CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

001A-Begroting 2023 gemeente Zeist (gewijzigd 29-9-2022)

Raad 8 november 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: Vaststellen van de begroting 202337.489 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

We zien zowel in aantallen als getallen een dalende trend voor Zeist. • Ambulante jeugdhulp. Contracten zijn ingegaan vanaf 1 juli 2021. Nauwe samenwerking met onderwijs en huisartsen. • De voorstellen vanuit Samen in Balans zijn we nader aan het uitwerken tot ruimte creërende oplossingen. Als gevolg van de invoering van de • We krijgen naarmate de invoerdatum van de omgevingswet nadert steeds beter 70% Omgevingswet en Wkb loopt de inzicht in potentiële kostenverhoging en inkomstendaling. Dit betreft zaken als gemeente een financieel risico doordat legesinkomsten, invoeringskosten, een andere manier van werken met mogelijk de financiële gevolgen nog onduidelijk kostprijsverhogende effecten, hogere bijdragen aan de omgevingsdienst en de naar zijn. verwachting hogere lasten door de hogere bijdrage aan het DSO • Er moeten extra middelen komen in de algemene uitkering. Hierover het gesprek voeren met andere gemeenten, de VNG, het ministerie en de ODRU. Inmiddels is er een incidenteel bedrag van € 150M beschikbaar gesteld door de minister voor de frictiekosten a.g.v. uitstel (meicirculaire). Voor Zeist ging het om ca. € 40K. • Bij het opstellen van de nieuwe legestabel onder de Omgevingswet en Wkb wordt een berekening gemaakt waaruit de financiële gevolgen blijken van een aantal varianten en wordt dit als keuze voorgelegd aan de raad.

max. € 1.575.000

max.€ 2.000.000

max.€ 500.000

Risico Nr R1252

Risico

Als gevolg van lastig te voorspellen • Goed monitoren van de pijplijn: wat zit er momenteel aan grotere bedragen in en 70% omgevingslegesinkomsten, loopt de wanneer komen ze naar verwachting tot afronding. gemeente het risico dat deze achter • Kostenstructuur analyseren. blijven bij begroting. • De legestabel opnieuw opbouwen. Hierbij wordt specifiek gekeken naar de balans tussen kosten en inkomsten en de balans tussen de leges voor grote en kleine bouwprojecten wordt gerepareerd.

max.€ 500.000

R994

Als gevolg van het jarenlang • Er zijn onderzoeken gedaan naar de parkeerdekken en er is in beeld gebracht waar 70% minimaliseren van onderhoud bij de 7 de grootste probleemgebieden zich bevinden. (open) parkeergarages (Voorheuvel, • Er is met name lekkageproblematiek geconstateerd, met mogelijk kans op Promenade, Slotlaan 1 t/m 3, Perron en (toekomstig) constructieve problemen als betonrot. de Luifel) is er een inhaalslag nodig in • Traject is gestart om beeld te krijgen bij het projectmatig herstellen van de problemen onderhoud waarvoor onvoldoende waarbij ook gesprekken worden gevoerd over (gedeelde) verantwoordelijkheden. budgetten voor handen zijn. Hierbij worden de benodigde herstelkosten in beeld gebracht. Het kan voorkomen dat de problematiek dusdanig onderliggend is dat grotere renovaties nodig blijken. Hiervoor is mogelijk een afhankelijkheid van partners in het gebied zoals VvE’s en de betreffende wooncorporatie(s). Als gevolg van het afsluiten van • Onderzoeken waar de grondexploitaties fiscaal geoptimaliseerd kunnen worden, bijv 50% grondexploitaties met een tekort neemt de opbrengst voor de oude werf dient als dekking voor de bouw van de nieuwe werf, de kans op het moeten betalen van en inzichtelijk maken voor welk bedrag de gemeente Vennootschapsbelastingplichtig vennootschapsbelasting toe1. is. Verder zullen nieuw te openen grexen hier een effect op hebben.

max.€ 500.000

R1123

R1117

R966

Als gevolg van de mogelijkheid dat het nog te nemen verkeersbesluit om de spoorwegovergang in Den Dolder af te sluiten door de rechter of de Raad van State wordt teruggedraaid, bestaat de kans dat de gemeente conform afspraak met ProRail € 6.500.000 moet terugbetalen. Als gevolg van het steeds meer moeten uitvoeren van bepaalde werkzaamheden waarvoor specialistische kennis vereist is (wetgeving, procedures en termijnen) ontstaat een kwetsbaarheid in de bedrijfsvoering vooral op de werkvelden waar "eenpitters" zitten.

Maatregelen

Kans

Financieel gevolg

max.€ 700.000

• Vóóraf: De onderbouwing van het verkeersbesluit moet aan hoge eisen voldoen. 10% • Achteraf: Als het Drieluik niet door gaat ondanks een besluit van de gemeente om af te sluiten, zal de gemeente richting ProRail de terugbetaling betwisten, omdat de gemeente geen blaam treft. Mocht de gemeente toch moeten betalen, zal in eerste instantie de € 3.550.000 mln (€ 4.000.000 minus € 450.000 voorbereidingskrediet) die in de gevormde reserve zit, worden aangewend.

max.€ 2.950.000

• Door te doen aan kennis delen via het zaaksysteem kunnen collega's elkaar 90% makkelijker vervangen. We brengen processen scherper in kaart. • Door strategische personeelsplanning krijgen we kwetsbare functies in beeld en kunnen we hier vroegtijdig op acteren. • Ook zoeken we samenwerking met andere gemeenten. De financiële impact is echter aanwezig en we zoeken naar ruimte in de begroting hiervoor.

max.€ 300.000

1 Met ingang van 1 januari 2016 zijn we als gemeente belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb). Dit betekent dat we vennootschapsbelasting

moeten gaan betalen over het resultaat op activiteiten waarbij we fiscaal gezien een onderneming drijven. De belastingdienst kan de gemeente als een onderneming gaan beschouwen als het totaal van het resultaat van de grondexploitaties positief wordt, bijvoorbeeld doordat grondexploitaties met een tekort worden afgesloten en er alleen nog winstgevende zijn. Meestal geldt het wel pas als het om meerdere jaren achter elkaar gaat. 75

Risico Nr R194

R1198

Risico

Maatregelen

Kans

Financieel gevolg

Als er een onjuiste grondslag voor de bepaling van de hoogte van de OZBaanslag(en) wordt gehanteerd, loopt Zeist mogelijk inkomsten mis. Grex huidige gemeentewerf/nieuwe werf: Als gevolg van de afhankelijkheid van het project om de grond van de huidige werf te ontwikkelen voor woningbouw met de verplaatsing van de werf, is er een risico dat de voortgang onder druk komt te staan en de gemeente geconfronteerd wordt met additionele kosten (namelijk claim als gevolg van clausule in contract met Surplus en afboeken gemaakte plankosten).

Door de voortgangsrapportages te volgen, is Zeist in staat de trends te volgen en tijdig te 50% zien of het goed gaat met de realisatie, maar er blijft nog steeds een risico.

max.€ 500.000

Inmiddels ligt er een voorlopig ontwerp en is het definitief ontwerp in de maak. Indien 10% alles volgens de huidige planning verloopt, zal de nieuwe werf in 2024 opgeleverd worden. Daardoor achten we de kans dat de deadline niet gehaald wordt op slechts 10%.

max.€ 2.485.000

Toelichting op tabel 1. De kans en het genoemde bedrag zijn dat wat netto over blijft rekening houdend met de genoemde maatregelen. Het totale (netto) risicobedrag is licht afgenomen ten opzichte van de vorige inventarisatie bij de jaarrekening 2021. De omvang van alle risico’s bedroeg destijds € 34,2 mln., terwijl deze nu € 33,5 mln. bedraagt. De grootste risico’s zijn niet veranderd: de WMO (op 1) en de jeugd (op 2). De belangrijkste verschuivingen in de top 10 zijn verder het verdwijnen van het risico op de algemene uitkering. De toelichting hierop is te lezen in het eerste deel van deze paragraaf. Verder is het risico op de omgevingsleges weer terug in de top 10. De laatste jaren variëren de inkomsten flink, terwijl de reserve die was gevormd om de schommelingen in de inkomsten op te vangen inmiddels is uitgeput. Omdat er vanaf 2023 een ander regime zal gaan heersen onder de Omgevingswet en de WKB zijn de inkomsten gebaseerd op aannames die in de praktijk getoetst moeten worden. Wel zijn de inkomsten inmiddels met € 1 mln. afgeraamd. De top 10 is qua omvang bedrag en percentage dat het uit maakt van het totale bedrag aan risico’s precies gelijk gebleven aan de vorige risicoronde: € 12,0 mln. (was € 12,3 mln.) ten opzichte van € 33,5 (was € 34,2 mln.), dus 36% van het totale bedrag aan risico’s.

2.4 Verdeling risico’s per kansencategorie en financieel gevolg Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn, kunnen geplaatst worden in een risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico dat een score heeft die in het oranje gebied zit, vraagt om aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie wordt bedreigd. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen.

76

Voor gemeente Zeist zijn in totaal 251 risico’s geïnventariseerd. De verdeling van deze risico’s naar kans van optreden en financiële impact is weergegeven in tabel 2. Het betreft de netto risico’s. Tabel 2. Verdeling risico’s per kanscategorie en financieel gevolg Financieel

Aantal/Kans

10%

x > € 1.500.000

4

2

€ 750.000 < x < € 1.500.000

3

3

€ 300.000 < x < € 750.000

15

6

€ 75.000 < x < € 300.000

71

x < € 75.000

30%

50%

70%

90%

1

1

4

2

3

22

25

15

6

71

37

19

11

4

Geen financiële gevolgen

87

36

17

29

4

1

Totaal

251

106

65

58

18

4

3

Dit betekent dat er 16 risico’s zijn die extra aandacht vragen, omdat ze zich in het (donker)oranje gebied bevinden. Het risico dat zich in het donkeroranje gebied bevindt, is het WMO risico dat op dit moment het grootste risico is dat gemeente Zeist kent. Er is een aantal beheersmaatregelen gedefinieerd, zie hiervoor in § 1.3 Top 10 risico’s. Er zijn geen risico’s die in het rode gebied zitten en dus direct aandacht nodig hebben. 2.5 Benodigde weerstandscapaciteit Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de actuele risico’s. Deze risico’s zijn zo breed mogelijk geïnventariseerd. Bij de kansberekeningen wordt dan ook een groot aantal schattingen van het totale financiële gevolg van het gehele risicoprofiel gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met de kans op optreden van een risico en met het feit dat het financieel gevolg per risico kan variëren. Doordat risico’s niet allemaal gelijktijdig en in hun maximale omvang zullen optreden is het bedrag dat we aanhouden als weerstandsvermogen vele keren lager dan de totale waarde van de geïnventariseerde risico’s. Benodigde weerstandscapaciteit Het totale bedrag van alle geïnventariseerde risico’s bedraagt € 33,5 miljoen. Ons risicomanagement-systeem Naris berekent welk weerstandsvermogen nodig is gezien de opgevoerde risico’s.

Dit gebeurt volgens de Monte-Carlo methode. Daarbij is het uitgangspunt dat niet alle risico’s zich op het zelfde moment en in dezelfde mate zullen voor doen. Er worden 100.000 verschillende scenario’s doorgerekend, waarbij een risico zich de ene keer wel voordoet en de andere keer niet. Tevens kan de omvang van het risico verschillen per scenario. Uit de uitgevoerde simulatie blijkt, dat met een waarschijnlijkheid van 90% gesteld kan worden dat het weerstandvermogen € 6.778.874 moet bedragen (bij een minimale ratio van 1,0).

77

2.6 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de post onvoorzien uit de exploitatie en de reserve weerstandsvermogen. Deze middelen kunnen vrij worden ingezet om risico’s in financiële zin af te dekken, waarbij de middelen uit de exploitatie conform bestaand beleid met factor 2,5 worden vermenigvuldigd. Voor 2023 bedraagt de verwachte beschikbare weerstandscapaciteit voor de reguliere risico’s € 6.412.221. Dit is gebaseerd op de geprognotiseerde eindstand van 2022. In tabel 3 is dit nader gespecificeerd. Tabel 3: Beschikbare weerstandscapaciteit Omschrijving Structureel Post Onvoorzien in exploitatie € 195.129 Structureel (€ 195.129 x factor 2,5) Reserve weerstandsvermogen Totaal

Incidenteel € 487.823 € 5.924.398 € 6.412.221

Het weerstandsvermogen was bij de vorige risico-actualisatie (de jaarrekening van 2021) € 6.867.400. Dit betekent dat het weerstandsvermogen met bijna € 0,5 mln. is afgenomen ondanks de extra dotatie van € 0,5 mln. in 2023 zoals geaccordeerd door de raad bij het vaststellen van de begroting 2022. De afname heeft te maken met de inzet van de reserve weerstandsvermogen als incidentele dekking voor een aantal posten in de eerste bestuursrapportage van 2022 voor in totaal een bedrag van ruim € 0,9 mln. 2.7 Beoordeling van het weerstandsvermogen Om te bepalen of het huidige weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de benodigde weerstandscapaciteit (die uit de risicosimulatie voortvloeit, zie § 1.5) en de beschikbare weerstandscapaciteit (zie § 1.6). De uitkomst van deze berekening vormt het weerstandsvermogen en wordt uitgedrukt in een ratio. Daarbij geldt: hoe hoger de ratio, hoe groter het vermogen om weerstand te bieden aan de financiële gevolgen van optredende risico’s. Beschikbare weerstandscapaciteit € 6.412.221 Ratio weerstandsvermogen = = 0,95 Benodigde weerstandscapaciteit € 6.778.874

78

Voor de beoordeling van de ratio wordt een norm gehanteerd (zie tabel 4) die is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit Twente. Deze norm wordt landelijk veelal toegepast en is door de raad ook als norm vastgesteld in de nota stabiliteitscriteria. Tabel 4: Waardering ratio Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Op basis van de landelijk gangbare normering krijgt de ratio de kwalificatie “Matig”. Bij de vorige versie van de paragraaf scoorde de ratio 1,04, dus “Voldoende”. Concreet betekent dit dat de reserve weerstandsvermogen op dit moment onvoldoende is qua omvang gezien ons risicoprofiel. Ook in 2024 zal er een extra bedrag gestort worden conform raadsbesluit bij de begroting 2022, namelijk € 0,2 mln. Daarmee zou de ratio verbeteren naar 0,98 en dat is nog steeds net de kwalificatie “Matig”. In het raadsvoorstel bij deze begroting worden maatregelen voorgesteld om de weerstandsvermogen verder te versterken. 2.8 Kengetallen In juli 2021 heeft de raad de nota financiële stabiliteitscriteria 2021- 2024 vastgesteld. De nota bevat een aantal stabiliteitscriteria dat een samenhangend inzicht geeft in de financiële robuustheid van de gemeente. Naast andere maken de volgens het BBV verplichte kengetallen voor deze paragraaf onderdeel uit van deze nota. Elk stabiliteitscriterium is hierbij voorzien van een signaalwaarde die bij een verwachte of werkelijke overschrijding moet aanzetten tot een gesprek tussen gemeenteraad en college en vervolgens tot actie. Daarom vergelijken we de kengetallen in deze paragraaf met de signaalwaardes zoals vastgesteld in de nota stabiliteitscriteria.

Voor eventuele benodigde bijsturingsacties verwijzen we naar het dashboard zoals gepresenteerd bij de begroting 2023. Analyse kengetallen en financiële positie Bij de jaarrekening 2021 zijn de kengetallen voor het laatst bepaald en berekend op basis van de balans. Voor de begroting is een meerjarige balans opgesteld om deze kengetallen te bepalen. De ‘hardheid’ van de getallen nemen in de planperiode af, doordat nu al inschattingen gemaakt moeten worden over bijvoorbeeld de saldi liquide middelen in bijvoorbeeld 2025.

79

Tabel 5 Overzicht van en verloop in kengetallen Kengetallen:

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit

Jaarrekening 2021

Begroting 2023

MJR 2024

MJR 2025

MJR 2026

11% 7%

Begroting 2022 (geactualiseerd) 24% 20%

22% 19%

15% 12%

11% 8%

10% 7%

65% 3%

59% -/- 6%

60% 6%

61% 8%

61% 9%

62% 4%

1% 108%

1% 120%

1% 111%

-/- 1% 111%

-/- 2% 111%

0% 111%

De netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. We spreken van een zeer goede netto schuldquote als deze onder de 20% ligt. Tussen de 20% en de 40% dreigt de schuldomvang te hoog te worden. Boven de 40% vinden we dat alle bezittingen te zwaar belast zijn met schulden. Bij de (geactualiseerde) begroting van 2022 en 2023 komt de netto schuldquote voor het eerst in jaren net iets boven de grens die we wenselijk vinden, namelijk op resp. 24% en 22%. Tijdelijk zijn de schulden naar verhouding iets toegenomen. De volgende begrotingsjaren zullen deze schulden weer afgelost zijn waardoor de netto schuld quote de komende jaren weer afneemt naar het wenselijke niveau van 10% in 2026. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij verstrekte leningen onzekerheid bestaat of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.

Bij deze netto (gecorrigeerde) schuldquote gelden dezelfde normen als voor de netto schuldquote, maar bij deze quote wordt rekening gehouden met het door de gemeente zelf verstrekken van leningen. Het betreft hier vooral eerder verstrekte hypotheken aan medewerkers. In het kader van de wet FIDO is het verstrekken van leningen sterk ingeperkt, zo is het niet meer toegestaan om nog hypotheken te verstrekken waardoor het saldo verstrekte geldleningen jaarlijks afneemt. Omdat de quote vanaf de begroting van 2023 steeds verder onder de grens van 20% zakt, spreken we van een zeer goede quote. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen doordat zij voldoende eigen vermogen heeft. Onder de ratio wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Hoe hoger de solvabiliteitsratio is hoe beter. Volgens de signaalwaarden in de nota stabiliteitscriteria spreken we van een goede ratio indien deze 60% of hoger is. De schuld van de gemeente dreigt te hoog te worden als deze onder de 60% uit gaat komen. Onder de 50% zijn de bezittingen te zwaar belast met 80

schulden. De solvabiliteitsratio van onze gemeente komt naar verwachting voor het begrotingsjaar 2023 uit op 60%. De komende jaren neemt hij iets verder toe naar rond de 62% in 2026. Dat ligt op en licht boven de signaalwaarde van 60%. Door de verwachte verbetering worden nu geen aanvullende maatregelen voorgesteld. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de structurele en incidentele lasten. Als dit kengetal positief is, is er ruimte om structurele tegenvallers op te vangen. De structurele exploitatieruimte ziet er voor de komende jaren goed uit, want een positief percentage betekent dat de structurele baten boven de structurele lasten uit komen en er dus ruimte is om structurele tegenvallers op te vangen. Dat komt met name omdat de baten de komende jaren (in elk geval tot en met 2025) zullen toenemen door een hogere algemene uitkering. Deze is vanaf 2026 echter beduidend lager. De lasten stijgen slechts licht.

Doordat we de afgelopen jaren de financiële huishouding op orde hebben gebracht, werpt dat nu zijn vruchten af. Enige voorzichtigheid is echter geboden. Zoals in de inleiding te lezen valt, begeven we ons in een zeer onzekere wereld met mogelijk negatieve gevolgen voor de financiële huishouding van de gemeente. Daarbij moet er nog een aantal taakstellingen gerealiseerd worden. Indien de taakstellingen niet gerealiseerd worden en die kans bestaat, heeft dit negatieve gevolgen voor dit kengetal. Kengetal grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Als signaalwaarde hanteren we voor dit kengetal 4%. Dit percentage geeft ruimte voor meer grondpositie en grondexploitaties maar geeft tevens een signaal ter waarschuwing voor het toenemende risicoprofiel. Het kengetal grondexploitatie blijft net als in voorgaande jaren de komende jaren rond de 0% schommelen. Dit betekent dat hij ver onder de 4% blijft waaruit blijkt dat het risicoprofiel ten aanzien van onze grondexploitaties beperkt is. De belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde.

Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: woonlasten van een meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, uitgedrukt in een percentage. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. In de begroting voor 2023 is er rekening gehouden met een stijging van het OZB tarief van 3,7%. De overige woonlasten zijn stabiel gehouden. Volgens de verwachting zal daarmee de Zeister woonlasten gemiddeld 10,5% boven het landelijke gemiddelde uitkomen. Of dat daadwerkelijk zo uitkomt, kunnen we de komende jaren volgen op Waarstaatjegemeente.nl. We verwachten dat de woonlasten van Zeist wel hoger zijn dan het landelijke gemiddelde, maar wel minder dan 10%. Voor dit kengetal bestaan geen harde normen. Wel ziet de toezichthouder een waarde van meer dan 105% als het meest risicovol. In de nota stabiliteitscriteria is opgenomen dat bij overschrijding van de signaalwaarde we in gesprek gaan met de raad. Wij agenderen dit onderwerp voor de auditcommissie.

81

Duiding tabel Alle kengetallen van de gemeente Zeist voor 2023 zijn goed tot zeer goed te noemen, omdat ze zich (ruim) binnen de afgesproken bandbreedtes begeven. Alleen de belastingcapaciteit verdient extra aandacht. Omdat deze 110,5% is, betekent dat dat de gemiddelde woonlasten in Zeist voor een meerpersoonshuishouden hoger zijn dan het landelijke gemiddelde en dat hierover een gesprek met de raad zal worden gevoerd op grond van de genoemde bandbreedtes in de nota stabiliteitscriteria. De netto schuldquote is alleen in 2023 naar verwachting hoger dan wenselijk, maar daarna weer goed te noemen. De solvabiliteitsratio blijft hoog. Dit betekent dat we als gemeente dus meer dan voldoende in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Het aandeel van de boekwaarde van grondexploitaties in verhouding tot de baten van de grondexploitaties blijft ook de komende jaren laag. Het risicoprofiel is dus relatief laag. De begroting is meerjarig sluitend en laat een positieve structurele exploitatieruimte zien waardoor structurele tegenvallers opgevangen kunnen worden. De onzekerheid over de algemene uitkering na 2025, een aantal taakstellingen die nog nadere uitwerking behoeven en de eventuele (financiële) gevolgen van de onzekere omgeving waarin we ons momenteel bevinden, maakt echter voorzichtigheid geboden.

82

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen Gemeente Zeist staat voor een structureel goed, veilig en efficiënt leef-, werk- en woonmilieu voor de inwoners en is voor de uitvoering daarvan verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van verschillende in bezit zijnde kapitaalgoederen. Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor een langdurige investering nodig is, bijvoorbeeld gebouwen en wegen. In deze paragraaf beschrijven we het beleid over het onderhoud van kapitaalgoederen. Daarnaast geven we informatie voor dit onderhoud. De kapitaalgoederen zijn verdeeld in 4 categorieën: Wegen, Riolering en water, Groen en Gebouwen. Met een effectieve en efficiënte sturing op de kapitaalgoederen wordt de balans gevonden tussen kwaliteit en kosten en worden achterstanden en potentieel onveilige situaties voorkomen. Dit vraagt een duurzame blik op de kapitaalgoederen en doorlopende budgettaire middelen. 3.1 Belang voor de Raad De totale omvang van de aanschafwaarde per 1-1-2022 van de in bedrijf zijnde geactiveerde materiële activa (exclusief gronden en terreinen binnen grondexploitaties) bedraagt circa € 131 mln. De onderverdeling daarvan is als volgt: Materiële vaste activa per 1-1-2022 Boekwaarde Bedrijfsgebouwen, woonruimten en terreinen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen, machines, installaties e.d. Overige materiële activa Totaal aanschafwaarde materiële activa

Economisch nut 74,2 5,8 5,6 10,7 96,3

bedragen (x € mln.) Maatschappelijk nut 34,0 0,7 0,3 35,0

Gezien de omvang van de waarde van deze activa, gevoegd bij de activa die ten laste van exploitaties of bijdragen van derden zijn aangeschaft en daardoor niet in bovengenoemde cijfers zijn opgenomen, is duidelijk dat de budgettaire consequenties van het onderhoud aanzienlijk zijn.

83

3.2 Beheervisies en -plannen Het beheer van kapitaalgoederen is gebaseerd op een beleidskader of beheervisie. Hierin zijn, afhankelijk van het type kapitaalgoed, afspraken gemaakt over de gewenste effecten van het beheer, de beoogde gebruikskwaliteit van de kapitaalgoederen, de werkwijze van de beheerorganisatie, (de omvang van) het budget en de manier van verantwoording. In een beleidskader of beheervisie wordt dit in hoofdlijnen, strategisch, beschreven. In de beheer- of onderhoudsplannen wordt de vertaling gemaakt naar de maatregelen die nodig zijn om de kwaliteit structureel te borgen en doorlopend de toets aan de begroting te kunnen maken. Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is in het jaar 2001 vastgelegd in de IBOR rapportage (Integraal Beheer Openbare Ruimte). Anno 2021 is dit beleidskader nog steeds geldend, de kwaliteitskeuzes die destijds zijn gemaakt, worden nog steeds nagestreefd. Bij het uitvoeren van het groot onderhoud wordt de kwaliteitsambitie gewogen basis nagestreefd. Het beheer omvat de hele levenscyclus van een kapitaalgoed. Die levenscyclus bestaat uit het continue (dagelijkse) proces van in stand houden, namelijk het gebruik afgewisseld door onderhoud en daarnaast het periodieke proces van inrichting, herinrichting, renovatie of vervanging.

Tot herinrichting kan worden overgegaan als uit de evaluatie van het instandhoudingproces blijkt dat normaal onderhoud niet volstaat, bijvoorbeeld op het moment dat er geen restlevensduur meer is of als gevolg van gewijzigde gebruikseisen. De beheer- of onderhoudsplannen beperken zich tot het proces van in stand houden. Soort kapitaalgoed Wegen

Beleids- of beheerplan IBOR Weginspectie en uitvoeringsplanning

Opgesteld 2001 Jaarlijks

Kwaliteitsniveau Niveau gewogen basis CROW minimaal verantwoord wegbeheer

Beleidsplan openbare verlichting

2003

Basisniveau Nederlandse Praktijkrichtlijnen

Beheerplan verkeersregeling-installaties

2015

Optimaal functioneren

IBOR Beleidsplan straatmeubilair(rv 2003074)

2001 2003

Niveau gewogen basis Ambitieniveau: passief vervangen

Riolering

Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan Basis rioleringsplan.

2021 5 jaarlijks

Wettelijke- en Hoogheemraadschapseisen

Groen

IBOR Groenstructuurplan

2001 2011

Langetermijnvisie Waterplan (07RAAD0108)

2007

Niveau gewogen basis (grootste deel) Niveau excellent (deel centrum gebied) Niveau sober (buitengebied) Basis zorgplicht gemeentelijke watertaken

Boombeheervisie Lange Termijn Boombeheerplan

Gebouwen

84

Meerjaren onderhoudsplannen

Niveau gewogen basis (grootste deel) 2013 2016 4-jaarlijks 2021

NEN 2767 niveau 2,3 of 4

3.3 Wegen Beleidskader Het beleid over mobiliteit geeft de wensen weer met betrekking tot de verhardingen in de gemeente; het waar en in welke vorm. Eind 2022 is het Mobiliteitsplan vastgesteld, de financiële consequenties hiervan zijn in deze begroting van 2023 meegenomen. Hoe het onderhoud van de wegen aansluit op het beleid wordt beschreven in het ‘onderhoudsplan wegen’. Deze wordt op dit moment gemaakt en naar verwachting in Q1 van 2023 afgerond. Het onderhoud is erop gericht om de verhardingen in Zeist op de meest economische manier in stand te houden, met als uitgangspunt veiligheid, bereikbaarheid, berijdbaarheid en duurzaamheid. Waar geen integrale aanpak mogelijk is wordt het wegenonderhoud op zich zelf staand uitgevoerd. Wegen Het wegenstelsel omvat circa 245 km weg en is, inclusief fiets- en voetpaden opgebouwd uit de volgende hoeveelheden: 1,25mln m2 asfaltverharding, 1,5mln m2 elementenverharding en 100.000 m2 halverharding; Tweejaarlijks worden alle verhardingen in Zeist geïnspecteerd en op basis van de combinatie van schadeclassificaties een “groot” onderhoudsprogramma vastgesteld. Er wordt op basis van de inspectie van 2022 een beheerplan opgesteld waarin de gemiddelde jaarlijkse budgetten voor klein en groot onderhoud maar ook een meerjaarlijkse vervangingslijst van wegen inzichtelijk worden gemaakt. We verwachten dit plan in 2023 aan te bieden.

Civiele kunstwerken De civiele kunstwerken in Zeist bestaan uit duikers (3 stuks), houten- en betonnen bruggen (24 stuks), waarvan de meeste zich bevinden in Zeist West en tunnels (griftlaan en Weteringlaan). Deze kunstwerken voor 1 x 4 jaar door een gespecialiseerd bedrijf geïnspecteerd en hiervoor wordt een 4 jaarlijks onderhoudsplan opgesteld. In 2020 heeft er een inspectie plaatsgevonden en in 2021 is gestart met de daaruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden. De planning van onderhoudswerkzaamheden vanuit deze inspectie heeft een looptijd van 4 jaar. Het belangrijkste deel van het areaal is hiermee bekend. Er is een deel van areaal van beheerobjecten die we in 2023-2024 willen inventariseren en inspecteren. Eveneens willen we alle opgenomen informatie laten samenkomen in een digitaal beheersysteem en de informatie daarbinnen de komende tijd verder verrijken. Op basis van die gegevens kan vervolgens een beheerplan worden opgesteld. Openbare verlichting De gemeente bezit ruim 10.000 lichtpunten. Daar waar de verlichting aan vervanging toe is, waarbij voor masten en armaturen afschrijvingstermijnen van resp. 40 en 20 jaar wordt aangehouden, deze vervangen voor duurzamere LED-verlichting welke gedimd kan worden. Inmiddels is ca. 55 % van de OVinstallatie voorzien van LED. In 2023 zal de laatste fase starten (ca. 4500 lichtpunten) van de verledding van het gehele areaal.

Dit traject wordt in 2024-2025 naar verwachting afgerond. De beheergegevens van de openbare verlichting wordt dit jaar in een nieuw beheersysteem opgenomen. Straatmeubilair Onder het straatmeubilair vallen onze bebording (Rvv-borden, straatnaamborden, ANWB-borden, (toeristische) verwijsborden en daarnaast ca. 10.000 elementen, zitbanken, afvalbakken, afzetpalen e.d. Het onderhoud aan het straatmeubilair bestaat in hoofdzaak uit werkzaamheden n.a.v. meldingen en het schoon en veilig houden van het areaal. De bebording is dit jaar nog beter inzichtelijk gemaakt en is opgenomen in een digitaal beheersysteem. Een deel van areaal is echter daarin nog niet opgenomen. In 2025 willen we dit deel van het areaal inventariseren en inspecteren. Met meer inzicht is het daarna mogelijk om een meer planmatig onderhoud te gaan uitvoeren. Camera’s Voor de handhaving in het gebied op de Voorheuvel en Emmaplein zijn 5 camera’s in beheer.

85

Verkeersregelinstallaties In 2015 heeft er een actualisatie van het beheerplan voor Verkeersregelinstallaties plaatsgevonden. Hiermee is een meerjarenperspectief gecreëerd waarbij inzichtelijk is gemaakt welke VRI’s gehandhaafd moeten worden of dat er ook andere oplossingen denkbaar zijn. Vervangingstermijnen en onderhoudskosten zijn geactualiseerd. Tevens zijn verwachte kosten voor onderhoud, storingsdiensten en aanvullen onderzoek klein/ groot onderhoud opgenomen. Het beheerplan geeft inzicht in benodigd klein onderhoud (na 15jaar uitvoeren) en groot onderhoud (uitvoering na 30jaar). Een nieuw VRIbeheerplan zal in 2025 worden vastgesteld. Parkeerapparatuur In Zeist staan 9 volmeld-installaties die verwijzen naar 4 parkeergarages en 7 parkeerterreinen. Onze 4 parkeergarages zijn voorzien van parkeerapparatuur, zoals camera’s (voor kentekenherkenning), intercoms, betaalautomaten, servers en slagbomen. Op straat staan 44 parkeerautomaten waarmee parkeerbelasting betaald kan worden. Voor de hierboven genoemde apparatuur zijn onderhoudscontracten afgesloten. In deze begroting hebben we de vervanging van de apparatuur gepland in 2024 (garages) en 2025 (straat). Hiervoor zijn vervangingskredieten geraamd. Financiële consequenties Onderhoud Programma en taakveld

(bedragen x € 1.000) Begroting

Verkeer en wegen

Parkeren Totaal Mobiliteit brengt ons verder

Begroting 2024

2025

2026

2.110 67 2.178

2.100 67 2.167

2.090 67 2.157

2.079 67 2.147

(bedragen x € 1.000) Begroting

Parkeren Totaal Mobiliteit brengt ons verder

86

Begroting

2023

Investeringen Programma en taakveld

Verkeer en wegen

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

1.868 731 2.599

1.849 720 2.569

1.829 742 2.571

1.807 791 2.597

3.4 Riolering en water Beleidskader Voor rioleringsbeheer volgen we het vastgestelde verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022 – 2026 (vGRP). We zetten in op riolering zo lang mogelijk in stand houden. Dat kan, omdat de grondslag in Zeist, overwegend stabiel zand, gunstig is. Riolering gaat lang mee en we vervangen daarom pas als de riolering ook technisch op is. Dat betekent dat we in 2023 riolering projectmatig vervangen in de Dichtersbuurt en wanneer calamiteiten zich voordoen. Bij overige wegreconstructies wordt de afwatering beoordeeld en klimaatrobuust aangepast. Naar aanleiding van inspecties van het vrij verval stelsel gaan we riolering renoveren in onder andere Brugakker, Kerckebosch en Austerlitz. Naar aanleiding van gemaalinspecties gaan we rioolgemalen renoveren. In samenwerking met Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden gaan we in 2023 alle grote watergangen baggeren. Dat doen we enerzijds om te voldoen aan de zorgplicht die het waterschap ons oplegt ten behoeve van regenwaterafvoer. Anderzijds bevordert het baggeren de waterkwaliteit. Welk effect het baggeren heeft op de grondwaterkwelstromen aan de voet van de Heuvelrug is onzeker. De afgelopen jaren zijn er in de openbare ruimte verschillende regenwater infiltratievoorzieningen toegepast om de Zeist klimaatrobuust te maken. Deze voorzieningen vragen om een nieuwe beheermethode.

Zoals ook beschreven in het vGRP gaan we een beheerplan voor de infiltratievoorzieningen schrijven. Financiële consequenties Onderhoud Programma en taakveld

(bedragen x € 1.000) Begroting

Riolering

Begroting 2024

2025

2026

547

510

489

481

(bedragen x € 1.000) Begroting

87

Begroting

2023

Investeringen Programma en taakveld

Riolering

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

581

540

517

507

3.5 Groen Beleidskader In het groenstructuurplan uit 2011 staat verwoord hoe de gemeente omgaat met het openbaar groen. De openbare ruimte in Zeist wordt grotendeels op onderhoudsniveau B, onderhouden, met uitzondering van een klein gebied in het centrum (op niveau A) en bedrijventerreinen en het buitengebied (op niveau C). In het Lange Termijn Bomen Beheerplan uit 2016 wordt er aangegeven hoe we het bomenbestand op orde houden, hierin staat beschreven hoe we onze lanen en bomen vervangen. Dit plan wordt geëvalueerd in 2022. De evaluatie wordt in het eerste kwartaal van 2023 aangeboden aan de raad. De conclusies en/ of aanbevelingen uit de evaluatie worden geïmplementeerd in verdere realisatie van het plan. Het verhogen van de biodiversiteit, zoals het vergroenen van de wijken door middel van het verwijderen van ‘zinloze verharding’ staat beschreven in de visie ‘Samen voor meer biodiversiteit’ uit 2021. Er is gestart met het maken van beheerplannen voor onder andere Landschappelijke beplanting, groen en speelplaatsen. Hierin wordt een visie opgenomen en beschreven hoe we deze kapitaalgoederen gaan beheren. Ook worden hierin de gemiddelde jaarlijkse budgetten voor onderhoud en vervanging opgenomen, waarin ook een meerjaarlijkse vervanging van het groen inzichtelijk wordt gemaakt. We verwachten dit plan in 2023 aan te bieden aan de raad.

Er wordt een groenbeheerplan opgesteld waarin de gemiddelde jaarlijkse budgetten voor verzorgend onderhoud en inboet maar ook een meerjaarlijkse vervangingslijst van het groen inzichtelijk worden gemaakt. We verwachten dit plan in 2023 aan te bieden. Voor een aantal parken binnen de gemeente hebben we ‘losse’ beheerplannen; Park Nijenheim, Dieptetuin, Park De Brink en Walkartpark. Voor de beide begraafplaatsen in Zeist worden dit jaar ook beheerplannen geschreven. In deze paragraaf wordt onder openbaar groen begrepen het beheer en onderhoud van: - Bomen - Groen (bermen en beplanting) - Speelvoorzieningen Financiële consequenties Onderhoud Programma en taakveld

(bedragen x € 1.000) Begroting

Openbaar groen en recreatie

Begroting

2025

2026

2.851

2.723

2.723

2.723

(bedragen x € 1.000) Begroting

88

Begroting

2024

Investeringen Programma en taakveld

Openbaar groen en recreatie

Begroting

2023

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

112

126

139

152

3.6 Gebouwen Beleidskader De gemeente Zeist heeft vastgoed in bezit om invulling te geven aan maatschappelijke doelen. Het uitganspunt voor het hebben en behouden van vastgoed is dat we dit alleen doen als het bijdraagt aan de kerntaken van de gemeente, toekomstige ontwikkelingen of opgaven. We spreken in dat geval van kernvastgoed. De gemeente Zeist draagt zorg voor ca. 97 gebouwen. Hiervan zijn nog 27 woningen in bezit die na vrijkomen worden afgestoten. (ca. 3 a 4 per jaar). De gemeente heeft qua m2 BVO een relatief hoog percentage van 90% kernvastgoed in bezit. Om deze eigendommen in goede staat te houden wordt gewerkt met duurzame meerjarige onderhoudsplannen. De gemeente voorziet daarmee in goede, veilige en bruikbare accommodaties. Met de actualisatie van de onderhoudsplannen geven we ook een impuls aan het verder verbeteren van de toegankelijkheid en het verduurzaming van ons eigen vastgoed. Hiermee willen wij ook als gemeente het goede voorbeeld blijven geven. Door op langere termijn te kijken naar de onderhoudskosten zorgen we voor inzicht en financiële stabiliteit. De verschillende gebouwen in eigendom van de gemeente Zeist zijn in onderstaande tabel weergegeven: Vastgoed eigendom - gemeente Zeist Type vastgoed (conform RVO)

peildatum aug 2022 aantal objecten

aantal m2 BVO

KERNVASTGOED

(afgerond)

Maatschappelijk vastgoed Sport & Recreatie

18

21.000

Welzijn & Cultuur

12

12.000

Parkeergarages

4

27.600

Eigen huisvesting

4

9.700

Gemeentewerf

5

5.300

Gemalen

5

200

Begraafplaats

8

1.200

Plantsoenonderkomens

5

1.400

brandweerposten

2

4.400

63

82.800

woningen

27

2.900

strategisch

2

600

(semi) commercieel

2

800

34

4.300

Overig vastgoed

STRATEGISCH en/of AF TE STOTEN

89

Financiële consequenties Onderhoudsplannen worden minimaal 1 x per 5 jaar geactualiseerd. 2022 is het startjaar van onze nieuwe onderhoudsplannen, waarbij tevens verdere verduurzaming en toegankelijkheid zijn geïntegreerd. Onderhoudsplannen worden opgesteld volgens de NEN2767 methodiek en brengen het onderhoud voor de gehele levensduur van het gebouw in beeld. De onderhoudsbudgetten worden over de periode van 10 jaar getoetst aan de reserve onderhoud kapitaalgoederen. De stand van de reserve zal daarbij altijd boven nul moeten uitkomen in de prognose. (bedragen x € 1.000)

Programma en taakveld Begroting

Onderwijshuisvesting Volwaardig meedoen aan de samenleving

Openbaar groen en recreatie Riolering Begraven Doorpakken voor natuur en klimaat

Wonen en bouwen Wonen op maat

Sportaccomodaties Cultureel erfgoed Cultureel en sportief Zeist

Parkeren Mobiliteit brengt ons verder

Beheer overige gebouwen en gronden Ondersteuning organisatie Financiele stabiliteit en organisatie Totaal

90

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

193 193 68 2 84 153 14 14 484 416 899 219 219 278 294 572 2.051

413 413 26 7 48 81 18 18 673 321 995 311 311 359 269 627 2.445

591 591 36 2 51 88 17 17 1.140 319 1.459 488 488 334 531 864 3.508

241 241 67 2 163 232 10 10 1.392 607 1.999 715 715 1.102 390 1.492 4.689

Paragraaf 4 Financiering Deze paragraaf is een instrument voor het transparant maken van de financieringsfunctie. De uitvoering van de financieringsfunctie is gebonden aan wettelijke regels, zoals met name opgenomen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) en verder vastgelegd in de door de Raad vastgestelde Financiële verordening gemeente Zeist. De wet fido regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. 4.1

Uitvoering treasurybeleid

De gemeente heeft voor haar betalingsverkeer diverse bankrekeningen. De hoofdrekening wordt aangehouden bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank). Via deze bankrekening loopt het overgrote deel van het gemeentelijke betalingsverkeer. Daarnaast worden enkele bankrekeningen aangehouden bij de Rabobank Rijn en Heuvelrug, enerzijds als uitwijkmogelijkheid voor het geval de hoofdrekening door wat voor reden dan ook uitvalt en anderzijds ook omdat bepaalde services via de een plaatselijke bank simpeler zijn op te lossen (o.a. opname en storting van contant geld). In het geval dat bij een gemeente sprake is van tijdelijk overtollige gelden moet de gemeente verplicht deelnemen aan het systeem van schatkistbankieren. De positieve saldi op de gemeentelijke bankrekeningen worden daarbij tijdelijk gestald bij het Rijk, met uitzondering van een vastgestelde marge voor het reguliere betalingsverkeer. De omvang van deze marge bedraagt met ingang van 1 juli 2021 2% van het begrotingstotaal, voor Zeist is dat in 2023 een bedrag van ca. € 3,6 mln. In de praktijk heeft Zeist een afspraak met de BNG Bank dat overtollige middelen boven de € 0,5 mln. automatisch worden afgeroomd naar “de schatkist”. Op die manier wordt ook voorkomen dat de gemeente aan de BNG Bank negatieve rente over het aangehouden saldo boven de € 0,5 mln. verschuldigd is.

Bij “de schatkist” is de rentevergoeding wettelijk op tenminste 0% gezet. Voor de beleidsmatige aspecten van het treasurybeleid is een Rentecomité ingesteld, dat bestaat uit de wethouder Financiën, de concerncontroller, het afdelingshoofd Financiën en de treasurer. Viermaal per jaar wordt in het rentecomité gesproken over de ontwikkelingen op treasurygebied. Onder meer komen daar aan de orde: liquiditeitsprognose, financieringsbehoefte, rentevisie en ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. 4.2

Financieringsbehoefte

Op basis van de geschatte investeringen en cashflowstromen ziet de verwachte financieringsstructuur per einde 2023 er als volgt uit: Financieringsstructuur 2023 Investeringen Boekwaarde investeringen Boekwaarde verstrekte leningen Boekwaarde grondexploitaties Totaal investeringen Financieringsmiddelen Reserves Voorzieningen Langlopende leningen Totaal financiering Financieringssaldo

91

Bedragen x € 1.000 185.603 7.242 2.459 195.304

133.107 19.286 31.100 183.493 - 11.811

Uit deze tabel blijkt dat eind 2023 het financieringssaldo uitkomt op een tekort. Dat betekent dat, als de geraamde investeringen in het geraamde tempo worden uitgevoerd, het in combinatie met (tijdelijke) verschillen in de inkomsten- en uitgavenstroom van de exploitatie te verwachten is dat in 2023 gebruik moet worden gemaakt van kortlopende kasgeldleningen. Een vertraging in de uitvoering zal er toe leiden dat minder of zelfs geen kasgeld nodig is. De gemeente mag het financieringssaldo tot een bedrag van € 15,4 mln. (de zgn. kasgeldlimiet) financieren met kort geld (zie ook onderdeel 3.3.5). 4.3

Rentelasten en rentetoerekening

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat de omslagrente wordt berekend door de werkelijk betaalde (minus ontvangen) rente op onze leningen toe te rekenen aan de taakvelden. Dit vindt plaats door het rentebedrag te delen door de boekwaarde van de vaste activa. Alleen als voor investeringen specifieke leningen zijn aangetrokken (partiële financiering), mag de rente van deze financiering ook worden gebruikt voor de berekening van de rentelasten van deze investering. De gemeente Zeist kent geen partiële financiering. De omslagrente is voor de opstelling van de begroting 2023 opnieuw berekend. De omslagrente voor 2023 is uitgekomen op 0,5% (2022: 0,5%). Zowel de rente-inkomsten als de rente-uitgaven dalen in 2023 ten opzichte van 2022, de rente-inkomsten door de aflossing op de uitstaande leningen en de renteuitgaven door de reguliere aflossing. In de begroting 2023 is het saldo van de betaalde en ontvangen rente aldus verdeeld over alle taakvelden met behulp van een omslagrente van 0,5% over de boekwaarde van de investeringen van het betreffende taakveld. In onderstaand rekenmodel zijn de rentelasten en rentebaten opgenomen waarop de berekening van de diverse rentepercentages is gebaseerd. Daarna volgt een overzicht met toelichting op de voor de begroting 2023 berekende percentages. Rente toerekening Raming 2023 in € 1.000 1 2 3

5 6

7

Externe rentelasten van korte en lange financiering Externe rentebaten (hypotheekportefeuille) Totaal door te rekenen externe rente Rente toe te rekenen aan grondexploitaties Direct toegerekende rente Saldo door te rekenen externe rente Rente eigen vermogen Rente Voorzieningen Saldo door te rekenen interne rente Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente Positief resultaat op taakveld Treasury

804 -117 687 -18 -18 669 0 170 170 839 920 81

Dit BBV-rekenmodel levert een aantal waardes op, te weten: a) Het gewogen externe rentepercentage: 2,52% (2022: 3,33%) Dit percentage wordt nergens direct toegepast, maar vormt de basis voor de berekening van de rente grondexploitaties (b) en de omslagrente (c). De daling is veroorzaakt doordat in maart 2022 een nieuwe langlopende lening van € 10 mln. is opgenomen met een rente van 1,02%. Daardoor is de gemiddelde rente op de langlopende leningen gedaald tot 2,52%. 92

De gemeente Zeist heeft nog altijd relatief weinig leningen opgenomen (verwachte stand van de restantleningen eind 2023 bedraagt € 34,3 mln.). Dit komt doordat de gemeente een behoorlijke reservepositie heeft en er momenteel weinig grote projecten hoeven te worden gefinancierd. Daarom is ook sprake van een relatief laag bedrag aan te betalen rente op de leningen (€ 804.000 in 2023). Door de lage rente van de nieuwe lening is het effect op de rente ook beperkt. Zie verder bovenstaande tabel, regel 1. Bovendien is nog altijd sprake van een fors bedrag aan uitgezette gelden in de vorm van hypothecaire leningen aan ambtenaren. Hoewel dit een aflopende constructie is en er in de afgelopen jaren fors is afgelost op de hypotheken, is de omvang nog redelijk (gemiddeld € 4,5 mln. aan uitgezet geld in 2023). Door de aflossing daalt de te ontvangen rente tot € 117.000 in 2023. Zie bovenstaande tabel, regel 2. De totale door te belasten externe rentelast blijft aldus beperkt tot € 687.000. b) Rente grondexploitaties: 0,87% (2022: 1,16%) Ook de berekening van de rente grondexploitaties is voorgeschreven. Omdat de rente voor de grondexploitaties gebaseerd is op het gewogen externe rentepercentage (a) is ook deze rente verhoudingsgewijs fors gedaald.

Het gewogen externe rentepercentage (a) moet in dit geval vermenigvuldigd worden met het geschatte percentage vreemd vermogen van de gemeente (=34,6% voor 2023). Ook hier wordt het relatief lage percentage verklaard door de gezonde financiële structuur van Zeist met weinig vreemd vermogen. Omdat bij de grondexploitaties ook sprake is van een beperkte boekwaarde is de toegerekende rente beperkt. Zie bovenstaande tabel, regel 3. c) Het percentage voor de renteomslag: 0,5% (2022: 0,5%). Naast de externe rentekosten moet rekening worden gehouden met de interne rente die wij moeten toevoegen aan enkele voorzieningen. In dit geval vloeit dat voort uit de aard van die voorzieningen, dat wil zeggen dat deze op contante waarde zijn gewaardeerd. Evenals in 2022 betreft dit een tweetal voorzieningen. Zie bovenstaande tabel, regel 6. Zoals gebruikelijk wordt voor het eigen vermogen (de reserves) geen rente berekend. Zie tabel, regel 5. De mogelijkheid bestaat om de gecalculeerde omslagrente af te ronden met maximaal 0,5% (naar boven of naar beneden), mits het resultaat op het taakveld treasury niet meer dan 25% van de werkelijke rente bedraagt. De afronding is bedoeld om een bepaalde continuïteit in de omslagrente te bereiken en te voorkomen dat ieder jaar de rente in alle systemen en berekeningen moet worden aangepast. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.

Deze omslagrente is bij de begroting 2023 toegepast op alle gemeentelijke activa, uitgezonderd de grondexploitaties en de uitgezette leningen. Zie tabel, regel 7. Door de afronding van het percentage ontstaat op het taakveld Treasury op begrotingsbasis een positief saldo van € 81.000. 4.4

Renterisicobeheer

In de financieringssfeer worden twee renterisico’s onderscheiden: op vlottende en op vaste schuld. In de Wet fido zijn voor deze risico’s normen vastgesteld. Voor de vlottende schuld is dit de kasgeldlimiet en voor de vaste schuld de renterisiconorm. Beide normen zijn ingesteld om de financieringsverhoudingen van een gemeente in een duurzaam evenwicht te houden. Het strak sturen op de cashflow (de in- en uitgaande geldstromen) blijft daarvoor belangrijk. Het tijdig betalen van geleverde producten en diensten blijft vanuit maatschappelijk belang eveneens de noodzakelijke nadruk krijgen. Bovendien richt de organisatie zich op een goed inzicht in de timing van grote inkomsten en uitgaven. Uit onderstaande berekeningen blijkt dat voor 2023 het cashflowritme binnen de normen kan worden afgehandeld. Renterisico vlottende schuld: de kasgeldlimiet Dit is het maximale bedrag dat de gemeente met kortlopende leningen (looptijd maximaal 1 jaar) mag financieren. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. Voor Zeist komt de berekening voor 2023 uit op een kasgeldlimiet van € 15,4 mln. Zoals aangegeven onder 3.3.3 bestaat de mogelijkheid dat in 2023 gebruik moet worden gemaakt van kortlopende leningen.

93

Renterisico vaste schuld: de renterisiconorm Dit betekent dat dat het risico van een hogere rentelast in een jaar niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van langlopende leningen (looptijd langer dan 1 jaar) te beperken. In de tabel hieronder is de berekening en de ruimte onder de norm weergegeven. Daaruit blijkt dat sprake is van een ruime marge onder de norm. Renterisiconorm Omschrijving 1a/b Renteherziening op vaste schuld o/g en u/g 2 Aflossingen 3 Renterisico (1 + 2) 4a Begrotingstotaal *) 4b Percentage regeling 4 Renterisiconorm (4b x 4a) 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 -/- 3) *)

94

2023 0

2024

3.275 3.275 181.651 20% 36.330 33.055

3.275 3.275 180.597 20% 36.119 32.844

(bedragen x € 1.000) 2025 2026 0 0 3.275 3.275 180.569 20% 36.114 32.839

2.875 2.875 181.831 20% 36.366 33.491

Berekend op basis van alle lasten in de begroting, exclusief de (relatief beperkte) lasten voor de grondexploitaties.

Paragraaf 5 Bedrijfsvoering Deze paragraaf gaat over de bedrijfsvoering van de gemeente Zeist. Dat wil zeggen de manier waarop de processen zijn georganiseerd en worden aangestuurd, hoe de bedrijfsmiddelen worden ingezet en de wijze waarop de organisatie bijdraagt aan het realiseren van de doelen, projecten en prestaties van de gemeente. We beschrijven in deze paragraaf de ontwikkeling van een aantal bedrijfsvoering disciplines: Planning en Control en financiën, Rechtmatigheid, Informatievoorziening, Huisvesting, P&O en Communicatie. Planning & Control / Financiën In 2023 wordt ingezet op het verder doorontwikkelen van de Planning & Control cyclus waarmee we de (financiële) producten steeds beter en toegankelijker willen maken. Het uiteindelijke doel is om deze producten vooral als beleidsdocumenten neer te zetten, waarbij de raad in gelegenheid kan worden gesteld het juiste gesprek met elkaar te voeren. Vooral het steeds beter inzetten van de beleidsindicatoren zullen hier een bijdrage aan kunnen leveren. Aan de achterkant wordt er ook gekeken naar de mogelijkheden om het proces van de totstandkoming van de documenten voor de organisatie te verbeteren. Vanuit Financieel beheer zullen diverse projecten worden opgepakt, waaronder het door ontwikkelen van onze financiële systemen.

Op deze wijze kunnen wij ook in de toekomst onze (financiële) processen goed laten verlopen binnen de geldende wet- en regelgeving. Tevens werken we de uitbreiding rondom de renseigneringsplicht verder uit en zetten we verdere stappen in het e-facturatie proces. Rechtmatigheid Rechtmatigheidsverantwoording Op 31 mei 2022 is het wetsvoorstel versterking decentrale rekenkamers in de Tweede Kamer aangenomen, waarvan de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel uitmaakt. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording leggen wij zélf verantwoording af over de financiële rechtmatigheid van de baten, de lasten en de balansmutaties in de jaarrekening. De accountant geeft dan geen rechtmatigheidsoordeel meer af bij de jaarrekening, maar de rechtmatigheidsverantwoording van het college wordt wél betrokken in het getrouwheidsoordeel van de accountant. De behandeling van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer is naar verwachting nog in 2022. Voor de rechtmatigheidsverantwoording gaat het om invoering per verslagjaar 2023. De jaarrekening, voor het verslagjaar 2023, wordt in het kalenderjaar 2024 vastgesteld. We gaan met de auditcommissie in gesprek over de controlerende rol in deze van de raad. Daarnaast zijn we reeds gestart met de implementatie van de nieuwe wetgeving.

Door de wetswijzing wordt onderliggende regelgeving (verordening 212, 213 en het beleid rondom Misbruik en Oneigenlijk gebruik) aangepast. Deze aanpassingen zijn voorzien in 2022 en deels 2023. Deze stukken worden voorbereid met de auditcommissie en worden ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. In Control Statement (ICS) Als Zeist hebben we de ambitie om naast de rechtmatigheidsverantwoording door te groeien naar een ICS. Dit is een verklaring van het college dat de bedrijfsvoering ‘in control’ is. De exacte inhoud wordt later bepaald, evenals de invoeringsdatum en het groeipad. In 2023 zullen we de eerste gesprekken hierover gaan voeren. Alleen al de invoering van de Rechtmatigheidsverantwoording, de eerste belangrijke stap naar het ICS, vraagt op korte termijn genoeg van de organisatie.

95

Informatievoorziening De samenleving is door de technologische ontwikkelingen ingrijpend veranderd. We leven in een informatie- en netwerksamenleving die niet alleen steeds complexer wordt, maar waarbij vooral digitale kwetsbaarheden en dreigingen ten aanzien van de betrouwbaarheid / integriteit van de gegevens, de vertrouwelijkheid van de gegevensverwerking en continuïteit van de bedrijfsvoering, met mogelijke ontwrichtende consequenties toenemen. Daarbij wordt ook gegevensbescherming van steeds groter belang. Informatie moet ondersteunend zijn aan de uitvoering van onze taken en geen belemmering daarvoor zijn. Maar tevens dienen wij ook zorgvuldig hier mee om te gaan zodat inwoners geen onnodige risico’s lopen. De beveiliging van de eigen informatiehuishouding, het verhogen van de (digitale)weerbaarheid en de verdere bescherming van publieke waarden staan in 2023 centraal evenals het juist beschikbaar maken van data op plekken waar het ondersteunend is aan de werkprocessen. Digitalisering vraagt daarnaast ook om goed informatiebeheer. Als overheid willen we open en transparant zijn in datgene wat we doen. Het op orde hebben van de informatiehuishouding is daarin van groot belang. Dat hebben we op dit moment nog onvoldoende. Per 1 mei 2022 is ook de Wet Open Overheid officieel ingegaan.

In een tijdsbestek van vijf jaar beoogd de Wet Open Overheid een beweging te maken naar een meer pro-actieven en open overheid. De wet kent drie pijlers. - Het aanstellen van een WOO coördinator en het inrichten van het WOO proces waarbij inwoners informatie kunnen opvragen bij de gemeente. Dit is inmiddels ingeregeld - Het op orde brengen van de informatiehuishouding. Begin 2022 is daarvoor een archiefvisie en uitvoeringsplan opgesteld om in de komende jaren hier naar toe te werken. Omdat nog onduidelijk is wat de Wet Open Overheid precies gaan verlangen, zal dit de komende jaren daar waar nodig worden bijgesteld. In 2023 zal in ieder geval focus liggen om diverse archieven op orde te brengen. - Het actief ontsluiten van 17 specifieke type overheidsinformatie. Hierin volgen wij als gemeente de landelijke planning op dit gebied. Voor 2023 is de verwachting dat de eerste paar processen op deze manier kunnen worden ontsloten. Huisvesting In 2023 zullen de werkplekken en werkruimtes van de organisatie van de Gemeente Zeist (verder) worden aangepast aan (nieuwe vormen van) hybride werken. Hierdoor kunnen medewerkers op verschillende manieren nabij zijn voor de inwoners en betrokkenen van Zeist. Daarbij zijn duurzame oplossingen altijd het uitgangspunt. Er wordt hergebruikt waar het kan en geïnvesteerd waar het moet.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan het opnieuw of anders inzetten van meubilair en aan het aanschaffen van nieuwe (IT) faciliteiten waarmee hybride werken wordt gefaciliteerd. Dit gaat uiteraard in samenwerking met andere interne afdelingen zoals Vastgoed, IV en P&O. Verder zullen processen continue worden verbeterd en aangescherpt zodat er veilig en efficiënt wordt gewerkt. Vanuit het vastgoed eigendom van het gemeentehuis verzorgen we de technische instandhouding volgens duurzame meerjaren onderhoudsplannen (DMJOP), zodat het gebouw veilig, gezond en bruikbaar is voor de bedrijfsvoering. (zie ook Collegeproduct: 030 Beheer overige gebouwen en gronden). Ook zijn we als eigenaar in staat om zelf mee te denken in geval van gewenste veranderingen aan de inrichting of voor het gebruik. P&O De krappe arbeidsmarkt, een toenemende uitstroom en de rek die er door crisis op crisis langzaamaan uit raakt: ook gemeente Zeist heeft met deze knelpunten te maken. Wij leggen de focus vanuit P&O het komende jaar op een aantal zaken om ervoor te zorgen dat we ons menselijk kapitaal kunnen versterken, om zo de beste bijdrage te kunnen blijven leveren aan een goed leven in Zeist. We versterken onze wervingsstrategie, met bijbehorend arbeidsmarktcommunicatieplan, om het toegenomen aantal vacatures te kunnen blijven vervullen.

Door proactiever in de arbeidsmarkt aanwezig te zijn, maar ook door anders naar onze vacatures te kijken, willen we de juiste mensen kunnen aantrekken. We zetten in op het duurzaam inzetbaar en bevlogen houden van onze medewerkers. Ook het bevorderen van de leercultuur in al haar facetten, krijgt meer aandacht dan de afgelopen (corona)jaren. Door onze medewerkers te helpen hun talenten goed in te zetten, zullen zij niet alleen van waarde zijn voor onze organisatie, maar willen we hen ook boeien en daarmee hopelijk aan ons blijven binden. Digitaal en data-gedreven HR zal tot slot een speerpunt zijn, om eerder genoemde beleidsvoornemens zo goed als mogelijk te kunnen behalen. 96

Communicatie De belangrijkste (beleids-)uitgangspunten voor communicatie van de Gemeente Zeist zijn: de samenleving is ons uitgangspunt, we luisteren, we zijn open en toegankelijk en blijven in contact, we gebruiken duidelijke taal zodat mensen ons snappen en we zijn één gemeente, we werken als een keten. We ondersteunen en adviseren de organisatie in communicatie met maatschappelijke betekenis en halen bij onze inwoners en ondernemers op wat de communicatie- en informatiebehoefte is. We zetten in op gebruik van het juiste beeld, taal, toon en opstelling. Hierdoor ervaren inwoners de gemeente als dichtbij. In 2023 onderzoeken we het effect en het bereik van de gemeentelijke communicatie, zorgen we voor doorontwikkeling van de social mediastrategie, persbeleid en participatieplatform en zetten we in op de juiste middelen zoals website, nieuwsbrief, social media, lokale media. Ook gaan we aan de slag met de doorontwikkeling van heldere en duidelijke taal en houden we aandacht voor toegankelijkheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11888503/1