CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadscommissie 12 oktober 2021

Raadscommissie 12 oktober 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript30.547 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Want u vraagt ook: kunt u dat baseren op het huidige en het toekomstige feitelijke gebruik per modaliteit? Ja, dat kan, maar dan nog wil dat niet zeggen dat dat ook per definitie de grootste investering behoeft te zijn, want dat hangt ook af voor welke modaliteit dat is. Een fietspad, ik noem maar wat, kent vaak een ander prijskaartje dan een spoorverbinding, of de verzwaring daarvan. Dus dat is zeker iets waar we naar zullen blijven kijken en waar we dus al die elementen en ook het definitieve prijskaartje in mee moeten nemen. U vraagt ook naar de balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid. Ik vind dat een heel belangrijk punt en dat vind ik al in Zandvoort als je het hebt over de relatie tussen bereikbaarheid en leefbaarheid, bijvoorbeeld als het gaat om zoekverkeer naar onze parkeerplekken. Ook dat is een element waarvan ik weet

dat onze inwoners dat hinderlijk vinden. Zo geldt dat ook in de regio, dat je altijd oog moet houden voor die bereikbaarheid, ook in relatie tot leefbaarheid. Dat kan in een negatieve connotatie, in de zin van: nou, ik heb last van zoekverkeer, of ik heb last van stilstaande auto’s, of files voor mijn deur. Maar dat is ook in positieve zin, want een goede bereikbaarheid verhoogt juist ook de leefbaarheid. Tot slot vraagt u ook naar de aansluiting Zeeweg-Randweg en de verkeerskundige verkenning. U hebt ook de inbreng van onze buurgemeente kunnen zien, van Heemstede, en zij hebben een iets ander verzoek tot de GR gericht dan wij. Daar gaat het veel meer om een haalbaarheids- en alternatievenonderzoek. U geeft aan het sec te benaderen vanuit de verkeerskundige benadering. Binnenkort buigen wij ons als GR ook over de onderzoeksopzet en dan zullen we eigenlijk de inbreng van u, maar ook de inbreng van de gemeente Heemstede, die een iets andere benadering heeft gekozen, daarin moeten meenemen. Even spieken, hoor, voorzitter. Ja, mijnheer El Gebaly, u geeft aan dat u een motie vreemd wil gaan indienen. Ik vind dat een buitengewoon sympathieke motie, maar ik vind het ook dat het niet in eerste instantie op de weg ligt in het kader van deze visie om dat te doen, dus ik denk dat u hem dan ook adresseert aan het juiste adres.

We zijn ook bezig met de provincie – natuurlijk, is een belangrijke partner als het gaat om de verbetering van de bereikbaarheid – aan een strategische samenwerkingsagenda en dan kom ik eigenlijk ook op het punt dat de heer Hermsen maakt: het uitgangspunt, ook vanuit de provincie, in die strategische samenwerkingsagenda is de reiziger centraal. Want ook in mijn opvatting maak je voordat je aan je reis begint een afweging tussen tijd, comfort en geld en die drie zijn beslissend in, nou ja, de keuze voor auto, fiets of ov. Dat is een punt, en prijs is daar een onderdeel van, maar dat is echt een ingewikkelde, ook omdat er nog herstel moet plaatsvinden van de coronacrisis vooral ook bijvoorbeeld bij de busmaatschappijen. Maar desalniettemin ben ik er voorstander voor en daar werken we ook hard aan, ook in het OV Toekomstbeeld, om ook het ov natuurlijk te blijven versterken, te intensiveren, de oost-westverbinding te verbeteren, ook met het ov. Naast eigenlijk de fietsinfrastructuur en bijvoorbeeld de verbinding Zeeweg-Randweg-Rottepolderplein-Velserboog. En de trein, hè, we hebben daarin geïnvesteerd en daarom rijdt die ook al standaard in de zomer zes keer per uur.

Dat is wel ook de flexibiliteit, daar werken we ook aan, dat op die drukke dagen de treinen nog vaker gaan rijden, want je merkt gewoon dat dat uiteindelijk een hele waardevolle modaliteit, heel waardevol vervoersmiddel is voor Zandvoort en dat heel veel van onze bezoekers uiteindelijk toch ook die trein pakken. Voorzitter, volgens mij heb ik zo alle vragen wel beantwoord. Ik zal uw reacties, zoals ik zojuist aangaf, ook meenemen richting GR, waarbij ik toch ook een brede steun ervaar voor deze aanpassingen. Dan wordt het vervolg, zoals ik zojuist al aangaf, dat het stuk terugkomt, en dan bedoel ik de definitieve visie, ter vaststelling door uw raad. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u voor de verduidelijking wat het proces betreft. U heeft in eerste termijn de gelegenheid gehad om uw mening te geven hierover. U kunt dat nu in tweede termijn nog een keer bevestigen, of nog aanvullende opmerkingen meegeven aan het college, die een besluit gaan nemen en dan komt het daarna terug in de raad. Dus ik wil dezelfde procedure weer even hanteren, alle partijen langsgaan of u nog iets in de tweede termijn heeft. Dan sluiten we dit onderwerp af, want dan neemt de wethouder, zoals ze net gezegd heeft, de gegevens die vanavond door u verstrekt zijn, wat u gezegd heeft, neemt ze dus mee in het collegebesluit. Aan de linkerkant, de heer Bouberg-Wilson, tweede termijn.

De heer Bouberg-Wilson: Voorzitter, ik merk dat er een aantal onder u zijn die het hebben over het glas halfvol en dat zou mogelijk kunnen inhouden dat u vindt dat wat ik heb gezegd betekent dat ik dat waardeer, het stuk, als halfleeg. Ik moet u zeggen, de reden waarom ik die vragen heb gesteld is omdat ik dat niet weet. Ik twijfel op een aantal punten en die twijfel heb ik onderbouwd. Ik begrijp dat een aantal van u die twijfel niet hebben en ik ben benieuwd of zij dat straks gaan bevestigd zien in het stuk wat op ons afkomt. Als het gaat om een groter aandeel van mobiliteit met een lagere CO2-voetafdruk en een kleine ruimtelijke voetafdruk, dan is dat wat mij betreft heel duidelijk, dan hebben het over de auto. Dan hebben we het wat mij betreft over

autoluw en daar hebben we ons juist tegen willen verzetten. We hebben natuurlijk helemaal niets tegen al die mensen die op grond van allerlei overwegingen en de mogelijkheden die ze hebben voor andere vervoermiddelen kiezen als de auto. Maar op het moment dat je gewoon ziet dat in de modaliteiten ook in lengte van jaren nog, tot 2040 hebben we geloof ik gezien in het stuk, de auto de bepalende factor is, in ieder geval meervoudig de bepalende factor ten opzichte van andere, ja, dan moet je daar ook consequenties aan verbinden en dan weet ik niet of we met deze benadering, die u ondersteunt, het belang van Zandvoort dienen. Dat zullen we moeten afwachten. Dat geldt natuurlijk ook voor dat optimale evenwicht wat er is besproken. De voorzitter: Mijnheer Bouberg-Wilson, een vraag van de heer Drommel. De heer Drommel: Dank u, voorzitter. U zei net: de benadering die u ondersteunt. De benadering die hier voorgesteld wordt, ondersteunt u. Heb ik dit goed begrepen? De heer Bouberg-Wilson: Die u ondersteunt. De heer Drommel: Nee, u zei: die ik ondersteun. Die ik bent u. Die ik, Bouberg-Wilson, ondersteun, zei u net. De heer Bouberg-Wilson: Nee. De heer Drommel: Oké, nee, … De heer Bouberg-Wilson: Ik heb gemeend te zeggen dat de benadering die u ondersteunt, die heb ik meen ik naar mijn idee genoemd. Omdat ik namelijk verschil zie, halfleeg en halfvol.

Dan, wat ik ook nog wel toch wel een belangrijk punt vind in dit geheel, dat is namelijk de leefbaarheid in relatie met de toeristische bereikbaarheid. Kijk, als je een andere keuze hebt, je ziet dat de automobiliteit de dominante factor is en blijft, dan is bij voorbaat ingebakken dat er een risico ligt voor de leefbaarheid. Nou is dat een risico wat gelukkig snel afneemt, want meerdere autofabrikanten hebben al aangegeven te staken met de auto die fossiele brandstoffen gebruiken. Dus ik zou zeggen, wat dat betreft lost het probleem zichzelf op. En waar het gaat om het ruimtebeslag hebben wij gewoon in Zandvoort voldoende ruimte. Dus waar maken we ons zorgen over in dit verband? Dat kun je ook nog zeggen. Maar goed, we zien dat op ons afkomen en we zullen dan daar een oordeel aan koppelen. Dan tenslotte nog even voor wat betreft: hoe beoordeel je dat nou, halfvol, halfleeg? U denkt dat er inderdaad een goede studie komt naar die aansluiting. Ik geloof dat mijnheer Stephan intussen heeft gezien dat wat ik in eerste termijn zei, dat dat klopt, namelijk dat er inderdaad niet sprake is van een volwaardige verkeerskundige verkenning, maar van een haalbaarheidsverkenning en dat dat heel verschillende dingen zijn. Als dat niet zo is, dan hoor ik het wel van de heer Stephan.

Waarom zijn wij een beetje sceptisch in dit geheel? Met de start van de samenwerking in de gemeenschappelijke … De bereikbaarheid Zuid-Kennemerland, was deze aansluiting een speerpunt. We zijn nu elf jaar verder en er is niets gebeurd. Ik wil maar aangeven dat er kennelijk krachten zijn die niet helemaal voor deze oplossing zijn. Voor de rest zien wij het met belangstelling tegemoet. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U wilde reageren, mijnheer Drommel? Gaat uw gang. De heer Drommel: Mijnheer Bouberg-Wilson, ik voel helemaal met u mee, dat ik dat vooropstellen. Maar u gelooft toch niet dat u of dat wij hier gezamenlijk, als we het helemaal roerend over eens zijn, een speerpunt kunnen vormen tegen die andere raden? We moeten toch een compromis zoeken met proberen om daar wel

zoveel mogelijk nadruk op ons verlangen te krijgen, maar het is toch niet zo dat wij de dienst kunnen uitmaken, alleen? De heer Bouberg-Wilson: Daar heeft de heer Drommel … De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Bouberg-Wilson: Sorry, voorzitter. Daar heeft de heer Drommel natuurlijk volkomen gelijk in. Wij hebben geen speerpunt gevormd, de gemeenschappelijke regeling heeft een speerpunt gevormd, elf jaar geleden. En daar is verder niets mee gedaan. Dus ik ben een beetje sceptisch om veel geloof te hechten aan de bereidwilligheid om daaraan mee te werken, voorzitter. Dat wil ik maar onderbouwen. De voorzitter: Duidelijk. Mevrouw Van der Veld, is de vraag al gesteld, of … Gaat uw gang. Mevrouw Van der Veld-de Groot: Nee, ik wil eigenlijk de heer Bouberg-Wilson toch nog een heel klein spiegeltje voorhouden, want er zijn twee raden die in 2019 die bereikbaarheidsvisie al hebben vastgesteld en deze raad natuurlijk weer niet. We zijn twee jaar verder en ik voel een beetje aan mijn water dat u weer van plan bent om dit niet verder door te laten gaan. Dus ja, ik vind het niet zo gek dat zaken dus niet van de grond komen als je zelf steeds dingen tegenhoudt. Dat is hetzelfde als voor de trein gaan staan en zeggen dat hij niet rijdt, dat is ook raar. Toch? Ja, dat is hetzelfde. De voorzitter: Ik ga de … U wilde daarop reageren? Dat is dan de laatste reactie hierop.

Gaat uw gang, mijnheer Bouberg-Wilson. De heer Bouberg-Wilson: Ja, kijk, ik ben me natuurlijk heel goed bewust van hoe er in andere gemeenten over wordt gedacht. Maar dat maakt hetgeen wat wij hier aan de orde stellen niet minder van belang voor Zandvoort, maar meer van belang. En gelukkig mogen wij in weerwil van anderen er ook een eigen mening op nahouden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Daar bent u duidelijk in geweest. Dan ga ik nog even snel de volgende langs of u nog iets mee wil geven aan de wethouder. Het CDA? De heer Stephan: Dank u. Twee korte punten, ook naar aanleiding van het kleine debat met de heer BoubergWilson wat ik heb gehad. Wat ik heb gezien is, wat ik bedoelde is, de heer Bouberg-Wilson heeft gelijk als het gaat om dat het tekstuele voorstel zoals Zandvoort dat heeft gedaan niet woordelijk is overgenomen. Maar wat de wethouder terecht aangeeft, er is gekeken naar … Want ook Heemstede heeft op dit punt een tekstvoorstel gedaan en ik lees dat zo – maar anders moet de wethouder mij corrigeren – dat in die verkenning, wat uiteindelijk wel tekstueel is overgenomen, ook een verkeerskundig onderzoek is. Althans, daar ga ik wel van uit. Maar dat is punt één. Punt twee wat ik wilde maken, ook naar aanleiding van een aantal zorgen die ik heb gehoord, onder andere bij de heer Hermsen, over als ik het goed samenvat of we hiermee wel genoeg doen.

Ook hier zou ik zeggen: draai het even om. Dat geldt ook voor andere partijen, wij maken hier een begin waar decennia over is gepraat en niets is gebeurd. Ik denk dat we hier een begin maken. Ik deel met de heer Hermsen helemaal dat, ik bedoel, ik kom uit een grote stad, Berlijn, en daar is het goedkoper, comfortabeler en sneller om met het openbaar vervoer te reizen dan met de auto. In de Randstad, vooral uit onze positie, is dat omgekeerd. Het is goedkoper, sneller en comfortabeler met de auto en dat ben ik met de heer Hermsen eens, als we daar niks aan doen, gaat ook het toenemende gebruik van alle vervoersmiddelen

er niet toenemen. Maar ik denk dat we hier wel een goed begin maken. Ik denk dat dat wel iets is wat we wel moeten vaststellen met zijn allen, dat dit een begin is en iets om uit te werken. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Veld. Mevrouw Van der Veld-de Groot: Nee, hoor, geen toevoegingen. De voorzitter: De VVD, mevrouw Göransson? Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Dank u wel, voorzitter. Toch wel even een toevoeging. Het gaat namelijk niet … Het punt wat we hebben aangedragen is een gewenste aanpassing namens de raad van Zandvoort. We hebben als raad verzocht om in de bereikbaarheidsvisie een aantal zaken aan te passen, waarbij we op een aantal punten zeg maar gelijkluidend zijn met Heemstede en op één punt zijn we heel specifiek en dat heeft te maken met de positie van Zandvoort in de regio en de bereikbaarheid van Zandvoort in de regio. Er werd expliciet gesproken over een autoluwe kustzone. Wij zijn die autoluwe kustzone en daarvan hebben wij gezegd hier als raad: wij willen dat graag veranderen in een bereikbare kust.

Op het moment dat er nu een voorstel wordt gedaan wat specifiek betrekking heeft op de bereikbaarheid en ons onderdeel van Zandvoort, denk ik dat wij ons ook als raad en dat de wethouder zich ook hard mag maken binnen de GR om dit punt expliciet nog eens een keer nader te duiden, met name ook omdat duurzaamheid in deze, en dat heeft dan te maken met zeg maar de modaliteiten die even zwaar wegen, dat er toch duidelijk ook in het stuk staat dat er met name wordt ingezet in het kader van leefbaarheid en bereikbaarheid om de verleidingskracht te vergroten van modaliteiten die weinig ruimte innemen. Dan gaat het om de actieve vervoerswijzen en ov, lees: fiets en ov. Wij hebben natuurlijk gezegd: nee, niet alleen ov, niet alleen fiets, ook die auto. Dus daarom wou ik toch hier de oproep doen aan de wethouder om gewoon in te zetten op het belang van die modaliteiten voor Zandvoort en daarom ook te gaan voor een bereikbare kust. Dank u wel. De voorzitter: De heer Van Tiggelen, tweede termijn gebruiken? De heer Van Tiggelen: Ja, voorzitter, dank u wel. Duurzaam bereikbaar in de betekenis van toekomstbestendig bereikbaar, ja, daar zijn we helemaal voor. Ik wil nog even benadrukken, dat wat ik net gezegd hebt, dat was aantoonbaar irrationeel. Dat betekent dus dat ik eenieder uit nodig om tegen ons te roepen: toon het maar aan wat je daar roept over CO2.

Alleen moet ik vaststellen dat duurzaam, de belangstelling daarvoor, de nieuwsgierigheid ontbreekt. Dank u wel. De voorzitter: De heer El Gebaly, GroenLinks nog? De heer El Gebaly: Ja, voorzitter, want wat ons betreft is die duurzame mobiliteit ook zeker in het licht van een visie, want een visie is toch ook iets voor wat meerdere jaren en voor een toekomstperspectief is duurzame mobiliteit ook bijvoorbeeld deelmobiliteit en groene deelmobiliteit. Dat is mobiliteit weliswaar met de auto, maar duurzamer en met een kleinere print in de omgeving. Dus dat is wat mij betreft ook een onderdeel van die duurzame mobiliteit. Dan kunnen we gaan vijven en zessen over de ruimte-inname, het woord autoluw of niet. Ik denk dat in het licht van een visie juist dat ook een essentie is in dit stuk en daarvoor zie ik ook aanknopingspunten in het stuk. Dus ik zie hem echt op dat vlak anders dan mijn collega’s in deze raad. Ik snap voor een groot deel ook de zorgen die OPZ uit, die snap ik echt. Ik denk dat er ook achter een aantal zorgen wel degelijk ook een punt zit waar wij als regio zijnde en eigenlijk in het grotere geheel ook beter moeten naar kijken. Eigenlijk sluit ik me ook aan bij de woorden die de heer Hermsen na mij sprak over het punt: hoe kunnen we er nou voor zorgen op een fundamentele manier, toekomstbestendige manier dat de

bereikbaarheid in onze regio gewoon verbetert? Want die bereikbaarheid is gewoon ellendig, hoe dan ook, van welke kant je ook komt. Ook als je bijvoorbeeld van zuid naar noord wil is die bereikbaarheid er ook niet. Dus ik zie daar wel aanknopingspunten voor en vandaar ook die motie. Ik snap dat dat niet bij dit punt hoort, alleen het gaat wel over bereikbaarheid en ik vind toch dat wij als raad eens een keertje, of raden in zijn algemeenheid, en keer een signaal kunnen uit laten gaan naar de landelijke overheid waarin we gewoon zeggen: wij zien oplossingen, alleen u moet die oplossingen interessant maken. Wij hebben hier een prachtige vervoersverbinding met de trein, alleen het is gewoon schreeuwend duur om die treinverbinding te gebruiken en dat is niet hoe wij die treinverbinding willen inzetten. Wij willen die treinverbinding maar al te graag inzetten, want we hebben er niet voor niets zoveel geld in geïnvesteerd. Dus ik denk dat dat de kern van het probleem en de kern van de oplossing ook is. Daarom vraag ik eigenlijk bij elke keer dat dit punt op de agenda komt ook naar die winterdienstregeling. Want de zomerdienstregeling, ik ben het helemaal met de wethouder eens, is prima, is verbeterd, zijn we heel erg blij mee, is goed voor én de toerist én de Zandvoorter.

Maar die winterdienstregeling, die doet er echt toe voor de Zandvoorter, die doet er echt toe voor de student, die doet er echt toe voor de persoon die bij Schiphol werkt, of die in Amsterdam werkt, of die ergens anders in Nederland werkt, want je bent gewoon veel sneller op een intercitystation. Wij hebben niet alleen als enige dat belang, want er is nog een ander groot belang. Dat is namelijk de gemeente Bloemendaal, onze buurgemeente, met station Overveen en een hogeschool die daar zit. Wij kunnen daar met Bloemendaal heel goed mee optrekken en ik zou bijna de wethouder willen uitdagen om ook nogmaals wederom rondom de winterdienstregeling van de NS-trein met in dit geval Bloemendaal, specifiek met Bloemendaal, op te trekken om dat nou eens een keertje echt ook goed te regelen. En al is het maar twee treinen extra per uur, dat zijn toch weer een heel wat auto’s die van de weg af zijn en heel wat mensen en studenten die sneller naar of Amsterdam, Den Haag, Leiden en misschien in de toekomst zelfs Haarlem kunnen gaan. Wat dat betreft de tweede termijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u. De heer Hermsen, maakt u gebruik van uw tweede termijn? De heer Hermsen: Jazeker, voorzitter. Ik ben ook een beetje aan het denken aan de heer Stephan, die zei: ik kom uit Berlijn.

Dat is inderdaad fantastisch als je van Oost- naar West-Berlijn wil – mooi nummer, trouwens – dan kan dat ook inderdaad heel goed met het openbaar vervoer. Als je in Nederland van oost naar west wil, dan ben je denk ik zeker wel twee, drie, vier uur onderweg. Dat is het vervelende. Is het in Amsterdam, dan is het verder niet zo’n probleem, als je in Amsterdam woont is het natuurlijk ook mooi aangesloten. Zit je in Zuid-Holland, dan wordt het openbaar vervoer al stukken beter, dat is ook fantastisch. Alleen, het probleem is: we zoeken een oplossing voor nu. Wat mevrouw Göransson zegt, en ik ben ook blij met de inbreng van OPZ, ik ben ook blij dat ik daar geen waardeoordeel aan heb gegeven, want ik denk dat we het alle twee wel zien als een glas halfvol, maar dat is natuurlijk de interpretatie van mezelf en niet die van de heer Bouberg-Wilson. Maar wat mevrouw Göransson ook zegt is dat we eigenlijk al twaalf jaar kijken naar dezelfde problemen. Nee, ja, u zegt in feite: nou, we hebben een samenwerkingsverband, we zitten in twaalf jaar, et cetera. Nou, we kijken … En dan zeg ik, dan interpreteer ik hem dan zo: we kijken al twaalf jaar naar dezelfde problemen, namelijk aansluiting Zeeweg-Randweg-Kennemertunnel, wat nu Mariatunnel is. Het probleem ligt nu, we hebben nu een probleem, dat hadden we twaalf jaar geleden ook en het is alleen maar erger geworden.

We hebben er niet op geanticipeerd, we hebben er niks aan gedaan, het probleem is erger geworden. Openbaar vervoer wordt straks nog duurder, want dat rijdt natuurlijk op elektriciteit, elektriciteit is verbonden aan gasopbrengsten en het aantal kilowattuur zal ongetwijfeld ook qua prijs gaan stijgen. Dus we kunnen ervan uitgaan dat het openbaar vervoer eigenlijk nog duurder wordt dan het nu al is. We hebben natuurlijk wel een toekomstvisie en dat is fijn, je hebt ook een visie, daar moet je voor uitkijken en dat is heel belangrijk. Maar we leven ook natuurlijk nu in het hier en nu, dus de visie op zichzelf prima, alleen de oplossing voor nu is er

niet. Sterker nog, hij wordt eigenlijk alleen maar erger. Dat is wel waar wij een probleem mee hebben en daar verschillen we dan ook van de regio, ongetwijfeld dat de VVD ook in de regio van Bloemendaal verschilt, want Bloemendaal wil heel graag een autoluwe gemeente zijn. Dat klopt ook en die hebben wel de meeste auto’s, maar hebben geen behoefte aan recreatie en toerisme. Daar hebben wij wel behoefte aan, want daar hebben we gewoon, dat is een belangrijk onderdeel van onze economische motor. Maar op het moment dat het gewoon heel lastig wordt om voor iedereen zeg maar naar de kust te komen, wat ongetwijfeld nu het geval is omdat het openbaar vervoer gewoon steeds duurder wordt en die aansluitingen steeds slechter, dan gaat men gewoon met de auto komen. Als we daar nog geen oplossing voor vinden op de korte termijn, dan zeker, terwijl dat nogal, zoals de heer Bouberg-Wilson zei, tot 2040 zijn, zou ik het toch wel fijn vinden als de wethouder dit belang nog extra benadrukt, in ieder geval voor Zandvoort. Daar zitten we ook hiervoor. Een compromis is goed, maar de adviezen kunnen beter. De voorzitter: Mevrouw De Vries, Partij van de Arbeid. Mevrouw De Vries: Dank u wel, voorzitter.

Veel gezegd, we herkennen ook de zorgen wel die door mijn voorganger zijn uitgesproken, maar ik sluit me ook aan bij de woorden van het CDA, dat we ergens moet beginnen en dat nu ook moeten gaan doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Fractie Drommel nog voor het voorlaatste woord van de wethouder. De heer Drommel: Nou, ik heb eigenlijk van de commissie het laatste woord, toch? De voorzitter: Van de commissie zeker. De heer Drommel: Dank u, voorzitter. Een compromis, goed, maar het kan veel beter, hoor ik net zeggen en dat is natuurlijk ook zo. Ik stel ook vast dat er goed naar de raad is geluisterd en ook dat de gevolgde procedure ook opgenomen wordt, die wijzigingen dan die we hebben voorgesteld. Als ik dan kijk naar bijvoorbeeld de aanpassing van bereikbaarheid kustzone, pagina 36 van het geheel, dan wordt het bijna integraal overgenomen. Nogmaals, complimenten aan het college en ik denk dat dit een goed uitgangspunt is. Het kan natuurlijk beter en het gaat ook beter worden. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Verheij, het laatste woord. Mevrouw Verheij-de Haas: Dank u wel, voorzitter. Er is toch nog wel een aantal zaken in deze tweede ronde gezegd waar we in eerste termijn niet op in zijn gegaan en waar ik toch nog wel graag een reactie ook over wil geven. Want mijnheer Bouberg-Wilson, u gaf aan: ook bij de start van de GR was dit een van de punten.

Het was inderdaad een van de te onderzoeken knelpunten, maar in de loop der jaren zijn er ook een aantal moties ingediend door andere gemeenten die de boel wel weer behoorlijk blokkeerden. Dat maakt toch dat bereikbaarheid en die samenwerking, dat is gewoon ingewikkeld, juist omdat iedere gemeente ook een eigen belang heeft. Dat mag, dat geeft u ook terecht aan en mijnheer Hermsen met zoveel woorden ook, maar de kracht van deze visie moet wel zijn: waar gaan we met elkaar naartoe en waar willen we zijn in 2050? Over de haalbaarheidsverkenning versus het onderzoek, de terminologie die Heemstede ook aandraagt heb ik al het nodige gezegd. Binnenkort nemen we over die opdracht een besluit in de GR, maar daarnaast is er ook nog een provinciaal traject. Dat loopt, we zijn ook in overleg met de provincie, want ook de provincie ziet dit als een belangrijk punt om verder te verkennen. Dat slaat dan ook weer terug op die strategische samenwerkingsagenda waar we met elkaar mee bezig zijn. Uiteindelijk, volgens mij zijn we het met elkaar eens dat de auto belangrijk is voor Zandvoort. Sterker nog, dat alle drie de modaliteiten belangrijk zijn voor

Zandvoort. Dat is ook precies wat ik de afgelopen maanden heb ingebracht bij de GR, dat die auto heel belangrijk is voor Zandvoort. Dat is ook de boodschap die ik zal blijven inbrengen, omdat dat wel is waar wij met de raad, met elkaar in ieder geval wel de consensus over hebben. Mijnheer Hermsen, u gaf aan: nou ja, we kijken al twaalf jaar naar dezelfde problemen. Nou ja, dat is ook zo en u hebt ook gelijk dat die groei toeneemt. Dit is een probleem, dat gaat over de gemeentegrenzen heen en daarom hecht ik ook zo aan die samenwerking, niet alleen binnen de GR, maar ook met de provincie die hier een heel belangrijke rol in heeft en ook met het Rijk. Er gebeuren wel dingen natuurlijk, hè? We hebben mede dankzij de partners die ik eerder heb genoemd ook het spoor kunnen aanpakken, het Rottepolderplein is aangepakt, wordt aangepakt. Dus zo worden er stappen gezet, maar in alle eerlijkheid zijn ook bereikbaarheidsprojecten en verbetering van infrastructuur, dat zijn over het algemeen wel projecten van de lange adem, dat ben ik zonder meer met u eens. Nogmaals, de punten die u hebt ingebracht, die zijn mij helder. Ik ga daarmee terug naar de GR en dan krijgt u een aangepaste visie ten opzichte van die in november 2019 door een aantal gemeentes is vastgesteld.

En nogmaals, deze ronde doen we niet alleen hier in Zandvoort, maar die vindt natuurlijk plaats in alle gemeentes, dus ook daar komen weer bepaalde feedback op de stukken. Dat tezamen moeten we wegen en dan komen we weer tot een aangepast voorstel. Dank u, voorzitter. 7.

Vaststellen van het convenant publiek-private samenwerking Zandvoort 2022-2025 De voorzitter: Dat betekent dat we naar agendapunt 7 gaan en dat gaat over het ‘Vaststellen van het convenant publiek-private samenwerking Zandvoort 2022 tot 2025’. Ten behoeve van de publiek-private samenwerking van Ondernemersbelangen Zandvoort, kort OBZ, en de gemeente Zandvoort is een convenant opgesteld. Er zijn goede ervaringen opgedaan bij de dit jaar gehouden proef om samen te werken. De raad wordt gevraagd om een positieve zienswijze te geven. Geen inspreker. Ik ga achteraan vragen of de heer Van Tiggelen over het convenant, om daarmee verder te gaan en wat u daarvan vindt, wat te zeggen. Gaat uw gang, mijnheer Van Tiggelen, PVV. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. Lekker kort, hoor. Samenwerken en daarover afspraken maken, dat lijkt ons een goede zaak. Hamerstuk. Dank u wel. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Ik ga het iets langer houden, helaas. Wij zijn blij met het convenant. Waar we vroeger nog spraken als we het over ondernemers hadden over eilandjescultuur, geen samenwerking en noem het allemaal maar op, zien we juist nu het tegenovergestelde gebeuren. We zien een hele goede samenwerking en zelfs een samenwerking waar wij als GroenLinks zelf energie, kracht en eigenlijk power van krijgen.

Dat is iets heel moois en iets heel goeds voor Zandvoort. Want voor GroenLinks is het mkb in Zandvoort een van de drijvende krachten, zo niet dé drijvende kracht achter wat Zandvoort eigenlijk is. Ondanks alles, de ligging, het circuit, noem het allemaal maar op, het mkb is het kloppend hart op dat gebied van Zandvoort. Als we dan kijken naar het convenant, dan vallen ons een paar dingen op en ik heb daarvoor een paar vragen. Zo valt er te lezen dat de plankier weer terugkeert in het convenant. Wat dat betreft zijn wij daar niet per definitie tegen, we weten dat we hem uit een ander stuk hebben weggehaald. We bedoelen de plankier die, zoals die er nu in op staat geschreven, als een plankier die er is om letterlijk alleen overheen te lopen naar andere strandpaviljoens. Want daarin zien wij wel degelijk brood, om het zo maar te zeggen. Dan staat er ook nog iets in over de veiligheid binnen Zandvoort. Wij vinden dat soort zinnetjes altijd moeilijk te wegen, want gaat het hier om de objectieve veiligheid of om de subjectieve veiligheid? Ja, er zijn incidenten geweest, ook weer deze zomer, maar als we kijken naar de algehele veiligheid denk ik dat we in Zandvoort niet heel erg mogen klagen op dit moment. Tot slot nog een laatste opmerking dan. Als we kijken naar het

convenant, dan missen we daar eigenlijk iets in onze ogen heel erg belangrijks in. Het staat hier en daar wel opgeschreven, maar eigenlijk zou je in zo’n convenant ook verwachten dat er thema’s staan rondom duurzaamheid, of in ieder geval een apart kopje daaromtrent. Ter invulling daarvan hebben wij in ieder geval vast twee kleine ideetjes, bijvoorbeeld een plasticvrij Zandvoort en een schoon strand Zandvoort, of een afvalloos strand. Ik denk dat dat soort maatregelen en dat soort doelen die erbij zouden kunnen komen het convenant nog completer zouden maken. Voor de rest vinden wij het een prachtig convenant en zijn we in principe ook voor zo’n convenant, maar we zijn erg benieuwd waarom dus bijvoorbeeld duurzaamheid er niet specifiek in staat benoemd en de andere twee vragen, de invulling daarvan zal zijn. We zijn in ieder geval wel blij met dit convenant en heel erg blij met de samenwerking en hopelijk gaan we de doelen allemaal bereiken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: D66, de heer Hermsen, gaat uw gang. De heer Hermsen: Voorzitter, dank u wel. Ik vind het wel mooi, kloppend hart van Zandvoort. Ik denk dat het mkb sowieso het kloppend hart is van Nederland en in Zandvoort natuurlijk ook, dus wat dat aangaat goed gevonden. We zijn het wel vaker natuurlijk wel eens met GroenLinks, maar dat is terzijde.

Wat denk ik belangrijk is hierin is dat het een goede volgende stap is in het beleid wat door de gemeente al zo’n kleine acht jaar gevoerd wordt, door de samenwerking aan te gaan met de ondernemers. Ik denk dat dat nu, om het feit dat er natuurlijk met beide partijen, dus dat de ondernemers zich goed hebben verenigd nu in die publiekprivate samenwerking en de gemeente Zandvoort dat doet en dat dat als een organisatie gezien wordt, is denk ik alleen maar beter en aanvullender en de volgende stap zeg maar in dit proces. Laten we hopen dat het zijn vruchten afwerpt en dat er mooie, goede ideeën uitkomen en voortvloeien voor Zandvoort. Dank u wel. Het is een hamerstuk dan, wat ons betreft. De voorzitter: Dank u. Mevrouw De Vries, Partij van de Arbeid, gaat uw gang. Mevrouw De Vries: Dank u wel, voorzitter. Goed dat dit er komt, het voorziet volgens mij in de behoefte. Corona heeft de samenwerking ook al versneld en de gemeente heeft daar ondernemers ook goed in gesteund. We zijn ook voorstander van meerjarenafspraken vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid als uitgangspunt. Meerjaren gaat uit van wederzijds vertrouwen en daarmee schenk je ook vertrouwen, maar het is tegelijkertijd niet vrijblijvend. De vraag die we hebben is dan ook of niet eerder geëvalueerd kan worden dan drie jaar, want dat vinden we rijkelijk laat.

Dan over de gezamenlijke verantwoordelijkheid en de ambities een vraag. De Partij van de Arbeid vindt die gedeelde verantwoordelijkheid belangrijk. Met elkaar, voor elkaar, dat was ook onze verkiezingsleus. Bij 2.3 zien we dan dat er samen met ondernemers gewerkt wordt aan schoon, heel en veilig en een vraag aan de wethouder daarover is op welke wijze dat gaat gebeuren. We hebben aan voormalig wethouder Berendsen voorgesteld om structureel een clean-up te faciliteren en dat is toen afgewezen. Ondertussen zijn er wel steeds meer initiatieven die wel gefaciliteerd worden, zo heeft collega Berg uit deze raad als ondernemer een clean-up heel goed opgepakt, dat is ook zeker een compliment waard en het is een samenwerking zoals de PvdA dat ook graag ziet voor heel Zandvoort. Bij de uitwerking van ambitie 2.3 staat ook aantrekkelijk Zandvoort realiseren in het convenant en er staat alleen een punt van bedrijventerrein Noord genoemd. Wat wordt hier bedoeld? De PvdA verwacht dat die gezamenlijke verantwoordelijkheid voor schoon en aantrekkelijk voor heel Zandvoort geldt. Graag een reactie van de wethouder hierop. Dan als laatste, dit alles lukt alleen samen met de bewoners. Hoe worden de bewoners betrokken bij deze uitvoering? Tot zover voor de eerste termijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Fractie Drommel, gaat uw gang.

De heer Drommel: Dank u vriendelijk, voorzitter. Een eerste jaar, een proef, een geslaagde proef. Met als resultaat een constructieve basis voor synergie tussen en met partijen. Ondernemers en het raadhuis. Het college toont hiermee krachtig aan zich in te zetten voor een robuuste economie – ik vind dat zo’n prachtig woord, robuuste economie, ik ga dat diverse malen gebruiken, ook hier buiten deze raadzaal, want robuust optreden, robuuste stofzuigen, het is prachtig – voor een robuuste economie met ondernemend Zandvoort. Chapeau voor dit ondernemend Zandvoort en deze daadkrachtige, resultaatgerichte wethouder. Het is slechts een begin, maar een goed begin. Bijgevolg heb ik geen aanleiding om wijzigingen voor te stellen dan wel geheel in te trekken. Voor mij is het een hamerstuk. Dank u vriendelijk. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bouberg-Wilson van OPZ, gaat uw gang. De heer Bouberg-Wilson: Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, het is altijd goed om de krachten te bundelen tot nut van het algemeen, en in dit kader tot nut van een robuuste Zandvoortse economie in het bijzonder. We hebben wel wat vragen bij de invulling en met name ook de financiële betrokkenheid van zowel de gemeente als de ondernemers verenigd in het Ondernemersbelang Zandvoort, OBZ. Inzake de samenwerking een paar vragen.

Welk deel van de Zandvoortse ondernemers is lid van het OBZ, en hebben zij, respectievelijk heeft OBZ zich gecommitteerd aan de voorliggende financiële afspraken? Hoe zijn de verantwoordelijkheden verdeeld, wat doet de gemeente en wat doet OBZ? Wij vinden het streven naar een vijftig-vijftig verdeling van de kosten nogal vaag, ‘streven naar’, en de financiële betrokkenheid van de gemeente groot. Vragen: heeft de gemeente op dit punt nog toezeggingen gedaan? Gesteld dat ondernemers niet tot hun vijftig procent bijdrage, maar minder bereid blijken, mogen wij dan op grond van de fifty-fifty verdeling concluderen dat beide partijen dan voor een lager bedrag aan de lat staan? We zijn benieuwd welke kostenverdelingen in andere gemeenten gebruikelijk zijn en stellen daarom voor om binnen een jaar na deze start nadere concrete afspraken over een gebruikelijke en gebillijkte kostenverdeling en het ingaan daarvan te maken. Graag een toezegging van de wethouder op dit punt. Wij zien allerlei mooie initiatieven en plannen, maar weinig concrete afspraken over het bereiken van de beoogde resultaten. Het opstellen van een jaarplan is goed, maar daar hoort naar ons idee ook een verantwoording van de in dat jaar gerealiseerde doelen, inclusief de daaraan verbonden kosten bij. Graag het standpunt van de wethouder op dit punt. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Het CDA, de heer Stephan, gaat uw gang. De heer Stephan: Dank u wel. Ik begin met een positieve noot. Nee, trouwens, ik ben alleen maar positief op dit agendapunt. Positief dat dit een volwaardige coproductie is met de ondernemers. Ik herinner me ook nog een bijeenkomst afgelopen zomer met een delegatie van de club en ik moet zeggen, dat overleg zo in zijn algemeenheid, zonder dat we het over een concreet onderwerp hebben, dan merk je toch dat, ja, dat wordt prettig ervaren, zowel door de raadsleden waar ik er veel ook van heb gezien, als ook door de ondernemers krijg ik terug. Met het geven van een positieve zienswijze ten aanzien van dit convenant maken we denk ik een belangrijke stap als het gaat om afspraken om te komen tot een versterking van de Zandvoortse economie en dan met name als ik lees als het gaat ook om de versterking van jaarrond economie en met name ook de niettoeristische sectoren. Dat vind ik een hele belangrijke om die niet te vergeten, want we hebben natuurlijk heel veel aandacht voor onze toeristische sectoren, maar het doel van dit convenant is nou ook om juist te kijken hoe we de Zandvoortse economie in zijn algemeenheid kunnen versterken en ook kunnen kijken naar uitbreiding van de niet-toeristische sectoren. Al met al positief, een positieve zienswijze van ons. De voorzitter: Dank u.

Dus dat neigt naar een hamerstuk, omdat het wel terugkomt in de raad. Mevrouw Van der Veld, GBZ, gaat uw gang.

Mevrouw Van der Veld-de Groot: Dank u wel. Ja, wie is GBZ om hiertegen te zijn als ik lees wie er allemaal voor zijn. Dus ja, wat ons betreft hoeven we hier helemaal geen woord meer over vuil te maken. Akkoord. De voorzitter: Een hamerstuk, begrijp ik. De VVD, mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Dank u wel, voorzitter. Wat ons als raad gevraagd wordt is om een zienswijze te geven of het college zeg maar het voorgenomen besluit tot uitvoering mag brengen om een samenwerking aan te gaan. Op het moment dat de samenwerking wordt ondersteund door de partijen zelf die het betreft, kan je niet anders dan het college zeggen: ga daarmee akkoord en ga die weg in. Waar het natuurlijk meer om gaat is dat we benieuwd zijn naar het stuk wat erachter ligt, welke afspraken zijn afgesproken in het convenant en hoe de raad daarbij betrokken gaat worden bij het verdere verloop. Hoe wordt de raad geïnformeerd, hoe wordt de raad daarin meegenomen, hoe wordt er verantwoording gegeven over de voortgang van zaken en hoe wordt er bijvoorbeeld een verantwoording gegeven inzake het budgetrecht wat de raad heeft? Dus ja tegen de samenwerking en graag een nadere duiding van de betrokkenheid bij de raad bij de uitvoering van het convenant. Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. Mevrouw Verheij-de Haas: Dank u wel, voorzitter.

Ik proef brede steun voor deze samenwerking en dat doet mij goed, want we hebben inderdaad zeker ook in de coronatijd geïnvesteerd in de samenwerking ook met de ondernemers en dat heeft heel goed uitgepakt. Nou ja, die waardering is er zeker, die is wederzijds en we willen dan met elkaar dit ook verder professionaliseren. Er is een aantal vragen gesteld door u. En mevrouw Göransson, als u het proces duidt, dan heeft u helemaal gelijk, want wij vragen u ook om een zienswijze zoals we dat eerder ook hebben gedaan in het kader van de nota verbonden partijen, omdat dit gaat om een publiek-private samenwerking. Daarom hebben we u, net als we dat bij het aangaan van het eerste jaar ook hebben gevraagd, om uw zienswijze. Ik kan me goed indenken dat u benieuwd bent naar het vervolg en wij kunnen u daar zeker ook op terugkoppelen elk jaar: hoe is het jaar gegaan? Want zoals ook bij de uitvoering staat, het gaat om: dit zijn de afspraken en elk jaar wordt er een jaarplan ingediend met wat er in dat jaar concreet wordt opgepakt en ook wie daarvoor verantwoordelijk is. Dan is het ook logisch om na afloop van dat jaar te kijken: goh, wat is er nou terechtgekomen van dat plan? Daar kunnen wij u ook zeker over informeren. Mijnheer Bouberg-Wilson, u vroeg een aantal concrete zaken ook ten aanzien van de financiën.

We hebben de afspraak gemaakt van een cofinanciering en dat moet u zo zien dat de bijdrage die wordt opgebracht door de ondernemers wordt gespiegeld door de gemeente met een maximum van 42.500 euro. Dat is de afspraak die er ligt en die tot stand is gekomen met de OBZ. Dus het is in die zin een fifty-fifty verdeling waarbij eigenlijk de bijdrage die wordt opgebracht ook door de ondernemers bepalend is voor de omvang van de bijdrage van de gemeente, in die zin dat het wel is gemaximeerd, dus het is niet tot in het oneindige. Wie is lid? Nou, dat zijn vrijwel alle ondernemersverenigingen. U ziet een overzicht ook op de laatste pagina van het convenant waarin eigenlijk al alle namen en titels zijn opgesomd. U vroeg ook: wie doet nou wat? Nou, dat is echt wat we ook gaan uitwerken in de jaarplannen, want een aantal zaken liggen meer op de weg van de gemeente, een aantal zaken liggen meer op de weg van de ondernemers en sommige zaken, ja, die zullen we echt samen moeten oppakken. Maar we zijn in elk geval eens over de thema’s en onderwerpen die hierin genoemd zijn en daarvan denken we ook dat dat de thema’s en onderwerpen zijn die bijdragen aan die robuuste economie, zoals de heer Drommel dat zo mooi ook aangaf. Mevrouw De Vries, u vroeg of wij eerder kunnen evalueren dan drie jaar.

In theorie kan dat, maar dat is niet wat ik voorsta en dat heeft er onder meer mee te maken met de werkwijze zoals we die hebben afgesproken. Elk jaar wordt er een jaarplan ingediend, gekoppeld ook aan de subsidie die verstrekt gaat worden en dat zijn eigenlijk monitoringsmomenten. Op basis van onze

subsidieregelgeving moet je ook al een tussenverslag indienen en een eindverslag en dat is voor ons voldoende om ook tussentijds de vinger aan de pols te houden. Voor een grootschalige evaluatie denken we dat drie jaar een grote termijn is, ook omdat je dan weer moet gaan kijken: hoe willen we dit naar de toekomst toe verder vorm gaan geven? Willen we hier op deze voet mee door, of niet? U vroeg ook naar het betrekken van de inwoners. Dat zit niet als zodanig in deze visie, maar dat kan wel degelijk van belang zijn natuurlijk bij het uitwerken van concrete afspraken of acties. Dus dat is iets waar we in een vervolgstadium zeker ook aandacht moeten hebben, maar dit is eigenlijk, nou ja, in die zin een iets abstracter stuk, iets meer hoog-over. Maar zoals ik onze ondernemers ken en ook zoals de gemeente daarin staat, als het effect heeft op onze inwoners, ja, dan hebben we daar ook wel natuurlijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid en een gezamenlijk belang bij om hen daar goed in te betrekken. Maar ook dat is eigenlijk iets voor de nadere uitwerking en als je concreet aan de slag gaat met een thema. Nu heeft u een vraag gesteld over bedrijventerrein … Ik ving op bedrijventerrein Noord, maar ik ben uw concrete vraag kwijt. Zou u die voor mij willen herhalen? Mevrouw De Vries: Zeker.

Er staat omschreven in de ambitie bij 2.3: “Aantrekkelijk Zandvoort realiseren voor bedrijventerrein Noord”. Dus daar staat heel specifiek bedrijventerrein Noord genoemd, terwijl dat volgens mij voor heel Zandvoort moet gelden. Dus wat hier dan precies bedoeld wordt met de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor schoon en aantrekkelijk. Mevrouw Verheij-de Haas: Nou, dat zal ik nog even nakijken, want ik kan dat zo één, twee, drie niet plaatsen. Dus dat zal ik nog even nakijken in elk geval. D66 gaf ook aan: steun voor de samenwerking en hoop dat het vruchten af zal werpen. Dat hoop ik uiteraard ook. Mijnheer El Gebaly, ja, u geeft ook terecht aan dat het mkb inderdaad het kloppend hart is ook van Zandvoort, blij met het convenant. U had nog een aantal inhoudelijke vragen, onder andere over de plankier. Dat is inderdaad wederom opgebracht door de ondernemers en als dat een plan is wat volledig gedragen wordt door alle strandpachters, nou ja, dan wil ik daar best aan meewerken, maar ik vind het wel belangrijk dat er vanuit hun een bepaalde consensus ook daarover is. Voorts vroeg u ook naar veiligheid, is dat objectief of subjectief? Nou, op die manier is daar in dit verband niet naar gekeken.

Wel voelen we met elkaar bijvoorbeeld in de Haltestraat of in een uitgaansgebied een verantwoordelijkheid om het veiliger te maken en dat is een verantwoordelijkheid die ook bij de uitbaters van diverse gelegenheden ligt. Tot slot vraagt u ook naar de duurzaamheid. Duurzaamheid is een thema dat niet expliciet hierin terugkomt, maar er wordt wel gewerkt bijvoorbeeld aan het verder verduurzamen van de strandpaviljoens, bijvoorbeeld ook door het single use plastic terug te dringen. Daar hebben we eigenlijk vanuit ons team Duurzaamheid zijn we daarmee bezig om daar een actie voor op poten te zetten dat straks gewoon meerdere strandpaviljoen voldoen aan die nieuwe criteria en dat op die manier ook uitdragen. Dus dat vindt zeker een plek in onze ondernemers en zeker ook specifiek op het strand, maar u zegt terecht, dat staat niet op deze manier expliciet in dit convenant. Voorzitter, dat waren de vragen. Dank u. De voorzitter: Ik ga de raad weer even langs om na te vragen of u gebruik wil maken van een tweede termijn en of er dan voldoende meegegeven is als zienswijze aan het college. PPV niet. De heer El Gebaly? Wel, gaat uw gang. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Ik ben blij met de antwoorden van de wethouder en ook met de constatering dat het erin ontbreekt.

Ik snap dat eigenlijk gewoon niet helemaal, want juist denk ik in een convenant is het wel de plek om bepaalde afspraken met elkaar neer te zetten en zeker op het gebied van duurzaamheid. We zijn al best wel lang met elkaar bezig om bijvoorbeeld op het strand er ook voor te zorgen dat er genoeg afvalgelegenheden zijn. Ik denk dat dit juist een mooie plek om dat te realiseren in samenspraak

met ondernemers, want het strand is nou eenmaal van én ons én de ondernemers die daarop zitten, dat het convenant daar echt een hele mooie plek voor had kunnen bieden. Hetzelfde geldt eigenlijk voor het centrum. Wij zijn eigenaar van de openbare ruimte, maar als er een feestje is, is dat het feestje van onder andere de ondernemers die dat organiseren. Dan zou het juist mooi zijn om ook in het convenant, weer met de gedachte van we doen het samen, iets op te nemen over het single use plastic. Daarom is het zo, ja, ik vind het bijna een gemiste kans dat het dan niet in dit convenant staat en is dan de vraag aan de portefeuillehouder in deze, voorzitter, of er nog op een manier iets over dit soort thema’s wel aan het convenant kan worden opgenomen. Niet omdat het convenant niet goed genoeg is, maar ik denk dat dat het convenant alleen maar zal versterken en ook nog eens een keertje zou benadrukken, ook omdat het convenant tot 2025 duurt en 2030 al enige duurzaamheidsdoelen moeten worden gehaald en dit daaraan kan bijdragen, dat we daarin al een stap kunnen maken en dat we met elkaar daaraan bezig kunnen gaan. Dus echt de vraag aan de wethouder om te kijken of er nog een mogelijkheid is om dat deel in het convenant op te nemen, want ik denk dat we daar echt een hele grote stap met elkaar kunnen maken en het alleen maar elkaar kan gaan versterken. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: De heer Hermsen, geen tweede termijn? Mevrouw De Vries, Partij van de Arbeid. Mevrouw De Vries: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor de beantwoording. En ja, wat betreft de evaluatie, het is niet te laat om jaarlijks een mooi tussenmoment als er een jaarplan wordt ingeleverd, dus wat ons betreft is daarmee ook dat punt van evalueren ondervangen. Zeker juichen we het toe dat bij concretere afspraken ook de bewoners worden betrokken. Dank u wel. De voorzitter: De heer Bouberg-Wilson. De heer Bouberg-Wilson: Voorzitter, ik heb nog even een puntje ter verduidelijking. Het streven naar een fiftyfifty verdeling, als ik de wethouder beluister, dan is gewoon die fifty-fifty verdeling er, dus hoeft er niet meer gestreefd te worden. Want dat was de afspraak, als ik haar goed heb begrepen. Dus vooropgesteld dat dat inderdaad een afspraak is die staat en dat je dus niet langer daarnaar streeft, dan spreken wij steun uit voor de samenwerking met dan wel de genoemde punten als zienswijze als inbreng. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Het CDA niet. GBZ niet. VVD ook niet meer. Dan is er voldoende opgehaald, dacht ik, wethouder. Kunt u daarmee verder aan de slag? U wil nog even ingaan op een … Mevrouw Verheij-de Haas: … reageren op wat de heer El Gebaly … De voorzitter: Gaat uw gang nog heel even. Mevrouw Verheij-de Haas: Dank u, voorzitter.

Want de heer El Gebaly stelde een hele expliciete vraag, dus ik denk dat het goed is dat ik daar nog kort op inga. Wat ik zal doen is dit opnemen ook met de betrokken ondernemers, omdat dit echt een stuk is wat in gezamenlijkheid tot stand is gekomen. Dat maakt ook dat ik niet voor hen wil spreken, maar ik zeg u wel toe dat ik het zal bespreken en de uitkomsten daarvan koppel ik aan u terug. Want het is inderdaad zo dat, nou ja, die trajecten noemde u ook al. Er zijn ook een aantal lopende trajecten en het is even de vraag of het handig is om die hier in te brengen en dat zal ik afstemmen met de ondernemers en de OBZ. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dan gaan wij een change krijgen. We gaan het nu over geld hebben en diensten en zaken en dat heeft met de najaarsnota te maken, daar gaan we naartoe. We gaan even van wethouder wisselen.

Schorsing BESTUUR EN MIDDELEN 8.

Najaarsnota 2021 De voorzitter: Ja … Nee, dat hebben we gedaan nu, … Goed, ik wil vragen om weer de zaal in te komen. Ik had ook wel behoefte om even een klap te geven met die hamer, want dat ding is toch 150 jaar oud, 1828. En ja, dan moet je hem toch af en toe gebruiken, volgens mij. Ik hoop dat u daar geen bezwaar tegen heeft. We gaan naar de ‘Najaarsnota 2021’. Die najaarsnota geeft de stand van zaken weer over de realisatie van de beleidsvoornemens in het lopende jaar en over financiële afwijkingen ten opzichte van budgetten die vastgesteld zijn in de begroting van 2021 en enkele wijzigingen. Dat vindt u ook duidelijk terug in de zes besluitpunten die in het raadsstuk vermeld staan. Nou, ik zie geen inspreker, ook in het vorige onderwerp was dat niet het geval. Er is me wel gevraagd door wethouder Bluijs om een korte mededeling te doen die toch van belang is als het gaat om de najaarsnota en de financiële situatie. De heer Bluijs: Dank u wel. Ja, dat is een korte mededeling. Sommigen hebben misschien de griffiepost nog niet gezien, maar daar zit de septemberrapportage bij en die geeft een behoorlijk positief beeld voor de komende jaren. In ’21 nog 244.000 plus en dan structureel oplopend tot zevenenhalve ton structureel.

Ja, ik verbaas me soms over hoe Den Haag met onze middelen omgaat, maar we hebben een notitie ervan gemaakt, die is heel uitgebreid, kunt u het allemaal teruglezen. Maar ik denk, ik zal het even zeggen, want misschien hebben sommigen dat nog niet tot zich genomen. De voorzitter: Nou, dat is in ieder geval een mooie opsteker als het om financiën gaat, zou ik zo zeggen. Daar zeggen we geen nee tegen, begrijp ik, wethouder. Ik ga halverwege beginnen deze keer en ik vraag aan het CDA wie het woord wil hebben over de najaarsnota. De heer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. Nou, dat is goed nieuws, mijnheer de wethouder, waar u mee begint. Maar ook hier wil ik eigenlijk met een positieve noot beginnen, ook zonder dit nieuws. Want ondanks tegenslagen die we hebben moeten incasseren dit jaar blijven we toch investeren en dat is een goede zaak. Maar omwille van de tijd wil ik het niet allemaal doorlopen, maar wel eventjes meteen één punt noemen waar dat wel een probleem is voor het CDA binnen de besluiten. Dat is het volgende: er wordt een krediet gevraagd van 200.000 euro voor de aanleg van een gebouw met openbare toiletten, douchegelegenheid en mogelijkheid om septic tanks voor campers in te legen. Daarin zit een volgend probleem, want het CDA is van mening dat de boulevard geen aangewezen camperplaats is. Er is een pilot gestart, maar die hebben we nog niet geëvalueerd.

Wij weten dus nog niet of wij campers op de boulevard willen en zo ja, onder welke voorwaarden. Er moet dus daar wat ons betreft eerst worden gekeken naar beleid voordat wij hier, ja, al een bedrag voor vrijmaken. Het CDA kan wat dat betreft ook verder wel instemmen met dit stuk, zij het dat we wel een probleem hebben met die gevraagde 200.000 euro, eigenlijk het laatste besluitpunt. Daar kunnen we dan ook in principe niet mee instemmen, met het gevraagde krediet voor de campers. Wat ik misschien wel wil meegeven is, we vinden wel dat er nut en noodzaak is om onderzoek te doen naar toiletmogelijkheden op de boulevard in zijn algemeenheid en de vraag is eigenlijk of het college wellicht daarnaar wil kijken. Verder geen andere punten. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van der Veld, GBZ.

Mevrouw Van der Veld-de Groot: Ja, ik kan heel kort zijn. Ik heb er geen verrassende dingen in gezien, anders dan waar net over gesproken werd, die septic tanks en dergelijke. Dus, nou ja, goed, daar moet dan nog wel even misschien intern over gesproken worden hoe we dat gaan oplossen. En ja, wat ons betreft feitelijk een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. De VVD, mijnheer Hendriks in dit geval. Gaat uw gang. De heer Hendriks: Dank, voorzitter. Ik moet zeggen, ik herkende die twee ton voor die campertoiletplaatsen niet, maar ik heb even teruggekeken in de voorjaarsnota en daar stond die inderdaad in. Ik had als vraag staan dat ik hem niet herkende. Voorzitter, eigenlijk één concrete vraag die ik heb en dat gaat over … Nou ben ik even in mijn stuk aan het zoeken. Ik bouw de spanning even op, voorzitter, ik hoop dat u daar begrip voor hebt. Nee, in het stuk staat over het advies van de geschillencommissie met de ambtelijke fusie, dat dat leidt tot een verhoging van de bijdrage voor 2021, een nadeel van 113.000, dus wat we meer gaan betalen aan Haarlem. Nou ben ik natuurlijk altijd wat teleurgesteld als we weer extra gaan betalen aan Haarlem, maar dit bedrag viel mij toen ik het de eerste keer las nogal mee. Want toen ik het rapport van de geschillencommissie had gelezen stond daar 264.000 euro.

Dus ik dacht: mooi, we hebben 150.000 euro bespaard eigenlijk ten opzichte van wat we eerst dachten. Maar klopt dat, voorzitter, vraag ik via u aan de wethouder. Is het inderdaad minder geworden ten opzichte van dat rapport van de geschillencommissie? Of is hierin ook verwerkt het opheffen van die stelposten ambtelijke samenwerking en dus dat niet helemaal duidelijk zichtbaar gemaakt in deze begroting dat we die stelposten opheffen? Daar wou ik het graag even bij laten, voorzitter. De voorzitter: Bedankt voor uw opmerking, want ja, dan wordt het helemaal feest vanavond. Ik ben benieuwd wat de wethouder daarover te zeggen heeft. De heer Van Tiggelen, gaat uw gang. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. De najaarsnota, ja, een mooi informatief stuk over de stand van zaken en informatie over de aanpassingen, die ons niet vreemd voorkomen. Wij nemen dit voor kennisgeving aan onder dankzegging en we vinden het niet nodig om in de raadsvergadering hier meer tijd aan te besteden dan nodig is om een klap met de hamer te geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u. Ik zal niets over die hamer zeggen. Mijnheer El Gebaly, gaat uw gang, GroenLinks. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter.

De najaarsnota, eigenlijk de tweede najaarsnota in coronatijd en wederom een najaarsnota die er best wel netjes uitziet, ondanks alle problemen die er zijn in en rondom de wereld en ook hier in Zandvoort. Dat verdient ook echt complimenten aan de wethouder, maar ook aan ons ambtelijk apparaat die dat voortreffelijk doen en ook laten zien hoe onze gemeente inspeelt op juist die omstandigheden die steeds grillig zijn en steeds veranderen. Dus dat is echt een compliment waard. En ook een compliment aan de commissie en de raad natuurlijk dat wij een coronafonds hebben ingesteld waardoor wij ook als gemeente zo snel kunnen schakelen. We hebben wel twee vragen wat dat betreft en een opmerking. Twee vragen eerst. Wat is de stand van zaken op dit moment rondom de tennishal? Daar zijn we benieuwd naar. De tweede vraag is: wat is de stand van zaken – het zijn twee stand van zaken vragen – rondom P Noord? We zien ook dat de parkeeropbrengsten enigszins tegenvallen. We hebben alweer een tijdje niets vernomen of gehoord van P Noord – parkeerterrein Noord, om te verduidelijken. We zijn benieuwd naar de stand van zaken op dat gebied, ook in het licht van de financiën, die enigszins tegenvallen, vind ik. Dan nog dat het CDA net vertelde rondom de twee ton voor openbare toiletten.

Ik zou er zelf ook voor willen waken aan de andere kant – om misschien een beetje tegengeluid te laten horen – dat we dat budget niet ook op een andere manier kunnen inzetten, want ik denk dat we wel echt baat hebben bij een openbare, of eigenlijk

meerdere openbare toiletgelegenheden in en rondom de boulevard of in Zandvoort, want ik denk dat we daar een schreeuwend tekort aan hebben. Dus wellicht is het ook nog een idee – en dat leg ik dan maar voor aan de gehele commissie – om daar iets mee te doen, met die twee ton, om dat misschien in te zetten om meerdere toiletgelegenheden over de boulevard of in Zandvoort te kunnen realiseren. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: De heer Hermsen, D66, gaat uw gang. De heer Hermsen: Voorzitter, dank u wel. Ik had exact dezelfde vraag als het CDA – op zichzelf verrassend – want wij zitten eigenlijk wel een beetje met hetzelfde probleem, eigenlijk: wat gaan we nou met die campers doen? Er wordt natuurlijk gevraagd om 200.000 euro, laten we dat vooraf stellen. Maar het is mij niet helemaal duidelijk wat er nou gevraagd wordt, want u vraagt 200.000 euro, maar er is 50.000 euro vrij gevallen in de voorjaarsnota, dus was dan het bedrag niet 150.000 euro, of zou dat dan 50.000 euro moeten zijn? Het is me niet helemaal duidelijk wat er nou precies gevraagd wordt. Daarnaast inderdaad gewoon de vraag: wat gaan we überhaupt met die campers doen? Dat kwam daar eigenlijk naar omdat ook de mogelijkheid werd geboden om dan de septic tanks van de campers te legen, maar de try-out, of hoe je het wil noemen, dat loopt af op de boulevard met de campers.

Althans, als het goed is, dan zou dat aan het einde van dit jaar aflopen en de vraag is dan: wat gaan we dan met de campers doen, en waarom hebben wij dan daar een plek nodig om de septic tanks te legen? Dat is gewoon een vraag zeg maar gewoon voor het gebruik in zijn algemeen, maar ook, we hebben namelijk als raad – of tenminste, niet eens als raad – maar volgens mij heeft de burgemeester nog campers verboden op straat in Zandvoort, dus dat is de enige plek die er is dan om ze te stallen, of in ieder geval neer te zetten is dan de boulevard. Als die mogelijkheid ophoudt, wat gaan we er dan überhaupt mee doen? Maar is het dan ook handig om daar überhaupt een plek neer te zetten waar we septic tanks gaan legen? We vragen gewoon: wat doen wij dan met onze openbare middelen en is dat nou de juiste manier om dat te doen? Dus dat is even gewoon de vraag op zichzelf en even de technische vraag. Ja, sorry, ik had het misschien ook wel schriftelijk kunnen stellen, maar klopt dat bedrag van 200.000 euro dan wel? Dat is gewoon de vraag die wij hebben. Dus ik herken hem deels, maar niet helemaal. De voorzitter: Dank u wel. Nou, u houdt zich zo, prima, geen technische vragen stellen. Dat is geen probleem, dan doen we een klein vraagje ertussendoor, wat mij betreft. Partij van de Arbeid, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter.

De najaarsnota, ook van de Partij van de Arbeid complimenten. Er is het afgelopen jaar veel gedaan: coronaherstelplan, de indrukwekkende lijst van maatregelen om onze inwoners en organisaties en ondernemers ook dit jaar weer door de crisis te helpen en de projecten, de vele ambities die in de grondverf stonden komen nu echt uit de verf en dat is goed nieuws voor ons dorp en die daadkracht is nodig. Dus dat lezen we allemaal in die najaarsnota terug. We hebben natuurlijk afgesproken in het coalitieakkoord om niet alleen iedereen door de crisis heen te helpen, maar er ook sterker uit te komen. Het is dan ook logisch dat bepaalde maatregelen in het fonds voorlopig overeind blijven. Want wanneer nou de negatieve gevolgen duidelijk worden, dat is ons nog niet helemaal helder, dus we vinden het ook heel goed zoals dat er staat dat hulp bij wegvallende inkomsten, voorkomen dat mensen in de bijstand terechtkomen, dat dat overeind blijft. Maar we vinden ook dat we nu wel moeten kijken naar de lange termijn, want wat kunnen we nu al leren, ook deze komende periode nog, dit jaar, wat moeten we straks structureel blijven doen? Want dat hebben we waarschijnlijk niet allemaal nog in de begroting opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10704604/1