CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript - 23 april 2024

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Besluitenlijst en Transcript27.339 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dan zou ik graag mijn vraag anders willen formuleren. Wat ik me afvraag, een vraag aan de heer Hendriks, is, waarom is er niet vanuit het college, wetende op … Met alle weerstand die er was vorige keer toen de locatiekeuze werd gemaakt, dus toen ook onderzoek gedaan naar, zijn er geen opties buiten Zandvoort? Want dat is toen ook meermaals door verschillende partijen gezegd. Dat is iets wat ik niet begrijp. Dan wordt er nu gepraat over tijdsgebrek. Waarom is daar niet eerder onderzoek naar gedaan? De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: De heer Gerrits vraagt nu naar mijn mening over zijn motie. Daar kom ik straks op terug. De voorzitter: We laten de wethouder nu zijn betoog vervolgen. De heer Hendriks: Dank, voorzitter. De heer Gerrits: Voorzitter, nog één vraag. De voorzitter: Gaat uw gang.

De heer Hendriks: Het amendement van de Ouderenpartij. Daar hebben we het inderdaad tijdens de commissie over gehad. Ik heb toen ook aangegeven … De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Excuses, voorzitter, voordat de wethouder aan de amendementen gaat, heb ik toch nog een verhelderende vraag. Mag dat nog even? De voorzitter: Graag. Mevrouw Koper: Ik hoor de voorzitter zeggen dat die op basis van de scenario's die er nu zijn, want dit raadsvoorstel voorziet alleen maar in de scenario's, gericht kan zoeken. Maar volgens mij zijn die scenario's bedoeld om eerst nog eens met de regio in overleg te gaan. Klopt dat? De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Ja. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Maar even voor het tijdspad dan, op welk moment kan er dan gericht gezocht worden naar locaties in dit scenario? Want de reden dat wij een motie ingediend hebben, voordat u daar dan op reageert, is dat we dit onderdeel dus overbodig vinden, want u moet eerst nog eens naar de regio, dan komt er eventueel overeenstemming, die 94 plekken blijven bestaan en die locaties moeten er komen. Dus hoe ziet u dan dat tijdpad? Mag ik daar ook nog een antwoord op. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Dat tijdpad, de deadlines die daarin gelden, staan in het raadstuk vermeld. In het … In de praktijk zullen een aantal van die zaken parallel lopen.

Maar het maakt uit, zoek je een locatie voor 94 asielzoekers of zoeken we een kleinere locatie en gaan we meer een uitruilafspraak met de een regiogemeenten maken? Dat maakt natuurlijk iets uit voor de zoektocht. Maar die afspraken kunnen parallel lopen aan het zoeken naar een locatie. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gerrits. Ik wil graag wel de portefeuillehouder ook in de gelegenheid stellen om zijn betoog ook even vloeiend te kunnen doen. De heer Gerrits: Dat begrijp ik, voorzitter, maar … De voorzitter: Interruptie. De heer Gerrits: Toch even een kleine verduidelijking. Het was geen vraag naar aanleiding van mijn motie. Het was een vraag gericht aan de wethouder. Ik zou het waarderen als hij dat in zijn betoog beantwoordt. Dank u wel. De voorzitter: En ik zou het fijn vinden als de wethouder even in alle rust zijn betoog kan voltooien. De wethouder.

De heer Hendriks: Dank, voorzitter. Het amendement van OPZ, we hebben het er tijdens de commissie ook over gehad. De vraag aan u als raad was, welke scenario's kunnen we verder gaan? OPZ kwam eigenlijk met een aantal kaders en randvoorwaarden waaraan zo'n vervolgstappen weer moeten voldoen. Dus in plaats van de scenario's, al een aantal stappen vooruitzettend. Als we dan een locatie hebben, moeten we afspraken maken met het COA en die zouden daar wat de gemeenteraad in dit geval wil als volgt uitzien. Dat is inderdaad, wat door Jong Zandvoort is aangehaald, een aantal stappen vooruit. We zijn nu bij stap één en dit is al de invulling voor stap twee en drie. Maar dat hoeft natuurlijk helemaal geen probleem te zijn. Integendeel, het is volgens mij alleen maar heel sterk dat we vanaf het begin in een zo vroeg mogelijk stadium helder hebben wat de uitgangspunten en kaders van de raad zijn, zodat het college ook de mogelijkheid heeft om binnen die kaders voort te bewegen. Dat is ook het antwoord op de vraag van mevrouw Paap. Ja, het loopt een aantal stappen wat mij betreft vooruit, maar in mijn beleving is dat juist heel sterk, omdat hoe duidelijker de raad aangeeft welke kaders zij wil hanteren, hoe beter het college binnen die kaders kan blijven. Dus wat het college betreft, van harte ondersteuning voor dit amendement van OPZ. Dan de motie van de PvdA en GroenLinks.

Een aantal van de constateringen klopt niet helemaal. Maar goed, het gaat natuurlijk altijd om die oproep en het dictum, die laatste drie punten. Daarbij het eerste punt stelt eigenlijk, het overleg met regionale bestuurlijke regietafel zo spoedig mogelijk te hervatten. Daar een kleine nuancering. Dat overleg is nooit gestopt. Vorig jaar heeft u als raad een amendement aangenomen, nu geen locatie aanwijzen, maar blijf in gesprek met de regio. Dat heb ik gedaan. Ik heb geen enkel overleg van de regionale regietafel gemist. Ik heb me netjes aan de kaders van uw amendement gehouden, dus er is geen sprake van overleg dat is stopgezet en weer hervat moet worden. Dus dat deel, ik snap wat er bedoeld wordt, maar dit is feitelijk niet helemaal juist. Voor het zomerreces de raad te consulteren of het voorgenomen collegebesluit Locaties opvang, dat is exact wat we van plan zijn en zoals het ook in het raadstuk staat. En maatschappelijke partners in een vroeg stadium bij de uitvoering betrekken, spreekt voor dit college voor zich. Daarom is dit amendement wat het college betreft overbodig. Motie, sorry. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Een verduidelijkende vraag, voorzitter. Het is inderdaad een motie. Ik stel het op prijs dat als er iets niet juist is, dat we het daar dan over hebben.

Dus dan wil ik … Ik ga … Ik wil straks even een verzoek tot schorsing doen en dan kom ik daar wel even bij u op de lijn. Maar er staat hier in … We hebben het net over een tijdpad. Er staat hier in het besluit dat wij voor het zomerreces slechts het resultaat van de regionale bestuurlijke regietafel op basis van deze scenario's krijgen. Er staat niet dus wat wij vragen in de motie, is om dat stuk over te slaan. U moet uiteraard in overleg met de regie, maar om die locaties nu te zoeken. Dus dat is iets anders. Ik geef dat even mee aan de wethouder ter beantwoording. De voorzitter: De wethouder. De heer Hendriks: Dat snap ik. Ik weet niet helemaal zeker op wat voor termijn we met de locaties naar u toe kunnen komen. Ik weet wel dat dat qua … Maar als ik even speculeer, als ik kijk naar de deadlines die ik heb geschetst in het raadsvoorstel, zal dat niet elkaar heel veel kunnen ontlopen. Behalve dat ik hierbij het zonde zou vinden om een hele harde deadline te stellen, omdat ook een zorgvuldig project, proces beter is. Als we een halve locatie … Maar goed, ik ben het met u eens, er zit gewoon druk achter. Maar als dat het enige is van de motie, dan denk ik dat dit grotendeels in lijn is met hoe het raadsvoorstel al geformuleerd staat, omdat daar deadlines instaan waar we aan willen voldoen die ook inhouden dat we zo snel mogelijk met een locatiestudie bij u terug moeten komen.

De voorzitter: De heer Hermsen, interruptie.

De heer Hermsen: Graag een verduidelijkende vraag, voorzitter. Dank dat u die interruptie nog wil doen. Het gaat met name om de tijdslijn waar het … Waar de wethouder het dan over heeft. Ik kan hem niet uit het stuk halen. Dan zou ik hem graag nog even willen weten, gewoon stapsgewijs, wat dan de tijdlijn is en de deadline et cetera. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Bouberg Wilson … De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, misschien kan ik een beetje helpen in dit verband. In het raadstuk staat op pagina 6 van 9 bij punt 3, Locatieonderzoek actualiseren, als laatste zin, de resultaten van dit geactualiseerde locatieonderzoek worden voor het zomerreces 2024 aan de gemeenteraad gepresenteerd. Misschien helpt dat. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder. De heer Hendriks: Dit was het stukje dat ik even aan het zoeken was. De voorzitter: Het scheelt inderdaad weer in het zoeken. De heer Hendriks: Maar dank aan de heer … Net al bij het amendement, maar nu nog een keer dank aan de heer Bouberg Wilson. De motie en de bijdrage van ZEE, het is al eerder aangehaald, maar in feite vraagt deze motie om de zoektocht die de heer Eric van der Burg, staatssecretaris, gedurende enige jaren heeft gedaan, om dat nog een keer te doen. Het is in al zijn enthousiasme de heer Van der Burg niet gelukt. Hij heeft het echt op alle manier aan gemeenten gevraagd.

Ik denk dat elke burgemeester in Nederland wel een keer gebeld is, kan er niet iets permanent, staat er niet wat leeg en kan het niet tijdelijk en kan het niet wat kleiner en zou het op die manier … Ik denk dat elke burgemeester in Nederland inmiddels een telefoontje van de heer Van der Burg heeft gehad. Ik waardeer zeer het vertrouwen dat de heer Gerrits schijnbaar in mij heeft dat ik het onmogelijke waar kan maken, maar ik denk dat het vertrouwen in dit geval iets te hoog staat. Als er echt … Hij haalde aan, misschien zijn er nog makkelijke locaties die van de provincie zijn of dat soort dingen, mijn stelling is dat of mijn verwachting is dat als de … Als ik zie hoe de heer Van der Burg heeft rondgebeld, als er makkelijke locaties waren, waren ze al in een veel eerder stadium aangeboden aan het COA. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Voorzitter, dank u wel. Een verhelderende vraag aan de wethouder, want bent u het niet met mij eens dat ten eerste dat helemaal niet om dezelfde zoektocht gaat, want het gaat hier om maar 100 mensen vanuit de gemeentes Zandvoort, en dat ten tweede de onderhandelingspositie drastisch is veranderd, omdat andere gemeenten precies hetzelfde boven het hoofd hangt? Dus op het moment dat op een grens van verschillende gemeenten zo’n locatie beschikbaar is, dat gemeenten nu misschien wel bereid zijn om dat te doen. Dat begrijp ik niet.

Een beetje cynisch. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Nee, dat ben ik niet met hem eens, want het gaat niet over maar 100 mensen. Want de heer Gerrits haalt aan dat hij op een aantal plekken in de provincie centrale locaties wil waar dat voor meerdere gemeentes gebeurt. Dat gaat dus om grote locaties. Ook Eric van der Burg heeft rondgebeld voor allerlei locaties in allerlei groottes. Dus mijn stelling is dat die zoektocht al gedaan is. Als er makkelijk locaties waren geweest, waren ze al in gebruik genomen.

De voorzitter: U heeft weer een interruptie van de heer Gerrits. De heer Gerrits: Nogmaals eigenlijk een vraag. Dank u wel, voorzitter. Onderschrijft de wethouder dus niet dat de onderhandelingspositie met wat er nu boven het hoofd hangt van alle gemeenten is veranderd? Want dat lijkt me wel toch? Dank u wel. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Nee, dat onderschrijf ik niet. De heer Gerrits heeft het terecht over een onderhandeling. Hij zegt, het staat het college vrij om in onderhandeling te gaan. Ik heb geleerd, onderhandeling is geven en nemen. Zo zijn de scenario's die we in dit raadsvoorstel hebben geschreven ook opgesteld. Wat zouden wij kunnen geven en nemen aan een regionale regietafel, zo u wilt, een provinciale regietafel, in de vorm van doen we iets meer met statushouders of iets minder, doen we iets meer met asielzoekers of iets minder, doen we iets meer met Oekraïners of iets minder? Omdat dat is, wat kun jij bieden aan een andere gemeente die ons probleem oplost? De motie van de heer Gerrits zegt, zoek een gemeente die gewoon gratis en voor niks ons problemen op wilt lossen. Dat is volgens mij compleet onuitvoerbaar. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Voorzitter, dank u wel. Maar ik heb toch eigenlijk bijna een soort procesopmerking. Ik vind het niet netjes als de wethouder dingen zegt die niet kloppen.

Mijn motie vraagt daar helemaal niet om. De motie die ZEE indient, zegt simpelweg, ga op onderzoek uit naar de mogelijkheden die er zijn of die bedacht kunnen worden. We halen er twee voorbeelden uit. Dat is alles wat we vragen. Als blijkt dat het niet kan, dat het inderdaad onmogelijk is, is ook goed. Het enige wat de vraag is, doe dat stukje onderzoek. Ik hoor tot nu toe eigenlijk ook nog geen antwoord op mijn vraag vanuit de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, zo’n onderzoek zou zin hebben als we dan weten wat wij dan die gemeenten die dat … Een grotere locatie gaat plaatsen, wat doen wij dan voor die gemeente terug? Dat is wat we in onze scenario's hebben aangegeven. Het zou bijvoorbeeld kunnen doordat wij meer statushouders opvangen. Dan ga ik er van uit dat de andere gemeente bereid is om onze asielzoekers op te vangen. Als dat de lijn is van de heer Gerrits, dan kan dat. Maar die tegenprestatie die wij zouden kunnen bieden aan die gemeente staat in deze motie niet genoemd. Daarmee is die onuitvoerbaar, want er is geen enkele gemeente die gewoon gratis en voor niks onze taak oplost. De voorzitter: Vervolgt u uw betoog alstublieft. De heer Hendriks: Motie van Jong, die zegt in feite, houd je aan de wet. Niks meer, niks minder. Als er een Spreidingswet is, voer hem uit. Als er geen Spreidingswet is, voeren we hem niet uit.

Dat is precies hoe het college daarnaar kijkt. Dat is ook precies hoe het in het raadsvoorstel is beschreven. In elk geval is dat wat we met het raadsvoorstel bedoelen. We houden ons aan de wet. Niks meer, niks minder. Dus in die zin past deze motie bij het beleid zoals het college die heeft ingezet. Een aantal van u heeft het expliciet gehad over woninglocaties. Dus als we een locatiestudie gaan doen, sluit de woninglocaties daarbij uit. Ik heb dat in elk geval bij Jong Zandvoort gehoord, bij CDA gehoord, bij de VVD heb ik dat gehoord. Ik heb ook de brief van het huurdersplatform gezien. Andere partijen heb ik er niet over gehoord, maar ik ga ervan uit dat dit een breed

gedeelde wens van uw raad is. Dat is wat dat betreft gehoord en nemen we mee in het vervolg. De concrete opmerking van de PVV … De voorzitter: Interruptie van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, ik zou dan als GroenLinks zijnde hier afstand van willen nemen, want wij staan hier niet achter. Dus het is niet een … In ieder geval niet door GroenLinkse keuze gekozen onderwerp. De voorzitter: De wethouder. De heer Hendriks: Helder, voorzitter. Ik heb ook niet gezegd dat ik als raad … Dat ik van u als raad … Ik heb niet als raad van u de opdracht gekregen, sluit alle woninglocaties uit. Dat staat niet in het amendement, dat staat niet in de motie, dat staat niet in welk kaderstellend punt van u ook. Wat ik net aangaf, ik hoorde dat er een breed gedragen beeld is van meerdere partijen en een huurdersplatform, dat voor ons een belangrijke partner is. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer Hendriks: Dus daarmee neem ik het mee in het vervolg. De heer El Gebaly: Voorzitter, dank u wel. Ik zou dan ook wel eens een keer een vraag willen stellen omtrent dit punt dan, want het liefst bouwen we hier allemaal voor Zandvoorters, zelfs GroenLinks bouwt hier graag voor Zandvoorters, geloof het of niet.

Is het niet een idee dat we dan misschien al rekening houden bij de bebouwing die we gaan bouwen met misschien extra woningen dat we, regeren is vooruitzien, dat we al misschien wat extra woningen bouwen ten behoeve van wellicht statushouders die we moeten plaatsen? Wellicht komen die statushouders er niet. Kunnen we die nog steeds onder de Zandvoorters verdelen. Maar dat we in ieder geval wat meer rekening gaan houden met deze groep mensen. Hoe kijkt het college dan hier tegenaan, voorzitter? De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Het college streeft ernaar om zoveel mogelijk woningen toe te voegen. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly. Voorzitter, dat is een heel algemeen antwoord op een specifieke vraag. Ik spe… Vraag specifiek, kijkt he college ook naar de mogelijkheid om in het licht van de huidige … Ook het huidige woningtekort voor hier in Zandvoort, we zijn wat dat betreft niet zo anders dan andere gemeenten, naar misschien wel extra bijbouwen, om daarmee ook meer te kunnen voldoen aan die taakstelling voor statushouders? De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Niet specifiek daarvoor, maar er zijn een aantal hele grote groepen die om een woning staan te smeken. Statushouders, Zandvoorters zelf, dak- en thuislozen zijn aangehaald. De bevolking groeit. Er is een vraag naar misschien wel 1000 woningen in Zandvoort erbij.

We hebben een woningambitie om daar 750 woningen aan toe te voegen. Als we ergens mogelijkheden zien, en dan kijk ik in het publiek even naar mijnheer De Kloet, om te verdichten, dan pakken wij die ook aan. Er komt binnenkort ook een

verdichtingsstudie uw kant op. Maar breder dus dan alleen statushouders, kijken we inderdaad naar, hoe kunnen we zoveel mogelijk woningen toevoegen? Omdat die behoefte naar woningen heel groot is. Volgens mij is de wachtlijst naar sociale woningen op dit moment negen jaar of zo. Dat speelt niet alleen bij sociale woningen, maar dat speelt bij alle woningen die we hebben, dat daar tekorten zijn. Dus het is breder dan de opmerking van de heer El Gebaly, maar als gevolg daardoor, zeker. De PVV heeft een concrete opmerking gemaakt over dak- en thuislozen. Schenden we niet het gelijkheidsbeginsel? Nee. Want voor dak- en thuislozen zijn wij als gemeenten ook verantwoordelijk, op grond van de Wmo in dit geval, en is Haarlem als centrumgemeente … Bieden zijn breed scala aan allerlei opvang voor dak- en thuislozen. GroenLinks heeft het nog even gehad over spreiding, dus niet één grote locatie maar meerdere kleine. Die zou misschien kunnen worden toegevoegd in een amendement of dat soort dingen dat we als kader meekrijgen. Wat wel ingewikkeld is, is dat natuurlijk bij al die kaders geldt dat ik me wel afvraag, is het ook wel te verenigen met elkaar? Stel dat wij zeggen, we willen graag drie kleine locaties, dan wordt het gesprek met het COA wel ingewikkeld als we ook die complete ontzorging willen en 24-uursbewaking en dat soort dingen. Dat wordt natuurlijk steeds ingewikkelder.

Dus het wordt met al die uitgangspunten die u meegeeft natuurlijk wel de uitdaging, hoeveel daarvan krijgen we er ook daadwerkelijk gerealiseerd? Maar dit … Deze … Dit zou ook … Ook die spreiding zou een kader kunnen zijn dat u meegeeft, als dat in een amendement of motie verwerkt staat. Voorzitter, volgens mij heb ik nu de moties behandeld en de vragen die mij zijn gesteld beantwoord. De voorzitter: Volgens mij ook. Ik zie een hand van mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Wij merkten zowel in de beantwoording als van de collega’s in der raad dat onze motie onduidelijkheid oproept. Wij willen even tien minuten schorsen om te kijken waar we dat kunnen verduidelijken, zodat we zo direct in de beraadslaging daar niet het debat over hoeven te voeren. De voorzitter: Ik schors de vergadering voor tien minuten. Ik heropen de vergadering. Er was in eerste instantie een schorsing gevraagd door mevrouw Koper, toen de heer Endstra. Ik dacht dat die met elkaar samenhingen. Dat bleek niet het geval te zijn. Dus ik ga eerst naar mevrouw Koper om naar aanleiding van de door haar gevraagde schorsing nu te openen. Daarna geef ik het woord aan de heer Endstra om even toe te lichten. Maar allereerst mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Fijn. Dank u wel, voorzitter. Wij merkten dat onze motie onduidelijkheid opriep en dat ging met name op het tijdpad van de locaties.

Dat klopt ook wel, want deze motie ziet vooral op de locatie. Wat ons betreft is, collega, wat ons betreft is het feit dat je eerst langs de regio gaat en vervolgens dan nog maar kijkt welke locaties past, nou chargeer ik natuurlijk een beetje, lijkt ons niet de gewenste volgorde. Maar om uit die discussie te komen, stellen we voor om dan toch dat locatieonderzoek en dat tijdpad dat niet echt een tijdpad is in het raadstuk, want er staat, ergens voor het zomerreces, maar laten we dat dan ook vastleggen in het besluit, zou ons voorstel zijn. Voordat ik dat opnoem, want met de griffier heb ik afgesproken dat ik dat mondeling doe, even nog iets, de wethouder had het over dat er iets in het … In de constateringen niet helemaal juist was. We hebben samen net geconcludeerd dat dat klopt, maar dat zinnetje heb ik uit het raadstuk en dat gaat over de vijf jaar opvang voor 94 asielzoekers. Dat is een korte samenvatting van wat er gaat gebeuren. De komende twee jaar 94. Dan wordt dat geëvalueerd en we committeren ons voor minimaal vijf jaar. Zo is … Zo zijn we daar weer … Ik zeg het toch correct zo, wethouder? Dan zijn we het samen weer met elkaar eens. Dan staan daar de juiste dingen. Dat is belangrijk. Dan, in plaats van een motie stellen wij voor een amendement.

Dan, waar heb ik het opgeschreven, bij besluitpunt twee van het raadsvoorstel, waar staat, het college te verzoeken om de resultaten van de regionale bestuurlijke regietafel voor het zomerreces 2024 aan de raad ter besluitvorming voor te leggen, willen wij aan toevoegen, inclusief voorgenomen

collegebesluit locatieonderzoek. Ik had nog even een discussie. Het mocht ook een zienswijze worden, maar met … De wethouder wil graag ter besluitvorming. Dus dan is het inclusief voorgenomen locatieonderzoek besluit … Collegebesluit locatieonderzoek. Zeg ik het zo correct? Was het duidelijk, griffier, voorzitter, via de voorzitter aan de griffier? Dat zouden wij dan graag willen inbrengen. De voorzitter: Het expliciteren van het opnemen van het onderzoek en daarmee vervalt ook uw motie. Mevrouw Koper: Die wordt een amendement. De voorzitter: Die wordt dan … Die wordt een amendement. Ik kijk even. Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Voorzitter, even een verhelderende vraag. Wordt nu voorgesteld om de locatiekeuze ter besluitvorming aan de raad voor te leggen? De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ik stelde voor ter zienswijze, maar in het gesprek met de wethouder gaf hij aan, dit is toch … recht. Maar misschien kan hij dat beter zelf zeggen. De voorzitter: Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson-van Kerkwijk: Voorzitter, als dat zo is, dat is in strijd met de Spreidingswet artikel 7. De voorzitter: Mevrouw Koper. Dank u wel voor de verheldering, mevrouw Göransson. Mevrouw Koper: Dat ben ik met … Dat ben ik helemaal met mevrouw Göransson eens.

Vandaar ook dat we ter zienswijzen … Ik bedoel, de hele motie is doordrongen van het feit, wat zijn onze taken nu met de Spreidingswet en wat is van het college? Dus dat was ook ons voorstel, dus ter zienswijze. De voorzitter: Helder. De heer Hermsen nog? De heer Hermsen: Dat was eigenlijk een … Ter verduidelijking dan ook. Dat is ook de reden waarom ik het eigenlijk gewoon een, voorzitter, echt een slecht stuk vind, omdat het hier ter besluitvorming wordt neergelegd. Het is niet zoiets, daar gaat college over. Het college moet hier zelf iets van vinden, in plaats dat hij het … Dat ze het voorleggen aan de raad. Dat was ook dan het idee. Vandaar ook de suggestie om dan de zienswijze mee te geven. Want dan klopt hij in ieder geval inhoudelijk ook gewoon weer. De voorzitter: Dank. Ik kijk eventjes, want er was ook een schorsing gevraagd door de heer Endstra. Maar ik wilde eigenlijk het rondje gaan maken met de tweede termijn van de raad. Heeft u naar aanleiding van uw schorsing nog een opmerking? De heer Endstra: Niet direct. Tweede termijn. De voorzitter: Dan vang ik aan bij OPZ, net als in de eerste termijn, voor de tweede termijn van de raad. De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, dank u wel. Ik wilde nog even ingaan op een opmerking van PvdA inzake het amendement, in de veronderstelling dat we daarmee zouden gaan zitten op de stoel van college. Het is zo

dat wat wij … Het voorstel dat we doen, dat is namelijk inderdaad een paar stappen vooruitdenken, om namelijk gebruik te maken van de mogelijkheden die … De onderhandelingsruimte die het college moet gaan benutten inzake de … Het kleinschalig azc dat in Zandvoort komt, om het te bereiken dat die zoveel mogelijk voldoet aan hetgeen wat wij denken dat verstandig is om af te spreken met het COA bij de realisatie van het azc. Ik heb al even gewezen op het verband dat staat tussen bijvoorbeeld het aan… De verplichting 94 asielzoekers en het feit dat je bij vanaf 100 asielzoekers 24-uursbeveiliging hebt. Dat is bijvoorbeeld een ruimte die je kunt benutten in de zin zoals wij dat ook ten opzichte van andere dingen in ons amendement voorstellen. Dat is dus niet dat wij daarmee op de stoel van het college gaan zitten, maar wel om het college richtinggevend in zijn onderhandelingen met het COA wat handvatten te geven, om van die ruimte die er is gebruik te maken. Want waar er geen standaard is, en dat is bij een kleinschalig azc niet, zullen er bepaalde dingen wel en zullen er andere dingen niet kunnen. Dan is het verstandig dat je richtinggevend een paar opmerkingen maakt richting college naar ons idee, waarmee het college rekening zou kunnen … Mee zou kunnen houden.

Dus wij bedoelen daar dus niet mee op de stoel van college te gaan zitten, maar wel handreiking te doen ten aanzien van een aantal punten dat het college mee kan nemen in de onderhandelingen. De voorzitter: Ik zie drie handen omhoog aan tegelijkertijd. Volgens mij was de heer El Gebaly eerst, wat ik ervan zag. Maar het was close finish, kan ik zeggen. De heer El Gebaly: Voorzitter … De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, in het dorp waar snelheid wordt geprefereerd, ben ik dan toch wel weer blij dat het mij is gelukt. Een serieuze vraag. Want we hebben natuurlijk al eerder deze Spreidingswet hier in de raad gehad, daar hebben we een amendement op aangenomen die hem tijdelijk eventjes heeft stopgezet, terwijl de onderhandelingen wel in de regio's en doorgaan. Dus in hoeverre denkt OPZ dat er nog echt sprake is van ruimte in die onderhandelingen om dit soort punten toch voor Zandvoort goed geregeld te krijgen? De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Dat heb ik net eigenlijk proberen aan te geven. Want het is namelijk zo, als je dus geen standaard-azc neerzet met de standaardoutillage en met de standaardvoorzieningen die er zijn, vanaf 300 tot 1500 asielzoekers, dat verschilt natuurlijk binnen dat pakket, wij gaan dus veel lager zitten. We komen op een belangrijk lager aantal uit.

Dus dat betekent dat er bepaalde dingen hier wel en ook niet zullen komen voor de asielzoekers, qua outillage, qua voorzieningen, qua opleidingen bijvoorbeeld, wat iets meer zei. De voorzitter: Mevrouw Koper, interruptie. Mevrouw Koper: Dat … U richtte zich in eerste instantie tot mij. Voorzitter, als ik het aan de heer Bouberg Wilson mag vragen, het COA gaat verder over de inrichting van en de toelichting. Nu ben ik bang dat ook in deze discussie het verschil tussen motie en amendement weer in een rol gaat spelen. Wij gaan niet over de zaken die het COA moet uitvoeren. Dat is … Dat ben ik misschien verzuimd te zeggen in de eerste termijn. Maar als we dit toe gaan voegen aan een besluitpunt, dan denk ik dat we weer even moeten schorsen. Want dit kunnen we niet allemaal opnemen in een besluitpunt, want wij kunnen hier niet allemaal over besluiten, is de stellingname die we … Die ik neergelegd heb in de eerste termijn. We kunnen van alles oproepen, we kunnen meegeven aan het college. Ik ben het niet eens als het gaat om de stelling van veiligheid, dan vind ik

hem al een stuk meer ingeperkt dan de vorige keer. Maar als het gaat om besluitvorming, dan gaan we hier niet over … Kunnen we hier niet over besluiten. Excuses. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. Mevrouw Koper: Ik struikelde over mijn tong. De heer Bouberg Wilson: Het is zo dat ik heb aangegeven waarom we dit doen. Maak gebruik van de ruimte die je hebt als gevolg van het feit dat je geen standaardvoorziening zult hebben in je onderhandelingen met het COA. Dat is een handreiking die wij doen. Die wijkt af van het raadsbesluit, dat alleen voorziet in aantallen die in de scenario's van elkaar verschillen. Dus als je dat wil doen, wat wij voorstellen, dan zul je het raadsbesluit moeten wijzigen en dan heb je dus een amendement nodig. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Toch een verhelderende vraag ook over dit stuk aan de heer Bouberg Wilson. Volgens mij is het zo dat het ten eerste niet logisch is dat deze specifieke eisen aan … Op dit stuk geamendeerd worden. Je zou dan eigenlijk eerder moeten kijken naar wat een beleidsstuk rondom azc’s is.

Dus is het niet logisch, en dat is eigenlijk mijn vraag, om bijvoorbeeld dan toch nog even te schorsen, als dit … Als je … Als het echt graag gewild wordt door de partijen die dit indienen en te kijken of het in de vorm van een motie kan worden gebracht, waarin wat algemener gevraagd gaat worden naar het beleid? Dan heeft ook de wethouder wat meer vrijheid om te bewegen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Wij voorzien in een andere inkleuring van … Een andere invulling van het raadsbesluit dat voorligt. Dat doen wij gewoon. Daar kun je het mee eens zijn. Je kunt er alles van vinden. Maar dat is wat we doen. Omdat we dat veranderen, hebben we een amendement nodig. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Toch nog een verduidelijkende vraag. Want wat ZEE betreft heb ik eerder in het begin ook aan heb proberen te geven, staan er een aantal dingen in die heel subjectief kunnen worden opgevat. Omdat eigenlijk een amendement juridisch bindend instrument is, vragen wij af of een motie, dat iets minder bindend is, iets meer vrijheid biedt, of dat dan niet logischer is. Want ik vraag me niet … Af of dit niet onuitvoerbaar is op deze manier. Dank u wel. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ik heb van geen bezwaren richting … Vanuit het college gehoord.

Dus ik bepaal maar even bij de insteek die wij hebben gekozen. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, want ik wilde eigenlijk een extra vraag stellen op de eerste vraag van mijn … Van de interruptie die ik deed. Alleen toen gingen we naar de Partij van de Arbeid en naar ZEE. Want wat ik bedoelde te zeggen, voorzitter, is, er is al een onderhandeling in de regio gaande geweest. Daar zijn wij wel aan tafel blijven zitten, maar hebben we daar in feite niet iets in toegevoegd, want we wilden de

Spreidingswet afwachten. Volgens mij was dat hoe het amendement luidde. Tussendoor is de regio natuurlijk wel doorgereden, om in die termen te blijven, en de regio is natuurlijk al een aantal stappen verder dan wat … Dan waar wij nu instappen? Dat was … Tegen dat licht was de vraag aan de fractie van de OPZ hoe die onderhandelingsruimte daar rijmt met het aangegeven amendement dat u voorstelt. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Dat er onderhandelingsruimte is, geven de scenario's op zich natuurlijk al aan. Dus dat kan ik niet helemaal volgen. Daarnaast is het zo dat wat betreft de invulling van het azc, daar zit ook ruimte in. Want dat kun je op verschillende manieren doen. Je kunt bepaalde dingen wel, niet aanbieden enzovoorts. Dus beide leiden tot de reden waarom wij dit amendement hebben opgesteld. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, want de OPZ zegt dat er door middel van de scenario’s blijkt dat er onderhandelingsruimte is. Maar, voorzitter, wij lezen dat niet in het stuk terug. Wij lezen dat we de voorzitter, met een aantal smaken vanuit Zandvoort op pad zullen sturen, als zienswijze, lijkt mij, en dat vanuit daar de voor… Of de portefeuillehouder gaat proberen de regio te overtuigen met de charmes die de portefeuillehouder heeft. Dus ik lees het niet zo alsof de regio daar die onderhandelingsruimte biedt.

Dus ik ben benieuwd naar hoe de OPZ dat dan ziet. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. Een kort antwoord en dan gaan we door met uw betoog. De heer Bouberg Wilson: Ik denk dat er twee verschillende zaken zijn die een beetje door elkaar worden gehaald. Voor wat betreft de doelstelling, de indicatieve taakstelling, ik denk dat daar weinig onderhandelingsruimte is. Uitruil misschien. Maar waar het gaat om de bestuursovereenkomst met het COA, dan staan we nog aan het begin van de onderhandelingen. Daarom hebben we dat ook op deze manier ingekleed, dat we de wethouder daar op dat vlak voldoende kaders kunnen meegeven die hij kan inbrengen bij die discussie. Het een staat los van het ander. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee is uw eerste termijn … De heer Bouberg Wilson: Ik was niet klaar met mijn bijdrage, want ik werd geïnterrumpeerd een aantal keren. Het is zo dat de motie van Jong, die roept bij ons vragen op. Het grappig is, dat heeft ook een beetje te maken met de laatste vraag die de heer El Gebaly stelde. Op het moment dat je namelijk ervan uitgaat dat de kans er is dat de Spreidingswet vervalt of wordt gewijzigd, dan heb je met de volgende situatie te maken. Het COA gaat, voordat ze hier iets kan vestigen, een bestuursconvenant afsluiten met de gemeente. Dat doet ze voor een periode van minimaal vijf jaar.

Dat betekent dat als tussentijds die Spreidingswet zou wijzigen of vervallen, dat dan de gemeente vastzit aan de bestuursconvenant met het COA. Tenzij je zo verstandig bent om een ontbindende clausule op te nemen, dat indien die situatie zich voordoet, de gemeente zich ontslagen acht van de verplichting conform het bestuursconvenant. De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Voorzitter, maar kan het niet zo zijn dat, in de theoretische situatie dat over twee jaar de wetgeving wijzigt, dat … De wetgeving staat boven het convenant, denk ik, dat de gemeente en het COA afsluiten. Klopt dat?

De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: We hebben te maken met twee entiteiten. We hebben de landelijke wetgeving en we hebben het … Bestuursconvenant en bestuursovereenkomst met het COA. Dat zijn twee op zichzelf staande zaken. De een vloeit wel voort uit het andere, maar je bent gehouden aan de overeenkomst met het COA, als je niet voorziet in de ontbindende voorwaarden, gesteld de Spreidingswet, de landelijke wet, zou tussentijds wijzigen of komen te vervallen. Dat vinden wij in het … In de motie van Jong nog niet voldoende duidelijk. Ook de uitleg die de wethouder gaf in commentaar op die motie, gaf … Geeft ons aanleiding tot de vraag of dit, zoals wij dat nu net hebben verwoord, of dat inderdaad ook de zin is waarin de wethouder dat had begrepen. Wij lezen dat niet heel helder terug. De motie van ZEE zullen wij niet steunen. De motie van PvdA zullen wij niet steunen. Wij zijn van mening dat die overbodig is. De voorzitter: Amendement ondertussen. De heer Bouberg Wilson: Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga ervan uit dat de wethouder op de vragen in de tweede termijn terugkomt. De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, ik ken de Ouderenpartij als een zeer … Een partij waarbij processen hoog in het vaandel staan.

Volgens mij voorziet het aangepaste amendement van mevrouw Koper er juist op toe dat er naast het al benoemde overleg met de regio ook een locatiekeuze voor het zomerreces richting de raad komt. Voorzitter, ik hoop dat OPZ het met de indieners van dit amendement eens is, dat het juist goed is om dat ook op te nemen in het raadsbesluit, zodat we kunnen voorzien dat we in ieder geval op tijd zijn voor de gestelde deadlines die we hebben vanuit provincie en vanuit Rijk. De voorzitter: De heer … De heer El Gebaly: Dus ik ben benieuwd wat OPZ daarvan vindt. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ik noemde de motie overbodig, omdat in feite in het raadsvoorstel dat gewoon staat. Ik heb u dat straks even voorgelezen toen het erover ging, wanneer in feite die locatiekeuze wordt voorgelegd. Voor het zomerreces. Dat staat gewoon in het raadsvoorstel. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, nogmaals, het is een amendement dat het is geworden. We doen dat bewust omdat we willen voorzien in hetgeen we voor het zomerreces ook echt die locatiekeuze hebben. Het staat genoemd in punt 3 op bladzijden 6 van de 9 van het raadsvoorstel, maar er staat niet als zodanig benoemd in dit geval als punt, als voorstel dat hier naar de raad komt. Dus we zijn benieuwd waarom de OPZ in dit geval dat als overbodig ziet.

Want ik ken juist de OPZ, voorzitter, als een partij die heel erg van het proces is. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ik denk dat we aan alle discussie een eind kunnen maken door de wethouder te vragen hierop te reageren.

De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar de Partij van de Arbeid. Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ik moet nog even reageren op de motie van Jong Zandvoort. Uit denk ik het betoog en de constatering en de overwegingen die we al genoemd hebben, kunt u wel opmaken dat wij niet voor uitstel zijn van de Spreidingswet, op welke wijze dan ook. De opvang van mensen in nood gaat bij ons altijd voor. Dat moet gebeuren. Of er een wet is of niet, dat moeten we met elkaar oplossen. Oorlogen, hongersnood en anders regelen we niet aan deze tafel, maar mensen in nood laten we niet buiten slapen. Dus wij zijn niet voor dit … Voor deze motie, ook omdat we vinden dat we oplossingen moeten creëren en niet denken in als dan over een aantal jaren. Overigens zitten we dan volgens mij hier niet, als er ooit nog zo'n wet gewijzigd moet worden. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Paap, interruptie. De heer Paap: Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag vragen aan mevrouw Koper van de PvdA waar zij uitstel ziet staan in onze motie. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Dit ziet op uitstel zo'n … Voorzitter. Deze … Volgens de Partij van de Arbeid is dit de zaak voor ons uitschuiven, als, dan, en dan gaan we er niet mee akkoord. Voor de Partij van de Arbeid is het heel duidelijk. Mensen in nood moet je … Moeten we helpen. Misschien heb ik hem dan voor mevrouw Paap beter geformuleerd.

De voorzitter: Mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Dank u wel, voorzitter. Is mevrouw Koper het ermee eens dat het eigenlijk de motie gewoon de wet volgen is, maar dat wij hier extra richtlijnen mee willen geven aan het college? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ik snap dat Jong Zandvoort dat zo ziet. Dat is in lijn met het amendement dat de vorige keer is ingediend. Ook dat … Daar waren wij niet voor. Want dat betekent toch wat ons betreft, en dan moet ik mezelf herhalen, is dat je eigenlijk de problemen die er zijn in Nederland, in de wereld en in Zandvoort voor je uitschuift en niet oplost. Daar zijn wij niet van. Wij zijn voor verantwoordelijkheid nemen voor mensen in nood. Dat is de reden waarom wij niet mee kunnen gaan met deze motie, want die lossen de problemen niet op. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Koper: Ik mocht nog verder? De voorzitter: Zeker. Mevrouw Koper: Zo. Goed. Over het amendement hebben we genoeg gehad. Als het gaat om de discussie hiervoor, realiseer ik me dat ik wat laat de motie heb rondgestuurd, dus dat vandaar de reactie van collega’s van het CDA en VVD van, we snappen het niet, die begrijp ik. Ik hoop dat we daar helderheid in gecreëerd hebben. Wat ons betreft zou in … De route van het voorleggen van de scenario's is een keuze van de wethouder, is wat ons betreft overbodig. De wet geeft hier taken aan.

Eigenlijk is helaas die Spreidingswet

nodig omdat er geen solidariteit is tussen gemeenten. Ik hoef niet te herhalen dat Ter Apel voor ons wat dat betreft echt een afschrikbeeld is. Dat willen we nooit meer. Die locaties is datgene waarmee je nog de boer op kunt gaan in de regio, is onze stellingname. Maar als de wethouder vindt dat die strategische keuzes voor moet leggen waarvoor je vervolgens met je zak vol onderhandelingspositie naar acht andere gemeenten toegaat, die ondertussen al een jaar verder zijn, persoonlijk geloven wij er niet in. Maar we zullen ons er niet tegen verzetten. Vandaar dat we gekozen hebben voor het omzetten van de motie in een amendement, om daarmee de zaak vooruit te helpen. Want dat die locaties voor de zomer bekend moeten zijn, willen we nog in het tijdpad zetten. Het staat een beetje diffuus, iets van, voor het zomerreces. Laten we dat dan maar vastleggen in het besluit. Dat zou ons voorstel zijn. De voorzitter: Dank u wel. ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Ik wil mijn pleidooi voor de tweede termijn eigenlijk beginnen met het volgende. Dit is iets wat ik vaker heb gezegd. Maar ik ga het toch weer herhalen, omdat ik ook in de eerste termijn verhalen hoorde over dat we empathie moeten hebben voor elkaar en dergelijke. Ik denk dat dat niet is waar de discussie om gaat. Ik merk ook helemaal niet zoveel polarisatie op.

Het gaat hier volgens mij, wat we met elkaar doen, echt om de inhoud. Denken wij dat het realistisch is om een azc te realiseren in Zandvoort of niet? En zo ja, op welke manier? We moeten ook wel door de wet. Ik denk dat dat is waar de discussie over moet gaan. Ik denk dus ook dat de rest overbodig is. Om gelijk te reageren op wat de wethouder eigenlijk zei in zijn reactie na de eerste termijn, die gaf aan dat hij dacht dat het onrealistisch zou zijn. Want wij … Wat zouden wij te bieden hebben als gemeente, wat nu de situatie gewoon anders maakt? Mensen, ik kan daar heel duidelijk antwoord op geven. Er is nu een Spreidingswet. Dus het hangt elke gemeente, omdat er zo ontzettend grof en gemakzuchtig is omgegaan met de verdeling, waarbij ze letterlijk hebben gezegd, we hakken het gewoon op en verdelen het op basis van inwonersaantal, hangt dus elke gemeente een potentiële locatie voor een azc boven hun hoofd.

Als dan blijkt dat een wethouder het slimme plan bedenkt, wij kunnen een grondposities van de provincie slim benutten, ergens tussen verschillende van die gemeenten in, we kunnen die slim benutten met elkaar, waardoor het dus niet midden in dat dorp komt en iets wat inwoners dus waarschijnlijk nog vervelender zullen vinden als het om draagvlak gaat, maar in ieder geval wat verder weg ligt, waardoor het wat groter is, waardoor er schaalvoordeel is, waardoor wij beter voor die asielzoekers kunnen zorgen, dan is dat wel degelijk iets heel realistisch. Zeker als er ook een kleine zak geld tegenover staat vanuit al die gemeenten. Dan is dat mogelijk. Ik denk ook dat mensen dat zouden willen. Dat is ook worden constant aan de wethouder vroeg. Is de situatie nu veranderd? Want, ja, die is veranderd. Ik wilde het … Ik heb het ook al aangehaald … De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, een korte vraag. Ik hoor ZEE zeggen dat ZEE voorstaat om een azc zo ver mogelijk uit de dorpskern, of in ieder geval uit de dorpskern te willen plaatsen, wat is daar de overweging van ZEE voor? De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, heer El Gebaly. Volgens mij is dat heel duidelijk. Omdat wij al heel veel moeite hebben met locaties vinden.

Er is ook een brief geweest van Huurdersplatform Zandvoort waarin werd gezegd, hoe gaan jullie dat doen met alle locaties waar nu woningbouw gepland staat? Het is heel ingewikkeld. Fondsen zijn bezig met inbreiding op allerlei manieren. Dus op het moment dat wij geen locatie hier binnen Zandvoort hebben, binnen onze … Op onze gemeentelijke gronden of potentiële gronden waar we

kunnen gaan ontwikkelen, zou natuurlijk voor ons enorm fijn zijn, want dan kunnen we dat gebruiken voor woningbouw en dergelijke. Dat is onze primaire overweging. Om verder te gaan met mijn pleidooi, dat is eigenlijk iets wat ik in het eerste stuk ook herhaalde, ik ga het jullie ook laten zien, dit stuk, twee A4’tjes met vijf punten, zes punten waar overal plusjes en minnetjes bij staan, dat is waar ik als raadslid een besluit over moet gaan nemen, wat potentieel ontzettend impopulair is bij alle inwoners. Ik heb er vorige keer bijgezeten, dat de locatie van het azc werd behandeld. Mensen waren echt op het punt van ontploffing door de manier waarop het gebeurde, door het feit dat het überhaupt gebeurde. Nu moet ik als raadslid, moeten wij allemaal als raadsleden, een besluit gaan nemen over dit stuk op basis van iets wat totaal aan redenering gebrekkig is. Er is geen enkele uitleg voor mij waarom hier een plusje of een minnetje staat. Dus ik wil ook sowieso vragen om een hoofdelijke stemming. Ik ga hier namelijk absoluut tegenstemmen, omdat het stuk echt op helemaal niks laat. Dat is het belangrijkste punt wat mij betreft. De voorzitter: Mag ik u erop attenderen dat wij tegenwoordig digitaal stemmen? Dus wat dat betreft is het ook helder wat iedereen stemt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dat klopt.

In ieder geval, dat … Ik vind het belangrijk om het per persoon te zien, dus dat is wat volgt. Verder zou ik … Wij hebben de motie van Jong Zandvoort ook mede ingediend over het slag om de arm houden. Dat lijkt ons ook logisch. Dat is nog steeds, even een verduidelijkende vraag naar Jong Zandvoort, dat is nog steeds uit elkaar of is dat nu samengevoegd met het amendement? Dat is uit elkaar. Dus die steunen wij nog steeds. Excuus. Even kleine verwarring daar. Die steunen wij natuurlijk nog steeds, want wij vinden het belangrijk om die slag om de arm te houden. We denken dat daar een uitgebreider gedegen onderzoek ook daadwerkelijk bij hoort. Dat was eigenlijk voor nu mijn inbreng. Daar blijven we bij. Dank u wel. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson, interruptie. De heer Bouberg Wilson: Gezien het betoog van ZEE, zou ik nog weleens vragen of zij niet opnieuw kunnen overwegen om ons amendement te steunen. Want daarmee gaat u het raadsbesluit, waar u zo tegen bent, veranderen. Dank u wel. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Ik zou daar nog wel op willen reageren. Dank u wel, heer Bouberg. Ik zou het willen overwegen, alleen we zijn sowieso tegen het voorstel an sich. Dus we hopen natuurlijk dat er helemaal niet doorheen komt, omdat het wellicht ietsje beter is.

Mits het een motie is, omdat we echt denken dat het in de vorm van een amendement te streng is, dat het onmogelijk is, omdat het een juridisch document, bindend document is, als het gaat om een amendement. Tevens mijn vraag, mijn opmerking, mijn pleidooi van net staat nog steeds. Dus ook aan de fractie van OPZ, wilt u voor een stuk stemmen waar inherent al geen onderbouwing voor is? Dat is de vraag die ik jullie allen stel. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Ik wilde de heer Gerrits er even op wijzen dat op het moment dat je een raadsbesluit wilt veranderen, kan dat dus niet met een motie. Dan moet het met een amendement. Dat is de hele essentie van het verhaal. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga naar Jong … Mevrouw Koper, interruptie.

Mevrouw Koper: Naar mijnheer Bouberg Wilson, als dat mag, voorzitter. Want het raadsbesluit wordt dan gewijzigd met de toevoeging dat de provincie Noord-Holland opdrachten krijgt. Dat was de discussie die we in de eerste termijn voerden. Volgens mij kan dat niet. We kunnen als raad niet een opdracht geven aan de provincie Noord-Holland. Bent u dat met me eens? De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Wij geven daarmee geen opdracht, maar wij vragen de provincie om zijn rol te pakken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Paap, Jong Zandvoort. Mevrouw Paap: Dank u wel, voorzitter. We begrijpen dat punt drie uit onze motie een beetje verwarring bij een aantal van onze collega’s opvraagt. Wij vragen ons daarom af of we het misschien moeten veranderen, indien het college een overeenkomst aangaat met het COA, dan zal er een ontbindende voorwaarde in komen te staan dat als de Spreidingswet wijzigt, dat deze ook hier in Zandvoort wordt aangepast. Wij willen graag weten wat de reacties van de andere fracties … En dan eventueel na de tweede termijn schorsen om het amendement … Om de motie aan te passen. Omdat … We zaten nog te twijfelen of we het misschien bij het amendement van OPZ wilden toevoegen. Alleen, waar wij een beetje bang voor zijn, is dat het COA compromissen wil sluiten en dat deze dan misschien apart wordt gezet door het COA.

Dus dat willen we niet. Wat betreft het amendement, het gewijzigde amendement van PvdA en GroenLinks, eigenlijk … Nee, en D66, excuus. Het staat natuurlijk eigenlijk al in het raadstuk, maar toch zullen wij wel voorstemmen, omdat wij ook snel een locatie willen weten en dat dit in … Onzes inziens alleen maar positief is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij naar het CDA, de heer Endstra. De heer Endstra: Dank u wel, voorzitter. Graag begin ik met het amendement van PvdA. Nogmaals, ik heb het eerder genoemd, maar pagina's 6 van 9, daar staat volgens mij heel duidelijk een stukje tekst dat dit amendement overbodig maakt. Wij zijn wel erg benieuwd wat … Of de wethouder … Wat hij zegt en of hij ons … Ik heb een interruptie volgens mij. De voorzitter: De heer Hermsen, interruptie. De heer Hermsen: Voorzitter, ik denk, ik zal het CDA toch graag even erop willen attenderen dat die tijdslijn er niet is en dat er dus twee dingen tegelijkertijd ter besluitvorming voor … Neer worden gelegd, voor het einde van de zomer … Van het zomer … Voor het einde van het zomerreces. Dat lijkt mij feitelijk ook onmogelijk om er dan ook nog gelijktijdig over te gaan stemmen. Dus ik wil toch even dat u het in overweging neemt, dat dit geen tijdlijn is. De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Dank u wel, voorzitter.

Maar wat ons betreft staat er heel duidelijk dat er een zienswijze komt in andere woorden voor het zomerreces. We hebben ook nog als fractie overwogen en nagedacht of wij de motie van Jong kunnen steunen. Maar wij blijven van mening, voorzitter, dat dit landelijke wetgeving is wat ons betreft. Stel, de Spreidingswet wordt over twee jaar van tafel geveegd, wat we net eigenlijk zeiden, dan zal Den Haag toch ook echt met een oplossing en een plan hiervoor moeten komen. Dat … Dan kan het college dat vermoedelijk niet alleen oppakken. Wij zien ook als punt dat het college wellicht wordt beperkt in zijn …

Met de partners in de regio en het COA als we hier voor zouden stemmen. Dus het komt er eigenlijk op neer dat … Wij kunnen wat dit betreft niet zover vooruitkijken. Wij denken ook dat we hier … We kunnen hier geen landelijke wetgeving gaan oplossen. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson: Dank u wel, voorzitter. Begrijp ik hieruit dat de mening van het CDA is dat, mocht de Spreidingswet om wat voor reden dan ook, in een later stadium nadat het contract tussen gemeente Zandvoort en het COA is gesloten en deze verdwijnt en de … Vanuit de Spreidingswet dus het landelijk niet meer verplicht is, dat het CDA wel deze opvanglocaties in stand wil houden? De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Nee, het is een heel hypothetisch geval dat dat gebeurt, dat wij hier dan een azc hebben staan die van tafel moet worden geveegd. Maar ik denk, we kunnen ook niet bij wijze van, van de ene op de andere dag dan het azc weghalen, bulldozer eroverheen en klaar ermee. Ik denk, dan zal er toch echt vanuit Den Haag en vanuit de grotere regio et cetera een oplossing voor dit landelijke punt moeten komen. De voorzitter: Mevrouw Göransson. Mevrouw Göransson: Dank u, voorzitter. Maar begrijpt u dan dat wij een overeenkomst hebben met het COA? Dus niet enkel de landelijke regelgeving, maar dat er twee aparte zaken zijn.

Dus op het moment dat wij een overeenkomst hebben gesloten met het COA, dat we ons daaraan moeten houden, ongeacht of er landelijke regelgeving is. De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Dat is denk ik ook wat mijnheer Bouberg Wilson bedoe… Zojuist over had. Je hebt privaatrecht en publiekrecht. Ik denk dat die discussie daarvoor te ver gaat. Maar wat ik eigenlijk bedoel te zeggen, is dat … Alle gemeentes in Nederland hebben dan hetzelfde punt. Dan moet er overal … Of zouden de azc's anders ingericht moeten worden of weggehaald moeten worden. Wie zal het zeggen? Maar dan kunnen wij niet als Zandvoort denk ik in ons eentje dat gaan oppakken. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, ik wil toch even wat verduidelijking vragen aan de heer Endstra. Landelijke wetgeving, dat is de Spreidingswet. Gebaseerd op die landelijke wetgeving wordt van de gemeenten een aantal zaken verwacht, onder andere het voorzien in de indicatieve taakstelling die we hebben. Om daaraan te voldoen, moet je een overeenkomst sluiten met het COA. Die overeenkomst is geen landelijke wetgeving. Die overeenkomst vloeit voort uit een verplichting conform landelijke wetgeving.

Dat betekent dat op het moment dat je die niet voorziet in een ontsnappingsclausule gesteld de landelijke wetgeving zou wijzigen of vervallen, niet denkbeeldig, gezien de kabinetsinformatie die nog moet komen, dat betekent dat je dus hangt aan de handtekening hebt gezet onder een stuk die je bindt voor vijf jaar. Dat lijkt ons niet verstandig. Dus de vraag is … U legt het wel zo uit dat die overeenkomst met het COA landelijke wetgeving is, maar wij betwijfelen dat. Wij denken dat het gewoon een overeenkomst is tussen partijen die op zichzelf staat. Dus is het slim, denken wij, om je voor te bereiden op een onzekere toekomst die mogelijk deze consequenties zou inhouden. Maar u heeft misschien een andere uitleg.

De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Het is een heldere uitleg. Ik denk ook … Maar wij blijven wel van mening dat iedere gemeente in Nederland dan ditzelfde punt heeft op te lossen. Dan moeten we toch echt naar Den Haag gaan kijken wat ons betreft in hoeverre wij … Want we zitten hier nu in de raadzaal van Zandvoort, denk ik, maar dan wordt … We zitten bijna landelijke politieke hier te bedrijven. De voorzitter: Mag ik u verzoeken om de discussie centraal te houden? Want het gemompel stoort. Dank u wel. Gaat u verder, mijnheer Endstra. De heer Endstra: Maar dan zal iedere gemeente in Nederland dit op moeten lossen. Dan moeten we echt naar Den Haag kijken. Wellicht, want we kunnen met zijn allen niet in de toekomst kijken, maar wellicht, als Den Haag met een besluit komt, dat al die overeenkomsten met het COA niks meer waard zijn, dan zou dat ook kunnen. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, ik zou de heer en Endstra in overweging willen geven niet naar Den Haag te kijken als je lokaal slimmer kunt zijn. De voorzitter: Dank u wel. Nee, mijnheer … Hele rare figuur. Mijnheer Endstra is aan het woord en dan gaat u de heer Endstra interrumperen. We gaan nu gewoon even door. Dus de heer Endstra, maakt u uw betoog alstublieft af. De heer Endstra: Ik was eigenlijk klaar, voordat ik werd geïnterrumpeerd. Dus wat dat betreft, dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. Ik zal proberen het kort te houden. Zoals we al eerder al hebben aangegeven, steunen we het amendement van OPZ. In het raadstuk lezen we ook terug dat er een voorstel komt wat betreft de locaties voor het zomerreces. Wat ons betreft is dat voldoende en hoeven we dat niet vast te leggen in een besluit. Wat betreft de motie om de portefeuillehouder de provincie in te sturen, daar staan wij nog steeds hetzelfde in. Wij zijn nog niet overtuigd in de … In het nut daarvan. Dan tot slot, de motie van Jong en ZEE wat betreft de slag om de arm met de Spreidingswet. Dat is voor ons een lastig punt, maar we hebben het een beetje geprobeerd om ons voor ons te zien hoe dat dan in zijn werking gaat. Eventjes terugkomend, we vinden het belangrijk om die randvoorwaarden en uitgangspunten mee te geven, juist om ook een stukje draagvlak te creëren en ook juist om ervoor te verzorgen en om te borgen dat alles zo ordentelijk en soepel mogelijk in Zandvoort zal verlopen. Als wij dan lezen dat op het moment dat de Spreidingswet om welke reden dan ook van tafel gaat, de gemeente Zandvoort geen asielopvang meer verleent … Dus wij stellen ons dan voor dat wij wellicht wel al een locatie hebben en dat die locatie dan per direct gesloten wordt.

Ik hoorde net al, de bulldozer gaat er overheen of de tent wordt afgebroken, maar er zitten wel mensen in. We stellen ons dan voor, die moeten dan de straat op in Zandvoort. Dat is wat ons betreft geen situatie die zorgt dat het soepel verloopt. We vinden het daarom op deze manier wel heel erg lastig om dit te kunnen steunen. Zeker ook omdat wij het zo belangrijk vinden dat het zo soepel en zo ordentelijk mogelijk gaat verlopen. Wat we ons wel kunnen voorstellen, is dat op het moment dat die situatie zich voordoet, maar misschien kan de portefeuille er ook zijn zienswijze op geven, is dat we dan een soepele afbouw hebben, dus geen nieuwe instroom meer hebben en dat we dat gedeeltelijk gaan afbouwen. Eigenlijk

een zo'n soort van zelfde situatie als dat wij graag voor ons zien als bijvoorbeeld de noodopvanglocaties voor Oekraïners, zodat daar straks ook op een goede wijze afgebouwd kan worden, zonder dat mensen direct op straat komen te staan, waardoor er wel weer ruimte wordt gemaakt voor bijvoorbeeld de woningbouwprojecten op de Curiedex. Dus in die zin vinden wij de motie zoals die nu voorligt, dat roept eigenlijk meer problemen in de hand, mocht die situatie zich voordoen, dan dat het een oplossing biedt. Wij zijn op zoek naar oplossingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Er is al heel veel gezegd, een beetje te veel in onze beleving, maar oké. We hebben één vraagje waar we nieuwsgierig naar zijn. Kan worden opgevat als een technische vraag, dus de beantwoording mag schriftelijk. In die zaken die scenario's worden genoemd, hebben we vier scenario's. In scenario één, drie en vier wordt gesproken van 229 mensen. In scenario twee 275. Vanwaar dit verschil? Kan de wethouder dat toelichten? Daar zijn we een beetje nieuwsgierig naar. Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Voorzitter, ik wilde graag iets voorstellen voor ons amendement, als we daar al aan toe zijn. De voorzitter: Laten we even het rondje afmaken.

Mocht er dan nog iemand een wijziging … Mevrouw Koper: Het is geen interruptie die ik heb. De voorzitter: Op het ingediende amendement of motie plaatsvinden, is dat goed. Maar laten we even het rondje van de raad afmaken. Dan ga ik nu naar de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, woorden doen ertoe. Ik zit echt met stijgende verbazing en een pijnlijk gevoel naar deze vergadering te kijken. Ik wees maar eerlijk. Want als we het over de bulldozer eroverheen hebben, de tent weghalen, dan denk ik bij mezelf, het gaat hier gewoon over mensen. Als we het voor de statushouders, voor de asielopvang in Zandvoort zouden invullen en daar de bulldozer overheen zouden doen of de tent voor weg zouden halen, ik denk dat het dorp op zijn kop had gestaan. Dus ik vind die bewoording Zandvoort onwaardig. Laat ik het op een politiek correcte manier zeggen. Ik vind het stuitend om te horen dat een discussie over humaniteit, het opvangen van mensen, dat dat hier verzandt in een discussie over van alles en nog wat, maar dat het menselijk aspect daar gewoon echt compleet uit wordt gehaald. De voorzitter: De heer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb ook die beeldspraak gehoord, maar wel vaak in combinatie met een ontkenning, dat we dat eigenlijk niet voor ons zagen en dat we eigenlijk op zoek waren naar een oplossing.

Ik vroeg me af of de heer El Gebaly wellicht die ontkenning heeft gemist in die zinnen met die beeldspraak. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Kijk, voorzitter, dit is wat er altijd gebeurt, ook weer bij de VVD. Want, voorzitter, het punt dat ik hier wil maken, is dat we eens verder moeten kijken dan alleen de statistiek, alleen de raadsstukken. Volgens mij hebben we in Nederland heel erg geleerd dat we, als we het menselijk aspect uit beleidsvorming halen, dat het beleid daarvan minder wordt en dat daarvan ongelukken ontstaan. Dat is het enige wat ik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14111680/2