CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadscommissie - 11 januari 2022

Raadscommissie 11 januari 2022, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript (verslag)35.679 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Alleen, het bedrag kan oplopen tot 100.000 euro, en dat is toch wel een redelijk flink bedrag, en we vroegen ons eigenlijk af: is er een reden dat dit bedrag zo hoog is, en is er een bepaalde zienswijze op hoe deze aanvragen worden behandeld, omdat de kaders hiervoor zijn redelijk breed gesteld. En in mijn ogen alleen al sinds het in Zandvoort plaatsvindt en het heeft iets met duurzaamheid te maken dan val je al binnen de meeste kaders, en voor zulke bedragen zou ik toch denken dat er iets van meer strakkere kaders nodig zijn, en zijn die er dan? En een ander puntje was over communicatie, want er staat als een risico dat de vindbaarheid van instrumenten vallen en staan door de publiciteit. Dan daarnaast staat dat er communicatiebudget nodig is. Alleen dan staat er daarna dat dat dus is opgenomen in het jaarlijks beleid van het duurzaamheidsprogramma. Alleen dan begrijp ik niet helemaal, want dan hebben wij dus een middel om het risico tegen te gaan, maar alleen kon ik niet verder in de stukken vinden over hoe gaan we dat dan inzetten dat communicatiebudget, of hoe gaan we hier echt voor zorgen dat het risico dus verminderd wordt, en dat we heel veel gaan focussen op de communicatie, zodat juist deze Zandvoorters gebruik kunnen maken van het goede fonds dat hier voor ons ligt? Want echt het is zeker een goed fonds waar ik ook hoop dat er veel gebruik zal worden gemaakt.

Maar ik hou het hierbij. Dank u wel, voorzitter, en ik wacht het af. De voorzitter: Dank u wel. D66? De heer De Graaf: Ja, ik ben verstaanbaar, voorzitter. Dank u wel. Nou, het zal mijn collega’s niet verbazen dat D66 net als GroenLinks en ook een aantal andere partijen heb ik hier loftuitingen horen trompetteren dat wij heel blij zijn dat dit Duurzaamheidsfonds er eindelijk is gekomen of gaat komen. Het heeft onze volledige instemming. Wat ik wel met de heer El Gebaly eens ben is dat de bedragen nogal moeilijk inzichtelijk zijn, en ik hoop dat de wethouder daar wat meer duidelijkheid over kan geven. En verder sluit ik me ook zeer aan bij de vraag van de heer Endstra met betrekking tot mogelijke subsidie vanuit de overheid, want dat zou natuurlijk de zaak vrij vereenvoudigen. En daar wil ik het in eerste termijn even bij laten, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. En dan als laatste de Ouderen Partij. De heer Bouberg-Wilson: Ja, voorzitter, dank u wel. Overigens voor de rest van de avond zal ik de woordvoerder zijn namens de fractie. We hebben een paar vragen. Allereerst dank voor de beantwoording van onze technische vragen, maar daaruit blijkt dat het handelingsperspectief wegens onduidelijkheid op dit moment nogal verwarmd uit groen gas.

Aquathermie, geothermie, warmtenet en dergelijke vooralsnog wordt bepaald door slechts twee nodige maatregelen namelijk het plaatsen van zonnepanelen en isoleren. Voordat er duidelijk is over de inzetbaarheid van duurzame energieplannen lijkt het ons dus verstandig dat middelen

uit de Duurzaamheidsfonds vooral, en misschien wel uitsluitend, daarvoor worden ingezet, voor het plaatsen van zonnepanelen isoleren dus. Dit ter voorkoming van besteding van middelen voor investeringen die samenhangen en afhankelijk zijn van nog te maken keuzes in de hopelijk nabije toekomst. Graag een reactie van de wethouder op dit punt, naar zijn ideeën, zijn mening daarover? De doelen van het Duurzaamheidsfonds lijken duidelijk, alhoewel het ons niet gemakkelijk valt om het verband tussen duurzaamheid en het bestrijden van iepziekte uit te leggen. Een aspect dat onzes inziens nog verdere uitwerking verdient is de verdeling per doelgroep, want nu is alleen het jaarlijkse beschikbare subsidieplafond van 450.000 euro gemeld. Ook is het ons niet helemaal duidelijk hoe het er bij de toekenning van het jaarlijkse beschikbare subsidiebudget aan toegaat. Wie het eerst komt, het eerst maalt lijkt ons een minder gelukkig uitgangspunt. Graag over dit punt opheldering van de wethouder hoe dit wel is voorzien. En dan tenslotte, voorzitter, alvorens het college te mandateren om eigenstandig middelen uit de Duurzaamheidsfonds toe te kennen vragen we het college eerst de criteria voor toekenning en de hoogte van subsidies - mevrouw Duijn hintte er ook al op - bijvoorbeeld naar gelang de effectiviteit per realisering van de duurzaamheidsdoelen met de raad af te stemmen.

Ik hoor graag van de wethouder of hij daartoe bereid is? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En laten we meteen aan de wethouder vragen, ook alle andere vragen die aan de wethouder zijn gesteld. Mijnheer Van Haeften? De heer Van Haeften: Voorzitter, dank u wel. Dank voor de vragen en van een aantal van u al de toezegging dat het een hamerstuk mag worden. Nou, daar ben ik ontzettend blij mee. Maar ik begrijp de vragen die gesteld zijn, ga ik ervan uit, dat dat niet het geval zal zijn. Als eerst een reactie op een aantal vragen die mevrouw Koper stelde. Dat ging even met name – ook de heer El Gebaly stelde de vraag en mevrouw Duijn meen ik - als het gaat over het communicatietraject. Jaarlijks Duurzaamheidsfonds is daarvoor beschikbaar. Dat doen we nu in feite ook al. We geven nu ook al aandacht aan besparingsmogelijkheden als het gaat om campagnes die betrekking hebben op het isoleren van eigen woningen en dergelijke. Dat nemen we dus ook in dit proces nemen we dat gewoon mee. We zullen dus met grote regelmaat inwoners informeren over hun mogelijkheden waar men gebruik van kan maken. Dus daar zullen wij uiteraard scherp op toezien, omdat het de bedoeling is dat iedereen in Zandvoort, inwoner en ondernemer, weet dat men ergens een beroep op kan doen als het nodig is, als men dat wil, dus daar gaan we voor zorgen.

Een concrete vraag was even, ook mevrouw Koper, als het ging om de vve’s. Zijn het er nu tien of zijn het er nu acht? Het zijn er acht, mevrouw Koper. Dan ook een vraag van mevrouw Koper: wanneer starten wij met de uitvoering? Nou, wat mij betreft zo snel als mogelijk, wat betekent dat alles in voorbereiding is om het te kunnen uitrollen en het is afhankelijk van uiteindelijk u als raad om eind deze maand daar instemming voor te geven, en dan zullen wij op zeer korte termijn ook echt kunnen uitrollen en alle inwoners kunnen informeren over de mogelijkheden die er dan ook zijn. De heer El Gebaly stelde denk ik, en dat werd al door de heer De Graaf bevestigt, een verzoek om de bedragen die in de tekst in het voorstel min of meer onoverzichtelijk misschien zichtbaar gemaakt zijn, om die te rubriceren. Nou, ik zeg dat graag toe. Het kan heel eenvoudig u in de loop van de week een Excelsheetje toesturen zodat u helder terug kunt zien welke bedragen nu precies bestemd zijn voor welke lening of subsidie en of die revolverend zijn of niet. Dus dat krijgt u van mij de komende dagen toegestuurd.

Dan was er ook nog een vraag van de heer El Gebaly: wat nu als, zeg maar, zoals we dat gisteren zagen in Groningen, je hebt op een gegeven moment een totaalbedrag beschikbaar, een budget beschikbaar, en binnen een paar uur of binnen een paar dagen soms, zoals in Groningen, in één dag blijkt dat het aantal aanvragen het beschikbare budget overschreden heeft? Nou, in dat geval, mocht dat zo zijn, dan bent u aan zet om te beoordelen of u op andere onderdelen waar minder aanvragen op binnengekomen zijn om te zeggen: nou, we gaan dat budget verschuiven, we gaan meer toekennen aan welke overschrijding aanvragen dan ook. Daar gaat u zelf over. Dat breng ik ook naar u terug. U kunt daar zelf een besluit over nemen wat u belangrijk vindt. Uiteraard zullen we

daar ook als college een voorstel bij doen, maar u kunt ervan overtuigd zijn dat we daar ook inderdaad bij u zullen vragen wat u daarvan vindt, en wat voor besluit u daarover wilt nemen. En het sympathieke voorstel wat ik ook kreeg, ik dacht dat het de heer Endstra was, ook ondersteund door de heer De Graaf, daar waar het gaat: kunnen wij niet onderzoeken of er extra middelen beschikbaar gesteld kunnen worden vanuit Den Haag? Ik denk dat het een heel goed voorstel is. Ik ben bereid daar onderzoek naar te doen of die mogelijkheden er zijn, dus zodra daar wat dat betreft meer duidelijkheid over is dan zal ik u daarover informeren. Want zoals we dat eigenlijk al constant doen, daar waar subsidies beschikbaar zijn voor gemeenten om activiteiten te ontplooien en dit soort zaken mogelijk te maken dan slagen wij er constant in om die subsidieaanvragen, hetzij bij de provincie, hetzij in Den Haag ook inderdaad aan te vragen en ook te ontvangen. Dus mocht die er zijn dan zullen we dat ook inderdaad ook u laten weten, en dat verruimt ons budget alleen maar. Dat is alleen maar mooi. De heer Deen die stelde een concrete vraag wat betreft eigenlijk ook een beetje de discussie die we hier al voor hadden waar collega Bluijs al iets over zei als het gaat over de ontwikkeling met betrekking tot de energieprijs.

Zou het beschikbaar bedrag niet beter besteed zijn aan armoedebestrijding of mensen die door stijgende prijzen als het gaat om energie daarin tegemoetgekomen kunnen worden? Nou, voor een deel heb ik al aangegeven, vind dat al plaats. Maar aan de andere kant, als het gaat om ontwikkelingen op dat vlak is het toch wel vaak een landelijk beleid waar wij als gemeente mee te maken krijgen, ook als het gaat om stijgingen, en als het gaat om gasprijzen en energieprijzen. Bovendien moet het ook denk ik duidelijk zijn mijnheer Deen dat vooralsnog het iedereen vrij is en vrijstaat om een activiteit op te starten die gezien kan worden als een verduurzaming van de eigen woning, of het eigen bedrijf. We verplichten niemand, dus het is aan iedereen vrij om gebruik te gaan maken van deze mogelijkheid om of een lening af te sluiten, dan wel een subsidieaanvraag in te dienen. De voorzitter: En ik zie een interruptie van de heer Deen. Gaat uw gang. De heer Deen: Ja, voorzitter, dank u wel, ja, want mijnheer Van Haeften geeft wel antwoord maar niet echt op mijn vraag, want hier heb ik het helemaal niet over. Ik heb het niet over mensen die subsidie kunnen aanvragen om hun huis te verduurzamen om wat tegemoetkoming in de kosten te krijgen van een procent of 30 om allemaal zonnepanelen te plaatsen.

Ik heb het over mensen die geen boodschappen meer kunnen doen omdat ze de energierekening niet kunnen betalen, en dan komt u met een verhaal dat dit een landelijk iets is. Dat is helemaal niet. Dit Duurzaamheidsfonds wat wij hier hebben opgezet is toch ook geen landelijk iets? Dat hebben wij toch opgezet vanuit de raad in Zandvoort? Dan kunnen wij toch ook zelf bepalen waar we dat geld aan besteden? En u heeft net in het begin van de vergadering geantwoord dat er wel ten deel her en der wat gedekt wordt, maar niet alles. Nou, dan kunnen we die mensen toch tegemoetkomen met een deeltje van al deze miljoenen? Dat is concreet mijn vraag. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Haeften? De heer Van Haeften: Ja, dank u, voorzitter. Ja, ik heb inderdaad … Trouwens, een heel sympathiek voorstel overigens, mijnheer Deen. Ik begrijp dat u zich hard maakt voor die inwoners van Zandvoort die door de stijging van de energielasten in de problemen komen. Ik heb u in het begin aangegeven dat de landelijke overheid daar financiële steun voor aanbiedt. En het kan best zo zijn dat er uiteindelijk toch nog huishoudens in Zandvoort tekortkomen op dat vlak, en dan is het aan collega Bluijs om te kijken in hoeverre deze mensen apart daar nog gesteund in kunnen worden. Dat heeft niets te maken met dit Duurzaamheidsfonds, dat heeft te maken met het minimabeleid en armoedebeleid.

En bovendien het geld geven wij niet allemaal in één keer uit. 50% van dit beschikbare budget is revolverend, dus het komt weer terug waardoor er een continue stroom beschikbaar is om inwoners te helpen bij de verduurzaming van hun eigen woning of huurwoning. De heer

Bouberg-Wilson die begon eigenlijk met een vraag die ik maar vertaal naar het onderwerp wat hier straks aanbod is, namelijk de Transitievisie Warmte. De voorzitter: Een interruptie. Sorry, mijnheer Van Haeften. Een volgende interruptie van mijnheer Deen. De heer Deen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, nog even als tweede vraag. Kijk, ik stel best wel een concrete vraag, maar ik krijg daar wat dat betreft toch een ontwijkend antwoord op van deze wethouder. Nou, dan stellen wij het door naar de heer Bluijs zoals hij het zegt, en dan wil ik graag ook dat de heer Bluijs mijn vraag beantwoord of hij bereid is om uit dit fonds, want dit fonds heeft wel degelijk met dit soort zaken te maken. Dit is een fonds dat volledig gebaseerd is om duurzaamheidsmaatregelen uit te voeren, en om de kosten daarvan te dragen. Nou, dit is een onderdeel daarvan. Mensen kunnen dit dus blijkbaar. Sommige mensen kunnen dit niet, en ik wil van de heer Bluijs dan graag een antwoord. De voorzitter: Het is zeer gebruikelijk dat zowel bij u als fractie, maar ook het college dat er één woordvoerder is. Ik wil de heer Van Haeften dus ook vragen om deze vraag door te geleiden naar de heer Bluijs dat hij daar schriftelijk op kan terugkomen voor de raadsvergadering. De heer Van Haeften: Ja, voorzitter. Dat zou mijn voorstel zijn. Ik heb de vraag gehoord.

Ik heb het duidelijk gehoord, ik heb hem voor drie keer achter elkaar gehoord, en ik zal dus de vragen doorgeleiden naar mijn collega Bluijs die daar een antwoord op zal geven, hetzij schriftelijk of eventueel voor die tijd u daarover informeert over het standpunt daarover. De voorzitter: En klopt het dat ik nog een interruptie van de heer Deen zie? De heer Deen: Nee, sorry, voorzitter. Het handje stond er nog. De voorzitter: De ene keer zie ik uw handje te laat, en de andere keer … De heer Deen: Het gaat in ieder geval alle kanten op. Bedankt. De voorzitter: Helemaal goed. Mijnheer Van Haeften, gaat u verder. De heer Van Haeften: Ja, ik was bij de heer Bouberg-Wilson die zijn eerste vraag eigenlijk stelde waarvan ik de interpretatie heb dat het gaat over Transitievisie Warmte. Dat komt als ik het goed heb over twee of drie agendapunten later, dus dan kunnen we het daar nog inhoudelijk even over doorpraten. En de opmerking, de vraag, die eigenlijk kwam als het gaat om de verdeling per doelgroep.

Nou, ik heb net al aangegeven dat op het moment blijkt dat er meer vragen binnenkomen voor een onderdeel binnen dit plan beschikbaar gestelde budget en het andere blijft achterwege, dan kan je, en dat heb ik ook toegezegd, weer terug naar de raad en zeggen: dit is de constatering, bent u van mening dat een herverdeling van de beschikbare budgetten beschikbaar gesteld kunnen worden? En dan bepaalt u dan uiteindelijk of u het daar wel of niet mee eens bent. En op dit moment… De voorzitter: Sorry, mijnheer Van Haeften. Ik zie een interruptie van mijnheer Bouberg-Wilson. De heer Bouberg-Wilson: Ja, dank u wel voorzitter. Het punt is namelijk dat mijn eerste vraag betrof niet de Warmtetransitie, maar betrof de keuze uit de inzetbaarheid van duurzame energiebronnen die daaruit volgt. En daaruit bleek dat voor wat betreft de no-regret-maatregelen er alleen een keuze is op dit moment tussen het plaatsen van zonnepanelen en isoleren. En ten aanzien van de Duurzaamheidsfonds heb ik gevraagd of het

dan ook niet verstandig is dat middelen vanuit de duurzaamheid uitsluitend misschien wel voor deze doelen worden ingezet omdat je anders de mogelijkheid hebt dat middelen die je beschikbaar stelt, subsidies bijvoorbeeld, worden besteed aan investeringen die later blijken een onverstandige keus te zijn geweest omdat die namelijk van nog te maken keuzes afhankelijk zijn, de doelmatigheid van de besteding van die middelen. Dat is het ten aanzien van het eerste punt. Dan ten aanzien van de besteding van het subsidieplafond, per jaar 450.000 euro, dan is de vraag ook iets anders, namelijk is er weliswaar een subsidieplafond vastgesteld, maar niet is vastgesteld welk deel van die subsidies voor elk van de verschillende doelen is bestemd. En op het moment dat je dat niet doet dan kan het wel eens zo zijn dat je je misschien beperkt in het bereikbare van het ene doel ten koste van het andere doel. En bovendien kan het ook wel eens zo zijn dat de ene partij misschien beter kan profiteren van een subsidie en een ander als hij bijvoorbeeld de eerste is geweest die dat heeft aangevraagd.

Vandaar ook de vraag hoe is dat geregeld, niet alleen voor wat betreft het toekennen van subsidies per doelgroep aan iedere doelgroep als soort, maar ook hoe kom je als doelgroep voor die subsidie in aanmerking, hoe gaat dat? Is dat: wie het eerst komt, wie het eerst maalt, of is dat hopelijk een betere toedeling? Tot zover. Dank u, voorzitter. De voorzitter: 22 subsidies in één keer. Dank u wel, mijnheer Bouberg-Wilson, en dan geef ik graag het woord weer terug aan de heer Van Haeften. De heer Van Haeften: Ja, dank u, voorzitter. Nee, dan had ik inderdaad de eerste vraag verkeerd begrepen, mijnheer Bouberg-Wilson. Kijk, het punt waar het om draait natuurlijk is dat we nog niet helemaal helder in beeld hebben, af en toe dat we dat terug horen, wat betreft de ontwikkelingen op het gebied van energiegebruik of middelen die ons in staat stellen op een andere wijze onze energievoorziening noodzaak te gebruiken of aan te wenden. Dus dat is een proces waar we de komende jaren, ook als het gaat om technische ontwikkelingen, mee geconfronteerd gaan worden en dat we daarop kunnen inspelen. Dus dat traject is nu eenmaal niet altijd helemaal helder, op dit moment in ieder geval niet. En dan even de beantwoording van uw opmerking als het gaat beschikbare budget en de doelgroep verdeling. Ja, daar geldt eigenlijk hetzelfde voor.

Ik kan nu niet inschatten op welke onderdelen van dit Duurzaamheidsfonds en de beschikbare leningen dan wel subsidies er op dit moment een grote behoefte aan is. We kunnen vergelijken zoals we dat ook in de notitie hebben meegegeven, zoals bijvoorbeeld in Heemskerk is gegaan, en bijvoorbeeld in Haarlem. Daar hebben we een beeld waar de meeste aanvragen op binnenkomen, zowel uit het bedrijfsleven als particulieren. Dat geeft ons een beeld wat we kunnen verwachten, maar dat weet ik eerlijk gezegd op dit moment gewoon niet. Dus we zijn net als u nieuwsgierig naar de belangstelling vanuit de samenleving, ondernemers en inwoners om te kijken waar men op dit moment behoefte aan heeft. En dat zetten we ook straks in die Transitievisie Warmte op vooral eigenlijk, wat u zelf ook aangeeft, zonnepanelen, isolatie, dat soort maatregelen in de beginfase, want die hebben direct resultaat, dan gaan we ook voor. Dus op korte termijn zien we ook daar de gewenste resultaten in terug. En ja, het betekent wel dat degene die snel is op dit moment natuurlijk wel als eerste de gelegenheid krijgt om beoordeeld te worden. Dus of een aanvraag hier binnenkomt is niet per definitie de zekerheid dat je ook in aanmerking voor de lening of voor de subsidie, maar het wordt in eerste instantie beoordeeld op een aantal punten zoals die ook in het overzicht benoemd zijn waar je voor een aanvraag kan indienen.

En vervolgens vindt dan bij de SVn nog een keer een financieringstoets plaats. We kijken of organisaties, bedrijven of particulieren uiteindelijk ook financieel daadkrachtig zijn om de lening ook terug te kunnen betalen, dus daar vindt een financiële toets plaats. Dus het is niet zo dat alles en iedereen als eerste binnenkomt, als tweede binnenkomt hoeft per definitie als eerste en tweede aan de beurt te zijn. Er vindt natuurlijk nog gewoon een toetsing plaats zowel vanuit een technische invulling als vanuit een financiële invulling. Voorzitter, ik meen … Nee, dan is er nog één vraag geweest van mevrouw Duijn. Dat ging over het projectbudget voor het college van 100.000 euro. Die vraag is al schriftelijk

beantwoord. U kunt het teruglezen die de heer Bouberg-Wilson namens OPZ heeft ingediend. Betekent dat de voorbeelden die we hebben, zoals we die de afgelopen periode hebben meegekregen. Er was ineens een iepziekte in Zandvoort, de bomen moesten worden gekapt en moesten worden herplant. We hebben uiteindelijk toestemming gekregen van u als raad om 150.000 euro daarvoor uit dit fonds te halen, zoals we ook 50.000 euro gebruikt hebben voor de uitwerking van de plannen met betrekking tot de circulaire hotspots. En dan zie je dat de bouw … De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Bouberg Wilson. Mijnheer Bouberg Wilson, gaat uw gang. De heer Bouberg Wilson: Ja, ik kreeg namelijk de indruk dat de wethouder meende alle vragen beantwoord te hebben en ik stel maar even de laatste vraag die ik had genoemd, die stel ik maar even opnieuw. Alvorens het college te mandateren om eigenstandig middelen uit het Duurzaamheidsfonds toe te kennen vragen we het college eerst de criteria voor toekenning en hoogte van subsidies, bijvoorbeeld naargelang de effectiviteit per realisering van de duurzaamheidsdoelen, met de raad af te stemmen. Graag een reactie of toezegging van de wethouder op dit punt, vroeg ik. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Haeften. De heer Van Haeften: Ja, dank u, voorzitter.

Kijk, waarom hebben we dit zo opgenomen? Omdat het in de praktijk zo kan zijn, kijk naar het renovatieplan van theater De Krocht, dat we zeggen we zitten nu, we constateren dat bijvoorbeeld als het gaat om de iepziekte, dat we op korte termijn besluiten moeten kunnen nemen als college. Een college moet een besluit kunnen nemen van dit is dringend en daar leggen we dan ook inderdaad verantwoording voor u bij af. Als u zegt van nee, we willen dat voorafgaande aan het collegebesluit weten en betrokken worden, dan hoor ik graag of de andere commissie- en raadsleden daar ook zo over denken, want dan ben ik uiteraard op basis van datgene wat u van mij vraagt gehouden om daar u vroegtijdig in te betrekken, maar het voorstel wat ik nu heb gedaan is dat wij ruimte krijgen om inderdaad dit soort processen, die soms dringend zijn en de voorbeelden die daar ook al eerder in genoemd zijn, om die ter hand te kunnen nemen, omdat het vaak dan inderdaad echt noodzakelijk is. De voorzitter: Mijnheer Bouberg Wilson, ter interruptie. De heer Bouberg Wilson: Ja, voorzitter, dank u wel.

Het gaat ons er niet om dat wij niet overtuigd zijn van het feit dat er omstandigheden kunnen zijn die een snel optreden van het college vereisen, maar waar het om gaat is dat wij dan wel graag van het college een onderbouwing zouden willen krijgen van de criteria van de toekenning in dergelijke gevallen voor de hoogte van de subsidies. Bijvoorbeeld heb ik genoemd om naargelang de effectiviteit per te realiseren duurzaamheidsdoel en dat van tevoren met de raad af te stemmen. Als we dat doen dan kunnen we het volledig aan het college overlaten, want dan zijn niet alleen duurzaamheidsdoelen zijn helder, maar dan zijn ook de criteria voor toekenning helder en dat is wat ons betreft op dit moment niet duidelijk. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Van Haeften. De heer Van Haeften: Nee, voorzitter, ik begrijp het, mijnheer Bouberg Wilson en dat kan ik u ook toezeggen. Ja hoor.

De voorzitter: Helder, dank u wel. Dan was volgens mij u aan het einde gekomen van uw eerste termijn, toch, mijnheer Van Haeften? Dan kijk ik de commissie rond of iemand het woord wenst in twee termijn. Ik zie mevrouw Koper. Gaat uw gang, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de portefeuillehouder voor zijn uitgebreide beantwoording, maar wat mij betreft was het nog niet concreet genoeg ingegaan op de vragen die de Partij van de Arbeid heeft gesteld en het gaat over de communicatieplan en de wijze waarop we dat met elkaar financieren straks en diezelfde vraag heb ik natuurlijk ook gesteld over de groene initiatieven buurtbudget, want het gaat er dan om wanneer is zo’n potje leeg? Nou, er staan twee potjes nu in het Duurzaamheidsfonds opgesteld, eentje van een ton en eentje van vierenhalve ton. Ik zou graag willen weten uit welk potje die beide initiatieven worden gefinancierd. Dat was concreet mijn vraag en ook of het communicatieplan in het uitvoeringsplan terechtkomt en dan zou ik graag ook nog even willen reageren op het sympathieke voorstel van het CDA en D66 als het gaat om extra geld uit Den Haag. Dat hebben we natuurlijk in oktober al bij de begroting gevraagd, maar toen waren we nog in de veronderstelling dat de partijen die nu een kabinet gevormd hebben, dat die dat ook spoedig zouden doen.

Het is ondertussen januari, u heeft gelijk, wij wachten allemaal op volgens mij met spoed geld uit Den Haag en mag ik dan van de gelegenheid ook nog even gebruik maken om collega PVV, die zegt dat het een nutteloos fonds is, maar die wel dat geld daarvan wil uitvoeren, het is niet voor instelling van het fonds en de wethouder speelt mooi weer. Nou, ik vind het ook mooi weer spelen als we met elkaar regelmatig de discussie voeren over energiearmoede en nu gaan we het hebben over de initiatieven uit het Duurzaamheidsfonds, dat we dan daar nu deze discussie voor gebruiken. Ik ben het volledig met hem oneens. Dank u wel. De voorzitter: En ik ga nu het woord geven aan de heer Deen voor zijn tweede termijn en daarna de heer Bouberg Wilson, van wie ik ook een hand heb gezien. Of was het ter interruptie? Volgens mij niet, hè. Nee, oké. Mijnheer Deen, gaat uw gang. De heer Deen: Ja, dank u wel, voorzitter en even naar mevrouw Koper. Kijk, dit fonds is nu een voldongen feit, dus als het er toch is dan kun je ook maar beter het geld uitgeven aan zaken die wij dan ook belangrijk vinden.

We kunnen er toch niks meer aan veranderen en wij verwachten toch, voorzitter, even via u naar de heer Van Haeften, wij verwachten toch aangaande de energietransitie en straks ook voor de Transitievisie warmte die we zo gaan bespreken, medewerking van onze inwoners en ondernemers, dat is toch iets wat wij verwachten. Op het gebied van duurzaamheid is dit allemaal en ik vind het dan toch zeer makkelijk en ook van weinig empathie getuigen van u om gewoon dit af te kappen en te zeggen dat dit fonds hier niet voor bedoeld is en deze mensen dus maar iets anders moeten zoeken of in de kou moeten gaan zitten. Kan de heer Bluijs hier nog iets over zeggen, voorzitter? De voorzitter: Nou, in elk geval wil eerst volgens mij mevrouw Koper daar iets over zeggen, want die had een interruptie. Mevrouw Koper: Ja, dank u wel, voorzitter, want dit is nou precies wat mijnheer Deen weer gaat doen, dit is mooi weer spelen over de rug van het Duurzaamheidsfonds, terwijl we met elkaar in het begin van de vergadering hier al een discussie gevoerd hebben over de energiearmoede en de hele raad al een aantal gemeenteraadsvergaderingen vraagt aan de wethouder Financiën wilt u alstublieft kijken wat u daaraan kan doen en de wethouder heeft daar een toezegging over gedaan. Nou, dan is dit mooi weer spelen.

De voorzitter: Nou, daar wil ik toch als voorzitter even … In meerdere punten komt de sfeer binnen deze raad aan de orde, onder andere in het bestuurskrachtonderzoek wat wij morgen bespreken. Termen als mooi weer

spelen over een anders betoog voegen daar volgens mij niet heel veel aan toe en zorgen ervoor dat die sfeer alleen maar slechter wordt. Dus, mevrouw Koper, u kunt het oneens zijn met hoe de heer Deen dit fonds zou willen gebruiken, maar ik verzoek u om dat bij inhoudelijke argumenten houden en niet dit soort termen te gebruiken. Mevrouw Koper: Voorzitter, mag … De voorzitter: Ja. Mevrouw Koper: Voorzitter? Ik ben het helemaal met u eens als u iedereen gaat kapitelen op taalgebruik hoor, want het zou fijn zijn. U weet het, ik ben voor samenwerking in de raad en ik ben voor een fatsoenlijk en zuiver debat, maar de woorden mooi weer spelen die heb ik gekopieerd van de heer Deen. Misschien ben ik dan de papegaai in deze. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, ik geef het woord aan de heer Deen voor de beantwoording van deze interruptie. De heer Deen: Ja, voorzitter, opmerkelijk allemaal. Ik heb de woorden mooi weer spelen helemaal niet gebruikt en ik stel gewoon voor om dit fonds, ja, te gebruiken om iets op te lossen waar Zandvoort op zit te wachten en als mevrouw Koper dat vervelend vindt dat dat bij mij vandaan komt of anderszins.

Ja, dan kan dat, maar ik zit hier ook om iets te kunnen zeggen en inhoudelijk te kunnen toevoegen, ook aan dit agendapunt en dat heb ik volgens mij duidelijk gezegd en ja, ik kan er niks aan doen, mevrouw Koper, dat u het niet heeft gezegd, maar dat ik het deze keer ben. Excuus daarvoor. De voorzitter: En hiermee was u volgens mij klaar met uw bijdrage in tweede termijn. Ik zie nog een interruptie van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, want ik moet mevrouw Koper in deze wel steunen, want wat de heer Deen zegt is feitelijk onjuist. In de stukken wordt telkens gesproken over woonlasten neutraal. Wat erop neerkomt dat de woonlasten van mensen niet stijgen ten koste van duurzaamheidsbeleid en wat de heer Deen hier meermaals aan het doen is, is telkens benadrukken dat de woonlasten zullen stijgen, ten koste van duurzaamheidsbeleid. Dus wat hij zegt is feitelijk onjuist en gaat tegen de stukken in die wij hier behandelen en die wij met elkaar hebben vastgesteld. De voorzitter: En uw vraag aan de heer Deen is? De heer El Gebaly: Of de heer Deen zijn feitelijke onjuistheden wil rechtzetten, want wat hij zegt klopt gewoon feitelijk niet. De voorzitter: Mijnheer Deen. De heer Deen: Ja, dank u, voorzitter. Nee, dat wil ik niet, want dit zijn namelijk feitelijke juistheden.

Het is namelijk zo dat nu al een groot deel van onze inwoners echt, echt hele grote problemen heeft met het betalen van de energierekening, punt. Dat verzin ik niet. Dat verzin ik niet. Ja, misschien, meneer El Gebaly en mijnheer Van Haeften, spreekt u die mensen niet. Dat kan. Als uw achterban uit andere mensen bestaat, dan is dat mogelijk en als die zich druk maken om een beschikbare laadpaal of op een bakfiets waarmee ze hun kinderen van school moeten halen, dan is dat ook goed, maar ik maak me hier druk om en ik wens dan niet

voor onjuistheden, onfeitelijkheden of mooi weer spelen, daar gaat het niet om. Ik zit hier voor Zandvoort, niet voor mezelf. Dank u. De voorzitter: Ik zie nog een korte verduidelijkende vraag van mijnheer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, voorzitter, sterker nog, een kortere verduidelijking wat de heer Deen zegt. Het was deze fractie van GroenLinks die een motie heeft ingediend om juist die armoedebestrijding en die gaten die er vallen in de budgetten van mensen, om die op de vulling. Dat was deze fractie van GroenLinks. Dus u kunt mij wel verwijten dat ik dat niet doe en dat ik aan de bakfiets zit, wat ik geen eens heb, want ik heb een normale fiets, maar wat u zegt weer in dit geval is feitelijk onjuist. Wij maken ons juist druk om die mensen. Dus ik weet niet waar u dit vandaan haalt en wat uw onderbouwing daarvoor is, maar als u dan ons wil aanpakken op feiten, ik geef u mijn feiten. Ik geef u onderbouwing daarvan. Nu wil ik dan ook uw feiten zien en uw onderbouwing, want die geeft u niet. U speelt in op het gevoel, maar komt niet met de onderbouwing van wat u zegt en dat vind ik jammer. De voorzitter: Dan geef ik nog één keer het woord aan de heer Deen. De heer Deen: Ja, laatste keer, voorzitter, bedankt. Ja, prima. Ik ben het helemaal met u eens, mijnheer El Gebaly en ik zeg daarom, besteed dan geld uit dit fonds aan dat grote probleem wat we beiden erkennen.

Dat is het enige wat ik zeg en niets meer, maar ook niets minder. Dank u wel. De voorzitter: Helder, dank u wel, mijnheer Deen. Ik zag nog een interruptie van mevrouw Koper en dat is wat mij betreft de laatste op het betoog van de heer Deen. Mevrouw Koper: Ja, ik heb nog een verzoek dat we teruggaan naar de orde van de vergadering, voorzitter, want we hebben het over het Duurzaamheidsfonds. De portefeuillehouder en wijzelf hebben ook zelf aangegeven waar die discussie over de energiearmoede, wat ons allemaal zeer aan het hart gaat en ik ben blij dat ook mijnheer Deen aan het hart gaat, dat we die ook daar voeren, zoals dat ook in het begin van de vergadering door de wethouder Financiën aangegeven is. Dus ik zou graag door willen gaan met de discussie over het Duurzaamheidsfonds. Dank u wel. De voorzitter: We zijn de hele tijd bezig geweest met de discussie over het Duurzaamheidsfonds. Dank u wel, mevrouw Koper en mijnheer Deen, wilt u nog reageren op deze laatste opmerking? Oké, dan was u volgens mij wel klaar met uw tweede termijn. Dan geef ik nu het woord in tweede termijn aan de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja, voorzitter, dank u wel.

Ik wou nog eventjes gebruikmaken van de mogelijkheid om de wethouder te bedanken voor zijn toezegging, laatste vraag en ik wou ook nog even steun betuigen aan het sympathieke voorstel van het CDA en D66 inzake een verzoek aan de regering te richten om het goede voorbeeld wat Zandvoort geeft ten aanzien van de duurzaamheidsrealisering, doelstellingen, om die te verzoeken of dat het kabinet daar ook nog een extra budget, misschien een verdubbellaar of iets dergelijks, aan zou kunnen koppelen. Voor wat betreft de behandeling in de raad, een bespreekstuk, dat is al door anderen gezegd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij zag ik verder niemand voor een tweede termijn, dus geef ik graag het woord in tweede termijn aan de portefeuillehouder, de heer Van Haeften.

De heer Van Haeften: Ja, voorzitter, dank u wel. Toch even ter verduidelijking op de vraag van mevrouw Koper hoe wij het communicatiebudget daarvoor daar precies gaan ophalen. Nou, bij het punt negen van het voorstel voor besluit heb ik aangegeven dat er jaarlijks een bedrag van 100.000 euro beschikbaar komt voor de uitvoering van dat duurzaamheidsbeleid. Daar zit dus ook de uitgave voor communicatie bij in. Er zijn dus ook daar budgetten voor beschikbaar, vier jaar lang, om heel duidelijk inwoners en ook ondernemers te informeren over de mogelijkheden van de maatregelen en de regelingen die daarvoor zijn. Dus daaruit wordt het gefinancierd. Toch, als u mij toestaat, voorzitter, toch nog even een aanvulling op de opmerking die ook nog een keer de heer Deen gemaakt heeft. Ik zou het heel kort houden. In Zandvoort zijn er bij mijn weten 560 huishoudens waarvan we kunnen zeggen die te maken hebben met energiearmoede. Daarvoor zijn er regelingen. Die heb ik in het begin aangegeven, daar is geld voor beschikbaar, dat hoeft niet uit het Duurzaamheidsfonds te komen zoals we dat hebben opgesteld, wat we nu bespreken, maar ook daar is landelijk ondersteuning voor beschikbaar. Daar richten wij ons ook op. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En ook dit punt gaat als bespreekstuk naar de agenda van de komende gemeenteraad toe. 7.

Verstedelijkingsconcept MRA De voorzitter: Dan zijn we aangekomen bij het instemmen met … Bij het agendapunt zeven, dat is instemmen met het Verstedelijkingsconcept van de MRA, versie drie, in Zandvoort. Hiervoor is aangeschoven de portefeuillehouder, mevrouw Verheij. Op basis van de zienswijze van alle deelnemers in de metropoolregio is het Verstedelijkingsconcept aangepast. Aan de raad wordt gevraagd het definitieve Verstedelijkings… Verstedelijk… Verstedelijkingsconcept, ik blijf hierover struikelen, ik ga het woord proberen te vermijden, instemmen als basis voor het maken van rijk-regioafspraken en regionale afspraken in het vervolgtraject. De heer Potgiesser heeft zich gemeld als inspreker. U heeft een tijd moeten wachten, dank daarvoor en excuses dat de rest van de agenda wat langer duurde, maar ik geef graag het woord aan de inspreker, de heer Potgiesser. De heer Potgiesser: Dank u wel. U kunt mij horen? De voorzitter: Zeker. De heer Potgiesser: Dank u wel. Als eerste moet ik even zeggen dat het mij tweeëneenhalf uur gekost heeft om deel te kunnen nemen aan deze vergadering. Als ik bel dan werd ik doorverbonden, dan wel verbroken en daarna hoorde ik een bandje de medewerker is niet beschikbaar, u moet nog maar eens terugbellen en dat duurde tweeëneenhalf uur. Goed. Dat is dat. Als eerste vind ik de titel Verstedelijkings … Ik verspreek me ook, concept, misleidend.

Het is vooral voor de regio maatschappelijk zeer ingrijpend en het is een voorstel op heel veel terreinen. Het concept is grotendeels gebaseerd op de ambities van Amsterdam, waarbij gedacht wordt dat meer beter is. Tot nu toe resulteert meer in meer CO2-uitstoot, meer ruimtegebrek en een duurdere samenleving en een versnelling van de klimaatverandering. Ik vergelijk Amsterdam met een spons. Amsterdam zuigt zich vol met mensen en ondernemingen en als Amsterdam aan zijn grenzen zit wordt de spons uitgeknepen en mogen de omliggende gemeenten de problemen oplossen. Als voorbeeld, Amsterdam moet woonruimte realiseren, hierdoor schuift de haven steeds meer op naar de Noordzee en die gemeentes moeten het maar oplossen. Landjepik dus. Waar het voor mij op neerkomt in de Verstedelijkingsnota, wat een woord zeg, is het verstenen van de regio, het creëren van bakstenen woestijnen. Het concept bevat veel ongedefinieerde begrippen. Wat is leefbaar en wat is leefbaarheid? Daar heeft iedereen een andere definitie voor en zo kom ik in het stuk heel veel bewoordingen en begrippen tegen waarbij ik nou vijf tot tien definities

aangelegd kunnen worden en dan vraag ik mij af hoe kan men besluiten nemen over zo’n stuk, wat naar mijns inziens wel doorwrocht is, maar redelijk wollig. De status van het ROA, of de Metropoolregio Amsterdam. Ik heb bij het kantoor van het ROA of de MRA inlichtingen ingewonnen. De staatsrechtelijke status is nul. De bestuurlijke status is nul en het ROA valt niet onder de Wet openbaar bestuur. Het ROA heeft geen enkele officiële bestuurlijke status. Er zijn gemeenteraadsverkiezingen. Er zijn provinciale verkiezingen. Er zijn waterschapsverkiezingen. Er zijn Tweede Kamerverkiezingen. Er zijn geen regioverkiezingen. In de verkiezingsprogramma’s van de gemeentepartijen lees je niks over het ROA. Het ROA betreft 2,2 tot 2,5 miljoen mensen die beïnvloed worden door alle stukken die het ROA produceert. Het ROA heeft een hele grote invloed, maar heeft qua bestuurlijkheid geen officiële status. Alle goede bedoelingen ten spijt, het meedoen in het ROA is voor mij het verkrachten van de democratie. Doe er niet aan mij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk de commissieleden rond of één van hen een vraag heeft aan de heer Potgiesser. Dat is niet het geval, dan is uw betoog duidelijk. Dank u wel. Ik geef nu eerst een woord aan de commissieleden en vervolgens aan de wethouder, die ook uw opmerkingen zal meenemen.

Aan de commissieleden, laten we eens beginnen bij de Ouderen Partij. Wie van de Ouderen Partij kan ik het woord geven? De heer Bouberg Wilson: Ja, voorzitter, het duurde eventjes voordat mijn microfoontje weer online was, zal ik maar zeggen. Voorzitter, wat opvalt aan de verstedelijkingstrategie is dat er sprake is van een vrij hoog abstractieniveau, maar in afweging daarvan zijn er opmerkingen gemaakt inzake het mobiliteitssysteem die nogal concreet zijn en ook nogal grote consequenties hebben en uitgaan van mobiliteitstransitie, inclusief gedragsverandering, die op zijn minst opmerkelijk mag worden genoemd. Daarnaast zijn er kwalificaties in zaken bij duurzaamheidsdoelen dat ondanks elektrificatie van het wagenpark dit bij lange na niet wordt gehaald wat er aan duurzaamheidsdoelen aan daarvan is gesteld. Ook vanuit de automobiliteit wordt er een verband gelegd met verminderde leefbaarheid en om de verkeersdruk op het mobiliteitssysteem zoveel mogelijk te beperken wordt ingezet op het afremmen en spreiden van mobiliteitsgroei, zie pagina 62.

Gezien het belang dat Zandvoort bij een goede bereikbaarheid heeft, met alle moderniteiten hebben we samen afgesproken, constateren wij in weerwil daarvan dat het kaartbeeld mobiliteit systeemontwikkeling tot 2050, op pagina 61, geen enkele aanpassing ten westen van Haarlem aangeeft, ongeacht het feit dat iedereen ervan overtuigd is dat er wat betreft de recreatieve stromen naar de kust sprake zal zijn van een aanzienlijke toename van toerisme. Naar aanleiding daarvan hebben wij de volgende vragen aan het college. Welke taakstelling inzake het spreiden van toeristische druk en het beschermen van leefkwaliteit acht het college het passend bij Zandvoort als grote toeristische publiekstrekker en als tweede kustbadplaats van Nederland? Tweede vraag.

Op welke wijze en mate van sturing in de regie is het college bereid mee te werken aan het, ik citeer, evenwichtig spreiden van toeristische druk en het beschermen van leefkwaliteit? En tenslotte, welk standpunt heeft het college inzake autobereikbaarheid en welke maatregelen inzake autobereikbaarheid acht het college voorwaardelijk voor de borging van het grote economische belang dat Zandvoort daarbij heeft? Want, voorzitter, wij zien heel goed natuurlijk het belang van Zandvoort, of pardon, van Amsterdam, als grote trekker van allerlei economische activiteit, maar wat wij missen in de verstedelijkingstrategie, dat is ook het grote belang bij de toeristische economie, waarbij Zandvoort natuurlijk ook zeer, zeer gebaat is. Dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van D66. De heer De Graaf: Ja, sorry, voorzitter. Ook ik had problemen met mijn microfoon te vinden. Ik heb heel aandachtig naar de woorden van mijn collega de heer Bouberg Wilson geluisterd en wat mij daarin opvalt is

dat ik het volledig met hem eens ben daar waar het gaat om de bereikbaarheid van Zandvoort als toeristische badplaats. Dat Amsterdam de kar trekt dat moge wel duidelijk zijn, alleen Zandvoort moet zich niet laten ondersneeuwen en dat geldt feitelijk ook voor de passage de verbinding vanuit Velsen, de zogenaamde Velserboog. Daar wordt eigenlijk min of meer over gezegd ja, is niet nodig, kan niet gerealiseerd worden en ik wil me toch sterk maken dat dat wel eventueel gerealiseerd kan gaan worden, omdat dat de bereikbaarheid naar Zandvoort en de verkeersstromen duidelijker en inzichtelijker maakt. Daar wil ik het even bij laten in eerste termijn, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De VVD, mevrouw Duijn. Mevrouw Duijn: Ja, hartelijk dank. Ik zal het erg kort houden, want het stuk ziet er goed uit. De zienswijze is erin verwerkt, maar inderdaad, zoals eerder reeds is gezegd, zijn zaken sommigen nog wat abstract en zouden wij daarom ook graag antwoorden eerst willen terugzien van de reeds gestelde vragen door andere raadsleden. Maar ja, soms is natuurlijk voor zo’n grote opgave een bepaalde vorm van abstractie ook nodig en kijken wij dan ook later in het proces uit naar informatie over de voortgang van het proces en daar hou ik het hierbij. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De CDA-fractie. De heer Stephan: Ja, dan mag u bij mij zijn. Dank u wel.

Ik zou het ook even kort houden omwille van de tijd. Ik had er eigenlijk wat meer over willen zeggen, maar akkoord. Wij zijn, wat een beetje vervelend is, je ziet eigenlijk in het stuk, ik kom meteen naar de kern als u wilt, we zien eigenlijk in het stuk weinig van Zandvoort terugkomen en het is al even genoemd, maar ik wil toch ook graag even herhalen in verband met een ander punt, de Velserverbinding, is expliciet gezegd dat dat onderzocht is en niet is … De woorden waren dat het niet is gebleken dat daar nut en noodzaak voor is, een letterlijk citaat. Wil ik toch even ook graag meebrengen dat niet alleen Zandvoort wel degelijk nut en noodzaak inziet, maar ook Haarlem heeft dat punt gemaakt. Ik heb ook genoteerd de regio IJmond, maar ook bijvoorbeeld allerlei organisaties zoals de Industriekring Haarlem.

Dus het is een veel bredere vraag naar juist die verbinding tussen de A9 en de ja, hoe zeg je dat … De A208 en ja, het is toch jammer dat daar zo mee wordt omgegaan en we moeten ook even kijken wat we hier nog mee, maar dat is misschien ook even een onderzoek wat nog niet afgerond is, in welke volgorde dit nog aan te passen is, want ik vind het toch belangrijk dat dit nog wel wordt meegenomen, want we vragen echt niet veel van de MRA, van Zandvoort, of deze regio, maar als we iets vragen dan is het wel iets … Ja, in deze hoedanigheid wat ook echt iets wat we eruit kunnen halen en dat moeten we ook echt eruit halen en niet dat we daar ook samen moeten optrekken met Velsen, Haarlem en alle andere partners die er ook om vragen. Ja, daar laat ik het hier even bij. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de PVV, mijnheer Deen. De heer Deen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de inspreker, de heer Potgieter, heeft wat mij betreft volkomen gelijk, voorzitter. Een hele mooie inspraak over de feiten betreffende de MRA en over democratie en u kent ook de problemen die wij hebben met het instituut MRA en het feit dat deze MRA duidelijk op zoek is naar een steeds grotere mate van invloed, zou ik willen zeggen, in de verbonden gemeenten en daar zijn wij gewoon niet voor.

Wat Zandvoort wil is namelijk helemaal niet belangrijk voor deze MRA en wij zullen daarom ook wederom tegen dit raadstuk stemmen omdat wij het gewoon niet verstandig vinden om aan de steeds groter wordende hand van mevrouw Halsema te worden meegenomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks.

De heer Keuning: Ja, dank voor het woord, voorzitter. Grote vraagstukken aanpakken in de regio is van essentieel belang, want samen sta je sterker en het stuk spreekt ook over goede plannen en het is ook mooi om te zien dat de Zandvoortse visie grotendeels wordt meegenomen en het CDA haalde het net al aan, één van de onderdelen die niet is meegenomen is de Velserverbinding of de Velserboog. Het stuk schrijft hier helemaal niet over, het komt alleen terug in de antw’…’ … Dat is de reden dat de nut en noodzaak er niet wordt gezien. Een aantal jaar geleden waren meerdere mensen in de regio hier nog best enthousiast over en het stuk zelf is ook niet altijd specifiek genoeg. De oorzaak geven ze zelf ook aan, dat niet alles wat kan of wat in de toekomst gaat gebeuren is bekend en daardoor is het ook lastig om te weten wat Zandvoort nou precies moet gaan doen en ik hoop dat de wethouder dit dan nu ook wat meer kan toelichten. Bedankt voor het woord. De voorzitter: Dank u wel. De PvdA-fractie. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Voor ons de derde versie van het Verstedelijkingsconcept en Partij van de Arbeid heeft de vorige keer de zienswijze onderschreven. Is die nu juist verwerkt in dit stuk? Is voor ons gevraagd, zeker, met uitzondering van die Velserboog, zoals collega Stephan van het CDA terecht opmerkt en ik ben erg geïnteresseerd in waar zijn onderzoeken naar leidt.

Dat horen we vast voor de vergadering. Partij van de Arbeid vindt de samenwerking met de MRA belangrijk. Ik kom dan ook even op de inspreker, samen sta je sterker, zoals collega GroenLinks dat ook al wel zei, alleen door samenwerking kunnen we deze grote thema’s aanpakken en dan denk ik wel dat de titel oproept dat we alles gaan volbouwen, maar Partij van de Arbeid ziet dat anders. Volgens mij is juist deze samenwerking belangrijk om te zorgen dat we niet alles gaan volbouwen. Dat we juist die natuur, dat natuurgebied om ons heen behouden, dat we de rode contouren behouden en daar niet in gaan bouwen, zoals sommigen wel willen, maar dat we wel de opgave van de woningbouw met elkaar goed oppakken. Hoe ga je dan om met de democratie? Nou, dat is om te zorgen dat wij met al die gemeenschappelijke regelingen er goed bij zijn en dat we juist zorgen voor een grotere bestuurskracht, maar dat is een andere discussie. Doorpakken op de kansen die er zijn en wat ons betreft kunnen wij ons dan hierin vinden, maar we wachten nog even op wat het onderzoek van de heer Stephan zal brengen. Dank. De voorzitter: Dank u wel. De fractie van GBZ. Mevrouw Van der Veld, neem ik aan? Mevrouw Van der Veld: Jazeker, dank u wel.

Ja, gezien het stuk kan ik niet anders concluderen dat wij daarmee akkoord moeten gaan, want ja … Ik bedoel, wat kun jij als klein Zandvoort nog toevoegen aan dit hele grote stuk? Dat is dan onze vraag. Maar goed, akkoord. De voorzitter: Dank u wel. En als laatste de heer Drommel van de Fractie Drommel. De heer Drommel: Dank u vriendelijk, voorzitter. We behandelen het haast als een gemeenschappelijke regeling, maar het is geen gemeenschappelijke regeling. Het is een samenwerking en die is op basis van afspraken en we hebben die afspraken al een keer, mevrouw Koper zei het al net, drie keer nu besproken. Ja, drie keer, dit is de vierde keer. Of is het de derde, vierde keer? De voorzitter: Het is derde. De heer Drommel: Ja, maar in ieder geval, het is ontstaan uit de onderhandelingspositie van Zandvoort, van dit college, van deze wethouder, met die andere gemeentes en ik vind dat ze daar een goed resultaat hebben uitgehaald en ik denk dat wij als Zandvoort, de gemeente Zandvoort, daar best blij mee mogen zijn. Datgene

wat we steeds wilden, waar we op tamboereerden en waar we eigenlijk bij de anderen heel vervelend overkwamen, hebben we toch begrip bereikt en we hebben het begrip gekregen en het is verwerkt in dit stuk. Dus ik denk dat wij eigenlijk natuurlijk best wel wat argwanend mogen zijn en ook misschien wel wat terughoudend mogen zijn door grosso modo tevreden te zijn met wat hier ligt. Ik ben het althans en ik dank u daarvoor, wethouder en u ook, voorzitter, voor deze woorden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Drommel. En dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Verheij voor de eerste termijn van het college. Mevrouw Verheij: Dank u wel, voorzitter. En dank ook, mijnheer Potgiesser, dat u de moeite heeft genomen om in te komen spreken. Ik realiseer me dat het inmiddels redelijk laat is en voor de goede orde denk ik wel dat het goed is om nogmaals ook aan te geven wat nu precies de status is van de MRA, want het is juist niet de bedoeling om een extra bestuurslaag te creëren en de heer Drommel, die het laatst aan het woord was, gaf dat ook goed aan. Het is geen GR, geen gemeenschappelijke regeling, maar het is een samenwerkingsverband en er zijn dus inderdaad geen verkiezingen, maar dat willen we ook niet, want we willen ook niet dat er een extra bestuurslaag komt.

Het primaat blijft bij de raden en bij de Staten, want er doen ook twee provincies mee, maar het is niet de bedoeling om nu weer een extra bestuurslaag te creëren en het ROA waaraan u refereert, dat is het Regionaal Orgaan Amsterdam. Dat is inmiddels niet meer. Dat was eigenlijk via de stadsregio is dat soortement van opgegaan in de vervoerregio Amsterdam. Ja, mijnheer Bouberg Wilson, u geeft aan dat het een hoog abstractieniveau heeft. Ja, mevrouw Duijn gaf dat ook aan en dat klopt en dat heeft er ook mee te maken met de aard van het stuk ook wel het doel waarvoor het is, want het gaat om de samenwerking tussen regio en rijk. Wat dat betreft, mijnheer Bouberg Wilson, u had ook technische vragen gesteld over ja, ik noem het vaak nog de Velserboog, maar tegenwoordig wordt het formeel aangeduid als de Velserverbinding. Een aantal andere raadsleden haalden dat ook aan en ik vind dat u daar gelijk in heeft. Wij hebben ook in het raadsstuk al aangegeven vanuit het college van dat dat een punt is dat is onvoldoende belicht in dit stuk en in de nota van beantwoording. Want eigenlijk staat er heel kort nut en noodzaak niet aangetoond, terwijl eigenlijk wij vanuit de regio, de westflank van de MRA, om het zo maar even te zeggen, wij daar wel van overtuigd zijn en dat blijft ook inzet van onze samenwerking en ook … Dus ja, dat verandert niet.

Dus ik ben het van harte met u allen eens als u zegt van goh, de Velserverbinding vind ik echt niet voldoende belicht, dat is niet in lijn met het standpunt dat we nou ja, noem het dan maar even vanuit de westflank van de MRA eerder hebben ingenomen en dat herken ik. Dus als u, ik wacht inderdaad de nadere verkenning van de heer Stephan af, maar denk daarin ook graag mee. Daarnaast, mijnheer Bouberg Wilson, had u een aantal vragen ook op voorhand al gesteld en die zijn inderdaad niet ambtelijk afgedaan, omdat ook zag op de standpunten en meningen van het college, dus het is goed dat u ook in dit verband herhaalt. Uiteindelijk, het economische perspectief, dat is naar aanleiding van onze zienswijze wel aangepast en zeker ook het toeristisch perspectief, maar los daarvan zijn we, pardon, binnen de MRA nu ook bezig met een onderzoek naar de druk en draagkracht en spreiding is wel een thema, zoals dat ook jarenlang een thema is. Wij hebben daar in het verleden ook van geprofiteerd. Met het programma Amsterdam Bezoeken, Holland Zien werden bezoekers eigenlijk ook verleid om vanuit Amsterdam naar de Beach for Amsterdam te komen en waarom? Dat is omdat wij, onze economie is het toerisme. Wij ontvangen heel graag onze bezoekers en onze bezoekers zijn ook welkom.

Dat is niet veranderd en dat is ook nog steeds eigenlijk de gedachte daaruit, want er zijn ook plaatsen en dat moeten we ons ook realiseren, waar men eigenlijk zegt nou, wij hebben op dit moment te veel toeristen, om het zo maar te zeggen. In Zandvoort is dat op dit moment niet aan de orde, maar zoals in heel veel dossiers in Zandvoort moeten we altijd zoeken naar een goede balans tussen een badplaats en woonplaats en dat doen we eigenlijk in meerdere beleidsterreinen, maar naar aanleiding, de verwachting eigenlijk van dat onderzoek en nogmaals, dat vindt nog plaats, is dat er echt wel verschillen zitten in wat

gemeenten kunnen en willen. Bij ons is er ruimte, wij willen mensen ontvangen. In andere gemeenten is dat echt anders en aan de hand daarvan kun je natuurlijk ook sturen dat plekken die, waarvan de gemeente zelf zegt van nou, wij zitten aan onze taks en wij zeggen wij hebben nog ruimte. Hoe kun je dan verleiden om mensen van de ene plek naar de andere plek te laten gaan? Dit onderzoek vormt de basis eigenlijk voor de herijking ook van de strategische agenda voor toerisme en recreatie in de MRA en dan moeten we ook kijken van waar kunnen we juist samenwerken en waar kunnen we dus ook gebruik maken van de afspraken die er zijn, maar dat Zandvoort een badplaats is, een toeristische badplaats en we blijven de Beach for Amsterdam, voor de MRA het grootste deel van onze bezoekers komt ook uit die MRA, daar zal het college zich blijvend voor inzetten en hard maken. Ja, mijnheer De Graaf van D66, u refereerde ook aan de Velserverbinding, dat wordt nog even vervolgd, want ik ben het met u eens en datzelfde geldt eigenlijk voor de bijdrage ook van een aantal andere raadsleden, commissieleden.

Ik kijk even waar er nog vragen zijn gesteld die … Ja, mijnheer Keuning, uw verbinding haperde af en toe, dus ik heb genoteerd u had ook een opmerking over de Velserverbinding, dan had ik meegekregen en ik begrijp dat u ook zijn van nou, op een aantal onderdelen is het nog vrij abstract, maar omdat uw verbinding af en toe wegviel weet ik niet zeker of dat alle vragen waren die u had gesteld. Ja? Oké, dank u. Ik zie een bevestiging. Want inderdaad, de Velserverbinding, dat herken ik en het is inderdaad op onderdelen niet specifiek, maar dat is ook eigenlijk in lijn met de aard van dit stuk. Ja, en mijnheer Drommel, u heeft helemaal gelijk als u zegt dit is geen gemeenschappelijke regeling, het is een samenwerkingsverband en in dat verband hebben wij eruit gehaald wat erin zit, om het zo maar te zeggen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Verheij. Ik kijk even rond of iemand van de commissieleden behoefte heeft aan een tweede termijn? Ik zie in elk geval de heer Bouberg Wilson en verder geen handen. Dus ik geef de heer Bouberg Wilson als eerste het woord. De heer Bouberg Wilson: Ja, voorzitter, dank u wel. Ja, de wethouder is in algemene zin op de vraagstelling van onze kant ingegaan, maar ik zou het op prijs stellen op een concreet antwoord van de concrete vragen die we gesteld hebben.

Ik zal die vragen haar doen toekomen, want ik kan me voorstellen dat misschien het lastig is om die zo snel te noteren en met het verzoek om daarop een antwoord te geven voorafgaand aan de raadsvergadering. Dan nog eventjes ten aanzien van de Velserverbinding. Ik verzuimde dat in mijn eerste termijn te noemen. We hebben daar technische vragen over gesteld en uit de beantwoording van die vragen blijkt dat het weliswaar zo is dat de MRA ook en de Regio Zuid-Kennemerland de belangen blijven ondersteunen van die verbinding, maar dat nu is gesteld dat men er vertrouwen in heeft dat die de komende jaren alsnog op de agenda komt wanneer dit wordt meegenomen in de studie naar de doorstroming van de A9 als mogelijke tweedeling van Amsterdam. Dus met andere woorden, er is een ander moment om, als ik het goed begrijp, om die Velserverbinding alsnog het nut en de noodzaak daarvan onderzocht en onderbouwd te kunnen krijgen. Misschien dat eventjes, vooruitlopend op hetgeen wat mijnheer Stephan wil onderzoeken, is het goed om dat even op te merken. Ik hoor graag even of de wethouder bereid is om die vragen zoals voorgesteld in de tussenliggende tijd te beantwoorden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een interruptie van mijnheer Stephan of in tweede termijn. De heer Stephan: Nee, inderdaad een interruptie. De voorzitter: ‘…’ dan geef ik hem het woord.

De heer Stephan: Heb ik gehoord inderdaad, want ik hoor twee keer inderdaad, ik heb misschien niet onderzoek moeten zeggen, maar wat ik daarmee bedoel is dat ik ook even juist bij onze collega-raadsleden in

de regio ook aan het peilen ben hoe zij erin staan. Want nogmaals, niet alleen Zandvoort vraagt het altijd, maar ook Haarlem nota bene en Velsen. Dus het onderzoek wat ik aan het doen ben is breder in de zin van hoe staan ook onze buren erin en kunnen we daar misschien ook weer samen toch een keer wat punten maken, maar nogmaals, het ligt hier nu, laten we er ook alles uithalen, zoveel vragen we niet. De voorzitter: Helder. De portefeuillehouder, mevrouw Verheij, laatste paar kleine opmerkingen nog. Mevrouw Verheij: Ja, dank u, voorzitter. Ik zal het inderdaad ook kort houden. Mijnheer Stephan, fijn dat u dat oppakt en mocht ik u er daarbij van dienst kunnen zijn, om het zo maar te zeggen, dan hoor ik dat graag en mijnheer Bouberg Wilson, ik denk dat, ik stel uw aanbod zeer op prijs dat u één en ander op papier zet en dan kom ik daar schriftelijk op terug. Dank u wel. De voorzitter: Ja, dank u wel. Volgens mij kan ik daarmee concluderen dat ook dit als bespreekstuk naar de raad gaat, toch? Ja, ik zie ja-geknik, dus ook dit punt gaat als bespreekstuk door naar de gemeenteraad. 8.

Addendum Nota bodembeheer regio IJmond De voorzitter: Dan zou ik graag verder willen gaan met volgende agendapunt, Addendum Nota bodembeheer, maar een blik op de klok leert ook dat het inmiddels ruim tien over elf is. We hebben nooit gezegd dat elf uur een beetje een richting is voor een eindtijd, dus ik zou graag even willen peilen bij u of wij nog doorgaan met deze agenda voor de laatste twee agendapunten, namelijk die Addendum Nota bodembeheer en de Transitievisie warmte, of dat we die beter kunnen doorschuiven. Ik kan niet kijken in hoeverre u uw betoog heeft voorbereid, dus ik ga gewoon even langs met de vraag kan het wat u betreft nog vanavond of wilt u liever deze punten doorschuiven naar morgen? En dat ga ik ook weer per fractie doen. Dus eerst de Ouderen Partij. De heer Bouberg Wilson: Ja, voorzitter, dat kan, want we zullen heel kort zijn nog voor de beide resterende agendapunten. De voorzitter: Helder. D66. De heer De Graaf: Wat mij betreft kunnen we doorgaan, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. CDA. De heer Stephan: Sluit zich daar ook bij aan. De voorzitter: VVD. Sorry, ik was u even … Mevrouw Duijn, ik was u overgeslagen. Mevrouw Duijn: Beide dagen zijn prima, geen harde voorkeur. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De PVV.

De heer Deen: Ja, volgens mij hebben we al een meerderheid op doorgaan, maar wat mij betreft kan het naar morgen omdat die agenda niet echt groot lijkt. De voorzitter: Juist ook als de meerderheid beslist gaan we de minderheid wel gewoon horen, mijnheer Deen, dus ik ga alle fracties langs. GroenLinks.

De heer Keuning: Ik zeg doorgaan. De voorzitter: Partij van de Arbeid Mevrouw Koper: Doorgaan is prima. De voorzitter: Gemeentebelangen. Mevrouw Van der Veld: Morgen. De voorzitter: U zegt doorgaan naar morgen. De Fractie Drommel. De heer Drommel: Doorgaan. De voorzitter: Ik proef een brede steun om nu door te gaan en ik heb ook gehoord aan u dat u daarmee bedoelt dat we de laatste twee agendapunten vrij kort kunnen behandelen. Dat hoop ik ook, want het wordt al vrij laat. Het Addendum Nota bodembeheer regio IJmond. Ik sla mijn inleiding even over, volgens mij heeft u het stuk allemaal kunnen lezen. Er hebben zich voor dit punt geen insprekers gemeld. Ik kijk de commissie rond wie ik het woord ga geven en ik begin weer bij de Fractie Drommel. De heer Drommel: Hamerstuk. Dank u. De voorzitter: Dank u wel en ook dank om meteen aan te geven of het een hamerstuk dan wel bespreekstuk is. Gemeentebelangen. Mevrouw Van der Veld: Sorry, ik moest eerst aanschakelen, maar hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. Partij van de Arbeid. Mevrouw Koper: Voor ons ook een hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks. De heer Keuning: Hamerstuk. De voorzitter: Dank u wel. PVV. De heer Deen: Hamerstuk, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. CDA. De heer Endstra: Nee, we hebben geen aanvullende punten op de vraag die OPZ ook al schriftelijk heeft gesteld. Wat CDA betreft hamerstuk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11032166/1