CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadscommissie 9 november 2021

Raadscommissie 9 november 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript30.833 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

En dat heeft er toch mee te maken dat wij eigenlijk de hele kaart van Zandvoort op, in zijn geheel nog eens gaan bekijken, hoe ziet het er nu uit en wat zien we op de middellange termijn voor mogelijkheden. En dan moet ik zeggen dat ik daar ook die complimenten die ook eerder door collega’s zijn gegeven ook graag ondersteun aan alle betrokkenen. Het ambtelijke apparaat maar ook de raadsleden maar ook de inbreng van de inwoners en burgers. Ik denk het terecht zo’n grote participatie is geweest en ik denk dat dat het stuk maakt wat het nu is. Ik herken ook veel van de inbreng, ik ga niet alles benoemen maar ik wil toch, ook om het voor de luisteraars concreter maken, twee dingen eruit halen die het CDA wel aanspreken. Er is bijvoorbeeld als je kijkt naar de kaarten dat er bijvoorbeeld in Zuid wordt gekeken naar de mogelijkheid om indertijd, en nogmaals niets is in beton gegoten, maar om dat toch te kijken naar bijvoorbeeld een zorgcentrum en ik zie het al helemaal voor me, Zandvoort wordt toch weer een beetje

als kuuroord herleeft. In de zomer de toeristische drukte, maar ook in de winter het aanbod van een soort kuuroord en ik denk dat dat past in de visie van stuk namelijk 365 dagen per jaar moeten we een aanbod hebben. Nou in de zomer hebben we de drukte en in de winter hebben we een ander programma. Een ander punt is bijvoorbeeld dat er ook was gekeken naar mogelijke woningbouwlocaties. Ook dit weer op de langere termijn maar nog niet eerder naar is gekeken. Ik noem dan bijvoorbeeld, zie ik op de kaart staan, dat op de huidige camping Sandevoerde, en het voormalige DCB-voetbalterrein is aangemerkt als een eventuele onderzoekslocatie, dat vind ik zelf wel interessant omdat ik daar afgelopen zomer ook een schriftelijke vraag over gesteld omdat ook juist te onderzoeken. Ik denk niet dat het daarmee te maken heeft dat het hier nu in terugkomt. Maar dat is toch wel leuk om te zien dat er toch op de lange termijn naar wordt gekeken. Dus dat zijn mooie ontwikkelingen maar ook twee minpuntjes, althans minpuntjes, twee punten waarvan we toch ook wat meer hadden verwacht. Dat is bijvoorbeeld als je kijkt naar Noord dan vinden we toch dat dat een beetje visieloos lijkt, het lijkt een beetje alsof Noord een beetje is vergeten, daar hadden we toch wat meer van verwacht van: wat zou daar mogelijk kunnen zijn.

Maar ook bijvoorbeeld als je kijkt naar op de boulevard Noord, staat daar eigenlijk op pagina 59 van het stuk, dat staat nog wel keihard voor permanent wonen is geen plek. En daar zijn we het niet helemaal mee eens, ik denk dat het best mogelijk is om ook daar te gaan kijken of daar in de tijd kan worden gekeken naar woningbouw. Dus dat zijn toch dingen waar we willen vragen of dat het misschien toch nog kan worden herzien maar nogmaals, niks is in beton gegoten. Toch iets wat we deze commissie mee willen geven. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Stephan: Ja maar verder... De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw van der Veld. Mevrouw van der Veld: Meneer Stephan, ik hoor u twee dingen zeggen: nieuw Noord daar bent u teleurgesteld over omdat u denkt dat er meer mogelijk moet zijn. Ik heb in mijn hoofd de plannen die al ontwikkeld worden en dan denk ik: waar denkt u dan dat er nog toevoeging plaats kan vinden? Want volgens mij blijft er dan geen openbare ruimte meer over. En over de boulevard Noord heeft u dat daar woningbouw plaats zou kunnen vinden, waar denkt u dat dat gesitueerd kan worden? Want namelijk net na de rotonde is het ons grondgebied al niet meer. We hebben niet zo heel veel ruimte daar. Dat was mijn vraag. De voorzitter: Meneer Stephan. Mijnheer Stephan: Nou een hele terechte vraag denk ik, nogmaals het is een stuk voor de langere termijn.

We gaan kijken, eigenlijk, 20 jaar vooruit. Misschien moeten we eigenlijk nog wat langer vooruitkijken zoals meneer Drommel ook zegt. Goede posities zijn niet bepalend hier, dit bepaald een beetje waar wij als raad op de lange termijn ons een paar zaken zouden kunnen voorstellen. Op dit moment is natuurlijk het circuit, formule 1 hot en actueel maar we weten niet hoe dat, hoe dingen zich ontwikkelen en ook, kijk, de boulevard is een breed, is een best groot gebied, groot stuk. Je hebt er nu verblijfstoerisme, de campings. Op termijn zou u zich kunnen voorstellen dat dat misschien toch plaats maakt voor woningbouw. Ik zeg niet dat wij dat nu hier besluiten, alleen dat zou je misschien wel in het kader van zijn visie kunnen bedenken, en daar kun je rekening mee houden. Dat is iets wat ik mij voorstellen, en u zei over het nieuw Noord, daar had ik meer van verwacht. Om een voorbeeld te geven: we moeten niet alles wat, u vertaalt het een beetje in de zin van dat ik elke centimeter wil gaan volbouwen zo heb ik het idee. Dat is niet de bedoeling. Ook daar kijk ik meer naar dat er misschien een huidige functie plaats maakt voor een andere functie. Bijvoorbeeld hebben we daar een manege, ik kan me voorstellen dat daar ook een verblijf recreatieve ontwikkeling zich voordoet.

Ik probeer een beetje creatief te denken: van wat zouden we eigenlijk Zandvoort, als we de kaart opnieuw zou betekenen, wat zou dan mogelijk kunnen zijn. En ik kan me bijvoorbeeld, als ik de manege benoem daar, kunnen voorstellen daar ook een soort, hoe zit dat, paardrijhotel bijvoorbeeld te gaan exploiteren ook weer in het kader van de 365 dagen per jaar aanbod dat we willen bieden want daar gaat het stuk duidelijk om. Dat is nota bene de titel van het stuk, althans de subtitel. Maar de commissie doet eigenlijk te kort om alle ideeën te delen. Maar daar moeten we punten. De voorzitter: Dank voor deze beantwoording. Ik zie een verduidelijken de vraag van mevrouw van der Veld.

Mevrouw van der Veld: Nog een vraag van aanvullend. Waar leest u dat dat niet mogelijk is? De voorzitter: Meneer Stephan. Mijnheer Stephan: Ik lees niet dat het niet mogelijk is, alleen ik had dat toch ook wel. Kijk ik vind dat bijvoorbeeld, wel wat ik net noem. Nogmaals, derde keer dat ik het zeg: niets is in beton gegoten hier gelukkig. Maar er staat wel bijvoorbeeld keihard, pagina 59, voor permanent wonen is er geen plek. Dat soort uitspraken vind ik te hard voor zo’n visie waar juist een, ja tenzij we het daarmee eens zijn op dit moment, maar ja dat is het CDA niet. De voorzitter: Dank u wel, dan geef ik, als u klaar met u …. Ok dank u wel. Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson: Dank u wel voorzitter. Het is eigenlijk wel leuk wat er op het einde gebeurt want daar ga je, daar komen de punten naar boven: wat zou je willen, hoe zou je het voor je zien, wat zou er mogelijk zijn en dat eigenlijk ook de inbreng die de heer Cottaar had alle begrip. Als je iets langer meeloopt heb je soms wel eens iets bagage in je rugzak zitten. Dus ik kan mij nog het proces herinneren als het gaat over de structuurvisie en hoe we daar toegekomen zijn. Het was uiteindelijk ook een aantal viertal beelden wat we voorgeschoteld krijgen van: blijf je nu een klein dorp of word je uiteindelijk die metropolitane badplaats en de tussenvormen.

Nou zoals goed Zandvoorter betaamt kiezen wij altijd de tussenvormen en vooral een die niet werd voorgesteld, dat werd uiteindelijk natuurlijk parel aan zee plus. Maar er zat wel een beeld achter, en dat beeld wat ik nu zo hoor is vanuit: het is niet in beton gegoten en we kunnen alle kanten uit. Ik trek dat in twijfel, een visie namelijk die je neerlegt is een toekomstbeeld en daar ga je naartoe. Als je aangeeft dat je bijvoorbeeld, en ik haal even een punt eruit bij unicum, dat je het echt hebt natuurlijk over wonen en zorg in het duinlandschap. Dan is daar een visie en in de toekomst wordt daar beleid aan getoetst. Dat is in de jaren is dat al zo geweest en ik hoor graag van de wethouder als dat nu veranderd zou mogen zijn. Dat betekent dus ook dat op het moment dat we daar zegmaar die visie op hebben en dat beeld. En dat beeld van de invulling van wonen en zorg kan breder zijn maar dan hoeven we daar niet mee aan te komen met zeg maar even een gigantisch hotel met een sportvoorziening en een uitvloeisel van het circuit. Dat weet ik dat het allemaal niet mogelijk is maar gaat even om de beeldvorming. Je geeft dus wel aan met bepaalde plekken waar ze met Zandvoort wil, en is dit wat we willen met Zandvoort? En dan mis ik in het proces toch wel de visievorming op die manier met elkaar en welke droom jagen wij na.

We geven allemaal wel aan: we willen 365 dagen per jaar aantrekkelijk zijn. Maar je ziet dat in dit stuk het voornamelijk toch gefocust is op de woningbouw, dat werd ook aangegeven dat is het startpunt, Hoe kunnen we dat doen. En nog even een aantal ontwikkelingen daarbij. Dan zou mijn oproep eigenlijk zijn, nou misschien, nee dat moet ik niet zeggen. Mijn verzoek zou zijn, dat is eigenlijk een aansluiting met wat de heer Cottaar net aangaf, moeten wij toch een, welke stap moeten wij nu gaan inbouwen dat we toch dat beeld ook met elkaar gedeeld hebben, waar kunnen we naartoe en welke alternatieven zijn er ook bekeken, is dat mogelijk? Is dat wenselijk? Want op het moment dat je namelijk toe gaat naar de uitwerkingen in een plan op basis van de visie daarvoor geef ik al aan van: als de visie vaststaat dan staat die in mijn optiek ook vast en dan kun je niet zeg maar een complete koerswijziging duidelijk aangeven. Dan hoor ik graag de reactie van de wethouder op. Met betrekking op participatie, als je hoort dat, in het stuk, laat ik het anders zeggen. In het stuk staat: er is ruim geparticipeerd. Maar de vraag die we eigenlijk onszelf moeten zouden stellen: welke trede van de participatieladder hebben we ingezet. Want dan gaat het namelijk ook om het verwachtingenmanagement.

Is het namelijk trede één dat we alleen informeren? Zijn we raadplegen? Adviseren? Is het co-productie? Want op het moment dat wij in dit proces, en dat hoor ik er toch iets tussendoor, dus dat zou de les voor onszelf moeten zijn voor overige stukken. De verwachting ook bij de deelnemers van wat wordt er met hun inbreng gedaan? En in hoeverre nemen wij die mee? En in hoeverre gaan we daar beargumenteerd van afwijken? Of hebben we daar met elkaar het gesprek over? Dat zou in ieder geval, eigenlijk wil ik daar graag een reflectie op van de wethouder, welke trede is toegepast en hoe zich dat verhoudt tot de inbreng onder andere in dit geval van BLK. Maar in bredere zin zie je dat er heel veel mensen zeg maar toch de moeite hebben genomen om het stuk te lezen om hun inbreng te geven, punten aan te dragen. Ik vind dat te waarderen zeker als je dat doorneemt en ook daar de hele reactie opgeeft. Dus dank aan ieder die daaraan heeft meegewerkt. Maar ik kan me voorstellen dat in sommige gevallen het dan toch teleurstellend is als je heel veel, en het viel mij ook op, nee staat. Dan heb je toch zoiets van: waarom is die nee? Kunnen we niet toch op de een of

andere manier kijken zonder koerswijzigingen dat er wat meer recht gedaan wordt aan de participatie. Dat zou ieder geval mijn oproep voor het geheel zijn. En dat is mijn inbreng in de eerste termijn, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Göransson, u hoeft geen excuses aan te bieden voor het... Mevrouw van der Veld voor een korte verduidelijking. Mevrouw van der Veld: Sorry, ik heb een vraag voor mevrouw Göransson. Ik kan me namelijk niet herinneren dat dat wij als raad een besluit hebben genomen over welke trede van de participatieladder. En volgens mij is dat wel wat er in ons participatieverordening staat. Dat de raad uiteindelijk beslist over welke trede van de ladder we nemen. Ik denk, misschien bent u dat vergeten. Of heb ik het niet goed gehoord? Dat zou kunnen. De voorzitter: Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson: Ik doe daar geen uitlating over of u het niet goed gehoord heeft of dat ik het verkeerd begrepen heb. Nee, mijn oproep is ook juist dat ik vind dat wij als, laat ik het dan explicieter zeggen, het college doet een voorstel aan de raad en wij bepalen de trede van participatie dat hebben wij, in dit stuk, hebben wij dat niet gedaan. En ik geef in een bredere zin aan dat wij eigenlijk bij overige waar wij inzetten op participatie niet aangeven welke trede van de ladder wij gaan inzetten.

Ik denk in het kader van verwachtingenmanagement en ook voor degene die deelnemen aan zo’n participatie het essentieel is dat er aan de voorkant bekend is, wat met hun inbreng gedaan wordt en hoe dat wordt meegenomen en gewogen bij het vervolg. Dus dat zou mijn tip, of mijn verzoek eigenlijk, zijn in bredere zin. De voorzitter: Mevrouw van der Veld voor nog een verduidelijkende de vraag. Mevrouw van der Veld: Ja dank u wel voor de verduidelijking want dat komt eigenlijk bij mij hetzelfde over. Ik vind ook dat wij als raad daar zelf nalatig in zijn geweest. En dat zal wel bij meerdere stukken zo geweest zijn. Dus liever de spiegel naar onszelf dan naar het college. Want wij hebben als raad dus geen besluit genomen welke participatie treden er genomen wordt. Daar moeten wij onszelf op aan te rekenen denk ik. De voorzitter: Dank u wel, ik hoorde geen vragen volgens mij aan mevrouw Göransson maar ik zie wel een andere interruptie nog van meneer Bouberg Wilson. Mijnheer Bouberg Wilson: Voorzitter voor dat wij onszelf nou verwijten gaan maken, ik kan maar niet herinneren dat ons ter zake van de vorm van participatie is gevraagd als raad, of heb ik dat dan mis? De voorzitter: Vraagt u volgens mij aan mevrouw van der Veld, nou goed. Mevrouw van der Veld. Mevrouw van der Veld: Ja dank u wel, ik ben wel heel veel aan het woord vanavond, dat doe ik eigenlijk nooit.

Het gaat er niet om wat wij wel of niet aan ons gevraagd is, het gaat erom of wij zelf actief daar mee bezig zijn geweest en dat zijn dus blijkbaar niet. Wij hebben niet zelf actief gezegd: ho maar wacht even, u gaat dit doen maar wij willen dat het puur op raadplegen of adviseren gaat zitten ofwel op co-productie. Daar hebben wij als raad geen uitsluitsel over gegeven. Is ons ook niet voorgelegd. Dus je kan het twee kanten bekijken, maar we kunnen zelf als raad daar ook actief in zijn. En ik denk dat de raad in de toekomst daar beter naar moet kijken. Dat deel ben ik dus met mevrouw Göransson eens. De voorzitter: Meneer Bouberg Wilson. Mijnheer Bouberg Wilson: Nou voorzitter ik denk dat het goed is dat mevrouw van der Veld wat ruimte maakt om dat op twee manieren te kunnen bekijken, dit probleem. Maar ik denk dat het proces zo is gegaan dat er een participatie is gestart zonder dat wij daarvan wisten. Dat was wel de bedoeling dat het een participatie zou gaan, maar over de start daarvan en de betrokkenheid van de raad daarbij, ik kan mij niet herinneren dat we dat aan de orde hebben gehad. De voorzitter: Dank u wel, ik zie ook nog een interruptie van meneer Stephan, CDA.

Mijnheer Stephan: Heel kort voordat we het over het proces gaan hebben. Kijk, dit proces is in het kader van een landelijke invoering van de omgevingswet en daar is in bepaald hoe de ook door de raad moet. En ik denk dat het verstandig is, misschien ook even met de raadsgriffier te kijken. Want dat proces is zeg maar niet iets wat wij als raad helemaal zo in de hand hebben. Dat is ook mede ingegeven door de omgevingswet en hoe dat moet worden ingevoerd. Maar we hebben iets voor dat we er uitspraken over doen zal ik dat even nakijken. De voorzitter: Maar aan wie stelt u deze vraag meneer Stephan? Mijnheer Stephan: Nou ik wilde het meegeven aan debatterende commissieleden dat volgens mij allerlei assumpties worden gedaan over: hadden we wel of niet ergens over gevraagd moeten worden. Volgens mij moeten we even kijken wat de omgevingswet daarover zegt en wat daardoor ons plan wordt. Maar goed, dat is misschien iets voor de raadsgriffier om daar straks nog even naar te kijken. De voorzitter: Een interruptie is een korte verduidelijkende vraag aan degene die een betoog hield. Dat ging hier al een beetje ingewikkeld omdat het een interrupties op interrupties waren. Maar om nou ook nog eens in het betoog van mevrouw Göransson een vraag aan de griffier te stellen is wel een bijzondere move. Ik zal hem interpreteren als een vraag aan mevrouw Göransson want ik zie dat zij wil reageren.

Gaat uw gang. Mevrouw Göransson: Nee voorzitter ik heb het over gewoon participatie volgens de participatieladder. En volgens mij is de participatieverordening van de gemeente Zandvoort die de raad heeft vastgesteld en daar verwijs ik naar en dat heeft niets te maken met omgevingswet. En in het kader van omgevingswet, die is nog niet ingevoerd. De voorzitter: Dank u wel. Dan is hiermee volgens mij iedereen in de eerste termijn aan het woord geweest en geef ik graag het woord aan de wethouder, gaat uw gang. De wethouder: Ja ik wil u vragen om een schorsing van twee minuten voor een sanitaire stop. De voorzitter: Akkoord, we stoppen voor twee minuten. Goed, ik heropen de vergadering na een korte schorsing en geef het woord aan mevrouw Verheij. Gaat uw gang. De wethouder: Dank u wel voorzitter, en dan ook voor de vele complimenten die ik vanavond heb gehoord. Het is inderdaad een intensief proces geweest en twee van de meest betrokken ambtenaren zitten vandaag ook op de tribune en zij hebben het hele proces ook in goede banen geleid, dus dank daarvoor. Want het is anders gelopen dan wij aanvankelijk hadden gedacht. En dat heeft alles te maken met corona. En ondanks die uitdaging is het toch gelukt om met veel inwoners, met veel ondernemers, met veel maatschappelijke instanties echt een heel goed gesprek te hebben over de toekomst van Zandvoort.

En dat is eigenlijk waar we vanavond ook over hebben, dat is onze stip op de horizon 2140. En als je durft te dromen en een aantal van u heeft het ook over dromen, nou dan zou mijn droom zijn dat dit in 2040 allemaal staat. En als u dan zegt: nou dat vind ik getuigen van weinig ambitie dan moet ik zeggen dat ik dat met u oneens ben. Want er moet nog heel wat gebeuren om dit allemaal in 2040 gerealiseerd te hebben. U hebt ook een aantal vragen gesteld, een aantal vragen hebben ook betrekking op de bijdrage van de heer Cottaar. Daar zal ik ook, nou ja, in de beantwoording van uw vragen op ingaan. Meneer Bouberg Wilson, eigenlijk, ja u gaf aan: hoe zou je Zandvoort inrichten als je het voor het zeggen hebt. En in het kader van de omgevingsvisie, en de omgevingswet, is het niet meer zo dat alleen de overheid bepaalt wat goed voor u is, om het zomaar te zeggen. Dit proces is een proces van coproductie geweest. Daar hebt u ook mee ingestemd in de opgavennotitie die wij aan het begin van dit proces hebt vastgesteld. Dus het is niet meer zo dat alleen het college en de raad bepalen van wat goed voor de inwoners en ondernemers zijn. Dit is wat dat betreft een bottom up-proces. En we zijn er samen, tot deze visie, voor 2040 gekomen.

En dat is soms best lastig, u hebt de nota van beantwoording kunnen lezen waarbij een aantal partijen zeggen van: nou we vinden dat het toerisme veel te veel ruimte krijgt in de door. En tegelijkertijd met dezelfde visie zijn er ook partijen die zeggen: nou het toerisme wordt veel te veel beperkt. En dat is wel telkens de balans en het gesprek dat je met

elkaar hebt. Want niet al onze inwoners en niet al onze ondernemers zijn het altijd met elkaar eens. Je hebt een heel gesprek over al die zaken die in de visie aan de orde komen die langs die thema’s zijn benoemd en dit is het resultaat, en ik vind het een mooi resultaat. U vraagt ook van, ja meneer Bouberg Wilson ik denk dat u het ook goed zegt, je moet de weg bepalen die je moet afleggen en weten waar een wil. Deze visie is juist waar we heen willen, en moeten we dan nog een hele weg afleggen? Ja zonder meer. U vraagt ook naar, nou ja, de praktische zaken zoals stikstof. En dat is echt een dossier, wat, dat is echt een ingewikkeld dossier voor Zandvoort, dat is nu al, en dat zal het de komende jaren ook blijven. Het is minder erg dan de aanvankelijke stikstof uitspraak, waarbij ook de aanleg betrokken moest worden. Nu is het zo dat dat zich mee toespitst op het gebruik, maar dat zal de komende, en dat is nu al, en dat zal de komende jaren ook echt een punt van aandacht zijn in Zandvoort, bij welke ontwikkeling dan ook, zou ik bijna zeggen. Als het gaat om het verbeteren van het proces en de suggesties in het vervolg, wat ik wel geleerd heb van deze participatie dat de combinatie fysiek en digitaal eigenlijk de ideale combinatie is.

Want ik heb ook in de digitale bijeenkomsten heel veel mensen gezien die ik niet eerder heb gezien in fysieke bijeenkomsten, hoewel ik graag had gezien dat er meer grote fysieke bijeenkomsten hadden plaats kunnen hebben, maar dat was niet mogelijk vanwege de corona. We hebben wel veel afzonderlijke en individuele gesprekken gevoerd ook met de verschillende partijen en dat heeft gewoon heel veel waardevolle input opgeleverd. En mijnheer Cottaar refereerde daar ook aan van: is er nu gesproken met experts? Het antwoord daarop is ja. De expert, we hebben een interne Zandvoort expertgroep gevraagd. Dat hebben we inderdaad met een oproep in de krant gedaan en daar heb je inderdaad zijn daar verschillende expertises of verschillende experts op afgekomen. Zo was er een stedenbouwkundige die werkt in een hele grote andere gemeente in Nederland. Die heeft gezegd: goh, ik vind het leuk om mee te denken. Daarnaast bij alle institutionele partijen die we hebben gesproken of dat nou de VRK is of Rijnland, werken ook experts. We hebben ook uitvoerig gesproken met de directie van het circuit over de plannen en dat heeft ook te maken met de uitvoerbaarheid, want als wij iets opschrijven waarvan de mensen die het moeten doen zeggen van: nou, dat kunnen we nooit waarmaken of zo zien we dat helemaal niet, ja, dan heb je natuurlijk ook een mismatch.

Dus daar is ook een goed gesprek over geweest, dus als u vraagt: wat zou u nou in het proces en zeker in de uitvoering veranderen? Dan denk ik dat we af moeten van het automatisme dat er toch pre-corona een beetje in was gesleten om maar een zaaltje te huren om het zo maar te zeggen en dan maar kijken wie er komt, maar dat je juist ook de digitale middelen die we nu tot onze beschikking hebben beter moeten inzetten. Ja, mijnheer Van Tiggelen, u begon uw betoog ontzettend positief. U gaf ook complimenten aan de organisatie en een stevige ambitie en ik moet u toch zeggen dat ik een beetje teleurgesteld was toen u zei: maar we stemmen niet in. Dat wilde ik toch even van het hart, omdat ik de hoop had, iemand die zegt ook wel eens: hoop is uitgestelde teleurstelling, dat u misschien wel in zou stemmen, want dit is nogmaals een stuk dat tot stand is gekomen en niet alleen vanuit het college, maar eigenlijk met zo een grote groep samen ook en het klopt dat er nog geen financiële doorrekening in zit. Dat gaat zeker gebeuren, maar in de uitwerkingsfase. Mijnheer Van Marle, u vroeg ook: is de circuitdirectie betrokken? Is de visie van het circuit meegenomen? Dat is zeker het geval geweest. Er hebben meerdere gesprekken plaatsgevonden ook met hen om te zorgen dat de beider ambities goed op elkaar aansluiten.

Het gaat inderdaad op dit moment om het wat en nog niet tot achter de komma over hoe we daar gaan komen. Dat is overigens wel beschreven in de uitvoeringsparagraaf ook van de visie. En u gaf aan nog over innovatie en het klopt dat dat geen expliciet thema is, maar het zit wel verweven in een aantal onderdelen van die visie. Zo heeft nu Unicum, dat is nog een partij met wie we uitvoerig hebben gesproken, ook aangegeven dat zij in deze visie voldoende handvaten zien om ook innovatie in zorgverlening door te voeren. We hebben niet gezien van: nou, we gaan in deze visie inzetten op allerlei onbewezen technieken, maar de mobiliteit en de energietransitie, ja, dat zal op termijn ook om innovatie vragen en innovatieve oplossingen. Dank ook mevrouw Koper voor uw woorden. U geeft ook aan: stop dit stuk niet in de la. Dat is, nou ja, zeker niet mijn insteek. Ik zou dat doodzonde vinden als het in de la zou verdwijnen, want nogmaals, dit is het stuk voor de

toekomst van Zandvoort en we moeten daar dus ook mee aan de slag. Ja, mijnheer Drommel, u bent zoals altijd scherp. Ik ben dat normaliter ook, maar deze in de stad heb ik niet gezien, dus dat is, als dat zo is, dan is dat zo en dan moeten we dat nog corrigeren. De voorzitter: Een verduidelijkende vraag van de heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u zeer voorzitter. Ik vergeef het u, wethouder. Mevrouw Verheij-de Haas: Nou, dank u wel. Dan kan ik goed slapen vanavond. Ja, u gaf aan van: nou ja, ik mis de droom. Nogmaals, ik zou het een droom vinden als alle ambitie in deze visie in 2040 een realiteit is. U gaf ook aan de OER. Ik moest ook enorm wennen aan deze term. Het was vroeger de MER, de milieueffectrapportage. In het kader van de omgevingswet is het omgevingseffectrapportage en dat is inderdaad een wat ongelukkige afkorting, maar als we maar met elkaar begrijpen wat er mee wordt bedoeld en volgens mij dat is zonder meer het geval. Ja, we hebben het ook nog gehad over de wethouder zei, of de wethouder, hij, het instituut. Ik weet het toch honderd procent zeker, deze wethouder is een zij en van het instituut en daar wil ik het maar even bij laten geloof ik.

GroenLinks geeft ook aan veel groen, biodiversiteit, ziet ook risico’s in de OER en die risico’s zijn in die zin ook niet heel anders dan nu het geval is en het heeft er simpelweg mee te maken dat Natura 2000-gebied de hoogste beschermingsgraad is voor de natuur en wij zijn een enclave in Natura 2000-gebied en dat zal niet veranderen en dat brengt inderdaad bescherming voor het natuurgebied, maar dat is ook ingewikkeld en brengt zeker in relatie tot de stikstofuitdaging ook beperkingen en dat is wel waarbinnen we moeten manoeuvreren. En nogmaals, ik vind het ook een groot goed. Dat maakt het ook juist zo aantrekkelijk om hier te zijn en te wonen, dat er zoveel natuur is, maar het betekent ook wel dat je rekening moet houden met dat regime dat er is. Ik was eigenlijk aangenaam ook verrast door uw woorden dat ook u vindt dat er een weg nodig is, een goede ontsluiting ook van Nieuw-Noord. Dat ben ik van harte met u eens en ja, dat dat een uitdaging is dat is evident en dat we rekening zullen moeten houden dan ook met de natuurwaarden die er zijn, dat ben ik ook van harte met u eens, maar het begint wel met het idee. Het idee is de eerste stap en ik hoop dat we ook kunnen overgaan tot de uitwerking daarvan. U had ook nog een vraag met betrekking tot de watersport.

Nou ja, met name ook in de Noord-zone is daar veel ruimte voor en ik denk ook dat dat een goede invulling is ook voor de toekomst van Zandvoort. En mijnheer Stephan, ook dank voor de complimenten. U gaf eigenlijk aan van: ja, we moeten weer terug naar het kuuroord. Nou, het kuuroord van toen heet toch vaak wellness in mooi Nederlands om het zo maar te zeggen, maar er is veel ruimte inderdaad om dat toe te voegen en dat blijkt ook wel uit de participatie. U gaf ook aan de mogelijke woningbouwlocatie op TZB-terrein. Dat hebben wij inderdaad ingetekend als mogelijke verdichtingslocatie. Dat dat ingewikkeld is, ja, maar dat wil niet zeggen dat we dat niet als ideaal eindbeeld zouden kunnen opnemen. Ik moet zeggen dat ik het niet met u eens ben als u het heeft over de ambitie over Nieuw-Noord, dat die weinig zou zijn, want ook in Nieuw-Noord zijn er heel veel plekken ingetekend met verdichtingslocaties, met de ruimte voor verbetering, voor ontmoetingsplekken, dus ook daar is genoeg te doen.

Verder vroeg u ook nog naar het niet kunnen wonen bij de Noordboulevard en de reden dat dat er zo staat, heeft ook te maken met dat dat gewoon ontzettend lastig is vanwege het geluid van het circuit en als je het dan hebt over die OER, die omgevingseffectrapportage, is dat iets waarvan de commissie ook zou zeggen van: nou, daar zit vrij veel spanning op, dus enerzijds heb je toch, blijf je houden en dat zie je ook terug als je de visie legt naast de OER, dat is de spanning toch tussen die vrije visievorming en die verplichte toetsing, want nogmaals, dat advies dat we hebben gevraagd aan de commissie MER, want dat is dan nog wel de afkorting MER, dat hebben we niet gedaan omdat we dat zo leuk vonden of iets dergelijks. Dat was in die zin gewoon verplicht om dat advies te vragen. Mevrouw Göransson, u hebt het ook over toekomstig beeld, de visievorming, welke droom jagen we na? En waar willen we naartoe? En deze visie is eigenlijk, ja, de

vertaalslag van waar we naartoe willen. Er ontstond een discussie over de treden van de participatieladder en hebt u dat wel of niet vastgesteld? Ja, u heeft dat vastgesteld. In het begin van het proces hebben wij de opgavenotitie aan u voorgelegd ter vaststelling, maar zowel in het raadsstuk als in het stuk zelf stond uitvoerig beschreven hoe wij uitvoering zouden geven aan de participatieladder en ja, daar stond ook in: in het proces van de omgevingsvisie is coproductie het uitgangspunt als derde stap op de participatieladder, want samen met de gemeenschap maken we de toekomst van Zandvoort. Dus u heeft dat wel beslist, maar in alle eerlijkheid, dat is ook weer een tijd geleden dat u dat stuk hebt vastgelegd. Wat ook aan de orde is gekomen, dat kwam zowel terug in opmerkingen van mevrouw Göransson als de bijdrage van mijnheer Cottaar, was de reactie van: goh, wat fijn dat er zoveel mensen de moeite hebben genomen om een reactie te sturen, maar wat staat er vaak: nee. En dat heeft ermee te maken dat niet alle opmerkingen ook betrekking hebben op de visie.

Sommige punten horen wel of niet in de visie thuis of krijgen een plek later in het proces en dat oogt inderdaad niet vriendelijk, maar het geeft wel duidelijk aan in een woord: is het wel of niet aangepast? En in de toelichting staat dan ook wel een uitleg van: waarom niet? En je ziet vaak dat zaken niet zijn aangepast omdat het zaken zijn die gewoon later in het proces bijvoorbeeld terug moeten komen of überhaupt niet in de visie terugkomen, dus we hebben getracht goed aan te geven wat ermee is gedaan, maar ja, we geven eigenlijk ook altijd, dat is ook een goed gebruik, om toch wel even kort aan te geven met een ja of met een nee: is het nou verwerkt of niet? Tot slot mijnheer Cottaar, ik had u nog niet bedankt voor uw bijdrage. Ik waardeer het enorm dat u betrokken bent geweest bij het proces, maar ook de moeite heeft genomen om vanavond in te spreken. Wij hebben inderdaad een gesprek gehad over de totstandkoming van de visie en met name ook het proces daarvan en ja, ik moet toch concluderen dat wij daarin verschillen van mening, dat wij daar een verschil van inzicht in hebben, want ja, zoals ik zojuist ook aan de commissieleden al aangaf, hebben wij wel degelijk bijvoorbeeld gesproken met experts, maar ja, hebt u daar toch ook een andere mening over.

Desalniettemin waardeer ik enorm dat u betrokken bent geweest niet alleen in dit proces, maar de BOK brengt ook altijd heel veel input in andere dossiers. Dat blijven wij hoe dan ook enorm op prijs stellen. Voorzitter, dank u wel. Dit waren geloof ik de beantwoording van alle vragen die in de eerste termijn zijn gesteld. De voorzitter: Dank u wel mevrouw de wethouder. Ik kijk de commissieleden rond of er iemand behoefte heeft aan een tweede termijn. Ik zie wel de nodige handen omhooggaan. Ik kan niet helaas toezeggen dat ik exact dezelfde volgorde volg als de eerste keer, omdat ik toen een beetje kriskras ging, maar ik ga gewoon van links naar rechts met de cirkel mee en ik begin bij de heer Drommel. De heer Drommel: Dank u vriendelijk voorzitter. Ik merk en ik realiseer me tot mijn schande eigenlijk dat ik er weinig aandacht aan hebt geschonken. Ik wil u ook graag complimenteren over het geheel, maar dat niet voordat, nadat eigenlijk ook, ik gezegd heb dat ik niets gehoord heb over de uitvoering, hoe u het gaat monitoren met de OER.

Gaat er een structuur plaatsvinden of is het ad hoc of gaat u ook helemaal mee wat er zelf in de rapportage staat dat het nog een zoektocht is? En als het nog een zoektocht is, dan word ik altijd wat … U bent aan het zoeken en dat geeft mij niet het gevoel van dat we het gevonden hebben, zal ik maar zeggen, dus graag nog even daarop een antwoord als u wilt. Ik zit er echt op: wie hanteert straks de thermometer en waar stoppen we hem in. Dat is duidelijk en de zoektocht kan ik mij ook redelijk voorstellen met dit, want het is nogal wat. Nogmaals, mijn complimenten en hartelijk dank voor het geheel. Dank u voorzitter. De voorzitter: En een vraag die ik even aan uw concreet stel en bij deze ook vast aan alle volgende sprekers, is dat u bedenkt van: een hamerstuk of een bespreekstuk?

De heer Drommel: Als ik hier een heel mooi antwoord op krijg, is dat natuurlijk een hamerstuk wat mij betreft en ik heb daar wel hoop op. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Keuning. De heer Keuning: Dank u voorzitter. Toch nog een korte verduidelijkende vraag, want u zegt dat in het noorden van het strand dan heel veel watersport is. Dat is helemaal top, maar betekent dat dan dat in het zuiden op het strand er geen ruimte meer is voor watersport? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Stephan. De heer Stephan: Ik heb geen aanvullingen. Voor ons een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Dank u voorzitter. Even een correctie op wat ik zei zelf in de eerste termijn toen ik zei van: de omgevingswet is niet vastgesteld. Die is wel vastgesteld, maar het gaat over de invoeringsdatum die nog mogelijk verschoven gaat worden. Even, voorzitter, even terug met betrekking tot de participatie. Coproductie is het uitgangspunt is gesteld in de opgavenotitie waarbij ook gezegd dat definitieve omgevingsvisie breed bediscussieerd gaat worden in een vijfde omgevingsdialoog en coproductie als uitgangspunt betekent wel dat we eigenlijk de inbreng van alle betrokken partijen overnemen en nou ja, de raad legt zich daarbij neer wat de uitkomst daar omtrent zijn. Daar is dan toch iets van verwarring over.

Als je namelijk hoort de inbreng die dus door partijen is ingebracht en er komen nog zoveel reacties, dan lijkt het er toch op, en het zou eigenlijk misschien wel kunnen in verband met die Zoom-sessie waar maar een beperkt aantal mensen aan hebben deelgenomen, dat zeg maar de laatste fase toch niet compleet is afgerond, dus daar toch wel aandacht voor en ik zou even daar omtrent, het staat verborgen in het stuk van het is het uitgangspunt. Mijn idee is namelijk, wat mijn voorstel zou zijn om het echt als beslispunt überhaupt op te nemen in het stuk. Dan is het wat helderder en weten we ook meer waar we het over hebben. Wat ik mis in de beantwoording van de wethouder is de status van het stuk, want daar hebben we het natuurlijk ook nog over gehad. Is het in beton gegoten of kunnen wij nog bijstellen gedurende het proces? Als we het indachtig doen de structuurvisie is beton gegoten wel een heel groot stuk, maar is het wel iets waarin vanaf nu alle beleidsstukken aan getoetst gaan worden, dus daar graag nog een reactie op van de wethouder en het is een bespreekstuk voor in de raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Göransson. Mijnheer Bouberg-Wilson. De heer Bouberg-Wilson: Ja, voorzitter, dank u wel.

Nou, ik neem kennis van het feit dat we inderdaad wel degelijk hebben besloten over de vorm van participatie in het verleden en dat stond mij dus kennelijk niet helder meer voor ogen, maar dat is nu helder. Ja, ten aanzien van de vragen die ik naar aanleiding van de inspreker heb gesteld, ik denk dat ik het heel kort kan samenvatten, zeker nu blijkt dat het coproductie is. Ik begrijp in ieder geval de inspreker dat er is afgeweken van hetgeen wat men heeft ingebracht en dan ligt het voor de hand dat je dan ook toelicht waarom je ergens van afwijkt of waarom je ergens wel op ingaat, dus met andere woorden: die afweging die blijkt uit de reactie van de heer Cottaar die is kennelijk niet bekend en hij is dan wel vereist op het moment dat je dus van dit uitgangspunt uitgaat, lijkt ons en daar wil ik nog graag de reactie van de wethouder op horen net zoals bij de vraag: wat is de betrokkenheid van degenen die hebben meegedaan aan dit proces tot dusver bij de uitvoerende fase? Er is dus gesproken ook net: is er nog wel ruimte voor de dingen die zijn aangedragen en die nu niet zijn opgenomen in de visie en waarop nog een

uitsluitsel moet gaan komen? Dus ook het perspectief van wat hun verdere betrokkenheid zou zijn bij het verdere proces lijkt mij wel gewenst. En wat ons betreft, we zijn het eens met de omgevingsvisie, zoals in de eerste termijn al aangegeven en als de meerderheid van deze commissie adviseert dat het een hamerstuk is, dan sluiten we ons daarbij aan. De voorzitter: Over die laatste vraag even, mevrouw Göransson heeft net al gezegd dat het wat haar betreft in ieder geval een bespreekstuk zou zijn en ik realiseer mij dat ik daarop gewezen werd dat ik de vraag eigenlijk helemaal niet had hoeven stellen omdat de PVV al had aangegeven tegen te zijn, dus daarmee is het al geen hamerstuk meer. Mijnheer Van Tiggelen, de tweede termijn. De heer Van Tiggelen: Ja, voorzitter, heel kort even. De wethouder heeft uitgesproken teleurgesteld te zijn. We zijn positief begonnen met complimenten. Die complimenten zijn ook gewoon terecht. Er staan heel veel goede zaken in en onderbouwde zaken en er staan een aantal waarheden als een koe in. Dat hebben we ook in de eerste termijn aangegeven dat er pertinente onwaarheden instaan en ik had er eigenlijk wel een interruptie op verwacht van: welke bedoelt u dan? Niemand wilde dat weten. Wel opmerkelijk dat men daar geen belangstelling voor heeft. Een van de onwaarheden die in het stuk staan, is dat er sprake zou zijn van meer weersextremen.

Dat is niet waar en zelfs de klimaatactivisten pur sang, de IPCC, hebben dat ook aangegeven. Er is geen sprake van meer weersextremen. Nou, waar komt dat verhaal vandaan? We hadden op een gegeven moment een regenbui ook bij Herwijnen in dit land en dat was een fikse regenbui en toevallig staat daar een meetstation. Was die regenbui een paar kilometer verderop gevallen, hadden we er nooit meer wat van gehoord en mensen die denken dat er sprake is van meer weersextremen die doen eigenlijk niets anders dan elkaar napraten zonder naar de feiten te kijken. Dat is een van de onwaarheden. Nou ja, en dat er fossielvrij in voorkomt in het verhaal, ja, dat hebben we niet eens meegerekend bij de onwaarheden. Dat is een totale illusie, maar daar ga ik verder geen college over geven. Verder is stikstof genoemd. Stikstof is geen probleem. Als we stikstof zeggen dan hebben we het over reactieve stikstofverbindingen NO 2, stikstofdioxide en NH3, ammoniak, ja? Dat is gewoon een totale illusie dat dat fysiek een probleem zou zijn, maar het is wel een bestuurlijk probleem sinds een uitspraak van de Raad van State daarover. Je hebt een op bestuurlijk papier een probleem, maar in de fysieke, in de echte wereld hebben we daarover geen probleem. Dan hebben we nog de waterstofillusie en dat is ook nog iets wat gepasseerd is, ik meen de heer Keuning.

Ik kan de mensen aanbevelen kennis te nemen van het werk van professor Samuel Furfari, The hydrogen illusion, een niet al te dik boekwerk, weliswaar in de Engelse taal en dat is een van de vele boeken die daarover zijn geschreven, dat het een totale illusie is. Dat wilde ik nog even aan kwijt, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Ik zie toch nog een interruptie van mevrouw Göransson op dit onderwerp. Gaat uw gang. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Even een vraag, want u heeft in de eerste termijn al aangegeven dat u op een aantal punten dat u het er niet mee eens bent en tegen zult stemmen en u geeft nu aan exact waar het ligt. Bent u voornemens om amendementen in te dienen om zeg maar deze punten te wijzigen? En kunt u er dan alsnog wel mee instemmen? De voorzitter: Mijnheer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, het antwoord op de vraag is nee, want wij doen niet aan illusies. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Betekent dat dat u vindt dat een amendement een illusie is?

De voorzitter: Mijnheer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Het is een illusie dat het amendement enige kans van slagen zou hebben en dat zou tijdverspilling zijn voor mijn collega’s in de raad en jullie tijd verspillen en dat willen we liever niet doen, dus daar doen we niet aan mee. Het gaat er ons uitsluitend om dat we de gelegenheid om tegen te stemmen niet voorbij willen laten gaan, omdat het kleine gedeelte in feite dat erin staat waar we het niet mee eens zijn kleinigheden zijn met hele grote gevolgen voor de Zandvoorter in de portemonnee. Dat is waar het ons om gaat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Laatste keer mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Dank u voorzitter. Ik snap dat. Ik snap wat u zegt dat dat de reden is voor het tegenstemmen. U zou ook kunnen overwegen voor te stemmen met een stemverklaring en dan daarin de tegenstem aangeven op de onderdelen waar u het niet mee eens bent. Is dat een optie? De voorzitter: Mijnheer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Ja, normaal gesproken is dat een optie, voorzitter, want je kan natuurlijk niet hun goedkeuring hechten aan zaken waar je het honderd procent mee eens bent. Dat zou een beetje vreemd zijn, want dan zouden we overal tegen zijn en dat is niet het geval, alleen in dit geval zijn de gevolgen voor de Zandvoorter dusdanig groot dat we onmogelijk hiermee akkoord kunnen gaan.

Het lukt ons niet om dat voor elkaar te krijgen, ook niet via die omweg en met een stemverklaring. Wij willen het duidelijk voor de historie vastgelegd hebben wanneer ook bij andere partijen sommige kwartjes vallen dat wij nu hier en vandaag hierover hebben gewaarschuwd. Dat willen wij voor de geschiedenis vastgelegd hebben. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Dank u wel. Mijnheer Van Marle. De heer Van Marle: Dank u. We gaan weer van illusies naar dromen. Dromen duren altijd vrij kort en deze visie is voor twintig jaar, dus dat is een hele lange droom. Als bedrijfskundige heb ik veel te maken gehad met visies, ontwikkelingsvisies opschrijven, visievergaderingen, visieheidagen, noem alles maar op en ook voor andere bedrijven dat veel mogen doen. Dat is best vermoeiend en als hij dan eenmaal staat en dat is inderdaad een langdurig proces, nou, dat hebben we nu uiteraard ook gedaan, is mijn advies altijd om dat jaarlijks, al is het maar in fragmenten, aan te passen. Nou is deze raad niet een raad van bestuur die ik in de meeste bedrijven hebt meegemaakt. Gelukkig maar wil ik haast zeggen en dat dat bestuurskundig heel anders is dan bedrijfskundig, dat snap ik heel goed, maar ik ben eigenlijk even benieuwd hoe wettelijk of praktisch, vrijwillig we hiermee omgaan met deze visie.

Is die ook jaarlijks bijstuurbaar? Hoe gebeurt dat dan? Gebeurt dat met moties of amendementen of met de indiening van een aanpassing of ligt alles in de plannen in de uitwerking? Misschien dat u iets duidelijker daarover voor mij kan zijn om die onzekerheden weg te halen. En eigenlijk wat zijn de evaluatiemomenten hoe je bepaalt dat je op koers ligt? Hoe reken je dat terug? Of worden we opeens met een nachtmerrie wakker in 2039 met heel veel regen of zo? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ja, dank u wel voorzitter. Ja, af en toe eens naar het stuk kijken dat is precies ook wat mijn voorstel was. Het regelmatig op tafel leggen met elkaar. Ik weet niet of dat hetzelfde is wat mijn collega van D66 bedoelt, maar dat lijkt mij heel verstandig, want we moeten dit natuurlijk gaan uitwerken in de plannen en dat heb ik in het eerste gedeelte al uitgebreid betoogd. De Partij van de Arbeid is nog steeds akkoord met

het stuk, want we vinden het een goede balans. Het is niet megalomaan, maar met de voeten in het zand, dus op naar de uitvoering en die regelmatig op tafel leggen. Herijken lijkt me wel weer een heel proces, maar ik ben benieuwd wat de portefeuillehouder daarover zegt. Ik ben overigens blij dat de verwarring over de participatie is opgelost, want ik kon mij herinneren dat er een stuk voorbijkwam met wanneer het vastgesteld is, maar de exacte details kon de portefeuillehouder vertellen. Dank daarvoor. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van mijnheer Van Marle. De heer Van Marle: Herijken vind ik dan veel, maar ik zei fragmentarisch veranderen, dus … De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Veranderen veronderstelt toch dat je weer de participatie meeneemt en mij lijkt het nu zo belangrijk dat we een stip op de horizon hebben en dat we daar naartoe werken, want een visie vaststellen die heel ambitieus is en daar vervolgens niks mee doen, dan zijn we nog verder weg van een goed resultaat. De voorzitter: Mevrouw Van der Veld. Mevrouw Van der Veld-de Groot: Ja, ik kan heel kort zijn.

Ik heb al eerder aangegeven het eens te zijn met deze visie, vooral omdat wij gewoon gezien dat het niet echt in beton gegoten is en eigenlijk naar de heer Van Marle toe: natuurlijk is het niet in beton gegoten, want als wet- en regelgeving wijzigt, dan zullen we ons moeten aanpassen hiermee en ik hoop inderdaad dat dit regelmatig op tafel komt ter bespreking en eventuele wijzigingen doorgevoerd worden, aangepast worden en dergelijke. En voor de rest, ja, het is jammer dat er al gezegd is dat het geen hamerstuk is. De voorzitter: Hartstikke bedankt. Dan geef ik in de tweede termijn het woord aan mevrouw Verheij. Mevrouw Verheij-de Haas: Dank u wel voorzitter. Er is nog een aantal concrete vragen gesteld. Mijnheer Bouberg-Wilson vroeg van: goh, is er wel of een reactie gegeven aan degenen die een inbreng hebben geleverd? Die is er. De nota van beantwoording ziet daarop en ook hebben er tijdens de ter inzagelegging nog verschillende gesprekken plaatsgevonden en afhankelijk van de termijn van indiening is dan ook concreet besproken de inbreiding die reeds geleverd was.

U vraagt ook van: wat is de betrokkenheid bij de uitvoerende fase van mensen die bij de totstandkoming van de visie ook betrokken zijn? En die betrokkenheid is er, maar niet uitsluitend voor de groep natuurlijk die nu heeft meegedaan om het zo te zeggen, maar die is er eigenlijk voor iedere Zandvoorter, want als we in de uitvoeringsfase gaan en een concreet ontwikkelproject ter hand nemen, dan zullen we daar ook de omgeving moeten bij betrekken. We maken dan zoals we nu ook doen een participatie- en inspraakplan en ook dan ga je met je omgeving overleggen van: goh, hoe gaan we nu deze concrete ontwikkeling ter hand nemen? Dus ook dan is er weer een vorm van participatie, maar die zit al wel op een concreter niveau natuurlijk, omdat het om uitvoering gaat en ja, mensen die dus eerder betrokken zijn, zijn welkom om dan mee te doen, maar ook nieuwe belangstellenden. Laat ik het zo zeggen. Ja, mijnheer Van Tiggelen, ja, ik moet toch concluderen dat we op het aspect dat u hebt aangehaald, dat we daar niet op één lijn zitten. U heeft in de vorige commissie- of raadsvergadering, dat ben ik even kwijt, aangegeven dat u ook een lezing over dit onderwerp wil organiseren. Nou ja, en daar heb ik in ieder geval nog steeds veel belangstelling voor, dus dan lijkt me dat ook een mooi moment om dat gesprek verder te voeren. De voorzitter: Een vraag ter verduidelijking van de heer Van Tiggelen.

De heer Van Tiggelen: Oh, nou, sorry voorzitter. Ik heb geen vragen, maar wat de wethouder net zegt, daar wil ik graag een mededeling over doen. Mag dat ook of ben ik dan te ver buiten de orde? De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Van Tiggelen: We hebben goed contact gehad met de wetenschapper die wij op het oog hebben voor die lezing. Hij is daartoe bereid, alleen moet het wel laagdrempelig zijn en dan vooralsnog de coronamaatregelen houden dat nog even tegen, maar de bereidheid is inmiddels vastgesteld. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor deze mededeling. Ik geef het woord aan de wethouder. Mevrouw Verheij-de Haas: Dat vind ik leuk om te horen, maar ik begrijp natuurlijk de beperkingen die waarschijnlijk geïntensiveerd gaan worden nog de komende periode vanwege de coronacrisis. Mijnheer Van Marle, maar ook mijnheer Drommel vroeg van: goh, hoe gaan we de voortgang nou bewaken? Hoe kijken we nou hoe het ermee staat? De thermometer erin of hoe monitoren we de voortgang? En we zijn bezig met de ontwikkeling van een monitor met indicatoren en we kijken even ook hoe we dat goed in het proces kunnen inbedden.

Misschien is een heel natuurlijk moment om dat te koppelen aan de programmabegroting, dus dat je bij de begroting eigenlijk ook een stuk hebt met, nou ja, wat is de stand van zaken? En wat is het moment, hoe staat het ermee met de uitvoering? Maar het zou ook kunnen zijn dat we gaan ook werken met gebiedsprogramma’s en omgevingsprogramma’s, dat dat een goed moment is om dat te doen, dus daar is zeker aandacht voor voor die uitvoering, want dat is inderdaad heel wezenlijk. En is het nu in beton gegoten of niet? Kijk, dit is wel de visie en mevrouw Göransson vroeg ook naar de status. Dit is wel de visie waaraan we ons committeren en waaraan we ook voorrang zullen geven bij de uitvoering van bepaalde zaken. Dat staat ook beschreven in het stuk, in het hoofdstuk over uitvoering, maar het is in alle realiteit ook zo dat er heus wel weer een duveltje uit een doosje kan komen en dan denk ik eigenlijk aan het recente verleden met die stikstofuitspraak. Ja, die heeft in alle eerlijkheid toch behoorlijk wat roet in het eten gegooid en hebben wij niet voorzien op voorhand. Dat dat soort dingen kunnen gebeuren de komende twintig jaar. Ja, dat kunnen we niet uitsluiten, maar dat zullen wel op dat moment goed het gesprek over moeten hebben van: goh, wat betekent dat dan voor de visie? Maar op dit moment is dit in elk geval het stuk waar we de komende jaren vanuit gaan.

De voorzitter: Dan heeft u een interruptie van de heer Van Marle. De heer Van Marle: Dat snap ik. Dat soort onvoorziene omstandigheden kunnen er zijn. Er kunnen ook voorziene omstandigheden zijn, maar mag je dan zeg maar die visie ook gewoon echt gaan veranderen en vast gaan stellen of moet je dan inderdaad weer zo een heel participatieproces lopen? Of in welke mate mag je gewoon bijsturen of zeg je dat gewoon: joh, dat doen we gewoon in het plan, die visie houden we overeind? En dan komt er een soort addendum op vanwege een stikstof of een nieuwe pandemie of wat dan ook, dus wat zit er juridisch qua waarde aan en wat zit er praktisch eigenlijk qua waarde aan? Mevrouw Verheij-de Haas: Nou, juridisch … Ja, sorry voorzitter. Dank u wel voor het woord. Juridisch wordt de visie op dit moment vastgesteld en dat is dan ook de visie waar we in principe vanuit gaan en als zo een onvoorziene omstandigheid zich voordoet, dan zullen we goed moeten kijken wat dat betekent voor de uitvoeringsplannen, want we gaan natuurlijk over naar die uitvoering. Het betekent dat inderdaad dat je dan een addendum toevoegt of dat je zegt van: goh, in je uitvoeringsplan weliswaar stond in de omgevingsvisie dit, maar gelet op deze nieuwe wet doen we het nu zo.

Ja, dat zullen we echt moeten gaan ondervinden en mijnheer Drommel zei ook van: ja, het is een zoektocht en dat vind ik spannend of ik weet niet meer letterlijk

welke woorden u gebruikte, maar in alle eerlijkheid, die zoektocht heeft er gewoon mee te maken dat dit een volstrekt nieuwe wet is met volstrekt nieuwe instrumenten met een hele andere werkwijze en dat is toch voor een deel ook gewoon pionieren en dat is wel hoe het is en als het gaat om inwerkingtreding, recent is weer bevestigd dat dat 1 juli 2022 is, dus de wet is al vastgesteld, maar het moet nog in werking getreden en nou ja, de gedachten ook van die wet is ook veel meer van: nee, tenzij, nou ja, mits, die bottom-up approach en dat is wel wat ons de komende jaren ook te doen staat. Ik zie een … De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Drommel. De heer Drommel: Voorzitter, dank u vriendelijk. Ik wil toch even reageren op die zoektocht laat ik het maar noemen van de OER en het is meer nog dan een klein beetje dan de thermometer erin stoppen, want hier staat ook letterlijk: het OER is daarmee in belangrijke mate ondersteunend in het besluitvormingsproces over het omgevingsbelang, dus het gaat ook verder dan alleen maar weten. Het stelt ook eisen en ook consequenties. De voorzitter: Mevrouw Verheij. Mevrouw Verheij-de Haas: Ja, dat klopt.

In OER staan een aantal indicatoren en die indicatoren moet je ook meenemen in je voortgangsbewaking en dat is waarvan we kijken van: goh, doen we dat dan elk jaar bij de programmabegroting of is er een ander natuurlijk moment? Maar u hebt gelijk. De voorzitter: Dank en ik zag volgens mij nog een interruptie van mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Dank u voorzitter. Toch even een verhelderende vraag, want de wethouder gaat in op zeg maar onvoorziene omstandigheden als stikstof of corona, maar als voorbeeld, en in mijn eerste termijn heb ik het aangehaald, we hebben bijvoorbeeld bij Unicum hebben we gezegd: wonen en zorg. Ligt het daar ook mee vast dat het wonen en zorg blijft tot zeg maar 2040 of kunnen we er zeg maar volgende week bedenken dat we daar een grootschalig pretpark neer gaan zetten? Daar even een reactie op. De voorzitter: Mevrouw Verheij.

Mevrouw Verheij-de Haas: Geen pretpark, wel wonen en zorg, dus je committeert je wel in die zin aan de ideeën die hier in zitten en ook vanuit de participatie is dat pretpark bijvoorbeeld volstrekt voor geen enkele locatie opgekomen, maar zeker ook niet daar en ook niet gelet op de partijen die daar nu zitten, maar stel nu, om deze denkoefening even door te maken, dat nu Unicum om wat voor reden dan ook op een gegeven moment niet meer in Zandvoort zit of dat die functie helemaal weggaat, ja, dan rijst wel de vraag: goh, wat gaan we daar dan doen? Maar dat vraagt dan wel weer op basis van de feiten die je dan hebt een nieuwe afweging, maar dan is het wel eigenlijk nu denken we ook vanuit de realiteit die er nu is dat de combinatie wonen en zorg een hele goede is, maar stel nou dat die zorg om wat voor reden wegvalt, zeg je dan: nou, we gaan op zoek naar een nieuwe zorgverlener of zeg je dan: nou, weet je wat? We moeten er nog zoveel honderd woningen bij bouwen? Dat gaan we doen, maar dat zijn wel zaken die we in de uitvoering gewoon goed met elkaar moeten bespreken, maar dit is in eerste instantie waar we vanuit gaan en waar we met zijn allen ook naartoe willen werken. De voorzitter: Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Dus het ligt wel vast? Het is niet vrijblijvend het stuk?

De voorzitter: Mevrouw Verheij. Mevrouw Verheij-de Haas: Ja, u stelt het vast en daarmee is het een beleidsstuk waaraan toekomstige initiatieven ook getoetst worden, dus het klopt wat u zegt. De voorzitter: Dank u wel. Vervolgt u uw betoog mevrouw Verheij of was u hiermee klaar? Nee toch? Mevrouw Verheij-de Haas: Ja, volgens mij heb ik alle vragen beantwoord, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Helder. Daarmee concludeer ik wel dat dit bespreekstuk doorgaat naar de raad tenzij ik nog interruptie zie, want ik zie mevrouw Göransson aarzelen. Gaat uw gang. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Nee, de wethouder is verder niet ingegaan op de participatie, maar dat bewaren we voor de raad. De voorzitter: Mevrouw Göransson, zou u de vraag nog kunnen herhalen? Dan kan de wethouder daarop ingaan. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Ik heb aangegeven in het termijn, want de wethouder gaf aan van: het is coproductie en toen heb ik daarbij aangegeven dat er waarschijnlijk dan toch vanwege het ontbreken van zeg maar op het laatste moment via een Zoom-sessie van die brede omgevingsdialoog dat er toch niet voldoende recht waarschijnlijk is gedaan aan het proces van coproductie, zeker als je let op ook alle reacties in de nota van beantwoording, dus daar vroeg ik nog een reflectie op van de wethouder. De voorzitter: Mevrouw Verheij. Mevrouw Verheij-de Haas: Dank u wel.

De opgavenotitie is pre-corona vastgesteld en mijnheer Cottaar refereerde daar ook aan in de eerste termijn dat de eerste fysieke bijeenkomst was in februari 2020 en als ik daar nu aan terugdenk, denk ik: dat was eigenlijk nog het oude normaal zal ik maar zeggen, maar het klopt dat we zaken hebben moeten aanpassen vanwege de coronapandemie, dat we dus niet meer die fysieke grote sessie hebben gehad, maar we hebben wel die digitale sessie gehad en als het gaat om de vele reacties die zijn gegeven, dat is ook omdat we veel mensen hebben gevraagd ook om die zienswijze in te dienen en er zitten ook heel veel positieve zienswijzen in in de zin van … En u gaf eerder al aan van: ja, ik zie soms ook nee, maar er zijn ook mensen die hebben gezegd: ik vind dit een mooi stuk. Dan zeggen wij toch: dank u wel. Leidt dit tot wijzigingen in de visie? Nee. Dus er zijn ook ondersteunende reacties gekomen van verschillende partijen, dus die correlatie vind ik althans niet een op een te trekken, maar als u zegt: is de participatie in coproductie anders gegaan dan we hadden verwacht aanvankelijk? Ja, dat klopt. De grote sessie die we zouden hebben, die heeft op die manier niet plaatsgevonden. Er is wel een digitale sessie georganiseerd waarin ieder aandeel heeft kunnen nemen. 8.

Zienswijze op eerste begrotingswijziging 2022 Omgevingsdienst IJmond De voorzitter: Dank u wel. Dan constateer ik dat dit punt als bespreekstuk naar de raad van over twee weken meegaat en dan gaan we weer terug op de agenda maar naar het volgende agendapunt, dat is het huidige agendapunt acht, het voormalige agendapunt zeven, de zienswijze op de eerste begrotingswijziging 2022 van de omgevingsdienst IJmond. Ik geef even de tijd voor wat korte wisselingen. Dank u wel. De omgevingsdienst IJmond is belast met de behandeling en afhandeling van de Zandvoortse milieuvergunningen en

bouwvergunningen en toezicht en de handhaving op de naleving daarvan. Daarnaast voert zij voor Zandvoort het toezicht en de handhaving uit op de toeristische verhuur van woningen. De reden voor deze nota is het verzoek van de omgevingsdienst IJmond aan de raad om de zienswijze over de eerste begrotingswijziging 2022 kenbaar te maken. Nadat de raden en staten van alle aangesloten partijen een zienswijze bekend hebben gemaakt, zal de begrotingswijziging door de omgevingsdienst worden doorgezonden aan gedeputeerde staten van Noord-Holland. Voor dit agendapunt hebben zich geen insprekers gemeld, dus is het woord aan de leden en geef ik als eerste het woord aan mijnheer Berg van de Ouderen Partij. De heer Berg: Dank u voorzitter. Voorzitter, dit is een agendapunt van financiële aard over de omgevingsdienst IJmond, maar toch willen we hierbij aandacht vragen voor de positie van omgevingsdienst IJmond als uitvoerend instrument voor diverse taken van gemeente Zandvoort. De laatste maanden zien wij in de gemeentelijke publicaties dat er nogal wat misgaat bij de omgevingsdienst IJmond. Zo zijn er dit jaar diverse vergunningen verstrekt van rechtswege. Procedures duren aanzienlijk langer. Ook dat bestaande situaties wel akkoord worden bevonden, terwijl het volgens de verstrekte milieu-omgeving niet klopt. De voorzitter: Mijnheer Berg, excuus, ik zie een opmerking van de heer Drommel.

De heer Drommel: Dank u vriendelijk voorzitter. Absoluut niet om onaardig te doen of wat dan ook, maar mijnheer Berg, collega Berg, het staat niet in de agenda wat u nu gaat behandelen. Het gaat slechts over, slechts, zeer belangrijk, maar over de begrotingswijziging. Dank u voorzitter. Hoe belangrijk het ook is, dan had ik graag kennisgenomen vooraf, het liefst twee weken vooraf als u dit had willen inbrengen. Dank u. De voorzitter: Dank mijnheer Drommel. Ik geef graag de heer Berg het woord voor een korte reactie voor dit punt van de heer Drommel. De heer Berg: Ja, ik wil toch mijn betoog afmaken, want ik vind toch wat we constateren in de gemeentepublicatie vind ik toch van belang om dat aan te stippen bij ook IJmond hier. De voorzitter: Al is wel de bedoeling dat wij ons houden bij het agendapunt en dat is de zienswijze op de begrotingswijziging. Ik hoop dus dat u in uw betoog naartoe gaat naar de consequentie van uw betoog voor die zienswijze en als dat zo is, kunt u uw betoog vervolgen en anders verzoek ik u het op een andere manier … De heer Berg: Nee, dan komen we met wat anders en dan gaan we misschien met een, hoe noem je dat, initiatiefvoorstel komen om het te agenderen. De voorzitter: Dat kan. De heer Berg: Dan gaan we dat op die wijze doen. De voorzitter: Helder. De heer Berg: Dank u wel. Dan voor de rest is het akkoord. De voorzitter: Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10833311/1