01-21RV029 - Bijlage 1 Transitievisie Warmte Zeist 2021 (incl bijlage E)
Tekst van het document
Ruim beschikbare warmteoplossingen in Zeist Bodemenergie, warmte-koudeopslag (WKO) en bodemwarmtewisselaars In een groot deel van Zeist is de inzet van bodemenergie mogelijk. Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Een deel van Zeist heeft een boringsvrije zone vanwege drinkwaterwinning, een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied en/of een 100-jaars aandachtsgebied. In deze gebieden kan deze techniek niet (zondermeer) ingezet worden. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, met zowel open systemen als gesloten systemen waarbij geen grondwater wordt gebruikt of opgepompt. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300 m diep. Een eerste inschatting van de totale capaciteit van de bodem in Zeist is: 1.300 TJ/jaar (excl. de boringsvrije zone)11. Een nauwkeuriger onderzoek naar de inzetbaarheid en capaciteit loopt op dit moment nog. Warmte-koudeopslag (WKO) en bodemwisselaars biedt ook de mogelijkheid om gebouwen in de zomer te koelen. WKO is in te zetten in combinatie met andere technieken, zoals extra koeling van gebouwen, zonnewarmte, dry-coolers of thermische energie uit oppervlaktewater (TEO).
Daarnaast is er bij deze maximale capaciteit vanuit gegaan dat in het hele bebouwde grondgebied van Zeist bodemenergie toegepast wordt, behalve in de gebieden waar niet geboord mag worden. Dit is op sommige plaatsen wellicht lastig in te passen, bijvoorbeeld in het centrum. Luchtwarmtepompen Luchtwarmtepompen onttrekken warmte aan de buitenlucht om de woning te verwarmen, en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard luchtwarmtepomp geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan – net als voor andere lage temperatuur-oplossingen – goed geïsoleerd zijn, en er is een passend warmte-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuur-radiatoren. Er zijn ook midden- en hoge temperatuur warmtepompen op de markt. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Luchtwarmtepompen zijn op grote schaal inzetbaar in de gehele gemeente. Zonnewarmte Warmte uit zonnecollectoren kan zowel op grotere schaal als per woning ingezet worden. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïsch-thermisch).
11. Bron: RVO, WarmteAtlas, www.warmteatlas.nl Transitievisie Warmte Zeist
27
Het theoretisch potentieel voor zonnewarmte in Zeist is 2.400 TJ/jaar12, waarvan 400 TJ/jaar uit veldopstelling en 2.000 TJ/jaar van de beschikbare daken. Bij deze berekening is aangenomen dat alle daken die daarvoor geschikt zijn, gebruikt worden voor zonnewarmte. Het economisch inzetbaar potentieel zal in praktijk daarom veel lager uitvallen. Toch is het een warmtebron om rekening mee te houden. Bij toepassing op daken worden de zonthermische panelen gecombineerd met een warmtepomp in de woning. Bij een veldopstelling wordt een collectieve warmtepomp gebruikt en de warmte via een warmtenet verspreid. De techniek is nog innovatief, maar gezien het grote potentieel interessant om te onderzoeken.
Beschikbare kleinschalige / lokale warmteoplossingen Restwarmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie Uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) kan restwarmte worden gewonnen, die via een warmtenet naar woningen getransporteerd kan worden. Voordeel van riothermie is dat het een constante warmtebron is. De totale capaciteit hiervan voor Zeist is ongeveer 130 TJ/jaar, goed voor ongeveer 4.000 huishoudens13. Wel is er enige onzekerheid of de RWZI op lange termijn op deze locatie blijft bestaan. Warmte door koeling van gebouwen Dit is kleinschalige restwarmte die voortkomt uit de koeling van kantoren, supermarkten, woningen, etc. Dit is vooral interessant in combinatie met WKO: warmte die in de zomer aan het gebouw wordt onttrokken om te koelen, wordt in de winter weer ingezet voor verwarming. Er zijn toepassingen denkbaar per gebouw, met warmte- en koude-uitwisseling tussen enkele gebouwen en per buurt. De potentie hiervan is ca. 75 TJ14 verspreid over de gemeente. Restwarmte industrie Er is één groot bedrijf in Zeist bekend dat restwarmte over heeft: Remia. Er is een haalbaarheidsonderzoek15 gedaan naar deze restwarmte waaruit blijkt dat er circa 500 woningen mee verwarmd kunnen worden (circa 15 TJ). Biomassa (houtachtig) De beschikbaarheid van biomassa (houtachtig) op het grondgebied van Zeist is met 56 TJ/jaar16 zeer beperkt.
Er is veel discussie over duurzaamheidsaspecten van biomassa. Droge biomassa wordt meestal gezien als een tussenoplossing om op korte termijn CO2 uitstoot te beperken. Momenteel wordt houtachtige biomassa veel ingezet in biomassacentrales of als bijstook. In 2050 zal biomassa naar verwachting steeds meer als grondstof ingezet worden in andere sectoren en onderdeel zijn van de biobased economy. Inzet van biomassa voor de verwarming van woningen is dan waarschijnlijk steeds minder aan de orde. 12. In ‘Nieuwe energie voor Zeist – Routekaart naar een energieneutraal Zeist’ is het potentieel berekend voor opwek van elektriciteit met zonnepanelen (PV). Voor de berekening van het potentieel aan zonnewarmte, hebben wij aangenomen dat het beschikbare oppervlak niet voor PV (elektriciteit) gebruikt wordt, maar voor zonthermische panelen (warmte) of PVT (elektriciteit en warmte). Zonthermische panelen hebben een hogere opbrengst dan PV-panelen, de totale opbrengst is daarom hoger dan in de Routekaart. Voor de opbrengst van zonthermische panelen is gerekend met getallen uit het rapport van Berenschot: position paper Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie, 16 november 2018. panelen, de totale opbrengst is daarom hoger dan in de Routekaart.
Voor de opbrengst van zonthermische panelen is gerekend met getallen uit het rapport van Berenschot: position paper Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie, 16 november 2018. 13. Greenvis, 2020. Zeist-West: Quickscan warmtenet. 14. Gemodelleerd op basis van kengetallen per utiliteitsfunctie. 15. Greenvis, 2019, Haalbaarheidsonderzoek benutten restwarmte Remia. 16. Bron: RVO, WarmteAtlas. www.warmteatlas.nl
28
Transitievisie Warmte Zeist
Biogas Biogas afkomstig uit slibvergisting, gft-afval of mest kan een rol gaan spelen in een deel van de warmtevraag. De beschikbaarheid op het grondgebied van Zeist is genoeg voor circa 57 TJ/jaar17. Biogas kan geïmporteerd worden, maar binnen Nederland is de beschikbaarheid zeer beperkt. De inzet van biogas in aardgasleidingen in de gebouwde omgeving is vanuit kostenoverwegingen op het moment zeer aantrekkelijk. Na 2030 wordt echter een groeiende vraag naar duurzaam gas verwacht vanuit industrie en mobiliteit (zwaar verkeer), omdat er voor deze sectoren weinig andere mogelijkheden zijn om te verduurzamen. Het Ministerie van EZK stelt op dit moment met betrokken partijen een Routekaart Groengas op, waar zowel het potentieel als de meest geschikte toepassing van groengas onderdeel van is. Daarom kiest de gemeente Zeist er voorlopig voor om de inzet van groengas in de gebouwde omgeving te beperken tot die situaties waarin geen alternatief mogelijk is (bv. bij monumentale panden).
Niet of zeer beperkt aanwezig Warmte uit het riool Uit het riool kan soms restwarmte worden gewonnen. De capaciteit hiervan voor Zeist is onderzocht, maar blijkt erg klein18. (NB. Restwarmte uit de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) is wel een bron met potentie, zie hierboven.) Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) of drinkwater (TED) Zeist heeft weinig grote waterlopen of waterpartijen19, het oppervlaktewater lijkt daarom geen warmtebron van betekenis. Mogelijk kan oppervlaktewater wel op enkele plekken kleinschalig worden ingezet om een WKO in balans te houden. Lokaal zouden zich kansen kunnen voordoen om warmte uit grotere drinkwaterleidingen te winnen. Maar de potentie op gemeenteschaal is klein.
Opkomende technieken Aardwarmte Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde op grote diepte, vanaf 500 m tot 7 km diep. De potentie voor aardwarmte in deze regio is vooralsnog onduidelijk. Er vindt wel onderzoek plaats: landelijk loopt het onderzoek SCAN, dat met seismisch onderzoek de ondergrond in kaart brengt, op die plekken waar nog onvoldoende kennis is. Daarnaast wordt in een samenwerkingsverband door Warmtebron Utrecht20 het potentieel voor aardwarmte in onze regio onderzocht. Er lopen twee onderzoeken: LEAN onderzoekt de potentie van aardwarmte op een diepte van 2-3 km en GOUD zoekt op een diepte van meer dan 4 km (“ultradiepe geothermie”). Zij zoeken momenteel een geschikte locatie voor een proefboring. Pas nadat de resultaten van deze onderzoeken bekend zijn, kunnen we een uitspraak doen over de potentie van aardwarmte als warmtebron voor Zeist. Daarom is de inzet van deze bron vooralsnog onzeker. Mocht blijken dat de bodem onder Zeist geschikt is voor de inzet van aardwarmte dan biedt dit mogelijkheden voor warmtenetten in Zeist. 17. Bron: RVO, Warmteatles, www.warmteatlas.nl 18. Greenvis, 2018, Kansen voor warmtenetten in Zeist 19. Deltares, potentie thermische energie uit oppervlaktewater; https://www.deltares.nl/nl/potentie-thermischeenergie-uit-oppervlaktewater-teo/ en RVO, WarmteAtlas. www.warmteatlas.nl. 20.
Een samenwerking tussen EBN, Eneco, Engie, Hogeschool Utrecht, Huisman Geo, IF technology, Kantorenpark Rijnsweerd, TNO, UMC Utrecht, Universiteit Utrecht en Well engineering partners, zie https://warmtebron.nu/ Transitievisie Warmte Zeist
29
Waterstof Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nog toe meestal elektriciteit gebruikt uit fossiele gas- en kolencentrales (grijze waterstof ). Het is ook mogelijk om groene energie te gebruiken (groene waterstof ). Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en zal dat voorlopig waarschijnlijk blijven21. Waterstof is bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te maken. Het is dan ook het meest logisch om waterstof in te zetten waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn. In de meeste toekomstvisies worden vooral de industrie, zwaar transport en de vliegtuigsector genoemd als de sectoren waar waterstof het meeste bijdraagt aan verduurzaming. Ook wordt een rol van waterstof voorzien in het balanceren van het elektriciteitsnet. Waterstof wordt opgeslagen om stroom te produceren als er tijdelijk minder zonne- en windenergie wordt opgewekt. Er moet dus kritisch gekeken worden waar waterstof het meest logisch is om in te zetten. Een voordeel van de inzet van waterstof voor het verwarmen van gebouwen is evenwel dat – met beperkte aanpassingen – het bestaande gasnet gebruikt kan blijven worden. Een overstap naar waterstof heeft daarom het voordeel dat het minder grote ingrepen in de openbare ruimte vraagt. Ook zijn de vereiste ingrepen in de woning beperkt, omdat waterstof warmte kan leveren op hoge temperatuur.
Omdat waterstof duur (veel duurder dan aardgas) is, zal voldoende isolatie van de woning evenwel wenselijk blijven. De CV-ketel dient aangepast te worden, ook moet per woning worden nagegaan of de leidingen in de woning veilig zijn voor toepassen van waterstof. In Nederland wordt tot aan 2030 beperkt ingezet op kleinschalige pilots. In Zeist werken we hier graag aan mee als dat kansrijk lijkt. We zien met name kansen voor een hybride oplossing met waterstof voor lastig te verwarmen gebouwen zoals monumenten.
Opwek duurzame elektriciteit Om de doelstelling energieneutraal in 2050 te halen, zijn niet alleen duurzame warmtebronnen nodig, maar ook de opwek van duurzame elektriciteit. Een aantal van bovenstaande warmtevoorzieningen zorgt bovendien voor een forse toename van de elektriciteitsvraag. De opwek van duurzame elektriciteit is niet het onderwerp van deze Transitievisie Warmte, die gaat puur over de warmtetransitie. Voor elektriciteitsopwekking loopt in de gemeente een apart traject, deels gezamenlijk met buurgemeenten, in de Regionale Energie Strategie (RES), en deels binnen de eigen gemeentegrenzen. In de Routekaart Nieuwe Energie voor Zeist (2019) is voor duurzame elektriciteitsopwekking een doelstelling opgenomen van 466 TeraJoule in 2030. Dat is 33% van het uiteindelijke doel voor 2050. 466 TJ is gelijk aan het elektriciteitsverbruik van ongeveer 45.000 gezinnen. Hiervoor zetten we in op zonnepanelen op daken, zonnevelden en windmolens. Plannen hiervoor zijn uitgewerkt in het document “Aanpak duurzame elektriciteit in Zeist tot 2030”.
21. Voor meer informatie over waterstof, zie bijvoorbeeld: Overmorgen, De positie van waterstof in de energietransitie, een nuancering van de belofte, 2018; of Expertisecentrum warmte, techniekfactsheet waterstof, https://www.expertisecentrum warmte.nl/kennis/factsheets/techniekfactsheets+energiebronnen/waterstof/default.aspx
30
Transitievisie Warmte Zeist
5 Kansrijke warmtevoorziening per buurt In het vorige hoofdstuk hebben we de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. In de verkenningsbuurten zijn al verdergaande onderzoeken gedaan. In dit hoofdstuk brengen we alle informatie samen en maken we een start met het matchen van de warmtebronnen en de warmtevraag. Welke bronnen zijn het best in te zetten op welke plek?
5.1 Woonwijken We kijken als het ware door de oogharen naar een mogelijk eindplaatje voor 2050. Niet om dit eindplaatje nu vast te leggen, maar om zeker te stellen dat de keuzes voor de eerste buurten goed in een totaalbeeld voor Zeist passen. Zo zorgen we dat schaarse warmtebronnen daar ingezet worden, waar ze het beste passen. Het eindbeeld ligt nog niet vast. Voor elke buurt zijn er meerdere scenario’s. In verkenningsbuurten (zie hoofdstuk 7) werken we diverse scenario’s grondiger uit en worden alle alternatieven met elkaar vergeleken. Ook het eindbeeld zal (net als de Transitievisie Warmte) elke vijf jaar worden herzien, om zo te leren van opgedane ervaringen. Op die manier kunnen ook nieuwe inzichten worden verwerkt, bijvoorbeeld de resultaten van het onderzoek naar aardwarmte, of ontwikkelingen rond waterstof. De uitkomst van dit eindbeeld is vergeleken met de Leidraad Startanalyse van het Expertise Centrum Warmte. Resultaten van deze vergelijking zijn te vinden in bijlage B. Een deel van de beschikbare warmtebronnen is alleen in te zetten als er een collectieve warmtevoorziening (warmtenet) wordt aangelegd om de warmte van de bron te transporteren. Beschikbare bronnen in Zeist zijn: de restwarmte uit de Rioolwaterzuiveringsinstallatie en Remia, warmte van grootschalige zonthermie, bodem- of aardwarmte en eventueel warmte uit een biomassacentrale.
Overigens betekent de keuze voor een warmtenet in een buurt niet dat alle woningen daar verplicht op worden aangesloten. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen.
Transitievisie Warmte Zeist
31
Figuur 8: Toekomstige warmtevoorziening in Zeist (mogelijk eindbeeld voor 2050). Op basis van de eerdere stappen (analyse woningen, warmtevraag en inzetbare warmtebronnen) is de toekomstige warmtevoorziening voor Zeist geschetst. Op de kaart (figuur 8) zien we de volgende zones: 32
Transitievisie Warmte Zeist
Kansrijk voor warmtenet In de oranje gebieden is een warmtenet een serieuze optie. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn: er is bijvoorbeeld een hoge warmtedichtheid (zie figuur 7), en/of er is een warmtebron in de buurt. Voor Vollenhove (met bijvoorbeeld winning van zonnewarmte of een buurtwarmtepomp), delen van Zeist-West (via inzet van restwarmte vanuit de Rioolwaterzuiveringsinstallatie) en Den Dolder (door inzet van restwarmte vanuit Remia) is uit onderzoek gebleken dat collectieve warmtenetten hier rendabel zijn. Voor een deel van Kerckebosch lijkt dit op grond van de warmtedichtheid ook het geval, hier moet verkennend onderzoek nog plaatsvinden. Individuele oplossingen In gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of tweeonder-één-kap woningen, zijn oplossingen per woning het meest aantrekkelijk. Een warmtenet is hier al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen. Als de woningen redelijk geïsoleerd zijn of in de toekomst kunnen worden (de groene en oranje gebieden in figuur 6), zijn bijvoorbeeld een luchtwarmtepomp of een bodemwarmtepomp geschikt. Ook klein-collectieve oplossingen zijn hier een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen, een bouwblok of rijtje huizen (via een mini-warmtenet).
Woningen in deze gebieden kunnen dus een eigen luchtwarmtepomp hebben, een eigen bodemwarmtepomp (al dan niet met een gedeelde bodemlus) of op blokniveau een oplossing met een warmtepomp krijgen. Deze opties lijken voor de hand te liggen in grote delen van Zeist. Individueel of met warmtenet In de gebieden die oranje-blauw gearceerd zijn, is nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individueel of met een warmtenet. Dit hangt onder meer af van de uitkomsten van het onderzoek naar aardwarmte. Maar ook geplande renovaties van woningbouwcorporaties kunnen een rol spelen, en of er in een aangrenzende buurt een collectieve voorziening wordt aangelegd waarbij kan worden aangesloten. Dit geldt voor delen van Vollenhove, Zeist-West, Den Dolder, Sterrenburg, Huis ter Heide en Hoge Dennen. Individueel of groen gas Zeist kent een aantal buurten, zoals Lyceumkwartier en delen van Austerlitz, waar de bebouwingsdichtheid laag is, waardoor een warmtenet weinig kansrijk is, maar waar tegelijkertijd veel oudere woningen en monumenten staan. Deze woningen hebben ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig (de rode gebieden in figuur 6). Dat maakt toepassing van warmtepompen lastig, omdat de woningen dan eerst voldoende geïsoleerd moeten worden. Voor vrijstaande woningen is dat kostbaar, er zijn immers aan vier kanten muren te isoleren.
Anderzijds is de energierekening nu vaak hoog, zodat maatregelen zich terugverdienen. Ook qua comfort is vaak veel te winnen. In de buurtaanpak moet gekeken worden of in deze buurten wordt ingezet op vergaande isolatie en warmtepompen, of dat er wellicht aan groen gas (waterstof of biogas) gedacht moet worden. Alle opties nog open Het centrum is een gemengd gebied met woningen van verschillende bouwperiodes, winkels en bedrijven. Er is een hoge warmtedichtheid gecombineerd met veel oude woningen die een hoge temperatuur warmteafgifte nodig hebben. Een warmtenet op hoge temperatuur is hier een optie, maar de (financiële) haalbaarheid hiervan is nog niet onderzocht. Vanwege het gemengde karakter kan ook gedacht worden aan een aanpak per bouwblok, met individuele of klein-collectieve oplossingen. Voor oude woningen en monumenten is groen gas (waterstof of biogas) mogelijk geschikt. Dit laatste geldt ook voor de gebouwen en woningen rondom Slot Zeist en het Broeder- en Zusterplein.
Transitievisie Warmte Zeist
33
Warmtenetten – landelijke ontwikkelingen Landelijk wordt de regelgeving over warmtenetten aangepast. Er is een nieuwe warmtewet aangekondigd voor 2022. De verwachting is dat in ieder geval wordt vastgelegd dat als er een warmtenet in de wijk aanwezig is, bewoners het recht hebben op een aansluiting, maar niet de plicht om aan te sluiten. Een bewoner houdt dus de vrijheid om zelf voor de woning een andere oplossing te kiezen, zoals een warmtepomp als het alternatief vergelijkbaar is. De prijs van warmte uit een warmtenet wordt tot nog toe bepaald met het Niet Meer Dan Anders (NMDA)-principe, waarbij de prijs gekoppeld is aan de prijs van aardgas. Ook dit staat momenteel ter discussie en gaat op termijn veranderen. De nieuwe warmtewet wil aansturen op transparante en heldere afspraken omtrent de prijstelling, zodat bewoners weten waar ze aan toe zijn. De gemeente houdt de landelijke ontwikkelingen en nieuwe wetgeving in de gaten.
5.2 Bedrijven en kantoren Bedrijven die gevestigd zijn in buurten met een mix van woningen, winkels en kantoren, gaan in principe mee met de rest van de buurt. Immers, als de aardgasleidingen verwijderd worden, heeft dat consequenties voor alle gebouwen in een buurt. Voor bedrijventerreinen en kantorenparken zijn aparte plannen nodig die toegespitst zijn op bijvoorbeeld het aanbod van restwarmte, of – zoals in sommige gevallen in Zeist - een extra warmtevraag in de vorm van proceswarmte. Zeist kent veel bedrijventerreinen verspreid door de hele gemeente. Het doel is om in de transitie van bedrijventerreinen zoveel mogelijk aan te sluiten op natuurlijke (gebieds-)ontwikkelingen van de bedrijventerreinen zelf. Tegelijkertijd geldt dat voor bedrijven en kantoren soms andere (zelfs strengere) regels gelden. Zo moeten bedrijfspanden van meer dan 100 m2 in 2023 verplicht een label C hebben. Bedrijven gebruiken aardgas niet alleen om gebouwen te verwarmen, maar soms ook in het bedrijfsproces. Kantoren en supermarkten hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan naar verwarming. Bedrijventerreinen, kantoren en winkelcentra vragen daarom maatwerk: een afzonderlijk traject (soms als onderdeel van de buurtverkenning), waarin naar de specifieke behoeften van alle bedrijven wordt gekeken.
Net als bij woningen zijn er een aantal belangrijke overwegingen: Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen, bijvoorbeeld als er grotere bedrijfspanden zijn met een hoge warmtedichtheid. Dat warmtenet zou bij een voldoende grote bron doorgetrokken kunnen worden naar omliggende woningen. Andersom kan een warmtenet vanuit een woonwijk worden doorgetrokken naar een bedrijventerrein. ■ Indien er geen warmtenet mogelijk is zal voor ieder bedrijf individueel een alternatieve warmtevoorziening gekozen dienen te worden, die het best past bij de eigenschappen van het bedrijfsgebouw, zoals een luchtwarmtepomp of bodemenergie. ■ Een lage-temperatuur warmtenet is aantrekkelijk voor locaties waar de warmtedichtheid redelijk hoog is en er lagere temperatuur warmte en koude uitgewisseld kan worden. ■ In Zeist-West liggen bedrijfslocaties dicht naast de woningen. Voor deze buurt wordt gedacht aan een collectief systeem. Gekeken naar energielabels en bouwjaren is het voor het bedrijfsvastgoed mogelijk aantrekkelijk om ook op dit warmtenet aan te sluiten. In het buurtuitvoeringsplan zal uitgezocht worden of dit voor de bedrijfslocaties daadwerkelijk de beste oplossing is. Hetzelfde geldt voor Remia in Den Dolder. Een warmtenet gevoed door restwarmte uit Remia, is behalve voor nabijgelegen woningen wellicht ook een aantrekkelijke optie voor bedrijfsvastgoed. ■
34
Transitievisie Warmte Zeist
■
De koelvraag is voor kantoren –zeker met warme zomers- net zo belangrijk als warmte. Daardoor is een WKO oplossing vaak geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken kan dan in de winter weer worden gebruikt. Dit kan per gebouw, of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken, en een ordening aan te brengen in de warmte- en koudebronnen. Als gemeente hebben we hierin ook een verantwoordelijkheid en willen we op korte termijn interferentiebeleid opstellen om drukte in de ondergrond te voorkomen.
Behalve technische en financiële argumenten speelt ook mee in hoeverre bedrijven een gezamenlijke aanpak prefereren. Gezamenlijkheid ontzorgt ondernemers deels, en heeft soms financiële voordelen (denk aan gezamenlijke inkoop), maar het beperkt de vrijheden voor ondernemers om bijvoorbeeld zelf het moment van investering te bepalen. Een beschrijving van de bedrijventerreinen in Zeist is te vinden in bijlage C.
Bewoners bereiden zich voor De overgang naar aardgasvrij wonen vindt niet plotsklaps plaats. Het is een reis. Een reis die veel woningeigenaren al zijn gestart. Peter, bijvoorbeeld. Peter uit Den Dolder Peter verduurzaamde zijn woning: “Ik kan iedereen de actie ‘Heel Zeist isoleert’ van Mijn Groene Huis aanraden. Door alle grote en kleine maatregelen hebben we het maandbedrag voor energie met €100 kunnen verlagen. Ik kijk uit naar een minder koude vloer, komende winter.” Via een collectieve inkoop van de Vereniging Eigen Huis schreef Peter zich in voor zonnepanelen. “Dat scheelde veel uitzoekwerk en het was bovendien heel snel geregeld: na akkoord werden de panelen al binnen een paar weken geplaatst. En de oude elektriciteitsmeter zien we sindsdien teruglopen: een bijzonder gezicht.”
Transitievisie Warmte Zeist
35
6 Verkenningsbuurten en fasering Afgelopen jaar zijn er al verschillende verkennende onderzoeken uitgevoerd in een aantal buurten. Bij de selectie van deze verkenningsbuurten hebben we rekening gehouden met de criteria uit hoofdstuk 2. De buurtverkenningen hebben ons veel inzichten opgeleverd die we bij het opstellen van deze Transitievisie hebben gebruikt. Komende jaren willen we op deze manier aan de transitie blijven werken. In dit hoofdstuk beschrijven we in welke buurten we op korte termijn starten – of verder gaan met een buurtverkenning. We geven ook inzicht in de buurten die pas later, op middellange of lange termijn aan de beurt zijn. Door hier inzicht in te geven kunnen bewoners en bedrijven hun investeringen afstemmen op de ontwikkelingen die we in de verschillende buurten voorzien. We onderstrepen dat de planning in dit hoofdstuk een voorlopige planning is. We willen graag ruimte houden om in te spelen op nieuwe kansen, bewonersinitiatieven, of initiatieven van bedrijven. De fasering is gebaseerd op natuurlijke momenten, lokale kansen en initiatieven die in specifieke buurten zijn opgezet door bewoners of lokale partijen. Grootschalige natuurlijke momenten zijn bijvoorbeeld de vervanging van het aardgasnet of geplande renovaties van de woningbouwcorporaties.
De planning om concrete kansen voor de overstap naar aardgasvrij te onderzoeken in een buurt is weergegeven op onderstaande kaart (figuur 9).
36
Transitievisie Warmte Zeist
Figuur 9: Fasering voor het aardgasvrij maken van de buurten. Korte termijn Buurten waar al verkenningen lopen. Het gaat om buurten waar het mogelijk lijkt om op kortere termijn projecten te starten om aardgasvrij te worden. We benadrukken dat in deze buurten studies lopen, maar dat er nog geen besluiten zijn genomen. Voor deze buurten stellen we met lokale partijen een uitvoeringsplan op, waarin de haalbaarheid (technisch en financieel), het draagvlak en het betrekken van bewoners in de besluitvorming centraal staan. Transitievisie Warmte Zeist
37
Verkenningsbuurt Middellange termijn In deze gebieden voorzien we kansen of ontwikkelingen waar de gemeente, samen met belanghebbenden, tijdig op wil inspelen. Het kan gaan om een vervangingsopgave voor aardgasleidingen, renovatie van woningbouw, of kansen voor de aanleg van een warmtebron voor een warmtenet. In deze buurten lopen al verkennende studies, of ze worden op korte termijn opgestart. Lange termijn Het centrum van Zeist is lastig aardgasvrij te maken. Het gaat om deels (zeer) oude gebouwen. Daarbij speelt mee, dat het in het centrum druk is in de ondergrond. Juist omdat het met de huidige warmtetechnieken nog lastig is om een dergelijke buurt aardgasvrij te maken, is ingeschat dat de lichtroze delen vooralsnog als laatste aan de beurt zijn. Natuurlijk tempo Voor de licht gekleurde buurten liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. In deze buurten gaan we er vooralsnog van uit dat een natuurlijke transitietempo wordt aangehouden. Alleen als zich bijzondere situaties voordoen waarbij het slim is om het gasnet vroegtijdig te vervangen zal hiervan afgeweken worden. Vooralsnog is er voor deze buurten geen reden om het gasnet eerder uit bedrijf te nemen. In de (geel/rood) gearceerde gebieden hangt het tempo af van de kans om aan te sluiten op de ontwikkeling van een warmtenet.
Indien woningen de kans krijgen om aan te sluiten op een collectieve voorziening (warmtenet) kunnen deze delen sneller van het aardgas afstappen. Als de gebouwen in deze buurten individuele oplossingen nodig hebben, wordt er een natuurlijk tempo aangehouden. Dat wil zeggen dat gebouwen aardgasvrij (kunnen) worden gemaakt op natuurlijke momenten, zoals bij verhuizingen en verbouwingen. Indien er collectieve warmtenetten mogelijk zijn in een buurt, wordt ook bekeken of nabijgelegen bedrijventerreinen hierop aangesloten kunnen worden. Hiervoor is onderzoek en overleg met de gevestigde bedrijven nodig. De aanpak en fasering voor bedrijventerreinen vraagt maatwerk en een aparte aanpak. Er lopen al verschillende initiatieven via Mijn Groene Bedrijf. De aanpak wordt toegelicht in paragraaf 7.6.
6.1 Verkenningsbuurten korte termijn Vollenhove De buurt waar het onderzoek het verst gevorderd is, is Vollenhove, inclusief de Pedagogenbuurt. De ambitie voor Vollenhove is om aardgasvrij te zijn in 2035. Deze ambitie is vastgelegd in het ambitie document “Vollenhove Vooruit” en vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente heeft Vollenhove voorgedragen voor een rijksbijdrage vanuit het programma aardgasvrije wijken (PAW). Het tempo waarmee we aan de slag kunnen in Vollenhove hangt onder meer af van de uitkomst van deze subsidieaanvraag. In deze buurt zijn bewoners actief betrokken. Naarmate de plannen concreter worden zullen alle bewoners nog actiever betrokken worden om voorafgaand aan de besluitvorming het benodigde draagvlak en de acceptatiegraad onder bewoners in kaart te brengen. Wanneer? Het plan was om met een rijksbijdrage uit het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) versneld te starten met vervolgonderzoek en de ontwikkeling van een Buurtuitvoeringsplan in Vollenhove en Pedagogenbuurt. Nu de PAW-bijdrage niet is toegekend starten we ook met verder onderzoek, maar we verwachten gezien de schaarse middelen dat het samen maken van een uitvoeringsplan meer tijd kost. Het is de ambitie van de gemeente om uiterlijk in 2035 de nieuwe warmtevoorziening gereed te hebben.
38
Transitievisie Warmte Zeist
Wat? De oplossing waaraan nu gedacht wordt, op basis van onderzoek22 uit begin 2020, is een collectief systeem met een warmtenet op 70 graden die gevoed wordt door zonnewarmte (en/of een collectieve warmtepomp). Warmte die in de zomer wordt gegenereerd, wordt opgeslagen om in de winter te gebruiken, een zogenoemd WKO-systeem (warmte-koude-opslag). De zonnewarmte kan gewonnen worden van daken van omliggende woningen en/of flatgebouwen en mogelijk de parkeerplaatsen. De seizoensopslag wordt gerealiseerd onder de grond, onder de parkeerplaatsen. Doordat hoge-temperatuurwarmte wordt gewonnen en opgeslagen, hoeven woningeigenaren de woningen in de Pedagogenbuurt maar beperkt (en met rendabele maatregelen) te isoleren. Een andere alternatieve warmteoplossing in Vollenhove zou aardwarmte kunnen zijn, maar nader onderzoeken moeten uitwijzen of het winnen van aardwarmte kansrijk is in Zeist. Waarom op korte termijn onderzoeken? Door de vele hoogbouw lijkt deze buurt geschikt voor een collectieve oplossing (zoals hierboven beschreven). In de Pedagogenbuurt is een bewonersgroep actief met de energietransitie bezig. De bewonersgroep heeft met steun van de gemeente diverse scenario’s onderzocht en aangeven dat als er een collectieve oplossing komt voor de flats van Vollenhove, ze graag willen onderzoeken of de Pedagogenbuurt hierop kan aansluiten.
Juist omdat de woningen daar lastig te isoleren zijn, zou deze oplossing interessant kunnen zijn voor de eigenaar-bewoners. In een eerste bewonersavond zijn deze plannen toegelicht en is gepolst hoe bewoners tegen dit initiatief aankijken. Uiteraard zijn er nog veel vragen, maar de aanwezige bewoners gaven aan positief te staan tegenover het onderzoek. Bewoners gaven aan op de hoogte te willen blijven van het onderzoek en nauw betrokken te willen worden in het besluitvormingsproces.
Den Dolder-Noord Wat? In Den Dolder-Noord is al onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor een warmtenet gevoed door restwarmte uit de Remiafabriek. Uit de verkennende onderzoeken blijkt dat Remia mogelijk tot circa 500 woningen van warmte kan voorzien. De restwarmte moet extra opgewarmd (‘opgewaardeerd’) worden naar midden-temperaturen om in een collectief warmtenet te kunnen gebruiken. De eerste uitkomsten van de onderzoeken zijn positief, maar gemeente, woningbouwcorporatie Woongoed Zeist en Remia moeten de plannen nog verder uitwerken. Het overleg met de buurtbewoners en andere stakeholders, waarin de technische en financiële mogelijkheden samen verder worden verkend wordt op korte termijn opgestart. Waarom een verkenningsbuurt? De restwarmte van de Remiafabriek biedt op papier een uitgelezen kans. Uit verkennend onderzoek blijkt dat een warmtenet hier financieel haalbaar lijkt en interessant kan zijn voor bewoners. Tegelijkertijd is de praktijk weerbarstiger en is een warmtenet niet zomaar gerealiseerd. Belangrijk aandachtspunt is bijvoorbeeld de kwetsbaarheid van restwarmte als warmtebron. Een nieuwe warmtevoorziening moet niet (alleen) afhankelijk zijn van één restwarmte bron. Er is een back up systeem nodig. Dit vraagt komende tijd vervolgonderzoek en de juiste gesprekken met Remia, Woongoed Zeist, bewoners, omliggende bedrijven, marktpartijen en andere stakeholders.
22. Update Techniek en Businesscase, Vollenhove aardgasvrij, DWA, 20 februari 2020. Transitievisie Warmte Zeist
39
6.2 Verkenningsbuurten middellange termijn Het Slot en omgeving, Austerlitz, Staatsliedenkwartier en de zorgcomplexen nabij de Arnhemsebovenweg in Kerckebosch. Dit zijn buurten waar (bewoners)initiatieven lopen en vervangingsmomenten of specifieke kansen spelen. Soms zijn er al eerste onderzoeken gedaan. Indien de uitkomsten van de lopende onderzoeken positief zijn, kunnen hier in de komende jaren gesprekken worden gestart met de buurt en projecten geïnitieerd worden. Deze buurten zullen naar verwachting niet als eerste de overstap naar aardgasvrij maken. We verwachten dat deze stap eerder op de middellange termijn haalbaar is. Wanneer? Voor buurten uit deze paragraaf lopen reeds verkennende studies of verwachten we in de komende 5 jaar te starten met een verkenning. In welke periode de uitvoering vervolgens gerealiseerd wordt, hangt af van de gekozen oplossing, financiering en het overleg met de gebouweigenaren en buurtbewoners. Als gekozen wordt voor (klein-)collectieve oplossingen, kan de uitvoering afgerond zijn in 5 tot 10 jaar na het vaststellen van het uitvoeringsplan. Daarom verwachten we dat deze buurten eerder na 2030 aardgasvrij worden, dan voor 2030. Als gekozen wordt voor individuele oplossingen kan beter ingespeeld worden op de momenten waarop bewoners hun eigen woning willen aanpakken; dan geldt hetzelfde tempo als van de “buurten met natuurlijk tempo”.
Austerlitz Wat? In Austerlitz zijn diverse opties zijn met elkaar vergeleken, waaronder een warmtenet, all-electric en waterstof. Ook een scenario met een hybride vorm (een combinatie van een warmtepomp en waterstof ) is onderzocht. Uit de eerste onderzoeken kwam geen duidelijke meest aantrekkelijke optie naar voren: sommige opties liggen dicht bij elkaar, anderen bevatten nog veel onzekerheden. Wel komt een warmtenet als minst aantrekkelijke optie naar voren. Aan inwoners is gevraagd mee te werken aan een vervolgonderzoek waarbij de impact van de verschillende opties per huis wordt onderzocht. Voor verschillende scenario’s worden de investeringen en vaste lasten in beeld gebracht. De gemeente wil voor Austerlitz volgend jaar (voorjaar 2021) een Rijksbijdrage in het kader van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) aanvragen om de onrendabele kosten voor inwoners te kunnen financieren. Waarom een verkenningsbuurt? In Austerlitz is een verkennend traject gestart om twee redenen: er is een enthousiaste bewonersgroep en Stedin gaat een deel van de gasleidingen voor 2030 vervangen vanwege regulier onderhoud. Uit het verkennende traject werd duidelijk dat Stedin om veiligheidsredenen op de korte termijn enkele brosse stukken gasleiding gaat vervangen. Aangezien het om een beperkt deel van ` het gasnet gaat is de kosteneffect op de verschillende scenario’s nihil.
Er is daarom minder haast dan oorspronkelijk gedacht. Wel willen we verder met het onderzoek en het bewonersinitiatief alle ruimte geven.
Het Slot en omgeving Wat? Slot Zeist is gebouwd in 1686 en heeft sindsdien de nodige renovaties ondergaan. Het is een rijksmonument. Ten noorden van het Slot ligt de Evangelische Broedergemeente (EBG), bestaande uit circa 100 woonhuizen en kantoren verdeeld over het Broederplein en Zusterplein, die ook ver voor 1930 gebouwd zijn. Het Slot is eigendom van de gemeente, de EBG is een kerkgemeenschap die de panden beheerd en verhuurd. Sinds september 2019 loopt een onderzoek naar verduurzaming van het slot en de omliggende woningen.
40
Transitievisie Warmte Zeist
Waarom een verkenningsbuurt? De beheerder van de EBG ziet verduurzaming als onderdeel van een bredere gebouwstrategie om de panden eigentijdser en toekomstbestendiger te maken in gebruik. Het Slot vormt een iconisch gebouw voor Zeist en kan als voorbeeldfunctie dienen voor meer “lastige” rijks- of gemeentelijk monumenten om te verduurzamen.
Staatliedenkwartier Wat? In deze buurt is bij de woningcorporatie grootschalig onderhoud aan woningen voorzien op middellange termijn. Daarom is het zinvol om tijdig de warmteopties in kaart te brengen. In de verkenning zoeken we uit welke maatregelen aan de woningen en installaties nodig zijn om aardgasvrij te worden, welke combinatie van maatregelen het meest optimaal is, of de oplossingen betaalbaar en financierbaar zijn voor alle betrokken partijen en of er draagvlak is bij bewoners. Het is vooral belangrijk hier goed zicht op te hebben voordat grootschalig onderhoud aan woningen in gang wordt gezet. Zo kunnen de woningen optimaal transitie-gereed gemaakt worden. Waarom een verkenningsbuurt? De verbouwing van woningen kan bij uitstek een goed moment zijn om gelijk de warmtevoorziening aardgasvrij dan wel aardgasvrij-ready te maken. Door vooraf in kaart te brengen welke warmteopties en isolatieniveaus het beste passen bij de woningen, kunnen investeringsplannen voor de woningen en de infrastructuur slim op elkaar afgestemd worden. We verwachten de studie rond 2024 te starten.
Zorgcomplexen Kerckebosch Wat? Aan de Arnhemsebovenweg liggen een aantal verzorgings- en verpleeghuizen, seniorenflats, serviceflats en andere grote VvE’s met particuliere appartementen. Vanuit verschillende complexen is het initiatief genomen om samen met de gemeente te onderzoeken wat het alternatief voor aardgas kan zijn. We onderzoeken of een collectieve oplossing in dit gebied (financiële en technische) schaalvoordelen biedt. Waarom een verkenningsbuurt? Vanwege de grote warmtevraag in het gebied is het de moeite waard om hier aan de slag te gaan. De mogelijke schaalvoordelen en de goede organisatiegraad van de complexen/VvE’s maken deze verkenning kansrijk.
6.3 Overige wijken middellange termijn (2025-2040) Wijken waar nog geen studies lopen, maar waar zich wel kansen voor lijken te doen op de middellange termijn zijn Den Dolder-Zuid, Nijenheim, Crosesteijn, Vogelwijk, Griffensteijn en Kersbergen, Brugakker, De Clomp, Couwenhoven, Mooi Zeist, Hoge Dennen, Valkenbosch, Dichterswijk, delen van Kerckebosch, delen van Huis ter Heide-Zuid en Sterrenberg. Wanneer? Start verkenning: 2025-2030. In welke periode de uitvoering vervolgens gerealiseerd wordt, hangt af van de gekozen oplossing. Als gekozen wordt voor (klein-)collectieve oplossingen, kan de uitvoering afgerond zijn in 5-10 jaar na het vaststellen van het uitvoeringsplan. Als gekozen wordt voor individuele oplossingen is er meer tijd: dan geldt verder hetzelfde tempo als van de “buurten met natuurlijk tempo”. Indien er vanuit het lopende onderzoek naar diepe geothermie kansen zijn om warmte te leveren zou de verkenning naar inzet van geothermie in Zeist-West eerder gestart kunnen worden.
Transitievisie Warmte Zeist
41
Wat? Dit zijn buurten waar zowel collectieve als individuele oplossingen reële opties zijn. In Griffensteijn, Valckenbosch, Hoge Dennen en de Dichterswijk lopen bovendien bewonersinitiatieven. In deze buurten willen we komende jaren samen met bewoners kijken welke concrete stappen gezet kunnen worden om woningen vooruitlopend op een definitieve overstap naar aardgasvrij te verduurzamen. Per buurt wordt te zijner tijd onderzocht welke warmtevoorziening het beste past, en wordt met bewoners een keuze gemaakt. Dit hoeft niet voor de hele buurt dezelfde oplossing te zijn. Waarom deze buurten op de middellange termijn? In deze buurten is het – vanwege de bebouwingsdichtheid – de moeite waard om naar een collectieve oplossing te kijken, als één van de opties. Uit een eerste quickscan23 is bijvoorbeeld gebleken dat er in delen van Zeist West potentie is voor een lokaal warmtenet op basis van afvalwater van de Rioolwaterzuiveringsinstallatie. Ook het gebruiken van aardwarmte is in dit gebied in de toekomst wellicht een mogelijkheid. Een samenwerkingsverband met onder meer de rijksoverheid, universiteit, TNO en (energie)bedrijven doen de komende jaren diverse onderzoeken (www.warmtebron.nu). Begin 2021 verwachten we de eerste resultaten uit seismische onderzoeken die landelijk en provinciaal worden gedaan naar aardwarmte.
Als er mogelijk aardwarmte gewonnen kan worden in Zeist biedt dat kansen voor verschillende buurten in Zeist. We wachten de uitkomst hiervan af voordat we verder gaan met de verkenning in Zeist-West.
6.4 Buurten met natuurlijk tempo (2020-2050) Veel buurten in Zeist hebben een lage bebouwingsdichtheid, met veel vrijstaande huizen of twee-onder-een-kap woningen. Dit zijn: Lyceumkwartier, Dijnselburg, Utrechtseweg, Zeister Bos, Huis ter Heide-Noord, delen van Huis ter Heide-Zuid, Bosch en Duin, Beukbergen, Blikkenburg e.o., Weidegebied, Driebergseweg, Station NS, Soestdijkerweg en omgeving, Patijnpark, Centrumschil-Noord en delen van Den Dolder-Noord. Wat? Hier liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, het meest voor de hand. Vanwege de lage bebouwingsdichtheid is een warmtenet namelijk erg kostbaar. In de meeste buurten zijn (de naoorlogse) woningen redelijk goed te isoleren. Na isolatie en eventuele aanpassing van het warmteafgiftesysteem kunnen ze overstappen op een duurzame warmtebron, zoals een warmtepomp. De gemeente en Mijn Groene Huis hebben een aanpak ontwikkeld om woningeigenaren hierbij te helpen en blijven de ondersteuning doorontwikkelen om woningen (op termijn) aardgasvrij te maken. Buurten zoals het Lyceumkwartier en Patijnpark bestaan uit oude woningen die soms lastig te isoleren zijn en veel warmte en/of hogere temperaturen nodig hebben om ze te verwarmen. Vooral het Lyceumkwartier is ruim opgezet, waardoor individuele oplossingen met hogere temperatuur warmtepompen of duurzaam gas meer voor de hand liggen.
Waarom? Bij individuele oplossingen is het mogelijk dat niet alle bewoners op hetzelfde moment van het gas af gaan. Woningeigenaren kunnen stap voor stap maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eerst te isoleren en een paar jaar later een warmtepomp te laten installeren. Natuurlijke momenten om hierin te investeren zijn bij een verbouwing of een verhuizing. De gemeente wil bewoners hier zo lang mogelijk de tijd voor geven, een heeft de einddatum daarom op 2050 gezet. Het is daarbij belangrijk dat woningeigenaren deze natuurlijke momenten, zoals een verbouwing, dan ook werkelijk benutten. Zo kunnen ze hun huis stap voor stap voorbereiden op aardgasvrij en worden investeringen uitgesmeerd over meerdere jaren. 23. Rapport Quickscan Zeist West - Greenvis
42
Transitievisie Warmte Zeist
In bijlage E staat per buurt beschreven welke maatregelen huiseigenaren alvast kunnen nemen als ze aan de slag willen gaan.
6.5 Lange termijn (2040-2050) De centrumbuurten Centrumschil-Zuid en Carré zijn als laatste aan de beurt. Wat? In deze buurten staan veel oude panden. We wachten technologische ontwikkelingen en de ervaringen in de andere buurten af voordat we besluiten welke warmtevoorziening hier komt. Op verschillende plekken is voor 2040 grootschalig onderhoud aan woningen voorzien (bijvoorbeeld in De Kern). Daarnaast zullen gebouweigenaren in het centrum verbouwingen of periodiek onderhoud aan hun panden willen doorvoeren. Bij de aanpak van woningen is het dan ook van belang de woning zo goed mogelijk aardgasvrij-ready te maken. Ook al lijkt de uitfasering van aardgas in deze buurten verder weg in de tijd te liggen, voor de lastig te isoleren panden dienen alle verbouwingsmomenten met twee handen aangrepen te worden. Ook kan gekeken worden naar kansen voor grotere gebouwcomplexen met grootschalige verwarmingssystemen, zoals in het winkelcentrum. Waarom deze buurten? Het centrum is erg gemengd: de bouwjaren zijn divers en er staan winkels, bedrijven, voorzieningen en woningen. Er staan vrij veel oude gebouwen en monumenten die lastig te verduurzamen zijn. Dit alles maakt het lastig om te bepalen wat de beste duurzame techniek is. We wachten daarom verdere technologische ontwikkelingen af.
Mogelijk is duurzaam gas (waterstof of biogas) hier een geschikte oplossing, maar het is op dit moment niet te zeggen of daar op termijn in Nederland voldoende van beschikbaar komt. Pas als daar meer duidelijkheid over is, starten we een verkenning voor deze buurten.
6.6 Bedrijventerreinen De bovenstaande fasering geldt ook voor bedrijven, winkels en kantoren die verspreid in de buurten gevestigd zijn – zij gaan mee in de transitie met de buurt waarin ze liggen. Verspreid over de gemeente ligt ook een aantal bedrijventerreinen. Hiervoor worden aparte trajecten gestart. Mijn Groene Bedrijf is op verschillende vlakken actief met het verduurzamen van bedrijventerreinen. Alle bedrijven zullen zich – gebiedsgericht of individueel – ook moeten voorbereiden op een toekomst zonder aardgas. Dit vraagt maatwerk, omdat aardgas soms ook in het bedrijfsproces wordt gebruikt. Bij enkele terreinen wil de gemeente een verkenning starten om gebiedsgericht aan de slag te gaan. De verkenning bestaat onder meer uit gesprekken met ondernemers en vastgoedeigenaren, haalbaarheidsonderzoek (zowel technisch als financieel), en het vaststellen van een realistische ambitie op welke termijn aardgasvrij haalbaar is. De volgende terreinen lijken kansrijk: Bedrijvenpark Seyst. Bedrijvenpark Seyst is een klein terrein, gelegen in het bosrijke oosten van Zeist, naast de KNVB campus. Het terrein is kansrijk om aardgasvrij te worden om een aantal redenen: de gebouwen zijn nieuw, de overstap naar aardgasvrij is daarom minder ingrijpend dan voor oud vastgoed.
Ondernemers tonen hun duurzame ambities nu al door de collectieve aanschaf van zonnepanelen, en er is een goede organisatiestructuur in een VvE. ■ Autoboulevard bij Huis ter Heide. Dit is een klein terrein met enkele vestigingen van grote bedrijven, direct aan de noordzijde van de A28. Het terrein is kansrijk om aardgasvrij te worden omdat de gebouwen relatief nieuw zijn, de overstap naar aardgasvrij is daarom minder ingrijpend ■
Transitievisie Warmte Zeist
43
dan voor oud vastgoed. De gebouwen zijn bovendien gelijksoortig, het loont dus om samen naar oplossingen te zoeken. Ondernemers tonen hun duurzame ambities nu al door de aanschaf van zonnepanelen en LED verlichting. ■ De Eland. Een terrein in het noordoosten van Zeist, waar onder andere Manutan is gevestigd. Vanwege het duurzame profiel van deze onderneming is dit een kansrijk gebied om in gesprek te gaan. ■ Bedrijventerrein Zeist-West. Zeist-West is een kleinschalig bedrijventerrein in de gelijknamige buurt. Er is een diversiteit aan bedrijven. Ondernemers zijn georganiseerd in de Vereniging Bedrijvenpark Zeist-West, en werken samen op gebied van onder andere veiligheid. Als voor de buurt Zeist-West gekozen wordt voor een collectief systeem (nu is dat nog onzeker), is het voor het bedrijventerrein wellicht aantrekkelijk hier ook op aan te sluiten. De bedrijven zullen daarom meegenomen worden in de haalbaarheidsonderzoeken voor de buurt, wat gepland staat voor de periode 2025-2030. ■ Zorgcomplexen. Zeist kent verschillende terreinen met zorgcomplexen. Bij een aantal staan grootschalige renovatie van de gebouwen ingepland. Daar willen we graag op inspelen.
Bij de overige terreinen zal in de komende vijf jaar geen gebiedsgerichte verkenning worden gestart, maar ook op die terreinen is het belangrijk om in te spelen op natuurlijke momenten, om de stap om van het aardgas af te gaan alvast voor te bereiden. Natuurlijke momenten zijn voor bedrijven bijvoorbeeld: ■ De ontwikkeling van bedrijventerreinen ■ Verbouwingen van panden ■ Uitbreiding of verhuizing van het bedrijf ■ Maatregelen die genomen worden vanwege wettelijke verplichtingen, zoals de Wet Milieubeheer, de energie-audit uit de Europese Energie Efficiency richtlijn (EED) voor grote bedrijven, en de verplichting24 voor kantoren groter dan 100 m2 om minimaal te voldoen aan een energielabel C in 2023. Bedrijven die proceswarmte nodig hebben, krijgen te maken met afspraken uit het Klimaatakkoord die zich richten op de industrie. Immers, ook bedrijven die hogere temperatuur warmte nodig hebben voor hun productieproces, zullen voor 2050 aardgasvrij moeten worden. Juist daarom is het leveren van maatwerk voor bedrijventerreinen belangrijk. De aanpak voor bedrijven vraagt om afstemming en het inspelen op lokale initiatieven. Afstemming en het in contact blijven met bedrijven, zal dan ook extra aandacht vragen in de komende jaren. Mijn Groene Bedrijf zal hierin een belangrijke rol vervullen, naast andere overlegstructuren tussen de gemeente en de ondernemers.
Een beschrijving van alle bedrijventerreinen in Zeist is te vinden in bijlage C.
6.7 Inschatting van het transitietempo Onderstaand diagram (figuur 10) geeft een globale inschatting van het transitietempo als we woonbuurten aanpakken volgens de fasering zoals voorgesteld in de bovenstaande paragrafen25. Het diagram gebruiken we als referentie om de voortgang (exclusief bedrijventerreinen) in de komende decennia te monitoren. Door in de komende jaren/decennia het daadwerkelijke tempo en de plannen voor buurtaanpakken af te zetten tegen onderstaand tempo, wordt inzichtelijk of het aardgasvrij maken van heel Zeist op schema ligt en haalbaar is.
24. Vanuit het bouwbesluit geldt (behoudens uitzonderingen) de verplichting bij een gebouw waarvan 100 m2 of meer als kantoorruimte gebruikt wordt, om minimaal te voldoen aan een Energielabel C in 2023. 25. Hierbij is (als eerste indicatie) het aantal woningen steeds gelijkmatig verdeeld over het tijdvak.
44
Transitievisie Warmte Zeist
1.400
100% 90%
1.200
80% 1.000
70% 60%
800
50% 600
40% 30%
400
20% 200
10%
20 21 20 22 20 23 20 24 20 25 20 26 20 27 20 28 20 29 20 30 20 31 20 32 20 33 20 34 20 35 20 36 20 37 20 38 20 39 20 40 20 41 20 42 20 43 20 44 20 45 20 46 20 47 20 48 20 49 20 50
0
STARTBUURTEN (14%) MIDDELLANGE TERMIJN (42%) WIJKEN NATUURLIJK TEMPO (31%) LANGE TERMIJN (12%)
Aantal woningen per jaar
Afname aardgasgebruik tov 2020 (%)
Figuur 10: Tempo van de transitie. Inschatting van het aantal woningen dat per jaar van het aardgas gaat (oranje balken) en van het percentage aardgasgebruik ten opzichte van 2020 dat dan overblijft (roze lijn). Het percentage in de gekleurde balken onderaan geeft aan welk deel van de woningen in Zeist in deze categorie valt.
Transitievisie Warmte Zeist
45
7 Uitvoeringsstrategie en vervolgstappen De transitievisie geeft per buurt een eerste inschatting van mogelijke oplossingen en een globale inschatting van de termijn dat er zich kansen voordoen om de buurt aardgasvrij te maken. Bewoners en andere belanghebbenden betrekken we intensief zodra we concrete plannen maken voor hun buurt. Voor bewoners in buurten die later aardgasvrij worden, is het fijn om te weten dat er nog geruime tijd aardgas is. Bewoners in deze buurten kunnen op voor hun logische momenten – zoals bij verhuizen en verbouwingen – hun woning aardgasvrij maken of daarop voorbereiden. Het Rijk ondersteunt dit via subsidies op bijvoorbeeld isolatie en warmtepompen en voor de financiering ervan via goedkope leningen. Tegelijkertijd heeft de landelijke overheid aangekondigd via belastingen de aardgasprijs te laten stijgen. Dus ook in buurten waar nog geen concrete aanpak is gestart om aardgasvrij te worden, stimuleren we bewoners om minder aardgas te verbruiken (bijvoorbeeld met hybride warmtepompen als tussenoplossing). De activiteiten die de gemeente al organiseert en nog wil opzetten worden in dit hoofdstuk globaal uiteengezet.
7.1 Uitvoeringsstrategie Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat er verschillende aanpakken en planningen zijn voor de buurten in Zeist. Hoe we de komende jaren te werk gaan, beschrijven we in de uitvoeringsstrategie. De uitvoeringsstrategie is afgestemd op de kansen en ontwikkelingen die zich voordoen in de verschillende buurten en bedrijventerreinen. De uitvoeringsstrategie is opgesplitst in de volgende onderdelen: 1. Communicatie en informatievoorziening 2. Aanpak verkenningsbuurten 3. Aanpak buurten met natuurlijk tempo 4. Aanpak bedrijventerreinen en utiliteitsbouw (waaronder zorginstellingen en maatschappelijk vastgoed) 5. Kansen inzet (grootschalige) warmtebronnen en warmtenetten Programma onderdeel 1. Communicatie en informatievoorziening Communicatie met professionele belanghebbenden (regionaal/gemeentelijk): Het aardgasvrij maken van Nederland en Zeist heeft grote consequenties voor bewoners. Daarom willen we inwoners van Zeist zo vroeg en goed mogelijk bewust maken van kansen en ontwikkelingen waar we ons op moeten voorbereiden. De Transitievisie Warmte is een stap om tot een overkoepelende visie en een tijdpad te komen voor Zeist. De realisatie vraagt vele acties en afstemming. Alle partijen informeren en afstemmen met alle belanghebbenden over voortgang, initiatieven, ontwikkelplannen en nieuwe kansen is een belangrijke regietaak die de gemeente oppakt.
Regionaal werkt de gemeente samen met andere gemeenten en de provincie om onderling kennis uit te wisselen en regionale warmtekansen te onderzoeken. Op gemeentelijk niveau is een werkgroep en bestuurlijk overleg met professionele partijen
46
Transitievisie Warmte Zeist
opgezet, bestaande uit: Netbeheerder Stedin, woningbouwcorporaties, Stichting Energie Zeist (met als onderdelen Mijn Groene Huis en Mijn Groene Bedrijf ) en de gemeente. Via deze werkgroep worden het gemeentelijke programma en lopende projecten afgestemd. Ook wordt de besluitvorming voorbereid, de voortgang in de uitvoering van plannen bewaakt en worden nieuwe kansen gesignaleerd. Overige professionele belanghebbenden nodigen we in diverse bijeenkomsten uit om mee te denken en om te reageren op plannen en voorstellen. Tevens gaan we graag in gesprek met partijen die nieuwe initiatieven willen opzetten. Overkoepelende communicatie met alle belanghebbenden Via de website www.zeist.nl/nieuweenergie houden we bedrijven, inwoners en alle andere partijen op de hoogte van de stand van zaken rond de energietransitie en de overgang naar een aardgasvrij Zeist. Onder meer is hier een actueel overzicht te vinden van welke warmte-oplossing voor welke buurt het meest kansrijk lijkt, en welke planning voorzien wordt voor de buurt. Ieder die wil, kan op de hoogte blijven van de ontwikkelingen en voortgang via de emailnieuwsbrief Nieuwe Energie en via lokale media. Communicatie in een verkenningsbuurt Op buurtniveau worden projectteams en klankbordgroepen opgezet voor verkenningsbuurten. We kijken zorgvuldig welke belanghebbenden daarin worden vertegenwoordigd.
De communicatie/informatievoorziening in een verkenningsbuurt of bedrijventerrein is een kwestie van maatwerk. Daarbij kunnen als middelen onder meer worden ingezet: enquêtes, huis-aan-huisbrieven, bijeenkomsten, straatgesprekken, appgroepen, enzovoort.
Programma onderdeel 2. Aanpak verkenningsbuurten In buurten waar concrete kansen liggen doen we onderzoek en stellen we in samenwerking met inwoners en lokale partijen (zoals bewonersinitiatieven, woningbouwcorporaties, de netbeheerder, etc.) een buurtuitvoeringsplan op. Dit beschrijft de stappen die nodig zijn om te komen tot besluitvorming over de buurt. Het plan bevat daarom de volgende onderdelen (in paragraaf 8.2 lichten we dit stappenplan nader toe): 1. Samen starten (het samenbrengen en organiseren van actieve betrokkenen in de buurt) 2. Verkennen en concretiseren (sociale verkenning van de buurt en technische analyse van de meest kansrijke warmteopties) 3. Kiezen optimale warmteoplossing (onderbouwen en kiezen van de beste warmteoplossing voor de buurt) 4. Onderbouwen van de haalbaarheid en de aanpak (is voldaan aan alle financiële, technische, organisatorische en sociale randvoorwaarden?) 5. Besluitvorming omtrent de realisatie (Go/NoGo); het besluitvormingsproces vindt plaats in samenspraak met bewoners, betrokken woningbouwcorporaties, de netbeheer en andere lokale belanghebbende. Pas als er voldoende acceptatie is bij inwoners en de belanghebbenden, zal de gemeente definitief instemmen met de plannen om een buurt aardgasvrij te maken en de realisatiefase te initiëren. Bij een Go-besluit worden afspraken gemaakt over de realisatiefase.
Er worden afspraken gemaakt over de tijdplanning, rolverdeling, de benodigde aanpak van gebouwen en woningen en het contracteren van partijen die verantwoordelijk zijn voor de bouw en aanleg van nieuwe infrastructuur.
Transitievisie Warmte Zeist
47
Programma onderdeel 3. Aanpak buurten met natuurlijk tempo en overige buurten Voor buurten waar bewoners aangewezen zijn op een individuele oplossing willen we woningeigenaren in staat stellen optimaal gebruik maken van logische momenten die aansluiten op benodigd onderhoud of wijzigingen in de woonsituatie. Verhuizingen, vervanging van de CV-ketel en grote verbouwingen zijn bij uitstek momenten om woningen klaar te maken voor een toekomst zonder aardgas. Mijn Groene Huis biedt advies, begeleidt initiatieven en bemenst in Zeist het loket voor individuele bewoners die aan de slag willen met hun woning. Er lopen stimulerings- en ondersteuningstrajecten om hier maximaal op in te spelen. Hier willen we over blijven communiceren. Zo sturen we aan op een slimme overstap naar aardgasvrij. Faciliteiten die zijn opgezet en die we willen blijven verbeteren voor bewoners, zijn: Mijn Groene Huis: Energieloket voor advies en vragen: dit is een algemeen loket waar bewoners en VVE’s terecht kunnen met vragen, en waar initiatieven zich kunnen melden die hier ondersteuning bij willen. Bewoners kunnen hier fysiek (Slotlaan 300) of online terecht voor advies over gunstige oplossingen voor hun woning en om meer te weten te komen over financiering-/subsidiemogelijkheden.
■ Gerichte aanpak en vooroorlogse woningen Aardgasvrij; in Zeist willen we komende jaren ervaring opdoen met het aardgasvrij maken van vooroorlogse woningen. Bewoners die oude woningen aardgasvrij willen maken, of zich daarop willen voorbereiden, kunnen zich melden bij Mijn Groene Huis of gemeente. ■ Specifieke aanpak voor monumenten. Zeist kent veel monumentale woningen en andere historisch beschermde objecten. Het is ingewikkeld deze vergaand te verduurzamen en over te stappen op een nieuwe warmtevoorziening, zonder afbreuk te doen aan de monumentale en cultuurhistorische waarde. Samen met monument-eigenaren bekijken we wat er wel en niet kan. ■ Slimme verwijzingen naar landelijke en regionale online energieloketten en informatieservices, zoals milieucentraal.nl, JouwHuisSlimmer.nl, etc. ■
Deze faciliteiten zijn beschikbaar voor alle inwoners van Zeist. Immers, ook in de buurten waar mogelijk een (hogere temperatuur) warmtenet komt is het raadzaam om woningen te isoleren. Het energieverbruik daalt, de energierekening wordt dan lager en de woning wordt comfortabeler. In Bijlage E is een overzicht opgenomen van geen-spijt maatregelen per buurt: duurzame maatregelen die altijd goed zijn. Waar nodig kan in overleg met de gemeente aanvullende expertise ingezet en aangetrokken worden om in te spelen op buurtinitiatieven, of om buurtaanpakken extra kracht bij te zetten.