CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebesluiten (actieve informatieplicht) 18 maart 2025 - 14 april 2025

Raadscommissie 7 mei 2025, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Overzichten18.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Behandeling individueel

GGZ specialistisch

Verblijfstype 1

Begeleiding groep

Dyslexie

Kinderen in de knel

Verblijfstype 2

Behandeling groep

GGZ basis

Pleegzorg

Vervoer

Er is sprake van verschillen in zwaarte tussen deze producten, van licht of enkelvoudig tot zwaar en met verblijf. Aan deze producten is een verschillende zwaarte toegekend. Dat heeft geleid tot een

Kenmerk: 2025/347357

3/5

evenwichtige verdeling die eenvoudig is, recht doet aan de verschillen (o.a. kostprijs, gevraagde inzet opleidingsniveau etc.) tussen de ingekochte producten en verband houdt met het zorggebruik per gemeente. Ontwikkeling in de aantallen monitoren om veranderingen tijdig in beeld te hebben De gemeenten hebben overeenstemming bereikt over deze verdeelsleutel ‘gewogen zorgzwaarte’. De verdeelsleutel 2025 is gebaseerd op de peildatum 31 december 2024. Ook voor volgende jaren geldt de peildatum 31 december. Elk jaar wordt op basis van de uitkomsten daarvan een financiële verdeling tussen de gemeenten voor het jaar daaropvolgend vastgesteld. De ontwikkeling van het aantal zorgtrajecten per gemeente door het jaar heen wordt gevolgd zodat afwijkingen vroegtijdig in beeld zijn. Eenduidige wijze van budgetteren Voor perceel 1 krijgen de vier consortia vanuit de gemeenten één opdracht en ontvangen daarvoor een lumpsumfinanciering. Het is van belang dat de gemeenten onderling die opdracht ook eenduidig financieel vertalen en verwerken. Dat betekent onder meer dat op eenzelfde wijze naar de ontwikkeling van de volumegroei/krimp wordt gekeken, trends en ontwikkelingen gezamenlijk worden herkend. Taakstellingen in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd worden op eenzelfde wijze verwerkt.

Afgesproken is dat de portefeuillehouders jeugd jaarlijks gezamenlijk de keuze maken hoe dit financieel vertaald gaat worden en de uitkomst meenemen in de voorbereiding van de lokale voorjaarsnota/kadernota. De gezamenlijke sturing op de consortia en onderliggende opdracht wordt daarmee versterkt. Ook voor de taken en financiering van het CJG, perceel 2 en overige jeugdhulp worden eenduidige regionale afspraken gemaakt over volumegroei/krimp en prijsindexatie. Vaststellen definitieve verdeelsleutel 2024 De gemeentelijke bijdragen voor 2024 waren vooralsnog gebaseerd op de verdeling 2023. Nu er een verdeelsleutel is voor 2025 en verder, kan ook de definitieve verdeling 2024 vastgesteld worden. Afgesproken is dat er geen aanpassingen meer worden gedaan. De verdeling 2023 is de basis voor de definitieve verdeling 2024. Daardoor zijn er geen financiële effecten meer voor 2024. Dit is in het kader van de gemeentelijke jaarrekeningen 2024 van belang. 4. Risico’s en kanttekeningen Besluitvorming over hele pakket noodzakelijk De colleges van de 7 gemeenten nemen drie met elkaar verbonden besluiten: de verdeelsleutel 2025 en verder, de begrotingssystematiek Jeugd en de verdeelsleutel 2024. De drie besluiten worden als totaalpakket in alle gemeenten genomen.

Maatwerk nog niet in beeld In 2024 zijn door de gemeenten voor perceel 1, buiten de lumpsum om, verschillende contracten afgesloten en per gemeente lokaal gefinancierd. Dit betreft maatwerk, excessieve casuïstiek en noodmaatregelen GI’s. De uitgaven per gemeente over 2024 voor dit maatwerk zijn niet

Kenmerk: 2025/347357

4/5

meegerekend in de verdeling. In de loop van 2025 volgt een plan van aanpak om de overgang van dit maatwerk van de gemeenten naar de consortia in perceel 1 te faciliteren. Op basis van deze uitkomsten kunnen er nog budgettaire effecten in de verdeling ontstaan, die nu nog niet in beeld zijn. 5. Consequenties en uitvoering De lumpsum 2025 bedraagt in totaal € 83.917.743. Op basis afspraken betekent dit voor de procentuele verdeling het volgende:

In financiële zin zijn de effecten (per gemeente) als volgt (doorrekening onder gelijkblijvende omstandigheden, lumpsum 2025 = basis):

Dit financiële effect wordt meerjarig verwerkt in de Voortgangsrapportage 2025/Kadernota 2026. 6. Bijlagen Geen

Kenmerk: 2025/347357

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2025-2026 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor de raad

Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 25 maart 2025

2025/350988 Moolenburgh, D. 6.3. Openbare orde en veiligheid VH Vendel, M.L. 023-5114911 mvendel@haarlem.nl Het Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2025-2026 geeft uitvoering aan het door de raad vastgestelde Integraal veiligheids- en handhavingsplan 2024- 2026 (hierna: IVH). In het Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2025-2026 staat opgenomen wat de gemeente samen met haar ketenpartners in 2025 en 2026 doet om de doelstellingen uit het IVH te behalen. Het college stuurt dit besluit ter informatie naar de raad om de raad op de hoogte te houden van de voortgang van de uitvoering van het Integraal veiligheids- en handhavingsplan 2024- 2026. Integraal veiligheids- en handhavingsplan 2024- 2026 (2024/115949) en de bijlagen, waaronder het Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2024. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2025-2026 vast te stellen. de secretaris,

Kenmerk: 2025/350988

de burgemeester,

1/5

1. Aanleiding Het Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2025-2026 geeft uitvoering aan het door de raad vastgestelde Integraal veiligheids- en handhavingsplan 2024- 2026 (hierna: IVH). In het Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2025-2026 staat opgenomen wat de gemeente samen met haar ketenpartners in 2025 en 2026 doet om de doelstellingen uit het IVH te behalen. Tweejaarlijks De raad stelt eens per vier jaar de kaders, prioriteiten en doelstellingen van het veiligheidsbeleid vast. Hierop volgde tot en met 2024 een jaarlijks Actieprogramma Veiligheid en Handhaving met een uiteenzetting van de jaarlijkse inzet om de doelstellingen op deze prioriteiten te behalen. Veiligheidsinterventies en intensieve inzet van de gemeente en haar partners zijn in de praktijk echter voor meerdere jaren nodig om resultaten te behalen. Daarom starten we met een tweejaarlijks Actieprogramma Veiligheid en een tweejaarlijks Uitvoeringsprogramma Handhaving. 2. Beoogd resultaat Met het Actieprogramma Veiligheid 2025-2026 wordt uitvoering gegeven aan het door de raad vastgestelde Integraal veiligheids- en handhavingsplan 2024- 2026. Met de uitvoering van het Actieprogramma zet de gemeente in op een vermindering van overlast en criminaliteit in Zandvoort en op het verbeteren van het veiligheidsgevoel van onze inwoners, ondernemers en bezoekers. 3. Onderbouwing voorstel 1.

Het Actieprogramma geeft invulling aan het Integraal veiligheids- en handhavingsplan 20242026. De raad heeft met het Integraal Veiligheids- en Handhavingsbeleid 2023-2026 de prioriteiten en doelstellingen van het veiligheidsbeleid vastgesteld. Tussen 2024 en 2026 gaat er extra inzet naar: • de aanpak van ondermijnende criminaliteit; • de aanpak van jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit en; • het waarborgen van de veiligheid en voorkomen van overlast als het gaat om horeca, toerisme en evenementen. Met het Actieprogramma 2025-2026 geeft het college inzicht in de inzet en acties die er in 2025 en 2026 worden verricht om de doelstellingen uit het Integraal Veiligheids- en Handhavingsplan 20242026 te behalen. 2. Het Actieprogramma zorgt voor een sterke integrale samenwerking met andere domeinen en ketenpartners Het effectief voorkomen en aanpakken van veiligheidsproblemen is een complexe opgave die vraagt om samenwerking met professionals uit het veiligheids- sociaal en fysiek domein. De aanpak van jeugdoverlast- en jeugdcriminaliteit vraagt bijvoorbeeld om een nauwe ketensamenwerking met

Kenmerk: 2025/350988

2/5

partners uit het jeugddomein. De belangrijkste ketenpartners zijn daarom betrokken bij bepalen van onze inzet. 3. Extra cameratoezicht draag bij aan een vermindering van overlast en criminaliteit in Zandvoort Een belangrijk hulpmiddel voor het veilig en beheersbaar houden van het uitgaansgebied en de boulevard is cameratoezicht. In 2024 zijn de vijf bestaande camera’s in en rondom het horecagebied vervangen en is de Boulevard de Favauge, inclusief de toegangsweg via het station, voorzien van vijf nieuwe cameralocaties. Rondom de boulevard wordt het cameratoezicht alleen ingesteld in de zomerperiode, vanwege de massale toestroom van bezoekers naar het strand en de boulevard op warme dagen en de daarmee gepaard gaande risico op openbare ordeverstoringen. Ook in de komende jaren blijven we, naast de andere genomen maatregelen om de openbare orde en veiligheid te waarborgen, gebruikmaken van cameratoezicht in Zandvoort. Daarbij zetten we in op de mogelijkheid om op plekken waar sprake is van ernstige overlast of andere veiligheidsincidenten flexibel cameratoezicht in te stellen, waaronder het Flemingplein. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 1 De huidige arbeidsmarkt maakt het moeilijk om voldoende kwalitatief goede mensen te vinden De gemeente investeert al jaren in het bieden van plekken aan stagiairs en trainees om goede mensen aan te trekken en te behouden.

Ook wordt er extra inzet gepleegd op het gebied van werving. Desondanks is er, vooral bij handhaving, sprake van capaciteitsproblemen door krapte op de arbeidsmarkt. Factoren als het gebrek aan betaalbare huisvesting en vraagstukken op het gebied van woon-werkverkeer maken de concurrentiestrijd met andere gemeenten moeilijk. Dit zorgt ervoor dat er de afgelopen jaren structureel openstaande vacatures onvervuld blijven. Er wordt veel inzet gepleegd om handhavers te werven en te behouden voor de organisatie. Ondanks deze inzet is er het risico dat de benodigde handhavingscapaciteit niet altijd beschikbaar is. 2 Belangrijke veiligheidspartners hebben beperkte capaciteit De capaciteit van het OM en vooral de politie staan onder druk. Dit geldt ook voor ketenpartners uit het sociaal en fysiek domein. Deze capaciteitsproblemen maken dat er soms minder ruimte is voor extra inzet op veiligheidsvraagstukken. Met het Actieprogramma beoogt de gemeente ondanks deze beperkingen tot effectieve gezamenlijke inzet te komen om overlast en criminaliteit aan te pakken, maar deze beperkte capaciteit zorgt wel voor het risico dat vastgestelde inzet en acties in de praktijk niet altijd kunnen worden uitgevoerd.

3 Belangrijke veiligheidspartners zijn in beweging Naast de capaciteitsproblemen de veel van onze partners ervaren zijn enkele belangrijke partners in beweging als gevolg van reorganisaties en nieuwe manieren van financiering en sturing. Met het Actieprogramma beoogt de gemeente ondanks deze veranderingen tot een goede samenwerking te

Kenmerk: 2025/350988

3/5

komen om overlast en criminaliteit aan te pakken, maar deze veranderingen zorgen wel voor het risico dat vastgestelde inzet en acties in de praktijk meer tijd en inzet vragen. 4.1 Kanttekeningen 1 De basistaken houden altijd voorrang boven de intensivering op de geprioriteerde thema’s Vanwege het belang voor de openbare orde en veiligheid hebben en houden basistaken1 altijd voorrang boven de extra inzet op de geprioriteerde thema's. Dit betekent dat er op de geprioriteerde thema's extra wordt ingezet zolang dit niet ten koste gaat van de uitvoering van de basistaken. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Voor de inzet van cameratoezicht zijn extra financien nodig. Het college doet de raad hiertoe een voorstel bij de Voorjaarsnota. 5.2 Communicatie Het besluit en het bijbehorende Actieprogramma zijn na besluitenvorming openbaar. 5.3 Participatie Belangrijke partners als de politie en het OM zijn bij het opstellen van het Actieprogramma betrokken. 5.4 Juridisch Niet van toepassing. Geheimhouding Niet van toepassing. 5.5 Planning De regie op de uitvoering van het Actieprogramma Veiligheid 2025-2026 en het Uitvoeringsprogramma Handhaving 2025-2026 ligt bij de gemeente. Hierbij werkt de gemeente nauw samen met een groot aantal andere partijen uit verschillende domeinen. De politie en partijen als Spaarnelanden zijn onze belangrijkste uitvoeringspartners.

De effecten van onze inzet worden voortdurend gemonitord. 6. Bijlagen 1 Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2025-2026 1 Alle inzet die wordt gepleegd als de openbare orde, de veiligheid en leefbaarheid echt in het geding komt bij acute

veiligheidsproblemen.

Kenmerk: 2025/350988

4/5

Kenmerk: 2025/350988

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Vaststellen Nadere regels jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/11867 Carree, L. 2.2. Voorzieningen jeugd JOS Schraven, M.H.M. 06 42654413 mschraven@haarlem.nl Het college stelt de Nadere regels jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025 vast. In de Nadere regels wordt een aantal zaken, die in de verordening Jeugdhulp op hoofdlijnen zijn benoemd nader uitgewerkt. Het betreft evenals de verordening algemeen verbindende voorschriften. De Nadere regels gaan onder andere in op welke vormen van jeugdhulp beschikbaar zijn, aan welke kwaliteitscriteria de in te zetten jeugdhulp moet voldoen en wanneer daarvan mag worden afgeweken. Ook de inzet van jeugdhulp bij vermoeden van fraude of misbruik komt aan de orde. De Nadere regels zijn bedoeld om jeugdigen en hun ouders meer duidelijkheid en rechtszekerheid te geven wat zij van de gemeente kunnen verwachten en wat de gemeente van hen verwacht.

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt dit besluit ter informatie naar de gemeenteraad. De Nadere regels jeugdhulp vloeien voort uit de Verordening Jeugdhulp die op 25 februari 2025 door de raad is vastgesteld.

Relevante eerdere besluiten

Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025 (2023/1819249) in de raadsvergadering van 25-02-2025.

Besluit college d.d. 25 maart 2025

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De Nadere regels jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025 vast te stellen. 2. De Nadere regels jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025 met terugwerkende kracht in werking te laten treden per 12 maart 2025. de secretaris,

Kenmerk: 2025/11867

de burgemeester,

1/3

1. Inleiding De gemeenteraad van Zandvoort stelde op 25 februari 2025 de Verordening Jeugdhulp Zandvoort 2025 vast. In de verordening is geregeld dat het college bevoegd is om nadere regels vast te stellen. Een aantal zaken uit de verordening Jeugdhulp is uitgewerkt in nadere regels. Deze worden nu aan het college ter besluitvorming voorgelegd. 2. Beoogd resultaat De Nadere regels zijn bedoeld om jeugdigen en hun ouders meer duidelijkheid te geven over wat zij op het gebied van de jeugdhulp van de gemeente kunnen verwachten en wat van hen wordt verwacht. Dit vergroot hun rechtszekerheid. 3. Argumenten De Nadere regels Jeugdhulp zijn een uitwerking van de Verordening Jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025. In de Nadere regels wordt een aantal bepalingen uit de Verordening Jeugdhulp nader uitgewerkt. De Nadere regels sluiten aan bij de gemeenschappelijke uitgangspunten en overwegingen die zijn gemaakt bij de inrichting van het jeugdhulpstelsel, de regionale inkoop en de Regiovisie Jeugdhulp. In de Nadere regels (bijlage 1) is het volgende opgenomen: - Welke vormen van overige voorzieningen vrij toegankelijk zijn zoals het jeugd- en jongerenwerk en gezinscoaching. Aandachtspunt bij artikel 2.1: De voorziening Jeugdhulp op school op door het college vast te stellen scholen, maakt deel uit van de vrij toegankelijke voorzieningen.

Dit met het oog op de ontwikkeling van collectieve jeugdhulp in het onderwijs om deze voorzieningsvrij in te zetten. Hiervoor worden pilots opgestart. Er zijn nog geen scholen aangewezen. -

-

-

Welke vormen van ingekochte jeugdhulp in natura beschikbaar zijn zoals ambulante zorg, vormen van ggz behandeling en jeugdhulp met verblijf. Een overige voorziening die passend en toereikend is, is voorliggend op een individuele voorziening. Zo kan een opvoedcursus ter versterking van opvoedvaardigheden van ouders meer passend zijn dan de inzet van jeugdhulp. Hoe de toeleiding, diagnostiek en behandeling van Ernstige Dyslexie geschiedt. Wat de voorwaarden zijn voor individuele voorzieningen. Het gaat hier om kwaliteitscriteria van de in te zetten jeugdhulp en wanneer daarvan mag worden afgeweken. Hoe respijtzorg kan worden ingezet. Welke voorzieningen wanneer kunnen worden ingezet rondom echtscheidingsproblematiek. Deze voorschriften zijn nodig om de inzet van jeugdhulp bij scheidingsproblematiek te reguleren. Hoe fraude en misbruik van jeugdhulp wordt tegengegaan. Wanneer gebruik kan worden gemaakt van de hardheidsclausule.

Kenmerk: 2025/11867

2/3

4. Risico’s en kanttekeningen Kanttekening: in de Nadere regels jeugdhulp is een aantal bepalingen uit de Verordening Jeugdhulp nader uitgewerkt. Om regionale uniformiteit te garanderen hebben de zeven gemeenten de Nadere regels jeugdhulp evenals de verordening Jeugdhulp in regionaal verband opgesteld. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën De Nadere regels jeugdhulp hebben op zichzelf geen directe financiële consequenties voor de begroting. Ze geven kaders aan voor de verstrekking van een individuele voorziening jeugdhulp en wanneer daarvan kan worden afgeweken. 5.2. Communicatie Communicatie over de nadere regels naar betrokkenen vindt plaats en wordt daar waar mogelijk in regionaal verband opgepakt. 5.3 Participatie De advies- en participatieraden van de zeven gemeenten zijn geïnformeerd dat de regio’s over een aantal bepalingen in de verordening Jeugdhulp nadere regels opstellen, maar ze zijn er niet bij betrokken geweest. In hun advies gaven zij aan met name betrokken te willen worden bij de ontwikkeling van de regionale beleidsregels jeugdhulp. 5.4 Juridisch Het juridisch kader is de Jeugdwet. Het college is bevoegd om de nadere regels vast te stellen. Het besluit is openbaar. Nadat de Nadere regels jeugdhulp zijn vastgesteld door het college, vindt officiële bekendmaking plaats door publicatie in het digitale gemeenteblad.

Daarnaast worden de Nadere regels gepubliceerd op www.overheid.nl. 5.5 Planning Na vaststelling van de Nadere regels volgen de beleidsregels. De beleidsregels geven meer concreet aan hoe de verordening en de nadere regels vertaald worden naar de praktijk. Inmiddels is een proces gestart voor het ontwikkelen van de beleidsregels en deze worden in de loop van 2025 verwacht. 6. Bijlage 1. Nadere regels jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025.

Kenmerk: 2025/11867

3/3

Collegebesluit

Onderwerp Vrijgeven concept GVVP Zandvoort 2025-2040 (Gemeentelijk Verkeers- en VervoerPlan) voor inspraak Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2024/1868192 Gertjan Bluijs 4.3. Leefomgeving BBOR Halteren, P. van

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad.

pvanhalteren@haarlem.nl De gemeente Zandvoort heeft behoefte aan een update van het mobiliteitsbeleid, als uitwerking van de ambities zoals opgenomen in de omgevingsvisie Zandvoort (mobiliteit: slimme bereikbaarheid). Hiervoor is een gemeentelijk verkeers- en vervoerplan (GVVP) opgesteld waar de koers en ambities van mobiliteit in, van en naar Zandvoort is aangegeven. In de bijbehorende uitvoeringsagenda 2025 – 2040 is voor de komende vijftien jaar een eerste voorstel opgenomen, met de focus op de eerste 5 jaar (korte termijn) met welke ‘projecten’ we deze ambities willen gaan bereiken. Belangrijke rode draad in het GVVP is de aandacht voor veiligheid en leefbaarheid naast uiteraard de continue aandacht voor het verbeteren van de bereikbaarheid.

Het vrijgeven van een beleidsnota om reacties op te halen is een taak van het college. Gezien het onderwerp, een verkeers- en vervoerplan, laten we de Raad via dit besluit, al kennis nemen van het concept GVVP. In de technische sessie van donderdagavond 21 september 2024 is de rode draad van het nieuwe GVVP al aan de raad gepresenteerd. Er vindt een vooroverleg met de OBZ, KNRM, club toegankelijkheid Zandvoort en andere specifieke partijen plaats. Er is gesproken met de actiegroep wegverkeerlawaai Zandvoort. Relevante eerdere besluiten

Resultaat Haalbaarheidsonderzoek Oostelijke ontsluiting Zandvoort, collegebesluit d.d. 8 oktober 2024 (2024/1588364)

Kenmerk: 2024/1868192

1/6

Besluit college d.d. 1 april 2025

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Kennis te nemen van de conceptversie van het GVVP Zandvoort 2025-2040, inclusief bijlagerapport van 25 maart 2025, 2. Het concept GVVP Zandvoort 2025-2040, inclusief bijlagenrapport van 25 maart vrij te geven voor inspraakreacties vanaf vrijdag 4 april 2025 tot en met 16 mei 2025, 3. Bij besluitvorming van het definitieve GVVP in de raad van september 2025 een voorstel om de investeringen voor de grotere maatregelen voor de korte termijn via de Voorjaarsnota van 2026 op te nemen in het meerjaren investeringsprogramma (MIOP), 4. In de Voorjaarsnota van 2025 voor de jaren 2026 tot en met 2029 een budget van jaarlijks € 150.000,-- aan te vragen om te kunnen starten met de voorbereidingen en uitvoering van de korte termijn maatregelen zoals opgenomen in het GVVP, 5. In de Voorjaarsnota van 2025 het beschikbare budget voor het GVVP in 2025 met € 50.000,- te verhogen. de secretaris,

de burgemeester,

1. Inleiding Het concept GVVP is gereed om te delen met inwoners en ondernemers om hen een inspraakreactie te vragen op het plan. Een van de punten waardoor dit niet eerder kon was het wachten op de uitkomst van het haalbaarheidsonderzoek oostelijke ontsluiting Zandvoort (Verlengde Herman Heijermansweg). Hierover is nu duidelijkheid, een nieuwe ontsluitingsweg is onhaalbaar, waardoor het GVVP met dit uitgangspunt nu definitief opgesteld kan worden. De ambities uit de omgevingsvisie voor mobiliteit (slimme bereikbaarheid) zijn voor de verschillende modaliteiten, auto, openbaar vervoer, fietsen, lopen verder uitgewerkt. Dit heeft geleid tot een beleidsnota inclusief zogenoemde eerste voorstel van een uitvoeringsagenda voor de komende vijftien jaar met een doorkijk van projecten en studies voor de korte, middellange en lange termijn. De focus in de projecten ligt op het verbeteren van de veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid van Zandvoort, met name voor de korte termijn. Afgelopen jaren is het parkeerbeleid fors herzien en is hierover al een raadsbesluit genomen. Hierdoor kan in het GVVP minder aandacht aan parkeren worden gegeven, omdat hiervoor immers het beleid al is vastgesteld. Wel is nog een nieuwe parkeernormennota in de maak die eind 2025 voor besluitvorming in de raad wordt aangeboden. Waar het GVVP, rondom het thema parkeren, wel aandacht voor heeft zijn de gewenste

Kenmerk: 2024/1868192

2/6

noodzakelijke fysieke aanpassingen aan de parkeerroutes. Dit om de bereikbaarheid van de parkeerterreinen te verbeteren als ondersteuning van het nieuwe Parkeerroute informatiesysteem dat in 2025 gerealiseerd gaat worden. 2. Besluitpunten college Besluit: 1. Kennis te nemen van de conceptversie van het GVVP Zandvoort 2025-2040, inclusief bijlagerapport van 25 maart 2025, 2. Het concept GVVP Zandvoort 2025-2040, inclusief bijlagenrapport van 25 maart vrij te geven voor inspraakreacties vanaf vrijdag 4 april 2025 tot en met 16 mei 2025, 3. Bij besluitvorming van het definitieve GVVP in de raad van september 2025 een voorstel om de investeringen voor de grotere maatregelen voor de korte termijn via de Voorjaarsnota van 2026 op te nemen in het meerjaren investeringsprogramma (MIOP), 4. In de Voorjaarsnota van 2025 voor de jaren 2026 tot en met 2029 een budget van jaarlijks € 150.000,-- aan te vragen om te kunnen starten met de voorbereidingen en uitvoering van de korte termijn maatregelen zoals opgenomen in het GVVP, 5. In de Voorjaarsnota van 2025 het beschikbare budget voor het GVVP in 2025 met € 50.000,- te verhogen. 3. Beoogd resultaat Het concept GVVP is gereed om het te delen met ondernemers en inwoners van Zandvoort. Nu ligt er dan een concept GVVP waar inwoners en ondernemers op kunnen reageren.

Na het sluiten van de reactietermijn, half mei 2025, worden de inspraakreacties gebundeld en beoordeeld in een nota van beantwoording. De inspraakreacties kunnen leiden tot aanpassingen aan het concept GVVP. De nota van beantwoording geeft duidelijk aan welke wijzigingen zijn verwerkt zijn in het definitieve GVVP. Bij vaststellen van het GVVP door de gemeenteraad hoort ook een akkoord op de nota van beantwoording. Het definitieve GVVP, dat aan de raad wordt aangeboden, gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, een planning van projecten en een voorstel van financiering voor de voorbereiding en realisatie van structurele, kleine en grotere maatregelen voor minimaal de korte termijn. Na de raadsbehandeling is de definitieve uitvoeringsagenda voor de komende jaren vastgelegd en dus ook de prioritering van de studies en maatregelen bepaald. 4. Argumenten Het GVVP is hard nodig als basis voor alle ontwikkelingen en ambities waar Zandvoort de komende jaren voor staat. Het GVVP geeft de gekozen koers aan hoe we bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid in Zandvoort kunnen verbeteren voor alle modaliteiten.

Onderzoek (een enquête onder bewoners), data van de ongevalsgegevens en de risicoanalyse hebben aangetoond dat de verkeersveiligheid in Zandvoort echt verbeterd moet worden en dat de leefbaarheid ook op locaties beter kan, zodat we zonder zorgen kunnen blijven ontwikkelen en groeien. Om inzicht te krijgen waar

Kenmerk: 2024/1868192

3/6

maatregelen noodzakelijk zijn hebben we 6 integrale oplossingsrichtingen op basis van de knelpunten en de gemeentelijke koers geformuleerd: 1. De leefbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid van de Zandvoortse hoofdwegen verbeteren. 2. Aan de slag voor een aantrekkelijk en veilig dorpscentrum. 3. Optimale autoroutes creëren van en naar de parkeerterreinen en wandelroutes naar eindbestemming. 4. Comfortabele en veilige fietsroutes en aantrekkelijke fietsparkeerplekken realiseren. 5. OV-bereikbaarheid op peil houden en mogelijk verbeteren. 6. Aandacht voor leefbare en veilige woonwijken en buurten. Met name de oplossingsrichtingen voor de komende 5 jaar zijn uitgewerkt, de oplossingsrichtingen voor de middellange en lange termijn zijn globaler opgenomen. Het GVVP is een dynamisch document, elke nieuwe collegeperiode kan de koers (beperkt) gewijzigd worden en wellicht geschoven worden in de prioritering. Zandvoort blijft actief in de GR (Gemeenschappelijke Regeling) bereikbaarheid Zuid-Kennemerland, zodat we ook regionaal goed bereikbaar blijven, aan doorfietsroutes werken, in gesprek blijven met de NS en de provincie Noord-Holland, blijven werken aan de uitvoering van de projecten uit de studie Bereikbaarheid Kust en in contact blijven over de mogelijkheden van subsidies.

Ook geeft het GVVP via projecten invulling aan de noodzaak om de bestaande parkeerterreinen nog beter bereikbaar te maken door de parkeerroutes en het parkeerverwijssysteem te optimaliseren. Participatie en inspraak We leggen deze conceptversie van het GVVP voor aan de inwoners en ondernemers van Zandvoort, juist om te horen of de koers, de maatregelen en de prioritering die we hierbij voorstellen worden gedragen. De inwoners en ondernemers krijgen hier de ruimte om maatregelen, die wij wellicht over het hoofd hebben gezien, voor te stellen of voorgestelde studies en maatregelen aan te scherpen. Via de gemeentesite kan in de periode van vrijdag 4 april tot en met 16 mei 2025 een formulier worden ingevuld voor inspraakreacties. Ook wordt op 10 april een inloopavond georganiseerd voor de inwoners en ondernemers van Zandvoort voor vragen en persoonlijke toelichting. Een aantal specifieke belanghebbenden, zoals onder andere de ondernemersvereniging OBZ, de georganiseerde club toegankelijkheid Zandvoort en de KNRM worden in een aparte sessie inhoudelijk geïnformeerd. Eerder is al met de actiegroep wegverkeerlawaai Zandvoort de opzet van het GVVP besproken. De gemeenteraad is eerder geïnformeerd via een technische sessie op donderdagavond 21 november 2024.

Deze inloopavond als reactiemoment op het GVVP en de uitvoeringsagenda vervangt zeker niet de participatie rondom de uitwerking van de genoemde maatregelen. Per project wordt, indien nodig, een eigen participatietraject opgestart met direct betrokkenen. Op dat moment is dan nog ruimte voor inbreng op het schetsontwerp en bij de verdere uitwerking. Bezwaar kan altijd nog gemaakt worden via bijvoorbeeld nog te nemen verkeersbesluiten.

Kenmerk: 2024/1868192

4/6

Financiën Voor de voorbereidingskosten en realisatiekosten van de kleinere maatregelen voor de korte termijn, zoals maatregelen rondom scholen, inzet van Veilig Verkeer Nederland, het meedoen aan campagnes, educatie, oplossen van kleine verkeersklachten, tellingen, monitoring etc. is een globale kosteninschatting gemaakt van € 50.000 per jaar. Dit is structureel aangevraagd in de Voorjaarsnota 2025. Voor de voorbereiding van de grotere maatregelen uit het GVVP (studie Kostverlorenstraat, onderzoek fietsenstallingen en fietspaden, looproutes, etc.) is een inschatting gemaakt dat hiervoor € 100.000 per jaar noodzakelijk is. Dit budget is ook aangevraagd via de Voorjaarsnota van 2025. . Voor 2025 is nog een ophoging van € 50.000,- gevraagd in de Voorjaarsnota 2025 bovenop het al beschikbare budget van € 80.000,- . Voor realisatie van de grotere maatregelen (zoals investeringen in de herinrichting van wegen), die benoemd zijn bij de korte termijn periode, wordt bij het vaststellen van het GVVP in september 2025 in de financiële notitie een besluit gevraagd om hiervoor in de Voorjaarsnota van 2026 investeringsbudget op te nemen en de projecten op te nemen in het meerjaren investeringsprogramma (MIOP). Het budget dat we opnemen in het MIOP wordt eerst globaal in beeld gebracht.

Bij de nadere uitwerking en het ontwerpen van de projecten is er een nauwkeuriger beeld van de noodzakelijke investeringsbedragen voor de uitvoering en kan op dat moment het benodigde krediet worden gevraagd en opgenomen in het MIOP. 5. Risico’s en kanttekeningen Het GVVP vormt het beleidskader en geeft richting voor de gemeente bij de uitvoering van projecten die opgenomen zijn in een uitvoeringsagenda. Op dit moment ligt er een ambtelijk voorstel, afgestemd met de wethouder van maatregelen en projecten die in de korte termijn opgepakt moeten worden. Op basis van inspraak, de raadsbehandeling, beschikbare budgetten en ambtelijk capaciteit kan de prioritering van de uitvoeringsagenda korte termijn uiteraard nog aangepast worden. Het GVVP geeft op dit moment een eerste indruk van de maatregelen. Er zijn maatregelen opgenomen waar nog verschillende oplossingsrichtingen mogelijk zijn. De uitwerking tot voorkeursvariant wordt per project opgepakt, uiteraard in overleg met direct omwonenden en betrokkenen. Het is niet gebruikelijk dat een GVVP al voor 15 jaar alle projecten en studies heeft uitgewerkt, het geeft richting aan de opgaven waar de gemeente voor staat en blijft dus op hoofdlijnen qua oplossingsrichting.

Kenmerk: 2024/1868192

5/6

6. Uitvoering Nadat het besluit tot vrijgave voor reacties is genomen worden de volgende acties ingezet: • het concept GVVP (zie bijlage 1) wordt op de gemeentesite geplaatst met een nieuwsbericht waarin mensen worden opgeroepen om vanaf vrijdag 4 april hun reactie (digitaal) aan te bieden via het format dat via de link: GVVPZandvoort@Zandvoort.nl in te vullen is, • Op donderdag 3 april is de projectpagina gereed en een nieuwsbericht met deze oproep op de website beschikbaar, • De reactietermijn is zes weken en eindigt op vrijdag 16 mei 2025, • In week 15, donderdag 10 april, wordt een inloopavond georganiseerd. Hier hebben de inwoners en ondernemers de gelegenheid om het plan beter te bekijken en vragen te stellen aan de aanwezige deskundigen. • Nadat alle reacties verzameld zijn wordt een nota van beantwoording opgesteld waarin duidelijk aangegeven wordt welke reacties leiden tot aanpassingen om te komen tot een definitief GVVP, • Deze nota van beantwoording is een bijlage bij het vaststellen van het definitieve GVVP. • Na vaststelling van het GVVP kan gestart worden met de eerste uitwerkingen van de uitvoeringsagenda voor 2025. 7. Bijlagen Concept GVVP Zandvoort 2025 – 2040 van 25 maart 2025 Concept bijlagerapport GVVP Zandvoort 2025 – 2040 van 25 maart 2025

Kenmerk: 2024/1868192

6/6

Collegebesluit

Onderwerp Startnotitie Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030 Nummer 2025/166032 Portefeuillehouder Bluijs, G.J. Programma/beleidsveld 4.1. Wonen en ruimtegebruik Afdeling ECDW Auteur Batema, R. Telefoonnummer 0638687680 Email rbatema@haarlem.nl Kernboodschap Met het aflopen van de huidige woonvisie eind 2025 en de ontwikkeling van nieuwe wetgeving is het voornemen om een volkshuisvestingsprogramma op te stellen dat voldoet aan de vereisten en kaders van nieuwe wetgeving en vastgesteld wordt door de raad. De startnotitie geeft de opzet, inhoud en het proces om te komen tot het volkshuisvestingsprogramma weer. In het volkshuisvestingsprogramma wordt expliciete aandacht besteed aan de hoofdthema’s: 1. beschikbaarheid en betaalbaarheid, 2. aandachtsgroepen, 3. duurzaamheid, 3. leefbare wijken en 5. samenwerking. Hiervoor wordt bij de raad, bij stakeholders en bij inwoners input opgehaald. Bij de raad vindt dit plaats aan de hand van een uitgangspuntennotitie. De planning is om begin 2026 een Volkshuisvestingsprogramma voor de komende vijf jaar vast te stellen (2026 tot en met 2030), met een doorkijk naar 2035. Een actueel volkshuisvestingsprogramma is nodig voor prestatieafspraken met corporaties en huurdersvertegenwoordiging, afspraken met (ontwikkelende) partijen en als toetsingskader voor andere initiatiefnemers.

Behandelvoorstel voor Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. de raad In het kader van actieve informatieplicht stuurt het college dit besluit naar de gemeenteraad. Het college vindt het belangrijk om de raad te informeren over de wijze waarop de nieuwe woonvisie 'het volkshuisvestingsprogramma' tot stand komt, en welke rol voor de raad is weggelegd. Wonen is een zeer belangrijk thema in Nederland en in de gemeente Zandvoort en de gemeenteraad wordt betrokken bij de keuzes die binnen dit thema gemaakt moeten worden.

Kenmerk: 2025/166032

1/6

Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 1 april 2025

Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019 tot en met 2025 (2019/180616) in raadsvergadering 10 april 2019. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De Startnotitie Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030 vast te stellen. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding De woonvisie Zandvoort “Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019-2025” loopt tot en met 31 december 2025. Op dit moment zijn gemeenten nog verplicht om elke vijf jaar een nieuwe woonvisie vast te stellen op basis van de Woningwet. Dit verandert met het wetsvoorstel ‘Versterking regie volkshuisvesting’ dat waarschijnlijk dit najaar door de Tweede Kamer wordt behandeld. Wanneer de wet in werking treedt (op z’n vroegst 1 januari 2026, afhankelijk van behandeldatum) wordt volkshuisvesting een doel onder de Omgevingswet en wordt het volkshuisvestingsprogramma een verplicht programma onder de Omgevingswet. Het volkshuisvestingsprogramma vervangt daarmee de woonvisie. Met het aflopen van de huidige woonvisie en de ontwikkeling van nieuwe wetgeving is het voornemen om een document op te stellen dat voldoet aan de vereisten en kaders van nieuwe wetgeving en wordt vastgesteld door de raad. In deze startnotitie (bijlage A) worden de kaders hiervoor vastgelegd. 2. Beoogd resultaat Met het vaststellen van de startnotitie worden de opzet, inhoud op hoofdlijnen en het proces om te komen tot het volkshuisvestingsprogramma voor de periode 2026-2030 met een doorkijk naar 2035, met expliciete aandacht voor de volgende thema’s vastgelegd: beschikbaarheid en betaalbaarheid, aandachtsgroepen, duurzaamheid, leefbare wijken en samenwerking.

Onderwerpen die verplicht zijn onder het wetsvoorstel 'Regie op de Volkshuisvesting’ vallen onder deze overkoepelende thema’s. 3. Onderbouwing voorstel 1. Het besluit past in het ingezet beleid. Het volkshuisvestingsprogramma zorgt ervoor dat de genoemde ambities uit het coalitieprogramma “Voor Zandvoort” worden bestendigd, zoals het toevoegen van woningen van goede kwaliteit voor diverse doelgroepen en extra inspanning voor de realisatie van sociale huurwoningen. De ambities van de huidige woonvisie die nog actueel zijn, worden opnieuw opgenomen en aangevuld met nieuwe ambities en wettelijke vereisten. Op basis van actueel volkshuisvestingsbeleid kunnen

Kenmerk: 2025/166032

2/6

(prestatie)afspraken worden gemaakt met corporaties en andere private (ontwikkelende) partijen en ook dient het als toetsingskader voor initiatiefnemers. 2. De gemeenteraad stelt vast waar het volkshuisvestingsprogramma over gaat. Wanneer het wetsvoorstel ‘Versterking regie Volkshuisvesting’ in werking treedt zal het volkshuisvestingsbeleid onder de Omgevingswet vallen. Het vaststellen van het volkshuisvestingsprogramma zal als programma een collegebevoegdheid worden. Vooralsnog is het vaststellen van het volkshuisvestingsbeleid een raadsbevoegdheid. Het biedt het kader voor het beleidsterrein volkshuisvesting voor de komende jaren. Door het vaststellen van de startnotitie stelt het college vast hoe en op wat voor manier het volkshuisvestingsbeleid wordt geactualiseerd en op welke momenten de raad wordt betrokken. 3. Het volkshuisvestingsprogramma is kaderstellend voor de bijdrage die corporaties leveren. De woonvisie 2021-2025 is kaderstellend voor “het bod” van de corporaties. De Woningwet bepaalt dat woningcorporaties een redelijke bijdrage moeten leveren aan het lokale volkshuisvestingsbeleid. Corporaties formuleren deze bijdrage in het ‘bod’ aan de gemeente en nodigen de gemeente en huurders daarna uit om prestatieafspraken te maken.

Een beleidskader dat voor de komende jaren van kracht is, stelt corporaties in staat om een bod voor meerdere jaren op te stellen en afspraken voor meerdere jaren te maken, indien gewenst. De wettelijke grondslag voor prestatieafspraken blijft onveranderd met het nieuwe wetsvoorstel ‘Versterking regie Volkshuisvesting’. 4. Het actieprogramma ‘wonen en zorg’ wordt onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma. De raad heeft begin 2024 een startnotitie vastgesteld voor het opstellen van een actieprogramma wonen en zorg (ouderen, beschermd wonen, maatschappelijk opvang, jeugd). Dit actieprogramma is in december 2024 door het college vrijgegeven voor inspraak. Nadat het door de raad is vastgesteld zal het een van de onderdelen uitmaken van het op te stellen volkshuisvestingsprogramma. 5. Beleidsevaluatie huidige woonvisie is mede input volkshuisvestingsprogramma. Omdat de huidige woonvisie eind 2025 verloopt is de stand van zaken van de uitvoering van de woonvisie geëvalueerd (bijlage B). De uitkomsten van deze evaluatie wordt meegenomen in het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma. 4. Risico’s en kanttekeningen 1. Het opstellen en de uitvoering van het volkshuisvestingsprogramma wordt beïnvloed door rijksregelgeving.

De besluitvorming van de wetsvoorstel ‘Versterking regie Volkshuisvesting’ kan van invloed zijn op de realisatie van de ambities in het op te stellen volkshuisvestingsprogramma. Dit betekent dat tijdens de besluitvorming van de Wet ‘Versterking regie Volkshuisvesting’ nog inhoudelijke aanvullingen of vormvereisten kunnen komen. Het volkshuisvestingsprogramma wordt hier dan op aangepast.

Kenmerk: 2025/166032

3/6

Daarnaast is de uitwerking van het programma-akkoord op een aantal onderdelen (waaronder het verbod op voorrang voor statushouders) nog onduidelijk. Het wetsvoorstel ‘Versterking regie Volkshuisvesting’ schrijft voor dat op Rijksniveau en provinciaal niveau er ook volkshuisvestingsprogramma's worden vastgesteld. De Provincie Noord-Holland heeft in haar ‘Actieagenda wonen en versnellen woningbouw 20242028’ opgenomen dat deelregio's (zoals Zuid-Kennemerland/IJmond) een volkshuisvestingsprogramma kunnen opstellen met de provincie. Het is waarschijnlijk dat de deelregiogemeenten in Zuid-Kennemerland/IJmond hiervan gebruik willen maken. De deelregiogemeenten werken immers samen met de provincie en de regionale corporaties aan de hand van het regionaal ‘Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025’. De verwachting is ook dat de Zandvoortse doelstellingen voor wat betreft de regionale samenwerking hier goed in zullen passen. 2. De actualisatie van de woonvisie zal aansluiten op ontwikkelingen op andere beleidsterreinen. De verwachting is dat vanuit de Omgevingswet er ook onderwerpen zijn, waar vooral de koppeling met aanverwante beleidsproducten van andere afdelingen goed moet worden geborgd, maar die niet inhoudelijk primair in het volkshuisvestingsprogramma zullen landen. Eventuele essentiële raakvlakken met dit beleid zullen worden benoemd, worden afgestemd c.q.

naar worden verwezen. Conform de Omgevingswet en wetsvoorstel "Versterking regie Volkshuisvesting’ valt het volkshuisvestingsprogramma onder de Zandvoortse omgevingsvisie. Het volkshuisvestingsprogramma betreft geen integrale visie op stedelijke ontwikkeling. Naast het volkshuisvestingsprogramma wordt onderzoek gedaan naar strategieën voor het toevoegen van onder andere woningen voor de periode na 2030. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Voor de uitvoering van het volkshuisvestingsprogramma is er budget nodig. Om het volkshuisvestingsprogramma vorm te geven worden kosten gemaakt, denk hierbij aan kosten in het kader van participatie en vormgeving. Voor het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma wordt voor 2025 een bedrag van circa € 15.000 begroot. De onttrekking aan de reserve Wonen wordt bij de voorjaarsnota aan de raad voorgelegd. 5.2 Participatie Participatie, inspraak en betrokkenheid van de raad zorgen voor draagvlak van het volkshuisvestingsprogramma. Er is een aantal momenten waarop de raad betrokken zal worden (zie bijlage A). Ten eerste via deze startnotitie, die ter informatie aan de raad wordt aangeboden. Vervolgens wordt de raad om richting gevraagd aan de hand van een uitgangspuntennotitie, waar voor een aantal van de hoofdthema's meer duiding komt. Verder kan het concept-

Kenmerk: 2025/166032

4/6

volkshuisvestingsprogramma gedurende de inspraakperiode besproken worden in de raadscommissie. Over de hoofdthema’s van het volkshuisvestingsprogramma worden gesprekken met partners en bewoners in het dorp gevoerd. In maart en april 2025 worden er stakeholdersessies georganiseerd waarbij alle relevante stakeholders worden geïnformeerd over het volkshuisvestingsprogramma en het traject, en waarbij we met hen per beroepsgroep op een verdiepende manier in gesprek gaan. Stakeholders zijn onder andere: ontwikkelaars, makelaars, woningcorporaties, huurdersorganisaties, provincie Noord-Holland en regiopartners (o.a. MRA, ZuidKennemerland/IJmond). Daarnaast wordt het Inwonerspanel Zandvoort, bestaande uit ruim 1.500 Zandvoorters, gevraagd een digitale enquête in te vullen. In deze enquête leggen we de inwoners enkele dilemma’s rondom het thema wonen voor, alsook twee open vragen. Met behulp van de teams communicatie en Data, Informatie en Analyse (DIA) wordt gewerkt aan een doeltreffend en toegankelijk programma. Na afloop worden de resultaten aan de deelnemers teruggekoppeld. In aanvulling hierop wordt gebruik gemaakt van beschikbare data die jaarlijks wordt opgehaald via de Inwonerspeiling Zandvoort en tweejaarlijks via het WiMRA-onderzoek (in dit geval WiMRA 2023).

Als het volkshuisvestingsprogramma in concept gereed is, start de inspraakperiode, die naar alle waarschijnlijkheid zal lopen van begin oktober tot half november. In de Nota van Antwoord bij vaststelling van het volkshuisvestingsprogramma wordt kenbaar gemaakt wat er met de inspraak is gedaan. 5.3 Juridisch Het opstellen van een woonvisie was een verplichting voor gemeenten op grond van de Woningwet. Deze zal met het wetsvoorstel ‘Versterking regie volkshuisvesting’ vervangen worden door de plicht om op grond van de Omgevingswet de omgevingsvisie vast te stellen en het hierin opgenomen beleid gericht op de volkshuisvesting verder uit te werken in een verplicht volkshuisvestingsprogramma. 5.4 Planning In de bijgevoegde startnotitie (bijlage A) is een stappenplan gemaakt voor het opstellen van het volkshuisvestingsprogramma. Zo is de eerste stap een analyse van de huidige woonvisie, actuele ontwikkelingen en recente onderzoeken. In maart en april 2025 wordt input opgehaald bij stakeholders en inwoners. De raad wordt op een aantal momenten betrokken en kan zijn input meegeven. Zo wordt de raad aan de hand van een uitgangspuntennotitie om richting gevraagd. Tijdens de officiële inspraakperiode (oktober en november 2025) kan het concept volkshuisvestingsprogramma geagendeerd worden ter bespreking en tot slot stelt de gemeenteraad het volkshuisvestingsprogramma vast.

Daarna kan begonnen worden met de implementatie van de uitvoeringsagenda van het volkshuisvestingsprogramma.

Kenmerk: 2025/166032

5/6

6. Bijlagen De volgende bijlagen zijn bijgevoegd: 1. Startnotitie ‘Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030’; 2. Stand van zaken uitvoering Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019-2025.

Kenmerk: 2025/166032

6/6

Collegebesluit

Onderwerp Vaststellen Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst IJmond Nummer 2025/121690 Portefeuillehouder De Kloet, J.J. Programma/beleidsveld 6.3 Openbare orde en veiligheid Afdeling VTH Auteur Dool, van den W. (afdeling ID) Telefoonnummer 06-42654923 Email wdool@haarlem.nl Kernboodschap Het Uitvoeringsprogramma 2025 (bijlage 1) beschrijft de uitvoering van taken door de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) voor de deelnemende gemeenten. Voor Zandvoort zijn naast de verplichte inbreng van milieutaken aanvullende afspraken gemaakt waaronder het toezicht en handhaving ten behoeve van het Formule 1 evenement en de toeristische verhuur.

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 25 maart 2025

Het college is op grond van artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit bevoegd tot vaststelling van het Uitvoeringsprogramma. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad, waarmee de gemeenteraad geïnformeerd wordt over de zaken en werkzaamheden die de Omgevingsdienst IJmond in 2025 op gaat pakken. Zienswijze op de eerste begrotingswijziging 2024 gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond en ontwerpbegroting 2025 (raad van 16-07-2024) (2024/872524) Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Het uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst IJmond vast te stellen; de secretaris,

Kenmerk: 2025/121690

de burgemeester,

1/4

1. Inleiding Het uitvoeringsprogramma is onderdeel van de planning & controle cyclus van de Omgevingsdienst IJmond (hierna ODIJ) met twee tussentijdse rapportages en een jaarverslag. Op basis van de tussentijdse rapportages kunnen de deelnemers op de opdracht bijsturen. In 2025 wordt gestart met het verbeteren van de planning & controlecyclus en rapportages. Ook de activiteiten buiten de programmering vallen hieronder en dienen beter op elkaar aan te sluiten. Met het Uitvoeringsprogramma 2025 zet ODIJ in vergelijking met vorig jaar een aantal stappen. ODIJ formuleert de prognose realistischer door de planning te koppelen aan beschikbare middelen en capaciteit. Ook borgt ODIJ dat de planning & controlecyclus niet alleen voor de uitvoering van de wettelijke taken, maar de gehele dienstverlening wordt verbeterd. De beschikbare capaciteit is voor de verschillende productgroepen door ODIJ opnieuw berekend. De productgroepen zijn op basis van gemeentelijke beleidsplannen en vigerende wetgeving tot stand gekomen waarbij zoveel mogelijk rekening is gehouden met relevante ontwikkelingen en wensen van de gemeenten. Denk daarbij aan toezicht bij bedrijven, maar ook op andere beleidsterreinen zoals duurzaamheid, bodem en externe veiligheid.

Prioriteit ligt bij de uitvoering van de wettelijke taken toezicht en handhaving op bedrijven gebaseerd op geprognosticeerde aantallen: controle op de type C locaties met de hoogste prioriteit en waar mogelijk aangevuld met controle op type B locaties met aandacht voor de lokale prioriteiten. Voor Zandvoort zijn naast de milieu basistaken aanvullende afspraken gemaakt waaronder het toezicht en handhaving voor het Formule 1 evenement en de toeristische verhuur. 2. Besluitpunten college Het College besluit: 1. Het uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst IJmond vast te stellen; 2. Het Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst IJmond ter kennisname aan de raad te sturen. 3. Beoogd resultaat Een vastgesteld uitvoeringsprogramma Omgevingsdienst IJmond 2025 waarin de taken en werkzaamheden omschreven zijn die uitgevoerd worden. Het belangrijkste doel is om de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving op milieu gerelateerde terreinen te verbeteren. 4. Argumenten Het voorstel past in het ingezette beleid Het ‘beleidskader VTH milieu 2023-2026’ vormt, tezamen met de jaarlijkse gemeentelijke prioriteiten het raamwerk voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma voor de taken van Omgevingsdienst IJmond.

Het regionaal kader is onderdeel van de beleidscyclus zoals vastgelegd in de VTH kwaliteitscriteria 3.0 Het college is bevoegd tot vaststelling van het uitvoeringsprogramma zoals die wettelijk verplicht zijn voor organisaties die taken uitvoeren op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (waaronder provincies, gemeente en uitvoerings-

Kenmerk: 2025/121690

2/4

diensten). Op grond hiervan zijn gemeenten verplicht om op regionaal niveau afgestemd uitvoeringsen handhavingsbeleid vast te stellen en jaarlijks een uitvoeringsprogramma vast te stellen. Het college is op de hoogte van de situatie van ODIJ: waar de organisatie staat in de uitvoering van haar opdracht en de toekomstige opgaven en het veranderende speelveld waarin ODIJ zich bevindt. ODIJ onderzoekt hoe aan de landelijke kwaliteits- en robuustheidscriteria kan worden voldaan: bijvoorbeeld door meer samen te werken met andere omgevingsdiensten. In 2025 wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn om vanuit dit inzicht richtinggevende keuzes te maken. Keuzes die bijdragen aan het toewerken naar een toekomstbestendige organisatie in relatie tot de opdracht en de veranderende opgaven. In 2024 zijn maatregelen genomen om de achterstanden in de uitvoering in te lopen. Dit loopt in 2025 door. ODIJ controleert totaal 205 bedrijven met een vergunning verdeeld over het gehele werkgebied en bezoekt een groot aantal bedrijven (circa 1.500 binnen het werkgebied) met een hoog risico op omgevingsveiligheid én die al vijf jaar of langer niet zijn bezocht. Dit is onderdeel van het Uitvoeringsprogramma 2025. Duurzaamheid en klimaataspecten Duurzaamheid is één van de gemeentelijke prioriteiten waaraan ODIJ uitvoering geeft. Ook dit staat beschreven in het uitvoeringsprogramma 2025.

Financiering van het uitvoeringsprogramma 2025 Het uitvoeringsprogramma 2025 van Zandvoort past op dit moment binnen de programmabegroting voor de milieu-, bouw en toezicht en handhavingstaken. Wel vindt met ODIJ nog overleg plaats over een aantal incidentele opdrachten en budgetten. Het budget wordt gedurende het jaar gemonitord met in het bijzonder de legesinkomsten. Naar aanleiding van de herziene begroting 2025 van ODIJ wordt in de voorjaarsnota 2025 de raad gevraagd de extra bijdrage van (afgerond) € 200.000 voor het ontwikkelprogramma in 2025 beschikbaar te stellen, omdat het algemeen bestuur afgelopen december met de eerste begrotingswijziging 2025 heeft ingestemd. 5. Risico’s en kanttekeningen Toezicht op de organisatie en uitvoering Gemeenten en provincies zijn verantwoordelijk voor de milieutaken en het uitvoeren van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De provincie Noord Holland houdt toezicht op de omgevingsdiensten in de provincie en hoewel ODIJ voor de uitvoering in de gemeente is gemandateerd blijft de gemeente ook zelf verantwoordelijk. Het college is bevoegd tot vaststelling van het uitvoeringsprogramma Het college van burgemeester en wethouders dient jaarlijks een uitvoeringsprogramma vast te stellen. Indien het uitvoeringsprogramma niet wordt vastgesteld wordt niet voldaan aan artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit.

Indien het college het uitvoeringsprogramma 2025 van ODIJ niet vaststelt,

Kenmerk: 2025/121690

3/4

kan dit leiden tot de beoordeling ‘niet adequaat’ door de provincie Noord-Holland (interbestuurlijk toezichthouder van ODIJ). 6. Uitvoering Het Uitvoeringsprogramma 2025 ODIJ is het kader van de uitvoering van Omgevingsdienst IJmond. Het Uitvoeringsprogramma geeft inzicht in de taken die bij de ODIJ zijn belegd. Het programma is tot stand gekomen op basis van gemeentelijke wensen en vigerende wetgeving waarbij zoveel mogelijk rekening is gehouden met alle relevante nieuwe ontwikkelingen. Het Uitvoeringsprogramma 2025 van ODIJ wordt bekendgemaakt en digitaal beschikbaar gesteld via https://www.odijmond.nl/up2025 7. Bijlagen Bijlage 1: Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst IJmond Bijlage 2: Samenvatting uitvoering per gemeente 2025 Omgevingsdienst IJmond

Kenmerk: 2025/121690

4/4

Collegebesluit

Onderwerp De invloed van de schaalvergroting van horeca-exploitatiebedrijven op het onderhuurverbod zoals dat is opgenomen in de huurovereenkomsten strandpaviljoens. Nummer 2023/613358 Portefeuillehouder Carree, L. Programma/beleidsveld 5.3 Overige beheerstaken Afdeling JZ Auteur Esveld, M. Telefoonnummer 06 - 2802 3082 Email mesveld@haarlem.nl Kernboodschap Onderhuur van strandpaviljoens is contractueel niet toegestaan. Dit had van oudsher een deels principiële, deels praktische achtergrond: de gemeente wilde grip houden op de wijze waarop de strandpaviljoens werden geëxploiteerd. Echter, door de verdergaande professionalisering van de strandhoreca van de laatste jaren staat het onderhuurverbod steeds meer ter discussie. Om aan deze discussie een eind te maken wordt voorgesteld het onderhuurverbod als uitgangspunt handhaven, maar in uitzonderingsgevallen onder voorwaarden die de gemeentelijke grip op de strandexploitatie zekerstellen, toestemming te geven voor onderhuur. Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad.

Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 1 april 2025

N.v.t. Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Het onderhuurverbod als uitgangspunt handhaven, maar in uitzonderingsgevallen onder per individueel geval vast te stellen voorwaarden die de gemeentelijke grip op de strandexploitatie zekerstellen, van dit verbod af te kunnen wijken; 2. Een verzoek tot afwijking van het onderhuurverbod wordt niet in behandeling genomen als dit: a. niet vooraf is afgestemd met de assetmanager Zandvoort, en b. niet compleet en volgens afspraak is ingediend. de secretaris,

Kenmerk: 2023/613358

de burgemeester,

1/5

1. Inleiding 1. In art. 10.2 van de huurovereenkomst die de gemeente met de strandpaviljoenhouders heeft gesloten komt het volgende voor, woordelijk luidend: “10.2 Persoonlijke exploitatie Huurder moet zijn zaak persoonlijk en voor eigen rekening exploiteren. Het is huurder niet toegestaan het gehuurde en de daarop te realiseren opstallen aan derden (onder) te verhuren of in gebruik te geven (…) zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurster (…). Verhuurster is niet verplicht toestemming te verlenen. (…).”

2. Dit correspondeert met het hetgeen is vastgelegd in art. 6 van de Algemene Bepalingen: “Het is huurder niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurster, het gehuurde geheel of gedeeltelijk aan derden in huur, onderhuur of gebruik af te staan, waaronder mede wordt begrepen het inbrengen in een personenvennootschap of rechtspersoon.”

3. Het in deze twee bepalingen neergelegde onderhuurverbod had van oudsher een duidelijke, deels principiële, deels praktische achtergrond: de gemeente wilde grip houden op de wijze waarop de strandpaviljoens werden geëxploiteerd. Een aantal decennia geleden dreven veel exploitanten hun strandpaviljoen (destijds vaak meer gelijkend op een snackbar dan op een restaurant) in de vorm van een eenmanszaak. De huurder van het strandperceel was dezelfde persoon als de exploitant van het paviljoen. Werd de huur niet (op tijd) betaald, werd het perceel niet schoongehouden, of was er iets anders aan de hand, dan werd de huurder/exploitant daarop aangesproken. Dat maakte de lijnen voor handhaving van de regels kort en helder. 4. Echter, door de jarenlange gezamenlijke inspanningen van de strandondernemers en de gemeente, waarbij als belangrijke aanjager de ontwikkeling van de jaarrondpaviljoens kan worden genoemd, zijn de strandpaviljoens met name in de laatste 10 tot 15 jaar verregaand geprofessionaliseerd. Veel strandpaviljoens worden op dit moment gerekend tot volwassen en hoogwaardige horecagelegenheden. 5. Deze (ook door de gemeente uiterst gewenste) ontwikkeling had een niet mis te verstane uitwerking op de waarde (en de omzet) van de paviljoens. Het gevolg daarvan was dat sommige paviljoens zelfs moeilijk verkoopbaar werden, zeker als de economie wat inzakte.

In die gevallen werd op verzoek van de paviljoenhouder toestemming verleend om het paviljoen tijdelijk onder te verhuren aan de aspirant-koper. Zodra de aspirant-koper/onderhuurder de volledige koopsom had voldaan aan zijn verkoper, nam hij het paviljoen in eigendom over en werd hij hoofdhuurder. 6. Vanwege de financiële en juridische gevolgen van de waardestijging gingen steeds meer paviljoenhouders hun onderneming drijven in een B.V., zodat zoveel mogelijk gebruik kon worden gemaakt van de (fiscale) ondernemersfaciliteiten. Sommigen maken daarbij ook gebruik van de zogenaamde “Holding” B.V., waarin dan de pensioenrechten worden ondergebracht. De meest recente ontwikkeling is de combinatie van activiteiten op het land en op het strand, bijvoorbeeld een hotel of camping gecombineerd met een (of meer) strandpaviljoen(s). Dit is vooral het terrein van grote spelers op recreatiegebied. 7. De grootte van dit soort bedrijven brengt een veel uitgebreidere vennootschapsstructuur met zich mee dan wat wij tot nu toe gewend waren. Ook zal de gemeente zich (moeten) realiseren dat de directeur van een dergelijk bedrijf niet zelf deelneemt aan de dagelijkse bedrijfsvoering, oftewel: er is een ontwikkeling gaande waarbij de huur van het strandperceel en de exploitatie van het strandpaviljoen niet meer in één hand zijn.

Kenmerk: 2023/613358

2/5

8. Hoe kan de gemeente, gegeven deze ontwikkeling, omgaan met het onderhuurverbod in het licht van haar wens tot het behoud van “grip” op de strandexploitatie? Het college kiest ervoor om het onderhuurverbod als uitgangspunt handhaven, maar onder voorwaarden die de gemeentelijke grip op de strandexploitatie zekerstellen in uitzonderingsgevallen toestemming te geven voor onderhuur. 9. Alhoewel de omstandigheden van het geval zeer van elkaar kunnen verschillen, kan een voorbeeld van een dergelijke voorwaarde zijn dat de exploiterende vennootschap (dan wel de exploitant indien deze een natuurlijke persoon is) en, indien nodig (afhankelijk van de omstandigheden van het geval), één of meer vennootschappen die behoren tot dezelfde vennootschapsstructuur, zich hoofdelijk aansprakelijk stellen voor de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de huurovereenkomst. Door de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst bij de exploiterende vennootschap / exploitant te leggen, worden deze makkelijker handhaafbaar en wordt het verlies aan “grip” tegengegaan. 10. De complexiteit van dergelijke verzoeken zal in het algemeen meer ambtelijke inzet vereisen dan bij eenvoudige zaken het geval is.

Om te vermijden dat dit leidt tot extra kosten voor de gemeente, stelt het college als voorwaarde voor het in behandeling nemen van het verzoek dat de verzoeker vooraf afstemming zoekt met de assetmanager Zandvoort en dat vervolgens het verzoek compleet en volgens afspraak wordt ingediend. 2. Besluitpunten college Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. het onderhuurverbod als uitgangspunt handhaven, maar in uitzonderingsgevallen onder per individueel geval vast te stellen voorwaarden die de gemeentelijke grip op de strandexploitatie zekerstellen, van dit verbod af te kunnen wijken; 2. een verzoek tot afwijking van het onderhuurverbod wordt niet in behandeling genomen als dit: a. niet vooraf is afgestemd met de assetmanager Zandvoort, en b. niet compleet en volgens afspraak is ingediend. 3. Beoogd resultaat Met dit besluit wordt beoogd een einde te maken aan de voortdurende discussie omtrent onderhuur door dit dusdanig te reguleren dat recht wordt gedaan aan de behoefte van de huurders hun bedrijfsvoering op een zo modern mogelijke wijze vorm te geven zonder afbreuk te doen aan de wens van de gemeente om grip te houden op de gang van zaken op het strand. Echter, het uitgangspunt is en blijft dat onderhuur verboden is en dat alleen met expliciete toestemming van het college van het onderhuurverbod kan worden afgeweken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15441221/2