CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript - 8 oktober 2024

Raadscommissie 8 oktober 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript36.123 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Dus ik steun ook graag de oproep om daar in het presidium of in een ander gremium daarover over te praten, om te kijken of we niet naar een wat meer fluïde begroting kunnen, die we nog wel ter elfde uren kunnen aanpassen, eventueel ook met amendement in de raad, zodat er daarna echt een begroting ligt die we dan daarna wellicht ook zouden kunnen gebruiken. Dat lijkt me misschien een idee, maar daar praat ik graag over verder met mevrouw Koper en anderen in het presidium. Want dit soort fouten komen eigenlijk elk jaar wel voor. Wat betreft de projecten, herinner ik mij namelijk ook nog iets anders. Dat is betreffende hoe wij projecten kunnen versnellen. Ik heb daar vorig jaar in de begroting aandacht voor gevraagd. We zouden daar ook naar gaan kijken. Echter vind ik nog niet echt iets specifieks terug in de versnelling. Ik snap ook wat de heer Hendriks zegt dat een groot deel wellicht de raad is die af en toe een beetje op de rem trapt of niet op de juiste momenten over de juiste onderwerpen wil praten. Maar ik denk dat er nog veel meer onderdelen zijn waarin wij een versnelling kunnen toepassen op onze projecten. Ik denk dat dat niet zozeer de prioritering is waar het CDA het over heeft, maar meer gewoon ook het efficiënt kijken en inrichten van processen die wij met elkaar willen bewandelen.

Moet de raad wel over elk puntje, elk detailtje iets zeggen bijvoorbeeld? Of gaan we meer op de hoofdlijnen zitten en gaan we daardoor voor versnelling zorgen in onze projecten? Ik denk dat dat laatste veel meer is wat wij als raad ook zelf zouden kunnen doen. Ik ben ook wel benieuwd naar zo een prioriteringsgesprek met de raad, want ik denk dat het juist heel goed is om met elkaar te kijken, we kunnen niet alles in een keer, maar wat kunnen we dan wel snel doen en waar kunnen we snel grote slagen in slaan? Dus die handreiking van het CDA die neem ik graag aan, om te kijken, hoe kunnen we daartoe komen? Ik denk

dat de portefeuillehouder het daar ook wel mee eens zal zijn. De rest van onze projectinbreng, die doen we tijdens het cluster fysiek. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Dan denk ik dat we kunnen concluderen dat we klaar zijn met dit punt. Ik kijk even rond met de vraag of we morgen doorgaan met sociaal, met de kans dat we donderdag ook weer doorgaan. Ik zie de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, betekent dat dat wij de antwoorden van de tweede termijn schriftelijk gaan ontvangen van het college? De voorzitter: Nee, dat betekent het niet, maar … De wethouder wil nog wel even kort antwoord geven. Dus bij deze, aan u het woord. De heer Bluijs: Dank u wel. Volgens mij vraagt mevrouw Paap, of mevrouw Koper, sorry, nog een keer … Het klopt een beetje. Daar hebben we het nog wel een keer over. U vraagt eigenlijk toch nog een beetje hetzelfde. Die discussie moeten we voeren. U zegt, de VVD zegt dat ook, maar de VVD heeft echt wel een ander standpunt daarin als dat u hebt. Het college is voornemens nog … De voorzitter: Kennelijk mag u. Aan u het woord. Mevrouw Koper: Ik heb nog niet geïnterrumpeerd. Maar de VVD is ook voor dat we een discussie hierover voeren. De voorzitter: De heer Bluijs. De heer Bluijs: Dat klopt, maar het ging niet over het woord discussie, het ging over inhoudelijk dat u zegt, er is geen beleid. Daar heb ik op gereageerd.

Zo was het volgens mij, maar dat maakt niet uit. Wat dat betreft, denk ik dat we die discussie dan moeten voeren, want volgens mij vraagt u precies hetzelfde. Het college staat nog steeds op basis van beleid wat we hebben vastgesteld, wat in het coalitieakkoord is vastgesteld, wat in begrotingsuitgangspunten is vastgesteld al tien, vijftien jaar, dat we in principe werken met kostprijsdekkende tarieven. Of die gedifferentieerd zijn of niet, daar wil ik graag zeker de discussie met u voeren. Daar heeft u ook een punt. Dat zou je beter kunnen doen. Daarnaast heb je mensen die onvoldoende dat kunnen betalen. Dat is een andere discussie. Maar het college blijft op het standpunt dat we uitgaan van kostprijsdekkende tarieven, dat dat ons uitgangspunt … Op het moment dat u wil afwijken, kunt u dat doen. Dat heeft u al gedaan, want bij deze begroting hebben we bijvoorbeeld de kostprijsdekkendheid losgelaten op de afvalstoffenheffing. Prima, dat is een keuze. Maar het college blijft streven naar kostprijsdekkende tarieven. Als u dat anders wil, dan moet u daar met de raad dan over praten. Maar dan moet u ook de consequenties nemen. Wat wilt u dan loslaten en in welke mate? Maar ik ontraad het bij deze.

Dan doe ik … Ik geef aan, ik probeer … Mevrouw Koper: U ontraadt de discussie ook dus? De heer Bluijs: Nee, u zit steeds te vragen naar dezelfde … Ik heb al tien keer aangegeven dat we die discussie moeten voeren, ik heb ook gezegd dat we dat kostenonderzoek nog krijgen. Dus ik heb het nooit over de discussie. Ik heb het over de inhoud wat u aanhaalt ten aanzien van beleid. De voorzitter: Mevrouw Paap. Sorry. Mevrouw Koper.

Mevrouw Koper: Ik denk dat mijn man heel leuk zit te luisteren. Die denkt, wat enig, wordt ze eindelijk mevrouw Paap. Ik heb gezegd dat de kostendekkendheid, die stel ik op zich niet ter discussie, maar de vraag is waarom de inwoners de hele meute moet betalen. Is dat kostendekkendheid? Zijn dat de beleidsuitgangspunten? Staat dat in die begroting? Want nu geeft u eindelijk antwoord dat het in begrotingsuitgangspunten blijkbaar staat. Ik kan het niet vinden, en ik kan aardig zoeken. Dus ik wil dat we daar de discussie over voeren en vooral gezien het feit, er komt van alles aan, het wordt indertijd vooruit, achteruit, er gebeurt van alles, maar we moeten wel zorgen dat we de reële kosten, als we reëel begroten, ook de reële kosten doorschuiven naar onze inwoners. Daar wil ik een discussie over voeren. Ik vraag straks aan het college om daar ook voorstellen voor te maken. Dus als u nu zegt, we raden het nu al af, dan heeft de discussie geen zin. Dus ik zou graag hier antwoord van willen, voorzitter, van de portefeuillehouder. De heer Bluijs: Ik geef inhoudelijk antwoord op het begrip kostendekkendheid en dat neem ik niet terug. Ik wil graag die discussie met u aan. Dat u zegt, maar we weten helemaal niet dat we kostendekkend … De hele begroting staat al twintig jaar vol aan de achterkant, de mate van kostendekkendheid en in de uitgangspunten staat dat ook.

Als u dat anders wil, een andere interpretatie, prima. Maar ik mag mijn mening geven dat ik het begrip kostendekkendheid overeind houd. Dat u uiteindelijk misschien iets anders beslist, dat mag u. Maar ik mag ook mijn mening geven. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Het is toch fijn dat wij iets anders mogen beslissen. Dat stel ik ook op prijs. Daar gaan we ook gebruik van maken. Maar als u tegen mij zegt, wij doen het al jaren zo, dan bent u wat mij betreft een beste brave borst, maar ik wil graag weten wanneer de raad dat heeft besloten en hoe we dat hebben besloten en waar we dat dan ook kunnen veranderen. De heer Bluijs: Gewoon, we besluiten het elk jaar bij de begroting. Punt. Het is niet anders. De voorzitter: Ik zie een interruptie, denk ik, van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, een hele korte interruptie. Want ik hoor de wethouder zeggen, ik ontraad ook iets wat eigenlijk nog helemaal niet is ingediend. Hoe bedoelt de wethouder die woorden dan? De heer Bluijs: Zoals de discussie gaat ongeveer. De voorzitter: Goed. Ik kijk nog even rond. De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, volgens mij kiest de wethouder bewust de woorden die hij uitspreekt. Volgens mij is mevrouw Koper heel duidelijk. Die wil een discussie voeren met nog wel andere partijen. GroenLinks is daar ook eentje van.

Maar ik ga geen discussie voeren als op voorhand al dingen worden ontraden, zonder dat er überhaupt ook maar iets duidelijk is, iets op papier staat. Dus ik wil vragen waarom de wethouder dan deze opmerking maakt, want ik snap die opmerking gewoon werkelijk niet. De voorzitter: De heer Bluijs. De heer Bluijs: Er staat van alles op het papier, elke begroting. Elke keer wordt de kostendekkend opgeschreven. Dat is ons uitgangs… Dat geef ik aan. Ik wil natuurlijk die discussie aan. Ik heb ook gezegd van, laten we kijken naar wat het betekent, wat de tariefstelling Lin betekent, wat het ook betekent voor bepaalde

groepen. Dat heb ik steeds gezegd. Daar sta ik helemaal open voor. Alleen het begrip kostendekkendheid, dat wil ik in de lucht houden. Hoe je de kostendekkendheid wil berekenen, daar wil ik het graag over hebben. Toen heb ik ook gezegd, let op, er komt een kostenonderzoek aan, laten we dat even afwachten. Maar u wil maar voort. Maar het kostenonderzoek gaat iets aangeven. Ik heb u, dat blijf ik zeggen, ik heb u al gewaarschuwd, mijn verwachting is dat het niet naar beneden gaat, maar dat het eerder omhooggaat. Dat mag ik toch ook uitspreken? Want daar hebt u mij voor ingehuurd, om u ook tijdig … Maar het kosten onderzoek zijn we wachtende op. Dat heb ik u ook toegezegd, dat dat komt. Het is een van de 213aonderzoeken die we hebben lopen. De voorzitter: Goed. Helder. Dan stel ik voor, tenzij partijen daarop tegen zijn, om sociaal … Er zit nog een portefeuillehouder klaar? Of nog meerdere? Mijnheer Hendriks zit … De heer Hendriks: Als u daar prijs op stelt, voorzitter, dan … De voorzitter: Aan u het woord. De heer Hendriks: Voorzitter, want ik hoorde een opmerking over de pleinenstudie. Nou heb ik helaas niet de begroting voor me, maar ik begrijp dat nog een aantal keer werd verwezen naar de oorspronkelijke planning.

Daar doet zich wel het probleem voor dat bij de begroting op een zeker moment opstellen, vaststellen en in procedure brengen en dat u tegelijkertijd nieuwe besluiten neemt. Dus de begroting is opgesteld op een moment voordat u als raad heeft besloten om het proces rondom de pleinenstudie in te steken zoals we dat nu gaan doen. Dat zou dus zomaar kunnen dat inderdaad een oude planning in de begroting staat. Dat illustreert ook denk ik het dynamische karakter van de begroting waar net ook al even naar verwezen werd. Hij wordt voortdurend ingehaald door de werkelijkheid. Maar voor mij is helder, voorzitter, wat we vorige keer hebben afgesproken over de pleinenstudie en dat we eerst een technische sessie willen organiseren om met elkaar benen op tafel van gedachten te wisselen, hoe nu verder? En dan zullen we dat proces weer oppakken. Dan is het nog een paar keer gegaan over de Spreidingswet. U verwacht het misschien niet dat na het betoog, maar ik ben het eens met een van de dingen die de heer Gerrits zei. Dat is namelijk dat de raad gaat over het beleid. Sterker nog, de raad gaat ook over de uitvoering. De raad is in principe gewoon de opdrachtgever voor ons als college. Dus u als raad bepaalt binnen welke kaders wij acteren. Dan nog even wel een terugblik op hoe dat met die Spreidingswet gaat.

U als raad heeft een scenario keuze vastgesteld, hoe gaat Zandvoort om met de spreidingswet, en daarom het college opgedragen om een locatiestudie te starten. Die locatiestudie hadden wij opgestart. Toen kwam een hoofdlijnenakkoord met een kabinet dat zei, we gaan die Spreidingswet, per direct stond er geloof ik zelfs in het hoofdlijnenakkoord, intrekken. Toen heeft het college u een brief gestuurd, gegeven deze onduidelijkheid vanuit het Rijk temporiseren wij de zoektocht naar een locatiestudie, naar een locatie, namelijk met de argumenten die er allemaal bij stonden, waarvan onzekerheid de voornaamste was en het vooruitlopen op het intrekken van die wet. Daar heeft u als raad over gediscussieerd. Een aantal van u heeft die brief geagendeerd. Daar is ook een motie ingediend met, volgens mij ondertekend door ZEE, door GroenLinks, Partij van de Arbeid, D66, met de oproep, ga maar wel door met die locatiestudie, want wij vinden wel dat u met een locatie moet komen. Die motie is in meerderheid afgewezen. Met andere woorden, volgens mij interpreteer ik dat, een afgewezen motie interpreteer ik als, dan is dus blijkbaar de meerderheid van de gemeenteraad het wel eens met het temporiseren van die locatiestudie. Immers, als dat niet zo was, had de motie aangenomen geweest. Dus ik voer precies uit wat de raad wil, namelijk, ik volg de meerderheid van die gemeenteraad.

Ik kan me voorstellen dat het jammer is als je een motie indient die niet wordt aangenomen. Maar ik heb als wethouder te maken met wat de meerderheid van de raad besluit. U besluit ook dingen door moties niet aan te nemen.

De voorzitter: Interruptie, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, en dit is het mooie van politiek, voorzitter, wat hier gebeurt. Want de heer Hendriks interpreteert nu dus werkelijk woorden van mensen die tegen een motie hebben gestemd. Dat kan om allerlei redenen zijn, voorzitter. Dat hoeft helemaal niet te betekenen dat een partij tegen een bepaalde motie was. Dat hoeft dat helemaal niet te betekenen. Maar op basis van de interpretatie van een portefeuillehouder in dit geval wordt nu dus geconcludeerd dat de raad als geheel, voorzitter, ergens tegen is. Volgens mij gaat die gedachtegang … Ik ben benieuwd of de wethouder daarop wil reflecteren. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, ik interpreteer niet wat de raad of raadsleden ergens van vinden. Ik stuur u een brief hoe wij een bepaald raadsbesluit uit gaan voeren, namelijk we temporiseren het zoeken naar een locatie, gezien de onduidelijkheid die er nu landelijk is. Een aantal van uw raadsleden heeft gebeurd om dat bij te sturen met een motie. Die motie is afgewezen. Dat is geen interpretatiekwestie. Dat is dus gewoon, u als raad stuurt niet bij. Als u als raad bijstuurt, als u als raad volgende week, over twee weken een motie aanneemt met, college, ga op zoek naar een locatie, dan starten we die locatiestudie op.

Ik voer slechts uit wat u beslist, totdat ik vind dat dat op een andere manier moet. Daar stuur ik u een brief over en dan is het aan u om dat bij te sturen, voorzitter. U bent opdrachtgever. De voorzitter: De heer Stephan. De heer Stephan: Dank u wel. Ik moet dat eventjes in de tijdlijn zetten, want volgens mij gaat het niet helemaal goed. Begin dit jaar is er inderdaad een motie … Volgens mij was dat april of begin mei ingediend. Toen was er nog geen akkoord in Den Haag. Op basis daarvan is er gezegd, we maken pas op de plaats, want we gaan kijken wat er in Den Haag gaat gebeuren. Vervolgens kwam er in mei het coalitieakkoord in Den Haag en zomerreces en tijdens het zomerreces is de briefwisseling geweest met de commissaris. Wij maken uit de brief die het college heeft gestuurd, daar staat letterlijk in dat de gemeente zich aan de wet houdt en voor 94 mensen plek gaat zoeken. Op basis van die brief, die uit mijn hoofd in juli is gestuurd, ga ik ervan uit dat het college wel iets aan het doen is. U hoeft van mij geen locatie te zoeken voor een azc, maar ik ga er wel van uit dat u bijvoorbeeld kijkt naar hotels of andere ruimtes. Ik ga wel ervan uit dat er wat gebeurt. Dus ik heb een paar keer gehoord vanavond dat er niks gebeurt, maar volgens mij gaat dat … Dus dat is in ieder geval niet de wens van het CDA.

Het CDA wenst in ieder geval wel dat wat in de brief in juli staat, dat dat wordt uit uitgevoerd, dus met andere woorden, het college wel … Overigens wordt ook in die brief regietafel genoemd. Dus voor de goede orde, als u zegt, ik voer uit wat de meerderheid van de raad wenst, moeten we wel eventjes de tijdlijn in de gaten houden. Die motie was afgewezen, omdat er nog geen coalitieakkoord was. Toen kwam in mei het coalitieakkoord. Toen kwam de briefwisseling in de zomer en op basis daarvan gingen wij ervan uit dat u wel aan het kijken bent. Maar dan hoor ik graag hoe u dat ziet. De voorzitter: Helder. Aan u het woord zo, de heer Gerrits. Maar ik wil toch even meegeven dat de Spreidingswet niet in de begroting staat, dus we kunnen ons ook afvragen hoelang we hier nog over gaan praten. Maar ik geef graag de heer Gerrits bij deze het woord. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Dan nog even een vraag aan de portefeuillehouder. Als ik het mij goed kan herinneren, is het zo geweest dat er alleen een motie is ingediend door ons als oppositiepartijen waarin we opriepen van, laten we daar als een raad zelf over beslissen. Toen hebben wij als ZEE nog een tweede motie ingediend die precies hetzelfde vroeg, maar dan binnen de wet en dan met het mandaat van de raad,

waardoor dus dat democratische proces kan plaatsvinden, waardoor die eisen door de oppositie kunnen worden gesteld. Daar is dus beide niet mee ingestemd door ook weer de coalitie in dit geval. Dat is dus hoeveel ze om goed bestuur geven. Dan is het mijn vraag aan de wethouder, is het niet een beetje omgekeerde wereld als het college met dubieuze redenen iets gaat temporiseren of anders gaat doen dan het hoort volgens de procedure en dan volgens als er een motie komt die ergens in de verste verte, zoals heer El Gebaly die terecht aangaf, zou kunnen worden geïnterpreteerd als, dat dat wordt gebruikt als de democratische legitimering? De voorzitter: Wellicht eerst de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, dan kan de portefeuillehouder alle drie de vraag van mij in één keer meenemen. Dat scheelt dan weer tijd. Want, voorzitter, dit is juist het punt wat ik wil maken. Als je kijkt naar de moties die er die avond lage, waren het er twee. Er wordt er nu eentje gebruikt als onderbouwing, voorzitter, van de argumenten vanuit het college. Ik ben benieuwd nogmaals wat dan de interpretatie is van die andere motie die het ook niet heeft gehaald. Want dat zou er vermoedelijk op kunnen duiden dat het in het midden ligt.

Voorzitter, nog beter gezegd, er zijn ook weer andere situaties geweest in de Tweede Kamer of andere moties die ook weer zijn aangenomen betreffende Spreidingswet die nog steeds uitgaan van de uitvoer. Er is nog steeds geen noodwet. Volgens mij gaat de wet nog steeds boven ons allen hier en moeten wij ons ook allemaal aan de wet houden. De voorzitter: Dat is wat zeker is. De heer Hendriks, aan u het woord. De heer Hendriks: Voorzitter, beginnend met de heer El Gebaly, die het terecht heeft over twee moties die die avond hier in stemming zijn gebracht. Een motie was, die haalde ik net al aan, beste college, start wel die locatiestudie op. Die heb ik ontraden, met zijn argumentatie dat er vanuit het Rijk te veel onduidelijkheid is en dat ik het verstandiger vind om te wachten op duidelijkheid. De tweede motie was een motie, en dan doe ik het even op me op mijn geheugen, die zei, ongeacht wat de wetgever vindt, Zandvoort doe niet mee. Dat is even mijn ongetwijfeld ongenuanceerde duiding, maar dat is even hoe ik hem in mijn hoofd heb. Die heb ik ontraden met zijn argument dat dat niet klopt met de wet. De heer Gerrits: Voorzitter? Sorry. Mag ik van u toch een hele kleine interruptie geven, want dat … De voorzitter: U heeft het al gedaan, dus bij deze. De heer Gerrits: Sorry. Maar ik wil toch benadrukken, dat is absoluut niet wat er stond.

Er stond wel, op het moment dat het moet, dan moet het. Zo simpel is het. Maar juist behoudens de wet en dan namens de raad. Dus dat vind ik wel een heel belangrijke toevoeging, want anders wordt hij toch verkeerd geframed. De voorzitter: Waarvan akte. De heer Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, dan heb ik die tweede motie niet helemaal scherp. Dat zou kunnen. Mijn geheugen laat me ook weleens in de steek. In elk geval is de lijn van het college en voor mij als portefeuillehouder al die tijd helder geweest. En dat is, voorzitter, dat het vanuit het Rijk te onduidelijk is waar we nu aan toe zijn, wat de status van de Spreidingswet is. Ik hoor namelijk bij het begin van het hoofdlijnakkoord per direct wordt ingetrokken, toen zou het weer even duren, toen was er een asielcrisis, toen was hij er niet. U volgt net zoals ik ongetwijfeld dagelijks het nieuws en wat er op dit dossier gebeurt. Ik hoor de minister laatst zeggen, de Spreidingswet wordt ingetrokken, maar dat duurt misschien nog wel twee

jaar. Die twee jaar vind ik ook al een onduidelijkheid, want volgens de Spreidingswet moeten we structurele plekken zoeken voor tenminste vijf jaar. Wat betekent dat dan voor een wet die over twee jaar wordt ingetrokken, als je plekken moet vinden voor vijf jaar? Ik vind dat ingewikkeld. Ik vind het onduidelijk. Ik vind dat het aan de minister is om die duidelijkheid te geven in de vorm van het verdeelbesluit wat zij in december neemt. Dan weten we waar we aan toe zijn en wat we moeten gaan doen. De voorzitter: De heer El Gebaly, interruptie. De heer El Gebaly: Voorzitter, ik hoor nu heel vaak het woord, ik vind, ik vind, ik vind. Maar wat vindt het college? Daar gaat het hier om. Het gaat niet om wat de heer Hendriks zelf vindt, wat de heer Hendriks als portefeuillehouder vindt, maar wat vindt het college? Want ik hoor nu heel vaak het woord ik. Ik ben benieuwd naar het college. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van … Mag ik u eerst het woord, dacht ik, geven aan mevrouw Koper. Dat zal … Aan u het woord. Mevrouw Koper: Kort zijn. Het gaat om plekken om mensen op te vangen die nu al in Nederland zijn. Dat is wel een hele belangrijke nuancering, want laten we het niet abstraheren van de werkelijkheid. Het gaat om mensen. De voorzitter: Waarvan akte. De heer Gerrits. De heer Gerrits: Voorzitter, één hele korte vraag dan ook aanvullend op de heer El Gebaly.

Wat ik mij afvraag, ik hoor net ook de hele tijd, ik vind. Maar is het niet juist op het moment dat er volgens in ieder geval de wethouder en wellicht het college, maar dat gaan we zo horen, onduidelijkheid is, is het dan niet juist aan de raad om over zo'n precaire situatie of zo'n onduidelijke situatie een beslissing te nemen en vervolgens een standpunt in te nemen waarmee we mogelijk wel, mogelijk niet een loopje met de wet nemen? De voorzitter: Helder. De heer Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, waar ik zeg ik, kunt u interpreteren, we. We hebben een collegiaal bestuur. Dat betekent dat ik hier namens het college spreek als portefeuillehouder op dit onderwerp. Ik snap, ook in het dagelijks spraakgebruik lopen ik en we door elkaar, maar ik schets u nadrukkelijk de koers die we als college hebben ingezet en die ook in meerdere brieven staat en hier vaker bediscussieerd is. Voorzitter, ik wil ook voorkomen dat we hier tot diep in de nacht over de Spreidingswet gaan discussiëren die niet op de agenda staat. Laat ik afsluiten. Volgens mij, maar mocht dat niet zo zijn, hoor ik het graag, is de lijn die het college in heeft gezet duidelijk. Ook in de brief die we naar de commissaris hebben gestuurd.

Overigens heeft twee weken geleden uw collega, de heer Kramer, daar een vraag over gesteld, hoe moet ik de hele briefwisseling interpreteren? En toen heb ik hem ook uitgelegd, dat is antwoord op de vraag van de heer Stephan, dat de temporisering die wij hebben ingezet van kracht is, omdat die onduidelijkheid nog steeds van kracht is, maar dat we uiteraard … Dat de wet geldt in alle 342 gemeentes in Nederland, dus ook in Zandvoort. Dat wil zeggen, als de wet van kracht blijft met de huidige verdeling, dus met andere woorden, als de minister in december een verdeelbesluit neemt waarin Zandvoort een x-aantal asielzoekers op moet vangen, zal die wet in Zandvoort gelden en zullen wij die uit moeten voeren. Dat is de lijn die we hebben ingezet. Als u als raad daar anders over denkt, voorzitter, is het aan u om een motie in te dienen en dan passen wij …

De voorzitter: Ik wil toch voorstellen … Als voorzitter wil ik nu toch even ingrijpen. Het staat niet in de begroting, de Spreidingswet. Ik laat de discussie graag even gaan. Het was ook denk ik een goede discussie en goede dingen, maar mijn voorstel is wel om het af te kappen. Maar ik zie nog steeds minimaal drie vingers, nu nog vier. Hij wordt ook geagendeerd. De heer Gerrits: Voorzitter, ik wil toch één ding toevoegen. Onder goed bestuur valt ook het democratisch proces en volgens mij is dat waar wij het met elkaar over hebben. Dat stukje democratie en bij burger staat wel degelijk in de begroting. De voorzitter: Goed. Ik zie de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, het is wederom een mooie politieke tactiek om nu te schermen met, het staat niet in de begroting enzovoort, enzovoort. Ik vind dat dat juist in deze begroting had moeten staan. Daarom breng ik het naar voren. Het gaat hier over het algemene deel van onze begroting en ik mis daar iets in, namelijk de Spreidingswet. Maar, voorzitter, ik wil hem nog mooier gaan maken, want ik hoor de portefeuillehouder nu net vertellen dat Zandvoort ook een gemeente is die zich aan de wet moet houden net als alle andere gemeentes in Zandvoort. Maar ik hoor de portefeuillehouder nog geen vijf minuten geleden ook vertellen, voorzitter, dat het nog twee jaar zou kunnen duren voordat er überhaupt duidelijkheid is.

Volgens mij zijn dat twee hele tegenstrijdige dingen. We moeten ons aan de wet houden, maar die onduidelijkheid blijft tot twee jaar, minimaal. Hoe moet ik dat lezen? Ondertussen houdt dan de portefeuillehouder zich dan niet aan de wet, of gaat hij zich wel bij een dwang vanuit het ministerie zich er dan wel aan houden? Het is voor mij als controlerend orgaan van de raad compleet onduidelijk, voorzitter, compleet onduidelijk hoe hier het college moet wegen. De voorzitter: Volgens mij heeft hij daar wel iets van een antwoord op gegeven. Wellicht gaan we zo nog even naar de portefeuillehouder, maar ik zag nog twee handen. Ik denk, ik stel voor om daar nog even het woord aan te geven en dan af te ronden, te beginnen bij de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Ik heb niet zoveel tijd nodig. Er wordt gesproken over onduidelijkheid. Maar één ding is duidelijk. We hebben gewoon geen plek. Anders hadden we die al lang gevonden. Er is geen studie voor nodig. Als de Commissaris van de Koning straks vindt dat er wel pelk is, dan nodigen we hem bij deze uit om die te komen aanwijzen. Dank u wel. De voorzitter: Helder. De heer Stephan, u heeft nog het woord. De heer Stephan: Er is gezegd, we gaan het agenderen. Ik denk dat het goed is om hier nog even over door te praten.

In ieder geval, ik denk dat we scherp moeten krijgen hoe de raad er nu echt in staat, want we praten volgens mij langs elkaar vanavond. De voorzitter: Dat is een mooi bruggetje. Dan denk ik dat we afkunnen ronden. 9.

Sluiting De voorzitter: Dan dank ik iedereen voor zijn aanwezigheid, ook de mensen thuis, mensen op de tribune. Wij zien elkaar morgenavond weer om 19.00 uur. Bij deze schors ik de vergadering. Dank u wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14649774/2