CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript - 8 oktober 2024

Raadscommissie 8 oktober 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript36.123 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Zijn ze daar ook mee bekend? En het LDC-plein, een beetje dat gauw groep van tien tot vijftien man … Hoe kunnen we het daar weer beheersbaar maken? Want afgelopen maand zijn er meerdere brieven aan het college en aan de raad geschreven. Dus hopelijk kunt u daar toelichten of daar de jeugdboa’s ook actief op zijn, in gesprek mee zijn. Hoe kunnen we dat toch beheersbaar krijgen?

De voorzitter: De heer Moolenburgh. De heer Moolenburgh: Wat ik net aangaf, die jeugdboa’s, dat is onderdeel van het takenpakket van onze integrale handhavers die gewoon aanwezig zijn hier, die dus met een extra specifieke taak zich ook op de jeugd richten. De hotspots die u noemt, zijn bekend, zijn onderwerp van gesprek tussen politie, handhaving en ons. Waarbij we ook echt nauw contact proberen te zoeken en hebben met bewoners, want het staat valt ook bij het melden. Daar zijn wel inderdaad specifieke punten dat het lastig is dat op dat moment 's avonds geen handhaving beschikbaar is en die taken automatisch bij de politie terechtkomen. Maar dit zijn echt de hotspots die u noemt. Vuurwerkoverlast is ook bekend. Het lastige daarvan is, dat is heel moeilijk beheersbaar te krijgen, want op het moment dat we … We hebben groepen in beeld die dat vuurwerk afsteken. Er is ook vorige week nog een inzet gedaan in een huis waar de verdenking was dat er vuurwerk is. Dus er wordt volop bovenop gezeten. Maar het is een heel hardnekkig en moeilijk uitroeibaar fenomeen. Dan komen we bij de vragen van … De voorzitter: U heeft nog een interruptie. De heer Gerrits van ZEE. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Ik had nog een verhelderende vraag over wat de heer Moolenburgh eerder zei, namelijk met betrekking tot het structurele extra budget.

Want er wordt aangegeven, of dat in de winter nodig is, is de vraag. Maar hoe kijkt de portefeuillehouder daartegenaan in de zomer? En dan heeft u een paar dagen standaard ingeraamd voor de winter. Wat ik ook een terechte opmerking vond, is, het is natuurlijk lastig om personeel te vinden in deze tijden. Zou bijvoorbeeld tijdelijk een klein budget wat incidenteel vrijgemaakt kan worden voor een kleine wervingscampagnes zinvol kunnen zijn? Dank u wel. De heer Moolenburgh: Ik denk dat in dat opzicht dat je ook gewoon slim en intelligent na moet denken, dus heel specifiek daarvoor gaan werven, want alle gemeenten vissen in dezelfde vijver … Dus dat zou ik dan veel meer iets vinden wat we met een aantal gemeenten gezamenlijk zouden moeten doen. Het lastige is, u noemt ook dat punt van dan boa’s in te zetten vanuit andere gemeenten, dat blijft heel ingewikkeld, omdat het ook qua bevoegdheden heel lastig te realiseren is. Tegelijkertijd, op het moment dat wij boa’s moeten gaan werven, dan kan ik me ook voorstellen dat dat vanuit de pool Haarlem-Zandvoort groots ingezet moet worden, om wel te zorgen dat ze er zijn. Tegelijkertijd, u gaf bijvoorbeeld ook aan dat er maar enkele weekenden … Maar dan bedoelt u in de nachten in de zomer? Oké. Dat begreep ik nog niet helemaal goed. U gaf ook nog het voorbeeld van het cameratoezicht. Dat doen we.

Op de Boulevard hebben we dat nu de afgelopen periode gedaan? De camera's waren tijdelijk, worden nu structureel. Het lastige van cameratoezicht, dat is aan hele strikte regels gebonden, kan alleen maar tijdelijk, kan alleen maar echt op het moment dat je specifieke overlast wil bestrijden. Op het moment dat die overlast ook weer verdwenen is, dan dien je die camera's ook weer te verwijderen. Dus het zomaar in de openbare ruimte ophangen van camera's blijft ingewikkeld, even los van de capaciteit die je ook nodig hebt om ze uit te lezen. Dus we doen het als het kan. We hebben nog één specifieke locatie waarvan we overwegen om een camera op te gaan hangen. Maar goed, nogmaals, we moeten dan langs het OM en het is aan specifieke regels gebonden. Volgens mij, voorzitter, heb ik daarmee mijn vraag geantwoord. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, want betreffende de inzet van handhaving, maar sowieso de hele portefeuille orde en veiligheid, ben ik heel erg benieuwd, ik wil niet een blanco cheque aan de portefeuillehouder geven, in wat wij nog extra zouden doen in de preventieve kant van dit verhaal, om orde en veiligheid wat betreft die kant ook wat meer op orde en veilig te krijgen.

De heer Moolenburgh: Ik mag u echt aanraden om ook nog eens even integraal handhavings- en veiligheidsplan daarop na te slaan en de actieplannen, want dit is specifiek waar we ook op inzetten, waar ik ook samen met de heer Carree op inzet vanuit jeugd, waar we samenwerken met het jongerenwerk, waar we samenwerken met het Streetcornerwork, waar ook de monitoringfunctie vanuit de mensen die dagelijks met jongeren werken aanwezig is. Dus juist die preventieve kant is ontzettend belangrijk ter voorkoming van het feit dat je later alleen maar in een repressieve rol terechtkomt als gemeente. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, ik snap het antwoord ook zeker op het gebied van jongeren. Ik denk dat we daar als gemeente hele mooie stappen en grote stappen in zetten, ook weer in vergelijk met onze buurgemeenten. Alleen juist ook op de groep die geen jongere meer is, volgens mij kunnen we daar nog wel een wereld winnen. Hoe kijkt de portefeuillehouder daartegenaan? De heer Moolenburgh: Dat ben ik met u eens. Dat is ook een van de onderdelen van het plan van aanpak Ondermijning, om juist de bewustwording van mensen te vergroten. Die bewustwording zit wat mij betreft aan twee kanten. Dat is de bewustwording aan de ene kant, als je dingen in je omgeving ziet, ruikt, hoort die verdacht zijn, meld het.

En aan de andere kant ook de bewustwording bij mensen dat gedragingen die in zijn aard genormaliseerd zijn tegenwoordig, wel leiden tot onevenredige overlast. Dat is ook wat ik hoop dat iedereen uitdraagt, dat waar je het normaal vindt om een lijntje coke te snuiven, je tegelijkertijd je wel moet realiseren welke wereld je daarachter opent aan overlast, aan criminaliteit, aan narigheid, aan een enorme keten van ellende. Daar kun je van alles … Daar kunnen we een hele discussie over voeren met elkaar, over wel, niet legaliseren en dat soort zaken. Maar ook dat is wel iets waarvan ik vind dat wij ook in de preventieve sfeer moeten uitstralen, ook als overheid, ook als gemeente, ook als gemeenteraad, ook als college, dat de gedragingen die mensen hebben uiteindelijk wel leiden tot de overlast waar we met zijn allen last van hebben. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Nog één laatste interruptie, want ik zag dat de vraag nog openstond in het kader van melden, had ik al aangegeven in mijn pleidooi, dat we eigenlijk ook wel wat zien in mogelijk de manier waarop we overlast melden kunnen verbeteren. Want ik weet dat heel veel mensen gewoon op dit moment niet weten hoe ze überhaupt de handhaving kunnen benaderen, waarvoor, waar dan. Als je het even googelt, vind je het natuurlijk wel.

Maar zou het volgens de portefeuillehouder misschien nog zin kunnen hebben om bijvoorbeeld posters op te hangen op drukke stranddagen van, zie je iets, meld dat op dit nummer, bij wijze van spreken. Dank u wel. De voorzitter: De heer Moolenburg. De heer Moolenburgh: Dat doen we onder andere met de lichtkranten die we in de openbare ruimte hebben staan, waar gewoon helder is waar mensen overlast kunnen melden. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Berg. De heer Berg: Toch nog heel even terugkomen op het hotspot LDC-plein, want ik hoorde vertellen dat … De mensen die zijn daar om de dag zeker aan het bellen naar handhaving. 's Avonds komt de politie langs. Onwijs veel meldingen gemaakt. Hoe gaan we het concreet beheersbaar krijgen? Op de Van Lennepweg, een bordje hangt er, 's avonds na zonsondergang mag het geen … Samenscholingsverbod. Kunnen we het op het LDC-

plein ook niet een keer vergaande maatregelen … Want de bewoners zijn het daar spuugzat, mijnheer de portefeuillehouder. Dank u wel. De heer Moolenburgh: Neem van mij aan dat dit ook onderwerp is van gesprek wat wij hebben om de zaak daar beheersbaar te houden. Tegelijkertijd is het ook zo dat het met golven gaat. Het is nu weer erger, het is ook een tijdje even minder geweest. Wat dat betreft, op het moment dat maatregelen helpen om de overlast te verkleinen, dan zetten we die in. Tegelijkertijd, dat moet wel juridisch kunnen, het moet wel binnen de proporties zijn die ook echt passen bij het maatwerk wat je op een dergelijke locatie moet leveren. Maar ik ben het met u eens, het is een hotspot op dit moment, die is bekend en daar wordt op ingezet. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kunnen we denk ik door naar de volgende portefeuillehouder. Ik kijk naar de heer … Maar de heer De Kloet die loopt naar de microfoon. Dus bij deze, aan u het woord. De heer De Kloet: Dank u wel, voorzitter. Het was zo afgesproken met elkaar, dus gezien het aantal opmerkingen en vragen, dacht ik, is het geen goed idee als ik vast even aanschuif? Er is inderdaad een aantal vragen gesteld over diverse projecten en ook een aantal dingen daaromheen. Ik probeer door mijn aantekeningen te lopen en alles zo goed mogelijk te beantwoorden of te becommentariëren, daar waar het opmerkingen betreft.

Om even met de heer El Gebaly te beginnen van GroenLinks. Communiceren met de raad en commissie is natuurlijk niet alleen een groot goed, maar essentieel om goed met elkaar te kunnen besturen. Ik hoop, en daar waar het niet gebeurt, zeker wat mijn portefeuille betreft, als de raad zich tekort gedaan voelt, hoor ik dat graag. Voor mijn gevoel spreken we regelmatig, niet alleen bij de officiële gelegenheden, maar ook in de wandelgangen met elkaar over de projecten en ook andere onderdelen van mijn portefeuille. Dus ik draag daar graag aan bij. Dan haak ik meteen even op de opmerking van de heer Berg, als het gaat over de kwartaalrapportages. Daar heeft u gelijk in. Het is wel zo dat die kwartaalrapportages die, ik zal maar zeggen, eerder in deze periode zijn afgesproken, een vrij grote wissel trekken op de ambtelijke organisatie. Dat is niet alleen om het goed, secuur en actueel op te schrijven, naar ook omdat er een aantal projecten loopt wat dan veel aandacht vereist om dat goed in die kwartaalrapportage te zetten. Bij dit soort onderwerpen zeg ik altijd van, wat is het doel en wat is het middel? Het doel is om u goed te informeren. Ik denk dat we in de reguliere P&C-cyclus dat sowieso doen. Daarnaast hebben we ook het middel van de raadsinformatiebrieven, waarvan ik zeker weet dat vanuit mijn portefeuille dat regelmatig aan u wordt toegezonden.

Daarnaast hebben we natuurlijk een, onlangs hebben we daar een voorbeeld van gehad, de informatienota, waarin we belangrijke stappen die we willen nemen in de ontwikkeling van projecten met u delen. Aan de andere kant, een kwartaalrapportage of in ieder geval een rapportage is nu in de maak. Die was op een oor na gevuld en ging uw kant op, maar u zult begrijpen dat gezien de laatste zeer actuele ontwikkelingen van een dag of vijf geleden daar een aanpassing op zal komen en ook zal moeten komen, om u ook daar goed in te informeren. Even kijken. De opmerking van 200 jaar geleden zal ik niet op ingaan, want volgens mij is het, als het gaat over de drie jaar die de heer Bouberg Wilson illustreerde, van idee tot uitvoering, u zult begrijpen dat dat mij buitengewoon als muziek in de oren klinkt. Ik hoop dat dat ooit nog eens een keer zover komt dat we in die tijdspanne ideeën kunnen lanceren en projecten kunnen uitvoeren. Lijkt me echt heel erg mooi. Er zijn opmerkingen gemaakt over, kunnen we de onderdelen als het gaat over het Entreegebied en het Badhuisplein, dat gaat dan met name om de componenten die gaan over de appartementen, lostrekken? Volgens mij heeft de heer Berg zelf ook het antwoord al gegeven dat we eerst, want dat is volgens mij zo met u afgesproken, als het gaat over ontwikkeling van planologie, het stedenbouwkundig plan moet worden vastgesteld.

Daar zijn we ook druk mee bezig, zult u begrijpen. Wat Badhuisplein betreft, waren we daar vrij ver mee. We hebben een tijdje geleden een buitengewoon interessante discussie over gevoerd met een motie tot gevolg. Maar dat stedenbouwkundig plan moet nog

worden vastgesteld en ik heb volgens mij ook gezegd in een wat losse bui van, als u het stedenbouwkundig plan vaststelt, de volgende dag beginnen wij met tenderen van de appartementen, daar waar het gaat over ons eigen grondgebied. Voor het Entreegebied is dat wat ingewikkelder. Ik heb u ook al eens meegenomen dat dit in mijn optiek in ieder geval het meest complexe, als dat goed Nederlands is, onderdeel van een portefeuille is. Ook daar zijn we bezig om te kijken hoe we de passagepanden, want daar hebben we het over, daar een versnelling in kunnen doorvoeren als het gaat over deze ontwikkeling. Ik heb ook daarbij gezegd van, want dat was weleens gevraagd van, kunnen we het niet lostrekken, ik zeg, in het kader van de totale ontwikkeling die we met elkaar hebben afgesproken, is lostrekken een lastig verhaal, maar versnellen daarin wel. Daar hebben we weer te maken, om die complexiteit nog eens te illustreren, van eerdere afspraken en min of meer toezeggingen die we gestand moeten doen. Dus ook daar zijn we druk mee bezig. Als het dan aan mij ligt, en dan spreek ik even in enkelvoud, maar ik bedoel het college, zullen we ook wat dat betreft een versnelling kunnen doorvoeren. Even snel kijken. Er werd gesproken over het vooruitschuiven van projecten.

Maar ik heb niet de indruk dat dat de gebiedsontwikkelprojecten zijn die in mijn portefeuille zitten, want het vooruitschuiven dat is net niet iets wat we niet willen doen. De heer Berg heeft de opmerking gemaakt over hoe dat gaat bij Curiedex. Ja, dat blijft een integrale ontwikkeling. Dat hebben we zo met elkaar afgesproken. Niet hier in deze raadszaal alleen, maar ook met ontwikkelaars. Dat zijn een aantal partijen die daarbij betrokken zijn. U zult begrijpen dat wij uiteraard spreken met vertegenwoordigers van die partijen. Het is niet echt doenlijk of niet doenlijk zelfs om met 30 losse partijen voortdurend aan tafel te zitten en daar afspraken over te maken. Juist voor de snelheid en de behapbaarheid van dit project is het goed om met die vertegenwoordigers te spreken. De geluiden die mijnheer Berg zei, die zijn ook mij uiteraard ter ore gekomen. Onder anderen via mijnheer Berg. We hebben nog navraag gedaan van, hoe zit het nou met die communicatie? Is het zo dat mensen al jaren niks horen? Daar werd ontkennend op geantwoord en ook gestaafd met communicatie die vanuit de initiatiefnemers en de andere partijen is ondernomen om iedereen daar goed over te informeren in ieder geval. Als het gaat over anterieure overeenkomst, dan is het inderdaad nog steeds zo dat we daar een anterieure overeenkomst maken met alle partijen voor het gehele plan.

Dat is wel belangrijk om te onderstrepen. In de begroting ziet u ook 1000 uur staan voor de Noord Boulevard. Dat stond er vorige keer ook al in en daar is toen een inderdaad een vraag over gesteld van, waarom staat het er nu in? Er ligt eigenlijk nog niks concreet. Sterker nog, u heeft nog geen aanvraag gedaan voor een krediet bijvoorbeeld. Maar, volgens mij is dat ook vanavond gezegd, de begroting is natuurlijk ook een vooruitblik naar het komende jaar en die ambitie is er zeker om Noord Boulevard, om daar een slinger aan te geven het komende jaar, dus 2025. Daarom staat het op deze manier vermeld. De stukken die gaan over de financiële consequenties en het voorstel wat vanuit het college naar u toe komt, zal daarbij horen. Zodra dat concreet is, krijgt u dat voorstel uiteraard op uw agenda. Inderdaad even een technische verhandeling over de watertoren. Want waarom is er wel of niet getenderd en hoe is dat precies gegaan? Ik heb me laten informeren, want het is een project wat eigenlijk al in een vergevorderd stadium was, zeker wat de planologische afspraken waren, voordat ik hier in april vorig jaar kwam. Maar ik heb me het zo laten uitleggen dat het bestemmingsplan al was vastgesteld en dat vervolgens toen de uitvraag is gebeurd voor de realisatie, waardoor je dien ten gevolge, zal ik maar even zeggen, niet meer kan spreken van een anterieure overeenkomst.

Die is gekoppeld aan de bestemmingsplanwijziging. Er is een, zoals het dan omschreven is, een samenwerkingsovereenkomst gesloten waarin het kostenverhaal is vastgelegd. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. Ik wilde eigenlijk op een eerder punt interrumperen, maar ik wilde ook de heer De Kloet laten uitpraten. Hij gaf net in zijn beantwoording aan over een vraag van de Berg volgens mij dat hij niet van mening was dat er in zijn portefeuille sprake is van doorschuiven van projecten. Maar dan vraag ik me

toch af hoe ik dan pagina 27 moet lezen, de grote mutaties op de projecten. Dan zie ik toch allerlei meevallers dus voor 2024, 2025 en 2026 . Onder andere dus bij, even kijken, Thorbeckestraat, Engelbertstraat, Boulevard Barnaart, Brederodebuurt. Daar zie ik toch dat er heel veel zaken wel worden doorgeschoven. Maar hoe verhoudt zich dat dan tot de opmerking dat er in zijn ogen niet wordt doorgeschoven? Want ze worden in 2024, 2025 en 2026 afgeboekt, althans bijgeplust. En in de jaren daarop gaat dat weer wel worden uitgevoerd. De voorzitter: De heer De Kloet. De heer De Kloet: Dank u wel, voorzitter. Ik heb eraan toegevoegd dat, wat ik zeg daarover, betreft de projecten die in mijn portefeuille zitten. Er wordt inderdaad gesproken over projecten, en dat is misschien een kleine spraakverwarring als het ook gaat over de projecten die bij de heer Hendriks in zijn portefeuille zitten, dus als de grote, ik zal maar zeggen, de grote gebiedsontwikkelprojecten waar ik mij over buig samen met de ambtelijke organisatie, samen met het college, samen met u, is het in ieder geval niet de bedoeling, zeker niet, ik zal maar zeggen, de richting om dingen vooruit te schuiven. Het kan zijn dat zaken omwille van moeilijkheden die we in de loop van de tijd tegenkomen, goed, ik zal nog een keer wijzen op de actuele ontwikkeling, dat vertraagt inderdaad.

Maar het is niet zo dat we moedwillig om een of andere reden zaken aan het vooruitschuiven zijn. Dat is wat ik heb willen zeggen in ieder geval. Even kijken. Dat is wel interessant, vind ik zelf, ik vind alles interessant, dit ook, om even goed uit te leggen. Dat ging even over die projectoverstijgende kosten, als het gaat over stikstof, mobiliteit, parkeren. Het is niet zo dat de onderdelen, daar refereer ik toch maar even aan, die bij de heer Hendriks in de portefeuille zitten, als het over deze dingen gaat, dat het daarover gaat. Ik zal een voorbeeld geven ter illustratie om duidelijk te maken wat ik bedoel. We hebben natuurlijk ontwikkeling Rückert bijvoorbeeld. De manege is daar gesloten. Het surplus aan stikstofruimte, om het zo maar even populair te zeggen, zou je kunnen gebruiken voor andere projecten. Om daar goed uit te komen, kijk bijvoorbeeld naar Curiedex, zou je kunnen zeggen, kunnen we daar bijvoorbeeld die ruimte op een of andere manier gebruiken? Wellicht is die ruimte zo groot, dat we ook bij andere projecten dat zou kunnen gebruiken à la Entreegebied, Badhuisplein, om dat maar even als voorbeeld te noemen. Dat betreft niet alleen de ontwikkelfase van die projecten, dus de bouw, maar ook de gebruiksfase. Daar moet je ook naar kijken. Als je bijvoorbeeld kijkt naar Curiedex, veel woningen, appartementen.

Die gebruiksfase behelst natuurlijk ook de verkeersbewegingen. Dus die moet je allemaal meenemen in je stikstofberekening. Dat is wat ermee bedoeld … Het komt uit een surplus van één locatie, je wil dat gaan gebruiken op andere locaties en dat overstijgt op die manier de afzonderlijke projecten, maar met een soort gezamenlijk doel. Dat is ook de reden waarom er een apart bedrag staat genoemd. Het is op die manier, ik zou bijna willen zeggen, niet doenlijk, maar onhandig of financieel ingewikkeld om dat weer gaan toe te schrijven aan de verschillende grondexploitaties die daar eventueel nog onder liggen. Dat is wat hiermee bedoeld wordt en dat is de reden waarom dit bedrag op deze manier voor dit jaar en de komende jaren, weliswaar in verschillende hoogtes, is opgevoerd in de begroting en in de meerjarenplanning. Even kijken. Volgens mij heb ik hiermee de verschillende vragen en opmerkingen behandeld. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Berg. De heer Berg: Toch een verduidelijkende vraag. Ik hoor hem over projecten van de Noord Boulevard. Wat we vorig wat vorig jaar dus, even kijken, wat we vorig jaar hebben gezegd, niet te autoriseren en pas vrij te geven als er een onderbouwd voorstel is voorgelegd. Maar wat ik nu wil weten, er staan 1000 uren gemeld.

Hoeveel uur bent u nu bezig met een plan? Wat behelst het plan? Hoeveel inzet wordt er aangegeven? Ik heb geen idee wat ik nu in de programmabegroting zie. Ik sta dat u 1000 uur opneemt, maar wat is nu dus de volgorde? De voorzitter: De heer De Kloet, aan u het woord.

De heer De Kloet: Voorzitter? De volgorde is in ieder geval dat het nu opgenomen is in het vooruitzicht voor het komende jaar. De volgorde is vervolgens, volgens mij hebben we daar al een keer eerder het gesprek over gevoerd, dat in het grotere gebied als het gaat over Noord Boulevard er verschillende partijen actief zijn. Daar praten we uiteraard mee. We willen eigenlijk komen tot een gezamenlijk beeld van, hoe actueel zijn de plannen die men heeft op dit moment? En hoe kunnen we daar gezamenlijk een goede slag in slaan om een eerste stap te zetten, om die ontwikkeling ook tot uitvoer te brengen? Dat is een ontwikkeling die vrij breed is. Ik heb u al eerder gemeld dat … Over de grondposities hebben we het gehad. Het ging dan echt over de top over de grondposities en de eigendomsposities, die wilden we goed in beeld hebben. Dat is nu redelijk goed gelukt. Vervolgens zijn er partijen die we daarbij willen spreken. Bijvoorbeeld de provincie is een belangrijke partij, al was het alleen maar omdat er een provinciale weg loopt. Die eerste stappen zijn wen u aan het zetten en daar willen we het komende jaar in ieder geval mee verder. Daar slaan die uren op. Dat is een prognose voor het komende jaar.

Ik heb gezegd ook, en dat is ook volgens mij de werkwijze die goed is, zodra dat financiële consequenties gaat hebben in die zin dat we echt tot een project gaan komen en dat als een project verklaren en dan vervolgens die stappen gaan zetten, komen we naar de raad om daar een goed voorstel bij u neer te leggen. Dat is de volgorde der dingen op dit moment. De voorzitter: Dank u wel. Dan dank ik u en dan kijk ik even naar de andere portefeuillehouders. Ik zie de heer Carree al klaarstaan. Aan u het woord. De heer Carree: Voorzitter, dank u wel. Ik ga even in op de vragen die gericht zijn tot het Holland Casinofonds. Het Holland Casinofonds, daar ligt een overeenkomst aan ten grondslag. Er zijn afspraken gemaakt in die overeenkomst over ook mogelijk potentieel vertrek van het Holland Casino uit Zandvoort. Er wordt nu een analyse gemaakt, wat staat er precies in die overeenkomst en hoe dienen wij als gemeente daarop te reageren? Daar verwacht ik op korte termijn een analyse op te hebben en u daarover te informeren. Staat natuurlijk los dat alle evenementen die georganiseerd worden op dit moment ook door middel van het Holland Casino voor ons erg belangrijk voor ons als gemeente zijn en op basis van de analyse wij dus ook zullen kijken welke consequenties dat zou hebben.

Als daar een voorstel uit moet komen richting u als raad, dan zal ik dat al portefeuillehouder zeker niet laten. Als tweede denk ik dat collega Bluijs voldoende beantwoord heeft, de vragen die op dit moment over jeugdzorg gingen en is het, voorzitter, volgens mij een hele mooie brug richting het tweede deel van de agenda, het sociaal domein. De voorzitter: U maakt gelijk een mooie brug, maar volgens mij … Ik zie eerst nog een interruptie en daarna hebben we volgens mij nog een portefeuillehouder. De heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Geen interruptie, maar een voorstel van orde. Voordat we overgaan op sociaal domein, die cluster, lijkt het ons sociaal om middels een korte schorsing mensen in de gelegenheid te stellen zich sanitair te ontspannen. Dank u wel. De voorzitter: Ik ga volledig mee met uw voorstel. Ik zie verschillende handen. Ik begin bij mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Ik heb een ander punt van orde. Kunnen we gewoon de agendapunten naar morgen verschuiven? Want er zijn gewoon mensen die morgen moeten werken en zo. De voorzitter: Volgens mij is de afspraak om in ieder geval tot 00.00 uur door te gaan en daarna inderdaad, of sorry, 23.00 uur. Maar laten we het zo even in stemming brengen. Ik zou in ieder geval zo nog even de laatste portefeuillehouder aan het woord willen hebben. Daarna kunnen we …

Mevrouw Koper: Voorzitter? De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Wel nog even een voorstel van orde. De tweede termijn is nog niet geweest van dit onderwerp. Dat moet echt vandaag afgerond worden. Dus ik ben het mij eens dat het tempo erin moet. Maar die tweede termijn, die wil ik toch vanavond wel afgerond hebben. De voorzitter: Goed punt. Eerst graag het woord aan de heer Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, want niet alleen de tweede termijn is nog niet begonnen, maar de eerste was ook nog niet klaar. Voorzitter, op mijn portefeuille ook een aantal vragen en opmerkingen waar ik even op wil reageren. Als eerste de opmerking van GroenLinks. U heeft expliciet gevraagd dat alle portefeuillehouders zouden reflecteren, en dan vat ik het even samen, als de rol en het betrekken van de oppositie. Maar ik wil toch eerst daarover iets positiefs zeggen, want ik draai hier nu, ik zit in de vierde periode dat ik in verschillende rollen in dit raadhuis rondloop, en mijn beeld, maar ik heb dat niet onderzocht of daar heel uitgebreid naar gekeken, maar mijn beeld is dat dat in eerdere periodes een veel extremere scheiding tussen coalitie en oppositie was dan in deze periode. Ik zie u als raad, veel meer dan in het verleden, juist die samenwerking opzoeken. Ik zie veel vaker moties die gedeeld worden met oppositie- en coalitiepartijen.

Ik zie daar, het kan mijn beeld zijn, mijn beeld is dat dat aanzienlijk beter gaat, ook dat uw onderlinge sfeer aanzienlijk beter is dan in voorgaande periodes is geweest. Als ik naar mijn eigen rol mag reflecteren, ik als wethouder voer uw besluit uit als gemeenteraad en het is mijn beleving niet leidend of dat vanuit coalitie- of oppositiefracties er komt. Ik ga ervan uit dat ik in mijn beantwoording daar ook u allen als raadsleden gelijk behandel. Mocht dat niet zo zijn, hoor ik dat graag, want daar kan ik alleen maar van leren. Voorzitter, ik heb ook het beeld dat in elk geval de deur van mijn kamer altijd openstaat en dat als iemand mij uitnodigt voor een gesprek, ik dat nooit afsla. Dus mocht u behoefte hebben om wat dan ook met mij van gedachten te wisselen, dan ben ik daar altijd toe bereid. Voor zover ik dat kan inschatten, voorzitter, geldt dat voor alle collega-wethouders. Voorzitter, dan ga ik even een aantal punten af waar u concreet vraag over stelt. Eén is afval. Voor een deel is collega Bluijs natuurlijk ingaan op de financiële kant van het hele afvalstoffenbeleid, maar voor een deel is dat ook inderdaad een beleidsmatige kwestie. Want een feit is dat restafval duur is, duurder wordt en dat als we die kosten echt willen beperken, dat we daar keuzes in moeten maken.

Dat zijn keuzes in inhoud, hoe gaan we die inzameling regelen, maar ook in, waar slaat die rekening vervolgens neer en oe verdeel je dat? Eenpersoonshuishoudens, meerpersoonshuishouden, verschillende trappen daarin. Er zijn allerlei manieren om die rekening te verdelen en om die rekening lager te krijgen. We zijn op dit moment aan het werken aan een opiniestuk waarmee we als raad daarover met een aantal scenario’s en opties van gedachten kunt wisselen, zodat we naar de toekomst toe daar ook keuzes in kunnen maken. Voorzitter, de projecten en het doorschuiven daarvan, een vraag onder andere van het CDA, mocht door mijn collega De Kloet de indruk zijn ontstaan dat in mijn portefeuille het juist wel de bedoeling is om door te schuiven, nee, absoluut niet. Voorzitter, geen enkel project heeft als doelstelling om door te schuiven. Ik zei het bij het vorige onderwerp al, bij de Najaarsnota, de ambitie is vaak groter dan wat we waar kunnen maken. Maar die ambitie is dus wel heel groot, want er is hier, en dan kan ik op mijn portefeuille ingaan op de wat we noemen de civiele projecten, dus de projecten openbare ruimte, daar is de ambitie gewoon heel groot. Wat we merken, is dat, en dan doe ik eerst even het algemene deel, dat vaak die investeringen achterblijven, voor een deel omdat we dat als organisatie gewoon niet allemaal uitgezet krijgen.

Als u bij de Voorjaarsnota kijkt wat daar geraamd stond als investeringen voor de komende paar jaren, dan ziet u een hele schommelende lijn. Met dan weer een heel hoog investeringsbedrag, dan weer lager, dan weer hoger. Dat maakt het heel ingewikkeld om

te sturen. Dus waar we naartoe aan het werken zijn, is dat die lijn wat stabieler wordt, zelfs met een stabiele groei, zodat het investeringsvolume toeneemt, maar zodat daardoor ook de organisatie mee kan groeien qua procesmanagers, qua projectleiders, qua alles wat daarbij hoort, maar dat je op een stabielere manier en niet het ene jaar vijf mensen nodig hebt dan weer twee. Ik noem fictieve getallen, maar dat maakt duidelijk denk ik wat we aan het proberen zijn. Ten opzichte van het MIOP, want de heer Stephan vroeg volgens mij naar de discussie over prioritering, wij volgen de prioritering zoals u die als raad heeft vastgesteld. U als raad heeft een MIOP vastgesteld, een tijd geleden herijking daarvan en dat is de prioritering die wij volgen. Wat je alleen merkt, is dat helaas niet alles planmatig wordt uitgevoerd. Er komen namelijk ook projecten tussendoor. We hebben een aantal voorbeelden gehad van een gat wat in de weg valt, dat het riool slecht was. Dan moeten we dat heel snel oppakken. We hebben gemerkt dat er te lang achter elkaar dixi’s stonden bij P Zuid en bij het Favaugeplein, dan moeten we dat heel snel oppakken met die sanitaire units. De Zandvoortselaan bleek als weg veel slechter eraan toe te zijn wat we hadden verwacht, dat moeten we dus heel snel als extra project tussendoor oppakken .Op parkeerterrein Zuid, het overloopterrein, werd asbest gevonden.

Dat werd ook een heel groot project wat in een keer tussendoor moest worden gefietst. Dat betekent dat, en ook al is dat nooit de wens en ambitie dat dingen vooruitschuiven, maar dat betekent dat je daar keuzes moet maken, waar zetten we onze projectleiders in, waar zetten we onze mensen op in en de capaciteit op in? Ik noem nu projecten die tussendoor kwamen, waarvan denk ik duidelijk is dat urgentie is dat die snel moeten worden opgepakt. Voor het overige volgen de planning uit het MIOP. Als u als raad een discussie wilt voeren over prioritering ,dan is dat denk ik ook aan u om te zeggen welke projecten u meer voorrang vindt verdienen dan die wij als college aangeven. Maar dit is even hoe die tot nu toe wordt gemaakt. De Ouderenpartij had een vraag naar aanleiding van het gebiedsprogramma en het puntje wat daarin stond ergens in de begroting, verkeer uit de kern. Collega Bluijs haalde al even aan, maar dat gebiedsprogramma is niet een soort instrument waar nieuw beleid of nieuwe uitgangspunten uitkomen, dat is gewoon een doorvertaling van bestaande uitgangspunten. Bijvoorbeeld het huidige gemeentelijke Verkeer- en vervoersplan, uw parkeerbeleid zijn zaken die ik in dit kader even kan bedenken. Overigens komt er eerdaags naar u een nieuw Verkeer- en vervoersplan om vrij te geven ter inspraak, maar daar komen die uitgangspunten uit.

Het is denk ik niet de bedoeling of u moet het niet lezen dat we delen van de kern autoluw willen maken of dat soort zaken. Sowieso., nieuw beleid komt niet uit een gebiedsprogramma, maar hoort door u als raad worden vastgesteld. Maar dat we niet doorgaand verkeer door de kleine straten in het centrum wil hebben, lijkt me evident. Daarom hebben we een systeem met gebiedsontsluitingswegen en bestemmingswegen. We willen doorgaand verkeer via de Kostverlorenstraat, via de Hogeweg, via de Engelbertstraat en liever niet hier achter het gemeentehuis, langs de Kleinestraat in. Maar nogmaals, beleidsuitgangspunten die u vaststelt zijn leidend en niet … Mocht daar een gedachtefout zijn ontstaan, we voeren gewoon beleid uit dat u vaststelt en we zullen ook nieuw beleid aan u voorstellen. Andere vraag van de Ouderenpartij ging over de Brederodebuurt en waarom daar 912.000 euro aan voorbereidingskrediet nodig is.

Ik snap dat dat een heel groot bedrag lijkt, maar u moet dit wel zien als een groot project in het MIOP en dat in dit stadium, want u kent volgens mij het Zandvoortse civiel planproces en met alle stukken die naar u toe komen, als eerst startnotitie, voorlopig ontwerp, definitief ontwerp en dan gaan we uitvoeren, dat komt op een aantal plekken ook bij u terug en gaandeweg die uitvoering krijgt u een steeds gedetailleerdere raming van wat nodig is aan voorbereidingsgroep en wat nodig is aan uitvoeringskrediet. In dit stadium waarin we zitten, en dat is het opstellen van een startnotitie, is de raming gebaseerd op, en dat is gewoon ervaringscijfer, 10 procent van een verwacht eindtotaal. Dat lijkt in euro's een heel groot bedrag, maar die 10 procent, moet ik wel zeggen, voorzitter, is vergeleken met gemeenteland eerder een wat laag en conservatief geschat bedrag dan dat het heel hoog is. Er komt gewoon simpelweg aan voorbereiding bij zo'n groot project, u heeft dat onlangs gezien bij de herontwikkeling van Nieuw Noord, daar komt gewoon veel bij kijken. Participatiebijeenkomsten, tekeningen, een ingenieursbureau. In dit geval, omdat het ook nog een rioolproject is, een aantal onderzoeken

die moeten worden uitgevoerd. Dus daar komt gewoon in die voorbereiding heel veel bij kijken. Een gemiddelde schatting in dit stadium is 10 procent van de totale uitvoeringskosten. Gaandeweg het project wordt die schatting steeds beter en concreter. GroenLinks en ZEE hadden nog gevraagd over de Spreidingswet. Daarover heeft u de afgelopen tijd denk ik regelmatig nieuws gehad vanuit het college. Twee weken geleden hebben we het er laatst over gehad tijdens de commissievergadering met een rondvraag van de heer Kramer van Jong Zandvoort. Daarvoor hebben wij u briefwisselingen doorgestuurd die wij met de Commissaris van de Koning hebben gehad, zijn brief en onze reactie daarop. Daarvoor hebben wij u geïnformeerd, toen het hoofdlijnakkoord was gesloten, hoe we daar als college mee omgaan, de beruchte temporisering. Dat is de stand van zaken op dit moment. De locatiekeuze is getemporiseerd en vervolgstappen zijn nu dat, u heeft dat in de krant gelezen, de regio een plan heeft ingediend bij de commissaris. Eerstvolgende stap is dat de commissaris zijn provinciale plan indient bij de minister, bij minister Faber, en minister Faber zal conform de Spreidingswet in december een verdeelbesluit nemen. Dat verdeelbesluit heeft elke gemeente in Nederland uit te voeren. Dat is ook meteen een beetje het antwoord op de vraag, hoe voorkomen we dwang? Dwang voorkomen we niet.

Dwang is een essentieel element van die Spreidingswet, namelijk het gemeentes kunnen dwingen om asielzoekers op te vangen. Als minister Faber in december een verdeelbesluit neemt dat Zandvoort een x-aantal asielzoekers zou moeten opvangen, dan is het aan Zandvoort om daaraan te voldoen. Dat is een element van dwang, maar dat is de systematiek van de Spreidingswet. Het is de vraag hoe minister Faber met haar verdeelbesluit omgaat. Je kunt op basis van uitspraken tijdens verkiezingscampagnes of het coalitieakkoord iets verwachten. Tegelijkertijd hoor ik haar ook zeggen, zolang de Spreidingswet er is, blijft hij van kracht. Maar dat is aan haar de afweging, aan haar om een verdeelbesluit te maken en aan ons als gemeente en aan 342 gemeentes in dit land om de wet uit te voeren die gewoon geldt. Zijn we nu een locatie aan het zoeken? Nee, voorzitter. Ik heb u duidelijk geïnformeerd over het temporiseren en de onduidelijkheid die we op dit moment landelijk hebben. Daar is het op dit moment gewoon het afwachten op, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Aanvullende vraag de heer El Gebaly.

De heer El Gebaly: Want, voorzitter, het is natuurlijk handig om de bal naar de minister te kaatsen, alleen wat ik wil voorkomen, is dat de minister straks wel een dwangbevel oplegt en namelijk ook met dwang een locatie hier in Zandvoort aanwijst waar wij als Zandvoort helemaal niet gelukkig mee zijn, omwille van bijvoorbeeld de projecten van de heer De Kloet of omwille van andere zaken. Ik wil toch van het college weten hoe zij dat willen gaan voorkomen. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, mijn beeld is dat de minister niet zal aanwijzen, op die en die locatie moet Zandvoort per dan en dan zoveel asielzoekers opvangen. Het verdeelbesluit van de minister zal zijn op gemeenteniveau, dus per gemeente een x-aantal asielzoekers. Als we dat verdeelbesluit hebben gezien, kunnen we kijken hoe we daaraan kunnen voldoen. Maar het is niet zo dat wij gedwongen worden voor bepaalde locaties. We krijgen gewoon een taak. Of niet, maar dat is inderdaad, de heer El Gebaly noemt dat het vooruitschuiven naar de minister, ik noem dat gewoon het verantwoordelijkheid leggen waar die ligt. De minister is aan zet om een verdeelbesluit te nemen. Dat is gewoon de stand van zaken. De voorzitter: Aanvullende vraag, de heer El Gebaly.

De heer El Gebaly: Want, voorzitter, waarom neemt dan elke, als dit de gang van zaken is en het niet wegleggen bij de minister, waarom doen onze buurgemeente dan wat ze op dit moment doen? Waarom

dienen die een plan in? Waarom zijn die al aan het voorwerken? Waarom doen die wel aan regeren is vooruitzien, en wij niet? De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, ik ben wethouder in de gemeente Zandvoort en u kunt aan mij vragen waarom Zandvoort dingen doet zoals wij dat doen, ik heb dat net toegelicht , ik kan niet de verantwoordelijkheid nemen voor andere gemeenten in deze regio of gaan speculeren wat hun beweegredenen zijn. Dat is niet aan mij. De voorzitter: Ik ga toch eerst nog even naar de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Want, voorzitter, dit noem ik politiek wegduiken. Want ik vraag volgens mij iets heel specifieks. Ik vraag waarom die gemeenten het wel doen en waarom wij niet. Ik heb die onderbouwing daarvoor nog niet gezien. Sterker nog, nu de deadlines dichterbij komen, zou ik juist van dit college een proactieve houding verwachten. Want wij zitten er niet op te wachten met zo'n precair onderwerp, voorzitter, dat we om vijf voor twaalf een locatie moeten aanwijzen of vijf voor twaalf tot een oplossing moeten komen. Dus ik wil eigenlijk weten waarom dit college dan geen proactieve houding nu aanneemt, nu de tijd wel degelijk begint weg te lopen uit onze handen. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, de heer El Gebaly stelde de vraag waarom Zandvoort iets niet doet en andere gemeentes wel.

Ik heb toegelicht in meerdere raadsinformatiebrieven en twee weken geleden nog als antwoord op een rondvraag van u waarom Zandvoort op dit moment de locatiekeuze getemporiseerd heeft. Het is niet aan mij om te beoordelen waarom andere gemeenten dat anders doen. Het is aan mij om uit te leggen waarom Zandvoort op dit moment getemporiseerd heeft en dat heb ik naar mijn idee afdoende uitgelegd. De voorzitter: Ik ga eerst naar de heer Berg, vervolgens de heer Stephan en daarna bent u aan de beurt. De heer Berg. De heer Berg: Dank u wel, voorzitter. Ik heb toch nog een vraag over de Brederodebuurts voorbereidingskrediet van 912.000 euro. Het lijkt veel. Maar ik wil er toch wel van maken dat het gewoon veel geld is en dat het niet alleen veel geld lijkt. Maar we gaan nu in deze programmabegroting dit budget vaststellen van 912.000 euro, terwijl u nog komt met een startnotitie. Het zou toch voor mijn beeld normaal zijn dat u eerst een startnotitie gaat maken, daar het budget in vaststelt wat u denkt nodig te hebben en dat we daar het besluit op geven in plaats van dat u nu het hele bedrag voor het voorbereidingskrediet in een keer wilt vragen in een programmabegroting, waar we alleen lezen dat het nodig is voor een Brederodebuurt, terwijl we totaal niet weten hoe groot het gebied is wat daarvoor gaat gebeuren. Dus ik vind de volgorde toch nog opmerkelijk.

Ik hoop dat dat u dit weer heroverweegt, om het toch anders naar de raad toe te brengen. Dan een ander punt wat ik nog heb gevraagd waar ik geen antwoord op heb gekregen. Op bladzijde 33, gebiedsgerichte vertaling, daar staat als de eerste zin, vorig jaar is de eerste wijken- en gebiedsopgave voor Zandvoort en Bentveld opgesteld voor de periode 2023 en 2026. Onze vraag schriftelijk is geweest, kunnen wij die krijgen? Die hebben we niet gekregen. Er komt dus een hele uitleg over P&C-cyclus, worden er acties uitgevoerd en is het onderdeel van. Maar als u iets hebt opgesteld, wij willen ook graag het plan zien van

gebiedsgerichte aanpak. Ik hoop dat u het ons nog kan doen toekomen. Zo niet, dan hoor ik graag waarom dat niet lukt. Dank u wel. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, bij die laatste vraag wil ik u vragen om die bij de heer Bluijs te … Denk ik. Of tenminste … Voorzitter, over Brederodebuurt en het hele voorbereidingskrediet in één keer, een aantal van u heeft vandaag terecht een opmerking gemaakt dat we in de projecten en ook in de openbare ruimte moeten komen tot een snelle uitvoer en tot het maken van haast en niet uitstellen, maar aanpakken. Voorzitter, in dat kader is het denk ik belangrijk om uit te leggen waarom wij een voorbereidingskrediet in één keer stellen. Als we per keer een deel zouden doen, zou dat per keer een vertraging oplopen. Want wat we ook kunnen doen, is dat ik het voorbereidingskrediet opneem, wat hebben we nodig om te komen tot een startnotie, en daarmee hebben we dan genoeg om die startnotitie te maken, dan komt bij Utrecht. U moet zich realiseren dat elke stap die via de raad gaat, betekent twee tot drie maanden vertraging. Gewoon in de hele doorlooptijd van een ambtenaar die een stuk schrijft, dat het bij een staf komt en bij het college komt, bij de agendacommissie komt, bij u in de commissie wordt besproken en dat er een raadsbesluit wordt genomen.

Dus het kost gemiddeld, en dan maken we al alle haast die we kunnen, kost het twee tot drie maanden om een besluit op te stellen tot en met dat u een besluit neemt. Dat betekent dat als het budget van een deelfase op is, dat we alles moeten laten liggen, het project stil moeten laten liggen en dan pas weer, nadat u nieuw budget ter beschikking heeft gesteld, dat we verder kunnen gaan met deeltje twee. Dat is, voorzitter, zonde van de voortgang en dat maakt ook een risico, neemt dat met zich mee, dat in de tussentijd een ingehuurde projectleider niet twee maanden gaat zitten wachten tot we een vervolgopdracht hebben. Dus daarom is het … Alleen al daarom is het verstandig om een budget te ramen voor de hele voorbereidingsfase en dat steeds preciezer te maken, naarmate we stappen verder komen. Want de ervaring leert dat die 10 procent niet een irreële schatting is, maar die is gebaseerd op ervaringen binnen ons, bij Haarlem, maar andere gemeenten in het land ook. Die 10 procent voorbereidingskrediet is gewoon … Ik ben het met de heer Berg eens, dat zijn allemaal hele grote bedragen, maar dat zijn wel realistische bedragen. Dus ook stapsgewijze verlening zal niet tot een heel lager bedrag leiden. Sterker nog, ik verwacht dat dat tot aanzienlijk hogere kosten zal leiden.

De heer Berg: Ik heb u ook niet gevraagd om het budget in stukjes op te knippen, maar gewoon bij de startnotitie met een onderbouwing en een toelichting te komen voor het hele bedrag. Dat lijkt me de juiste volgorde, in plaats van dat u nu alleen maar met een kreet komt van Brederodebuurt en voor de rest hebben we geen onderbouwing en geen toelichting. Ik blijf het toch gek vinden dat het budget op deze manier wordt gevraagd en niet … Kom met een heel … Bij de startnotitie, kom dan met de toelichting in onderbouwing voor het hele bedrag. Dat was mijn vraag. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, maar dat algemene antwoord wat ik net gaf, dat klopt ook hierbij. Want als ik geen projectteam heb wat staat, dan kan ik ook geen startnotitie maken. Dus dit is ook een beetje een kip-enei-discussie, want we kunnen het budget vrijgeven met een startnotitie, maar zonder budget kan ik ook geen startnotitie opstellen. Dus daarom zei ik net, ik zou dan hooguit een kleiner budget kunnen vragen om een startnotitie op te stellen, maar dan kom je tot het probleem dat je dan tussen het moment die startnotitie is geschreven, dat u hem vaststelt, ligt de hele boel stil en is misschien het projectteam alweer weg. Dan maak ik hem even heel … Noem ik even een heel klein voorbeeld. Maar dat tekent die algemeen werkwijze.

Daarom is het verstandig om aan het begin van het project te ramen wat het ongeveer zal gaan kosten en gebaseerd op

die scopewijziging, de scope waarin we nu richten, en bij de startnotitie zal dat preciezer worden en bij het voorlopig ontwerp nog preciezer en bij het definitieve ontwerp weet u het op de euro nauwkeurig. De voorzitter: Dank u wel. Zie ik nog een vinger van de heer Berg? De heer Berg: Volgens mij hebben we gewoon een kern van ambtenaren zitten die gewoon dit soort dingen normaal gesproken al doen voor ons. Dus het is helemaal niet dat alles maar wegloopt. We hebben gewoon … We hadden hier vroeger in huis al 100 ambtenaren zitten. We hebben helemaal niet dat er dan niemand meer zit. Ik begrijp er helemaal niks van. De voorzitter: Ik hoor geen vraag. Dan gaan we door naar de heer Bluijs. De heer Bluijs: Op het laatste, ik doe ambtelijke samenwerking, maar toen wij hier nog … Voor 2018 hadden we ook helemaal geen capaciteit om projecten te doen. Die huurden wij gewoon elke keer in. Ik zou geen namen noemen. Ik kan ze allemaal voor u opnoemen. Misschien na afloop even over hebben. Maar toen huurden wij juist ook alleen maar mensen in om alle projecten te doen. De vragen over het ter beschikking stellen van dat gebiedsplan. Er is een, want we maken niet hele dikke boeken, want we verwerken het juist in de begroting, dus we gaan niet dikke boeken maken, er is dus gewoon een Excelsheet, gewoon in Excel, en daar staan gewoon de maatregelen in en die zijn verwerkt in de begroting.

Als je graag die Excelsheet wil hebben waar gewoon in staat wat alles is, dan kunnen we die met de gemeenteraad delen. De voorzitter: Dank u wel. Dan kan ik mij voorstellen dat we in de eerste termijn zo uitgebreid de kans hebben gehad, dat de tweede termijn wellicht niet mogelijk is. Klopt dat? Nee. Die is iets korter. Ik zie hier ook behoefte om even vijf minuten te schorsen. Ik heb hem al meerdere keren gehoord, dus ik stel voor om even vijf minuten te schorsen. Graag heropen ik weer de vergadering. Ik vraag onze burgemeester extra vriendelijk om te gaan zitten. Tweede termijn, ik begreep dat daar nog behoefte aan was. Ik kijk even rond. Ik zie in ieder geval de heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Voor de tweede termijn wil ik eigenlijk wat negatiever openen. Want oorspronkelijk hadden we het idee bij de fractie van ZEE van, dit willen bewaren voor de raadsvergadering. Dan zullen we het ook uitgebreider toelichten. Maar ik hoor net wethouder Hendriks toch op een gegeven moment vertellen van, ik zie dat het voorheen allemaal slechter ging dan het nu ging tussen coalitie, oppositie. Er is een hele flinke verbetering gaande. Ik heb één voordeel, ik ken al die ballast niet.

Ik zit hier pas net tweeëneenhalf jaar en ik kan jullie vertellen dat ik een hele periode heb gehad vorig halfjaar dat ik hier gewoon heenging met nul punt nul motivatie, ondanks dat je je constant goed blijft inlezen, constant bezig met voorstellen maken die kloppen, die gecheckt zijn, die onderbouwd zijn wetenschappelijk door ambtenaren, weet ik veel wie, omdat je gewoon weet dat het structureel afgewezen gaat worden. Uiteindelijk zijn de gemeenteraadsleden de baas, om het even heel plat te zeggen. Als wij willen dat er beleidstechnisch iets gebeurt en dat kan volgens landelijke wetgeving, noem maar op, dan kan dat gewoon geregeld worden. Dus al is het zo dat het college wel de hand uitsteekt, dat doet voor ons niet zoveel, want die handreiking is er gewoon simpelweg niet vanuit de coalitie. Dat wil niet zeggen dat het niet gezellig is, dat ik niet leuk met die mensen kan omgaan, maar we hebben niet eens een e-mail gehad bijvoorbeeld namens de coalitie van, willen de oppositiepartijen een keer langskomen? Niks. Er wordt gewoon niks georganiseerd structureel. De laatste keer dat we hebben gezeten met iets wat zich voordeed als de coalitie of sprak namens hen, dat was helemaal in het begin, de beginperiode. Ik zie een interruptie. De voorzitter: Interruptie, mevrouw Paap.

Mevrouw Paap: Dit gesprek hebben we al een keer eerder gevoerd, geloof ik. Ook toen heb ik gezegd van, dit werkt twee kanten op. Ook de oppositie kan een handreiking doen naar de coalitie. Sowieso vind ik coalitie, oppositie nog steeds een krom verhaal, want ik heb zoiets van, ik ben altijd bereid om te luisteren en ik neem aan dat alle andere coalitiepartijen het daarmee eens zijn. Als wij het met een voorstel eens zijn, dan gaan we daar ook over in gesprek. Zo hebben we ook aantal voorstellen, die zijn wel aangenomen vanuit de oppositie. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Daar kan ik op reageren. Er wordt constant mee geschermd van, dat is tweeledig. Maar ik kan me niet voorstellen, met alle dingen die we hebben ingediend, het constante zeggen van, jongens, we zijn bereid om alles aan te passen, om vooraf in gesprek te gaan, we hebben echt alles ook bij de coalitie weer neergelegd, naast ons voorstel van, al kunnen we maar iets laten werken wat hier een beetje op lijkt, dat is nooit aangenomen, dat is nooit gebeurd. Dat neem ik de coalitieleden wel gewoon kwalijk. Zo simpel is het. Vervolgens wil ik nog verder gaan naar het verhaal van de wethouder wat betreft uit de azc en asielzoekers. Het feit blijft gewoon, wat ik net ook als zei, de gemeenteraad gaat over het beleid.

Als vervolgens het college zegt, maar wij hebben iets besloten en er wordt terugverwezen naar waarom dat besloten is, in plaats van dat dat gewoon even uitgelegd wordt, in plaats dat er gewoon een klein stukje verantwoording wordt gegeven, wat ik ook heel erg betreur, dan vraag ik me af, wacht even, de reden dat ik ooit ben begonnen met ZEE, is omdat ik het belangrijk vind dat wij met elkaar bepaalde processen goed volgen. Omdat, op het moment dat je dat niet doet, dan voelen mensen zich buitengesloten, dan ontstaat dus die kloof in de politiek. Hoewel wij als ZEE enorm tegen immigratie zijn en zeker ook een azc hier in Zandvoort, daar zijn we echt best hardline in, daar ben ik ook heel eerlijk in, wil dat niet zeggen dat wij het niet belangrijk vinden dat het proces niet goed gaat en dat er ook duidelijk is, welke mensen zijn er voor welke mensen zijn er tegen, dus welke mensen representeren die stemmen van die inwoners in zo’n raad? Dat is gewoon niet gebeurd. Dat hele proces is gepasseerd en dus voelen heel veel Zandvoorters zich indirect zo meteen gepiepeld, ook al vermoeden wij, denken wij dat een meerderheid is tegen immigratie.

En als er vervolgens, een azc in Zandvoort, correctie, en als er vervolgens ook nog wordt gezegd van, we wachten af tot wat de wethouder of wat een minister gaat doen, noem maar op, terwijl dat allemaal helemaal onzeker is, dat ook nog eens het risico met zich meebrengt dat dat vijf-voor-twaalf-idee zo meteen kan leiden tot het feit dat er geen goede participatie plaatsvindt over een locatie die dan misschien alsnog moet komen omdat er ineens hele haast bij gemoeid is, dat zijn allemaal dingen waar ik me enorm veel zorgen over maak en waarvan ik denk van, daar hadden we gewoon over moeten stemmen met elkaar als raad. Daar hadden we gewoon met elkaar als raad iets mee moeten doen. Wij hebben natuurlijk wel een motie ook ingediend waarin we zeiden, laten we wachten, ook een soort van temporisatie-idee, maar dan kwam het vanuit ons. Dan hadden we daar bepaalde eisen aan kunnen stellen, dan hadden we bijvoorbeeld van oppositieleden kunnen horen die wel tegen zijn van, wat verwachten ze daar dan bij, mits de raad het had gewild. Dat is hoe een democratisch proces werkt en hoe het met elkaar is ingericht.

Wat ik dan heel lastig vind, is dat uitgerekend de ene wethouder waarvan wij bij ZEE compleet ons vertrouwen in hem zijn verloren, dat is de heer Hendriks in dit geval, en binnen de fractie hebben we dat gevoel al heel lang, we durven hem niet meer te benaderen voor bepaalde dingen, omdat we hem gewoon simpelweg niet meer vertrouwen door dingen die plaats hebben gevonden, wil ik volgende keer ook uitgebreid nog gaan toelichten tijdens de raadsvergadering, gaat zeggen dat het allemaal zo ongelooflijk goed is. Daar hebben wij moeite mee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Gerrits. Is er nog iemand voor de tweede termijn? Ik zie dat dat wel het geval is. Mevrouw Koper, PvdA.

Mevrouw Koper: Ik maak even een overstap naar de wethouder die in eerste instantie, de portefeuillehouder van financiën, die uitvoerig was in zijn beantwoording, maar niet uitputtend, oftewel niet volledig. Dit is al jarenlang het beleid als het gaat om de vraag over woonlasten en kostendekkendheid, is voor ons niet concreet genoeg. We willen natuurlijk graag weten, waarom is dat besloten, dus ook waar en wanneer is dat besloten? Dat waren eigenlijk de belangrijkste dingen uit de eerste ronde. En waarom kostendekkendheid betekent dat onze inwoners dat moeten betalen. Want op het moment dat je met de afval- en rioolheffingsdiscussie gaat kijken naar, en wie vervuilt er nu en wat kunnen inwoners zelf doen, kom je misschien tot andere tarieven. Ik ben het wel eens met de wethouder als het gaat over inkomens, dat je ook heel goed moet kijken, wie kunnen het allemaal betalen? Maar dat is tegenwoordig wel een hele grote groep. Als dit weer een klein opstapje is naar de discussie over minimabeleid, dan ben ik natuurlijk altijd uw vrouw, want we stellen al jaren voordat die verhoging komt en we gaan binnenkort ook met elkaar om de tafel zitten om te kijken welke ruimte er is. Ik denk, als het gaat om deze tarieven, en ik vind 1000 euro voor een gezin echt een heel grote slok geld, dan moeten we het ook hebben over kwijtscheldingsbeleid. Maar goed.

Ons punt was, we hebben een amendement ingediend, dat is uitgevoerd maar vervolgens staat er nu in de begroting, afval komt 13,9 procent bovenop 3.5 in 2026, terwijl wij vragen om, laat u structureel kijken naar hoe we dat met elkaar kunnen oplossen. Dat zegt niet alleen de PvdA, dat zeggen meer partijen hier. Dat zegt de VVD naast me, dat zeggen er meer. Dus ik vind dat we met elkaar moeten kijken, omdat er ontzettend veel geld is in Zandvoort en dat geld moet zijn werk doen voor de inwoners. Geld boven de norm weerstandsratio staat te wachten om ingezet te worden en wij vinden het niet verantwoord dat het op deze manier gebeurt. Ik sla een stuk over van wat ik nu nog allemaal had willen zeggen omwille van de tijd. Ik moet nog wel even kwijt aan de portefeuille houden van riool en afval dat Partij van de Arbeid al tijden vraagt om meer inspanning op communicatie voor betere afvalscheiding. Daar gebeurt helemaal niks mee. Dat vind ik dan heel jammer, want ik ga niet zover als mijnheer Gerrits, maar ik hou erg van een uitgestoken hand en we hebben nog eens fijn gewandeld, wethouder, weet u nog, en vervolgens vind ik het ook fijn als er met dat gesprek wat mee gebeurt. Dus misschien moeten we weer eens een kopje koffiedrinken. Dat lijkt me een goed plan. Goed.

Als het gaat om hoe nu verder, dan zou de Partij van de Arbeid willen voorstellen dat voor dit jaar de nieuwe tarieven vastgesteld worden, we met elkaar eens die discussie voeren van, en hoe zit het dan allemaal, en daar een aparte bijeenkomst aan wijden. Ik hoor graag van de collega's of ze meegaan in mijn voorstel. De antwoorden wil ik nog wel. Mag de wethouder ook schriftelijk doen toekomen, als dat voor de tijd is. Een miniopmerking over de Spreidingswet. Er is afgelopen week door de Tweede Kamer een motie aangenomen waardoor helderheid is dat de Spreidingswet gewoon voorlopig ingevoerd blijft worden. Minister Faber heeft ook de opdracht om dat zo uit te werken. Het zou het college sieren als ze de bijpassende handelingen uitvoeren, zodat de inwoners niet voor verrassingen komen te staan. Want dat vind ik ordentelijk bestuur. Goed. Dan iets nog voor mijnheer De Kloet. Er staat … Ik dacht eigenlijk dat dat de boekenbon was. In de begroting is altijd een boekenbon, staat er iets geks in en dan, als je hem vindt, dan, meestal heb ik hem … Het gaat mij om de eer, dat weet je. IJsje vind ik ook goed. Het gaat om de eer. De voorzitter: Graag even centraal. Mevrouw Koper: Helemaal eens, voorzitter. Ik ben blij dat u zo streng oplet. Pagina 28, Raadhuisstraat, openbare ruimte, dat is de eerste. We hebben een nieuwe straat.

Maar dan staat er, voor dit project is voorbereidingskrediet verkregen het raadstuk Nota van uitgangspunten Pleinenstudie in september 2024. Dat krediet hebben we dus niet gegeven. Ik ga ervan uit dus dat dit de boekenbon was. Dank u. Dan, als het gaat om Entree, dan heb ik het stuk gelezen dat de combinatie niet los opgepakt wordt, hoor ik u nu zeggen, maar ik lees erin dat het eerste kwartaal 2025 de voorstellen voor de sociale woningbouw, de sociale huur en een aantal middeninkomens die daar, middenhuur, die daar gebouwd gaan worden, dat die naar de raad komen.

Dat is min of meer losknippen. Al doet u dat feitelijk niet, dat vinden we niet erg, maar wij willen dat daar heel snel de schop in de grond gaat, want onze inwoners hebben daar recht op. Dus ik lees dat en ik hoop van harte dat ik dat goed gelezen is. Kunt u mij anders schriftelijk doen toekomen dat ik dat niet goed gelezen heb? Dan wil ik onze portefeuillehouder Handhaving even complimenteren met de bijdrage over jongeren en overlast. Wij roepen al jaren om meer hangplekken en et cetera. Ik weet niet wat u deed toen u 16 of 17 jaar oud was, maar ik hing ergens in de rondte. Er zijn tegenwoordig ook ouderen die hangen, maar dat is dan bij het Raadhuisplein vooral. Jongeren die hangen zijn niet altijd overlastgevers. Ik vind het zo mooi wat jongerenwerkers daarover zeggen. Die zeggen, dat zijn vindplekken voor ons, als ze ergens hangen, want dan kunnen we daar iets mee, kunnen we een relatie met ze opbouwen en dan kunnen we zorgen dat we om ze heen gaan staan. Want dat is volgens mij de bedoeling. Dus dank voor die opmerking. Dat was me uit mijn hart gegrepen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, dank u wel. Wat betreft … In het algemeen, dank voor de beantwoording van de portefeuillehouders, de uitgebreide beantwoording.

Met een heel deel ben ik ook erg blij, ook met de beantwoording van de portefeuillehouder Orde en veiligheid betreffende preventie. Ik denk dat het goed is dat dat ook in het zicht is, en zeker ook wat betreft de arbeidsmigranten bij de portefeuillehouder. Dat stemt mij in ieder geval wat dat betreft blij. Een aantal andere beleidsvelden stemmen mij wat minder blij. Dan wil ik meteen toespitsen op de Spreidingswet. Want ik ben best wel geschrokken ook van de antwoorden van de portefeuillehouder. Ik denk dat ik mijn punt wat betreft de Spreidingswet in de raad zal maken, omdat ik het een en ander nog wat beter wil uitzoeken. Maar ik voel dat hier iets niet helemaal in klopt. Ik wil graag dat verder uitzoeken. Als ik dan kijk naar de pleinenstudie, mevrouw Koper heeft het er net over gehad, ik heb nog eventjes verder gekeken. Hij staat er precies zes keer in, dus bij deze zes-verdubbelaar van de boekenbon, dus dan wordt het 6 euro. Een mooi boek. Zes ijsjes, kan ook. Dat is dan eigenlijk ook het punt dat mevrouw Koper in de eerste termijn maakt. Het is wel jammer dat onze begroting natuurlijk aan verandering onderhevig is, want wat de raad vorige maand wilde, is niet wat we deze maand willen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14649774/2