01-22RV007 Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2038 en de Provinciale Ruimtelijke Verordening, Provincie Utrecht 2013.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie gemeente Zeist – Zeist 2020
4.3.1.1 Algemeen De Structuurvisie gemeente Zeist is vastgesteld op 1 maart 2011 en bevat de visie ten aanzien van het ruimtegebruik van Zeist. De visie geeft aan waar en welke ruimtelijke ontwikkelingen de komende 10 jaar mogelijk zijn. De Structuurvisie bouwt voort op het Ontwikkelingsperspectief 2030 waarin vier kernwaarden (natuur en landschap, cultuurhistorie, duurzaam en zorgzaam en kwaliteit van 5 kernen met eigen identiteit) zijn geformuleerd. Deze kernwaarden zijn in de Structuurvisie vertaald naar 10 hoofdkeuzes. De belangrijkste keuze is die voor kwaliteit, waarbij de kwaliteit wordt ontleend aan de kernwaarden natuur en landschap, cultuurhistorie, duurzaamheid en zorgzaamheid, maar ook uit de identiteit van kernen. 4.3.1.2 Streefbeeld 2020 Het streefbeeld voor 2020 is vertaald naar en structuurvisiekaart. Een weergave van deze kaart is hierna weergegeven. Het plangebied ligt in een gebied aangeduid als ‘bebouwing’. Een uitsnede van de structuurvisiekaart is opgenomen in afbeelding 4.2. In dit geval is met name het thema ‘wonen’ van belang. Daar wordt hierna op ingegaan.
Afbeelding 4.2
Uitsnede structuurvisiekaart (Bron: Gemeente Zeist)
4.3.1.3 Wonen Met betrekking tot wonen staat kwaliteit voorop. Een inwoner van de gemeente Zeist moet een keus hebben om een woning te kiezen die past bij zijn inkomen. Vooral voor veel senioren, starters en de middeninkomens
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen zijn er te weinig woningen beschikbaar. De doorstroming bij huurwoningen is gering. Lagere en middeninkomens hebben hier bij uitstek last van. In de structuurvisie wordt ervoor gekozen deze groepen te faciliteren zodat er een meer evenwichtige samenstelling van de bevolking ontstaat. Hierbij is de keuze gemaakt om locaties voor inbreiding en transformatie te prioriteren. Bebouwde locaties kunnen via sloop-nieuwbouw worden getransformeerd. Er is in de gemeente Zeist geen aanleiding om bang te zijn te bouwen voor de leegstand. De druk op de grond en woningen blijft groot, mede door de centrale ligging in het land, maar ook door de vraag van de lokale bewoners. 4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Zeist 2020 Voor onderhavig plan is in het bijzonder van belang dat de gemeente bij nieuwbouw kiest voor het aansluiten bij de kwaliteiten van de omgeving. Het aantal woningen volgt de keuze voor kwaliteit. Het aantal beschikbare woningen voor senioren, starters en middeninkomens is te laag. Grote oorzaak hiervan is het scheefwonen. De doorstroming is gering. Onderhavig plan voorziet in de bouw van 72 woningen (appartementen en grondgebonden woningen) voor onder andere senioren, starters en jonge gezinnen (doorstromers).
Hiermee wordt bijgedragen aan het realiseren van voldoende woningen voor deze urgente doelgroepen. Tevens wordt met dit initiatief ingespeeld op de beleidskeuze om inbreiding/transformatie voor uitbreiding te prioriteren. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met de structuurvisie Zeist 2020. 4.3.2
Woonvisie 2016-2020
4.3.2.1 Algemeen De woonvisie doet uitspraken over verschillende onderdelen van wonen in Zeist. Er is gekozen voor 6 thema's: • • • • • •
Bijzondere doelgroepen Nieuwbouw en differentiatie Sociale huur Wonen en zorg Duurzaamheid Uitdagingen in de wijk
De woonvisie heeft een looptijd van vijf jaar (2016-2020). Na deze periode (of eerder als dit noodzakelijk wordt geacht) wordt de visie geëvalueerd en wordt beoordeeld of aanpassing of vernieuwing nodig is. In dit kader zijn de thema's 'Bijzondere doelgroepen', 'Nieuwbouw en differentiatie' en 'Duurzaamheid' van belang om te behandelen. 4.3.2.2 Doelgroepen Het uitgangspunt is: “Zeist is voor iedereen”. Oftewel, iedereen die hier wil wonen, moet zich thuis kunnen voelen in Zeist en een gelijke kans maken op passende woonruimte. Ingezet wordt op een evenwichtige samenstelling van de bevolking, waarbij de eigenheid van wijken gewaarborgd dient te worden. Dus niet overal dezelfde verdeling, maar wel vitale wijken met een voldoende gedifferentieerde bevolkingssamenstelling. Wonen is een samenspel van de woonruimte met de woonomgeving, sociaal en fysiek. Daarmee ligt er, zeker voor kwetsbare inwoners, een bredere opgave dan alleen het voorzien in onderdak. De gemeente onderscheidt een aantal groepen die specifiek aandacht nodig hebben. Het gaat om: • • • •
Starters; Herstarters; Doorstromers; Ouderen;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen •
Statushouders.
Bij starters gaat het over mensen die voor het eerst op de woningmarkt komen en een geschikte koop- of huurwoning zoeken. Bij herstarters gaat het om de toenemende groep mensen die na een relatiebeëindiging (tijdelijk) woonruimte zoeken. Deze groep heeft een overbrugging nodig in een onzekere levensfase, waarbij het contact met het sociaal netwerk van groot belang is om te kunnen blijven functioneren. Ook verdienen de zorgvragers extra aandacht. Door de extramuralisering van de zorg is er een andere problematiek ontstaan voor met name alleenstaande zorgvragers. Dit betreft een kwetsbare doelgroep. Vervolgens dient extra aandacht te worden geschonken aan de ouderen. Doordat kinderen het huis verlaten of doordat men zorgbehoevend wordt veranderd de woonvraag. Niet alle ouderen hoeven te verhuizen. Er is echter een deel van de ouderen die wil of moet verhuizen, doordat de woning te groot wordt of niet levensloopbestendig is te maken. Tot slot zijn de statushouders een belangrijke doelgroep. Er ligt voor de gemeente een grote opgave om de instroom van vluchtelingen op een menswaardige wijze in te vullen. Dit betekent een toenemende vraag naar sociale huurwoningen. 4.3.2.3 Nieuwbouw en differentiatie De gemeente Zeist streeft naar een evenwichtige samenstelling van de bevolking. Dit betekent dat de totale woningvoorraad een afspiegeling moet zijn van de behoeftes in de samenleving.
Hierbij hecht de gemeente belang aan wijken met een diversiteit aan bewoners als we kijken naar leeftijd, inkomen en huishoudenssituatie. Bij toevoegingen door nieuwbouw is dit het uitgangspunt. Nieuwbouw moet een goede aanvulling zijn op de huidige woningvoorraad en waar mogelijk inspelen op de behoefte die er is in de wijk. Wat betreft woningdifferentiatie geldt dat alle nieuwbouwprojecten moeten voldoen aan onderstaande differentiatie (zie ook paragraaf 4.1.2): Segment Goedkoop Middelduur Duur
Prijsniveau Sociale huur (max. € 710,68) + goedkope koop (max. € 200.000) Huren tot € 900 en kopen tussen € 200.000 en € 300.000 Huren vanaf € 900 en kopen vanaf € 300.000
% 25% tot 35% 35% tot 45% 20% tot 30%
De werkwijze is dat alle projecten in beginsel moeten voldoen aan de differentiatie binnen de aangegeven bandbreedtes. Bij niet voldoen aan de differentiatie, is het aan de initiatiefnemer om met een zorgvuldige onderbouwing te komen waarom wordt afgeweken van de verplichte differentiatie. Bij projecten met minder dan 10 woningen is vrijstelling mogelijk. Bij projecten met minder dan 30 woningen kan B & W instemmen met afwijken van de verplichte differentiatie (ter kennisname aan de raad). Bij projecten met meer dan 30 woningen, kan de gemeenteraad instemmen met het afwijken van de verplichte differentiatie. 4.3.2.4 Duurzaamheid De gemeente Zeist vindt het belangrijk om te blijven investeren in mogelijkheden voor toekomstige generaties. Daarom wordt ingezet op een duurzame woningvoorraad en het verminderen energiegebruik. Gericht op wonen betekent dit inzet op: • •
Verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Bij nieuwbouw in overleg met ontwikkelaars over innovatieve toepassingen en mogelijkheden om energieneutraal te bouwen.
4.3.2.5 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonvisie 2016-2020’ De realisatie van de 72 woningen draagt bij aan het realiseren van voldoende ruimte voor enkele doelgroepen die speciale aandacht nodig hebben, aangezien de beoogde woningen geschikt zijn voor starters, herstarters, doorstromers en ouderen. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van 72 woningen. De onderverdeling in de verschillende prijssegmenten is als volgt: • •
18 woningen goedkoop (25,0%); 33 woningen middensegment (45,8%); BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen •
21 woningen duur (29,2%).
Geconstateerd wordt dat net niet aan de verplichte differentiatie wordt voldaan. Het middeldure segment ligt namelijk 0,8% hoger dan de beoogde differentiatie zoals opgenomen is de woonvisie van de gemeente Zeist. Het betreft een marginale overschrijding die noodzakelijk is in verband met de gekozen stedenbouwkundige opzet, alsmede de financiële haalbaarheid van het plan. De zeer beperkte afwijking wordt aanvaardbaar geacht en is in lijn met de uitgangspunten van de woonvisie door in te zetten op het realiseren van een gedifferentieerde woonbuurt. In het plan wordt daarnaast kwalitatief voldaan aan de gewenste doelgroepen: starters, herstarters, doorstromers en senioren, aangezien voor al deze groepen woonruimte wordt gerealiseerd. Tot slot wordt gesteld dat de bebouwing zal worden gebouwd als BENG (bijna energieneutraal) gebouw. Hiermee wordt voldaan aan de doelstelling om zoveel mogelijk energieneutraal te bouwen. Geconcludeerd wordt dat dit initiatief een positieve bijdrage levert aan de woningmarkt, en past binnen de uitgangspunten van de gemeentelijke woonvisie. 4.3.3
Brede Milieuvisie Zeist
4.3.3.1 Algemeen De Brede Milieuvisie geeft aan wat de doelstellingen van de gemeente Zeist zijn op het gebied van milieu. Het geeft een intentie en richting weer voor het handelen van de gemeente op het gebied van verkeer en mobiliteit, afval, groen en landschap, ruimtelijke ordening en economie. Een gedeeld toekomstbeeld helpt de gemeente Zeist de komende jaren samen de koers te maken en vast te houden: een klimaatneutraal Zeist, minder grondstoffenverbruik, een groen Zeist met gezonde leefomstandigheden. De breedte van de visie zit in het samenbrengen van de verschillende milieu- en duurzaamheidsambities. Zodat de visie als kapstok kan fungeren voor alles wat er op milieugebied en aan de ‘Planet’ kant van duurzaamheid gebeurt in en voor Zeist. De vier inhoudelijke pijlers van het milieubeleid zijn: • • • •
Klimaat en energie: we gaan op weg naar een klimaatneutraal Zeist in 2030; Circulaire economie: we handelen vanuit kringlopen en hergebruik, delen en gebruiken in plaats vanuit bezit; Levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie: we zorgen voor een met groen dooraderd Zeist; Gezonde leefomgeving en kwaliteit van leven: we zetten ons in voor een goede lucht- en waterkwaliteit, minder geluidshinder en een duurzame voedselvoorziening.
Klimaat en energie Met betrekking tot klimaat en energie is een van de speerpunten dat zoveel mogelijk wordt voorzien in de opwekking en opslag van zelfvoorzienende energie. Energiezuinigheid van woningen is belangrijk. In Zeist wordt altijd gestreefd naar nul-op-de-meter woningen. Daarnaast wordt door middel van goede fiets- en wandelroutes en autoluwe wijken het gebruik van de auto afgeremd en het fietsen gestimuleerd. Circulaire economie Circulaire economie is een economisch systeem, dat bedoeld is om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren. Afval als hergebruikmateriaal is hierbij een belangrijke pijler. Levend netwerk van natuur, landschap en cultuurhistorie Een heel belangrijke kernkwaliteit van Zeist is (de kwaliteit van) de groene omgeving. Het gaat daarbij om de kralen natuur, biodiversiteit en water. Groen en natuur hebben een intrinsieke waarde, maar de groene omgeving is ook van belang om letterlijk en figuurlijk op adem te komen: er is een sterke relatie tussen natuur en gezondheid. Gezonde leefomgeving en kwaliteit van leven
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen Gezondheid en kwaliteit van leven draait om de kralen: groen (natuur en biodiversiteit), water, bodem en ondergrond, externe veiligheid, luchtkwaliteit en geluidshinder (mobiliteitskeuzes). Doelen op deze vlakken zijn (op korte termijn) minder zichtbaar en voelbaar, maar zijn (op de lange duur) van groot belang voor onze gezondheid en ons welbevinden. 4.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de Brede Milieuvisie Zeist De beoogde bebouwing zal worden gebouwd als BENG (bijna energieneutraal) gebouw. Ook worden de woningen gasloos gebouwd. Hiermee wordt aangesloten bij de doelstelling om energiezuinige woningen te realiseren. Verder bestaat het voornemen om het natuurinclusief bouwen toe te passen. Hierbij moet gedacht worden aan het realiseren van permanente en in de bebouwing geïntegreerde verblijfplaatsen voor huismussen en vleermuizen. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de Brede Milieuvisie Zeist. 4.3.4
Routekaart Energieneutraal
4.3.4.1 Algemeen In mei 2019 heeft de gemeenteraad van Zeist de Routekaart Energieneutraal vastgesteld. De ambitie van Zeist is om zo spoedig mogelijk, uiterlijk in 2050, energieneutraal te zijn. Dat betekent dat op het grondgebied van Zeist in 2050 evenveel energie duurzaam wordt opgewekt als aan energie verbruikt wordt. De routekaart stelt dat Zeist tot 2050 zo’n 50% bespaart op de energievraag. Dit gebeurt door het isoleren van woningen en andere panden, door energiebesparend gedrag en door nieuwe energiezuinige technologieën. Uitgaande van deze besparing heeft Zeist uiterlijk in 2050 een jaarlijkse energiebehoefte die gelijk staat aan bijvoorbeeld 100 windmolens van 3 megawatt. De routekaart beschrijft op welke vijf actielijnen de gemeente het initiatief neemt, in welk tempo en met welke focus. Hieronder zijn de ambities uitgezet: •
Actielijn warme wijken;
Het streven is om de wijken en buurten in 2050 volledig aardasvrij te maken. Nieuwbouw is per definitie aardgasvrij. •
Actielijn duurzame mobiliteit;
Het streven is om al het gemotoriseerd verkeer over te laten gaan naar duurzame schone brandstof. De fiets en het OV krijgen ruim baan als belangrijkste vervoersmiddelen binnen Zeist. •
Actieplan groene bedrijven;
Zeist zet in op een duurzame bedrijfsvoering, waarbij maximaal wordt bespaard op energie en de mogelijkheden voor duurzame opwek worden benut. •
Actielijn duurzame energie;
De ambitie is, dat alle potentie die er is in Zeist, optimaal benut wordt. De gemeente maakt gebruik van innovatieve oplossingen op het gebied van energieopwekking en opslag van energie. •
Actielijn het goede voorbeeld.
De ambitie is dat de gemeentelijke organisatie in 2030 energieneutraal is, om zo het goede voorbeeld te geven. 4.3.4.2 Situatie plangebied Het is voorliggend geval niet realistisch om de woningen nul-op-de-meter te bouwen. Dit in verband met de ligging van het plangebied is een grondwaterbeschermingsgebied. Dit betekend dat geen gebruik kan worden gemaakt van de waterbodem voor energieopwekking. Ten aanzien van het eventueel voorzien van de daken met zonnepanelen wordt opgemerkt dat er sprake is van een beperkt oppervlak. Verder zal het rendement van de zonnepanelen niet optimaal zijn in verband met de ligging in een bosrijke omgeving en omliggende bebouwing (met name het kantoorgebouw van GSK). BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen Gelet op het vorenstaande is het plan ingestoken op BENG (Bijna energieneutrale) woningen. Hierbij zullen de woningen gasloos worden uitgevoerd en wordt gestreefd naar woningen die 20% energiezuiniger zijn dan bij nieuwbouw wettelijk is vereist. 4.3.5
Bestemmingsplan Oud Zandbergen e.o.
4.3.5.1 Algemeen Het ‘Bestemmingsplan Oud Zandbergen e.o.’ is op 20 september 2005 vastgesteld door de gemeente Zeist. Dit bestemmingsplan biedt een planologische juridisch regeling voor de buitenplaats Oud Zandbergen, het gebied zuidelijk daarvan (ook wel aangeduid als ‘de Kuil’) en het zuidelijke deel van Huis ter Heide Zuid. Voorliggend plan voorziet in de uitwerking van het in het bestemmingsplan opgenomen uitwerkingsgebied ter plaatse van Huis ter Heide zuid. In deze paragraaf wordt getoetst aan de bij dit uitwerkingsgebied opgenomen uitwerkingsplicht en de daarbij behorende voorwaarden. 4.3.5.2 Uitwerkingsgebied In artikel 2.9 van het ‘Bestemmingsplan Oud Zandbergen e.o.’ is de bestemming ‘Uitwerkingsgebied’ opgenomen. A.
Uitwerkingsplicht
De gemeenteraad dient overeenkomstig artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening het op de plankaart aangewezen uitwerkingsgebied binnen deze planperiode uit te werken, met inachtneming van het bepaald in de artikelen 1.4 en 4.1 van deze voorschriften, en mits: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
bij woningbouw vooraf met een akoestisch onderzoek is aangetoond dat kan worden voldaan aan de maximale toegestane geluidswaarden krachtens de Wet geluidhinder; vooraf met een bodemonderzoek is aangetoond dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; de onder B genoemde beschrijving in hoofdlijnen en onder C genoemde uitwerkingsregels daarbij in acht worden genomen; de uitvoerbaarheid van de toekomstige ontwikkeling van het uitwerkingsgebied voldoende is verzekerd door contractuele afspraken met private partijen of een gemeentelijk grondexploitatie; een bestemmingsregeling voor de woonfunctie wordt uitgewerkt indien het uitwerkingsplan voorziet in een nieuwe woonbestemming; advies is ingewonnen bij de brandweer betreffende de externe veiligheid van het ‘landmarkkantoor’ en mogelijke (bouwkundige) maatregelen hieromtrent.
Daartoe kan de gemeenteraad de op de plankaart voor uitwerkingsgebied aangewezen gronden, na uitwerking, bestemmen voor: a. b. c. d. e. f. B.
kantoordoeleinden; bedrijfsdoeleinden (categorie 1 en 2); woondoeleinden (categorie I, II, III); verkeersdoeleinden; groendoeleinden; water. Beschrijving in hoofdlijnen
Ontsluiting autoboulevard en Huis ter Heide-Zuid. Het beleid is er op gericht om het op de plankaart aangewezen uitwerkingsgebied her in te richten teneinde een ontsluiting van de autoboulevard en Huis ter Heide-Zuid te bewerkstelligen die leidt tot een vermindering van het verkeer over de Korte Bergweg en de Prins Alexanderweg ten noorden van de aansluiting op de Korte Bergweg. Hierna is in hoofdlijnen beschreven op welke wijze dat moet gebeuren.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen Daarnaast zijn een aantal beeldkwaliteitscriteria met betrekking tot cultuurhistorie en landschap vastgelegd in het “Beeldkwaliteitsplan Oud Zandbergen e.o.”, dat deel uit maakt van het toetsingskader van deze voorschriften en daartoe als bijlage in dit bestemmingsplan is opgenomen. Deze beschrijving in hoofdlijnen en het bij deze voorschriften behorende “Beeldkwaliteitsplan Oud Zandbergen e.o.” vormen het toetsingskader voor het verlenen van vrijstelling, het stellen van nadere eisen, het verlenen van aanlegvergunningen en het wijzigen of uitwerken van dit bestemmingsplan.
C.
Uitwerkingsregels
Bij uitwerking van het gebied neemt de Gemeenteraad de volgende regels in acht: a.
b.
c. d. e. f. g. h.
i. j. k. l.
binnen het uitwerkingsgebied zijn de volgende functies toelaatbaar: wonen, kantoren, bedrijven, verkeer en verblijf, groen en water, met dien verstande dat langs de Korte Poot van de Korte Bergweg geen bedrijfs- of kantoordoeleinden zijn toegestaan; in het uitwerkingsgebied zijn uitsluitend bedrijven toegestaan die passen in de nabijheid van woningen en zijn genoemd in de categorieën 1 en 2 van de bij deze voorschriften behorende Lijst van bedrijfstypen3 ; een eventuele nieuw woning langs de Korte Bergweg dient in de rooilijn van de overige woningen langs deze weg te worden gebouwd; in totaal mag binnen het gehele uitwerkingsgebied niet meer dan 8.100 m² grondoppervlak worden bebouwd; de goothoogte van de bebouwing, mag niet meer dan 10 meter bedragen en de nokhoogte niet meer dan 12 meter, behalve daar waar op de plankaart een andere bouwhoogte is aangeduid; indien een plat dak is voorzien mag de bouwhoogte niet meer dan 10 meter bedragen, behalve daar waar op de plankaart een andere bouwhoogte is aangeduid; de verticale diepte van gebouwen mag niet meer dan 6,5 meter bedragen; tenminste 10% van de gronden voor groendoeleinden wordt aangewezen, ten behoeve van de realisering van onder meer een groene overgang tussen de woningen langs de Korte Bergweg (korte poot) en het uit te werken werkgebied; de ontsluitingsweg dient het tracé van de op de plankaart aangewezen ontsluiting
globaal te volgen (enige verschuiving ten noorden of zuiden van deze lijn is toegestaan); de breedte van het profiel van de aan te wijzen ontsluitingsweg dient gelijk te zijn aan de breedte van het profiel van de ontsluitingsweg langs de autoboulevard, zoals dat op de plankaart is aangegeven; parkeren dient op eigen terrein te worden voorzien; indien er in de bosstrook langs de Huis ter Heideweg bomen worden gekapt dienen deze conform de daarvoor geldende, gemeentelijke regels te worden gecompenseerd;
4.3.5.3 Toetsing van het initiatief aan het ‘Bestemmingsplan Oud Zandbergen e.o.’ Hierna wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de uitgangspunten en voorwaarden zoals opgenomen in voorgaande paragraaf. A.
Uitwerkingsplicht 1.
2.
Het voorliggende plan voorziet in woningbouw. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is door DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 5.1 van deze toelichting In het kader van voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De bodem wordt geschikt geacht voor het toekomstige gebruik. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 5.2 van deze toelichting.
3
Het uitwerkingsgebied is gelegen in het grondwaterbeschermingsgebied van de drinkwaterwinning Zeist. Activiteiten (waaronder de vestiging van bepaalde inrichtingen) die de kwaliteit van het grondwater kunnen aantasten zijn hier volgens de Provinciale Milieuverordening niet zonder meer toelaatbaar. In de Provinciale Milieuverordening is geregeld welke inrichtingen/activiteiten niet of slechts onder voorwaarden zijn toegestaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen 3. 4. 5.
6. B.
Verwezen wordt naar de toetsing onder B en C. De ontwikkelaar en gemeente zijn een anterieure- en planschade overeenkomst overeengekomen. Het voorliggende uitwerkingsplan voorziet in een passend juridisch planologisch kader met passende woonbestemmingen om de voorgenomen woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Hiervoor wordt verder verwezen naar de regels en de verbeelding van dit uitwerkingsplan. De gemeenteraad van de gemeente Zeist heeft eerder besloten om geen landmark toe te laten op deze plek. Het landmark maakt ook geen onderdeel uit van onderhavig plan. Beschrijving in hoofdlijnen
Ontsluitingsweg Het voorliggende uitwerkingsplan voorziet in een nieuwe ontsluitingsweg gelegen tussen de Prins Alexanderweg en de Huis ter Heideweg. Hiermee wordt de ontsluiting tussen de autoboulevard en Huis ter Heide Zuid gerealiseerd. Door de ontsluiting tussen de autoboulevard en Huis ter Heide zuid zal niet al het toekomstige verkeer zich bewegen over de Korte Bergweg en de Prins Alexanderweg (zie ook paragraaf 3.2.2.2). De beoogde afsluiting van de viaduct over de A28 voor gemotoriseerd verkeer zal tevens bijdragen aan een vermindering van verkeer over deze wegen. Beeldkwaliteit Het beeldkwaliteitsplan, zoals opgenomen in het ‘Bestemmingsplan Oud Zandbergen e.o.’, schrijft voor dat het GSK gebouw een beeldbepalend element in het gebied is. Het gebied zal zowel ruimtelijk (van drie bouwlagen naar maximaal twee bouwlagen met kap) als functioneel (functies die gecombineerd kunnen worden met een woonomgeving) een overgang vormen van het grootschalige GSK gebouw naar de woningen langs de Korte Bergweg. De groenstroken en bomenrijen langs de Prins Alexanderweg en de Huis ter Heideweg zijn beeldbepalend voor het gebied en kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Eventuele nieuwe woningen dienen georiënteerd te zijn op de Korte Bergweg en qua architectuur te passen bij de overige woonbebouwing.
Aan de zuid- en westzijde van het plangebied wordt beoogd om appartementen te realiseren van maximaal drie bouwlagen, meer centraal in het plangebied zijn grondgebonden woningen beoogd (twee bouwlagen met kap). Het vorenstaande zorgt ruimtelijk gezien in een overgang van hoogbouw (het GSK gebouw) naar grondgebonden woningbouw. Aan de noordzijde (zijde Korte Bergweg) worden de woningen gebouwd in de rooilijn van de naastgelegen aanwezige woningen. Aan de zijde van de Huis ter Heideweg wordt de aanwezig groenstructuur zoveel als mogelijk behouden. Dit geldt ook voor de groenstoken en bomenrijen aan de Prins Alexanderweg. Binnen het plangebied is ruimte aanwezig voor groen. Hiermee krijg het geheel een groen karakter. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in het ‘Bestemmingsplan Oud Zandbergen e.o.’. C.
Uitwerkingsregels a. b. c. d. e.
f. g. h.
Hieraan wordt voldaan. In het plangebied komen woningen, verkeers- en verblijfsvoorzieningen en groenvoorzieningen. Kortheidshalve wordt verwezen naar de regels en bijhorende verbeelding. N.v.t. Het beoogde appartementengebouw langs de Korte Bergweg wordt gebouwd in rooilijn van de overige woningen langs deze weg. Binnen het plangebied wordt circa 3.000 tot 3.500 m2 grondoppervlak bebouwd. De beoogde grondgebonden woningen krijgen een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 9 en 11 meter. De appartementengebouwen worden maximaal 10 meter hoog en plat afgedekt. Zie e. Hier wordt aan voldaan. Dit is vastgelegd in de regels van het voorliggende uitwerkingsplan. Hier wordt aan voldaan. Verwezen wordt naar de regels en bijhorende verbeelding. In de verbeelding is nu ongeveer 25% toegewezen als groen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen i.
j.
k. l.
4.3.6
In de uitwerkingsregel staat heel nadrukkelijk dat de ontsluitingsweg het aangewezen tracé globaal dient te volgen en dat enige verschuiving is toegestaan. Gelet op deze ruimte omschrijving en het karakter van een uitwerkingsplicht, is de beoogde ontsluiting in het uitwerkingsplan in overeenstemming met de voorschriften van het moederplan. Verder voorziet het uitwerkingsplan in een groenstrook tussen de nieuwe ontsluitingsweg en het bestaande woonperceel. Op die wijze is er ook geen strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het doel van deze uitwerkingsregel is dat er sprake is van voldoende verkeersruimte en zodat het verkeer ‘normaal’ kan doorrijden op de doorgetrokken Blanckenhagenweg. Hier wordt in voorliggend geval aan voldaan. Er wordt uitgegaan van een gecombineerde fiets/ autoweg, langsparkeerstrook en wordt er een trottoir toegepast. Verwezen wordt naar de plankaart. Het totale profiel langs de autoboulevard is ongeveer 10 meter en het profiel van de nieuwe ontsluitingsweg is eveneens ongeveer 10 meter. Het parkeren wordt geheel binnen het plangebied opgelost. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 3.2.2.1. In de bosstrook langs de Huis ter Heideweg dienen een aantal bomen gekapt te worden waarvan er een aantal gekwalificeerd zijn als onvoldoende, slecht en/of dood. De goede bomen die gekapt worden dienen te worden gecompenseerd.
In het nieuwe plangebied zijn deze bomen meegenomen. In de aan te vragen omgevingsvergunning zal dit nader worden onderbouwd met onder andere de posities, types etc. De compensatie danwel herplant zal voldoen aan de richtlijnen geformuleerd in de bomenverordening Zeist 2016. Het voorgaande is verankerd in de regels van het bestemmingsplan. Groenstructuurplan Groen (voor) Zeist
4.3.6.1 Algemeen Het groenstructuurplan Groen (voor) Zeist schetst de hoofdlijnen van het beleid voor het openbaar groen binnen de bebouwde kom van de kernen van Zeist. Het is een kader voor beheer en onderhoud van het groen en het levert input vanuit het groen bij ruimtelijke of andere ontwikkelingen. Het groen in Zeist is fysiek en maatschappelijk belangrijk. Het levert een bijdrage aan een aangenaam en gezond woon- en verblijfsklimaat, het herbergt natuurwaarden en speelt een aanzienlijke rol in sociaal en maatschappelijk welbevinden. De gemeente zet in op het veiligstellen, koesteren en versterken van het groene karakter van Zeist, dat bestaat uit een rijkdom van samenstellende, kenmerkende groene structuren. Daarbij worden 5 structuurkenmerken (S) en 5 thema’s (T) onderscheiden, elk met een eigen beleidsdoel, te weten: STRUCTUURKENMERKEN S1; Landschappelijke structuur en Ecologische Hoofdstructuur Zeist (EHZ)
S2; Het groene cultuurhistorische raamwerk
S3; Het netwerk van lanen en wegen S4; Parken en plantsoenen S5; De collage van kenmerkende groene karakters van de buurten van Zeist
Het herkenbaar houden van de verschillende landschapstypen, doorlopend tot in de directe woonomgeving van mensen, als drager van de EHZ, ook op privéterreinen. Het koesteren, zichtbaar houden en versterken van de groene samenhang binnen het cultuurhistorisch raamwerk als geheel, inclusief laanpatronen en lopen van oude waterwegen Inzetten op het netwerk van lanen (en wegen) als dragers van de groenstructuur en als beeldkenmerk van Zeist. Parken en plantsoenen moeten qua geschiedenis, beeld en gebruikswaarde de aandacht krijgen die ze verdienen. Deze collage moet worden gekoesterd, zichtbaar worden gehouden en versterkt, waarbij de vervlechting met de stedenbouwkundige karakteristieken en de rest van de groenstructuur kenmerkend is (en blijft).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen
THEMA’S T1; Bomen T2; Recreatief medegebruik
T3; Natuurwaarden
T4; Tuinen
T5; Buurt- en wijkinitiatieven
Inzetten op bomen als belangrijkste beeldkenmerk van de Zeister groenstructuur. Optimaal ruimte bieden voor recreatief medegebruik van het groen in de woonomgeving, in een grote verscheidenheid aan gebruiksmogelijkheden. Bij voldoende ruimte, natuurontwikkeling en –beleving bevorderen in de woonomgeving van mensen, waarbij acceptatie van de verschijningsvorm een belangrijke rol speelt. De tuinen van de inwoners van Zeist als thema in beeld brengen en ervoor zorgen dat met ter beschikking staande middelen het belang ervan voor de Zeister groenstructuur wordt uitgedragen. Buurt- en wijkinitiatieven toetsen aan bovenstaande beleidsuitgangspunten.
4.3.6.2 Huis ter Heide Huis ter Heide maakt onderdeel uit van de landgoederen- en buitenplaatsenzone langs de Amersfoortseweg. Het kent een duidelijke tweedeling: het villapark ten noorden- en het oude dorp ten zuiden (hier is het plangebied gelegen) van de Amersfoortseweg. In het villapark is er gebruik gemaakt van het buitenplaatsenthema. Het noordelijke deel van Huis ter Heide kenmerkt zich door een parkachtige en lommerrijke setting. Grote bomen en brede grasbermen bepalen het beeld. De percelen zijn ruim opgezet met voornamelijk vrijstaande bebouwing voorzien van grote voor- en achtertuinen. Ten opzichte van het villapark is het “oude” dorp veel steniger. De bebouwde kom vormt een duidelijke contrast met de beboste omgeving. De bebouwing is hier sterker gevarieerd dan in het villapark in het noordelijke deel. In het zuidelijk deel vindt men voornamelijk kleinschalige naoorlogse woonbebouwing en oude dorpsgebouwen en landhuizen. De straatprofielen zijn smal en eenvoudig maar wel voorzien van laanbeplanting. De Hobbemalaan (Noord) en in het verlengde de Prins Alexanderweg (Zuid) vormen een uitzondering in het stratenpatroon. Deze straten zijn veel strakker vormgegeven. Het oude profiel van de scheipaden van de ontginningsvakken van de Amersfoortseweg is nog fraai aanwezig: van oorsprong een pad van 11 m (3 roe) breed, met aan weerszijden een kleine wal.
4.3.6.3 Toetsing van het initiatief aan het ‘Groenstructuurplan Groen (voor) Zeist’ Het uitgangspunt voor het uitwerkingsplan is dat de belangrijkste groenstructuren worden vastgelegd. Hiervoor wordt verwezen naar de verbeelding behorend bij dit uitwerkingsplan. Zoals ook aangegeven in paragraaf 4.3.5.3 worden er wel een aantal bomen gekapt. Het gaat hierbij veelal bomen die gekwalificeerd zijn als onvoldoende, slecht en/of dood. De goede bomen die gekapt worden dienen te worden gecompenseerd. In het nieuwe plangebied zijn deze bomen meegenomen. 4.3.7
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsambities zoals verwoord in het hiervoor behandelde gemeentelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een ruimtelijke onderbouwing vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, water, bomen en het Besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid (Wet geluidhinder)
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een uitwerkingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. De functie 'wonen' is aan te merken als een geluidsgevoelige functie. 5.1.2
Situatie plangebied
5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In het kader van voorgenomen ontwikkeling is door DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 4. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste uitkomsten en conclusies van het onderzoek. Geluidsbelasting wegverkeer Voor het plan is de invloed van het geluid van het wegverkeer onderzocht: • • •
•
•
De geluidsbelasting is bij de nieuwbouw vanwege de Rijksweg A28 hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB en op twee gebouwen ook hoger dan de maximaal toelaatbare waarde van 53 dB. De geluidsbelasting voldoet op de nieuwbouw vanwege de gemeentelijke weg Blanckenhagenweg waar een rijsnelheid van 50 km/uur geldt aan de voorkeurswaarde. De geluidsbelasting door de 30 km/uur wegen is bij nieuwbouw maximaal 58 dB na aftrek. Als deze waarde wordt vergeleken met de waarden uit de Wet geluidhinder, concluderen wij dat aan de maximaal toegestane waarde wordt voldaan. Uit het onderzoek naar maatregelen voor de nieuwbouw blijkt dat bronmaatregelen de geluidsbelasting niet kunnen verminderen tot de voorkeurswaarde. Schermen zijn vanuit financieel en stedenbouwkundig opzicht niet wenselijk. Bij de bestaande woningen is de geluidsbelasting door de nieuw aan te leggen weg (rijsnelheid 30 km/uur) maximaal 55 dB na aftrek. Conform het geluidbeleid is onderzocht of met geluidmaatregelen een geluidluwe zijde kan worden gemaakt. Geconcludeerd wordt dat de Rijksweg A28 bepalend is voor de geluidsbelasting van alle wegen tezamen. Het verminderen van het geluid van de nieuw aan te leggen weg heeft weinig tot geen effect op de opgestelde geluidsbelasting. Maatregelen stuiten daarmee op bezwaren van financiële aard.
De hoogst gecumuleerde waarde Lcum is 64 dB. Aan de aanvaardbaarheid van de samenloop van de geluidbronnen zijn in het geluidbeleid geen voorwaarden verbonden, deze weegt de gemeente per situatie af.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen Geluidbeleid Zeist Omdat de berekende geluidsbelasting bij de nieuwbouw hoger is dan de voorkeurswaarde en geluidsmaatregelen op bezwaren stuiten, zijn hogere waarden nodig. De gemeente Zeist stelt in haar geluidbeleid voorwaarden voor het vaststellen van een hogere waarde. In het beleid is opgenomen dat nieuwe woningen moeten zijn voorzien van een geluidluwe zijde. Daarom zijn gebouwmaatregelen nodig om te voldoen aan de eisen uit het geluidbeleid. Met extra voorzieningen kan voor de woningen een geluidluwe gevel worden gecreëerd. Als gevolg van de aanleg van de nieuwe weg, is bij de woningen Prins Alexanderweg 92, 94 en 106, en bij de woningen Korte Bergweg 17-19, de geluidbelasting hoger dan de voorkeurswaarde van 48 dB. In het akoestisch onderzoek wordt een aantal maatregelen genoemd om de geluidsituatie bij deze woningen te verbeteren en om (zoveel mogelijk) aan het gemeentelijk geluidbeleid te kunnen voldoen. •
•
•
Het toepassen van stille klinkers bij de nieuwe weg. Hiermee wordt de geluiduitstraling van deze weg met circa 2,5 dB verlaagd. Dit heeft niet alleen een positief effect bij de bestaande woningen, maar ook bij de nieuw te realiseren woningen. Deze maatregel is daarom de eerste maatregel die overwogen dient te worden. Deze maatregel wordt toegepast bij de verdere uitwerking en inrichting van de openbare ruimte. Bij de woningen Prins Alexanderweg 92 en 106 wordt hierdoor aan het gemeentelijk beleid voldaan. Het realiseren (dan wel behouden) van een afscheiding tussen de nieuwe weg en de woningen Korte Bergweg 17-19. In de huidige situatie bevindt zich een muur langs de noordelijke erfgrens van dit perceel. Uitgangspunt is dat deze muur blijft bestaan. Hiermee ontstaat bij deze woningen op de begane grond een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. Zodoende wordt voldoende inspanning geleverd om aan het geluidbeleid te voldoen. Het realiseren van een afscheiding tussen de nieuwe weg en de woning Prins Alexanderweg 94. Deze maatregel wordt in het akoestisch onderzoek voorgesteld om verdere invulling te geven aan het gemeentelijk beleid. Als hiervoor een akoestisch juiste oplossing wordt gekozen, heeft dit (naast het toepassen van stille klinkers) een positief effect op de woonkwaliteit, doordat op de begane grond een geluidluwe gevel én buitenruimte wordt gerealiseerd.
5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het plangebied is gelegen. 5.1.2.3 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, als bedoeld in de Wgh, aanwezig. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek industrielawaai is daarom niet noodzakelijk. Wat betreft de invloed van individuele bedrijvigheid op het plangebied wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.3
Conclusie
Met inachtneming van het verkrijgen van een hogere waarde inzake wegverkeerslawaai voor de beoogde woningen, vormt de Wet geluidhinder geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij vaststelling van een uitwerkingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen Amos Milieutechniek B.V. heeft in voorliggend geval een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. Hierna wordt ingegaan op de bevindingen. 5.2.2
Onderzoeksresultaten
Er zijn vrijwel geen bodemvreemde materialen aangetroffen in de bodem. Enkel direct rondom het bedrijfspand aan de Korte Bergweg 15 zijn enkele brokken beton in de bovengrond aangetroffen, waarvan duidelijk zichtbaar is dat deze afkomstig zijn van de bouw (cementresten). Visueel zijn er geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem. Volgens de ODRU is het nodig om na de sloop van het bedrijfspand op de Korte Bergweg 15 in Huis ter Heide alsnog een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren naar de kwaliteit van de bodem onder het huidige pand en de asfaltverharding. Het is nodig dat dit bodemonderzoek wordt aangeleverd bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen. Ter plaatse van de voormalige spoorlijn (kadastraal perceel sectie P nummer 4877) is een puinfunderingslaag aanwezig, bestaande uit 2 lagen. De bovenste laag is enkele jaren geleden aangebracht. De onderste puinlaag betreft een oudere puinlaag. In de puinlaag ter plaatse van het kadastrale perceel sectie P nummer 4877 is visueel geen asbest waargenomen (fractie > 20 mm) en analytisch (AMM1 en AMM2) geen asbest aangetoond (fractie < 20 mm). De zandlaag onder de puinlaag blijkt maximaallicht verontreinigd te zijn. De zandige bovengrond op het overige deel van de locatie blijkt maximaal licht verontreinigd te zijn.
De bodem nabij de mogelijk (voormalige) aanwezige smeerputblijkt niet verontreinigd te zijn met minerale olie. Uit toetsing van de grondmengmonsters MM10 en MM11 blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan PFAS voorkomen, hetgeen niet afwijkt van hetgeen vooraf werd verondersteld. De aangetoonde gehalten zijn dermate gering dat er op basis van de momenteel beschikbare documentatie, geen aanwijzingen zijn voor ontoelaatbare risico’s voor mens en het ecosysteem. 5.2.3
Conclusie
Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen het voorgenomen nieuwbouwplan, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. Wel dient na de sloop van het bedrijfspand aan de Korte Bergweg 15 in Huis ter Heide een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd te worden naar de kwaliteit van de bodem onder het huidige pand en de asfaltverharding. Dit bodemonderzoek dient aangeleverd te worden bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen.
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2
Situatie plangebied
In het kader van het voorliggende uitwerkingsplan is er een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 6. Hierna wordt ingegaan op de bevindingen. Op basis van de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” is het plan aan te duiden als 'niet in betekenende mate'. Op basis van de toetsingscriteria uit de Wet milieubeheer (Artikel 5.16, lid c) voldoet de ontwikkeling hiermee aan de eisen voor de luchtkwaliteit De aanwezige achtergrondconcentraties inclusief de toename vanwege de ontwikkeling blijven ruimschoots onder de wettelijke grenswaarden en in de nabije toekomst ook aan de advieswaarden van de WHO. Daarmee is ter plaatse van de beschouwde locatie tevens sprake van een goed woon- en leefklimaat 5.3.3
Conclusie
Gezien het vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Situatie plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (blauwe cirkel) en omgeving weergegeven.
Afbeelding 5.1
Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich een tankstation met LPG, waarvoor een risicoafstand van maximaal 25 meter en een groepsrisicoafstand van maximaal 150 meter geldt. De afstand tot het plangebied bedraagt echter circa 365 meter, waardoor een nadere verantwoording niet noodzakelijk wordt geacht. Daarnaast bevindt zich op een afstand van circa 80 meter de rijksweg A28. Deze weg is opgenomen in het Basisnet. Over deze rijksweg vinden structurele transporten met gevaarlijke stoffen plaats. In het kader voor voorgenomen ontwikkeling is door Kragten een onderzoek uitgevoerd naar deze weg voor wat betreft het aspect externe veiligheid. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 7 van deze toelichting. Hierna worden de belangrijkste bevindingen besproken. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat zowel voor als na de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een groepsrisico dat onder de oriëntatiewaarde ligt. De gewijzigde populatieaantallen resulteren in een toename van de hoogte van het groepsrisico, echter bedraagt deze toename minder dan 10%. Ingevolge artikel 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico.
Kragten heeft in voorliggend geval een verantwoording voor de groepsrisico opgesteld. De verantwoording van het groepsrisico is opgenomen in bijlage 8 van deze toelichting. 5.4.3
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. Het plan is tevens voorgelegd aan de Veiligheidsregio Utrecht. De Veiligheidsregio Utrecht heeft een drietal adviezen gegeven (zie bijlage 9). Geadviseerd wordt om: 1. 2. 3.
de Korte Bergweg langs object A en B (zie afbeelding 3.1) door te trekken; bij de bouwaanvraag de bluswatervoorzieningen op orde te brengen; de bluswatervoorziening op de A28 verbeteren.
Ten tijde van de omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met de aangedragen adviezen.
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
39
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 5.5.2
Gebiedstypen
Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In het voorliggende geval wordt uitgegaan van het gebiedstype ‘gemengd gebied’. Dit omdat er in de omgeving verschillende functies zoals wonen, kantoren en bedrijvigheid aanwezig zijn. Daarnaast is er sprake van een verhoogde milieubelasting is gevolg van de ligging naast de rijksweg A28.
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
5.5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Het voornemen ziet toe op het realiseren van 72 woningen. De functie ‘wonen’ is niet milieubelastend voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
40
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies (in de omgeving). In de omgeving komen kantoorfuncties, bedrijfsfuncties en sportvelden voor. De kantoorfuncties betreffen milieucategorie 1 inrichtingen waarvoor een richtafstand van 0 meter geldt (gemengd gebied). Ten aanzien van de bedrijfsfuncties gaat het de autoboulevard langs de Blanckenhagenweg. Dergelijke functies worden op basis van de VNG-brochure aangemerkt als milieucategorie 2 inrichtingen (Handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven; SBI-2008 nummers 451, 452, 454). Uitgaande van een ‘gemengd gebied’ geldt hiervoor een richtafstand van 10 meter. De autoboulevard ligt op circa 50 meter van het plangebied, waarmee ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstanden. De sportvelden worden op basis van de VNG-brochure aangemerkt als milieucategorie 3.1 inrichting (Veldsportcomplex (met verlichting); SBI-2008 nummer 931). Uitgaande van een ‘gemengd gebied’ geldt hiervoor een richtafstand van 30 meter. De sportvelden liggen op circa 40 meter van het plangebied, waarmee wordt voldaan aan de richtafstanden. Tot slot wordt opgemerkt dat delen van het uitwerkingsgebied niet bij het voorliggende uitwerkingsplan zijn betrokken.
Deze gronden zijn onbebouwd of het gaat om woonpercelen met bedrijf aan huis. De functie wonen is niet milieubelastend voor de omgeving en heeft daarom ook geen invloed op het voorliggende plan. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Andersom worden bestaande omliggende kantoren en bedrijvigheid niet (verder) beperkt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. 5.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de in dit project besloten ontwikkeling.
5.6
Ecologie
5.6.1
Algemeen
Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Hierna wordt separaat ingegaan op gebiedsbescherming en soortenbescherming. 5.6.2
Gebiedsbescherming
5.6.2.1 Natura 2000 Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Nederland heeft aan de hand van een vergunningenstelsel een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde gronden aangewezen als Natura 2000gebied, zijn gelegen op circa 10 kilometer afstand van het plangebied. In het kader van voorgenomen ontwikkeling zijn twee AERIUS-berekeningen uitgevoerd ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het voornemen. Deze bestaan uit een berekening voor de aanlegfase en een
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
41
Uitwerkingsplan Huis ter Heide Zuid Vast te stellen berekening voor de gebruiksfase. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 10 van deze toelichting. Hierna wordt het rekenresultaat besproken. Uit de berekeningen wordt geconcludeerd dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatieve effecten heeft op de instandhoudingsdoelstelling van Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.6.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Het plangebied behoort niet tot het NNN. De dichtstbijzijnde gronden die zijn aangeduid als NNN liggen op circa 350 meter afstand van het plangebied. Hierdoor hebben de voorgenomen activiteiten geen negatief effect op de NNN. 5.6.3