CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript - 11 september 2024

Raadscommissie 11 september 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Transcript35.224 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

De heer Drommel van de VVD die stelt de vraag: zijn die plannen nu wel of niet toegestaan volgens het Omgevingsplan? Ik ben geen plantoetser. Ik heb louter gekeken naar de vragen die mij via de griffier van de raad hebben bereikt en dit is mijn conclusie die ik met u heb gedeeld. Nogmaals, ik ben graag bereid om mijn notitie aan te vullen op basis van de bevindingen van de omwonenden, maar ik vermoed dat mijn conclusie dus niet snel zal wijzigen. De heer Hermsen van D66 die heeft denk ik terecht gerefereerd aan het feit dat in 2015 dat bestemmingsplan is vastgesteld en dat toen ook die definitie van dat chalet in het bestemmingsplan terecht is gekomen. Mijn vermoeden is omdat die wijzigingen pas later zijn doorgevoerd, eigenlijk in de eindfase, deels door betrokkenheid van de adviescommissie die over de zienswijze heeft geadviseerd en die zich overigens ook deels heeft teruggetrokken omdat de adviescommissie heeft gezegd: wij kunnen niet over alle punten een uitspraak doen, want dat ligt ook voor een deel echt op het beleidsterrein van de gemeenteraad, op dat allerlaatste moment zijn dus wijzigingen doorgevoerd en is mogelijk ook niet voldoende nagedacht over de vraag wat dat allemaal betekent als je dan op het laatste moment zo'n wijziging in de bestemmingsplannen regeling doorvoert en tot welke uitlegkwesties dat zou kunnen leiden.

Daar doen we dus nu in mijn visie weinig aan. We zitten nu met de problemen die er nu zijn, maar dat is wel wat er in 2015 is gebeurd. Even kijken. Dan is door de heer Bol geloof ik nog, naast mij, van het CDA nog de vraag gesteld: wat is nu precies de rol van de provincie? Dat zijn allemaal kwesties waar ik zelf als jurist niet naar heb gekeken. Dat geldt ook voor archeologie, natuurbescherming, al die kwesties, meer exploitatievergunningen, de Bibob zijn geen vragen die aan mij zijn gesteld, dus daar kan ik u op dit moment, kan ik misschien wel iets van vinden, het zijn zaken die ook in mijn praktijk voorkomen, maar daar heb ik mij in dit kader niet in verdiept en zijn mij ook geen stukken van ter beschikking gesteld. Sorry? De voorzitter: Heel even kort. Ik wil de publieke tribune echt even vragen om zich te onthouden van commentaar. Het komt de vergadering niet ten goede. Ik weet dat het emotioneel is, maar graag nog even de aandacht voor de vergadering hier. De heer Van der Werf: Dan de heer Berg die aangeeft dat wat hem betreft eigenlijk de verduidelijking die die had gehoopt te krijgen met mijn notitie dat die niet is gekomen, waarbij hij ook betrekt dat de omwonenden inderdaad ook met een 33 pagina's tellend juridisch verhaal zijn gekomen. Dat snap ik heel goed. U heeft denk ik gelijk. Als we er nog een jurist bij halen, krijgen we nog een verschillende Opinie.

Dat zou best kunnen. Dan de heer Bouberg van OPZ die heeft denk ik ook terecht gerefereerd aan de insteek die destijds is gekozen in 2015 om de gewenste kwaliteitsslag te faciliteren met die aanpassing van het bestemmingsplan. Dat lees ik ook heel duidelijk terug in de toelichting en die aanvullende stukken. Dat waarschijnlijk nooit rekening is gehouden met dit scenario dat nu is ontstaan, dat denk ik dat we dat met zijn allen kunnen aannemen. Dat is iets anders dan de vraag of het is toegestaan, ja of nee, volgens het Omgevingsplan. Dan tot slot de heer Van

Tiggelen van de PVV. Ik heb al in mijn introductie iets gezegd over de vraag of ik voldoende onafhankelijk ben, ja of nee. Ik laat dat verder aan uzelf over om daar een oordeel over te vellen. Ik denk dat het inderdaad er in principe op neerkomt of je het wel of niet eens bent met de bevindingen. Ik gun ieder op dat punt zijn opvatting, maar dat is de vraag die aan mij is gesteld. Ik heb een beperkte rol in dit dossier en ik denk dat het ook goed is om het bij die rol te laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over naar de portefeuillehouder. De heer Hendriks, aan u het woord. Sorry, ik was weer te snel. De heer Berg heeft nog een verhelderende vraag. Aan u het woord, de heer Berg. De heer Berg: Dank u wel. Dank u wel, de heer Van der Werf voor uw bijdrage. U reflecteerde op mijn betoog en dat wat mij betreft daar geen duidelijkheid is geschept door deze notitie. Laat ik mijn betoog in een vraag samenvatten: is er wat u betreft door deze notitie duidelijkheid gekomen in deze zaak? De voorzitter: De heer Van der Werf. De heer Van der Werf: Het is een beetje een gewetensvraag die u eigenlijk via mij aan de wethouder lijkt te stellen, of misschien wel de griffier van deze raad, of misschien wel aan de raadsleden gezamenlijk. De vraag is of er duidelijkheid is gekomen door beantwoording van deze vraag.

Er waren vragen over hoe je dat bestemmingsplan moet uitleggen en ik ben tot deze conclusie gekomen en ik denk dat die op zichzelf heel duidelijk is, dus mijn antwoord is wat dat betreft: ja. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, wat ons ook bezighoudt is die wat door meerderen ook salamitechniek is genoemd wat betreft dat gefaseerd aanvragen van vergunningen. Dat wordt hier als niet wenselijk beschouwd door een aantal partijen. De vraag is even: hoe zit dat juridische technisch? Is dat iets wat je kunt tegenhouden of is dat iets wat een aanvrager kan doen om hun moverende redenen? De heer Van der Werf: Het is heel eenvoudig. Het is dat laatste in dit geval. Dus die aanvrager kan zelf beslissen welk deel van het project hij als eerste wil aanpakken door middel van het indienen van een aanvraag om een vergunning. Ik weet niet precies welke vergunningaanvragen er allemaal zijn ingediend intussen. Heb ik geen weet van. Maar in beginsel mag die aanvrager dat zelf beslissen, dus hij kan inderdaad ook met een deel van het project beginnen. De voorzitter: Dan de heer Sukel. De heer Sukel: Dank u, voorzitter. Ik begrijp uw beperkte rol, de heer Van der Werf. Ik snap ook dat u daarom misschien tot een aantal conclusies bent gekomen. Wij vragen natuurlijk veel meer. Wij vroegen eigenlijk zelfs ook inderdaad naar een jurisprudentie.

Dat lees ik niet terug in de notitie. Maar wat me vooral verbaast, is dat u zegt dat een chalet een bouwwerk is, want wat staat er eenvoudigweg in artikel 1.27 van de planregels: “Een recreatief onderkomen dat functioneel overeenkomt met een stacaravan, maar dat zich door de houten vormgever onderscheidt van een stacaravan. Bestemd als recreatief dag- en nachtverblijf en waarbij de gebruikers zijn hoofdgebouw elders hebben.” Ergo, er mag niet gebouw worden. Dat is inderdaad misschien een verschil van inzicht, maar ik ben toch heel verbaasd dat u tot die conclusie bent gekomen dat er dus gebouwd kan worden terwijl het functioneel overeen zou moeten komen met een stacaravan. Nog los van het feit dat alle regels en wetten en dergelijke en provinciale uitspraken laten zien dat er sowieso niet gebouwd

mag worden, maar volgens mij is dat een discussie die we vooral met de wethouder en met elkaar moeten voeren en niet met u. Dank u wel.

De voorzitter: De heer Van der Werf. Ook het verzoek om de microfoon dan aan te zetten. De heer Van der Werf: Sorry. Ik hoor u een stukje van de planregeling voorlezen, Artikel 1.27. Maar u trekt ook meteen een conclusie en ik vraag me af, waar baseert u dan vervolgens die conclusie op? Dat kan ik dus niet volgen, want u verwijst denk ik terecht naar het puntje dat het chalet functioneel moet overeenkomen met een stacaravan. Maar gaan we dan naar de definitie van een stacaravan, dan komen we op een heel springend punt in dit hele dossier, want een stacaravan is een caravan die ook als hij niet omgevingsvergunningplichtig is, dus je hebt kennelijk omgevingsvergunningplichtige en niet-omgevingsvergunningplichtige stacaravans, toch als een gebouw valt aan te merken. Dus het bestemmingsplan gaat ervan uit dat een stacaravan als een gebouw moet worden aangemerkt, valt aan te merken. En wat is een gebouw? Elk bouwwerk dat voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Overigens volstrekt aansluitend bij het wettelijk taal gebruikt, dat is 1.35. Daar wordt dus gesproken van elk bouwwerk. Gaan we dan kijken wat een bouwwerk is, dat vinden we weer in 1.26 terug. Dan komen we op het cruciale punt: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

Dus je kunt niet stoppen bij artikel 1.27, je moet doorlezen. Overigens hebben de omwonenden dat ook gedaan door nog te kijken naar wat een onderkomen is. Maar op een gegeven moment is dat strijdig met elkaar. Dan zeg ik: dan moet je dus kijken naar wat de toelichting op dit punt verder stelt en die helpt ons. Die geeft heel duidelijk aan dat zowel stacaravans, als chalets, als gebouwen moeten worden aangemerkt. Het staat letterlijk in de tekst van de toelichting. De voorzitter: De heer Drommel. De heer Drommel: Mijn vraag is niet meer relevant, want het ging over die definities. Want ik vroeg me af of je die zo aan elkaar kon koppelen en uitleggen. Mijn vraag was eigenlijk of een chalet en een stacaravan dus aangemerkt kunnen worden als een gebouw en dat bouwen het plaatsen is van een gebouw, dus ook het plaatsen is van een stacaravan. Dus daardoor vroeg ik me af, is het dus wel toegestaan om te bouwen als je bijvoorbeeld ook een stacaravan kan plaatsen op het terrein? De voorzitter: De heer Van der Werf. De heer Van der Werf: Het antwoord is dus in mijn visie: ja. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we over naar de kant van de portefeuillehouder. De heer Hendriks, aan u het woord. De heer Hendriks: Dank, voorzitter. Ook vanaf deze kant dank aan de insprekers en dank ook voor de toelichting door de advocaat die u als raad heeft ingehuurd.

In het betoog van de heer Sijtzema vroeg hij begrip voor de voorgaande spreker en de emotie die bij die mijnheer, bij de heer Veullier naar boven kwam. De heer Sijtzema zei: die emotie begrijp ik. Ik moet u eerlijk zeggen: het luisteren naar het voorgaande betoog voelde soms persoonlijk. Ik moet zeggen: dat raakte mij ook, maar ik ben het 100 procent met de heer Sijtzema eens dat ik de emotie die daarachter zit volkomen begrijp. Als ik de heer Veullier hoorde zeggen dat zijn familie al vijf generaties op de camping komt, hijzelf dertig jaar, dan snap ik heel goed de emotie die erbij

komt kijken als gebeurt wat nu aan het gebeuren is en wat eigenlijk de strijd die u al jaren voert. Volkomen veel begrip daarvoor bij mij. Ik vond het ook jammer dat ik afgelopen maandag niet bij het bezoek kon zijn. Ik heb in mijn afmeldingsmail meteen gezegd, hoewel we natuurlijk al heel veel discussie met elkaar voeren: ik heb hier vijf mededelingen, standpunten zijn denk ik helder, desalniettemin als er behoefte is aan een gesprek ben ik daar zoals altijd graag toe bereid. Ik heb inmiddels van het bestuur begrepen dat zij ook behoefte stellen aan zo’n gesprek, dus dat wordt ingepland. Zo wil ik hier ook graag naar blijven kijken. Ik sta altijd open voor alle argumenten, alle nieuwe inzichten die worden gedeeld, omdat ik vind dat wij als gemeente op een zorgvuldige manier belangen, standpunten en dergelijke hebben te wegen om tot een oordeel te komen. In dat kader past ook het gesprek wat ik, ik denk twee weken geleden, met mevrouw Van Walree heb gehad en over de standpunten van de omwonenden en waarom zij tot een andere conclusie komen dan het college en Van der Feltz advocaten.

Ik heb mevrouw Van Walree toen gevraagd: zet die conclusie voor mij eens op papier, want ikzelf ben geen jurist, maar ik word door voldoende juristen geadviseerd en ik heb gezegd: ik wil graag met die frisse blik die ook daarbij wordt gesteld daarnaar kijken of dat tot nieuwe inzichten leidt en tot wellicht een heroverweging van argumenten. Die notitie wordt op dit moment ook door onze juristen bestudeerd en dat doen wij niet onzorgvuldig. Dat gaat niet over een nacht ijs. Dat laten we doen door de juristen van Omgevingsdienst, maar ook door die bij onze gemeente zelf en uiteindelijk komt daar een reactie op die ook naar mevrouw Van Walree gaat. Voorzitter, veel vragen die u heeft gesteld waren in de categorie juridische vragen. Ik ben blij dat die voor een groot deel beantwoord zijn, want wat ik wel bij u allen proef is een behoefte aan duidelijkheid. Ik merk dat vanuit het college heb ik inmiddels al vijf keer een raadsinformatiebrief gestuurd, een aantal keer technische vragen beantwoord en dan vind ik het fijn dat, en dat past ook bij uw rol denk ik als volksvertegenwoordiger, dat u op een gegeven moment zegt: laat iemand anders ook meekijken. En ik vond het een, vanaf mijn zijkant positie even meegekeken, een goede gedachtewisseling die u ook met de advocaat had zodat hij ook goed beslagen ten ijs komt.

De rol van ons als college en mij als wethouder en volgens mij ook u als raad is zuiver toetsend en neutraal. De heer Van Tiggelen vroeg: wil de wethouder van die rol afstappen? Pertinent niet. Voorzitter, een bestemmingsplan is vastgesteld, beleidsregels zijn vastgesteld en vervolgens is het aan ons om te toetsen of initiatieven van inwoners, ondernemers, verenigingen, wat dies meer zij, of die passen binnen de regels die daarvoor gelden en die regels toepassen. Die inwoners en ondernemers hebben recht op een overheid die neutraal zonder aanziens des persoons toetst of initiatief past binnen wet- en regelgeving. De voorzitter: U heeft het interruptie van de heer Sukel. De heer Sukel, aan u het woord. De heer Sukel: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Hendriks, ik begrijp uw betoog over neutraliteit. Bent u het met mij eens dat als er geen plannen liggen en als wij die niet kennen, dat die neutraliteit dan al in het geding is? Hoe kunt u behoorlijk bestuur plegen als je niet weet wat er uiteindelijk gebouwd gaat worden, wat er voor plannen liggen, waar wij ook iets van mogen vinden al of niet, ook al doen we het neutraal, maar er is niks om op te toetsen, er is geen plan, het lijkt niet te mogen. U zegt: ik ben neutraal. Dan komt dus toch echt het woord salamitactiek alleen maar in mijn hoofd.

Ik denk: u kunt dat woord in dit geval in mijn ogen niet eens gebruiken, want er is niks om op te toetsen en daar gaat het in mijn ogen fout. U dient te gaan besturen en te sturen en dat doet u in dit geval niet. Er ligt niks, er is niks, er worden kapvergunningen verleend, van alles en nog wat. Op basis waarvan? Dan zegt u: ik ben neutraal, kap maar. Sorry. Excuses. De voorzitter: Mijnheer Sukel, ik zou u ook willen verzoeken om nu echt even te beperken tot vragen. U krijgt nog een tweede termijn zo meteen. Dat is daar gepaster. De portefeuillehouder, reactie.

De heer Hendriks: Dank, voorzitter. Ik ben het niet met de heer Sukel eens. Simpelweg, en dan kader ik hem even helemaal in, er is wel iets om te toetsen. Heel concreet, er wordt een aanlegvergunning aangevraagd, die moet voldoen aan een aantal voorwaarden waar zo'n aanlegvergunning aan moet voldoen, die is getoetst en die vergunning hebben wij verleend, daar wordt bezwaar tegen ingediend en dat is de status waar we nu in zitten. Is dit beter? Sorry, ik had het zelf niet door. Zelfde verhaal: er is een kapvergunning aangevraagd, die wordt getoetst naar alle regelgeving die bij zo'n kapvergunning relevant is, in dit geval kwamen wij tot de conclusie: deze kapvergunning dient te worden verleend, ook daar zijn bezwaren tegen ingediend en ook die bezwaren worden op dit moment beoordeeld door de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie, die vervolgens een advies uit zullen brengen aan het college voor een nieuw besluit. Dat is waar we nu staan. Overigens is ook de hoofdactiviteit van de initiatiefnemer in de vorm van schetsen bij de Omgevingsdienst ingediend. Daar zijn vragen over gesteld. De Omgevingsdienst is ook tot de conclusie gekomen dat de activiteit die hier gewenst wordt dat die past binnen het bestemmingsplan en dat het niet aannemelijk is dat de stelling niet zou kloppen dat dat vergunningsvrij zou kunnen.

Overigens ook bekrachtigd door de advocaat die op uw verzoek daarnaar gekeken heeft. Dus voorzitter, ik ben het niet eens met de heer Sukel dat er niks te toetsen valt. Wellicht is het resultaat van die toetsing een ander resultaat dan wat hij had gewild, maar dan kom ik terug bij die neutrale toetsing die inderdaad niet betekent dat er gekeken wordt: wie heeft de gunfactor, wat is wat we willen? Maar dat getoetst wordt wat past binnen de regels. De voorzitter: De heer Sukel. De heer Sukel: Dank u wel, voorzitter. Ik heb het woord gunfactor niet genoemd. Dat werk ik ook verre van mij. Ik vraag gewoon een behoorlijk bestuur en meer niet. Toetsen op plannen die we niet kennen, waar iedereen eigenlijk om vraagt, dat vraagt daarom. Verder laat ik die woorden aan u. De voorzitter: De portefeuillehouder, vervolg uw betoog. De heer Hendriks: Voorzitter, de heer Sukel vraagt behoorlijk bestuur en dat is exact wat hij krijgt. Voorzitter, ik zit even te kijken welke vragen er zijn gesteld en die nog niet beantwoord zijn. De heer Berg haalde aan de oproep om zeer zorgvuldig te zijn. Dat is denk ik een terechte oproep. Dat is ook de manier waarop we de afgelopen tijd werken. Ik haalde net aan het voorbeeld van de bewonersnotitie die we weer van een reactie zullen voorzien, maar voorzitter, ook in brede zin. Want ik denk dat we hier allemaal zien hoeveel belangen hier spelen.

Het belang van een eigenaar die een ontwikkeling wil, het belang van de huidige recreanten, het belang van de omwonenden. Er spelen hele grote belangen en hele grote tegenstrijdige belangen. Dat maakt dat we extra zorgvuldig hiernaar kijken. Dat merk ik ook in mijn gesprekken met Omgevingsdienst. Men kijkt niet alleen dat een jurist kijkt, maar er wordt steeds vaker meerdere ogen toegepast, collegiale toetsing gevraagd, steeds nadrukkelijk laten we ook de eigen omgevingsjuristen bij de gemeente meekijken. Ik weet dat de Omgevingsdienst ook met de andere betrokken omgevingsdiensten veelvuldig schakelt en afstemt om daar echt te zorgen dat we daar zo zorgvuldig mogelijk naar kijken. Ik moet ook eerlijk zeggen dat … Nee, dat laat ik zitten. Voorzitter, een aantal van u heeft gevraagd om het complete plan in te zien. Ik heb net al geschetst: er is door de Omgevingsdienst gewoon getoetst, maar er is geen compleet plan, in elk geval ook niet bij u als gemeenteraad. Ik zal het verzoek wat u doet ook doorgeven aan de initiatiefnemer of zij u kunnen informeren over het totale plan. Ik moet daar wel bij zeggen, daar is geen juridische basis voor, maar het verzoek kan ik altijd overbrengen. Voorzitter, volgens mij heb ik de vragen die aan mij zijn gesteld op deze manier beantwoord. De voorzitter: Ik was nog even door mijn lijstje ook aan het scrollen tussendoor.

Ik weet dat GroenLinks nog een vraag over de verkeersituatie heeft gesteld. Zou u die nog kunnen beantwoorden?

De heer Hendriks: Ja, voorzitter, die kan ik beantwoorden. Die kan ik beantwoorden op twee manieren. Een, de zuiver juridische manier: uit het feit dat de ontwikkeling die hier wordt beoogd binnen het bestemmingsplan past, vloeit voort dat ook de verkeersafwikkeling geen juridisch instrument voor ons kan zijn om iets van een initiatiefnemer te vragen. Ik deel wel de zorg van de heer Keuning dat er als deze weg intensief wordt gebruikt, dat daar spanning ontstaat, zal ik het maar plat zeggen, met de Zandvoortselaan. Onze verkeerskundigen kijken op dit moment ook hoe groot dat effect naar onze verwachting zal zijn en of en wat we daartegen kunnen doen. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Dan concludeer ik dat er een aantal vragen aan u ook weer voorliggen als commissie zijnde. Er is namelijk door de jurist de heer Van der Werf aangeven dat ook de notitie die bewoners hebben ingesteld door hem zou kunnen worden getoetst en de vraag of de commissie dat dus dan ook wil. Daarnaast hebben we een aantal facties, ik meen te weten ZEE, GroenLinks en de PVV aangekondigd een motie te willen gaan maken. Wellicht zou u in het tweede termijn daar ook nog invulling aan kunnen geven of met elkaar in discussie kunnen gaan over hoe u dat ziet. Ik geef in het tweede termijn allereerst weer het woord aan ZEE, aan de heer Sukel, en daarna ga ik het rondje af.

De heer Sukel, aan u het woord. De heer Sukel: Dank u wel. Maar ik begin toch nog even met een reactie op de wethouder. Ik vind het een beetje de omgekeerde wereld dat inwoners zich niet kunnen verzetten tegen een plan wat wel onofficieel bekend is, maar niet officieel omdat bepaalde wetgeving dan ineens niet van kracht is. Dat een bedrijf een partij vergunningen kan aanvragen inderdaad in brokjes. Daarom noemde ik dat ik het onbehoorlijk vind. Volgens mij is dat in een goede samenleving niet wenselijk, want deze mensen kunnen niet serieus de verdediging in. We weten niet wat de definitieve oorzaak is. Het biedt alleen maar onzekerheid. Het is geen bedrijf met diepe zakken, het zijn gewoon mensen die hier wonen, die hun best doen, die ook gewoon aan het werk zijn. Het is niet hun dagelijks werk en daarom ben ik daar wel scherp op en denk ik dat wij als raad daar echt voor moeten gaan staan om te zeggen: kom maar op inderdaad gewoon met die duidelijkheid en hoe die ook uitvalt, laten we met die duidelijkheid komen. Overigens mag de wethouder volgens mij gewoon een bouwstop eisen. Totdat er überhaupt een plan ligt, mag hij eisen dat vergunningen worden stilgelegd. Maar goed, wat ik ook met de heer Bouberg Wilson over had: de overtuiging en feiten zijn twee verschillende dingen. De vraag de advocaat de stukken mag toetsen.

Ja, maar wel met de opmerking erbij: laat hem ook in gesprek gaan met die omwonenden en met de juristen van omwonenden en misschien ook van de zomerburgers, want dan komen de zaken echt tegen elkaar te liggen, anders is het inderdaad de ene mening. Het gaat er juist om dat die scherpe feiten boven tafel moeten komen en laat dan maar zien waar de verschillen zitten,. Laat de advocaten, de juristen dat onderling op een rij zetten: wij hebben hier een verschil van mening over, dan kunnen we daar wat van vinden, dan wel inderdaad in ultimo de rechter, maar laten we hopen dat dat niet zo ver hoeft te komen. Daar wil ik het bij laten voor dit moment, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar de Partij van de Arbeid, de heer Broer. De heer Broer: Ik had voor de rest geen aanvullingen, maar eventueel de notitie laten inzien van bewoners aan de advocaat, daar staan we wel achter. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, de heer Keuning. De heer Keuning: Dank, voorzitter. Ik kan me eigenlijk aansluiten bij de eerdere twee sprekers en over de motie zou ik graag nog met jullie goed over nadenken.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Keuning. De heer Drommel, VVD. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. In ieder geval tijdens het debat onderling en de beantwoording van de vragen is al een stuk meer duidelijk geworden. Alleen is nog niet alles duidelijk, dus wellicht is het ook goed om andere zienswijzen ook van de bewoners te toetsen. Dus ik ben ook wel benieuwd hoe de rest daar tegenover staat. Ik kijk ook belangstellend uit naar de moties. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Drommel. Dan gaan we over naar D66. De heer Hermsen: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het een goed idee om dat ook te laten toetsen, de inzet van de bewoners, de notitie van de bewoners. Wel met dien verstande met de vraag of dat het een definitieve notitie is of dat ze nog willen aanvullen. Kan ik me ook best voorstellen dat dat misschien nog van belang is. Ik denk wel omwille van tijd en praktisch en ook de advocaten van de bewoners om die niet op extra kosten te jagen, de afstemming af te laten voor wat die is, maar die keuze laat ik dan over aan de indieners van die notitie op dat moment. Maar ik denk dat het even handig is om af te stemmen hoe of wat. Maar ik ga ervan uit dat mijn doel en mijn mening duidelijk is. Dank u wel. De voorzitter: Die is duidelijk, mijnheer Hermsen. Het CDA, de heer Bol. De heer Bol: Dank, voorzitter.

Ook dank aan de heer Van der Werf en de wethouder voor de beantwoording. Ik heb geen aanvullende punten, dus wij wachten de moties af. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bol. Dan gaan we naar de heer Berg van Jong Zandvoort. De heer Berg: Dank u wel. Ik moet zeggen dat ik het een beetje moeilijk heb met het verzoek voor de aanvullende notitie op de argumenten van omwonenden. Ik wil wel echt gaan voorkomen dat we nu nog twintig keer advies gaan vragen en dat het elke keer maar het ene woord tegen het andere is. Ik wil voorkomen dat we de advocaten van omwonenden, misschien ook van recreanten zelf op extra kosten gaan jagen om vervolgens nog vijf keer advies te krijgen. Ik wil dat wel echt voorkomen. Daarom vind ik het moeilijk om nu te zeggen of ik voor een aanvullend onderzoek en aanvullende blik ben naar de brief van omwonenden. Dus als ik het nu moet zeggen zou ik daar niet voor zijn, nee. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Sukel. De heer Sukel: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Berg, heeft u dan liever dat we voor de rechter staan? De voorzitter: De heer Berg. De heer Berg: Uiteindelijk denk ik dat je daar in deze zaak niet aan gaat ontkomen. De enige vraag die je dan moet stellen is dat het hopelijk niet de advocaat van de gemeenteraad is die straks voor de rechter staat.

Maar verder zou ik op dit moment niet zijn voor aanvullend onderzoek, simpelweg omdat ik niet zie wat we nu met nog een paar keer pingpongen tussen onderzoeken gaan bekijken. Ik zie dat niet. Nogmaals, ik heb niet, wat ik ook in mijn eigen termijn zei, uit deze notitie de duidelijkheid gekregen waar ik op had gehoopt. Ik zie niet in hoe een aanvullende notitie daar wel voor gaat zorgen. Daar laat ik het bij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Berg. Dan ga ik over naar de OPZ, de heer Bouberg Wilson.

De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, met het voorstel notitie toetsen te beginnen. Ik denk dat juist ook gegeven de positie van de bewoners daar het van belang is dat wij dat laten doen. Dat bespaart kosten voor mensen die al behoorlijk wat kosten hebben gemaakt en ik zou het sympathiek vinden als we dat inderdaad dan doen om die reden. Wat we wel moeten voorkomen, is dat het een het ander gaat doorkruisen, want we hebben natuurlijk ook nog de commissie van bezwaar die een uitspraak doet, dus ik kan me voorstellen dat dat een ijkpunt is op grond waarvan je zegt: dan gaan we daarmee, zowel met die notitie als met die uitspraak, wellicht naar de advocaat om daar zijn licht op te laten schijnen. Dan even nog ten aanzien van wat ik zei over die salamitechniek. We hebben gediscussieerd over het feit dat er bepaalde activiteiten voor zowel een omgevingsvergunning als een toestemming in de Wet natuurbescherming nodig kan zijn. Dan geldt daarvoor een aanhaakplicht. Alleen ook dan geldt dat de vergunningaanvrager deze aanhaakplicht voorkomen kan door de procedures voor de verschillende toestemmingen te ontkoppelen. Dus ook daar loop je daar weer dan tegenop. Dan nog even wat betreft wat ik in het verschiet zie liggen is dat men als de plannen gerealiseerd zouden gaan worden, onverhoopt voor velen, dat men tot uitponden over zal gaan.

Ik weet eigenlijk niet of wij daarover iets afgesproken hebben, of dat überhaupt mogelijk is. In ieder geval lijkt het mij niet wenselijk, omdat je namelijk daardoor een beheersstructuur van het kampeerterrein verliest. De onderhoudsreserve is weg op zo’n moment. De zaak wordt uitgekleed en er komt niet iets anders voor in de plaats. Daar maak ik me zorgen over en dat lijkt me verstandig om daar even naar te laten kijken hoe dat zit. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouberg Wilson. Dan gaan we over naar de fractie van de PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. We hebben een opmerking gemaakt over gewenste diversiteit in aanbod van recreatiemogelijkheden en daar is de wethouder niet op ingegaan. We hebben een opmerking gemaakt of gewezen op de huidige regelgeving ten aanzien van toeristische verhuur eigen woning, daar is de wethouder niet op ingegaan. Wat is nou een chalet? Vraag het aan tien mensen en je krijgt minimaal negen verschillende antwoorden. Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft een definitie van chalet ook op hun website staan. Daar komt dan weer wat anders uit dan wat hier in het Omgevingsplan staat. Advocaat is geen rechter, dat was ons al bekend hoor ook al ben ik geen jurist, maar het lijkt erop dat we toch die kant op moeten.

We hebben nog wel een ding, als jij hier als gemeente in een Omgevingsplan iets heb staan dat in strijd is met de provinciale wet- en regelgeving, dan hebben we toch een conflict. Nu ken ik toevallig iemand die is Statenlid en commissielid landelijk gebied en leefomgeving … O, dat ben ik zelf. Daar moeten we toch nog maar eens provinciaal even goed naar kijken. We hebben weliswaar een gedeputeerde die wil zijn handen er niet aan branden en dat snappen we ook wel. Die zegt: je moet bij de gemeente zijn. Maar misschien kunnen wij in samenwerking met een bekende van mij, waarvan ik de naam niet mag noemen omdat ze mevrouw Bouhlel heet, nog wat betekenen in die richting. Dat gaan we in ieder geval proberen. Wij blijven bij onze mening dat wat hier gebeurt om meerdere redenen een ongewenste ontwikkeling is en dat wij alles moeten doen wat in onze mogelijkheden ligt om dit te voorkomen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Tiggelen. Dan heb ik de commissie gehoord en zou ik eigenlijk een vraag namens de commissie ook aan de heer Van der Werf willen stellen. U bent net allen ingegaan op de notitie van de bewoners en u heeft ook aangegeven dat u die zou willen bestuderen voor de commissie in dit geval.

Ik wil u vragen hoe u zo'n verzoek voor zich ziet en hoe u dan die toetsing daarbij ziet en kunt u dan daarover ons als commissie adviseren? De heer Van der Werf: Dank u wel, voorzitter. Zoals ik aan het begin had gezegd beschouw ik mijn notitie als een concept en dat was ook een duidelijke uitnodiging om daarop te reageren. Dat heb ik trouwens ook in de

begeleidende e-mail gedaan, gevraagd van ik zie de inhoudelijke reactie graag tegemoet. Uiteraard kan een reactie ook van buiten de raad komen. Als u vanuit de raad zegt: Van der Werf, ga nog eens eventjes goed daarnaar kijken en beoordeel die notitie en beschouw die als commentaar op dat concept, dan wil ik dat heel graag voor u doen en dan kan ik dat meenemen. Dan heeft u een afgerond verhaal waar u hopelijk dan verder mee kunt. Waar ik niet over zal adviseren is over de vraag die nog gesteld is wat betreft het uitponden. of dat juridisch mogelijk is. Kijk, dat zijn allemaal zaken. U heeft als gemeenteraad natuurlijk maar heel beperkt sturingsmogelijkheden en die zitten dan toch met name op het punt van de ruimtelijke ordening of het Omgevingsplan, dus daar zal ik dan verder niks over zeggen in de eindversie van de notitie. Wat betreft de strijd met provinciale regelgeving idem dito. Ook daar zal ik niet naar kijken. Dat is iets wat de provincie aangaat. Die moet daar provinciaal belang inzien om daar iets van te vinden en daar eventueel op die basis in te grijpen, maar dat beschouw ik dan ook niet als onderdeel van de opdracht. Dan kan ik dat op korte termijn aanleveren bij de griffier. De voorzitter: Dank u wel daarvoor. Dan heb ik nog volgens mij anderhalve vraag gehoord die voor de portefeuillehouder waren. Dus de portefeuillehouder, de heer Hendriks, aan u het woord.

Ik zie nog een interruptie van de heer Sukel. De heer Sukel: Dank u wel, voorzitter. Ik stelde ook voor dat er een gesprek mogelijk zou zijn met de omwonenden en de recreanten voor de advocaat als zij er behoefte aan hebben. Wordt dat ook meegenomen nu in de opdracht aan de advocaat? De voorzitter: Ik heb vooral gehoord in de commissie dat er het verzoek was om de notitie te bekijken en naast de notitie die er al ligt te leggen. Ik heb voor dat verzoek van u helaas niet animo geproefd in de commissie, dus ik zou me kunnen voorstellen dat we het houden nu bij de notitie en dat we die notitie naast elkaar leggen zoals de heer Van der Werf ook al zegt en dat we het daar dan bij houden. Portefeuillehouder, nu aan u het woord. De heer Hendriks: Dank, voorzitter. Ik hoor in elk geval de vraag van de heer Van Tiggelen over, waarvan ik in zijn eerste termijn had begrepen dat dat een standpunt was en niet perse een vraag, ik interpreteer nu dat hij van mij wil dat ik daarop reageer. Hij refereert aan toeristisch verhuur en de dertig dagen. Op dit moment is dat nog 120 dagen overigens voor de woning. We gaan dat wijzigen. Die geldt voor de verhuur van woningen. Wat hier gebouwd gaat worden, zijn geen woningen, dat zijn chalets. Dus die zijn niet van iemand als primaire woning. Sterker nog, dat mag niet. De bestemming is hier namelijk recreatie en niet wonen.

De voorzitter: De heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. Wil de wethouder misschien een foto van hele mooie chalets in Zwitserland waar mensen in wonen, ‘…’ van 1,5 miljoen en meer? De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Hendriks: Voorzitter, ik toets geen bouwplannen of parken in Zwitserland. We hebben hier te maken met een Zandvoorts Omgevingsplan en de toetsing daaraan. Wat ze in Zwitserland doen of in andere plekken is niet relevant voor de vraag die hier nu voorligt. De voorzitter: De heer Van Tiggelen.

De heer Van Tiggelen: Voorzitter, wat ik bedoelde duidelijk te maken, maar dat is me dan eventjes niet gelukt, door met de term chalet te schermen is hier gewoon sprake van etikettenzwendel. Dank u wel. De voorzitter: Ik wil ook de heer Van Tiggelen wel verzoeken om woorden als zwendel hier niet te gebruiken. Dat versterkt het debat in deze commissie helaas niet. Portefeuillehouder, aan u het woord. De heer Hendriks: Voorzitter, een andere vraag van de heer Van Tiggelen was over de definitie van de VNG in relatie tot een aantal definitiekwesties. Ook daar geldt: leidend is niet wat op de site van wie dan ook staat, leidend is de definitie die u als gemeenteraad in het bestemmingsplan geeft. Volgens mij geldt ook over die strijdigheid met provinciale regelgeving, tenzij de provincie daar anders over denkt, dat op het moment dat wij een bestemmingsplan maken, is het moment voor de provincie om daarop te reageren. In dit geval heeft de provincie in kunnen stemmen, dat is de volgorde der dingen, heeft de provincie ingestemd met dit toen nog bestemmingsplan en derhalve past wat hier staat binnen de provinciale regelgeving. De vraag van de heer Bouberg Wilson moet ik heel eerlijk bekennen dat ik toen niet actief genoeg aan het meeschrijven was. Mijn vraag is of hij die zou kunnen herhalen. De voorzitter: De heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Het waren twee dingen.

Dat had betrekking op de uitspraak van de bezwaarcommissie in relatie tot hetgeen wat de advocaat is gevraagd te doen. Even kijken wanneer dat het beste op elkaar kan aansluiten. Tweede punt was: uitponden, is dat überhaupt toegestaan? En wat vinden wij ervan, aangezien als gevolg van uitponden vaak de beheersstructuur van zo’n kampeerterrein komt te vervallen? Je krijgt allemaal individuele kleine stukjes eigendom en geen overkoepelende organisatie. Dat is over het algemeen niet ten faveure van een goed welvarend kampeerterrein.

De voorzitter: De portefeuillehouder. De heer Hendriks: Over het eerste onderwerp van, doorkruist die bezwaarprocedure niet het advies wat u aan de advocaat vraagt? In mijn beleving niet, want ik heb u een aantal vragen aan de advocaten voorstellen, maar niet om te reflecteren op de al verleende kapvergunningen en aanlegvergunningen. Die gaan namelijk niet over de vraag of de hoofdactiviteit past binnen het bestemmingsplan of niet. Die gaan echt over de kapvergunning en over de aanlegvergunning. Die staan volgens mij niet … Althans, die staan wel ter discussie, maar bij de bezwarencommissie en niet bij de advocaat. Het uitponden is een van de zaken waar wij tot nu toe een standpunt over hebben ingenomen, ook als college. We hebben dat u ook medegedeeld dat dat in dit geval de eigenaar vrijstaat om zijn bezit ook in delen te verkopen. De omwonenden hebben dat betwist in hun notitie. Dat is dus een van de aspecten waar op dit moment, zoals ik mijn betoog in eerste termijn begon, onze juristen naar kijken in hoeverre wij daarin argumenten zien om van onze stelling af te wijzen. Ik kan me voorstellen dat dat wellicht ook dus, aangezien u de advocaat heeft gevraagd om te reflecteren op de notitie van omwonenden, dat dat ook in zijn analyse terug zal komen. De voorzitter: De heer Van Tiggelen, een interruptie.

De heer Van Tiggelen: Ik heb nog één aanvullende vraag, want daar zit ik toch een beetje mee. Een recreatiewoning, een vakantiewoning, een prefab-woning, begrijp ik het goed dat het volgens de wethouder geen woning is maar een chalet?

De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Hendriks: Voorzitter, wellicht is er een verschil tussen het spraakgebruik woning en de definitie woning. Een woning in bestemmingsplannen en dergelijke is een plek waar je kunt wonen het hele jaar door. Een recreatiewoning of, en die staan er in dit geval niet eens, het gaat hier over chalets, zijn gewoon plekken waar je niet mag wonen. De bestemming van dit stuk terrein is recreatie en daar is wonen niet toegestaan. De voorzitter: Daarmee zie ik dat heer Van Tiggelen nog een interruptie heeft. De heer Van Tiggelen: Je mag er niet wonen, en hoe gaan we dat handhaven dan? De voorzitter: Portefeuillehouder. De heer Hendriks: Exact zoals we dat nu ook doen. Je mag nu op dit terrein ook niet wonen en dat verandert niet. Dat staat niet ter discussie. Er verandert niks in wat hier toegestaan is of niet. De voorzitter: Daarmee wil ik ook tot een afronding komen van dit agendapunt. Ik heb voor u opgeschreven dat er een aantal fracties een motie gaan voorbereiden, dus dit punt zal terugkomen in de raadsvergadering als een motie vreemd. Daarnaast heb ik ook voor u opgeschreven dat de notitie van de bewoners naast de notitie wordt gelegd die er al is en dat daarnaar wordt gekeken door de heer Van der Werf en dat daar op korte termijn wordt teruggekomen.

Dan wil ik u nu ook mededelen dat ik de vergaderingen voor 5 minuten schors, zodat eenieder de publieke tribune kan verlaten en wellicht een sanitaire pauze kan nemen. Dan gaan we daarna verder met het Voedselbos, heet agendapunt dat daarover op de agenda staat. Dus ik schors de vergadering nu voor vijf minuten. 4.

Voedselbos Zandvoort De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik wil eenieder verzoeken om weer op de plaats te gaan zitten. Als mevrouw Nederlof ook wil gaan zitten, dan kunnen we beginnen. Ik wil u een voorstel doen. Ik wil eerst even daarvoor richting de publieke tribune kijken, want ik weet dat er op twee punten nog insprekers zijn. Het liefst zou ik die twee punten naar voren willen halen. Eentje hebben we al naar voren gehaald, namelijk het voedselbos, maar ook het inclusiviteitsbeleid zou ik ook wellicht naar voren willen halen. Daarvoor wil ik wel even eerst kijken of er ook nog andere insprekers zijn op andere punten, om die niet daarmee ook teleur te stellen. Dus ik kijk even naar de publieke tribune en ik constateer dat volgens mij alleen op die twee punten insprekers zijn. Dus wil ik voorstellen om eerst nu het voedselbos met u te gaan behandelen en daarna meteen door te gaan naar agendapunt 7 op uw agenda, dat is namelijk de nota Diversiteit en inclusie, om die dan als agendapunt 5 op de agenda te zetten, zodat de insprekers in ieder geval daarna, als zij dat zouden willen, naar huis kunnen gaan. Ik kijk even de commissie rond of dat op uw instemming kan rekenen. Ik zie jageknik en duimpjes omhoog, dus dan gaan we dat doen. Dan beginnen we met in dit geval voedselbos Zandvoort.

De fractie van OPZ heeft verzorgd om agendering van de raadsinformatiebrief en wil graag met de commissie en het college in gesprek over het beoogde stuk grond voor het voedselbos, dat ook in beeld is geweest als locatie voor tijdelijke woningbouw. Er heeft zich bij ons op dit moment een aantal insprekers gemeld, namelijk de heer Lemaire, ik hoop dat ik het goed uitspreek, van Natuurlijk Zandvoort. Hij zal inspreken samen met mevrouw Van Brederode en mevrouw Brugman. Ik zie dat u de microfoon al mooi in het midden heeft gezegd, dus dat komt goed uit. Ik wil u zo meteen vragen om nogmaals eventjes uw naam duidelijk op de band te zeggen. Dan krijgt u van mij drie minuten de tijd. Ik zal ook aan het eind even aangeven wanneer de drie minuten ongeveer voorbij zijn. Dan is het aan de leden nog om aan u eventueel vragen te stellen, dus ik wil u vragen om even te blijven zitten. U mag het woord namens ons voeren. Aan u het woord.

Mevrouw Brugman: Goedenavond, allemaal. Dan ben ik Regina Brugman. Wij maken onderdeel uit van de vereniging in wording Natuurlijk Zandvoort. We hebben in het voorjaar een plan ingediend. Ondertussen hebben we niet stilgezeten, want we zijn bijvoorbeeld bij de rotaryclub geweest en die zijn ook heel enthousiast over ons plan. Alle fractievoorzitters hebben het plan in het voorjaar ontvangen, dus ik hoop dat dat nog allemaal aanwezig is. We zijn hier dus met zijn drietjes en we hebben drie grote pijlers, want we hebben natuurlijk maar drie minuten, in drie pijlers opgedeeld. Ik ga heel kort iets zeggen over duurzaamheid en dan is Marianne aan het woord over het sociale aspect en Mark zal iets vertellen over de pijler educatie. We weten allemaal dat het niet heel goed gaat met onze aardbol en dat we meer opmaken, verbruiken dan dat erbij komt. Wij denken dat het goed zou zijn als de gemeente Zandvoort zijn steentje bijdraagt. We kunnen allemaal wel denken, op microniveau, dat zal niet veel uitmaken. Maar ik denk dat alle beetjes helpen en dat we allemaal onze eigen verantwoordelijkheid moeten nemen, en zo ook de gemeente Zandvoort. Want wat zal zo'n voedselbos ons kunnen brengen? Dat is natuurlijk op gebied van duurzaamheid, zal het veel biodiversiteit brengen. Er zullen veel vogels, insecten en andere kleine dieren naar dat gebied trekken. Het doet iets met de bodemverbetering.

Het zal goed zijn voor de bodemverbetering. Ook bijvoorbeeld het opslaan van CO2, dat zal jullie ook allemaal bekend zijn, maar het zorgt voor een gezonde leefomgeving ook voor de bewoners van Zandvoort en ook voor een hoger welzijn. Dan geef ik nu het woord aan Marianne. Mevrouw Brederode: Goedenavond. Ik ben Marianne van Brederode. Ik ga iets zeggen over het sociale aspect van onze plannen. Wij willen door middel van ons voedselbos meer verbinding brengen in Zandvoort voor de bewoners, wij willen een plek creëren waar mensen samen kunnen komen, op een laagdrempelige manier een bos opzetten waar iedereen zo naar binnen kan, waar iedereen mag helpen, tuinieren, plukken, zaaien. Wij hebben ook wel het idee dat daar een behoefte aan is in Zandvoort, als je alleen al kijkt naar de enorme wachtlijsten die er bijvoorbeeld zijn voor de volkstuinen in Zandvoort. Daar sta je meerdere jaren op de wachtlijst om daar een plekje te kunnen bemachtigen. Wij willen het bos ook … Wij zien het ook als een plek waar mensen bijvoorbeeld met een afstand tot de arbeidsmarkt terechtkunnen om daar te komen helpen als ze daar behoefte aan hebben.

Mensen uit Pluspunt, Zandstroom en ook de scholen die wij hebben aangesproken zijn eigenlijk allemaal ontzettend enthousiast om daar met leerlingen naartoe te komen en daar de kinderen te laten zien hoe het allemaal werkt en dat sla niet per se uit een zakje komt maar echt groeit en dat ze daar ervaring in kunnen opdoen. Verder zijn er veel mensen in Zandvoort zonder of met maar een hele kleine tuin. Vooral in Noord, waar mensen toch vaak in hoogbouw wonen, of in een groot gedeelte in ieder geval, willen we mensen toch ook de mogelijkheid bieden om zelf te tuinieren. Die kunnen dan ook letterlijk vanuit hun woningen soms zien hoe alles onder hun groeit en bloeit en tot wasdom komt. De voorzitter: Ik wil u wel aangeven dat de drie minuten zijn verstreken. U mag nog kort eventjes … De heer Lemaire: Ik zal het heel kort houden. Daarnet kreeg ik de vraag tijdens koffiepauze van, is er wel genoeg draagkracht om dit goed aan te pakken? Zijn er genoeg mensen die een schep in de grond willen steken? We zijn met een grote groep, die wordt steeds groter. We zijn nu met 23 mensen, die veel bij elkaar komen, die staan te trappelen eigenlijk om dit aan te pakken. Noord is een fantastische plek omdat daar die scholen zijn die willen heel graag meehelpen. Ik wil heel graag met andere mensen die kinderen een schep geven en laten zien wat er groeit en bloeit.

Maar ook zijn daar de mensen van Pluspunt. De plannen van de gemeente om Noord groener te maken, het past echt naadloos in elkaar. Dus ik denk dat het echt een fantastische meerwaarde gaat geven aan Zandvoort. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even de commissie rond of er een verhelderende of verduidelijkende vraag is. Ik zie dat de heer Drommel een vraag wil stellen. Aan u het woord, mijnheer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel voor uw inbreng. Wij waren of zijn ook zeker enthousiast over het plan. We hebben begrepen dat jullie minimaal vijf jaar nodig hebben, dus dat gaat om tijdelijkheid. Tegelijkertijd hebben we ook een verdichtingsstudie, waarin dit ook als een mogelijke bouwlocatie wordt aangemerkt. Nou

geloven wij niet zo dat dat zo snel daar gebouwd gaat worden. Misschien wel over een hele lange tijd. Maar hoe staat u ertegenover als er bijvoorbeeld wel een voedselbos komt, maar dat dat bijvoorbeeld na tien of vijftien jaar blijkt dat daar gebouwd gaat worden? Ik vraag het vooral, omdat … We zitten denk ik niet te wachten met zijn allen op nog zo'n hele grote toestand dat u hier met een bedrukt shirt in de raadzaal zit. De heer Lemaire: De shirtjes zijn besteld. Kijk, we hebben vijf jaar nodig, want het groeit natuurlijk langzaam. Vooral die bomen. Mensen die een voedselbos kennen, weten, het bestaat uit drie lagen. Kruiden, struiken en bomen. Die laatste die groeien wat langzamer. Het is een prachtig ecosysteem, een sluitend ecosysteem. Daar hebben we wat jaartjes voor nodig. Maar het gaat zo'n succes worden, dat je het niet in je hoofd haalt om daar te gaan bouwen. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat de heer Berg ook een verduidelijkende vraag heeft. De heer Berg, aan u het woord. De heer Berg: Dank u wel, voorzitter. Allereerst bedankt voor jullie inbreng. In de raadsinformatiebrief daar lees ik, indien zij het initiatief voor dat deel alvast willen uitvoeren, zullen zij een vergunningscheck bij OD IJmond moeten doen.

Zijn jullie daarmee gestart, om een vergunningscheck aan te vragen? De heer Lemaire: Kijk, we hebben een, ik denk dat het zo rond mei was, nog contact gehad met Erik Lefferts. Die zei van, er zijn, omdat dat stukje land als opslag zou dienen voor Noord te vergroenen, waren er protesten van buurtbewoners. Die buurtbewoners, vanwege hun protest zou er een onderzoek komen. Dat moesten we eerst afwachten. Dus omdat wij steeds moesten afwachten, of tenminste, dat was het signaal, hebben wij verder nog geen aanvraag gedaan. Is dat een antwoord? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk verder de commissie rond. Ik zie dat de heer Bol ook een vraag heeft. De heer Bol, aan u het antwoord. Aan u de beurt. De heer Bol: Dank. Sorry? De voorzitter: Ik zei, aan u het antwoord, maar ik bedoelde eigenlijk, aan u de beurt, de heer Bol. De heer Bol: Ik wil best het antwoord geven. Dank. Dank ook voor inspraak. Fijn. Goed jullie te zien. Ik had in mijn inbreng voor zo meteen ook de vraag van, kan er onderzocht worden of er een samenwerking met de tuindersvereniging mogelijk is? Maar aangezien jullie hier zitten, kan ik natuurlijk ook de vraag direct aan jullie stellen. Is er ook overleg geweest met de tuindersvereniging om te kijken of daar iets mogelijk is? De heer Lemaire: Op dat terrein iets mogelijk is? De heer Bol: Ja, op het terrein van de tuindersvereniging. Sorry, voorzitter.

De heer Lemaire: Kijk, een voedselbos heeft als standaard, anders is het geen voedselbos, dat het een halve hectare moet zijn. Als de tuindersvereniging een halve hectare wil afstaan, maar ik weet niet of … Wanneer er al een wachtlijst van 80 mensen is voor die tuindersvereniging, lijkt het mij sterk dat daar mogelijkheden zijn. Mevrouw Brederode: Dat zou ook niet echt, inderdaad, wat Kees ook zegt, tot een bos leiden, maar toch meer naar kleine versnipperde stukje tuin. Dat is niet wat wij voor ogen hebben. Wij hebben wel echt een bos voor ogen waar grotere planten groeien dan moestuin alleen. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk de commissie verder rond. Zijn er nog verder vragen aan de insprekers? Ik concludeer dat dat niet het geval is. Ik dank u hartelijk voor het inspreken bij ons in de gemeentecommissie.

Dan geef ik het woord in dit geval aan de, even kijken, aan de fracties van OPZ, aan de heer Berg van OPZ. Aan u het woord. U mag beginnen. De heer Berg: Dank u wel, voorzitter. Waarom wij deze raadsinformatie brief toch hebben geagendeerd, is omdat er bij ons wat vragen kwamen, en dat ging met name over punt 4, wat de vervolgstappen zouden zijn om te komen tot een voedselbos. Dan staat er eigenlijk bij, welk deel alvast beschikbaar is. Daar hebben wij meerdere vragen over. Allereerst, als de initiatiefnemers een vergunningscheck zouden doen, is het college dan voornemens om dan al het te verstrekken, of komt het eerst terug bij de raad? Maar waar ik ook mee zit, het is natuurlijk straks toch wel zonde van een initiatief als het een heel groot succes is en er moet bouwgrond worden aangepakt. Is er ook gekeken of er alternatieve locaties zijn wat geen bouwgrond is en dus wat veel meer een permanent karakter heeft? Waar ik bijvoorbeeld zelf dan aan denk, is, is een stukje groen tussen het dierenasiel en een woonwagenkamp, om maar een stuk te noemen, dat kan … Vanwege Rückert is daar veel meer milieuzone, waardoor er op dat stuk groen niet gebouwd kan worden. Dat is ook meer dan een half hectare groot.

Is hier ook naar gekeken om te kijken of voor initiatiefnemers nog een meer permanentere locatie is en hoe gaat … Wat is het voornemen van het college? Want die raadsinformatieblad die riep bij ons een hoop vragen op, of het zomaar toch vergeven zou worden of niet. We zijn benieuwd of er meerdere sporen gevolgd worden. Dus dat is eigenlijk … Dat zijn onze vragen. Dus ik wil me hierbij beperken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Berg. Dan ga ik naar de fracties van de PVV. De heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Het sociale recreatieve en het educatieve aspect, dat spreekt ons aan. We hebben geen hekel van groen. Ik ben zelf opgegroeid in het Gooi, in de natuur. Altijd al natuurliefhebber geweest. Alleen hele zinnige woorden gesproken door mijn voorganger, als zoiets, als daar voorziet in een behoefte en het wordt een succes en daarna moet er worden gezegd van, sorry en nu moeten jullie wegwezen, dat is een situatie waar wij geen trek in hebben. Dus een halve hectare is niet veel, dat is 5000 vierkante meter. Dat is niet spectaculair veel. Als er een alternatieve locatie is te vinden waarvan we kunnen zeggen van, jullie zitten hier voorlopig goed tot de volgende eeuw, dan zijn wij daar voor. Er werd CO2 genoemd, daar zal ik verder niet al te zeer op ingaan. Maar groen houdt van CO 2.

De hele planeet is aan het vergroenen door het afnemende tekort wat we op dit moment gelukkig hebben. Want de afgelopen 540 miljoen jaar heeft de natuur heel veel CO2 uit de atmosfeer gehaald. Gelukkig is het nu, weliswaar tijdelijk, gestopt. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Tiggelen. Dan ga ik over naar de fractie van Jong Zandvoort. Mevrouw Paap. Mevrouw Paap: Dank u wel, voorzitter. Afgelopen jaar kwam ook in het nieuws naar buiten, Zandvoort is de meest versteende gemeente van Nederland. Daarom zijn wij als Jong Zandvoort … Op dit initiatief reageren wij heel positief. We staan achter dit groene en duurzame plan dat een mooie toevoeging zou kunnen zijn voor onze gemeenschap. Het idee van een voedselbos sluit goed aan bij de visie van een duurzamer Zandvoort. Maar tegelijkertijd willen we wel benadrukken dat wij woningbouw op deze locatie niet in de weg willen staan. Deze locatie is eerder ook in beeld geweest voor woningbouw. We begrijpen ook de noodzaak van deze woningbouw. Daarom horen wij toch graag van de wethouder hoe het staat met deze plannen voor mogelijke woningbouw op deze plek. We willen graag een balans vinden tussen groen en wonen, waarbij beide initiatieven kunnen worden overwogen. Dus ook zoals de vorige fracties zeiden, is er mogelijk een meer permanentere plek voor dit initiatief? Dat horen we graag. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Paap. Dan ga ik over naar de fractie van D66, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Dank u wel, voorzitter. Ik vind dat er sowieso hele goede vragen zijn gesteld. Ik dank de insprekers ook met betrekking tot voedselbos. Zou niet heel gek zijn, maar we zijn er natuurlijk ook gewoon

voor. Inderdaad, de kwestie is inderdaad van, welke locatie pak je dan? Het is heel lastig. De heer Van Tiggelen zegt, 5000 vierkante meter, dat is niet zoveel. Dat is heel veel, zeker met de verdichtingsstudie en de vraag naar woningbouw en alles wat erbij hoort. Maar we hebben best nog wat groenstroken die vrij zijn, maar dat ligt ook een beetje aan de bestemming die er op dat moment is. Vaak zijn die groenstroken natuurlijk enkel bestemming groen, waar dus ook groen mag, dus niet iets anders, dus het niet verbouwen van een aantal zaken. De vraag is wel of dat soort stroken ook zouden kunnen gebruiken om een voedselbos te creëren. Dat zijn gewoon simpele oplossingen, maar er loopt natuurlijk langs het spoor natuurlijk ook het een en ander aan groenstrook. Daar kom je misschien niet zo snel aan 5000 vierkante meter, maar allicht is het in ieder geval in een paar delen op te knippen dat het toch nog wat behapbaar wordt. Dat is de vraag ook even aan de wethouder of dat een mogelijkheid is en of we dat zouden kunnen wijzigen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hermsen. Daar ga ik over naar de fractie van de OP… Nee, die heb ik al gehad, OPZ. Ik ben mijn lijst aan het afgaan, maar dat ging goed. Dan ga ik naar de fractie van het CDA, de heer Bol. De heer Bol: Dank u, voorzitter. Wij juichen het plan voor een voedselbos in Zandvoort ook toe.

Een mooi initiatief met vele voordelen op het gebied van educatie, gezondheid, maar ook bijvoorbeeld een sociale functie in de wijk, maar misschien ook wel voor heel Zandvoort. De insprekers benoemden het zelf al even. De locatie is natuurlijk wel even een punt van aandacht. Wij zouden dan ook graag zien dat er breder wordt gekeken of verder wordt gekeken dan alleen de beoogde locatie in Noord. Voorgaande sprekers benoemden het al even, in verband met de mogelijkheden voor nieuwbouw daar. Wat ons betreft, ook kijken bijvoorbeeld naar locaties op Duintjesveld, maar ook, dat was natuurlijk ook mijn vraag al richting de insprekers, over samenwerking met de tuindersvereniging. Allicht is daar rondom ook nog ruimte waar inderdaad niet gebouwd kan worden, maar waar allicht wel een voedselbos gerealiseerd kan worden. Maar de kern van ons verhaal is inderdaad dat we heel enthousiast zijn over jullie initiatief. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bol. Dan ga ik over de fractie van ZEE, de heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Wat ons betreft, superleuk initiatief. Dank ook voor de insprekers.

Wij zien het een beetje vanuit een wat groter perspectief, Dus waar willen we uiteindelijk naartoe met Noord? Ik denk, iets dat daar toch heel erg speelt, is inderdaad de gemeenschappelijke functie die misschien wat meer naar voren moet komen van bepaalde faciliteiten en bijvoorbeeld van voedselbos, noem maar op. Ik denk ook dat de leerfunctie heel leuk is, dus in die zin alleen maar positief. Tegelijkertijd zien we ook wel iets, en dat is een beetje misschien voor sommigen onbekend woord, dat is iets wat heel erg in Noord speelt, is dat er ook een vorm van gentrificatie gaande is. Dat wil zeggen dat er toch voornamelijk mensen wonen die wat minder geld hebben ook. Er staat meer hoogbouw ook om die reden. Dus wij zeggen, zou je niet in de toekomst juist willen naar een meer een mix? Dus dat alles wat we gaan bijbouwen, dat dat juist middeldure huizen of zelfs dure woningen zijn, en dat je dan elders in Zandvoort weer gaat mixen, zodat je ook de sociale cohesie op zo'n plek als Nieuw Noord gaat verbeteren op de lange termijn. Daar draagt dit enorm aan bij. In ieder geval, lang verhaal kort, het gaat om de locatie. Je zou hem ook om kunnen draaien. Je zou ook kunnen zeggen, kunnen we er niet voor zorgen dat we dit gewoon niet als bouwgrond gaan aanmerken? Want op zich vinden we de locatie niet heel slecht gekozen.

Juist hoe meer het in de running ligt, hoe meer het in de buurt ligt ook van de plek waar de mensen echt wonen, hoe groter die functie van het voedselbos gaat zijn. Mocht er gekozen worden voor een andere plek, is dat ook eigenlijk onze opmerking, kies er wel voor dat het een beetje in de buurt ligt bij de rest en dat het ook iets is wat gewenst wordt door de insprekers, en ook rekening houdend met dingen als het spoor. Stel, je zou het op zo'n groenstrook doen naast het spoor, hele terechte opmerking van de heer Hermsen, dat zou interessant kunnen zijn, maar heeft die trilling van die trein dan weer een ontwrichtend effect of verstoort dat de rust niet juist? Ook allemaal dingen om te overwegen, maar daarom goed dat ze het er met elkaar over hebben. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gerrits. Dan ga ik over naar de VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter. Zoals wij net ook al hebben gemeld, vinden wij het een heel sympathiek plan, maar we vinden het eigenlijk wellicht nog een beter plan als het op een locatie komt waar überhaupt geen woningbouw mogelijk is. Dus dat heeft wel onze voorkeur. In Nieuw Noord is wellicht sowieso ook een goed gebied om daar als eerst te gaan zoeken. Er werd net al gedaan, de suggestie langs het spoor. Toevallig is dat 20 bij 250 meter. Dat is 5000 want meter. Dus ik denk dat er best wel mogelijkheden zijn om een perceel te vinden wat misschien ook qua lengte-breedteverhouding ook wat beter toepasbaar is voor een voedselbos. Het lijkt ons in ieder geval wel een goede insteek om wel nog, als dat mogelijk is, naar een betere locatie te zoeken, zodat het voedsel bos niet tijdelijk is, maar wellicht permanent. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor het rekenwerk. GroenLinks, de heer Keuning. De heer Keuning: Dank, voorzitter. Het voedselbos, een prachtig initiatief van betrokken inwoners die Zandvoort een prachtig stukje mooi groen erbij willen geven. Mooi om te zien dat onze collegacommissieleden dit ook zien. Dit voedselbos heeft veel vooroordelen. Nee, sorry. Voordelen. Het is een perfecte plek om te leren.

Kinderen kunnen op een leuke manier in aanraking komen met biodiversiteit. Ze kunnen met elkaar hier op een geweldige manier leren over de natuur. De locatie zelf is ook best wel goed. Zandvoort wil dat Noord gaat vergroenen. Dit kan een mooi stukje aanvulling zijn op onze eigen visie als raad. Daarnaast past het perfect bij de volkstuintjes, maar dit is allemaal al door de insprekers ook verteld. Ik ben voornamelijk ook benieuwd hoe de wethouder naar deze situatie kijkt en of hij werk ervan wil maken om samen met de initiatiefnemers hier iets moois van wil creëren. Ik hoor al over andere locaties. Dat ligt dan ook deels bij de initiatiefnemers, of zij daar ook enthousiast van worden. Dit is dan ook een oproep aan de wethouder om met hun in gesprek te gaan en er ook echt vaart achter te zetten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Keuning. Tot slot gaan we naar Partij van de Arbeid, de heer Broer. De heer Broer: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, insprekers. Het is een heel mooi en heel goed initiatief. We danken de indieners van het initiatief daarvoor. Ook een mooi stuk natuurlijk, wat u aangaf, dat sociale stuk, school, leerlingen die daar ook naartoe kunnen, mensen die wat verder van de arbeidsmarkt staan, om daar terug te komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14573271/1