Collegebesluiten (actieve informatieplicht) 18 maart 2025 - 14 april 2025
Tekst van het document
Collegebesluiten actief naar de raad gestuurd tussen 18 maart 2025 - 14 april 2025 Document
Opinienota Afvalstoffenheffing
Titel
Opinienota Afvalstoffenheffing
Besluit B&W
18-03-2025
Gekoppeld evenement
Opinienota afvalstoffenheffing (Raadscommissie 01-04-2025 20:00)
Document
Collegebesluit ENSIA verantwoording informatieveiligheid over 2024 Zandvoort
Titel
Collegebesluit ENSIA verantwoording informatieveiligheid over 2024 Zandvoort
Besluit B&W
18-03-2025
Document
Collegebesluit machtiging voor beroep in cassatie Zandvoort 2025
Titel
Collegebesluit Machtiging voor beroep in cassatie Zandvoort 2025
Besluit B&W
18-03-2025
Document
Collegebesluit Subsidieregeling Bewonersinitiatieven Zandvoort
Titel
Collegebesluit Subsidieregeling Bewonersinitiatieven Zandvoort
Besluit B&W
18-03-2025
Document
Collegebesluit Voorstel aanpak suïcidepreventie
Titel
Collegebesluit Voorstel aanpak suïcidepreventie
Besluit B&W
25-03-2025
Document
Collegebesluit Samenwerkingsovereenkomst Regio Deal MRA West Beter in Balans
Titel
Collegebesluit Samenwerkingsovereenkomst Regio Deal MRA West Beter in Balans
Besluit B&W
25-03-2025
Document
Collegebesluit Regionale verdeelsystematiek lumpsum perceel 1 jeugdhulp
Titel
Collegebesluit Regionale verdeelsystematiek lumpsum perceel 1 jeugdhulp
Besluit B&W
25-03-2025
Document
Collegebesluit Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2025-2026
Titel
Collegebesluit Actieprogramma Veiligheid en Handhaving 2025 2026
Besluit B&W
25-03-2025
Document
Collegebesluit Vaststellen Nadere regels jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025
Titel
Collegebesluit Vaststellen Nadere regels jeugdhulp gemeente Zandvoort 2025
Besluit B&W
25-03-2025
Document
Collegebesluit Vrijgeven concept GVVP Zandvoort 2025-2040 voor inspraak
Titel
Collegebesluit Vrijgeven concept GVVP Zandvoort 2025-2040 voor inspraak
Besluit B&W
01-04-2025
Document
Collegebesluit Startnotitie Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 2030
Titel
Collegebesluit Startnotitie Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 2030
Besluit B&W
01-04-2025
Document
Collegebesluit Vaststellen Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst IJmond
Titel
Collegebesluit Vaststellen Uitvoeringsprogramma 2025 Omgevingsdienst IJmond
Besluit B&W
25-03-2025
Document
Collegebesluit Gedragslijn inzake onderhuur op het strand
Titel
Collegebesluit Gedragslijn inzake onderhuur op het strand
Besluit B&W
01-04-2025
Opinienota
Onderwerp Opinienota afvalstoffenheffing Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernvraag aan de commissie Behandelvoorstel voor de commissie Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 18 maart 2025
2024/2044827 Kloet, J de 5.1. Milieu BBOR Starreveld, D. 023-5114187 dstarreveld@haarlem.nl Het college vraagt de commissie om de opinienota te bespreken betreffende de mogelijke maatregelen om de stijging van de afvalstoffenheffing (zoveel mogelijk) binnen de grenzen van de inflatie te houden. Het college stuurt de opinienota ter bespreking naar de raadscommissie. De opinienota is opgesteld naar aanleiding van 2 door de raad aangenomen amendementen. ‘Amendement lastenverlichting’ - november 2023 ‘Amendement Lokale Lasten zo laag mogelijk’ - juni 2024 Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De Opinienota aan de commissie vast te stellen. de secretaris,
de burgemeester,
1. Inleiding
In november 2023 en juni 2024 heeft de gemeenteraad van Zandvoort amendementen aangenomen waarin het college wordt verzocht met voorstellen te komen die de hoogte van de afvalstoffenheffing zullen beperken en deze met niet meer dan het inflatiecijfer laten stijgen. In onderliggende opinienota worden een drietal varianten gepresenteerd, waarmee de gevraagde voorstellen (maatregelen) worden geïntroduceerd. De commissie wordt gevraagd een reactie te geven op basis waarvan de richting voor het vervolg (de uitwerking) kan worden bepaald.
Kenmerk: 2024/2044827
1/7
2. Kernvraag aan de commissie Het college vraagt de commissie de opinienota te bespreken waarin de volgende varianten worden beschreven: a. Maatregelen die vallen binnen het huidige beleid (paragraaf 4); b. Maatregelen die vragen om aanpassing van het huidige beleid (paragraaf 5); c. Aanvulling van het kostenverschil uit de algemene middelen (paragraaf 6). 3. Afvalkosten stijgen Zowel de inzameling als de verwerking van afval in Nederland wordt steeds kostbaarder. De verwachting is dat de afvalkosten de komende jaren stijgen met een hoger percentage dan het inflatiecijfer. Dit betekent dat het steeds lastiger zal worden om de afvalstoffenheffing met maximaal het inflatiecijfer te laten stijgen zonder dat er ingrijpende keuzes moeten worden gemaakt. Dit heeft verschillende oorzaken en op de meeste heeft de gemeente en Spaarnelanden weinig invloed. Hierbij valt te denken aan de stijging van lonen, brandstofprijzen, metalen en elektronica voor verzamelcontainers, de markt voor gescheiden ingezamelde grondstoffen maar ook de verbrandingsbelasting die door de rijksoverheid wordt opgelegd en op termijn de CO2-heffing voor de verbrandingsinstallaties. Dit heeft tot gevolg dat de kosten voor de inzameling en verwerking van afval zullen stijgen met meer dan de consumentenprijsindex (basis voor het berekenen van de inflatie in Nederland).
Wel kunnen ingrepen worden gedaan, waardoor de kosten minder hard stijgen. Alleen met aanpassingen van het afvalbeleid is het mogelijk om te komen tot structureel lagere kosten, zoals blijkt uit onderstaande opsomming van mogelijke maatregelen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat Zandvoort momenteel (een van) de laagste afvalstoffenheffingen van Noord-Holland heeft. De gemiddelde afvalstoffenheffing in Nederland in 2023 ligt op € 329 (Zandvoort 288,95) voor een meerpersoonshuishouden en € 263,- (Zandvoort € 211,50) voor een eenpersoonshuishouden (RWS Informatie, Afvalstoffenheffing 2023). In de tabel hieronder is in de laatste kolom het tarief van 2025 opgenomen (2024 verhoogd met het reguliere inflatiepercentage van 3,5%). Daarnaast is in de kolom 2025 kostendekkend tarief het tarief opgenomen dat zou moeten worden gehanteerd voor 2025 om kostendekkend te zijn gebaseerd op de huidige kostenverdeling (13,6% extra verhoging).
Tarief
2024
2025 kostendekkend tarief
2025
Afvalstoffenheffing eenpersoons hh
€ 219,70
€ 258,30
€ 227,40
Afvalstoffenheffing meerspersoons hh
€ 300,20
€ 353,00
€ 310,70
Kenmerk: 2024/2044827
2/7
Benchmark Voor boekjaar 2023 nam Zandvoort deel aan de benchmark huishoudelijk afval. In deze benchmark worden de prestaties (zowel financieel als qua hoeveelheden) vergeleken met gemeente van eenzelfde stedelijkheidsklasse en grootte. De benchmark wijst uit dat de afvalbeheerkosten van de gemeente Zandvoort in de pas lopen met de vergelijkbare gemeenten. De rapportage van de benchmark is eerder met de raad gedeeld. Aandachtspunten Het inflatiecijfer uit de motie betreft het inflatiecijfer van het CBS, de Consumenten Prijs Index (CPI). Deze zal naar verwachting lager liggen dan de prijsindexering voor de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met Spaarnelanden. Dit houdt in dat de dienstverlening inzameling huishoudelijk afval drukt op de rest van het gemeentelijk beleid. In deze opinienota zijn de bevindingen uit het onderzoek naar de efficiency en doelmatigheid van Spaarnelanden door Royal HaskoningDHV niet meegenomen. Zoals in de bijhorende collegereactie is te lezen zal eerst nader onderzoek gedaan moeten worden om goed inzicht te krijgen in het kostenniveau van de dienstverlening van Spaarnelanden (met betrekking tot de afvalinzameling en – verwerking). Dit onderzoek kan dus andere en nieuwe inzichten geven ten aanzien van de kostentoerekening van Spaarnelanden en dus ook consequenties hebben voor de afvalstoffenheffing. 4.
Mogelijke maatregelen passend binnen het beleid Stoppen met het reinigen van de GFT-minicontainers bij bewoners thuis - € 32.500 Het college heeft op 2 juli 2024 besloten met ingang van 1 januari 2025 te stoppen met het reinigen van de GFT-minicontainers die bij een grondgebonden woning horen. De bewoners zijn met ingang van 2025 hier zelf verantwoordelijk voor. De verzamelcontainers voor GFT op standaard zullen gedurende het jaar wel meermaals worden gereinigd. Dit is noodzakelijk voor de gewenste hygiëne en om geurtjes en overlast van plaagdieren tegen te gaan. Stoppen met de ‘KCA-wagen’- € 4.500 Sinds jaar en dag wordt eens in de twee weken in Zandvoort klein chemisch afval (KCA) ingezameld met een KCA-wagen. Deze wagen staat een half uur op een locatie waar bewoners KCA kunnen inleveren. Hier wordt weinig gebruik van gemaakt en slechts 3% van het totale KCA dat gescheiden wordt aangeboden wordt hiermee ingezameld. Het overgrote deel van het KCA wordt ingezameld via de eigen milieustraat (de Remise) op de woensdagmiddagen en via de milieustraten van Bloemendaal, Haarlem en Heemstede. De inschatting is dat het stoppen van de KCA-wagen een beperkte invloed heeft op de hoeveelheid KCA die wordt ingezameld. De inwoners hebben namelijk al laten zien dat ze bereid zijn om het afval gescheiden aan te leveren op de milieustraat.
Stoppen met het kosteloos omwisselen van minicontainers - € 5.000
Kenmerk: 2024/2044827
3/7
Op dit moment kunnen bewoners in Zandvoort zonder opgave van reden kosteloos hun minicontainers omwisselen. In 2023 zijn er 536 acties geweest om containers om te wisselen. Het merendeel betrof een omwisseling (287). Voorgesteld wordt om omwisselen van containers enkel tegen betaling te doen, met uitzondering van de situatie wanneer de container stuk is. Op deze manier is er een drempel voor bewoners om te wisselen en het scheelt enigszins in de operationele kosten. In veel gevallen betreft een wisseling het innemen van een minicontainer voor gescheiden stromen (duocontainer of GFT) of een omwisseling van een 140 liter naar een 240 liter minicontainer voor restafval. Dus deze drempel kan bijdragen aan een betere afvalscheiding en dus lagere kosten. In aanvulling kan er ook worden gekozen om het niet meer mogelijk te maken duo-containers en een eerste GFT-container in te leveren. Gedacht kan worden aan een tarief van € 17,50 (kostendekkend). Verhogen kosten tweede restafvalcontainer - € 18.000 Binnen Zandvoort bestaat de mogelijkheid om een tweede restafvalcontainer aan te vragen. Hiervoor wordt een aanvullend bedrag in rekening gebracht (140 liter €127,- 240 liter €168,30). Gedacht zou kunnen worden aan het verhogen van de prijs uitgaande van altijd maximale vulgraad. Container
Nu
Wordt
140 liter
€ 127,-
€ 170,-
240 liter
€ 168,30
€ 237,-
In Zandvoort zijn op dit moment 23 stuks 140 liter containers en 249 stuks 240 liter containers als tweede restafvalcontainer geregistreerd. Het is niet uit te sluiten dat er op dit moment containers in omloop zijn die niet geregistreerd zijn. Optelsom van mogelijke maatregelen passend binnen het beleid De totaalsom van alle genoemde maatregelen is € 60.000 (prijspeil 2024). Om binnen de inflatiecorrectie te blijven is een besparing op de kosten van € 343.000 nodig. Naast de te nemen maatregelen mogelijk binnen bestaand beleid (€ 60.000) dient er dus nog aanvullende dekking van € 283.000 gevonden te worden. De gewenste kostenbesparing kan dus niet alleen met bovengenoemde maatregelen binnen het huidige beleid gerealiseerd worden. Alle hierboven genoemde maatregelen zijn naar verwachting in te voeren zijn per 1 januari 2026. 5. Mogelijke maatregelen buiten het huidige beleid Meer differentiatie in afvalstoffenheffing op basis van gezinssamenstelling Er is in Zandvoort een onderscheid ingevoerd tussen één- en meerpersoonshuishoudens met betrekking tot de afvalstoffenheffing. Sommige gemeenten kiezen ervoor om een aantal extra categorieën toe te voegen, te weten één-, twee-, drie- en meerpersoonshuishoudens (zie tabel
Kenmerk: 2024/2044827
4/7
gemeente X). Dit geeft meer invulling aan het uitgangspunt “de vervuiler betaalt”, want uit hoe meer personen een huishouden bestaat, hoe meer afval dit huishouden produceert. Dit zou naar verwachting betekenen dat met name meerpersoonshuishouden meer gaan betalen en twee- en driepersoonshuishoudens naar verwachting (iets) minder. De totale opbrengst van de afvalstoffenheffing blijft echter gelijk, omdat er met het doorvoeren van deze maatregel geen kosten worden bespaard. Huishouden
2024 Zandvoort
Gemeente X
Eenpersoons
€ 219,70
€ 290,00
Tweepersoons
€ 300,20
€ 420,00
Driepersoons
€ 475,00
Meerpersoons
€ 505,00
Invoeren aparte prijs voor 140 en 240 liter containers In Zandvoort kunnen bewoners kiezen voor een 140 of een 240 liter container voor restafval. De prijs voor de afvalstoffenheffing is voor beide containers gelijk. De fractie restafval is de duurste fractie om te verwerken (verbranden). Een apart tarief zou hier een stimulans kunnen vormen om beter afval te scheiden en de kosten voor de gemeente (en daarmee de inwoners) omlaag te brengen. Echter brengt dit wel een ongelijkheid met zich mee ten opzichte van de hoogbouw. Bewoners van de hoogbouw kunnen vooralsnog onbeperkt afval in de ondergrondse container kwijt; hierdoor is een maximalisering op het aantal klepopeningen op ondergrondse verzamelcontainers aan te raden als aanvulling op deze maatregel. In Haarlem wordt in 2025 gestart met een maximering van het aantal klepopeningen. Op deze ontwikkeling zou Zandvoort dus kunnen meeliften. Maximalisering restafvalaanbieding Op dit moment kunnen inwoners van Zandvoort (bijna) ongelimiteerd hun restafval kwijt. Door in te zetten op een maximalisatie van het aantal klepopeningen wat binnen de afvalstoffenheffing wordt toegekend kan een limiet worden ingevoerd. Eventueel kan de mogelijkheid worden geboden om extra klepopeningen bij te kopen. Hiermee betaalt de vervuiler en kan de afvalinzameling voor bewoners die hun afval beter scheiden lager worden.
Bij restafvalcontainers zal het tarief voor een tweede container stijgen. Voor ondergrondse containers zou gedacht kunnen worden aan een maximalisatie op basis van de capaciteit van een 140 liter container. Korting op de afvalstoffenheffing
Kenmerk: 2024/2044827
5/7
Een mogelijkheid is bewoners een korting op de afvalstoffenheffing te geven, wanneer zij substantieel minder restafval aanbieden. Hierbij hebben bewoners zelf invloed op de hoogte van de afvalstoffenheffing die zij moeten betalen. Hierbij wordt voor laagbouw bijvoorbeeld uitgegaan van 26 ledigingen per jaar (container van 140 liter). Als zij hun container bijv. 1-4, 5-8, 9-11 of 12-14 keer aanbieden, krijgen zij een korting van bijvoorbeeld 40, 30, 20, 10 Euro. Voor hoogbouw wordt eenzelfde volume aan restafval als aan te bieden hoeveelheid opgenomen op basis van de inhoud van de trommel van een ondergrondse container. Voordelen van het stimuleren van betere afvalscheiding is dat de kosten van het verwerken van het restafval omlaag zullen gaan en mogelijk ook de baten door de opbrengsten van gescheiden grondstoffen worden verhoogd. Dit heeft als bijkomend voordeel dat dit een dempend effect heeft op de stijging van de afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing zal bij toepassing van korting eerst verhoogd worden, bijvoorbeeld met € 25, maar de bewoners kunnen meer dan € 25 euro terugverdienen. Ervaringen uit een andere gemeente laten zien dat minder dan de helft van de inwoners in de eerste twee treden van een korting zit.
Differentiatie in tarief op basis van het aantal keer aanbieden restafval Het huidige vaste tarief van de afvalstoffenheffing wordt verlaagd en er wordt een variabel tarief aan toegevoegd voor iedere keer dat een afvalzak in de ondergrondse restafvalcontainer wordt gegooid of de restafvalbak (minicontainer) voor lediging aan de straat wordt gezet. Hoe beter het afval wordt gescheiden, hoe minder vaak restafval hoeft te worden aangeboden, hoe lager de heffing. De hoogte van het variabele tarief is naar rato het volume wat in de voorziening kan worden aangeboden. De gemiddelde afvalstoffenheffing van gemeenten met deze tariefdifferentiatie in Nederland ligt significant lager dan de overige gemeenten (RWS Informatie, Afvalstoffenheffing 2023). Voor deze maatregel moet door Spaarnelanden wel fors worden geïnvesteerd om de registratie van klepopeningen en aanbieden van restafvalcontainers administratief betrouwbaar te maken en om te zetten in facturen. Ook heeft dit consequenties voor de af te nemen diensten van GBKZ (verstuurd voor Zandvoort de aanslagen afvalstoffenheffing). Afvaltoeslag opleggen aan toeristische verhuur Een andere mogelijkheid is het opleggen van een aanslag aan toeristische verhuur in aanvulling op (of als onderdeel van) de toeristenbelasting. Dit zou de extra verwerkingskosten dekken die het (vaak) niet gescheiden afval de inwoners van Zandvoort kost.
Als verhuurlocaties middels een contract en een bewijs van inzameling kunnen aantonen dat zij restafval afvoeren via een private inzamelaar, zal deze heffing komen te vervallen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de administratiekosten de opbrengst van de heffing enigszins zullen drukken. Optelsom van mogelijke maatregelen buiten het beleid Bij de bovenstaande voorgestelde maatregelen is geen indicatie gegeven van het te besparen bedrag. Voor het afgeven van een indicatie van de kostenbesparing dienen de maatregelen verder te worden
Kenmerk: 2024/2044827
6/7
uitgewerkt en er dienen (politieke) keuzes gemaakt te worden in de hoogte van tarieven en beperkingen. Omdat de benodigde kostenbesparing fors is en de komende jaren alleen maar verder zal oplopen zullen de maatregelen ook ingrijpend moeten zijn om de besparing toereikend te laten zijn.
6. Bijdrage uit de algemene middelen In het coalitieprogramma is opgenomen dat er kostendekkende tarieven worden gebruikt voor de producten en diensten. Met andere woorden er wordt een 100% kostendekkend tarief voor de afvalstoffenheffing nagestreefd. Met het eerder niet doorvoeren van de volledige kostenverhoging bij de vaststelling van de afvalstoffenheffing is dit uitgangspunt (tijdelijk) losgelaten. Als er niet gekozen wordt voor kostenbesparingen ter grootte van € 343.000 dan zal het tarief toch met meer dan de inflatie stijgen. Het enige alternatief is dan het verschil uit de algemene middelen te betalen en het uitgangspunt van het kostendekkend tarief los te laten voor deze specifieke dienstverlening. 7. Vervolg Nadat de opinienota in de raadscommissie is behandeld is er duidelijkheid over de te nemen maatregelen en kan het college de daarvoor benodigde acties in gang zetten. 8. Bijlagen Geen
Kenmerk: 2024/2044827
7/7
Collegebesluit
Onderwerp ENSIA verantwoording informatieveiligheid over 2024 Zandvoort Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/32385 Bluijs, G.J. 6.2 Gemeentelijk bestuur ConcernControl CC Zwietering, R. 06-15124274 rzwietering@haarlem.nl Gemeenten dienen te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en verantwoorden zich daarover middels het ENSIA-auditproces. Dit is verplicht. Naast de informatiebeveiliging wordt ook de kwaliteit van de basisregistraties getoetst. De trendscores in de rapportage zijn voor de BAG en de BGT verbeterd, wat aangeeft dat de gemeente invulling van deze eisen over het algemeen op orde heeft. Voor de BRO wordt verwacht dat medio 2025 grondwaterstanden aangeleverd kunnen worden, waardoor ook die score zal verbeteren. Dit collegebesluit betreft de formele en procedurele goedkeuring over 2024. De inhoudelijke punten van de rapportages komen aan de orde bij behandeling van de ‘Informatienota Informatiebeveiliging’, die later in 2025 volgt. De volgende documenten worden met deze notitie formeel vastgesteld: • Verantwoordingsrapportage Basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT) en ondergrond (BRO) • Collegeverklaring Informatiebeveiliging Suwinet • Bijlage 2 Gebruik Suwinet bij de collegeverklaring
Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten
Het college stuurt dit besluit ter informatie naar de gemeenteraad. Als onderdeel van de Informatienota Informatiebeveiliging komt de ENSIA verantwoording later in 2025 aan de orde. 2024/336969 ENSIA verantwoording informatieveiligheid over 2023 Zandvoort 2023/321234 ENSIA verantwoording Zandvoort over 2022
Kenmerk: 2025/32385
1/4
Besluit College d.d. 18 maart 2025
Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De volgende ENSIA-rapportages over 2024 vast te stellen a) Verantwoordingsrapportage Basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT) en ondergrond (BRO) b) Collegeverklaring Informatiebeveiliging DigiD en Suwinet c) Bijlage 2 Gebruik Suwinet bij de collegeverklaring
de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding De Nederlandse overheid, waaronder gemeenten, dient te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Gemeenten verantwoorden zich over de informatiebeveiliging en kwaliteit daarvan middels het ENSIA-auditproces. Dit is verplicht. ENSIA staat voor Eenduidige Normatiek Single Information Audit. Het ENSIA-proces combineert verantwoording over het gebruik van meerdere basisregistraties en landelijke voorzieningen, waarin de gemeente zelfevaluaties uitvoert en formeel door het bestuur laat vaststellen. Vastgestelde en getekende documenten gaan vervolgens via ENSIA naar verschillende toezichthouders van de rijksoverheid. 2. Beoogd resultaat Met het vaststellen van de rapportages voldoet de gemeente aan de BIO-beveiligingseisen en aan de eisen op het gebied van data-kwaliteit en data-integriteit voor de basisregistraties. Hiermee kan het ENSIA-proces afgerond worden. 3. Onderbouwing voorstel 1. Het ENSIA proces is een wettelijke verplichting en met het vaststellen van de rapportages geeft de gemeente daar invulling aan. 2. De BAG en de BGT scoren goed, de BRO scoort net onder de norm. De verbeterslagen die in de rapportage worden voorgesteld dragen bij aan de informatiebeveiliging en de data-kwaliteit van de gemeente. Verwacht wordt dat medio 2025 de grondwaterstanden gemeld kunnen worden, waarmee voor de BRO weer een stijgende lijn opgepakt wordt.
Kenmerk: 2025/32385
2/4
4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s DigiD en Suwinet kennen geen scores, alleen ‘voldoet’ of ‘voldoet niet’. Indien aan één norm niet voldaan wordt, geldt het totale oordeel als ‘voldoet niet’. Voor DigiD dreigt dan afsluiting en een korte periode (weken) waarin alsnog aan alle voorwaarden voldaan moet worden. Afsluiting van DigiD betekent stopzetting van de digitale dienstverlening van Haarlem en Zandvoort. 4.2 Kanttekeningen De ENSIA-rapportages zijn in twee clusters ingedeeld: een rapportage over de GEO-basisregistraties, en een verklaring over DigiD&Suwinet. De rapportage en verklaring zijn een toelichting op zelfevaluaties. Deze komen van de betrokken afdelingen en geven inzage wat onderzocht is en wat verbeterd kan worden. Inhoudelijk scoren de GEO-basisregistraties goed, wat aangeeft dat de gemeente invulling van deze eisen over het algemeen op orde heeft. De totaalscore van de basisregistraties wordt met verschillende categorieën beoordeeld. Daarnaast wordt elk jaar ingezoomd op een specifiek onderwerp of aandachtspunt en worden vragen toegevoegd. Hierdoor kan de score per jaar variëren. Nadere specificering en uitwerking staan in de bijlagen. De kernpunten uit de GEO-rapportage zijn: Trend score GEO-basisregistraties Registratie Score 2019 Score 2020 Score 2021 Score 2022 Score 2023 Score 2024 BAG
80%
80%
83%
78%
78%
82%
BGT
100%
100%
100%
100%
90%
91%
BRO
46%
75%
72%
66%
63%
57%
De BAG en BGT scoren in 2024 voldoende, respectievelijk 82% en 91%, bij een norm van 75%. De BRO scoort onvoldoende met 57% onder de norm van 60%. Bij de BAG heeft de raadpleegfunctie bij Omgevingsdienst IJmond een positieve invloed op de gegevenskwaliteit, omdat de BAG proactief de BAG-relevante zaken kan toetsen en daarmee de termijnbewaking en gegevenskwaliteit borgt. Bij de BGT zijn de software en processen aangepast. Dit gaf een tijdelijke verstoring in de processen maar leidde uiteindelijk wel tot een lichte verbetering van de ENSIA-score. Voor de BRO is er een knelpunt rond de implementatie van de registratie van het grondwatermeetnet en de grondwaterstand gegevens. Naar verwachting zal de implementatie in 2025 plaatsvinden. DigiD en Suwinet Voor DigiD wordt de aansluiting van Haarlem gebruikt en moet Haarlem zich verantwoorden. Suwinet heeft geen scores maar wel een aanvullend audit-onderzoek. Voor Suwinet voldoen we niet aan de gestelde eisen maar is een verbeterplan opgesteld gericht op cursus en autorisatie. De auditor is akkoord met het verbeterplan. Hiermee verwachten we geen consequenties met betrekking tot Suwinet.
Kenmerk: 2025/32385
3/4
5. Consequenties en uitvoering 5.1 Planning Na ondertekening van de bijlagen moet de externe auditor alle documenten waarmerken. Daarna kunnen de rapportages via ENSIA ingediend worden bij de toezichthouders van de rijksoverheid. Dit moet uiterlijk 30 april gedaan zijn. De inhoudelijke punten van de rapportages komen verder aan de orde bij behandeling van de ‘Informatienota Informatiebeveiliging’, die later in 2025 volgt. 6. Bijlagen 1 Verantwoordingsrapportage Basisregistraties adressen en gebouwen (BAG), grootschalige topografie (BGT) en ondergrond (BRO) 2 Collegeverklaring Informatiebeveiliging Suwinet 3 Bijlage 2 Gebruik Suwinet bij de collegeverklaring De collegeverklaring heeft eigen bijlagen en die zijn volledig gestandaardiseerd, inclusief de naamgeving. Zo is bijlage 1 gereserveerd voor DigiD-aansluitingen. Zandvoort heeft geen DigiD en dus geen bijlage 1. Bijlage 2 is gereserveerd voor Gebruik Suwinet.
Kenmerk: 2025/32385
4/4
Collegebesluit
Onderwerp Besluit machtiging voor beroep in cassatie Zandvoort 2025 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/309539 Bluijs, G.J. 7.1. Lokale belastingen & heffingen CC Moolen, J. van der
Behandelvoorstel voor de raad
Niet van toepassing
Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 18 maart 2025
jvandermoolen@haarlem.nl Een ingesteld beroep inzake gemeentelijke belastingen is door de rechtbank nietontvankelijk verklaard (niet inhoudelijk behandeld) en die uitspraak is door het gerechtshof bekrachtigd. Daartegen is beroep in cassatie ingesteld. Om verweer te voeren heeft GBKZ een machtiging nodig
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het besluit machtiging voor beroep in cassatie Zandvoort 2025 vast te stellen. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Een inwoner van Zandvoort (zijn gemachtigde) heeft beroep in cassatie ingesteld (beroep bij de Hoge Raad). Een ingesteld beroep is door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard (niet inhoudelijk behandeld) en die uitspraak is door het gerechtshof bekrachtigd. Daartegen is nu dus dit beroep in cassatie. Dit komt niet vaak voor. Om verweer te voeren is een machtiging van het college nodig. 2. Beoogd resultaat Het hoofd Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid te machtigen om beroep in cassatie in te stellen of verweer te voeren in belastingprocedures over de gemeentelijke belastingen en in procedures over waardebeschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken, de in deze procedures nodige stukken te doen opmaken en te tekenen, en verder al datgene te verrichten wat hij raadzaam zal oordelen, een en ander met het recht van substitutie.
Kenmerk: 2025/309539
1/2
3. Onderbouwing voorstel Er dient een machtiging verleend te worden, zodat GBKZ beroep in cassatie kan instellen of verweer kan voeren in (belasting)procedures. De verleende machtiging is geldig tot 31 december 2025. 4. Risico’s en kanttekeningen Niet van toepassing 5. Consequenties en uitvoering Het besluit wordt gepubliceerd. 6. Bijlagen Bijlage 1. Besluit machtiging voor beroep in cassatie Zandvoort 2025
Kenmerk: 2025/309539
2/2
Collegebesluit
Onderwerp Subsidieregeling Bewonersinitiatieven Zandvoort Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/287222 Bluijs, G.J. 4.3 Leefomgeving Programma en Gebiedsmanagement E. Schouten 06-31749519 eschouten@haarlem.nl
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt dit besluit ter kennisname naar de gemeenteraad.
Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 18 maart 2025
Niet van toepassing
In 2023 is structureel budget beschikbaar gekomen voor de honorering van bewonersinitiatieven. Met dit beschikbare budget kunnen ideeën van bewoners(groepen) worden ondersteund. Om bedragen afkomstig uit het budget transparant toe te kennen en de daadwerkelijke uitvoering van de initiatieven ook te borgen is een subsidieregeling opgesteld. Eerder was een beleidsregel opgesteld. Dit besluit is een technische omzetting in een subsidieregeling, om zo de uitvoering te vergemakkelijken.
Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De Subsidieregeling Bewonersinitiatieven Zandvoort vast te stellen 2. De gebiedsmanager te mandateren ter uitvoering van artikel 13 van de subsidieregeling de secretaris,
Kenmerk: 2025/287222
de burgemeester,
1/4
1. Aanleiding Vanaf 2023 is jaarlijks € 50.000 beschikbaar gesteld om initiatieven van bewoners(groepen) toe te kennen. In elk geval tot en met 2028 kan wordt dit budget vanuit tijdelijke middelen aangevuld tot een totaal van €75.000,- Het zgn. buurtbudget. Vanuit dit budget kunnen velerlei initiatieven ondersteund worden, waaronder activiteiten in de buurt en groene buurtinitiatieven. Dit alles met als doel de sociale cohesie en de binding met en in de wijk te versterken. Voor zowel dit soort buurtactiviteiten als groene bewonersinitiatieven gelden nagenoeg dezelfde spelregels en doelen. Om deze reden is ervoor gekozen deze samen te voegen in een subsidieregeling. Om de aanvragen transparant te kunnen beoordelen bestaat behoefte aan ‘spelregels’. Deze bestaan in de vorm van beleidsregels. Bij de uitvoering van de initiatieven is gebleken dat een subsidieregeling beter aansluit. Naast de te volgen procedure voor het doen van een (groen) bewonersinitiatief, zijn in de subsidieregeling onder meer de beoordelingscriteria opgenomen zoals voor welke activiteiten een aanvraag kan worden ingediend en de daarbij behorende (maximale) bijdrage. Ook is geregeld wanneer een aanvraag geweigerd wordt en dat de ontvanger van de bijdrage verantwoording dient af te leggen over de besteding.
Als de aanvraag betrekking heeft op het aanbrengen van extra groen in de openbare ruimte of een upgrade van bestaand groen, worden aanvullende voorwaarden gesteld, zoals de bepaling dat de grond in eigendom blijft van de gemeente en in het geval het groen niet goed wordt onderhouden de gemeente het recht heeft de overeenkomst te beëindigen en het plantvak naar eigen inzicht opnieuw in te richten. 2. Beoogd resultaat Het doel is om het proces van toekenning van het budget zo goed mogelijk te organiseren. Er is breed gecommuniceerd met het dorp over de mogelijkheden van financiering van (groen)bewonersinitiatieven en de daarbij behorende ‘spelregels’. Naast publicatie in de Zandvoortse Courant is de gemeentelijke website ingezet. Ook zijn er folders gemaakt die onder inwoners verspreid worden, deze liggen o.a. bij de centrale balie van de gemeente, in de bibliotheek en bij Pluspunt. 3. Onderbouwing voorstel De stroomlijning tussen aanvraag, proces en uitvoering wordt verbeterd met het vaststellen van de subsidieregeling. Aanvragen komen binnen via DigiD op de website bij het subsidiebureau. Het subsidiebureau zet de aanvragen door naar het gebiedsteam. Bij de subsdidieregeling loopt de financiële afhandeling van de aanvragen via het Subsidiebureau. Het Subsidiebureau heeft geen rol in de beoordeling van de aanvragen. De uitvoering van de financiële afhandeling en de
Kenmerk: 2025/287222
2/4
beoordeling van de aanvragen komt te liggen bij de gebiedsverbinder en de gebiedsondersteuner van het gebiedsteam Zandvoort en de gebiedsregisseur. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Het breder uitdragen van de mogelijkheid tot het doen van (groen)bewonersinitiatieven kan mogelijk tot gevolg hebben dat het aantal aanvragen hoger uitvalt dan wordt ingeschat. Gevolg hiervan is dat met de afhandeling van de aanvragen voor de gebiedsverbinder, de gebiedsondersteuner en de gebiedregisseur meer tijd gemoeid zal zijn, waardoor andere werkzaamheden onder druk komen te staan. Ook kan het effect zijn dat het beschikbare budget niet toereikend is om alle aanvragen te honoreren, ondanks dat de aanvrager in aanmerking komt voor een bijdrage. 4.2 Kanttekeningen 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Er is budget beschikbaar. 5.2 Communicatie • Bewoners zijn in 2024 via de gemeentelijke communicatiekanalen (website, abri’s, Zandvoortse courant en folders) op de hoogte gebracht van de mogelijkheden voor subsidies vanuit het buurtbudget. Deze communicatiecampagne wordt in 2025 (gedeeltelijk) herhaald. •
In het geval van een bewonersinitiatief dat leidt tot aanpassingen in de openbare ruimte, worden omwonenden op de hoogte gebracht
5.3 Participatie • Per bewonersinitiatief wordt de afwegingen gemaakt welke impact het initiatief heeft op de omgeving en hoe de belanghebbenden zoals inwoners, ondernemers en bezoekers betrokken worden. • In de subsidieregeling is opgenomen dat er sprake moet zijn van een actieve bijdrage van de bewoners-/initiatiefnemers voor de straat, buurt, wijk of dorp, of van interactiviteit tussen bewoners 5.4 Juridisch
Kenmerk: 2025/287222
3/4
• •
Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Zandvoort 2022 zijn van toepassing. Het college van B&W mandateert de gebiedsmanager ter uitvoering van artikel 13 van de subsidieregeling. Hiertoe wordt een mandateringsbesluit genomen dat wordt toegevoegd aan het mandaatregister.
5.5 Planning Deze subsidieregeling wordt na vaststelling door het college bekendgemaakt in het Gemeenteblad. Deze subsiedieregeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
6. Bijlagen - Subsidieregeling bewonersinitiatieven Zandvoort
Kenmerk: 2025/287222
4/4
Collegebesluit
Onderwerp Voorstel aanpak suïcidepreventie Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten
2025/219022 Carree, L. 2.1. Voorzieningen volwassenen MO Rotteveel, S. +31618733260 srotteveelkeeman@haarlem.nl Op 1 juli 2025 treedt de Wet Integrale Suïcidepreventie in werking. Deze wet maakt suïcidepreventie een expliciete taak van gemeenten en vraagt om een gestructureerde en regionale aanpak. De gemeente Zandvoort heeft in de afgelopen jaren al ingezet op suïcidepreventie, onder andere via het actieteam Suïcidepreventie. Het ontbreekt echter aan structurele financiering en een regionale strategie. Deze nieuwe wet biedt de kans om bestaande initiatieven te versterken en te verduurzamen met financiële ondersteuning vanuit het Rijk. Het college geeft, in afstemming met regiogemeenten, GGD Kennemerland de opdracht voor de coördinatie en uitvoering van het regionale deel van de aanpak. De GGD stelt een plan van aanpak op, waarin de samenwerking tussen zorg- en maatschappelijke organisaties wordt uitgewerkt en concrete acties voor preventie, nazorg en publieksvoorlichting worden opgenomen. Bij het opstellen van dit plan wordt de taakverdeling helder afgebakend. De GGD richt zich op de collectieve gezondheidstaken, zoals brede preventie en regionale publieksvoorlichting, en draagt bij aan het doorbreken van taboes rond suïcide.
De individuele ondersteuning van kwetsbare groepen valt onder de verantwoordelijkheid van lokale organisaties die vaak al contact hebben met de doelgroep. Wijkteams, jongerenwerkers en andere lokale organisaties zetten hun bestaande lokale netwerk en expertise in om hoogrisicogroepen effectief te bereiken en te ondersteunen. Dit zorgt voor een goed afgestemde en efficiënte aanpak, waarin zowel de regionale als lokale inzet elkaar versterken. Door deze duidelijke taakverdeling wordt suïcidepreventie structureel verankerd in het gemeentelijk beleid, waarbij een balans wordt gevonden tussen regionale samenwerking en lokaal maatwerk. Het college stuurt dit besluit ter informatie naar de raadscommissie. N.v.t.
Kenmerk: 2025/219022
1/5
Besluit college d.d. 25 maart 2025
Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De GGD Kennemerland opdracht te geven een regionaal plan van aanpak suïcidepreventie te ontwikkelen, waarbij de focus ligt op collectieve gezondheidsbevordering en publieksvoorlichting. 2. Als voorwaarde van het plan van aanpak op te nemen dat er voor de gemeente voldoende ruimte blijft voor lokaal maatwerk en de inzet van lokale netwerken en organisaties. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Met de inwerkingtreding van de Wet Integrale Suïcidepreventie op 1 juli 2025 wordt suïcidepreventie een expliciete taak van gemeenten. Dit betekent dat Zandvoort verantwoordelijk wordt voor het ontwikkelen van een gestructureerde aanpak waarin preventie, vroegsignalering, publieksvoorlichting en nazorg centraal staan. De wet biedt de kans om bestaande initiatieven te versterken en suïcidepreventie structureel te verankeren in het gemeentelijk beleid, ondersteund door Rijksmiddelen. Zandvoort kent al diverse initiatieven op het gebied van suïcidepreventie, maar er ontbreekt een structurele strategie en financiering. Dit besluit voorziet in een integrale en toekomstgerichte aanpak. 2. Besluitpunten college 1. De GGD Kennemerland opdracht te geven een regionaal plan van aanpak suïcidepreventie te ontwikkelen, waarbij de focus ligt op collectieve gezondheidsbevordering en publieksvoorlichting. 2. Als voorwaarde van het plan van aanpak op te nemen dat er voor de gemeente voldoende ruimte blijft voor lokaal maatwerk en de inzet van lokale netwerken en organisaties. 3. Beoogd resultaat Een effectieve en structurele aanpak van suïcidepreventie in Zandvoort in lijn met de bedoeling van de nieuwe wet Integrale suïcidepreventie. 4. Onderbouwing voorstel 1.De gemeente Zandvoort is op grond van de nieuwe wet verantwoordelijk voor een integrale aanpak van suïcidepreventie.
De Wet Integrale Suïcidepreventie verplicht gemeenten om een netwerk op te zetten waarin zorgverleners, maatschappelijke organisaties, scholen en andere betrokken partijen samenwerken.
Kenmerk: 2025/219022
2/5
Het doel is om mensen met suïcidale gedachten sneller te signaleren en te ondersteunen, suïcidepogingen te verminderen en de nazorg voor overlevenden en naasten te verbeteren. Dat betekent dat Zandvoort structureel investeren in gatekeepertrainingen voor professionals die in contact staan met kwetsbare groepen, zoals leerkrachten, wijkagenten en jongerenwerkers. De trainingen richten zich op het herkennen van suïcidale signalen, het bespreekbaar maken ervan en het doorverwijzen naar passende hulp. Een ander speerpunt van de wet is de ontwikkeling van publiekscampagnes om het stigma rondom suïcide te verminderen en hulpzoekgedrag te bevorderen. Veel mensen met suïcidale gedachten ervaren schaamte of taboe, waardoor zij geen hulp zoeken. Het doorbreken van dit stigma is cruciaal om te zorgen dat mensen eerder om hulp durven vragen. 2.Suïcide is een ingrijpend maatschappelijk probleem met verstrekkende persoonlijke en maatschappelijke gevolgen. Jaarlijks overlijden in Nederland gemiddeld 1.885 mensen door suïcide, wat neerkomt op ongeveer vijf sterfgevallen per dag. Daarnaast worden naar schatting 40.000 suïcidepogingen ondernomen, waarvan 16.500 resulteren in een bezoek aan de spoedeisende hulp. De impact is groot: per suïcide worden gemiddeld 135 mensen direct geraakt, waaronder familie, vrienden, collega’s en klasgenoten.
Hiermee worden jaarlijks meer dan 250.000 mensen geconfronteerd met de emotionele, sociale en economische gevolgen van suïcide. In Zandvoort had meer dan een kwart van de jongeren in 2024 suïcidale gedachten, en één op de twintig zelfs vaak. Hoewel dit percentage lager is dan in de regio en landelijk, blijft dit een belangrijk aandachtspunt in Zandvoort. Vooral jongeren, jongvolwassenen en mannen van middelbare leeftijd behoren tot de meest kwetsbare groepen. Jongvolwassenen ervaren vaak prestatiedruk en sociaal-emotionele uitdagingen, terwijl bij mannen van middelbare leeftijd economische en sociale factoren een grote rol spelen. Daarnaast toont een recente analyse van regionale ambulancedata aan dat jonge vrouwen relatief vaker suïcidepogingen ondernemen, terwijl mannen vaker overlijden door het gebruik van dodelijkere methoden. 3. Zandvoort kent al diverse initiatieven, maar mist nog een structurele aanpak. Met de structurele financiering van het Rijk wordt het vanaf dit jaar mogelijk om, aanvullend op de verschillende lopende initiatieven, een systematische aanpak voor suïcidepreventie te realiseren. Zandvoort kent al een aantal initiatieven op het gebied van suïcidepreventie, waaronder het Actieteam Suïcidepreventie.
Dit actieteam is gericht op het versterken van zorgnetwerken, met focus op betere afstemming tussen zorgverleners en het versterken van nazorgtrajecten voor mensen na een suïcidepoging. Dit gebeurt via een samenwerking tussen GGD Kennemerland, huisartsen, GGZinstellingen en maatschappelijke organisaties. De aanpak is gebaseerd op het European Alliance Against Depression (EAAD)-model, dat bewezen heeft bij te dragen aan lagere suïcidecijfers.
Kenmerk: 2025/219022
3/5
4.Een (deels) regionale aanpak is noodzakelijk om middelen efficiënt in te zetten en een integrale strategie te ontwikkelen Het ligt voor de hand dat GGD Kennemerland een rol krijgt bij het opstellen van een plan van aanpak en in de toekomstige regionale coördinatie van suïcidepreventie. De GGD heeft ruime ervaring met de coördinatie van regionale gezondheidsthema’s en vervult momenteel al een centrale rol binnen het bestaande Actieteam Suïcidepreventie. Door deze aanpak verder te ontwikkelen en te versterken, kan de gemeente op een effectieve wijze invulling geven aan de verplichtingen uit de wet. Door GGD Kennemerland de opdracht te geven om de regionale coördinatie op zich te nemen, worden expertise en middelen gebundeld. Bij het opstellen van het plan van aanpak wordt van de GGD verwacht dat zij zich richt op de collectieve gezondheidstaken, zoals publiekscampagnes en regionale initiatieven die bijdragen aan het vergroten van bewustwording en het bespreekbaar maken van suïcide. De individuele ondersteuning van risicogroepen blijft de verantwoordelijkheid van lokale organisaties die al een netwerk hebben binnen de doelgroep en direct in contact staan met kwetsbare inwoners. Wijkteams, jongerenwerkers en andere lokale partijen zetten hun bestaande structuren en expertise in om maatwerk te leveren en effectief in te spelen op de specifieke behoeften van de doelgroep.
Door deze duidelijke taakverdeling blijft er voldoende ruimte voor lokaal maatwerk en wordt de effectiviteit van de aanpak gewaarborgd. Dit draagt bij aan een samenhangende en efficiënte strategie voor suïcidepreventie in de regio Kennemerland. 5. Risico’s en kanttekeningen 1.Onvoldoende ruimte voor lokale invulling Bij een volledig regionale opdracht bestaat het risico dat er onvoldoende ruimte is voor lokale behoeften en invulling. Om dit te voorkomen, is gekozen voor een duidelijke verdeling tussen regionale en lokale inzet. De regionale coördinatie door de GGD richt zich op brede preventieve gezondheidsmaatregelen, zoals voorlichtingscampagnes en bewustwordingsacties. Tegelijkertijd blijft er voldoende ruimte voor lokale invulling, waarbij wijkteams, jongerenwerkers en andere lokale maatschappelijke organisaties die direct in contact staan met de doelgroep kunnen worden ingezet. Dit zorgt ervoor dat zowel collectieve als maatwerkoplossingen optimaal op elkaar aansluiten. De GGD is gevraagd om in het plan van aanpak expliciet rekening te houden met deze verdeling en aan deze voorwaarden te voldoen, zodat de regionale en lokale inspanningen elkaar versterken in een samenhangende strategie. 2. Wegvallen financiering IZA/GALA De VNG heeft een uitvoeringstoets van de nieuwe wet gedaan.
Hierin komt naar voren dat de implementatie van suïcidepreventie als integraal onderdeel binnen de aanpak mentale gezondheid onder druk kan komen als de tijdelijke financiering van IZA/GALA verdwijnt of sterk afneemt. Daardoor kunnen de opgebouwde structuren en samenwerking onder druk komen. Het is daarom van belang dat tijdig nagedacht wordt hoe bestaande structureren geborgd kunnen worden nadat financiering IZA/GALA wijzigt of verdwijnt.
Kenmerk: 2025/219022
4/5
6. Consequenties en uitvoering 6.1 Financiën Om gemeenten in staat te stellen een effectieve aanpak te ontwikkelen voor de aanpak suïcidepreventie, stelt het Rijk extra financiële middelen beschikbaar. Landelijk wordt in 2025 €4,5 miljoen vrijgemaakt, oplopend naar €10 miljoen per jaar vanaf 2026. Omgerekend betekent dit dat de gemeente Zandvoort een jaarlijkse bijdrage ontvangt van ongeveer €9.356 in 2025 en €20.354 vanaf 2026. Dit bedrag geldt als financieel kader en wordt definitief vastgesteld in de voorjaarsnota van het Rijk. Deze middelen worden vervolgens via de meicirculaire toegekend aan de gemeente Zandvoort. De inzet is om deze middelen toe te voegen aan het gemeentelijk programma Sociale Basis ten behoeve van de uitvoering van de nieuwe wet. De middelen die Zandvoort ontvangt, worden deels ingezet voor de uitvoering van de regionale aanpak en de coördinatie door de GGD. Dit gebeurt met de structurele financiering die hiervoor beschikbaar wordt gesteld uit de Rijksmiddelen in het kader van de nieuwe wet. Tegelijkertijd blijft een substantieel deel van de middelen bij de gemeente, zodat lokale initiatieven kunnen worden ondersteund. Deze verdeling is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat naast de regionale coördinatie en preventie, ook de individuele ondersteuning van hoogrisicogroepen gewaarborgd blijft door de inzet van lokale organisaties.
De exacte verdeling tussen regionale en lokale inzet wordt de komende maanden verder uitgewerkt in nauwe samenwerking tussen GGD Kennemerland en de regiogemeenten op basis van het op te stellen plan van aanpak. 6.2 Planning Om te zorgen voor een effectieve implementatie van de Wet Integrale Suïcidepreventie, wordt een gefaseerde aanpak gehanteerd. Het jaar 2025 wordt benut om in nauwe samenwerking tussen de regiogemeenten en GGD Kennemerland de ambities en doelstellingen verder aan te scherpen en de precieze verdeling tussen regionale en lokale inzet nader te bepalen.
Kenmerk: 2025/219022
5/5
Collegebesluit
Onderwerp Samenwerkingsovereenkomst Regio Deal MRA West Beter in Balans Nummer 2025/332781 Portefeuillehouder Carree, L. Programma/beleidsveld 4.3. Leefomgeving Afdeling PG Auteur Schouten, E.M. Telefoonnummer 06-31749519 Email eschouten@haarlem.nl Kernboodschap In het kader van de gehonoreerde Regio Deal MRA West Beter in Balans hebben de betrokken partners een Samenwerkingsovereenkomst (hierna SOK) opgesteld. Het is een collegebevoegdheid om de SOK vast te stellen. De portefeuillehouder wordt gemandateerd om namens het college binnen de regionale samenwerking besluiten te nemen binnen de grenzen van de overeenkomst.
Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten
Besluit college d.d. 25 maart 2025
Ondertekening is nodig om aanspraak te kunnen maken op de toegezegde rijksfinanciering. Met dit besluit wordt de SOK voor de Regio Deal MRA West formeel vastgesteld, waardoor gemeenten, provincie en andere partners hun krachten kunnen bundelen voor een integrale samenwerking rondom leefbaarheid en gezondheid in kwetsbare wijken. Dit besluit creëert de randvoorwaarden voor gerichte investeringen in zowel de fysieke leefomgeving als sociale programma’s en activiteiten, waardoor deze efficiënter kunnen worden uitgevoerd. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. - Aangaan convenant Regiodeal MRA West Beter in Balans (2024/1692699), collegebesluit van 24 september 2024 - Regio Deal MRA West Beter in Balans (2024/2031491), raadsinformatiebrief november 2024 1. De samenwerkingsovereenkomst Regio Deal MRA West vast te stellen 2. De financiële afspraken en cofinanciering zoals vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst te hanteren als uitgangspunt voor de uitvoering van de Regio Deal 3. De portefeuillehouder Natuur te machtigen om de samenwerkingsovereenkomst namens de gemeente Zandvoort te ondertekenen 4. De portefeuillehouder Natuur te machtigen om toekomstige besluiten te nemen in het kader van de Regio Deal MRA West Beter in Balans 2025-2028 de secretaris,
Kenmerk: 2025/332781
de burgemeester,
1/4
1. Aanleiding Het Rijk, de gemeenten Zandvoort, Haarlem, Haarlemmermeer, Beverwijk, Velsen en het Hoogheemraadschap van Rijnland, Recreatieschap Spaarnwoude, Nationaal Park ZuidKennemerland, PWN, De Groene Stelling en de Provincie Noord-Holland hebben in het najaar van 2024 de Regio Deal MRA West Beter in Balans gesloten. De Regio Deal wordt door tal van maatschappelijke partners ondersteund. De doelstellingen van de Regio Deal zijn: ▪ inrichten van een groene, gezonde leefomgeving, ▪ stimuleren van een actieve en gezonde leefstijl, en ▪ versterken van sociale cohesie en bewustwording ten aanzien van gezondheid, groen en natuur. De partners in de Regio Deal werken samen aan vijf cases for change. Een case for change bestaat uit een (aantal) kwetsbare wijk(en), de stadsrand en het buitengebied waar integrale gebiedsgerichte interventies worden ontwikkeld en uitgeprobeerd, passend bij de wensen van bewoners en de lokale situatie. Naast de vijf cases for change werken de partijen ook samen aan twee overkoepelende thema's: ‘Nieuwe vormen van duurzame gebiedsfinanciering’ en ‘Leren en ontwikkelen’. 2. Beoogd resultaat Met de SOK worden de afspraken tussen de betrokken partners formeel vastgelegd. De SOK biedt daarmee duidelijkheid en rechtszekerheid voor alle betrokken partijen.
Dit zorgt voor de noodzakelijke continuïteit in de uitvoering van de Regio Deal in de periode 2025-2028, ook bij bestuurlijke wisselingen of veranderende beleidsprioriteiten. Een duidelijke vastlegging van verantwoordelijkheden en afspraken draagt bij aan een efficiënte uitvoering van projecten en helpt misverstanden te voorkomen. Een tweede beoogd resultaat is het kunnen maken van aanspraak op de toegezegde rijksfinanciering. 3. Onderbouwing voorstel 1.Governance-structuur en rolverdeling tussen gemeenten De samenwerking wordt georganiseerd via een governance-structuur, waarin gemeenten specifieke rollen vervullen. Haarlem is bestuurlijk opdrachtgever, Velsen ambtelijk opdrachtgever en Haarlemmermeer treedt op als regiokassier. Deze rolverdeling sluit aan bij de bestuurlijke capaciteit en expertise van de gemeenten en draagt bij aan een effectieve uitvoering van de Regio Deal. 2. Cases for Change en twee cross-over thema’s De uitvoering van de Regio Deal is ingericht via vijf gebiedsgerichte Cases for Change die corresponderen met de deelnemende gemeenten en twee thematische pijlers: Leren en Ontwikkelen en Duurzame Gebiedsfinanciering. Deze werkwijze maakt maatwerk mogelijk en zorgt ervoor dat oplossingen aansluiten bij de specifieke uitdagingen in de betrokken gemeenten en wijken.
Kenmerk: 2025/332781
2/4
Duurzaamheid en groen De projecten en activiteiten leveren een bijdrage aan de brede welvaart. Kern van de Regio Deal is Gezond – Groen – Samen (sociale cohesie); dat zijn de centrale thema’s. Maatregelen en ingrepen die bijdragen aan de brede welvaart zijn in lijn met de beleidsdoelstellingen van Zandvoort. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Het convenant voor de Regio Deal MRA West is in 2024 ondertekend door alle betrokken partners en partijen. Hiermee is de keuze voor samenwerking en gezamenlijke uitvoering al vastgelegd. Op juridisch vlak kan het risico ontstaan dat onduidelijkheden over verantwoordelijkheden en uitvoering leiden tot geschillen. Dit wordt juist ondervangen door ondertekening van de SOK, waarin afspraken expliciet zijn vastgelegd. 4.2 Kanttekeningen Het niet vaststellen van de samenwerkingsovereenkomst is geen reëel alternatief, omdat dit de uitvoering van de Regio Deal zou bemoeilijken. Heldere afspraken over taakverdeling, financiering en governance zijn noodzakelijk om de projecten effectief en volgens planning uit te voeren. Een goed afgestemde governance-structuur zorgt voor duidelijke rolverdelingen en besluitvormingsprocedures, waardoor de kans op conflicten wordt geminimaliseerd. 5.
Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Het Rijk heeft € 20 miljoen beschikbaar gesteld voor de Regio Deal MRA West Beter in Balans, waarvan €1,5 miljoen is toebedeeld aan de ‘case for change Zandvoort’ om samen met partners projecten en activiteiten uit te voeren. Van de €1,5 miljoen is €90.000 gereserveerd voor projecten van PWN, €80.000 voor projecten van NPZK en €30.000 voor projecten van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Vanuit bestaande budgetten (lopende projecten, contracten, activiteiten en uren) wordt aan de cofinanciering voldaan. De cofinanciering betreft een totaalbedrag voor de hele ‘case for change Zandvoort’, het is geen voorwaarde van het Rijk dat dit per project of activiteit dient te gebeuren. De Rijksbijdrage en de budgetneutrale inzet daarvan worden verwerkt via een begrotingswijziging. Een van de doelen van de Regio Deal is om te komen tot duurzame vormen van gebiedsfinanciering. In het totaal van de Regio Deal wordt dit onderzocht en resultaten daarvan zijn mogelijk ook inzetbaar voor specifieke projecten en activiteiten. 5.2 Communicatie Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening mw. Keijzer heeft de Tweede Kamer in november 2024 geïnformeerd over het aangaan van het convenant in de Regio Deal MRA West.
In Zandvoort is de gemeenteraad met een raadsinformatiebrief op de hoogte gebracht van het aangaan van de regionale samenwerking in de Regio Deal. De gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd Kenmerk: 2025/332781
3/4
over de voortgang. Inwoners worden als omwonenden specifiek geïnformeerd over projecten die worden uitgevoerd in hun woonomgeving. Ook informeren we inwoners in het algemeen over belangrijke mijlpalen uit de Regio Deal, via de kanalen van de gemeente en via de Zandvoortse Courant. Over het vaststellen van de SOK is verdere communicatie niet vereist. 5.3 Participatie Ideeën van bewoners en organisaties hebben een plek in de uitwerking van de activiteiten. Voor de SOK is geen verdere participatie vereist. Het betreft een overeenkomst tussen de betrokken partners van de SOK. 5.4 Juridisch Met de vaststelling van de SOK kan de uitvoering van de Regio Deal MRA West formeel van start. Het convenant is op 15 november 2024 van kracht geworden en loopt tot 31 december 2028. 5.5 Planning De komende jaren richten de betrokken partijen zich op de uitvoering van de activiteiten binnen de vijf cases for change. In 2028 staat de afronding centraal, evenals de formulering van de behaalde resultaten op zowel niveau van de cases for change, als op het niveau van de cross-over thema’s. Gedurende de looptijd van de Regio Deal wordt de voortgang periodiek gemonitord en bijgestuurd waar nodig. Daarnaast vindt er een Rijk-Regio overleg plaats om de voortgang en impact van de deal te bespreken. De gemeenteraad wordt periodiek geïnformeerd over de voortgang.
De inzichten uit de uitvoering worden benut om zowel de afzonderlijke projecten en activiteiten als de bredere samenwerking in de regio verder te versterken. In 2028 volgt een eindrapportage waarin de resultaten en geleerde lessen worden vastgelegd.
6. Bijlagen - Samenwerkingsovereenkomst
Kenmerk: 2025/332781
4/4
Collegebesluit
Onderwerp Regionale verdeelsystematiek lumpsum perceel 1 jeugdhulp Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten
2025/347357 Carree, L. 2.2. Voorzieningen jeugd JOS Holleman, A. 06 81067208 aholleman@haarlem.nl De jeugdhulp die de zeven gemeenten in Zuid-Kennemerland en IJmond vanaf 2023 gezamenlijk inkopen bij de vier consortia (perceel 1) kent een lumpsum financiering. Over de wijze van verdeling van de kosten tussen de gemeenten onderling is nu definitief overeenstemming bereikt. Vanaf 2025 wordt een verdeelsleutel gehanteerd welke gebaseerd is op het meewegen van zorgzwaarte. De verdeelsleutel 2023 en 2024 kende een andere berekeningswijze. Deze methode blijft voor 2024 gehandhaafd. Daarnaast spreken de zeven gemeenten af dat de gemeenten vanaf 2025 de kosten voor de jeugdhulp op een eenduidige manier berekenen en hierover jaarlijks voor de voorjaarsnota/kadernota regionale afspraken maken. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad.
(2021/327598) Raadsstuk-Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond in raadsvergadering van 14-09-2021 (2021/539390) Collegebesluit-Pre-selectiedocument regionale verwerving jeugdhulp in B&W-vergadering van 04-10-2021 (2021/596533) Raadsstuk-Addendum bij de Regiovisie Jeugdhulp ZuidKennemerland en IJmond in de raadscommissie van 01-02-2022 (2021/743129) Collegebesluit-(Voorlopige) selectie van Gegadigden aanbesteding jeugdhulp 2022 e.v. (GEHEIMHOUDING) in raadscommissie van 01-02-2021 (2022/937877) Collegebesluit-Inkoopprocedure voor de verwerving van de jeugdhulp 2022 in B&W-vergadering van 12-07-2022
Kenmerk: 2025/347357
1/5
Onderwerp (2024/540869) Collegebesluit- Regionale verdeelsystematiek, finale kwijting jeugdhulp en mandatering kassiersfunctie Velsen in B&W-vergadering 0904-2024 Onderwerp (2024/1264369) Raadsinformatiebrief-Knelpunten en maatregelen jeugdhulp in Zandvoort in B&W-vergadering 16-07-2024 Onderwerp (2024/1653362) Collegebesluit-Samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond in B&W-vergadering 2210-2024 Besluit college d.d. …… (wordt ingevuld door BC)
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De regionale verdeelsystematiek van de lumpsum perceel 1 ‘gewogen zorgzwaarte’ (met peildatum op 31 december) vast te stellen. 2. Voor de implementatie van deze regionale verdeelsystematiek een groeipad van 3 jaar vast te stellen (in 2028 volledig over naar de nieuwe verdeelsleutel). 3. De verdeling van de kosten perceel 1 tussen de 7 gemeenten jaarlijks te bepalen en de financiële effecten daarvan te verwerken in de voorjaarsnota/kadernota. 4. De jaarlijkse uitgaven jeugdzorg (perceel 1, perceel 2, overige jeugdzorginkoop en CJG) regionaal worden afgestemd en door iedere gemeente worden verwerkt in de P&C cyclus. 5. Regionaal afspraken te maken over de financiële en inhoudelijke vertaling van de Hervormingsagenda Jeugd in de P&C cyclus. 6. De verdeelsystematiek 2024 (gebaseerd op de verdeelsystematiek 2023) definitief vast te stellen. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding De jeugdhulp die de zeven gemeenten in Zuid-Kennemerland en IJmond vanaf 2023 gezamenlijk inkopen bij de vier consortia (perceel 1) kent een lumpsum financiering. Over de wijze van verdeling van de kosten tussen de gemeenten onderling is nu definitief overeenstemming bereikt. Vanaf 2025 zal een verdeelsleutel gebaseerd op het meewegen van zorgzwaarte gehanteerd worden. De verdeelsleutel 2023 en 2024 kende een andere berekeningswijze. Deze methode blijft voor 2024
Kenmerk: 2025/347357
2/5
gehandhaafd. Daarnaast spreken de zeven gemeenten af dat de gemeenten vanaf 2025 de kosten voor de jeugdhulp op een eenduidige manier berekenen en hierover jaarlijks voor de voorjaarsnota/kadernota regionale afspraken maken.
2. Beoogd resultaat Voor jeugdhulp perceel 1 ontstaat er door het vaststellen van de nieuwe verdeelsleutel duidelijkheid over de financiële inbreng per gemeente in de lumpsum perceel 1 en kan ook de discussie over de verdeelsleutel 2024 gesloten worden. En door met alle gemeenten op dezelfde wijze de uitgaven jeugdzorg te begroten, ontstaat meer eenheid en duidelijkheid over de wijze waarop de regionale bekostiging van de jeugdhulp vanaf 2025 plaatsvindt. 3. Onderbouwing voorstel Aantal trajecten als basis voor de verdeelsleutel perceel 1 In de jaren 2023 en 2024 is voor de verdeelsleutel aansluiting gezocht bij werkelijke besteding per gemeente in 2022 en 2023. Aangezien gekozen is voor een taakgerichte (lumpsum) bekostiging is deze methodiek steeds minder passend. Voor de nieuwe verdeelsleutel per 2025 is aansluiting gezocht bij een parameter die zo veel mogelijk aansluit bij het huidige, werkelijke gebruik per gemeente. Deze parameter is goed navolgbaar en uitlegbaar op basis van de cijfers uit de gemeentelijke systemen. Het betreft het aantal trajecten dat per product per gemeente wordt afgenomen bij de 4 consortia. Deze data is beschikbaar uit het berichtenverkeer tussen consortia en gemeenten. Zorgzwaarte geeft beter beeld Door de consortia worden 12 producten geleverd: Begeleiding ambulant