Collegebesluiten 20 januari - 29 april 2026
Tekst van het document
Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën De proef met de pendelbus is via een financiële bijdrage van de provincie Noord-Holland geborgd. Een eventuele continuering, na positieve evaluatie, (nog) niet. Voor de uitwerking van de Oude Trambaan geldt dat een procesmanager via een bijdrage vanuit de GR bereikbaarheid ZuidKennemerland (mobiliteit fonds) wordt gefinancierd. Voor de uitvoering en realisatie van deze doorfietsroute heeft Zandvoort in de investeringsagenda al een eerste bijdrage gereserveerd. Het vinden van voldoende financiële middelen is onderdeel van de samenwerking afspraken. 5.2 Communicatie Het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst wordt via een nieuwsbericht gedeeld. Dit wordt gekoppeld aan het ondertekenen van deze overeenkomst door de gedeputeerde en de betrokken wethouders van de deelnemende gemeenten. De overeenkomst wordt ondertekend op 13 februari 2026.
Kenmerk: 2026/31804
6/7
5.3 Participatie Participatie heeft plaats gehad vanuit het project ‘bereikbaarheid kust’. Voor het aangaan van de samenwerking overeenkomst is dit niet aan de orde. 5.4 Juridisch De samenwerkingsovereenkomst is met advies van betrokken juristen opgesteld en past binnen de onderscheiden bevoegdheden die colleges GS en colleges van B&W hebben. 5.5 Planning De start van de proef met de pendelbus is gepland in het laatste weekend van juni 2026. De communicatie daarover start vanaf maart. De maatregelen aan de Zeeweg worden via de provincie Noord-Holland (wegbeheerder) voorbereid. Op korte termijn wordt door de provincie hiervoor een verkeersbesluit genomen. Ook voor de maatregelen pendelbus in Zandvoort zijn verkeersbesluiten nodig, deze worden nu voorbereid en worden op korte termijn gepubliceerd. Voor de fietsprojecten, wordt zo snel als mogelijk gestart met de uitwerking. Hiervoor wordt een aparte planning per project opgesteld. 6. Bijlagen Bijlage 1: Samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheid Kust Zuid-Kennemerland.
Kenmerk: 2026/31804
7/7
Collegebesluit
Onderwerp Principebesluit Gemeenschappelijke Regeling vorming jeugdregio ZKIJ Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/814731 Carree, L. 2.2. Voorzieningen jeugd JOS Holleman, A. 06 81067208 aholleman@haarlem.nl Met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg worden gemeenten verplicht om per 1 januari 2027 specialistische jeugdhulp regionaal te organiseren via een gemeenschappelijke regeling (GR). De zeven gemeenten in Zuid-Kennemerland (ZKIJ) en IJmond richten hiervoor gezamenlijk een nieuwe organisatie op die verantwoordelijk wordt voor de regionale inkoop en het contractmanagement van specialistische jeugdhulp, evenals voor zorgadministratie en monitoring. Het college spreekt in dit voorstel de voorkeurskeuze uit voor de vorming van een openbaar lichaam. Deze vorm biedt de beste balans tussen professionele uitvoeringskracht, bestuurlijke slagvaardigheid en democratische legitimatie. Dit principebesluit vormt de basis voor de definitieve besluitvorming die na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 zal plaatsvinden.
Behandelvoorstel voor de raad
Het college biedt dit principebesluit ter kennisname aan de raad. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) ontvangt de raad in mei 2026 het ontwerp van de ‘Gemeenschappelijke regeling Jeugdregio ZKIJ’, waarna gedurende minimaal acht weken een zienswijze kan worden ingediend. In december 2026 treft het college de definitieve regeling, nadat de raad hiervoor toestemming heeft verleend.
Relevante eerdere besluiten
- Informatienota ‘Hervormingsagenda Jeugd’ (2024/148698) in B&W-vergadering van 23 april 2024; - Raadsstuk-Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond (2021/327598) in gemeenteraad van 28 september 2021; - Raadsstuk-Addendum bij de Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond (2021/596533) in gemeenteraad van 28 september 2021;
Kenmerk: 2025/814731
1/5
Besluit college d.d. 17 februari 2026
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het voornemen uit te spreken een gemeenschappelijke regeling te treffen en een voorkeurskeuze uit te spreken voor de vorm van een openbaar lichaam voor de Gemeenschappelijke regeling Jeugdregio Zuid-Kennemerland IJmond. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Met de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (Wvbj) zijn gemeenten verplicht om per 1 januari 2027 specialistische jeugdhulp regionaal te organiseren via een gemeenschappelijke regeling (GR). De wet beoogt de huidige versnippering terug te brengen en specialistische jeugdhulp duurzaam beschikbaar te maken. In de wet staan twee instrumenten die met elkaar samenhangen om dit vorm te geven. Dit betreft een regiovisie op jeugdhulp en het vormen van een GR Jeugdregio. De wet geeft richtlijnen voor een regiovisie jeugdhulp. De bestaande regiovisie jeugdhulp IJmond en Zuid-Kennemerland vraagt hierdoor om actualisering. De voorbereidingen voor de actualisatie zijn gestart en wordt in 2026 aangeboden. Voor de regio Zuid-Kennemerland en IJmond houdt het organiseren van een GR in dat de zeven deelnemende gemeenten gezamenlijk een nieuwe organisatie moeten vormen voor de regionale inkoop, het contractmanagement en de zorgadministratie van specialistische jeugdhulp. De regio werkt al sinds 2015 samen op deze onderdelen; de nieuwe wet formaliseert deze samenwerking en vraagt om een duidelijke juridische en bestuurlijke verankering. 2. Beoogd resultaat Het doel is dat per 1 januari 2027 een gemeenschappelijke regeling operationeel is, die voldoet aan de wettelijke verplichtingen en zorgt voor een sterke, duurzame organisatie van specialistische jeugdhulp in de regio ZKIJ.
De GR jeugdregio ZKIJ geeft uitvoering aan de regiovisie jeugdhulp. Dit traject kent drie belangrijke stappen: – februari 2026: principebesluit in alle colleges van de 7 gemeenten ZKIJ; – juni 2026: vaststelling van het ontwerp van de gemeenschappelijke regeling en start van de zienswijzeprocedure; – oktober 2026: definitieve vaststelling door de colleges, na verkregen toestemming van de raden. Met de oprichting van de GR Jeugdregio ZKIJ bestendigen we de bestaande regionale samenwerking die er is rondom de regionale inkoop van specialistische jeugdhulp.
Kenmerk: 2025/814731
2/5
3. Onderbouwing voorstel 3.1 Keuze voor openbaar lichaam De 7 gemeenten in de jeugdregio ZKIJ kiezen in principe voor een openbaar lichaam omdat deze vorm het best aansluit bij de aard en complexiteit van de specialistische jeugdhulptaken. De wettelijke verplichtingen vragen om zowel beleidsontwikkeling (regiovisie, inkoopstrategie, kwaliteitskaders) als professionele uitvoering (contractmanagement, monitoring, regionale expertisefuncties). Een openbaar lichaam biedt hiervoor de meest passende combinatie van rechtspersoonlijkheid, slagvaardige besluitvorming via een Dagelijks Bestuur en democratische legitimatie via een Algemeen Bestuur waarin alle gemeenten zijn vertegenwoordigd. Deze vorm wordt ook aanbevolen in de memorie van toelichting bij de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg en wordt toegepast in andere jeugdregio’s waar een vergelijkbare opdracht geldt. In 2026 worden de inrichting en samenstelling van het Algemeen en Dagelijks Bestuur verder uitgewerkt in de ontwerp-regeling. Daarbij wordt gestreefd naar een evenwichtige vertegenwoordiging van de gemeenten in Zuid-Kennemerland en de IJmond. 3.2 Alternatieven Naast de GR vorm openbaar lichaam kent de Wgr andere samenwerkingsvormen. De Wvbj laat enkele opties toe uit de Wgr. Een openbaar lichaam sluit het beste aan bij de wettelijke opgave en de regionale uitvoeringskracht.
3.3 Voorbereiding via samenwerkingsafspraken 2026 Het jaar 2026 is het voorbereidingsjaar voor de GR Jeugdregio ZKIJ. In deze periode worden de ontwerp-regeling, het financiële kader, het organisatieontwerp en de implementatieplanning opgesteld. De regionale afstemming hierover vindt plaats via het bestaande Portefeuillehoudersoverleg Jeugd (PFO Jeugd), waarin de zeven wethouders Jeugd bestuurlijk samenwerken. Het PFO Jeugd fungeert in 2026 als tijdelijk bestuurlijk coördinatieorgaan voor de voorbereidingen. De formele besluitvorming ligt — conform de Wet gemeenschappelijke regelingen — bij de colleges en raden. Na oprichting van de GR Jeugdregio ZKIJ in 2027 gaat de bestuurlijke sturing over naar het Algemeen en Dagelijks Bestuur van de GR. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s – Lokale verkiezingen in maart 2026 kunnen de continuïteit van het traject beïnvloeden. Dit wordt ondervangen door het principebesluit in februari 2026 en door een goede overdracht aan nieuw te vormen colleges en raden. – Onzekerheid over kosten kan de besluitvorming vertragen. De regionale werkgroep Financiën werkt de benodigde middelen en verdeelsleutels uit zodat deze tijdig beschikbaar zijn.
Kenmerk: 2025/814731
3/5
– Krappe doorlooptijd kan druk geven op de voorbereiding van de ontwerpregeling en het inrichtingsplan. Dit wordt beheerst door een strak regionaal proces en inzet van bestaande overlegstructuren. 4.2 Kanttekeningen De GR Jeugdregio ZKIJ richt zich in eerste instantie uitsluitend op de wettelijk verplichte taken zoals opgenomen in de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (Wvbj). Het gaat daarbij om de regionale organisatie van specialistische jeugdhulp, waaronder jeugdhulp met verblijf, pleegzorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering, gesloten jeugdhulp, crisisjeugdhulp, forensische jeugdhulp, specialistische jeugd-GGZ, jeugdhulp voor kinderen met een beperking, het regionaal expertiseteam en de regionale monitoring en verantwoording. Andere taken zoals toegang, preventie of basisondersteuning maken geen onderdeel uit van dit principebesluit en worden alleen toegevoegd wanneer gemeenten hierover op een later moment gezamenlijk besluiten. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën De vorming van de GR Jeugdregio ZKIJ brengt verschillende kostensoorten met zich mee. In 2026 gaat het om voorbereidings- en opstartkosten, die worden gedekt binnen het bestaande regionale programma Jeugd. In 2027 volgen kosten voor de juridische oprichting van de GR en de eerste bemensing van de organisatie.
Vanaf 2027 zijn er structurele exploitatiekosten voor personeel, bedrijfsvoering en huisvesting van de GR Jeugdregio ZKIJ. Deze kosten worden verdeeld over de zeven gemeenten op basis van inwoneraantal. De gemeentelijke budgetten voor de taken die binnen de GR worden ondergebracht, worden na oprichting verwerkt als een exploitatiebijdrage aan de GR Jeugdregio ZKIJ. De precieze hoogte van de kosten en de definitieve verdeelsleutels worden regionaal verder uitgewerkt en op een later moment ter besluitvorming voorgelegd. Mogelijk ontstaan daarnaast beperkte incidentele kosten die samenhangen met de inrichting van de GR en met het voldoen aan wettelijke vereisten. 5.2 Communicatie Tijdens de voorbereiding in 2026 worden jeugdhulpaanbieders, CJG’s, sociale teams en andere ketenpartners geïnformeerd over het verloop van het traject en de stappen richting de oprichting van de GR Jeugdregio ZKIJ. De communicatie richt zich op duidelijkheid over het proces, de wettelijke context en de momenten waarop veranderingen voor partners of inwoners relevant worden. Intern worden betrokken medewerkers geïnformeerd via de bestaande regionale overlegstructuren en via het programmateam Jeugd. Waar nodig worden aanvullende bijeenkomsten georganiseerd om inhoudelijke of organisatorische gevolgen toe te lichten.
Betrekken van de gemeenteraad De gemeenteraad wordt betrokken via de reguliere procedure voor het treffen van een gemeenschappelijke regeling. In juni 2026 ontvangt de raad het ontwerp van de regeling met de
Kenmerk: 2025/814731
4/5
mogelijkheid om daarover een zienswijze in te dienen. In dezelfde periode wordt een regionale informatiesessie georganiseerd voor raadsleden uit de zeven gemeenten, waarin de inhoud van de regeling, het proces en de financiële en organisatorische consequenties worden toegelicht. In het najaar van 2026 volgt de definitieve besluitvorming, nadat de raad het college toestemming heeft verleend om de GR te treffen. 5.3 Participatie De Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort wordt tijdig betrokken. 5.4 Juridisch De Wvbj verplicht tot regionale samenwerking per 1 januari 2027. De Wgr regelt de procedure: colleges besluiten tot het treffen van de gemeenschappelijke regeling na toestemming van de raden. Het ontwerp van de regeling wordt in juni 2026 aan de raden voorgelegd voor zienswijzen, waarna in september-oktober 2026 definitieve besluitvorming volgt. De regeling treedt in werking na bekendmaking. 5.5 Planning De ontwerp-regeling wordt in juni 2026 door het college vastgesteld, waarna de gelegenheid is voor de raad om een zienswijze hierover aan het college kenbaar te maken. In september-oktober 2026 besluit het college tot de definitieve vaststelling van de regeling, nadat hiervoor toestemming door de raad is verleend. De regeling treedt in werking op1 januari 2027. Operationalisering ervan vindt plaats gedurende 2027. 6. Bijlagen Geen.
Kenmerk: 2025/814731
5/5
Collegebesluit
Onderwerp Nadere regels APV m.b.t. reclame-uitingen en uitstallingen Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2025/805909 Carree, L. 4.2. Economie, Toerisme en cultuur BBOR Starreveld, D.
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt het collegebesluit in het kader van actieve informatieplicht naar de raad. Hiermee krijgt de raad inzicht over de wijze waarop de in het door de raad vastgestelde reclamebeleid deel 2 opgenomen regels zijn vertaald naar handhaafbare nadere regels in de APV.
Relevante eerdere besluiten
Raadsvoorstel Reclamebeleid deel 2 (2025/16125) in de gemeenteraad van 25 februari 2025
Besluit college d.d. …… (wordt ingevuld door BC)
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De Nadere regels uitstallingen en reclameborden in de openbare ruimte Zandvoort vast te stellen, 2. De Nadere regels reclame-uitingen Zandvoort vast te stellen
dstarreveld@haarlem.nl Begin 2025 heeft de gemeenteraad het Reclamebeleid deel 2 vastgesteld. De hierin opgenomen set regels is overgenomen en uitgewerkt en toegelicht in de nadere regels van de algemene plaatselijke verordening (APV) artikel 2:10 en 4:16. De nadere regels geven de kaders aan waarbinnen ondernemers in, aan en bij hun pand reclame mogen maken voor hun producten en diensten.
de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Op 25 februari 2025 is door de gemeenteraad het Reclamebeleid deel 2 vastgesteld. De hierin opgenomen set regels is overgenomen en uitgewerkt en toegelicht in nadere regels horende bij de algemene plaatselijke verordening (APV) artikel 2:10 (bijlage 1) en 4:16 (bijlage 2). Deze nadere
Kenmerk: 2025/805909
1/6
regels geven de kaders waarbinnen ondernemers in Zandvoort reclame kunnen maken voor hun producten en diensten. In het Reclamebeleid deel 2 staat nog vermeldt dat de regels zullen worden opgenomen in een Reclameverordening. Inmiddels is vast komen te staan dat het beter is de reclameregels te koppelen aan de APV. In artikel 2:10 van de APV wordt de bruikbaarheid van de weg geregeld. Met de bijhorende ‘nadere regels uitstallingen en reclame borden in de openbare ruimte Zandvoort‘ (bijlage 1) wordt geregeld dat uitstallingen en reclameborden (en andere reclame-uitingen als voorwerp in de openbare ruimte) de doorgang en het gebruik van de openbare ruimte niet in gevaar komt en tegelijkertijd de mogelijkheden biedt voor ondernemers om reclameobjecten en uitstallingen te plaatsen. In artikel 4:16 van de APV wordt het verbod op reclame op of bij een onroerend goed geregeld. Met de bijhorende ‘nadere regels reclame-uitingen Zandvoort’ (bijlage 2) wordt geregeld dat onder bepaalde voorwaarden reclame-uitingen wordt toegestaan zonder dat daar een vergunning voor noodzakelijk is. Als niet voldaan kan worden aan alle voorwaarden dan is er nog de mogelijkheid om de reclame-uiting alsnog via een vergunning mogelijk te maken. Bij de inwerkingtreding van de nadere regels kunnen niet direct alle ondernemers in Zandvoort hieraan voldoen.
Er zal daarom sprake zijn van een termijn waarin ondernemers de kans krijgen de reclame aan te passen zonder direct hiervoor beboet te worden. Voor wat betreft de regels die geen grote (des)investering (indicatief wordt < €300 aangehouden) vragen van de betreffende ondernemer zal een beperkte overgangstermijn van 1 jaar gelden vanaf de inwerkingtreding van de nadere regels. Binnen deze termijn dienen de betreffende reclame-uitingen gedemonteerd te worden (voor zover noodzakelijk) en verwijderd te worden. Voor wat betreft de regels die een grote (des)investering (indicatief wordt > €300 aangehouden) vragen van de betreffende ondernemer zal een langere overgangstermijn gelden die evenredig is met de reguliere afschrijvingstermijn van de betreffende reclame-uiting. Alle regels die zijn opgenomen in het reclamebeleid zijn overgenomen in de vast te stellen nadere regels. Daarvan heeft een deel betrekking op het gehele grondgebied van Zandvoort. En bij het overige deel van de nadere regels wordt onderscheid gemaakt in verschillende gebieden: (1) winkelen uitgaansgebied, (2) strand en boulevards, (3) bedrijventerrein en (4) woongebied en (5) buitengebied. De algemene regels hebben betrekking op: •
Functionaliteit (zoals: verband houden met activiteit en bij perceel geplaatst)
•
Techniek (zoals: deugdelijke kwaliteit en geen reclame op of aan straatmeubilair)
•
Plaatsing (zoals: geen belemmering uitzicht, geen aantasting monumentale waarde)
Kenmerk: 2025/805909
2/6
•
Doorgang (zoals: vrije doorloop van minimaal 1,20 meter)
•
Verkeer (zoals: geen hinder van verkeer of verkeersgevaarlijke situaties)
•
Beeldkwaliteit (zoals: verbod van reclame op rolluiken en steigerdoeken)
•
Vormgeving (zoals: beperking van gebruik van (reflecterende) kleuren)
•
Beweging, licht en geluid (zoals: verbod op zonreflectie en mechanische beweging)
•
Tijdelijke reclame (zoals: duur van de tijdelijkheid)
•
Speciale evenementen (zoals: uitzonderingen bij gemeente brede evenementen)
Gebiedsregels: •
Gevelreclame (zoals: aantallen en maatvoering)
•
Vrijstaande reclameobjecten en uitstallingen (zoals: aantallen en maatvoering)
2. Beoogd resultaat De nadere regels geven uitvoering aan het door de raad vastgestelde reclamebeleid deel 2 van Zandvoort. De nadere regels geven de gemeente de handvatten om te handhaven op het reclamebeleid. Het reclamebeleid dient een bijdrage te leveren aan de gewenste uitstraling van het dorp overeenkomst het omgevingsplan. Daarnaast zijn er nog drie doelen beoogd: 1. Een verbetering van de uitstraling van de openbare ruimte. Door bijvoorbeeld het beperken van overdaad en het creëren van uniformiteit, 2. Het beperken van overlast (bij drukte). Ten behoeve van de toegankelijkheid en veiligheid, 3. Ruimte geven aan zichtbaarheid en herkenbaarheid van ondernemers. Binnen de mogelijkheden van (1) en (2).
3. Onderbouwing voorstel In het Raadsvoorstel Reclamebeleid deel 2 zijn al eerder de argumenten opgenomen ter onderbouwing van het voorstel. Hieronder een korte samenvatting: 1. Zandvoort wil een aantrekkelijke gemeente zijn en het reclamebeleid deel 2 en de bijhorende nadere regels dragen daaraan bij Met de nadere regels wordt duidelijk wat er wel en niet kan met betrekking tot reclame. Het geeft ondernemers houvast over de mogelijkheden die zij kunnen inzetten zonder hiervoor vergunningen
Kenmerk: 2025/805909
3/6
en ontheffingen te moeten aanvragen. Wanneer iedere ondernemer zich houdt aan de regels dan zal dit bijdragen aan een aantrekkelijke stad. 2. Regels zoals opgenomen in de Welstandsnota zijn niet toereikend om op basis daarvan te handhaven op overtredingen Eerder waren in 2017 al soortgelijke regels (algemeen en per gebied) opgenomen in de welstandsnota. Echter dit document is een beleidsdocument en daardoor ongeschikt om op basis hiervan te handhaven. En de daarin opgenomen regels waren niet meer actueel. 3. De lokale ondernemers zijn betrokken geweest bij het beleidsproces en hebben de gelegenheid gehad inbreng te geven met betrekking tot de conceptregels De ondernemerskoepel (OBZ), Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en een vertegenwoordiging van de strandpachthouders hebben een belangrijke bijdrage geleverd bij de totstandkoming van het reclamebeleid. Op basis van deze participatie is er voldoende draagvlak onder de ondernemers bij de vaststelling van het reclamebeleid deel 2. 4. Omdat reclamebeleid deel 2 betrekkelijk nieuw is voor Zandvoort zal een beleidsevaluatie worden uitgevoerd nadat ervaring is opgedaan in de praktijk De kans bestaat dat er op basis van de eerste praktijkervaringen behoefte is om het beleid en de regels aan te passen. Om dit voor te zijn wordt 3 jaar na inwerkingtreding van de nadere regels een evaluatie uitgevoerd.
Door daar de inbreng van de georganiseerde Zandvoortse ondernemers en de Handhaving bij te betrekken wordt een breed beeld gevormd van de praktijk. Als hier aanleiding voor is zal het beleid en/of de regels worden aangepast.
4. Risico’s en kanttekeningen In het Raadsvoorstel Reclamebeleid deel 2 zijn ook al eerder de risico’s en kanttekeningen opgenomen. Hieronder een korte samenvatting: 1.Er zijn regels voorgesteld die mogelijk minder goed handhaafbaar zijn De meeste regels zijn voldoende duidelijk en goed uitlegbaar. Regels over aantallen, maten en reclamevormen zijn daar voorbeelden van. Maar andere regels zijn mogelijk aanleiding tot een discussie. Zoals uitzicht belemmeren, deugdelijke kwaliteit en zonreflectie. Daar waar mogelijk is in de toelichting uitleg gegeven. Dit onderwerp is onderdeel van de eerdergenoemde evaluatie 2. Er ontstaan nieuwe vormen van reclame-uitingen die ontsierend zijn maar niet onder de regels vallen Ondernemers zijn creatief en ontwikkelingen gaan snel. Er zullen mogelijk nieuwe vormen van reclame-uitingen bestaan of ontstaan die buiten de nadere regels vallen. Er zal dan een afweging
Kenmerk: 2025/805909
4/6
gemaakt moeten worden of dit binnen of buiten het gewenste kader valt. Ook dit onderwerp zal onderdeel zijn van de evaluatie. 3 Er is sprake van tegenstrijdigheid in de regelgeving en overeenkomsten Er is een aantal overeenkomsten met pachters en venters waarin voorwaarden met betrekking tot reclame zijn opgenomen. De bedoeling is dat deze zoveel als mogelijk komen te vervallen bij nieuwe overeenkomsten. Omdat niet alle overeenkomsten zijn uitgeplozen op tegenstrijdigheden kan hier mogelijk nog iets uit voortkomen dat vraagt om nadere duidelijkheid. Ook dat zal meegenomen worden in de evaluatie. Maar als het niet kan wachten zal dit eerder hersteld moeten worden. 5. Consequenties en uitvoering De nadere regels zullen na vaststelling zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd en in werking worden gesteld. 5.1 Financiën •
De handhaving zal plaatsvinden binnen de reguliere capaciteit van betreffende afdeling. Er zijn vooralsnog geen extra kosten voorzien.
5.2 Communicatie • Alle ondernemers zullen worden geïnformeerd per brief en door middel van een informatiebijeenkomst over de inwerkingtreding van de nadere regels en verwezen worden naar de internetadressen van de betreffende documenten, • Nieuw te vestigen ondernemers zullen in de toekomst worden geïnformeerd over het reclamebeleid en de bijhorende nadere regels en verwezen worden naar de internetadressen van de betreffende documenten. 5.3 Participatie • Heeft de bij totstandkoming van het reclamebeleid deel 2 plaatsgevonden, • Nieuwe of andere zienswijzen, al dan niet ingebracht door ondernemers, zullen betrokken worden bij de evaluatie (3 jaar na inwerkingtreding van de nadere regels). 5.4 Juridisch • •
Het college is bevoegd nadere regels met betrekking tot de APV, artikel 2:10 en 4:16, vast te stellen. De gemeente (afdeling Handhaving) en Omgevingsdienst IJmond zijn bevoegd op basis van de nadere regels te handhaven.
Geheimhouding •
Niet van toepassing
Kenmerk: 2025/805909
5/6
5.5 Planning • Na vaststelling van de nadere regels door het college zullen de nadere regels zo spoedig mogelijk worden gepubliceerd in het elektronisch gemeenteblad op overheid.nl, • Er worden aansluitend informatiebijeenkomsten georganiseerd voor ondernemers, handhavers en andere betrokken ambtenaren, • De inwerkingtreding vindt plaats op 1 mei 2026.
6. Bijlagen Bijlage 1: Nadere regels uitstallingen en reclameborden in de openbare ruimte Zandvoort Bijlage 2: Nadere regels reclame-uitingen Zandvoort
Kenmerk: 2025/805909
6/6
Collegebesluit
Onderwerp Publiceren tender woongebouw Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad
Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 24 februari 2025
2026/59009 Kloet, J. de 4.1. Wonen en ruimtegebruik PCM Lagas, E. 06-51318102 elagas@haarlem.nl Op 25 februari 2025 heeft de gemeenteraad het stedenbouwkundig plan voor het Badhuisplein in Zandvoort vastgesteld. Onderdeel van het stedenbouwkundig plan is een woongebouw aan de noordzijde van het Badhuisplein. De gemeente is eigenaar van deze locatie en heeft daarom een tenderdocument opgesteld om een marktpartij te zoeken die deze locatie gaat ontwikkelen en bouwen. De tender houdt rekening met eerder door de raad vastgestelde beleidsdocumenten die een relatie hebben met het Badhuisplein. Het college stuurt dit collegebesluit ter kennisname naar de raad omdat het Badhuisplein een belangrijk project is in Zandvoort waar het college de raad goed wil blijven informeren over de voortgang van onderdelen van dit project. Vastgestelde stedenbouwkundige visie Badhuisplein (21-12-2021) Vastgesteld stedenbouwkundig plan Badhuisplein (25-02-2025) Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het tenderdocument voor het woongebouw aan de noordzijde van het Badhuisplein vrij te geven voor publicatie op tendernet. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding Dit collegebesluit voor de publicatie van het tenderdocument (zie bijlage 1) om op zoek te gaan naar een marktpartij voor het ontwikkelen en bouwen van een woongebouw met commerciële plint aan de noordzijde van het Badhuisplein is een logische vervolgstap op het vaststellen van het stedenbouwkundig plan Badhuisplein op 25-02-2025 door de gemeenteraad.
Kenmerk: 2026/59009
1/5
2. Beoogd resultaat Doel van dit collegebesluit is om uiteindelijk in de tweede helft van 2026 een robuuste en gerenommeerde marktpartij te selecteren en contracteren ten behoeve van de ontwikkeling en realisatie van een woongebouw met commerciële plint aan de noordzijde van het Badhuisplein. Het woongebouw zal uiteindelijk gaan bestaan uit ongeveer 54 appartementen, waarvan maximaal de helft uit vrije sector woningen zal bestaan. De andere helft van de woningen zal bestaan uit betaalbare en middeldure woningen. Deze woningen worden gerealiseerd op een commerciële plint van ongeveer 800 m2. Het tenderdocument, dat is opgesteld in samenwerking met bureau Tender People, om dit resultaat te halen is opgesteld binnen de kaders van het op 25-2-2025 door de raad vastgestelde stedenbouwkundig plan Badhuisplein en de eerder vastgestelde GREX van het Badhuisplein. 3. Onderbouwing voorstel 3.1 Verkoop locatie woongebouw op het Badhuisplein via een openbare tender. Sinds het “Didam-arrest” van de Hoge Raad (26-11-2021) moet de gemeente bij de verkoop van gronden en vastgoed zo veel mogelijk het gelijkheidsbeginsel hanteren. Dit betekent dat sindsdien de 1-op-1 verkoop van gemeentelijke gronden of vastgoed aan een derde partij alleen nog maar onder strenge voorwaarden kan.
Voor de locatie van het woongebouw aan de noordzijde van het Badhuisplein zijn er geen juridisch waterdichte argumenten te bedenken waarom deze locatie 1-op-1 aan één specifieke marktpartij zou moeten worden verkocht en daarom wordt deze locatie via een openbare tender aanbesteed. 3.2 Vaste verkoopprijs zodat primair kan worden geselecteerd op kwaliteit en duurzaamheid. Bij de tender is gekozen voor een vaste verkoopprijs. Dit betekent dat partijen die zich inschrijven voor de tender zich automatisch committeren aan deze verkoopprijs. De verkoopprijs die vermeld is in de tender past binnen de GREX van het Badhuisplein en is ook door een recente taxatie bevestigd. Door een vaste verkoopprijs te hanteren kan de gemeente de keuze van de partij die het woongebouw gaat ontwikkelen en realiseren primair kiezen op basis van de hoogste kwaliteit en duurzaamheid. Dat betekent dat bij de selectie de hoogte van het bod geen (verstorende) rol speelt omdat dat geen onderdeel is van de selectie. 3.3 De marktpartij voor het woongebouw op het Badhuisplein wordt in twee fasen gekozen. In de eerste fase wordt vooral gekeken naar referenties, ervaringen en financiële gegoedheid van de partijen die zich inschrijven. Hieruit ontstaat een zogenaamde longlist met alle partijen die geschikt zijn voor de opgave.
Uit die longlist wordt in de eerste fase door een ambtelijk selectieteam, die in ieder geval bestaat uit de ambtelijke projectleiding en stedenbouwkundige ontwerpers, een shortlist gemaakt met drie partijen die het beste voldoen aan de gestelde eisen voor (esthetische) kwaliteit en
Kenmerk: 2026/59009
2/5
duurzaamheid. Voor de zekerheid zal er ook één reservepartij worden gekozen als één van de drie partijen van de shortlist onverhoopt zou afvallen. In de tweede fase worden er extra documenten gevraagd aan de drie partijen van de shortlist om hun plannen verder te onderbouwen. Ook zal er een mondelinge dialoogronde zijn waarin vragen van de drie partijen worden behandeld. Uiteindelijk zal het college op advies van het selectieteam een partij kiezen die de locatie van het woongebouw mag ontwikkelen en realiseren. 3.4 Duurzaamheid Van de partijen die zich inschrijven zal vooral worden beoordeeld op welke wijze zij de duurzaamheid van de ontwikkeling en realisatie van het woongebouw onderbouwen. Hierbij kunnen zij gebruik maken van de documenten (Convenant schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) en het Convenant Houtbouw MRA (2021-2025) en het Houtbouw Pact MRA (2026-2030)) die de gemeente Zandvoort onlangs heeft (mee)ondertekend. Deze documenten zijn ook als bijlage toegevoegd aan het tenderdocument. Vanzelfsprekend wordt het woongebouw aardgasvrij gerealiseerd. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 4.1.1. Stikstofproblematiek In Zandvoort is er door de nabije aanwezigheid van Natura-2000-gebied altijd een uitdaging op het gebied van Stikstofdepositie.
Toch wordt verwacht dat binnen de huidige wetgeving geen natuurvergunning nodig is voor dit project omdat dit ook is gebleken bij de aanvraag van het naastgelegen hotel. Helaas is dit onderwerp continu in discussie, zowel bij de regering als bij de Raad van State. 4.1.2. Netcongestie In de regio waarin Zandvoort ligt, zijn er grote uitdagingen op het gebied van Netcongestie. Tot voor kort waren woningbouwprojecten met enkel kleinverbruik aansluitingen min of meer gegarandeerd van een netaansluiting in de nabije toekomst. Helaas is dat onlangs gewijzigd en kunnen ook grootverbruik aansluitingen na 1-1-2027 weer voorrang krijgen. Het woongebouw op het Badhuisplein is al wel aangemeld bij de netbeheerder en daarmee staat dit project al wel op een prioriteitenlijst. Dit is nodig omdat het nieuwe woongebouw een grotere aansluiting op het net krijgt dan de oude aansluiting van het reeds gesloopte woongebouw ter plaatse. 4.1.3. Wie draagt deze risico’s? De vraag is natuurlijk wie bovenstaande risico’s (en wellicht nog andere risico’s) draagt? Is dat de gemeente of de ondernemer die op het woongebouw inschrijft? Voorafgaand aan de gunningsfase van de tender van het woongebouw zal het college hierover nader worden geïnformeerd.
Kenmerk: 2026/59009
3/5
4.2 Kanttekeningen 4.2.1. Parkeren onder het plein Ten behoeve van de woningen en de commerciële plint in het woongebouw op het Badhuisplein zijn vanzelfsprekend voldoende parkeerplaatsen nodig. Direct onder de footprint van het woongebouw is waarschijnlijk net niet genoeg parkeerruimte beschikbaar om aan de meest recente gemeentelijke parkeernormering te voldoen. Binnenkort zal er nader onderzoek worden gedaan naar de wijze van parkeren onder het gehele Badhuisplein, inclusief de parkeerbehoefte van het Hotel van 3GT, de toekomstige ontwikkeling van de locatie van het voormalige Holland Casino en wellicht nog andere parkeerbehoefte van toeristen en/of gebruikers van de parkeerplaatsen op huidige Burgemeester Engelbertsstraat. Daarbij wordt ook gekeken naar de meest gewenste eigendomssituatie, het beheer en de grootte van de toekomstige parkeergarage onder het Badhuisplein. Dit onderzoek zal op tijd klaar zijn om mee te nemen bij de definitieve keuze van de uiteindelijke marktpartij voor het woongebouw op het Badhuisplein. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën De kosten voor de tender worden bekostigd uit de plankosten die door de raad zijn vastgesteld in de GREX Badhuisplein. Ook de opbrengst die wordt gevraagd voor de locatie van het woongebouw komt overeen met de opbrengst die is vastgesteld in de GREX Badhuisplein.
Hierdoor hoeft er gaan aanvullend financieel besluit genomen te worden. 5.2 Communicatie Het publiceren van de tender van het woongebouw op het Badhuisplein via Tenderned zal ook op de gemeentelijke website worden aangekondigd. Ook zal het eindresultaat van de tender op de gemeentelijke website worden gepubliceerd. 5.3 Participatie Er is besloten om geen specifiek participatietraject rondom de tender te organiseren omdat de uitgangspunten al zijn vastgelegd in door de raad besloten documenten zoals het stedenbouwkundig plan Badhuisplein en de GREX Badhuisplein. Wel lijkt het een goed idee om de drie inschrijvers van de tender in een inloopbijeenkomst te presenteren aan de omgeving. Het besluit van de keuze voor het winnende ontwerp zal echter bij het ambtelijk selectieteam en het college liggen met behulp van de in het tenderdocument opgenomen onafhankelijk toetsbare criteria. 5.4 Juridisch Sinds het “Didam-arrest” van de Hoge Raad (26-11-2021) moet de gemeente bij de verkoop van gronden en vastgoed zo veel mogelijk het gelijkheidsbeginsel hanteren. Voor het woongebouw aan de noordzijde van het Badhuisplein wordt een openbare tender die op Tenderned wordt gepubliceerd daarbij als meest geëigende middel gezien.
Kenmerk: 2026/59009
4/5
5.5 Planning Onderstaand een weergave van de mijlpalenplanning van de tender AANMELDINGSFASE - eind februari 2026: vrijgeven tenderstukken in het college - begin maart 2026: tenderdocumenten op tendernet - medio april 2026: vaststellen longlist van partijen - medio mei 2026: vaststellen shortlist van 3 partijen BIEDINGSFASE - begin september 2026: beoordeling inschrijvingen van de 3 partijen - medio oktober 2026: REALISATIEFASE - medio 2027: - eind 2027:
gunning definitieve marktpartij afronding vergunningsfase start realisatie
6. Bijlagen Bijlage 1: Het te publiceren tenderdocument voor het woongebouw op het Badhuisplein
Kenmerk: 2026/59009
5/5
Collegebesluit
Onderwerp Mandaatbesluit inzake SPUK Transformatiemiddelen IZA 2024-2027 voor MGN gemeente Zandvoort 2026 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2026/11507 Carree, L. 1.3. Sociale basis MO Loon, R. van; M. Christiaans rvanloon@haarlem.nl; mchristiaans@haarlem.nl Het college verleent de gemeente Haarlem mandaat om namens Zandvoort budget aan te vragen en te beheren via de regeling Specifieke uitkering transformatiemiddelen IZA 2024-2027. Dit mandaat is nodig om uitvoering te geven aan het regionale Transformatieplan Mentale Gezondheidsnetwerken (MGN), waarin gemeenten samenwerken met zorg- en welzijnspartijen om de mentale gezondheid van inwoners te versterken. Met dit besluit draagt Zandvoort bij aan de regionale aanpak mentale gezondheidsnetwerken, met als doel de inwoner tijdig van de juiste ondersteuning te voorzien. Door betere samenwerking tussen gemeenten, zorgaanbieders en huisartsen moet de ggz toegankelijk en betaalbaar blijven Met het mandaat kan de penvoerende gemeente Haarlem efficiënt middelen aanvragen en verantwoorden, waardoor de uitvoering van het transformatieplan versneld en doelmatig verloopt.
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt dit besluit ter informatie naar de raad vanwege de impact van IZA.
Relevante eerdere besluiten
- Middelen Integraal Zorg Akkoord (IZA) & Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) 2023 (2023/362093), aangenomen in de collegevergadering van 28 maart 2023. - Collegebesluit bij volmacht- en machtigingenbesluit Integraal Zorgakkoord gemeente Zandvoort 2023 (2023/1055133), aangenomen in de collegevergadering van 18 juli 2023. - Voortgang Integraal Zorgakkoord in Zuid Kennemerland en IJmond (2025/187950), aangenomen in de collegevergadering van 25 februari 2025.
Kenmerk: 2026/11507
1/4
Besluit college d.d. 24 februari 2026
Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het college van de gemeente Haarlem mandaat te verlenen voor het aanvragen en beheren van budget via de "Specifieke uitkering transformatiemiddelen IZA 2024-2027" overeenkomstig het Mandaatbesluit inzake SPUK Transformatiemiddelen IZA 2024-2027 gemeente Zandvoort 2025 voor het Transformatieplan Mentale Gezondheidsnetwerken. 2. De gemeente Haarlem middels brief 20260012061 te verzoeken in te stemmen met het gegeven mandaat. de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding De gemeenten Zandvoort, Heemstede, Bloemendaal, Beverwijk, Heemskerk, Velsen en Haarlem werken samen met zorgpartijen aan het Transformatieplan Mentale Gezondheidsnetwerken (MGN). Gemeenten kunnen voor hun inzet budget aanvragen via de Regeling "Specifieke uitkering transformatiemiddelen IZA 2024-2027". Gemeente Haarlem zal hiervoor als penvoerder optreden. Daartoe is een mandaatbesluit nodig. 2. Beoogd resultaat In het Integraal Zorgakkoord (IZA) zijn afspraken gemaakt zijn om in samenwerking tussen gemeenten, zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren de gezondheid van inwoners te bevorderen en passende zorg te verlenen. Regionaal (regio Zuid-Kennemerland/IJmond) werken wij die samenwerking op dit moment concreet uit. Dat doen we op grond van een gezamenlijk met zorgpartijen en de zorgverzekeraars opgesteld Regiobeeld en Regioplan en daaruit voortvloeiende Transformatieplannen IZA. Het Transformatieplan Mentale Gezondheidsnetwerken is inmiddels goedgekeurd. Dit plan is tot stand gekomen in een samenwerkingsverband van de zeven gemeenten met GGZInGeest, Parnassia, RIBW/KAM, Buurts, Huisartsen Zuid Kennemerland (HZK) Partners die betrokken zijn bij de uitwerking en uitvoering van deze transformatieplannen ontvangen hiervoor vanuit het rijk budget.
Voor deelnemende gemeenten geldt dat zij voor hun bijdrage aan de transformatieplannen een specifieke uitkering moeten aanvragen bij het Rijk, de "Specifieke uitkering transformatiemiddelen IZA 2024-2027". Als gemeenten doen we voor onze deelname aan het transformatieplan MGN een beroep op de genoemde uitkering. Gemeente Haarlem zal hiervoor als penvoerder optreden.
Kenmerk: 2026/11507
2/4
Een mandaatbesluit is nodig om de gemeente Haarlem mandaat te verlenen om de middelen aan te vragen, te beheren en daarover verantwoording af te leggen. En als aanspreekpunt daarvoor te fungeren voor de projectleiding van het Transformatieplan MGN. 3. Onderbouwing voorstel 1.1. Mandatering is efficiënt, effectief en doelmatig Door de aanvraag en het beheer van de uitkering te mandateren wordt dubbel werk voor de gemeenten bij het aanvragen van de uitkering en meer afstemming tussen de projectleiding van het transformatieplan en individuele gemeenten voorkomen. Daarom wordt gekozen voor het mandateren en aanwijzen van een penvoerende gemeente. 1.2. Hetzelfde besluit wordt door alle gemeenten in de regio genomen In elke betrokken gemeente in Zuid-Kennemerland en de IJmond ligt dit mandaatbesluit bij het college of is het reeds vastgesteld. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Bij mandatering blijft het college verantwoordelijk voor de wijze waarop deze taken door het college van Haarlem worden uitgevoerd. Het risico is daardoor beperkt. 4.2 Kanttekeningen 1.1 Dit besluit geldt gedurende de looptijd van het Transformatieplan MGN Zolang het Transformatieplan MGN van kracht is, zal het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem de bevoegdheden en werkzaamheden uitvoeren zoals onder ‘beoogd resultaat’ beschreven. 5.
Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Er zijn geen financiële consequenties verbonden aan dit besluit. De inzet die van de gemeenten wordt gevraagd gedurende de looptijd van het transformatieplan zijn begroot en opgenomen in de begroting van het transformatieplan. Dit plan is goedgekeurd door de landelijke beoordelingscommissie. Op grond van het goedgekeurde transformatieplan kan het daarvoor benodigde budget nu worden aangevraagd. 5.2 Communicatie Niet aan de orde voor dit besluit. 5.3 Participatie Niet aan de orde voor dit besluit.
Kenmerk: 2026/11507
3/4
5.4 Juridisch 5.4.1. Wettelijke bevoegdheidsbasis voor het nemen van het besluit Op grond van artikel 160 lid 1 sub a van de Gemeentewet is het college bevoegd om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren, waaronder het aanvragen van speciale uitkeringen. Op grond van artikel 171 van de Gemeentewet vertegenwoordigt de burgemeester de gemeente in en buiten rechte. Op grond van artikel 10:3 lid 1 van de Awb kan het college mandaat verlenen aan het college van gemeente Haarlem. Op grond van artikel 10.4 lid 1 van de Awb dient de gemandateerde, het college van gemeente Haarlem, in te stemmen met de mandaatverlening. 5.4.2. Wettelijk en/of beleidskader Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht Integraal Zorgakkoord (IZA) Regeling specifieke uitkering transformatiemiddelen IZA 2024-2027 5.5 Planning De gemeente Haarlem wordt in kennis gesteld van het mandaatbesluit via een brief. Omdat de gemandateerde niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever, vraagt dit ook de instemming van de gemandateerde, dus het college van gemeente Haarlem. Daarom wordt aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem bij brief om een instemmingsverklaring verzocht. Het besluit treedt in werking zodra het via officiële bekendmaking is bekendgemaakt. 6.
Bijlagen - Bijlage 1 – Mandaatbesluit inzake SPUK Transformatiemiddelen IZA 2024-2027 MGN gemeente Zandvoort 2026 - Bijlage 2 – Brief aan gemeente Haarlem inzake mandaatbesluit - Bijlage 3 – Overeenkomst Transformatieplan MGN Haarlem+Zandvoort
Kenmerk: 2026/11507
4/4
Collegebesluit
Onderwerp Grondprijsbrief Zandvoort 2026 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2026/29564 Bluijs, G 4.1. Wonen en ruimtegebruik PG IJland, E.M.L. 06-19293245 eijland@haarlem.nl Deze Grondprijsbrief is een document waarmee de Gemeente Zandvoort de grondprijzen voor 2026 vastlegt. De Grondprijsbrief wordt jaarlijks geactualiseerd. De Grondprijsbrief is een uitwerking van de Nota Grondbeleid 2020 -2024 en Grondprijsbeleid waarin per functie de te hanteren grondprijsmethode is vastgelegd om de grondprijs te bepalen. Door de prijzen jaarlijks te actualiseren middels een grondprijsbrief, sluiten de grondprijzen aan bij de actualiteit in de markt.
Behandelvoorstel voor de raad
Het college stuurt het besluit ter kennisname naar de raad
Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 24 februari 2026
Nota Grondbeleid 2020 – 2024 en Grondprijsbeleid (2020/446835) in raadsvergadering 22 september 2020 Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De Grondprijsbrief Zandvoort 2026 vast te stellen de secretaris,
de burgemeester,
1. Aanleiding De Grondprijsbrief is een uitwerking van de Nota Grondbeleid 2020 -2024 en Grondprijsbeleid die in september 2020 is vastgesteld door de raad. In de Nota Grondbeleid 2020 -2024 en Grondprijsbeleid is per functie de te hanteren grondprijsmethode vastgelegd om de grondprijs te bepalen. Door de prijzen jaarlijks te actualiseren middels een grondprijsbrief, sluiten de grondprijzen aan bij de actualiteit in de markt.
Kenmerk: 2026/29564
1/3
2. Beoogd resultaat De grondprijzen zijn gebaseerd op de verkoop van bouwrijpe grond, dat wil zeggen grond die milieutechnisch geschikt is voor de bestemming, vrij van opstallen, groen en ondergrondse obstakels, zoals kabels en leidingen en funderingsresten. Daarnaast zijn huurprijzen voor grond ten behoeve van grondstroken en tuinen en bedrijventerreinen bepaald. Met het vaststellen van de Grondprijsbrief 2026 wordt voldaan aan marktconforme grondprijzen voor de in de Grondprijsbrief 2026 genoemde segmenten.
3. Onderbouwing voorstel 1. Met de vaststelling van de Grondprijsbrief 2026 worden de vastgelegde grondprijsmethoden waar nodig vertaald naar concrete prijzen In 2020 is Nota Grondbeleid 2020 -2024 en Grondprijsbeleid vastgesteld. Omdat er verschillende manieren zijn om een grondprijs te bepalen heeft de raad in deze nota per functie de grondprijsmethode vastgesteld. Daarbij gaat het om de wijze waarop een grondprijs wordt bepaald, maar niet de daadwerkelijke hoogte daarvan. Die wordt jaarlijks vastgelegd in de Grondprijsbrief. 2. De grondprijzen zijn actueel en markconform De prijzen zijn ten opzichte van 2025 geactualiseerd op basis van de huidige marktontwikkelingen. 3. De grondprijzen zijn uniform en transparant Met de Grondprijsbrief zijn de prijzen voor 2026 op uniforme en transparante wijze vastgelegd en kunnen deze worden gecommuniceerd met belanghebbenden. Voor relatief veel functies wordt de grondprijs via de residuele waarde methode berekend. Hierbij wordt de grondprijs bepaald als residu van de marktwaarde, minus de stichtingskosten en inclusief bijkomende kosten. In dat geval is sprake van maatwerk. Concrete prijzen zijn in dat geval niet op voorhand te benoemen en bij verkoop is een taxatie noodzakelijk.
Daarmee worden in de Grondprijsbrief uitsluitend de (vaste) grondprijzen voor bedrijfskavels, sociale huurwoningen en minimale grondprijzen voor gronden met een maatschappelijke functie via deze brief vastgesteld. Dit is inclusief de huurprijzen voor grondstroken en tuinen en bedrijfsterreinen.
Kenmerk: 2026/29564
2/3
4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Er zijn geen risico’s. 4.2 Kanttekeningen Voor relatief veel functies worden de grondprijzen via de residuele waardemethode bepaald. Voor die functies zijn geen concrete grondprijzen in de Grondprijsbrief opgenomen. In dergelijke gevallen blijft maatwerk nodig. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Na vaststelling van de Grondprijsbrief worden de grondprijzen geïmplementeerd in de van toepassing zijnde gebiedsontwikkelingsprojecten.
5.2 Communicatie Niet van toepassing 5.3 Participatie Niet van toepassing 5.4 Juridisch Niet van toepassing 5.5 Planning Niet van toepassing 6. Bijlagen 1. Grondprijsbrief Zandvoort 2026
Kenmerk: 2026/29564
3/3
Collegebesluit
Onderwerp Vorming woningbouwregio en woningmarktregio Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor de raad
Relevante eerdere besluiten
2026/66260 Bluijs, G.J. 4.1. Wonen en ruimtegebruik ECDW Tichelaar, T. ttichelaar@haarlem.nl Het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting schrijft voor dat de provincie na overleg met gemeenten de woningbouw- en woningmarktregio’s afbakent. Deze afbakening heeft als doel helderheid te creëren met welke gemeenten de gemeente Zandvoort regionaal dient af te stemmen en regionale afspraken moet maken over de verdeling van het aantal (betaalbare) woningen en passende woningen voor aandachtsgroepen, waaronder ouderen (woningbouwregio) en voorrangverlening aan en verdeling van urgente aandachtsgroepen (woningmarktregio) bij de inwerkingtreding van de Wet Versterking regie volkshuisvesting. Met dit besluit adviseert het college aan de provincie om voor de woningbouw-regio de Metropoolregio Amsterdam (MRA) vast te stellen en voor de woningmarktregio de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Met dit advies kan de huidige goede samenwerking met de bijbehorende afspraken binnen de regio en de MRA worden voortgezet. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. Het college wil de raad informeren over het advies aan de provincie over het vormen van de woningbouwregio en woningmarktregio. Dit heeft invloed op de verdere samenwerking met regiogemeenten en corporaties. • •
•
Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2026 (2025/719822) in raadsvergadering 16 december 2026. Verlenging en actualisering uitvoeringsagenda Woonakkoord ZuidKennemerland/IJmond en nieuwe regionale Woonagenda (2025/760932) in collegevergadering 25 november 2025. Verlenging Regionaal Woonakkoord Zuid-Kennemerland/lJmond 2021-2025, onderdeel Bestuursakkoord (2025/621010) in raadsvergadering 14 oktober 2025.
Kenmerk: 2026/66260
1/8
•
Besluit college d.d. 3 maart 2026
Vaststellen Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025 ‘Samen bouwen aan een toekomstbestendige regio’ (2021/53567) in raadsvergadering 23 maart 2021. • Vrijgave voor inspraak: concept Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030 (2025/733953) in collegevergadering 4 november 2025. • Woondeal MRA 2023 (2023/146190) in collegevergadering 21 februari 2023. • Uitvoeringsprogramma Wonen 2019 t/m 2025 (2019/180616) in raadsvergadering 23 april 2019. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Voor de vorming van de woningbouwregio de Metropoolregio Amsterdam (MRA) aan de provincie Noord-Holland te adviseren. Met het de volgende voorbehouden: A. Het moet mogelijk blijven om binnen de woningbouwregio primair op deelregionaal niveau afspraken te maken over de programmering (zowel met betrekking tot aandeel sociaal/betaalbaar, als met betrekking tot bouwen voor aandachtsgroepen). Voor de gemeente Zandvoort is dit de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. B. Uitruil blijft, in onderling overleg tussen deelregio’s, op MRA-niveau mogelijk. C. Oplossing voor regionaal tekort sociale huur binnen twee/derde betaalbaar vergt nadere afspraken. 2.
Voor de vorming van de woningmarktregio aan de provincie Noord-Holland te adviseren om de bestaande samenwerking op het gebied van woonruimteverdeelafspraken over urgente woningzoekenden binnen de regio Zuid-Kennemerland/ IJmond te behouden. Onder voorwaarden dat: A. Huisvesting urgent woningzoekenden primair blijft verlopen volgens bestaande afspraken in zorg en bijbehorende financiering. Dit betekent dat de bestaande samenwerking van de regio Zuid-Kennemerland/IJmond met de gemeente Haarlemmermeer onderdeel blijft uitmaken van de WMO-regio Zuid-Kennemerland/IJmond met Haarlem als centrumgemeente voor de verdeling van mensen die uitstromen uit Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen. B. Zorgvuldig wordt gekeken waar in de komende jaren meer samenwerking en eventueel uitruil mogelijk is, voor die gevallen waarvan dat logisch is. de secretaris,
Kenmerk: 2026/66260
de burgemeester,
2/8
1. Aanleiding In 2022 heeft het Rijk de Nationale Woon- en Bouwagenda, met daaronder zes programma’s, waaronder Betaalbaar Wonen, Een thuis voor iedereen (aandachtsgroepen) en Wonen en Zorg voor ouderen. Het juridisch instrumentarium hiervoor is vastgelegd in het Wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Dit wetsvoorstel verplicht provincies om, na overleg met de gemeenten (colleges van Burgemeester en Wethouders) de woningbouw- en woningmarktregio’s af te bakenen. Doel hiervan is om duidelijkheid te creëren welke gemeenten met elkaar regionaal dienen af te stemmen en regionale afspraken moeten maken over de verdeling van het aantal (betaalbare) woningen, passende woningen voor aandachtsgroepen, waaronder ouderen en voorrangverlening aan urgente aandachtsgroepen. Uitgangspunten van het Wetsvoorstel zijn onder andere: • Twee derde van alle nieuwbouw moet bestaan uit betaalbare woningen. • Goede balans in de regio. Gemeenten die nu weinig sociale huur hebben, en onder het landelijk gemiddelde zitten, nemen 30% sociale huurwoningen op in hun nieuwbouwprogrammering. Gemeenten die boven het landelijk gemiddelde van sociale huur zitten, gaan naar meer dan 40% betaalbare koop- en middenhuurwoningen in de programmering. • Gemeenten leggen vast hoe ze zorgen voor voldoende woningen voor jongeren en ouderen.
• Behalve de individuele opdracht, van punt 2, geldt dat de gemeenten van een woningbouwregio gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor en afspraken maken over het realiseren van 30% sociaal en in totaal twee/derde betaalbare woningen in de woningbouw op woningbouwregio-niveau. De afbakening van de woningbouwregio’s wordt vastgesteld door de Provinciale Staten en vastgelegd in de provinciale omgevingsverordening. Een woningbouwregio kan provinciegrens overschrijdend zijn. Gemeenten binnen een woningbouwregio maken onderling afspraken over de evenwichtige verdeling van de woningbouwopgave, waaronder sociale en betaalbare woningen en passende woningen voor aandachtsgroepen (waaronder ouderen). De woningbouwregio is bepalend voor de afspraken over de woningbouwprogrammering. De Gedeputeerde Staten van de provincie stellen, na overleg met de colleges van Burgemeester en Wethouders van de betreffende gemeenten, de woningmarktregio vast. Gemeenten binnen deze regio dienen vervolgens afspraken te maken over een eerlijke verdeling van de voorrangverlening aan urgent woningzoekenden1. De provincie Noord-Holland zal een voorgenomen besluit nemen op zowel de woningbouwregio als de woningmarktregio welke in werking zullen treden als de Wet Versterking regie volkshuisvesting van kracht is.
De urgentie om de woningbouwregio en woningmarktregio vast te stellen is groot, omdat de wet naar verwachting op 1 juli 2026 van kracht wordt. Daarnaast is de urgentie ook groot, 1
Overigens worden de meeste urgent woningzoekenden al geholpen bij het vinden van huisvesting na uitstroom uit een instelling of medische problemen via zorgverleningsstructuren en bijbehorende financiering.
Kenmerk: 2026/66260
3/8
omdat de gekozen woningbouwregio moet worden verankerd in de provinciale omgevingsverordening. Voor deze verankering in de omgevingsverordening moet door Gedeputeerde Staten uiterlijk eind maart a.s. al een besluit worden genomen. Voor het tot standen komen van het gemeentelijk advies heeft de provincie een doorberekening gemaakt van de gevolgen van het Wetsvoorstel op een gekozen samenwerking. Op basis van gesprekken met gemeenten, is de provincie gekomen tot de volgende voorkeursvarianten: de MRA voor de woningbouwregio en op deelregionaal niveau voor de woningmarktregio. In het PHO MRA Bouwen en Wonen hebben de portefeuillehouders Volkshuisvesting, na afstemming binnen de eigen deelregio’s (waaronder Zuid-Kennemerland/IJmond), een gemeenschappelijk advies aan de provincie geformuleerd. Om te komen tot dit advies is eerder binnen deelregio ZuidKennemerland/IJmond met de portefeuillehouders Volkshuisvesting (waaronder de gemeente Zandvoort) en regionale corporaties op voorhand de voorkeursvarianten besproken en van advies voorzien voor het PHO MRA Bouwen en Wonen. 2. Beoogd resultaat Het resultaat is dat de provincie de woningbouwregio en woningmarktregio zo afbakent, zodat de gemeente Zandvoort goede en uitvoerbare afspraken kan blijven maken met andere gemeenten in de regio waardoor er meer en beter verspreid betaalbaar woningaanbod voor woningzoekenden ontstaat.
De afbakening van de woningbouwregio en de woningmarktregio schept helderheid met welke gemeenten de gemeente Zandvoort regionaal dient af te stemmen en regionale afspraken moet maken over de verdeling van het aantal (betaalbare) woningen en passende woningen voor aandachtsgroepen, waaronder ouderen (woningbouwregio) en voorrangverlening aan en verdeling van urgente aandachtsgroepen (woningmarktregio) bij de inwerkingtreding van de Wet Versterking regie volkshuisvesting. De keuze voor woningbouwregio op MRA niveau zorgt ervoor dat de huidige samenwerking op MRA niveau in het kader van de Woondeal MRA en de Novex-MRA (verstedelijkingsconcept) wordt vervolgd, met daarbinnen de huidige samenwerking op regio Zuid-Kennemerland/IJmond niveau aan de hand van het Woonakkoord (en na aflopen van het Woonakkoord het regionaal Volkshuisvestingsprogramma). De woningmarktregio op regionaal Zuid-Kennemerland/IJmond niveau bestendigt de huidige samenwerking zoals de recent afgestemde huisvestingsverordeningen en het Pact voor Uitstroom. Het blijft mogelijk om buiten de woningmarktregio met een afzonderlijke gemeente waar bestaande afspraken lopen, zoals met de gemeente Haarlemmermeer, voort te zetten.
Kenmerk: 2026/66260
4/8
3. Onderbouwing voorstel 1. De keuze voor de MRA als woningbouwregio sluit aan op de huidige samenwerking binnen de Woondeal MRA met het Rijk. Binnen de MRA wordt al enige jaren samengewerkt op het gebied van wonen en verstedelijking (onder andere Novex MRA en Woondeal MRA). De keuze voor dezelfde regio borduurt daarop voort. De Woondeal MRA 2023 is een samenwerking tussen gemeenten, de provincies Noord-Holland en Flevoland, het Rijk, woningcorporaties en marktpartijen. Het doel is de bouw van 171.200 woningen tot 2030 te versnellen, waarbij minstens twee derde betaalbaar is en 30% sociale huur betreft, om het woningtekort in de regio aan te pakken. De samenwerking is voorwaardelijk voor financiële ondersteuning vanuit het Rijk. Daar de samenwerking van 30 gemeenten is, is dit een sterke lobby met het Rijk. De gemaakte afspraken in de Woondeal MRA zijn wederkerig. Hiervoor is afgesproken dat het Rijk de MRA gemeenten helpt knelpunten op te lossen (stikstof, energie, geluid) met bijbehorende subsidiemogelijkheden, terwijl de regio zich inzet voor snellere procedures en productie. Hierover zijn periodiek afspraken met de minister. 2. De keuze voor de MRA als woningbouwregio zorgt voor behoud van het bestaande afsprakenkader in de Woondeal (MRA-Provincie-Rijk), er is ruimte en flexibiliteit om tussen deelregio’s uit te wisselen.
Voor de vorming van de woningbouwregio heeft de provincie diverse berekeningen uitgewerkt en komt met een voorkeur voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De keuze voor de MRA heeft ook de voorkeur van het Rijk. De provincie geeft daarnaast aan dat het wenselijk kan zijn om op deelregionaal niveau afspraken te maken over het bouwen voor aandachtsgroepen. De portefeuillehouders Volkshuisvesting van Zuid-Kennemerland/IJmond steunen de keuze voor de MRA met als voorwaarde primair op deelregionaal niveau de afspraken met elkaar te blijven maken, zoals nu ook gebeurt (in het kader van de uitvoering van het regionaal Woonakkoord). Het schaalniveau van de MRA heeft als voordeel dat de gezamenlijke gemeenten een sterke positie hebben in de aansturing vanuit Rijk en provincie over de uitvoering van de woningbouw-programmering. Van belang is hierbij aandacht te hebben dat er op dit schaalniveau geen ongewenste effecten optreden in relatie tot de bouwprogramma’s van gemeenten en deelregio’s en de toekomstige kaders vanuit de Wet Versterking regie volkshuisvesting. 3. De keuze voor de regio Zuid-Kennemerland/IJmond als woningmarktregio, zorgt voor de bestendiging van de bestaande goede samenwerking. Bij de woningmarktregio gaat het om een eerlijke verdeling (fair share) van urgent woningzoekenden.
Recent zijn in deze regio de (gelijkluidende) huisvestingsverordeningen vastgesteld waarin de regels voor urgenties zijn opgenomen. Het Rijk heeft geadviseerd om bij de keuze voor woningmarktregio’s zo veel als mogelijk aan te sluiten bij bestaande samenwerkingsstructuren. Dit is ook het uitgangspunt van de provincie. Voor de gemeente Zandvoort is dit de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Hiermee wordt ook voldaan aan de plicht dat een woningmarktregio uit
Kenmerk: 2026/66260
5/8
meer dan één gemeente moet bestaan. Dit houdt in dat de huisvesting van urgent woningzoekenden blijft verlopen volgens de bestaande afspraken in het zorgdomein en de bijbehorende financiering. 4. Naast de keuze voor de bestaande regio Zuid-Kennemerland/IJmond als woningmarktregio kunnen gemeenten op dossiers blijven samenwerken. In de regio Zuid-Kennemerland/IJmond werkt samen met de gemeente Haarlemmermeer in het kader van de Maatschappelijke Opvang (MO) en Beschermd Wonen (BM) met de gemeente Haarlem als centrumgemeente. Uitstromers die een binding hebben met Haarlemmermeer worden met voorrang via aparte afspraken met partijen in Haarlemmermeer gehuisvest (buiten het Pact voor Uitstroom). Haarlemmermeer zal waarschijnlijk (in verband met gezamenlijke huisvestingsverordening en inschrijfsysteem) deel uit gaan maken van een woningmarktregio met Zaanstreek-Waterland, Amstelland-Meerlanden en Amsterdam. Voor de samenwerking van Haarlemmermeer en regio Zuid-Kennemerland/IJmond op gebied van MO en BW zal de mogelijkheid blijven om specifieke afspraken te maken over verdeling en samenwerking. Amstelland-Meerlanden, Amsterdam en Zaanstreek-Waterland zijn voornemens met elkaar één woningmarktregio te gaan vormen.