CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-Bijdrage RT SMZ Transitiestrategie Omgevingsplan 3-10-24

Ronde Tafel 3 oktober 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Transitiestrategie omgevingsplan Zeist 202444.221 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Nu is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. bij zowel het proces van het opstellen van de omgevingsvisie betrokken (geweest) van zowel de provincie Utrecht, als diverse gemeenten in de regio, zoals dat in de gemeenten Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug en in zekere zin ook Utrecht. Zowel door de provincie Utrecht, als binnen al die gemeenten is of wordt t.a.v. hun omgevingsvisie een uitbereid traject met de samenleving gevolgd, met ook diverse fasen. Zo heeft bijvoorbeeld de gemeente De Bilt eerst een : ‘Startnotie Omgevingsvisie De Bilt 2040 (De Bilt, 2020)’ door de gemeenteraad laten vaststellen met ook een soort van ‘Routemap’, met daarbij in diverse fasen de: ‘Week van de leefomgeving’ waarbij de bewoners zowel op het niveau van de gemeente als geheel als voor diverse kernen actief op basis van thema’s worden geconsulteerd. Hetzelfde geldt in vergelijkbare zin voor de gemeenten Bunnik en ook Utrechtse Heuvelrug. Ook hebben bijvoorbeeld de gemeente De Bilt en gemeente Utrechtse Heuvelrug een: ‘Plan-MER’ laten opstellen, dat al dan niet op basis van diverse scenario’s, teneinde ook een inzicht te hebben wat de eventuele gevolgen zijn van bepaalde scenario’s/keuzen.

14

Ook al wordt daaraan in de brief dan niet direct gerefereerd, waarschijnlijk gaat het daarbij dan om het toepassen van de zogenaamde: ‘Waardenweger’ (zie ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 6: ‘Waardenweger’, pag. 106.

20 In ieder geval zou het dus o.i. goed zijn als over een aantal thema’s alsnog een dialoog met de samenleving plaatsvindt, zoals m.b.t. de woningbehoefte, waarden/ambities natuur, landschap en cultuurhistorie, de leefomgevingskwaliteiten, de kaarten, evenals ook de: ‘Waardenweger’ (zie in deze dus ook: ‘Algemene zienswijze Stichting Beter Zeist op Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 6: ‘Voorstel voor verbeterde burgerparticipatie over de Omgevingsvisie voordat de Omgevingsvisie wordt vastgesteld’).

Plan-MER Dan heeft het College besloten t.b.v. de omgevingsvisie geen Plan-MER op te stellen, dat aangezien er geen nieuwe ontwikkelingen in de omgevingsvisie zijn opgenomen. Anderzijds worden in de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ op basis van een 11-tal ‘ontwikkelkansen’ waar Zeist voor staat dan een 9-tal ‘onderzoeksrichtingen’ aangegeven, onderzoeksrichtingen die ook zijn doorvertaald naar de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’.

Ook al was dat dan wettelijk niet verplicht, wat was er dan mooier geweest als men al die onderzoeksrichtingen nu juist in het kader van de voorliggende omgevingsvisie ook samen aan de orde had gesteld, dat inclusief het op basis van een: ‘Plan-MER’ in kaart brengen van de effecten, zodat in die zin uiteindelijk, juist ook gezien de met bepaalde voorstellen, ook al zijn deze dan voorlopig, gepaard gaande effecten, duidelijke keuzen te kunnen maken.

Daarbij komt dat als we dan de wettelijke kaders bezien, namelijk het: ‘Besluit MER’ en ook de Wet Natuurbescherming dat dan wat betreft het: ‘Besluit’ een Plan-Mer noodzakelijk is als het bij een activiteit gaat om een aangesloten gebied met meer dan 2.000 woningen, evenals als vanwege een bepaalde activiteit vanwege de Wet Natuurbescherming een zogenaamde: ‘Passende beoordeling’ nodig is, bijvoorbeeld vanwege de kans op aantasting van (nabijgelegen) Natura 2000-gebieden door stikstof.

Bezien we dan in dat kader de voorliggende: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ dan zie je dat daarin toch reeds, ook al worden die getallen dan daarin zelf niet genoemd, op een bepaalde woonbouwopgave wordt ingespeeld, namelijk een HOV USP-Zeist-Amersfoort met de mogelijke bouw van 0 - 5000 extra woningen in Zeist-Noord (zie in deze dus ook het: ‘IRP (Regio Utrecht, 2021)’), evenals de ontwikkeling van een nieuwe kern bij het Station Driebergen Zeist met 500 - 1500 extra woningen (zie eveneens het: ‘IRP (Regio Utrecht, 2021), dat dus naast de 2500 woningen die nog tot 2030 in de planning staan (zie in deze ook: ‘Projectenlijst Zeist 2021’), dus toch in totaal (maximaal) zo’n 9.000 woningen. Nu gaat het bij gegeven projecten veelal niet om een aangesloten gebied, maar gezien de totale omvang had o.i. het opstellen van een: ‘Plan-Mer’ toch voor de hand gelegen 15.

15

Overigens zou onder de Omgevingswet de zogenaamde D-lijst, waarin dan de drempels zijn aangegeven vervallen, maar dan nog blijft altijd een m.e.r.-beoordeling nodig (zie in deze overigens ook de factsheets:’Omgevingswet en milieueffectrapportage’ en ook: ‘Omgevingsvisie en milieueffectrapportage’).

21 Voor zover dan formeel het opstellen van een: ‘Plan-MER’ dan niet verplicht is, had het o.i. dan goed geweest dat in ieder geval een zogenaamde: ‘vormvrije m.e.r-beoordeling’ had plaatsgevonden.

Natuurlijk je kunt met opstellen van een: ‘Plan-MER’, hetgeen dus in beginsel m.b.t. het opstellen van omgevingsvisies wettelijk verplicht is, zoals het College voorstelt wachten tot de actualisatie van de omgevingsvisie in 2025, maar de vraag blijft dan toch welke betekenis dan in die zin aan de diverse voorstellen moet worden gehecht die nu al wel in de voorliggende: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ aan de orde worden gesteld, maar die niet verder in beeld worden gebracht en waarbij feitelijk ook geen echte keuzen worden gemaakt. Dat terwijl daarvan naar verwachting van zowel de realisatie van een HOV tussen het USP en Zeist (en dan verder in de richting van Amersfoort), inclusief ook de bouw van 0 - 5000 woningen, evenals ook van de ontwikkeling van een nieuwe woonkern nabij het Station Driebergen Zeist (met 500 - 1500 extra woningen), wel degelijk naar verwachting significante effecten op waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie zullen uitgaan, waarbij dat bij het HOV natuurlijk wel ook afhankelijk is van de tracékeuze.

Een groot voordeel van het opstellen van een: ‘Plan-MER’ is natuurlijk dat dan niet alleen de milieueffecten in beeld worden gebracht, maar meteen ook mogelijke alternatieven, inclusief eventueel (desgewenst) meerdere scenario’s (vergelijk o.a. ook aanpak gemeente De Bilt in het kader van haar omgevingsvisie), waardoor uiteindelijk ook zorgvuldig afgewogen besluiten kunnen worden genomen. Ook kan daardoor een beter inzicht in de zogenaamde ‘referentiesituatie’ ontstaan 16.

Bij het opstellen van een dergelijke: ‘Plan-MER’ zou het dan mooi zijn als het zogenaamde : ‘Rad van de Leefomgeving’ daarbij dan als basis wordt gebruikt, waarbij ook kan worden ingespeeld op de diverse thema’s die t.a.v. van een duurzame ontwikkeling aan de orde zijn, dat op basis van de zogenaamde: ‘Lagenbenadering’ (zie in deze ook onderstaande fig. : ‘Rad van de Leefomgeving’) 17.

16

Teneinde een beeld te krijgen van de huidige situatie is door diverse gemeenten dan een ‘Basisverkenning/Atlas’ opgesteld, zoals door de gemeenten De Bilt (zie ook het document: ‘Atlas van de De Bilt – Bouwstenen voor de Omgevingsvisie’ en Bunnik (zie ook het document: ‘Atlas Bunnik 2040’).. 17 Dat: ‘Rad van de Leefomgeving’ is dan de basis geweest voor o.a. het opstellen van de ‘PlanMER/Leefomgevingstoets’ voor zowel de ‘Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (Min BZ en Koninkrijksrelaties, 2020)’, als bijvoorbeeld ook de: ‘Omgevingsvisie Zuid Holland (Provincie ZuidHolland, 2019)’).

22

Fig.: Rad van de Leefomgeving

Conclusie Kortom, het zou o.i. toch goed zijn als er t.a.v. diverse thema’s, zoals m.b.t. het wonen, de natuur en het landschap, de kaarten, evenals m.b.t. toekomstvisie van Zeist als geheel en ook de afzonderlijke kernen, inclusief de ‘ambities/uitgangspunten’ en ook de afweging van belangen, dat ook i.r.t. de: ‘Waardenweger’ alsnog echte dialogen met de samenleving plaatsvinden, alvorens de omgevingsvisie wordt vastgesteld.

Verder had het gezien diverse voornemens/voorstellen o.i. toch voor de hand gelegen, net als dat bij de andere gemeenten het geval is, als een: ‘Plan-MER’ was opgesteld, inclusief eventueel diverse scenario’s/varianten, zodat daarin wat betreft de milieueffecten, dat ook i.r.t. tot de zogenaamde ‘referentiesituatie’, evenals mogelijke alternatieven, ook een bepaald inzicht kan ontstaan, alvorens de daadwerkelijke keuzen worden gemaakt.

2. Inhoudelijke aspecten Hierbij zal dan in inhoudelijke zin bij de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ worden stilgestaan, dat ook in relatie tot de uitdagingen waar we als samenleving met zijn allen voor staan, zoals de biodiversiteit- en ook de klimaatcrisis.

2.1 Inleiding In de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist’ wordt dan na een korte inleiding (zie dus ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 1: ‘Inleiding’) eerst de context is aangegeven (zie dus ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 2: ‘Context’), waarna de waarden of het DNA

23 van Zeist als geheel worden geschetst, dat op basis van hetgeen bij (regionale) ‘stakeholders’ is opgehaald en i.r.t. beschikbare bronnen 18, evenals wordt ook (kort) een beeld gegeven van het 11-tal ‘Ontwikkelkansen’ en ook het 9-tal ‘Onderzoeksrichtingen’ zoals deze uit de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ voortkomen (zie dus ook de: ‘OntwerpOmgevingsvisie’, Hoofdstuk 3: ‘Waar gaan we voor’). Vervolgens worden dan themagewijs de opgaven aan de orde gesteld, zoals die m.b.t. wonen, de economie, mobiliteit, de gezondheid, het groen, de energieopgave, etc., evenals de dilemma’s en toekomstkeuzen (zie ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 4: ‘Opgaven van Zeist’). Verder wordt op basis van de in die zin in de samenleving opgehaalde bevindingen een beeld gegeven van de: ‘Waarden per gebied’ (zie ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 5: ‘Waarden per gebied’). Dan wordt de zogenaamde: ‘Waardenweger’ aan de orde wordt gesteld, waaraan dan in instrumentele zin een belangrijke betekenis wordt toegekend teneinde bij initiatieven vanuit de samenleving een zorgvuldige afweging te kunnen maken t.a.v. van de ‘waarden’ zoals deze daarbij aan de orde zijn en die als zodanig dan in het voorgaande hoofdstukken voor zowel Zeist als geheel als per Kern/Buurt zijn beschreven (zie in deze dus de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 6 ‘Waardenbweger’).

Tenslotte wordt stilgestaan bij de vervolg en de uitvoering (zie dus ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 7: ‘Vervolg en uitvoering’).

Uiteindelijk zal de: ‘Omgevingsvisie Zeist’ dan op basis van een aantal kaartlagen de basis zijn voor de toekomstige ontwikkeling van Zeist, dat op basis van het zogenaamde ‘Ja, Mitsprincipe’, waardoor deze ook wel als de: ‘Ruimtekaart van Zeist’ wordt gepresenteerd (zie dus ook de website: www.ruimtekaartzeist.nl).

In de bij de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist’ gegeven: ‘Infographic’ wordt dan een beeld gegeven van die omgevingsvisie en wat dat dan betekent voor initiatiefnemers en ook burgers/inwoners.

In de zienswijze van de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zal eerst bij het: ‘Wettelijke kader’ van de omgevingsvisie worden stilgestaan, vervolgens bij haar reacties op diverse plannen zoals deze mede in relatie staan tot de voorliggende omgevingsvisie, zoals het: ‘IRP’, de: ‘Propositie’, etc., alvorens een meer algemene reactie op de voorliggende: ‘OntwerpOmgevingsvisie Zeist’ zal worden gegeven. Vervolgens zal dan bij de achtereenvolgende hoofdstukken van omgevingsvisie worden stilgestaan, zoals dat m.b.t. de waarden voor Zeist in het algemeen, dat m.b.t. de ‘opgaven’ die dan themagewijs aan de orde worden gesteld, waarna bij de waarden per gebied zal worden stilgestaan, dat mede ook i.r.t. tot de uit de samenleving in die zin opgehaalde waarden. Uiteindelijk zal dan de: ‘Waardenweger’ aan de orde worden gesteld, evenals worden stilgestaan bij het vervolg.

18

Althans leidt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat uit de in die zin in de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ op de betreffende: ‘Waardeoriëntatie’ gegeven nadere toelichting af (zie in deze dus ook de: ‘OntwerpOmgevingsvisie’, Hoofdstuk 2.B: ‘Totstandkoming’ en dan onder het hoofdje: ‘Waardeoriëntatie’), zij het dat de betreffende waarden feitelijk ook al als zodanig zijn beschreven in de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ (zie in deze dus ook de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’, Hoofdstuk 2: ‘Wat maakt Zeist uniek’)

24 2.2 Wettelijk kader In de: ‘Omgevingswet’, Art. 2.1, lid 1, wordt dan een uiteenzetting gegeven waaraan een omgevingsvisie dient te voldoen, of deze nu op het niveau van het rijk, de provincie of de gemeente wordt opgesteld. Daarbij gaat het dan om het volgende aspecten, dat mede voor de uitvoering van taken en bevoegdheden (zie in deze dus ook de: ‘Omgevingswet’, Art, 2.1, lid 1): a. een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; b. de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied; c. de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Met name aan de: ‘hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkeling(en)’ en ook de: ‘hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid’ dient dan o.i, dat dus naast een: ‘beschrijving van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving’, een bijzondere betekenis te worden toegekend. Juist het geven van een duidelijk integraal (en dus ook afgewogen) beeld van de toekomstige ontwikkelingen zoals je die voor een bepaalde gemeente voor je ziet, zoals in het voorkomende geval dus Zeist, kan o.i. nu juist ook als een belangrijke meerwaarde van de invoering van de nieuwe omgevingswet worden gezien.

2.3 Relatie tot IRP, RES, Propositie, Maaltijd van Zeist, Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist’, etc.. Zoals ook hiervoor onder het hoofdstuk 1: ‘Planproces’ reeds aangegeven kan de voorliggende:‘Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist’ niet geheel los worden gezien van diverse processen die zowel op hoger schaalniveau reeds lopen, zoals die m.b.t. de: Nationale Omgevingsvisie (NOVI (Min BZ en Koninkrijksrelaties, 2020)’, de ‘Provinciale Omgevingsvisie Provincie Utrecht (POVI) (Provincie Utrecht, 2021)’, het: ‘IntegraalRuimtelijk Perespectief (IRP) (Regio Utrecht, 2021)’ en ook de: ‘Regionale Energie Strategie (RES)’. In de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ heeft de gemeente Zeist dan haar positie t.a.v. de ontwikkelingen in de Regio bepaald. Ook op locaal niveau zijn de afgelopen periode diverse beleidsdocumenten vastgesteld die (in zekere zin) als (een soort van) bouwstenen voor de omgevingsvisie kunnen worden gezien, zoals die m.b.t. de: ‘Maaltijd van Zeist (1 en 2)’, de: ‘Woonvisie’, de: ‘Mobiliteitsvisie’, de: ‘Biodiversiteitsvisie’, etc.. Dan lopen er (logischerwijs) ook bij diverse buurgemeenten de processen om tot een omgevingsvisie te komen, of hebben zij deze inmiddels vastgesteld, zoals bij de gemeenten Soest 19 en Utrecht 20 het geval is.

Voor zover relevant leek het de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. toch goed bij bepaalde plannen/visies nog kort stil te staan, althans voor zij dat voor de omgevingsvisie van Zeist van belang acht, alvorens op de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist’ zelf in te gaan 21.

19

Zie ook de: ‘Omgevingsvisie Soest (Soest, 2022)’. Voor Utrecht als geheel gaat het dan om diverse documenten, waarbij in ruimtelijke zin dan met name de: ‘Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) (Utrecht, 2021)’ relevant moet worden geacht. Wel is zo dat voor diverse deelgebieden er dan aparte omgevingsvisies worden vastgesteld, zoals o.a. voor het USP waarvoor inmiddels een: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie USP’ ter inzage heeft gelegen en hetgeen thans in de besluitvormende fase is aangeland. 21 In een eerdere fase zijn door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zowel zienswijzen ingebracht op de: ‘NOVI’ als de: ‘POVI, evenals heeft zij in het kader van de omgevingsvisies van de aan Zeist 20

25

Integraal Ruimtelijk Perspectief (Regio Utrecht, 2021) In het: ‘IRP’ wordt dan een beeld geschetst van de toekomstig ontwikkeling van de Regio Utrecht. Met name gezien de woningbouwopgave waarbij daarvan wordt uitgegaan, namelijk van de bouw van 104.000 tot 125.000 woningen extra tot 2040, evenals de groei van het aantal arbeidsplaatsen, namelijk van 80.000 arbeidsplaatsen, heeft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich hier gezien de daarmede gepaard gaande gevolgen voor met name aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie (zie in deze overigens met name ook de: ‘Plan-MER Omgevingsvisie Provincie Utrecht (TAUW, 2021)’) vanaf het begin kritisch tegenover gesteld. Wel is het zo dat mede op basis van de inbreng vanuit de diverse gemeenteraden alsnog een beeld is gegeven van de groene kwaliteiten, evenals hoe deze zouden kunnen worden versterkt, zodat in die zin wel een meer integraal toekomstbeeld is ontstaan 22.

Voor een reactie op het: ‘IRP’ vanuit de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. kan dan worden verwezen naar Bijlage 1: ‘Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake het ‘IRP’’.

RES Naast het: ‘IRP’ speelt m.b.t. de energietransitie op het regionale niveau de zogenaamde: ‘Regionale Energiestrategie Regio Utrecht (RES)’. Binnen dat kader zijn op basis van daartoe gegeven analyses o.a. de zoekgebieden aangegeven m.b.t. zonnevelden en ook wind. Dat teneinde binnen de Regio te kunnen voldoen aan het tot 2030 gestelde doel om 1.8 THw te kunnen opwekken.

Propositie Zeist In de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ wordt dan door de gemeente Zeist haar positie binnen de Regio Utrecht aangegeven, waarbij dan op basis van een 11-tal: ‘ontwikkelkansen’ een 9-tal: ‘onderzoeksrichtingen’ aan de orde worden gesteld.

Alhoewel daar ook een aantal ‘ontwikkelkansen’ en ook ‘onderzoeksrichtingen’ worden aangegeven, die de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. vanuit het perspectief van een duurzame ontwikkeling van Zeist van harte kan ondersteunen, zoals een nader onderzoek om tot een: ‘Natuurrobuust en duurzaam Kromme Rijngebied’ te komen, staat zij daarentegen ook kritisch tegenover bepaalde daarin eveneens aangekondigde ‘ontwikkelkansen’ en met name ook ‘onderzoeksrichtingen’ die naar verwachting met een grote impact op de leefomgeving gepaard gaan, zoals het ‘doortrekken van de Waterlinielijn/tram vanuit het USP via Zeist(-Noord) naar Amersfoort’, inclusief ook de mogelijke ontwikkeling van 0 – grenzende gemeenten, zoals Bunnik, De Bilt, Soest, Utrecht en ook Utrechtse Heuvelrug, hetzij zienswijzen op de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisies’ ingediend (Soest en Utrecht), hetzij is zij op een of andere wijze betrokken bij de in die zin nog lopende processen om tot een omgevingsvisie te kunnen komen (Bunnik, De Bilt en Utrechtse Heuvelrug). 22 Zie in deze dus o.a. het document: ‘Ontwikkelbeeld Groen en Landschap (BVR, 2019)’

26 5.000 woningen (zie in deze dus ook het: ‘IRP’), evenals de ‘mogelijke ontwikkeling van een nieuwe kern (met 500 – 1500 woningen) nabij het Station Driebergen-Zeist’.

Voor een meer uitgebreide reactie vanuit de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. op de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ kan dan worden verwezen naar de inspraakreactie zoals zij die ten tijde van de behandeling van het betreffende raadsvoorstel in de Commissie Ruimte heeft gegeven (zie dus ook Bijlage 2: ‘Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist inzake Propositie Zeist’).

Maaltijd van Zeist 2.0 Teneinde de bevolking van Zeist ook echt meer actief bij de toekomstige ontwikkeling van de gemeente te betrekken heeft Zeist dan tot twee keer toe het proces van de: ‘Maaltijd van Zeist’ doorlopen. M.b.t. de tweede maaltijd van Zeist heeft dat dan tot het: ‘Toekomstboek Maaltijd van Zeist (Zeist, 2018)’ geleid.

In het kader van de: ‘Maaltijd van Zeist 2.0’ is daar toen ook door een aantal maatschappelijke organisaties van Zeist, waaronder de Stichting Milieuzorg Zeist e.o., het: ‘Manifest Toekomst van Zeist’ ingebracht (zie in deze ook Bijlage 3: ‘Manifest Toekomst van Zeist (SBZ et al, 2019)’).

Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist/Beleidsnotitie Duurzame opwek in Zeist In de: ‘Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist (Zeist, 2019)’ wordt dan de route uitgestippeld voor Zeist om in 2050 of zoveel eerder als mogelijk energieneutraal te zijn. Een en ander is dan wat betreft het opwekken van duurzame energie in het buitengebied op basis van zon(nevelden) en wind nader uitgewerkt in de: ‘Beleidsnotitie Duurzame opwek in Zeist (Zeist, 2021)’. Daarbij wordt dan met name het gebied tussen de A-12 en het spoor kansrijk geacht voor het opwekken van zowel zon als wind. Daartoe heeft inmiddels een nadere verkenning plaatsgevonden (zie in deze ook het rapport: ‘A12-Spoorzone – Rapportage informatiefase (ROM3D, 2021)’. Op basis van de betreffende rapportage, alsmede de uitkomsten van het in die zin verrichtte nadere geluidsonderzoek, dat ook i.r.t. de onzekerheden m.b.t. bepaalde afstandnormen gezien de uitspraken van de Raad van State n.a..v het zogenaamde Nevele-arrest, evenals het op dit moment niet tot nauwelijks nog beschikbaar zijn van capaciteit op het net, heeft de gemeenteraad dan besloten het verdere proces in ieder geval tot 2025, dus tot de: ‘RES 3.0’, te willen aanhouden.

2.4 Algemene visie toekomst Zeist i.r.t. de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’

Kernvraag: Visie òf (toetsings)kader voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen Alhoewel dan de: ‘Ontwerp-Omgevings Zeist’ in het Hoofdstuk 2A: ‘Betekenis Zeister Omgevingsvisie’ wordt uiteengezet wat de betekenis is van de: ‘Eerste Zeister

27 Omgevingsvisie’, dat ook nog begeleid door een: ‘Infographic’ heeft het de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. eerlijk gezegd toch enige tijd gekost om de betekenis van de: ‘Eerste Zeister Omgevingsvisie’ ook echt te kunnen doorgronden, voor zover dat op dit moment al het geval is.

Voor zover zij dat begrijpt wordt dus eerst in hoofdstuk 3: ‘Waar gaan we voor’ aan de hand van diverse bronnen en ook informatie van bepaalde ‘stakeholders’ een beeld geschetst van de waarden die Zeist op het niveau van de gemeente als geheel van belang acht, zoals die t.a.v. het: ‘Groen - Natuur- en Parkinclusief’, de: ‘Cultuur en historie - De allure van Zeist’, de Identiteit - Verscheidenheid aan woon- en leefgebieden’, ‘Zorgzaam in een inclusieve samenleving’, ‘Dorpse waarden met stadse allure en ‘Duurzaam’. Voor zover mogelijk worden die waarden dan op basis van afzonderlijke kaarten in beeld gebracht, die overigens zeer slecht leesbaar zijn, maar dat terzijde 23. Daarbij valt het dan tevens overigens op ook al heet het betreffende hoofdstuk dan ‘Waar gaan we voor?’ dat met name op de betreffende kaarten niet zozeer bepaalde ambities worden aangegeven, aangezien deze dan met name in de volgende hoofdstukken aan de orde worden gesteld, maar feitelijk meer een overzicht van de bestaande situatie wordt gegeven.

Dan wordt tevens in het Hoofdstuk 3: ‘Waar gaan we voor’ een overzicht gegeven van het 11-tal ‘ontwikkelkansen’ en ook het 9-tal ‘onderzoeksrichtingen’ zoals deze in de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ aan de orde worden gesteld Vervolgens wordt dan in Hoofdstuk 4: “Opgaven van Zeist’ themagewijs de ‘opgaven’ waarvoor Zeist zich ziet geplaatst in beeld gebracht, evenals de ‘dilemma’s en toekomstkeuzen’. In Hoofdstuk 5: ‘Waarden per gebied’ worden dan de waarden van de als zodanig onderscheiden afzonderlijke gebieden beschreven, dat aan de hand van de inbreng van de samenleving, zowel van de natuurgebieden (A), de kernen van Zeist (B) en ook de buurten van Zeist (C). Tenslotte komt dan in Hoofdstuk 6: ‘Waardenweger’ aan de orde.

Voor zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat goed heeft begrepen zit dan in de: ‘Waardenweger’ de echte kern, namelijk dat als een initiatiefnemer met een plan komt, deze dan op basis van die waardenweger, dat mede op basis van een (bepaald) participatieproces met de samenleving, zoals bijvoorbeeld in het kader van een ‘Omgevingstafel’ 24, de ‘scores’ ten aanzien van bepaalde waarden in beeld brengt, zowel t.a.v. de waarden voor de gemeente als geheel als wat betreft de betrokken gebied/kern/buurt, waarna er door het College, althans voor zover de gemeenteraad een bepaalde besluitvorming niet aan zichzelf heeft gehouden 25, op basis die ‘scores’ dan wordt bepaald of een initiatief al dan niet kan doorgaan. Dat dan vanuit het ‘Ja, mits-principe’, dus of een bepaald initiatief al dan niet een bepaalde ‘waarde’ toevoegt aan de ‘waarden van Zeist als geheel’ (zie dus ook hetgeen daartoe in hoofdstuk 3: ‘Waar gaan we voor?’ en in 23

Overigens zijn dus wel (alsnog) op de website van de gemeente (afbeeldingen) van losse kaarten geplaatst, die dan gelukkig wel duidelijk leesbaar zijn. 24 Zie in deze dus ook het zogenaamde: ‘Handvat Participatie’. 25 Zie in deze dus ook het: ‘Rv Adviesrecht Omgevingsvisie’.

28 zekere zin ook Hoofdstuk 4: ‘Opgaven van Zeist’), evenals de ‘waarden van een bepaald gebied’ (zie in deze dus dan met name ook Hoofdstuk 5: ’Waarden per gebied’).

Bezien we dan vanuit het geschetste perspectief de: ‘Eerste Zeister Omgevingsvisie’, althans voor zover de betreffende interpretatie juist is, dan kan de gegeven omgevingsvisie o.i. dus niet zozeer als een visie voor de toekomst van Zeist worden gezien, maar eerder toch als een soort van ‘onderlegger’ om toekomstige initiatieven te toetsen, dat dus op basis in die zin gegeven diverse themagewijze kaarten en bijbehorende beschrijvingen op het niveau van Zeist als geheel, evenals die per afzonderlijk gebied. Als dat klopt moet dan o.i. toch als een gemiste kans worden gezien, evenals kan dan de vraag worden gesteld of daarmede wel in wettelijke zin aan de voorwaarden wordt voldaan aan die overeenkomstig de Omgevingswet aan omgevingsvisies wordt gesteld, namelijk (zie in deze dus wederom de: ‘Omgevingswet’, Art, 2.1, lid 1): a. een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; b. de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied; c. de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid.

Meer in het bijzonder is de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dus betrokken geweest bij diverse omgevingsvisies, zowel die vanuit het rijk, de provincie, de regio, als de diverse gemeenten binnen de regio. Bij de totstandkoming van die omgevingsvisies werd dan vaak toch eerst de ‘koers’ bepaald, alvorens die koers dan leidde tot een omgevingsvisie, waarbij dan ook echt de toekomstige visie centraal stond, dus het m.b.t. het grondgebied van de betreffende overheden t.a.v. de toekomst te voeren integrale beleid, inclusief ook bijbehorende integrale visiekaart (vergelijk in deze dus bijvoorbeeld ook de: ‘Structuurvisie Zeist schrijf je met een Q’, ‘Visiekaart’).

Natuurlijk er wordt in de: ’Eerste Zeister Omgevingsvisie’ themagewijs een beeld gegeven van de waarden van Zeist als geheel en ook voor de als zodanig onderscheiden gebieden, evenals van de diverse opgaven en ontwikkelkansen zoals de gemeente die ziet én ook t.a.v. bepaalde thema’s en gebieden bepaalde ‘ambities’ en ook ‘uitgangspunten’, maar de kernvraag is o.i. dan toch of je dan zo ook echt de beschikking hebt over het integrale beleid, dus een ‘integrale visie’ waar Zeist in de toekomst naar toe wil, inclusief ook een ‘integrale visiekaart 26’, dat ook gezien de grote uitdagingen/opgaven waar we met zijn allen en overigens niet alleen Zeist voor staan, zoals die m.b.t. het klimaat en de biodiversiteit?

Visie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. t.a.v. duurzame ontwikkeling aarde en ook Zeist

26

Weliswaar zijn in de Omgevingsvisie van Zeist een aantal themagewijze kaarten opgenomen, inclusief die m.b.t. ontwikkelingen, die dan samen kennelijk de: ‘Ruimtekaart Zeist’ vormen, maar daarmede heb je o.i. nog geen echte visiekaart (vergelijk in deze dus wederom de: ‘Structuurvisie Zeist schrijf je met een Q’, ‘Visiekaart’). Wel is dan in de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ een dergelijke visiekaart opgenomen (zie dus ook de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2012)’, Kaart op pag. 54-55, maar kennelijk heeft de gemeente toch besloten om voor haar moverende redenen deze niet direct op te nemen in de voorliggende: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’.

29

Algemeen Zoals ook al meerdere keren in het inspraakreacties in de gemeenteraad t.a.v. diverse beleidsdocumenten, etc., door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. naar voren gebracht staan we op de schaal van de aarde/wereld als geheel voor grote opgaven, zoals die m.b.t. zowel het klimaat (zie in deze ook de diverse rapporten van het IPCC 27), als de biodiversiteit (zie ook diverse rapporten van het IPBES 28). Eigenlijk komt dat erop neer dat met name ook in de westerse samenleving de draagkracht van de aarde nu 3.5 keer wordt overschreden (zie in deze ook diverse: ‘Living Planet Reports’ van het WWF/WNF), dat met grote gevolgen voor de leefomgeving, niet alleen voor planten en dieren, maar ook voor de mens zelf 29.

Juist om een beter beeld te krijgen van de grenzen die de aarde aan ontwikkelingen stelt wordt daar al enige tijd onderzoek naar gedaan en wel naar de zogenaamde: ‘Planetary boudaries’. Dat onderzoek maakt dan duidelijk dat met name m.b.t. de biodiversiteit, maar ook m.b.t. klimaat én het gebruik van nutriënten die grenzen thans al (ver) worden overschreden (zie in deze dus ook onderstaande fig.: ‘Planetary boundaries (Rockstrom, J., 2009)’).

Fig.: Planetary boundaries (naar Rockstrom, J., 2009)

Mede op basis van het concept van de: ‘Planetary boudaries’ is door de econome Kate Raworth in 2016 het model van de: ‘Doughnut economics’ gelanceerd. Overeenkomstig dat 27

Zie o.a. ook het rapport: ‘Climate Change 2021 – The physical science basis (IPCC, 2021)’. Zie o.a. ook het rapport: ‘Global assesment report on biodiversity and ecosystem services (IPBESS, 2019)’. 29 Zie in deze o.a. de publicatie: ‘Future of the human climate niche (XU, C, et al, 2019). 28

30 model wordt enerzijds rekening gehouden met de grenzen die de aarde/natuur aan ontwikkelingen stelt en anderzijds ook met de minimale behoeften van de mens (zie onderstaande fig.: ‘Model Doughnut economics (Raworth, K., 2016)’). Inmiddels is dat model ook door onder andere Amsterdam omarmd als perspectief voor een duurzame ontwikkeling van de stad 30.

Fig: Model Doughnut economics (Raworth, K., 2016)

Het is duidelijk dat wij echt anders zullen moeten gaan leven met respect voor de natuur en de daarin voorkomende ecosystemen. We zullen de neergaande curve van de achteruitgang van de natuur moeten ombuigen in een positieve curve door al ons handelen als mens daar op af te stemmen (zie ook het volgende fig.: ‘Bending the curve (IIASA, 2020)’). Dat door veel meer ‘natuurinclusief’ te gaan denken en doen, dus holistisch i.p.v. reductionistisch.

30

Zie ook de publicatie: ‘The Amsterdam City Doughnut - A Tool For Transformative Action (Amsterdam, 2020)’)

31

Fig.: Bending the curve (IIASA, 2020)

Inmiddels worden op alle overheidsniveaus de uitdagingen waar wij allemaal voor staan ook geagendeerd. Zo stelt de VN met haar: ‘17 Sustainable Development Goals (SDG’s)’ duurzame ontwikkeling nu ook echt centraal en met het programma: ‘Harmony with Nature’ ook het leven in harmonie met en respect voor de natuur 31. Verder werkt ook de Europese Commissie met de: ‘Green Deal’ aan een duurzame toekomst voor Europa, inclusief bijzondere aandacht voor het klimaat en ook de transformatie naar een circulaire economie 32. Daarnaast staat in Europa met de: ‘Biodiversiteitstrategie 2030’ ook het stoppen van de achteruitgang van de biodiversiteit hoog op de agenda, dat met o.a. als doelstelling 30 % van het land en wateroppervlak primair voor natuur aan te wijzen. Uiteindelijk zal dit alles ook de gezondheid van de mens, waarin eveneens overeenkomstig de omgevingswet een belangrijke betekenis wordt toegekend, ten goede komen 33.

Nederland Ook wat betreft het op orde krijgen van het milieu, dus milieucondities, liep Nederland indertijd voorop, met publicaties als: ‘Zorgen voor morgen (RIVM, 1988)’, het: ‘Nationale Milieubeleidsplan (VROM, 1989)’, etc., maar die aandacht is toch in de loop van de tijd steeds meer op de achtergrond geraakt. Pas door diverse, meer recente juridische procedures, denk hierbij aan de zaak van Mobilisation on the environment (MOB) i.v.m. de stikstofproblematiek (m.b.t. de zogenaamde ‘Programmatische Aanpak Stikstof (PAS)’), de zaak van Urgenda (tegen de Nederlandse Staat) en de zaak van Milieudefensie (tegen Shell) m.b.t. klimaatproblematiek, is in Nederland weer een bepaalde ‘sense of urgency’ ontstaan. Dit heeft zich tot nu toe helaas 31

Zie in deze dus o.a. ook het document: ‘Making peace with Nature (UNEP, 2021)’. Zie in deze ook de: ‘Green Dela (EU, 2021)’. 33 Zie in deze dus o.a. ook de publicatie: ‘Green and blue spaces and Mental Health (WHO, 2021)’, naast bijvoorbeeld de factsheet: ‘Natuur en gezondheid (IVN, 2013)’. 32

32 nog niet tot nauwelijks vertaald in politieke daadkracht, zij het dat er in het nieuwe kabinet nu wel een aparte minister is voor Klimaat en energie en ook voor Natuur en stikstof.

Wel wordt met name in de: ‘Nationale Omgevingsvisie (NOVI) (Min BZ & Koninkrijksrelaties, 2019)’ bijzondere aandacht gegeven aan duurzame ontwikkeling en dan in het bijzonder ook aan de: ’17 Sustainable Development Goals (SDG’s)’ die toch als een leidraad door de hele ‘NOVI’ heen lopen 34.

Wat betreft het stoppen van de achteruitgang van de biodiversiteit is daar met name door de Wageningen Universiteit met de visie: ‘Een natuurlijker toekomst voor Nederland in 2120 (WUR, 2019)’ dan een eerste integrale aanzet toe gegeven, dus inclusief ook de transitie naar een samenleving die klimaatneutraal is ingericht.

Intermezzo: Nederland Natuurinclusief In de scenariostudie: ‘Natuurverkenning 2050 - Scenario Natuurinclusief (WUR, 2022)’ wordt dan een nader beeld gegeven wat het betekent als Nederland gezien de diverse opgaven waar we voor staan ook echt voor een natuurinclusieve inrichting van Nederland van Nederland zouden kiezen. Meer in het bijzonder is dan aangegeven wat dat voor de zogenaamde: ‘ecosysteemdiensten’ betekent (vergelijk ook het principe van het: ‘Globaal Ecologisch Model (Van der Maarel, E., 1978)’). Duidelijk wordt dat door de keuze voor een dergelijk scenario we een aantal van de opgaven waar we met zijn allen voor staan het hoofd kunnen bieden, maar dat er vaak nog wel aanvullende maatregelen nodig zijn om ook echt bepaalde doelen, zoals die m.b.t. het klimaat, maar ook de biodiversiteit (denk aan o.a. de doelen m.b.t. de: ‘Natura 2000-gebieden’) te kunnen halen. Verder dat als dit de richting/koers is welke wij als samenleving na willen streven, hetgeen op basis van de diverse crisissen waar wij voor staan evident lijkt, dat wij dan voor grote ‘transitieopgaven’ staan die wij dan wel ook echt met zijn allen samen zullen moeten oppakken. Daarbij gaat het dan o.a.

om een transitie van de landbouw die natuurinclusief en (dus) circulair is, waarbij wij met zijn allen toch een eerlijke prijs voor onze voedingsproducten zullen moeten gaan betalen, dus inclusief de natuurwaarden die dat voor de aarde als geheel en daarmede ook voor ons allen oplevert. Teneinde een en ander te versnellen, zullen we ook aan o.a.: ‘true pricing’ van producten moeten gaan denken, dat dus op basis van de gehele levenscyclus van een bepaald product hetgeen ook wel als de: ‘Levens Cyclus Analyse (LCA)’ wordt

34

Zie ook de: Nationale Omgevingsvisie (Min BZ & Koninkrijksrelaties, 2020)’, Hoofdstuk 3.2: ‘Nationale belangen’ en dan onder nationaal belang 1: ‘Bevorderen van duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving.

33

In die zin leeft dus in Nederland gelukkig de aandacht voor natuur en biodiversiteit nu weer op, zowel op het beleidsniveau 35, als door diverse maatschappelijke initiatieven, zoals dat m..b.t. het: ‘Deltaplan Biodiversiteitsherstel’. En meer recent is er het initiatief van met name de Vogelbescherming om in Nederland minimaal tot een: ‘Basiskwaliteit Natuur’ te komen.

Naast een geheel andere inrichting van Nederland en dus ook het gebruik van de ruimte, dat om in die zin ook echt tot een: ‘Natuurinclusief Nederland ’te kunnen komen, zal dus ook de klimaatproblematiek ook echt moeten worden opgepakt en dat op verschillende niveaus. In het: ‘Klimaatakkoord 2018’ is daar dan een belangrijke aanzet toe gegeven.

Mede in verband met de klimaatproblematiek, maar ook wat betreft het terugdringen van gebruik van grondstoffen en zeldzame aardmetalen (voor o.a. elektrische auto’s en windmolens) zullen we daarnaast uiteindelijk toe moeten naar een economie die echt circulair is 36. Voorwaarde om eenmaal gebruikte producten ook echt te kunnen hergebruiken is dat deze zodanig ontworpen dat de grondstoffen die daarvoor zijn gebruikt ook eenvoudig kunnen worden teruggewonnen en dat die terugwinning tevens natuurlijk niet teveel energie kost.

Om meer in balans te komen met de aarde, dus de draagkracht van de natuur zal de samenleving als geheel zich dan ook minder op kwantitatieve groei moeten richten maar meer op de kwaliteit van het leven zelf. Dus door te ontgroeien (zie in deze ook de degrowth-movement) en zo meer het wonder van het leven zelf te ontdekken, waarbij dan aan de natuur een belangrijke betekenis kan worden toegekend, zoals ook met Covid nog eens extra duidelijk is geworden.

Regio Utrecht

35

Zie o.a. de beleidsnota ‘Nederland Natuurpositief – Ambitiedocument voor een gezamenlijke aanpak in natuurbeleid (LNV, 2019)’. 36 Zie overigens ook m.b.t. de doelstellingen van rijksoverheid het beleidsdocument: ‘Nederland circulair in 2050 - Rijksbreed programma circulaire economie (Min. EZ, 2016)’ en ook m.b.t. die van de provincie Utrecht: ‘Beleidsvisie circulaire samenleving (Provincie Utrecht, 2021)’.

34 Kijken wij vanuit het bovenstaande perspectief naar de ontwikkelingen in de provincie Utrecht, de Regio Utrecht én dus ook Zeist, dan zien wij ook positieve ontwikkelingen of in ieder geval een aantal aanzetten daartoe (vergelijk o.a. ook de inspanningen in het kader van de: ‘Cirkelregio Utrecht’).

Kernpunt hierbij blijft o.i. evenwel dat men de Regio toch wil laten blijven groeien, zowel wat betreft het aantal woningen (met tot 2040 104.000 tot 125.000 extra woningen), als m.b.t. het aantal arbeidsplaatsen (met tot 2040 80.000 extra arbeidsplaatsen) (zie in deze dus met name ook het: ‘Integraal Ruimtelijk Perspectief Regio Utrecht (IRP) (Regio Utrecht, 2021)’). Natuurlijk men wil daarbij het groen mee laten groeien (zie ook het: ‘Groen Groeit MeePact’), maar ook duidelijk is dat door die extra groei aan woningen en arbeidsplaatsen de natuur en het landschap toch onder een nog veel grotere druk komen te staan, terwijl deze op dit moment al onder een (te) grote druk staan en daardoor ook extra kwetsbaar zijn. In die zin lijkt een echte ‘omslag’ in het denken en met name in het doen, ondanks de vele aanzetten tot een ‘systeemverandering’, nog (heel) ver weg.

Gezien het bovenstaande staan wij kritisch tegenover het steeds weer lanceren van nieuwe woningbouwplannen en ook extra werkgelegenheidslocaties vanuit de Regio en (dus mede) ook in Zeist. Natuurlijk, mensen moet een plek worden aangeboden om te wonen en leven, evenals te werken, maar de vraag is of er in die zin niet tot een bredere spreiding over bepaalde regio’s in het land moet worden gekomen met ook aandacht voor de krimpregio’s (vergelijk ook het model van: ‘Gebundelde deconcentratie’).

Wellicht is het vanuit het perspectief van een duurzame aarde wel een nog belangrijkere vraag of je de economie in het algemeen en die van de Randstad in het bijzonder wel almaar sterker moet willen laten groeien. Niet alleen leidt dat tot een almaar grotere druk op het milieu, maar ook trek je daardoor in de Randstad mensen aan vanuit het hele land en ook van daarbuiten. Dat levert dan weer een nog grotere druk op het milieu en de ruimte op. Ook in die zin is het dus de vraag of je die (economische) ontwikkeling niet veel beter over het hele land (en uiteindelijk ook Europa en de Wereld als geheel) kunt spreiden. Bij spreiding van woningen en (economische) ontwikkeling over het gehele land dien je dan uiteraard wel nadrukkelijk ook rekening te houden met de bijzondere identiteit/het DNA en dus ook de kernkwaliteiten/waarden van de betreffende gebieden.

Voor zover voor een bepaalde (economische) ontwikkeling wordt gekozen zou deze dan natuurlijk meteen ook echt duurzaam moeten zijn, rekening houdend met de (lokale) draagkracht van de natuur, gecombineerd met de keuze voor ‘circulariteit’ van al het handelen, inclusief dus ook van de economie (vergelijk in deze ook het principe van de: ‘Doughnut economics/Donut-aanpak’).

Zeist

35 Natuurlijk zien we ook in Zeist aanzetten tot een duurzame ontwikkeling, dat ook gezien de uitdagingen waar we ook in Zeist voorstaan. Meer in het bijzonder kan dan worden verwezen naar de: ‘Brede Milieuvisie (Zeist, 2016)’, evenals het bijbehorende: ‘Uitvoeringsplan Brede Milieuvisie - Samen het milieu in Zeist verbeteren (Zeist, 2017)’, de: ‘Routekaart Nieuwe Energie (Zeist, 2019)’, de: ‘Mobiliteitsvisie (Zeist, 2021’ en niet op de laatste plaats de: ‘Biodiversiteitsvisie (Zeist, 2021)’. Ook heeft Zeist met het beleidsdocument: ‘Klimaatbestendig Zeist (Zeist, 2021)’ de klimaatadaptie, dus aanpak van de gevolgen van de klimaatverandering, zoals het optreden van extreme buien, hittestress, ho(o)g(er) op de agenda gezet. Verder wordt ook in het: ‘Toekomstboek - Het Boek met de dromen van de toekomst van Zeist (Zeist, 2020)’, dat dus op basis van de inbreng vanuit de samenleving in het kader van de (2e) Maaltijd van Zeist voor duurzaamheidsvraagstukken, zoals het groen en het klimaat, belangrijke aandacht gevraagd.

Maar waar het de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dan om gaat is dat de in diverse beleidsdocumenten aangegeven doelen die voor een duurzame ontwikkeling van Zeist van belang moeten worden geacht ook echt worden doorvertaald in de voorliggende omgevingsvisie en dat vanuit ook echt een ‘integrale visie’. Van belang daarbij is o.i. dan, tenminste wil de toekomstige ontwikkeling ook echt duurzaam zijn, dat dan ook echt aan het ‘Planet-deel’ van duurzame ontwikkeling een centrale plek wordt toegekend, dat dus als ‘drager van al het leven’ op aarde. Uiteraard is daarbij vanuit de geschetste: ‘Donut-aanpak’ het ontwikkelen van een samenleving van belang waarbij (minimaal) in ieders basisbehoeften kan worden voorzien, inclusief ook ‘ontwikkelkansen’, dat dus vanuit het beginsel van een ‘inclusieve samenleving’, dus vanuit het ‘People-deel’ van duurzame ontwikkeling, waarbij ook daarbij dan wel duidelijk rekening wordt gehouden met de grenzen die de aarde daaraan stelt. Hetzelfde geldt dan eveneens voor het: ‘Profit-deel’ van duurzame ontwikkeling, dus t.a.v. een economie die ook echt duurzaam en dus (minimaal) circulair is.

Gezien het gestelde zou het in die zin dus mooi zijn als Zeist zich in de toekomst ook echt natuurinclusief zou ontwikkelen, dat dus in brede zin, dus behalve de opgaven m.b.t. de biodiversiteit, ook die m.b.t. het klimaat, de circulariteit van de economie, etc., dat dus vanuit het beginsel: ‘Zeist Natuurinclusief’. Dus naar een ‘Zeist in Balans (Stichting Milieuzorg Zeist e.o., 1990)’, maar dan wel inclusief een ‘update’ (zie in deze dus ook onderstaande Fig.: ‘Zeist in balans’, evenals de ‘update’ zoals deze daarvan in de ‘Milieukrant, 2022, nummer 1: Zeist in Balans 2.0’ van de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. is gegeven en die dan mede tot een aantal ‘aanbevelingen’ heeft geleid zoals deze m.b.t. diverse relevante thema’s in de zienswijze van de Stichting op de: ‘Ontwerp-Omgevingsvsie’ naar voren zullen worden gebracht).

36

Fig.: ‘Zeist in balans’ (uit publicatie: ‘Zeist in balans (Stichting Milieuzorg Zeist e.o., 1990)’)

Alhoewel er in de voorliggende Omgevingsvisie daar dus wel bepaalde aanzetten toe worden gegeven, met name in de diverse per thema gegeven ‘ambities’ en ook ‘uitgangspunten’, blijven deze o.i. vaak toch (heel) globaal, evenals ontbreekt nu juist ook vaak een afweging daar waar t.a.v. per thema gegeven ambities spanningsvelden aanwezig zijn (zie in deze overigens ook de: ‘Omgevingsvisie hoofdstuk 4.B: Opgaven van Zeist’, Hoofdstuk ‘Dilemma’s en toekomstkeuzen’). Juist ook een: ‘Plan-MER’ had hierbij dus o.a. belangrijke inzichten kunnen opleveren, dat bijvoorbeeld door in die zin met verschillende scenario’s te werken, evenals ook in die zin zogenaamde ‘botsproeven’ uit te voeren (vergelijk in deze ook: ‘Plan-MER Provincie Utrecht’). Vanuit in het voorgaande in het kort geschetste perspectief, waarop hierna nog bij diverse thema’s nader zal worden ingegaan, is o.i. dus nog heel veel te winnen.

2.5 Uitwerking i.r.t. omgevingsvisie In dit hoofdstuk zal dan vanuit het door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. in het bovenstaande geschetste perspectief m.b.t. een duurzame ontwikkeling van Zeist in het algemeen en dan m.b.t. ‘Zeist Natuurinclusief’ in het bijzonder nader bij het drietal kernhoofdstukken van de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ worden stilgestaan, te weten Hoofdstuk 3: ‘Waar gaan we voor?’, Hoofdstuk 4: ‘De opgaven van Zeist’ en Hoofdstuk 5: ‘Waarden per gebied’, althans voor zover daar op basis hetgeen in die zin naar voren wordt gebracht de aanleiding toe is. Voor zover mogelijk zullen daarbij op basis van in die zin gegeven nadere ‘analyse(s)’, ook een aantal concrete ‘aanbevelingen’ worden gedaan.

2.5.1 Waar gaan we voor In dit hoofdstuk wordt dan eerst bij de: ‘Waarden voor Zeist’ als geheel stilgestaan, waarna aan de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ aandacht wordt besteed.

37

In inleidende zin wordt dan aangegeven dat ‘het streven is om de vele waarden die Zeist rijk is te behouden en te versterken t.a.v. een goed leven in Zeist’, waarbij dan tevens wordt verwezen naar het centrale thema uit de Structuurvisie: ‘Zeist schrijf je als een Q’, van ‘Quality/Kwaliteit’. Concreet worden dan de volgende kwaliteiten aangegeven:     

Ons groen als grote kwaliteit; Samenleven doen we samen; Wonen voor alle generaties; Omzien naar alle ouderen; Bruisend Zeist ook voor jongeren.

Uiteraard thema’s die ieder uit het hart zijn gegrepen, maar de vraag blijft dan wel vanuit het oogpunt van duurzaamheid, of een ander toch niet (teveel) antropocentrisch wordt bezien, dus vanuit het perspectief van de mens. Juist als de mensheid meer in ‘harmonie met de natuur’ wil leven, dien je dan niet veel meer een en ander te benaderen vanuit het perspectief van de mens als ‘partner’ of ‘participant’ met de hem omringende natuur, dat ook vanuit de ‘intrinsieke waarde’ die daaraan kan worden toegekend (zie dus ook onderstaande fig: ‘Van mens als heerser/rentmeester naar die van partner/participant’)

Fig.: Van mens als heerser/rentmeester naar die van partner/participant

2.5.1.1 Waarden voor Zeist (zie dus ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist’, Hoofdstuk 3) In dit hoofdstuk wordt dan een beeld gegeven van die waarden die voor Zeist als geheel centraal staan, dat dan kennelijk mede op basis van de input van (regionale) ‘stake-holders’ en ook beschikbare bronnen (zie in deze o.a. de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist’, Bijlage A: ‘Bronnenlijst’), althans zo interpreteert de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat dus op basis van de in die zin in de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ gegeven nadere toelichting (zie in deze dus ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 2.B: ‘Totstandkoming’ en dan onder het hoofdje: ‘Waardeoriëntatie’). Feitelijk gaat het daarbij dan, zoals ook hiervoor reeds naar voren is gebracht om de waarden die in die zin ook al in de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’

38 als zodanig waren aangegeven, waarbij dan zij aangetekend dat t.a.v. de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ er dus niet tot nauwelijks enige participatie heeft plaatsgevonden. Meer in het bijzonder wordt hierbij dan t.a.v. diverse thema’s, inclusief bijbehorende kaarten, het: ‘DNA van Zeist’ geschetst. Wat dan t.a.v. de gegeven kaarten wel opvalt dat deze met name de huidige waarden aangeven, maar dus niet bepaalde ‘ambities/uitgangspunten’ (zie in deze dus met name ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ de hoofdstukken 4: ‘Opgaven van Zeist’ en ook 5: ‘Waarden per gebied’), hetgeen als men dan in de toekomst bepaalde afwegingen t.a.v. bepaalde ontwikkelingen wil maken, dat dus op basis van de: ‘Waardenweger’, dat toch o.i. juist ook van belang moet worden geacht. 2.5.1.1.1 Groen: Natuur- en parkinclusief Mooi dat wordt aangegeven dat groen het: ‘DNA van Zeist’ is, hetgeen de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zoals ook het voorgaande duidelijk zal zijn uit haar groene hart is gegrepen. Kernvraag is dan natuurlijk hoe Zeist dat groen, dat toch ook haar groene kapitaal is 37, ziet in relatie tot de diverse opgaven die zij voor zich ziet.

Juist als je ook echt dat groen centraal wil stellen, dat vanuit het principe ‘leven in harmonie met de natuur’ is het dan van belang dat er in die zin ook echt een: ‘omslag’ in denken en met name ook doen komt in de samenleving, dat dan vanuit de grondhouding van de ‘partner/participant’. In ieder geval zou het dan vanuit dat perspectief goed zijn allereerst die waarden, die dan o.i. uit verschillende ‘lagen’ bestaat in kaart te brengen, evenals te bezien hoe in die zin ook echt een versterking van aanwezige groene kwaliteiten mogelijk is. Daarbij gaat het dan overigens niet alleen om de ‘natuur (sec)’, maar ook om de ‘omgevingscondities’, zoals die m.b.t. de bodem- en ook het water. Bij de bodem gaat het dan met name om de bodemkwaliteit (sec), maar bijvoorbeeld ook om de overmatige belasting met o.a. stikstof 38 . Wat betreft het water gaat het dan zowel om de waterkwaliteit (denk aan o.a. de belasting met meststoffen, waaronder stikstof 39, maar ook om overstorten, inclusief ook het effluent van RWZI’s), maar daarnaast ook om de waterkwantiteit 40. Met name hierna waarbij dan op zowel bij de ‘opgaven’ (zie dus ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 4: ‘Opgaven van Zeist’), als ook de ‘gebieden’ (zie dus ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvsie’, Hoofdstuk 5: ‘Waar per gebied’) zal worden stilgestaan zal hierop nog worden teruggekomen.

Meer in het bijzonder is in deze dus ook in de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ de kaart: ‘Groenmonumentaal natuur- en parkinclusief’ opgenomen (zie dus ook de: ‘OntwerpOmgevingsvisie’, Kaart 1: ‘Groenmonumentaal natuur- en parkinclusief’, pag. 19), hetgeen uiteraard wordt gewaardeerd. 37

Zie in deze dus o.a. de publicatie: ‘Het geld groeit op onze Heuvelrug (Bade, T., 2005)’. Zie in deze dus o.a. het rapport: ‘Niet alles kan overal (Commissie Remkers, 2020)’, maar bijvoorbeeld ook de publicaties ‘Stikstof en natuurherstel - Onderzoek naar een ecologisch noodzakelijke reductiedoelstelling voor stikstof (WNF, 2021)’, ‘Effecten van stikstofdepostie nu en in 2030: een analyse (B-Ware, 2021)’, ‘Herstelbaarheid van door stikstof aangetaste Natura 2000Habitattypen: een overzicht (B-Ware, 2022)’,‘Benut stikstofcrisis als kans voor de natuur en alle Nederlanders (WNF, 20190’ én ook: ‘Gebiedsgerichte verkenning voor de verder aanpak van stikstof (WUR, 2021), etc... 39 Zie in deze o.a. de publicatie: ‘’ Effecten van stikstof op oppervlaktewateren (Kennisimpuls waterkwaliteit, 2021)’. 40 Zie in deze dus ook diverse bijdragen in het kader van het symposium: ‘De natuur snakt naar water – samen voor watersysteemherstel tegen verdroging’ 38

39 Toch is het de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. de daarbij gekozen systematiek niet geheel duidelijk. Allereerst wordt dan op een hoger abstractieniveau een onderscheid gemaakt tussen de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied, hetgeen evident lijkt, maar anderszins moet in ecologische zin toch met name nu juist ook aan de overgang/gradiënt van de Heuvelrug naar het Kromme Rijngebied een belangrijke betekenis worden toegekend. Dus had het o.i. goed geweest als ook die overgangszone op een of andere wijze nader was aangeduid. Verder wordt dan kennelijk voor het buitengebied het NNN aangeven, evenals voor het binnenstedelijke gebied bepaalde groene lijnstructuren, waaraan dan voor het natuurnetwerk als geheel, of dan nu binnen- of buitenstedelijk is, een belangrijke betekenis kan worden toegekend. Hoe een en ander ook zij, het zou o.i. toch goed zijn de betreffende kaart, ook al is dat wellicht gedaan, nog eens wat betreft het binnenstedelijke gebied naast de kaart: ‘Ecologische Hoofdstructuur Zeist (EHZ)’ te leggen (zie in deze dus ook het: ‘Groenstructuurplan Groen voor Zeist’ (Zeist, 2010)’, Kaart: ‘Habitattypen en verbindingen binnen-buiten bebouwde kom v.v.’, pag.

38), evenals wat betreft het groen in het buitengebied naast bijvoorbeeld ook de kaarten uit het: ‘LOP Kromme Rijngebied + (Brons & Partners, 2009)’), zoals bijvoorbeeld de: ‘Kaart Natuurvisie’ (zie wat betreft de visiekaart LOP voor Zeist ook Bijlage 4: ‘Visiekaart Zeist LOP Kromme Rijngebied Zeist’). In ieder geval valt het in die zin op dat op de kaart met name bepaalde groene monumentale gebieden niet expliciet zijn aangegeven, zoals bijvoorbeeld het geval is voor het landgoed Dijnselburg, evenals ook niet bepaalde groene structuurlijnen, zoals langs de Weteringlaan, maar het zou te ver voeren hier nu tot in detail, hoe belangrijk ook, op in te gaan. Wat betreft de diverse landgoederen worden deze dan weliswaar op kaart 2: ‘Cultuurhistorie - Allure van Zeist’ aangegeven, maar aan het betreffende monumentale groen kan wel degelijk ook een belangrijke ecologische waarden worden toegekend (zie in deze ook diverse ecologische onderzoeken zoals deze in de loop van de tijd door met name het Bureau Waardenburg zijn uitgevoerd, inclusief ook een ecologische evaluatie 41).

Meer in het bijzonder zou het in die zin goed zijn ook de diverse ecologische verbindingen en ook faunapassages op de betreffende kaarten op te nemen, zeker waar dat het buitengebied betreft, aangezien zij voor het functioneren van het gehele netwerk van essentieel belang moeten worden geacht (zie in deze dus o.a. ook Bijlage 5: ‘Biodiversiteitsvisie’, Bijlage 5.A: ‘Visiekaart Biodiversiteitsvisie Zeist’ én met name ook Bijlage 5.B: ’Kaart groene netwerk Zeist’) en wat betreft het Kromme Rijngebied ook Bijlage 6: ‘Kaart natuur verbinden en behouden (Werkgroep Faunapassages Zeist Zuid-West, 2020)’).

2.5.1.1.2 Cultuur en historie: De allure van Zeist Wat betreft de historie van Zeist gaat deze tot in de Middeleeuwen terug en zijn daarbij diverse tijdlagen te onderscheiden (zie in deze met name ook de publicatie: ‘Zeist door de tijd - Cultuurhistorische atlas van Zeist (Volkers, K., 2011)’, evenals diverse publicaties in het kader van: ‘Zeist, Groei en Bouw’ en natuurlijk in het bijzonder de website: ‘www.geheugenvanZeist.nl.. In die zin kent Zeist inderdaad een rijke historie, waarvan het van belang is deze uiteraard te koesteren.

41

Zie in deze dus o.a. het rapport: ‘Natuur- en landschapswaardering buitengebied Zeist Ecologische en landschappelijke waarde van het buitengebied Zeist (Bureau Waardenburg, 2009)’.

40 Wat ook hierbij opvalt dat lang niet al het monumentale groen en ook monumentale structuren erop staan, zoals bijvoorbeeld met de WA Hoeve het geval is. Ook in die zin goed dus toch nog eens goed naar de kaart met (groene) monumenten uit 1986 te kijken.

2.5.1.1.3 Identiteit: Verscheidenheid aan woon- en leefgebieden Zeist kent inderdaad een verscheidenheid aan woon- en dus ook leefgebieden, dat vaak samenhangend met de periode waarin bepaalde wijken zijn ontstaan, dus hun ontstaansgeschiedenis. Wat betreft de wijk Kerckebosch wordt dan aangegeven dat het hier om een wijk/buurt gaat die natuurinclusief en zorgzaam is. Alhoewel de wijk in die zin inmiddels inderdaad diverse prijzen heeft gewonnen, waarvoor uiteraard ook waardering, is het dus wel zo dat door de gekozen opzet ook een aanzienlijke oppervlakte aan bos is verloren is gegaan, ook bos met grove dennen van meer dan 150 jaar oud, hetgeen dan wel deels is gecompenseerd, maar ook in die zin dus wel goed dit/dat wel in het juiste perspectief te blijven plaatsen. Hetzelfde geldt feitelijk ook voor het Woonwagenpark Beukbergen, waaraan dan door alle bewonderenswaardige inzet een aanzienlijke kwaliteitsimpuls is gegeven, maar wel ook daarbij vrijwel al het groen, waaronder ook vele bomen, zijn verdwenen, met dus ook gevolgen voor het leefklimaat, zoals die i.r.t. de klimaatverandering, etc. (zie in deze dus ook het document: ‘Klimaatbestendig Zeist (Zeist, 2021)’, Bijlage 1: ‘Klimaatbestendigheid van Zeist’). Op de betreffende Kaart 3: ‘Verscheidenheid aan woon- en leefgebieden’ wordt dan met name het bouwjaar van de diverse panden aangegeven, maar o.i.

wordt daarmede toch tekort gedaan aan de algehele ontstaansgeschiedenis die aan bepaalde woon- en leefgebieden ten grondslag ligt, waardoor het o.i. toch goed zou zijn daartoe alsnog een bepaalde verdiepingsslag te maken, waarbij bijvoorbeeld behalve uit hetgeen in die zin wordt vermeld in de publicatie: ‘Zeist door de tijd - Cultuurhistorische atlas van Zeist (Volkers, K., 2011)’ ook gebruik wordt gemaakt van de: ‘Welstandsnota (Zeist, 2010)’.

2.5.1.1.4 Zorgzaam in een inclusieve samenleving Uiteraard een thema dat altijd van belang is. Waarbij dan wel ook kan worden aangetekend dat met name Zeist, ook vanwege haar groene ligging/setting altijd al in die zin van betekenis is geweest, waarvan bijvoorbeeld de vestiging van instellingen als het Chr. Sanatorium, maar ook de WA Hoeve een (aan)sprekend voorbeeld zijn. In die zin werd Zeist in het verleden ook wel aangezien als de: ‘Care Valley’, dat ook vanwege de vele bejaardenhuizen langs de Oude Arnhemsebovenweg, waarvan een aantal inmiddels overigens een gewone woonfunctie hebben gekregen. Heden ten dage staat dan ‘Healthy Urban Living’ centraal, ook wel vertaald als ‘Gezond Stedelijk Leven’, waarbij dan aan een gezonde leefomgeving die uitnodigt om te bewegen een belangrijke betekenis wordt toegekend, dus behalve aan het groen, ook aan de kwaliteit van de lucht, het geluid, etc.. Uiteraard zijn daarbij ook de mogelijkheden tot het sporten voor jong en oud van belang (zie in deze dus o.a. ook de: ‘Sport- en beweegvisie Zeist 2015 – 2020 (Zeist, 2015)’), zij het dat

41 het ook daarbij van belang is zorgvuldig rekening te houden met de draagkracht van de natuur, zoals deze bijvoorbeeld ook bij het mountainbiken in het geding kan zijn. 2.5.1.1.5 Dorpse waarden met Stadse allure Hierbij wordt dan met name bij het voorzieningenniveau van Zeist stilgestaan, hetgeen dan als hoog wordt aangegeven. Dat Zeist dan door met name Vollenhove indertijd de grootste galerijflat van Europa een bepaalde stedelijke uitstraling zou hebben moge dan wellicht zo zijn, maar anderzijds werd ook daarbij aan het groen bijzondere betekenis toegekend, net als dat overigens bij de bouw van het Kerckebosch indertijd het geval was. 2.5.1.1.6 Duurzaam(, duurzaam, duurzaam) Dat Zeist duurzaamheid als een belangrijke waarde voor Zeist ziet, is de Stichting Milieuzorg Zeist uiteraard uit haar duurzame hart gegrepen. Vanuit dit perspectief wordt dan aangegeven dat Zeist respectvol omgaat met ‘onze’ natuur, waarbij als groen ergens moet wijken wegens andere prioriteiten, zoals woningbouw, dat altijd wordt gecompenseerd. Verder wordt hierbij gerefereerd aan de opgaven m.b.t. klimaatverandering, zoals m.b.t. het opwekken van duurzame energie, evenals aan de vele initiatieven in het kader van ‘Samen Duurzaam Zeist’. Zoals ook hiervoor al aangegeven wordt de inzet van Zeist t.a.v. duurzaamheid gewaardeerd, maar anderzijds is het o.i.

zo dat met name op dit vlak nog heel veel is te winnen, alvorens Zeist zich ook echt als een duurzame en natuurinclusieve gemeente kan manifesteren. Dat hiervoor dan natuurlijk niet alleen de gemeente (sec) aan de spreekwoordelijk lat staat, maar dat we dit wel ook echt met zijn allen samen zullen moeten doen, zal ook iedereen duidelijk zijn (zie in deze dus ook alle initiatieven/activiteiten in het kader van Samen Duurzaam Zeist). . In ieder geval was het o.i. goed geweest als hier toch ook een algemene analyse was gegeven hoe Zeist er t.a.v. duurzaamheid voor staat, zodat in die zin duidelijk is voor wat voor opgaven we in die zin met zijn allen staan. Daarbij zou dan (o.a.) in algemene zin kunnen worden teruggevallen op de diverse ‘Gemeentelijke Duurzaamheidsindexen (GDI’s)’ die inmiddels zijn ontwikkeld. Stond Zeist bij de GDI in 2014 in die zin nog op plek 199, inmiddels zou zij met een score van 6.2 inmiddels meer dan gemiddeld scoren, waarbij dan wel zij aangetekend dat Zeist nu juist op het gebied van ‘Milieu en energie’, dus het: ‘Planetdeel, een 5.6 scoort Zeist, dus relatief laag en dan in het bijzonder m.b.t. de waterkwaliteit en het opwekken van duurzame energie zelfs in het rood staat (zie in deze ook Bijlage 7: ‘Gemeentelijke duurzaamheidsindex Zeist 2021’).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14632308/1