeft daarbij zelfs voor initiatiefnemers een digitale: ‘Bio-morfologische kaart’ gemaakt met per buurt/wijk een: ‘factsheet’ met basisnatuurgegevens en kansen die er zijn om zo tot natuurversterking te komen (vergelijk in deze overigens ook de: Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2021)’); Daarnaast kan het invoeren van een: ‘Biodiversiteitstoets’ natuurlijk helpen om bij elk project met de effecten en kansen voor de biodiversiteit rekening te houden (vergelijkbaar met het initiatief van de gemeente Houten); Ook zou het goed zijn als Zeist alsnog met een: ‘Handreiking Natuurinclusief bouwen’ zou komen (zie ook themaworkshop zoals deze indertijd voor ambtenaren is georganiseerd); Verder zou het goed zijn, dat voor zover een bepaalde ontwikkeling vanuit ruimtelijke overweging aanvaardbaar wordt geacht,
dat dan in ieder geval het groen dat daarmede verloren gaat wordt gecompenseerd (vergelijk ook het: ‘Groen groet mee-pact’); Verder kan door het afkoppelen van het regenwater een bijdrage worden geleverd aan het herstel van de natuurlijke waterbalans op de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied. Met name ook door groene daken, al dan niet gecombineerd met zonnepanelen, kan het water ook in het stedelijke gebied beter worden vastgehouden, naast natuurlijk de kansen voor het versterken van de biodiversiteit.
2.5.2.7 Vitale economie Aangegeven wordt dat Zeist een woon- en werkgemeente is met 35.000 arbeidsplaatsen. Dus dat zij in die zin naar een vitale economie streeft.
Ambitie Hierbij wordt dan aangegeven dat Zeist een belangrijk economisch centrum is en dat zij in die zin onder het motto: ‘Groen, gezond, slim en gastvrij’ 62 haar vitale economie wil behouden en ook versterken. Dat zij het in die zin van belang vindt dat bedrijven kunnen groeien, dus nieuwe initiatieven van bedrijven wil stimuleren om uit te breiden, passend in de (toekomstige) tijdgeest. Met name wil Zeist daarbij inzetten op de twee vleugels van de
62
Zie ook het motto van de: ‘Centrumvisie Zeist (Zeist, 2015)’).
67 Zeister economie, te weten bedrijvigheid (accent op gezondheidszorg, duurzaamheid en ICT) en groen (prettig wonen en recreëren) (zie in deze dus o.a. ook het: ‘Zeister economisch Kompas (Zeist 2017)’).
Daarnaast wil men relatie met het USP als ‘toplocatie’ op het gebied van Health & Life Sciences versterken.
Ontwikkelingen Aangegeven wordt dat men specifiek voor de locatie Station Driebergen-Zeist met de gemeente Utrechtse Heuvelrug in gesprek is om op basis van een (nieuwe) gebiedsvisie de mogelijkheden te verkennen om werken te combineren met functies als wonen, recreatie en sporten.
Uitgangspunten Aangegeven wordt dat bij het anders inrichten van bestaande werklocaties er op wordt gelet dat deze ‘toekomstbestendig’ zijn, dus duurzaam en natuurinclusief.
Analyse De kernvraag hierbij is dan toch of Zeist nog extra werkgelegenheid zou moeten aantrekken, aangezien dat toch ook weer gevolgen heeft voor de woon-werkbalans en daarmede voor de mobiliteit.
Uiteraard zijn er afhankelijk van de tijdgeest altijd nieuwe ontwikkelingen en dus ook transformaties van bestaande terreinen, maar dus wel goed ook daarbij een bepaalde balans aan te houden (vergelijk ook het principe van: ‘Recycle de ruimte’).
Verder is op het niveau van Zeist als geheel het aanpakken van de klimaatproblematiek zeer urgent, inclusief dus ook het verduurzamen van de economie. Niet alleen het verduurzamen van de bedrijven is daarbij aan de orde, maar ook het op een hoger schaalniveau komen tot een ‘circulaire economie’, of nog beter tot een: ‘Donut economie’. Daarbij kan het dan helpen om ketens in kaart te brengen en deze waar mogelijk met elkaar te verbinden teneinde zo tot optimalisaties te kunnen komen, dus het sluiten van (grondstof)kringlopen (vergelijk ook de inspanningen in het kader van de: ‘Cirkelregio Utrecht’ en overigens ook die binnen de pijler: ‘Circulaire economie’ van ‘Samen Duurzaam Zeist’). Ook het stimuleren van de lokale afzet van (biologisch) geteelde producten kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren (vergelijk ook inspanningen in het kader van ‘local2local). Dat naast (steeds meer) gebruik maken van de lokale circulaire munt, de: ‘Zeister Knoop’.
68 Aanbevelingen Zoek het ook wat betreft de bedrijvigheid niet zozeer in kwantiteit, maar in kwaliteit, dat passend bij de identiteit van Zeist; Zet ook echt in op het actief stimuleren van de: ‘Circulaire economie’, dat niet alleen vanuit de klimaatproblematiek, maar ook vanwege de tekorten van grondstoffen en ook de gevolgen die de winning daarvan maar al te vaak meebrengt voor de mens en het milieu, waar nog heel veel is te winnen (zie in deze overigens dus ook de activiteiten in het kader van Samen Duurzaam Zeist, Pijler 2: ‘Circulaire economie’); Ook met betrekking tot het vergroenen en verduurzamen van (de bestaande) bedrijventerreinen liggen er nog vele kansen en ook opgaven (zie in deze overigens ook het: ‘Groenstructuurplan Groen (voor) Zeist (Zeist, 2010)’, Deel III, Hoofdstuk S5 en dan onder het hoofdje: ‘Bedrijventerreinen’, pag.: 209-211).
2.5.2.8 Mobiliteit
Ambities Wat betreft mobiliteit zet Zeist dan in op een transitie naar duurzame mobiliteit, dus van automobiliteit naar de fiets en OV, zonder daarbij dan de auto uit het oog te verliezen (zie in deze dus ook de: ‘Mobiliteitsvisie Zeist (Zeist, 2021)’.
Ontwikkelingen Hierbij wordt dan o.a. gerefereerd aan het HOV USP- Zeist - Amersfoort, als ook het realiseren van een directe en veilige fietsverbinding tussen Zeist en het USP.
Analyse Het zal duidelijk zijn dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. een transitie naar meer duurzame vormen van verplaatsing/vervoer van harte ondersteund, dat ook vanwege de klimaatproblematiek, etc..
Wel staat zij daar kritisch tegenover als dat uiteindelijk tot nieuwe doorsnijdingen leidt, zoals dat mogelijk het geval is bij het doortrekken van het HOV tussen het USP naar Zeist(-Noord) en dan door naar Amersfoort. Eveneens geldt dat voor een eventueel nieuw fietspad door de Lage Grond 63. Dat terwijl er voor beiden goede alternatieven bestaan, zoals wat betreft het (H)OV de bestaande vrije busbanen langs de Universiteitsweg en de Utrechtseweg en wat betreft het fietspad door de Lage Grond de bestaande route langs de Bisschopsweg.
63
Zie in deze dus met ook: ‘Brief gezamenlijke natuur- en milieuorganisaties aan provincie Utrecht m.b.t. fietspad USP Zeist-West’, d.d. 30 november 2017, evenals ‘Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist inzake rapporten TAUW fietspad USP - Zeist-West, d.d. 23 november 2017.
69 Aanbevelingen In ieder geval zou bij nieuwe ontwikkelingen het principe van de: ‘Ladder van Verdaas’ moeten worden toegepast (vergelijk ook de: ’Kracht van Utrecht 2.0)’.
2.5.2.9 Dilemma’s en toekomstkeuzes In dit hoofdstuk wordt dan themagewijs een algemeen beeld gegeven van de diverse opgaven en ambities en dat daarbij dan in de toekomst bepaalde keuzen moeten worden gemaakt. Maar juist die keuzen is toch uiteindelijk waar het in een omgevingsvisie dient te gaan, want zoals ook ergens in de omgevingsvisie staat aangegeven niet alles is (altijd en overal) te combineren . Natuurlijk door ‘multifunctioneel ruimtegebruik’ kun je zo mogelijk naar bepaalde oplossingen zoeken, maar als je de waarden ziet die in sterke mate de identiteit van Zeist bepalen, zoals die van groen, dat ook wel als het ‘groene goud’ wordt aangeduid, dan liggen met name op dat vlak, zo leert de ervaring de grootste dilemma’s en ook toekomstkeuzen.
2.6 Gebieden In dit hoofdstuk worden dan de 6 waarden van Zeist per gebied beschreven, dus achtereenvolgens voor de natuurgebieden, de kernen van Zeist en ook de buurten. Dat mede op basis van de informatie die in die zin uit de samenleving in de waardensessies is opgehaald.
2.6.1 Natuurgebieden 64 Hierbij wordt dan eerst bij de waarden van de Zeist omringende natuurgebieden stilgestaan en wel achtereenvolgens die van de Heuvelrug, de Stichtse Lustwarande en het Kromme Rijngebied, ieder met hun eigen specifieke natuur. Verder wordt ook aan het groen in het stedelijk gebied aandacht gegeven.
Ook wordt stilgestaan bij de betekenis van aanwezige ‘aardkundig fenomenen’, zoals de stuifduinen op de Heuvelrug en de (oude) meanders van de Kromme Rijn.
Wat betreft de ambities zoals deze per afzonderlijk als zodanig onderscheiden natuurgebied naar voren wordt gebracht kan dan worden afgeleid dat het verbinden van natuurgebieden teneinde zo tot meer robuuste en aaneengesloten natuurgebieden te komen daarbij wezenlijk wordt geacht.
Eveneens worden dan in algemene zin een drietal ‘uitdagingen’ aangegeven zoals de:
64
Zie overigens ook wat betreft een algemene natuur- en landschapswaardering van de buitengebied van Zeist het rapport: ‘Natuur – en landschapswaardering buitengebied Zeist (Bureau Waardenburg, 2009)’.
70 Verstedelijking, want niet alles is (altijd en overal) te combineren; De klimaatverandering met de aandacht voor klimaatbestendig groen; De verdroging met de effecten op de natuur, de landbouw en de drinkwaterwinning.
Analyse algemeen Ook gezien de versnippering zoals deze in de loop van tijd t.a.v. voorkomende natuurgebieden is opgetreden moet inderdaad van het verbinden van versnipperde natuurgebieden een belangrijke betekenis worden toegekend. Daartoe zijn in de loop van de tijd ook veel inspanningen verricht, zowel op de Utrechtse Heuvelrug, als in het Kromme Rijngebied, ook al zijn nog verdere optimalisaties mogelijk.
Ook in het drietal gegeven ‘uitdagingen’ kan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich vinden. De klimaatverandering heeft inderdaad al geleid, met name ook door langere perioden van droogten en dat samen met hoge temperaturen tot het massaal afsterven van bomen, zoals van de douglas, fijnspar en deels ook larix, dat mede ook door aantastingen door de zogenaamde letterzetter. Het meer klimaatbestendig maken van bossen staat dan ook in het kader van de: ‘Bossenstrategie’ hoog op de agenda, zowel landelijk als bij de provincie Utrecht. Daarbij zij dan wel aangetekend dat bij het inbrengen van zogenaamde ‘rijkstrooiselsoorten’ goed moet worden gekeken waar de betreffende soorten worden aangeplant, dus in ieder geval niet in bossen waar nog veel bomen en struiken met autochtoon genenmateriaal voorkomen, zoals: ‘oude boskernen’, etc..
Verder is natuurlijk een aanpak van droogte van belang, dat door het water zoveel mogelijk vast te houden. Anderzijds moet in die zin ook, zoals ook in het voorgaande al naar voren gebracht, met name ook het herstel van de grondwaterbalans op de Heuvelrug van groot belang worden geacht, zodat de oorspronkelijke kwelrelaties met de aangrenzende lager gelegen gebieden wordt hersteld (zie in deze dus ook de: ‘Blauwe agenda’).
Meer in het bijzonder moet wat betreft de klimaatverandering dus wel ook het meer robuust maken van natuurgebieden van belang worden geacht, zoals dat van het Kromme Rijngebied en ook de Utrechtse Heuvelrug (zie in deze dus ook hetgeen hiervoor in die zin onder het hoofdstuk 2.5.2.5: ‘Duurzame energie en een duurzaam klimaat’ naar voren is gebracht). Dan is het de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. opgevallen dat in de: ’Ontwerp-Omgevingsvisie’ dus op zich wel bijzondere aandacht wordt gegeven aan het: ‘IRP’ voor zover dat het voldoen van de woningbehoefte betreft, waar de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus zeer kritisch tegen over staat gezien de gevolgen voor waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie (zie in deze dus ook de: ‘Plan-MER Provincie Utrecht (TAUW, 2021)’), maar o.i. toch in mindere mate bij de groene opgaven die daar dan direct mee samenhangen (zie in deze dus ook de rapporten: ‘Ontwikkelbeeld Groen en Landschap (BVR, 2019)’, ‘Verdieping groene routes en scheggen I Landschap van de Toekomst I Landbouwkerngebied (BVR, 2019)’ en: ‘U16 Ruimtelijke opgave Groen & Landschap 2020 -
71 2040 (BVR, 2020)’). Natuurlijk er wordt op meerdere plaatsen in de ‘OntwerpOmgevingsvisie’ aan gerefereerd dat de gemeente (samen met de U-10) de mogelijkheid wil onderzoeken om het Kromme Rijngebied te versterken door een aaneengesloten, robuuste natuurcorridor te realiseren van Groenekan tot aan Odijk (zie in deze overigens ook de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’, Onderzoeksrichting 1: ‘Kromme Rijngebied natuurrobuust en duurzaam) 65, maar in zijn algemeen zijn de gegeven ruimtelijke opgaven m.b.t. groen en landschap toch groter en breder.(zie ook onderstaande fig.: ‘Ontwikkelbeeld groen en landschap’), tenzij de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat verkeerd ziet.
Verder heeft de gemeente Zeist dus recent mede het: ‘Groen groeit mee-Pact’ getekend. Juist in die zin had het dus voor de hand gelegen dat hieraan in ieder geval ook in de voorliggende Omgevingsvisie op diverse plaatsen bijzondere aandacht was gegeven.
Hoe dat ook zij, als men dan toch uiteindelijk bij bepaalde bouwopgaven blijft dan zal toch ook de daarmede samenhangende kwaliteitsslag van groen, dat dan zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin, toch ook direct moeten worden meegenomen.
Fig.: ‘Ontwikkelbeeld groen en landschap’ 65
Overigens heeft de gemeente zich in haar zienswijzen in het kader van zowel het: ‘IRP’, als ook het: ‘POVI’ al meerdere keren uitgesproken voor zowel het aanwijzen van het Kromme Rijngebied als: ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’, als voor het versterken van de natuur in de zogenaamde: ‘Kromme Rijn-corridor’ .
72
2.6.1.1 Utrechtse Heuvelrug Aangegeven wordt dat dit gebied hoge aardkundige, ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden kent en als zodanig deel uitmaakt van het NNN, evenals het: Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug’, het ‘Geopark Heuvelrug, Gooi en Vecht i.o..
Ambitie Aangegeven wordt dat het de ambitie is de ecologische structuur te ‘verkrijgen’, hetgeen waarschijnlijk te ‘versterken’ moet zijn, evenals te behouden, evenals dat eventuele aanpassingen worden gedaan met inachtneming van de cultuurhistorische, de landschappelijke en ecologische waarden.
Analyse Gelukkig is er de afgelopen decennia dus veel aandacht geweest om op de Utrechtse Heuvelrug tot een aaneengesloten natuurnetwerk te komen (zie in deze overigens ook het rapport: ‘Ontsnippering van de Heuvelrug (Ecologisch adviesbureau Van den Bijtel, 2004)’), dat o.a. in het kader van het Programma Hart van de Heuvelrug. Dit heeft o.a. geleid tot de aanleg van diverse faunapassages die ook tot verbetering van de natuurkwaliteiten hebben geleid 66.
De Stichting Milieuzorg Zeist e.o. is uiteraard verheugd met de aandacht die hiervoor de afgelopen decennia is geweest en gelukkig nog is, maar dat neemt niet weg dat er bijvoorbeeld in het kader van het ‘Programma Hart van de Heuvelrug’ ook terreinen met hoge natuurwaarden verloren zijn gegaan of nog zullen gaan, zoals met de ontwikkeling van een woonwijk op de Vliegbasis.
Meer in het bijzonder liggen er ook m.b.t. de Heuvelrug nog wel degelijk bepaalde opgaven, zoals de aanleg van faunapassages op plekken waar deze nog niet aanwezig zijn, zoals ter hoogte van de N-234 bij Soest. Daarnaast is het o.i. teneinde de robuustheid van de Heuvelrug ter versterken, dat niet alleen m.b.t. de duurzame instandhouding van populaties, maar ook vanuit de klimaatverandering, dus van belang dat alsnog de robuuste verbinding met de Veluwe wordt gerealiseerd, namelijk het zogenaamde: ‘Valleilint’ (zie in deze dus ook Bijlage 9: ‘Kansen tot versterking robuustheid Heuvelrug’).
66
Zie o.a. wat betreft het Programma Hart van het Heuvelrug ook het rapport: ‘Natuurscan ecologische verbindingen Hart van de Heuvelrug (Viridis, 2022)’.
73 Dan is dus recent in opdracht van het Nationaal Park een nieuwe visie voor de Heuvelrug gepresenteerd, namelijk: ‘Utrechts Heuvelland - Een ruimtelijk toekomstperspectief voor nieuw bos rondom de Heuvelrug (FLUX, 2021)’, met een aantal nogal ingrijpende voorstellen, dus zou het goed als in die zin daarover nog wel ook een bepaalde dialoog wordt georganiseerd.
Dan moet voor de natuurwaarden ook het herstel van de grondwaterbalans tussen de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied en daarmede van de voor dit gebied karakteristieke kwel van groot belang worden geacht 67. Daardoor kunnen de ecologische potenties die Zeist in die zin kent nog beter tot hun recht komen (vergelijk bijvoorbeeld ook recente aanpak van de Bunzing, waar zelfs al een keer de zwarte ooievaar is gesignaleerd).
Wel zijn er ook bedreigingen. Zo wordt in de: ‘Propositie Zeist )Zeist, 2021)’ o.a. ingespeeld op de ontwikkeling van de Amersfoortse Lustwarande, dat dus langs de ‘Weg der Weegen’, maar onduidelijk blijft voor de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. toch wat daar nu exact mee wordt bedoeld.
Aanbevelingen Teneinde de natuurwaarden te kunnen behouden en versterken op de Heuvelrug zou het dus goed zijn als voor de Heuvelrug als geheel er alsnog een: ‘Natuurvisie’ (sec) zou worden opgesteld, dat dus naast de algehele ambitie die er al is (zie in deze dus ook brochure: ‘Nationaal Park Heuvelrug - Ruimtelijke ambities voor het gebied (NPUH, 2017) 68. Dat dus ook met bijzondere aandacht voor de milieucondities, zoals de verdroging, maar ook de stikstofproblematiek; Meer in het bijzonder zouden er alsnog een aantal ontsnipperingsmaatregelen die nog niet zijn moeten uitgevoerd, zoals de aanleg van een ecoduct ter hoogte van de N-234 bij Soest, als ook het alsnog realiseren van een robuuste verbinding met de Veluwe, dus het zogenaamde ‘Valleilint’, hoog op de agenda moeten worden geplaatst (Bijlage 9: ‘Kansen tot versterking robuustheid Heuvelrug’); Meer in het bijzonder zou dus ook kunnen (en moeten) worden gekeken waar in natuurgebieden de snelheid van de er gelegen wegen kan worden teruggebracht naar maximaal 60 km/uur (vergelijk ook het initiatief: ’Heuvelrug in goede banen’); Veder zou ook het herstel van de oorspronkelijke grondwaterbalans tussen de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied nu echt hoog op de agenda moeten komen, dat o.a.
ter herstel van de op de Heuvelrug gelegen sprengen (zie in deze overigens dus ook de: ‘Blauwe agenda’); Verder moet ook een goede ‘recreatieve zonering’ met dus voldoende ‘rustgebieden’ voor de dieren van belang worden geacht (zie in deze dus ook initiatief NPUH), evenals deze moeten worden verankerd in de omgevingsvisie (vergelijk in deze ook: ‘OntwerpOmgevingsvisie gemeente Utrechtse Heuvelrug’).
67
Zie dus ook de: ‘Blauwe Agenda’. Maar zie dus ook het rapport:’ ‘Utrechts Heuvelland - Een ruimtelijk toekomstperspectief voor nieuw bos rondom de Heuvelrug (FLUX, 2021)’. 68
74
2.6.1.2 Stichtse Lustwarande Naast een beschrijving van de kwaliteiten en waarden van de Stichtse Lustwarande die nu juist op de overgang is gelegen van de Heuvelrug naar het Kromme Rijngebied, wordt ook stilgestaan bij de diverse buitenplaatsen die hier zijn gelegen.
Ook wordt aangegeven dat nu juist dit gebied vanwege de centrale ligging in Nederland een hoge dynamiek kent en dat het in die zin de belangrijkste opgave is het zoeken van een balans tussen enerzijds het behoud van het landschappelijke ‘groen’ en cultuurhistorie en anderzijds het ‘rood’ in de vorm van woningen, kantoren en verkeer.
Ambities Wat betreft de Stichtse Lustwarande wordt dan o.a. als ambitie aangegeven dat in lijn met ‘Onderzoeksrichting 7’ uit de: ‘Propositie’ de gemeente zich inzet voor een ‘nieuwe betekenisgeving’, dat o.a. door de aanleg van een (doorgaande) recreatieve wandelroute. Wel wil men een verdere verstening voorkomen.
Hoe dat ook zij, er zijn m.b.t. de Stichtse Lustwarande inmiddels meerdere visies opgesteld, dat zowel vanuit het perspectief van de Lustwarande als geheel (zie o.a.: ‘Visie Stichtse Lustwarande (Provincie Utrecht, 2005)’), als ook meer specifieke voor het Zeister deel, inclusief ook apart voor een aantal afzonderlijke landgoederen/buitenplaatsen, zoals o.a. Schoonoord, maar ook het Molenbosch en De Breul.
Verder heeft de gemeente in het verleden als eens meerdere ecologische onderzoeken naar de natuurwaarden van de landgoederen van de Stichtse Lustwarande laten uitvoeren, evenals de kansen deze te verbeteren, o.a. m.b.t. de landschapsecologische structuur (zie in deze o.a. het rapport: ‘Ecologische evaluatie van een landgoederenzone (Alterra, 2001)’). Dat er in die zin nog bepaalde opgaven liggen zal ook duidelijk zijn (zie in deze dus ook Bijlage 6: Kaart natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’).
Ook de voorziene ruimtelijke ontwikkelingen voor de bouw van 500-1500 woningen nabij het Station Driebergen-Zeist (SDZ) genoemd in zowel het: ‘Integraal Ruimtelijk Perspectief U-16 (Regio Utrecht, 2021)’ en ook in de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ baren ons in die zin zorgen.
Aanbevelingen Met name de (landschaps)ecologische structuur is hier nog steeds niet optimaal, die dan met name ook van belang moet worden geacht als ecologische verbinding tussen de
75 Heuvelrug en het Kromme Rijngebied. Dus zou moeten worden bezien hoe deze alsnog kan worden versterk (zie in deze o.a. ook de betreffende Bijlage 6: ‘Kaart natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’); Verder wordt in het kader van de: ‘Blauwe agenda’ bezien hoe waterrelaties en dan in het bijzonder die van de hier aanwezige sprengen en vijvers kan worden hersteld 69, zij het dat daarvoor vaak toch meer ingrijpende maatregelen noodzakelijk zijn, zoals een echt herstel van de oorspronkelijke grondwaterbalans van de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied, inclusief die van de Stichtse Lustwarande;
2.6.1.3 Kromme Rijngebied Hierbij wordt dan een beschrijving gegeven van de ontstaansgeschiedenis van het Kromme Rijngebied, evenals van de ecologische landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden van dit gebied. Daarbij wordt dan tevens aandacht gegeven aan de ecologische verbinding tussen het Vechtplassengebied/Noorderpark en het Kromme Rijngebied die door dit gebied loopt (zie in deze dus ook de betreffende Bijlage 6: ‘Kaart natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’).
Ambitie Als ambitie wordt dan aangegeven dat in het kader van de: ‘Onderzoeksrichting 1’ uit de “Propostie’ door de gemeente (samen met de U-10) onderzocht gaat worden hoe het Kromme Rijngebied als natuurgebied kan worden versterkt door het creëren van een aangesloten, robuuste natuurcorridor tussen Groenekan en Odijk. Als mogelijke opties wordt daarbij dan gerefereerd aan een ecologisch beheer van de bermen, het herstel van de kweldruk en de transitie naar een landbouw die circulair, natuurinclusief, klimaatneutraal en bij voorkeur streekgebonden is.
Analyse Ook zijn wij er wat betreft dat aaneengesloten netwerk nog niet, waarbij met name voor het Kromme Rijngebied er nog wel degelijk bepaalde opgaven liggen. Meer in het bijzonder kan dan wat betreft het versterken van de ecologische en landschappelijke kwaliteiten worden verwezen naar Bijlage 4: ‘Visiekaart LOP Kromme Rijngebied +’ én wat betreft het NNN en dan met name de hier voorkomende ecologische verbinding in het bijzonder naar zowel de Bijlage 6: ‘Kaart natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist ZuidWest, 2020)’, als Bijlage 9: ‘Biotopenkaart Kromme Rijngebied Zeist – Bunnik’.
Dan liggen er inderdaad met name in het buitengebied van Zeist-West nog vele uitdagingen om ook daar tot een verdere versterking van de natuur te komen. Met name wat betreft de 69
Zie in deze dus o.a. de inspanningen vanuit de Stichting Utrechts Landschap voor o..a. het Zeisterbos en ook Hoog, Beek en Rooijen in het kader van de: ‘Blauwe agenda’.
76 landbouw zou het mooi zijn als daarbij veel meer zou worden aangesloten bij de natuur zoals deze voor dit gebied karakteristiek is, dus dat ook daarbij de verwevenheid met de natuur wordt gezocht (vergelijk de initiatieven m.b.t. biologische landbouw, evenals permacultuur, waaronder voedselbossen, etc.). Dat naast een grotere verbondenheid met de lokale samenleving (vergelijk in deze diverse initiatieven, zoals die van local2local, etc.).
Inmiddels is verder door diverse organisaties ervoor gepleit om (delen) van het Kromme Rijngebied aan te wijzen tot: ‘Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL)’, zodat het ook echt een: ‘Proeftuin’ in het kader van het ‘Deltaprogramma Biodiversiteit’ kan worden voor nieuwe vormen van landbouw in nauwe samenwerking met de natuur, dat teneinde tot een ‘natuurinclusieve landbouw’ te komen. Daardoor zou ook het buitengebied weer echt letterlijk tot bloei kunnen komen, inclusief met als doelsoort (o.a.) de patrijs, die er vroeger veelvuldig werd waargenomen 70.
Wel zien we nog steeds bedreigingen voor de groene waarden van het buitengebied van Zeist, zoals die van nieuwe doorsnijdingen bij een eventuele aanleg van een HOV USPZeist, evenals een nieuw fietspad tussen het USP en Zeist door de Lage Grond, etc.. Daarnaast kan o.i. dus wel degelijk ook de realisatie van een nieuwe kern ‘Rijnwijk’ als een grote bedreiging van de hier aanwezige waarden worden gezien, dat niet alleen vanwege het voorkomen van aantal landgoederen, maar dus ook van de ecologische verbindingen tussen de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied zoals die hier voorkomen en die overigens nog wel verder kunnen worden geoptimaliseerd.
Verder speelt met name ook voor het Kromme Rijngebied de problematiek rond de energietransitie en de eventuele aanleg van zonnevelden en windmolens. Daarom is het naar onze mening van belang dat uitgaande van de ‘Trias Energetica’ eerst maximaal op het besparen energie wordt ingezet, zodat er zo min mogelijk duurzaam behoeft te worden opgewekt. Ook kan door het (strikt) toepassen van de ‘Zonneladder’ zoveel mogelijk worden voorkomen dat de buitengebieden onnodig worden aangetast, ook al ben je er daarmede als we de huidige (en toekomstige) energiebehoefte van Zeist zien nog lang niet, althans op basis van de diverse inschattingen die in die zin zijn gemaakt 71. Voor zover dan toch het opwekken van duurzame energie in het buitengebied noodzakelijk is zou dat in ieder geval ‘Natuur- en landschapsinclusief’ moeten gebeuren 72. Ook biedt ‘meervoudige ruimtegebruik’ wellicht kansen 73, zoals van ter plaatse van de snelwegen, waaronder de A-12 met als idee een ‘zonnelint’ en (dus) ook een overkapping van de A-28 met een ‘zonnedak’ dat bijvoorbeeld tegelijkertijd de lucht zuivert.
70
Vergelijk o.a. ook het: ‘Partridge-project’ van de Vogelbescherming. Zie in deze dus ook het beleidskader: ‘Nieuwe energie voor Zeist - Routekaart naar een energieneutraal Zeist (Zeist, 2019)’. 72 Zie in deze o.a. de ‘Toolbox natuurinclusieve energietransitie (Milieufederaties, 2021)’. 73 Zie wat betreft zonnevelden overigens ook het regeerakkoord, waarbij multifunctioneel gebruik als voorwaarde wordt gesteld aan de aanleg daarvan. 71
77 Aanbevelingen Het zou in ieder geval mooi zijn als eveneens voor het Kromme Rijngebied een integrale ‘natuurvisie’ zou worden gemaakt, teneinde hier ook echt aan de natuur een kwaliteitsimpuls te kunnen geven (zie in deze overigens ook de diverse rapporten vanuit het zogenaamde: ‘Kromme Rijn Project’ uit de jaren ’70 van de vorige eeuw, evenals ook het rapport: ‘Ecologische verbindingszones Kromme Rijngebied (Ecologisch adviesbureau Van den Bijtel, 2009)’); In ieder geval zijn er nog diverse opties om ook hier tot een natuur- en ook landschapsversterking te komen, waarvoor in het verleden dus al diverse voorzetten zijn gedaan, zoals in het kader zowel het: ‘LOP Kromme Rijngebied + (Brons & partners, 2009)’, als in nadere onderzoeken van de provincie Utrecht om de hier gelegen ecologische verbinding te versterken (zie in deze dus o.a. ook Bijlage 8: ‘Biotopenkaart Kromme Rijngebied Zeist – Bunnik’); Dan zou ook hier o.i. op het gebied van de waterkwaliteit nog heel veel te winnen zijn, dat niet alleen door het herstel van de kwel, maar ook door herstel waterkwaliteit van de er voorkomende sloten, dat o.a. ook in kader van maatregelen m.b.t. de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Wat betreft de boeren sloten zou daarbij dan minimaal van de ambitie: ’levendig’ moeten worden uitgegaan; Ook gezien de ligging nabij de stedelijke gebieden leent dit gebied zich natuurlijk nog eens extra voor de teelt van biologische producten die dan locaal kunnen worden afgezet;
2.6.1.4 Groen binnen bebouwd gebied Hierbij wordt dan aandacht gegeven aan het groen in het binnenstedelijke gebied, waarbij dan met name wordt verwezen naar hetgeen dan als de: ‘Ecologische Hoofdstructuur Zeist (EHZ)’ wordt aangeduid (zie in deze dus ook het: ‘Groenstructuurplan Groen (voor) Zeist’, Fig. op pag. 38). Meer in het bijzonder wordt daarbij dan aandacht gegeven aan o.a. het Sanatoriumbos en ook het (natuur)park De Brink die dan beide als belangrijke dragers/brongebieden van de binnenstedelijke groenstructuur kunnen worden gezien. Die binnenstedelijke groenstructuur zou dan moeten worden beschermd en waar mogelijk ook versterkt.
Hiervoor wordt met name in het betreffende hoofdstuk 2.5.2.2: ‘Groen’ en dan onder het hoofdje: ‘Aanbevelingen’ en dan onder het: ‘Binnenstedelijk gebied’ aangegeven waar er in die zin o.i. nog kansen liggen om tot een versterking van het binnenstedelijke groen te komen. Meer in het bijzonder wordt hier dus in die zin dus ook in de: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2021)’ behalve op de kansen tot het versterken van de natuur in de diverse buitengebieden, ook bij die m.b.t. de diverse binnenstedelijke gebieden, waaronder Zeist, stilgestaan en dat dan vanuit een totale visie(kaart) (zie ook Bijlage 5: ‘Visiekaart Biodiversiteitsvisie Zeist’). Dus zou het goed zijn ook aan die kansen in de ‘Omgevingsvisie’ nadrukkelijk aandacht te geven.
2.6.2 De kernen van Zeist In dit hoofdstuk wordt dan bij de diverse kernen van Zeist stilgestaan, dus achtereenvolgens Zeist, Den Dolder, Austerlitz, Bosch en Duin en Huis ter Heide. Daarbij wordt dan per kern
78 zowel een meer algemene beschrijving wordt gegeven, als ook van bepaalde er voorkomende natuurwaarden, dat dus mede op basis van de in zin in de: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2021) gegeven beschrijvingen. Ook wordt dan aangegeven wat de bewoners tijdens het participatieproces als belangrijke waarden naar voren hebben gebracht.
Wat betreft de ‘waarden die dan op basis van het participatieproces zijn opgehaald’ vraagt de Stichting zich dus wel af hoe de gemeente daar dan als beleidsperspectief tegen aan kijkt, dus of deze uiteindelijk leidend zijn bij de toetsing met de: ‘Waardenweger’ en dat dan met name wat betreft de scores t.a.v. de buurt/kern of dat daar toch anders tegenaan wordt gekeken. Evenals of de gegeven waarden dan niet eerst toch nog nader dienen te worden uitgewerkt, dat dus ook ruimtelijk zin, alvorens deze ook echt goed mee te kunnen laten wegen.
Zo zijn er bijvoorbeeld in Bosch en Duin grote zorgen over de ruimte die er overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan wordt geboden aan de bouw van kolossale villa’s en gebouwen, o.a. in het kader van diverse er voorkomende zorginstellingen,hetgeen dan ten koste gaat van de voorkomende karakteristiek en groene kwaliteiten, hetgeen overigens door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. wordt gedeeld. In die zin zou het o.i. dan goed zijn dat nu eerst samen met betrokkenen een ruimtelijke visie wordt opgesteld en die visie dan ten grondslag te leggen aan een nieuw bestemmingsplan/omgevingsplan (vergelijk ook aanpak: ‘Bestemmingsplan BilthovenNoord 74). Dat daarbij dan tevens rekening houdend met de mogelijkheden die vergunning vrij bouwen biedt. Dat alles dus t.b.v. van het behoud van het aldaar aanwezige groene karakter.
Verder zou het dus o.i. goed zijn gewenst, zoals ook hiervoor in algemene al aangegeven, dat bij een beschrijving van de ‘Ontwikkelingen en ambities’ per kern (en later ook bij buurten) niet alleen wordt aangegeven welke bijzondere soorten er voorkomen, maar dus ook wat in die zin de kansen zijn om ook echt tot een versterking van de biodiversiteit te komen, dat dus mede op basis van de in die zin in de: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2021)’ daartoe aangegeven mogelijkheden.
2.6.3 De buurten van Zeist 75 Hierbij worden dan de waarden van de afzonderlijke buurten aangegeven. Daarbij wordt dan (vaak) na een meer algemene beschrijving van de ‘waarden’ aangegeven, evenals de ‘waarden die door bewoners tijdens het participatieproces zijn aangegeven’, althans voor zover dat kennelijk het geval is geweest. Verder worden ook de ‘ontwikkelingen en ambities’ vermeld.
74
Zie in deze dus met name ook: ‘Stedenbouwkundige visie Bilthoven-Noord (Royal Haskoning, 2013)’. 75 Zie voor meer uitgebreide beschrijving van de groene waarden van de buurten en ook kansen, behalve de ‘Biodverisitetsvisie Zeist (Zeist, 2021)’, eveneens het: ‘Groenstructuurplan Zeist (voor) Groen (Zeist, 2010)’, Deel III, S5: ‘De Collage van de buurten’.
79 Ook hierbij is het dan tevens de vraag hoe de gemeente dan i.rt. de: ‘Waardenweger’ aankijkt tegen de ‘waarden’ die in algemene zin worden aangegeven en de ‘waarden die dan op basis van het participatieproces zijn opgehaald’ en dat dan weer i.r.t. de aangegeven ‘ontwikkelingen en ambities’.
Verder zou het dus o.i. goed zijn gewenst, zoals ook hiervoor al in algemene zin aangegeven, dat bij een beschrijving van de ‘Ontwikkelingen en ambities’ per buurt (net als bij de kernen) niet alleen de bijzondere soorten wordt aangegeven, maar ook wat dan in die zin de kansen zijn om ook echt tot een versterking van de biodiversiteit te komen, dat dus mede op basis van de in die zin in de: ‘Biodiversiteitsvisie Zeist (Zeist, 2021)’’ aangegeven mogelijkheden.
Voor zover relevant zal de Stichting Milieuzorg Zeist nog bij enkele buurten stil staan bij de ‘waarden’ en ‘ambities en ontwikkelingen’, althans voor zover daar natuurlijk nog aanleiding toe is.
2.6.3.1 Buurt Zeisterbos
Waarden Het Zeisterbos is inderdaad een ‘natuurparel’ met ook een lange historie, indertijd (1913) door de gemeente aangekocht om dat de behouden. Inmiddels is dit bos, net als grote andere delen van de gemeentelijke bossen, in 1994 overgedragen aan de Stichting Utrechts Landschap.
Ontwikkelingen en ambities Wat betreft het: ‘Bisonveld’ wordt dan aangegeven dat dit wordt opengesteld voor iedereen en bij uiteenlopende evenementen en activiteiten kan worden ingezet als locatie om te recreëren, te sporten en bewegen, etc.. Op zich bestaat hier tegen geen bezwaar, zij het wel dat het goed is, net als bij andere buitenlocaties op basis van een ‘locatiepaspoort’ te bezien wat wel en niet mogelijk is, waarbij dan niet alleen met ter plaatse aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie rekening zou moeten worden gehouden, maar ook met eventuele geluidsoverlast naar de omgeving.
Verder is deze locatie als eens als: ‘NME-Centrum’ in beeld geweest, dat als buitenlocatie van de Boswerf, dat ook aangezien die locatie op een in ecologische zin meer gevoelige locatie is gelegen en er ook relatief weinig ruimte is voor diverse activiteiten.
Ook wordt aangegeven dat men bestaande bedrijven (o.a. Bedrijvenpark Seyst) niet alleen wil behouden, maar waar mogelijk uitbreidingsruimte wil bieden, maar gezien de ligging
80 midden in de natuur/het NNN ziet de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. daarvoor geen mogelijkheden.
2.6.3.2 Buurt Kerkebosch en Hoge Dennen
Waarden De buurt wordt dan geafficheerd als een wijk die staat voor ‘natuurinclusief wonen’, waaraan bij de ontwikkeling ook veel aandacht is gegeven, waarvoor dus ook waardering, maar de bouw van de wijk is dus wel te koste gegaan van een aanzienlijke oppervlakte aan bos, waarvan deels ook bomen ouder dan 150 jaar.
2.6.3.3 Buurt Station Driebergen Zeist
Ontwikkelingen en ambities Hierbij wordt dan stilgestaan bij de ontwikkeling van de nieuwe kern ‘Rijnwijk’, hetgeen dan als een oplossing moet dienen voor de vraagstukken in Zeist, zoals de roep om middeldure woningen en bereikbare kantoorlocaties.
Zoals ook op meerdere plaatsen in het bovenstaande reeds aangegeven is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. geen tegenstander van een bepaalde transformatie van het bestaande stationsgebied, maar dan wel op basis van de eerder door de gemeenteraad in die zin vastgestelde: ‘Gebiedsvisie Stationsgebied Driebergen-Zeist (12N Stedenbouw, 2013)’, dus binnen de aldaar aanwezige ‘rode contouren’ en passend bij het landgoedkarakter van dit station. Maar dus wel tegen de bouw van een geheel nieuwe kern met 500 – 1500 woningen, hetgeen ongetwijfeld ten koste zal gaan van de hier aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhhistorie.
2.6.3.4 Buurt Brugakker ‘ Waarden Hierbij wordt dan aangegeven dat het naastgelegen weidegebied een belangrijke recreatieve waarde heeft, o.a. door wandelpaden, evenals dat die waarde in de toekomst versterkt kan worden.
Nu is met name dat weidegebied uitermate kwetsbaar voor recreatieve ontwikkeling, dat o.a. als functie binnen de hier gelegen ecologische corridor (zie in deze dus ook Bijlage 6: ‘Kaart natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zuid-West,. 2020)’), dus ziet de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. daarvoor geen verdere mogelijkheden. Bovendien is hiervoor indertijd met de visie: ‘Boeren, burgers en buitenlui (Utrechts Landschap, 2007)’ ook een
81 alternatief ontwikkeld, namelijk paden parallel aan de hier gelegen kwelsloot, dat teneinde het gebied wel te kunnen beleven, maar dan zonder een nadere verstoring.
2.6.3.5 Buurt Lyceumkwartier
Waarden Hierbij wordt dan terecht stilgestaan bij de: ‘Cultuurhistorische waarden’ van het Lyceumkwartier en de ook daarmede samenhangende ecologische waarden.
Toch zie je ook hier, net als in Bosch en Duin, vaak inbreidingen die ten koste van aanwezige waarden gaan. Ook in die zin zou het dus goed om te bezien, dat dan mede met als input van de door de wijk opgestelde ‘visie’, of hier geen algehele herziening van het thans vigerende bestemmingsplan nodig is teneinde aanwezige waarden ook echt adequaat te kunnen beschermen. Dat daarbij dan tevens rekening houdend met de mogelijkheden die vergunning vrij bouwen biedt.
2.6.3.6 Buurt Valkenbosch
Waarden Deze buurt herbergt inderdaad een aantal (meer) verborgen (cultuurhistorische en natuur) parels, zoals de ‘Dieptetuin’, maar bijvoorbeeld ook het tracé van de oude spoorlijn ZeistBilthoven. Gezien hun waarden zouden beiden moeten worden behouden.
2.6.3.7 Buurt Dijnselburg Hierbij wordt dan o.a. aangegeven dat voor met name het landgoed Dijnselburg een gebiedsvisie wordt opgesteld, evenals dat toekomstige ontwikkelingen zoveel mogelijk dienen aan te sluiten op wat de gebiedsvisie zal voorschrijven.
Zoals bij de gemeente bekend is dit proces stilgelegd, aangezien niet direct tussen alle betrokken consent over de gebiedsvisie kon worden bereikt. In die zin hecht de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. er toch aan, dat ook gezien de met eventuele ontwikkelingen in geding zijnde waarden, dat wordt bezien of alsnog het bereiken van consent mogelijk is (zie in deze overigens ook het document: ‘Kadernotitie Gebiedsvisie Dijnselburg (BRO, 2018)’.
2.6.3.8 Buurt Utrechtseweg Voor deze buurt is dan samen met ‘stakeholders’ zowel de: ‘Gebiedsvisie UtrechtsewegNoord (OKRA, 2017)’ opgesteld, als ook een nadere uitwerking van het zogenaamde: ‘Groene Raamwerk (Bureau Lubbers, 2021)’.
82
Teneinde hierbij bepaalde kwaliteiten ook daadwerkelijk te kunnen behouden en ook realiseren is het van belang zowel de ‘Gebiedsvisie’, als het: ‘Groene Raamwerk’ als leidraad voor toekomstige ontwikkelingen aan de houden.
2.6.3.9 Buurt Vollenhove
Ontwikkelingen en ambities Ook voor deze wijk is dan onder de titel: ‘Vollenhove vooruit’ een proces gestart om daaraan samen met diverse ‘stakeholders’, waaronder bewoners, op basis van een gebiedsvisie aan een integrale kwaliteitsimpuls te geven. Daartoe is inmiddels door de gemeenteraad het: ‘Parkplan Vollenhove - Opmaat naar de gebiedsvisie (URHAHN, 2021)’ vastgesteld.
Verder wordt dan stilgestaan bij het eventueel aanleggen van een (H)OV tussen het USP en Zeist (en dan door naar Amersfoort), hetgeen dan een impuls kan bieden voor een vernieuwing van Vollenhove en ook het Handelscentrum. Alhoewel de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus op een voorstander is van (hoogwaardig) openbaar vervoer, dat vanuit de noodzakelijke transitie naar meer duurzame vormen van vervoer, is zij wel van mening dat bij die keuze voor het soort (H)OV zeer zorgvuldig naar de ruimtelijke effecten dient te worden gekeken. Daarbij komt dat er feitelijk al langs de Universiteitsweg en de Utrechtsweg over vrijwel de gehele lengte een vrije busbaan aanwezig is, zodat het toch de vraag is wat een eventueel (H)OV daaraan dan nu nog kan toevoegen.
2.6.3.10
Buurt Driebergseweg
Ontwikkelingen en ambities Hierbij wordt dan o.a. de aandacht gegeven aan kwaliteiten ‘Stichtse Lustwarande’, waarvan het van belang is deze te behouden (zie in deze dus o.a. de: ‘Visie op de Stichtse Lustwarande (Provincie Utrecht, 2005)’)
Zoals ook in het voorgaande reeds aangegeven liggen hier toch ook kansen om tot een ecologische structuurversterking te komen (zie in deze dus o.a. ook Bijlage 6: ‘Kaart natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’).
83 2.6.3.11
Buurt Den Dolder-Noord
Ontwikkelingen en ambities Hierbij wordt o.a. stilgestaan bij de toekomstige herontwikkeling van de WA Hoeve, dat ook als deel van het Programma Hart van de Heuvelrug. Het zal duidelijk zijn voor zover daar natuur/bos dient te worden aangetast/gekapt dat de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. daar dan zeer kritisch tegenover staat (zie in deze dus ook de zienswijzen van de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake zowel het: ‘Ontwerp-bestemmingsplan WA Hoeve HOV en ZOV’, als ook het: ‘Ontwerp-bestemmingsplan WA Hoeve HMA’).
Hetzelfde geldt voor de ontwikkeling van het NS Den Dolder tot een regiopoort voor de recreatie, inclusief dus mogelijk ook een (H)OV naar Den Dolder.
Wel dus goed dat hier ook aandacht is voor de ecologische noord/zuid en ook oost.west corridors, waar nog steeds bepaalde opgaven liggen (zie in deze dus zowel de: ‘Structuurvisie Zeist schrijf je met Q’, ‘Visiekaart’, als bijvoorbeeld ook bijlage 5.A: ‘Visiekaart Biodiversiteitsvisie’).
2.6.3.12 Bosch en Duin Alhoewel hierbij ook al eerder en wel in het hoofdstuk m.b.t. afzonderlijke kernen is stilgestaan, wordt daar in dit hoofdstuk toch met name ook meer stilgestaan bij de inbreng vanuit de wijk/samenleving.
Zoals ook daar reeds aangeven zijn er in Bosch en Duin met name grote zorgen over de ruimte die er overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan wordt geboden aan de bouw van kolossale villa’s en gebouwen, o.a. in het kader van diverse er voorkomende zorginstellingen, hetgeen dan ten koste gaat van de voorkomende karakteristiek en groene kwaliteiten. In die zin zou het dan o.i. goed zijn nu eerst voor Bosch en Duin samen met betrokken een ruimtelijke visie uit te werken, uiteraard voor zover deze er nog niet is, en die visie dan ten grondslag te leggen aan een nieuw bestemmingsplan/omgevingsplan (vergelijk ook aanpak: ‘Bestemmingsplan Bilthoven-Noord 76). Dat daarbij dan tevens rekening dient te worden gehouden met de mogelijkheden die thans aan vergunningvrij bouwen worden geboden zal ook duidelijk zijn. Dat alles dus t.b.v. van het behoud van het bijzondere groene karakter.
Verder wordt dan stilgestaan bij de ‘Wegh der Weegen’ en de mogelijkheden deze tot transformeren tot de ‘Amersfoorse Lustwarande’. Zoals ook eerder al aangegeven, dat ook in haar zienswijze t.a.v. de ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’, zou het toch goed zijn als meer duidelijk wordt wat daarmede nu exact wordt beoogd en dat dus daardoor niet de deur wordt 76
Zie in deze dus met name ook: ‘Stedenbouwkundige visie Bilthoven-Noord (Royal Haskoning, 2013)’.
84 opengezet voor tal van nieuwe ‘rode ontwikkelingen’, zoals die m.b.t. het landgoed Dijnselburg.
2.6.3.13 Buurt Huis ter Heide Zoals inmiddels ook bij de gemeente bekend is deze kern/buurt in de ‘Green city challenge’ dan wat betreft de dorpen op de tweede plaats geëindigd. Daar zou dus iedereen trots op moeten zijn.
Anderzijds zijn er ook ontwikkelingen gaande die ook (deels) ten koste van aanwezige groene waarden zullen gaan. In het bijzonder gaat het dan om de ontwikkeling van een nieuwe woonkern ter hoogte van: ‘Huis ter Heide-Zuid’ en met name ook: ‘Huis ter HeideWest’. In ieder geval zou het goed zijn als met name t.a.v. ‘Huis ter Heide-West’ wordt bezien hoe hier ook echt een natuurinclusieve ontwikkeling kan plaatsvinden, dus met behoud van het hier aanwezige bos.
2.7 Waardenweger Wat betreft de gegeven ‘Waardenweger’ zou het dan toch goed zijn, zoals ook hiervoor al aangegeven, als toch een uitgebreider er op was ingegaan hoe deze dan moet gaan functioneren en hoe bepaalde waarden dan uiteindelijk gaan worden gewogen, dat niet alleen m.b.t. de verschillende waarden per score, dat zowel per buurt als voor Zeist als geheel, maar ook die tussen de buurt en die voor Zeist als geheel onderling. Evenals hoe daarbij dan tegen bepaalde ‘ambities’ wordt aangekeken. In ieder geval zou de: ‘Waardenweger’, die dan kennelijk (mede) is gebaseerd op het principe van het zogenaamde ‘Mengpaneel’, o.i. nog nader moeten worden uitgewerkt, zowel in kwalitatieve 77 en indien mogelijk/wenselijk in kwantitatieve zin 78.
Ook was het dus goed geweest als in die zin eveneens was stilgestaan bij de relatie met de ‘Omgevingstafel’ en bijvoorbeeld ook het: ‘Handvat participatie’, dat mede ook gezien de eisen die de omgevingswet aan participatie stelt en dat dan weer in relatie tot het amendement m.b.t. participatie dat in de Eerste kamer t.a.v. de: ‘Invoeringswet Omgevingswet’ is aangenomen. In ieder geval zou het dus goed zijn als bij de participatie in beginsel wordt uitgegaan met het bereiken van ‘consent’ waar in Zeist met ‘GONS’ al veel ervaring is opgedaan (zie in deze dus ook: ‘Notitie GONS-Werkwijze (Zeist, 2015)’).
2.8 Vervolg
77
Denk daarbij dan bijvoorbeeld aan een bepaalde prioritering, waarbij aan betekenis groen in Zeist, evenals vanuit het ‘Planet-deel’ van duurzame ontwikkeling, de hoogste prioriteit/waarde wordt toegekend. Dat dan ook vanuit het beginsel van ‘natuurinclusief ontwerpen’. 78 Denk daarbij bijvoorbeeld aan het kwantificeren van de (economische) waarden van het groen, zoals op basis van de ‘ecosysteemdiensten’ die deze met zich meebrengen (zie in deze dus o.a. ook de publicatie: ‘Natuurverkenning 2050 - Scenario Natuurinclusief (WUR, 2022)’ én bijvoorbeeld ook: Het geld groeit op onze Heuvelrug (Bade, T., 2005)’. Waarbij dan wel zij aangetekend dat de ‘intrinsieke waarde’ van de natuur natuurlijk in geld is uit te drukken.
85 2.8.1 Omgevingsplan Hierbij wordt dan stilgestaan bij het verschil tussen de omgevingsvisie en een omgevingsplan, waarbij de regels in een omgevingsplan dan kennelijk direct bindend zijn, maar de ambities zoals deze in de omgevingsvisie worden aangegeven, die dan de koers aangeven, dus kennelijk niet. Behalve dan als deze zouden worden doorvertaald in het omgevingsplan, althans zo heeft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. uit de in die zin in de omgevingsvisie gegeven toelichting begrepen.
Maar anderzijds is het toch zo dat een omgevingsvisie voor de gemeente wel degelijk ‘zelfbinden’ is.
In ieder geval goed te lezen dat men het omgevingsplan samen met de bevolking wil opstellen.
2.8.2 Programma’s Net als voor het rijk, de provincies, bestaat er dus voor de gemeente de mogelijkheid om de hetgeen in de: ‘Omgevingsvisie’ naar voren wordt gebracht uit te werken in programma’s. In ieder heeft de provincie Utrecht in die zin dus al verschillende programma’s vastgesteld.
2.8.3 Plan-MER Ook hier is in het voorgaande al uitgebreid stilgestaan. O.i. blijft het toch een gemiste kans, voor zover niet al wettelijk verplicht, dat de gemeente voor voorliggende: ‘OntwerpOmgevingsvisie’ geen: ‘Plan-MER’ heeft opgesteld, dat ook gezien de toch als zodanig opgenomen opties voor meerdere relatief grootschalig ontwikkelingen. Natuurlijk deze dienen nog nader te worden verkend of onderzocht, maar anderzijds kan het opstellen van een: ‘Plan-MER’ nu juist helpen de waarden die met bepaalde ontwikkelingen mogelijk in het geding zijn ook echt in kaart/beeld te brengen, evenals mogelijke alternatieven, teneinde zo ook echt bewuste en dus zorgvuldig afgewogen keuzen te kunnen maken.
2.8.4 Wat te doen bij een plan Hierbij wordt dan o.a. bij de participatie stilgestaan. Inmiddels is dan door de gemeente een: ‘Handvat Participatie’ vastgesteld, dus in ieder goed daar dan ook naar te verwijzen, ook al is dat o.i. zeer weinig specifiek m.b.t. ruimtelijke ontwikkelingen (zie in deze dus ook de: ‘Zienswijze Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake het ‘Rv Handvat participatie’).
3. Conclusie Zoals gesteld: wij staan voor vele en zeer grote uitdagingen, zowel m.b.t. de biodiversiteit als het klimaat.
86 Om echt in balans met de aarde te komen zullen wij nu wel echt door moeten pakken, waar wij dan allen samen onze schouders kunnen en moeten zetten. Doelen en ideeën zijn er volop, evenals de creativiteit om als mens tot co-creatie met de aarde en de natuur te komen, maar nu komt het gezien de urgentie op de uitvoering aan.