CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-21RV032# Bijlage 01 Boek 1 Jaarrekening 2020 versie 2

Overige evenementen 29 juni 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Debat Jaarrekening 202043.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

3.5.2 Financieel belang In totaal wordt aan de gemeenschappelijke regelingen en privaatrechtelijke regelingen door de gemeente Zeist jaarlijks een bedrag van in orde van grootte van ruim €18 mln. betaald in de vorm van inwonerbijdragen of voor verleende producten of diensten. Daarnaast wordt er nog een bedrag van ca. €26 mln. aan (rijks)budgetten doorgesluisd. Bij subsidies hebben we het over een bijdrage van ruim €6 mln.

3.5.3 Grip op verbonden partijen Grip op verbonden partijen is zowel voor de individuele bestuurders als de colleges en de gemeenteraden een terugkerend knelpunt. We hebben te maken met het spanningsveld tussen enerzijds de taken op afstand zetten, en daarmee ook zeggenschap inleveren, en anderzijds de behoefte te houden aan grip op de realisatie van de eigen doelen. In het voorjaar van 2016 heeft de raad besloten tot het instellen van raadsrapporteurs op de vier grootste verbonden partijen. De raadsrapporteurs doen dit in hun rol als vertegenwoordiger van de gemeenteraad, zonder politieke kleuring. De focus van de rapporteurs ligt op de volgende taken: - Input op de vergaderstukken voor de AB vergaderingen; - Reactie als deelnemer/eigenaar op de P&C stukken via zienswijzen. In december 2017 hebben de raadsrapporteurs een evaluatiebijeenkomst gehouden. Zij hebben hun conclusies en adviezen overgedragen aan de nieuwe raad. In mei heeft de Raad besloten het raadsrapporteurschap voort te zetten en uit te breiden met de regelingen RMN en Parkeerservice. Er zijn tandems van twee rapporteurs per regeling gevormd. De volgende rapporteurs waren in 2020 actief: - GGDrU: Carlo Fiscalini en Rachida Ennahachi - Odru: Ernst van Splunter en Gerard van Vliet. - Parkeerservice: Jan Bredius en Falco van ‘t Riiet - RDWI: Jos van Loozenoord en Angèle Welting

87 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

-

RMN: Kees Mulder en Sietske Bunge VRU: Karst Schuring en Peter-Paul Greup

3.5.4 Gemeenschappelijke Regelingen Financieel overzicht diverse regelingen Avu Vermogen Eigen vermogen 1/1/2020 € 494.290 31/12/2020 € 696.111 Financieel € 165.612 resultaat 2020 Risico’s BghU Vermogen Eigen vermogen 1/1/2020 € 537.870 31/12/2020 € 1.427.739 Financieel € 939.870 resultaat 2020 Risico’s Odru Vermogen Eigen vermogen 1/1/2020 € 1.157.790 31/12/2020 € 1.749.771 Financieel € 125.764 resultaat 2020 Risico’s Parkeerservice Vermogen Eigen vermogen 1/1/2020 € 1.843.718 31/12/2020 €0 Financieel Nog onbekend resultaat 2020 Risico’s RDWI Vermogen Eigen vermogen 1/1/2020 € 1.167.720 31/12/2020 € 3.170.483 Financieel € 1.937.513 resultaat 2020 Risico’s RMN Nog geen jaarstukken 2020 Vermogen Eigen vermogen 1/1/2020 € 613.300 31/12/2020 -/- € 62.400 Financieel -/- € 675.700 resultaat 2020 Risico’s SRO

Vreemd vermogen 1/1/2020 € 14.900.638 31/12/2020 € 16.920.549

Vreemd vermogen 1/1/2020 € 1.715.078 31/12/2020 € 4.077.659

Vreemd vermogen 1/1/2020 € 2.588.125 31/12/2020 € 2.662.507

Vreemd vermogen 1/1/2020 € 2.160.125 31/12/2020 €0

Vreemd vermogen 1/1/2020 € 4.374.269 31/12/2020 € 6.845.970

Vreemd vermogen 1/1/2020 € 17.744.200 31/12/2020 € 21.394.200

Nog geen jaarstukken 2020

88 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

Vermogen

Financieel resultaat 2020 Risico’s VRU Vermogen

Financieel resultaat 2020 Risico’s GGD Vermogen

Financieel resultaat 2020 Risico’s

Eigen vermogen Vreemd vermogen 1/1/2020 1/1/2020 31/12/2020 31/12/2020 -/- € 256.566 (vlgns gespreksnotitie 8-2-2021) Voorlopige jaarstukken 2020 Eigen vermogen 1/1/2020 € 13.081.000 31/12/2020 € 2.500.000 (verwacht resultaat)

Vreemd vermogen 1/1/2020 € 44.443.000 31/12/2020

-

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

1/1/2020

1/1/2020

€ 4.232.707

31/12/2020 € 2.264.263

€ 2.878.477

€ 5.419.639

31/12/2020 € 5.276.308

-

Algemeen – cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties Per 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden, waarmee de rechtspositie van ambtenaren grotendeels wordt gelijkgetrokken met het bedrijfsleven. Dit heeft gevolgen voor de arbeidsvoorwaardenregeling voor ambtenaren. De VNG heeft daarom haar statuten gewijzigd, zodat zij in 2020 namens gemeenteambtenaren een nieuwe cao kon afsluiten. Voor werknemers van gemeenschappelijke regelingen is dit een probleem, omdat gemeenschappelijke regelingen geen lid kunnen worden van de VNG. Tot en met 2019 sloten de gemeenschappelijke regelingen aan bij de cao Gemeenten. De VNG heeft daarom in 2019 besloten dat er scheiding moet worden gemaakt tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Voor de gemeenschappelijke regelingen komt een eigen cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties (cao SGO). Deze cao is identiek aan de cao Gemeenten. Door het invoeren van de aparte cao voor GR’s ontstaat de ruimte voor een eigen werkgeversorganisatie (WSGO). In de loop van 2020 en 2021 zijn al onze gemeenschappelijke regelingen aangesloten bij de WSGO, door instemmend besluit van het bestuur van deze GR (DB en AB) en aanpassing van de gemeenschappelijke regeling.

Afval Verwijdering Utrecht (AVU) Gunning aanbesteding verwerking (grof) restafval en Groente, Fruit en Tuinafval (GFT: Begin juli 2019 heeft AVU de aanbesteding van de verwerkingscontracten gft en (grof) restafval gepubliceerd. Op basis van de heersende marktsituatie en marktprijzen werd voor deze afvalstromen een fors prijsstijging t.o.v. het aflopende gunstige contract voorzien en dat is ook uitgekomen. Op 12 februari 2020 heeft de gunning in het algemeen bestuur van AVU plaatsgevonden. AVU heeft hierover op 2 maart een toelichtende raadsnotitie aanbesteding verwerkingscontracten 2021 ter informatie aan de deelnemers toegestuurd. In die notitie is ingegaan op de resultaten en de impact van de uitkomsten van de aanbesteding op de AVU begrotingen vanaf 2021, zowel AVU breed als per deelnemer. Op deze jaarrekening 2020 heeft dit nog geen invloed. In RIB20.074 is uitvoerig ingegaan op de effecten voor de

89 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

begroting 2021 en meerjarenramingen, zie https://zeist.raadsinformatie.nl/document/8625793/1#search=%22verwerkingscontracten%22 Aanbesteding verpakkingsglas: De verwerking van het verpakkingsglas is opnieuw aanbesteed. Dit proces eindigt met gunning in 2021. In de begrotingen 2021 en 2022 heeft AVU op basis van de ontwikkelingen in de markt voorgesorteerd op de (beperkte) kostenstijging voor de verwerking en (beperkte) daling van de opbrengst. Over de uitkomst e van de gunning worden de besturen van AVU en de deelnemers in het 1 kwartaal van 2021 geïnformeerd. Uitwerking van de nieuwe afspraken Raamovereenkomst Verpakkingen en de regie in de PMDketen. Er zijn nieuwe afspraken gemaakt over de invulling van producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen (glas, papier, metalen, hout en kunststof). De aanleiding en inhoud is toegelicht in RIB19.179 van november 2019 https://zeist.raadsinformatie.nl/document/8201564/1 . Vanaf 1 april 2020 zijn de gemeenten en AVU niet meer verantwoordelijk voor de overslag, het transport, de sortering en vermarkting van de verpakkingsstromen (PMD). Deze worden na acceptatie op de overslaglocatie eigendom van Regie Kunststoffen Nederland (RKN) BV. De gemeenten ontvangen een jaarlijks te bepalen vergoeding voor de inzameling van het PMD. Het geaccepteerde PMD wordt vergoed. De hoogte van de vergoeding was in 2020 €262 per ton.

Hiermee zijn voor de gemeenten de risico’s van de kosten van sortering en vermarkting van deze grondstoffenstroom komen te vervallen. Zie ook de link naar RIB20.074 hiervoor. Netwerkexpertise circulaire economie: In het belang van een circulaire regio is besloten om in 2020 tijdelijk en vanaf 2021 structureel te investeren in capaciteit en inzet van AVU binnen CirkelWaarde (de samenwerking met Circulus-Berkel en ROVA). Onder de samenwerking in Cirkelwaarde staat verduurzaming van de afvalketen centraal. Door deze samenwerking zijn we beter in staat zijn om duurzame ontwikkelingen in de afvalketen te stimuleren. Voorbeeld is textiel, maar ook op matrassen en hout worden er stappen genomen. AVU neemt daarnaast in het netwerk deel aan activiteiten en proefprojecten gericht op betere recycling van afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA). AVU bekijkt met de deelnemers en Renewi in Soesterberg of er een project kan worden gerealiseerd voor AEEA. Voor textiel volgt in 2021 een aanbesteding met en voor geïnteresseerde deelnemende gemeenten. Medio 2021 volgt hier nadere informatie over. Financiële ontwikkelingen: De organisatie en beheerskosten van AVU zijn stabiel. Het voorlopig jaarrekening resultaat 2020 laat op dit onderdeel zien dat ruim binnen het begrootte budget is gebleven.

Geraamd was €589.000,- en gerealiseerd is een bedrag van €550.728,-, een besparing van €38.272 (d.w.z. 6,5% op het totaal van de beheerslasten). Daarmee is de bruto-overhead uitgekomen op 0,76%. Voor de begroting 2020, na herschikking (zie RIB20.194 https://zeist.raadsinformatie.nl/document/9488992/2#search=%22rib20194%22) was een totale omzet geraamd van € 34.293.594,-. Gerealiseerd is een bedrag van € 33.218.319,- hetgeen betekent dat de realisatie € 1.075.275,- lager is uitgekomen dan geraamd. Ons aandeel hierin was geraamd op €1.701.863,- en is uitgekomen op €1.625.118,- hetgeen €76.745 lager is dan geraamd. In 2020 is de overdracht van de financiële taken aan Reinigingsdienst Midden Nederland afgerond. Corona: De coronacrisis heeft voor het functioneren van de AVU organisatie geen directe consequenties gehad. Ook bij de contractspartners heeft dit niet geleid tot maatregelen of consequenties die zich hebben vertaald in een negatief financieel effect voor AVU. Kijkend naar de geraamde en gerealiseerde volumes lijkt wel zichtbaar dat de coronacrisis door veranderd consumptie gedrag (sluiting horeca) en veranderde tijdsbesteding en investeringen van onze inwoners tot hogere volumes aan de diverse afval- en grondstoffenstromen heeft geleid.

90 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

Soort stof in tonnages Brandbaar restafval GFT-afval Verpakkingsglas Oud Papier PMD

AVU begroot 269.750

AVU gerealiseerd 282.893

AVU verschil +12.143

Zeist begroot 14.200

Zeist Gerealiseerd 14.726

Zeist verschil +526

109.800 28.060 57.800 21.600

115.954 30.400 59.293 27.333

+6.154 +2.340 +1.493 +5.733

6.100 1.500 3.300 700

6.467 1.651 3.385 962

+367 +151 +85 +262

Belastingsamenwerking Gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht (BghU) Toetreding gemeente Stichtse Vecht De gemeente Stichtse Vecht is per 1 januari 2020 toegetreden tot de samenwerking met de BghU. Bij toetreding zijn de afspraken met de deelnemende gemeenten afgerond. De toetreding is op basis van Schoon door de Poort. Dit betekent dat alle extra werkzaamheden voor het toetreden voor rekening komen van gemeente Stichtse Vecht. De toetreding van Stichtse Vecht brengt een schaalvoordeel met zich mee van € 155.000,- dat vrijvalt voor de deelnemende gemeenten. Dit bedrag is lager dan het eerder geschatte schaalvoordeel dat BghU voorzag van € 400.000,- in aanloop naar de toetreding van gemeente Stichtse Vecht. Bezwaar en beroep Bij de ontvangen niet WOZ gerelateerde bezwaarschriften is er een stijging in 2020 ten opzichte van 2019. We blijven helaas een trend zien van een stijgend aantal bezwaarschriften door met name het groeiend aandeel van cure no pay (NcNp) bureaus, inclusief bijbehorende proceskostenvergoeding. Het aantal afgehandelde bezwaarschriften is momenteel iets lager dan voorgaande jaren (zo’n 30% t.o.v. 40%). De prognose van proceskosten, ervan uitgaande van gehele afhandeling in 2020 plaats vindt, toont op basis van de verwachting en een risicomarge een stijging van ongeveer € 200.000.

Later het jaar moet duidelijk worden in hoeverre deze lasten daadwerkelijk op de bedrijfsvoering van BghU gaan drukken. BghU De organisatie is stevig in beweging met zowel een nieuwe directeur als een nieuwe controller. Mede hierdoor was BghU niet in control op de planning en controlcyclus. BghU doet haar best om de kwaliteit van stukken te verbeteren. Dit blijkt uit verschillende ontwikkelingen, zoals meer duiding en reflectie in de P&C-stukken en is er een Kadernota uitgebracht in 2020 over 2022. Geringe gevolgen door corona Het inningspercentage vertoont geen afwijkend verloop n.a.v. de corona en ook de invordering opbrengsten houden gelijke tred met het niveau van 2019. De invorderingsrente zal gemiddeld 60% lager uitkomen. Tussen de deelnemers fluctueert dat tussen de 40% en de 70%. Het aantal betalingsregelingen blijft toenemen. Analyse heeft aangetoond dat er t.o.v. eerdere jaren vooral Hotels/logies in de betalingsregelingen zitten. Op dit moment is er geen duidelijke verschuiving wat betreft faillissementen echter de zorg is dat als de overheidssteun begint te verminderen c.q. wegvalt dat de resultaten in Q1 en Q2 2021 zichtbaar zullen worden. De ontwikkeling met kwijtschelding is de afgelopen 6 maanden stabiel, namelijk minder aanvragen (19%) van natuurlijke personen en meer aanvragen (57%) van ondernemers.

Financieel De bijdrage van de gezamenlijke deelnemers is bij de vaststelling van de begroting 2019 structureel met bijna € 340.000 toegenomen opzichte van 2018. Op basis van de jaarrekening 2019 is in 2020 geconstateerd dat deelnemersbijdrage naar beneden kan worden bijgesteld. In het voorjaar van 2020 heeft daarom de begrotingswijziging 2020.1 plaatsgevonden. Eerder is de deelnemersbijdrage bepaald op € 15.290.000. Met de voorgestelde wijziging in bestemmingsreserve wijzigt de deelnemersbijdrage naar € 15.085.000. Voor Zeist betekent dit een bescheiden voordeel van € 17.000,-.

91 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

De toename van de bijdrage is vooral het gevolg van de loon-, prijsindex en verlaging van de invorderingsopbrengst. De verwachting is dat de deelnemers bijdrage in 2022 mogelijk een aanvullende begrotingswijziging wordt ingediend in verband met de aanbesteding van de belastingsoftware. In de meerjarenbegroting word het voordeel door efficiency toegevoegd aan het bestemmingsreserve. In 2022 moet de belastingsoftware opnieuw worden aanbesteed. De planvorming en (financiële) gevolgen worden in de komende periode inzichtelijk gemaakt. Gasdistributie Zeist en Omstreken (GZO) In 2017 is de verplichte splitsing van moederbedrijf Eneco in een netwerkbedrijf en een handelsbedrijf definitief geworden. Eind 2018 is nu eindelijk helderheid ontstaan over Eneco: aandeelhouders hebben besloten tot verkoop, die in 2020 plaatsvond. De vraag of er nog een slotuitkering komt als gevolg van de eventuele verkoop van het handelsbedrijf Eneco is onderwerp van een nog lopende gerechtelijke procedure. Dit financiële belang voor de deelnemers is de reden dat de regeling nog in stand wordt gehouden. Deze GR wordt geliquideerd nadat definitief duidelijk is of er nog een slotuitkering komt. Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU) Corona De belangrijkste ontwikkeling voor de GGDrU is in 2020 de inzet naar aanleiding van corona.

Deze had en heeft een grote impact op het werk en de financiering van de GGD. De GGDrU richtte daarom een apart organisatieonderdeel in, het Coronabedrijf. Het opzetten en optimaliseren van het Coronabedrijf en de dagelijkse uitvoering daarvan heeft inhoudelijke en financiële gevolgen voor GGDrU. Het Rijk, VNG en GGD’en hebben afspraken gemaakt, die voorzien in vergoeding van kosten en gederfde inkomsten in het kader van de bestrijding van covid-19. De financiële gevolgen van Covid-19 voor de deelnemende gemeenten zijn dus nihil. Het College is onder de indruk van het werk dat in dat kader verricht is, en wordt, door de GGDrU. Het College is blij met de actieve informatievoorziening vanuit de GGDrU en de transparante wijze waarop de covid-19-kosten in de P&C-stukken wordt verwerkt. Reguliere werkzaamheden De coronacrisis heeft grote impact op de reguliere werkzaamheden van de GGDrU en de uitvoering van de bestuursagenda 2019-2023. Het Rijk heeft toegezegd gemeenten niet te korten op het Gemeentefonds wanneer taken, die gemeenten bij de GGD hebben belegd en zijn gefinancierd via de gemeentelijke bijdrage, door corona niet kunnen worden uitgevoerd door de GGD. Maatwerk dat niet is uitgevoerd wordt alsnog opgepakt. Het College is tevreden met de invulling van de toezichthoudersrol op WMO-aanbieders, een nieuwe rol voor de GGDrU.

Het Gezondheidsonderszoek heeft doorgang kunnen vinden, de uitkomst verwachten we begin 2021. Eenmaal in de 4 jaar voert GGD regio Utrecht een gezondheidsonderzoek onder 18 plussers in de regio uit. Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in de gezondheidssituatie van de volwassenen en senioren in de regio Utrecht. Ondanks de coronacrisis is dit onderzoek toch uitgevoerd in 2020 en wel op wijkniveau. Op basis van deze gedetailleerde gezondheidsinformatie op wijkniveau kan door gemeenten gezondheidsbeleid op wijkniveau worden ontwikkeld. Organisatieontwikkelingen De actualisatie van het ombuigingsplan laat zien dat er nog een besparingsopgave ligt. In de jaren tot en met 2023 is aanwending van een substantieel deel van de algemene reserve en bestemmingsreserve JGZ als ook volledige inzet van de bestemmingsreserves ombuigingsplan en GGiD nodig voor dekking van de intensiveringen, die in deze jaren nog zijn gedekt door de gerealiseerde besparingen. In deze

92 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

actualisatie is voorzichtigheidshalve nog geen rekening gehouden met het verwachte (positieve) exploitatieresultaat over 2020 omdat dit saldo dit jaar vanwege de corona-inzet moeilijker nauwkeurig is te bepalen. De verwachting is dat in maart 2021 nagenoeg alle intensiveringen en besparingen in redelijke mate bekend zijn. Omgevingsdienst Regio Utrecht / Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (ODRU) Omgevingswet: ODRU is zich in nauwe samenwerking met de deelnemers, de ambtelijk projectleiders Omgevingswet en de regievoerders van de gemeente, stevig aan het voorbereiden op de implementatie van deze (vermoedelijk per 1-1-2022 in werking tredende) wet. Er is in 2020 op basis van opgedane ervaringen door ODRU, maar ook elders in het land, wat beter zicht op de omvang van de impact van enerzijds de taaktoename en anderzijds het anders werken onder de Omgevingswet. Deze worden nu voor iedere deelnemer geschat op 6% toename nieuwe taken in de DVO (dienstverleningsovereenkomst) en 10% toename uren DVO als gevolg van anders werken onder de Omgevingswet. Aanvankelijk is dit hoger geschat respectievelijk 11% en 16%. De impact blijft nog steeds groot. Voor de taakoverdracht bodem is door ODRU en de deelnemers een ambtelijke werkgroep bodem regievoeders ingesteld.

Samen met de provincie Utrecht en de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht wordt er op ingezet om te borgen dat ODRU en de gemeenten zo goed mogelijk voorbereid zijn op de nieuwe taak en daarin gefaciliteerd worden door Rijk, Provincie en RUD-Utrecht vanuit hun overdracht. Omdat de financiële consequenties zorgen baren heeft het bestuur van ODRU recent een schriftelijke oproep gedaan aan het bestuur en de betrokken commissie van de VNG om als belangenbehartiger bij het Rijk aan te dringen op snelle duidelijkheid over de financiering van de bodemtaken per 1-1-2022. Dit met het oog op de gemeentelijke kadernota’s. Overigens hanteren ODRU en de deelnemers de lijn dat het budget wat de gemeenten ontvangen voor de uitvoering van de Omgevingswet taakstellend is. De uitvoering van de wet dient budgettair neutraal voor de gemeenten te verlopen. Wat betreft de verwerking van de toename van uren hebben ODRU en de deelnemers de afspraak dat deze vooralsnog niet direct in de DVO worden opgenomen maar voorlopig als tijdelijke uren worden beschouwd. Daarna zullen ze op basis van opgedane ervaringen over de gewenste en noodzakelijke omvang dan uiteindelijk wel als structurele uren in de DVO dienen te worden opgenomen om bedrijfsrisico’s en onzekerheden voor ODRU en de eigenaren te beperken.

Op het vlak van vergunningverlening, toezicht en handhaving is in 2020 een intensief traject uitgevoerd binnen de VTH-samenwerking gericht op uniform beleid, uniforme strategieën en uniforme uitvoering van de Omgevingswet. Naast ODRU en de deelnemers zijn de provincie Utrecht, RUD-U en IBT Utrecht betrokken. Bedrijfsvoering/corona: Al met al heeft de coronacrisis geen grote invloed op de financiële resultaten gehad. De ODRU faciliteert haar medewerkers zo goed als mogelijk in het thuiswerken. Aan medewerkers waarvoor thuiswerken problemen geeft, wordt voorrang gegeven om als eerste op kantoor te werken. In verband met het dringende advies vanuit de Rijksoverheid om thuis te werken, is de ODRU hierin zeer terughoudend. De opdrachtenstroom is op peil gebleven en het is ODRU gelukt om de taken voor een belangrijk deel vanuit huis en/of op andere wijze te verrichten. Zo is bij voorbeeld het toezicht tijdens de lock down meer administratief gegaan en zijn door de Natuur en Milieu Educatie afdeling natuur-doe-tips via social media en via de natuur-o-theek digitaal verspreid en gedeeld. Ook is de tijd benut voor (ver)nieuw(d)e lespakketten voor het onderwijs. De gevreesde dip in werkzaamheden is uitgebleven, sterker nog op een aantal terreinen is het werk in 2020 toegenomen, zoals sloop- en asbestmeldingen en werkzaamheden op het vlak van duurzaamheid en klimaat/energie.

Per saldo resulteert dit ondanks wat improductieve uren als gevolg van corona (totaal circa 250 uren) tot een geprognosticeerd resultaat dat positiever is dan in de begroting 2020 geraamd. Zie hiervoor het kopje financiën verderop. Het ziekteverzuim in 2020 komt vermoedelijk net onder de voor ODRU gehanteerde norm van 5% uit. In 2019 bedroeg het verzuimpercentage nog 6,14%.

93 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

Duurzaamheid/Klimaat en Energie: Dit thema krijgt een steeds prominentere plek in omvang en prioriteit binnen de dienstverlening van ODRU voor de deelnemers. Dat is zeker voor Zeist als deelnemer en opdrachtgever het geval. ODRU is met zijn expertise een belangrijke schakel in de Regionale Energie Strategie U16. In dit proces wordt duidelijk wat de U16 regio (en Zeist daarbinnen) kan bijdragen aan de nationale energie opgave. Voor Zeist resulteert dit in de aanpak duurzame elektriciteit tot 2030, beleidsvisie zonnevelden en ruimtelijke verkenning windenergie met proces gebiedsvisie A12/spoorzone. Ook is gewerkt aan de Transitie Visie Warmte en wordt de aanpak om een buurt aardgasvrij te maken verkend. Daarnaast is ODRU nadrukkelijk betrokken bij de uitvoering van de informatieplicht energiebesparing bedrijven en het verduurzamen van bedrijven, maar ook van de zorg- en onderwijssector en participeert ODRU o.a. namens Zeist in U-thuis, gericht op het verduurzamen van koopwoningen. De gemeenteraad is via een tweetal georganiseerde kennissessies geïnformeerd over de ontwikkelingen voor duurzame opwek en de warmte visie. Zicht op besparingen: In het licht van haar eigen bedrijfsvoering en de nijpende financiële situatie bij de gemeenten heeft ODRU in 2020 gekeken naar besparingsmogelijkheden. Dit is aan de raad gemeld in de reactie op de kadernota 2022, zie hiervoor RIB20.184.

Er zijn besparingskansen door o.a. verregaande uniformering en e standaardisering. In het voorjaar 2021 komt ODRU hierop terug bij de 1 begrotingswijziging 2021 en de ontwerp-begroting 2022. Er is zicht op structurele besparing van €200K in 2021 en €500K vanaf 2022. Exploitatie/Financieel in control zijn van ODRU: Via RIB’s 20.033, 20.111 en 20.184 is de raad op de hoogte gehouden van de werkzaamheden en financiële ontwikkelingen ODRU in 2020. De verwachting op basis van een voorlopige resultaatinschatting door ODRU is dat de exploitatie over 2020 uitkomt op circa €126K positief. Hier dient de kanttekening bij geplaatst te worden dat er nog een geringe kans aanwezig is dat dit bedrag uiteindelijk met €100K naar beneden moet worden bijgesteld omdat er wellicht nog een claim volgt van een ict provider i.v.m. software licenties. Het gerealiseerde resultaat komt circa €117K hoger uit dan het begrote resultaat ad €8K positief. In relatie tot onze eigen dienstverleningsovereenkomst kan worden vermeld dat er sprake is van een onderschrijding van zo’n 8% van de uren op het uitvoeringsprogramma (UVP. Het grootste deel daarvan op de moeilijk planbare aanvullende uren voor advisering rond planontwikkelingen, minder adviesaanvragen Wabo dan begroot en oude balans uren uit eerdere jaren. Wij ontvangen van ODRU over 2020 een bedrag terug van circa €43K.

Daarnaast zijn er 1.421 balansuren voor doorlopende taken in 2021 beschikbaar. Per saldo heeft de uitvoering van het UVP 2020 ruim €1,9 mln gekost terwijl hiervoor ruim €2 mln was begroot. Voor de weerstandsratio heeft het algemeen bestuur van ODRU besloten om het waarderingscijfer C = voldoende te hanteren. Dit waarderingscijfer kent een bandbreedte voor de weerstandsratio van 1,0 tot 1,4. Het weerstandsvermogen van ODRU bedraagt €703.430 met een ratio van 1.1. Over de inhoudelijke verantwoording voor het werk voor Zeist wordt zoals gebruikelijk in het voorjaar (april/mei) een uitgebreid jaarverslag opgesteld, naast het concern brede jaarverslag en jaarrekening 2020 die we in de die tijd ook van ODRU ontvangen. Dienstverlening bouwtaken ODRU Montfoort-IJsselstein en De Ronde Venen: ODRU heeft ook deze taken nu goed inzichtelijk en er is steeds meer en tijdiger grip op. Dit is van belang om naderende overschrijding van uren te kunnen verklaren en de opdrachtgevers tijdig te kunnen laten schakelen voor aanvullende uren dan wel keuzes te maken in het bijsturen op andere onderdelen binnen het UVP. Daarnaast is per 1 oktober 2020 gerealiseerd dat meer beleidsmatige taken verbonden aan de bouwtaken, die voor ODRU op basis van onafhankelijk onderzoek van bureau KdV als niet passend zijn beschouwd, terug zijn gegaan naar de opdracht gevende gemeenten. Hiermee komt de basis en

94 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

dienstverlening voor de uitvoering van de bouwtaken (beter) op orde en nemen de risico’s voor ODRU en de opdracht gevende partijen af. Regionale Dienst Werk & Inkomen (RDWI) Algemeen en werkzaamheden als gevolg van de coronacrisis: In plaats van focus op afronding en afhechting van de uitvoering van het verbeterplan, had de RDWI in 2020 de focus noodgedwongen op het opvangen en beslechten van de coronacrisis. De organisatie heeft veel personele inzet moeten plegen op de uitvoering van de inkomensregelingen voor zelfstandig 4 ondernemers (met name de opeenvolgende Tozo regelingen) die vanaf maart door het Rijk zijn opgetuigd. Daarnaast is in 2020 ook het verbeterplan “De RSD maakt stappen” afgerond, zijn er stappen gezet op het vlak van de schulddienstverlening (pilot vroegsignalering Utrechtse Heuvelrug en sluiten van convenanten met woningbouwcorporaties) met het oog op de nieuwe Wet gemeentelijke schuldhulpverlening per 1 januari 2021 en is de invoering van de nieuwe Wet inburgering (1 juli 2021) verder voorbereid. Terugkijkend op het verbeterplan is duidelijk dat de organisatie in zowel financieel, als organisatorisch opzicht én op het gebied van kwaliteit van de dienstverlening flinke stappen vooruit heeft gezet. Met de afronding van het verbeterplan is ook de werving van een nieuwe directeur, als opvolger van de interim directeur gestart.

De selectieprocedure is echter vanaf het voorjaar stilgelegd in verband met de beperkingen als gevolg van de coronamaatregelen. In het najaar is deze weer opgestart. Dit heeft geresulteerd in het vastleggen van een nieuwe directeur, die in februari 2021 start met haar werkzaamheden bij de RDWI. Over de ontwikkelingen in 2020 is periodiek overleg gevoerd met de betrokken raadsrapporteurs en is de raad via raadsinformatiebrieven geïnformeerd, te weten: - Rib20.009 najaarsnota 2019, - Rib20.047 Kadernota 2021, - Rib20.048 eindrapportage verbeterplan, - Rib20.095 jaarstukken 2019 en ontwerpbegroting 2021, - Rib20.176 update ontwikkelingen 2020, - Rib20.202 najaarsnota 2020 en - Rib20.223 samenwerking Biga Groep en RDWI. Tegen de gevoelsmatige verwachtingen in als gevolg van de coronacrisis (verwachte boeggolf aan instroom bijstands- en schuldhulpverleningsklanten) heeft het klantenbestand in 2020 geschommeld. Begin stand januari 2020 was 2.757 klanten, een hoogste stand aan klanten eind juli met 2.876 klanten en eind december een lichte daling in het bestand naar 2.825 klanten. T.o.v. eind 2019 betekent dit een beperkte groei met 2,5%. Hoe dit zich verhoudt t.o.v. de landelijke stijging van het aantal klanten is nog niet bekend op het moment van schrijven van deze tekst.

Wat betreft de schuldhulpverlening is het beeld qua volume instroom in januari 2020 55 klanten en 597 klanten actief in behandeling en in december 2020 38 instroom en 511 klanten actief in behandeling. De instroom in de eerste maand van 2021 is met 37 nieuwe klanten lager dan januari 2020. De RDWI e verwacht dat de toename aan klanten voor schuldhulpverlening zich vanaf de 2 helft van 2021 gaat manifesteren wanneer de Rijkssteunmaatregelen wegvallen en de effecten van de vroegsignalering gaan optreden. Binnen de apparaatskosten is een marge aanwezig waarmee een verzwaarde workload schuldhulpverlening vooralsnog opgevangen kan worden. Voor de overige (extra) werkzaamheden verband houdende met de coronacrisis is het beeld uit de praktijk én de door het Rijk gehanteerde lijn dat de gemeenten volledig gecompenseerd worden voor de te maken (extra) kosten. De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft onderzoek gedaan naar de afspraken over de coronacompensatie mede overheden. Begin 2021 constateert de ROB dat er op constructieve

4

Tozo = Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers

95 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

wijze tussen Rijk en gemeenten afspraken zijn gemaakt, maar over de hoogte en de toereikendheid van de compensatie zijn daarbij geen uitspraken gedaan. https://www.divosa.nl/nieuws/rob-positief-over-afspraken-financiele-corona-compensatie-medeoverheden Vooralsnog verwachten de RDWI en de deelnemers uit te zullen komen met de voor de RDWI van toepassing zijn de regelingen en de daarvoor via de gemeenten te ontvangen extra compensatie. Dit geldt echter niet voor het hierna volgende. Bij de uitvoering van Tozo 1 en 2 zijn achteraf beoordeeld ook voorschotten i.v.m. uitkeringen levensonderhoud verstrekt die als “onterecht verstrekt” gelabeld moeten worden. Deze voorschotten zijn niet of slechts voor een klein deel declarabel bij het Rijk. Een deel van deze voorschotten is terug ontvangen, maar per 31 december 2020 resteert een bedrag van ruim €270K aan ten onrechte verstrekte voorschotten. Aandeel Zeist hierin bedraagt €110K. De RDWI heeft geadviseerd om dit verlies in de gemeentelijke jaarrekening 2020 te verwerken, ook al blijft de RDWI in het kader van de debiteurenbewaking deze bedragen terug vorderen. Daarnaast moet een licht voorbehoud c.q. risicomelding wordt gemaakt voor de kredietverstrekking Tozo aan ondernemers die in nood verkeerden. Het Rijk heeft namelijk nog geen besluit genomen over de terugbetalingsverplichting op deze bedrijfskapitalen.

Er is RDWI breed €2,2 mln krediet verstrekt. De kans is reëel dat een deel van deze kredieten niet terugbetaald zullen worden. Het risico bestaat dat gemeenten een deel hiervan zelf zullen moeten dragen. Het Rijk heeft echter bij de aankondiging van de Tozo regeling gemeld dat de overheden volledig gecompenseerd zullen worden en daar vertrouwen wij dan ook op. Bedrijfsvoering en Dienstverlening Zoals in de hier bovengenoemde Rib’s al was aangegeven heeft de RDWI in 2020 de bedrijfsvoering op diverse vlakken aan moeten passen. In zeer korte tijd moest de dienstverlening op het gebied van de Tozo worden ingericht. Hierin is vooral voorzien door medewerkers die al binnen de organisatie werkzaam waren. Daarbij is de reguliere dienstverlening tijdelijk afgeschaald. Het afschalen bestond o.a. uit: het stopzetten van huisbezoeken, het herwaarderen van de re-integratie, het opschorten van het uitnodigen van cliënten ten kantore, het opschorten van trainingen en fysieke begeleiding van cliënten en het opschorten van de wacht/zoektermijn voor jongeren onder 27 jaar. Er is een ondernemersteam ingericht speciaal belast met de ondersteuning van ondernemers en ZZP-ers. Op basis van de regelingen zijn honderden ondernemers ondersteund in de eerste levensbehoeften en met kredieten. Tussentijds is de dienstverlening in een trapsgewijs proces per 1 juni weer opgeschaald.

De basis dienstverlening is werkende weg aangepast aan de aan de coronacrisis verbonden maatregelen voor het kantoor, met als richtlijn zoveel mogelijk thuis werken en het fysieke contact terug brengen tot het minimum. De basisdienstverlening is op orde gebleven en waar nodig is een inhaalslag gepleegd. Door de lockdown is het voor de RDWI wel lastiger klanten te begeleiden naar werk, enerzijds door minder vraag naar personeel en minder plaatsingskansen, anderzijds doordat klanten ook meer moeite en/of angst hebben aan het werk te gaan onder de huidige corona omstandigheden. Het ziekteverzuim over 2020 is uitgekomen op 8,32% per ultimo 2020 met 19 verzuimdossiers. Dit betekent een stijging t.o.v. 2019 toen dit percentage 7,66% was met 15 verzuimdossiers ultimo 2019. Werkroute/Biga RDWI en Biga hebben in het 4e kwartaal van het jaar de samenwerking in Werkroute, de samenwerking voor mensen met een arbeidsbeperking geëvalueerd. Uitkomst is dat beide partijen tevreden zijn en de samenwerking willen behouden. Werkroute wordt gezien als één team, open en transparant functionerend. Wel zijn er (kleine) aandachts- of verbeterpunten die opgepakt kunnen worden. Naar aanleiding van deze evaluatie is voor 2021 een actieplan opgesteld om de verbeterpunten op te pakken.

Deze hebben betrekking op: capaciteit voor regie (wordt uitgebreid), splitsen van taken en rollen, aansturing, systemen, jobcoaching, loonkostensubsidie en positionering en communicatie (vergroten bekendheid). Alles gericht op het belang om de doelgroep nog beter te kunnen bedienen en bereiken. Kortom, een succesvolle samenwerking die van belang is gezien de (verwachte) groei van de doelgroep.

96 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

Op het vlak van de re-integratie verloopt de samenwerking RDWI-Biga minder voorspoedig. Zoals in Rib20.223 bericht heeft de RDWI de samenwerkingsovereenkomst eind 2020 éénzijdig opgezegd. Op grond van een besluit van het algemeen bestuur is die opzegging voor de eerste maanden van 2021 teruggedraaid en een overgangsperiode ingesteld. Inzet is dat in het eerste kwartaal van 2021 nieuwe afspraken worden gemaakt. Financieel In Rib20.202 najaarsnota 2020 zijn wij ingegaan op het verwachte financiële resultaat ad €1,6 mln positief op vooral de apparaatskosten. Dit is definitief vastgesteld op een totaalbedrag van € 1.937.513. Daarnaast is gemeld dat het algemeen bestuur RDWI heeft besloten om voor de afwikkeling van de Tozo-regelingen een bedrag van €400K op te nemen in een bestemmings-reserve met als doel dit geld in te zetten voor Tozo gerelateerde werkzaamheden voor verantwoording, voor kosten voor bezwaar- en beroep en voor terugvordering en verhaal. Met het oog op –de landelijk- veronderstelde boeggolf aan bijstandsklanten en werkzaamheden schuldhulpverlening hebben wij aangegeven er voorstander van te zijn om in afwachting van de ontwikkelingen 2021/2022 in ieder geval een deel van het overschot voorlopig gereserveerd te houden bij de RDWI.

Dit om te voorkomen dat de deelnemers in het voorjaar 2021 –veel- geld terug krijgen en in het najaar 2021 dan wel 2022 weer financieel bij moeten springen. Voor wat betreft de risicoverdeling BUIG hebben wij in Rib20.202 gemeld dat het onze inzet is dat bij de vaststelling van de jaarrekening 2020 van de RDWI expliciet wordt besloten dat voor 2020 de risicoverdeling BUIG begrensd wordt op het wegnemen van de financiële nadelen bij nadeel gemeenten. In RIB21.014 zijn we hier nog nader op ingegaan. Alle deelnemers aan de RDWI hebben inmiddels ingestemd met deze lijn voor 2020. Dit betekent voor 2020 een voordeel voor Zeist in orde groot van €300K. Daarnaast voorziet het raadsvoorstel 21RV010 Nadere uitwerking Strategische kaders Participatie in passing van de risicoverdeling voor 2021 en verder. Reinigingsdienst Midden Nederland (RMN) Harmonisatie uitvoering: RMN is een uitvoerende organisatie en de beleidstaken liggen bij de deelnemende gemeenten zelf. In 2020 is de gezamenlijke regionale grondstoffenvisie opgesteld, in samenwerking met RMN en beleidsmedewerkers van de deelnemende gemeenten. Met deze visie zetten we een gezamenlijke stip aan de horizon, die helpt om de sterke kostenstijging te drukken, meer harmonisatie te bewerkstelligen en bijdraagt aan het realiseren van de milieudoelstellingen voor een restafvalvrije samenleving.

Een logische stap vooruit! De visie heeft geen bindende werking en wordt door elk van de deelnemende gemeenten zelfstandig geïmplementeerd. Deelnemende gemeenten kunnen de visie gebruiken als blauwdruk voor eigen beleidsstukken. Het document is eind 2020 opgeleverd en vastgesteld in de DB en AB-vergadering. Uitvoering raadsbesluit Omgekeerd inzamelen (VANG-maatregelen) door RMN RMN heeft de pilot geëvalueerd en een advies uitgebracht om op basis van de resultaten van de pilot te komen tot invoering van omgekeerd inzamelen PMD en restafval in Zeist. In de overige buurten waar ondergrondse containers voor restafval komen moeten geschikte locaties voor deze ondergrondse containers worden gezocht en deze locaties aan de inwoners worden voorgelegd. De plaatsing van de ondergrondse containers en het omgekeerde inzamelen in die buurten vindt naar verwachting in de periode april 2021 – juli 2021 plaats. Milieudoelstellingen RMN Als milieudoelstelling is opgenomen dat het wagenpark van RMN in 2025 minimaal voor 50% op alternatieve brandstof zoals groengas, elektra of waterstof, daarnaast zal minimaal 50% van het energieverbruik op de RMN locaties afkomstig zijn van eigen opwekking, de rest wordt groen ingekocht.

Met de komst van 7 nieuwe zijladers in 2018 op groengas en de levering van 6 achterladers op groengas in 2019 is reeds 56 % van de inzamelvoertuigen voorzien van alternatieve brandstof. Ook elektra maakt onderdeel uit van de vergroening van het wagenpark, momenteel voornamelijk bij de kleinere voertuigen. RMN blijft de markt volgen in de ontwikkelingen in alternatieve brandstoffen.

97 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

Er zijn daarnaast per eind 2019 600 zonnepanelen geïnstalleerd op verschillende RMN locaties. Met de 160 zonnepanelen die in januari 2020 in Zeist geplaatst zijn voorziet de RMN nu voor 40% in de eigen energiebehoefte. BTW compensatiefonds en Stichting Afvalfonds Verpakkingen Bedrijven die producten in een verpakking op de markt brengen dragen financieel bij aan het Afvalfonds Verpakkingen. Het afvalfonds keert een vergoeding uit aan gemeenten voor het gescheiden inzamelen van kunststof verpakkingen en drankenkartons aan een recycler, de gescheiden inzameling aan de bron van PMD en/of kostenefficiënte inzameling van PMD bij nascheiding. De Belastingdienst is van mening dat de gemeenten diensten tegen vergoeding verstrekken aan de Stichting Afvalfonds. De gemeente verricht daarmee tegen vergoeding een op een derde (de producenten) rustende taak, die onderworpen is aan het algemene btw-tarief. De gemeenten hebben zich vanaf 2015 als ketenregisseur tegenover de Stichting Afvalfonds verplicht de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het gescheiden inzamelen, sorteren en afleveren van het te recyclen kunststof. Gevolg is dat: - De gemeente moet de btw op de kosten van 2015 t/m 2019 alsnog onder het btw-belaste regiem brengen. Dat betekent dat de in die jaren bij het btw-compensatiefonds (hierna BCF) gedeclareerde btw moet worden terugbetaald.

Aan de belastingdienst heeft Zeist op basis van de door RMN aangeleverde cijfers, inmiddels de gedeclareerde bedragen opgegeven. De Belastingdienst zal op basis daarvan naheffingen met heffingsrente opleggen. - De gemeente moet btw voldoen over de financiële bijdragen die van de St. Afvalfonds / Nedvang zijn ontvangen Daarvoor heeft de RMN alsnog btw in rekening gebracht bij Nedvang over de jaren 2015 t/m 2019. Deze btw wordt aan de gemeente doorbetaald en vervolgens afgedragen aan de Belastingdienst. De btw op de kosten, die eerder gedeclareerd was bij het BCF (zie punt hiervoor) kan daarop in aftrek worden genomen. Deze bedragen zijn op basis van de door Nedvang en de RMN aangeleverde cijfers, door Zeist in een suppletie-aangifte opgenomen. De Belastingdienst zal op basis daarvan per saldo bedragen terugbetalen. - Financieel is de af te dragen btw gelijk aan de ontvangst van Nedvang/RMN en is de terug te betalen btw op het BCF gelijk aan de in vooraftrek te brengen btw op in de suppletie-aangifte. Dat hier toch een nadeel ontstaat, is het gevolg van de heffingsrente die de belastingdienst berekent. Hierdoor ontstaat dus in 2020 een nadeel in de rente-sfeer. - Voor 2020 zal de btw nu als ondernemers-btw worden behandeld, dat vereist wel dat de RMN de btw op deze onderdelen ook gespecifieerd in rekening brengt. Heffingsrente speelt dan geen rol.

Accountantscontrole jaarrekening / benoeming nieuwe accountant De accountantsverklaring is in 2020 op tijd uitgebracht, een verbetering ten opzichte van voorgaande jaren. In het voorjaar van 2020 is de verklaring ontvangen en is de jaarrekening 2019 definitief vastgesteld. Per 1 januari 2020 is accountantskantoor Auren Audit & Assurance Amersfoort B.V. benoemd tot nieuwe accountant voor RMN voor de controle op de jaarstukken 2019-2022. De gunningscriteria prijs en kwaliteit bleken doorslaggevend, waarbij persoonlijke benadering, beschikbaar stellen van een cliëntportaal en ervaring met decentrale administraties voor de RMN belangrijke argumenten waren. In hun oordeel geeft het accountantskantoor aan dat RMN in 2019 een goedkeurend oordeel krijgt me betrekking tot getrouwheid, maar een afkeurend oordeel met betrekking tot rechtmatigheid. Dit afkeurend oordeel komt voort uit een aantal aanbestedingen, die niet volgens de richtlijnen van het Europees aanbestedingsrecht hebben plaatsgevonden. Samen met de accountant werkt RMN vanaf 2020 actief aan een aantal aandachtspunten, waaronder het correct uitzetten van aanbestedingen en het op orde brengen van de kwetsbaarheid van de financiële organisatie. Financiële ontwikkelingen

98 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

Zoals beschreven in RIB 20.112 heeft er in 2020 een begrotingswijziging plaatsgevonden. Binnen RMN betreft dit een toename van € 628.000,-. Voor Zeist betekent dit een stijging met € 183.000,(€ 6.729.000,- t.o.v. € 6.546.000,-). Met name de lagere vergoeding voor oud papier (ten gevolge van marktwerking), waarover de AVU vorig jaar gecommuniceerd heeft, blijkt een grote impact te hebben. Daarnaast brengt de door het Rijk verhoogde belastingtarieven voor sloopafval en dakleer een forse stijging in kosten met zich mee. Een kostenstijging die niet direct wordt bepaald door autonome ontwikkelingen is de stijging van overheadkosten met € 207.000,- (€ 34.500,- voor Zeist, valt binnen de € 183.000,-). Deze stijging wordt grotendeels bepaald door het instellen van 2 recyclecoaches. De aanstelling van deze 2 recyclecoaches kan uiteindelijk kostenbesparend zijn. Primair is hun inzet een bijdrage aan de circulaire economie, maar uiteindelijk zorgt een zorgvuldige afvalscheiding er ook voor dat de kosten van afvalverwerking lager worden. De Rijksoverheid heeft namelijk gigantische belastingtariefstijgingen doorgevoerd op het verwerken van restafval. Dit is bedoeld als prikkel om afvalscheiding te stimuleren. Afvalcoaches kunnen hierbij helpen, wat waarschijnlijk zal leiden tot lagere tonnages restafval.

Ondanks de hierboven beschreven begrotingswijziging 2020.1, is er sprake van een tekort van € 675.000,-, dat per abuis niet in de tussenrapportage van 2020 is meegenomen en pas in de jaarrekening 2020 zichtbaar werd. Het tekort werd veroorzaakt door hoge kosten in de bedrijfsvoering, specifiek personele kosten. Als overheidsorganisatie is RMN een zogenoemde “eigen risico drager”, dat betekent dat zodra een medewerker van RMN aanspraak maakt op WW, RMN daar de rekening voor krijgt. Naast WW uitkering heeft de ex-medewerker ook recht op een bovenwettelijke en na-wettelijke uitkering. Dat betekent dat RMN voortdurend de afweging maakt welk traject te doorlopen in het kader van schadebeperking. Vanwege veranderingen in de organisatie en ongelukkige incidenten met personeel zijn er veel van dit soort trajecten gaan lopen in 2020. Aan deze trajecten hing in 2020 een prijs van € 675.000,-, waarvan het aandeel van Zeist (€ 188.000,-) geheel wordt weggeschreven in de bestaande reserves van RMN. De tussenrapportage in 2020 is volledig gebaseerd geweest op de kosten en baten van de DVO-taken, waaruit geen bijzonderheden bleken. Door een fout bij de financiële administratie van RMN is een deel van de bedrijfsvoering niet meegenomen in de tussenrapportage. De directie van RMN was in de veronderstelling dat dit wel het geval was.

Het tekort van 675.000,- is daardoor pas bij de jaarrekening aan het licht gekomen. In reactie op deze fout wordt, is in opdracht van het AB van RMN, een onafhankelijk onderzoek aangekondigd naar de financiële administratie van RMN. De uitkomsten van dit onderzoek zullen wij met de raad delen. Effecten Corona Door de coronacrisis is er, met name gedurende de eerste golf, fors meer afval weggebracht. Dit kwam vooral tot uiting door topdrukte bij het recyclingstation en overvolle afvalbakken en bijplaatsingen (zwerfafval). Dit leidde tot extra inzamelwerk. Vanwege de hoge druk op de organisatie van RMN is besloten om de zomerinzameling GFT in 2020 af te gelasten, waardoor GFT niet vaker werd opgehaald. Deze factoren, samen met organisatiekosten en verhoogde personele inzet, maakten dat RMN in 2020 nog extra kosten heeft gemaakt. De organisatiekosten betreffen de aanschaf van desinfectie, beschermingsmiddelen en werkplekaanpassingen en vervanging van medewerkers door quarantainemaatregelen. De totale corona gerelateerde meerkosten over 2020 bedragen € 206.965,-. Deze kosten worden niet meegenomen in de afvalstoffenheffing voor onze inwoners. Veiligheidsregio Utrecht (VRU) De coronacrisis is van grote invloed op de VRU.

Niet alleen heeft de VRU net als elke andere organisatie te maken met de beperkingen vanwege corona, maar de VRU is sinds 12 maart 2020 ook actief als crisisorganisatie voor COVID-19.

99 Jaarrekening 2020 – Gemeente Zeist

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10173390/2