CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-21RV041# Adviesrapport Inwoners Advies Commissie (Samen in Balans)

Overige evenementen 19 juni 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Hoorzitting bestuursrapportage 2021 en kadernota 2022, toetsing en categorisering IAC advies42.021 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Adviesrapport van de IAC

21

3. Voorstellen per themagroep (incl. bijlagen)

Inleiding

Begin januari 2021 zijn de leden van de Inwoners Advies Commissie in een feestelijke bijeenkomst geïnstalleerd. Vervolgens zijn ze aan de slag gegaan met adviezen die bijdragen aan een gemeentelijke begroting waarbij inkomsten en uitgaven in balans zijn. Na een introductie rondom het werk dat de gemeente voor de samenleving doet, zijn ze gaan dromen over wat ze belangrijk vinden binnen de Zeister samenleving. Vervolgens gingen ze aan de slag met de vraag: hoe kunnen die dromen helpen bij het weer in balans brengen van de begroting. Verdeeld in zes themagroepen zijn ze hiermee aan de slag gegaan: (1) Bestuur en Financiën, (2) Activiteit en Gezondheid, (3) Zorg en Ondersteuning, (4) Wonen en Duurzaamheid, (5) Veiligheid en Mobiliteit en (6) Meedoen en Onderwijs. Daarbij zijn ze ondersteund door medewerkers van de gemeente. En zo lagen er begin maart 61 voorstellen vanuit de verschillende themagroepen. De IAC-ers hebben deze voorstellen verder aangescherpt. Enkele financiële deskundigen van de gemeente hebben meegelezen met de voorstellen. Zij hebben onder meer gekeken of de denklijn die leidde tot besparingsbedragen, goed was te volgen. Zij hebben echter nog niet gekeken naar de vraag hoe realistisch de genoemde bedragen zijn. Die check volgt nog. Ook is gekeken welke plannen eventueel samengevoegd konden worden. In dit hoofdstuk is al dit werk terug te vinden.

Een rijk palet aan voorstellen. Aan een aantal voorstellen kon direct een bedrag worden gekoppeld. Andere voorstellen geven denkrichtingen die verdere uitwerking vragen, voordat er concreet bedragen aan kunnen worden gekoppeld. Ook zitten er voorstellen tussen die mogelijk niet direct een financiële besparing opleveren, maar die wel kunnen bijdragen aan het goede leven in Zeist. IAC-leden hebben de ruimte gekregen te reageren op de voorstellen, en daar opmerkingen bij te plaatsen. Die staan in hoofdstuk 4.

Adviesrapport van de IAC

22

Bestuur en Financiën 1.1 Optimale dienstverlening door digitalisering Uitwerking voorstel De gemeente Zeist heeft dagelijks veel contact met burgers over allerlei onderwerpen. Denk aan het aanvragen van een paspoort of rijbewijs, indicatiestelling voor een WMO-voorziening, het doorgeven van een geboorte van een kind, aanvragen van subsidies, wijzigen van een adres, et cetera. Vaak leidt het voorgaande tot een administratief proces om iets in gang te zetten. De noodzaak tot bezuinigen is een uitgelezen kans om de dienstverlening voor de burgers van de gemeente Zeist naar een hoger niveau te brengen. Immers, door het verbeteren van de kwaliteit van dienstverlening zullen kosten gaan dalen en zal de burger blij zijn met de dienstverlening. De kern van het voorstel is het om processen te optimaliseren en de gehele dienstverlening te digitaliseren. Omdat die dienstverlening zo makkelijk is/wordt gemaakt voor de burger/klant, wil deze klant ook digitaal de diensten aanvragen of kan hij/zij de gewenste informatie zelf eenvoudig vinden. Daar waar de dienstverlening niet digitaal kan of dat de burger het niet digitaal wenst, bied je als gemeente hoogwaardig klantcontact aan.

Hoe dit te realiseren? • Stap af van het KCC-gedachte dat 80% van de vragen daar wordt afgehandeld, dit moet grotendeels digitaal zijn; •  Verleid de klant naar een digitale dienstverlening door het zo makkelijk mogelijk te maken; • Digitaliseer dan ook alle klantcontacten waar persoonlijk contact geen toegevoegde waarde heeft; • Automatiseer en robotiseer alle administratieve uitvoerende processen; • Verbeter de communicatieve vaardigheden en inhoudelijke kennis van medewerkers, zodat er minder klantcontact nodig is; • Optimaliseer de openingstijden van het stadskantoor. Door een meer gedigitaliseerde manier (kanaalverschuiving) van het aanbod van gemeentelijke diensten, producten, wijzigingsverzoeken, informatievragen, et cetera blijven alleen de meer complexe gevallen over of daar waar de burger graag persoonlijk contact heeft. Uiteindelijk zal dit kunnen resulteren in een samensmelting van de front- en backoffice, waardoor een hoogwaardig adviescentrum ontstaat waar burgers direct wordt geholpen en er ruimte is voor signalerende functie vanuit de gemeente.

Effecten op de samenleving Hoewel het als buitenstaander van het ambtelijk apparaat lastig om te bepalen wat de exacte besparingsmogelijkheden zijn, is op basis van informatie, persoonlijke ervaringen en een gesprek met de gemeente wel een kans om kosten te besparen en het makkelijker te maken voor burger. Het effect op de samenleving is dat de gemeente er is, wanneer je dit als burger wenst en dus niet alleen tijdens openingstijden. Door een digitale dienstverlening met focus op kwaliteit neemt ook het aantal contactmomenten met de burger af en stijgt het percentage in één keer goed afgehandelde (aan)vragen toe. Door 24/7 aanwezig te zijn en minder contactmoment bespaar je tijd en stress waardoor het voor de burger comfortabeler wordt. Voor het ambtelijke apparaat biedt dit ook kansen; het klantcontact waar de gemiddelde medewerker geen energie van krijgt weet je te verschuiven naar online dienstverlening. Dit leidt tot meer efficiënter en toegespitst (waardevol) werk voor de ambtenaar wat ook vaak de werkbeleving positief beïnvloed en doet toenemen. Daarnaast zal digitalisering van klantcontact, reduceren van het aantal (fysieke)contactmomenten en automatisering van administratieve uitvoeringsprocessen leiden tot een significante besparing.

Adviesrapport van de IAC

23

In het meest ideale geval weet je als gemeente Zeist, daar waar persoonlijk contact wel gewenst is, de burger te helpen met meer dan alleen haar specifieke vraag. Je kan een signalerende functie hebben waarmee je de burger helpt; bijvoorbeeld wanneer iemand niet digitaal vaardig is, een latente zorgbehoefte of iets anders waarvoor meer persoonlijk contact gewenst is.

Risico’s Het grootste risico is dat er uiteindelijk tot op kosten wordt gestuurd in plaats van kwaliteit. Wanneer dat gaat gebeuren zal de dienstverlening fors achteruit gaan en zal de burger minder blij zijn met de gemeente. Kwaliteitsverlies kan vaak resulteren in hogere kosten. Een dergelijk traject uitvoeren raakt meer dan de afdeling Publiekszaken; het raakt ook de IT-afdeling, beleidsteams en uitvoeringsteam (klantcontact gaat ook over beleid) en mogelijk ook andere afdelingen binnen het ambtelijk apparaat. Het zijn communicerende vaten die je op elkaar moet afstemmen om daadwerkelijk succesvol te zijn. Door de verschuiving te maken naar hoogwaardig klantcontact kan het zijn dat het huidige personeelsbestand onvoldoende gekwalificeerd is. Uiteindelijk moet je de baten ook ten gelde maken en mensen laten gaan dan wel niet opvullen.

Verwachte besparing € 300.000 (10%) – 670.000 (20%) (rekenend met 60k per fte) Minimaal 10 tot 20% van alle personeelskosten daar waar het klantcontact over gaat (denk aan administratie en publiekszaken = 56fte)

1.2 Inkrimping ambtelijke organisatie door digitalisering Uitwerking voorstel De ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en automatisering hebben 2 voortkomende effecten. Enerzijds een winst door efficiëntie in werkwijzen en anderzijds een kwaliteitsverbetering voor bijvoorbeeld de burger (denk aan mogelijkheid tot gebruik DiGi-D). De totale personeelsbezetting voor de gemeente sinds 2018 is toegenomen van 323,51 FTE naar 348 FTE in 2021 (+6.9%), zonder dat hiervoor aantoonbare redenen aan te geven zijn. In het kader van besparing zal de personeelsbezetting eerder moeten krimpen dan groeien waarvan dit laatste momenteel wel het geval is. De besparingen hierin te behalen zijn ook aanzienlijk: Inkrimping Fte’s (10 Fte) -3% ± 450.000,00 Inkrimping Fte’s naar niveau 2018 (-24,5 Fte) -7% ± 1.000.000,00 1 Fte is € 45.000,00 Uit verschillende gesprekken met afdelingshoofden komt naar voren dat zij wel ruimte zien om bepaalde functies anders in te zetten of dat er soms sprake van overcapaciteit is, zoals bijvoorbeeld bij de 2 Fte voor Functionarissen gegevensbescherming. Hoe voeren we dit uit? Een externe efficiëntie beoordeling van een totale keten of afdelingen is wellicht overbodig en kost evenals geld. Echter zal de doelstelling wel moeten zijn om de uitstroom groter te krijgen dan de instroom van nieuw personeel. Een interne beoordeling van de afdelingen o.b.v.

overcapaciteit, alternatieve inzet van personeel en daarnaast de ontwikkelingen op gebied van verdere digitalisering zouden als speerpunten hierbij moeten dienen. De afdelingshoofden zouden een taakstelling krijgen om te gaan snijden binnen hun eigen capaciteit. De insteek blijft wel om echt efficiëntie en overcapaciteit (of mogelijkheden tot outsourcing) op te sporen en forceert hen om bepaalde functies en de relevantie ervan toch nog eens extra kritisch onder de loep te leggen met in het achterhoofd wetend dat er op alle vlakken een besparing gemaakt moet worden om de gaten te dichten.

Adviesrapport van de IAC

24

Dit alles in de wetenschap dat er tot nu toe binnen de gemeente geen doorrekening wordt gemaakt over de miljoenen investeringen, in bijvoorbeeld verdere digitalisering, waar de winst door invoering er van wordt behaald. Verbetering en uitbreiding van de digitalisering in oa de dienstverlening naar de burger zou moeten betekenen dat er ergens binnen de organisatie een over capaciteit ontstaat. Dat is op dit moment volledig ongewis.

Effecten op de samenleving Als er doordacht wordt ingekrompen kan het servicelevel naar de burger nagenoeg gelijk blijven en behoeft de burger hier nauwelijks iets van te merken. Bepaalde kwaliteitsverbeteringen naar de burger dienen wellicht te worden uitgesteld maar logischerwijs zal het huidige service niveau wel behouden moeten kunnen worden.

Risico’s Processen zouden misschien in het begin iets trager kunnen gaan i.v.m. gewenning en inkrimping van het personeel.

Verwachte besparing Bedrag: € 450.000,00 tot € 1.000.000,00

1.3 Wonen WOZ_OZB Uitwerking voorstel Om hun uitgaven te dekken zijn de gemeenten aan de inkomstenkant van hun begrotingen – op een aantal heffingen na – in feite aangewezen op twee middelen: de Rijksbijdrage uit het Gemeentefonds en de Onroerend Zaak Belasting (OZB). De beide andere gemeentelijke belastingen waar de burger mee te maken heeft, de Afvalstoffenheffing en de Rioolbelasting, zijn immers volledig bestemd om de uitgaven en reserveringen op die terreinen mee te dekken. Op het punt van de OZB, die bepaald wordt door het product van de woningwaarde per begin van het voorgaande jaar en het voor het aanslagjaar geldende heffingspercentage, is de gemeentelijke beleidsruimte beperkt tot één van beide factoren. Op de vaststelling van de woningwaarde hebben de gemeenten vanwege de Wet WOZ en de richtlijnen van de Waarderingskamer geen invloed, zodat alleen het heffingspercentage als beleidsruimte overblijft. Van die beleidsruimte maken de gemeenten een zeer verschillend gebruik. Zeist heeft zich jarenlang kunnen permitteren om met een relatief laag percentage de begroting sluitend te kunnen maken.

In recente jaren zijn de uitgaven in het Sociale Domein en de voor die sector verkregen Rijksmiddelen zó zeer met elkaar uit de pas gaan lopen dat de begroting 2020 slechts dankzij onttrekkingen aan de reserves sluitend viel te maken en dat die voor 2021 de fijne stofkam, aangeduid als Fase I, nodig was om dat te bereiken. Onze subgroep wijst op het feit dat de dezer dagen bekend geworden gegevens laten zien dat o.m. vanwege het vergrote woningareaal weliswaar het totaal der woningwaarden met 7% is gestegen, terwijl de opbrengst van de OZB 2,7% daar duidelijk onder blijft vanwege het feit dat het heffingspercentage met ruim 4% naar beneden is bijgesteld. Wanneer het heffingspercentage t.o.v. dat voor 2020 gelijk was gebleven, was de opbrengst – de niet-woningen niet meegerekend – niet met 195.000, maar met 514.000 euro gestegen. De subgroep stelt voorop dat de tekorten waarvoor Zeist zich gesteld ziet, het gevolg zijn van het onaanvaardbaar achterblijven van de Rijksbijdragen, speciaal in de bekostiging van het Sociale Domein, waar wet- en regelgeving de facto het uitgavenpeil bepalen. Daarnaast concludeert onze subgroep dat de opbrengst aan OZB (woningen en niet-woningen) bedoeld is om het niveau te handhaven van de voorzieningen ten goede van de Zeister burgers en bedrijven.

Adviesrapport van de IAC

25

De subgroep zou haars inziens een loos schot in de lucht lossen als zij – zeker nu zij niet kan overzien wat de andere themagroepen aan besparingen, opbrengsten en investeringen aandragen – een kwantitatief advies zou uitbrengen. De subgroep acht het de opdracht van het College en van de Raad (in de huidige samenstelling en in die van na de raadsverkiezing van 2022) te zijn om een onderzoek te doen uitvoeren naar de relatie tussen enerzijds het gewenste peil van die gemeentelijke taken en voorzieningen die vanuit de OZB bekostigd worden en de opbrengst van de OZB anderzijds, om vervolgens een meerjarenbeleid ten deze vast te stellen en uit te voeren.

Effecten op de samenleving De burgers en het bedrijfsleven zullen weten dat er een financieel handhaafbaar beleid wordt gevoerd en dat zij niet worden overvallen door onvoorziene financiële ingrepen of door onaanvaardbare beperkingen in de gemeentelijke voorzieningen.

Risico’s Voor de risico’s zie het bovenstaande.

Verwachte besparing Zie onder ‘inhoudelijk’.

1.4 Dekking structurele tekort van de rijksbijdrage Uitwerking voorstel N.B. In het onderstaande kon nog geen rekening worden gehouden met de resultaten van de andere thema- en subgroepen; ook daardoor zal dit ‘format’ nog aanpassing kunnen ondergaan. De begroting 2021 is in november 2020 met een pakket aan maatregelen sluitend gemaakt, waarmee de zgn. Fase I is afgerond. 1. De daarbij in het ‘Raadsvoorstel 2e wijziging’ en de daarbij behorende ‘Bijlage 2’ gepresenteerde meerjarencijfers t/m 2024 geven ons als leden van de IAC geen reden om erop te vertrouwen dat met de maatregelen van Fase I van ‘Samen in Balans’ in 2023 en 2024 de positieve saldi realiseerbaar zijn die voor die jaren in het Raadsvoorstel onder 2.g geprognotiseerd zijn, te weten € 0,4 mln., resp. € 0,6 mln. Als dat een realistisch perspectief was, zou Fase II en daarmee het werk van de IAC overbodig zijn. Een zin als “Het meerjarenperspectief is sluitend en we hebben financiële ruimte te (blijven) investeren in een aantal belangrijke maatschappelijke opgaven” komt ons dan ook merkwaardig voor. 2. Het geeft ons grote zorg dat de negatieve saldi 2021 (€ 4,0 mln.) en 2022 (€ 0,5 mln.) zijn weggewerkt door ze ten laste te brengen van de algemene reserve. Naar onze mening behoort de algemene reserve geen dekkingsmiddel te zijn voor reguliere uitgaven.

In dit verband verontrust ons – bij de stijgende kosten van de WMO – te lezen: “Sinds 2018 zien we de kosten binnen de WMO in zo’n mate toenemen dat ze niet alleen het beschikbare rijksbudget overschrijden, maar dat ook de opgebouwde reserve voor het sociaal domein na dit jaar [2021] volledig benut zal zijn” (2e Bijlage, punt 29). 3. In de Raadsstukken wordt gesproken over “een aantal uitdagingen, risico’s en ontwikkelingen” die op Zeist afkomen: de impact van de coronacrisis, een groter beroep op sociale zekerheid en zorg, de herijking van het Gemeentefonds, die voor middelgrote gemeenten als Zeist geen verrijking belooft, verder de gevolgen van de komende Omgevingswet. En bij dat alles speelt de onzekerheid over de compensaties door het Rijk. 4. Zeist is bij lange na niet de enige gemeente die te maken heeft met een structureel tekortschietende Rijksbijdrage, in het bijzonder waar het de sterk oplopende kosten in het Sociaal Domein betreft. Dat komt o.m. tot uitdrukking in het advies ‘Rust-Reinheid-Regelmaat’ dat door de Raad Openbaar Bestuur op 11 maart jl. aan de regering is uitgebracht. Dit officiële adviesorgaan van de regering wijst overtuigend op de financiële problematiek voor de gemeenten, in hoofdzaak veroorzaakt door Jeugdzorg en WMO. De

Adviesrapport van de IAC

26

ROB stelt nadrukkelijk dat deze problematiek, die ook de legitimiteit van het lokale bestuur ondermijnt, bij de komende kabinetsformatie moet worden opgelost. – Omineus is dat de kranten van 13 maart jl. meldden dat het overleg tussen de VNG en het kabinet over de Rijksbijdrage voor Jeugdzorg en WMO de dag ervoor is geklapt. Bij de installatie van de IAC is meegedeeld dat ervan diende te worden uitgegaan dat er op structurele basis voor de middellange termijn gerekend moet worden met een tekort van € 10 mln. Onze subgroep overziet niet waarop dit bedrag is gebaseerd, al vermoedt zij dat dit geprognotiseerde bedrag goeddeels is gebaseerd op verwachte tekorten in het Sociaal Domein vanwege de sterk achterblijvende financiering van Rijkswege. De subgroep beveelt aan: 1. Opdracht te geven tot het maken van een opstelling van de uitgaven, meer in het bijzonder in het Sociaal Domein, van de meerkosten die in de jaren 2018-2020 ten laste van de gemeente zijn gekomen ten opzichte van de bijdrage(n) van Rijkswege, alsook hetzelfde te doen voor het boekjaar 2021. 2.

Het Rijk verantwoordelijk te stellen voor het dekken van het tekort dat in de jaren 2018-2021 is ontstaan in de uitkeringen van het Gemeentefonds en, indien vóór de behandeling van de gemeentebegroting 2022 geen gunstige uitkomst is verkregen, in de gemeentebegroting 2022 een post ‘te verwachte bijzondere verhoging van de Rijksbijdrage’ op te nemen ter grootte van de onder 1 genoemde opstellingen. 3. In de meerjarenbegrotingen 2023 e.v. jaren zowel realistische bedragen op te nemen voor de uitgaven vanwege door het Rijk aan de gemeente overgedragen taken als het bedrag dat voor die taken niet gedekt wordt door relevante toewijzingen van Rijkswege. 4. Op het onderwerp ‘dekking van de structurele tekorten van Rijkswege’ (naast het onder 2 en 3 genoemde en voor zover zinvol) de krachten te bundelen met de andere gemeenten via VNG, G4, G40, M50 en P12 bij het ‘aansprakelijk’ stellen van het Rijk voor het dekken van de tekorten in de uitkeringen van het Gemeentefonds, meer in het bijzonder in het Sociaal Domein. De subgroep tekent bij bovenstaande punten 2 en 3 aan dat zij beseft dat de in die punten genoemde handelwijs de gemeente onder een straffer toezicht zal plaatsen dan het huidige repressieve toezicht van de provincie.

Hoe exceptioneel ook, de consequentie van een dergelijk bestuurlijk handelen is aan de inwoners beter uit te leggen dan een dekking van dit bedoelde tekort door lastenverzwaring. De subgroep houdt zich ervan verzekerd dat, indien de bovenbedoelde problematiek structureel is opgelost, een terugkeer naar een evenwicht in de gemeentebegroting zoals Zeist dat tot 2018 kende, gerealiseerd zal kunnen worden.

Effecten op de samenleving Zonder aanpassing van de Rijksmiddelen ten gunste van de gemeente(n) zal op gemeentelijk vlak de wal het schip keren, m.a.w. zal uitvoering van het gemeentelijke takenpakket onmogelijk worden.

Risico’s Zie voorgaand antwoord.

Verwachte besparing € 10 miljoen

1.5 Reductie van de personele lasten Uitwerking voorstel De formatie 2021 bedraagt 348 fte. Daarvan zijn 215 fte toebedeeld aan een ‘product’ (of ‘dienst’), m.a.w. de kosten van deze 215 personeelsleden zijn inbegrepen in de kosten van dat ‘product’. De overige 133 fte zijn werkzaam in de overhead, de ondersteuning van de organisatie; de loonkosten van deze overhead bedragen € 11,3 miljoen, ofwel ca. € 85.000 per personeelslid.

Adviesrapport van de IAC

27

Het voorstel van onze subgroep is om voor wat beide categorieën betreft opdracht aan de leiding van het gemeentelijk apparaat te geven om: 1. de formatie tijdens de periode van de meerjarenbegroting met vier procent in te korten, 2. een formatieplan op te stellen om deze korting te realiseren, en 3. indien nodig een strak vacaturebeleid in te stellen. Een gelijkmatig over de loonkostencategorieën verdeelde inkorting van de formatie met 4% levert structureel een besparing op van € 1,1 miljoen. *) De berekening is dat de overhead-personeelsleden ca. € 85.000 aan loonkosten vergen, en dat de loonkosten per personeelslid dat niet tot de overhead behoort geschat worden op ca. € 75.000. De loonsom is dan € 11,3 (overhead en ondersteuning) + € 16,4 miljoen (als onderdeel van de kosten van de ‘diensten’/ ‘producten’) = € 27,7 miljoen. De structurele besparing à 4% is dan € 1,1 miljoen. N.B. De opstellers van voorstel I.1 rekenen met € 60.000 per fte in de dienstensector. In I.2 worden de loonkosten gesteld op € 45.000. Beide voorstellen rekenen naar de mening van onze subgroep met een te laag loonsombedrag. Ons is niet duidelijk of de geprognotiseerde besparingen van I.1 en I.2 bij elkaar opgeteld moeten worden.

Effecten op de samenleving Deze reductie op de personeelsformatie wordt – zonder tekort te doen aan de dienstverlening aan Raad, College en burgerij – m mogelijk gemaakt door verdere digitalisering, verkorting van de overleglijnen en versterking van de doelmatigheid.

Risico’s Een reductie van 4% in vier jaar kan geen ernstige risico’s opleveren, terwijl wel een bijdrage wordt geleverd aan de bezuiniging op de gemeentebegroting.

Verwachte besparing Bedrag op de meerjarenbegroting € 1,1 miljoen.

1.6 Sociaal Domein Uitwerking voorstel Opmerkingen vooraf: 1. Hoewel het onderwerp ‘Sociaal Domein’ is ondergebracht bij de themagroepen 3 (Zorg en Ondersteuning) en 6 (Meedoen en Onderwijs), heeft onze subgroep er ruime aandacht aan gegeven, gezien het feit dat de kosten van het Sociaal Domein een zeer groot deel van de in de begroting opgenomen uitgaven betreft, in mln.: Bijstandsverlening € 27,6, Jeugdwet € 20,2, WMO en wijkcentra € 20,0, met in bredere zin ook Participatie en integratie € 7,5, Participatiewet € 5,3 en Onderwijsbeleid € 1,9, totaal € 82,5. 2. Hieronder volgen ook aanbevelingen van bestuurlijke aard. Het onderwerp ‘Bestuur’ behoort tot het aandachtsgebied van themagroep I. Onze subgroep heeft daarom de bedoelde aanbevelingen menen te moeten maken. Het Sociaal Domein heeft een ingewikkelde structuur, die in haar onderdelen geënt is op de verschillende wetten waaraan uitvoering dient te worden gegeven. Onze subgroep mist een duidelijke aansturing en ‘control’ van dit domein. Die aansturing en ‘control’ zijn steeds meer nodig naarmate de wet- en regelgeving op dit terrein gecompliceerder wordt. Bovendien lijkt er sprake te zijn van een gebrek aan transparantie, lijkt de beleidsmatige ‘grip’ op de uitvoering door de Regionale Sociale Dienst gering te zijn en die op de zorgaanbieders navenant.

Voor de gemeenten in het algemeen en dus ook voor Zeist knelt de grote onzekerheid over de vergoedingen van het Rijk, al dan niet via het Gemeentefonds. De tekorten op de verkregen budgetten bedragen in Zeist alleen al voor jeugdhulp (€ 5,16 mln.) en WMO begeleiding (€ 0,65 mln.). Tezamen met de tekortschietende Adviesrapport van de IAC

28

Rijksbijdragen in de andere sectoren schatten wij de ‘gap’ op zo’n € 8 à 10 mln., waarbij komt dat deze ‘gap’ bij ongewijzigd beleid en gelijkblijvende uitvoering met zo’n € 2 mln. per jaar groter wordt. Onze subgroep komt op deze materie terug in haar ‘format’ ‘Dekking van het structurele tekort van de Rijksbijdrage’. Op basis van bovenstaande adviseren wij de gemeente het volgende: 1. Stel met prioriteit een plan van aanpak ten aanzien van het Sociaal Domein vast. 2. Laat het functioneren van het Sociaal Domein (intern, in RSD-verband en in relatie tot de zorgaanbieders) door een buitenstaander doorlichten, mogelijk in samenwerking met andere vergelijkbare gemeenten, bijv. in M50-verband. 3. Benoem het Sociaal Domein, de ‘grootste tak van dienst’ van de gemeente, voor de komende twee jaar tot prioriteit van het College met daarbinnen een wethouder in een coördinerende rol. 4.  Benoem een ervaren directeur Sociaal Domein. 5. Laat -vooropgesteld dat zorg gegeven moet worden wanneer die nodig is- bij de uitvoering kritisch gekeken worden zowel naar de binnengekomen aanvragen als naar de indicatiestellingen van derden. 6. Verkort de tijdsduur tussen de vraag van de burger en de bekendmaking van de beslissing. 7. Wij kunnen ons indenken dat de Raad besluit tot het vragen van een periodieke voortgangsrapportage met betrekking tot het Sociale Domein.

Effecten op de samenleving 1. Snellere afhandeling van aanvragen. 2. Betere beheersing van de kosten na aanvankelijke kosten van reorganisatie.

Risico’s Weerstand tegen verandering, reden waarom het expliciteren van de situatie m.b.t. het Sociale Domein aan de samenleving nodig is.

Verwachte besparing Bedrag vanaf 2023 (na realisatie van bovenstaande adviezen in 2021 en 2022) is € 1,2 miljoen, zijnde een verdubbeling van de besparingen van Programma 3 in ‘Bijlage 2’ bij het Raadsvoorstel over de begroting 2021.

1.7 De burger en zijn eigenaarschap Uitwerking voorstel Met burgerparticipatie is de gemeente Zeist bekend. Burgers worden gevraagd om mee te denken of te beslissen. Echter hoe creëer je een gemeente waarin de burgers zich niet alleen gehoord voelen maar ook daadwerkelijk “mede-eigenaar” zijn van de gemeente Zeist? Door burgers aan te spreken op hun verantwoordelijkheidsgevoel, zodat ze naast de gemeente gaan staan en actief bijdragen. Met andere woorden, laat burgers initiatieven nemen en realiseren. Van adviseur naar realisator/ eigenaar. Uiteraard in een co-creatie met de ambtenaren van gemeente. Echter zal de gemeente in deze proeftuin een meer faciliterende rol hebben dan een initiatief nemende rol. Voorbeelden hiervan zijn: • Groenvoorziening door de burgers zelf laten verzorgen. • Burger(s) de rol geven van “buurtburgermeester” in de wijk. De wijkmanager krijgt dan de rol laten van zorgmanager. • Winkeliers ruimte geven tot realiseren van ideeën waardoor het winkelgebied aantrekkelijker wordt. • Taakstelling duurzaamheid voorleggen aan de burgers van de gemeente, wat kunnen zij mee DOEN? Bijvoorbeeld in de wijk zonnepanelen? Meer bomen enz. Door te vragen aan de burger om meer eigenaarschap te nemen en door te doen i.p.v. adviseren ontstaat er een verbinding tussen de gemeente en zijn burgers (verbindingsofficier).

Deze actieve inzet vraagt een andere mindset van de gemeente en zijn inwoners. Om deze eerste stap te zetten lijkt een burger-budget

Adviesrapport van de IAC

29

wenselijk. Daarnaast is het van belang dat er gelet wordt op het taalgebruik en de communicatiemiddelen die worden ingezet (iedere doelgroep vraagt een andere manier van aanspreken). De besparing die de gemeente hiermee realiseert zal over meerdere jaren blijken uit het afnemen van externe inhuur (projectkosten), minder bezwaarschriften, afnemende kosten inzet burgerparticipatie, bezuinigen op groenvoorziening. De grootste besparing vindt plaats intern, er zal minder afstemming nodig zijn met burgers, ambtenaren en bezwaren. In 1 x goed! Dit voorstel heeft overeenkomsten met de volgende voorstellen uit andere themagroepen: Themagroep Activiteit en Gezondheid: Onderwerp: Biodiversiteit door de buurt. Themagroep: Veiligheid en Mobiliteit: Onderwerp 5.10 Onkruidbestrijding Bewoners.

Effecten op de samenleving • Door burgers gezamenlijk verantwoordelijkheid te geven wordt de sociale cohesie vergroot. • Het vergroot de betrokkenheid met en bij de gemeente. • Door meer sociale cohesie zal de veiligheid toenemen in de buurt en daalt de kans op verloedering. • Imago van de gemeente verbetert: Staat midden in de samenleving en weet mensen te verbinden. • Minder eenzaamheid doordat een participatiesamenleving. Daardoor ontstaat er ook een betere signaleringsfunctie.

Risico’s • • • •

Wie is eigenaar, gemeente of burger? Vertroebeling in opdrachtnemer- en opdrachtgeverschap. De kosten nemen op korte termijn toe in plaats van af (korte versus lange termijn). Imago schade – de indruk kan ontstaan dat de burger alles zelf moet doen. Wijken zijn die niets doen versus wijken die actief participeren verschillen worden groter.

Verwachte besparing Het 1e jaar - 2022- een besparing van € 25.000,- oplopend tot € 100.000, - in 4 jaar tijd.

1.8 Effectieve en slagvaardige burgerparticipatie Uitwerking voorstel Uit gesprekken met gemeenteambtenaren is gebleken dat burgerparticipatie binnen projecten soms zo ingewikkeld wordt dat participanten het overzicht kwijtraken. Het complexe burgerparticipatieproces wordt te veel en te vaak over een te lang tijdsbestek getrokken, waardoor betrokken partijen de draad kwijtraken, afhaken of, wanneer ze op een later moment aanhaken, bepaalde eerdere besluiten niet ondersteunen. Resultaat hiervan is dat door alle betrokken partijen en te behartigen belangen het oorspronkelijke doel vertroebelt. Hierdoor verliest de burger interesse en enthousiasme en verliest de gemeente draagvlak voor haar beslissingen. Het burgerparticipatieproces werkt in dat geval averechts. We willen naar een vorm van burgerparticipatie toe die slagvaardiger en effectiever is. Er kunnen mogelijkheden worden onderzocht om de manier van burgerparticipatie per project te herzien.

Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden: • Participatie strak inkaderen en dit duidelijke communiceren • Concrete voorstellen voorleggen aan participerende burgers • Kortere tijdlijn per participatie (om het actueel en actief te houden) • De gemeente moet duidelijk de leiding nemen (eerder knopen doorhakken) • Digitaal werken om sneller benodigde informatie bij de participanten te krijgen • Duidelijk terugkoppelen van genomen beslissingen aan de hand van het burgerparticipatieproces

Adviesrapport van de IAC

30

In het kader van alles in één keer goed doen, is het nuttig om het proces te stroomlijnen. Wees dus helder in de communicatie en slagvaardig in de uitvoering. Op het gebied van besparingen zal een effectiever burgerparticipatieproces op den duur leiden tot besparingen, omdat minder begeleiding nodig zal zijn. Dit zal resulteren in een oplopende besparing naarmate de effectiviteit toeneemt.

Effecten op de samenleving Wanneer goed uitgevoerd, zou de samenleving hier niets van moeten merken. De burger heeft evenveel mogelijkheden tot inspraak als voorheen, maar door een gestroomlijnder proces zal dit in een korter tijdsbestek zijn.

Risico’s Mogelijk dat burgers zich gepasseerd voelen of te veel onder druk gezet voelen omdat ze snel moeten reageren. Het risico van niets doen kan echter ertoe leiden dat steeds meer projecten stranden door ineffectieve burgerparticipatie.

Verwachte besparing Jaar 1: €25.000 Jaar 3: €75.000

Jaar 2: €50.000 Jaar 4+: €100.000

1.9 Sport en ontmoeten Uitwerking voorstel Huidige situatie: Sport heeft in de gemeente Zeist te weinig aandacht gehad de afgelopen jaren. Er is sprake van veel versnippering en locaties zijn vaak oud en versleten, 9 van de 13 binnensport locaties zijn 40 jaar of ouder… Ook voldoen de binnensport locaties niet aan goede maten om voor veel sporten gebruikt te kunnen worden. Hierdoor is meervoudig gebruik lastig. Bij de sportverenigingen is vooral behoefte aan grotere sportruimtes/hallen, onder andere voor binnen hockey, korfbal en tennis. Het blijven beheren van oude locaties lijkt goedkoop, maar pakt uiteindelijk duurder uit. Daarom zijn structurele verbeteringen hoe dan ook hard nodig. Als er niet wordt gekozen voor een toekomstgericht sportplan, met meer concentratie naar moderne sportvoorzieningen, komt de gemeente over een paar jaar in een klap tegenover hoge kosten te staan omdat de gebreken aan de voorzieningen, tekorten en ontevredenheid oplopen. Nu heeft de gemeente de kans om gedoseerd in een stappenplan het sportvoorzieningen niveau structureel te verbeteren. Dit zou de gemeente kunnen doen door het afstoten van enkele kleine gymlokalen en te investeren in meer grotere binnen sportruimten. Het investeren in goede sportparken nu, levert ons inziens uiteindelijk de beste besparing op.

Toekomst: We willen goede sportfaciliteiten en een gezond ontmoetingsklimaat voor de bewoners in de gemeente Zeist. Een goed strategisch plan kan de gemeente helpen in het aanbieden van goede sportfaciliteiten ‘op maat` in sportparken met een functie voor de directe omgeving. Niet alleen op microniveau, maar ook zodat de buurt er graag gebruik van kan maken, wat nu niet het geval is. Van aanbod gestuurd, naar vraag op maat. Je hoeft maar in de directe omgeving van Zeist te kijken naar hoe het wel kan: • Driebergen heeft met Hoenderdaal een perfecte locatie. Er is voor ieder wat wils: van sportschool t/m bridgeschool. • Utrecht heeft voor vrijwel iedere voetbalclub een volledig nieuwe accommodatie. Het kan dus wel! Minder locaties, maar op een hoger niveau. Weg met de focus op project-niveau. • Daarnaast willen we ook toewerken naar een sportcentrum/park, waar ontmoetingsplekken worden gecreëerd en waar diensten samenvallen.

Adviesrapport van de IAC

31

Uitgangspunten: • lekker kunnen sporten • gezelligheid • ontmoeten • horecagelegenheden • fysiotherapie • fitnesscentrum • openbaar vervoer/parkeergelegenheden • gezond eten aanbieden • sportdagen • meervoudig gebruik • commerciële partijen: kiosken, to-go’s, winkels, conferentie faciliteiten Welke gebouwen, sportlocaties en -accommodaties willen wij veranderen? • De huidige verouderde sportlocatie Dijnselburg door ontwikkelen naar een groot sportpark (waaronder in ieder geval een grote moderne sporthal) met faciliteiten als benoemd in de uitgangspunten en met een regiofunctie. Daarbij kijken of het campingpark anders/beter benut kan worden. • Het sportpark bij Jonathan verder verbeteren en met het OLZ en De Breul een of twee grotere sport-/ gezondheidsparken (met grote sporthal) ontwikkelen om aan de vraag voor meer binnensport ruimte te voldoen. Waarbij deze locaties dus breed toegankelijk worden gemaakt voor sportverenigingen na schooltijd en in de weekends en diensten (zie eerdere uitgangspunten) geleverd kunnen worden. • De Koppeling verder gezelliger/aantrekkelijker maken. • Afscheid nemen van meerdere kleine oude gymlokalen (nader bekijken welke af te stoten uit de lijst) waar basisschoolkinderen ook naar de betere sportparken kunnen. Verkoop of verhuur kan e.e.a. opleveren.

• Met de KNVB kijken of er mogelijkheden zijn in de samenwerking voor het gebruik van de binnensport locaties. Deze kant is ook aantrekkelijk voor o.a. de bewoners in Austerlitz. Als de KNVB wil uitbreiden, moet er ook meerwaarde zijn voor de inwoners van Zeist. • Den Dolder heeft een mooi sportcentrum dat op orde lijkt te zijn, dit waar nodig verduurzamen.

Effecten op de samenleving Sport helpt bij het terugdringen van hart- en vaatziekten, verbeteren van mobiliteit en om inwoners uit een isolement te halen. Het verenigingsleven kan veel mensen het gevoel geven er weer toe te doen/ erbij te horen. Goede sportaccommodaties kunnen enorm helpen in het terugdringen van kosten op gebieden van fysieke en geestelijke gezondheidszorg en jeugdzorg.

Risico’s Het risico kan zijn dat de kosten voor vernieuwing sportaccommodaties voor de baten uit kunnen gaan. Maar de sterk verouderde sportaccommodaties in Zeist kunnen zo niet langer.

Adviesrapport van de IAC

32

Verwachte besparing Dit moet de gemeente doorrekenen (stapsgewijs tot 2030 de voorgestelde verbeteringen doorvoeren). Aanvullende info: Volgens waarstaatjegemeente.nl geeft Zeist 20% minder aan sportvoorzieningen uit, t.o.v. het gemiddelde van gemeenten. Investering: Sportparken: € ?? Opbrengsten: • Afstoten .. kleine gymlokalen € … • Baten uit exploitatie €…. • Baten uit meervoudig gebruik. € • Baten uit besparing op gezondheidskosten? €

1.10 Organisatie integraal werken Uitwerking voorstel Huidige situatie De toenemende druk op de gemeente vraagt om meer te doen met minder. Meer doen: het verwachtingsniveau (kwantiteit en kwaliteit) ten aanzien van maatschappelijke prestaties neemt toe, met minder: vermogen wordt onttrokken aan de (semi-)publieke sector waardoor de investeringskracht onder druk staat. En dit alles in een kritische omgeving waarbij de roep om transparantie in het publieke domein toe neemt (Gebiedseconomie.nl). Voor de gemeente neemt daardoor het belang van integraal sturen op vastgoed toe. Het verbeteren van de financiële en maatschappelijke prestaties en de beheersbaarheid van de vastgoedportefeuille dient hoog op de politieke agenda te staan. Dit vraagt om transparantie en een verdere doorontwikkeling van de (vastgoed) organisatie. Toekomstige situatie We willen daarom naar meer transparantie en een verdere doorontwikkeling van de (vastgoed)organisatie bij de gemeente Zeist. Het doelmatig inzetten van beschikbare middelen wordt binnen de maatschappelijke context steeds vaker een vereiste. Het creëren van mogelijkheden voor het verbeteren van de financiële en maatschappelijke prestaties staat bij assetmanagement centraal. Focus gaat daarbij uit naar het beheersbaar maken van de prestaties, risico’s en het bewaken van de vastgoedportefeuille.

De dienst vastgoed is in figuur 1 weergegeven als “property management”.

Figuur 1 Bron: KIC consultancy Assetmanagement betreft het integraal en structureel managen van bedrijfsmiddelen (‘assets’) op drie dimensies: maatschappelijk, financieel en ‘asset’ portefeuille (figuur 2). De realisatie van (maatschappelijke) ambities wordt beïnvloed door afwegingen bij de andere dimensies. Om tot een financieel-economisch

Adviesrapport van de IAC

33

sterke organisatie te komen die ook op lange termijn haar doelen kan blijven realiseren dienen de financiële continuïteit en het sturen op financiën gebaseerd op kasstromen (liquiditeit) en vermogensontwikkeling (solvabiliteit) geborgd te worden. Deze sturing wordt verbonden aan resultaat- en rendementsdoelstellingen en waardeontwikkeling van het gemeentelijk bezit. Figuur 2 Bron: gebiedseconomie.nl Assetmanagement richt zich op de volgende aandachtspunten in de vastgoedportefeuille (Benchmarkgemeentelijkvastgoed.nl):

Beschikbaarheid Hoeveel voorzieningen zijn er per inwoner beschikbaar? En hoe ver moeten mensen daarvoor reizen? Het centrum van Zeist heeft geen duidelijke winkelroute waardoor je veel uithoeken moet opzoeken om echt goed gebruik te maken van het versnipperde winkelaanbod. Tevens ontbreken er gezellige verzamelpunten met voldoende horeca. Hier zou vanuit een nieuw bestemmingsplan op gestuurd kunnen worden. Beleid Voor welke beleidsdoelen wordt het gemeente vastgoed ingezet? Hoe groot is de kernportefeuille? Nietstrategisch vastgoed (woningen e.d.), dus direct afstoten zodat hier geen kosten van onderhoud en instandhouding worden gemaakt. Duurzaamheid Hebben we de verduurzamingsopgave goed in beeld? Liggen we op koers? Waar mogelijk bij nieuwe investeringen duurzaamheid in programma van eisen vastleggen (ook als dat op de korte termijn meer kost). Tevredenheid Hoe tevreden zijn gebruikers met het vastgoed en de dienstverlening? Wat verwachten de winkeliers, kantoorgebruikers en de inwoners van Zeist van de dienstverlening en leefomgeving. Zorg voor een breed draagvlak! Bezetting Wordt het vastgoed optimaal gebruikt? Waar zit de leegstand? Is dit veel? Binnen het centrum van Zeist bestaat er teveel aanbod van winkelruimte waardoor er veel leegstand is ontstaan.

Dit levert een ongezellig stadscentrum op! Financiën Wat kost het vastgoed? En in welke mate dekken de opbrengsten de kosten van het vastgoed? Afstoten van niet strategisch vastgoed: levert naast de verkoopprijs vooral een structurele besparing op m.b.t. onderhoud en instandhouding. Organisatie Zetten we personele middelen efficiënt in gezien de vastgoedopgave? Zie hiervoor de rol die assetmanagement binnen de gemeente kan gaan spelen. Daarnaast haakt dit onderwerp ook aan bij de thema’s burgerparticipatie en zelfbeheer. TIP: Zeist is nog geen lid van Benchmarkgemeentelijkvastgoed.nl

Adviesrapport van de IAC

34

Effecten op de samenleving Door een integrale focus op de vastgoedportefeuille en ruimtelijke ontwikkelingsprojecten zal het resultaat meerdere maatschappelijke en economische doelen tegelijk kunnen dienen. Op dit moment richt de vastgoedafdeling zich vooral op het operationele beheer op pandniveau. Een voordeel voor de samenleving moet zijn dat de vastgoedportefeuille bijdraagt aan een prettige verblijfsomgeving waar mensen meer kunnen doen en beleven dan enkel de specifieke functie in het gebouw of terrein. Centraal moet dus staan hoe de maatschappelijke vraagkant eruit ziet en hoe het aanbod (vastgoedportefeuille) daar op aansluit. Voorbeelden: a) de functie van het zwembad Dijnselburg combineren met de naastgelegen sportzaal en de hele locatie uit te breiden met voorzieningen zoals paramedische diensten, winkels en horeca. Dit verandert de functie van zwembad-sportzaal naar een sportpark met mogelijk zelfs een regiofunctie. b) in het centrum Zeist de functies van de bibliotheek, cultuur, winkelen en ontmoeten beter aan elkaar koppelen om een gezellig en levendig gebied te creëren. c) het centrum autoluw maken en daarnaast de bereikbaarheid verbeteren door de aanleg van enkele aan de rand gelegen (betaalde) parkeervoorzieningen. Hierdoor kunnen de locaties Voorheuvel, De Markt, 1e Hogeweg en de Slotlaan veel aantrekkelijker gemaakt worden.

Risico’s Het vraagt om een verandering in de bestaande organisatie waarbij de diensten Ruimtelijke Ontwikkeling en Vastgoed op enige wijze aan elkaar verbonden dan wel geïntegreerd moeten worden. Hierbij dient assetmanagement een verbindende rol te vervullen. De beschikbare middelen kunnen dan effectiever en efficiënter ingezet worden ten behoeve van de gemeentelijke beleidsdoelen. Veranderingen worden vaak als bedreiging of risico gezien. Belangrijk dus om de kansen goed te verdedigen en de verandering goed te begeleiden! Daarnaast zal er eerst geïnvesteerd moeten worden om op lange termijn de voordelen te kunnen ervaren. Echter niets doen of de huidige situatie in stand houden zal het economisch risico jaarlijks verder vergroten. Voorbeeld: Het centrum van Zeist zal opnieuw ingericht moeten worden waarbij de pleinfuncties van De Markt en Voorheuvel beter benut kunnen worden. Dit vraagt om een flinke planologische ingreep waarbij de Klinker vervangen of getransformeerd moet worden (bijvoorbeeld een combinatie van winkels, horeca en woningen). Dit zal op korte termijn om flinke investeringen vragen maar leidt op termijn tot een aantrekkelijk centrum waarbij waarde gecreëerd wordt op economisch en maatschappelijk vlak.

Verwachte besparing Potentie > € 1 miljoen (op korte termijn verkoop incourant vastgoed en besparing onderhoud; lange termijn betere economisch en maatschappelijk rendement)

1.11 Centrum en ontmoeten Uitwerking voorstel Huidige situatie: Het centrum van Zeist is versnipperd, de winkelgebieden sluiten niet op elkaar aan, er mist cohesie en een gezellig hart. In het centrum heeft Zeist enkele ‘rotte kiezen/te verbeteren delen’: • Zoals de Klinker, omgeving Emmaplein en de markt. • Het oude V&D gebouw.

Adviesrapport van de IAC

35

• Een nog saai en niet uitnodigend deel van de Slotlaan, de doorgang vanaf de hoek Slotlaan/Hogeweg richting slot Zeist, dat op zich veel potentie heeft. •  Een labyrint van verkeerswegen en parkeerplaatsen in de binnenstad. Oplossing (deels) autoluw maken. Er komt steeds meer leegstand van winkels en gebouwen in het centrum en steeds meer bewoners trekken naar grotere steden (zoals Utrecht of Amersfoort) om te winkelen in plaats van naar Zeist. Zorg voor een goed vestigingsklimaat voor winkeliers. Cultuur faciliteiten, zoals de muziekschool en het Kunstenhuis, liggen nu ver van elkaar af en het zou mooi zijn om dit aan elkaar te koppelen in een gebouw. Dit kan op de lange termijn kosten- en ruimtebesparend zijn. Er mist een lange termijnplan hoe het centrum duurzaam te verbeteren naar een gezellig, samenhangend, aantrekkelijk hart van de gemeente om te winkelen, elkaar te ontmoeten en voor culturele activiteiten. Toekomst: Maak een visie: ‘Centrum en ontmoeten’ Eerst moet er bepaald worden wat de functie moet zijn van de stad Zeist, een goede visie op het hele ‘Centrum en ontmoeten’ met een plan van aanpak om naar te werken t/m 2035 is hierbij van groot belang. Zeist heeft geen regiofunctie (meer) en heeft een minder stedelijk karakter. ‘Wat wil Zeist nou zijn?’ Niet een vergelijking met Utrecht of Amersfoort.

Daarbij denken wij aan minder winkels in het centrum, maar de winkels die er zijn moeten centraal liggen en bijvoorbeeld een specialistische functie hebben. Leuke winkels voor jong en oud. Een samenhangend centrum met een groen en gezellig karakter met leuke terrasjes, zodat Zeist aantrekkelijk wordt om te verpozen voor alle inwoners, regiogenoten en voor wandel- en fietstoeristen. Waarmee we in winkelaanbod en als karaktervolle plaats onderscheidend zijn t.o.v. Amersfoort en Utrecht. Ook de kernen van Den Dolder en Austerlitz kunnen aansluiten op de kernwaarden: groen, gezelligheid, samenhang en specialistisch/uniek (winkel-)aanbod. M.b.t. een deel van het centrum (de Slotlaan bijvoorbeeld) vinden wij het beter om dit autoluw/autovrij te maken, om zo een dorpsfunctie te creëren, met de oude allure. Voor studenten willen we mogelijkheden voor werkplekken met leuke/hippe koffiehoeken in het centrum. Het marktplein mag levendiger (sociaal en groener) of verhuizen naar de Slotlaan voor het Walkartpark. Belcourt kan beter betrokken worden bij het vormen van een geheel en de Slotlaan delen vanaf de Hogeweg richting het Slot en het Slot kunnen beter benut worden. In verdere participatie met de inwoners zou de langetermijnvisie en een stappenplan wat wanneer aan te pakken uitgewerkt moeten worden. Hieronder enkele denkrichtingen voor oplossingen om het centrum anders in te richten.

Onze denkrichtingen: Het plan om het V&D gebouw te gebruiken als multifunctioneel gebouw en als spilfunctie van sociale levendigheid en beleving van het gezellige Dorpscentrum / hart van Zeist vinden wij heel goed. Hierin een combinatie van verschillende faciliteiten, zoals de bieb, muziekschool, tentoonstellingen, ateliers, flexwerkplekken, workshops/sociale bijeenkomsten, ontmoetingscentrum voor Zeist, horeca (bijv. restaurant Abrona - zie Kerckebosch), café, shop in shop winkels etc. creëren. Echter, omdat dit plan financieel onhaalbaar blijkt te zijn, stellen wij voor om het geheel los te laten en stellen wij het volgende voor: Leg alles dat wordt ontwikkeld langs de lat van de algehele (te ontwikkelen) visie op het hele centrumgebied. Alle ontwikkelingen moeten gaan passen in een samenhangend, gezellig, groen etc. centrumgebied. Neem afscheid van de Klinker en verkoop het om dit naar woningbouw te her ontwikkelen. Wel volgens de regels van een Welstandscommissie en passend in de algehele (te ontwikkelen) visie op het hele centrumgebied. Als de Klinker gesloopt wordt komt daar ruimte vrij om iets nieuws te bouwen wat het centrum kan verbinden. Bijvoorbeeld horeca en enkele specialistische winkels op de begane grond en woningen op de tweede/derde etage.

Omdat de bibliotheek en muziekschool in zijn geheel moeilijk te verplaatsen zijn, stellen wij voor om de functies apart te verplaatsen. Adviesrapport van de IAC

36

Voor de bibliotheek zien wij mogelijkheden op de volgende locaties waar nu leegstand is: het ronde gebouw op Emmaplein 158 (voorheen Mc Gregor), de leegstaande ruimten op Emmaplein 140-150, Slotlaan 4-10 of Voorheuvel 57. Deze ruimten kunnen dan gehuurd worden voor de bibliotheek voor langere tijd. Hiermee wordt de gemeente ook flexibeler hoe daarmee om te gaan. Onderzoek of de muziek(school) en/of het Kunstenhuis naar het Slot Zeist kunnen of naar een ander gemeenschappelijk gebouw. Met een verplaatsing van de culturele en muzikale activiteiten naar het Slot, zorgt dit tevens voor een ‘ontslotting van het Slot’. Hiermee krijgt het Slot regionale en toeristische aantrekkingskracht en ook een functie voor de inwoners. Waardoor ook dit deel van Zeist meer gaat leven. Verbeter Belcour en het Emmaplein naar een mooi geheel. De Markt is voor velen nu niet uitnodigend. Neem in de lange termijn visie de mogelijkheid mee voor een verplaatsing naar de Slotlaan tussen de Hogeweg en het Rond (voor het Walkartpark). Zie ook hieronder. Een opener Slot(laan) Het stuk Slotlaan tussen de Hogeweg en het Slot, vooral voor het Walkartpark, is saai en niet uitnodigend, hoewel het veel potentie heeft. Het ING pand belemmert het doorzicht vanaf de Hogeweg naar het Walkartpark. Het zou uitnodigender zijn als het ING pand wordt weggehaald om meer openheid te creëren naar het mooie park.

Wellicht kan met de ING iets worden afgesproken over het overnemen van een deel van de Klinker in ruil voor het verwijderen van het pand of kunnen andere slimme oplossingen bedacht? Door op een slimme wijze het park wat meer open te maken op plekken -wat minder hek en hier en daar enkele bosjes weghalen- kan het park wat opener worden. De foodtrucks dragen op bepaalde dagen bij aan de gezelligheid, nog gezelliger zou het zijn als er een leuk (semipermanent) theehuis met een terras komt. Het schijnt dat er restricties zijn ten aanzien van het Walkartpark, maar enkele verbeteringen om het mooie park toegankelijker te maken behoort vast tot de mogelijkheden. Verder worden de parkeerplaatsen op de Slotlaan voor het Walkartpark zeer weinig gebruikt en zorgt het (teveel aan) hekwerk voor het park voor een gesloten karakter. Het zou goed zijn om de markt te verplaatsen naar dit deel van de Slotlaan tussen de Hogeweg en het Rond. Dit zorgt voor meer gezelligheid op dit mooie deel van de Slotlaan. Het weinig gebruikte Marktplein bij de Klinker kan vervolgens her ontwikkeld worden naar woningbouw en/ of een parkje met horeca/terrassen.

Effecten op de samenleving Zeistenaren zullen zich beter thuis gaan voelen in het centrum. Er zal door bewoners meer worden afgesproken en daarnaast zullen bewoners van dorpen in de buurt eerder overwegen om naar het centrum van Zeist te gaan in plaats van naar Utrecht. Ook is het voor wandel- en fietstoerisme aantrekkelijker.

Risico’s Een risico is dat Zeist niet langer een regiofunctie heeft en dat iedereen naar afgelegen steden gaat om te winkelen. Dit zorgt voor problemen voor de Slotlaan en ondernemers die daar gevestigd zijn. Maar ook het dorpsgevoel zal langzaamaan steeds meer verdwijnen.

Verwachte besparing Nader te bepalen. Baten: • Afstoten de Klinker voor woningbouwontwikkeling en exploitatie horecavoorziening € • Geen huisvestings- en onderhoudskosten van de Klinker door afstoten €

Adviesrapport van de IAC

37

• •

Afhankelijk van plan afstoten een deel van het Marktplein voor woningbouwontwikkeling € Exploitatie horeca/theehuis bij Walkartpark €

Investeringen: • Ontwikkelen lange termijn visie (2035) en stappenplan voor centrum en ontmoeten: € • Het Slot (of een ander gebouw) aanpassen naar muziek/culturele activiteiten € • Bibliotheek verhuizen € • Werkplekken voor studenten en koffiehoek € • Aanpassingen/beter benutten Slotlaan deel tussen Hogeweg en het Rond; ontsluiten park en voor markt € • Gesprekken met ING om pand weg te krijgen €

Bijlage 1.11 Centrum en ontmoeten Verkeersaanvoer routes Zeist Centrum voorstel:

• A28 naar Utrechtse weg: Rood • Utrechtse weg: Fuchcia • A12 naar Laan van Beek en Royen: Geel • Austerlitz naar Driebergse weg: Groen • Amersfoortse weg naar Slotlaan: Paars • Rondweg Dijnselburgerlaan, De Dreef, Kromme rijnlaan en Weteringlaan: Bruin • Rondweg Boulevard, Lindelaan, Jagersingel en Oranje Nassaulaan: Olijfgroen • Slotlaan te bereiken via route Paars, Fuchcia, Groen en licht blauw (tussen Rood en Groen: Krakelingenweg) • Ziekenhuis te bereiken via route Olijfgroen en licht blauw Het grijze gebied, dat zegt het al, dat blijft een moeilijk stuk de ronde 1e en 2e dorpsstraat en Lageweg, de 1e en 2e Dorpsstraat is erg smal en is twee richting niet mogelijk. Lage weg zou eventueel twee richtingsverkeer kunnen maar dan moet de bussen door de Dorpsstraat gaan rijden, en dan zou het eventueel kunnen dat ze daar ook 2 richtingen in rijden, de bussen kunnen elkaar passeren bij de bus haltes, ze kunnen daar blijven staan zonder ander verkeer te hinderen. Zelf had ik ooit gedacht dat je een tunnel zou moeten maken onder de Dorpsstraten, maar dat is een behoorlijke kostbare aangelegenheid, en volgens mij dan ook niet haalbaar. (maar ik noem het toch even).

Adviesrapport van de IAC

38

Slotlaan:

Winkeliers willen graag autoverkeer in de slotlaan, nadat ik het filmpje van www.denieuweslotlaan.nl gezien had, leek mij dat een goed idee. De slotlaan bij Het Rond tot de Weeshuislaan twee richtingsverkeer, dan via de Weeshuislaan naar de Antonlaan en via de Korte Steinlaan terug naar de Slotlaan. De Slotlaan naar de Verlengde Slotlaan open houden voor verkeer, om ook de aanvoer vanuit het Noordoosten ook te vergemakkelijken. De blauwe route is voornamelijk voor winkelend publiek. Aan de Antonlaan heb je ook 2 parkeergarages. Het gestippelde gedeelte is enkel voor fietsers en wandelaars, maar ook voor bestemmingsverkeer (Zoals laden en lossen). Aanvoer van goederen naar de winkels zou men m.b.v. kleinere vrachtauto’s kunnen, Soort “Pick Nick” Auto’s, deze zijn gelijk ook elektrisch. De distributie van goederen, zou dan buiten de bebouwde kom, in de leegstaande bedrijfspanden kunnen geschieden, daar komt men met “grote” vrachtwagens met de “bulk” goederen afleveren. Vandaar uit m.b.v. Kleinere (elektro) vrachtauto’s of zelfs (elektro) bakfietsen, naar het Centrum rijden en de winkels bevoorraden enz.

1.12 Zelfbeheer stimuleren met Zeister Knopen Uitwerking voorstel (De onderstaande, niet dikgedrukte tekst geeft het voorstel weer dat we in eerste instantie hadden bedacht. Wij kwamen hier echter op terug. De reden waarom lichten we hieronder toe in de dikgedrukte tekst. Desalniettemin vonden wij het de moeite waard om het initiële voorstel met de Raad te hebben gedeeld alsmede de reden waarom wij hierop zijn teruggekomen. Én ook hebben we een deel hiervan verwerkt in een ander voorstel - zie dus de dikgedrukte tekst.) Eerste voorstel (waar we op zijn teruggekomen) Huidige situatie In het kader van zelfbeheer hebben wij een voorstel bedacht, dat ziet op het beheren van het groenonderhoud door de inwoners van de gemeente Zeist. Op dit moment vindt het groenonderhoud (hiertoe behoren parken, bomen, plantsoenen, groenstroken en dergelijke) plaats door gemeentelijke medewerkers. Dit houdt onder meer in dat vanaf half oktober tot half januari medewerkers van de Sociale Werkvoorziening (BIGA Groep) bladafval verwijderen van autowegen, fiets- en voetpaden, parkeerterreinen en gazons. De gemeente beperkt zich daarbij tot bladeren die zich bevinden op de openbare weg en niet op particuliere terreinen. Toekomst De onderhavige IAC-leden hebben bedacht dat dit onderhoud gedurende een aantal dagen in de maand kan worden overgenomen en uitgevoerd door bewoners uit de desbetreffende wijk.

Daarbij kan dit zelfbeheer breder worden getrokken naar het opruimen van zwerfafval, om de aantrekkelijkheid van de gemeente te vergroten. In dat verband kan ook worden gekeken naar het model van de Almeerse Stedenwijk, waar bewoners zaterdag met prikkers en afvalzakken de straat op gaan in het kader van de “opschoondag”. Een

Adviesrapport van de IAC

39

groep bewoners ruimt dan zwerfafval en andere troep op. Wij geloven in de kracht van de gemeenschap en denken dat zulke initiatieven de gemeenschapszin zullen vergroten. Een valkuil van dit voorstel is dat de vrijwilligers die zich hiervoor opgeven, dit onderhoud na een tijdje zouden kunnen versloffen en verwaarlozen. Om dat te voorkomen zouden er duidelijke afspraken met hen kunnen worden gemaakt, in de vorm van vrijwilligerscontracten. Een idee is om de “vrijwilligers” periodiek te belonen met Zeister Knopen. Budget technisch betekent dit dat de vrijwilligers een vorm van een vergoeding ontvangen, maar dat valt in het niet vergeleken met de salarissen van de medewerkers van de BIGA Groep. Voorts zal dit ertoe leiden dat de bekendheid van de Zeister Knoop toeneemt. Dat zal de lokale handel niet alleen een boost geven, maar zal er tevens voor zorgen dat het geld in de gemeente blijft. Het bovenstaande voorstel (inzake het laten overnemen van het zelfbeheer door een groep inwoners uit de gemeente) hebben wij als groep vooralsnog niet nader uitgewerkt. Dit om de volgende reden. Een van onze leden gaf aan dat de BIGA (hoogstwaarschijnlijk) bestaat uit kwetsbare en kansarme medewerkers die een achterstand hebben op de arbeidsmarkt. Navraag bij de Gemeente Zeist heeft dit vermoeden bevestigd.

De Biga is een voormalig sociale werkvoorziening voor mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt.Veel Biga medewerkers werken bij de RMN. Om die reden zagen wij af van genoemd voorstel inzake het zelfbeheer. Huidige voorstel: Wel bedachten wij dat de Zeister Knoop een goed initiatief is, dat beter zou moeten en kunnen worden benut. Zo gaf een ander lid aan dat de Zeister knoop als alternatieve munt kan worden ingezet door veel meer lokale bedrijven. Dit zal er niet alleen toe leiden dat de sociale cohesie en verbondenheid met Zeist toeneemt, ook zal het na Corona een (lichte) boost geven aan lokale uitgaven binnen de gemeente Zeist. Daarbij is essentieel dat het aantal deelnemers dat meedoet met de “Knoop” wel fors dient toe te nemen. Momenteel zijn er namelijk vrij weinig lokale ondernemers aangesloten bij de munt. Wij bedachten dat het gebruik van de munt voorts ook de kaspositie van de gemeente kan verbeteren, bijvoorbeeld door bij dergelijke vrijwilligerstaken als de IAC vrijwilligers te belonen met de Zeister Knoop. Dit zou de kaspositie (mogelijk) verbeteren, omdat een eventuele verzilvering van de Knoop vaak op een (veel) later moment plaatsvindt.

Effecten op de samenleving Zoals hierboven aangegeven, zal het promoten van de Zeister Knoop mogelijk tot gevolg hebben dat de sociale cohesie alsmede de verbondenheid met de stad en gemeente Zeist toeneemt door het gebruik van een eigen munt. De Knoop kan ook worden ingezet bij bijvoorbeeld parkeerautomaten of evenementen binnen de gemeente Zeist. Voorts zouden lokale ondernemingen ook kunnen profiteren van het ‘succes’ van de Zeister Knoop. Immers, het in omloop brengen van meer munten zal de lokale economie een boost kunnen geven, door de verkoop ervan. Een neveneffect van een toenemende populariteit en dito verkoop van de Zeister Knoop zou kunnen zijn dat door het opleven van de lokale economie, leegstand kan worden tegengegaan.

Risico’s Wij zien geen risico’s in het niet promoten van de Zeister Knoop en het in omloop brengen van meer Knopen. In het kader van baat het niet dan schaadt het niet, lijkt het ons een goed idee om dit voorstel nader te onderzoeken en mogelijk uit te voeren (mede omdat wij verwachten dat het in omloop brengen van meer Zeister Knoop en laten aansluiten van meer lokale ondernemingen relatief goedkoop is).

Adviesrapport van de IAC

40

Activiteit en Gezondheid 2.1

Mentale weerbaarheid

Uitwerking voorstel Hierop bezuinigen op korte termijn is niet wenselijk. Dit zal op de lange termijn moeten gebeuren. Zo is bijvoorbeeld het sportpas concept een mogelijkheid. Daarnaast zal de educatie en het preventie aanpakken ervan een groot onderdeel uit maken van de lange termijn besparingen. Educatie: De beschikbare informatie moet worden uitgebreid, en voor iedereen van jong tot oud te vinden zijn. Mensen moeten weten waar ze terecht kunnen voor vragen en hulp. Daarnaast kunnen de trainingen van middelbare- en basisscholen uitgebreid worden. De trainingen kunnen ook gebruikt worden voor het geven van preventieve handvatten. Hoe zorg je ervoor dat jongeren weten wat ze kunnen doen om mentaal weerbaarder te worden.

Effecten op de samenleving Educatie: Wel --> De jongeren van nu en de toekomst, weten waar zij terecht kunnen voor hulp en zijn beter geïnformeerd naar de handvaten die de gemeente biedt. Daarbij weten zij ook hoe ze zichzelf kunnen ondersteunen, en hoe ze met bepaalde situaties om kunnen gaan. De leefbaarheid binnen de gemeente zal vooruit gaan, en zo ook de economie. Niet --> mede door de corona crisis is de mentale weerbaarheid vooral onder jongeren enorm achteruit gegaan, en er zijn er steeds meer die tegen een burn-out aan zitten of al hebben. Dit zal ook alleen maar meer worden als er niks (preventiefs) gedaan wordt. Daarnaast is niet alleen een probleem onder de jongeren, maar ook onder iedere leeftijdsgroep uit de samenleving. Als er niks gedaan wordt zal het mentale stuk van de samenleving achteruit blijven gaan, zo ook de leefbaarheid daarvan. Ook blijven de wachtlijsten voor hulp alleen maar groeien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10173379/1