00.2-21RV052# Begroting 2022 Boek 2
Tekst van het document
Begroting 2022 Deel 2
1
Inhoudsopgave 1. Leeswijzer .....................................................................................................................................4 2. Paragrafen .....................................................................................................................................5 2.1 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing .............................................................................5 2.1.1 Inleiding ................................................................................................................................5 2.1.2 Specifieke aandacht bij risicobeheersing in 2022 ................................................................8 2.1.3 Top 10 risico’s ....................................................................................................................10 2.1.4 Verdeling risico’s per kanscategorie en financieel gevolg .................................................13 2.1.5 Benodigde weerstandscapaciteit .......................................................................................14 2.1.6 Beschikbare weerstandscapaciteit.....................................................................................14 2.1.7 Beoordeling van het weerstandsvermogen .......................................................................14 2.1.8 Kengetallen
........................................................................................................................15 2.2 Onderhoud kapitaalgoederen .................................................................................................19 2.2.1 Inleiding ..............................................................................................................................19 2.2.2 Belang voor de Raad .........................................................................................................19 2.2.3 Beheervisies en -plannen ..................................................................................................19 2.2.4 Beschrijving per soort kapitaalgoed ...................................................................................21 2.2.4 Budgettaire consequenties ................................................................................................25 2.3 Financiering .............................................................................................................................28 2.3.1 Inleiding ..............................................................................................................................28 2.3.2 Uitvoering treasurybeleid ...................................................................................................28 2.3.3 Financieringsbehoefte
........................................................................................................28 2.3.4 Rentelasten en rentetoerekening .......................................................................................29 2.3.5 Renterisicobeheer ..............................................................................................................30 2.4 Verbonden partijen ..................................................................................................................32 2.4.1 Inleiding ..............................................................................................................................32 2.4.2 Grip op verbonden partijen ................................................................................................32 2.4.3 Gemeenschappelijke regelingen ........................................................................................33 2.4.4 Privaatrechtelijke regelingen ..............................................................................................45 2.4.5 Stichtingen .........................................................................................................................50 2.4.6 Overige samenwerkingsvormen ........................................................................................54 2.4.7 Deelnemingen
....................................................................................................................55 2.5 Grondbeleid .............................................................................................................................58 2.5.1 Ruimtelijke Ontwikkeling Zeist ...........................................................................................58 2.5.2 Strategisch grondbeleid en de omgevingswet ...................................................................58 2.5.3 Financieel kader .................................................................................................................59 2.5.4 Reserve grondbedrijf ..........................................................................................................61 2.6 Lokale heffingen ......................................................................................................................62 2.6.1 Achtergronden en uitgangspunten .....................................................................................62 2.6.2 Kostendekkendheid heffingen ............................................................................................66 2.6.3 Kwijtscheldingsmogelijkheden ...........................................................................................67 2.6.4 Ontwikkeling belastingdruk
................................................................................................67
2
3. Financieel technische onderdelen ...........................................................................................68 3.1 Begrote vermogenssituatie .....................................................................................................68 4. Bijlagen .......................................................................................................................................70 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Beleidsindicatoren ...................................................................................................................70 Incidentele baten en lasten .....................................................................................................71 Reserves en voorzieningen per programma ...........................................................................73 Meerjarenbegroting per taakveld ............................................................................................82 Kerngegevens .........................................................................................................................84 Begrippenlijst ...........................................................................................................................85
3
1.
Leeswijzer
Dit is deel 2 van de Begroting 2022. In hoofdstuk 2 zijn de verplichte paragraven opgenomen. De paragrafen geven een dwarsdoorsnede van een aantal financiële en beleidsmatige onderwerpen. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op financieel technische onderdelen, in dit geval de begrote vermogenssituatie en de specificatie daarvan. In hoofdstuk 4 zijn een zestal bijlagen opgenomen: beleidsindicatoren, incidentele baten en lasten, reserves en voorzieningen per programma, meerjarenbegroting per taakveld, kerngegevens en begrippenlijst. De cijfers in deze begroting zijn gebaseerd op al vastgesteld beleid. Wanneer er noodzaak is het bestaande beleid te veranderen of nieuw beleid op te pakken, wordt dat in het raadsvoorstel bij de begroting opgenomen.
4
2.
Paragrafen
2.1
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
2.1.1
Inleiding
Ons risicomanagement is gericht op een pro-actieve risicosturing, waarbij voortdurend de relatie met de beschikbare weerstandscapaciteit in ogenschouw wordt gehouden. Het doel van actief risicomanagement is om niet iedere tegenvaller direct van invloed te laten zijn op het lopende beleid en op de exploitatie. Hierdoor kunnen de reguliere dienstverlening en ambities doorgang blijven vinden. De gemeente Zeist heeft in de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in risicomanagement met aandacht voor de geïdentificeerde risico’s, de vertaling van de bruto naar netto risico’s en de geïnitieerde acties om de risico’s (verder) te kunnen beheersen en de mogelijke (financiële) consequenties te verminderen. Risicomanagement is een vast onderdeel bij het managen van de bedrijfsvoering. De uitkomsten worden zowel in de begroting als de jaarrekening opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. In deze paragraaf geven wij eerst inzicht in de onderdelen die van invloed zijn op het algemene risicoprofiel van de gemeente Zeist. Verder komen de ontwikkelingen in 2021 aan de orde en de aandachtspunten voor 2022.
Het tweede deel van de paragraaf geeft inzicht in hoe de gemeente er qua risicoprofiel voor staat: wat zijn momenteel de top 10 risico’s? Wat is de stand van de weerstandsratio? En hoe scoren de kengetallen ten opzichte van de afgesproken normen? Algemeen risicoprofiel De laatste jaren wordt onze gemeente geconfronteerd met forse tekorten in de meerjarenbegroting. Na een eerste ombuigingsfase bij de begroting 2021 is een tweede ombuigingsoperatie ingevuld met onder andere voorstellen van de Inwoners Advies Commissie (IAC). Daarnaast zijn andere voorstellen vanuit de organisatie aangedragen om een sluitende meerjarenbegroting te kunnen realiseren. Hoewel we een sluitend meerjarenperspectief bij de kadernota hebben gepresenteerd is dit voor een deel ‘gerealiseerd’ door taakstellingen. Dit zijn bedragen die nog bespaard moeten worden. In de onderstaande tabel zijn de taakstellingen weergegeven. Taakstelling meerjarenbegroting 2021 WMO (begroting 2021) Jeugd (begroting 2021) Organisatie fase 1 (begroting 2021) Organisatie (IAC voorstellen) (kadernota 2022) Subsidies (begroting 2021) Totaal
2022
2023
2024
2025
€ € €
350.000 500.000 19.000
€ € €
350.000 750.000 269.000
€ € €
350.000 750.000 269.000
€ € €
€
600.000
€
600.000
€
600.000
€ 1.000.000
€ 300.000 € 2.269.000
€ 300.000 € 2.269.000
€ 300.000 € 1.769.000
€ 300.000 € 2.269.000
350.000 750.000 269.000
De plannen om de taakstellingen te realiseren worden momenteel uitgewerkt. De status hiervan is als volgt: • Het eerste deel van de taakstelling op de organisatie fase 1 is nagenoeg gerealiseerd. Voor het restant ligt een uitgewerkt plan. De verwachting is daarom vooralsnog dat dit onderdeel gerealiseerd gaat worden. • Bij de WMO en Jeugd zijn er momenteel al tekorten die weggewerkt moeten worden. Om aanvullend daarop ook nog de taakstellingen te realiseren, lijkt momenteel zeer ambitieus, maar wordt momenteel volop onderzocht. • Hetzelfde kan gezegd worden over de aanvullende taakstellingen vanuit het IAC op de organisatiebudgetten. Deze komen bovenop de eerder genoemde fase 1 taakstelling. Het is de bedoeling om de taakstelling te realiseren door innovaties (omdenken), automatiseren van arbeidsintensieve werkzaamheden, doorvoeren efficiency en taken niet meer uitvoeren. Dit alles 5
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
vraagt aanpassing van processen en investeringen in automatisering. De kans bestaat dat de implementatietijd te kort is om de ingeboekte taakstelling volledig te realiseren. Daarnaast vraagt dit ook een investeringsbudget om de innovatie daadwerkelijk door om te zetten in besparing. Bij de begrotingsbehandeling van 2022 wordt daarom aan de raad een innovatiebudget gevraagd. Gezien de reële kans dat de taakstellingen niet (geheel) en/of niet in het benodigde tempo gerealiseerd kunnen worden, wordt dit als risico opgenomen. Deze is gezien de grootte van het bedrag op dit moment één van de grootste risico’s voor de gemeente Zeist (zie § 1.3 Top 10 risico’s). Ook hebben diverse andere ontwikkelingen invloed op ons risicoprofiel: • Vanaf medio 2022 treedt de omgevingswet in werking. Op dit moment is het nog onduidelijk wat dit (op langere termijn) voor ons betekent. De verwachting is dat, naast de extra kosten die we zullen maken, ook minder opbrengsten gaan genereren. Het is nog onduidelijk hoe groot dit verschil is en het is niet zeker of we hiervoor worden gecompenseerd. Een nieuw kabinet moet zich hierover buigen. • Vanwege de gewonnen arbitragezaak van het Rijk ontvangen wij incidenteel extra middelen ter compensatie voor de gestegen zorgkosten.
Hoewel dit bijdraagt aan het verbeteren van onze financiële positie zien we daarnaast oplopende zorgkosten als gevolg van toenemende zorgvraag maar ook zorgzwaarte. Daarnaast is het nu nog niet duidelijk of het woonplaatsbeginsel binnen de jeugdzorg nog tot financiële gevolgen leidt. • Vanaf het jaar 2023 wordt de herijking van het gemeentefonds geëffectueerd. Dit lijkt zeer nadelig voor ons uit te pakken. Een eerste berekening laat zien dat het nadeel kan oplopen tot circa € 5,6 mln. structureel. • De structurele effecten van corona zijn op dit moment niet in te schatten. Het is reëel aan te nemen dat er lange termijn gevolgen zijn. Hierbij denken we aan een toename van de mensen in de bijstand, vergroting van de mensen in armoede, extra zorgkosten als gevolg van uitgestelde zorg, toename van eenzaamheid enz. Dit alles heeft een enorme impact op ons risicoprofiel. Veel risico’s zijn (nog) niet of zeer moeilijk te kwantificeren. Ook is het niet altijd mogelijk passende beheersmaatregelen te treffen om de effecten van risico’s te verkleinen. Het is dus belangrijk deze ontwikkelingen en het risicoprofiel scherp te blijven volgen. We zullen het goede gesprek met elkaar moeten blijven voeren en passende maatregelen nemen om gemeente Zeist ook in de toekomst gezond te houden.
Risicobereidheid Bij de besluitvorming van de kadernota 2022 is tevens ingestemd met de nota stabiliteitscriteria. Deze nota is een extra instrument om de financiële staat van gemeente Zeist te monitoren. Jaarlijks brengen we met het dashboard de ontwikkeling van de diverse stabiliteitscriteria in beeld. Ook bij deze begroting zijn de diverse criteria in beeld gebracht. Bij de behandeling van de nota stabiliteitscriteria is gesproken over de hoogte van het weerstandsvermogen in relatie tot de weerstandsratio, want het is erg belangrijk voldoende middelen te hebben om de gevolgen van risico’s op te kunnen vangen. Een nadere toelichting over dit onderwerp is opgenomen in § 1.5 tot en met 1.7. De raad heeft gevraagd hoe de weerstandsratio beïnvloed kan worden. Daarom willen we de nota stabiliteitscriteria verder verrijken met het onderwerp risicobereidheid. Hoeveel risico’s zijn we als gemeente bereid te nemen? Wat is onze risicobereidheid? De uitkomst van deze vraag bepaalt mede de hoogte van de reserve weerstandsvermogen. Vanuit de portefeuille SFI (Strategisch Financieel Instrumentarium) gaan wij aan de slag met het onderwerp risicobereidheid De risicobereidheid van een organisatie geeft namelijk uitdrukking aan de aard en omvang van de risico’s die een organisatie bereid is aan te gaan bij het realiseren van haar doelstellingen.
De risicobereidheid moet passen binnen datgene wat de organisatie kan dragen (weerstandsvermogen) en wil dulden (de risicotolerantie). De risicobereidheid is dus afhankelijk van interne normen/waarden, (maatschappelijk) rendement, en risicodragend vermogen, maar ook van toezichthouders (wet- en regelgeving) en hetgeen maatschappelijk aanvaardbaar is (stakeholders). De uitkomsten van het onderwerp risicobereidheid betrekken we bij het actualiseren van ons risicobeleid. 6
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Algemene ontwikkelingen in 2021 COVID-19 crisis De COVID-19 crisis is inmiddels bijna 1,5 jaar gaande en heeft grote gevolgen gehad voor samenleving en economie, maar lijkt over het hoogtepunt heen te zijn voornamelijk als gevolg van de hogere vaccinatiegraad. Hierdoor zijn de meeste maatregelen die de Rijksoverheid heeft afgekondigd beëindigd. In 2020 hadden we te maken met hogere kosten en lagere inkomsten op diverse terreinen. Deze werden soms geheel, soms gedeeltelijk gecompenseerd door het Rijk. Hierdoor viel het totale nadeel voor de gemeente nog enigszins mee. Van het Rijk hebben we al in de algemene uitkering aan het eind van 2020 een bedrag ter compensatie van eventuele extra uitgaven in 2021 ontvangen. Verder krijgen diverse instanties en ondernemingen ook dit jaar nog steeds (deels) compensatie voor de geleden schade. De financiële gevolgen voor de gemeente die zich op meerdere terreinen kunnen voordoen, blijven lastig in te schatten, omdat ze van vele factoren afhangen. Bijvoorbeeld de vraag of er weer een opleving van het virus komt, of er mogelijk andere virusvarianten opduiken, hoe lang vaccinaties hun werking blijven behouden en in welke mate de vaccinatiegraad zal toenemen. Hierdoor kan het zijn dat er (op termijn) toch weer nieuwe maatregelen nodig zijn.
Op een aantal terreinen zien we nu nog geen (directe) financiële gevolgen voor de gemeente, maar die kunnen zich alsnog gaan voordoen op langere termijn. Bijvoorbeeld op het gebied van de instroom WMO, jeugdzorg en bijstandsgerechtigden. Voor het bepalen van het risico van COVID-19 in ons weerstandsvermogen gaan we nu voor 2021 uit van een ingeschat bedrag van 1 miljoen euro, de helft van het bedrag waar we eerder mee rekenden. Omdat de effecten van de crisis naar verwachting ook nog na 2021 merkbaar zullen blijven, nemen we dit structureel op, dus maal 2,5. Het Rijk heeft een groot deel van de ondervonden financiële nadelen gecompenseerd in 2020. Of ze dat in gelijke mate zal doen in dit en de volgende jaren is onzeker. Daarom houden we er rekening mee dat het Rijk maximaal 50% gaat compenseren. Hiermee wordt het netto risico teruggebracht naar € 0,5 miljoen per jaar. Structureel nemen we het bedrag daarom maal 2,5 waarmee het op € 1,25 miljoen uit komt. In de tweede berap van 2021 zijn de gevolgen voor 2021 inzichtelijker en zullen dan gerapporteerd worden. Sociaal Domein Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het Sociaal Domein. Mede doordat er vele ontwikkelingen zijn op dit gebied zien we dat het risicoprofiel van het Sociaal Domein hoog is. Veel risico’s zijn in beeld, maar dit vraagt om continue aandacht en beheersing waar kan.
De belangrijke ontwikkelingen die gevolgen hebben voor het risicoprofiel: • Het gaat om open einde regelingen waarbij sturingsmogelijkheden beperkt zijn. • Mogelijk is er nog een opstuwend effect door corona gezien het feit dat er enige tijd geen passende zorg verleend kon worden. • De aanpassing van de jeugdwet in verband met wijzigingen in het woonplaatsbeginsel start per 1 januari 2022. Deze wijziging heeft consequenties voor de hoogte van de integratie uitkering Sociaal Domein en de kosten binnen onze eigen organisatie. De inventarisatie in Zeist is inmiddels afgerond. Een risico is de grootte van de groep kinderen waarvan geen oorspronkelijke woonplaats bepaald kan worden. Dit zijn ook over het algemeen kostbare trajecten. De kosten zijn dan voor de gemeente waar deze kinderen nu verblijven en andere gemeenten waar uitstroom vandaan kan komen. Dit risico lijkt kleiner te zijn dan gedacht. Ook is nu nog onduidelijk hoeveel jongeren vanuit andere gemeenten onder de verantwoordelijkheid van Zeist gaan komen. Op dit moment is nog moeilijk te overzien wat de exacte financiële gevolgen zijn. • Er is de laatste jaren sprake van een toenemende vraag naar jeugdzorg. Door de hulp dichter en laagdrempeliger bij gezinnen te organiseren is de schroom om hulp te vragen weggevallen. Ook zijn er veel echtscheidingen. Dit brengt stress en financiële problemen met zich mee.
Het gaat hier om een structureel risico dat nog vergroot wordt door de gevolgen van de corona pandemie, omdat deze enorme invloed heeft op het welzijn van kinderen/jeugdigen en de gezinnen waar ze in opgroeien. • Het aantal WMO-cliënten groeit ook de laatste jaren. Deze toename heeft meerdere oorzaken waaronder de vergrijzing van de inwoners van de gemeente. Daarbij wordt gestreefd naar zo lang mogelijk thuis wonen om bewoners zoveel mogelijk in de vertrouwde omgeving te laten. Een laatste oorzaak van de toename van het aantal WMO-cliënten is de invoering van het abonnementstarief. Hierdoor is sprake van een aanzuigende werking, daar de eigen bijdrage niet meer inkomensafhankelijk is. 7
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
•
Daar komt nog bij dat er voor zowel Jeugdzorg als WMO tot en met 2021 een oplopende bezuiniging had die vanaf 2022 omgezet is in een taakstelling. Er wordt volop gekeken naar mogelijkheden om deze taakstelling in te vullen, maar het effect van maatregelen en de snelheid waarmee ze gerealiseerd worden, is niet helemaal voor te stellen en daarmee een risico.
De raad heeft bij de kadernota 2021 besloten om het gesloten systeem dat was ingesteld voor het Sociaal Domein per 1 januari 2021 op te heffen. De risico’s van het Sociaal Domein zijn niet meer te relateren aan de reserve Sociaal Domein, maar zijn nu gekoppeld aan de reserve weerstandsvermogen die we ook gebruiken om de andere risico’s van onze gemeente aan te relateren. Sindsdien hebben we nog slechts één weerstandsratio voor Zeist.
2.1.2
Specifieke aandacht bij risicobeheersing in 2022
Naast de reguliere werkzaamheden binnen het risicomanagement willen wij in 2022 onze speciale aandacht richten op: Sociaal Domein • Hoewel de begroting van zowel de WMO als de Jeugdzorg de laatste jaren is aangepast naar aanleiding van de grotere vraag, blijft het risicoprofiel van het Sociaal Domein hoog. Enerzijds komt dit door de zeer grote financiële druk op de beschikbare budgetten en anderzijds door de uitdaging waar we als gemeente voor staan; namelijk om goed grip te krijgen op de zorg zelf. Wij gaan ons in 2022 richten op de volgende onderwerpen: • Het maatschappelijke en financiële effect van de preventieve maatregelen is nog onduidelijk. Door meer vroegsignalering willen wij dure zorg voorkomen. • Effecten regionale inkoop. Vanaf juli 2021 zijn de nieuwe inkoopcontracten in werking. Met de aanbesteding is veel aandacht besteed aan het screenen van de zorgaanbieders. De nieuwe contracten hebben een meer taakstellend karakter, waardoor minder sprake is van open einde financiering en de beheersbaarheid van de kosten mogelijk wordt vergroot. Tevens is ook een andere tariefstructuur afgesproken. • We hebben steeds meer data voorhanden om de trends en ontwikkelingen te signaleren. Daardoor krijgen we steeds meer inzicht in de cijfers waarmee we beter in staat zijn om bij te sturen op de uitgaven. In 2022 zullen we ook de fraudebestrijding verder continueren.
• Binnen het Sociaal Domein wordt aan de hand van een ontwikkelagenda nagestreefd om de kwaliteit te verbeteren en beter in control te komen. Dit vergroot ook de rechtmatigheid en het inzicht en beheersing van de risico’s. De realisatie van de transformatieopgave zal enige jaren duren. Het risico is dat daardoor de taakstellingen niet tijdig worden gehaald. • In het Sociaal Domein hanteren we de kwaliteitskompas van Movisie. Onderdeel daarvan is monitoring. Rechtmatigheidsverantwoording en In control statement Het college is en blijft ook na 2021 verantwoordelijk voor de rechtmatigheid binnen de organisatie. In de huidige situatie vormt de accountant hierover een oordeel en rapporteert over de uitkomsten. Vanaf verslagjaar 2022 stelt het college van B&W deze verantwoording op. De oorspronkelijke invoerdatum was 1 januari 2021, maar deze is uitgesteld naar 1 januari 2022. Uiteraard is het publiceren van de verantwoordingstekst alleen niet voldoende. Er is in de gemeentelijke organisatie een duidelijke grondslag voor deze verantwoording nodig. Deze grondslag wordt de onderbouwing van de verantwoording genoemd. Doel is met een bepaalde mate van zekerheid vast te stellen dat de financiële handelingen hebben plaatsgevonden binnen de kaders van wet- en regelgeving.
Het kader van de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording bestaat uit de volgende criteria: • Begrotingscriterium: gaat om controle op overschrijdingen van de geautoriseerde begroting na wijziging. • Voorwaardencriterium: gaat om de financiële beheershandelingen die aan de voorwaarden moeten voldoen zoals gesteld in wet- en regelgeving (hieronder vallen ook gemeentelijke verordeningen). • Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O): hieronder vallen ook fraude- en integriteitssignalen.
8
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
De externe accountant controleert de getrouwheid van de jaarrekening, inclusief de door het college getekende rechtmatigheidsverantwoording. De accountant geeft geen afzonderlijk oordeel meer over het aspect rechtmatigheid, maar slechts een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening. Gevolgen rechtmatigheidsverantwoording Wij rapporteerden in de begroting 2021 over de gevolgen van de voorgenomen wetswijziging. Deze zijn als volgt: • De accountant stelt de rechtmatigheid niet meer vast, maar het college zelf. • Het college moet met de gemeenteraad in gesprek gaan over de financiële rechtmatigheid. • In de jaarrekening 2022 moet de rechtmatigheidsverklaring worden opgenomen waarbij de paragraaf bedrijfsvoering inzicht geeft in de nadere duiding van de verklaring. • De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de financiële onrechtmatigheden die de rapporteringstolerantie overschrijden en welke (beheers)maatregelen het college treft om herhaling te voorkomen. Het uitstellen van de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording geeft de gemeente de mogelijkheid om het jaar 2021 te gebruiken als voorbereiding op de rechtmatigheidsverantwoording. Conform voorgaande jaren zal in 2022 een intern controleplan worden opgesteld dat inzicht geeft in de uit te voeren interne controlewerkzaamheden binnen de gemeente Zeist.
Tevens wordt in dit plan een interne rapportage-cyclus afgesproken waarbij proceseigenaren verantwoording over rechtmatig handelen dienen af te leggen . Het doel van het intern controleplan is om een adequate inrichting en uitvoering van de interne beheersorganisatie te waarborgen om een uitspraak te kunnen doen over de rechtmatigheid. Tevens wordt getracht om een maximale aansluiting te realiseren tussen de verbijzonderde interne controle (VIC) en de door de externe accountant te verrichten werkzaamheden. Basis hierbij is dat Control vast wil stellen of de organisatie ‘in control’ is en het voor de externe accountant mogelijk maken om gebruik te maken van de werkzaamheden van onze interne auditfunctie. De gemeente Zeist wil de interne beheersomgeving verder versterken en verbeteren aan de hand van het zogenaamde “three lines of defense model”. De inrichting volgens dit model draagt bij aan de versterking van de interne beheersmaatregelen. Er vinden preventieve controles plaats in de eerste en tweede lijn waardoor fouten worden voorkomen. Constateringen leiden tot procesverbeteringen, waardoor de bedrijfsvoering efficiënter en effectiever wordt. Periodiek rapporteert de lijnmanager in samenwerking met de 2e lijn functionaris over de resultaten van de toetsing. Team Control voert review werkzaamheden uit, verzamelt de bevindingen en adviseert over verbeteringen.
Het GMT alsmede het college wordt periodiek geïnformeerd over de uitkomsten binnen de reguliere P&Ccyclus. De uitkomst van de toets-werkzaamheden worden 2 keer per jaar gerapporteerd aan het college en de auditcommissie van de raad. Tevens staan voor 2021 en 2022 nog voorlichtingssessies gepland zowel voor de organisatie als voor de raad over de rechtmatigheidsverantwoording. In deze sessies worden de belangrijkste gevolgen voor de organisatie besproken. We zien de rechtmatigheidsverantwoording als mooie eerste stap op weg naar een ‘in control statement’ (ICS). In 2022 zullen we de raad expliciet betrekken bij dit onderwerp. Dit doen we op verschillende manieren. We zullen de auditcommissie betrekken bij onze aanpak. Daarnaast zullen we diverse voorstellen ter besluitvorming aan de raad voorleggen. Dit betreft kaders die door de wetswijziging geactualiseerd moeten worden zoals de financiële verordening (ex art.212) en de controleverordening (ex art. 213). Ten slotte nemen wij de gehele organisatie mee in de mogelijk noodzakelijke wijzigingen en/of verbeteringen in de interne beheersorganisatie om te kunnen voldoen aan de vereisten om een ‘in control statement’ af te geven.
Fraude risico analyse Om invulling te geven aan het rechtmatigheidscriterium ‘Misbruik en oneigenlijk gebruik’ is onlangs een frauderisico analyse opgesteld die kan fungeren als onderbouwing voor dit criterium. Deze analyse zal met de auditcommissie besproken worden en worden meegenomen in het te actualiseren M&O-beleid. Actualisatie risicomanagementbeleid Wij verwachten het risicomanagementbeleid in het najaar van 2021 volledig te actualiseren en in het voorjaar van 2022 ter vaststelling aan te bieden aan de raad. Het nieuwe beleid geeft inzicht in de 9
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
inventarisatie van de risico’s, de kans en impact en de risicobereidheid. De risico’s worden gewogen zonder acht te slaan op de getroffen beheersmaatregelen (bruto risico’s) en na beoordeling van de opzet en bestaan en werking van maatregelen (netto risico’s). Het doel van het risicomanagement is om ervoor te zorgen dat de netto risico’s zoveel mogelijk binnen de kaders van de risicobereidheid vallen. Het nieuwe risicomanagementbeleid wordt mede ingegeven door de ambitie om naar een ‘in control statement’ te komen.
2.1.3
Top 10 risico’s
De tien belangrijkste risico’s zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Top 10 risico’s Risico Nr R1150
Risico
Maatregelen
Kans
Als gevolg van een andere verdeling van middelen tussen gemeenten via de algemene uitkering (herijking), bestaat de kans dat de gemeente lagere inkomsten via de algemene uitkering krijgt.
70%
R1266
Als gevolg van de hoogte van de taakstellingen in de begroting oplopend van € 2,0 miljoen in 2022 naar een bedrag van € 2,9 miljoen in 2025 en het tempo waarin ze gerealiseerd moeten worden, bestaat de kans dat dit niet lukt waardoor de begroting niet sluitend is. De financiële uitwerking van de genoemde acties is nog onzeker. Wij hebben een inschatting gemaakt van de kans dat de ingezette acties niet geheel worden uitgevoerd met negatieve gevolgen voor de realisatie van de taakstelling.
In eerdere publicaties is aangegeven dat het gehanteerd nadeel maximaal € 15 per inwoner per jaar mag zijn. Hierdoor is het negatieve effect voor Zeist de eerste jaren relatief beperkt en komt dit neer op € 15 x 64.900 inwoners, zijnde € 973.500 per jaar. Daarna wordt dit maximum nadelig effect trapsgewijs los gelaten waardoor het nadelige effect in de daarop volgende jaren steeds verder toeneemt tot mogelijk een nadeel van € 5,6 miljoen per jaar. Het definitieve voorstel is er nog niet, dus het effect kan nog anders worden. • De taakstelling op de organisatie fase 1 ad. € 250.000 gaan we volledig realiseren. Bij de tweede bestuursrapportage 2021 is € 231.000 is al (structureel) gerealiseerd. • De overige taakstellingen in concrete, haalbare acties vertalen. • Een innovatiebudget aanvragen bij de raad. • Werken aan innovaties zodat we (nog) slimmer kunnen werken. • Hierbij gebruik maken van innovatiemethodes die bewezen hebben te werken. • In beeld brengen wat we als organisatie niet meer doen / keuzes maken. • De organisatie enthousiasmeren om hun bijdrage te leveren. • De realisatie blijven monitoren.
Financieel gevolg max. € 2.433.750
70%
max.€ 1.750.000
10
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Risico Nr R1205
Risico
Maatregelen
Kans
Als gevolg van de COVID-19 crisis wordt de gemeente geconfronteerd met extra kosten en werkzaamheden.
70%
R1152
Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet loopt de gemeente een financieel risico doordat de financiële gevolgen nog onduidelijk zijn.
90%
max.€ 500.000
R994
Als gevolg van het jarenlang minimaliseren van onderhoud bij de 7 (open) parkeergarages (Voorheuvel, Promenade, Slotlaan 1 t/m 3, Perron en de Luifel) bestaat de kans dat er een inhaalslag gemaakt moet worden in onderhoud waarvoor onvoldoende budgetten voor handen zijn.
70%
max.€ 500.000
R1183
Als gevolg van toenemende vraag naar jeugdzorg bestaat de kans dat budgetten worden overschreden, waardoor er een tekort ontstaat.
Gezien de onzekerheden die er zijn ten aanzien van de impact voor de gemeente van de COVID-19 crisis is er hiervoor in de begroting geen bedrag opgenomen. We hebben een inschatting gemaakt van op welke onderdelen we risico lopen met een inschatting van het bedrag. In totaal komen we uit op een bedrag van € 1 miljoen euro voor de komende jaren. Het Rijk heeft een groot deel van de ondervonden financiële nadelen gecompenseerd in 2020. Of ze dat in gelijke mate zal doen in dit en de volgende jaren is onzeker. Daarom houden we er rekening mee dat het Rijk maximaal 50% gaat compenseren. Hiermee wordt het netto risico teruggebracht naar € 0,5 miljoen per jaar. Structureel nemen we het bedrag daarom maal 2,5 waarmee het op € 1,25 miljoen uit komt. • We krijgen naarmate de invoerdatum van de omgevingswet nadert steeds beter inzicht in potentiële kostenverhoging en inkomstendaling. • Er moeten extra middelen komen in de algemene uitkering. Hierover het gesprek voeren met andere gemeenten, de VNG, het ministerie en de ODRU. Ten tijde van het opstellen van deze begroting 2022 (2e halfjaar 2021) worden de meerjaren onderhoudsplannen voor de parkeergarages geüpdatet. Met behulp van deze uitwerking kan de toekomstige begroting eventueel worden aangepast en het bedrag in het weerstandsvermogen worden bijgesteld.
Tot dit moment blijft de bestaande netto kans en het netto maximaal gevolg in stand. • Sturen vanuit de transformatie agenda jeugd, gerichtere preventie, doorbraak en sturen op instroom door maatregelen lokale teams en bij vindplaatsen voor hulp bij onderwijs en huisartsen. • Daarnaast betere afspraken maken met gecertificeerde instellingen. • Ook maatregelen op uitstroom door onder meer verstevigen regionaal contract-management. • Tot slot versterken samenwerken met en inzetten voorliggende voorzieningen.
Financieel gevolg max.€ 1.250.000
50%
max.€ 625.000
11
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Risico Nr R1117
R725
R1198
R1118
Risico
Maatregelen
Als gevolg van de mogelijkheid dat het nog te nemen verkeersbesluit om de spoorwegovergang in Den Dolder af te sluiten door de rechter of de Raad van State wordt teruggedraaid, bestaat de kans dat de gemeente conform afspraak met ProRail€ 6.500.000 moet terugbetalen.
Kans
Vóóraf: De onderbouwing van het 10% verkeersbesluit moet aan hoge eisen voldoen. Achteraf: Als het Drieluik niet door gaat ondanks een besluit van de gemeente om af te sluiten, zal de gemeente richting ProRail de terugbetaling betwisten, omdat de gemeente geen blaam treft. Mocht de gemeente toch moeten betalen, zal in eerste instantie de € 3.700.000 (€ 4.000.000 minus € 300.000 voorbereidingskrediet) die in de gevormde reserve zit, worden aangewend. Als gevolg van een toegenomen 50% • Sturen op transformatie van het WMO-vraag bestaat de kans dat zorglandschap, betere preventie, budgetten worden overschreden, doorbraak en versterkte waardoor er een tekort ontstaat. samenwerking met huisartsen, verstevigen regionaal contractmanagement, verstevigen rol wijkteams. • Versterken samenwerken en inzetten voorliggende voorzieningen. • Gebruik maken van het toegenomen inzicht in de cijfers. • Ontwikkelagenda toegangsteams. Grex huidige gemeentewerf/nieuwe Het voorstel over de bouw van de 10% werf: nieuwe werf is onlangs genomen door Als gevolg van de afhankelijkheid van het college en is inmiddels ingerout het project om de grond van de voor de raad. Naar verwachting zal de huidige werf te ontwikkelen voor raad in de raadvergadering van woningbouw met de verplaatsing van oktober een besluit nemen.
Na de werf, is er een risico dat de besluitvorming is het mogelijk om te voortgang onder druk komt te staan starten met de uitvoering. In dat geval en de gemeente geconfronteerd wordt is de realisatie van de nieuwe werf in met additionele kosten (namelijk claim 2023/begin 2024 gereed. Daardoor als gevolg van clausule in contract achten we de kans dat de deadline met Surplus en afboeken gemaakte niet gehaald wordt op slechts 10%. plankosten). Als gevolg van stijgende marktprijzen Jaarlijks actualiseren en onderbouwen 50% en het ramen van werken (sloop, van ramingen van grexen (MPSO) bouw- en woonrijp) op basis van gebruik makend van actuele kengetallen bestaat de kans dat de marktverkenningen, taxaties en kosten van projecten kostenexpertise. (grondexploitaties) bij uitvoering hoger Wanneer er een 1 op 1 dekking moet uitvallen dan geraamd waardoor dit komen, zorgen we voor een aparte een nadelig effect heeft op het reserve (of onderdeel van reserve projectresultaat. grondexploitaties).
Financieel gevolg max.€ 2.800.000
max.€ 500.000
max.€ 2.110.000
max.€ 400.000
Toelichting op tabel 1 De kans en het genoemde bedrag zijn dat wat netto over blijft rekening houdend met de genoemde maatregelen. Het totale risicobedrag van alles risico’s tezamen is toegenomen ten opzichte van de vorige inventarisatie bij de jaarrekening 2020. De omvang van alle risico’s bedroeg destijds € 36,8 mln., bij deze ronde is het totale bedrag aan risico’s € 38,5 miljoen. In de top 10 hebben wat wijzigingen plaats gevonden. Zo is het COVID-19 risico (R1205) niet langer ons hoogste risico. Deze hebben we verder naar beneden kunnen bijstellen gezien de situatie waarin we inmiddels verkeren en het feit dat het Rijk ons naar alle waarschijnlijk in elk geval deels voor de extra gemaakt kosten zal compenseren. 12
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Andere risico’s die uit de top10 zijn verdwenen: • R1021 Indexatie op basis van de CAO in lopende contracten jeugdhulp etc.: dit is geen risico meer, aangezien dit in de begroting opgenomen. • R1202 Bodemonderzoek grex gemeentewerf: het rapport van de ODRU is ontvangen. Met deze inschatting zal de grex (bij het MPSO 2022) worden geactualiseerd. In de top 10 staat nu op de tweede plaats een nieuw risico. Deze heeft betrekking op het mogelijk niet halen van de taakstellingen in de begroting. Zoals ook al benoemd in de inleiding is dit een reëel en groot risico. Het risico rondom de stijgende marktprijzen (R1118) is geen nieuwe risico, maar staat nu (net als in eerdere versies van deze paragraaf) weer in de top 10.
2.1.4
Verdeling risico’s per kanscategorie en financieel gevolg
Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn, kunnen geplaatst worden in een risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico dat een score heeft die in het oranje gebied zit, vraagt om aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie wordt bedreigd. Er wordt een onderscheid gemaakt in het bruto en netto risico. Het bruto risico geeft de situatie weer voordat er maatregelen zijn getroffen. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van maatregelen Voor gemeente Zeist zijn in totaal 277 risico’s geïnventariseerd. De verdeling van deze risico’s naar kans van optreden en financiële impact is weergegeven in tabel 2. Het betreft de netto risico’s. Tabel 2. Verdeling risico’s per kanscategorie en financieel gevolg Financieel
Aantal/Kans
10%
30%
50%
70%
90%
x > € 1.500.000
4
2
2
€ 750.000 < x < € 1.500.000
5
4
1
€ 300.000 < x < € 750.000
20
7
8
3
1
€ 75.000 < x < € 300.000
66
26
27
12
1
x < € 75.000
82
42
24
11
5
Geen financiële gevolgen
100
41
23
31
3
2
Totaal
277
122
82
57
13
3
1
Dit betekent dat er 9 risico’s zijn die extra aandacht vragen, omdat ze zich in het oranje gebied bevinden. De risico’s die zich in het donkeroranje gebied bevinden, zijn de risico’s betreffende de algemene uitkering en de taakstellingen in de begroting. Deze staan in de hierboven genoemde top 10. Er zijn geen risico’s die in het rode gebied zitten en dus directe aandacht nodig hebben.
13
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
2.1.5
Benodigde weerstandscapaciteit
Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de actuele risico’s. Deze risico’s zijn zo breed mogelijk geïnventariseerd. Bij de kansberekeningen wordt dan ook een groot aantal schattingen van het totale financiële gevolg van het gehele risicoprofiel gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met de kans op optreden van een risico en met het feit dat het financieel gevolg per risico kan variëren. Doordat risico’s niet allemaal gelijktijdig en in hun maximale omvang zullen optreden is het bedrag dat we aanhouden als weerstandsvermogen vele keren lager dan de totale waarde van de geïnventariseerde risico’s. Benodigde weerstandscapaciteit De totale waarde van alle geïnventariseerde risico’s bedraagt circa € 38,5 miljoen. Ons risicomanagementsysteem Naris berekent welk weerstandsvermogen nodig is gezien de opgevoerde risico’s. Dit gebeurt volgens de Monte-Carlo methode. Daarbij is het uitgangspunt dat niet alle risico’s zich op het zelfde moment en in dezelfde mate zullen voor doen. Er worden 100.000 verschillende scenario’s doorgerekend, waarbij een risico zich de ene keer wel voordoet en de andere keer niet. Tevens kan de omvang van het risico verschillen per scenario.
Uit de uitgevoerde simulatie blijkt, dat met een waarschijnlijkheid van 90% gesteld kan worden dat het weerstandvermogen € 7,9 miljoen moet bedragen (bij een minimale ratio van 1,0).
2.1.6
Beschikbare weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit wordt bepaald door de post onvoorzien uit de exploitatie en de reserve weerstandsvermogen. Deze middelen kunnen vrij worden ingezet om risico’s in financiële zin af te dekken, waarbij de middelen uit de exploitatie conform bestaand beleid met factor 2,5 worden vermenigvuldigd. Voor 2022 bedraagt de verwachte beschikbare weerstandscapaciteit voor de reguliere risico’s € 6.361.531. Dit is gebaseerd op de geprognotiseerde eindstand van 2021. In tabel 3 is dit nader gespecificeerd. Tabel 3: Beschikbare weerstandscapaciteit Omschrijving Post Onvoorzien in exploitatie Structureel (€ 187.648 x factor 2,5) Reserve weerstandsvermogen Totaal
Structureel € 187.648
Incidenteel € 469.121 € 5.892.410 € 6.361.531
Het weerstandsvermogen was bij de vorige risico-actualisatie (de jaarrekening van 2020) € 6.290.664. Dit betekent dat het de verwachting is dat deze licht zal stijgen met afgerond € 71.000 naar € 6.361.531. Daarbij zijn we uitgegaan van de op dit moment bekende door de raad geaccordeerde toevoegingen aan en onttrekkingen van de reserve weerstandsvermogen in 2021.
2.1.7
Beoordeling van het weerstandsvermogen
Om te bepalen of het huidige weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de benodigde weerstandscapaciteit (die uit de risicosimulatie voortvloeit, zie § 1.5) en de beschikbare weerstandscapaciteit (zie § 1.6). De uitkomst van deze berekening vormt het weerstandsvermogen en wordt uitgedrukt in een ratio. Daarbij geldt: hoe hoger de ratio, hoe groter het vermogen om weerstand te bieden aan de financiële gevolgen van optredende risico’s.
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
14
€ 6.361.531 € 7.946.586
= 0,80
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Voor de beoordeling van de ratio wordt een norm gehanteerd (zie tabel 4) die is ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit Twente. Deze norm wordt landelijk veelal toegepast en is door de raad ook als norm vastgesteld in de nota stabiliteitscriteria. Tabel 4: Waardering ratio Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0.6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Op basis van de landelijk gangbare normering krijgt de ratio de kwalificatie “Matig”. Bij de vorige versie van de paragraaf (bij de jaarrekening 2020) scoorde de ratio 0,79 waardoor hij toen nog net de kwalificatie “Onvoldoende” kreeg (bijna “Matig”). Ten opzichte van de vorige actualisatie zijn zowel de beschikbare weerstandscapaciteit als de benodigde weerstandscapaciteit vrijwel gelijk gebleven waardoor de ratio ongeveer hetzelfde uit komt. Concreet betekent dit dat de reserve weerstandsvermogen op dit moment onvoldoende is qua omvang gezien ons risicoprofiel.
2.1.8
Kengetallen
Op 18 juli 2015 is de “Regeling tot vaststelling van de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting en het jaarverslag van provincies en gemeenten” van kracht geworden. Deze regeling ziet op de wijziging van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), waarin in artikel 11 is bepaald, dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en het jaarverslag kengetallen worden opgenomen voor: de netto schuldquote, de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, de solvabiliteitsratio, de structurele exploitatieruimte, de grondexploitatie en de belastingcapaciteit. In juli 2021 heeft de raad de nota financiële stabiliteitscriteria 2021- 2024 vastgesteld. De nota bevat een aantal stabiliteitscriteria dat een samenhangend inzicht geeft in de financiële robuustheid van de gemeente. Naast andere maken de volgens het BBV verplichte kengetallen voor deze paragraaf onderdeel uit van deze nota. Elk stabiliteitscriterium is hierbij voorzien van een signaalwaarde die bij een verwachte of werkelijke overschrijding moet aanzetten tot een gesprek tussen gemeenteraad en college en vervolgens tot actie. Vanaf nu zullen we daarom de kengetallen in deze paragraaf vergelijken met de signaalwaardes zoals vastgesteld in de nota stabiliteitscriteria.
Voor eventuele benodigde bijsturingsacties verwijzen we naar het dashboard zoals gepresenteerd bij de begroting 2022. Analyse kengetallen en financiële positie Bij de jaarrekening 2020 zijn de kengetallen voor het laatst bepaald en berekend op basis van de balans. Voor de begroting is een meerjarige balans opgesteld om deze kengetallen te bepalen. De ‘hardheid’ van de getallen nemen in de planperiode af, doordat nu al inschattingen gemaakt moeten worden over bijvoorbeeld de saldi liquide middelen in bijvoorbeeld 2024. Tabel 5 Overzicht van en verloop in kengetallen Kengetallen:
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte
Jaarrekening 2020 12% 8%
Begroting 2021 (geactualiseerd) 24% 20%
15
Begroting 2022
MJR 2023
MJR 2024
MJR 2025
19% 15%
15% 11%
6% 2%
1% -/- 3%
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
65% -/- 4%
61% -/- 7%
63% 0%
65% 0%
67% 0%
68% 1%
1% 104%
1% 108%
0% 107%
0% 107%
-/- 2% 107%
0% 107%
De netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. We spreken van een zeer goede netto schuldquote als deze onder de 20% ligt. Tussen de 20% en de 40% dreigt de schuldomvang te hoog te worden. Boven de 40% vinden we dat alle bezittingen te zwaar belast zijn met schulden. Gemeente Zeist kent al jaren een lage netto schuldquote, want heeft relatief weinig schulden uitstaan. Voor 2022 is die voorzien op 19% en de daarop volgende begrotingsjaren neemt deze nog verder af naar slechts 1% in 2025. Dit komt doordat het bedrag aan schulden naar verwachting in de komende jaren verder zal afnemen. Met een schuldquote van onder de 20% kunnen we spreken van een zeer goede quote. Dit ondanks de financiële situatie waarin de gemeente zich bevindt. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij verstrekte leningen onzekerheid bestaat of ze allemaal terug worden betaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal, zowel inclusief als exclusief de verstrekte leningen, te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast.
Bij deze netto (gecorrigeerde) schuldquote wordt rekening gehouden met het door de gemeente zelf verstrekken van leningen. Het betreft hier vooral eerder verstrekte hypotheken aan medewerkers. In het kader van de wet FIDO is het verstrekken van leningen sterk ingeperkt, zo is het niet meer toegestaan om nog hypotheken te verstrekken waardoor het saldo verstrekte geldleningen jaarlijks afneemt. Bij deze ratio wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Voor deze ratio gelden dezelfde normen als voor de netto schuldquote, dus ook hiervoor geldt dat we een zeer goede ratio hebben. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen doordat zij voldoende eigen vermogen heeft. Onder de ratio wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Hoe hoger de solvabiliteitsratio is hoe beter. Volgens de signaalwaarden in de nota stabiliteitscriteria spreken we van een goede ratio indien deze 60% of hoger is. De schuld van de gemeente dreigt te hoog te worden als deze onder de 60% uit gaat komen. Onder de 50% zijn de bezittingen te zwaar belast met schulden. De solvabiliteitsratio van onze gemeente komt naar verwachting voor het jaar 2022 uit op 63%. De komende jaren neemt hij iets verder toe naar rond de 68%.
Dat ligt ver boven de aanvaardbare grens. Het eigen vermogen zal naar verwachting licht toenemen, terwijl het balanstotaal licht zal dalen. Hierdoor verbetert de solvabiliteitsratio. De conclusie is dan ook dat we goed in staat zullen zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen. Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting is het belangrijk om onderscheid te maken tussen de structurele en incidentele lasten. Als dit kengetal positief is, is er ruimte om structurele tegenvallers op te vangen. 16
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Bij de begroting van 2021 was de structurele exploitatieruimte negatief evenals die voor de daaropvolgende jaren in de meerjarenraming van destijds. Dat kwam doordat de structurele uitgaven hoger waren dan de structurele inkomsten. Het beeld is nu verbeterd. Dat wil zeggen dat de structurele exploitatieruimte nu rond de 0% uit komt, oftewel de structurele uitgaven zijn in evenwicht met de structurele baten. Dit is een positieve ontwikkeling. Wel moet hierbij opgemerkt worden dat dit deels bereikt is door taakstellingen zoals eerder in de paragraaf ook al benoemd. Indien de taakstellingen niet gerealiseerd worden en die kans bestaat, verdwijnt dit evenwicht. Verder is er geen ruimte over om eventuele structurele tegenvallers op te vangen. Kengetal grondexploitatie De boekwaarde van de voorraden grond moet worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Als signaalwaarde hanteren we voor dit kengetal 4%. Dit percentage geeft ruimte voor meer grondpositie en grondexploitaties maar geeft tevens een signaal ter waarschuwing voor het toenemende risicoprofiel. Het kengetal grondexploitatie blijft net als in voorgaande jaren de komende jaren rond de 0% schommelen.
Dit betekent dat hij ver onder de 4% blijft waaruit blijkt dat het risicoprofiel ten aanzien van onze grondexploitaties beperkt is. De belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurt, is een beleidskeuze. De definitie van het kengetal belastingcapaciteit is: woonlasten van een meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar ten opzichte van het landelijk gemiddelde in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar, uitgedrukt in een percentage. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in die gemeente. De gemiddelde woonlasten voor een gezin in Zeist zijn met name door wederom een toename van de afvalstoffen- en rioolheffing in afgelopen periode gestegen: in 2021 vergeleken met 2020 voor een meerpersoonshuishouden met gemiddeld 8%. Ditzelfde zien we ook voor de gemiddelde landelijke woonkosten: deze zijn afgelopen jaar met 5% gestegen. Bij de jaarrekening 2020 rapporteerden we een belastingcapaciteit van 104%, omdat toen we de landelijke cijfers die voor dit kengetal gebruikt werden nog gebaseerd waren op de verwachte landelijke cijfers over 2020.
Inmiddels zijn de werkelijke cijfers bekend en is de belastingcapaciteit uiteindelijk zoals verwacht op 100% uitgekomen (bron: Waarstaatjegemeente.nl). De begroting 2022 laat nu nog 107% zien. Ook nu is het weer gebaseerd op verwachte cijfers. We gaan ervan uit dat de daadwerkelijke cijfers straks weer een lager percentage zal laten zien, maar deze zal naar verwachting wel boven de 100% uitkomen. Dat betekent dat gemeente Zeist vanaf 2021 daadwerkelijk met de gemiddelde woonlasten boven het landelijke gemiddelde zal gaan uitkomen. Voor dit kengetal bestaan geen harde normen. Wel ziet de toezichthouder een waarde van meer dan 105% als meest risicovol. Volgens de nota stabiliteitscriteria is een gesprek met de raad gewenst op het moment dat de signaalwaarden boven de bandbreedte van 105% uitkomt over de (on)wenselijkheid van verdere verhoging en de gevolgen hiervan. Een waarde ver onder de 100% geeft een andere boodschap: de inwoner betaalt relatief weinig voor de dienstverlening. Ook hier kan een politiek gesprek gevoerd worden over de “eerlijke prijs”. Duiding tabel Alle kengetallen van de gemeente Zeist voor 2022 zijn goed tot zeer goed te noemen, omdat ze zich (ruim) binnen de afgesproken bandbreedtes begeven. Alleen de belastingcapaciteit verdient extra aandacht.
Omdat deze niet langer meer onder of rond de 100% is, betekent dat dat de gemiddelde woonlasten in Zeist voor een meerpersoonshuishouden hoger zijn dan het landelijke gemiddelde. Of dat als ongewenst gezien moet worden en (op termijn) mogelijk aangepast, is een besluit van de gemeenteraad. De netto schuldquote is zeer laag en de solvabiliteitsratio zeer hoog. Dit betekent dat we nog over voldoende liquide middelen beschikken om onze rekeningen te voldoen en we als gemeente dus meer dan voldoende in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen. 17
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
Het is gelukt om een sluitende begroting te presenteren waardoor de structurele exploitatieruimte niet langer negatief is. Dit is echter wel mede gerealiseerd door het opnemen van taakstellingen die nog nadere uitwerking behoeven waardoor onzeker is of ze (geheel) gerealiseerd worden en/of in het juiste tempo. Het aandeel van de boekwaarde van grondexploitaties in verhouding tot de baten van de grondexploitaties blijft ook de komende jaren laag. Het risicoprofiel is dus relatief laag.
18
Weerstandsvermogen en Risicobeheersing
2.2
Onderhoud kapitaalgoederen
2.2.1
Inleiding
Gemeente Zeist staat voor een structureel goed, veilig en efficiënt leef-, werk- en woonmilieu voor de burger en is voor de uitvoering daarvan verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van verschillende in bezit zijnde kapitaalgoederen. Deze kapitaalgoederen bestaan binnen Zeist uit de volgende onderdelen: • Wegen • Civiele kunstwerken • Verkeersregelinstallaties • Openbare verlichting • Verkeersregelinstallaties • Straatmeubilair • Parkeergarages • Riolering • Gemalen • Groen • Bomen • Waterlopen • Speelvoorzieningen • Begraafplaatsen • Gebouwen
Met een effectieve en efficiënte sturing op de kapitaalgoederen wordt de balans gevonden tussen kwaliteit en kosten en worden achterstanden en potentieel onveilige situaties voorkomen. Dit vraagt een duurzame blik op de kapitaalgoederen en doorlopende budgettaire middelen. In hoofdstuk 2.2.3 wordt nader ingegaan op de verschillende type kapitaalgoederen.
2.2.2
Belang voor de Raad
De totale omvang van de aanschafwaarde per 1-1-2021 van de in bedrijf zijnde geactiveerde materiële activa (exclusief gronden en terreinen binnen grondexploitaties) bedraagt circa € 158,6 mln. De onderverdeling daarvan is als volgt: Materiële vaste activa per 1-1-2021 Boekwaarde Bedrijfsgebouwen, woonruimten en terreinen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen, machines, installaties e.d. Overige materiële activa Totaal aanschafwaarde materiële activa
Economisch nut 107,0 10,5 7,4 11,9 136,8
bedragen (x € mln.) Maatschappelijk nut 0,9 31,8 0,3 0,3 33,3
Gezien de omvang van de waarde van deze activa, gevoegd bij de activa die ten laste van exploitaties of bijdragen van derden zijn aangeschaft en daardoor niet in bovengenoemde cijfers zijn opgenomen, is duidelijk dat de budgettaire consequenties van het onderhoud aanzienlijk zijn.
2.2.3
Beheervisies en -plannen
Het beheer van kapitaalgoederen is gebaseerd op een beleidskader of beheervisie. Hierin zijn, afhankelijk van het type kapitaalgoed, afspraken gemaakt over de gewenste effecten van het beheer, de beoogde gebruikskwaliteit van de kapitaalgoederen, de werkwijze van de beheerorganisatie, (de omvang van) het budget en de manier van verantwoording. In een beleidskader of beheervisie wordt
19
Onderhoud kapitaalgoederen
dit in hoofdlijnen, strategisch, beschreven. In de beheer- of onderhoudsplannen wordt de vertaling gemaakt naar de maatregelen die nodig zijn om de kwaliteit structureel te borgen en doorlopend de toets aan de begroting te kunnen maken. Het beleidskader voor het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen is in het jaar 2001 vastgelegd in de IBOR rapportage (Integraal Beheer Openbare Ruimte). Anno 2021 is dit beleidskader nog steeds geldend, de kwaliteitskeuzes die destijds zijn gemaakt, worden nog steeds nagestreefd. Bij het uitvoeren van het groot onderhoud wordt de kwaliteitsambitie gewogen basis nagestreefd. Het beheer omvat de hele levenscyclus van een kapitaalgoed. Die levenscyclus bestaat uit het continue (dagelijkse) proces van in stand houden, namelijk het gebruik afgewisseld door onderhoud en daarnaast het periodieke proces van inrichting, herinrichting, renovatie of vervanging. Tot herinrichting kan worden overgegaan als uit de evaluatie van het instandhoudingproces blijkt dat normaal onderhoud niet volstaat, bijvoorbeeld op het moment dat er geen restlevensduur meer is of als gevolg van gewijzigde gebruikseisen. De beheer- of onderhoudsplannen beperken zich tot het proces van in stand houden.
Een overzicht van het meest actuele beleid en/of de beheerplannen voor de betreffende kapitaalgoederen met de uitgangspunten voor het kwaliteitsniveau zijn hieronder in een overzicht weergegeven: Soort kapitaalgoed Wegen
Beleids- of beheerplan IBOR Weginspectie en uitvoeringsplanning
Opgesteld 2001 Jaarlijks
Civ. kunstwerken
IBOR
2001
Openbare verlichting
Beleidsplan openbare verlichting
2003
Basisniveau Nederlandse Praktijkrichtlijnen
Verkeersregelinstallaties
Beheerplan verkeersregelinginstallaties
2015
Optimaal functioneren
Straatmeubilair:
IBOR Beleidsplan straatmeubilair(rv 2003074) Parkeernota
2001 2003
Niveau gewogen basis Ambitieniveau: passief vervangen
2016
basis op orde
Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan Basis rioleringsplan. IBOR Groenstructuurplan
2016
Wettelijke- en Hoogheemraadschapseisen
Waterlopen
Langetermijnvisie Waterplan (07RAAD0108)
2007
Bomen
IBOR Groenstructuurplan Boombeheervisie Lange Termijn Boombeheerplan Meerjaren onderhoudsplannen
2001 2011 2013 2016 2021
Parkeervoorzieningen Parkeerapparatuur Riolering en gemalen