Transcript - 23 april 2024
Tekst van het document
VERSLAG VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE ZANDVOORT d.d. 23 april 2024
1.
Opening De voorzitter: Beste mensen, ik open de vergadering van de gemeenteraad van Zandvoort van 23 april 2024. Een hartelijk welkom aan u allen. Een hartelijk welkom aan uw raadsleden, een hartelijk welkom aan alle leden of alle aanwezigen op de tribune. Blij om U te zien. Natuurlijk ook een zeer hartelijk welkom aan al die mensen die van huis uit deze vergadering volgen, nu of in de herhaling, moet ik er dan bij zeggen. Wij hebben een bericht gekregen van verhindering van mevrouw Nederlof, die wegens zeer verdrietige omstandigheden niet in ons midden is op dit moment. Wij wensen haar vanaf deze plek heel veel sterkte toe, maar zij is er dus vanavond niet bij.
2.
Installatie raadslid De voorzitter: Dan heb ik daarmee de opening gehad en gaan wij over tot de installatie van de heer R. Driehuizen. U heeft gezien dat de heer R. Driehuizen op grond van de Kieswet is benoemd als raadslid tot en met 26 juli 2024 ter vervanging van de heer Kramer. Gedurende die periode dat hij raadslid is, vervalt zijn buitengewoon lidmaatschap van de raad, dat weer herleeft na afloop van deze periode. Even, voor degenen die denken, we gaan hem weer installeren. Een raadslid kan zich voor een periode van vier maanden laten vervangen, zestien weken, moet ik zeggen precies. Dat kan drie keer gebeuren. Maar dat betekent dat elke keer als een raadslid aangeeft vervangen te willen worden, opnieuw de vervanger, in dit geval de heer Driehuizen, geïnstalleerd moet worden. Dus dat is in ieder geval de gang der dingen. Dus dat u niet denkt, ze vergissen zich. Nee, dit is zoals het hoort. De commissie geloofsbrieven bestaande uit de raadsleden de heer Van der Linden en de heer El Gebaly en mevrouw Paap heeft het onderzoek naar de geloofsbrieven uitgevoerd en ik geef graag het woord aan de heer Van der Linden, voorzitter van deze commissie, om de raad te informeren over de uitkomst van dit onderzoek. De heer Van der Linden. De heer Van der Linden: Aan de raad van de gemeente Zandvoort.
De commissie uit de raad van de gemeente Zandvoort heeft de geloofsbrieven en verdere bij Kieswet gevorderde stukken ontvangen die zijn ingezonden door de heer R.D. Driehuizen. De commissie rapporteert de raad dat zij bovengenoemde bescheiden heeft onderzocht en in orde heeft bevonden. Gebleken is dat de benoemde aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen voldoet. De commissie meldt de raad dat er geen beletselen zijn om de kandidaat als tijdelijk raadslid toe te laten. De commissie adviseert tot zijn toelating als tijdelijk lid van de gemeenteraad. Plaats Zandvoort, datum 23 april 2024, de commissie voornoemd, M.K. el Gebaly, M.W. Paap en H.A. van der Linden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Linden. Ik kijk rond of er nog vragen zijn uit de raad. Als dat niet het geval is, dan gaan wij over tot installatie van de heer Driehuizen. Ik geef even op voorhand aan dat, gezien het feit dat we al eerder geïnstalleerd hebben, ik daarna niet schors voor felicitaties, maar in ieder geval dat even namens de hele raad bij deze doen. U kent de procedure, dus die hoef ik niet nog een keer uit te leggen. Ik verklaar dat ik, om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet en dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen. Wat is uw antwoord?
De heer Driehuizen: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Dan feliciteer ik u namens de hele raad. Gefeliciteerd. Dan hebben we daarmee de installatie van de heer Driehuizen gedaan. 3.
Mededelingen en loting De voorzitter: Dan komen wij naar mededelingen en loting. Heeft er iemand uit uw midden een mededeling over belangen dan wel betrokkenheid? De heer Hermsen. De heer Hermsen: Voorzitter, dank u wel. Het gaat om agendapunt 12. Daar wordt een … Mogelijk een amendement ingediend voor het besluit over gemeentelijke monumenten. Aangezien ik zelf in het bezit ben van een gemeentelijk monument, zou ik van het amendement en daaropvolgende delegatiebesluiten van stemmen willen onthouden. De voorzitter: De griffier fluistert mij iets toe. Ik heb … De griffier zoekt even uit hoe precies dit zit en we komen er, waarschijnlijk schorsen we heel even voor het voorstel voordat we gaan bespreken, er even op terug te komen bij u. Is dat akkoord? Prima. Dank u wel. Nog iemand anders over belangen dan wel betrokkenheid? Zijn er voor het overige mededelingen uit uw raad? Dat is niet het geval. Dan komen wij bij de loting. Voor diegenen die onze vergaderingen vaker volgen, die weten dat wij, indien er een hoofdelijke stemming wordt aangevraagd, dus een stemming niet per fractie maar per raadslid, dat wij dan altijd aanvangen bij één raadslid. Wij trekken een nummertje. Dat nummertje correspondeert met de alfabetische lijst die ik voor mij heb liggen. In dit geval is dat nummer drie en dat is de heer Bouberg Wilson. Dus bij een hoofdelijke stemming beginnen we bij u.
Dan hebben we daarmee de mededelingen en de loting gehad.
4.
Vaststellen agenda De voorzitter: Dan gaan we naar het vaststellen van de agenda. De fractie ZEE heeft een motie vreemd aangekondigd over de optimale inzet van tijdelijke woonunits. Ik stel voor om deze toe te voegen aan de agenda na het einde van de bespreekstukken. Gaat de raad akkoord met de agenda zoals die thans voorligt? Dat is het geval.
5.
Ontheffing vereiste ingezetenschap wethouder De Kloet De voorzitter: Dan komen we bij nummer 5. Ik zie hem al op de tribune zitten. Ontheffing vereiste ingezetenschap van wethouder De Kloet. Aan de raad wordt voorgesteld om wethouder De Kloet wederom voor één jaar ontheffing te verlenen van het vereiste van ingezetenschap. Wenst iemand stemming over dit voorstel? Zo niet, dan is het daarmee bij acclamatie aangenomen. Hamerstukken
6.
Vaststelling gemaakte kosten voor onderzoek naar niet-gesprongen explosieven en aanvraag subsidie 2022 en 2023 De voorzitter: Dan komen wij bij de hamerstukken. Het vaststellen van de, nummer 6, het vaststellen gemaakte kosten voor onderzoek naar niet-gesprongen explosieven en aanvraag subsidie 2022 en 2023. Die stellen wij bij hamerslag vast.
7.
Ontwerp-vvgb bouw greenkeepersonderkomen Kennemerweg 78 De voorzitter: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor de greenkeepersonderkomen op de Kennemerweg, oftewel de Kennemergolf, 78. Die stellen wij ook bij hamerslag vast.
8.
Verkoop voormalige dienstwoning Tollensstraat 2 De voorzitter: Verkoop van de voormalige dienstwoning Tollensstraat 2. Ook die stellen wij bij hamerslag vast.
9.
Eerste wijziging Legesverordening Zandvoort 2024 De voorzitter: Eerste wijziging van de Legesverordening Zandvoort 2024. Ook die stellen wij bij hamerslag vast.
10. Zienswijze Ontwerp wijziging GR Veiligheidsregio Kennemerland 2024 De voorzitter: Dan als laatste hamerstuk, de zienswijze Ontwerp wijziging Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Kennemerland 2024. Ook die stellen wij bij hamerslag vast. Bespreekstukken 11. Uitvoering Spreidingswet De voorzitter: Dan zijn wij aangekomen bij de bespreekstukken. Dat zijn er vanavond twee. Allereerst agendapunt 11. Dat is het voorstel uitvoering Spreidingswet. Een korte samenvatting. Aan de raad wordt voorgesteld de gepresenteerd scenario's, dat zijn de scenario's die in het stuk genoemd zijn over hoe om te gaan met de uitwerking van de Spreidingswet in de aangegeven volgorde, één, twee, drie en vier vanuit Zandvoort in te brengen in de regionale bestuurlijke regietafel uitvoering Spreidingswet en het college te verzoeken om de resultaten van de regionale bestuurlijke regietafel voor het zomerreces van 2024 aan de raad ter besluitvorming voor te leggen. Ik constateer dat er een amendement en vier moties zijn aangekondigd vanuit verschillende partijen. Te doen gebruikelijk is het zo dat die partij als eerste het woord krijgen. Te beginnen bij het … De partij die het amendement heeft ingediend. Dat is in dit geval de Ouderenpartij Zandvoort. Het woord is aan de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Dank u wel, voorzitter.
Al bij de commissievergadering hebben wij een voornemen kenbaar gemaakt om een amendement in te dienen. Ik had de inhoud daarvan al voorafgaand aan de commissievergadering toegezonden. Dat heeft geleid tot een uitvoerige en wat mij betreft ook boeiende discussie, met name ook op het punt van zero tolerance, wat in dat … Die opzet was opgenomen. Die discussie was aanleiding voor ons om naar aanleiding van de aangevoerde argumenten dat punt uit ons amendement te schrappen. In feite is het zo dat … Het amendement gaat verder dan het raadsbesluit, omdat het raadsbesluit eigenlijk voorziet in een viertal scenario's met wisselende aantallen qua asielzoekers, statushouders en Oekraïners. Wij zijn van mening dat we er ons voordeel mee kunnen doen om de wethouder met een wat bredere taakopdracht naar de onderhandelingstafel te sturen. Ik geef één voorbeeld waarom we dat doen. Onze taak is conform de indicatieve taakstelling 94 asielzoekers herbergen. Wat blijkt? Het COA voorziet in 24uursbeveiliging op locatie op moment dat het een opvanghoeveelheid kent van vanaf 100 asielzoekers. Het lijkt ons heel verstandig om dan 6 asielzoekers meer op te vangen om daarmee zowel asielzoekers als omwonenden de veiligheid gedurende 24 uur bewaking te kunnen aanbieden.
Dat is één enkel voorbeeld voor wat betreft de reden om de aantallen misschien iets anders te benaderen dan vanuit de scenario's voorligt. Ik
denk dat ik nu voor de rest verstandig eraan doe om het dictum van het amendement voor te lezen. De volgende uitgangspunten en randvoorwaarden voor uitvoering van de Spreidingswet voor Zandvoort vast te stellen. Daar ziet het amendement op. A, Zandvoort kiest in de basis voor de opvang van het wettelijk aantal asielzoekers, waarmee ook wordt bedoeld indicatieve opgave. Het opvangen van extra statushouders is geen optie vanwege beperkt woningaanbod in Zandvoort. De voorkeur gaat uit naar het opvangen van minder statushouders dan de wettelijke taakstelling. C, Zandvoort gaat een aantal als asielzoekers opvangen, waarbij de gemeente volledig wordt ontzorgd en ontlast op het gebied van financiën, zorg, onderwijs en ambtelijke ondersteuning. Daar zijn wat opmerkingen over gemaakt. Zo van, maar de gemeente heeft toch een wettelijke taakstelling voor wat betreft het onderwijs? Wat … Waar wij op doelen, is het volgende. Onder asielzoekers zijn heel wisselende mensen met een achtergrond, met een wisselende achtergrond, mensen die vrij makkelijk kunnen meedraaien in ons systeem, maar er zijn ook mensen die analfabeet zijn of uit een heel exotisch taalgebied komen. Onze taak niet … Taal niet beheersen.
Voordat zij dus onderwijs hier conform de wettelijke taakstelling kunnen volgen, eerst een opleiding zullen moeten volgen om een basisvaardigheid te verkrijgen om het onderwijs mee te kunnen doen zoals wij dat hier gewend zijn te geven. Dat zal niet in Zandvoort kunnen plaatsvinden. Daarvoor ben je dus op andere locaties aangewezen. Daarom hebben we het hierover in dit verband. Ik vervolg met D. De locatie moet 24 uur per dag beveiligd zijn, zodat de veiligheid van bewoners van het azc als van Zandvoort gewaarborgd is. E, er zijn ruime mogelijkheden voor activiteiten op locatie. Ook dat zal ik even toelichten. Het is natuurlijk zo dat … Een kleinere azc kan niet aanbieden de variëteit aan activiteiten die in een groter azc worden aangeboden. Denk even aan de omvang van 300 tot 1500 mensen. Dat betekent dat op het moment dat je hier heel weinig voorzieningen zou kunnen aanbieden, dan moeten mensen al heel gauw naar een andere locatie toe om daar aan activiteiten te kunnen deelnemen. Daarom lijkt het ons van belang om ook hier, een kleinere locatie, voldoende mogelijkheid voor activiteiten te kunnen aanbieden. Ik ga verder met F. De communicatie met gemeenteraad, inwoners, ondernemers en andere stakeholders is open, transparant, tijdig en proactief. Punt G, met de opvang benutten wij bij voorkeur koppelkansen met bestaande en toekomstige ontwikkelingen.
De opvang mag geen vertraging opleveren voor geplande nieuwbouwprojecten. Punt H, bij de uitvoering worden zoveel mogelijk lokale en regionale ondernemers betrokken. Dit is te doen gebruikelijk door het COA, maar we vonden het niet onverstandig om dat nog even nadrukkelijk onder de aanbreng … Onder de aandacht te brengen, om die kansen te benutten. Punt H. Bij … Pardon, punt I. Voor het vergroten van het draagvlak wordt er actief ingezet op het bevorderen van integratie tussen asielzoekers en de gemeenschap. Je ziet in de praktijk dat er met inlevering van en betrokkenheid van vrijwilligers bij mensen die worden opgevangen, dat daar al heel gauw een hele mooie interactiviteit ontstaat tussen beide en betrokkenheid ook vooral. Dat willen wij hiermee benadrukken. J, de gesprekken met andere gemeenten over uitruil worden gevoerd vanuit openheid en zijn gericht op samenwerking. Dat heeft natuurlijk te maken met het feit dat waar de een wat meer opvangt van de ene categorie, kan een andere gemeente dat misschien beter in een andere categorie doen. Ons laatste punt voor wat betreft het eerste punt uit het amendement, de provincie Noord-Holland verleent medewerking, coördineert en biedt ondersteuning bij het uitvoeren van de opvang van asielzoekers. Daarnaast pakt provincie actief haar taak op als toezichthouder huisvesting verblijfsgerechtigden. Dan punt twee.
Dat is gelijk aan het huidige voorstel. Het college te verzoeken de resultaten van de regionale bestuurlijke regietafel voor het zomerseizoen 2024 aan de raad ter besluitvorming voor te leggen. Dat is des te meer van betekenis, die datum, omdat ook de bedoeling is dat een voorstel voor de locatiekeuze op dat tijdstip voorligt. Dan kunnen die mooi in besluitvorming worden gecombineerd. Dat is hetgeen wat ik wil opmerken ten aanzien van het amendement. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouberg Wilson. Dan ga ik naar de overkant, naar mevrouw Koper, Partij van de Arbeid.
Mevrouw Koper: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, over zes maanden moet commissaris Arthur van Dijk, commissaris van de Koning Arthur van Dijk van de provincie Noord-Holland, op de stoep staan in Den Haag bij de minister met zijn lijstje locaties voor de 16.290 opvangplekken in Noord-Holland, als ik het goed heb. Voor Zandvoort gaat het om 94 plekken, zoals de Spreidingswet voorstelt. Het doel is verdelen van vluchtelingen over het land, over alle gemeenten. Verdelen van mensen dus, mensen in nood, mensen op de vlucht. Dat gebeurt overal. Collega, dank u. Dat gebeurt overal via regioplannen. In Kennemerland zijn acht van de negen gemeenten daar al een jaar mee bezig, maar Zandvoort niet. Wat Partij van de Arbeid betreft, is er geen tijd meer te verliezen. De Spreidingswet schrijft voor dat het college en de COA nu aan zet zijn en dat de rol van de raad beperkt is tot eventueel aanpassing van het bestemmingsplan. Dat betekent dat verdere vertraging door bijvoorbeeld dit raadstuk of andere discussies knabbelt aan de kostbare tijd die er niet te verliezen is. Wat de Partij van de Arbeid betreft is het essentieel dat we nu verder gaan naar de volgende stap de situatie zoals vorig jaar in Ter Apel, die mag wat ons betreft echt niet meer voorkomen. Mensen in nood moeten niet op straat slapen, maar een dak boven hun hoofd krijgen.
Zandvoort heeft zijn deel en moet daar ook zo snel mogelijk duidelijkheid in scheppen naar de bewoners toe en ook naar de regio. Want linksom of rechtsom, we moeten zorgen voor huisvesting en we moeten het samen doen, samen oplossen. Voor ons is dit raadstuk op welke wijze het college gaat onderhandelen met de regio eigenlijk overbodig, want wij gaan daar niet over als raad en de Spreidingswet geeft voldoende kaders en verdeelsleutel mee aan het college. Samen met GroenLinks dient Partij van de Arbeid dan ook een motie in, die ziet op een snelle actie van het college samen met de regio. Want ik herhaal het nog maar even, het college heeft nog maar een halfjaar daarin. Partij van de Arbeid en GroenLinks willen graag dat Zandvoort daadkracht vertoont en zijn gastvrije traditie niet verloochent. Zoals we eerder al klaarstonden voor Belgen in nood, voor Syriërs, u weet nog wel, in het Spalier, en in de sporthal, en recent ook de Oekraïners op de vlucht voor die afgrijselijke Russische agressieoorlog. Dat was allemaal heel snel geregeld, dat laatste, en heel goed geregeld, samen met onze inwoners en onze maatschappelijke partners. Zoals we net ook al hoorden in het voorstel van OPZ, ideeën over nadere invulling heeft elke partij. We roepen het college dan ook op om voor de zomer de raad te consulteren over hun voorgenomen besluit over locaties. Zij gaan erover.
Laten we niet vergeten dat achter elk getal, achter elke plek een menselijk drama schuilt. Belemmeringen opwerpen kost tijd. Laten we onze energie en tijd in oplossingen stoppen. Dit is ongeveer de portee van de motie, dus ik beperk me echt tot het dictum. Na de motie … Na dit alles, de constateringen en de overwegingen, roepen we het college op het overleg met de regionale bestuurlijke regietafel zo spoedig mogelijk te hervatten, voor het zomerreces de raad te consulteren over het voorgenomen collegebesluit locaties opvang asielzoekers en de maatschappelijke partners in een vroeg stadium bij de uitvoering te betrekken. Was getekend Partij van de Arbeid en GroenLinks. Voorzitter, wilt u dat ik de … Alvast reageer op … Of doen we dat straks? De voorzitter: Pakt u meteen de eerste termijn. Het is de eerste termijn raad. Dus … Mevrouw Koper: Ik zie dat er nog andere moties worden ingediend, die zijn nog niet ingediend. Dus daar beperk ik me alleen even tot het amendement van OPZ. Wij hebben duidelijk gekozen voor een motie, omdat wij niet gaan over een aantal zaken met een aantal oproepingen, maar ook omdat een amendement zoals OPZ … Het amendement zoals OPZ dat nu voorlegt, dat kent beperkingen en zaken waar wij dus inderdaad niet over gaan. Het gaat ook over wat andere gemeenten en de provincies moeten doen en ook daar gaan wij niet in.
Eigenlijk zou ik één punt heel graag willen overnemen en dat is mijn favoriete punt en dat is punt F, de communicatie. Want die moet natuurlijk altijd goed op orde zijn. Zeker in dit soort onderwerpen. Ergens in de overwegingen zeggen wij daar ook iets in. Als het gaat om een gesprek over uitruil bijvoorbeeld, of het accent op veiligheid, COA gaat verder over de invulling en ik vertrouw erop dat ons gemeentebestuur zorgt voor de veiligheid van al haar inwoners en ook zoveel mogelijk voor de bezoekers. In de afgelopen jaren dat ik hier in
de gemeenteraad de hoede van de veiligheid, de burgemeester bezig gezien heb, heb ik gezien dat, mocht het nodig zijn, er opgeschaald wordt daar waar nodig. Maar dan gaan we uit van bepaalde gedragingen op bepaalde momenten in bepaalde tijden van het jaar. Ik vertrouw daar volledig op dat wij dat met elkaar op die manier goed in de handen van de burgemeester hebben neergelegd. Dus wat ons betreft gaan wij niet mee met dit amendement. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koper. Dan ga ik naar de fractie van ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Wat betreft onze inbreng, we hebben het eigenlijk vorige keer al aangegeven. Waar wij eigenlijk een beetje van versteld staan, is dat dit stuk ons vier strategische scenario's voorschrijft als het ware waar dan plusjes en minnetjes bij staan. De een is beter dan het ander. De reden waarom is dan omdat een paar experts, in dit geval ambtenaren, mensen van het COA, mensen aan de regietafel dat met elkaar bepaald hebben. Maar het is voor ons totaal onduidelijk als raadsleden omdat wij geen onderbouwing krijgen, omdat er niks aan toegevoegd is waarom tot dat besluit is gekomen, waarom dat in dat stuk is gezet op deze manier. Daarbij is het zo, en dat hebben wij vorige keer ook al gezegd, de taakstelling is niet specifiek voor gemeenten. De taakstelling is voor de provincie.
Die moeten iets meer dan 16.000 asielzoekers opvangen. Dat is iets heel anders dan dat wij verplicht die 100 moeten doen. De wethouder heeft alle vrijheid om in onderhandeling te gaan met een andere gemeente, om in onderhandeling te gaan met bijvoorbeeld de provincie. Misschien hebben die nog wel grondposities openstaan waar je met een groep gemeenten bijvoorbeeld van kan zeggen, kunnen we daar niet gezamenlijk een groter azc realiseren die uitgaat van een bepaald schaalvoordeel? Maar die vrijheid wordt nu niet genomen. Terwijl wij tot 1 november hebben, want dan pas moet bekend zijn op welke plaats, wie de verantwoordelijkheid gaat nemen, dan pas moet de verantwoordelijkheid afgeschreven worden. Niet de exacte locaties moeten bekend zijn op dat moment. Pas dan hoeven wij dat te doen. Dus onze vraag is eigenlijk waarom vragen de andere raadsleden niet ook naar een gedegener vorm van onderzoek? Ik zou heel graag zien dat wij dit stuk terugkrijgen waarin wij die onderbouwing krijgen, dus niet een intersubjectief verhaal, zoals dat vorige keer werd genoemd, waarin we daadwerkelijk een onderbouwing krijgen, waarin ook andere scenario's uitgewerkt zijn, buiten Zandvoort. Dat is ook eigenlijk waar onze motie over gaat. Ik zal daar alvast het dictum van voorlezen.
Verzoekt het college om een onderzoek te initiëren naar alternatieve locaties binnen de provincie NoordHolland voor de realisatie van asielopvang die buiten Zandvoort gelegen zijn. Met de nadruk op locaties die draagvlak kennen en tevens strategisch voordelig zijn qua schaalvoordeel en efficiënte personeelsinzet. Twee, de resultaten van dit onderzoek en de ontwikkelde scenario's uiterlijk voor 1 september 2024, zodat we aan de voorkant zitten, aan de gemeenteraad te presenteren, zodat een tijdig en weloverwogen input kan worden geleverd aan de commissaris van de Koning. Om mijn pleidooi vervolgens te vervolgen en alvast te reageren op de indieners van het amendement en de motie, ten eerste dank, de heer Bouberg, voor het nog een klein stukje toelichten. Want we hebben inderdaad een aantal vragen gesteld naar aanleiding van het amendement. Maar toch zijn wij op dit moment niet overtuigd. Want als er heel stellig wordt gezegd, wij willen dat er geen enkele druk op Zandvoort kan worden gelegd, dus wat eigenlijk nu in het amendement staat, dan vragen wij ons af, hoe realistisch is dat? Want er gaat altijd op en manier, dat is natuurlijk een heel subjectief woord ook, gaat er druk staan op Zandvoort.
Dat wij denken dat die richtlijnen moeten komen, daar hebben we het eerder ook over gehad, dat we natuurlijk als raad moeten besluiten, daar willen we dat het college rekening mee houdt op het moment dat een azc er komt, daar zijn we het helemaal mee eens. Maar we vragen ons af of dat in dit stuk thuis hoort en niet in het stuk dat gaat over de uiteindelijke locatie of het uiteindelijke beleid rondom dat azc. Dus we vinden ook de … Het moment eigenlijk verkeerd. Om te reageren op de motie van mevrouw Koper, ingediend met een aantal anderen, de partij GroenLinks in dit geval, we begrijpen het verhaal en we willen ook benadrukken, en dat is iets wat ik constant zeg als ik over dit onderwerp praat, dat tegen dit
azc zijn omdat je vindt dat Zandvoort te vol is, ruimtegebrek, het is heel moeilijk voor ons om een locatie te vinden, überhaupt voor de woningbouw, om aan onze woningbouwopgave te voldoen, is natuurlijk iets anders dan deze mensen niet willen helpen. Zeker op het moment dat wij met elkaar afspraken hebben. We moeten ons aan de wet houden, waar dus ook van uit wordt gegaan. Dus natuurlijk begrijpen we dat op het moment dat het niet lukt, we moeten wel in Zandvoort aan de gang en dergelijke, dat we dat gewoon binnen de termijn netjes realiseren, zo'n azc hier. Daar zijn we voor. Maar op dit moment wordt er uitgegaan van een aantal deadlines. Als wij die halen, zijn er geen mensen die onnodig lijden en dergelijke langer. Want daar is … Wordt op dit moment wel voor gezorgd. Dus wij denken niet dat versnellen logisch is, zeker als je dus kijkt naar hoe gebrekkig het huidige onderzoek is. Dus voor die motie ook nadrukkelijk geen steun. Dat was mijn eerste termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gerrits. Dan ga ik naar de andere partij die een motie heeft aangekondigd. Jong Zandvoort. Ik zie dat mevrouw Paap het woord voert. Mevrouw Paap: Dank u wel, voorzitter. Als Jong Zandvoort willen wij graag benadrukken dat wij niet tegen de vestiging van azc's zijn. Echter hebben wij wel bedenkingen bij de oprichting van kleine azc's.
Zoals het COA eerder heeft aangegeven, brengen kleine azc's vaak meer kosten met zich mee en wordt er meer uitg… Geld uitgegeven dan eigenlijk noodzakelijk is. Wij zijn van mening dat er gekeken moet worden naar een bredere aanpak en dat gemeentes niet gedwongen moeten worden om azc's op te zetten. Helaas is dit echter de wetgeving die door de overheid aan gemeenten wordt opgelegd en wij dienen ons aan deze taakstelling te houden. Wij zijn van mening dat scenario één de meest passende oplossing biedt. Hoewel we altijd ons best hebben gedaan om meer te doen dan strikt noodz… Nodig was, zullen we ons nu houden aan de wettelijke taakstelling. We willen echter met onze motie duidelijk maken dat we geen harde beloften willen maken. We blijven weliswaar doorgaan met het voorbereiden van een asielopvanglocatie, mocht de verplichting van de Spreidingswet onveranderd blijven. Mocht echter om welke reden dan ook de Spreidingswet komen te vervallen, zal de gemeente Zandvoort geen asielopvang meer verlenen en zal eventueel in voorbereiding zijnde locatie niet worden voortgezet of afgebroken worden. Ook zijn wij van mening dat als er een overeenkomst komt met het COA, deze punten moeten worden meegenomen in de overeenkomst.
Ik zal nog even het dictum voorlezen, waarin zojuist eigenlijk de punten die opnoemde, maar, roept het college op door te gaan met het voorbereiden van de asielopvanglocatie voor het geval dat de verplichting van de Spreidingswet onveranderd blijft. Indien de Spreidingswet om welke reden dan ook van tafel gaat, de gemeente Zandvoort geen asielopvang meer verleent en een locatie niet doorgaat of afgebroken wordt en indien het college een overeenkomst aangaat met het COA, dan zal deze overeenkomst voldoen aan de bovengenoemde punten. Ik zal nog even ingaan op de amendementen en de moties. Wat betreft het amendement van OPZ staan we over het algemeen positief tegenover dit voorstel. We zouden echter graag van de wethouder horen of dit op dit moment van toepassing is. Mocht dit in een later stadium van pas komen bij de gesprekken van het COA, dan staan wij zeker open voor dit amendement. Wat betreft de motie van de PvdA en GroenLinks vragen wij ons af wat nu het doel is van deze motie. De locaties, voor vijf jaar, het aantal asielzoekers wordt echter steeds geëvalueerd. De 94 asielzoekers kunnen na vijf jaar hoger zijn dan op dit moment. De afgelopen jaren zat hier ook al een stijgende lijn in. Daarnaast zijn we op dit moment bezig met het aantal vaststellen en komt hierna pas de locatie.
De wethouder heeft tevens bij de commissie aangegeven deze locatie voor het zomerreces te willen laten weten aan de raad. Onzes inziens is deze motie daarom overbodig en daarnaast onduidelijk. Wat betreft de motie van ZEE, deze steunen wij. Een onderzoek hierin kan geen kwaad en we zijn benieuwd of andere gemeentes bereid zijn om uit te ruilen. Daarnaast willen we ook nog even de brief van Huurdersplatform Zandvoort benoemen. We vinden het inderdaad belangrijk
dat er op dit moment, waar woningen gepland staan, niet worden meegenomen in het locatieonderzoek. We vragen daarom ook een toezegging van de wethouder hierin. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Paap. Dan ga ik naar het CDA, de heer Endstra. De heer Endstra: Dank u wel, voorzitter. Tijdens de commissie van, even kijken, van twee weken geleden is er al een hoop gezegd. Het immigratie- en opvangvraagstuk is ontzettend gepolariseerd, iets waar … Het is een manier van wij-zij-denken, waar wij als het CDA niet achter staan. Wij als Zandvoortse gemeenteraad gaan niet over landelijke wetgeving. Dat is al eerder benoemd. Dus zoals we al tijdens de commissie hebben aangeven, gaan we uitvoeren wat er van ons wordt gevraagd. De colle… De Spreidingswet is voornamelijk een collegetaak, maar de wethouder die vraagt hier eigenlijk om input van ons. Daarom is het verstandig, vinden wij, ook om de wethouder uitgangspunten mee te geven. Daarom hebben wij ook het amendement van de OPZ mede opgesteld en mede ingediend. Wij willen aan de voorkant draagvlak creëren, zodat we op basis van deze uitgangspunten een goede discussie kunnen voeren. Zo vinden wij het bijvoorbeeld erg belangrijk dat er geen woningbouwlocatie wordt opgelost. Met deze uitgangspunten kan de wethouder de regio in en aan het werk, wat ons betreft. Ik ga ook graag nog even in over de moties.
Motie PvdA en GroenLinks, wij vinden deze motie overbodig. Zo staat bijvoorbeeld in het raadstuk op pagina 6.9 dat er nu locatieonderzoek plaatsvindt en dat het college voor het zomerreces komt met locaties. Dus dan denk ik, waarom zouden we daar een aparte motie over gaan vaststellen? Ik snap ook niet dat u het amendement en de uitgangspunten niet steunt. U wilt toch ook uitvoering geven aan de Spreidingswet, lijkt mij. De motie van ZEE, u roept op om locaties te zoeken in Noord-Holland. De voorzitter: Mijnheer Endstra, interruptie van mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Mevrouw … Mijnheer Endstra vraagt mij zo vriendelijk waarom ik het amendement niet steun. Ik heb dat net in mijn bijdrage gedaan, dus u heeft … Vragen naar aanleiding van mijn bijdrage. Kunt u even specifieker zijn wat u dan niet begrijpt? De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Heel concreet, als u … U wilt toch ook dat het doorgang vindt en dat we richtlijnen meekrijgen, meegeven aan het college, neem ik aan? De voorzitter: Mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Zoals ook in onze motie aangegeven, willen wij als raad ons uitspreken over datgene waar wij over gaan. Als het gaat om de locaties, dan zouden we het fijn vinden, en dat is ook onze oproep, dat de wethouder langs de raad komt, zodat we het met elkaar daar nog over kunnen hebben. Dat had ik al gezegd. De voorzitter: De heer Endstra.
De heer Endstra: Maar dat is wat ik zeg. Als .. Laten we het beleefd houden. Maar op pagina 6.9, daar staat heel duidelijk dat de resultaten van dit geactualiseerde locatieonderzoek worden voor het zomerreces 2024 aan de raad gepresenteerd. Als u het goed vindt, ga ik door. De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Koper nog iets wil zeggen hierop.
Mevrouw Koper: Fijn dat u mij het raadstuk voorleest. Ik ben er altijd dankbaar voor. Maar u vraagt mij iets over een amendement van OPZ, dat u blijkbaar ook heeft ondersteund, en wat ik daarvan vind. Dus ik begrijp uw vraag niet. Ik vraag nogmaals, ik heb aangegeven welke punten ik het in het amendement niet eens ben. Ik, de Partij van de Arbeid, want ik zit hier voor de hele partij. Ik vraag u op welke punten u doelt. De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Ik doel op uw emotie. Daar roept op wat er eigenlijk op pagina 6.9 staat, wat mij betreft. Maar als u het goed vindt, dan ga ik door naar de motie van ZEE. Daar wordt opgeroepen om locaties te zoeken in Noord-Holland bijvoorbeeld die dan kunnen helpen hiermee. Maar dan vragen wij ons af van, is dit niet de reden dat de Spreidingswet juist is ingevoerd? Denkt u dat het realistisch is dat gemeentes daar staan … Daar wel voor openstaan? De voorzitter: De heer Gerrits, interruptie. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Ik krijg eigenlijk een vraag, dus ik ben dan geneigd om die te beantwoorden, maar ik weet dat ik dan ook weer een wedervraag moet stellen. Dus ik heb daarover twee dingen te zeggen. Ja, ik denk dat het realistisch is, want het gaat om een veel kleinere groep mensen.
De vraag voor u is, wat denkt u, of de heer Endstra, wat denkt u ermee te verliezen als wij dat onderzoek doen? Want in het ergste geval krijgen we te horen, het kan niet. Ook goed, maar het lijkt me op zijn minst goed als de wethouder op verkenning gaat. Bent u dat met me eens? De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Nee, wij vinden het overbodig, denk ik. Ik denk dat de wethouder genoeg te doen heeft daar aan tafel. Ik denk dat dat zonde van zijn tijd is. De voorzitter: Ik zie een interruptie van … Ik wil graag één verzoek aan u doen om via de voorzitter te spreken in elkaar niet rechtstreeks aan te spreken. Dank u wel. De heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de heer Endstra. Ik zou hem willen vragen, waarom denkt u dat dat overbodig is? Want het gaat nu toch om een van de belangrijkste besluiten die we in een tijd hebben genomen hier als raad, of hoe zie ik dat, hoe ziet u dat? De voorzitter: De heer Endstra. De heer Endstra: Dat is inderdaad een heel belangrijk besluit. Dat ben ik met u eens. Maar ik denk dus dat het onrealistisch is dat gemeentes daar staan te springen om ons te helpen. De voorzitter: Mijnheer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel. Dan nog een vraag aan de heer Endstra.
Zelfs als u denkt, of als de heer Endstra denkt dat het onrealistisch is, waarom wilt u dan niet alsnog dat onderzoek doen, om op zijn minst te kijken of die mogelijkheid er is? Ik zeg net ook iets over bijvoorbeeld grondposities van de provincie waar we gezamenlijk iets mee zouden kunnen doen. Nogmaals, het gaat hier om een kleinere groep mensen dan wat Eric van der Burg van de Eerste Kamer moest doen. De voorzitter: De heer Endstra.
De heer Endstra: Met alle respect, voorzitter, voor ZEE denk ik dat we in cirkels aan het praten zijn. Soms ben je het niet met elkaar eens. Dat is hier denk ik het geval. De motie van ZEE, als laatste, die vinden we ook … Sorry. Excuus, dat … Ik ben een beetje van slag door de microfoon. Maar de motie van Jong Zandvoort die vinden we wat dat betreft ook overbodig. Wij denken volledig met het amendement uit te kunnen. Het lijkt me evident dat als de Spreidingswet niet meer bestaat, dan gaan we hem ook niet uitvoeren, dat … Ik denk, dat vinden wij helder wat dat betreft. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel .Dan ga ik naar de VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. In de commissie hebben we het er natuurlijk al uitgebreid met elkaar over gehad, de Spreidingswet, en we kunnen in ieder geval aangeven dat wij absoluut niet blij zijn met de Spreidingswet. Maar wat voor ons wel geldt, is dat de Spreidingswet een wet is en daar dient wat ons betreft de gemeente Zandvoort zich ook aan te houden. Want als wij als gemeente verwachten dat inwoners zich aan de wet moeten houden, dan moet de gemeente dat zeker doen. In de commissie hebben we ook al aangegeven dat die scenario's minder van belang zijn voor ons, maar juist wel die randvoorwaarden die we mee kunnen geven richting de regio. Daarom steunen we ook het amendement van OPZ.
Voor ons is het namelijk vooral erg van belang dat er een adequate dagbesteding komt, zowel de fysieke als de sociale veiligheid wordt geborgd voor zowel de Zandvoorters als de toekomstige inwoners van een mogelijk potentieel azc. Wij vinden het daarnaast ook belangrijk dat de scenario's ook geen impact mogen hebben op het aanbod toeristische verblijfsaccommodaties en mogelijke toekomstige woningbouwprojecten. We willen ook eventjes meegeven dat als er hier straks bewust wordt gekozen om te wachten, dat het ons dan niet overkomt, maar dat het een bewuste keuze is als we niks doen en dat het dan een bewuste keuze is om de regie uit handen te geven. Daar zijn wij absoluut geen voorstander van. Daarom steunen wij in ieder geval ook het amendement van OPZ. Wat betreft de motie Opvang asielzoekers van de PvdA, eigenlijk zoals de heer Endstra al aangaf, met het raadstuk geven we al invulling aan de opdracht. Wat ons betreft is die motie op dit moment dan ook niet van meerwaarde. Als we dan kijken naar de motie van ZEE over de alternatieve strategische opties, in de commissie hebben we ook al de vraag gesteld van waarom het onze portefeuillehouder wel gaat lukken als we hem de provincie insturen en de staatssecretaris niet. Ik heb net het antwoord gehoord, het zijn nu kleinere locaties, dus wellicht lukt het dan wel.
Wat ons betreft is het toch een mission impossible, zelfs voor ons portefeuillehouder en kan hij beter het gesprek aangaan in de regio met onze buren, in plaats van zijn tijd verdoen in de provincie. Wat betreft de motie over het mogelijk annuleren … De voorzitter: Mijnheer Drommels, u heeft een interruptie van de heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Een vraag aan de heer Drommel. Weet u … Kunt u mij vertellen of er al een onderzoek is gedaan of een provinciale grondpositie, gedeeld met een aantal gemeentes wellicht een optie zou kunnen zijn? De voorzitter: De heer Drommel. De heer Drommel: Ik ben niet op de hoogte van enig onderzoek in de provincie. Maar wat we in ieder geval wel hebben gemerkt, is dat op het moment dat er een … Ook al een financiële vergoeding tegenover staat, dat mensen niet en gemeentes niet in de rij staan om een azc in hun provincie te installeren. Dus ondanks dat er allemaal grondposities zijn van de provincie, dat zorgt er wat ons betreft niet voor dat die weerstand in ene verdwenen is. Dus wat dat betreft zien we die kansen zeer klein. Het is daarom, zoals ik al eerder al aangaf, waarschijnlijk een tijdverspilling voor de portefeuillehouder om de provincie in te gaan, want er zijn volgens mij genoeg stevige gesprekken te voeren in de regio.
De voorzitter: U heeft wederom een interruptie van de heer Gerrits. Ik heb even de vragen laten beantwoorden, want u had meteen uw hand al omhoog. Aan u het woord voor de interruptie. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Dan nog een vraag aan de heer Drommel. Waarom is het volgens de heer Drommel een mission impossible, op het moment dat het dus mogelijk is dat er een grondpositie is tussen verschillende gemeenten in, waardoor dus de asielzoekers minder in een druk levendig gebied zouden zijn, waardoor dat asielzoekerscentrum niet ten koste zou gaan van gemeentelijke ruimte en waar dus ook meerdere gemeenten hun asielzoekers in kwijt zouden kunnen, waardoor het, ook als je het hebt over schaalvoordeel en dergelijke, efficiënter zou zijn, waarom is dat volgens u mission impossible? Zullen we dat niet op zijn minst onderzoeken en niet op zijn minst proberen? De voorzitter: Mijnheer Drommel. De heer Drommel: Ik ga deze vraag beantwoorden met een retorische vraag, en dat is, wellicht als de heer Gerrits, voorzitter, te rade gaat en er is een stuk grond beschikbaar tussen, ik noem eens even twee gemeentes op, Zandvoort en Heemstede, of er dan in ene draagvlak is om daar een azc met een grotere schaal neer te zetten. Ik denk het niet. Volgens mij beantwoord ik daarmee ook zijn vraag.
De motie van Jong, Slag om de arm bij de Spreidingswet, ik kan me nog goed heugen dat we in juli een amendement hebben vastgesteld met een soortgelijke strekking, waarin we eigenlijk ook hebben aangegeven dat de plannen van de Spreidingswet, dat we die moet… Niet moeten gaan maken als er geen wet is. Dus daaruit maak ik ook op dat op het moment als er geen wet is, dan stoppen we er ook mee. Ik vraag me dan af of de portefeuillehouder van plan is om de Spreidingswet ook nog door te zetten op het moment dat hij wordt ingetrokken. Dat is een vraag voor mij voor ons aan de portefeuillehouder. Op basis daarvan baseren wij of wij deze motie zinvol vinden te ja of te nee. Dat is onze inbreng voor de eerste termijn. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Drommel. Dan ga ik naar de PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, in de commissievergadering is ons gebleken dat ten aanzien van hetgeen er gaande is in de asielindustrie partijen over nogal diverse informatie beschikken. Dat vergemakkelijkt het debat niet echt. Ook vandaag zijn we herinnerd aan onze eed of gelofte, met daarin onder andere trouw aan de Grondwet. Ongelijke behandeling in gelijke situaties, op welke grond dan ook, behoren wij niet te doen, zoals vermeld in artikel 1.
De Grondwet negeren kan in ons land echter straffeloos door het ontbreken van een constitutioneel hof. In het voorliggende raadstuk worden drie groepen mensen genoemd, te weten Oekraïners, asielzoekers en statushouders. Dak- en thuislozen ontbreken op de lijst. Die laatste groep krijgt een drastisch andere behandeling. Voor hen geen plaats in vakantieparken, cruiseschepen of hotelkamers. Met een beetje pech worden ze getrakteerd op een bekeuring. Een moeder met kind overnachtend in een auto kreeg niet eens een urgentieverklaring. Haar route naar die auto liep dan ook niet via Ter Apel. Wij vinden dat een dergelijke omgang met mensen een niet te verteren gang van zaken en niet te rijmen met onze Grondwet. Ben je een van de 40.000 daklozen die ons land inmiddels telt, dan ben je kennelijk een tweederangs burger. Zover wij weten zijn daklozen ook mensen. In het voorliggende raadstuk zien wij geen scenario's, maar verdeelsleutels van verschillende groepen mensen, 229 mensen met uitzondering van scenario twee, waarbij het gaat om 275 mensen. Een scenario is een opeenvolging van gebeurtenissen die hè bijvoorbeeld kan beschrijven in een script voor een film, of het gaat om iets dat reeds gaande is. Ten slotte kan het gaan om gebeurtenissen liggend in de toekomst, waarop we wel of niet invloed uitoefenen.
Voor welke varianten we ook zouden kiezen, bij geen enkel is duidelijk waar we deze mensen zouden moeten opvangen. Het is niet eens duidelijk of er wel voldoende plek is. Mocht de ruimte er zijn, dan is de vraag voor hoe lang nog. De volgende lichting zit immers al in de pijplijn. Recentelijk heeft de
staatssecretaris alweer 12.000 extra plaatsen gevraagd. Het houdt niet op. Gelukkig is er ook positief nieuws, voorzitter. Het tij lijkt te keren. Het ongenoegen over de ongelijke behandeling is terug te vinden in de laatste verkiezingsuitslag en nog meer in de meest recente peilingen. Op zich hebben wij er geen bezwaar tegen wanneer andere partijen campagne voeren voor de PVV. Echter, de methode waarvoor men hier heeft gekozen, kan onze goedkeuring niet wegdragen. Trouw aan de Grondwet nemen wij daarvoor te serieus. Verder willen we nog opmerken dat bij de eventuele locatiekeuze terreinen die zijn aangewezen voor nieuwbouwprojecten dienen te worden uitgesloten. Laten we onszelf en onze inwoners niet in de weg zitten met foute besluiten. Nieuwbouwprojecten verlopen al traag genoeg. Ten aanzien van de amendementen en de moties ga ik niks zeggen, voorzitter, want dan raken we wellicht verzeild in dezelfde discussie of wat ervoor doorging zoals plaatsvond in de commissievergadering. Daar zitten we niet op te wachten. We ondersteunen overigens de suggestie van andere partijen om dit stuk van tafel te halen op basis van een wat andere redenering, dat dan weer wel. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Tiggelen. Dan ga ik naar de heer El Gebaly van GroenLinks. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, in de aanloop naar deze vergadering heb ik best wel nagedacht over hoe ik in de raad een verhaal over deze wet zou willen vertellen. Ik zou u ook over… Of meenemen in de overweging, want ik vind het zo lastig, en het is een persoonlijk iets, om hier over dit thema te spreken, want we hebben het hier uiteindelijk gewoon over mensen. Die gedachtegang die ik daarmee had, dus dat we het hier over mensen hadden, bracht me terug naar een interview dat ik voor de Zandvoortse radio heb mogen maken toen ik nog een jaartje of zestien, zeventien was. Ik sprak daar op dat moment, u moet weten, decor van de wereld, de Arabische Lente is gaande, sprak daar met een correspondent in Libië van de NOS. Op de achtergrond van dat conflict en op de achtergrond van de telefoonlijn waren duidelijke geweerschoten te horen. Die schoten waren voor mij iets wat ik nog nooit iet… Nog nooit hebt ervaren, nog nooit hebt gehoord. Maar het maakte op mij hier in een veilige omgeving, hier dicht bij het Gasthuisplein, waar toen de radiostudio nog gevestigd was, maakte het op mij al zoveel indruk.
Ik bedacht me toen ook van, hoeveel indruk zou dit maken voor iemand die daar op dat moment woont, die daar op dat moment leeft, die daar zijn hebben en houden heeft? Toen ik me dat bedacht, toen heb ik eigenlijk de rest van die radiouitzending niet kunnen presenteren, omdat ik gewoon zo vol met emotie zat over het feit dat dat gebeurde. Zoals u ook weet, ben ik ook iemand van een afkomst die niet helemaal Nederlands is. Het uiterlijk verraadt dat al. Die Arabische Lente ging ook door naar Egypte, waar ik mij zorgen heb moeten maken ook over de gesteldheid van mijn oma die daar leeft en van de rest van mijn familie. Te veel in deze discussie, en mijnheer Endstra zegt het net al, gaat het over polarisatie en gaat het over hoe we groepen tegen elkaar overzetten. Ik hoop gewoon echt dat we ook in deze discussie een keer gaan zien dat het hier over mensen gaat. Hetzelfde gaat ook op voor de Oekraïners. Als we naar de Oekraïners kijken, ik ben met mijn studie naar Kiev geweest en daar ben ik naar de pedagogische opleiding geweest en daar heb ik jongens en meisjes ontmoet waarvan vooral de jongens op dit moment nu aan het Oosten van Oekraïne aan het vechten zijn, mensen die precies dezelfde opleiding deden als ik, die daar nu aan het vechten zijn voor hun eigen vrijheid en daarmee ook de vrijheid voor ons als Europa.
Ik denk, en het plakkaat hangt hier boven onze raadzaal, mevrouw Koper zei het net ook al betreffende de Belgen, dat wij als Zandvoort een mooie traditie hebben van juist het openstaan voor elkaar en juist verder kijken dan de verschillen. Sterker nog, onze gemeenschap draait juist op dat wij allemaal verschillend zijn. Ik werd vandaag geconfronteerd met het feit dat er ook hier in Zandvoort helaas op een basisschool teksten zijn getekend, in dit geval verwijzingen naar nazi Duitsland, met openhakenkruizen. Dat maakte voor mij die polarisatie vandaag nog veel duidelijker in onze samenleving ook. Dat deed me ook best wel pijn. Zeker ook omdat ik vorig jaar ook een krans heb mogen leggen bij het Joods monument, waar een jongen van 11 een heel mooi en doordringend verhaal hield. Ik wil dat toch hebben gezegd, omdat ik vind
dat die menselijke maat en dat menselijke in deze discussie echt ontbreekt. Dat is geen verwijt aan, voorzitter, de hele raad, maar het is gewoon een gevoel dat ik graag wil uiten en graag heb willen gezegd in deze raad, omdat ik denk dat dat iets is wat we misschien wat vaker moeten bedenken. We hebben het hier niet over cijfers, al staan ze wel als cijfers genoemd in ons raadstuk, we hebben het hier over mensen en achter al die mensen zit een verhaal, met welke reden die mensen ook naar Nederland toekomen. Ik hoop dat we vanuit dat uitgangspunt en natuurlijk ook het uitgangspunt dat we onze zorg moeten hebben … Dat we zorg moet hebben voor onze eigen samenleving, dat we vanuit die twee invalshoeken best wel met Zandvoort het een en ander zouden kunnen regelen, best wel solidair kunnen zijn. Want ik ken Zandvoort, ik ken deze gemeenteraad, voorzitter, als super solidair. Dat hebben we ook al heel vaak aangetoond. Als ik dan naar het stuk zelf kijk, dan ben ik het eigenlijk helemaal met het stuk eens en zou ik ook de wethouder met deze scenario's die voorliggen op pad willen sturen, met als eerste de wettelijke taak die we te doen hebben. Ik heb ook met mevrouw Koper een motie opgesteld, dat heeft u ook allen kunnen zien, en in die motie staat ook bewust iets over die locatiekeuze. Ja, het komt wellicht terug op een manier in het raadstuk.
Wat er niet in terugkomt, is dat wij en GroenLinks vooral ook echt vindt dat we ook moeten kijken naar een manier waarop we dat zo solidair en zo goed mogelijk over Zandvoort kunnen heen verspreiden. Want ik zit er denk ik net als heel veel andere mensen niet op te wachten dat we straks één locatie hebben waar van alles en nog wat gebeurt, terwijl we ook een andere keuze kunnen voorleggen aan het COA, namelijk een verspreiding over Zandvoort. Wat GroenLinks betreft zorgt dat voor veel meer draagvlak, voor veel meer integratie. Volgens mij als integratie en bijdragen aan de samenleving uiteindelijk wat wij als Zandvoort voor de gemeenschap als belangrijk achten. Daarnaast het ook van belang dat we echt spoed en haast gaan maken. Want mijnheer Drommel zegt het terecht, we moeten wel de regie in handen blijven houden. Scenario B, naast het scenario van de wethouder, is een scenario waarbij wij niet meer die regie in handen hebben. Die regie is wat GroenLinks Zandvoort betreft echt heel erg belangrijk, want ik denk dat we het best kunnen gaan over wat wij het best zelf weten. Als ik dan naar het amendement kijk van OPZ, dan zie ik daar een aantal goede punten, maar ik zie daar ook een aantal punten waar mij nog steeds niet in kan vinden. Ik vind het goed dat bijvoorbeeld de zero tolerance-beleid eruit is.
Ik vind dat echt een compliment waard ook aan OPZ ook, weer die menselijke kant. Maar punten over de beveiliging en vooral ook twee punten richting het college over openheid en communicatie en over ook het open en goed ingaan van de gesprekken, voor mij zijn dat voldongen feiten. Ik ken de wethouder wat dat betreft niet anders dan dat hij open met de samenleving communiceert en ook nog eens een keertje in het gesprek richting de regio ook gewoon zijn best zal doen voor Zandvoort. Dus ik vind dat al een aantal alle elementen die ik dan er zo uit pik waarvan ik zeg, dat is iets waar GroenLinks niet achter kan staan. Buiten ook nog eens een keertje natuurlijk die beveiliging die we al … Die discussie die we al in de commissie hebben gevoerd. Het amendement van Jong Zandvoort, voorzitter, is ook een amendement waar wij niet achter willen en kunnen staan. Daarvoor is de reden weer anders, want wij vinden dat Zandvoort hoe dan ook solidair moet zijn. We hebben gezien wat er gebeurt in Nederland alleen al, laat staan om ons heen. Wij moeten als Zandvoort ook echt ons steentje bijdragen wat ons betreft. Dat vinden we belangrijk, ook in de traditie waar Zandvoort in staat. Dan het amendement van ZEE. Wij vinden dat ook geen optie, want dat is eigenlijk dezelfde reden die ik net opvoer voor bij … Bij de motie Jong Zandvoort.
Wij vinden gewoon dat Zandvoort in een bepaalde traditie staat. Wij hebben dat al zo vaak bewezen, al zo vaak laten zien. Dus wij zien daar ook niet de kracht in om nu de wethouder met al de weinige tijd die de wethouder heeft door de in eerder genomen besluiten om dan nu alsnog ook weer voor vertraging te zorgen door dit te doen. Ik zie dat ik een … De voorzitter: Een interruptie van de heer Gerrits.
De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Een verhelderende vraag aan de heer El Gebaly. Waarom vindt u dat de tijd die we hebben tot 1 november, voordat puur een besluit wordt genomen over de locaties, dat dat te weinig tijd zou zijn? Dat gaat niet eens om de locaties binnen Zandvoort, maar alleen maar om de verantwoordelijkheid, even voor de duidelijkheid. Ik vind dat vrij veel. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, als we ervan uitgaan dat op 1 november, volgens mij is dat een moment dat de commissaris van de Koning richting landelijk mag gaan presenteren wat hij heeft opgehaald uit de provincie, als de … Als dat de datum is voor Zandvoort om iets in te dienen, dan heb ik toch wel een beetje medelijden met de commissaris van de Koning, want die … Het tijdschema wat u hier schetst, mijnheer Gerrits, voorzitter, via u, sorry, dat is niet het tijdschema dat de gemeente heeft. Dat tijdschema van de gemeente is veel strikter en voorziet er volgens mij al bijna in dat wij een locatiekeuze voor ons zomerreces moeten hebben. Dus die tijd waarvan ZEE denkt dat hij er is, voorzitter, volgens mij is die tijd er helemaal niet.
Ik rond af, want, voorzitter, nogmaals, ik roep eenieder en eigenlijk buiten deze gemeenteraad ook op en ook in onze samenleving om af en toe eens wat liever met elkaar om te gaan, wat opener met elkaar om te gaan en vooral, en dat is misschien wel het allerbelangrijkste, eens te luisteren naar elkaars verhalen. Want ik denk dat wanneer je naar iemand luistert en iemand beter leert kennen en weet waar iemand vandaan komt, dat je dan veel meer je kan inleven in een ander. Ik denk dat onze samenleving op dit moment juist dat inlevingsvermogen heel erg mist. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik tenslotte voor de eerste termijn van de raad naar de heer Hermsen van D66. De heer Hermsen: Dank u wel, voorzitter. Ik wil ook een beetje afsluiten met de woorden van de heer El Gebaly, omdat ik … Ik heb de commissie voor het eerst me ook wat negatiever uitgelaten dan gebruikelijk, dus waar daarvoor mijn excuses. Dat komt dan eigenlijk omdat het ook wel … Het gaat over een onderwerp waar ik in principe ver van afstand heb, omdat ik hier ben opgegroeid in de regio en de zes of de zeven voordelen heb van iemand die hier opgroeit. Daar hebben we natuurlijk ook heel veel rijkdom voor en ik vind ook wel dat we daar ook wat voor moeten terugdoen. In dit geval ook een situatie waar we eigenlijk ook onmenselijk omgaan met in dit geval asielzoekers zoals we het nu doen.
Daar kunnen we een hele lange discussie over hebben. We kunnen ook heel lang discussie hebben over waarom er zo ontzettend veel bezuinigd is op de IND. We kunnen ook heel lang een discussie hebben over waarom de Spreidingswet zo is zoals die is. Het feit is dat hij er is en dat we er wat mee moeten doen. Dan moet je het eigenlijk ook gewoon zakelijk aanvliegen. Dat werkt soms het beste. Dan laat je de emotie voor wat hij is. Het zakelijke gedeelte is dat wij een wettelijke plicht hebben van 94 asielzoekers. Dat betekent dat het raadsvoorstel zakelijk gezien ook over uitvoerbaarheid, zoals bijvoorbeeld in scenario twee wordt geschetst, niet mogelijk is. Dat is gewoon niet uit te voeren. Dus wij hebben toen ook gezegd, vind … Geef het gewoon niet … Laat het … Haal het van de agenda af. Doe er wat mee. Maar laat het ook over aan degenen die er mee bezig zijn. In dit geval zou het college daarover moeten beslissen. Waar wij op wachten, is nog steeds locatie. Die locatie hebben we nog steeds niet. Ook gezien de tijd, de tijdsdruk die erachter ligt, vraag ik me af of we dat dan gaan halen. Ik hoor ook wel het een en ander zeggen van, we moeten misschien … Het is nu de tijd om met elkaar in gesprek te gaan. Dat momentum is wat ons betreft al gepasseerd toen we de mogelijkheid hadden. Maar ik hoop dat onze gastgemeentes dan zo vriendelijk zijn om alsnog die overwegingen mee te nemen.
Dat is ook een van de redenen, als het gaat sec over, moeten we dit stuk nou … Wat moeten we hiermee? Moeten we het amenderen, moeten we een motie indienen of moeten we het gewoon eigenlijk van de agenda afhalen? De
agenda afhalen was in ieder geval ons initieel voorstel. Dan blijft dan over de motie. Ik was wat aan de late kant voor het tekenen en indienen, maar D66 heeft in ieder geval de motie van PvdA en GroenLinks mede ingediend. Het amendement van OPZ, zakelijk gezien, even los van het feit dat ik hem in eerste instantie ook vrij hard vond, hij is wat afgezwakt, maar blijft nog steeds een amendement waar we niet zo heel veel mee kunnen. Van tevoren opleggen op een aantal zaken en afspraken die je nog moet maken, lijkt mij in ieder geval niet zo handig om te doen. De vraag is ook of het uitvoerbaar is, zeker gezien een aantal scenario's die de heer Bouberg Wilson van OPZ natuurlijk zelf ook heeft aangedragen. Dan komen we op een aantal moties van Jong en van bijvoorbeeld ZEE. Aan ZEE heb ik eigenlijk gewoon wel de vraag, kijk, hij is hier nog niet neergelegd ook, maar als iemand zo ontzettend tegen de Spreidingswet is en zo vindt dat de provincie in control is en bepaalt wat er hier gebeurt, waarom ZEE niet gewoon gevraagd heeft of de commissaris hier komt uitleggen wat hij ervan vindt. Misschien hebben we dan nog eens een keer de discussie. Dat lijkt me op zichzelf nog wel eens een keer leuk om te doen. Als het gaat om de motie van Jong, we hebben natuurlijk al aangegeven, de Spreidingswet is er gewoon en ik vind dat die uitgevoerd moet worden.
Dat is wat je doet op het moment dat een wet wordt aangenomen. Dus wat ons betreft is die ook overbodig. Wat ik het liefst had gezien, en dat had ik het … Vind ik dan zakelijk gezien ook het beste wat het college in dit geval had moeten doen, is gewoon een besluit nemen. Niet voorleggen. Door de bal bij de raad neer te zetten … Leggen, krijgen we weer dit soort discussies. Dan vind ik echt tamelijk zwak van dit college de manier waarop er nu mee wordt omgegaan. Ik dank u, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hermsen. Dan ga ik voor de eerste termijn van de … Van het college naar de portefeuillehouder, de heer Hendriks, met het verzoek om in te gaan op het amendement en de verschillende ingediende moties. De heer Hendriks: Dank, voorzitter. Allereerst ga ik graag wel even in op het laatste wat de heer Hermsen zei, maar wat eigenlijk ook in lijn is met wat mevrouw Koper eerder aangaf, namelijk, het college had gewoon een besluit moeten nemen, het college had gewoon met een locatie kunnen ko… Moeten komen. Hier hebben we het in de commissie ook over gehad, dus ik ga daar niet die hele discussie over doen, maar wel even kort herhalend. Het doel van dit voorstel is juist om van u kaders en uitgangspunten te krijgen, zodat we een locatiekeu…. -Studie kunnen doen die kan leiden tot een locatie die op uw draagvlak kan rekenen.
Het zou nogal misplaatste daadkracht zijn om hier met allemaal locaties te komen die u … Waar u dan van alles van vindt, terwijl we beter gewoon kunnen zoeken naar … Gericht kunnen zoeken naar locaties, op basis van wat u als uitgangspunt meegeeft. Ik geloof dat dat een misschien op korte termijn wat langere route is, maar in elk geval een zorgvuldigere route. Bij een gevoelig punt als dit kiest het college toch voor een zorgvuldige route die kan rekenen op uw draagvlak. Dan, voorzitter, de amendement… Het amendement en de moties die zijn ingediend. De voorzitter: Interruptie van de heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Toch een verhelderende vraag aan de heer Hendriks als u zegt, het college … Of als de heer Hendriks zegt, het college had eerder met een locatievoorstel moeten komen, eerder met onderzoeken moeten komen, sorry, dat zei u toch? Sorry, dan zou … Wat … Wilt u dan herhalen wat u aangaf, wat de wethouder aangaf? De heer Hendriks: Dat het college bewust niet met … Nu met locaties naar u toe is gekomen, maar eerst met uitgangspunten waar die locaties aan kunnen voldoen, zodat we kunnen gaan zoeken naar een locatie die op uw draagvlak kan rekenen.
De heer Gerrits: Ik doelde eigenlijk … De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Ik doelde eigenlijk op het stuk daarvoor, dus als de heer Hendriks dat nog zou willen herhalen. De voorzitter: De heer Hendriks. De heer Hendriks: Nee, voorzitter, ik ga niet mijn betoog herhalen. De voorzitter: De heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, dan heb ik wel een vraag in dezen, want het lijkt wel alsof de vorige keer dat het over de Spreidingswet ging een andere volgorde is gekozen. Dus waarom kiest de wethouder dan nu voor een andere volgorde? Want volgens mij werd er toen eerst een locatie gezocht en toen het stuk in de raad. De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Hendriks: Zoals de heer El Gebaly heeft gezien, is die locatie die toen is voorgezet, voorgesteld, nog niet volgebouwd en nog niet in beheer genomen door het COA. Met andere woorden, het is niet gelukt. Voorzitter, als iets niet lukt, dan doe je het op een andere manier. Ik leer, maar dat zal voor u allemaal gelden, elke dag bij. Sommige dagen wat meer dan andere. Waar ik heel veel van heb geleerd, is hoe we vorig jaar het proces rondom die azc-keus hebben gedaan. Namelijk dat ik het zo niet nog een keer ga doen, dat ik eerst het uitgangspunt van de raad wil om dan een locatiestudie te gaan doen. De voorzitter: De heer Gerrits. De heer Gerrits: Voorzitter, dank u wel.