01-21RV032# Bijlage 01 Boek 1 Jaarrekening 2020 versie 2
Tekst van het document
Na afronding zal een evaluatie plaatsvinden en besluitvorming over verdere vervolgstappen. Het beoogde resultaat van de Pilot is: • Zicht hebben op de rechtmatigheid van ZIN verstrekkingen jeugd en Wmo. Mogelijk hoeven we dan de huidige accountantscontrole van de aanbieders niet meer te gebruiken, maar wordt deze vervangen door onderhavige eigen controle. • Handvatten ophalen voor kwaliteitsverbetering vanuit een ‘controle achteraf’ ingebed in ons kwaliteitssysteem.
63 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Fraude in de zorg Ook in 2020 hebben we aandacht besteed aan het verbeteren van de processen om fraude in de zorg te voorkomen en hebben we actief signalen van mogelijke misstanden opgepakt. De huidige coronacrisis, waardoor we meer op afstand moeten werken, heeft er voor gezorgd dat we niet al onze doelstellingen hebben behaald. Ondanks dat gegeven kunnen we positief terugkijken op het jaar 2020. In 2020 hebben we de volgende stappen gezet: • De werkgroep ondermijning is uitgebreid met de Toezichthouder Wmo. Ondermijning en zorgfraude blijken in de praktijk ook aan elkaar gelinkt te zijn. • De nieuwe verordening Sociaal Domein is op 19-01-2021 door de Raad vastgesteld. Hierin is ook vastgelegd dat de gemeente een of meer ambtenaren aanwijst die erop toezien dat de Wmo en Jeugdwet en de bijbehorende regels worden nageleefd. Hiermee is toezicht jeugd ook verankerd en kan er een toezichthouder jeugd worden aangesteld. NB: Wmo was al verankerd in de wet. • Mogelijke zorgfraude. Op dit moment zijn 9 meldingen van cliënten en 7 meldingen van zorgaanbieders in behandeling. Binnen onze gemeente hebben we het contract met één zorgaanbieder per direct beëindigd. Alle 52 cliënten met indicatie hulp bij het huishouden en 6 medewerkers zijn ondergebracht bij andere gecontracteerde zorgaanbieders.
Het onderzoek en afwikkeling van de meldingen is een intensief traject dat om zorgvuldigheid vraagt. Rechtszaken (aangespannen door gemeenten) blijken in de praktijk niet altijd succesvol af te lopen. Dit heeft te maken met onder andere het aan de voorkant niet scherp genoeg geregeld te hebben van wat verwacht wordt van de zorgaanbieder. • Werkprocessen. In de werkprocessen en registratie in ZorgNed is het mogelijk geworden voor het vastleggen van een (mogelijke) fraudemelding en het werkproces wat daarop volgt. • Voor de aanbesteding Wmo en Jeugd is het toetsingstraject zo goed als doorlopen. Bij de beoordeling van de zorgaanbieders is ook de toezichthouder Wmo betrokken geweest. Grote verbetering van dit aanbestedingstraject is het feit dat er veel meer duidelijkheid is over kwaliteitsen integriteitseisen waardoor zorgaanbieders veel beter weten wat wij van hen verwachten. Dit maakt het in de toekomst ook eenvoudiger om beter te sturen op kwaliteit. Rechtmatigheidsverantwoording en In control statement Het college is en blijft ook na 2020 verantwoordelijk voor de rechtmatigheid binnen de organisatie. In de huidige situatie vormt de accountant hierover een oordeel en rapporteert over de uitkomsten. Vanaf verslagjaar 2021 stelt het college van B&W deze verantwoording op. Uiteraard is het publiceren van de verantwoordingstekst alleen niet voldoende.
Er is in de gemeentelijke organisatie een duidelijke grondslag voor deze verantwoording nodig. Deze grondslag wordt de onderbouwing van de verantwoording genoemd. Doel is met een bepaalde mate van zekerheid vast te stellen dat de financiële handelingen hebben plaatsgevonden binnen de kaders van wet- en regelgeving. Het kader van de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording bestaat uit de volgende criteria: • Begrotingscriterium: gaat om controle op overschrijdingen van de geautoriseerde begroting na wijziging. • Voorwaardencriterium: gaat om de financiële beheershandelingen die aan de voorwaarden moeten voldoen zoals gesteld in wet- en regelgeving (hieronder vallen ook gemeentelijke verordeningen). • Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O): hieronder vallen ook fraude- en integriteitssignalen. De externe accountant controleert de getrouwheid van de jaarrekening, inclusief de door het college getekende rechtmatigheidsverantwoording. De accountant geeft geen afzonderlijk oordeel meer over het aspect rechtmatigheid, maar slechts een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. Gevolgen rechtmatigheidsverantwoording Naast het gegeven dat de accountant de rechtmatigheid niet meer vaststelt maar het college zelf, heeft de wetswijziging nog meer gevolgen. Het college zal met de gemeenteraad in gesprek gaan over de financiële rechtmatigheid.
In de jaarrekening 2021 moet de rechtmatigheidsverklaring worden opgenomen waarbij de paragraaf bedrijfsvoering inzicht geeft in de nadere duiding van de verklaring. Daarbij wordt bij geconstateerde onrechtmatigheden aangegeven welke (beheers)maatregelen het college treft om herhaling te voorkomen.
64 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Ook heeft de wetswijziging gevolgen voor de organisatie. We zijn gestart met de inrichting en aanpassing van de organisatie zodat zij een uitspraak kan doen of er rechtmatig gehandeld wordt. De volgende werkwijze wordt daarvoor geïmplementeerd: De effectiviteit van de beheersmaatregelen wordt periodiek getoetst in onze cyclus om de financiële rechtmatigheid vast te stellen. We implementeren hiervoor het three lines of defence model waarbij de lijnmanager (eerste lijn) zelf de effectiviteit van de beheersmaatregelen toetst. Daarbij wordt hij/zij ondersteund door de tweede lijn (kwaliteitsmedewerkers, financiën, enz.). Periodiek rapporteert de e lijnmanager in samenwerking met de 2 lijn functionaris de resultaten van de toetsing. Team control voert review werkzaamheden uit, verzamelt de bevindingen en adviseert over verbeteringen. Het GMT alsmede het college wordt periodiek geïnformeerd over de uitkomsten binnen de reguliere P&C-cyclus. De resultaten van de toetsing zullen tevens gedeeld worden met het college en de auditcommissie van de raad. Deze werkwijze sluit aan bij de verdere doorontwikkeling van de PDCA cyclus waarbij we meer willen monitoren, reflecteren op ons handelen en verbeteren daar waar dit nodig is. In 2020 zijn alle procesbeschrijvingen (high level) geactualiseerd evenals de procesrisico’s en beheersmaatregelen.
Tot slot zijn diverse voorlichtingssessies geweest in de organisatie over de rechtmatigheidsverantwoording. We zien de rechtmatigheidsverantwoording als mooie eerste stap op weg naar een In control statement (ICS). In 2021 zullen we de raad expliciet betrekken bij dit onderwerp. Dit doen we op verschillende manieren. We zullen de auditcommissie betrekken bij onze aanpak. Daarnaast zullen we diverse voorstellen ter besluitvorming aan de raad voorleggen. Dit betreft kaders die door de wetswijziging geactualiseerd moeten worden zoals de financiële verordening (ex art.212) en de controleverordening (ex art. 213). Fraude risico analyse Om invulling te geven aan het rechtmatigheidscriterium ‘Misbruik en oneigenlijk gebruik’ is onlangs een frauderisico analyse opgesteld die kan fungeren als onderbouwing voor dit criterium. Deze analyse zal met de auditcommissie besproken worden en worden meegenomen in het te actualiseren M&O-beleid. Actualisatie risicomanagementbeleid Ons huidig risicomanagementbeleid dateert uit 2011 en heeft actualisatie nodig onder andere om de besluitvorming die er al geweest is over dit onderwerp te verwerken in een nieuwe nota. Dit wordt mede ingegeven door de ambitie om naar een In control statement te komen. Verder willen we de nota stabiliteitscriteria die ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden bij de begroting 2021 er ook bij betrekken.
De geactualiseerde nota risicomanagementbeleid verwachten we in het najaar van 2021 of het voorjaar van 2022 ter vaststelling aan te bieden aan de raad. Risicobeheersing projecten Als gemeente hebben we op dit moment vele projecten onder handen. Een groot deel van deze projecten bevindt zich in het fysieke domein. Voorbeelden zijn de projecten binnen de versnellingsopgave woningbouw (het versneld creëren van 1250 extra (betaalbare) woningen voor (her)starters), grondexploitaties zoals woningbouw Austerlitz, ontwikkeling terrein huidige werf na verplaatsing van de werf en Huis ter Heide. Tevens is in 2020 gestart met het project Vollenhove Vooruit!, een meerjarig programma met meerdere partners en medegefinancierd door Rijk en provincie. Gezien de aard en omvang van dit programma is het een programma met een relatief hoog risicoprofiel. Daarom is het van belang deze risico’s goed in kaart te brengen en periodiek te herzien. In 2020 zijn deze risico’s goed in beeld gebracht en deze zullen periodiek beoordeeld en geactualiseerd worden. Daarnaast is er rapportage ontwikkeld die periodiek opgesteld en gedeeld zal worden met de financiële commissie Ook voor de andere hogere risico projecten zoals Masterplan Buitensport wordt dit periodiek gedaan.
Alle (overige) projecten worden in elk geval twee maal per jaar (bij begroting en jaarrekening) doorgelicht op de risico’s en beheersmaatregelen. Verder vinden er regelmatig controlgesprekken plaats waarbij de risico’s gemonitord worden. Daarmee zijn deze risico-analyses zowel sturingsinstrumenten voor de projectmanagers als input voor de onderbouwing van het weerstandsvermogen.
65 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
In 2021 gaan we de informatievoorziening van projecten verder ontwikkelen en standaardiseren. Hierin zullen risico’s een vast onderdeel zijn. Voor een aantal projecten geldt dat het risicoprofiel (gunstig) beïnvloed wordt door het feit dat de risico’s gedeeld worden met de partners waar we mee samenwerken (Hart van de Heuvelrug, Vliegbasis Soesterberg en Kerckebosch). Omgevingswet Door middel van de Omgevingswet bundelt de overheid 26 bestaande wetten op het gebied van onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Met deze wet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen met als belangrijkste doel om een gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit in stand te houden en te bereiken en doelmatig beheer en gebruik van die fysieke leefomgeving voor maatschappelijke functies te realiseren. De minister heeft de invoering van de wet uitgesteld naar (in principe) 1 januari 2022. Dat betekent dat we meer tijd hebben voor de voorbereiding van de implementatie en ook in 2021 verder gaan met het steeds beter zicht krijgen op de risico’s en de nodige beheersmaatregelen. De belangrijkste risico’s hebben we inmiddels alle in beeld en zijn opgenomen in ons risicomanagementsysteem.
De belangrijkste daarbij is de onzekerheid rondom de financiële gevolgen van de invoering van de wet voor de gemeente en deze staat dan ook nog steeds in de top 10 van onze belangrijkste risico’s. Wel is inmiddels door het door KPMG ingestelde onderzoek in opdracht van de VNG meer inzicht ontstaan in de implementatiekosten voor o.a. gemeenten op totaal landelijk niveau. We hebben dit als input gebruikt om onze eigen inschatting omtrent de implementatiekosten (die lopen tot en met 2029) beter in te schatten. De invoering van de omgevingswet zal ook implicaties hebben voor de legesinkomsten. In 2021 gaan we verder met de implicaties in beeld krijgen mede op grond van wat er aan landelijke informatie beschikbaar komt waardoor het beeld steeds scherper zal worden. Indien daar aanleiding voor is, gaan we daarmee ook onze opgenomen risico’s actualiseren. 1.3. Top 10 risico’s De tien belangrijkste risico’s zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1: top 10 risico’s Risico Risico Nr R1205 Als gevolg van de COVID-19 crisis wordt de gemeente geconfronteerd met extra kosten en werkzaamheden.
Maatregelen / Toelichting
Gezien de onzekerheden die er zijn ten aanzien van de impact voor de gemeente van de COVID19 crisis is er hiervoor in de begroting geen bedrag opgenomen. We hebben een inschatting gemaakt van op welke onderdelen we risico lopen met een inschatting van het bedrag. In totaal komen we uit op een bedrag van € 2 miljoen euro voor de komende jaren. Het Rijk heeft een groot deel van de ondervonden financiële nadelen gecompenseerd in 2020. Of ze dat in gelijke mate zal doen in dit en de volgende jaren is onzeker. Daarom houden we er rekening mee dat het Rijk maximaal 50% gaat compenseren. Hiermee wordt het netto risico teruggebracht naar € 1 miljoen per jaar. Structureel nemen we het bedrag daarom
Kans Financieel gevolg 70% max. € 2.500.000
66 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
maal 2,5 waarmee het op € 2,5 miljoen uit komt.
R1150
R1183
R1021
In eerdere publicaties is 50% aangegeven dat het gehanteerd nadeel maximaal € 15 per inwoner per jaar mag zijn. Hierdoor is het negatieve effect voor Zeist de eerste jaren relatief beperkt en komt dit neer op € 15 x 64.900 inwoners, zijnde € 973.500 per jaar. Daarna wordt dit maximum nadelig effect trapsgewijs los gelaten waardoor het nadelige effect naar verwachting verder toeneemt tot wel € 4 miljoen per jaar. Dit betekent een structureel risicobedrag van € 10 miljoen (2,5 x € 4 miljoen). Het definitieve voorstel is er nog niet, dus het effect kan nog anders worden. 70% Als gevolg van toenemende vraag Sturen vanuit de transformatie agenda jeugd, gerichtere naar jeugdzorg bestaat de kans dat budgetten worden preventie, doorbraak en sturen op instroom door maatregelen lokale overschreden, waardoor er een tekort ontstaat. teams en bij vindplaatsen voor hulp bij onderwijs en huisartsen. Daarnaast betere afspraken maken met gecertificeerde instellingen. Ook maatregelen op uitstroom door onder meer verstevigen regionaal contractmanagement. Tot slot versterken samenwerken met en inzetten voorliggende voorzieningen.
Als gevolg van de gehanteerde • We verkennen de mogelijkheden 90% indexatie op basis van de CAO in om binnen ZOU-verband lopende contracten jeugdhulp, gezamenlijk een aanbesteding WMO-begeleiding, huishoudelijke van huishoudelijke hulp aan te hulp en wijkteams en het gaan. Door samen te werken kan vastgestelde gemeentebrede steviger ingezet worden op indexatie percentage van 1,5% tariefafspraken en contractbestaat de kans dat de management. betreffende budgetten te laag zijn geraamd. Als gevolg van een andere verdeling van middelen tussen gemeenten via de algemene uitkering (herijking), bestaat de kans dat de gemeente lagere inkomsten via de algemene uitkering krijgt.
max. € 2.433.750
Max. €1.000.000
max.€ 600.000
67 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
R1152
R994
R725
R1117
• We krijgen naarmate de invoerdatum van de omgevingswet nadert steeds beter inzicht in potentiële kostenverhoging en inkomstendaling. • Er moeten extra middelen komen in de algemene uitkering. Hierover het gesprek voeren met andere gemeenten, de VNG, het ministerie en de ODRU. Als gevolg van het jarenlang Inventarisatie heeft minimaliseren van onderhoud bij plaatsgevonden in 2020 en dit de 7 (open) parkeergarages wordt in 2021 uitgewerkt in (Voorheuvel, Promenade, Slotlaan onderhoudsplannen om te komen 1 t/m 3, Perron en de Luifel) tot een duurzaam en kwalitatief onderhoudsniveau. Op dat bestaat de kans dat er een inhaalslag gemaakt moet worden moment kan de begroting in onderhoud waarvoor aangepast worden en kan het onvoldoende budgetten voor bedrag in het weerstandshanden zijn. vermogen bijgesteld worden. Als gevolg van een toegenomen • Sturen op transformatie van het zorglandschap, betere preventie, WMO-vraag bestaat de kans dat budgetten worden overschreden, doorbraak en versterkte waardoor er een tekort ontstaat. samenwerking met huisartsen, verstevigen regionaal contractmanagement, verstevigen rol wijkteams. Versterken samenwerken en inzetten voorliggende voorzieningen. • Gebruik maken van het toegenomen inzicht in de cijfers. Ontwikkelagenda toegangsteams.
Als gevolg van de mogelijkheid Vóóraf: De onderbouwing van het dat het nog te nemen verkeersbesluit moet aan hoge verkeersbesluit om de eisen voldoen. Achteraf: Als het spoorwegovergang in Den Dolder Drieluik niet door gaat ondanks af te sluiten door de rechter of de een besluit van de gemeente om Raad van State wordt af te sluiten, zal de gemeente teruggedraaid, bestaat de kans richting ProRail de terugbetaling dat de gemeente conform betwisten, omdat de gemeente afspraak met ProRail geen blaam treft. Mocht de € 6.200.000 moet terugbetalen. gemeente toch moeten betalen, zal in eerste instantie de € 4.000.000 die in de gevormde reserve zit, worden aangewend. Het invoeren van de omgevingswet heeft vooralsnog onduidelijke financiële gevolgen waardoor de gemeente een financieel risico loopt.
90%
max.€ 500.000
70%
max.€ 500.000
70%
max.€ 500.000
10%
Max. € 2.500.000
68 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
R1198
R1202
Grex huidige gemeentewerf/nieuwe werf: Als gevolg van de afhankelijkheid van het project om de grond van de huidige werf te ontwikkelen voor woningbouw met de verplaatsing van de werf, is er een risico dat de voortgang onder druk komt te staan en de gemeente geconfronteerd wordt met additionele kosten (namelijk claim als gevolg van clausule in contract met Surplus en afboeken gemaakte plankosten). Grex huidige gemeentewerf: Voor de 2e fase van de herontwikkeling van de grond van de huidige gemeentewerf zijn recent geen bodemonderzoeken uitgevoerd.
Momenteel wordt er een voorstel voor de raad voorbereid dat in de zomer van 2021 zal worden voorgelegd. Na besluitvorming is het mogelijk om te starten met de uitvoering. In dat geval is de realisatie van de nieuwe werf in 2023/begin 2024 gereed. Daardoor achten we de kans dat de deadline niet gehaald wordt slechts op 10%.
10%
Er is een bodemonderzoek door 70% de ODRU uitgevoerd eind 2020, maar de einduitkomst is nog niet binnen, omdat er vervolgonderzoek nodig bleek. Op grond hiervan gaan we een kostenraming maken voor het saneren van het terrein, zodat we dit goed in de grex kunnen opnemen.
max.€ 2.110.000
Max. € 300.000
Toelichting op tabel 1. De kans en het genoemde bedrag zijn dat wat netto over blijft rekening houdend met de genoemde maatregelen. Het totale risicobedrag is gedaald ten opzichte van de vorige inventarisatie bij de begroting 2021. De omvang van alle risico’s bedroeg destijds € 43,5 mln. terwijl dit bij deze jaarrekening € 36,8 mln. bedraagt. De grootste daler is het COVID-19 risico (R1205). Deze is met € 2,5 miljoen euro naar beneden bijgesteld, omdat we op grond van de ervaringen uit 2020 ervanuit gaan dat ook in 2021 het Rijk ons voor in elk geval een deel zal compenseren. Andere in verhouding grote dalers zijn R1183 Jeugdzorg met € 600.000 en R725 WMO met € 700.000. De reden hiervoor zijn de genomen maatregelen en verhoging van het bedrag in de begroting. De top 3 van de risico’s van gemeente Zeist is in notering ongewijzigd gebleven. Wel zijn de netto kansen en netto bedragen aangepast. Vier van de andere risico’s uit de top 10 stonden er eerder ook al in. Hoogste nieuwe binnenkomer is het risico R994 betreffende het onderhoud van de parkeergarages. Dit is een bestaand risico, maar is nu weer één van de top 10 risico’s. 1.4
Verdeling risico’s per kanscategorie en financieel gevolg
Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn, kunnen geplaatst worden in een risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico dat een score heeft die in het oranje gebied zit, vraagt om aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie wordt bedreigd. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen Voor gemeente Zeist zijn in totaal 267 risico’s geïnventariseerd. De verdeling van deze risico’s naar kans van optreden en financiële impact is weergegeven in tabel 2. Het betreft de netto risico’s.
69 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Tabel 2. Verdeling risico’s per kanscategorie en financieel gevolg Financieel
Aantal/Kans
10%
30%
50%
70%
1
1
90%
x > € 1.500.000
4
2
€ 750.000 < x < € 1.500.000
4
3
€ 300.000 < x < € 750.000
19
7
7
1
2
€ 75.000 < x < € 300.000
67
26
28
11
2
x < € 75.000
79
41
23
10
5
Geen financiële gevolgen
94
36
23
31
2
2
Totaal
267
115
81
54
13
4
1 2
Dit betekent dat er 9 risico’s zijn die extra aandacht vragen, omdat ze zich in het oranje gebied bevinden. Het risico dat zich in het donkeroranje gebied bevindt, is het risico betreffende het COVID-19 risico. Deze staat in de hierboven genoemde top 10. Beheersmaatregelen op dit risico zijn zeer beperkt. Het financiële gevolg kan slechts beperkt worden door een compensatie vanuit het Rijk. Er zijn geen risico’s die in het rode gebied zitten en dus directe aandacht nodig hebben. 1.5
Benodigde weerstandscapaciteit
Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de actuele risico’s. Deze risico’s zijn zo breed mogelijk geïnventariseerd. Bij de kansberekeningen wordt dan ook een groot aantal schattingen van het totale financiële gevolg van het gehele risicoprofiel gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met de kans op optreden van een risico en met het feit dat het financieel gevolg per risico kan variëren. Doordat risico’s niet allemaal gelijktijdig en in hun maximale omvang zullen optreden is het bedrag dat we aanhouden als weerstandsvermogen vele keren lager dan de totale waarde van de geïnventariseerde risico’s. Benodigde weerstandscapaciteit De totale waarde van alle geïnventariseerde risico’s bedraagt circa € 36,8 miljoen. Ons risicomanagementsysteem Naris gaat vervolgens berekenen welk weerstandsvermogen nodig is gezien de opgevoerde risico’s. Dit gebeurt volgens de Monte-Carlo methode. Daarbij is het uitgangspunt dat niet alle risico’s zich op het zelfde moment en in dezelfde mate zullen voor doen. Er worden 100.000 verschillende scenario’s doorgerekend, waarbij een risico zich de ene keer wel voordoet en de andere keer niet. Tevens kan de omvang van het risico verschillen per scenario.
Uit de uitgevoerde simulatie blijkt, dat met een waarschijnlijkheid van 90% gesteld kan worden dat het weerstandvermogen € 8,0 miljoen moet bedragen (bij een minimale ratio van 1,0).
1.6
Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de post onvoorzien uit de exploitatie en de reserve weerstandsvermogen. Deze middelen kunnen vrij worden ingezet om risico’s in financiële zin af
70 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
te dekken, waarbij de middelen uit de exploitatie conform bestaand beleid met factor 2,5 worden vermenigvuldigd. Voor 2021 bedraagt de beschikbare weerstandscapaciteit voor de reguliere risico’s € 6.290.664. In tabel 3 is dit nader gespecificeerd. Tabel 3: Beschikbare weerstandscapaciteit Omschrijving Structureel € 185.607 Post Onvoorzien in exploitatie Structureel (€ 185.607 x factor 2,5) Reserve weerstandsvermogen Totaal
Incidenteel €
464.018
€ €
5.826.646 6.290.664
Het weerstandsvermogen was bij de vorige risico-actualisatie (de begroting van 2021) € 6.705.085. Dit betekent dat deze met ruim € 414.000 is gedaald tot nu € 6.290.664. De reserve weerstandsvermogen is ca. € 86.000 hoger uitgekomen aan het einde van 2020 dan voorspeld. De post onvoorzien is echter naar beneden bijgesteld met € 200.000 conform het voorstel bij de begroting 2021. Hiermee komt de post Onvoorzien op een bedrag van ca. € 3 euro per inwoner. Daarmee wordt het bedrag beschikbaar als weerstandsvermogen door deze aanpassing € 500.000 lager, omdat we deze maal 2,5 doen. Per saldo is het weerstandsvermogen € 414.000 afgenomen. 1.7
Beoordeling van het weerstandsvermogen
Om te bepalen of het huidige weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de benodigde weerstandscapaciteit (die uit de risicosimulatie voortvloeit, zie § 1.5) en de beschikbare weerstandscapaciteit (zie § 1.6). De uitkomst van deze berekening vormt het weerstandsvermogen en wordt uitgedrukt in een ratio. Daarbij geldt: hoe hoger de ratio, hoe groter het vermogen om weerstand te bieden aan de financiële gevolgen van optredende risico’s.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
€ 6.290.664 € 7.962.084
=
0,79
Voor de beoordeling van de ratio wordt een norm gehanteerd (zie tabel 4) die is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit Twente. Deze norm wordt landelijk veelal toegepast. Tabel 4: Waardering ratio Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Op basis van de landelijk gangbare normering krijgt de ratio nog net de kwalificatie “Onvoldoende”, maar bijna “Matig”.
71 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Concreet betekent dit dat de reserve weerstandsvermogen op dit moment onvoldoende is qua omvang gezien ons risicoprofiel. Kengetallen Op 18 juli 2015 is de “Regeling tot vaststelling van de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting en het jaarverslag van provincies en gemeenten” van kracht geworden. Deze regeling ziet op de wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), waarin in artikel 11 is bepaald, dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag kengetallen worden opgenomen voor: De netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. Deze kengetallen maken het gemakkelijker om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente. Het overzicht van de kengetallen en het verloop daarin is weergegeven in tabel 5. Analyse kengetallen en financiële positie Bij de begroting 2021 zijn de kengetallen voor het laatst bepaald en berekend op basis van de (verwachte) meerjarige balans. De ‘hardheid’ van de getallen nemen in de planperiode af, doordat nu al inschattingen gemaakt moeten worden over bijvoorbeeld de saldi liquide middelen in bijvoorbeeld 2023.
De netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken.
De netto schuldquote is op 12% uitgekomen. Dit is hoger dan bij de jaarrekening van 2019, toen was hij 6%, maar lager dan de 21% die voorzien was bij het opstellen van de begroting van 2021. De netto schuldquote zal naar verwachting in de komende begrotingsjaren eerst iets oplopen naar 17%, maar daarna elk jaar afnemen naar uiteindelijk ongeveer 4% eind 2024. Dit komt doordat het bedrag aan schulden naar verwachting in de komende jaren verder zal afnemen. We spreken van een goede netto schuldquote als deze onder de 70% ligt. Tussen de 70% en de 80% dreigt de schuldomvang te hoog te worden. Boven de 80% zijn alle bezittingen zwaar belast met schulden. Met een schuldquote van onder de 20% kunnen we spreken van een zeer goede quote. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij verstrekte leningen onzekerheid bestaat of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal, zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen, te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.
Bij deze ratio wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Voor deze ratio gelden dezelfde normen als voor de netto schuldquote, dus ook hiervoor geldt dat we een zeer goede ratio hebben. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen doordat zij voldoende eigen vermogen heeft. Onder de ratio wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Bij deze ratio dreigt de schuld van de gemeente te hoog te worden als deze onder de 30% uit gaat komen. Onder de 20% zijn de bezittingen te zwaar belast met schulden. Een ratio boven de 30% is aanvaardbaar waarbij geldt dat hoe hoger de ratio is hoe beter.
De solvabiliteitsratio is iets lager dan bij de jaarrekening van 2019: 65% (2020) versus 68% (2019) en ongeveer geëindigd op wat was begroot. Het eigen vermogen is afgenomen in 2020 met 3,8 miljoen euro en het balanstotaal is met 3,9 miljoen euro toegenomen. Hierdoor is de ratio licht afgenomen. De
72 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
komende jaren zal de solvabiliteitsratio ongeveer op ditzelfde (hoge) niveau blijven. De conclusie is dan ook dat we goed in staat zullen zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de structurele en incidentele lasten. Als dit kengetal positief is, is er ruimte om structurele tegenvallers op te vangen. Als het percentage boven de 3% uitkomt wordt dit als goed beschouwd.
De structurele exploitatieruimte is zoals verwacht licht negatief uit gekomen, namelijk op -/- 4%. De structurele uitgaven plus structurele toevoegingen aan de reserves waren net als in 2019 hoger dan de structurele baten plus de structurele onttrekkingen aan de reserves. In 2020 gaat het om een verschil tussen beide posten van 6,5 miljoen euro. Dit is hoger dan begroot: 5,2 miljoen euro en hoger dan bij de jaarrekening van 2019: 5 miljoen euro. We kunnen dus niet spreken van een evenwicht en dit zegt iets over de flexibiliteit van de gemeente om structurele uitgaven op te vangen. In de komende maanden vindt besluitvorming plaats om vanaf 2022 een sluitende begroting te hebben. Kengetal grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 10% of hoger wordt beschouwd als kwetsbaar.
Het kengetal grondexploitatie is op 1,4 % geëindigd en komt daarmee ruim onder de 10% uit. Hieruit blijkt dat het risicoprofiel ten aanzien van onze grondexploitaties beperkt is. De belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: Woonlasten van een meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, uitgedrukt in een percentage. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente.
De gemiddelde woonlasten voor een gezin met een gemiddelde woning in Zeist zijn met name door een toename van de afvalstoffen- en rioolheffing gestegen met 8% in 2020: van € 718 naar € 772. De belastingcapaciteit van 2020 geeft met 104% aan dat de gemiddelde woonlasten 4% boven het landelijke gemiddelde liggen. We baseren ons hierbij op de landelijke Coelo rapportage. In het Coelo rapport wordt echter voor het gemiddeld landelijke tarief nog uitgegaan van de verwachte cijfers over het jaar 2020, omdat de definitieve nog niet bekend zijn. We weten echter dat de landelijke tarieven ook gestegen zijn. We verwachten dat als we de bijgewerkte cijfers over 2020 krijgen de belastingcapaciteit weer op ongeveer 100% zal uitkomen waarmee wordt gezegd dat de gemiddelde woonlasten van Zeist op het landelijke gemiddelde liggen.
73 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Tabel 5 Overzicht van en verloop in kengetallen
Kengetallen:
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Begroting 2021
Mjr 2022
Mjr 2023
Mjr 2024
21% 16%
Jaarrekening 2020 12% 8%
17% 12%
13% 9%
10% 6%
4% 0%
68% -/- 3%
62% -/- 4%
65% -/- 4%
64% -/- 3%
66% -/- 2%
67% -/- 3%
68% -/- 3%
2% 100%
-/- 2% 104%
1% 104%
-/- 2% 106%
-/- 1% 106%
2% 106%
2% 106%
Jaarrekening 2019 6% 1%
Begroting 2020
Duiding tabel Behalve de structurele exploitatieruimte zijn alle kengetallen goed te noemen. De structurele exploitatieruimte is sinds enige tijd negatief. Dit komt doordat de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten. Dat betekent dat het de gemeente ontbreekt aan flexibiliteit om structurele tegenvallers op te vangen. De verwachting is dat door het maken van keuzes in de loop van 2021 we weer komen tot een sluitend perspectief. De belastingcapaciteit laat op dit moment nog niet de reële situatie zien, omdat onze woonlasten vergeleken worden met de nog niet definitieve landelijke tarieven. Naar verwachting zal deze na actualisatie van de landelijke tarieven weer rond de 100% liggen. De overige kengetallen laten zien dat de gemeente een relatief lage schuldenlast heeft, goed in staat is om aan zijn financiële verplichtingen te voldoen en een laag risicoprofiel heeft als het gaat om de grondexploitatie.
74 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Paragraaf 3.2
Onderhoud kapitaalgoederen
3.2.1 Inleiding Gemeente Zeist staat voor een structureel goed, veilig en efficiënt leef-, werk- en woonmilieu voor de burger en is voor de uitvoering daarvan verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van verschillende in bezit zijnde kapitaalgoederen. Deze kapitaalgoederen bestaan binnen Zeist uit de volgende onderdelen: • • • • • • • • • • • • •
Wegen Groen Bomen Waterlopen Kunstwerken Openbare verlichting Verkeersregelinstallaties Straatmeubilair Parkeergarages Begraafplaatsen Riolering Gemalen Gebouwen
Met een effectieve en efficiënte sturing op de kapitaalgoederen wordt de balans gevonden tussen kwaliteit en kosten en worden achterstanden en potentieel onveilige situaties voorkomen. Dit vraagt een duurzame blik op de kapitaalgoederen en doorlopende budstraagettaire middelen. 3.2.2 Belang voor de Raad De totale omvang van de aanschafwaarde per 31 december 2020 van de in bedrijf zijnde geactiveerde materiële activa (exclusief gronden en terreinen binnen grondexploitaties) bedraagt circa € 170 mln. De onderverdeling daarvan is als volgt. Materiële vaste activa per 31-12-2020 Boekwaarde Bedrijfsgebouwen, woonruimten en terreinen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen, machines, installaties e.d. Overige materiële activa Totaal aanschafwaarde materiële activa
Economisch nut 106,7 10,5 7,4 11,9 136,5
bedragen (x € mln.) Maatschappelijk nut 0,9 31,8 0,4 0,4 33,5
Gezien de omvang van de waarde van deze activa, gevoegd bij de activa die ten laste van exploitaties of bijdragen van derden zijn aangeschaft en daardoor niet in bovengenoemde cijfers zijn opgenomen, is duidelijk dat ook de budgettaire consequenties van het onderhoud aanzienlijk zijn. 3.2.3 Budgettaire consequenties De flexibiliteit in het vereiste budget voor onderhoud is beperkt, omdat onderhoud vroeg of laat altijd moet worden gepleegd en achterstallig onderhoud over de tijd bezien vaak meer kost dan efficiënt en effectief gepland onderhoud, omdat dan de verwachte levensduur in het geding komt en er meer klachten en storingen ontstaan. Wel is het budget afhankelijk van het gekozen kwaliteitsniveau van het onderhoud. 3.2.4 Beheervisies en -plannen Het beheer van kapitaalgoederen is gebaseerd op een beleidskader of beheervisie en de daarin geformuleerde doelstellingen. Hierin kunnen, afhankelijk van het type kapitaalgoed, afspraken worden
75 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
gemaakt over de gewenste effecten van het beheer, de beoogde gebruikskwaliteit van de kapitaalgoederen, de werkwijze van de beheerorganisatie, (de omvang van) het budget en de manier van verantwoording. In de beheerplannen wordt de vertaling gemaakt naar de maatregelen die nodig zijn om de kwaliteit en structureel te borgen en doorlopende de toets aan de begroting te kunnen maken. Een voorbeeld van een beheerplan in onze gemeente is het Duurzame Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP) voor de gemeentelijke gebouwen. 3.2.5 Bereikt en gedaan per kapitaalgoed Hieronder per kapitaalgoed een overzicht van wat we hebben bereikt en wat we daarvoor gedaan hebben. Wegen In 2020 zijn i.h.k.v. “groot Onderhoud” de volgende wegen van een (gedeeltelijke) nieuwe deklaag voorzien : Blikkenburgerlaan, Dolderseweg, Koeburgweg, Laan van Eikenstein, Lindenlaan, Ostadelaan en een aantal voetpaden in Zeist West, total is er ca. 3300 ton afalt verwerkt. Voor het “klein” onderhoud is ca. 3400 ton asfalt verwerkt o.a. voor het vervangen van klinkersleuven in de rijbanen. Verder zijn er in het Lyceumkwartier, Den Dolder en een aantal parken halfverharde voetpaden vernieuwd door Gravilyn, totale oppervlakte 14.000 m2. Verspreid over Zeist zijn tal van binnenwegen van een nieuwe slijtlaag voorzien, totaal ca. 43.000 m2 Groen en bomen In Zeist staan circa 35.000 straat- en laanbomen.
Het Lange Termijn Bomen Beheer Plan (LTBBP) is het kader voor het beheer en onderhoud van deze bomen. Jaarlijks wordt ruim 1/3 van de straat- en laanbomen gecontroleerd en gesnoeid. Daarnaast staan in Zeist nog een vergelijkbaar aantal bomen in bosstroken en landschappelijke beplanting. Daarnaast beheren we op groengebied bermen, plantsoenen, grasvelden, hagen en parken. Deze worden op basis van vastgestelde beeldkwaliteit (IBOR) onderhouden. Waterlopen Om doorstroming van waterlopen te kunnen waarborgen, is een aantal watergangen geschoond. Dit houdt in dat te veel (oever)vegetatie is verwijderd. Zo zijn (delen van) de watergangen aan de Tiendweg, Blikkenburgerlaan en Bunsinglaan op orde gebracht. Kunstwerken In 2020 zijn alle civiele kunstwerken aan een uitgebreide inspectie onderworpen. Op basis van de resultaten wordt er in 2021een meerjarig onderhoudsprogramma opgesteld. In 2020 zijn hoofdzakelijke kleine reparaties uitgevoerd. Openbare verlichting In het kader van het verleddingsproject zijn er ca. 400 verlichtingsarmaturen met conventionele lampen vervangen door LED. Ook voor de komende jaren worden masten en armaturen die hun afschrijvingstermijn hebben behaald vervangen door LED en tevens voorzien van een dimmodule. Projecten waar ook de lichtmasten aan vervanging toe zijn wordt LED toegepast.
Verkeersregelinstallaties De verkeersregelinstallaties worden beheerd zoals vastgesteld in het MJOP van de VRI’s. Regulier onderhoud is verricht aan 14 vri’s. Daarnaast betalen we jaarlijks een onderhoudsbijdrage aan de provincie voor 6 vri’s voor het beheer. Straatmeubilair In 2020 lag de focus voor de bebording op zo min mogelijk bebording in de Openbare Ruimte. Het schoonhouden van al het straatmeubilair is geborgd met een contract om frequent onze bebording waaronder de zgn. ANWB borden en wijzers te reinigen.
76 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Voor de komende jaren zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van duurzame materialen (verkeersborden) onlangs heeft het verkeersbord dat wordt vervaardigd van circulair biocompesiet zijn intrede gedaan. Parkeergarages 7 parkeerdekken met een omvang van 31.941 m2 te noemen Voorheuvel, Markt, Slotlaan 1 2 3, Luifel en Perron. Er is ingezet op verdere verduidelijking van de onderhoudssituatie om onvoorziene omstandigheden of verborgen gebreken in de toekomst te voorkomen. Begraafplaatsen De gebouwen op de begraafplaats worden beheerd vanuit vastgoed en hierbij worden de duurzaamheidsmaatregelen doorgevoerd die in de MJOP zijn vastgelegd. Riolering Verspreid over de gemeente is er zo’n 10 kilometer riolering geïnspecteerd. Urgente renovatiepunten worden toegevoegd aan de renovatieplanning. Bij de Korte Bergweg is de wateroverlast situatie aangepakt door een nieuw gemaal te plaatsen. Ook is bij een aantal woningen het regenwater afgekoppeld van de riolering. Gemalen Bijna alle 170 (mini)gemalen zijn geïnspecteerd. Hierbij is de werking beoordeeld. Op basis van deze inspectie is een renovatieadvies opgesteld. Daarnaast zijn de pompen van gemaal Beukbergen (#71) vervangen door typen die minder vaak verstoppen. Bij de Korte Bergweg is een nieuw gemaal geplaatst om hemelwateroverlast te verminderen.
Gebouwen De omvang van de gebouwenportefeuille bestond begin 2020 uit 102 objecten van ca. 87.000 m2 BVO. Daarnaast zijn circa 38 schoollocaties, samen ca. 103.000 m2 BVO in juridisch eigendom van schoolbesturen, en heeft de gemeente het economisch claimrecht. Tot slot is de gemeente eigenaar van ca. 166 kavels binnen woonwagengebied Beukbergen, bestaande uit een standplaats met in de meeste gevallen een berging. Het vastgoed in eigendom van de gemeente Zeist heeft in 2020 nagenoeg weinig leegstand gekend en is daarmee in de volle breedte nuttig ingezet voor de beleidsdoelen, burgers en organisaties in Zeist. Het onderhoud van de gebouwen wordt jaarlijks uitgevoerd volgens Duurzame Meerjaren Onderhouds Plannen (DMJOP). In 2020 zijn voorbereidingen getroffen om de onderhoudsplannen te actualiseren (dit doen we minimaal 5 jaarlijks). In 2021 worden inspecties uitgevoerd en alle actualisaties in beeld gebracht. De verduurzaming heeft binnen de onderhoudsopgave ook in 2020 een vervolg gekregen waardoor verduurzaming zich doorzet. In 2020 zijn voorbereidingen getroffen om in 2021 met een DMJOP 2.0 te komen, waarmee we de tweede fase ingaan en gericht op de ambitie om in 2030 onze vastgoedportefeuille energieneutraal te krijgen, passend bij de Routekaart ‘Nieuwe energie voor Zeist’.
77 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Paragraaf 3.3
Financiering
3.3.1 Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het beleid en beheer van de geldstromen van de gemeente. Dit zijn onder andere de financieringspositie, het renterisicobeheer, het rentebeleid en de rentetoerekening. Deze paragraaf is een instrument voor het transparant maken van de financieringsfunctie. De uitvoering van de financieringsfunctie is gebonden aan wettelijke regels, zoals met name opgenomen in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en verder vastgelegd in de door de Raad vastgestelde Financiële verordening gemeente Zeist 2017 en het door het college vastgestelde Treasurystatuut 2017. Voor wat betreft het omgaan met de rente in de begroting en jaarrekening is door de Commissie BBV in 2016 een notitie Rente gepubliceerd. De daarin opgenomen bepalingen zijn gevolgd. 3.3.2 Uitvoering treasurybeleid Uitzetten en aantrekken van gelden De gemeente heeft in 2020 zoals gebruikelijk haar tijdelijk overtollig kasgeld uitgezet bij het Agent-schap van het Ministerie van Financiën volgens de regels van de Wet schatkistbankieren. Deze verplicht gemeenten om hun overtollige financieringsmiddelen boven een bepaalde marge voor het normale betalingsverkeer, onder te brengen bij het rijk. Deze marge bedraagt voor Zeist 0,75% van het begrotingstotaal.
Dat betekent dat de gemeente in 2020 per dag niet meer dan € 1.207.000 (gemiddeld per kwartaal) mocht aanhouden voor het reguliere betalingsverkeer. In werkelijkheid is gemiddeld over de vier kwartalen € 565.000 aangehouden voor het betalingsverkeer. Dit bedrag was met € 600.000 het hoogste in het tweede kwartaal. Daarmee bleef het aangehouden bedrag ruim onder het aangegeven maximum van € 1.207.000. De gemeente heeft in 2020 geen nieuwe langlopende leningen aangetrokken; de laatst aangetrokken langlopende lening dateert van begin 2013. Herfinanciering van de reguliere aflossingen was niet nodig, waardoor onze schuldpositie verder is gedaald. Zoals de laatste jaren gebruikelijk, was ook in 2020 sprake van extra kasinkomsten uit vervroegde aflossing van hypothecaire leningen. Dit effect wordt wel jaarlijks kleiner, omdat de meeste geldnemers deze mogelijkheid inmiddels hebben benut. Uiteindelijk is er in 2020 sprake geweest van een beperkt, tijdelijk financieringstekort. Het in de begroting 2020 verwachte positieve financieringssaldo heeft zich dus niet voorgedaan. Toch bleek het in het jaar 2020 niet nodig om gebruik te maken van kasgeldleningen, omdat er relatief veel Rijks- en provinciale bijdragen in 2020 werden ontvangen waarvan de bijbehorende uitgaven eerst in 2021 en volgende jaren zullen plaatsvinden.
Deze ontvangen gelden konden daardoor als financieringsmiddel in 2020 worden ingezet. Uitgezette gelden via hypotheken en startersleningen Zoals de laatste jaren gebruikelijk, is ook in 2020 op de uitstaande hypothecaire leningen vervroegd afgelost, om bij een bank te kunnen oversluiten tegen een lagere rente. Er zijn op 31-12-2020 nog 53 leningen over (op 31-12-2019: 65). De oorzaken van de vervroegde aflossingen zijn te vinden in de lage marktrentes en de fiscale heffing op het (vermeende) rente-voordeel. Restantsaldo uitstaande hypotheekleningen: Stand 31-12-14: € 41,8 miljoen Stand 31-12-15: € 33,2 miljoen Stand 31-12-16: € 19,3 miljoen Stand 31-12-17: € 11,47 miljoen Stand 31-12-18: € 8,79 miljoen Stand 31-12-19: Є 6,48 miljoen
78 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Stand 31-12-20: € 5,54 miljoen In 2020 is in totaal een bedrag van € 948.000 afgelost. Het tempo van de extra aflossingen is daarmee ten opzichte van de eerdere jaren verder afgenomen. In 2020 zijn ook weer startersleningen voor inwoners van Zeist verstrekt. Het betreft de uitvoering van de bestaande regeling via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) en binnen het door de raad daarvoor beschikbare budget. In 2020 zijn geen voorschotten uitbetaald door Zeist, wel is het budget bij de SVn verruimd door (reguliere en extra) aflossingen van bestaande leningen. Eind 2020 bedraagt het restantbudget bij SVn € 808.280 (2019: € 568.000). In 2020 zijn 9 (2019: 7) nieuwe startersleningen toegekend, eind 2020 zijn er 48 (2019: 70) lopend. In 2017 is bovendien de blijverslening ingevoerd, ook via SVn. Er is een totaalbudget van € 300.000 beschikbaar. Daarvan is € 60.000 aan SVn ter beschikking gesteld, waaruit in 2018 één lening is verstrekt. De blijverslening maakt het woningeigenaren mogelijk om aanpassingen in de woning te realiseren waardoor men in het huis kan blijven wonen. Bijvoorbeeld het voor senioren geschikt maken van de badkamer. In 2020 zijn geen blijversleningen verstrekt, er loopt nu één lening.
3.3.3 Financieringsbehoefte De financieringsstructuur op balansdatum ziet er als volgt uit: Financieringsstructuur 2020 Investeringen Boekwaarde activa (incl. bouwgronden in exploitatie -/- voorzieningen) Boekwaarde verstrekte leningen Totaal investeringen Financieringsmiddelen Langlopende leningen Interne financiering (reserves) Totaal financieringsmiddelen Financieringssaldo
Bedragen x € 1.000 Per 31-12-2019
Bedragen x € 1.000 Per 31-12-2020
162.562 8.344 170.906
170.687 8.315 179.002
32.650 140.531 173.181 2.274
29.875 136.778 166.778 -/-12.349
Uit deze tabel blijkt dat het per 31-12-2020 niet nodig was om over te gaan tot het aantrekken van kasgeld of lang geld. Wel is het financieringssaldo in 2020 opnieuw teruggelopen, als gevolg van investeringen (toegenomen boekwaardes) en de aflossing op de langlopende leningen. Over 2020 was uiteindelijk sprake van een negatief financieringssaldo van € 12,3 mln. Dit kon met eigen kortlopende middelen (liquide middelen, voorzieningen, crediteuren en overlopende posten) worden opgevangen. Wettelijke normen De gemeente Zeist is in 2020 binnen de wettelijke normen van de kasgeldlimiet (voor kortlopend geld) en de renterisiconorm (voor langlopend geld) is gebleven. De kasgeldlimiet over 2020 is berekend op € 13.680.000 (8,5% van het lastentotaal volgens de primitieve begroting 2020). In 2020 is geen gebruik gemaakt van kasgeldleningen. Met de renterisiconorm willen we voorkomen dat er op eenzelfde moment voor grote bedragen een renteherziening plaatsvindt. Het maximale bedrag waarvoor tegelijk een renteherziening mag plaatsvinden is voor gemeente Zeist ruim € 30 miljoen (20% van het lastentotaal excl. grondexploitatie). Aan deze norm is ruimschoots voldoen, omdat voor de verplichte aflossingen geen herfinanciering nodig was.
79 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Om beter grip te krijgen op het verloop van de projecten en investeringen wordt al enige jaren aan de (meerjarige) liquiditeitsprognose extra aandacht gegeven, mede omdat bekend is dat bijv. de uitgaven van geplande projecten in de tijd erg kunnen stapelen. Deze werkwijze is voortgezet. De ruimte onder de renterisiconorm blijkt uit onderstaande tabel: Renteherziening op vaste schuld Betaalde verplichte aflossingen Rente risico op de vaste schuld Renterisiconorm Ruimte onder de renterisiconorm Berekening renterisiconorm Stand lastentotaal (incl. uitgaven grondexpl.) Bij min. regeling vastgesteld percentage Renterisiconorm
Per 31-12-2019 0 3.325.000 3.325.000 30.112.400 26.787.400
Per 31-12-2020 0 2.775.000 2.775.000 32.188.400 29.413.400
150.562.000 20% 30.112.400
160.942.000 20% 32.188.400
3.3.4 Rentelasten en rentetoerekening In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat voor de toedeling aan de taakvelden van de (per saldo) betaalde rente op de aangegane en uitgezette leningen de omslagrente moet worden gehanteerd. Deze omslagrente wordt berekend door de werkelijk betaalde minus de ontvangen rente toe te rekenen aan de taakvelden, door het rentebedrag te delen door de boekwaarde van de vaste activa. Dit houdt in dat de gemiddelde netto rentekosten (rente opbrengsten minus rentelasten) opgenomen worden in de post kapitaallasten op de verschillende taakvelden waar de betrreffende investeringen thuishoren. De berekening kwam voor 2020 uit op een omslagrente van 0,8% en was daarmee gelijk aan de omslag rente voor 2018 en 2019. Toegerekende rente In onderstaand rekenmodel zijn de rentelasten en rentebaten opgenomen, waarop de berekening van de diverse rentepercentages is gebaseerd. Eerst wordt de realisatie 2019 weergegeven, vervolgens de raming 2020 op basis waarvan de omslagrente bij de opstelling van de begroting is berekend, daarna de actuele begroting (na wijziging) 2020, de realisatie 2020 en het verschil tussen de begroting (na wijziging) en de realisatie. Bedragen x € 1.000
1 2a 2b A 3 4 B C
5 6
Jaarrek. 2019
Raming 2020
Begroting 2020
Jaarrek. 2020
Verschil begroting – jaarrek.
1.087
988
988
989
1
-247
-222
-187
-176
11
-10 830
-0 766
-3 798
-1 812
2 14
-24
-46
-33
-34
-1
0
0
0
0
0
-24 806
-46 720
-33 765
-34 778
-1 13
0 405
0 469
0 522
0 529
0 7
Externe rentelasten van korte en lange financiering Externe rentebaten van hypotheekportefeuille Externe overige rentebaten Totaal toe te rekenen externe rente Rente toe te rekenen aan grondexploitaties Rente toe te rekenen aan partiële financiering Direct toegerekende rente Saldo toe te rekenen externe rente Rente eigen vermogen Rente voorzieningen
80 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
D E
7a 7b F G
Saldo toe te rekenen interne rente Totaal toe te rekenen externe en interne rente Aan taakvelden toegerekende rente Aan investeringen toegerekende rente Toegerekende rente Renteresultaat
405
469
522
529
7
1.211
1.189
1.287
1.307
20
1.258
1.270
1.397
1.422
25
-2
0
0
0
0
1.256 45
1.270 81
1.397 110
1.422 115
25 5
De belangrijkste afwijking tussen de begroting en de realisatie 2020 is volgens de laatste kolom van vorenstaande tabel (+ = voordeel; - = nadeel) de toegerekende rente aan de taakvelden (7a). Deze is wat hoger dan begroot, mede doordat er relatief weinig investering waren waarbij de uitvoering achterliep op de planning. Het renteresultaat in de jaarrekening komt nu uit op € 115.000 voordelig. Ten opzichte van het geraamde resultaat van € 110.000 voordelig betekent dat een voordeel op het renteresultaat van € 5.000. Omslagrente Volgens het BBV moet er bij de jaarrekening een herrekening plaatsvinden van de toegerekende rente (de zgn. omslag-rente), als het financieringsresultaat (subtotaal G in de tabel hierboven ad. € 110.000) meer bedraagt dan 25% van de totale toe te rekenen rente (subtotaal E: € 1.307.000). In 2020 komt deze afwijking uit op 8,76%. Het resultaat is dus ruim binnen de toegestane marge en er heeft daarom geen herrekening plaatsgevonden. Per saldo zou een herrekening overigens geen effect op het rekeningresultaat hebben. De taakvelden zouden namelijk minder rente doorbelast krijgen, maar tegelijkertijd zou het saldo op het taakveld treasury met hetzelfde bedrag afnemen. Hieronder is zijn de percentages die zijn geraamd en vastgesteld bij de begroting 2020 vergeleken met de realisatie.
a) Het gewogen externe rentepercentage: 3,23% bij raming en 3,35% bij realisatie. Dit percentage wordt nergens direct toegepast, maar vormt de basis van de berekening van de rente grondexploitaties (b) en de omslagrente (c). Door de lagere rentebaat op de hypotheekleningen blijft er een groter bedrag aan externe rentekosten over, dat moet worden toegerekend (subtotaal A in de tabel hierboven). Wanneer vervolgens de berekening op basis van de realisatie wordt uitgevoerd, zorgt dit voor een rentepercentage van 3,35%. b) De rente voor grondexploitaties: 1,01% bij raming en 1,08 bij realisatie. De berekening van de rente voor grondexploitaties is via het BBV voorgeschreven. Het gewogen externe rentepercentage (3,35% bij realisatie, zie punt a) wordt hiervoor vermenigvuldigd met de verhouding vreemd vermogen / totaal vermogen (= 32,1% per 31-12-2019). Het hogere percentage vreemd vermogen draagt hier ook bij aan de wat hogere rente voor de grondexploitaties. c) Het percentage voor de renteomslag: 0,8% bij de raming en 0,82 bij realisatie. In de begroting 2020 is de mogelijkheid benut om het percentage van de berekende omslagrente van 0,75% naar boven af te ronden tot 0,80%.
Het argument hiervoor was dat geanticipeerd kon worden op het verloop van de hypotheekportefeuille in 2019 en 2020 en het feit dat de investeringen meestal iets trager verlopen dan de begrotingstechnische planning; De berekening op basis van realisatie geeft nu een omslagrente van 0,82% te zien. Gelet op de beperkte marge met de gehanteerde 0,8% was er geen reden tot herrekening. De teveel verdeelde rente bedraagt
81 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
hierdoor niet meer dan € 115.000. Dit bedrag komt als voordeel op het taakveld treasury naar voren. Daar staan lagere kapitaallasten op de overige taakvelden tegenover. Garantstellingen Het verstrekken van (nieuwe) garantstellingen gebeurt op basis van het door de Raad vastgestelde beleid. In 2020 zijn voor drie leningen garanties verstrekt waarbij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) garant staat en één garantie aan een sportaccommodatiestichting. Daartegenover zijn in 2020 zeven gegarandeerde leningen van woningbouwcorporaties volledig afgelost. De garanties hebben ultimo 2020 een totaalbedrag van € 256.759.000 (ultimo 2019: € 317.790.000) en zijn opgenomen onder de Niet uit de balans blijkende verplichtingen. De sterke terugloop van het totaalbedrag is veroorzaakt door de (vervroegde) aflossing ad. € 60,8 mln van de drie gegarandeerde leningen van Vestia in 2020. In het kader van eerder afgegeven garanties is er in 2020 geen beroep op de gemeente gedaan om een garantie werkelijk gestand te doen. Het risico dat de gemeente loopt op verstrekte garanties, is regulier onderdeel van de risico-inventarisatie. Er zijn geen aanwijzingen om de garantieverplichtingen anders te waarderen dan voorgaande jaren. De waarborgfondsen bieden voor het merendeel van de leningen een belangrijke eerste borgstelling.
In bestuurlijk overleg met de corporaties is afgesproken een systeem te hanteren waarbij een corporatie, na positieve beoordeling door het WSW, een borgstellingsovereenkomst voor twee jaar krijgt, waarover jaarlijks opnieuw wordt besloten. In januari 2020 is voor de Zeister corporaties een nieuwe tweejarige achtervangovereenkomst met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw afgesloten voor de periode tot 12-2022.
82 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Paragraaf 3.4
Bedrijfsvoering
De paragrafen hebben tot doel te rapporteren op onderwerpen die programmaoverstijgend zijn. Bedrijfsvoering is in beginsel zo’n onderwerp. De personele gegevens zijn hieronder opgenomen. Bezetting medewerkes in dienst van de gemeente ultimo 2020
tabel 1
bezetting in fte's 342,33 332,70 323,51 334,45 348,13
Totaal 2016 Totaal 2017 Totaal 2018 Totaal 2019 Totaal 2020
Bezetting in jaren
500,00 450,00 400,00
342,33
332,70
323,51
334,45
Totaal 2018
Totaal 2019
348,13
bezettin g in fte's
Aantallen
350,00 300,00 250,00 200,00 150,00 100,00 50,00 0,00
Totaal 2016
tabel 2
1e kwartaal 2e kwartaal
Totaal 2017
Totaal 2020
In- en uitstroom van medewerkers in 2020 naar aanstellingsdatum (kwartaal) instroom
uitstroom
20 5
7 6
83 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
3e kwartaal 4e kwartaal totaal
14 8 47
12 4 29
In-/uitstroom 2020 25
Aantal
20 15 instroom
10 uitstroom
5 0 1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
uitstroom van medewerkers in 2020 naar motief
tabel 3 Reden vertrek FPU/Pensioen eigen verzoek niet eigen verzoek overlijden totaal
Aantallen 4 19 5 1 29
Uitstromers 2020 naar motief
FPU/Pensioen
5
1
4
eigen verzoek niet eigen verzoek
19 overlijden
84 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
PERSONELE KENGETALLEN tabel 4
Leeftijd t/m 24 25 t/m 29 30 t/m 34 35 t/m 39 40 t/m 44 45 t/m 49 50 t/m 54 55 t/m 59 60 + totaal
werknemers naar geslacht en leeftijd (ultimo 2019 en 2020) vrouwen 2019 4 17 18 26 26 23 31 28 23 196
vrouwen 2020 5 14 24 23 28 21 29 32 28 204
mannen 2019 3 6 16 16 22 27 30 22 35 177
mannen 2020 totaal 2019 3 7 11 23 13 34 13 42 28 48 27 50 30 61 25 50 33 58 183 373
totaal 2020 8 25 37 36 56 48 59 57 61 387
Het aantal stagiaires in 2020 werkzaam bij de gemeente Zeist was 32
tabel 5
de ontwikkeling van het percentage ziekteverzuim (excl. zwangerschap) Percentage
85 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
2015 2016 2017 2018 2019 2020
4,0% 5,2% 5,5% 5,5% 5,6% 5,8%
Verzuimpercentage inclusief zwangerschap 2020 = 6%
Verzuimpercentage excl. zwangerschap 5,8%
6,0% 5,0%
5,2%
5,5%
5,5%
5,6%
4,0%
4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0% 2015
2016
2017
2018
2019
2020
86 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist
Paragraaf 3.5
Verbonden partijen
3.5.1 Inleiding Een gemeente bepaalt vaak zelf hoe een wettelijke of bovenwettelijke taak wordt uitgevoerd. Dit kan de gemeente zelfstandig doen of de uitvoering regelen via een gemeenschappelijke regeling/verbonden partij, met een aantal (regio)gemeenten gezamenlijk. Dit laatste vraagt een andere sturing en verantwoording en is wettelijk vastgelegd in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De BBV geeft als (enge) definitie: “een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft.” Als gemeente Zeist vatten we dit begrip wat ruimer op. Daarom zijn bijvoorbeeld ook de belangrijkste organisaties die geen rechtspersoonlijkheid hebben, opgenomen. Maar eveneens zijn opgenomen stichtingen waarin de gemeente een benoemingsrecht heeft en die zij ook een subsidie geeft, grote organisaties waar de gemeente of een bestuurder levert en/of zich garant stelt enz. De reden voor deze ‘brede’ invulling van de paragraaf verbonden partijen is de behoefte aan overzicht. De belangrijkste partijen aan wie de gemeente zich op een of andere manier bestuurlijk en/of financieel verbonden heeft komen nu op één plek in de begroting en rekening bij elkaar.
In de BBV wordt informatie over eigen en vreemd vermogen gevraagd, het belang in de verbonden partij en het (verwachte) resultaat. Met uw raad hebben wij de afspraak gemaakt dat de informatie over het vermogen geactualiseerd wordt in de paragraaf verbonden partijen in de begroting. Het moment van opstellen van de jaarstukken is te vroeg om de resultaten al afdoende in beeld te hebben. Vandaar dat de actualisatie van de gegevens over het vermogen jaarlijks in de paragraaf van de begroting wordt verwerkt.