CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

00.2-21RV052# Begroting 2022 Boek 2

Raad 9 november 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Vaststellen van de Begroting 202242.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Groen

Gebouwen

2015 2001 2011

Kwaliteitsniveau Niveau gewogen basis CROW minimaal verantwoord wegbeheer Niveau gewogen basis

Niveau gewogen basis (grootste deel) Niveau excellent (deel centrum gebied) Niveau sober (buitengebied) Basis zorgplicht gemeentelijke watertaken Niveau gewogen basis (grootste deel)

NEN 2767 niveau 2,3 of 4

Een aantal van de beleid- en/of beheerplannen zoals hierboven getoond zijn verouderd. Doordat er jaarlijkse planningen worden gemaakt op basis van bijvoorbeeld inspectiegegevens om de benodigde budgetten te bepalen en er geen voorziening is ingesteld, is er nog geen noodzaak geweest om deze plannen opnieuw te (laten) maken.

20

Onderhoud kapitaalgoederen

2.2.4

Beschrijving per soort kapitaalgoed

Hieronder volgt per kapitaalgoed een korte nadere omschrijving over beleid, beheer, kwaliteit en (mogelijk) achterstallig onderhoud, aantallen en/of omvang. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen eigendommen in de openbare ruimte en vastgoed in de vorm van eigendom in gebouwen. Eigendommen in de openbare ruimte Voor de eigendommen in de openbare ruimte kan het onderscheid tussen beleid en beheer gemaakt worden. Onder beleid wordt verstaan: het door de Raad vastleggen van de beleidsdoelstellingen (beoogd effect en te realiseren kwaliteitsniveau) in een beheervisie voor de kapitaalgoederen in de openbare ruimte en het beschikbaar stellen van het hieruit voortvloeiende noodzakelijke budget. Onder beheer wordt verstaan: het door het College vastleggen in beheerplannen van de wijze waarop het beleid gerealiseerd wordt. Voor het beleid is in het bijzonder het door de Raad in mei 2001 vastgesteld plan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR) van belang. Daarin is per gebied een eigen kwaliteitsambitie geformuleerd voor de groenvoorzieningen en de buitenruimte. Concreet betreft dit de wegen, groenvoorzieningen, straatreiniging, straatmeubilair, openbare verlichting en (civiele) kunstwerken. Op basis van dit rapport heeft de Raad gekozen voor het kwaliteitsniveau “gewogen basis” en hiervoor de benodigde middelen beschikbaar gesteld.

We werken zoveel als mogelijk integraal en ‘werk met werk maken’ is de basis van onze Meerjarenplanning Beheer Openbare Ruimte. Jaarlijks stellen we deze Meerjarenplanning Openbare Ruimte bij op basis van de planningen van de verschillende assets. Wegen Het wegenstelsel omvat circa 245 km weg en is, inclusief fiets- en voetpaden opgebouwd uit de volgende hoeveelheden: 1,25mln m2 asfaltverharding, 1,5mln m2 elementenverharding en 100.000 m2 halverharding; Jaarlijks worden alle verhardingen in Zeist geïnspecteerd en op basis van de combinatie van schadeclassificaties een “groot” onderhoudsprogramma vastgesteld. Veelal bestaat dit “groot” onder uit het vervangen van deklagen. Voor binnenwegen worden de wegen die aan onderhoud toe zijn daar waar mogelijk, voorzien van een conservering (slijtlaag). De halfverharde paden worden indien deze aan groot onderhoud toe zijn voorzien van Gravilyn. Openbare verlichting De gemeente bezit ruim 10.000 lichtpunten. Daar waar de verlichting aan vervanging toe is, waarbij voor masten en armaturen afschrijvingstermijnen van resp. 40 en 20 jaar wordt aangehouden, deze vervangen voor duurzamere LED-verlichting welke gedimd kan worden. Inmiddels is ca. 40 % van de OV-installatie voorzien van LED. Camera Voor de handhaving in het gebied op de Voorheuvel en Emmaplein zijn 5 camera’s in beheer.

Civiele kunstwerken De civiele kunstwerken in Zeist bestaan uit duikers (3 stuks), houten- en betonnen bruggen (24 stuks), waarvan de meeste zich bevinden in Zeist West en tunnels (Griftlaan en Weteringlaan). Deze kunstwerken worden 1 maal per elke 4 jaar door een gespecialiseerd bedrijf geïnspecteerd en hiervoor worden 4-jaarlijks onderhoudsplannen opgesteld. In 2020 heeft er een inspectie plaatsgevonden en in 2021 is gestart met de daaruit voortvloeiende onderhoudswerkzaamheden. De planning van onderhoudswerkzaamheden vanuit deze inspectie heeft een looptijd van 4 jaar tot de volgende inspectieresultaten weer beschikbaar zijn. Straatmeubilair Onder het straatmeubilair vallen onze bebording (Rvv-borden, straatnaamborden, ANWB-borden, (toeristische) verwijsborden, bij elkaar ca. 10.000 elementen, zitbanken, afvalbakken, afzetpalen e.d. Het onderhoud aan het straatmeubilair bestaat in hoofdzaak uit werkzaamheden n.a.v. meldingen en het heel, schoon en veilig houden van het areaal. Parkeervoorzieningen 7 parkeerdekken met een oppervlak van 31.941 m2 BVO 9 volmeld-installaties verwijzen naar 7 parkeerdekken en 4 parkeerlocaties. 4 parkeergarages zijn voorzien van parkeerapparatuur en in de openbare ruimte staan 29 reguliere en 15 dagkaart automaten.

21

Onderhoud kapitaalgoederen

Locatie Voorheuvel Markt Slotlaan 1 Slotlaan 2 Slotlaan 3 Luifel Perron

Aantal parkeerplaatsen 149 191 32 102 128 139 50

Verkeersregelinstallaties. In totaal zijn er 15 verkeersregelinstallaties die beheerd worden door de gemeente. Daarnaast zijn er zes verkeersregelinstallaties in beheer bij de provincie. Riolering Het Zeister stelsel omvat circa 270km vrij verval hoofdriolering, 42km persleiding, 240km kolk- en huisaansluitingen, kolken voor regenwaterafvoer en 175 pompgemalen. Als er sprake is van gemalen in de vorm van gebouwen zijn deze gebouwen binnen de beheergave van het vastgoed in de vorm van gebouwen opgenomen. In 2021 is hard gewerkt aan het nieuwe vGRP, waarin het nieuwe beleid en beheer van de riolering en het stedelijk water wordt vastgelegd. Groen en bomen De gemeente bezit ca. 38.500 straat-, laan en parkbomen (Lange Termijn Boombeheerplan), naar schatting staan er daarnaast nog 40.000 bomen in landschappelijke beplanting en is er ca. 320 ha. groen. Het onderhoud van het groen vindt plaatst op basis van jaarlijkse onderhoudsprogramma’s zoals het snoeien van bomen en het maaien van de bermen. Daarnaast heeft de gemeente Zeist Lange termijn Bomen beheerplan waarmee het bomenareaal in stand wordt gehouden middels lange termijn bomenvervangingsprojecten. Waterlopen Het Zeister watersysteem omvat circa 83.000 m2 watergangen en (droge) greppels, waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor het onderhoud.

Bij 42% hiervan is het onderhoud gedeeld met een andere overheid, stichting of particulier. Speelvoorzieningen In totaal zijn er 130 speellocaties, met in totaal bijna 650 speeltoestellen. Begraafplaatsen De begraafplaats wordt behandeld als openbaar gebied, waarbij het groen valt onder de kaders en normen van het openbaar groen, de bomen onder de kaders en normen zoals in het bomenbeheerplan is vastgesteld en de verhardingen volgens de normen van het beheerplan wegen. De gebouwen vallen onder het door de afdeling Vastgoed opgesteld meerjaren onderhoudsplan. De administratie en het beheer van grafrechten is vastgelegd in Key2begraven die is gekoppeld met de GBA en buitenruimte. Eigen vastgoed Gebouwen De gemeente Zeist richt zich op het behouden van vastgoed wat bijdraagt aan de gemeentelijke opgaven en de maatschappelijke behoeften. Het uitganspunt voor het hebben en behouden van vastgoed is dat we dit alleen doen als het bijdraagt aan de kerntaken van de gemeente, toekomstige ontwikkelingen of opgaven. We spreken in dat geval van kernvastgoed. Vastgoed wat niet (meer) bijdraagt aan de kernopgave noemen categoriseren we als strategisch en/of potentieel af te stoten vastgoed. De omvang van de gebouwenportefeuille bestaat uit het eigendom van 63 objecten, van totaal ca. 82.200 m2 BVO met een maatschappelijk of overig doel.

Daarnaast zijn we eigenaar van 34 objecten, van totaal ca. 3700 m2 met een strategisch en/of af te stoten doel, waarvan met name nog 29 woningen. Een bijzondere eigenaarspositie hebben wij als het gaat om ca. 166 woonkavels op

22

Onderhoud kapitaalgoederen

Beukbergen. Tot slot hebben wij het economisch claimrecht van 38 onderwijsgebouwen die juridisch in eigendom zijn bij schoolbesturen. In verhouding op basis van m2 BVO bestaat ons vastgoed voor bijna 95% uit kernvastgoed. Van het strategische of af te stoten vastgoed, worden de woningen die nog in bezit zijn afgestoten. Van de oorspronkelijke ca. 70 dienstwoningen zijn er momenteel nog 29 in bezit. De economische meest voordelige en verantwoorde manier om af te stoten is om dat op momenten te doen dat de woningen vrijkomen. Het afstoten in verhuurde staat heeft anders grote negatieve financiële effecten. De trend is dat we gemiddeld 2-3 woningen per jaar afstoten. Het bezit van woonkavels is geen primaire kerntaak van de gemeente, maar wij hebben (vanuit strategisch oogpunt) wel een bijzondere eigenaarspositie binnen woonwagengebied Beukbergen. De gemeente is na de herstructurering van het gebied eigenaar gebleven van ca. 166 kavels. Deze bestaan uit een standplaats met in de meeste gevallen een berging. De (huur)administratief en het technisch beheer hiervan in ondergebracht bij wooncorporatie Woongoed via een beheersovereenkomst. Het juridisch eigendom van de schoolgebouw ligt bij de schoolbesturen. De gemeente heeft het economisch claimrecht, dat wil zeggen dat als het gebouw niet meer voor onderwijs nodig is, het terugvalt aan de gemeente.

Hieronder een overzicht van de aantallen gebouwen in bezit qua type gebouw en aantal m2 BVO: Vastgoed eigendom - gemeente Zeist peildatum augustus 2021 Type vastgoed (conform RVO) KERNVASTGOED Maatschappelijk vastgoed Sport & Recreatie Welzijn & Cultuur Overig vastgoed Parkeergarages Eigen huisvesting Gemeentewerf Gemalen Begraafplaats Plantsoenonderkomens brandweerposten STRATEGISCH en/of AF TE STOTEN woningen woonkavels beukbergen strategisch (semi) commercieel ONDERWIJSHUISVESTING (economisch claimrecht) basisonderwijs speciaal onderwijs voortgezet onderwijs

aantal objecten

aantal m2 BVO (afgerond)

18 12

21.000 12.000

4 4 5 5 8 5 2 63

27.600 9.700 5.300 200 1.200 1.400 4.400 82.800

29 3 2 34

3.100 166 st 800 800 4.700

22 8 8 38

40.000 14.600 49.000 103.600

In bovenstaand overzicht is tijdelijke huisvesting of gehuurd vastgoed niet ogenomen. Ook erfpacht of recht van opstal uitgegeven grond is niet opgenomen in deze lijst. De oppervlakten van de woonkavels en bergingen Beukbergen zijn niet gespecificeerd in dit overzicht.

23

Onderhoud kapitaalgoederen

Onderhoudsplannen en proces De instandhouding van gebouwen wordt uitgevoerd aan de hand van vastgestelde onderhoudsplannen. Om deze plannen actueel te houden worden ze jaarlijks intern bijgesteld op bias van werkelijke uitvoering en worden de plannenuiterlijk 5 jaarlijks geactualiseerd door een externe 0 metingen van de onderhoudsstaat. De actualisatie van de onderhoudsplannen wordt minimaal 5 jaarlijks ter besluitvorming en vaststelling voorgelegd. De inhoud van de onderhoudsplannen en daarmee de uitvoering van het onderhoud bestaat uit een drietal te onderscheiden onderdelen: • Planmatig onderhoud (meerjarig periodiek onderhoud) • Preventief onderhoud (jaarlijkse servicecontracten) • Correctief onderhoud (herstel van storingen of schades) Vanuit het vastgestelde kader wordt er gestuurd op het onderhoud van de gebouwen die in beheer zijn in een aantal processtappen: • Inspectie en afstemming – Hierbij wordt de werkelijke technische staat getoetst aan plannen en bijzonderheden of ontwikkelingen per pan. • Onderhoud voorbereiden – Hierbij wordt het onderhoud voorbereid voor inkoop/aanbesteding en worden eventueel werkzaamheden samengevoegd voor efficiëntie. • Onderhoud uitvoeren – Dit betreft de uitvoering door diverse specialistische op gebied van bouwtechniek en installatietechniek. Hierop wordt toezicht gehouden.

• Preventief en correctief onderhoud – Door jaarlijkse inspecties wordt instandhouding van installaties preventief geborgd. In geval van storingen wordt er gehandeld door inzet van storingsmonteurs en aannemers. • Rapportage en bijstelling – De inzichten die worden verkregen na uitvoering worden gebruikt om onderhoudsplanningen bij te stellen en het meerjarige financiële proces te actualiseren. Door het doorlopen van dit proces is er inzicht in de technische staat van de gebouwen en blijven de onderhoudsplannen op jaarbasis actueel. Na 4 jaar worden onderhoudsplannen weer als 0 meting getoetst aan de werkelijkheid door inzet externe inspecteurs. Uiterlijk na 5 jaar worden deze plannen formeel geactualiseerd door bestuurlijke besluitvorming. De onderhoudsplannen zijn/worden in Q4 van 2021 geactualiseerd. Onderhoudsplannen geven een beeld van het benodigde onderhoud, binnen de totale levensduur van het gebouw. Bij het actualiseren van de plannen wordt een prognose gemaakt over de onderhoudskosten over 10 jaar.

De benodigde middelen voor het onderhoud en de bijbehorende egalisatiemethodiek behoren hierbij binnen deze periode positief te blijven Met de doorlopende actualisatie van de onderhoudsplannen en een doorkijk voor meerdere jaren dragen we zorg voor kwalitatief, duurzaam en inclusief gemeentelijke vastgoed, conform BBV verplichtingen op gebied van instandhouding kapitaalgoederen. Met onze onderhoudsplannen houden we ook rekening met kans voor het implementeren van duurzaamheids- en toegankelijkheidsambities zodat op effectieve en efficiënte uitvoering van deze verbeteringen aan ons vastgoed kan plaatsvinden. Uitvoering van werkzaamheden wordt jaarlijks beoordeeld op basis van actuele onderhoudsstatus. Het werken met een onderhoudsreserve maakt dat er meer efficiëntie en effectiviteit kan worden bereikt doordat niet strikt noodzakelijk onderhoud (over de jaarsneden heen) kan worden doorgeschoven. Onderhoud en NEN methodiek Onderhoud is belangrijk voor een optimale instandhouding, veiligheid en gebruik van het betreffende gebouw. Veelal liggen er ook wettelijke keuringen en bepalingen ten grondslag aan het onderhoud. We optimaliseren de instandhouding van het vastgoed door planmatig onderhoud, conform meetmethode NEN 2767.

Hiermee geven we, volgens BBV, uitvoering aan het zorgvuldig in stand houden van de kapitaalgoederen en het voorkomen van verval en verdere kapitaalvernietiging.

24

Onderhoud kapitaalgoederen

Technisch beheer is er op gericht om de functionaliteit van een object in stand te houden, door de technische staat in stand te houden. Door slijtage, veroudering en invloeden van buitenaf neemt de onderhoudsstaat binnen de levenscyclus van een gebouw af. Door onderhoud te plegen worden kwaliteitsverliezen optimaal beperkt. Ook omvat het technisch beheer de taken die voortkomen uit schades en gebreken, de wettelijke eisen en eisen die we zelf aan objecten stellen.

Voor het onderhoud baseren we de staat van de gebouwen in basis op niveau 3 volgens de NEN2767 methodiek zodat we de balans tussen kwaliteit en kosten goed weten te behouden. Uitzonderingen naar niveau 2 staan we toe bij locaties die een bijzonder karakter. Dit is bij dit besluit alleen het geval bij het Gemeentehuis, Aula Zeister Bosrust en Slot Zeist. Bij deze locaties wordt, vanwege bijeenkomsten en plechtigheden een esthetisch iets hogere kwaliteit van waarde.

Het verval of een grote terughoudendheid van onderhoud in niveau 4 kan in de praktijk voorkomen als er een strategie zich voordoet waarin een pand op korte termijn op de nominatie staat om te worden gesloopt. Niveau 4 staat de eerste tekenen van verval toe, Hier sturen we vooraf niet op, omdat de kosten voor het achterstallig onderhoud wat hieruit ontstaat hoger zijn dan de, relatief lage, besparingen. Toelichting niveaus NEN 2767: • Niveau 1: uitstekend, nieuwbouwkwaliteit en/of met nieuwbouw vergelijkbare kwaliteit • Niveau 2: goed, nieuwbouwkwaliteit met de eerste tekenen van feitelijke veroudering • Niveau 3: redelijk, het natuurlijke verouderingsproces is duidelijk op gang gekomen • Niveau 4: matig, het verouderingsproces heeft het bouwdeel of het gebouw duidelijk in zijn greep. • Niveau 5: slecht, het verouderingsproces is min of meer onomkeerbaar geworden c.q. heeft het bouwdeel/het gebouw zeer duidelijk in zijn greep • Niveau 6: zeer slecht, zodanig dat dit niet meer te classificeren is onder conditie 5.

2.2.4

Budgettaire consequenties

Gezien de (wettelijke) verplichting om de kapitaalgoederen minstens schoon, heel, veilig, gezond en bruikbaar te houden is de flexibiliteit binnen het benodigde onderhoudsbudget beperkt. Bij het beperken van budgetten ontstaan er grote risico’s op effectiviteit en efficiëntie waardoor kapitaalgoederen in een achterstallige onderhoudsstaat vervallen. Nog los van de veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en wenselijke verduurzaming is het wegwerken van achterstallig onderhoud duurder en heeft dit als bijkomend risico dat de levensduur verkort wordt en er kapitaalvernietiging plaatsvindt. Onderstaande tabellen geven inzicht in de totale budgetten voor het onderhoud van de kapitaalgoederen.

25

Onderhoud kapitaalgoederen

Periodiek onderhoud Wegen en aanverwanten, Riolering, Water en Groen De budgetten voor het onderhoud van deze kapitaalgoederen zijn verdeeld over onderstaande programma’s. Volgens de afgesproken systematiek van SFI/VIS worden in de jaarrekening afwijkingen op realisatiebasis geëgaliseerd met de reserve onderhoud SFI/VIS. Dit geldt niet voor het onderdeel riolering waar afwijkingen op realisatiebasis worden verrekend binnen de egalisatievoorziening riolering. (bedragen x € 1.000)

Programma en taakveld Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

Openbaar groen en recreatie

104

104

129

129

Totaal Vitale gemeenschappen

104

104

129

129

1.985

1.985

1.985

1.985

66

66

66

66

2.051

2.051

2.051

2.051

Riolering

678

678

666

666

Totaal Samen aan de slag voor het klimaat

678

678

666

666

2.833

2.833

2.846

2.846

Verkeer en wegen Parkeren Totaal Mobiliteit in beweging

Totaal

Groot onderhoud en vervanging van Wegen, Riolering, Water, Groen en aanverwanten Het groot onderhoud en vervanging van Wegen een aanverwanten betreffen investeringen die volgens de regels worden geactiveerd. Voor het onderdeel groen geldt dit alleen voor waterlopen en speelvoorzieningen. De afdeling neemt de geplande onderdelen op in een Meerjarenplan. Voor 2022 zijn deze opgenomen in boek 1 onder de autorisatie investeringen. In onderstaand overzicht zijn de budgetten voor kapitaallasten weergegeven. We hebben te maken met stijgende kapitaallasten ten opzichte van de budgetten in de exploitatie. Hiervoor dient de reserve SFI/VIS vervanging als dekking en is in 2019 afgesproken jaarlijks in te groeien door het budget te verhogen. Ook voor riolering geldt de regel dat groot onderhoud en vervanging wordt geactiveerd. De geplande onderdelen staan ook het Meerjarenplan. Hiervoor dient de vervangingsvoorziening Riolering als rechtstreekse dekking van de investering en hierdoor leidt dit niet tot nieuwe kapitaallasten. (bedragen x € 1.000)

Programma en taakveld Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

Openbaar groen en recreatie

75

90

105

117

Totaal Vitale gemeenschappen

75

90

105

117

3.406

3.442

3.424

3.379

830

832

832

822

4.236

4.274

4.256

4.201

Riolering

605

581

540

517

Totaal Samen aan de slag voor het klimaat

605

581

540

517

4.916

4.944

4.901

4.835

Verkeer en wegen Parkeren Totaal Mobiliteit in beweging

Totaal

Periodiek onderhoud vastgoed Het onderhoud van kapitaalgoederen wordt geraamd op basis van meerjarig onderhoudsplannen. Het grootste deel van onderhoud wordt geraamd en op realisatie basis geëgaliseerd in de reserve meerjarig onderhoud kapitaalgoederen. Hiernaast is er nog een deel voor onderwijshuisvesting waarvan afwijkingen op basis van realisatie worden verrekend met de reserve onderwijshuisvesting. Onderstaande budgetten zijn opgenomen in deze programmabegroting.

26

Onderhoud kapitaalgoederen

(bedragen x € 1.000)

Programma en taakveld Begroting Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

Ondersteuning organisatie

337

256

330

330

Goed bestuur in betrokken samenleving

337

256

330

330

Onderwijshuisvesting

199

177

272

272

Sportaccomodaties

197

467

358

358

Cultureel erfgoed

515

134

340

340

Openbaar groen en recreatie

37

29

23

23

Begraven

82

73

111

47

1.030

880

1.104

1.039

Wonen en bouwen

15

22

25

25

Totaal toekomstig bestendig wonen

15

22

25

25

Parkeren

52

66

62

62

Totaal Mobiliteit in beweging

52

66

62

62

Samenkracht en burgerparticipatie

16

14

10

10

Totaal Meedoen

16

14

10

10

Riolering

24

4

19

19

Totaal Samen aan de slag voor het klimaat

24

4

19

19

Beheer overige gebouwen en gronden

179

222

317

317

Totaal Maatschappelijk bewust financieel beleid

179

222

317

317

1.654

1.465

1.868

1.803

Totaal Vitale gemeenschappen

Totaal

27

Onderhoud kapitaalgoederen

2.3

Financiering

2.3.1

Inleiding

Deze paragraaf is een instrument voor het transparant maken van de financieringsfunctie. De uitvoering van de financieringsfunctie is gebonden aan wettelijke regels, zoals met name opgenomen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) en verder vastgelegd in de door de Raad vastgestelde Financiële verordening gemeente Zeist 2017. De wet fido regelt dat de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de gemeente uitsluitend de publieke taak dient en geschiedt binnen de financiële kaders van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

2.3.2

Uitvoering treasurybeleid

De gemeente heeft voor haar betalingsverkeer diverse bankrekeningen. De hoofdrekening wordt aangehouden bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank). Via deze bankrekening loopt het overgrote deel van het gemeentelijke betalingsverkeer. Daarnaast worden enkele bankrekeningen aangehouden bij de Rabobank Rijn en Heuvelrug, enerzijds als uitwijkmogelijkheid voor het geval de hoofdrekening door wat voor reden dan ook uitvalt en anderzijds ook omdat bepaalde services via de een plaatselijke bank simpeler zijn op te lossen (o.a. opname en storting van contant geld). In het geval dat bij een gemeente sprake is van tijdelijk overtollige gelden moeten de gemeente verplicht deelnemen aan het systeem van schatkistbankieren. De positieve saldi op de gemeentelijke bankrekeningen worden daarbij tijdelijk gestald bij het Rijk, met uitzondering van een vastgestelde marge voor het reguliere betalingsverkeer. De omvang van deze marge bedraagt met ingang van 1 juli 2021 2% van het begrotingstotaal, voor Zeist is dat in 2022 een bedrag van ca. € 3,6 mln. Tot die datum was die marge 0,75%, dat was voor Zeist een bedrag van ca. € 1,3 mln. In de praktijk heeft Zeist een afspraak met de BNG Bank dat overtollige middelen boven de € 0,5 mln. automatisch worden afgeroomd naar “de schatkist”. Op die manier wordt ook voorkomen dat de gemeente aan de BNG Bank negatieve rente verschuldigd is.

Bij “de schatkist” is de rentevergoeding wettelijk op tenminste 0% gezet. Voor de beleidsmatige aspecten van het treasurybeleid is een Rentecomité ingesteld, dat bestaat uit de wethouder Financiën, de concerncontroller, het afdelingshoofd Financiën en de treasurer. Viermaal per jaar wordt in het rentecomité gesproken over de ontwikkelingen op treasurygebied. Onder meer komen daar aan de orde: liquiditeitsprognose, financieringsbehoefte, rentevisie en ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt.

2.3.3

Financieringsbehoefte

Op basis van de geschatte investeringen en cashflowstromen ziet de verwachte financieringsstructuur per einde 2022 er als volgt uit: Bedragen x € 1.000

Financieringsstructuur 2022 Investeringen Boekwaarde investeringen Boekwaarde verstrekte leningen Boekwaarde grondexploitaties Totaal investeringen

170.277 6.832 250 177.359

Financieringsmiddelen Reserves Voorzieningen Langlopende leningen Totaal financiering Financieringssaldo

123.988 22.112 24.325 170.425 - 6.934

28

Financiering

Uit deze tabel blijkt dat eind 2022 het financieringssaldo uitkomt op een beperkt tekort. Dat betekent dat, als de geraamde investeringen in het geraamde tempo worden uitgevoerd, het in combinatie met (tijdelijke) verschillen in de inkomsten- en uitgavenstroom van de exploitatie te verwachten is dat in 2022 gebruik moet worden gemaakt van kortlopende kasgeldleningen. De gemeente mag het financieringssaldo tot een bedrag van € 15,3 mln. (de zgn. kasgeldlimiet) financieren met kort geld (zie ook onderdeel 3.3.5).

2.3.4

Rentelasten en rentetoerekening

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is bepaald dat de omslagrente wordt berekend door de werkelijk betaalde (minus ontvangen) rente op onze leningen toe te rekenen aan de taakvelden. Dit vindt plaats door het rentebedrag te delen door de boekwaarde van de vaste activa. Alleen als voor investeringen specifieke leningen zijn aangetrokken (partiële financiering), mag de rente van deze financiering ook worden gebruikt voor de berekening van de rentelasten van deze investering. De gemeente Zeist kent geen partiële financiering. De omslagrente is voor de opstelling van de begroting 2022 opnieuw berekend. De omslagrente voor 2022 is uitgekomen op 0,5% (2021: 0,8%). Zowel de rente-inkomsten als de rente-uitgaven dalen in 2022, de rente-inkomsten door de extra aflossing op de uitstaande leningen en de rente-uitgaven door de reguliere aflossing waarvoor geen herfinanciering nodig was, alsmede doordat geen rentevergoeding meer wordt toegerekend aan de voorziening vervanging riolering. In de begroting 2022 is het saldo van de betaalde en ontvangen rente aldus verdeeld over alle taakvelden met behulp van een omslagrente van 0,5% over de boekwaarde van de investeringen van het betreffende taakveld. In onderstaand rekenmodel zijn de rentelasten en rentebaten opgenomen waarop de berekening van de diverse rentepercentages is gebaseerd.

Daarna volgt een overzicht met toelichting op de voor de begroting 2022 berekende percentages. Rente toerekening Raming 2022 in € 1.000 1 2 3

5 6

7

Externe rentelasten van korte en lange financiering Externe rentebaten (hypotheekportefeuille) Totaal door te rekenen externe rente Rente toe te rekenen aan grondexploitaties Direct toegerekende rente Saldo door te rekenen externe rente Rente eigen vermogen Rente Voorzieningen Saldo door te rekenen interne rente Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente Positief resultaat op taakveld Treasury

800 -149 651 29 29 680 0 224 224 904 909 5

Dit BBV-rekenmodel levert een aantal waardes op, te weten: a) Het gewogen externe rentepercentage: 3,33% (2021: 3,27%) Dit percentage wordt nergens direct toegepast, maar vormt de basis voor de berekening van de rente grondexploitaties (b) en de omslagrente (c). De gemeente Zeist heeft weinig leningen opgenomen (verwachte stand van de restantleningen eind 2022 bedraagt € 24,3 mln.). Dit komt doordat de gemeente een behoorlijke reservepositie heeft en er momenteel weinig grote projecten hoeven te worden gefinancierd. Daarom is ook sprake van een relatief laag bedrag aan te betalen rente op de leningen (€ 800.000 in 2022). Zie bovenstaande tabel, regel 1.

29

Financiering

Aan de andere kant is nog altijd sprake van een fors bedrag aan uitgezette gelden in de vorm van hypothecaire leningen aan ambtenaren. Hoewel dit een aflopende constructie is en er in de afgelopen jaren fors is afgelost op de hypotheken, is de omvang nog redelijk (gemiddeld € 5,1 mln. aan uitgezet geld in 2022). Door de aflossing daalt de te ontvangen rente tot € 149.000 in 2022. Zie bovenstaande tabel, regel 2. De totale door te belasten externe rentelast blijft beperkt tot € 680.000. Het gemiddelde externe rentepercentage wijzigt ten opzichte van 2020 slechts heel beperkt. b) Rente grondexploitaties: 1,16% (2021: 1,04%) Ook de berekening van de rente grondexploitaties is voorgeschreven. Omdat de rente voor de grondexploitaties gebaseerd is op het gewogen externe rentepercentage (a) blijft ook deze rente op een relatief laag niveau. Het gewogen externe rentepercentage (a) moet in dit geval vermenigvuldigd worden met het geschatte percentage vreemd vermogen van de gemeente (=34,9% voor 2022). Ook hier wordt het relatief lage percentage verklaard door de gezonde financiële structuur van Zeist met weinig vreemd vermogen. Omdat bij de grondexploitaties ook sprake is van een beperkte boekwaarde is de toegerekende rente beperkt. Zie bovenstaande tabel, regel 3. c) Het percentage voor de renteomslag: 0,5% (2021: 0,8%).

Naast de externe rentekosten moet rekening worden gehouden met de interne rente die wij moeten toevoegen aan enkele voorzieningen. In dit geval vloeit dat voort uit de aard van die voorzieningen, dat wil zeggen dat deze op contante waarde zijn gewaardeerd. Met ingang van 2022 is geen rente meer toegevoegd aan de voorziening vervanging riolering, omdat de BBVrichtlijnen er in het algemeen vanuit gaan dat geen rente aan voorzieningen wordt toegevoegd. Bovendien verloopt de hoogte van de spaarvoorziening in de komende periode conform het GRP. De verdelen rente is daardoor wel afgenomen, met als gevolg dat het percentage voor de omslagrente gedaald is tot 0,5%. Zie bovenstaande tabel, regel 6. Zoals gebruikelijk wordt voor het eigen vermogen (de reserves) geen rente berekend. Zie tabel, regel 5. De mogelijkheid bestaat om de gecalculeerde omslagrente af te ronden met maximaal 0,5% (naar boven of naar beneden), mits het resultaat op het taakveld treasury niet meer dan 25% van de werkelijke rente bedraagt. De afronding is bedoeld om een bepaalde continuïteit in de omslagrente te bereiken en te voorkomen dat ieder jaar de rente in alle systemen en berekeningen moet worden aangepast. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Deze omslagrente is bij de begroting 2022 toegepast op alle gemeentelijke activa, uitgezonderd de grondexploitaties en de uitgezette leningen.

Zie tabel, regel 7. Door de kleine afronding van het percentage ontstaat op het taakveld treasury op begrotingsbasis een positief saldo van € 5.000.

2.3.5

Renterisicobeheer

In de financieringssfeer worden twee renterisico’s onderscheiden: op vlottende en op vaste schuld. In de Wet fido zijn voor deze risico’s normen vastgesteld. Voor de vlottende schuld is dit de kasgeldlimiet en voor de vaste schuld de renterisiconorm. Beide normen zijn ingesteld om de financieringsverhoudingen van een gemeente in een duurzaam evenwicht te houden. Het strak sturen op de cashflow (de in- en uitgaande geldstromen) blijft daarvoor belangrijk. Het tijdig betalen van geleverde producten en diensten blijft vanuit maatschappelijk belang eveneens de noodzakelijke nadruk krijgen. Bovendien richt de organisatie zich op een goed inzicht in de timing van grote inkomsten en uitgaven. Uit onderstaande berekeningen blijkt dat voor 2022 het cashflowritme binnen de normen kan worden afgehandeld. Renterisico vlottende schuld: de kasgeldlimiet Dit is het maximale bedrag dat de gemeente met kortlopende leningen (looptijd maximaal 1 jaar) mag financieren. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het begrotingstotaal. Voor Zeist komt de berekening voor 2022 uit op een kasgeldlimiet van € 15,3 mln. Zoals aangegeven onder 3.3.3 bestaat de mogelijkheid dat in 2022 gebruik moet worden gemaakt van kortlopende leningen.

30

Financiering

Renterisico vaste schuld: de renterisiconorm Dit betekent dat dat het risico van een hogere rentelast in een jaar niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm is opgesteld met als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van langlopende leningen (looptijd langer dan 1 jaar) te beperken. In de tabel hieronder is de berekening en de ruimte onder de norm weergegeven. Daaruit blijkt dat sprake is van een ruime marge onder de norm. Renterisiconorm Omschrijving 1a/ Renteherziening op vaste b schuld o/g en u/g 2 Aflossingen 3 Renterisico (1 + 2) 4a Begrotingstotaal *) 4b Percentage regeling 4 Renterisiconorm (4b x 4a) 5a Ruimte onder renterisiconorm (4 -/- 3) *)

2022 0

2023 0

2.775 2.775 180.267 20% 36.053 33.278

2.775 2.775 178.379 20% 35.676 32.901

(bedragen x € 1.000) 2024 2025 0 0 2.775 2.775 178.723 20% 35.745 32.970

2.775 2.775 177.698 20% 35.540 32.765

Berekend op basis van alle lasten in de begroting, exclusief de (relatief beperkte) lasten voor de grondexploitaties.

31

Financiering

2.4

Verbonden partijen

2.4.1

Inleiding

Verbonden partijen is een breed begrip in Zeist. Het staat voor samenwerken, het nemen van besluiten en de uitvoering van taken, vanuit een bepaalde gemeenschappelijkheid. De gemeente kan hierbij steeds de afweging maken of zij deze taak zelf uitvoert, in samenwerking met andere gemeenten een uitvoeringsorgaan opzet (gemeenschappelijke regeling), belegt bij een andere (centrum)gemeente, inkoopt bij een marktpartij of regelt via een subsidierelatie. Samenwerking Zoals in deel 1 van de begroting beschreven hanteren we in Zeist het credo dat we bewust en vanuit kracht samenwerken. We onderzoeken welke taken we samen met welke partners willen uitvoeren. Samenwerking is hierbij geen doel op zich. Afwegingen zijn: verbetert het onze kwaliteit, worden we er minder kwetsbaar door, vermindert het risico’s en kunnen we door efficiencyvoordeel lagere tarieven hanteren aan onze gebruikers? Zo zijn er verschillende samenwerkingsvormen ontstaan. De U10 heeft bijvoorbeeld als netwerk vrijblijvende governance, waarbij per onderwerp wordt bepaald hoe er wordt samengewerkt, terwijl een wettelijk verplichte regeling als de VRU met 26 gemeenten werkt, die als bestuur gezamenlijk moeten komen tot passend beleid. Verantwoordelijkheid en risico’s De gemeente blijft verantwoordelijk voor de doelen die ten grondslag liggen aan deze taken.

Vanzelfsprekend geldt daarbij dat naarmate de verwevenheid met de verbonden partij groter wordt de risico’s voor de gemeente ook groter worden en het toezicht op / het contact met de verbonden partij sterker moet zijn. Zo is het risico dat een gemeente loopt als een leverancier failliet gaat meestal relatief beperkt. Het werk kan over het algemeen door een andere marktpartij overgenomen worden. Het financiële risico beperkt zich tot (een deel van) de contractwaarde. In het geval van een gemeenschappelijke regeling echter zijn de deelnemende gemeenten ook samen verantwoordelijk voor die organisatie. Bij faillissement staan de deelnemers garant voor de verplichtingen en het personeel.

2.4.2

Grip op verbonden partijen

Grip op verbonden partijen is zowel voor de individuele bestuurders als de colleges en de gemeenteraden een steeds terugkerend issue. We hebben te maken met het spanningsveld tussen enerzijds de taken op afstand zetten en anderzijds de behoefte aan sturing op de realisatie van de eigen doelen. Raadsrapporteurs In het voorjaar van 2016 heeft de raad besloten tot het instellen van raadsrapporteurs op de vier grootste verbonden partijen. De raadsrapporteurs doen dit in hun rol als vertegenwoordiger van de gemeenteraad, zonder politieke kleuring. De focus van de rapporteurs ligt op de volgende taken: • Input op de vergaderstukken voor de AB vergaderingen; • Reactie als deelnemer/eigenaar op de P&C stukken via zienswijzen. Met het ingaan van de nieuwe raadsperiode is het raadrapporteurschap in de Raadsvergadering van mei (18RV037) voortgezet en uitgebreid met de regelingen RMN en Parkeerservice. Er zijn tandems van twee rapporteurs per regeling gevormd. De volgende rapporteurs zijn actief: GGDrU: Carlo Fiscalini (NDZ) en Rachida Ennahachi (GroenLinks) ODRU: Ernst van Splunter (VVD) en Gerard van Vliet (GroenLinks) Parkeerservice: Jan Bredius (NDZ) en Falco van ’t Riet (GroenLinks) RDWI: Jos van Lozenoord (VVD) en Jeroen van de Heuvel (D66) RMN: Kees Mulder (GroenLinks) en Sietske Bunge (D66) VRU: Karst Schuring (PvdA) en Peter-Paul Greup (VVD)

32

Verbonden partijen

Pilot risicoprofiel verbonden partijen Door meer inzicht en een betere sturing kan de kans op incidenten bij verbonden partijen worden verkleind. Omdat de ene verbonden partij meer risico’s kent dan andere, kan per verbonden partij onderscheid worden gemaakt in de manier waarop we monitoren en sturen (maatwerk). Het instellen van raadsrapporteurs is hier een voorbeeld van. In de regio lopen initiatieven om de sturing en grip op verbonden partijen gezamenlijk op te pakken en te verbeteren. Zeist neemt actief deel in dit proces. Informatie in deze paragraaf In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van alle relevante verbonden partijen, gesorteerd op de aard van de relatie die de gemeente met ze heeft. Wij kiezen ervoor om alle, vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplichte informatie hier in de begroting te presenteren, en niet in de jaarrekening. Op dat moment is namelijk nog niet alle informatie bij onze verbonden partijen beschikbaar. De gemeenteraad ontvangt per regeling de informatie in het voorjaar, via de jaarstukken van de verschillende gemeenschappelijke regelingen. In de begroting 2022 zijn de kengetallen met betrekking tot de vermogenspositie verbeterd en eenduidig opgenomen. Hierbij gaan we uit van een presentatie van het balanstotaal te onderscheiden in eigen vermogen en vreemd vermogen.

2.4.3

Gemeenschappelijke regelingen

Gemeenschappelijke regelingen (GR) zijn een vorm van verlengd bestuur, waarbij de gemeente zowel bestuurlijk als financieel een direct belang heeft. Niet alleen is de gemeente klant van de GR, omdat de GR een deel van haar taken uitvoert, de gemeente is ook mede-eigenaar van de GR. De gemeente is dan ook vertegenwoordigd in het bestuur. Dit is de meest nauw verbonden vorm van samenwerking. Voor de in de formats voorkomende financiële gegevens is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de jaarrekeningen 2015 en van de begrotingen 2017 van de diverse instellingen. Ook voor de gesignaleerde risico’s geldt dat deze, voor zover mogelijk, zijn gebaseerd op de gegevens van de diverse organisaties.

Naam Vestiging Doel Deelnemende partijen

Bestuurder(s) Financieel belang

Afval Verwijdering Utrecht (AVU) De AVU sluit contracten af met verwerkers voor het transport en de verwerking van diverse afval- en grondstoffenstromen. De gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Wijk bij Duurstede, Woerden, Woudenberg, IJsselstein en Zeist. De deelnemers zijn onderverdeeld in 3 regio’s. Zeist is ingedeeld in regio 3. Dagelijks bestuur: W.D. Catsburg Algemeen bestuur: W.D. Catsburg, plv. S. Jansen Zeist betaalt niet direct aan de AVU. De kosten voor de afvalverwerking worden via de RMN verrekend. In de definitieve AVU begroting 2022 worden de netto kosten voor Zeist geraamd op €2.349.663.

33

Verbonden partijen

Naam Vestiging Financiële ontwikkeling

Afval Verwijdering Utrecht (AVU) In de achterliggende jaren is de papiermarkt ingeklapt met fors dalende opbrengsten tot gevolg. In 2021 lijkt zich dit enigszins te herstellen. Daardoor wordt de voor 2021 geraamde opbrengst van € 35,- per ton in de AVU begroting 2022 verhoogd naar € 65,- per ton. AVU acht dit realistisch. In voorgaande jaren werd –conservatief want de opbrengst was meestal hoger- een bedrag van €78,per ton begroot. Per 1 juli 2021 is de statiegeldregeling voor kleine plastic flesje ingevoerd. Dit leidt naar verwachting tot minder zwerfafval, tot minder restafval maar ook tot minder PMD. Hiermee is door de deelnemers in hun volumes rekening gehouden. Een directe financiële ontwikkeling laat zich hier echter niet duiden. Uitgegaan wordt van indexering van de afvalstoffenbelasting. Deze is geraamd op € 33,15 per ton verbrandbaar restafval. In de begroting AVU 2022 dalen de kosten voor AVU totaal ten opzichte van 2021 met € 2.711.868. Het aandeel Zeist daalt van € 2.475.611 in 2021 tot € 2.349.663, een daling met €125.948. Voor meer informatie en toelichting zie RIB21.042 https://zeist.raadsinformatie.nl/document/9811896/1#search=%22AVU%22

Vermogen

Inhoudelijke ontwikkeling

Risico’s

Naam Vestiging Doel

Deelnemende partijen

De beheerskosten zijn geraamd op € 648.000 en dalen t.o.v. 2021 met € 30.000. De financiële kengetallen volgens het BBV komen bij AVU jaarlijks uit op 0. Eigen vermogen Vreemd vermogen 31/12/2019 € 494.290 31/12/2019 € 0 31/12/2020 € 695.851 31/12/2020 € 0 • Aanbesteding oud papier 1-1-2022. • Aanbesteding textiel, gericht op het op gang brengen van circulaire ontwikkelingen in de textielketen in Nederland. Deelname er aan door de individuele gemeenten is een beleidsmatige lokale keuze en afweging, AVU faciliteert de mogelijkheid voor samenwerking tussen de deelnemers. • Uitbouw netwerkexpertise samen met ROVA en Circulus-Berkel onder de naam Cirkelwaarde tot kennis- en innovatiecentrum en voor sterkere lobby binnen de afval- en grondstoffenketen. Cirkelwaarde vertegenwoordigt 2,5 miljoen huishoudens met als doel te komen tot een sluitende keten in de circulaire economie. Mondiale ontwikkelingen als protectionisme en import verboden beïnvloeden steeds meer de afval- en grondstoffen branche en hebben een negatieve invloed op de prijsontwikkeling. Binnen AVU en Cirkelwaarde werken de deelnemers aan een sterkere positie en innovaties voor de schaal van de deelnemers. Door het ontbreken van reserves en voorzieningen heeft de AVU geen weerstandsvermogen. Alle in enig jaar gemaakte kosten worden aan de deelnemers doorberekend.

Als gevolg hiervan kunnen schommelingen optreden in de jaarlijks te betalen bedragen.

Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) Utrecht De BghU voert namens haar deelnemers de heffing en invordering van lokale heffingen uit. Daarnaast ligt ook de uitvoering van de wet WOZ bij de BghU. BghU is een publieke, uitvoerende en dienstverlenende organisatie die op basis van maatschappelijk algemeen aanvaarde bedrijfseconomische principes wordt geleid. • Gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug en Zeist. • Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

34

Verbonden partijen

Naam Vestiging Bestuurder(s) Financieel belang Financiële ontwikkeling

Vermogen

Inhoudelijke ontwikkeling

Risico’s

Naam Vestiging Doel

Deelnemende partijen Bestuurder(s)

Financieel belang

Financiële ontwikkeling

Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) Utrecht wethouder Sander Jansen maakt deel uit van het bestuur van BghU. BghU kent geen DB/AB-constructie. Bijdrage Zeist 2022: € 1.244.000,- (collectieve deel) + € 129.000,- (maatwerk) Bijdrage Zeist 2021: € 1.105.000,- (collectieve deel incl. begrotingswijziging) + € 129.000,- (maatwerk) De deelnemersbijdragen moeten in beginsel bij gelijkblijvende taken een constante of dalende lijn laten zien. Uitzondering hierop vormt de doorbelasting van loon- en prijsontwikkelingen. De bijdrage in 2022 is hoger vastgesteld in verband met de aanbesteding van de ICT. De investering is nodig om de bedrijfsvoering van BghU te verstevigen, na een aantal jaar van groei door nieuwe deelnemende gemeenten. Eigen vermogen Vreemd vermogen 31/12/2019 € 537.869 31/12/2019 € 18.470.976 31/12/2020 € 1.427.739 31/12/2020 € 4.077.659 De verklaring voor het relatief hoge saldo ultimo 2019 is dat in dat jaar de automatische incasso van december niet in hetzelfde boekjaar is doorbetaald aan de deelnemers. In 2020 is dat wel gebeurd. BghU streeft als uitvoeringsorganisatie naar verdere efficiency en excellente dienstverlening. Dit komt tot uitdrukking in het continu optimaliseren van de werkprocessen en het daar waar mogelijk samenwerken met andere uitvoeringsorganisaties op het gebied van belastingen.

2022 staat in het teken van de herijking van de kostenverdeelsystematiek. Het beleid met betrekking tot het risicobeheer is vastgelegd in de nota “Risicomanagement en weerstandsvermogen BghU”. De risico’s en beheersmaatregelen zijn opgesplitst in twee categorieën: a. bedrijfsvoeringsrisico’s en b. risico’s m.b.t. de belastingopbrengsten. De BghU is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de risicoanalyses m.b.t. de bedrijfsvoeringsrisico’s en de risico’s m.b.t. de belastingopbrengsten (voor zover afhankelijk van de bedrijfsvoering), én het nemen van de benodigde beheersmaatregelen in dit verband. De begroting 2022 van de BghU bevat een uitgebreide paragraaf risicobeheer en een risico analyse.

Gasdistributie Zeist en Omstreken (GZO) Zeist Dit openbaar lichaam had als belang het verzorgen van de gasdistributie, tegen gelijke prijzen, in de deelnemende gemeenten op een veilige en efficiënte wijze, alsmede het verhuren van warmwaterapparatuur en het bevorderen van een doelmatig energiebeheer. De gemeenten Zeist, De Bilt, Bunnik en Utrechtse Heuvelrug. Voorzitter Algemeen en Dagelijks bestuur: Burgemeester J. Janssen. Zeister leden Algemeen bestuur: J. Janssen, F. André de la Porte, A. Grinwis, K. Mulder, M. Pluim, E. van Splunter. GZO ontvangt geen gemeentelijke bijdrage. Er bestaat nog een kleine kans op een slotuitkering voor de deelnemende partijen. Mocht Eneco overgaan tot afsplitsing van het netwerkbedrijf, dan zou er nog een bedrag uitgekeerd kunnen worden aan de deelnemers GZO, waarna de opheffing definitief uitgevoerd kan worden. Dit financiële belang voor de deelnemers is de reden dat de regeling nog formeel in stand wordt gehouden. Geen. Mogelijk is er een toekomstige slotuitkering voor alle deelnemers.

35

Verbonden partijen

Naam Vestiging Vermogen

Inhoudelijke ontwikkeling

Risico’s

Naam Vestiging Doel Deelnemende partijen Bestuurder(s) Financieel belang

Financiële ontwikkeling

Vermogen

Gasdistributie Zeist en Omstreken (GZO) Zeist Eigen vermogen Vermogen 31/12/2020 € 14.538 31/12/2019 € 28.213 Er is sprake van een slapend orgaan, waar kapitaal in zit. Begin 2017 heeft Eneco haar activiteiten gesplitst in een netwerkbedrijf en een handelsbedrijf. De aandeelhouders Eneco hebben besloten tot verkoop van het handelsbedrijf. Voorjaar 2019 oordeelde de Rechtbank dat Eneco geen privatiseringsuitkering hoeft te betalen aan Remu/GCN. GZO is belanghebbende in GCN. Tegen dit vonnis is hoger beroep aangetekend. Najaar 2020 bevestigt het Hof deze uitspraak. Er is appel aangetekend bij de Hoge Raad, uitspraak volgt eind 2021.Daarna kan de GR worden geliquideerd. Geen.

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU) Zeist De uitvoering van (wettelijke) taken op het gebied van de openbare gezondheidszorg voor 26 deelnemende gemeenten. Alle Utrechtse gemeenten Algemeen bestuur: M. Fluitman (plv. L. Hoogstraten) Bijdrage Zeist 2022: € 2.475.322 Bijdrage Zeist 2021: € 2.375.106 Het verschil tussen deze 2 bijdragen komt met name voort uit de prijs/loonindex voor 2022 en extra taken. De GGDrU is bezig een omvangrijke ombuigingsplan uit te voeren. Dit loopt tot in 2022. De eerste berichtgeving is goed; de doelstellingen tot dusver zijn behaald. De gemeenten worden goed geïnformeerd; zo nodig kan er tijdig worden bijgestuurd. Eigen vermogen Vreemd vermogen 31/12/2019 € 4.232.707 31/12/2019 € 11.747.504 31/12/2020 € 5.142.740 31/12/2020 € 35.524.368 De toename van het saldo wordt veroorzaakt door de kosten ter bestrijding van Covid 19. De GGD kan deze leveranciers pas uitbetalen, nadat het RIVM c.q. het VWS de declaraties heeft goedgekeurd en uitbetaald aan de GGD.

36

Verbonden partijen

Naam Vestiging Inhoudelijke ontwikkeling

Risico’s

Naam Vestiging Doel

Deelnemende partijen

Bestuurder(s) Financieel belang

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Regio Utrecht (GGDrU) Zeist Belangrijkste ontwikkelpunten voor de GGDrU zijn de komende tijd: • Uitvoering Bestuursagenda 2019 – 2023 - Een veiligere leefomgeving - Minder kwetsbaren - Gezondere en weerbaardere wijken en scholen - Een goede start voor ieder kind - Voorkomen van gezondheidsproblemen en –risico’s • realiseren van het digitale dossier JGZ • behoud en verbetering personeelsbestand • uitvoering ombuigingsplan • investeren in de ICT-infrastructuur Een belangrijk deel van deze ontwikkelingen vraagt een structurele intensivering. Hiervoor is gelijktijdig een ombuigingsplan opgesteld, wat de benodigde middelen moet vrijspelen. Veel intensiveringen en besparingen hieruit zijn inmiddels gerealiseerd. Ook in 2022 zal Corona een factor zijn in de dienstverlening vanuit de GGDrU. Medio 2021 is nog onduidelijk wat dit betekent. In financiële zin heeft het Rijk toegezegd de extra kosten van de inzet van GGD-en rond de coronacrisis volledig te compenseren. Door de afname van het aantal kinderen van 0-18 en een stabilisatie van het aantal geboren baby’s komt de financieringssystematiek onder druk te staan: de GGD krijgt minder geld, terwijl de kosten minder snel afnemen.

Omgevingsdienst Regio Utrecht (Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht) Utrecht De Omgevingsdienst behartigt de belangen van de gemeenten tezamen en van elke deelnemende gemeente afzonderlijk op het gebied van omgeving in de ruimste zin, voor zover de bevoegdheid daartoe de gemeente toekomt en aan de Omgevingsdienst gemandateerd is. De gemeenten: Bunnik, De Bilt, Montfoort, Oudewater, Renswoude, Rhenen, De Ronde Venen, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, IJsselstein, Veenendaal, Vijfheerenlanden (Vianen, Leerdam en Zederik) Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist. Dagelijks bestuur: W.D. Catsburg Algemeen bestuur: W.D. Catsburg, S. Jansen Bijdrage Zeist begroting 2022: €1.650.555* Bijdrage Zeist begroting 2021: €1.620.700* * (op basis van gegarandeerde uren DVO) Na vaststelling van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma komt daar nog circa €400K aan wisselende aanvullende uren voor duurzaamheids- en leefomgevingswerkzaamheden (geluid, bodem, lucht e.d) bij. Enerzijds i.v.m. nieuwe initiatieven, anderzijds als gevolg van ons beleid Brede Milieuvisie (klimaat, energie, duurzaamheid). We zien ook een toename van de aan de gemeenten gedecentraliseerde Rijks en Provinciale taken op het vlak van milieuen duurzaamheid. Beide ontwikkelingen verklaren de stijging van de kosten in de achterliggende jaren en het verschil in primaire begroting en jaarrekening.

Overigens geldt dat we voor de gedecentraliseerde taken, maar ook voor energie en klimaat, via het gemeentefonds extra middelen van het Rijk ontvangen die we hiervoor inzetten. Aanvullende kosten voor het UVP bedroegen over 2021 €413.820. Begroot jaarrekeningsaldo 2022: € 5.000

37

Verbonden partijen

Naam Vestiging Financiële ontwikkeling

Omgevingsdienst Regio Utrecht (Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht) Utrecht Door inzet op meer uniformiteit en standaardisatie van de dienstverlening wordt ingezet op het behalen van extra efficiencyvoordeel voor de deelnemers. Het uurtarief stijgt naar € 97,25. Ontwikkeling van het tarief: 2021: €95 2020: €92,50 2019: €89,75 en 2018: €85,50. Een stijging met 13,8% in 5 jaar tijd. Mooi gegeven over de achterliggende jaren is dat ODRU steeds een positief exploitatieresultaat heeft behaald. De Omgevingswet is opnieuw –verder- uitgesteld, dit keer tot 1 juli 2022. Er is ook nog steeds grote financiële onzekerheid over de omvang van de compensatie door het Rijk van de gevolgen en effecten van deze wet voor de gemeenten. Wellicht dat in het najaar 2021 in ieder geval de compensatie voor de uitvoering van de bodemtaken inzichtelijk wordt. Met de nieuwe taken onder de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen is gezien de onduidelijkheid over de compensatie nog geen rekening gehouden in de begroting 2022. Met de deelnemers is afgesproken dat dit plaatsvindt door middel van begrotingswijziging en op basis van de compensatie door het Rijk. Inzet is dat de invoering van de Omgevingswet voor de deelnemers budgettair neutraal verloopt (beschikbare middelen gemeente inclusief toevoeging gemeentefonds Omgevingswet).

Voorgenomen inbesteden bouwtaken door de gemeente Rhenen en terugname bouwtaken door gemeente Montfoort, beiden per 1-1-2022.

Vermogen Risico’s

Het ligt in de bedoeling om dit najaar de samenwerking tussen RUD Utrecht en ODRU door middel van het sluiten van een -intentieovereenkomst en een dienstverleningsovereenkomst meer te expliciteren en formaliseren. Het gaat om inhuur over een weer van vakspecialisten, zoals, bodem, geluid, lucht, maar ook op het vlak van ondersteunende en facilitaire zaken. Doel elkaar versterken, in de krappe markt van elkaars expertise gebruik te maken en efficiënt werken. Eigen vermogen Vreemd vermogen 31/12/2019 € 1.749.771 31/12/2019 € 7.699.971 31/12/2020 € 1.157.790 31/12/2020 € 7.863.561 Proces gedeeltelijke uittreding Montfoort voor het onderdeel bouwtaken. Ook kan nieuwe wet- en regelgeving met nieuwe taken voor discussie en onzekerheid over omvang, invulling en financiering van die taken tussen ODRU en de deelnemers zorgen. De risico’s op het gebied van Financiën en Bedrijfsvoering zijn substantieel. Voor een groot deel is dit terug te voeren op het beperkte eigen vermogen, waardoor solvabiliteit en exploitatieruimte beperkt zijn.

38

Verbonden partijen

Naam Vestiging Doel

Deelnemende partijen Bestuurder(s) Financieel belang

Financiële ontwikkeling

Regionale Dienst voor Werk en Inkomen (RDWI) Zeist De RDWI Kromme Rijn Heuvelrug heeft als doel het zo bedrijfsmatig mogelijk (doen) uitvoeren van de taken van de deelnemende gemeentebesturen in het kader van de Participatiewet, als het gaat om van werk en bijstand (incidenteel en periodiek) en aanvullende regelingen, zoals onderdelen van het bestaanszekerheidbeleid en schuldhulpverlening. De RDWI richt zich daarbij zowel op een efficiënte bedrijfsvoering als op een klantgerichte en effectieve dienstverlening in samenhang met de andere partners in het sociaal domein om mensen optimaal te laten participeren met als hoogste doel betaald werk en activering waar betaald werk niet mogelijk is. Daarnaast is de GR verantwoordelijk voor de uitvoering en afbouw van de oude Wet Sociale Werkvoorziening en de daarmee verband houdende voorschriften en regelingen. De gemeenten: De Bilt, Bunnik, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist. Dagelijks bestuur: S. Jansen Algemeen bestuur: S. Jansen en M. Fluitman Bijdrage Zeist 2022 € 6.282.298 Bijdrage Zeist 2021 € 5.957.074 Dit betreft de bijdrage aan apparaatskosten RDWI. (aandeel Zeist 43,6%). Hiernaast bedragen de lasten voor de taken uit het taakveld 2022 € 32.518.103 voor Zeist. Net zoals in 2019 heeft de RDWI ook in 2020 beter gepresteerd op het vlak van de vraag naar het aantal uitkeringen dan het gemiddelde landelijke beeld. .

Doelstelling is en blijft om met betrekking tot het klantenbestand jaarlijks een positievere ontwikkeling (kleinere stijging of grotere daling) dan het landelijk gemiddelde te realiseren. In 2020 bedroeg de toename voor de RDWI 2,5% landelijk was dit 3,6 %, waarmee deze doelstelling is gehaald. De financiële ontwikkeling voor 2022 laat zich door de onzekere effecten van de corona crisis en het wegvallen van de compensatie van het Rijk vooralsnog slecht voorspellen. De nadelige effecten doen zich tot nu toe, mede door de compensatie van het Rijk, nog niet in ernstige mate voor. Aard en omvang blijven daarmee nog redelijk ongewis. Voor de komende 2 jaar wordt voorzichtigheidshalve gerekend met een stijging van het klantenbestand van 11%. Dit is in de begroting 2022 voor de RDWI voorzien en is een grotere toename dan waarvan aanvankelijk bij de Kadernota is uitgegaan. Zie hiervoor de RIBs over de Kadernota en begroting 2022 van de RDWI, te weten de brieven: RIB21.032 https://zeist.raadsinformatie.nl/document/9748755/2 RIB21.100 https://zeist.raadsinformatie.nl/document/10161929/1 De financiële effecten van de nieuwe Wet inburgering die per 1 januari 2022 in werking treedt zijn in de begroting verwerkt. De afbouw van de intensieve aanpak nieuwkomers is nog niet verwerkt.

Vermogen

Er is rekening gehouden met de gewijzigde afspraken over de verdeelsystematiek BUIG. Eigen vermogen Vreemd vermogen 31/12/2019 € 1.167.720 31/12/2019 € 8.616.334 31/12/2020 € 2.970.482 31/12/2020 € 13.298.999

39

Verbonden partijen

Naam Vestiging Inhoudelijke ontwikkeling

Regionale Dienst voor Werk en Inkomen (RDWI) Zeist Voor de uitvoering van de nieuwe Wet Inburgering per 1 januari 2022 heeft het algemeen bestuur op 26 februari 2020 het hoofdlijnenplan Wet inburgering vastgesteld. Begin dit jaar is door het dagelijks bestuur ter verdere uitwerking het implementatieplan Wet inburgering vastgesteld en worden binnen de organisatie de voorbereidingen getroffen voor adequate uitvoering van de wet vanaf de start. Deze wet kent geen overgangsrecht, dit betekent dat vreemdelingen en inburgeraars die tot en met 31 december instromen, onder de intensieve aanpak nieuwkomers blijven vallen. Deze groep wordt de “ondertussen groep” genoemd waarvoor dus nog andere regels gelden gebaseerd op de participatiewet. Neemt niet weg dat gewerkt wordt aan een aanpak analoog aan de nieuwe wet waar de intensieve aanpak ook al wat op voorsorteerde. Hierover moeten in 2021 nog goede afspraken worden gemaakt zoals voor het taalaanbod, de begeleiding en moet de financiering nog worden afgestemd op die aanpak. Deze loopt vanaf 2022 nog maximaal 3 jaar door en bouwt af omdat er geen nieuwe instroom meer voor is. Het Rijk heeft hiervoor extra middelen ter beschikking gesteld. Landelijk €30 mln maar hoe hoog voor de gemeente(n) is nog onbekend.

In de verdere uitwerking moeten inhoud en budget voor deze niet onder de nieuwe wet vallende inwoners/cliënten nog op elkaar worden afgestemd. In 2021 is de nieuwe wet gemeentelijke schuldhulpverlening van kracht geworden. Voornaamste wijziging is de zogenaamde “vroegsignalering” van betalingsproblemen. Op basis van deze wet dienen woningverhuurders, nutsbedrijven en zorgverzekeraars bij de gemeentelijke schuldhulpverlening betalingsachterstanden van inwoners te melden. Dit is in 2021 binnen de RDWI ingericht. Gedurende 2021 wordt een aanpak ontwikkeld om op effectieve wijze contact te leggen met inwoners met betalingsproblemen om inwoners te helpen voorkomen dat betalingsachterstanden zich ontwikkelen tot problematische schulden. De gevolgen van de Corona-crisis op de arbeidsmarkt zijn moeilijk te duiden. Desalniettemin zal van de RDWI het nodige adaptief vermogen verwacht worden om mensen die als gevolg van de crisis werkloos raken aan werk te helpen. Tegelijk zal in 2022 in het kader van de uitvoering van de strategische kaders participatie wet in nauwe samenwerking met lokale partners de activering van inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt steeds intensiever vorm krijgen.

40

Verbonden partijen

Naam Vestiging Risico’s

Regionale Dienst voor Werk en Inkomen (RDWI) Zeist Structurele borging van het Verbeterplan binnen de reguliere bedrijfsvoering van de organisatie, waaronder een stabiele I&A organisatie en het op niveau brengen en houden van de control functie met in begrip van de rechtmatigheidstaak. De waarde van de BUIG prognoses en voorspelling en de mate van afwijking van onze regionale prestaties beeld t.o.v. de landelijk gemiddelde prestatie in combinatie met de reacties van het Rijk daarop. Het belangrijkste risico is een (sterke) stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden, dan wel het achterblijven van de uitstroom daarvan, als gevolg van de coronacrisis en mogelijke nieuwe vluchtelingenproblematiek. Er is een verwachte verhoogde instroom bijstandsklanten in de jaren 2021, 2022 en 2023 als gevolg van de coronacrisis, een realistische voorspelling is echter nog niet te maken. Zolang de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden het landelijke beeld volgt hoeft dit geen consequenties te hebben voor het resultaat van gemeenten op BUIG aangezien dat in omvang mee beweegt. Op dit moment is nog niet bekend of het Rijk in de komende jaren anders omgaat met BUIG en vergoeding van de corona effecten aan gemeenten. Er is een stabilisering in het aantal aanvragen voor schuldhulpverlening.

Wel is er een stijging zichtbaar in de kosten voor bewindvoering (vanuit de bijzonder bijstand) dit is het meest urgente risico. Indien er een verslechtering plaatsvindt in de economische situatie zal dit naar verwachting leiden tot een toename van de uitgaven voor bewindvoering en schuldhulpverlening. Bijbehorend risico is de nog ongewisse uitkomst voor Zeist van het nieuwe verdeelmodel van het BUIG*budget (I-deel) voor 2020 en de korting op de rijkssubsidies voor de Wet Sociale Werkvoorziening. Verder zullen we in 2021 rekening moeten houden met een mogelijk negatief ontschottingseffect. Regionaal delen we de risico’s op het BUIG budget door het budget te “ontschotten”. Met de andere deelnemers samen vangen we risico’s op. Omdat enkele deelnemende gemeenten een fors tekort op het BUIG verwachten vormt dit een risico voor ons. De ontschottingsafspraken worden binnen de discussie over de Strategische Kaders opgepakt. De uitkomsten hiervan worden waarschijnlijk eind 2020 of na 2020 geïmplementeerd. De risico’s in de exploitatie van de GR RDWI zijn de volgende: a. De ontwikkelingen op het gebied van de sociale zekerheid, o.a. de Participatiewet van 1 januari 2015 en de wijzigingen van de Wet Sociale Werkvoorziening kunnen organisatorische en personele consequenties hebben (zie ook deelneming Biga BV); b. De stijging van het aantal aanvragen Schuldhulpverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10583289/1