01-Bijdrage RT SMZ Transitiestrategie Omgevingsplan 3-10-24
Tekst van het document
1 Inspraakreactie Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake ‘Rv Transitiestrategie Omgevingsplan’ Geachte raadsleden, verantwoordelijk wethouder, overige aanwezigen, 1. Heden is het: ‘Rv Transitiestrategie Omgevingsplan Zeist’ aan de orde. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van de geboden gelegenheid gebruik een reactie te geven op het betreffende raadsvoorstel. Eerst zal nog kort worden ingegaan op het planproces, waarin in inhoudelijke zin bij het voorliggende Raadsvoorstel zal worden stilgestaan. Afgesloten zal worden met een conclusie; Planproces 2. Begin januari 2024 is dan eindelijk, dat na vele jaren uitstel, de Omgevingswet in werking getreden; 3. Eerder al in 2019 is dan door het College het: ‘Procesvoorstel Omgevingswet 2019’ aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd en indertijd ook vastgesteld; 4. Vervolgens is in 2022 het: ‘Rv Adviesrecht Omgevingswet’ door de gemeenteraad vastgesteld, waarop dan begin 2024 (helaas) nog een aanpassing heeft plaatsgevonden; 5. In 2023 is dan door de gemeenteraad de: ‘Omgevingsvisie Zeist 2023 (EZO)’ vastgesteld.
Daarbij zijn dan tegelijkertijd een aantal (burger)amendementen en moties aangenomen, waaronder het: ‘Burgeramendement Groeninventarisatie en ambities (inclusief dienaangaande motie)’, het: Burgeramendement Uitwerking Omgevingswaarden en Handvat Participatie’, evenals ook de moties: ‘Groenblauwe waarden en compensatie (gewijzigd’ en: ‘Op weg naar de EZO’; 6. T.b.v. een (verdere) nadere uitwerking van Omgevingswet is dan in maart/april van dit jaar het: ‘Rv Implementatie Omgevingswet’ aan de orde geweest, inclusief daarbij ook een: ‘Plan van Aanpak definitief Omgevingsplan’. Daarop is toen door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. en ook anderen, net als overigens bij alle andere gelegenheden i.r.t. de invoering van de Omgevingswet door de gemeente, een uitvoerige reactie op gegeven, inclusief ook op het: ‘Plan van Aanpak Omgevingsplan’. Voor de zekerheid is gegeven inspraakreactie als aparte bijlage integraal toegevoegd, dat ook gezien de samenhang die er tussen nadere uitwerkingen m.b.t. de Omgevingswet bestaat (zie in deze dus ook Bijlage 1: ‘Inspraakreactie SMZ e.o. inzake Rv Implementatie Omgevingswet’); 7. In het: ‘Plan van Aanpak Omgevingsplan’ is dan aangegeven dat er als Stap 1 een zogenaamde transitiestrategie zal worden opgesteld, die dan thans ter besluitvorming aan de gemeenteraad is voorgelegd.
In die Transitiestrategie wordt dan door de gemeente aangegeven hoe zij tot een definitief omgevingsplan wil komen, waarvoor zij dan (formeel) tot 2032 de tijd heeft. T.b.v. de vaststelling van die ‘Transitiestrategie Omgevingsplan’ heeft er nog wel voor de gemeenteraad een besloten werkbijeenkomst plaatsgevonden, waarvan de presentatie bij het voorliggende Rv is gevoegd. Net voorafgaande aan de werkbijeenkomst is dan door de Stichting Beter Zeist e.o. (mede namens aantal anderen) nog een aantal vragen aan de gemeente toegestuurd, met de hoop daar nog een reactie op te krijgen, maar tot op heden is (helaas) een reactie uitgebleven; Inhoudelijke aspecten 8. Natuurlijk mooi dat de voorliggende ‘Transitiestrategie Omgevingsplan’ er ligt, zodat het ook duidelijk is hoe de gemeente tot aan 1 januari 2032 de transitie van het tijdelijk tot een definitief/integraal omgevingsplan aan wil pakken. Dat dan op basis van een ‘13-tal keuzen’ (zie in deze dus met name ook de: ’Transitievisie Omgevingsplan’); 9. Zoals ook reeds ten tijde van de behandeling van het:’Rv Implementatie Omgevingswet’ door de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. in haar reactie op het: ‘Plan van Aanpak defintief Omgevingsplan’ naar voren gebracht, bestaan er bij haar toch een aantal zorgpunten/kanttekeningen t.a.v. de wijze waarop de gemeente tot een definitief omgevingsplan wil komen.
Aangezien de voorliggende ‘Transitiestrategie Omgevingsplan’ direct aansluit bij de uitgangspunten zoals deze dienaangaande uit het:
2 ’Plan van Aanpak Omgevingsplan’ naar voren komen, geldt de zorgpunten/kanttekeningen zoals deze eerder in haar reactie op het Plan van Aanpak naar voren zijn gebracht feitelijk nog steeds; 10. Zoals ook uit het voorliggende: ’Rv Transitiestrategie Omgevingsplan’ naar voren komt heeft de gemeente gekozen voor een gefaseerde aanpak, zoals die t.a.v. de verschillende deelgebieden (9) die daarbij worden binnen de gemeente worden onderscheiden, die t.a.v. de diverse m.b.t. de leefomgeving relevante thema’s, evenals die m.b.t. de invoering van de diverse Verordeningen, althans voor zover deze een bepaald effect hebben op de leefomgeving, als ook die m.b.t. de zogenaamde Bruidschat. Alhoewel een dergelijke gefaseerde aanpak op zich logisch lijkt, dat ook gezien de complexiteit van de problematiek 1, brengt nu juist ook een dergelijke gefaseerde aanpak o.i. ook tal van onderlinge afstemmingsproblemen met zich mee; 11. Een belangrijk zo niet het belangrijkste punt is hierbij dan o.i. toch hoe ook echt een integrale aanpak kan worden gewaarborgd, waarbij o.i. het hebben van een echt integrale visie t.a.v. de toekomstige ontwikkeling van gemeente, dat dus voor haar op hele grondgebied en ook in relatie tot de (veel) wijdere omgeving, toch essentieel moet worden geacht.
Dus feitelijk waar we met zijn allen in Zeist (in 2050) wat betreft Zeist naar toe willen, zodat niet alleen richting kan worden gegeven aan de omgevingsplannen zoals men die in de loop van de tijd voor de afzonderlijke deelgebieden wil gaan opstellen, maar ook t.a.v. een goede en zorgvuldige afstemming tussen de betreffende deelgebiedomgevingsplannen onderling en de diverse functies, dat (uiteraard) i.r.t. de waarden die daarbij aan de orde zijn, die aan de binnen die gebieden voorkomende ‘locaties’ worden toegewezen (vergelijk dus ook het ordenende principe van ‘ETFAL - Evenwichtige toedeling van functies aan locaties’). Weliswaar is daar in de EZO een eerste aanzet toe gegeven, dat door met name ook in kaart brengen van bepaalde waarden, maar aangezien het maken van de échte keuzen daarbij toch naar de TWEZO is doorgeschoven, zou het o.i. dus goed zijn als (bepaal)de deelgebiedsomgevingsplannen pas worden vastgesteld, nadat het gehele proces m.b.t. de TWEZO is doorlopen; 12. Feitelijk geldt dat ook m.b.t. de als zodanig onderscheiden thema’s, die men dan eveneens gefaseerd wil aanpakken. Nu is het eerst zo dat om welke thema’s het dan gaat dat nog niet geheel duidelijk is, zodat het goed is daarvan sowieso een beeld te geven.
Verder is het zo dat voor zover bepaalde thema’s dan pas in de loop van het proces aan de orde worden gesteld, dat je dan dus op dit moment ook niet weet wat daarvan dan de uiteindelijke gevolgen zijn, zowel voor het definitieve/integrale Omgevingsplan, als voor afzonderlijke omgevingsplannen zoals deze tot 2032 m.b.t. diverse als zodanig onderscheiden deelgebieden zullen worden opgesteld. Natuurlijk m.b.t. veel thema’s heeft er reeds een nadere uitwerking plaatsgevonden, of vindt deze thans nog plaats, zoals m.b.t. het thema biodiversiteit (zie overigens voor lijst o.a. ook de EZO en ook het in die zin alsnog aangenomen: ‘Amendement verankering bestaand Omgevingsbeleid’), maar waar het in deze natuurlijk met name ook om gaat hoe een (af)weging tussen de diverse thema’s daarbij gaat plaatsvinden, met mogelijk dus ook bepaalde accenten voor diverse deelgebieden en ook de ook daarbinnen weer voorkomende waarden (vergelijk in deze dus wederom het principe van een ‘Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)’). Die afweging kan dan ook o.i. alleen op het niveau van het grondgebied van Zeist als geheel plaatsvinden, dat ook i.r.t. alle thema’s die spelen, dus feitelijk in het kader van de in het vooruitzicht gestelde TWEZO (zie in deze overigens ook de motie: ‘Op weg naar de EZO’); 13.
Voor de invoering van Verordeningen is dat wellicht weer meer minder urgent aangezien deze vooralsnog gewoon van kracht blijven, evenals voor de zogenaamde Bruidschat, maar wel is te hopen dat een latere invoering daarvan toch niet (onverhoopt) tot een
1
Zie in deze dus met name ook het document:’Actualisering en beheer bestemmingsplannen gemeente Zeist (Zeist, 2005)’ en waarbij werd beoogd het aantal bestemmingsplannen van 50 naar 13 terug te brengen.
3 bepaalde rechtsongelijkheid tussen de diverse dan al vastgestelde deelomgevingsplannen aanleiding kan geven; 14. Wellicht is het toch in die zin een idee, dat weliswaar zoals voorgesteld gefaseerd voor de als zodanig onderscheiden deelgebieden een deelgebiedomgevingsplannen wordt gewerkt, maar deze pas echt van kracht worden als alle deelgebiedsomgevingsplannen er liggen, dus feitelijk als het definitieve/integrale omgevingsplan er ligt, zodat deze o.a. nogmaals onderling kunnen worden gecheckt op een evenwichtige en ook goede onderlinge samenhang/congruentie, dat o.a. ook in planologisch-juridische zin (vergelijk wat betreft de planregels overigens met name ook de: ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplan 2012’); 15. Natuurlijk men wil men dan door de gemeenteraad eerst in die zin voor een zogenaamde ‘vierkante meter’ de hoofdstructuur van het nieuwe omgevingsplan laten vaststellen, hetgeen op zich een goed idee kan zijn, maar daarmede heb je nog daarin geen invulling gegeven aan het omgevingsplan/deelgebiedomgevingsplannen, inclusief de daarbij aan de orde zijn zorgvuldige afwegingen (in kader ‘ETFAL’) van de in die zin relevante thema’s en dus ook waarden; 16. Meer in het bijzonder vraagt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. zich ook af hoe Zeist dan de diverse ambities, zoals die m.b.t. de leefomgeving in het algemeen (zie in deze o.a.
de: ‘Brede Milieuvisie (Zeist, 2016)’ en die m.b.t. groen in het bijzonder (vergelijk in deze dus o.a. ook het: ‘Groenstructuurplan Zeist (voor) Groen (Zeist, 2011)’, de: ‘Biodiversiteitsvisie (Zeist, 2021)’ en ook het: ‘Uitvoeringsplan Biodiversiteitsvisie’ zoals deze thans in voorbereiding is én ook het: ‘LOP Kromme Rijngebied + (Brons & Partners, 2009)’), maar bijvoorbeeld ook die m.b.t. de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2020)’, het: ‘UPLG’, de: ‘Pilot Kromme Rijn Linielandschap’, etc., in haar omgevingsplan wil gaan verwerken.; 17. De Stichting Milieuzorg Zeist e.o. heeft hier de gemeente al vaker op gewezen, maar juist een omgevingsplan maakt het mogelijk om voor bepaalde gebieden duidelijke ‘leefomgevingskwaliteiten’ op te nemen (vergelijk in deze dus o.a. ook het: ‘Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL)’, zoals m.b.t. de biodiversiteit, zoals een: ‘Basiskwaliteit natuur’ (vergelijk in deze dus ook het: ‘Uitvoeringsplan Biodiversiteitsvisie’), maar ook m.b.t. een schone lucht (vergelijk o.a. ook het Schone Lucht Akkoord (SLA), geluid, etc., dus zou het o.i. goed zijn juist ook hieraan bij de algehele strategie bijzondere aandacht te geven (vergelijk in deze overigens de diverse zogenaamde ‘miliekwaliteitsprofielen’ zoals deze in: ‘Milieu op de Kaart (Zeist, 2009)’ voor de verschillende als zodanig binnen de gemeente onderscheiden gebiedstypen zijn vastgesteld.
Zoals ook al ten tijde van haar presentatie in het kader van de ‘Omgevingsvisie Zeist 2023’ naar voren gebracht heeft met name de gemeente De Bilt t.a.v. de diverse door haar daarbij onderscheiden thema’s duidelijk ambities per als zodanig onderscheiden gebiedstype aangegeven (zie in deze ook Bijlage 2: ‘Afwegingskader De Bilt’, inclusief het zogenaamde ‘Milieumengpaneel’), waarbij die ambities dan uiteindelijk (op een evenwichtige wijze) dienen te worden doorvertaald naar het omgevingsplan, waaraan o.i. dus de gemeente Zeist een voorbeeld zou kunnen nemen. Natuurlijk men wil dan kennelijk hierbij aansluiten bij diverse adviezen/documenten dienaangaande door de ODRU worden opgesteld, dat kennelijk om tot een bepaalde regionale afstemming te komen, waar de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. op zich natuurlijk niet op tegen is, als Zeist de specifieke waarden en dus ook leefomgevingskwaliteiten die zij nu juist overeenkomstig haar Omgevingsvisie, etc., na wil streven daarbij maar niet uit het oog verliest; 18. Verder is ten tijde van de behandeling van de op de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist (EZO)’ ingebrachte zienswijzen diverse keren aangegeven, dat de behandeling van die zienswijzen bij de verdere uitwerking, dus het: ‘Omgevingsplan’ en ook de: ‘Programma’s’ aan de orde zullen worden gesteld, althans zo heeft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o.
dat zo geïnterpreteerd, dus zou het o.i. goed zijn daar ook in het gehele proces de aandacht aan te geven die dat toekomt, dus naast hetgeen in diverse amendementen en ook moties aan de orde is gesteld. Wat betreft de zienswijze van de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. kan daarbij dan (nogmaals) worden verwezen naar Bijlage 3: ‘Zienswijze Stichting Milieuzorg Zeist e.o. Ontwep-Omgeivngsvisie Zeist’, evenals ook
4 de presentatie ten tijde van de behandeling van het betreffende ‘Rv’ in de commissie Ruimte; 19. Wat betreft de diverse als zodanig onderscheiden deelgebieden, ook al liggen de definitieve grenzen dan nog niet vast, zou het o.i. toch goed zijn als in ieder geval voor het gehele buitengebied in een keer een deelgebiedsomgevingsplan wordt opgesteld, net als dat bij (veel) eerdere bestemmingsplannen buitengebied al het geval was (zie in deze o.a. het: ‘Bestemmingsplan Buitengebied Zeist (Zeist, 1983)’) 2; 20. Dan de participatie, die dan kennelijk alleen per deelgebied t.a.v. de: ‘Startnotitie’ is voorzien, evenals m.b.t. het indienen van zienswijzen. Alhoewel het op zich natuurlijk goed is dat participanten vanaf het begin bij het opstellen van een deelomgevingsplan worden betrokken, zoals bij het opstellen van de kaders in de zogenaamde: ‘Startnotitie’, vroeger dan als de ‘Nota van Uitgangspunten’ aangeduid, begint o.i. de echte participatie evenwel vaak pas daarna als de echte keuzen dienen te worden gemaakt, dus bij het opstellen van het deelomgevingsplan zelf. Juist bij dat opstellen van dat deelomgevingsplan moet dan aan participatie m.b.t. het inbrengen van waarden en uiteindelijk met name ook het evenwichtig afwegen daarvan, dat d.m.v. het evenwichtig toekennen van functies (vergelijk wederom: ‘ETFAL’), een belangrijke, zo niet wezenlijk betekenis worden toegekend.
Juist op dat niveau zou o.i. dan ook eerder aan het participatieniveau van ‘meedenken’ dan van ‘raadplegen’ of van ‘adviseren’ de prioriteit moeten worden gegeven. Verder is het o.i. toch uiteindelijk ook een gemiste kans dat er m.b.t. nu juist de voorliggende ‘Transitiestrategie Omgevingsplan’ geen participatie is toegepast, hetgeen wellicht tot een evenwichtiger aanpak had kunnen leiden. Tenslotte is het wellicht toch goed zoals ook diverse partijen al eerder gesuggereerd als ter begeleiding van gehele proces toch vanuit de samenleving een brede: ‘Expert/Klankbordgroep Omgevingsplan’ in het leven zou worden geroepen; Conclusie 21. Op zich waardering voor het: ‘Rv’ en bijbehorende stukken die er nu liggen en die duidelijk maken hoe Zeist het opstellen van een definitieve omgevingsvisie wil gaan aanpakken, dat ook door de tijd; 22. Teneinde een en ander evenwel goed te kunnen stroomlijnen zou het o.i. toch goed zijn, dat Zeist dan weliswaar start met opstellen omgevingsplannen voor diverse deelgebieden, maar deze pas van kracht laat worden nadat het definitieve omgevingsplan er in 2032 of des te eerder ligt. Dat zou ook veel juridische complexiteiten (en bijbehorende procedures) kunnen voorkomen; 23. Zeist heeft veel bijzondere en in het bijzonder ook groene waarden.
Juist in die zin is een zorgvuldig proces en in het bijzonder een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) van het grootste belang, hetgeen o.i. alleen maar kan op het niveau van de gemeente als geheel, dus feitelijk als er een door samenleving als geheel gedragen TWEZO ligt, dat inclusief een evenwichtige afweging van daarbij behorende thema’s (en dus ook waarden/Omgevingskwaliteiten) en deze ook op een zorgvuldige wijze nader in een definitief/integraal omgevingsplan wordt uitgewerkt. Een breed uit de samenleving samengestelde Klankbordgroep’ zou daarbij o.i. zeker zinvol kunnen zijn; Patrick Greeven (Stichting Milieuzorg Zeist e.o.)
2
Overigens kende Zeist helemaal in het begin van de opkomst van planregelingen voor haar grondgebied ook al één bestemmingsplan voor haar gehele grondgebied, namelijk het: ‘Uitbreidingsplan in Hoofdzaak 1948’. Daarnaast kent men ook nu nog bepaalde planregelingen voor haar gehele grondgebied, zoals o.a. het: ‘Paraplubestemmingsplan parkeernormen Zeist (Zeist, 2018)’.
5 Bijlage 1 Inspraakreactie SMZ e.o. inzake Rv Implementatie Omgevingswet Geachte raadsleden, wethouder, ondersteunende ambtenaren, overige aanwezigen, 1. Thans ligt het: ‘Rv Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet 2024 – 2032’, inclusief de daarbij behorende bijlagen, ter besluitvorming door de gemeenteraad voor. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van de gelegenheid gebruik daar een reactie op te geven. Eerst zal nog kort bij het planproces worden stilgestaan, waarna nog op het Raadsvoorstel zelf en met name de daarbij behorende afzonderlijke bijlagen een reactie zal worden gegeven. Afgesloten zal worden met een conclusie;
Planproces 2. Zoals eenieder inmiddels bekend is de Omgevingswet na vele jaren uitstel uiteindelijk, op 1 januari 2024 in werking is getreden; 3. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wet is dan door de gemeenteraad, zoals ook in het Raadsvoorstel aangegeven, op 23 mei 2023 de: ‘Eerste Zeister Omgevingsvisie (EZO)’ door de gemeenteraad vastgesteld. Dat na een langlopend planproces, dat mede ook door Corona. Bij de vaststelling van de EZO zijn dan tevens door de gemeenteraad een aantal (burger)amendementen en ook moties aangenomen, waarvan dan inde Rv een overzicht is opgenomen; 4. Thans ligt dan het: ‘Rv Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet 2024 – 2032’, inclusief de daarbij behorende bijlagen, ter besluitvorming aan de gemeenteraad voor. T.b.v. de voorbereiding op het betreffende Rv zijn dan op 18 januari 2024 de leden van de gemeenteraad in een openbare informatiebijeenkomst daarover nader geïnformeerd, waarbij zij tevens vragen konden stellen; 5. Los van het proces tot implementatie van de Omgevingswet binnen de gemeente zelf, lopen natuurlijk ook die van het Rijk, inclusief bijbehorende Programma’s, de Provincie Utrecht, eveneens inclusief bijbehorende Programma’s, evenals van alle gemeenten in Nederland;
Inhoudelijke aspecten 6. Hierbij zal dan eerst meer in algemene zin bij het: ‘Rv Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet 2024 – 2032’ worden stilgestaan, waarna nog een korte reactie op de bij het Rv gevoegde bijlagen zal worden gegeven, althans voor zover daar aanleiding toe is 3; Algemeen 7. Zoals ook in het: ‘Rv Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet 2024 – 2032’ aangegeven vloeit het voorliggende Rv voort uit het: ‘Stappenplan Werken met de Omgevingswet 2023 – 2030’ zoals dat indertijd tegelijkertijd met de EZO door de gemeenteraad is vastgesteld. Daarbij is toen afgesproken dat er voor vier vervolgstappen een nader procesontwerp zou worden uitgewerkt, namelijk: 3
Overigens wordt het bijzonder gewaardeerd dat in het RV en bijbehorende bijlagen vele links zijn opgenomen naar onderliggende documenten, zodat iedereen zich daar meteen van op de hoogte kan stellen, uiteraard voor zover daarmee nog niet bekend.
6 Handvat Participatie voor Inwoners en Initiatiefnemers; Leren werken met de Eerste Zeister Omgevingsvisie – de Waardenweger; Doorontwikkeling van de Eerste Zeister omgevingsvisie; Opstellen Omgevingsplan gemeente Zeist. In het Rv wordt dan aangegeven dat bij de uitwerking van de betreffende vier vervolgstappen dan tevens rekening wordt gehouden met de amendementen en ook moties zoals deze ten tijde van de vaststelling van de EZO zijn aangenomen; 8. Uiteindelijk heeft dit, dat (kennelijk) ook rekening houdend met het Uitvoeringsprogramma uit het Coalitieakkoord, tot een viertal Plannen van Aanpak geleid, te weten: Een algeheel, dus overkoepelend: ‘Plan van aanpak Implementatie Omgevingswet’ (zie ook het Rv, Bijlage 1); Een: ‘Plan van aanpak Omgevingsvisie Zeist 2050’ (zie ook het RV, Bijl. 2); Een: ‘Plan van aanpak definitief Omgevingsplan’ (zie ook het Rv, Bijl. 3) Een: ‘Plan van Aanpak Handvat participatie voor inwoners en initiatiefnemers’ (zie ook het Rv, Bijl. 4). Daarnaast is ook op basis van de daartoe indertijd in kader van de vaststelling van de EZO aangenomen amendement: ‘Verankering bestaand omgevingsbeleid in EZO’ nu in de betreffende bijlage 5: ‘Inventarisatie beleid fysieke leefomgeving’ een overzicht gegeven van die beleidsstukken en bijbehorende beleidskaders die als onderdeel van de EZO van kracht blijven: 9.
Gezien de integrale aanpak waarop de gemeente nu voorstelt een vervolg te geven aan de Implementatie van de Omgevingswet, wil de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. daar de gemeente toch allereerst haar complimenten geven. Natuurlijk in 2019 is het: ‘Rv Procesvoorstel Omgevingswet’, inclusief de daarbij behorende bijlage aan de gemeenteraad voorgelegd, dat ook met bijzondere aandacht voor het opstellen van de eerste Zeister Omgevingsvisie (en ook het DSO), maar het voorstel zoals dat er thans ligt moet o.i. toch als veel integraler worden aangemerkt, dus ook inclusief het plan van aanpak om tot een definitief Omgevingsplan te komen, evenals ook m.b.t. de daarbij van toepassing geacht participatie. Zo is nu ook voor iedereen duidelijk welke stappen de gemeente in die zin nog moet (en ook wil) zetten; 10. Meer in het algemeen ziet de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. het wel als een gemiste kans dat aan het voorliggende Rv, zoals overigens ook ten tijde van de informatiebijeenkomst van 18 januari 2024 door bepaalde raadsleden aan de orde gesteld, niet een algehele evaluatie van het proces tot op heden ten grondslag is gelegd. De gemeente heeft meermaals aangegeven graag een ‘lerende organisatie’ te willen zijn, waarvoor uiteraard ook waardering, maar dan had o.i. een dergelijke evaluatie en dat zeker ook m.b.t. het proces van de totstandkoming van de EZO toch voor de hand gelegen.
Natuurlijk voor zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat heeft begrepen heeft er onder de raadsleven een bepaalde vorm van evaluatie plaatsgevonden, waarop dan door 5 raadsleden een response zou zijn gegeven, maar dat is natuurlijk nog geen algehele evaluatie, waarbij ook alle participanten en zo mogelijk de hele Zeister samenleving in de gelegenheid is gesteld op dat proces een reactie te geven. Verder heeft er voor zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat eveneens heeft begrepen wel ook een evaluatie van het proces van de burgeramendementen plaatsgevonden, evenals is er in die zin (o.a.) ook een artikel in het Binnenlands Bestuur
7 verschenen, maar onduidelijk blijft vooralsnog of deze evaluatie eveneens bij het voorliggende Rv is betrokken; 11. Meer in het bijzonder had het o.i. toch ook goed geweest als er m.b.t. de diverse Plannen van aanpak toch ook een (bepaalde vorm) van participatie had plaatsgevonden. Natuurlijk zoals ook in het raadsvoorstel aangegeven heeft er hierover overleg met de indieners van de burgeramendementen plaatsgevonden, maar zonder aan de kwaliteiten van die indieners tekort te willen doen, integendeel, gaat de invoering van de Omgevingswet natuurlijk alle burgers aan, dus had een bredere participatie wellicht toch voor de hand gelegen; 12. Verder is het zo dat indertijd een groot aantal zienswijzen, waarvan enkele zeer veelomvattend, op de EZO zijn ingediend, waarbij bij veel van de daarop gegeven reacties van de gemeente werd aangegeven dat de daarbij aan de orde gestelde thema’s en aspecten in het vervolg aan de orde zouden worden gesteld, dus is het dan de vraag of die zienswijzen in het vervolg ook nadrukkelijk zullen worden meegenomen; 13. Daarnaast wordt er thans op diverse overheidsniveaus, dus zowel die van het Rijk, de provincies, als de gemeenten volop gewerkt met het verder vormgeven van de implementatie van de Omgevingswet.
Daarbij wordt door het Rijk na het vaststellen van de: ‘Nationale Omgevingsvisie – Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving’ (Rijksoverheid, 2020)’, inmiddels gewerkt aan diverse programma’s (waaronder o.a. het: ‘Programma Mooi Nederland’, het Nationaal Milieu Programma’, etc.), evenals ook aan een nieuwe: ‘Nota Ruimte’ (zie in deze met name ook de: ‘Contourennotitie Nota Ruimte (Min BZ, 2023’). Ook is zoals bekend door de provincie Utrecht eerder de: ‘Omgevingsvisie Provincie Utrecht’ in 2021 vastgesteld en zijn ook op door haar inmiddels diverse programma’s vastgesteld (zoals o.a. het: ‘Programma. Bodem en Water’, het: ‘Programma Groen Groeit Mee, het: ‘Programma Klimaatadaptatie’, het: ‘Programma Gezond en Veilig’, het: Programma Wonen en Werken’, etc.. Tenslotte hebben inmiddels vrijwel alle gemeenten die aan Zeist grenzen en dat zijn er velen eveneens een omgevingsvisie vastgesteld, evenals hebben sommigen ook al een aanzet tot het opstellen van diverse programma’s gegeven (zoals de gemeente Utrechtse Heuvelrug). In die zin zou o.i.
goed zijn van het daarbij met name ook kennis te nemen van de aanpak zoals deze door de diverse aan Zeist grenzende gemeenten is gevolgd (zie overigens eveneens de dienaangaande gestelde vraag ten tijde van de raadsinformatiebijeenkomst), evenals die door de provincie Utrecht in het kader van hun omgevingsvisie, ook al was deze dan op een hoger schaalniveau, want ook van die diverse wijzen van aanpak valt o.i. nog wel degelijk veel te leren (vergelijk in deze dus o.a. ook de: ‘Startnotitie Omgevingsvisie De Bilt (De Bilt, 2020)’);
Plan van aanpak Implementatie Omgevingswet 14. In het: ’Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet’ wordt dan een algeheel overzicht gegeven van de diverse opgaven waarvoor de gemeente zich nog gesteld ziet, dat teneinde aan diverse wettelijke eisen die de: ‘Omgevingswet’ stelt te kunnen voldoen en dan in het bijzonder het opstellen van de definitieve Omgevingsvisie Zeist 2050 (tot 2026) en ook het Omgevingsplan (tot 2032). Daarnaast wordt aandacht gegeven aan het: ‘Handvat Participatie voor inwoners en initiatiefnemers’, dat dan naast het: ‘Handvast participatie voor gemeentelijke projecten’ hetgeen dan kaders moet meegeven voor de participatie. Waarbij dan wat betreft het:
8 ‘Handvat Participatie voor inwoners en initiatiefnemers’ kan worden aangetekend, dat daartoe inmiddels voorlopig door het College het: ‘Afwegings- en toetsingskader Participatie Omgevingswet 2024’ is vastgesteld en op basis van bijbehorende: ‘Beleidsregels participatie ruimtelijke initiatieven Zeist 2024’ inmiddels ook in werking is getreden; 15. Bij dat ’Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet’ staan dan een 12 uitgangspunten centraal, dat zowel in procesmatige zin, zoals m.b.t. de samenhang tussen het opstellen van de definitieve: ‘Omgevingsvisie Zeist 2050’ (zie ook de eerste drie uitgangspunten), het Omgevingsplan Zeist’ en ook met de programma’s, evenals meer in inhoudelijke zin (zie met name ook de uitgangspunten 4 en 5). Daarnaast hoe men het samenspel wenst vorm te geven en waarbij dan voor het participatieniveau ‘raadplegen’ wordt gekozen (zie in deze dus ook de uitgangspunten 6 en 7), hoe men de communicatie wil aanpakken (uitgangspunt 8), hoe men de rol van de raad ziet (zie ook de uitgangspunten 9 en 10) én hoe men de planning en organisatie ziet, dat ook gezien de wettelijke termijnen (zie ook de uitgangspunten 11 en 12); 16. Met name wat betreft het participatieniveau wordt dan kennelijk gekozen voor ‘raadplegen’, maar de vraag is dan waarom toch niet wordt gekozen voor het participatieniveau van ‘co-produceren’, dus op basis van ‘co-creatie’.
Een benadering waarbij in Zeist indertijd ten tijde van het opstellen van de: ‘Structuurvisie Zeist schrijf je met een Q (met in totaal, dus inclusief het zogenaamde ‘Ontwikkelperspectief Zeist’, 34 publieke bijeenkomsten, inclusief die in alle kernen), evenals later ook met GONS toch al veel ervaring mee is opgedaan, zij het wat betreft GONS met meer of met minder succes, maar ook daar valt natuurlijk altijd van te leren (zie in deze dus ook de evaluatie van GONS zoals deze enige jaren terug heeft plaatsgevonden met ook een aantal aanbevelingen); 17. Meer in het bijzonder wordt in algemene zin toch als Stap het bijzonder de uitwerking van het groene burgeramendement en ook motie gemist, hetgeen o.i. dan niet alleen voor de definitieve Omgevingsvisie Zeist 2050 van belang moet worden geacht, maar uiteindelijk toch ook voor het Omgevingsplan en ook de zogenaamde BOPA’s. Anders wordt het toch moeilijk, zo niet onmogelijk tot een zorgvuldige weging op basis van de zogenaamde ‘Waardenweger’ te komen; 18. Dat men dan bij dit alles een ‘lerende organisatie’ wil zijn is natuurlijk mooi, maar dan gaat het o.i. niet alleen om een veranderde houding naar (mogelijke) initiatiefnemers (dus van ‘Nee, tenzij’, naar ‘Ja, mits’), maar o.i. juist ook m.b.t. wat er in de samenleving in het algemeen leeft en dan in het bijzonder m.b.t.
de (groene) waarden die Zeist (en ook de gehele provincie Utrecht 4) rijk is. Dat dus met een ‘open grondhouding’ naar wat er in die zin in de samenleving leeft. Natuurlijk het is altijd goed de dialoog met de samenleving te verbreden, waarvan in Zeist diverse goede voorbeelden zijn (zie o.a. de: ‘Maaltijd van Zeist’), maar het heeft o.i. geen zin de maatschappelijk (zeer) betrokken organisaties als ‘usual suspects’ aan te merken, waardoor deze feitelijk al bij voorbaat buiten spel worden gezet. Eerder bieden deze o.i. juist als een kans om tot een verdere verdieping van de thema’s zoals die in de samenleving leven te komen 5 en zo tot zorgvuldige keuzen t.a.v. een duurzame 4
Zoals bekend kwam uit de online enquête zoals deze door de provincie Utrecht m.b.t. het opstellen van haar Omgevingsvisie onder de bewoners is gehouden naar voren dat zij de natuur als veruit als de belangrijkste kwaliteit van de Provincie Utrecht zagen, hetgeen dan door 63.8 % van de bewoners werd aangegeven en in die zin aan het ‘ecologische belang’ als meest belangrijk werd aangemerkt (zie in deze dus ook de: ‘Resultaten enquête provincie Utrecht (Provincie Utrecht, 2018). 5 Overigens wordt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. en anderen door diverse gemeentelijke diensten en ook ontwikkelaars veelvuldig geraadpleegd, waarvoor ook veel waardering.
9 toekomst voor Zeist, hetgeen toch is waar we met zijn allen van dromen (zie in deze dus o.a. ook: ‘Hét boek met dromen voor de toekomst van Zeist (Zeist, 2020)’); Plan van aanpak Omgevingsvisie Zeist 2050 19. Zoals bekend heeft de: ‘Eerste Zeister Omgevingsvisie (EZO)’ zich met name gericht op het geven van een ‘beschrijving van de waarden, ambities en uitgangspunten’, waarbij dan nog niet tot nauwelijks ook echt duidelijke keuzen werden gemaakt; 20. Het doel van de definitieve Omgevingsvisie Zeist 2050 is dan ook om tot ‘strategische keuzen te komen van het beleid t.a.v. de fysieke leefomgeving voor de lange termijn’, te weten 2050. In die zin moet die visie dan een kader bieden hoe ‘we’ in Zeist de fysieke leefomgeving gaan ontwikkelen, de bestaande (ruimtelijke) gaan beschermen en beheren. In die zin heeft het (in samenhang met het omgevingsplan) tevens het toetsingskader voor ruimtelijke initiatieven. 21. Teneinde dan tot de Definitieve Omgevingsvisie Zeist 2050 te komen is daartoe dan in het: ‘Rv Plan van Aanpak Omgevingsvisie 2050’ een ‘Stappenplan’ opgenomen. Bij die aanpak wordt dan voortgeborduurd op de EZO, het groene amendement en ook - motie, evenals diverse andere relevante (beleids)plannen, zoals o.a. het vastgestelde regionale beleid (denk dus met name ook aan het: ‘IRP’), de: ‘Propositie’, diverse gebiedsvisies, de wijkperspectieven 6, etc.; 22.
Wat betreft de participatie wil men dan wat betreft de samenleving uitgaan van het participatieniveau ‘raadplegen’, maar zoals ook hiervoor al aangegeven zou ‘coproduceren’ o.i. toch mee voor de hand liggen; 23. In ieder geval goed dat men m.b.t. belangrijke thema’s ‘inventariseren en analyseren’ in beeld wil brengen wat de stand van zaken is, zoals o.a. m.b.t. de groen-, natuur- en groenblauwe waarden, zowel kwantitatief als kwalitatief 7. Daarnaast van mogelijke bouwlocaties én ook van de (gewenste) maatschappelijke voorzieningen tot de huidige bevolking en de verwachte bevolkingsgroei. Wat betreft het inventariseren van de groene en de groenblauwe waarden moet dus met name ook hetgeen daartoe in het groene amendement en ook de groene motie is aangegeven relevant worden geacht. In die zin is er overigens ook al een schat aan informatie, zoals o.a. hetgeen in het kader van de zogenaamde: ‘Groene Stad Challenge’ is verzameld, alhoewel dan niet compleet. Teneinde dan op basis van de gegeven inventarisaties, dus zowel wat betreft het groen, als diverse andere leefomgevingskwaliteiten (zie dus o.a. ook het programma ‘Samen meten aan leefomgeving (SMAL)’ in kader Samen Duurzaam Zeist), tot een ‘Zeister Barcode’ te komen, dat naar analogie van de ‘Utrechtse Barcode’, is op zich o.i.
interessant om nader te verkennen, zij het dat Zeist natuurlijk wel een hele andere en met name ook groene(re) identiteit heeft dan Utrecht, dat ook van oudsher, dat dus als Parel van de Stichtse Lustwarande, ook al kan dan met name in het Centrum nog een hele vergroeningsslag plaatsvinden, dat o.a. i.r.t. klimaatadaptatie (zie in deze dus o.a. ook het beleidsdocument: ‘Klimaatbestendig Zeist – Route naar een klimaatbestendige gemeente (Zeist, 2021)’). Met name m.b.t. de bevolkingsgroei zou het verder o.i. dan goed zijn (ook) daarbij met diverse scenario’s te werken, dat ook gezien de dialoog die dienaangaande thans in de 6
Dat de wijkvisies dan in een keer nu als wijkperspectieven worden aangeduid doet o.i. toch tekort aan die wijkvisies, die veelal voor zover de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. daar kennis van heeft kunnen nemen wel degelijk op de waarden zoals deze binnen de wijken voorkomen zijn gebaseerd. 7 Zie in deze overigens o.a. de: ‘Atlas (leefomgeving) Bunnik (Bunnik, 2021)’ en ook de: ‘Atlas (leefomgeving) De Bilt (De Bilt, 2021)’.
10 samenleving plaatsvindt en ook de diverse adviezen die in die zin inmiddels het licht hebben gezien (zie in deze dus o.a. het advies: ‘Gematigde groei (Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050, 2024)’), evenals het voornemen van de regering de economische ontwikkelingen en ook de woningbouw meer te spreiden over heel Nederland (zie in deze dus o.a. de ‘Contourennotitie Nota Ruimte’) 8; 24. Dan wil men ook t.a.v. toekomstige ontwikkeling van Zeist uitgaan van een aantal mogelijke samenhangende Denkrichtingen, waarbij dan een aantal voorbeelden worden gegeven, zoals ‘De gezonde Stad’, ‘De duurzame Stad’, “De Inclusieve Stad’, etc.. Bij de keuze van die denkrichtingen wil men dan kennelijk alleen de zogenaamde Samenwerkingspartners/Ketenpartners betrekken. Op zich dus goed dat men wil gaan werken met diverse denkrichtingen (vergelijk overigens ook de aanpak van de gemeente De Bilt in het kader van haar Omgevingsvisie), waarbij met zich bij die denkrichtingen dan hopelijk wel op meer richt dan alleen een stedelijke omgeving, zoals de diverse thans aangegeven voorbeelden thans suggereren.
Zeist heeft zich in haar diverse Structuurvisies van de afgelopen decennia altijd gericht op het bereiken van een bepaalde kwaliteit van de gehele leefomgeving, dus niet alleen die van de kernen, maar ook van haar buitengebied, dus zou het goed zijn als dat ook in de titels van de diverse denkrichtingen (of wellicht toch beter scenario’s) duidelijk naar voren komt. Met name in haar zienswijze op de EZO heeft de Stichting Milieuzorg Zeist e.o., dat ook gezien de vele uitdagingen waar we met zijn allen voor staan, zoals die m.b.t. het klimaat, de biodiversiteit, het water, evenals de ligging van Zeist op de flanken van de Heuvelrug en het Kromme Rijngebied, dus in een natuurlijke omgeving ten oosten van de stad Utrecht, er nu juist voor gepleit om ‘Zeist Natuurinclusief/Groen Zeist’ als uitgangspunt voor de toekomstige ontwikkeling van Zeist te nemen, dat naar analogie van het scenario ‘Groen land’ uit de publicatie:’Ruimtelijke verkenningen 2023 – 4 scenario’s voor de inrichting van Nederland (PBL, 2023)’ 9. Dat dus ook gezien de bijzondere groene kwaliteiten van Zeist (en omgeving). Dus zou het o.i. goed zijn een dergelijke denkrichting in ieder geval als een van de denkrichtingen/scenario’s te kiezen, dat dan mede ook met als uitwerking het groene amendement en ook motie, zodat in die zin bij de uiteindelijk te maken keuzen ook een goede vergelijking mogelijk is; 25.
Meer in het bijzonder zou het dus ook goed zijn als m.b.t. de transformatie van het landelijke gebied dus ook alvast rekening wordt gehouden met het NPLG/UPLG en ook met het: ‘Programma GGM’ en in die zin in het bijzonder ook met de: ‘Pilot Kromme Rijn Linielandschap’; 26. Dan wordt t.a.v. het al dan niet opstellen van een: ‘Plan-MER’ aangegeven dat het nog wordt onderzocht of dat zinvol is. Maar o.i. is dat niet alleen verplicht, maar ook zeer raadzaam, zeker ook als men met diverse Denkrichtingen aan de slag wil, aangezien zo niet alleen inzicht in de leefomgevingseffecten kan ontstaan, maar ook in welke mate de gemeente zich ook echt duurzaam ontwikkelt, dat bijvoorbeeld op basis van de diverse thema’s die bij ‘Brede Welvaart’ relevant moeten worden geacht. Daarbij zou dan, zoals ook al eerder in de zienswijze van de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. op de EZO aangegeven van het zogenaamde ‘Rad van Leefomgeving’ als integraal toetsingskader gebruik kunnen worden gemaakt; 27. Verder zou het dus ook goed als per gebiedstypen concreet de te realiseren ruimtelijke en milieukwaliteiten worden aangegeven (zie in deze dus wederom de: ‘Omgevingsvisie 8
Zie in deze overigens o.a. ook de notitie:’Onderbouwing bouwopgave van de gemeente Zeist en omgeving schiet tekort (SBZ, 2023). 9 Zie in deze overigens ook de publicatie: ‘Natuurinclusief Nederland – Natuur overal en voor iedereen RLI, 2022)’.
11 gemeente De Bilt’), zodat ook duidelijk wordt welke kwaliteiten in een bepaalde gebied worden nagestreefd (vergelijk in deze dus met name ook het zogenaamde: ‘Milieumengpaneel’); 28. Verder wordt toch ook in het stappenplan bijzonder aandacht voor de: ‘Waardenweger’ gemist, dat terwijl daaraan met name ook in de EZO een belangrijk gewicht werd toegekend om tot een zorgvuldige afweging van belangen te kunnen komen, dat inclusief voor zover aan de orde een compensatie van het groen (zie in deze dus ook het betreffende groene amendement en ook motie) 10; 29. Wel dus goed dat een monitoringsprogramma wordt opgezet, zodat een tijdige evaluatie mogelijk is; 30. Dan zou het tenslotte dus goed zijn, zoals ook hiervoor in algemene zin al aangegeven, als ook echt alle zienswijzen die eerder zijn ingediend op de EZO bij het opstellen van de definitieve Omgevingsvise Zeist 2050 worden betrokken, dat ook gezien de toen reeds dienaangaande gegeven inbreng;
Plan van aanpak definitief Omgevingsplan 31. Het doel van het: ‘Plan van Aanpak definitief Omgevingsplan’ is dan om van het tijdelijke Omgevingsplan, hetgeen dan feitelijk alle per 1 januari 2024 vigerende bestemmingsplannen, evenals verordeningen omvat, uiteindelijk uiterlijk 1 januari 2032 oorspronkelijk 2029) te komen tot een definitief Omgevingsplan. Daartoe is dan in het: ‘Plan van Aanpak definitief Omgevingsplan’ eveneens een ‘Stappenplan’ aangegeven; 32. In Stap 1 wordt dan eerst een zogenaamde: ‘Transitiestrategie’ opgesteld. Daarbij wordt dan als een van de uitgangspunten aangegeven dat men het definitieve Omgevingsplan gefaseerd en gebiedsgericht wil gaan opbouwen, waarbij dan in de transitiestrategie het aantal gebieden wordt bepaald, evenals de begrenzing en de prioritering daarvan. Nu is het uiteraard goed tot een bepaalde: ‘Transitiestrategie’ te komen, anderzijds is het toch ook van belang dat je eerst met zijn allen weet waar je wat betreft Zeist als geheel (in 2050) naar toe wil, alvorens je voor bepaalde deelgebieden alvast tot de vaststelling van aan definitief Omgevingsplan overgaat. O.i. zou moet het dan toch met name van belang worden geacht dat er in ieder geval de definitieve Omgevingsvisie 2050 ligt, alvorens je voor bepaalde deelgebieden, voor zover je dat al zou moeten willen, een definitief Omgevingsplan vaststelt.
Verder is het uiteraard aan de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. bekend dat Zeist een relatief groot aantal bestemmingsplannen kent, evenals een nog groter aantal postzegelbestemmingsplan, etc., maar anderzijds wordt heeft al lange tijd er een bepaalde mate van harmonisatie van de planregels plaatsgevonden, dat op basis van de: ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplan 2012’, en alhoewel de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. daarbij in specifieke gevallen niet altijd gelukkig was, werd daar vaak toch door de gemeente aan vastgehouden. In ieder geval behoeft het relatief grote aantal bestemmingsplannnen o.i. een algehele omzetting in een keer niet in de weg te staan; 33. Dat dan kennelijk niet langer van het principe van een ‘goede ruimtelijke ordening’ wordt uitgegaan, zoals dat in het kader van Wro van toepassing was, maar van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)’, waarvan onder de
10
Zoals ook in de motie reeds aangegeven heeft m.b.t. de compensatie met name Amersfoort daartoe reeds een aantal sappen gezet (zie in deze dus ook het rapport: ‘Puntensysteem groencompensatie en natuurinclusief bouwen Amersfoort (Amersfoort, 2022)’.
12 Omgevingswet sprake is, zij dan zo, maar de vraag is dan wel of dat tot een geheel andere systematiek en ook planregels zal leiden; 34. In ieder geval is het dus ook hierbij van belang dat toch eerst het groene amendement en ook de groene motie nader is uitgewerkt, alvorens voor de diverse gebieden de groene kwaliteiten kunnen worden bestemd en dus hoe deze waarden te beschermen, evenals waar toch bepaalde ontwikkelingen worden toegestaan hoe deze dan te compenseren. Hierbij dient dan o.i. tevens ook rekening te worden gehouden met de diverse ambities zoals deze m.b.t. het groen in de diverse beleidsdocumenten zijn aangegeven, zoals dus het: ‘Groenstructuurplan Groen voor Zeist (Zeist, 2011)’, het: ‘Lange termijn Bomenbeheerplan (Zeist, 2016), de: ‘Biodiversiteitsvisie (Zeist, 2021’), evenals de (beloofde) actualisatie daarvan, het: ’Landschapsontwikkelingsplan Kromme Rijngebied (Brons & Partners, 2009), het: ’Ambitiedocument Cultureel Erfgoed (Zeist, 2019)’, alhoewel nog niet door Raad vastgesteld, het beleidsplan: ‘Klimaatbestendig Zeist – Route naar een klimaatbestendige gemeente (Zeist, 2021)’. Daarnaast moeten m.b.t. de transitie van het buitengebied met name ook het NPLG/UPLG, evenals ook het; ‘Programma GGM’ van belang worden geacht en wat betreft Zeist dan in het bijzonder ook de: ‘Pilot GGGM Kromme Rijn Linielandschap’; 35. Hetgeen hiervoor m.b.t.
de groene kwaliteiten naar voren is gebracht, dus dat deze nader zijn uitgewerkt, evenals de compensatie, alvorens met de opstelling van omgevingsplannen kan worden begonnen, geldt uiteraard ook voor de zogenaamde: ‘Waardenweger’, dat met name ook i.r.t. de zogenaamde; ‘BOPA’s’ (zie wat betreft dat laatste dus ook de informatiebijeenkomst over de ‘BOPA’, d.d. 25 januari 2024); 36. Verder zou het (in die zin) dus goed zijn ook om per gebiedstype, dus gebied, de basisen ambitiekwaliteiten t.a.v. diverse leefomgevings-/milieukwaliteiten aan te geven, dat op basis van de zogenaamde: ‘leefomgevings-/milieukwaliteitsprofielen (zie in deze dus o.a. het: ‘Milieubeleidsplan Zeist op de kaart 2008 – 2011 (Zeist, 2008)’), zodat ook duidelijk is welke leefomgevingskwaliteiten in diverse gebieden worden nagestreefd (zie in deze dus ook de:’Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling – Vernieuwd instrumentarium leefbaarheid/duurzaamheid in ruimtelijke plannen (Provincie Utrecht, 2015)’. Met name door de gemeente De Bilt e.o. is hiertoe in haar ‘Omgevingsvisie De Bilt’, die overigens nog door de raad moet worden vastgesteld, een eerste aanzet toe gegeven, dus ook hieraan zou de gemeente Zeist o.i. een voorbeeld kunnen nemen (zie in deze overigens ook de powerpoint- presentatie SMZ e.o. ten tijde vaststelling Omgevingsvisie Zeist); 37.
In ieder geval dus goed dat, zoals ook hiervoor al bij diverse Plannen van aanpak aangegeven, bij het opstellen van zowel de: ‘Transitiestrategie’, als het definitieve Omgevingsplan zelf, nadrukkelijk rekening wordt gehouden met hetgeen in die zin in de diverse zienswijzen m.b.t. diverse thema’s naar voren is gebracht, evenals hetgeen in die zin door de gemeente in de: ‘Reactienota van Zienswijzen EZO’ is aangegeven;
Plan van Aanpak Handvat participatie voor inwoners en initiatiefnemers 38. In ieder geval dus wel goed dat er naast het: ‘Handvat participatie (Zeist, 2022)’, er ook specifiek voor ruimtelijke projecten door inwoners en initiatiefnemers een apart: ’Handvat participatie voor inwoners en initiatiefnemers’ komt. Evenals dat door de gemeente teneinde te voorkomen dat er met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 in die zin geen regels zouden zijn, het tijdelijke: ‘Afwegings- en toetsingskader Participatie Omgevingswet’ in het leven is geroepen, inclusief de daarbij
13 behorende beleidsregel is gepubliceerd teneinde daar ook echt rechtskracht aan te geven; 39. Teneinde dan tot het: ’Handvat participatie voor inwoners en initiatiefnemers’ te komen is dan (tevens) een ‘Stappenplan’ opgesteld; 40. Ook dus goed dat in de voorbereidende fase ook naar beschikbare informatie wordt gekeken, zoals o.a. het ‘Rekenkamerrapport m.b.t. Burgerparticpatie’, etc.; Verder dat in ieder geval ook bij het opstellen ervaringsdeskundigen en belanghebbendenn worden betrokken, dus er m.b.t. het:’Plan van aanpak Handvat participatie voor inwoners en initiatiefnemers’ er participatie plaatsvindt, evenals in een later stadium een consultatie van het concept en ook op regelmatige tijden een evaluatie; 41. Ook goed dat er in het: ‘Plan van Aanpak Handvat participatie voor inwoners en initiatiefnemer’ dus ook specifiek wordt verwezen naar hetgeen dienaangaande in het: ‘Burgeramendement participatie’ naar voren is gebracht. Wat betreft de inbreng m.b.t. het burgeramendement wil de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. t.a.v. dit Plan van aanpak dan ook verwijzen naar hetgeen in die zin door een van indieners van het burgeramendement naar voren is/wordt gebracht en de daarbij dan gegeven aanbevelingen; 42.
Meer in het bijzonder wil zij zelf wel ook nog verwijzen naar de aanpak zoals deze in het kader van: ‘GONS’ is uitgestippeld en waarbij dan op basis van ‘consent’ naar gedragen plannen werd toegewerkt, evenals de evaluatie zoals deze in die zin indertijd heeft plaatsgevonden (zie in deze dus ook de: ‘Notitie GONS-werkwijze (Zeist, 2015)’ en ook m.b.t. de evaluatie (o.a.) het ‘Advies GONS Boost (Zeist, 2017)’); 43. Ook zou het goed zijn dat ook binnen dit kader in ieder geval ook een nadere uitwerking van de: ‘Waardenweger’ plaatsvindt, zodat ook voor iedereen duidelijk wordt aan welke waarden bepaalde gewichten worden toegekend;
Bijlage overzicht beleidsplannen EZO 44. Goed dat dit overzicht er nu ligt, ook al zijn t.a.v. bepaalde thema’s wel aanvullingen mogelijk. Zo ontbreekt o.i. o.a. het: ‘LOP Kromme Rijngebied + (Brons & Partners, 2009)’, evenals bijvoorbeeld ook het: ’Milieubeleidsplan Milieu op kaart 2008 – 2011 (Zeist, 2008)’ en ook het beleidsplan: ‘Klimaatbestendig Zeist – Route naar een klimaatbestendige gemeente (Zeist, 2021)’, maar zo zullen er mogelijk nog meer beleidsvisies/-plannen zijn die relevant moeten worden geacht; 45. Wellicht zou bijvoorbeeld ook nog wel naar het:’Convenant Duurzaam Bouwen’ kunnen worden verwezen en waarbij Zeist voor ‘goud’ gaat, maar wellicht valt dat onder nieuw beleid, aangezien dit is ondertekend na de vaststelling van de EZO;
Conclusie 46. Goed dat er nu een integraal: ‘(Rv) Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet’ ligt, inclusief de diverse daarbij behorende ‘(Deel)plannen van Aanpak’; 47. In bovenstaande worden dan zowel m.b.t. de algehele aanpak, dus het: ‘Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet’, als t.a.v. de daarbij behorende relevante (Deel)plannen van aanpak een aantal aanbevelingen gedaan, waarbij het goed zou zijn als de gemeente deze ter harte neemt, evenals natuurlijk ook die vanuit de andere participanten/insprekers. Patrick Greeven (bestuurslid Stichting Milieuzorg Zeist e.o.)
14 Bijlage 2 Afwegingskader Omgevingsvisie De Bilt, inclusief ‘Milieumengpaneel’
Integraal afwegingskader
Milieumengpaneel
15 Bijlage 3 Aan het College van B&W van de gemeente Zeist T.a.v. het Team Ruimtelijke Ontwikkeling Postbus 513 3700 AM Zeist
Zeist, 25 februari 2022
Betreft: Zienswijze Stichting Milieuzorg Zeist e.o. inzake ‘Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist’
Niet alles kan overal 11 en Duurzaam, duurzaam, duurzaam 12 en Zeist in balans 13
Geacht College van Burgemeester en Wethouders, Via de media heeft u bekend gemaakt dat de: ‘Ontwerp-omgevingsvisie Zeist’ voor de periode van 17 januari t/m 27 februari 2022 voor het indienen van zienswijzen ter inzage is gelegd. Gaarne maakt de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. van de geboden gelegenheid gebruik een zienswijze op de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ in te dienen. Eerst zal nog nader worden ingegaan op het planproces, waarna de omgevingsvisie in inhoudelijke zin aan de orde zal worden gesteld. Afgesloten zal worden met een conclusie. 1. Planproces
Planproces Het opstellen van de Eerste Zeister Omgevingsvisie kent diverse fasen. Voor zover relevant zal daar nog kort bij worden stilgestaan. 11
Zie ook het rapport: ‘Niet alles kan overal (Commissie Remkes, 2021)’ m.b.t. stikstofproblematiek. Zie ook de ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021). 13 Zie ook de publicatie: ‘Zeist in balans (Stichting Milieuzorg Zeist e.o., 1990)’, evenals ‘update’ ‘Zeist in balans 2.0’ in Milieukrant 2022, nummer 1. 12
16
Eigenlijk al sinds het bekend is dat de Omgevingswet wordt ingevoerd, waarin dan 25 wetten betreffende de leefomgeving worden samengevoegd, is er door een aantal maatschappelijke organisaties bij de gemeente op aangedrongen om dit proces actief met de bevolking op te pakken, dat in vergelijkbare zin als dat met de Structuurvisie ‘Zeist schrijf je met een Q’ is gedaan. Daarbij hebben er toen ook een aantal voorgesprekken over een mogelijke aanpak plaatsgevonden.
Uiteindelijk er is op initiatief van de Stichting Beter Zeist in 2017 op het gemeentehuis een bijeenkomst voor maatschappelijke organisaties georganiseerd, waarbij toen o.a. ook een nadere toelichting over de Omgevingswet is gehouden door de gemeentelijke projectleider.
Daarna is het toch een relatief lange periode binnen de gemeente stil geweest, dat terwijl andere gemeenten in de regio, zoals bijvoorbeeld de Kromme Rijngemeenten Bunnik Houten en Wijk bij Duurstede, het opstellen van een Omgevingsvisie, in dit geval voor hun buitengebieden, wel actief oppakten, met dus als resultaat de: ‘Omgevingsvisie Kromme Rijngebied’.
Begin 2019 hebben er toen op verzoek van de gemeente een beperkt aantal overleggen met de (nieuwe) projectleider(s) plaatsgevonden, dat o.a. over de indeling van de buurten en wijken. Ook hebben zij de mogelijkheid aangeboden gekregen met een waardenbeschrijving van met name de buitengebieden van Zeist te komen.
Mede gezien de corona zijn de toen in eerste instantie in maart 2020 geplande inloopbijeenkomsten teneinde t.b.v. de ‘Ruimtekaart van Zeist’ waarden bij de samenleving op te halen niet doorgegaan. Daarvoor in de plaats zijn toen in februari en maart 2022 een tweetal digitale bijeenkomsten georganiseerd, waarbij met name per wijk/buurt kon worden aangegeven welke waarden de bewoners belangrijk vonden. Daar is toen ook een verslag van gemaakt, hetgeen dan als Bijlage B: ‘Uitkomsten Waardensessies’ aan de ‘OntwerpOmgevingsvisie’ is toegevoegd.
Daarnaast is er ook veel input gebruikt vanuit andere participatietrajecten die dan wel niet direct in verband stonden met de omgevingsvisie, maar daar ook niet geheel los van konden worden gezien, zoals die m.b.t. de: ‘Maaltijd van Zeist (1 en 2)’, het ‘Adviesrapport van de Inwoners Advies Commissie (IAC)/het Burgerberaad in het kader van Samen in Balans (IAC, 2021) (met betrekking tot de bezuinigingen), de Woonvisie, de Mobiliteitsvisie, etc..
Naast het proces dat direct betrekking heeft om de omgevingsvisie zelf, lopen er ook op regionaal niveau diverse processen waar Zeist actief in participeert met dus ook een relatie met de omgevingsvisie van Zeist. Daarbij gaat het dan met name wat betreft de U-16, dus de Regio Utrecht, om zowel het: ‘Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) (Regio Utrecht,
17 2021)’ waarin een ruimtelijke perspectief voor de regio wordt geschetst, als de: ‘Regionale Energie Strategie (RES) (Regio Utrecht, 2021)’ dat zich dan met name richt op de energietransitie. T.a.v. van het bepalen van haar positie in het kader van met name het: ‘IRP heeft Zeist dan met haar: Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ haar positie bepaald.
Op een hoger schaalniveau moet dan op rijksniveau de ‘Nationale Omgevingsvisie (Min BZ & Koninkrijksrelaties, 2020), evenals op provinciaal niveau de: ‘Provinciale Omgevingsvisie provincie Utrecht’ en ook ‘- Omgevingsverordening (Provincie Utrecht, 2021)’ van belang worden geacht. Ook speelt tussen die diverse overheidslagen nog het proces in het kader van het MIRT Utrecht-Oost/UNED waarbij i.r.t. de grote woningbouwopgave met name ook naar de diverse oplossingrichtingen m.b.t. de infra en dan in het bijzonder m.b.t. het (H)OV en de fiets wordt gekeken (zie in deze dus ook de visie: ‘Utrecht Nabij (UNED, 2021)’).
Teneinde inzicht te geven in de relatie tussen diverse planvormen is dan door Zeist de notitie: ‘De Samenhang der Dingen - Groeidocument voor College en gemeenteraad over de samenhang tussen locale, regionale en provinciale projecten (Zeist, 2021)’ opgesteld.
Uiteindelijk heeft het ophalen van waarden (zie in deze dus met name ook de: ‘OntwerpOmgevingsvisie’, Bijlage B: ‘Rapport Uitkomsten Waardensessies’), evenals ook uit andere bronnen, zoals dus de: ‘Maaltijd van Zeist’, de: ‘Propositie (Zeist, 2021)’, de: ‘Mobiliteittsvisie’, de ‘Woonvisie’, etc. (zie in deze dus ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie, Bijlage A: ‘Bronnenlijst’) dan geleid tot de: ’Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist’ zoals deze thans van 17 januari t/m 27 februari 2022 voor het indienen van zienswijzen ter inzage is gelegd.
Tenslotte is door Zeist wel een: ‘Werkgroep Omgevingswet’ ingesteld, bestaande uit een vertegenwoordiging vanuit de raad, maar onduidelijk blijft toch naar buiten toe welke betekenis aan die Werkgroep moet worden toegekend, dat ook al aangezien de vergaderingen niet openbaar waren.
Procedurele aspecten
Participatie Zoals ook uit het voorgaande duidelijk mag zijn, heeft de gemeente zich wat betreft de omgevingsvisie (sec) wat betreft het participeren van de samenleving met name gericht op het ophalen van waarden.
Nu is het inderdaad zo dat de gemeenten overeenkomstig de: ‘Omgevingswet’ verplicht zijn tot participatie, maar deze wel vormvrij is gelaten (zie in deze o.a. ook het:
18 ‘Omgevingsbesluit’, Art, 10.7). Wel is bij de behandeling van de: ‘Uitvoeringswet omgevingswet’ ten tijde van de behandeling in de Eerste Kamer een amendement aangenomen, waarin staat aangegeven dat: ‘verzoekt de regering om in het Invoeringsbesluit Omgevingswet een regeling op te nemen die ervoor zorgt dat er een plicht ontstaat voor gemeenten, provincies en waterschappen om het participatiebeleid op te stellen waarin vastgelegd wordt hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden en dit participatiebeleid vast te stellen door respectievelijk gemeenteraad, provinciale staten en het algemene bestuur van het waterschap, en te bevorderen dat de medeoverheden hier zo snel mogelijk mee beginnen, liefst voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet’. Natuurlijk Zeist heeft inmiddels een: ‘Handvat Participatie (Zeist, 2022)’ vastgesteld, waarin op basis van de zogenaamde: ‘Participatieladder’ wordt aangegeven hoe zij in toekomst participatie wil vormgeven, maar daarin wordt geen relatie gelegd met de processen zoals deze in het kader van de Omgevingswet zullen plaatsvinden, althans niet direct.
Buiten het gegeven wettelijke kader gaat het er de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. evenwel meer om dat we in de samenleving met zijn alle voor grote uitdagingen staan, zoals die m.b.t. de biodiversiteit en ook de klimaatproblematiek, die beiden willen we deze ook echt als samenleving oppakken een algehele ‘transitie’ vragen, en dat het alleen al in die zin goed zou zijn de samenleving niet alleen te betrekken bij het ophalen van waarden, hoe positief/belangrijk ook, maar juist ook bij het toekomstperspectief van Zeist en dus ook bij de integrale keuzen, waaronder die op het ruimtelijke vlak, die daarbij aan de orde zijn.
Natuurlijk door Zeist is de: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ opgesteld, waarin zij ook ingaat op de uitdagingen waar Zeist voor staat, dat ook mede uitmondend in een aantal ‘ontwikkelkansen’ en ook ‘onderzoeksrichtingen’, maar daarbij zijn slechts een beperkt aantal ‘stakeholders’ betrokken geweest en dat ook maar in een zeer beperkte mate. Dat terwijl die: ‘Propositie Zeist (Zeist, 2021)’ dus als een belangrijke ‘input’, zo niet als de belangrijkste ‘input’ voor de voorliggende: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’ wordt genomen, zoals m.b.t. de waarden voor Zeist als geheel (zie in deze dus ook de: ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, Hoofdstuk 3: ‘Waar gaan we voor’), evenals ook t.a.v. mogelijke toekomstige ontwikkelingen.
Gezien het verloop van het gehele proces, dat ook in relatie tot het eerdere proces in het kader van het: ‘Ontwikkelingsperspectief Zeist 2030 (Zeist, 2010)’ en ook de: ‘Structuurvisie Zeist Schrijf je met een Q (Zeist, 2011)’ en waarbij toen een groot aantal bijeenkomsten met de samenleving zijn georganiseerd, dat zowel m.b.t. bepaalde thema’s op het niveau van Zeist als geheel, zoals wat betreft wonen en natuur, als voor meer specifieke thema’s in de diverse kernen/buurten, in totaal zo’n 34 bijeenkomsten, evenals dat alles onder leiding van een onafhankelijke ‘regiegroep’, zijn in de loop van de tijd door de maatschappelijke organisaties met enige regelmaat oproepen aan de gemeente/gemeenteraad gedaan de participatie m.b.t. de omgevingsvisie niet alleen te betrekken tot het ophalen van waarden, maar ook bij de diverse ambities en de afweging t.a.v. de ambities die in dat verband voorliggen, dus feitelijk t.a.v. de ‘integrale visie’ als geheel (zie in deze o.a. de: ‘Brief
19 Ontwikkelings- en Participatieproces Eerst Zeister Omgevingsvisie’, d.d. 10 mei 2021). Uiteindelijk hebben die diverse verzoeken dan geleid tot een dialoogavond op 14 oktober 2021. Dat heeft toen ook geleid tot een aantal vragen vanuit de gemeenteraad aan het College, waar het College ook in haar brief van 13 januari 2022 toen ook een antwoord op heeft gegeven, hetgeen er dan op neer kwam, althans zo interpreteert de Stichting Milieuzorg Zeist e.o. dat dat er bij de maatschappelijke organisaties ‘nostalgie aanwezig is naar hoe men gewend was met elkaar de ontmoeting aan te gaan en naar de veiligheid van de inhoud zoals die er in was in de Structuurvisie, maar dat de tijdsgeest iets anders vraagt’ en ‘dat we in die zin eerst te oefenen hebben met het nieuwe instrumentarium om met elkaar te kunnen constateren hoe het wel en niet werkt 14’ (zie in deze dus ook de: ‘Brief College van B&W, d.d. 13 januari 2022, Hoofdstuk 2: ‘Een andere aanpak voor het wegnemen van de zorgen’).
Door met name de Stichting Beter Zeist, dat mede namens de andere betrokken organisaties, is in die zin nog wel aan het gemeentebestuur een brief toegestuurd met ook een aantal voorstellen om alsnog m.b.t. de omgevingsvisie tot een bepaalde dialoog met de samenleving te komen, zoals m.b.t. het voorzien in een bepaalde woningbehoefte, maar dus ook de: ‘Waardenweger’ (zie in deze dus ook de: ‘Reactie SBZ Collegebeantwoording van vragen uit de raad over zorgen buurt- en natuurorganisaties over participatie in de Omgevingsvisie’, d.d. 07 februari 2022, inclusief ook het: ‘Memo van aanvullende participatie over de Ontwerp-Omgevingsvisie Zeist’), maar daar is het dus niet meer van gekomen. Want ondertussen was de ‘Ontwerp-Omgevingsvisie’, dat dus zonder dat in de gemeenteraad aan de orde te stellen, dus al voor het indienen van zienswijzen voor de periode van 17 januari t/m 27 februari ter inzage gelegd, zij het dat deze wel al vanaf 22 december 2021 op de website van de gemeente was geplaatst, zodat de iedereen daar al eerder kennis van kon nemen en over de visie desgewenst ook nog toelichtende vragen aan het College kon stellen.