CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

01-21RV029 - Bijlage 1 Transitievisie Warmte Zeist 2021 (incl bijlage E)

Raad 8 juli 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Transitievisie Warmte Zeist 202137.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Programma onderdeel 4. Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed In de komende jaren willen we de aanpak voor bedrijventerreinen, utiliteitsbouw en maatschappelijk vastgoed opzetten. Zeist heeft verschillende bedrijventerreinen. Sommige hebben een centrale organisatie, andere niet. Daarnaast zijn er veel bedrijven verspreid over Zeist aanwezig, waardoor deze doelgroep versnipperd is. Via Mijn Groene Bedrijf en bestaande overlegstructuren met ondernemers willen we het contact met bedrijven vormgeven. Indien er concrete ontwikkelkansen of gebiedsontwikkelplannen zijn op een bedrijventerrein, zal er een verkenning worden gestart, waarbij lokale bedrijven betrokken zullen worden. Om het maatschappelijk vastgoed in Zeist te verduurzamen staan we als gemeente voor een deel zelf aan de lat. In ons duurzame meerjaren onderhoudsplan (DMOP 2.0) hebben we

48

Transitievisie Warmte Zeist

beschreven hoe we hier aan werken. Ook met de onderwijssector zijn al afspraken gemaakt over het verduurzamen van de huisvesting van scholen (SHP). Voor de zorg is regionaal de ‘Green Deal Duurzame Zorg’ opgezet waaraan de meeste zorginstellingen deelnemen.

Programma onderdeel 5. Kansen inzet (grootschalige) warmtebronnen en warmtenetten In de provincie lopen twee onderzoeken naar de winning van aardwarmte. Daarnaast zijn er verschillende kansen in beeld om warmtenetten te ontwikkelen binnen de gemeente Zeist. We willen als gemeente graag een regierol vervullen zodat ingespeeld wordt op concrete kansen. Tegelijkertijd komen er met de nieuwe warmtewet ook veel vragen op de gemeente af over de rol die de gemeente speelt in de ontwikkeling van warmtenetten. Welke rol de gemeente inneemt hangt af van verschillende factoren en is vaak ook een politiek besluit. De ontwikkeling van een warmtenet brengt een nieuw speelveld met zich mee. Aan de voorkant moeten heldere afspraken worden gemaakt over de aanleg, onderhoud en beheer van zowel de warmtebron als de infrastructuur van het collectieve systeem. Hoe is het georganiseerd? En wat betekent dit voor de afnemers en de hiermee gemoeide financiële lasten? Bij de aanleg van een warmtenet kan je als gemeente alles uit handen geven aan één of meerdere partijen, maar dit komt de betaalbaarheid en keuzevrijheid niet altijd ten goede. Wij zien de noodzaak hierop een visie te ontwikkelen. Het liefst doen we dit aan de hand van een concrete casus, zoals het onderzoek dat is uitgevoerd in Den Dolder, Vollenhove of in Zeist-West.

7.2 Buurtaanpak voor verkenningsbuurten In de loop van de komende decennia zal de gemeente voor alle 30 buurten een uitvoeringsplan moeten maken. Dat is maatwerk. Elke buurt heeft eigen specifieke kenmerken wat betreft technische mogelijkheden, technische aard van de woningen, financieel-economische mogelijkheden, eigendomssituatie en/of samenstelling van de bevolking. De aanpak in buurten waar collectieve warmtenetten worden opgezet, zal er anders uitzien dan een aanpak in een buurt waar individuele of kleinschalig-collectieve oplossingen reëel lijken. In een verkenningsbuurt starten we met een buurtuitvoeringsplan, dat in essentie uit vijf stappen bestaat: 1. Samen starten. We brengen lokale partijen bij elkaar en vormen een werkgroep en een klankbordgroep waarin lokale belanghebbenden zijn vertegenwoordigd. In de werkgroep maken we afspraken over een gezamenlijk werk- en besluitvormingsproces en welke inzet van experts nodig is om tot een goede aanpak voor de buurt te komen. Een bredere groep van bewoners kunnen deelnemen in de klankbordgroep om zo direct input te leveren aan de ontwikkeling van het buurtuitvoeringsplan. In de werkgroep maken we afspraken over wat ieders rol en bijdrage is. De Transitievisie Warmte dient als startpunt voor het gesprek in de buurt. De gemeente zorgt voor een procesbegeleider die ook toeziet op het participatietraject met bewoners.

Het verkennen van de belangen is een belangrijk onderdeel in deze fase. 2. Verkennen en concretiseren. Op het sociaal-maatschappelijk vlak brengen we met de werkgroep in kaart wie in de buurt wonen, wat hun behoeften zijn en hoe we bewoners het beste kunnen bereiken en betrekken. Parallel worden technische gegevens over de woningen, beschikbare duurzame warmtebronnen en de aanwezige energie-infrastructuur in kaart gebracht. Voor de meest kansrijke warmteopties brengen we in detail in kaart welke voordelen, nadelen, kosten en besparingen realistisch zijn. Transitievisie Warmte Zeist

49

3. Kiezen optimale warmteoplossing. Op basis van stap 2 bepalen we in samenspraak met lokale belanghebbenden welke warmteoplossing het best bij de buurt past. Met het afwegingskader wordt onderbouwd welke oplossing de voorkeur heeft. Via een intensief participatietraject gaan we na of de voorkeursoplossing kan rekenen op acceptatie van bewoners. In deze fase betrekken we bewoners, bedrijven en alle andere lokale betrokkenen intensief. 4. Onderbouwen van de haalbaarheid en de aanpak. Voor de gekozen optie werken we in detail de kosten en baten uit voor referentiewoningen. De investeringskosten, eindgebruikerskosten en energiekosten worden onderbouwd en in detail in kaart gebracht. Zo nodig worden eerst in praktijk concepten kleinschalig gerealiseerd om zeker te zijn van alle kosten en baten. Als vervolgens de haalbaarheid toch twijfel oproept, dan gaan we een stap terug naar de vorige fase ‘keuze warmteoplossing’. 5. Besluitvorming omtrent de realisatie. Om tot besluitvorming te komen is het nodig om aan een aantal harde randvoorwaarden te voldoen. De besluitvorming zal immers niet eenzijdig via de gemeente verlopen. De gemeenteraad zal worden gevraagd definitief in te stemmen als voldaan is aan onderstaande voorwaarden: a. De oplossing is duurzaam en technisch haalbaar b. De oplossing is voor alle belanghebbenden in principe financierbaar c.

Er is draagvlak bij een (nader te bepalen) ruime meerderheid van bewoners, bedrijven en andere belanghebbende organisaties die nodig zijn voor de realisatie d. Juridisch wordt voldaan aan alle wettelijke voorwaarden Alle afspraken tussen partijen leggen we ook vast in een Buurtuitvoeringsplan. De afspraken beschrijven: ■ Benodigde aanpassingen aan woningen en gebouwen, en hoe eigenaren hun pand(en) klaar kunnen maken voor aardgasvrij. ■ Een concreet investeringsprogramma, waarbij ook ingezet wordt op subsidies en financieringsvormen zodat de overstap haalbaar en betaalbaar is voor alle betrokkenen en alle bewoners. ■ Specifieke stappen voor ontwikkeling van de benodigde infrastructuur, uitgezet in de tijd. ■ Een communicatiestrategie om bewoners en lokale partijen te betrekken. Belangrijke uitgangspunten voor de communicatie en participatie in bovenstaand traject zijn: ■ In de communicatie-aanpak hanteren we waar mogelijk een drietrapsraket: (1) eenvoudige informatie, voor iedereen te begrijpen, (2) de mogelijkheid voor inwoners om zich verder te verdiepen, b.v. via een projectwebsite. En (3) online beschikbaarheid van alle rapporten en onderzoeken voor de inwoners die alles willen weten. ■ Elke buurt is anders. De diversiteit van buurten vraagt om maatwerk in de communicatie: in het soort informatie, keuze van de communicatiekanalen en de communicatie en participatieaanpak.

■ We zijn helder over de harde kaders, over wat er al vast staat en over wat we nog niet weten of kunnen beloven. We zijn ook helder over rollen, verantwoordelijkheden, proces, planning, dilemma’s, hinder, risico’s, mate van invloed van bewoners, en communiceren daar actief over. ■ We maken gebruik van bestaande netwerken en communicatiekanalen. We hanteren het liefst een persoonlijke benadering: liever een gesprek dan een brief.

7.3 Ondersteuning voor bewoners Ook buiten de verkenningsbuurten zetten bewoners vaak al stappen om aardgasvrij te worden of hun woning daarop voor te bereiden. De gemeente wil bewoners hierbij ondersteunen. In het bijzonder is dit belangrijk in de buurten waar individuele oplossingen het meest geschikt zijn. Gebouweigenaren (eigenaar-bewoners, lokale ondernemers, woningbouwcorporaties, particuliere verhuurders) 50

Transitievisie Warmte Zeist

besluiten in deze buurten zelf wanneer zij aan de slag gaan, en welke maatregelen ze treffen. Naast het aardgasvrij maken van buurten maken ook isolatie en andere CO2-besparende maatregelen nadrukkelijk deel uit van de buurtgerichte aanpak. Isolatie en de hybride warmtepomp kunnen kosteneffectieve maatregelen zijn om als tussenstap naar volledig aardgasvrij al veel CO2-reductie te realiseren. Stichting Energie Zeist (www.mijngroenehuis.nu) is onafhankelijk en helpt alle particuliere bewoners en bedrijven in Zeist bij het verduurzamen van de woningen en bedrijfspanden onder het label Mijn Groene Huis en Mijn Groene Bedrijf. De activiteiten richten zich op energiebesparing en opwek en worden uitgevoerd met subsidie van de gemeente Zeist. De aanpak is gericht op het ontzorgen van bewoners en bedrijven om een versnelling te realiseren bij het verduurzamen van de bestaande bouw. Mijn Groene Huis ondersteunt de bewonersreis voor energiebesparende maatregelen en opwek door: Voorlichting Informatiebijeenkomsten en workshops ■ Oriëntatiegesprekken met energieambassadeurs thuis of in het Energiecentrum ■ Advies aan huis door een expert ■ Bewustwordings- en activatie campagnes ■ Collectieve inkoop actie voor isolatie en zonnepanelen ■ Advies over energiezuinige oplossingen met hybride warmtepompen (voor woningen die in buurten staan waar aardgas nog langer beschikbaar zal zijn) ■ ■

Ondersteuning voor buurtinitiatieven Waar mogelijk helpen we buurtinitiatieven graag verder om concrete acties van de grond te krijgen. De gemeente stelt (een beperkt) budget beschikbaar aan wijkverenigingen en buurt- of bewonersinitiatieven die de ambitie hebben om van het aardgas af te gaan en hiervoor een goed plan hebben. Met dit budget kunnen zij extra ondersteuning inkopen bij Mijn Groene Huis of een andere partij. Denk bijvoorbeeld aan: ■ Inzicht in de buurt, onder andere met enquêtes; ■ Informatie en advies afgestemd op de meest voorkomende woningtypes in de buurt; ■ Een collectief aanbod organiseren voor woningtypes die veel in de buurt voorkomen. Dit kan gaan om technische uitwerking, het opvragen van offertes of gezamenlijke inkoop. ■ Training energieambassadeurs. Dit zijn vrijwilligers die voorlichting geven aan hun buurtgenoten, en hen op weg kunnen helpen bij het verduurzamen van de eigen woning.

7.4 Ondersteuning voor bedrijven Bedrijven die stappen willen zetten om aardgasvrij te worden of anderszins te verduurzamen kunnen voor ondersteuning terecht bij Mijn Groene Bedrijf (MGB). Mijn Groene Bedrijf is in 2019 opgericht als onderdeel van Stichting Energie Zeist. Mijn Groene Bedrijf is onafhankelijk en legt verantwoording af aan de gemeente Zeist die deze dienstverlening financiert. MGB ontzorgt ondernemingen, instellingen en vastgoedeigenaren in hun verduurzamingsproces. De focus ligt daarbij vooral op energiebesparing en opwekking. Mijn Groene Bedrijf informeert de ondernemers actief over mogelijkheden en verplichtingen die er zijn. Het team bestaat uit professionals die zelf contacten leggen met bedrijven voor een oriënterend gesprek of het uitvoeren van lichte energiescans. De taak van Mijn Groene Bedrijf is vooral het opsporen van kansen voor verduurzaming en het helpen realiseren van energiebesparingsprojecten. In de dienstverlening van Mijn Groene Bedrijf wordt expliciet ook aandacht besteed aan de transitie naar aardgasvrij en worden bedrijven actief geïnformeerd over de buurtaanpak van de gemeente.

Transitievisie Warmte Zeist

51

Gemeente en Mijn Groene bedrijf willen voor 2030 minimaal één bedrijventerrein ondersteunen om aardgasvrij te worden. Daarvoor zoeken we een bedrijventerrein waar ondernemers graag willen verduurzamen, bovendien goed georganiseerd zijn en de gebouwen nog redelijk nieuw zijn.

7.5 Financiering en betaalbaarheid De Rijksoverheid speelt een belangrijke rol om de overstap naar aardgasvrije buurten financieel haalbaar te maken. De betaalbaarheid is één van de belangrijkste criteria om draagvlak te vinden. Een zwaarwegend criterium bij het kiezen van de aardgasvrije techniek, is daarom de techniek met de laagste totale kosten. We sturen – voor nu en in de toekomst - aan op de laagste kosten voor bewoners, bedrijven en alle belanghebbende. Soms is dat echter niet genoeg om de overstap betaalbaar te maken, en is er extra financiering nodig. De warmtetransitie vraagt investeringen voor isolatie, installaties of de aanleg van nieuwe warmtebronnen. Die investeringen leveren een besparing in de energielasten en/of meerwaarde voor de woning op. Toch betekent dit niet dat elke maatregel direct betaalbaar en financierbaar is. Om ze betaalbaar te maken, en om ervoor te zorgen dat iedereen (met een grote en kleine portemonnee) mee kan in de warmtetransitie, zijn er subsidies en financieringsregelingen (duurzaamheidsleningen) nodig. Een ‘inclusieve energietransitie’ is één van de uitgangspunten van de routekaart. Ook de provincie Utrecht onderzoekt wat nodig is voor een inclusieve energietransitie, waarbij het mogelijk is voor alle bewoners om de overstap naar aardgasvrij te maken. Hierbij speelt gebouwgebonden financiering (zie hieronder) een belangrijke rol.

De uitkomsten van dit onderzoek zullen ook ingezet worden in Zeist. Subsidies Als de besparing op de energielasten niet voldoende is om een investering binnen een redelijke termijn terug te verdienen, spreken we van een ‘onrendabele top’. Subsidies zijn er met name om de onrendabele top af te dekken, en soms ter stimulering van een nieuwe techniek. Het rijk en provincie bieden hier verschillende subsidies voor: ■ voor particulieren: voor isolatiemaatregelen of aanschaf van installaties (ISDE, SEEH) ■ voor woningcorporaties, institutionele beleggers en particuliere verhuurders: de SAH voor het aardgasvrij maken van woningen met warmtenetten en de Renovatieversneller om corporatiebezit innovatief te verduurzamen. ■ voor energieproducenten: voor het produceren van duurzame energie (SDE+) ■ voor bewonersinitiatieven of energie coöperaties: procesgeld om een initiatief op te zetten of technische mogelijkheden verder te onderzoeken ■ voor gemeenten: o.a. de RRE-regelingen om energiebesparing te stimuleren ■ voor wijken: voor hele buurten die van het aardgas af gaan, is een bijdrage uit het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) beschikbaar. Met deze rijksbijdrage kunnen de kosten voor een hele buurtaanpak gecompenseerd worden, waardoor dit voor alle betrokken partijen voordeliger wordt. Een gemeente mag jaarlijks voor één wijk een PAW-aanvraag doen.

De concurrentie (van andere gemeenten) is groot en slechts 10 tot 25 aanvragen worden gehonoreerd. Ook vanuit de gemeente is er een beperkt budget aanwezig om wijkinitiatieven te ondersteunen. De adviseurs van Mijn Groene Huis zijn goed op de hoogte van de verschillende subsidiemogelijkheden. Inwoners kunnen daar terecht voor een actueel overzicht. Duurzaamheidsleningen Duurzaamheidsleningen maken het mogelijk om duurzame maatregelen te treffen, zonder dat iemand daarvoor veel eigen geld hoeft te gebruiken. Een maatregel kan namelijk een voordelige keus zijn, maar niet direct te financieren met eigen middelen (zoals spaargeld). Een duurzaamheidslening moet worden terugbetaald, maar kent in de regel een lage rente.

52

Transitievisie Warmte Zeist

Verschillende banken hebben een duurzaamheidslening- of hypotheek waar particulieren een beroep op kunnen doen. Ook kennen we regionaal het ‘Energiefonds Utrecht” dat groene initiatieven ondersteunt met leningen tegen een maatschappelijke rente. Op nationaal niveau verstrekt het Nationaal Warmtefonds (voorheen Energiebespaarfonds) leningen aan particuliere woningbezitters, VvE’s en scholen. Vanaf 2021 zal het Warmtefonds ook financiering gaan aanbieden voor degenen die verduurzamen in een wijkgerichte aanpak, maar dat niet kunnen omdat zij hiervoor onvoldoende leenruimte hebben. Met het nieuwe product, de Energiebespaarhypotheek, kunnen woningbezitters met beperkte leenruimte toch in aanmerking komen voor een lening. Omdat rentebetaling en aflossing van de lening geschieden naar draagkracht, kunnen deze huiseigenaren geld lenen voor de verduurzaming zonder in de problemen te komen door de financiering. In eerste instantie komt de Energiebespaarhypotheek beschikbaar voor woningbezitters die wonen in een door het rijk aangewezen proeftuinwijk binnen het Programma Aardgasvrije Wijken, maar de verwachting is dat dit deze hypotheekvorm voor méér mensen beschikbaar komt. Gebouwgebonden financiering Gebouwgebonden financiering is een bijzondere lening die gekoppeld is aan een woning. Het voordeel is dat bij de verkoop van de woning deze lening overgaat naar de nieuwe bewoner.

Op deze manier worden de kosten voor de aanpassingen niet alleen over de tijd verdeeld, maar worden kosten en baten evenredig overgedragen naar de nieuwe eigenaren van de woning bij verhuizing. Gebouwgebonden financiering is een maatregel uit het Klimaatakkoord. De wetgeving die hiervoor nodig is wordt nog gemaakt. De verwachting is dat in januari 2022 de regeling rond is. De gemeente Zeist is betrokken bij een provinciale studie om te onderzoeken wat gebouwgebonden financiering voor Zeist zou kunnen betekenen. In het bijzonder onderzoeken we of gebouwgebonden financiering gebruikt kan worden om appartementencomplexen te verduurzamen. Het gaat hierbij om het ‘servicekosten-model” waarbij de Vereniging van Eigenaren (VvE) geld leent bij een bank om daarmee het appartementencomplex in één keer compleet te verduurzamen. De rente en aflossing van de lening verrekent zij vervolgens via de servicekosten. Op die manier verruilt de eigenaar/bewoner zijn oude energierekening voor extra servicekosten. Eigenaren gaan een lening aan die via de servicekosten wordt betaald en dus overdraagbaar is naar de volgende eigenaar/bewoners. Energiedienstenbedrijf Het uitzoeken van financieringsconstructies en technische oplossingen kan ingewikkeld zijn voor bewoners en bedrijven. Er ontstaan daarom landelijk her en der initiatieven tot ESCo’s, zogenaamde Energie Service Companies.

ESCo’s ontzorgen bewoners en bedrijven door het energiebeheer van een gebouw voor langere periode over te nemen en te investeren in energiebesparende maatregelen en onderhoud. Hiervoor rekent de ESCo een vast bedrag per maand, vaak vergelijkbaar met de huidige energielasten van de woning. Omdat ESCo’s vaak commercieel gedreven zijn en alleen de ‘makkelijkste’ woningen een contract willen aanbieden zijn wij samen met een viertal andere gemeenten in de regio aan het onderzoeken wat er voor nodig is om regionaal een maatschappelijk gedreven energiedienstenbedrijf op te zetten. Zo een maatschappelijke ESCO moet zorgen voor een structurele aanpak waarin bewoners (financieel) worden ontzorgd. Dit kan gaan om advies, om financiering van verduurzamingsmaatregelen, of om een prestatiecontract met voorfinanciering. Dit hangt af van de behoeften en mogelijkheden van individuele bewoners. Eén van de belangrijkste vragen in het onderzoek is óf een energiedienstenbedrijf een goede manier is om bewoners te ontzorgen. Het zou kunnen zijn dat blijkt dat een energiedienstenbedrijf voor buurten met specifieke kenmerken een goede mogelijkheid is, en voor andere buurten niet. Daarbij richt het onderzoek zich ook nadrukkelijk op de kenmerken waarover een buurt beschikt. Denk hierbij aan een groep actieve bewoners, bouwjaar, eigendomsverdeling of verschillende functies in een wijk.

De focus van het onderzoek ligt nadrukkelijk niet op de technologische kant van de transitie, maar op de institutionele en economische kant.

Transitievisie Warmte Zeist

53

Het beschikbaar maken van subsidies en interessante financieringsvormen, zoals gebouwgebonden financiering speelt een essentiële rol in de warmtetransitie. De gemeente zet daarom in om goede informatievoorziening op dit punt. Dat doet de gemeente niet alleen in verkenningsbuurten maar voor alle bedrijven en bewoners die hun woning aardgasvrij (ready) willen maken.

7.6 Rollen betrokken partijen Als gemeente voeren we regie in de warmtetransitie. We stellen deze visie op, brengen partijen bij elkaar, starten verkenningen en zorgen voor coördinatie op de Buurtuitvoeringsplannen die gemaakt gaan worden. De reeds aangekondigde nieuwe Warmtewet deelt ook een rol toe aan gemeenten om aan te (kunnen) sturen op de ontwikkeling van warmtenetten. Welke rol de gemeente hierin inneemt hangt van verschillende factoren af en is vaak ook een politiek besluit. Bij de aanleg van een warmtenet kan je als gemeente alles uit handen geven aan een of meerdere externe partijen, daarmee lopen we als gemeente zelf weinig risico maar werk je wellicht wel een monopolie positie voor de markt in de hand. Dit komt de betaalbaarheid en keuzevrijheid niet altijd ten goede. Het is daarom belangrijk aan de voorkant heldere afspraken te maken over de randvoorwaarden. Er zijn ook constructies denkbaar waarbij je als gemeente zelf (deels) eigenaar bent en/of er sprake is van een coöperatief warmtenet waarbij ook inwoners eigenaar zijn. Welke rol het best bij Zeist past wordt de komende jaar verder uitgewerkt. De raad zal hier ook een besluit over moeten nemen. Dit wordt al op korte termijn actueel bij de verkenningen in Vollenhove en Den Dolder. Een warmtenet heeft natuurlijk ook een warmtebron nodig.

Er zijn drie partijen geïdentificeerd met grootschalige potentiële warmtebronnen in Zeist: Remia, Vitens en Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. Remia heeft restwarmte over en kan daarmee tot 500 woningen verwarmen. Uit de waterleidingen van Vitens is het wellicht in de toekomst mogelijk om warmte te winnen. De Rioolwaterzuiveringsinstallatie van Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden is een potentiële warmtebron door het winnen van warmte uit (afval)water. Engie als vergunninghouder van de opsporingsvergunning in de regio Utrecht, is de partij waarmee samengewerkt moet worden indien de ondergrond van Zeist ook geschikt lijkt voor het benutten van aardwarmte. Samen met deze partij zal in de verkenningen verder onderzoek worden gedaan naar haalbaarheid van de bron. Belangrijke samenwerkingspartners in de warmtetransitie zijn de woningcorporaties, Stedin en Stichting Energie Zeist. De woningcorporaties zijn met 8.633 woningen goed vertegenwoordigd in Zeist (meer dan 25% van het totaal). De twee grootste corporaties Woongoed Zeist en RK Woningbouwvereniging Zeist hebben daarom hun bijdrage geleverd aan deze Transitievisie en hun ontwikkel- en renovatieplannen gedeeld zodat plannen over investeringen, infrastructuur en vastgoed goed op elkaar kunnen worden afgestemd.

In de buurten waar zij bezit hebben werken de corporaties graag mee aan de Buurtuitvoeringsplannen en nemen zij zitting in projectteams. Dit geldt ook voor de particuliere verhuurders in Zeist. Zij worden ook actief betrokken omdat zij als vastgoedeigenaar een belangrijke rol spelen in de transitie. Stedin beheert het aardgas- en elektriciteitsnet en draagt bij met haar kennis over mogelijkheden voor (collectieve) energieoplossingen. Een belangrijk speerpunt daarbij is het bepalen van het moment waarop geïnvesteerd kan worden en wanneer (onder welke voorwaarden) dit wenselijk is. Ook Stedin is al betrokken bij de huidige verkenningen en straks onderdeel van de Buurtuitvoeringsplannen. Stichting Energie Zeist heeft een prominente rol in de aanpak zoals hierboven geschetst. Onder de labels Mijn Groene Huis en Mijn Groene Bedrijf blijven zij de ondersteuning voor woningeigenaren en ondernemers doorontwikkelen. Stichting Energie Zeist heeft een groot netwerk en contact met bewoners en ondernemers waardoor ze met lokale kennis actief kunnen bijdragen aan buurtinitiatieven. Zo kunnen ze buurtinitiatieven en wijkverenigingen ondersteunen in de opstartfase, door middel van het inzetten van communicatiekanalen en ondersteunen bij informatievoorziening en voorlichting. Stichting Energie Zeist wordt gefinancierd door de gemeente. 54

Transitievisie Warmte Zeist

Buiten de gemeente zijn er andere overheden die invloed hebben op de visievorming en in mindere mate op de uitvoering van de warmtetransitie. Zo hebben de provincie en het rijk invloed middels overkoepeld beleid of instrumenten. De omliggende gemeenten beïnvloeden de visie via de Regio­nale Energie Strategie (RES). In de RES worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt over het delen van energie- en warmtebronnen en de aanleg van de benodigde grootschalige infrastructuur. Op bedrijventerreinen werken bedrijven (en de gemeente) soms samen aan gemeenschappelijke voorzieningen of een gebiedsvisie. Afstemming met bedrijven en bedrijventerreinen is essentieel om ook voor deze doelgroep tot een passende alternatieve warmtevoorziening te komen. Lang niet alle bedrijventerreinen zijn (goed) georganiseerd. Het speelveld van bedrijven is daardoor versnipperd waardoor vertegenwoordiging en afstemming met bedrijven niet eenvoudig op te zetten is. Dit is een aandachtspunt binnen de afspraken tussen gemeente en Stichting Energie Zeist (Mijn Groene bedrijf ). Wanneer het om uitvoering gaat is de beschikbaarheid van installateurs, (energie)adviseurs en aannemers cruciaal. Het beschikbaar hebben van voldoende goed opgeleid technisch personeel is een belangrijke voorwaarde om de transitie te laten slagen.

Landelijk is dit een aandachtspunt omdat de vraag naar duurzame engineers veel harder stijgt dan het aanbod en duurzaamheid in het technisch onderwijs nog steeds maar beperkt aan bod komt. Ook lokaal zal er gekeken moeten worden wat er nodig is om de installatiebranche klaar te stomen voor deze langdurige transitie. De aller belangrijkste schakel in de transitie zijn de bewoners en gebouweigenaren. Juist bij deze partijen komt de warmtetransitie tot achter de voordeur. Op buurtniveau zijn intensieve trajecten met de gebouweigenaren nodig om tot een slimme en gedragen keuze te komen voor een nieuwe warmtevoorziening. Gebouweigenaren zijn bijvoorbeeld bewoners, woningbouwcorporaties, (particuliere) verhuurders en ondernemers. Als het aardgas verdwijnt zullen gebouweigenaren isolatie, ventilatie en alternatieve verwarmingsinstallaties moeten overwegen om hun woningen/ gebouwen te verwarmen, om te koken en voor warm water. Deze opgave is niet alleen technisch, maar ook sociaal van aard. Daarom is het belangrijk contact te onderhouden met bewonersverenigingen, wijknetwerken en aan te sluiten bij andere (projecten) in de buurt. Zo kunnen we in buurten een integrale visie ontwikkelen die niet alleen naar warmteoplossingen kijkt.

Gekeken moet bijvoorbeeld worden hoe de warmteoplossing past binnen de ecologische systemen en of er een koppeling gemaakt kan worden met het meer klimaatbestendig maken van de openbare ruimte.

7.7 Doorontwikkeling Transitievisie Warmte De Transitievisie Warmte is een levend document en een startpunt voor het gesprek met alle instellingen, bedrijven en bewoners van onze gemeente. De warmtetransitie is een langdurig proces, dat doorloopt tot 2050. Nieuwe ontwikkelingen en inzichten zullen ervoor zorgen dat we de visie gaandeweg willen bijstellen en concreter kunnen maken. Zo zal er meer inzicht ontstaan in de haalbaarheid van nieuwe warmtebronnen en warmteoplossingen in specifieke buurten. Ook zullen we willen inspelen op nieuwe technologieën en ontwikkelingen in de prijsstelling van de verschillende warmteoplossingen en installaties. Door in gesprek te gaan met alle betrokkenen in onze gemeenten kunnen we de visie sterker maken en in samenspraak concrete plannen opstellen. Zo zullen we steeds meer ervaring opdoen met het transitiegereed maken van gebouwen en complete buurten. Nieuwe inzichten en ontwikkelingen nemen we mee door de Transitievisie Warmte iedere 5 jaar te actualiseren. Transitievisie Warmte Zeist

55

Bijlagen

56

Transitievisie Warmte Zeist

A Afwegingskader aardgasvrije technieken Bij de keuze van een aardgasvrije warmtevoorziening wegen allerlei aspecten mee, zoals kosten, duurzaamheid en betrouwbaarheid. We maken de keuze op grond van de onderstaande criteria, die onder de afbeelding verder worden toegelicht.

Duurzaamheid/milieu

Economisch

■

Benodigde hoeveelheid primaire energie

■

Nationale kosten

■

CO2-uitstoot

■

Kosten voor de eindgebruiker

■

Omgevingsimpact, ruimtebeslag

■

Kwaliteit business case

■

Kwaliteit lucht, water en bodem

■

Onzekerheid in prijsstelling

■

Duurzaamheid in de keten

■

Juridisch kader

Sociaal

Technologisch

■

Draagvlak

■

Beschikbaarheid bronnen

■

Inpasbaarheid & wenselijkheid in woning

■

Onzekerheid in prestatie

■

Gezondheid, welzijn en leefbaarheid

■

Veiligheid

■

Overlast

■

Robuustheid en continuïteit

■

Meekoppelkansen

Duurzaamheid, milieu Benodigde hoeveelheid primaire energie – Primaire energie wordt gedefinieerd als de energie die nodig is aan de bron om de uiteindelijke warmtevraag te dekken. Er wordt dus rekening gehouden met de energie die verloren gaat tijdens transport, opslag en conversiestappen in de keten, en een positieve bijdrage vanuit omgevingswarmte. Een warmteoplossing met een lage primaire energievraag en goede efficiëntie legt minder beslag op de (veelal schaarse) energie-/warmtebronnen. Voor de berekening wordt aangesloten bij de definities uit de BENG-norm26. CO2-uitstoot – De totale uitstoot van CO2-equivalenten in het uiteindelijke warmteconcept. We bekijken alleen de CO2-uitstoot van verwarming, koeling, warm tapwater en ventilatie. Voor de berekening wordt aangesloten bij de aannames en definities uit Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte van het PBL. Omgevingsimpact, ruimtebeslag – Hoeveel ruimte neemt de oplossing in beslag? Is er negatieve impact op de natuur of het landschap, of op de ruimtelijke kwaliteit in de buurt? Kwaliteit lucht, water en bodem – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de luchtkwaliteit, bodem- of waterkwaliteit? Hieronder vallen: ■ Luchtkwaliteit: de uitstoot van onder andere fijn stof, roet en stikstofoxiden.

■ Bodemkwaliteit: risico op verspreiding van bodemverontreinigingen bij toepassing bodemenergie, of juist versnelde afbraak verontreinigde stoffen bij toepassing bodemenergie27. ■ Waterkwaliteit: invloed (positief of negatief ) op de waterkwaliteit en de biodiversiteit in het water

26. De BENG-norm is opgesteld voor nieuwbouw. Dit afwegingskader gebruiken we uiteraard ook voor de bestaande bouw. Voor de consistentie passen we dezelfde definities toe. 27. Zie bijvoorbeeld: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bodemconvenant/thema/kennis/ uitvragen/uitvraag-2016/wko-plus-duurzame/ Transitievisie Warmte Zeist

57

Duurzaamheid in de keten – Leidt de oplossing tot negatieve milieu-impact elders, bijvoorbeeld ontbossing, of uitputting van schaarse grondstoffen?

Sociaal Draagvlak – Is er draagvlak/acceptatie onder de bewoners en lokale ondernemers in de buurt voor de gekozen oplossing? Inpasbaarheid & wenselijkheid in de woning – Hoe goed is de oplossing inpasbaar in de woning? Neemt de oplossing veel ruimte in de woning in beslag? Is er een ingrijpende verbouwing nodig? Hier wordt ook onderzocht in hoeverre de ingrepen die nodig zijn effect hebben op de cultuurhistorische waarde van de woning, hetgeen zeker bij monumenten van belang is. Gezondheid, welzijn, leefbaarheid – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de directe leefomgeving? Is er een (langetermijn)effect op gezondheid of leefbaarheid? Hieronder vallen: ■ Geluidhinder: geeft de gekozen techniek geluidhinder binnen de woning of op de omgeving? ■ Binnenklimaat: leidt de oplossing tot (on)gezondere lucht binnenshuis? ■ Comfort: verandert het comfort van de woning? (negatief dan wel positief ) Overlast - Kunnen we de overlast beperkt houden? Bijvoorbeeld het openbreken van straten bij aanleg en onderhoud van een warmtenet.

Economisch Nationale kosten – De totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief investerings-/vervangingskosten en de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Voor de berekening wordt aangesloten bij de Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte van het PBL. Kosten voor de eindgebruiker – Alle kosten die een eindgebruiker betaalt voor de omschakeling op aardgasvrij verwarmen. Dat zijn zowel de energielasten, kosten voor (het gebruik van) installaties en isolatie. Alle subsidies en belastingen zijn hierin verwerkt. Eindgebruikers zijn huurders en eigenaar-gebruikers van gebouwen (bewoners en ondernemers). Kwaliteit business case – Een gezonde robuuste business case voor alle partijen zorgt dat investeringen beschikbaar komen en vermindert het risico dat projecten niet van de grond komen of stil komen te liggen. Onzekerheid in prijsstelling – Grote financiële risico’s worden zoveel mogelijk vermeden. Voor bewoners moet duidelijk zijn wat hun lasten zullen worden. Kan gegarandeerd worden dat zij niet voor verrassingen komen te staan, bijvoorbeeld door een elektriciteitsverbruik dat veel hoger blijkt dan voorspeld? Juridisch kader – Moet er juridisch nog veel geregeld worden om deze oplossing mogelijk te maken? Is de wet- en regelgeving al passend?

Technologisch Beschikbaarheid bronnen – Is de bron in voldoende mate aanwezig? Is de bron nu en in de toekomst rendabel te exploiteren? Het optimaal benutten van de lokaal beschikbare (warmte)bronnen heeft de voorkeur boven het importeren van energie van buiten de gemeente. Onzekerheid in performance – Is het een bewezen techniek? Als het een nieuwe techniek is, wat kan er gezegd worden over de performance? 58

Transitievisie Warmte Zeist

Veiligheid – Zijn er risico’s voor de (externe) veiligheid verbonden met de techniek? In hoeverre kunnen deze risico’s worden beheerst? Robuustheid, continuïteit – Leveringszekerheid van de warmtevoorziening is cruciaal. Brengt de gekozen techniek een groter risico op uitval of storingen met zich mee, dan we van het huidige energiesysteem gewend zijn? Als er iets uitvalt, is er dan een vervanging (back-up)? Meekoppelkansen – Hoe goed sluit de oplossing aan bij andere ontwikkelingen in de buurt? Zijn er qua timing meekoppelkansen, bijvoorbeeld met groot onderhoud, vervanging van riolering of asfalt of aanleg van glasvezel? Maar ook: hoe goed past de oplossing bij de gebiedsontwikkeling?

Transitievisie Warmte Zeist

59

B Reflectie op de Leidraad Startanalyse Eén van onze belangrijkste uitgangspunten, is dat we zoeken naar de warmte-optie met de laagste kosten. Voor een eerste inschatting van de totale kosten van de diverse warmte-opties gebruiken we de Leidraad Startanalyse van het Expertise Centrum Warmte28. In de Startanalyse wordt de oplossing berekend met de laagste “nationale kosten”: de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt29. De berekening uit de Leidraad Startanalyse gaat per CBS-buurt. Omdat binnen een CBS-buurt heel verschillende type gebouwen kunnen staan, hebben De WarmteTransitieMakers in hun analyse voor Zeist (hoofdstuk 4) ook naar kleinere clusters bebouwing gekeken. Daarmee ontstaat een meer gedetailleerd beeld zodat er verschillende oplossingen voor buurten binnen een wijk gekozen kunnen worden. De Leidraad Startanalyse is een technisch-economische modelberekening die per buurt de warmtevoorziening met de laagste maatschappelijke kosten berekent30. Dit model is opgeleverd in september 2019, door het Expertise Centrum Warmte, en gebruikt landelijke data van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In de berekening zijn verschillende oplossingen met elkaar vergeleken, en is op basis van gemiddelde kosten voor isolatie en infrastructuur een overzicht gemaakt van de kosten per warmte-alternatief.

Dit is voor alle buurten in Nederland op dezelfde manier berekend. De WarmteTransitieMakers gebruiken de Leidraad Startanalyse als vergelijking en aanvulling naast de eigen aanpak. De beide modellen versterken elkaar en geven meer zekerheid. Voor buurten waar vergelijkbare resultaten uitkomen, wordt het verhaal nog overtuigender. Voor buurten waar juist heel verschillende resultaten uitkomen, kan een extra analyse belangrijk zijn om deze verschillen te verklaren. In het model van de Leidraad zijn belangrijke aannames gemaakt, die de uitkomsten sterk beïnvloeden. Bij de interpretatie van het model is het daarom belangrijk om deze aannames en keuzes in het achterhoofd te houden. Zo worden in de Leidraad alle woningen naar een energielabel B geïsoleerd, wat in de praktijk erg kostbaar is voor bijvoorbeeld oudere woningen of monumenten (zie uitleg warmteprofielen). Ook gaat de Leidraad ervan uit dat de elektriciteitsvoorziening in de toekomst CO2-neutraal is. Hierdoor scoren individuele elektrische oplossingen vaak goed op CO2besparing. Alhoewel dit natuurlijk een mooi vooruitzicht is, is het onwaarschijnlijk dat dit in 2030 (het zichtjaar van de Leidraad) al gehaald wordt. Al met al geeft de Leidraad een redelijk grove, eerste inschatting van het warmte-alternatief met de laagste maatschappelijke kosten voor verschillende buurten.

Dit is waardevolle informatie, die wel altijd met een lokale analyse onderbouwd moet worden. Hierbij is het belangrijk de aannames en keuzes in het model te begrijpen.

28. https://www.pbl.nl/publicaties/achtergrondrapport-bij-de-startanalyse-aardgasvrije-buurten 29. Nationale kosten zijn inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. 30. Voor meer informatie: https://www.expertisecentrumwarmte.nl/leidraad/startanalyse/default.aspx

60

Transitievisie Warmte Zeist

Uitkomsten Leidraad in Zeist In onderstaande kaart is per CBS-buurt aangegeven welke warmte-optie volgens de Leidraad de laagste nationale kosten heeft.

S1: Individuele elektrische warmtepomp S2: Warmtenet met MT/HT bron S3: Warmtenet met LT bron S4: Groen gas met hybride warmtepomp S5: Groen gas met HR-ketel

Figuur 11: Uitkomst Leidraad: warmte-alternatief met laagste nationale kosten per buurt (Leidraad Startanalyse ECW, 2019)

Transitievisie Warmte Zeist

61

Figuur 12: Uitkomst analyse De WarmteTransitieMakers, logische toekomstige warmtevoorziening Voor gemeente Zeist komt de uitkomst van de Leidraad Startanalyse redelijk overeen met de uitkomsten van de analyse van De WarmteTransitieMakers. Voor veel buurten, met name buiten het centrum van Zeist, ligt een individuele elektrische warmtevoorziening het meest voor de hand. In enkele buurten met hoogbouw (Zeist-West) of een lokale warmtebron (Den Dolder) komt uit beide modellen naar voren dat een warmtenet logisch is. Er zijn ook belangrijke verschillen. Zo benoemt de Leidraad enkele restwarmtebronnen die in werkelijkheid geen warmte kunnen leveren (Vrumona in gemeente Bunnik en het RIVM in gemeente De Bilt). 62

Transitievisie Warmte Zeist

Een ander belangrijk verschil is de inzet van groen gas in Vollenhove, waar uit de buurtverkenning een warmtenet als beste oplossing naar voren kwam. In de Leidraad-resultaten op buurtniveau blijkt dat voor Vollenhove de kosten voor een warmtenet (S2) of een groen gas-oplossing (S4 en S5) redelijk dicht bij elkaar liggen (13% verschil, zie figuur 13). Met de verwachting van een zeer beperkte beschikbaarheid van groen gas voor de gebouwde omgeving, lijkt een warmtenet hier een logischere oplossing. Voor Austerlitz komt een individuele elektrische warmtepomp (S1) als goedkoopste alternatief naar voren. Ook hier liggen de kosten voor verschillende alternatieven heel dicht bij elkaar (zie figuur 14). Zo is bijvoorbeeld een oplossing met een hybride warmtepomp maar 2% duurder. Uit de buurtverkenning van Austerlitz bleek ook dat verschillende opties hier mogelijk zijn.

Euro/ton CO2-reductie t.o.v. het ref. 2018

600 S1: Individuele elektrische warmtepomp 400

S2: Warmtenet met MT/HT bron S3: Warmtenet met LT bron

200

S4: Groen gas met hybride warmtepomp S5: Groen gas met HR-ketel

0 2030 ref. 2030 S1 2030 S2

2030 S3

2030 S4

2030 S5

Figuur 13: Nationale kosten voor verschillende warmte-alternatieven in Vollenhove (Leidraad, 2019)

Euro/ton CO2-reductie t.o.v. het ref. 2018

1200

900

S1: Individuele elektrische warmtepomp S2: Warmtenet met MT/HT bron

600

S3: Warmtenet met LT bron S4: Groen gas met hybride warmtepomp

300

S5: Groen gas met HR-ketel

0 2030 ref. 2030 S1 2030 S2

2030 S3

2030 S4

2030 S5

Figuur 14: Nationale kosten voor verschillende warmte-alternatieven in Austerlitz (Leidraad, 2019)

Transitievisie Warmte Zeist

63

C Bedrijventerreinen In zijn algemeenheid kan gezegd worden dat op de bedrijventerreinen veel ondernemers positief staan tegenover verduurzaming. Hetzelfde geldt voor de pandeigenaren. Er is vaak wel investeringsbereidheid maar het ontbreekt vaak aan tijd of het komt nog even niet uit met de prioritering of planning om hierover na te denken. Op een paar individuele bedrijven en vastgoedeigenaren na zijn er geen ambities bekend om van het gas af te gaan. Vaker richten ondernemers zich op de maatregelen waarmee de grootste winst op korte termijn te behalen valt, zoals overgaan op LED verlichting en het plaatsen van zonnepanelen. Zeist kent negen bedrijventerreinen: ■ Handelscentrum Dijnselburg, Zeist ■ Bedrijvenpark Seyst / de krakeling, Zeist ■ Utrechtseweg/ Driebergseweg, Zeist ■ Station Driebergen – Zeist, Zeist ■ Fornhese, Den Dolder ■ De Eland, Den Dolder ■ De Duif - Remia, Den Dolder ■ Oud Zandbergen, Huis Ter heide ■ Zeist West, Zeist Handelscentrum Dijnselburg is het grootste industrieterrein van Zeist. Een groot deel is gebouwd omstreeks 1975 en hier en daar zijn jongere gebouwen van rond 2005. Het is een combinatie van kantoren en hallen. Er is geen organisatorische samenhang aanwezig. Wel is het relatief nieuwe deel Dijnselburgerlaan 1- 1 t/m 1- 21 (bouwjaar 2007) via een VvE georganiseerd, maar hier spelen (voor zover bekend) nog geen verduurzamingsplannen.

Op dit terrein is momenteel wel een groeiend aantal individuele bedrijven die graag grote stappen zouden willen zetten zoals bijvoorbeeld Achmea en ZPH verpakkingen. De ontwikkelingen op dit grote industrieterrein terrein worden met aandacht gevolgd en waar mogelijk ondersteund. Industrieterrein Zeist-West is het tweede grootste (en wat oudere) industrieterrein. Ondernemers zijn onder andere georganiseerd via de vereniging bedrijvenpark Zeist West (VBZW) en verschillende VVE’s. Er zijn veel autogerelateerde activiteiten. Ondernemers en pandeigenaren kennen elkaar. Hier is al regelmatig over verduurzaming gesproken en verschillende ondernemers staan hiervoor open. In eerste instantie wordt aan zonnepanelen gedacht en eenvoudige besparingsmogelijkheden. Omdat het terrein dicht op de woonwijk Zeist-West ligt, is een gecombineerde aanpak wellicht een aantrekkelijke route om van het aardgas af te gaan. De bedrijven zullen daarom meegenomen worden in de haalbaarheidsonderzoeken voor de woonwijk, die gepland staan voor de periode 2025-2030. Fornhese Den Dolder is zeer wisselend qua bedrijven. Er is ook veel zware bedrijvigheid aanwezig met functionele uitstraling. Hier en daar staan verouderde panden. Er is geen organisatie aanwezig, maar dit wordt mogelijk opgezet. Een aantal grote individuele bedrijven is zeer milieubewust en neemt grote stappen.

De Duif – Remia, Remia heeft al veel gedaan aan verduurzaming. De gemeente is met hen in gesprek voor restwarmte. De Duif is een relatief nieuw, klein bedrijventerrein met bedrijfsverzamelgebouwen. Er is een bestuur met VvE. Een aantal ondernemers is geïnteresseerd in verduurzaming. Ook lopen er hier gesprekken over zonnepanelen. 64

Transitievisie Warmte Zeist

Stationsgebied Driebergen Zeist. Een terrein met wisselende soorten panden, nieuw en oud door elkaar. Van oorsprong een aantal auto-gerelateerde bedrijven, nu ook bedrijfsverzamelgebouwen. Er is weinig samenhang tussen de bedrijven. Utrechtseweg/Driebergseweg. Veel oudere gebouwen en grote gebouwen of complexen waar hier en daar herstructureringsplannen zijn. Seyst. Relatief klein maar modern terrein met voornamelijk bedrijfshallen en bedrijfsverzamelgebouwen. Het VvE Bestuur en een aantal ondernemers/pandeigenaren willen graag het mooiste en duurzaamste industrieterrein zijn in Zeist. Op dit moment loopt er een onderzoek voor haalbaarheid van zonnepanelen op alle daken. Verder staan energiescans gepland voor verdere energiebesparing. Een kansrijk terrein vanwege nieuwe panden, animo en kleinschaligheid/haalbaarheid. De Eland. Een terrein met enkele partijen waarvan Manutan de grootste is. Manutan heeft al meerdere verduurzamingsstappen gezet in het kader van een EED traject. Oud Zandbergen Autoboulevard. Klein industrieterrein met aantal grote autodealers. Zij vallen allemaal binnen de EED regelgeving. Er lopen verduurzamingstrajecten met zonnepanelen en LED verlichting. Gezien de relatief nieuwe panden een kansrijk terrein.

Transitievisie Warmte Zeist

65

D Verkenningsbuurten Voorafgaand aan de Transitievisie Warmte zijn in 2019 en 2020 in een aantal buurten al verkennende onderzoeken gedaan. Sommige van deze onderzoeken zijn (met een voorlopige conclusie) afgerond en andere lopen nog door. Voor de meest actuele informatie verwijzen wij naar de gemeentelijke website (www.zeist.nl) of naar Mijn Groene Huis.

Vollenhove (inclusief Pedagogenbuurt) Om meerdere redenen zijn Vollenhove en de Pedagogenbuurt interessant om als startbuurt te verkennen. De buurt heeft veel hoogbouw, heeft een grote warmtevraag die al in centrale ketelruimtes wordt opgewekt. Daarnaast kent Vollenhove veel grote verhuurders, dus werken aan grote, collectieve oplossingen ligt hier voor de hand, waarmee bovendien gelijk een groot deel van de Zeister woningvoorraad aangepakt wordt. Vollenhove geldt daarnaast als een buurt met uitdagingen, waar de gemeente in samenwerking met o.a. de verhuurders werkt aan een buurtaanpak “Vollenhove Vooruit” op meerdere pijlers (Sociaal, Fysiek, Veiligheid en Duurzaamheid).

Bewonersinitiatief Pedagogenbuurt Participatietraject gestart

Vergelijk opties: Zonthermie net HT Aansluiten Vollenhove Individuele WP

Vervanging gasleiding voor 2030 Herbestrating parkeerterrein 2024

Wijkaanpak “Vollenhove vooruit!” Sociaal Fysiek Veiligheid Duurzaamheid

Torenflat Vervanging gasketels 2020-2021

L-Flat Renovatie interieur (badkamer, keukens en toiletten)

Warmtenet Vollenhove obv Lokale bron: WKO, LTA of biomassa Geothermie Uithof (in onderzoek)

Figuur 15: Onderzoeksgebied verkenningsstudie Vollenhove en Pedagogenbuurt Onderdeel van de wijk Vollenhove, maar een afwijkend deel in de buurt, is de Pedagogenbuurt. Binnen deze buurt met hetzelfde type eengezinswoningen loopt een bewonersinitiatief dat de mogelijkheden voor een aardgasvrije buurt verkent. De buurt kenmerkt zich door karakteristieke, gelijke woningtypen en een groot animo voor verduurzaming: een meerderheid van de woningen heeft zonnepanelen op de daken gelegd.

66

Transitievisie Warmte Zeist

Voor Vollenhove (inclusief Pedagogenbuurt) is in mei 2020 een rijksbijdrage aangevraagd uit het Programma Aardgasvrije Wijken, daarmee zou bij toekenning een deel van de onredabele top gefinancierd kunnen worden.

Facts Gezamenlijk huisvest Vollenhove 7% van de inwoners van Zeist. Vollenhove is een buurt gebouwd tussen 1966-1979. De woningvoorraad, bestaande uit ruim 2300 woningen, bestaat voor een groot deel uit hoogbouw en heeft slechts 10% grondgebonden woningen (de Pedagogenbuurt). Er zijn vooral huurwoningen in deze buurt. Door de hoeveelheid hoogbouw ligt het energieverbruik per huishouden onder het gemiddelde in Zeist. Buurt

Vollenhove

Inwoners Aantal inwoners buurt

4575

Aantal inwoners Gemeente Zeist

63.322

Gemiddeld huishoudensgrootte

1,9

Stedelijkheid Oppervlakte buurt totaal (ha)

85

Mate van stedelijkheid (schaal 1-5)*

3

Woningen Woningvoorraad (aantal)

2311

Gemiddelde woningwaarde (x €1000)

117

Eengezinswoning (% totaal)**

10

Meergezinswoning (% totaal)***

90

Koopwoningen (% totaal)

14

Huurwoningen (% totaal)

86

Bezit woningcorporatie (% totaal)

56

Energieverbruik Gemiddeld elektriciteitsverbruik (kWh)

2300

Gemiddeld elektriciteitsverbruik Gemeente Zeist (kWh)

2900

Gemiddeld gasverbruik (m3)

1010

Gemiddeld gasverbruik Gemeente Zeist (m3)

1564

Tabel 2: Overzicht statistieken voor buurten Vollenhove ten opzichte van gemeente Zeist in het geheel. *

Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend. De volgende klassenindeling is gehanteerd: 1: zeer sterk stedelijk ≥ 2.500 adressen per km² 2: sterk stedelijk 1.500 - 2.500 adressen per km² 3: matig stedelijk 1.000 - 1.500 adressen per km² 4: weinig stedelijk 500 - 1.000 adressen per km² 5: niet stedelijk < 500 adressen per km² ** Eengezinswoning: Elke woning die tevens een geheel pand vormt. Hieronder vallen vrijstaande woningen, aaneen gebouwde woningen, zoals twee onder één kap gebouwde hele huizen, boerderijen met woningen en voorts alle rijenhuizen. *** Elke woning die samen met andere woonruimten c.q. bedrijfsruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voor zover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur.

Transitievisie Warmte Zeist

67

Activiteiten Op dit moment vinden verschillende activiteiten plaats rondom het thema aardgasvrij in de buurt Buurtaanpak Vollenhove ■ Aanpak “Vollenhove Vooruit”. Gemeente werkt samen met sociale partners en vastgoedeigenaren in Vollenhove aan een aanpak op basis van 4 pijlers: Sociaal, Fysiek, Veiligheid en Duurzaamheid. ■ Aanvraag rijksbijdrage Aardgasvrije Wijken is in mei 2020 bij het rijk ingediend, op basis van onderzoek wat DWA heeft gedaan naar mogelijke alternatieven voor aardgas. Samen en in overleg met vastgoedeigenaren, netbeheerder, vve’s en vertegenwoordigers uit de Pedagogenbuurt is een subsidieaanvraag gedaan. Deze subsidieaanvraag is gedaan bij Programma Aardgasvrije Wijken, voor (een deel van) de investeringen voor een collectief warmtenet voor de hoogbouw en Pedagogenbuurt. De collectieve duurzame warmte wordt met name middels warmtepompen geproduceerd. Uitslag aanvraag verwacht op: 22 oktober 2020. Verkenning aardgasvrij Pedagogenbuurt (bewonersinitiatief) ■ 3-maandelijkse bijeenkomst klankbordgroep bewoners ■ Halfjaarlijkse voortgangspresentatie buurtbewoners ■ Procesbegeleiding en technische onderzoeken onder leiding van De WarmteTransitieMakers (2019-2020) Technisch onderzoek ■ Quick-scan warmtenet Vollenhove/Pedagogenbuurt (Greenvis) ■ Verdere uitwerking collectief duurzaam warmtenet (DWA)

Austerlitz Een bewonersinitiatief is de aanleiding geweest voor een buurtverkenning in Austerlitz. Een bewoner startte, gesteund door Stedin en de gemeente, een onderzoek naar aardgasvrije alternatieven voor het dorp. Concrete aanleiding voor Stedin om mee te doen was het aardgasnet dat in het dorp vóór 2030 vervangen zou moeten worden. Later bleek deze datum niet zo hard te zijn en een deel van het gasnet zelfs al veel eerder vervangen te moeten worden. Ondanks dat lopen de onderzoeken door. Het dorp Austerlitz kent een grote variëteit aan bouwjaren. Naast een kleine groep rijtjeshuizen bestaat het grootste deel uit twee-onder-een-kap woningen en vrijstaande woningen. Austerlitz is een hechte gemeenschap met groot organisatorisch vermogen. Binnen de buurtaanpak zijn twee bewonersorganisaties betrokken: Austerlitz duurzaam en Austerlitz belang. Eerste resultaten laten zien dat er in Austerlitz meerdere warmteoplossingen denkbaar zijn, die qua maatschappelijke kosten niet ver uit elkaar liggen. Wellicht is niet één oplossing voor het hele dorp geschikt, maar is het slimmer woningtypes (en bouwjaren) te clusteren. De opties “all electric met warmtepompen’, ‘waterstof”, “waterstof met hybride warmtepomp” en “warmtenet op lage temperatuur” worden in het vervolgonderzoek verder uitgewerkt. Dan wordt o.a.

gekeken wat de investeringen en maandlasten per huis zijn voor iedere mogelijke oplossing. Er hebben zich 25 huishoudens aangemeld om hierbij als ‘referentiewoning’ te fungeren. Wens is om voor Austerlitz in 2021 een rijksbijdrage uit het programma “Aardgasvrije Wijken’ aan te vragen, om hiermee de onrendabele top voor inwoners te kunnen financieren.

68

Transitievisie Warmte Zeist

Bewonersinitiatief Participatietraject gestart

Vervanging gasleiding voor 2030

Vergelijking technieken met IF-Tool Waterstof Individuele WP Warmtenet biomassa

Figuur 16: Onderzoeksgebied verkenningsstudie Austerlitz

Activiteiten Buurtverkenning Austerlitz ■ Maandelijkse bijeenkomst werkgroep (actieve bewoners, Stedin, Woongoed Zeist, Austerlitz Duurzaam, Austerlitz Belang en gemeente Zeist) ■ Technisch onderzoek naar mogelijkheden: Stedin met IF-Tool (afronding september 2019) ■ Periodieke bewonersbijeenkomsten ■ Oprichting klankbordgroep (vanaf september 2019) ■ Vervolgonderzoek bij 25 huizen (oktober 2020)

Facts Austerlitz is een gevarieerde buurt qua bouwjaren; De eerste bebouwing dateert van voor 1930, ongeveer tien procent van de buurt is na 2000 gebouwd. Hiertussen bevinden zich verschillende type woningen van uiteenlopende bouwjaren. Driekwart van de woningen zijn koopwoningen en een nog groter deel zijn grondgebonden woningen. De woningwaarde in Austerlitz ligt net iets hoger dan het gemiddelde in Zeist, respectievelijk 319.000 tegenover 298.000 (in 2017). De mate van verstedelijking is erg laag in Austerlitz met een dichtheid met minder dan 500 woningen per km2.

Transitievisie Warmte Zeist

69

Buurt

Austerlitz

Verspreide huizen Austerlitz

Aantal inwoners buurt

1440

30

Aantal inwoners Gemeente Zeist

63.322

63.322

Gemiddeld huishoudensgrootte

2,3

2,1

Oppervlakte buurt totaal (ha)

74

360

Mate van stedelijkheid (schaal 1-5)*

5

5

Woningvoorraad (aantal)

625

14

Gemiddelde woningwaarde (x €1000)

319

–

Eengezinswoning (% totaal)**

94

–

Meergezinswoning (% totaal)***

6

–

Koopwoningen (% totaal)

76

–

Huurwoningen (% totaal)

24

–

Bezit woningcorporatie (% totaal)

12

–

Gemiddeld elektriciteitsverbruik (kWh)

3310

4530

Gemiddeld elektriciteitsverbruik Gemeente Zeist (kWh)

2900

2900

Gemiddeld gasverbruik (m3)

1710

2410

Gemiddeld gasverbruik Gemeente Zeist (m3)

1564

1564

Inwoners

Stedelijkheid

Woningen

Energieverbruik

Tabel 3: Overzicht statistieken voor Austerlitz ten opzichte van gemeente Zeist in het geheel *

Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend. De volgende klassenindeling is gehanteerd: 1: zeer sterk stedelijk ≥ 2.500 adressen per km² 2: sterk stedelijk 1.500 - 2.500 adressen per km² 3: matig stedelijk 1.000 - 1.500 adressen per km² 4: weinig stedelijk 500 - 1.000 adressen per km² 5: niet stedelijk < 500 adressen per km² ** Eengezinswoning: Elke woning die tevens een geheel pand vormt. Hieronder vallen vrijstaande woningen, aaneen gebouwde woningen, zoals twee onder één kap gebouwde hele huizen, boerderijen met woningen en voorts alle rijenhuizen. *** Elke woning die samen met andere woonruimten c.q. bedrijfsruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voor zover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur.

70

Transitievisie Warmte Zeist

Aantal woningen tegenover aantal woningen met isolatie Spouw, vloer en dak Diversen Oude huizen tot ’20 Senioren en kleine gezinswoningen Vrijstaand klein jaren 30 Vrijstaand groot jaren 30 Bungalows vanaf’70 Bungalows vanaf ’60 Vrijstaand groot’80 Vrijstaand groot ’50-’80 Grote 2-1 kap ’80 Grote 2-1 kap ’60-’70 Rijwoning middel vanaf ’70 Rijwoning middel vanaf ’70 Rijwoning klein ’50-’70 0

50 Aantal woningen met isolatie

100

150

Aantal woningen per type

Figuur 17: Toegepaste isolatiemaatregelen in woningen in Austerlitz, ten opzichte van het totaal aantal woningen in Austerlitz

EBG en Slot Zeist Het Slot, gebouwd in 1632, is een rijksmonument. In het verlengde van het slot ligt de Evangelische Broedergemeente (EBG), bestaande uit woonhuizen en kantoren verdeeld over het Broederplein en Zusterplein. Het Slot is eigendom van de gemeente, de EBG is een kerkgemeenschap die de panden beheerd en verhuurd. De beheerder van de EBG ziet verduurzaming als onderdeel van een bredere gebouwstrategie om de panden eigentijdser en toekomstbestendiger te maken in gebruik. Het Slot en de prachtige panden op het Broeder- en Zusterplein zijn iconische gebouwen voor Zeist en kunnen als voorbeeldfunctie dienen voor meer “lastige” rijks- of gemeentelijk monumenten om te verduurzamen. Bureau DWA onderzocht samen met een werkgroep van stakeholders de alternatieve warmteoplossingen. Dit is niet eenvoudig. Omdat het om lastig te verwarmen panden gaat wordt o.a. gekeken naar de mogelijkheden van groen gas en waterstof. Op korte termijn is er niet één warmteoplossing geschikt en betaalbaar om de monumentale panden mee te verwarmen. Vooralsnog wordt ingezet op energiebesparing en gezocht naar financiering voor de volgende stappen.

Transitievisie Warmte Zeist

71

Activiteiten ■ ■

Werkgroep van stakeholders in leven geroepen DWA opdracht gegeven voor technisch onderzoek naar mogelijkheden van aardgasvrije energievoorziening in Slot Zeist en EBG

Facts Slot Zeist is gebouwd in 1686 en heeft sindsdien de nodige renovaties ondergaan. Ten noorden van het Slot ligt het EBG-terrein, met circa 100 woningen die voor 1930 gebouwd zijn. Van deze woningen is net iets minder dan de helft huurwoningen in bezit van de evangelische broedergemeenschap, dus niet in het bezit van zeen woningcorporatie. Het energieverbruik in dit gebied ligt hoger dan het gemiddelde in Zeist. Buurt

Het Slot en omgeving

Inwoners Aantal inwoners buurt

375

Aantal inwoners Gemeente Zeist

63.322

Gemiddeld huishoudensgrootte

2,0

Stedelijkheid Oppervlakte buurt totaal (ha)

46

Mate van stedelijkheid (schaal 1-5)*

2

Woningen Woningvoorraad (aantal)

208

Gemiddelde woningwaarde (x €1000)

473

Eengezinswoning (% totaal)**

28

Meergezinswoning (% totaal)***

72

Koopwoningen (% totaal)

55

Huurwoningen (% totaal)

43

Bezit woningcorporatie (% totaal)

0

Energieverbruik Gemiddeld elektriciteitsverbruik (kWh)

3510

Gemiddeld elektriciteitsverbruik Gemeente Zeist (kWh)

2900

Gemiddeld gasverbruik (m3)

1580

Gemiddeld gasverbruik Gemeente Zeist (m3)

1564

Tabel 4: Overzicht statistieken voor Het Slot en omgeving ten opzichte van gemeente Zeist in het geheel. Deze informatie gaat over de buurt ‘het Slot en omgeving’, wat een groter gebied is dan alleen EBG en Slot Zeist. Tot die buurt behoren ook de woningen ten oosten van Slot Zeist. De totale woningvoorraad van de buurt ligt net boven de 200 woningen en ongeveer de helft daarvan valt onder Slot Zeist en EBG. In het gehele gebied is de oppervlakte per woning ruim opgezet is, al zijn de woningen die niet van EBG zijn aanzienlijk nieuwer, deze zijn de laatste 50 jaar gebouwd i.p.v. voor 1930. *

72

Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend. De volgende klassenindeling is gehanteerd: 1: zeer sterk stedelijk ≥2.500 adressen per km² 2: sterk stedelijk 1.500 - 2.500 adressen per km² 3: matig stedelijk 1.000 - 1.500 adressen per km² 4: weinig stedelijk 500 - 1.000 adressen per km² 5: niet stedelijk < 500 adressen per km²

Transitievisie Warmte Zeist

** Eengezinswoning: Elke woning die tevens een geheel pand vormt. Hieronder vallen vrijstaande woningen, aaneen gebouwde woningen, zoals twee onder één kap gebouwde hele huizen, boerderijen met woningen en voorts alle rijenhuizen. *** Elke woning die samen met andere woonruimten c.q. bedrijfsruimten een geheel pand vormt. Hieronder vallen flats, galerij-, portiek-, beneden- en bovenwoningen, appartementen en woningen boven bedrijfsruimten, voor zover deze zijn voorzien van een buiten de bedrijfsruimte gelegen toegangsdeur.

Den Dolder In het hart van Den Dolder ligt een kansrijke restwarmtebron van Zeist: de Remia fabriek. Dit is een belangrijke aanleiding om deze buurt te verkennen als startbuurt. De reden om de restwarmte te gebruiken is tweeledig, naast een potentiële warmtebron brengt het lozen van dit warme water schade toe aan het riool. Omdat de verkenning samenhangt met de technische voorwaarde voor de levering van restwarmte, is besloten om deze voorwaarde eerst te onderzoeken, voor een communicatie- en participatietraject met de buurt te starten. Uit onderzoeken blijkt dat het in theorie mogelijk is om met de warmte van de Remia fabriek ongeveer 500 woningen te verwarmen op 70 graden, mits de warmte wordt opgewaardeerd middels een (centrale) warmtepomp. Het is daarbij wel belangrijk dat er met een goed back-up systeem wordt gewerkt om niet (alleen) afhankelijk te zijn van één restwarmte bron. Verder onderzocht moet worden voor welke woningen dat interessant is. In het onderzoek is o.a. gekeken naar een clustering van corporatiewoningen, maar het kan ook voor particuliere woningen en maatschappelijk vastgoed een interessante optie zijn om aan te sluiten op dit mogelijke warmtenet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10089345/1