Transcript - 4 april 2023
Tekst van het document
Wij hebben gevraagd: wat is voor private en publieke partijen een billijke verdeling van de te leveren inspanningen en financiële bijdrage? En in hoeverre is daar momenteel sprake van? En is dit intussen op basis van de bevindingen uit de nota Schone Stranden en de constatering en afvalmonitor, dat de hoeveelheid afval toeneemt in plaats van afneemt, met ondernemers intussen besproken en zo ja, met welk resultaat? Want als wij kijken naar de antwoorden dan komt er een wat merkwaardig beeld naar voren. Dan zou het net lijken alsof voor het afvoeren van pbd, papier en glas op het strand een andere verdeling van kosten van toepassing zou zijn als elders in Zandvoort en dat kunnen wij ons niet goed voorstellen. In ieder geval lijkt het ons niet te billijken. Vandaar die vraag. De voorzitter: De heer Hendriks.
De heer Hendriks: Ja voorzitter, wat een billijke verdeling is, dat is een vraag die heel makkelijk is om te stellen maar die heel moeilijk is om te beantwoorden. Want die verdeling van verantwoordelijkheid op het strand is verdeeld. Wij als gemeente zijn verantwoordelijk voor het stuk vrij strand, het schoonhouden daarvan, de ondernemers zijn verantwoordelijk voor het door hen gepachte deel. Daarnaast vind ik dat de supermarkt ook een verantwoordelijkheid heeft, simpelweg door de hoeveelheid afval die daarvan afkomt. De ambulante handel heeft een zekere verantwoordelijkheid te vervullen. En de vraag is hoe we die in elkaar vlechten. En daar hebben we gewoon die betere monitoring die erin staat bij nodig voordat wij daar echt een uitspraak over kunnen doen. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid en in die algemeenheid antwoord ik hem nu. En bij dat uitvoeringsplan denken we dat we die discussie wat scherper moeten voeren met de juiste cijfers daarbij. Waarbij ik ook vooral heel benieuwd ben wat u als Raad een billijke verdeling vindt slash zou vinden. En daarvoor zou bijvoorbeeld ook deze bespreking denk ik kunnen helpen zodat we het mee kunnen nemen in het opstellen van het uitvoeringsplan. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja voorzitter, het is helder dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is, hè dat moge duidelijk zijn.
Maar dat neemt niet weg dat je met verschillende partijen te maken hebt die duidelijke belangen hebben. Dat geldt zowel voor de gemeente als voor onze ondernemers. En de vraag is nu even: hoe ga je nu eenduidig om met de verdeling van het toerekenen van kosten die je als gemeente maakt op het moment dat je het dus hebt over het schoonhouden van het strand in dit geval, en de boulevards en rond de ondernemingen zoals die gevestigd zijn. Ik denk dat we het als volgt doen: dat we naar aanleiding van deze vergadering nog even bij u terugkomen met een verduidelijking van de vraag, zodat daar misschien makkelijker op geantwoord kan worden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Gaat u daarmee akkoord? De heer Hendriks: Zeker. En ter benadrukking: de stukken die we hier opnemen zijn de bijdrage die we als gemeente gaan doen. Dus de kosten die we hier vragen zijn de gemeentelijke bijdrage aan dit hele verhaal. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Gebaly, GroenLinks. De heer El Gebaly: Ja voorzitter, ik had nog één openstaande vraag betreffende specifiek een, ja een pilot, een beleidsstuk wat op dit moment wordt geschreven in de gemeente Amsterdam, betreffende ook juist de overlast van toeristische afval. Ik vroeg de wethouder daarnaar of daar mogelijkheid is voor Zandvoort om daar in ieder geval misschien bestuurlijk op aan te haken.
Het antwoord technisch gaf u redelijk, maar u was niet heel erg duidelijk. Dus ik vraag daar eigenlijk een verheldering op, op het antwoord dat technisch is gegeven. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Ja voorzitter, laat ik daarin maar meteen ook een stuk van de beantwoording van de vraag van de PVV meenemen. GroenLinks kijkt als voorbeeld naar Amsterdam, de PVV kijkt naar Singapore. Ik denk dat er heel veel voorbeelden zijn van andere plekken in de wereld waar we nog wat van kunnen leren. Dat is denk ik ook een continu proces omdat mee te nemen. In de technische antwoording is ook aangegeven: we houden dat verhaal in Amsterdam ook in de gaten om te kijken wat we daarvan kunnen leren en daarin mee kunnen nemen.
De voorzitter: Dank u wel. Wie wil er het woord in de tweede termijn? De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja voorzitter, dank u wel. Toen wij de motie indienen om juist die pilot te doen rondom afvalinzameling op het strand, die uiteindelijk heeft geresulteerd in de pilot met de afvaleilanden, was het verhaal ook al dat de gedeelde verantwoordelijkheid, ja er was sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid. En eigenlijk als ik deze behandeling van het stuk wederom hoor is waar toen in die tijd, omstreek uit mijn hoofd 2019, 2020 al een discussie over was, daar nu nog steeds eigenlijk een discussie over. En dat, ja zorgt wel voor enige zorg bij de fractie van GroenLinks. Want wij hadden gehoopt dat juist in de tussentijd, en ja we snappen er is een Coronapandemie overheen gegaan, dat juist in de tussentijd er wel al zou worden gesproken over dit soort issues. Want de vragen die wij toen in die commissie en in die Raad stelden zijn eigenlijk nog steeds de vragen die wij nu hier weer met zijn allen stellen. Dus ik zou eigenlijk de partijen allemaal willen oproepen, de gemeente, strandpachters, strandventers, maar ook de retailers, om nu eens een keertje daadkrachtig tot een oplossing te komen voor dit probleem. Als ik kijk naar de cijfers. 45 procent van het afval wat daar wordt weggegooid is plastic. Naast het strand ligt de zee en het plastic komt in zee terecht.
Ik denk dat de urgentie door deze hele commissie breed wordt gedragen en ik hoop ook dat de urgentie tot een echte oplossing niet nog een strandseizoen op zich laat wachten. We hebben volgens mij met een aantal fracties nu ook duidelijk gevraagd om wellicht meer plaatsing van afvalmogelijkheden op het strand. Dus de vraag aan de wethouder is ook om echt die plaatsing te overwegen en wellicht daarvoor dan met een extra stuk richting hier de commissie of de Raad te komen qua financiering, want ik denk dat daar voor korte termijn echt een oplossing op moet worden gevonden. We staan nu aan de vooravond van weer een wellicht druk strandseizoen, laten we het hopen voor onze ondernemers en ook voor onze inwoners. Laten we er dan ook voor zorgen dat ons mooiste visitekaartje er ook goed bij ligt en dat we niet weer over een aantal maanden bij elkaar zitten en het weer hebben over foto's die zijn geplaatst op Facebook, Instagram of welk ander social media platform dan ook, waar we weer bergen afval zien liggen. Ik denk dat daar nu echt tijd is voor actie en niet voor nog meer pilots en wachten. En tot slot, wat betreft de peuken zou ik de wethouder ook willen verzoeken om een pilot te starten voor een stuk rookvrij strand.
Ik denk dat dat ook wellicht een hele ludieke actie zou kunnen zijn en dat we daar, ondanks dat de regelgeving en wetgeving daar lastig omtrent is, dat we daar toch een soort van mooie eerste stap al kunnen zetten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond voor de tweede termijn. De heer Sukel. De heer Sukel: Ik druk op het verkeerde knopje, dat krijg je als linkshandige. Dank u wel voorzitter. Ik wil eigenlijk het pleidooi van de heer El Gebaly van harte ondersteunen en dat wilde ik even gezegd hebben. Dankjewel. De voorzitter: Dank u wel. Nog iemand voor de tweede termijn? Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson: Ja, ik wil nog een kleine verduidelijking vragen. Want er werd gezegd over de Clean Teams dat dat niet meer, dat het er helemaal uit is. Maar in het stuk staat wel gewoon dat er wordt onderzocht of dit uit het duurzaamheidsbudget gefinancierd kan worden. Dus hoe ziet u dat? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog rond. Dan geef ik graag het woord aan de wethouder de heer Hendriks. De heer Hendriks: Dank. Het betoog van GroenLinks kan ik voor een heel groot deel onderschrijven, met name over het belang van het schoonhouden van het strand en de uitstraling die dat met zich meebrengt. De praktische vraag die hij stelde was een rookvrij strand en om dat als pilot te doen op een stuk.
En daarbij verwees hij meteen naar regels die we kunnen opleggen. Waar ik voor open sta is om, als we toch met de
ondernemers praten over dat uitvoeringsplan, om voor te stellen dat één van die ondernemers dit als pilot zou willen oppakken. Maar het zou dan wat mij betreft echt alleen gaan om vrijwillige aanpak van ondernemers zelf, die als dat enige facilitering vanuit ons behoeft nemen we dat graag mee. Maar ik voel daar zelf niet heel veel voor om dat dwingend op te leggen. Los van de vraag of het juridisch houdbaar is. Dan over de Clean Teams. Nou, laat ik hem helder zeggen. Oké, dit stuk gaat echt alleen over de inzet van het afvalgeld. Dat zetten we hier niet voor in omdat die effectiviteit niet genoeg bewezen is. U ziet ook in alle evaluaties dat die effectiviteit heel lastig aan te tonen was. Tot, nou ik ga de termen die mevrouw Göransson daarbij gebruikte niet herhalen, maar ik kan me heel goed voorstellen waar dat vandaan komt. Mocht er vanuit het duurzaamheidsfonds iets worden bedacht om toch iets met Clean Teams te werken, wellicht is er een soort actie die daarvan aangevoerd … dat weet ik niet, daar kan ik niet in kijken, maar dan komt dat sowieso weer terug bij u Raad en dan gaat het over een budgetaanvraag. In elk geval, op dit moment is de effectiviteit klein en dus de reden om daar geld voor ter beschikking te stellen vanuit afvaloogpunt is er niet.
Ik kan me voorstellen dat er wellicht andere redenen zijn om zoiets te doen, bijvoorbeeld bewustwording en zichtbaarheid, maar dan komt dat weer bij u terug. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja voorzitter, ik had nog een tweede, of eigenlijk een eerste vraag gesteld, want de tweede vraag is beantwoord. Dat betreft het aantal afval-inleverpunten op het strand. Is de wethouder bereid om daar, eventueel ook met een nieuw stuk richting de Raad, nog voor het komende strandseizoen iets in te kunnen betekenen in het aantal afval-inleverpunten? De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Ja, we gaan een uitvoeringsplan schrijven. Dat komt ook weer bij u terug en daar nemen we dat in mee. Ik heb de suggestie van u gehoord, maar de suggestie kwam ook bij Jong vandaan. Dat met name het aantal punten waar mensen afval in kunnen leveren, dat dat belangrijk is. Dus dat is zeker één van de dingen die we meenemen. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dat snap ik. Echter hoorde ik ook termijnen. En die termijnen, die lopen al aardig richting de zomer, zo niet aardig ook richting het zomerreces, waardoor wij eventueel pas na de komende zomer daarover zouden kunnen besluiten. Als ik het goed, ik verstond drie maanden, maar dat kan ook aan mijn oren liggen. Komt het dan nog op tijd voor dit strandseizoen is dan de vraag.
De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: We gaan dit stuk bespreken voor de zomer. Althans, ook wat ik net zei: binnen die drie, vier maanden, laat ik zeggen daar doen we ons best voor, maar dat betekent dat het voor de zomervakantie bij u is. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik de commissie graag bedanken voor dit constructieve gesprek. Kunnen wij dit stuk vaststellen als hamerstuk? Ik kijk even rond, ik zie dat dit wel het geval is. Ik kijk nog heel even naar rechts, naar oh nee … oh dan nee. Bespreekstuk. 10. RIB Terugblik strandseizoen 2022 en korte vooruitblik 2023
De voorzitter: Goed, dan gaan wij door naar het volgende agendapunt: terugblik strandseizoen 2022 en een korte vooruitblik. Deze raadsinformatiebrief, die is geagendeerd door de OPZ. Hoe vindt de Raad dat moet worden omgegaan met handhaven op het strand? Enige voorbeelden die worden geschetst zijn de opvolging van constateringen overschrijding bouwvlak 700 vierkante meter, 770 vierkante meter. Het plaatsen van bijgebouwen, onderverhuur, exploitatieplicht van strandtenten en nou ondergeschikte activiteiten op het strand. Ik zou graag eerst het woord willen geven aan de OPZ. Ik kijk even naar de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja voorzitter, dank u wel. U was overigens aardig bezig om het gras voor mijn voeten weg te maaien met uw inlichting, maar ik … De voorzitter: Excuus. De heer Bouberg Wilson: Maar ik maak toch nog graag even gebruik van het woord wat u me heeft gegeven. Eén ding ter correctie: we stonden, ik heb in onze oplegnotitie staan dat jaarrondpaviljoens 770 vierkante meter groot zouden mogen zijn, maar het is 775 vierkante meter. Maar goed, waar het ons te doen is, is … zijn een paar dingen. We hebben die maten voor wat betreft seizoens- en jaarrondpaviljoens vastgesteld toen er nog sprake was van 450 kubieke meter. En waarom hebben we dat gedaan, want het is een aanmerkelijke vergroting.
Dat is namelijk om daar te bereiken dat we geen verrommeling op het strand hadden met allemaal dingen die erbij komen rond zo’n bebouwing die maken dat je als je op het moment dat je op de boulevard loopt met de achterkantsituatie te maken hebt. Nou, dat hebben we goed besloten. Dat was ook de reden. Alleen als je nu kijkt, bijvoorbeeld bij de haven van Zandvoort hoe dat eruitziet, dan weet je dat het duidelijk is misgegaan op dat punt. Niettemin is herbevestigd dat dit toch het uitgangspunt is. Dat hebben we vastgesteld in het Omgevingsplan Strand. Maar niettemin is er dus kennelijk iets misgegaan, maar is dat niet gesignaleerd en is dus de vraag: hebben wij het handhavingsinstrumentarium wel op orde? En dat geldt voor meer dingen. Voor wat betreft het plaatsen en verhuren van strandbungalows hebben wij als Raad besloten dat dat ondergeschikt moet zijn aan de hoofdfunctie strandpaviljoen. Waarom? Om te bewerkstelligen dat we een aantrekkelijk strand houden waar je niet alleen in een strandbungalow kunt verblijven, maar ook waar je gezellig op een terrasje kunt zitten en dat langs onze hele kust tot aan Bloemendaal aan Zee. Wat je nu ziet gebeuren, dat is dat de prioriteiten precies andersom komen te liggen.
Er zijn namelijk diverse strandpaviljoens die strandbungalows verhuren die al wel met de verhuur van strandbungalows bezig zijn maar hun strandpaviljoen niet exploiteren omdat ze door de week bijvoorbeeld gesloten zijn of een hele andere volgorde in de opbouw hebben, zodat er al wordt verhuurd terwijl het strandpaviljoen nog niet eens staat. Dus de vraag is nu dan ook: dat beleidsuitgangspunt dat we hadden, aantrekkelijk houden van het strand, dat wordt daar niet mee gediend. En vandaar dat we dit aan de orde stellen met de vraag: hoe denken jullie als fracties daarover? En ook weer de vraag aan de wethouder, want zijn op dit punt handhavingsregels en het instrumentarium helder en toereikend? Dan hebben we ook omwille van diezelfde reden: aantrekkelijk houden van het strand, hebben wij in de pachtovereenkomst een exploitatieplicht staan. Zodanig dat op moment dat je dus een strand pacht dat je daar ook daadwerkelijk de activiteit uitoefent die daarvoor mogelijk is. Wat we nu zien, dat is dat … een aantal keren is dat misgegaan omdat het gewoon niet werd geëxploiteerd, onder andere op het naaktstrand. Maar er is ook sprake van een situatie waarbij er al jarenlang een ontheffing van die exploitatieplicht wordt gegeven. En dat is dat iets van een zeven jaar of daaromtrent.
En op het moment dat je dan een regel hebt en die wordt niet nageleefd en ook niet gehandhaafd, kijk uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, dat is altijd mogelijk natuurlijk, maar op moment dat het in een dergelijke hoeveelheid keren aan de orde is, dan denk ik, dan ben je je eigen instrumentarium aan het ondergraven. Tenslotte, er is vorig jaar gedurende enkele weken sprake geweest van toenemende overlast van verschillende groepen jongeren en dat bestond uit intimiderend gedrag en overmatig alcoholgebruik en
overnachten op het strand. Ook de strandpachters, die maakten zich zorgen daarover en over die vormen van overlast op het strand. De vraag is nu ook weer: is de inzetbaarheid ook 's nachts van handhavers op het strand, is die er? En zijn de regels in het handhavingsinstrumentarium ter voorkoming van deze dingen, en dat je daar ook tegen kunt optreden, zijn die geregeld, is dat helder en is dat toereikend? Dat was de reden waarom wij voor de vooruitblik op het strand 2023 de RIB ter discussie wilde stellen, aan de fracties wilden voorleggen om daar hun mening over te geven dan wel een standpunt over te geven. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Goed, dan kijk ik even rond. Voordat de leden het woord krijgen, kijk ik nog even in de zaal of er nog insprekers zijn op dit onderwerp. Dat is niet het geval. Dan geef ik graag, nou eerst het woord aan het CDA, de heer Bluijs. De heer Bluijs: Ja, dank u voorzitter. We hebben het stuk goed gelezen. En inderdaad ook die 775 vierkante meter, mijnheer Bouberg Wilson, die is correct. Ten aanzien van de exploitatie van strandhuisjes en strandpaviljoens wil ik toch graag de opmerking maken dat zeg maar op het Noordstrand waar de huisjes staan, zoals bekend zijn het allemaal prefab huisjes die in één dag geplaatst worden. En die datum van plaatsing, die wordt vooraf uiterst strak gepland door de firma Paap.
En het opbouwen van een strandpaviljoen neemt zo’n zes weken in beslag. Als die lijn doorzet die u stelt, dan zou je dat ook moeten gelden voor de afbraak van het strandpaviljoen. Dus eigenlijk zegt u met andere woorden dat u een ondernemer tien weken exploitatie wilt ontnemen. Is dat een goede gedachte? De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ja voorzitter, er worden mij woorden in de mond gelegd die ik niet heb uitgesproken. Ik heb namelijk alleen maar aan de orde gesteld dat het ondergeschikt zou moeten zijn aan de hoofdaffiniteit. En als de hoofdaffiniteit er niet is, dan is er dus een probleem. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder. De heer Bluijs: Vandaar dat ik het ook aankaart. Ook ten aanzien van de exploitatieplicht van strandpaviljoens over het hele strand. Ja, ik kan me wel voorstellen dat zowel op het Noordstrand als het Zuidstrand en het naaktstrand zeg maar ze weleens door de week dicht zijn of doordeweeks dicht zijn, ook gezien het personeelsgebrek. En volgens mij is dat toch een nieuwe realiteit waar ondernemers mee om moeten gaan. Dus ik begrijp heel goed dat er een exploitatieplicht is, maar ja de huidige tijd geeft toch andere problemen en uitdagingen.
En ten aanzien van zeg maar de overlast die paviljoens hebben, daar hebben we de APV voor, en ik denk dat er ook ruimte moet blijven om snel en flexibel te kunnen anticiperen ten aanzien van ordeverstoring. Dat zijn mijn opmerkingen ten aanzien van de oplegnotitie. Dank u voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk naar de VVD. De heer Lemmens. De heer Lemmens: Ja, de oplegnotitie van de OPZ het is heel duidelijk en ja, eigenlijk kunnen wij in ons alles vinden. Ik zal het stuk voor stuk even doornemen. Inzake het handhaven van maximaal bebouwd terrein. Dat vinden wij gewoon dat er gehandhaafd moeten worden als dat overschreden wordt. De wenselijkheid van hoe zie je dat met de hoofdfunctie, nou wij vinden gewoon: de hoofdfunctie van het strand is het strandpaviljoen. En op het moment dat dat niet open is vind ik, althans en dan heb ik het niet over een dag in de week omdat ze toevallig niet de open zijn in verband met personeel, maar wel met de opbouw. Weet je, het moet niet zo zijn dat je op 1 februari de bungalows neer gaat zetten en op 16 maart je strandpaviljoen openmaakt. Dat zien wij niet zo. Dus wat dat betreft zou je dan ook moeten zeggen: dan mag er nog niet verhuurd worden door de
strandbungalows. En wat betreft dispensatie. Ja, ik roep heel hard of wij roepen heel hard: in beginsel geen dispensatie, want … of er moet iets heel extreems iets aan de hand zijn. En wat het standpunt is voor, ja mag ik ze reljeugd of hoe je noemt wil, ja zo snel mogelijk optreden. Dat was het, voorzitter. Dank u wel, dan kijk naar de PVV. De heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Ja, dank u wel voorzitter. Onze dank voor de oplegnotitie. Met name punt 4 spreekt ons aan, maar eerst zullen we het nog even hebben over die vierkante meters. Wanneer een handhaver spreekt die zou moeten handhaven op die vierkante meters: ja, ik kan niet handhaven, want de markeringspalen ontbreken. Want er zijn nogal wat strandtenthouders, die trekken die palen uit de grond en gooien dat in het talud, of mikken dat in de coulissen. En ja, dan is handhaven best wel lastig. Met name punt 4, de overlastgevers, ja dat spreekt ons wel aan, daar hebben we al eerder op gewezen. In het verleden gingen we daar goed mee om en effectief en dat bleek te helpen. Dus waarom doen we dat dan niet nogmaals? Cameratoezicht zou kunnen helpen. Ik sprak laatst een strandpachter, die moet op drukke dagen beveiligers inhuren vanwege die overlastgevers. OPZ heeft het over verschillende groepen jongeren.
De term die deze strandpachter hanteerde, die zal ik hier niet herhalen, anders krijg ik ruzie met het reglement van orde vanwege mijn taalgebruik, dus dat zal ik achterwege laten. Maar ik denk dat we allemaal weten waar we het over hebben. Tot zover voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan GroenLinks. De Heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dank u wel voorzitter en dank u wel de heer Bouberg Wilson en daarmee de OPZ voor deze oplegnotitie. Fijn dat u deze weer heeft uitgewerkt, want dat zorgt ervoor dat wij als andere partijen makkelijk daarop kunnen reageren en stelt ook concrete vragen die ik graag ook wil afgaan. Wat betreft punt 1. Ja, de bebouwing vinden wij eigenlijk dat waar wij dingen met elkaar afspreken dat dat ook gewoon gehandhaafd moet worden, zo simpel is het eigenlijk. En ja, het is lastig. Ja, dat hoort erbij. Maar in den beginne spreken we met elkaar regels en kaders af en die regels en kaders moeten worden nageleefd en daarvoor is het instrument handhaven. Dus daar vinden wij eigenlijk denk ik elkaar wel in als partijen. Dan wat betreft de functie. Ja, wij zijn het ermee eens dat die functie ondergeschikt moet zijn aan de hoofdfunctie. Want anders hadden we die regels ook nooit met elkaar vastgesteld en opgelegd.
En ik denk dat het ook getuigd van een goed functionerend gemeentebestuur wanneer we die regels hebben die ook handhaven en ben ik het helemaal met u eens dat wanneer er een exploitatie plaatsvindt op de verhuurde huisjes, dat dat natuurlijk pas kan plaatsvinden als de hoofdfunctie ook staat, want anders is daar een ondermijning in de regels, lijkt GroenLinks. Dan wat betreft de wenselijkheid van die exploitatieplicht. Ook daarvoor geldt: volgens mij hebben we die gewoon opgenomen en dat betekent dus, en elke paviljoenhouder weet dat ook, dat zij gewoon open moeten zijn. En dat heeft ermee te maken, en volgens mij heeft mevrouw Van der Veld dat nog in de vorige periode gezegd als raadslid voor GBZ dat dat natuurlijk de verkrotting van het strand tegen moet gaan, dat is voor mij ten principale het idee daarachter. En het is ook natuurlijk iets wat wij als uniek element aan ons strand hebben, dat wij juist die strandtenten hebben die op 365 dagen per jaar open zijn maar ook de seizoenspaviljoens die dan ook die gehele tijd open zijn. En dat ze dus niet geen nee verkopen aan de deur. En dat is wat ons betreft ook onwenselijk. Het is juist ook wederom, ik zei het net ook al, het visitekaartje van Zandvoort. Dus wat ons betreft is er geen mogelijkheid tot sluiting, mits er wel hele, ja prangende redenen zijn om dat wel te doen natuurlijk, die is er altijd.
En dan wat betreft de overlast. Ja, weer wordt wederom het frame jongeren gebruikt. Wij vinden overlastplegers, overlastplegers. Waar ze ook vandaan komen, hoe oud ze ook zijn. En die overlastplegers, die moeten aan worden gepakt. En ik denk te hebben gezien dat naar aanleiding van, ja toch wel de consternatie die er ontstond de vorige keer vorige zomer, dat dit college juist heel daadkrachtig daarop heeft opgetreden en samen in samenspraak met de paviljoenhouders, maar ook
met de politie, handhaving, volgens mij zelfs met het corps in Amsterdam, met de NS, toch wel echt tot adequate oplossingen zijn gekomen en wij vinden ook dat die adequate oplossingen prima werkten en ook de vruchten hebben afgeworpen. Dus we gaan er eigenlijk vanuit dat, ja de good practices uit vorig seizoen, vorig strandseizoen, nogmaals worden herhaald dit strandseizoen om die overlast tot een minimum te beperken. En natuurlijk zal er altijd een incident zijn en dan is het, ja het vertrouwen wat GroenLinks heeft in onze handhaving, in onze politie, dat dat dan ook op die wijze wordt aangepakt en ook opgelost. En natuurlijk is elk incident eentje te veel. Alleen om dat specifiek toe te wijzen in dit geval aan jongeren. Ja, jongeren waren hier bij betrokken. Maar ik heb niet daar een ID-controle gedaan, dus ik heb daar geen enig idee over. Tot slot hopen dat de wethouder nog aan de beurt komt, want wij hebben op een ander punt wel een vraag wat ons al een aantal, ja toch wel jaren nu begint te storen. Wij hebben een aantal jaar geleden namelijk twee vergunningen afgegeven, mogelijkheid tot vergunningen voor jaarrondpaviljoens. En zover wij weten worden die twee vergunningen tot op de dag van vandaag niet gebruikt.
Dus onze vraag is eigenlijk aan de wethouder: hoe … en ook aan de commissieleden die nog na mij komen, hoe wij daar als gemeenteraad mee om willen gaan? Want wij hebben toen op verzoek van de paviljoenhouders twee jaarrondvergunningen vergeven. Die jaarrondvergunningen zijn tot op de dag van vandaag niet gebruikt. Dus wat is dan die nut en die noodzaak van toen geweest? En zijn er nu niet andere, wellicht strandpaviljoens die vinden: ja, wij willen daar wel aanspraak op maken, wij willen dat wel doen. Want wij denken dat jaarrondpaviljoens toevoegen aan Zandvoort, dat wel iets positiefs zou kunnen zijn. En de vraag aan het college is daarbij dus hoe het staat met die twee vergunningen die wij toentertijd hebben verleend. En eventueel zou ik ook de mogelijkheden kunnen noemen welke twee paviljoens het dan aangaat. Ik zie de wethouder daar twijfelend kijken, maar dat zou ik eventueel kunnen verduidelijkende vraag kunnen doen zo meteen tijdens de beantwoording. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik graag door naar D66. De heer Hermsen. De heer Hermsen: D66 wil dit soort onderwerpen graag bespreken bij raadsstukken. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar de PvdA. De heer Broer. De heer Broer: Dank u wel voorzitter. Dank u wel OPZ, voor deze notitie. Voor betreft het stukje omvang. Ja, als het om handhaving gaat is voor ons heel duidelijk. Afspraken zijn afspraken.
Niet handhaven, dat zorgt voor een ongelijk speelveld en dat wil niemand natuurlijk. Dus wij willen dat graag handhaven op dat moment, die omvang. Strandbungalows inderdaad ondergeschikt. Pas gaan exploiteren op het moment dat het hoofdgebouw staat en open is en daar geëxploiteerd wordt. Voor wat betreft die overlast en veiligheid. In januari hebben we gesproken over het stuk Jeugd en Veiligheid. Hè, dat is geprioriteerd. Ja, voor PvdA blijft dat stuk ook gewoon staan. En daar zijn ook volgens mij de punten opgenomen die de heer El Gebaly net aangaf. Dus daar staan we achter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar ZEE. De heer Sukel. De heer Sukel: Dank u wel, voorzitter. Nou, allereerst de vraag aan OPZ zelf: wat beoogt u te bereiken met de discussie hierzo? Want los van het feit dat het absoluut de juiste vragen zijn die gesteld worden. Jullie willen weten, of OPZ wil weten hoe we over de handhaving denken, en ZEE is daar eigenlijk ook vrij simpel in net als veel andere collega's. Regels en regels en daar moet iedereen zich aan houden, anders hebben we ze hier niet vastgesteld. Dat geldt niet alleen voor de paviljoens, maar ook voor de … hoe heet het, degenen die op het strand mogen vechten … venten. Niet vechten, alsjeblieft niet. Ook die moeten zich aan regels houden, mogen niet vechten.
En zoals de heer Van Tiggelen als zei, er worden regelmatig palen de grond uitgetrokken. Ik ben ooit met een strandpachter meegereden daarover. En die heeft laten zien wat er dan allemaal gebeurt en
hoeveel zand er wordt opgeworpen om terrassen te maken en dat soort dingen. Het vraagt dus ook steeds om metingen, en het vraagt dus inderdaad om dat de handhaving daar op orde is. Als ik het goed begrijp, dat is ook een vraag aan de OPZ, zijn een aantal door u opgemerkte zaken al meerdere jaren zo en zou het dus niet uitsluitend een personeelsprobleem zijn. Dat vind ik ook een interessante. En dat geldt idem voor de hoofdactiviteit en nevenactiviteit. Huisjes vallen voor zover wijd bezien gewoon onder horeca. Is het voor de strandpachters dan duidelijk dat het een nevenactiviteit is, is dat goed beschreven in onze eigen regelgeving? Als je kijkt naar de RIB, daar staan ook mooie dingen in en u agendeert dit ook vanwege de RIB. Er staan zaken in van hoe belandt het dan in de APV. Daar wordt ook opgemerkt inderdaad dat die handhaving lastig is omdat het privaatrechtelijk is en dat het mooi zou zijn als die in de APV zou kunnen landen als we zaken kunnen generaliseren uit de huurcontracten. Nou, ik wil dan toch in pleidooi doen omdat gewoon die regels gewoon te volgen en ook de privaatrechtelijke weg te volgen anders maak je het de ondernemers ook wel makkelijk, zo van nou ja, er wordt toch niet gehandhaafd, de privaatrechtelijke weg vinden ze lastig. We kunnen wel een beetje onze gang gaan en volgens mij als ik de collega’s zo beluister is niemand die dat wil.
Nou, overlast is voldoende over gezegd, daar kunnen we van alles van vinden. Maar inderdaad zoals wij het bezien hoe dit aangepakt is het afgelopen jaar is dat goed gegaan. Is er goed geëvalueerd, begrijpen we en zijn er nadere afspraken gemaakt. Dus ik hoop dat de portefeuillehouder die daarover gaat, ja dat vasthoudt en dat er snel en actief wordt gehandeld mocht er weer iets dergelijks plaatsvinden. En eigenlijk ook vanuit de RIB. Ja, hoeveel verschillen zijn er eigenlijk in die huurcontracten, is daar inzage in? Zijn de huurcontracten überhaupt wel allemaal een beetje gelijkluidend? Want dat kan ook weer voeding geven om de door de OPZ gestelde vragen misschien nog beter te beantwoorden, dat weet ik eigenlijk niet. En daar wil ik het bij laten, dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar Jong Zandvoort, mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson: Dank u wel, voorzitter. Ook wij zijn van mening dat er gehandhaafd moet worden op het bebouwen, op het maximaal bebouwen van het oppervlak. Regels zijn er immers niet voor niks. Inzake de strandbungalows zijn wij kort. Jong Zandvoort had er liever minder gezien. Dat is niet aan de orde. Maar dat het ondergeschikt moet zijn, dat is iets waar wij ook mee instemmen wat de rest gezegd heeft. Even kijken hoor. De oorspronkelijke tent moet de hoofdactiviteit zijn.
Maar ook, wanneer is iets ondergeschikt? De definitie ondergeschikt is, als we die erbij pakken, is van iemand afhankelijk, lager in rang, of van weinig belang. Kunnen we dit wel terugvertalen in een objectief iets, of is het subjectief? Kan je er een percentage aanhangen hoeveel geld uit iets gehaald kan worden? Daar zullen we het over kunnen hebben, maar dat het ondergeschikt moet zijn en dus niet de hoofdzaak, daar zijn we het mee eens. Daarnaast het punt over de exploitatieplicht. We vinden de handhaving op dit punt net als op de andere punten belangrijk. De regels zijn er hier ook niet voor niks en daar zullen we … wij als gemeente zullen we ons aan de regels moeten houden. De ondernemers in het dorp en de ondernemers op het strand zijn daar niet anders. En dan even kijken, het punt van de handhaving. Daarbij zijn we wel blij dat ondertussen de APV ook aangepast is en we hopen ook dat dit de handhaving meer handvatten geeft om daadwerkelijk te kunnen handhaven. En daarin zijn we ook benieuwd naar de mening van de handhaving, waarschijnlijk na het seizoen, hebben ze hier inderdaad voldoende aan of niet? En tot slot, de overlast.
Wij zijn van mening dat iedereen zich veilig moet voelen op het strand en wanneer de strandpachters aangeven dat er overlast is en dat zij eigenlijk een noodkreet doen, dan vinden wij dat we hier als gemeente zo goed mogelijk moeten faciliteren om ervoor te zorgen dat de overlast tenietgedaan wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de wethouder.
De heer Hendriks: Dank en ik zal proberen de vragen te beantwoorden met uitzondering van diegene die over handhaving en openbare orde en veiligheid gaan. Daarvoor hoop ik dat u de burgemeester het woord zou willen geven. Voorzitter, ander deel is de handhaving op bebouwd oppervlak en op de ruimtelijke vergunningen. En die is volgens mij … Waar het gaat over die 700 meter ken ik geen geval dat die is overschreden en de Omgevingsdienst kent dat geval, kent daar ook geen geval van. Maar mocht dat zo zijn, zullen we daar uiteraard op handhaven. Want een vergunning wordt verleend en dan wordt er conform die vergunning gebouwd en zo niet, dan treden we daar tegenop. Dat geldt ook voor het handhaven op de strandbungalows en de exploitatieplicht van het paviljoen daaraan gekoppeld. De regel is heel duidelijk. Mijnheer Bouberg Wilson haalt die terecht aan. De strandbungalows zijn ondergeschikt aan de hoofdactiviteit, te weten het paviljoen. In de beleidsregel heeft u dat ook omschreven, of we hebben dat ook omschreven dat dat in ruimtelijke zin optisch ondergeschikt moet zijn en dat het gezamenlijk grondoppervlak ook ondergeschikt moet zijn aan het oppervlak van het paviljoen zelf. Daar wordt bij de vergunningverlening aan getoetst. Ook bij de exploitatie geldt dat die ondergeschikt moet zijn aan die van het hoofdactiviteit.
Dus voor de regel geldt heel duidelijk: eerst moet het paviljoen staan en dan de bungalows. Andersom kan niet, want dan is het niet meer ondergeschikt, dan is namelijk het verhuren van overnachtingsruimte de hoofdactiviteit geworden als het paviljoen zelf nog niet open is, daar moet echt de hoofdmoot in zitten. Dat is ook in alle gevallen de bedoeling. Er is afgelopen jaar één situatie geweest, en dat is bij Ahoy en Thalassa zeg maar, waarbij de bouw van het paviljoen een behoorlijke vertraging heeft opgelopen. Ook, overigens moet ik de hand in eigen boezem steken, ook door toedoen van de gemeente. Maar die bungalows waren al geleverd en dat heeft meegewogen in de overweging om daar die toestemming voor te verlenen. Maar de regel is volstrekt helder: eerst het paviljoen, dan de bungalows. En we hebben ook geen signalen gehad, ook nagevraagd bij de Omgevingsdienst, ook daar zijn geen signalen bekend van bungalows die eerder worden geëxploiteerd dan paviljoens. En mocht dat wel zo zijn, dan zullen we daarop handhaven. De dispensatie van het … want nog even blijvend bij de exploitatieplicht en de dispensatie daarvan. Ook daarvoor geldt: de regel is helder, er is een exploitatieplicht. Die stond eerder in de pachtcontracten. Die staat sinds kort ook in het Omgevingsplan. Namelijk, men moet 22 maart open zijn en dan exploiteren.
Exploiteren betekent dat je niet door de weeks dicht kunt zijn. Punt. Dat is gewoon de beleidsregel. Die staat ook in het Omgevingsplan, dus daar kan ook op worden gehandhaafd omdat het niet meer alleen privaatrechtelijk is. Wel kan het college dispensatie verlenen van die exploitatieplicht. En ik weet volgens mij welk geval de heer Bouberg Wilson bedoelt waar dat langdurig gebeurd is. Dat is bij Bernie’s, omdat daar inderdaad sprake is van ontwikkeling van een permanent paviljoen. Nou, u kent het. Waarbij men dat in samenhang heeft willen ontwikkelen. We moeten inmiddels wel constateren dat die samenhangende ontwikkeling wat vertraging oploopt. Maar we hebben dit gesprek ook gevoerd bij de vaststelling van het Omgevingsplan Strand. Toen zei ik van nou, mocht die aanvraag binnenkomen gaan we die beoordelen. Inmiddels is die aanvraag binnen en gaf die voor ons aanleiding om te zeggen: nou, daar moeten we nog het gesprek over aangaan wat hier nou precies bedoeld wordt. Want niet helemaal helder is met welke redenen die dispensatie gevraagd wordt, omdat men ook het signaal af heeft gegeven vanuit het circuit dat er geen bereidheid meer is tot investeren. Dus we willen dat eerst helder hebben voordat we dat verzoek kunnen beoordelen. Maar die beoordeling loopt en die gesprekken zullen deze week of volgende week plaatsvinden.
Ja, dan was voor mij nog in algemene zin de vraag van, voldoet dat handhavingsinstrumentarium nou? En ik denk dat we met zijn allen hebben geconstateerd de afgelopen jaren dat het handhavingsinstrumentarium niet voldoet. En daarom hebben we ook in een poging om meer grip te krijgen op dat strand juist een aantal artikelen uit die pachtcontracten naar de APV overgehaald enige tijd geleden. Daarvoor hebben we ook in het Omgevingsplan Strand een aantal voorwaarden nadrukkelijker opgenomen en dat dient allemaal om die handhaafbaarheid makkelijker te maken en ook in het publiekrechtelijke te kunnen doen, wat zowel bij het Omgevingsplan Strand als bij de APV natuurlijk het geval is. Op dit moment en de komende tijd wordt door de omgevingsdienst ook een schouw
gehouden op het strand, bij de opbouw van de paviljoens gebeurt dat. Dat gebeurt een aantal keren per jaar en ik ben voornemens om de resultaten van die schouw, dat rapport met u als Raad te delen omdat we dan ook met elkaar kunnen kijken: waar gaat nou de prioriteit naar uit? Het woord handhaving is hier vaak gevallen, ook bij mijzelf net. Als we iets constateren, gaan we handhaven heb ik een paar keer gezegd. Nou, de hoeveelheid handhavers is natuurlijk beperkt, dus we hebben prioriteiten aan te geven en het lijkt mij een goeie om naar aanleiding van die eerste schouw na de opbouw zeg maar, om ook met u als Raad van gedachten te wisselen over welke elementen we nou het belangrijkst vinden met elkaar en waar de meeste prioriteit naartoe moet. Ja voorzitter, specifiek de vraag van ZEE over het artikel opnemen in de APV heb ik volgens mij beantwoord door te zeggen: dat hebben we gedaan. Zijn technische vraag: hoe verschillend zijn die contracten nou? Nou, die zijn eigenlijk gelijk. We werken met uniforme contracten. Bij Jong Zandvoort kwam nog de vraag vandaan: hoe definiëren we nou ondergeschikt? Die heb ik volgens mij ook beantwoord door te zeggen dat dat echt een ruimtelijke zin is bij die paviljoens. En u zegt: we willen daar graag minder. Nou, we hebben daarvoor gezorgd dat het er niet meer worden, ook in het Omgevingsplan Strand.
De locaties waar het aangevraagd kan worden zijn inmiddels redelijk beperkt. GroenLinks vroeg naar de twee vergunningen. Volgens mij doelt hij daarbij op Rapa Nui en Bernie’s. Dat zijn nog geen verleende vergunningen. Dat zijn zelfs nog geen aangevraagde vergunningen. Dat is enigszins stil. Maar zodra die vergunning aangevraagd wordt nemen we die in behandeling, met inachtneming van de regels zoals u als Raad die heeft opgesteld, zijn deze twee locaties geschikt voor jaarrond. Maar dat hangt natuurlijk af van een verleende vergunning. De handhaving op die 700 meter, was een vraag vanuit de PVV maar ik hoorde hem vaker, over die piketpalen en kunnen die snoodaards niet gewoon die piketpalen weggooien en daarmee handhaving moeilijk maken. Nou, gelukkig is niet zo eenvoudig. Die locatie van die piketpalen, daar hebben ook gewoon een gps-locatie van. Dus handhaving is nog steeds mogelijk, ook als de paaltjes weg zijn gehaald. Het maakt alleen het handhaving in één oogopslag wat moeilijker. Dus er worden … dan plaatsen we ze gewoon opnieuw. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond voor de twee… Ah, excuus ik vergeet de burgemeester, die kon nog even beantwoording geven over de handhaving. De heer Moolenburgh: Dank u wel, voorzitter.
Volgens mij ging het tot nu toe ook over handhaving, maar nu specifiek met betrekking tot het vierde punt wat door de heer Bouberg Wilson is ingebracht. Vooropgesteld zijnde dat waar 100.000 mensen op een warme dag naar het strand komen naar Zandvoort, het een illusie is om te denken dat dat zonder overlast gepaard gaat. Dat gebeurt, misschien mensen die per ongeluk overlast veroorzaken, maar helaas zijn er ook mensen die met welbewuste bedoelingen hiernaartoe komen om een beetje rotzooi te schoppen. En aan ons de taak om dat zo goed mogelijk tegen te gaan en daar hebben we iedereen bij nodig. En ik kan wel zeggen dat we de afgelopen periode goeie stappen gezet hebben. Dat heeft u ook kunnen lezen. En dat is in goeie samenspraak met alle partijen politie, handhaving, reddingsbrigade en ook de pachters spelen daar een belangrijke rol in, juist in het kader van vroegsignalering. We hebben afgelopen periode geleerd dat hoe vroeger je erbij bent op het moment dat er ergens een kiem van overlast is en hoe eerder je dat tegengaat, dat dat een verdere escalatie voorkomt. En als dat wel nodig is, dan pakken we ook door. We hebben niet het vorige seizoen, maar het seizoen daarvoor ook in één keer 32 gebiedsgeboden opgelegd.
En we hebben ook sinds kort de beschikking over een vierentwintiguursverbod, wat de politie in mandaat kan opleggen en pas na afloop mij daar verantwoording voor hoeft af te leggen. Juist om ook door te kunnen pakken op het moment dat het nodig is. Nogmaals, dat betekent in ieder geval dat wij ook een stevig beroep doen op alle partners en dat betekent inderdaad ook dat paviljoens vrijwillig, maar ook daar door ons gestimuleerd, ook hun eigen beveiliging goed op orde moeten hebben om met name als het gaat om het stuk op de Middenboulevard, te zorgen dat we de boel beheersbaar houden. U heeft
specifiek ook gevraagd naar handhaving. Wij hebben in principe in de zomerperiode regulier tot elf uur handhaving en we hebben een aantal nachtdiensten. Niet elke nacht is er handhaving aanwezig en die zien inderdaad ook toe op het slapen op het strand en ook het slapen op de boulevard. Nogmaals, ook daar hebben we te maken met personeelsroosters. Is net ook al aan gememoreerd dat wat dat betreft daar ook tekorten gelden. Maar we hebben in ieder geval dus regulier nachtinzet. En de politie is in principe gewoon beschikbaar als het gaat om het tegengaan van de overige overlast. Ik denk dat ik daarmee beantwoord heb. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel burgemeester. Ik kijk even rond of er behoefte is aan een tweede termijn. De heer Sukel. De heer Sukel: Ik had nog een vraag gesteld. Dank u wel voorzitter, ik had een vraag gesteld aan de OPZ, wat de OPZ beoogt met het indienen van dit stuk, omdat u vooral vragen stelt. Dus u heeft er ook een mening over en nou ja, is dit voor u voldoende geweest of niet? Of verwacht u nog iets van uw mede- commissie- en raadsleden? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: De heer … De heer Bouberg Wilson: Staat u me toe voorzitter. Bedankt voor die vraag. U heeft zelf voor een deel denk ik ook het antwoord gegeven, net als veel andere fracties.
Het blijkt wel dat er op sommige punten reden is tot actie, misschien wel meer reden tot actie dan we ons allemaal bewust waren. En bijvoorbeeld als het gaat om handhaving, dan lees ik wel dat er constateringen worden gedaan van onvergunde bouwwerken of iets dergelijks. Of dat er aanschrijvingen worden verstuurd door OD IJmond, maar ik ben niet erg onder de indruk van het resultaat daarvan. En ik vraag me ook af, en dat is wat mij betreft ook nog een vraag die ik in de tweede termijn zou willen stellen voorzitter, dat is: zijn er ook voorbeelden van handhavingsacties op grond van de constateringen die er zijn gedaan en de aanschrijvingen die er zijn gedaan? Want dat zou misschien wat meer kunnen leiden tot constateren dat het ook effectvol is wat we doen. Maar nog even terugkomend op de vraag van de heer Sukel. De discussie heeft al uitgewezen denk ik, dat het één en ander wordt onderschreven wat aan de orde is gesteld en dat het misschien wat opfrissing nodig heeft om dat nog weer eens in de herinnering te brengen. want laten we wel zijn, veel van die overwegingen die ik heb toegelicht in het begin van de discussie, ja die zijn van jaren terug.
En als je ziet, de snelheid waarmee de ondernemers op het strand, de strandpachters wisselen, dan kun je wel eens afvragen of dat wel bij iedereen op het netvlies zit, wat we met elkaar hebben afgesproken, en wat daar ook de redenen van zijn. Want ik denk dat het absoluut niet alleen maar onwil is, maar dit zou wel eens een reden kunnen zijn. Want het staat wel ergens, maar ja we hebben geen borden bij het strand staan, van dit zijn de regels voor de strandpachters, om maar eens wat te noemen. Dus daar zit denk ik ook wel een taakstelling in om dat wat dat betreft wat meer in de actualiteiten van het geheugen te brengen. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja voorzitter, eigenlijk een vraag aan deze commissie. We hebben net de wethouder gehoord betreffende de twee jaarrond mogelijkheden om jaarrond te vergunnen. GroenLinks heeft er nogal moeite mee dat in de tijd dat wij die jaarrondvergunningen hebben … de mogelijkheid daartoe hebben gegeven, dat dat toen op dat moment moest. Ik herinner me nog voor één van de twee vergunningen dat het ook te maken had met het talud, dat in samenwerking met een strandpaviljoen uit Bloemendaal moest worden gerealiseerd. En nu een aantal jaar later komen wij dus tot de constatering dat daar met die
vergunningen nog steeds vrij weinig is gedaan. Dus ik vraag me af wat de mening van de commissieleden is betreffende deze twee vergunningen. En dat is eigenlijk een hele korte vraag aan de gehele commissie. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond voor de tweede termijn. De heer Bouberg Wilson. SPK13: Ik weet niet of ik u van dienst kan zijn, maar volgens mij hebben wij indertijd na het onderzoek is er nog ruimte voor jaarrondpaviljoens vastgesteld, dat die ruimte er was. Die is ook geboden. Maar we hebben geen vergunningen afgegeven. Dus met andere woorden, het wachten is op iemand die gebruik maakt van die mogelijkheid om die vergunning ook daadwerkelijk te consumeren. Hè dus ja, het ligt bij degenen die daarin willen stappen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de heer Broer, PvdA. De heer Broer: Ja, ik had nog een vraag voor de wethouder, die was ik in mijn vorige termijn even vergeten. Ik weet niet, kan dat nog of? Oké. De voorzitter: Ja, zeker. Ja. De heer Broer: Ja, in het RIB staat een derde aandachtspunt dat er een actualisatie van het beleid gaat omtrent voertuigen op het strand.
Er stond alleen helemaal niet bij vermeld wanneer dat eventueel zou gaan gebeuren, dus ik wilde de wethouder vragen: wanneer kunnen hier voor het eerst iets van verwachten? Is dat echt nog voor het seizoen of ja, is het alleen maar even pappen en nathouden voor dit seizoen? Dat was even de vraag. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond. Heeft er iemand nog behoefte aan de tweede termijn? Nee, volgens mij. Ja, de heer Stephan, CDA. De heer Stephan: Ja, misschien heel kort omdat de heer El Gebaly het zo vriendelijk vraagt, een korte reactie daarop is toch zo netjes ook. Kijk, volgens mij moeten we één ding voor ogen houden mijnheer El Gebaly. Dat we hebben toen gezegd een paar jaar geleden: is misschien ruimte voor extra paviljoens mits dat geen horecapaviljoens zijn. Dus het waren twee extra paviljoens met een andere functie. Eén was watersport, de ander was een congrescentrum. Bernie’s was daar een beetje ingevuld en Rapa Nui, wat een bijzondere, weliswaar horeca, maar een bijzonder status omdat het zover tegen Bloemendaal aanlag dat we zeiden: dat concurreert niet met Zandvoort in die zin hè, concurreert met Bloemendaal. Dus dat was wel het kader, dan kun je nou ja daar … Aan dat uitgangspunt is wat CDA betreft niets veranderd. Dus geen extra horecapaviljoens. Ja watersport, congres, en dat kan alsnog worden ingevuld als daar vanuit de markt vraag naar is.
De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja, dus als ik het goed begrijp … Het is een beetje dubbel, want er is natuurlijk ook een rapport geweest waarin werd beschreven dat juist er wel ruimte zou zijn voor extra paviljoens. Dan … ik probeer uw woorden daarmee te rijmen. Dus misschien kunt u daar een reactie op geven? De voorzitter: De heer Stephan. De heer Stephan: Nou, dan raad ik aan toch nog één keer dat ‘…’ rapport grondig door te lezen, want daar staat dus in dat er dus geen ruimte is voor extra horeca maar wel voor paviljoens met andere activiteiten.
De voorzitter: Interruptie … De heer Hermsen: Ja, dank u wel voorzitter. Los van het feit dat ik een paar keer zat te zwaaien. Een punt van orde, twee. Eén, we hebben volgens mij één spreker per onderwerp van de partij. Dus dat dat de heer Stephan begint te praten, dat vind ik op zichzelf prima als u dat toelaat, maar dan wil ik dat wel volgende keer van tevoren weten. En het tweede is: ik vind het wel een beetje naar een technisch vragenuurtje neigen nu op dit moment en de vraag zeg maar, is dit nou van belang dat we dit soort zaken bespreken al hier, of op het moment dat de raadsstukken zich voordoen. Maar dat vraag ik nu even hier aan de commissie zelf of dit nu hetgeen is wat we willen. Want dit duurt echt heel lang en we bespreken eigenlijk in feite niks behalve dan dat we zeggen van ja, er moet gehandhaafd worden. Maar dat is niet veranderd ten opzichte van hetgeen wat ik al eerder heb gehoord van de wethouders. De voorzitter: Ja, persoonlijk vind ik het een erg goede discussie. Ik denk dat dat ieder voor zichzelf is. Het agenderen van de RIB’s is natuurlijk nieuw, dus ik denk dat het goed is om daarover te spreken. Ik wil voorstellen om, ik heb nog twee vragen open staan, volgens mij voor allebei de portefeuillehouders eentje. Nee, ik heb nog open staan. Even kijken. Voor wat is het? De handhavingsacties, klopt dat? De heer Hendriks.
De heer Hendriks: Ja dank, voorzitter. Sorry, het duurde even. Volgens mij was de vraag: de heer Bouberg Wilson constateert dat er een aantal constateringen zijn, maar de vraag is wat gebeurt daarmee. De lijn die we daarvoor hebben is dat bij een constatering schrijven we een ondernemer aan en krijgt hij een tijd om dat te herstellen, en zo niet gaat het langzaam steeds een stapje verder. En wat de ervaring is dat over het algemeen na zo'n eerste aanschrijving dat hersteld wordt. Zo zijn afgelopen seizoen bijvoorbeeld heel wat ondernemers aangeschreven op de grote van de talud. En dat over het algemeen gewoon hersteld. Even kijken. En ik weet dat daar ook een … afgelopen seizoen ook wel een aantal boetes zijn uitgedeeld, maar het ging volgens mij meer over coronamaatregelen, maar dat weet ik even niet zeker. Maar er wordt wel degelijk gehandhaafd, al blijft natuurlijk een feit dat de handhaving zeker de afgelopen jaren en ook het afgelopen seizoen, dit was een terugblik hè, op het afgelopen seizoen, ook vaak moeilijk is gebleken. Omdat regels versnipperd staan over, stonden over in de APV, Omgevingsplan, en in de pachtovereenkomst. En we zijn steeds meer bezig om die regels steeds meer in het publieke domein te krijgen. Dus we gaan ervanuit dat vanaf komend seizoen handhaving ook meer kan zijn dan alleen de constatering dat er iets niet goed gaat.
Nog los van het feit dat over het algemeen daarop gereageerd en zo niet, wordt handhaving makkelijker doordat het inmiddels in de APV en in het Omgevingsplan staat. En nogmaals, ik ga graag met u als Raad of commissie in gesprek over de bevindingen van die eerste schouw, waarin we volgens mij ook met elkaar kunnen kijken wat de prioriteiten zijn voor het komende seizoen. Een andere vraag van de heer Bouberg Wilson was onduidelijkheid bij ondernemers. We hebben enige maanden geleden, of enige weken, ik weet niet eens meer precies wanneer, ook een startbijeenkomst gehad met de ondernemers van het strand, was zeer druk bezocht. Waarin ook vanuit de gemeente maar ook vanuit de reddingsbrigade en vanuit een aantal andere stakeholders op het strand gewoon even aandachtspunten zijn meegegeven en vragen beantwoord. Dus juist om die regels en afspraken met elkaar scherp te krijgen organiseren we dat soort dingen. Voor mij kwam er vanuit ZEE was er nog een vraag over het rijden op het strand. Ik heb niet helemaal scherp wanneer we die actualisatie gaan doen. Maar in elk geval is dat niet meer voor dit seizoen. Want dat is voor mij ook, ik weet niet of het in de RIB staat of ergens anders aan u is toegelicht.
Maar de bedoeling … voor dit seizoen hanteren we nog de oude regels en ergens na dit seizoen wordt dat geactualiseerd, waarbij het doel is om het aantal bewegingen op het strand terug te krijgen.
De voorzitter: Even ter aanvulling. Volgens mij was de vraag van de heer Broer, PvdA, hè over de voertuigen op het strand, maar klein detail, klein detail. De heer Hendriks: Excuus. De voorzitter: Ja, dank u wel. Ja, dan komen we nu eigenlijk tot de conclusie. Ik kijk even naar de OPZ. Is het stuk zo voldoende besproken? De heer Bouberg Wilson: Me dunkt dat het voldoende is besproken voorzitter en ik dank u allen voor de inbreng. De vorige keer dat wij RIB aan de aan de orde stelden, toen was dat een hele andere situatie. Ik bedank jullie dus allemaal voor de inbrengen. Wel bedankt. De voorzitter: Dank u wel. BESTUUR EN MIDDELEN 11. Startnotitie actualisatie participatiebeleid De voorzitter: Dan ga ik naar het volgende agendapunt. Startnotitie actualisatie participatiebeleid. De heer Bluijs komt naar voren. Korte inleiding. De gemeente Zandvoort heeft met haar coalitiepartijen programma voor Zandvoort ambities vastgelegd op het gebied van participatie. Het participatiebeleid wordt gemoderniseerd om te zorgen dat het aansluit bij de eisen, wensen en mogelijkheden van nu. Gezorgd wordt dat vanaf het begin van de participatie duidelijk is waarover de participatie gaat en wat er met de uitkomsten gedaan gaat worden. Ik kijk even de zaal in of er nog insprekers zijn op dit punt. Ik constateer dat dit niet het geval is.
Ik geef graag eerst het woord aan de leden van de commissie, aan de VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Ja, dank u wel voorzitter. Ik was even afgeleid, maar we hebben het over participatiebeleid als ik het goed heb hè? De voorzitter: Klopt als een bus. Punt 11. De heer Drommel: Ik ben heel erg blij met die constatering. Nee, wat ons betreft is er duidelijke communicatie over de, ja verwachtingen van participatie essentieel. En over de participatie van de actualisatie van het participatiebeleid staat hierover in het raadsstuk het volgende, en ik citeer: hierover gaan we in gesprek met het dorp. Nou ja, weet u wat daarmee bedoeld wordt? Wij in ieder geval niet en dat vinden wij in ieder geval een gemiste kans. Maar we zijn verder wel tevreden over het voorstel en de mate van invloed voor Zandvoorters te verbinden aan het type vraagstuk en de impact die dat vraagstuk heeft op de directe omgeving. We willen alleen wel nog aandacht vragen voor twee aandachtspunten. Eén aandachtspunt is namelijk het volgende. We zijn namelijk heel erg benieuwd hoe we de, ja het stille midden zoals dat wordt benoemd, nou echt daadwerkelijk gaan betrekken. In het raadsstuk wordt wel het volgende gezegd dat het een doel is om bij de participatie groepen te betrekken die zich minder snel laten horen. Het stille midden.
Ja dat is natuurlijk best wel lastig en een uitdaging, vragen wij ons af, want ja het stille midden wordt niet voor niks stil genoemd. En we merken op dat in de infographic hier wel meer duidelijkheid over wordt gegeven, zoals de inzet van digitale middelen. Om dat dan in ieder geval een vast onderdeel te laten zijn en ik denk dat het goed is dat je daar maar in ieder geval een bredere groep weet te bereiken en dat er ook wordt gekeken naar, ja nieuwe vormen zoals straatinterviews in samenwerking met scholen. Dat zijn wat ons betreft uitstekende ideeën, maar toch blijft het wel aandacht verdienen. Want hoe bereik je nou diegene die eigenlijk
liever niet wil participeren? En dan hebben we nog een tweede punt wat we graag willen meegeven aan de commissie als aandachtspunt. En dat is dat toch wel een beetje de ervaring leert dat negatieve gevoelens een stuk sterker zijn dan positieve gevoelens. En we vragen ons daarmee af hoe we dan met elkaar kunnen, ja voor zorgen dat in zo’n participatietraject, ja een mogelijke sombere setting in ieder geval niet de toon gaat bepalen en misschien graag dat dit in ieder geval mee wordt genomen in de, ja actualisatie op het participatiebeleid. En we zijn ook benieuwd of de, ja portefeuillehouder daar ook ideeën over heeft. Daar wil ik het bij onze inbreng graag bij laten. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Dank u wel voorzitter. We zijn nog geen fan van afkortingen, spreken van p-beleid, dat lijkt ons niet zo handig en een beetje verwarrend, want je zou het snel kunnen verwarren met parkeerbeleid en dat staat al vaak genoeg op de agenda, dus laten we het gewoon participatiebeleid noemen. Participatie wordt te vaak ervaren als een schijnvertoning en laten we gewoon gebruik maken van een referendumverordening, provinciaal hebben we die, gemeentelijk weet ik dat niet zeker, maar daar kan mogelijk de wethouder duidelijkheid over verschaffen, en geef het dan een bindend karakter.
Landelijk hebben we weleens een aantal malen de bevolking hun mening gevraagd en vervolgens werd die mening in de kliko gekieperd en is men daar maar mee gestopt, want het had niet gebracht wat men ervan had verwacht. Wij pleiten ervoor om gewoon als je bepaalde vraagstukken hebt, leg het voor aan de bevolking en laat die dan dat besluit nemen, dan heb je directe democratie. We pleiten daar al langer voor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Ja voorzitter. Allereerst wat betreft de p-notitie. De notitie staat vol met: we moeten duidelijk communiceren, het moet begrijpbare taal zijn, en dan ben ik het helemaal met de heer van Tiggelen eens. Dat dan het eerste moment dat je dan hoopt dat er begrijpbare taal staat, dat we het hebben over een p-beleid, waarmee we natuurlijk participatiebeleid bedoelen. Als ik dan naar hele stuk kijk, dan is er wel begrijpelijke taal genuttigd voor het grootste gedeelte. Maar wil ik daarbij optekenen dat er wel echt extreem veel herhalingen instaan. Ik heb het gevoel na dit stuk te hebben gelezen, en het is maar vier kantjes, dat ik nou minimaal de helft wel dubbel heb kunnen zien lezen. Dus ik vraag me ook af of daar nog een verbeterslag in zou kunnen worden gemaakt, aangezien ja sommige herhalingen wel erg veel voorkomen.
Voor de rest nogmaals compliment wel voor het taalgebruik, want ik vind het taalgebruik bij dit stuk relatief, ja fijn om te lezen en begrijpbaar. Er zijn wel een aantal punten waarop wij, ja toch wel onze kanttekeningen willen plaatsen. Laat ik beginnen met de uitvoering. U als college heeft een aantal vragen opgesteld en in principe eigenlijk één grote vraag, namelijk: zijn deze uitgangspunten voldoende om richting te geven aan een goede uitvoering van het participatiebeleid in Zandvoort? En wat wij nou zo graag hadden willen zien is dat we het proces omkeren. We gaan nu weer heel gericht met een bepaalde vraag richting onze inwoners, maar laten we nou eens een keertje omdraaien en onze inwoners vragen waar zij denken dat ons participatiebeleid een grote, goeie slag zou kunnen maken. Want ik denk dat we dan veel meer uithalen dan dat we vragen of zij wel of niet goedkeuren wat wij hier met elkaar bedenken. Dus ik hoop dat de wethouder misschien daarop zou kunnen antwoorden of we daar niet een, ja letterlijk eigenlijk de vraag kunnen omdraaien en niet gestuurd gaan vragen, maar eigenlijk ronden gaan ophalen bij de inwoners zelf. Dan lees ik ook in het raadsstuk personeelsverloop als mogelijk probleem. En wat mij dan opvalt is dat dat personeelsverloop dan weer niet terugkomt bij de risico en kanttekeningen.