CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

001A-Begroting 2023 gemeente Zeist (gewijzigd 29-9-2022)

Raad 8 november 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: Vaststellen van de begroting 202337.489 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

•

We organiseren een pilot ‘aanpak woonfraude’ in Vollenhove. Samenwerking tussen de betrokken partijen leggen we vast in een convenant.

•

In een vroegtijdig stadium aanpakken van alle vormen van woonfraude. Hierdoor ontstaat er ook meer zicht op mogelijke ondermijning.

•

Opstellen van het Veiligheidsplan 2024-2027

•

Een vastgesteld Veiligheidsplan 2024-2027

47

Wat mag het kosten? Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product

2021 realisatie

2022 2023 2024 begroting begroting begroting

(bedragen x € 1.000 ) 2025 2026 begroting begroting

1.1

Crisisbeheersing en brandweer

L B S

5.201 4 -5.197

5.284 0 -5.284

5.432 0 -5.432

5.488 0 -5.488

5.486 0 -5.486

5.486 0 -5.486

1.2

Openbare orde en veiligheid

L B S

2.165 173 -1.992

2.547 249 -2.298

2.435 257 -2.178

2.384 273 -2.111

2.338 273 -2.065

2.338 273 -2.065

Programma Samen zorgen voor veiligheid

L B S

7.366 177 -7.189

7.831 249 -7.582

7.867 257 -7.610

7.872 273 -7.599

7.824 273 -7.551

7.824 273 -7.551

Toelichting op afwijkingen De lasten op het product Crisisbeheersing en brandweer zijn afgestemd op de meerjarige begroting van de VRU (Veiligheids Regio Utrecht). In 2021 waren de lasten iets lager op het product Openbare orde en veiligheid. Dit kwam door het niet volledig benutten van de middelen voor wijkgericht werken. Conform afspraak met de raad zijn de resterende budgetten meegenomen naar 2022 (egalisatiesystematiek), waardoor in 2022 juist een iets hoger budget staat. Voor de jaren 2021 tot en met 2023 vinden er extra activiteiten plaats in het kader van Vollenhove Vooruit, deze zorgen voor extra lasten en baten. Vanaf 2023 zijn opbrengsten in de begroting opgenomen vanuit de werkzaamheden van de BOA’s, conform de IAC voorstellen.

48

Beleidsindicatoren Misdrijven - Winkeldiefstallen

Misdrijven - Diefstallen uit woning

Misdrijven - Geweldsmisdrijven

Per 1.000 inwoners

Per 1.000 inwoners

Per 1.000 inwoners

Het aantal winkeldiefstallen per 1.000 inwoners

Het aantal diefstallen uit woningen per 1.000 inwoners

Het aantal geweldsmisdrijven. Voorbeelden van geweldsmisdrijven zijn seksuele misdrijven, levensdelicten zoals moord en doodslag en dood en lichamelijk letsel door schuld (bedreiging, mishandeling, etc.)

2,5

5

2

4

1,5

3

1

2

0,5

1

0

6 4 2

0 2017

2018

2019

Zeist

2020

2021

0 2017

Nederland

2018

2019

Zeist

2020

2021

Nederland

Duiding: De laatste jaren schommelt deze indicator boven de landelijke trend. De daling in de landelijke trend is in Zeist (nog) niet zichtbaar.

Misdrijven - Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)

Misdrijven – Verwijzingen Halt Per 1.000 jongeren

Per 1.000 inwoners

8

Het aantal verwijzingen per 1.000 inwoners van 12 t/m 18 jaar. Jongeren van 12 t/m 18 jaar die een licht strafbaar vergrijp plegen worden door de politie of leerplichtambtenaren naar Bureau Halt verwezen voor een passen de Halt-straf

15

6

10

4 5

2 0

0 2017

2018 Zeist

2019

2020

2021

Nederland

Duiding: Op deze indicator scoren wij ongeveer gelijk aan het landelijk gemiddelde.

49

2017

2018 Zeist

2019

2020

2018 Zeist

Duiding: In Zeist schommelen we de laatste jaren iets onder de landelijke trend

Hieronder vallen brandstichtingen, alle vormen van vernieling en misdrijven tegen de openbare orde en het openbaar gezag.

2017

2021

Nederland

Duiding: Deze indicator schommelt de laatste jaren ongeveer rondom het landelijk gemiddelde.

2019

2020

2021

Nederland

Duiding: Rondom deze indicator scoren wij gelijk aan het landelijk gemiddelde.

Programma 10 Financiële stabiliteit en organisatie Als gemeente zijn we voor een groot gedeelte afhankelijk van de gelden die wij van het Rijk ontvangen. De afgelopen jaren stonden we voor een grote uitdaging door achterblijvende inkomsten vanuit het Rijk en hebben we dit, in samenspraak met de inwoners, opgelost. Als Zeist staan wij voor een solide financieel beleid en met onze stabiliteitscriteria zorgen we voor financiële armslag voor de uitvoering van onze maatschappelijke opgave en borgen we dat de lasten voor inwoners en bedrijven laag blijven en de financiële risico’s beheersbaar. In betere tijden zorgen we voor de mindere tijden om op die manier minder vatbaar te zijn van de grillen van het landelijke beleid. Onze organisatie zetten we op zo een efficiënt en toegankelijk mogelijke manier in om tot dienst te staan van onze inwoners. Wat gaan we doen? Ondersteuning organisatie (overhead) • We onderzoeken wat er nodig is aan investeringen in de gemeentelijke organisatie in kwaliteit en kwantiteit. We denken hierbij aan de ambities op het gebied van veiligheid, meedoen, klimaat en wonen.

Verbonden Partijen: Totaal lasten: Totaal baten:

BghU € 22.009.000 (11,5 % van het totaal) € 139.826.000

Wat merkt de samenleving daarvan? • • •

•

Programma in het kort:

De gemeentelijke organisatie heeft voldoende aanpassingsvermogen. De organisatie maakt verbinding met de samenleving en het maatschappelijk middenveld. Ambtenaren handelen vanuit de kernwaarden vertrouwen, nabijheid en kracht.

We verbeteren de P&C-cyclus stap voor stap. We brengen doelen, acties en middelen bij elkaar. We rapporteren op een inzichtelijke manier die de besluitvorming bevordert.

•

We kijken zoveel mogelijk vooruit en begroten de gevolgen van allerlei ontwikkelingen die we aan zien komen. We maken op tijd hierover afwegingen. We zijn voorzichtig en realistisch in onze begroting.

•

Een gedegen financieel huishoudboekje waarbij schommelingen in budgetten zoveel mogelijk worden voorkomen.

•

We besteden aandacht aan de taal en vormgeving van begroting en jaarrekening. We kijken wat de meest geschikte communicatievorm is om de resultaten zichtbaar te maken.

•

Er is een duidelijke communicatielijn over de planning- en controlcyclus.

•

Samen met het ontwerpteam het voorlopig ontwerp (VO) uitwerken tot een definitief ontwerp (DO) en een technisch ontwerp (TO) voor de nieuwe gemeentewerf. De aanbesteding met de bouwaannemer is gepland in het 1e kwartaal van 2023.

•

Realisatie van een nieuwe, duurzame gemeentewerf in het 2e kwartaal van 2024.

• •

Technische goed, gezond, veilig en bruikbaar vastgoed. Duurzaam en toegankelijk vastgoed.

• •

We sluiten passende overeenkomsten voor het beoogde gebruik. We verzorgen budgetbewaking op de kosten en uitgaven en optimaliseren waar mogelijk op begrotingsniveau.

• •

Beheer overige gebouwen en gronden • We onderhouden onze gebouwen onderhoudsplannen (DMJOP.) •

50

volgens

duurzame

meerjaren

We zorgen voor optimaal gebruik en financieel gezonde vastgoedexploitatie.

•

We zijn duidelijk over welke doelen wel of niet gerealiseerd zijn en wat de reden daarvan is. We maken duidelijk hoe dit zichtbaar wordt in de samenleving met financiële en niet-financiële gegevens.

Wat gaan we doen? • We toetsen huisvestingswensen aan het bestaande vastgoed.

Belastingen • We beoordelen welke (leges)tarieven niet kostendekkend zijn en wat de mogelijkheden zijn voor betere tarieven. • We koppelen de ozb-stijging zoveel mogelijk aan de inflatie. • Als er geld over is, geven we dat terug aan de inwoners.

Wat merkt de samenleving daarvan? • We zetten in op (bestaande) huisvestingsplannen en objectstrategie. • We stoten vastgoed af wat niet tot ons kernvastgoed behoort. • We verzorgen het afstoten van snippergroen en gronden als daar aanleiding voor is en mogelijkheden voor zijn.

• •

Lokale lasten (ozb) zijn niet hoger dan noodzakelijk. Tarieven zijn zoveel mogelijk kostendekkend.

Financiën (Algemene uitkering, overige baten & lasten, reserves, vennootschapsbelasting) • We brengen in beeld wanneer we te weinig geld van het Rijk krijgen om onze • Taken worden efficiënt uitgevoerd binnen het beschikbare budget taken uit te kunnen voeren. We voeren met M50 en VNG hierover een actieve lobby. We maken keuzes in dienstverlening bespreekbaar.

51

Wat mag het kosten? Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product

2021 realisatie

Algemene dekkingsmiddelen 0.5 Treasury L B S

2022 2023 2024 begroting begroting begroting

(bedragen x € 1.000 ) 2025 2026 begroting begroting

100 715 615

90 349 259

39 318 279

-70 314 384

-88 310 398

-151 308 459

0.61 OZB woningen

L B S

455 7.643 7.188

514 7.898 7.384

486 8.431 7.945

481 8.678 8.197

507 8.678 8.171

518 8.678 8.160

0.62 OZB niet woningen

L B S

222 5.085 4.863

71 5.091 5.020

63 5.442 5.379

62 5.610 5.548

66 5.610 5.544

67 5.610 5.543

0.64 Belastingen overig

L B S

38 0 -38

38 342 304

3 347 344

3 347 344

3 347 344

3 347 344

0.7

L B S

0 112.858 112.858

0 114.090 114.090

0 123.657 123.657

0 126.419 126.419

0 127.275 127.275

0 117.093 117.093

L B S

815 126.301 125.486

713 127.770 127.057

591 138.195 137.604

476 141.368 140.892

488 142.220 141.732

437 132.036 131.599

Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds

Subtotaal algemene dekkingsmiddelen

52

Exploitatie Lasten/baten/Saldo per product

2021 realisatie

Overhead, VpB en onvoorzien 0.4 Ondersteuning L organisatie (Overhead) B S

2022 2023 2024 begroting begroting begroting

(bedragen x € 1.000 ) 2025 2026 begroting begroting

21.093 844 -20.249

23.345 370 -22.975

20.227 384 -19.843

19.746 384 -19.362

19.853 383 -19.470

19.716 384 -19.332

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

L B S

0 0 0

188 0 -188

196 0 -196

196 0 -196

196 0 -196

196 0 -196

Subtotaal overhead, VpB en L onvoorzien B S

21.093 844 -20.249

23.533 370 -23.163

20.423 384 -20.039

19.942 384 -19.558

20.049 383 -19.666

19.912 384 -19.528

1.651 3.454 1.803

1.636 1.173 -463

1.178 1.247 69

1.245 1.232 -13

1.299 1.232 -67

2.133 1.232 -901

0.9

Vennootschapsbelasting L (VpB) B S

0.81 Onvoorzien

0.3

Beheer overige gebouwen L en gronden B S

0.81 Overige baten en lasten exclusief onvoorzien

L B S

-513 -266 247

493 0 -493

-183 0 183

-183 0 183

-173 0 173

-261 0 261

Subtotaal overige producten

L B S

1.138 3.188 2.050

2.129 1.173 -956

995 1.247 252

1.062 1.232 170

1.126 1.232 106

1.872 1.232 -640

Programma Financiële stabiliteit en organisatie

L B S

23.046 130.333 107.287

26.375 129.313 102.938

22.009 139.826 117.817

21.480 142.984 121.504

21.663 143.835 122.172

22.221 133.652 111.431

53

Toelichting op afwijkingen Bij het product Treasury worden de kosten gevormd door de te betalen rente voor opgenomen leningen enerzijds en de aan producten toegerekende rente anderzijds (deze post vormt conform BBV een last bij de betreffende collegeproducten en een negatieve last op treasury). Idealiter tendeert daarmee de kostenkant naar € 0, zie ook de toelichting in de paragraaf Financiering. De te betalen rente neemt de komende jaren af vanwege het volledig afgelost raken van opgenomen leningen. Mogelijk is herfinanciering nodig en zullen hiervoor nieuwe rentekosten in de plaats komen. Als in komende jaren blijkt dat de toegerekende rente te veel afwijkt ten opzichte van de betaalde rente, dan zal de omslagrente worden aangepast. De baten bestaan uit de renteopbrengst van de hypotheekportefeuille (uitsterfconstructie) en het uitgekeerde dividend. In 2021 is dividend ontvangen van de BIGA en een hoger dividend van de BNG, wat voor extra baten zorgde. Bij de producten OZB en Belasting overig stijgen de opbrengsten als gevolg van het toepassen van de prijscompensatie. Bij de producten OZB is een extra stijging te zien tussen de jaren 2021 tot en met 2024 vanwege de besluitvorming bij de begroting 2022 om de OZB in drie stappen van 3% te laten stijgen. De baten bij het product Belasting overig bestaan uit precariobelasting.

In 2021 zijn deze aanslagen verminderd naar € 0 als corona-compensatie. De kosten betreffen vooral de uitvoering van het opleggen en innen van aanslagen door de BghU. Bij het product Belasting overig dalen de kosten vanaf 2023 door de afschaffing van de hondenbelasting. Conform contract moeten deze kosten tot en met 2022 nog worden betaald. Bij de OZB (niet woningen) heeft vanaf 2022 een correctie plaatsgevonden tussen de kosten van de BghU voor de OZB-heffing en voor de rioolheffing, op basis van de opgave van de BghU. Het product Gemeentefonds kent een wisselend verloop op basis van de circulaires van het rijk. De uitkomst van het gemeentefonds is voor de gemeente niet beïnvloedbaar en is gerelateerd aan de omvang van de rijksbegroting. Iedere circulaire wordt uitgebreid toegelicht via raadsinformatiebrieven. Bij het product Ondersteuning organisatie is in 2022 sprake van extra incidentele lasten als gevolg van meegenomen budgetten vanuit 2021 via de reserve egalisatiesystematiek. Ook zijn er in 2022 incidenteel hogere budgetten vanwege onderhoud aan het gemeentehuis (gedekt uit de onderhoudsreserve) en innovatiekosten die het mogelijk maken om in de jaren erna efficiënter te werken. Vanaf 2023 dalen de kosten voor dit product als gevolg van door de raad besloten maatregelen om te komen tot een sluitende begroting.

Als gevolg van uitvoering van taken voor de regio ZOU zijn in 2021 bijdragen ontvangen van de deelnemende gemeente. Hier staan gemaakte kosten tegenover. Bij het product Beheer overige gebouwen en gronden worden de wisselende bedragen voor de lasten veroorzaakt door de jaarlijks wisselende kosten voor onderhoud. Dit wordt meerjarig geëgaliseerd via de reserve egalisatie onderhoud kapitaalgoederen. De hogere baten in 2021 betreffen de eenmalige opbrengst van de verkoop van gemeentelijk onroerend goed. Deze extra baten worden gestort in het vastgoedfonds en de reserve revolving fund sociale woningbouw op basis van afspraken met de raad. Het product Overige baten en lasten bevat een beperkt aantal stelposten en taakstellingen op basis van eerdere besluitvorming van de raad. Omdat diverse stelposten een oplopend of aflopend karakter hebben, zorgt het totaal ervan voor een wisselend patroon van lasten. In 2022 staan hier ook de lasten begroot als gevolg van de COA-ontwikkelingen, zoals gemeld in de eerste Berap 2022. De baten en lasten bij de realisatie in 2021 worden veroorzaakt door afwikkeling van gemeente brede posten zoals transitoria en het vrijvallen van een niet meer benodigd bedrag uit de risicovoorziening.

54

Beleidsindicatoren Formatie

Bezetting

Apparaatskosten

Aantal fte per 1.000 inwoners

Aantal fte per 1.000 inwoners

Aantal euro per inwoner

Tot de formatie worden alle medewerkers die in dienst zijn van de gemeente met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd gerekend.

Tot de bezetting worden alle medewerkers die in dienst zijn van de gemeente met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd gerekend.

Het totaal van de doorbelaste overheadskosten ten opzichte van het totaal aan inwoners in de gemeente Zeist.

5,5 5,4 5,3 5,2 5,1 5 4,9

5,5 5,4 5,3 5,2 5,1 5 4,9

460 440 420 400 380

2018 2019 2020 2021 2022 2023

2018 2019 2020 2021 2022 2023

2018 2019 2020 2021 2022 2023

Zeist

Zeist

Zeist

Duiding: De formatie over de afgelopen jaren is vrij stabiel en schommelt rond de 345 Fte.

Duiding: Het uitgangspunt waarmee gewerkt wordt is dat de bezetting gelijk is aan de formatie.

Externe inhuur

Overhead

%

%

Begrootte kosten van inhuur als percentage van de totale loonsom + totale kosten inhuur

Totale omvang van het taakveld overhead (0.4) ten opzicht van het begrotingstotaal.

20

15

15

10

10 5

5 0

0 2018

2019

2020

2021

2022

2023

Zeist Duiding: Door een wijziging in rekenmethode zijn er weinig gegevens beschikbaar. Daarnaast ziet er, als gevolg van onze eigen begrotingsmethodiek, een groot verschil tussen realisatie (2021) en begroting (2022/2023)

55

2018

2019

2020

2021

2022

2023

Zeist Duiding: De laatste jaren zit een voorzichtige stijging in deze indicator.

Duiding: Met uitzondering van 2022 (begroot) is er sinds 2021 een stijging ingezet, waarna deze weer stabiliteert.

Budgetautorisatie In dit hoofdstuk treft u de budgetten aan, zoals de raad die kaderstellend autoriseert. In overeenstemming met het dualisme, stelt de raad de budgetten op programmaniveau vast, de lasten en de baten. Het gaat dan om de exploitatiebudgetten en de investeringsbudgetten. De raad autoriseert de budgetten voor 2023 via deze begroting. Binnen deze budgetten is het college geautoriseerd de begroting uit te voeren. Het college kan binnen het kader van de programmabudgetten zelf de onderverdeling in de budgetten per product vaststellen en indien nodig wijzigen. Wanneer de budgetten op programmaniveau wijzigen (ook als baten en lasten budgetneutraal stijgen of dalen), ligt de bevoegdheid bij de raad. De rapportages en verantwoording kennen eenzelfde verdeling: programmaniveau voor de raad, productniveau voor het college. Dat in deze begroting en in de rapportages de informatie gebundeld (op product- en programmaniveau) is opgenomen, verandert niets aan de formele (budgettaire) bevoegdheden van raad en college. Autorisatie exploitatiebudgetten per programma De lasten en baten (beide per programma) in de kolom 2023 vormen de kaderstellende budgetten voor de uitvoering van deze begroting. De lasten en baten in latere jaren zijn ter informatie opgenomen, zodat duidelijk is hoe het bestaande beleid zich financieel meerjarig vertaalt.

De formele autorisatie en dus de mogelijkheid deze meerjarige budgetten te gebruiken vindt niet plaats in de begroting 2023. Die volgt bij latere begrotingen. Exploitatiebudgetten per programma Lasten per programma

1 Gemeente in verbinding 2 Volwaardig meedoen aan de samenleving 3 Doorpakken voor natuur en klimaat 4 Wonen op maat 5 Positieve gezondheid 6 Cultureel en sportief Zeist 7 Mobiliteit brengt ons verder 8 Levendige economie 9 Samen zorgen voor veiligheid 10 Financiële stabiliteit en organisatie - Algemene dekkingsmiddelen - Overhead - Vennootschapsbelasting - Onvoorzien - Ov.prod.financiële stabiliteit en organisatie Totaal budget lasten

56

2023 2024 begroting begroting

(bedragen x € 1.000) 2025 2026 begroting begroting

5.680 51.231 22.030 4.886 46.264 10.719 9.988 977 7.867

5.594 52.049 21.710 4.861 45.327 10.790 10.040 874 7.872

5.401 52.494 21.651 4.753 44.537 11.198 10.180 868 7.824

5.498 52.322 21.676 4.701 44.562 11.737 10.422 868 7.824

591 20.227 0 196 995

476 19.746 0 196 1.062

488 19.853 0 196 1.126

437 19.716 0 196 1.872

181.651

180.597

180.569

181.831

Exploitatiebudgetten per programma 2023 2024 begroting begroting

Baten per programma

1 Gemeente in verbinding 2 Volwaardig meedoen aan de samenleving 3 Doorpakken voor natuur en klimaat 4 Wonen op maat 5 Positieve gezondheid 6 Cultureel en sportief Zeist 7 Mobiliteit brengt ons verder 8 Levendige economie 9 Samen zorgen voor veiligheid 10 Financiële stabiliteit en organisatie - Algemene dekkingsmiddelen - Overhead - Vennootschapsbelasting - Onvoorzien - Ov.prod.financiële stabiliteit en organisatie Totaal budget baten Totaal exploitatieresultaat ( baten -/- lasten )

(bedragen x € 1.000) 2025 2026 begroting begroting

1.132 21.538 17.322 4.267 613 1.852 3.692 533 257

1.282 22.262 17.132 4.256 613 1.838 3.886 533 273

1.282 22.880 17.128 4.229 791 1.838 3.886 533 273

1.282 23.346 17.113 4.229 797 1.838 3.886 533 273

138.195 384 0 0 1.247

141.368 384 0 0 1.232

142.220 383 0 0 1.232

132.036 384 0 0 1.232

191.032

195.059

196.675

186.949

9.381

14.462

16.106

5.118

Behalve de baten en lasten per programma, autoriseert de raad eveneens de in deze begroting opgenomen stortingen en onttrekkingen aan reserves. De stortingen en onttrekkingen aan de reserves vallen binnen de kaders die de raad over deze reserves heeft vastgesteld. Saldo van de begroting Omschrijving

Begrotingsresultaat voor mutaties

Storting in Reserves(-) Onttrekking aan Reserves (+) Saldo

57

2021 2022 2023 realisatie begroting begroting

2024 begroting

(bedragen x € 1.000 ) 2025 2026 begroting begroting

6.041

-11.069

9.381

14.462

16.106

5.118

-25.438 23.743

-15.566 25.874

-9.024 8.561

-8.876 8.408

-8.967 9.373

-9.349 10.565

4.346

-761

8.918

13.994

16.512

6.334

Autorisatie investeringen De raad autoriseert de geplande investeringen voor 2023. De investeringen van de latere jaren zijn ter informatie bijgevoegd. Het grootste deel van de geplande investeringen zijn vervangingsinvesteringen. De rente- en afschrijvingslasten van deze investeringen maken deel uit van de exploitatiebudgetten en zijn daarmee van dekking voorzien. Uitgaven voor onderhoud (soms net zo omvangrijk als investeringen) mogen niet worden geactiveerd en zijn volledig opgenomen in de exploitatie. (Vervangings)investeringen Investeringsbedragen Kleedkamergebouw Dijnselburg Toplaag kunstgrv 1 Achter 't Slot Toplaag kunstgrv 2 Achter 't Slot Mini kunstgrv Achter 't Slot Totaal Cultureel en sportief Zeist Apparatuur 4 parkeergarages Intercom parkeren Camera's parkeren Volmeldinstallaties perkeren 29 Stelio en 15 wijk parkeren Totaal Mobiliteit brengt ons verder Topkrediet vervangingsbudget auto's Vervangen Gemeentehuis meubilair Totaal Financiële stabiliteit en organisatie Totaal investeringen

I* I* I* I* U U U U U U U

Begroting 2023 -32 -64 -64 -15 -175 0 0 0 0 0 0 110 762 872 697

Begroting 2024 0 0 0 0 0 550 25 40 0 0 615 54 0 54 669

(bedragen x € 1.000) Begroting Begroting 2025 2026 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 103 0 365 0 468 0 0 186 0 0 0 186 468 186

* Deze inkomsten betreffen zgn. SPUK-bijdragen van het Rijk (Regeling specifieke uitkering stimulering sport, voor vanaf 2019 optredende btw-nadelen bij sport) voor in 2021 beschikbaar gestelde kredieten voor sportfaciliteiten. Naast de autorisatie van bovenstaande vervangingsinvesteringen plannen we investeringen in 2022 welke we steeds via technische begrotingswijziging aan u voorleggen. De reden hiervan is, dat de uitvoering en raming van de geplande investering nader is uitgewerkt. Het gaat hier bijvoorbeeld om investeringen in de openbare ruimte. Hiervoor is de volgende (voorlopige) planning beschikbaar.

58

(bedragen x € 1.000)

Planning overige investeringen Investeringsbedragen Vervangen speelvoorzieningen 2022

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2023

2024

2025

2026

U

Totaal Vitale gemeenschappen

0 0

0

0

0

0

0

Kroostweg extra krediet

U

362

Oude Arnhemseweg (deel 1 fietsstraat) extra krediet

U

85

0

0

0

Baarnseweg extra krediet

U

122

0

0

0

Andreas Foxlaan extra krediet

U

197

0

0

0

Griffensteijnselaan extra krediet

U

78

0

0

0

Dr. Jacoblaan en omgeving (buurtaanpak) extra krediet

U

400

0

0

0

Kouwenhovenselaantje extra krediet

U

75

0

0

0

Kwikstaartlaan extra krediet

U

395

0

0

0

Rotonde Jagersingel/Woudenbergeweg

U

275

0

0

0

Pater de Leeuwweg

U

100

0

0

0

Openbare verlichting 2023 verledding

U

750

0

0

0

Embranchementsweg voorbereiding

U

25

0

0

0

IVRI

U

310

0

0

0

Vervanging Bethanieplein vijver

U

350

0

0

0

Vervanging brug bij het Slot

U

110

0

0

0

11 kruisingen Bosch en Duin

U

370

0

0

0

4.004

0

0

0

Totaal Mobiliteit in beweging

Totaal Samen aan de slag voor het klimaat Totaal investeringen

59

U

0

0

I

0

0

0

0

0

0

0

4.004

0

0

0

Investeringen ten behoeve van de onderwijshuisvesting worden jaarlijks separaat via het Strategisch Huisvestingsplan aan de raad voorgelegd. De dekking van deze investeringen wordt gevormd door de bestemmingsreserve Huisvestingsvoorzieningen onderwijs. De start van de investeringen is mede afhankelijk van het proces dat samen met het schoolbestuur wordt doorlopen om te komen tot de juiste investering. Om die reden wordt het krediet via een technische begrotingswijziging aangevraagd, wanneer er voldoende inhoudelijke duidelijkheid is over de investering en de geplande uitvoering. Dit kan op deze technische wijze, omdat de investering past binnen de door de raad vastgestelde systematiek, de uitvoering van het bestaande beleid rond onderwijshuisvesting en binnen de bestaande budgetten voor deze taak. Voor het onderdeel Informatievoorziening (IV) werken we met een egalisatiesystematiek (door de raad besloten bij de Voorjaarsnota 2012). Waar vroeger zaken werden ingekocht, lopen tegenwoordig zaken via abonnementen. De technologische ontwikkelingen gaan snel en daarmee ook de ontwikkelingen qua kosten. Om die reden werken we met een vast budgetniveau waarbij de wisselende financiële consequenties van de juiste uitvoering van de IV-taken worden opgevangen via de reserve egalisatiesystematiek (reserve egalisatie ICT).

Daarnaast zorgt de wet- en regelgeving van het BBV ervoor dat sommige zaken moeten worden geactiveerd en afgeschreven, en andere zaken ineens ten laste van de exploitatie worden betaald. Hierdoor werkt IV niet met geplande vervangingsinvesteringen: per vervanging wordt gekeken naar de beste technische invulling en ook naar de bijpassende financiële oplossing: aankoop (= investering = krediet) of een vorm van abonnement / jaarlijkse kosten. Wanneer de keuze voor de juiste vervanging leidt tot een materiële aankoop met een meerjarige levensduur, dan wordt conform BBV geactiveerd. In dat geval zal de raad via een technische begrotingswijziging een vervangingskrediet ter vaststelling worden voorgelegd. Dit kan op deze technische wijze, omdat de investering past binnen de door de raad vastgestelde systematiek, de uitvoering van het bestaande beleid rond IV en binnen de bestaande budgetten voor deze taak.

60

Paragrafen

61

Paragraaf 1 Lokale heffingen In deze paragraaf geven wij inzicht in de gemeentelijke heffingen, de achtergronden en uitgangspunten, de tarieven en opbrengsten evenals de lokale belastingdruk. De uitvoering van de belastingverordeningen is in handen van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU). 1.1 Achtergronden en uitgangspunten OZB De OZB is onder te verdelen in drie categorieën: 1. Belasting op het gebruik van niet-woningen 2. Belasting op het bezit van woningen 3. Belasting op het bezit van niet-woningen De gemeente is verplicht ieder jaar de onroerende zaken te waarderen. Over deze waarde wordt een percentage berekend, het OZB-tarief. Het definitieve OZB-tarief voor 2023 wordt pas na de herwaardering van de onroerende goederen berekend. De BghU voert de herwaardering uit en geeft aan op welke momenten de WOZ-waardes voor 2023 reëel zijn in te schatten. In december 2022 komen de definitieve waardes beschikbaar, op basis waarvan de definitieve tarieven in december door de Raad kunnen worden vastgesteld voor oplegging van de aanslagen in 2023. Dit proces is gelijk aan het proces dat in 2021 is gevolgd voor de berekening en vaststelling van de OZB-tarieven voor 2022. Aangezien de OZB valt onder de algemene dekkingsmiddelen is ook deze opbrengst in 2023 aangepast aan het prijsindexcijfer van 3,7%, volgens afspraken in de Kadernota 2023.

Bij de besluitvorming van de begroting 2022 is extra verhoging van 3% gedurende 3 jaar vastgesteld. In de begroting 2023 is rekening gehouden met de extra 3% verhoging.

Opbrengst OZB gebruikers / OZB Niet Woningen Opbrengst OZB eigenaren / OZB woningen Opbrengst OZB eigenaren / niet woningen Totaaltelling

(Bedragen x € 1.000) Begroting 2022 Begroting 2023 2.039 2.180 7.898 8.431 3.051 3.263 12.988 13.874

Afvalstoffenheffing De kosten van inzameling en verwerking van huishoudelijk afval worden in Zeist in rekening gebracht via een afvalstoffenheffing, waarbij het tarief afhangt van de omvang van het huishouden. De opbrengst van de afvalstoffenheffing behoort niet tot de algemene middelen, maar moet worden gebruikt om de kosten te dekken van de afvalinzameling en -verwerking. Het uitgangspunt hierbij is dat de tarieven voor 100% kostendekkend zijn. De tarieven voor de afvalstoffenheffing stijgen in 2023 met gemiddeld 5,3%. Ten opzichte van 2022 blijft de trend ongeveer gelijk. De RMN voert in 2022 naar verwachting een flinke kostenstijging door in een tussentijdse begrotingswijziging. De reden hiervoor is een vertraging in de invoering van zgn. VANG. De vertraagde invoering zorgt voor extra ritkosten. • Prijsstijging RMN 3% • Aanvulling egalisatievoorziening afval 1% • Prijsstijging BTW en overhead 1%

Opbrengst afvalstoffenheffing 62

(Bedragen x € 1.000) Begroting 2022 Begroting 2023 9.451 10.005

Rioolheffing Rioolheffing wordt in Zeist, voor wat betreft woningen, geheven als vastrecht van de eigenaar. Bij bedrijven wordt de belasting geheven van de gebruiker. De gebruiker van een bedrijf betaalt tot 250 m3 waterverbruik het vaste tarief, daarboven een tarief dat afhankelijk is van het waterverbruik. De opbrengst van de rioolheffing is net als die van de afvalstoffenheffing geoormerkt, en mag alleen worden benut voor het beheren en in stand houden van het rioolstelsel. Vanaf 2022 is een nieuw verbijzonderd Gemeentelijk Riool Plan (vGRP) vastgesteld. Uit het vGRP blijken de uitgangspunten voor de tariefberekening. Er is vastgesteld dat het tarief in 2023 daalt met 10% exclusief indexering. Dit betekent dat het tarief na indexering per saldo netto daalt met 6,3%. In het vGRP is toegelicht dat we kunnen temporiseren met sparen voor vervanging. Het uitgangspunt van het vGRP in Zeist blijft 100% kostendekkendheid. Dit wordt bereikt door middel van verrekening met de egalisatievoorziening riolering en de spaarvoorziening riolering. Onderstaande opbrengsten betreffen woningen en nietwoningen.

Opbrengst rioolheffing

(Bedragen x € 1.000) Begroting 2022 Begroting 2023 5.925 5.559

Precariobelasting Precariobelasting wordt geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Denk bijvoorbeeld aan een terras, een luifel, uitstallingen of een bouwsteiger. De belasting wordt geheven van degene die het voorwerp heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp aanwezig is. De belastbare feiten worden ontleend aan vergunningaanvragen, controles en andere waarnemingen in de openbare ruimte. De tarieven en de opbrengst zijn geïndexeerd met 3,7%, volgens de afspraken in de Kadernota 2023. De begroting 2022 was gesteld op € 142.000 aan inkomsten. Door het effect van Corona is besloten om dat jaar geen precario te heffen, vandaar dat deze hieronder als nihil is weergegeven. Het niet heffen van de precarioheffing is onderdeel van het Tweede Zeister Steunpakket.

Opbrengst precariobelasting

(Bedragen x € 1.000) Begroting 2022 Begroting 2023 147

Parkeerbelasting Uit oogpunt van parkeerregulering wordt parkeerbelasting geheven. De parkeerbelasting is een belasting voor het parkeren van een voertuig op straat. De belasting wordt geheven door middel van aangifte, dit is de betaling middels een parkeerautomaat of via de telefoon (“mobiel parkeren”). Wanneer er niet of niet in voldoende mate is voldaan aan de aangifteplicht wordt door de parkeercontroleur een naheffingsaanslag uitgeschreven. De naheffingsaanslag bestaat uit de kosten, waarvan de hoogte jaarlijks door de gemeenteraad bij het vaststellen van de belastingtarieven wordt vastgesteld, vermeerderd met het tarief voor minimaal een uur parkeertijd (gebaseerd op het laagst mogelijke tarief voor een uur parkeren). Daarnaast wordt parkeerbelasting geheven in de vorm van parkeervergunningen. Voor 2023 zijn de parkeertarieven geïndexeerd met 3,7%. Een uitzondering is het tarief voor dagkaarten. Dit tarief is vastgezet op € 15,00 omdat het gepast en met muntgeld afgerekend dient te worden. Het tarief voor de naheffingsaanslag wordt jaarlijks berekend op basis van een door het rijk voorgeschreven methode. Het tarief voor 2023 komt uit op € 62,80.

Opbrengst parkeerbelasting straat (betaald parkeren op straat, vergunningen, naheffingen) Opbrengst parkeren garages (geen parkeerbelasting) 63

(Bedragen x € 1.000) Begroting 2022 Begroting 2023 2.331 2.399 793

845

Toeristenbelasting Voor het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in o.a. hotels, pensions en andere vakantieonderkomens, door personen die niet als ingezetene in het bevolkingsregister zijn opgenomen, wordt de toeristenbelasting geheven. De belasting wordt betaald door degene die verblijf houdt aan degene die de mogelijkheid tot verblijf biedt. Het jaarlijks aantal overnachtingen wordt door degene die de mogelijkheid tot verblijf biedt bij de BghU aangegeven. De aangever wordt vervolgens voor het totaal aantal overnachtingen in dat jaar aangeslagen. Periodiek vindt controle van deze aangiften plaats. De tarieven, en daarmee de opbrengst, zijn geïndexeerd met 3,7%, volgens de afspraken in de Kadernota 2023.

Opbrengst toeristenbelasting

(bedragen x € 1.000) Begroting 2022 Begroting 2023 373 419

Marktgelden Marktgeld wordt geheven voor het gebruik of genot van een standplaats op de daarvoor aangewezen marktterreinen. Belast wordt degene, die gebruik maakt van de standplaats. Uitgangspunt voor marktgelden is, dat het tarief voor 100% kostendekkend is. De kosten voor elektriciteit en promotiekosten worden afzonderlijk in rekening gebracht. Ten tijde van het opstellen van de programmabegroting 2020 is er een onderzoek gestart naar een eventuele verzelfstandiging van de markt in 2021. Door Covid-19 is een vertraging ontstaan in de afstemming met de marktondernemers wat betreft deze eventuele verzelfstandiging van de markt. Na overeenstemming met deze ondernemers volgt een bestuurlijk traject in 2022. In de huidige begroting is hier nog geen rekening mee gehouden. Hierdoor is in de begroting 2022 rekening gehouden met een kostenreductie van € 34.000, welke niet gerealiseerd gaat worden. In de bestuur rapportage 2022 is de begroting 2022 hierop aangepast. In de begroting 2023 wordt met de kostenreductie van € 34.000 rekening gehouden. De kostenreductie heeft geen effect op de opbrengsten in 2022 en 2023. De marktgelden worden verhoogd met een prijsindex van 3,7%, volgens de afspraken in de Kadernota 2023.

Opbrengst marktgelden

64

(Bedragen x € 1.000) Begroting 2022 Begroting 2023 111 113

Leges De gemeente heft leges ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Het gaat om verhaal van de kosten die de gemeente maakt voor de dienstverlening aan individuele burgers en bedrijven. Voorbeelden daarvan zijn o.a. leges voor de aanvraag van vergunningen, voor aanvraag van paspoorten en rijbewijzen e.d.

Leges groter dan € 10.000 Bevolkingsadm/ Reisdocumenten Bevolkingsadm/ Inburgering Bevolkingsadm/ Verkl. Omtr. gedrag Bevolkingsadm/ RDW Burgerlijke stand Secretarieleges Burgerpr/ Gehandicaptenpark.krt Huisvestingsvergunning Leges Omgevingsvergunningen / bestemmingsplanwijzigingen Leges Omgevingsvergunningen / overig Totaaltelling

(bedragen x € 1.000) Begroting 2022 Begroting 2023 180 186 51 52 47 48 77 80 155 141 125 129 22 22 18 19 170 179 2.960 3.432 5.647 5.580

De tarieven, en daarmee de legesopbrengsten, zijn geïndexeerd met 3,7% volgens de afspraken in de Kadernota 2023 of er geldt het wettelijk (maximum)tarief. Uitzondering hierop vormen de leges omgevingsvergunningen. Wijzigingen in de tarieven van externe partijen, zoals bv. ODRU en VRU, worden meegenomen in de berekening van het tarief. De berekening van het tarief voor de bouwleges binnen de omgevingsvergunningen is sterk afhankelijk van het aantal aanvragen en de gemiddelde bouwsom, de heffingsgrondslag voor de leges. De overheadtoerekening volgens het BBV toegepast, zoals vastgesteld bij de kaderbrief. Uitgangspunt voor het tarief is 100% kostendekkendheid. Bij de 1e bestuursrapportage 2022 is de begroting leges omgevingsvergunningen aangepast op basis van de uitkomst van het ANG-onderzoek rapport. In het rapport werd gesteld dat de begrote opbrengsten voor 2022 met € 1,35 miljoen neerwaarts moest worden bijgesteld om een reel begrote opbrengst leges omgevingsvergunningen in de begroting te realiseren. Vanaf de begroting 2023 werd de begroting met € 1 miljoen structureel bijgesteld. In de begroting 2023 is nog geen rekening gehouden met het effect van de invoering van de nieuwe omgevingswet en de wet kwaliteitsborging, verwacht per 1 januari 2023.

Tijdens het proces van de begroting loopt er een bestuurlijk traject, waarbij rekening gehouden wordt met twee scenario’s de omgevingswet gaat in per 2023 of niet, maar dan geldt de oude WABO wet- en regelgeving. Het Rijk heeft nog niet definitief bepaalt of de nieuwe omgevings- kwaliteitsborging wetten ook daadwerkelijk worden ingevoerd per 01 januari 2023. Afhankelijk van de uitkomst van het bestuurlijk proces zal de Raad besluiten welk scenario in de begroting 2023 wordt opgenomen. De begroting 2023 houdt nu nog geen rekening met het financiële effect van de uitkomst van het eventuele bestuurlijke traject. Bij de 2 e bestuursrapportage 2022 wordt de Raad gevraagd om rekening te houden met een positieve structurele bijstelling van de begroting leges omgevingsvergunningen op basis invoering van de nieuwe wetten vanaf 2023. In bijgaande tabel leges is in het totaal leges omgevingsvergunning 2023 nog geen rekening gehouden met de melding in de 2 e bestuursrapportage.

65

Reclamebelasting Reclamebelasting wordt opgelegd aan degene die openbare aankondigingen zichtbaar heeft vanaf de openbare weg. Voorbeelden van dergelijke openbare aankondigingen zijn: reclameborden, naamborden, zonneschermen, lichtreclames, vlaggen, vitrines. De opbrengsten worden, na aftrek van administratieve lasten, beschikbaar gesteld aan Stichting Centrummanagement. Het tarief 2023 is in samenspraak met Stichting Centrummanagement gelijk gebleven aan het tarief 2022. De begroting 2022 was gesteld op € 200.000 aan inkomsten. Door het effect van Corona is besloten om in 2022 geen reclamebelasting te heffen, vandaar dat deze hieronder als nihil is weergegeven. Het niet heffen van de reclamebelasting in 2022 was onderdeel van het Tweede Zeister Steunpakket in 2022.

Opbrengst reclamebelasting

(bedragen x € 1.000) Begroting 2022 Begroting 2023 200

Tarieven begraafplaats De tarieven, en daarmee de legesopbrengsten, zijn geïndexeerd met 3,7% conform de afspraken in de Kadernota 2023. Uitgangspunt is om 100% kostendekkend te zijn. Echter bestaat de wens van de raad om begraven en cremeren voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden en we moeten rekening houden met de marktconforme tarieven welke de gemeentes rondom Zeist hanteren. Hierdoor zal de begraafplaats voor 2023 81,8% kostendekkend zijn. De raad heeft daarom besloten om de toegerekende overheadkosten te reduceren tot 40%. De opbrengst 2023 is geraamd op basis van de realisatie 2022, alsmede de veranderende marktontwikkelingen en aangepast aan het prijsindexcijfer van 3,7%, conform de afspraken in de Kadernota 2023.

Opbrengst begraafplaats

66

(Bedragen x € 1.000) Begroting 2022 Begroting 2023 1.221 1.482

1.2 Kostendekkendheid leges In onderstaande tabel is per heffing de kostendekkendheid aangegeven. Uitgangspunt daarbij zijn de totale (gemiddelde) kosten van het taakveld aangevuld met de toegerekende overheadkosten en de in de heffing mee te nemen compensabele btw. Eventuele inkomsten op het taakveld, naast de betreffende heffing, zijn hierop in mindering gebracht. Bij de leges is de kostendekkendheid per titel van de legesverordening aangeven, omdat per titel sprake is van duidelijk verschillende soorten producten. Leges Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2

67

Leges Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning

% Dekking (G/F)

Leges Titel 1 Algemene dienstverlening

Opbrengst heffing (G)

Begraafplaats

Toe te rekenen kosten: Overhead (D) Compensabele BTW (E) Totale kosten (100 %) (F=C+D+E)

Marktgelden

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen (B) Netto kosten taakveld (C=A-B)

Rioolheffing

Kosten taakveld(en) (A)

Afvalstoffenheffing

Bedragen x € 1.000

8.345

4.607

90

1.304

504

0

216

68

26

0

0

0

0

0

8.277

4.581

90

1.304

504

0

216

355 1.359

283 696

65 0

566 0

603 0

0

273 0

9.991

5.560

155

1.870

1.107

0

489

9.991

5.560

114

1.530

632

0

55

100,00%

100,00%

73,55%

81,82%

57,09%

0,00%

11,25%

Toelichting kostendekkendheid: Markt De markt is niet 100% kostendekkend. Men heeft bewust het tarief laag gehouden vanwege de tarieven in de regio gemeenten. Ter voorkoming dat er geen marktlieden naar de gemeente Zeist komen. In de berekening is rekening gehouden met het behalen van de taakstelling Privatisering van de markt. Voordeel € 34.000 structureel vanaf 2023. Leges Titel 1 De leges 1 zijn niet 100% kostendekkend. De oorzaak zit in de rijkstarieven voor Reisdocumenten, Rijbewijzen en Naturalisatie. Doordat het Rijk een vast tarief berekend per paspoort, kan de gemeente niet de gemaakte kosten doorbelasten. Er is gekeken waar eventueel "knopen" zijn waaraan gedraaid kan worden om de kosten te verlagen, maar die zijn er niet. Hiermee wordt de dekking voor onder andere de overhead niet gerealiseerd. Leges Titel 2 De leges Titel 2 lopen en apart bestuurlijk traject door de nieuwe omgevingswet en de Wet kwaliteits borging. Naar verwachting gaat de nieuwe omgevingswet in op 1-1-2023. Daar er nog steeds geen harde ingangsdatum is, zijn er twee berekeningen. (Wabo of nieuwe omgevingswet). Zodra bekend welke berekening gehanteerd gaat worden voor de tariefberekening 2023, wordt de kostendekkendheid bepaald. Leges Titel 3 De leges titel 3 zijn niet 100% kostendekkend. De oorzaak zit in de kosten voor het verstrekken van vergunningen voor Evenementen en Markten.

Het tarief wordt bewust laag gehouden om geen belemmering te zijn voor het organiseren van Evenementen en Markten. Gevolg is dat de overhead kosten niet worden gedekt. Om 100% kostendekkendheid te realiseren zullen de tarieven per aanvraag met € 2.284,- moeten stijgen. In de berekening is rekening gehouden met een 100% kostendekkendheid van de overhead 2023. Begraafplaats De leges voor de begraafplaats zijn niet 100% kostendekkend. De oorzaak is dat de hoogte van de tarieven mede worden bepaald door de tarieven welke de omliggende begraafplaatsen en crematoria hanteren. De nieuwe tarieven zijn dus marktconform. Ook is de wens van de raad om begraven en cremeren in Zeist voor iedereen toegankelijk te houden. 1.3 Kwijtscheldingsmogelijkheden Per 2015 zijn we toegetreden tot de Belastingsamenwerking gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht (BghU). Een belangrijke motivatie om tot samenwerking op het gebied van belastingen over te gaan is het behalen van efficiencyvoordeel geweest. Dit efficiencyvoordeel is o.a. behaald door het uitvoeringsbeleid van de deelnemers zoveel mogelijk te harmoniseren. Deze harmonisatie heeft er toe geleid dat er in Zeist is besloten, naast kwijtschelding voor afvalstoffenheffing, ook kwijtschelding voor OZB en rioolheffing mogelijk te maken.

68

1.4 Ontwikkeling belastingdruk Hierna volgen in drietal tabellen overzichten van de ontwikkeling van de opbrengsten en de tarieven over de afgelopen jaren. (bedragen x € 1.000)

Ontwikkeling van de opbrengsten Belastingen / heffingen

2019 realisatie 11.952 7.013 4.838 23.803

OZB Afvalstoffenheffing Rioolheffingen Totale opbrengsten

2020 realisatie 12.427 7.995 5.288 25.710

2021 realisatie 12.635 8.949 5.645 27.229

2022 begroting 12.988 9.451 5.925 28.354

2023 begroting 13.874 10.005 5.559 29.438

(bedragen x € 1.000)

Ontwikkeling van de Tarieven Belastingen / heffingen

2021

Rioolheffing Afvalstoffenheffing (2 pers. huish.) Afvalstoffenheffing (4 pers. huish.)

2022

178,20 309,60 391,80

2023

188,40 324,60 410,40

176,40 340,80 431,40

Stijging 2022-2023 -6,37% 4,99% 5,12%

De OZB komen tot uitdrukking in een belastingpercentage. De nieuwe belastingpercentages voor 2023 worden pas definitief eind 2022 vastgesteld als de jaarlijkse hertaxatie is afgerond. Wanneer de WOZ-waarde stijgt, zal het belastingpercentage evenredig dalen. Hierdoor blijft de belastingdruk in principe gelijk, los van aanvullende tariefmaatregelen. De stijging van de belastingdruk komt niet tot uitdrukking in de mutatie van het tarief, maar in de mutatie van de opbrengst. Omdat in de Kadernota 2023 is besloten tot een indexering aan de baten kant van 3,7%, is in de hierna volgende tabel uitgegaan van dit scenario voor wat betreft de lasten van de OZB. Daarnaast is rekening gehouden met de bij de Begroting 2022 vastgestelde extra OZB verhoging van 3% voor het jaar 2023. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de totale gemeentelijke lasten waarbij huurders in de Gemeente Zeist alleen afvalstoffenheffing betalen. Voorbeeld gezin,

200.000

309,60

324,60

340,80

Stijging 2022-2023 4,99%

2 personen,

400.000

309,60

324,60

340,80

4,99%

huurwoning

600.000

309,60

324,60

340,80

4,99%

800.000

309,60

324,60

340,80

4,99%

gezin,

200.000

391,80

410,40

431,40

5,12%

4 personen,

400.000

391,80

410,40

431,40

5,12%

huurwoning

600.000

391,80

410,40

431,40

5,12%

800.000

391,80

410,40

431,40

5,12%

gezin,

200.000

571,77

639,80

652,50

1,98%

2 personen,

400.000

655,75

766,60

787,79

2,76%

eigen

600.000

739,72

893,40

923,09

3,32%

woning

800.000

823,69

1.020,20

1.058,38

3,74%

gezin,

200.000

653,97

725,60

743,10

2,41%

4 personen,

400.000

737,95

852,40

878,39

3,05%

eigen

600.000

821,92

979,20

1.013,69

3,52%

woning

800.000

905,89

1.106,00

1.148,98

3,89%

69

WOZ waarde per 1/1/2021

2021 begroting

2022 begroting

2023 begroting

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Ons risicomanagement is gericht op een proactieve risicosturing, waarbij voortdurend de relatie met de beschikbare weerstandscapaciteit in ogenschouw wordt gehouden. Het doel van actief risicomanagement is om niet iedere tegenvaller direct van invloed te laten zijn op het lopende beleid en op de exploitatie. Hierdoor kunnen de reguliere dienstverlening en ambities doorgang blijven vinden. De gemeente Zeist heeft in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in risicomanagement met aandacht voor de geïdentificeerde risico’s, de vertaling van de bruto naar netto risico’s en de geïnitieerde acties om de risico’s (verder) te kunnen beheersen en de mogelijke (financiële) consequenties te verminderen. Risicomanagement is een vast onderdeel bij het managen van de bedrijfsvoering. De uitkomsten worden zowel in de begroting als de jaarrekening opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. In deze paragraaf geven wij eerst inzicht in de onderdelen die van invloed zijn op het algemene risicoprofiel van de gemeente Zeist. Verder komen de actuele ontwikkelingen aan de orde en de aandachtspunten voor 2023.

Het tweede deel van de paragraaf geeft inzicht in hoe de gemeente er qua risicoprofiel voor staat: wat zijn momenteel de top 10 risico’s? Wat is de stand van de weerstandsratio? En hoe scoren de kengetallen ten opzichte van de afgesproken normen? 2.1 Algemeen risicoprofiel Ons risicomanagement is gericht op een proactieve risicosturing, waarbij voortdurend de relatie met de beschikbare weerstandscapaciteit in ogenschouw wordt gehouden. Het doel van actief risicomanagement is om niet iedere tegenvaller direct van invloed te laten zijn op het lopende beleid en op de exploitatie. Hierdoor kunnen de reguliere dienstverlening en ambities doorgang blijven vinden. De gemeente Zeist heeft in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in risicomanagement met aandacht voor de geïdentificeerde risico’s, de vertaling van de bruto naar netto risico’s en de geïnitieerde acties om de risico’s (verder) te kunnen beheersen en de mogelijke (financiële) consequenties te verminderen. Risicomanagement is een vast onderdeel bij het managen van de bedrijfsvoering. De uitkomsten worden zowel in de begroting als de jaarrekening opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. In deze paragraaf geven wij eerst inzicht in de onderdelen die van invloed zijn op het algemene risicoprofiel van de gemeente Zeist. Verder komen de actuele ontwikkelingen aan de orde en de aandachtspunten voor 2023.

Het tweede deel van de paragraaf geeft inzicht in hoe de gemeente er qua risicoprofiel voor staat: wat zijn momenteel de top 10 risico’s? Wat is de stand van de weerstandsratio? En hoe scoren de kengetallen ten opzichte van de afgesproken normen? Taakstellingen in de begroting Taakstelling meerjarenbegroting 2021 Jeugd (begroting 2021) Organisatie fase 1 (begroting 2021) Organisatie (IAC voorstellen) (kadernota 2022) Surplus naar egalisatiereserve Totaal

2022 € -€ -€ € €

500.000 36.580 30.652 67.232 500.000

2023 € € -€ -€ €

750.000 43.295 196.664 153.369 750.000

2024 € 750.000 € 43.295 - € 65.304 - € 22.009 € 750.000

2025 € 750.000 € 43.295 € 269.696 € 0 € 1.062.991

De taakstelling voor Jeugd bedraagt € 500.000 structureel vanaf 2022 en vanaf 2023 een extra bedrag van € 250.000 structureel. Voor de taakstellingen op de organisatie zijn er business cases ingeleverd die voor de periode tot en met 2024 zelfs meer gaan opleveren dan het benodigde bedrag vandaar dat deze in bovenstaande tabel als negatieve bedragen opgenomen staan. Deze voorstellen worden aan uw raad ter goedkeuring aangeboden bij de tweede berap 2022, dus het is behoudens deze goedkeuring hier opgenomen. Bij de tweede bestuursrapportage 2022 wordt een actueel inzicht in de financiële stand van zaken rondom de taakstellingen gegeven. Er is een kans dat we de taakstellingen niet (geheel) of niet in het benodigde tempo kunnen realiseren. Dit risico stond in vorige risicoronde nog in onze top 10, maar inmiddels is de veronderstelling dat deze gerealiseerd zullen worden. Alleen die voor de Jeugd blijft nog steeds tamelijk onzeker qua haalbaarheid, omdat de voorstellen die gedaan zijn bij Samen in Balans nog nader worden onderzocht en uitgewerkt. 70

Onzekere wereld Deze begroting is opgesteld in een periode waarbij er veel onzekerheden zijn. Voorbeelden van deze onzekerheden zijn de fors stijgende energielasten, de inflatie en de gevolgen voor de koopkracht, maar ook het grotere verloop binnen onze organisatie en het lastiger kunnen invullen van vacatures. We hebben voor deze onzekerheden maatregelen getroffen (zie raadsvoorstel en het uitvoeringsprogramma) en hebben de gevolgen zo goed als mogelijk ingeschat, maar het is vooralsnog onduidelijk of de getroffen maatregelen afdoende zijn. Daarom hebben we een aanvullend risico opgenomen in ons risicomanagement-systeem. De hoogte van risico is niet groot genoeg om in de top 10 (zie § 2.3) terecht te komen. We blijven de effecten monitoren via o.a. de Planning- en Controldocumenten. Sociaal Domein Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het Sociaal Domein, Jeugdzorg en WMO. Het risicoprofiel van het Sociaal Domein is hoog. Niet alleen gaat het om een groot deel van de gemeentelijke begroting, ook gaat het om openeinderegelingen waarbij zorg geleverd wordt als dat nodig is. Veel risico’s zijn in beeld, maar dit vraagt om continue aandacht en beheersing waar dat kan. De belangrijke ontwikkelingen die gevolgen hebben voor het risicoprofiel: • Corona kan diverse effecten hebben. Er is een opstuwend effect doordat er enige tijd geen passende zorg kon worden verleend.

Ook kan corona invloed hebben gehad op de zorgbehoefte zelf doordat jongeren langere tijd niet naar school, sport en studie konden en dus meer thuis waren waardoor er meer spanning binnen gezinnen kan zijn ontstaan. • De aanpassing van de jeugdwet in verband met wijzigingen in het woonplaatsbeginsel is per 1 januari 2022 van kracht gegaan. De consequenties zijn inmiddels grotendeels in beeld.. Het gaat met name om de groep kinderen waarvan geen oorspronkelijke woonplaats kan worden bepaald en de jongeren vanuit andere gemeenten die onder de verantwoordelijkheid van Zeist gaan komen. Financieel heeft dit tot extra lasten geleid die bij de integrale afweging van deze begroting betrokken worden. Hiermee is het risico niet geheel verdwenen. Het restant blijft opgenomen in ons risicoprofiel • Er is de laatste jaren sprake van een toenemende vraag naar jeugdzorg. Door de hulp dichter en laagdrempeliger bij gezinnen te organiseren is de schroom om hulp te vragen weggevallen. Ook zijn er veel echtscheidingen. Dit brengt stress en financiële problemen met zich mee. Het gaat hier om een structureel risico. • Vanwege de gewonnen arbitragezaak van het Rijk ontvangen wij extra middelen ter compensatie voor de gestegen jeugdzorgkosten.

In het regeerakkoord heeft het Rijk in de laatste jaren van haar perspectief weer flinke kortingen doorgevoerd waardoor het extra bedrag dat naar de gemeenten gaat weer helemaal verdampt. Op dit moment vindt er ook over dit onderwerp overleg plaats tussen het Rijk en de VNG om gemeenten financiële zekerheid te geven over de toekomst. Tot dat moment zien we nog (forse) financiële risico’s. • Het aantal WMO-cliënten groeit ook de laatste jaren. Deze toename heeft meerdere oorzaken waaronder de vergrijzing van de inwoners van de gemeente. Daarbij wordt gestreefd naar zo lang mogelijk thuis wonen om bewoners zoveel mogelijk in de vertrouwde omgeving te laten. Daarnaast heeft het abonnementstarief een aanzuigende werking, daar de eigen bijdrage niet meer inkomensafhankelijk is. • Daar komt nog bij dat er voor Jeugdzorg een taakstelling geldt. Bovenstaande risico’s zijn ook van invloed op het behalen van de taakstelling (zie tabel hierboven). Omgevingswet De invoeringsdatum van de Omgevingswet is al meerdere keren uitgesteld. De invoeringsdatum is nu op 1 januari 2023 gesteld, maar pas in het najaar zal bekend worden of dit door gaat of dat wederom uitstel noodzakelijk wordt geacht. Dat betekent dat er twee legesverordeningen voor 2023 zijn gemaakt: één volgens het huidige Wabo regime en één met de gevolgen van de WKB (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) en Omgevingswet.

Hierbij zijn de aanbevelingen die een onderzoeksbureau heeft gedaan opgevolgd en is verzekerd dat het uitgangspunt van (niet meer dan) 100% kostendekkendheid wordt gevolgd. In de versie met WKB/Omgevingswet ligt een aantal keuzes voor die aan uw raad worden voorgelegd. Om al voor te sorteren op de verwachte lagere opbrengsten zijn deze middels de eerste berap 2022 structureel verlaagd met € 1 mln. Na besluitvorming door de raad zullen de legesinkomsten 71

waarschijnlijk met ca. € 500.000 naar boven worden bijgesteld. Gedurende de komende jaren moet blijken hoe de nieuwe werkwijze in de praktijk uit pakt en of de aannames blijken te kloppen. De hoogte van de omgevingsleges blijft de komende jaren door de nieuwe wetgeving een risico bovenop het feit dat omgevingsleges nu éénmaal een redelijk onvoorspelbaar verloop in zich hebben. We blijven dit monitoren. Hiernaast worden er nog steeds gesprekken gevoerd door de VNG met het Rijk om gemeenten voor de gevolgen (meer) te compenseren. Onvoorspelbaarheid leges Door de onvoorspelbaarheid van het aantal te ontvangen bouwaanvragen, de omvang van de bouwsom en de onzekerheid rondom de invoeringsdatum van de omgevingswet en de WKB maakt dat we nog steeds te maken hebben met risico’s rondom de begrote opbrengsten van de leges. Dit risico is significant lager dan voorheen, omdat we reeds rekening hebben gehouden met een lagere opbrengst van € 1 mln bij de eerste bestuursrapportage 2022. Covid-19 crisis Op dit moment van schrijven is er geen sprake meer van een crisissituatie. De situatie is op dit moment beheersbaar. Toch is alertheid geboden. Het virus gaat nog steeds rond en mensen kunnen er nog steeds ziek van worden. Dit kan gevolgen hebben voor de samenleving als ook voor de ambtelijke organisatie. We blijven dit monitoren en waar nodig zullen we met maatregelen komen.

We gaan er daarbij vanuit dat het Rijk dan wederom financieel ondersteunt. Hierdoor zijn de negatieve gevolgen voor de gemeentebegroting tot nu toe beperkt gebleven. Arbeidsmarkt Sinds 2021 is er in Nederland sprake van een krappe arbeidsmarkt waarbij deze in regio midden-Utrecht het krapst is van heel Nederland. Dat betekent dat het aantal vacatures ver uitstijgt boven het aantal werkzoekenden. Dit geldt voor vrijwel alle beroepsgroepen. Dit merken we ook bij gemeente Zeist. Om onze dienstverlening of het realiseren van onze doelstellingen mogelijk te blijven maken is tijdelijke inhuur noodzakelijk. We zijn ook steeds vaker genoodzaakt om de werving extern te beleggen, omdat via de reguliere aanpak onvoldoende geschikte mensen gevonden worden. Dit betekent het risico op toenemende wervings- en inhuurkosten. Gemeentefonds Al geruime tijd loopt het proces om te komen tot een nieuwe verdeling (herijking) van de middelen van het gemeentefonds. In de meest recente cijfers (meicirculaire 2022) is het nadelige herverdelingseffect voor Zeist € 122,40 per inwoner. Met het Rijk is een ingroeipad overeengekomen tot en met het jaar 2025 van maximaal € 37,50 per inwoner aan herverdeeleffect. Tot en met 2025 is deze korting in de meerjaren-begroting 2023 verwerkt. In het jaar 2025 wordt de herijking van het gemeentefonds geanalyseerd.

Daarbij worden ook de aanbevelingen van de Raad van Openbaar Bestuur (ROB) en VNG betrokken. Deze aanbevelingen hebben wellicht een positief effect voor Zeist. Voor dit moment gaan we voor het begrotingsjaar 2026 echter uit van de herverdeling uit de meicirculaire ad. € 122,40 versus het reeds ingeboekte bedrag van € 37,50. Het risico dat vanaf 2026 gaat spelen bedraagt dan ruim € 5,5 mln. structureel. Omdat het risico op dit moment nog niet speelt, hebben we het (netto) risico op nul kunnen zetten. Risicobeheersing Alle ontwikkelingen houden we goed in beeld. Per ontwikkeling wordt nagegaan wat het (financiële) risico is en worden eventuele beheersmaatregelen bepaald. Voor veel ontwikkelingen (corona, vluchtelingen, energieprijzen) is sprake van bijdragen vanuit het Rijk. Deze zijn alleen niet altijd dekkend en soms zijn aanvullende maatregelen gewenst. Vanuit urgentie moet de gemeente soms snel handelen en neemt daarmee een afgewogen risico dat dit voor rekening van de gemeente komt. We zullen het goede gesprek met elkaar moeten blijven voeren en passende beheersmaatregelen moeten nemen om onze gemeente ook in de toekomst gezond te houden.

72

2.2 Specifieke aandacht bij risicobeheersing in 2023 Naast de reguliere werkzaamheden binnen het risicomanagement willen wij in 2023 onze speciale aandacht richten op: Sociaal Domein Hoewel de begroting van zowel de WMO als de Jeugdzorg de laatste jaren is aangepast naar aanleiding van de grotere vraag, blijft het risicoprofiel van het Sociaal Domein hoog. We staan voor de uitdaging om als gemeente goed grip te krijgen op de zorg zelf. Wij gaan ons in 2023 richten op de volgende onderwerpen: • Het maatschappelijke en financiële effect van de preventieve maatregelen is nog onduidelijk. Door meer vroegsignalering willen wij dure zorg voorkomen. Daarnaast zijn we bezig om Welzijn meer te betrekken, zodat zij de lichtere hulpvragen aan de voor- en aan de achterkant op kunnen pakken. • Effecten regionale inkoop. Vanaf juli 2021 zijn de nieuwe inkoopcontracten in werking. Met de aanbesteding is veel aandacht besteed aan het screenen van de zorgaanbieders. De nieuwe contracten hebben een meer taakstellend karakter, waardoor minder sprake is van open einde financiering en de beheersbaarheid van de kosten mogelijk wordt vergroot. Tevens is ook een andere tariefstructuur afgesproken. De effecten van regionale inkoop zijn nog niet goed in beeld. • We steven naar steeds meer data om de trends en ontwikkelingen te signaleren.

Daardoor krijgen we steeds meer inzicht in de cijfers waarmee we beter in staat zijn om bij te sturen op de uitgaven. • Binnen het Sociaal Domein wordt aan de hand van de meerjarenagenda nagestreefd om de kwaliteit van processen te verbeteren en nog beter in control te komen. Ook de verantwoording van de rechtmatigheid en de verbijzonderde interne controle dragen bij aan kwaliteitsverbetering. Dit vergroot ook het inzicht in en de beheersing van de risico’s. Risicobereidheid Bij de besluitvorming van de kadernota 2022 is tevens ingestemd met de nota stabiliteitscriteria. Deze nota is een extra instrument om de financiële staat van de gemeente Zeist te monitoren. Jaarlijks brengen we met het dashboard de ontwikkeling van de diverse stabiliteitscriteria in beeld. Ook bij deze begroting zijn de diverse criteria in beeld gebracht. We gaan naast de nota stabiliteitscriteria een nota ontwikkelen die ingaat op het onderwerp risicobereid-heid. Dit doen we vanuit de portefeuille SFI (Strategisch Financieel Instrumentarium). De uitkomsten van het onderwerp risicobereidheid betrekken we bij het actualiseren van ons risicobeleid in 2023. De voorgenomen acties ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording en het In Control Statement (ICS) zijn vanaf deze versie van het begrotingsboekwerk te lezen in de paragraaf Bedrijfsvoering.

73

2.3 Top 10 risico’s De tien belangrijkste risico’s zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Top 10 risico’s Risico Nr R725

R1183

R1152

74

Risico

Maatregelen

Kans

Financieel gevolg

Als gevolg van een toegenomen WMO- • Sturen op transformatie van het zorglandschap, betere preventie, doorbraak en 70% vraag bestaat de kans dat budgetten versterkte samenwerking met huisartsen, verstevigen regionaal contractmanagement, worden overschreden, waardoor er een verstevigen rol wijkteams. Versterken samenwerken en inzetten voorliggende tekort ontstaat. voorzieningen. • Gebruik maken van het toegenomen inzicht in de cijfers. Ontwikkelagenda toegangsteams. • De voorstellen vanuit Samen in Balans zijn we nader aan het uitwerken tot ruimte creërende oplossingen. Als gevolg van toenemende vraag naar • Sturen vanuit de norm opdrachtgeverschap Jeugd, gerichtere preventie, doorbraak en 50% jeugdzorg en de taakstelling op het sturen op instroom door maatregelen lokale teams en in samenwerking met onderwijs budget bestaat de kans dat budgetten en huisartsen. worden overschreden, waardoor er een • Betere afspraken maken met gecertificeerde instellingen. tekort ontstaat. • Maatregelen op uitstroom door onder meer verstevigen regionaal contractmanagement. • Versterken samenwerken met en inzetten voorliggende voorzieningen. • Jeugdhulp met verblijf: nieuwe aanbesteding is ingegaan vanaf 1 januari 2022, inclusief afspraken over coördinatie van zorg en sturen. • Essentiële functies: er wordt met succes gestuurd op het beperken van de instroom en verkorten van de trajecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11888503/1