CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebesluiten 20 januari - 29 april 2026

Raadscommissie 19 mei 2026, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Overzichten30.039 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Collegebesluiten tussen 20 januari - 29 april 2026 Document

Collegebesluit Brief aan Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst IJmond over taakharmonisatie VTH-bouw

Titel

Collegebesluit Brief aan Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst IJmond over taakharmonisatie VTH-bouw

Besluit B&W

20-01-2026

Document

Collegebesluit Ontvlechting CJG en JGZ van ViVa! Zorggroep

Titel

Collegebesluit Ontvlechting CJG en JGZ van ViVa! Zorggroep

Besluit B&W

27-01-2026

Document

Collegebesluit Indexering prijsklassen woningbouwcategorieën en prijsgrens opkoopbescherming 2026

Titel

Collegebesluit Indexering prijsklassen woningbouwcategorieën en prijsgrens opkoopbescherming 2026

Besluit B&W

03-02-2026

Document

Collegebesluit Mandaatregeling regionaal programmadirecteur jeugdhulpregio ZKIJ

Titel

Collegebesluit Mandaatregeling regionaal programmadirecteur jeugdhulpregio ZKIJ

Besluit B&W

10-02-2026

Document

Collegebesluit Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Bereikbaarheid Kust

Titel

Collegebesluit Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Bereikbaarheid Kust

Besluit B&W

10-02-2026

Document

Collegebesluit Principebesluit Gemeenschappelijke Regeling vorming jeugdregio ZKIJ

Titel

Collegebesluit Principebesluit Gemeenschappelijke Regeling vorming jeugdregio ZKIJ

Besluit B&W

17-02-2026

Document

Collegebesluit Nadere regels APV m.b.t. reclame-uitingen en uitstallingen

Titel

Collegebesluit Nadere regels APV m.b.t. reclame uitingen en uitstallingen

Besluit B&W

17-02-2026

Document

Collegebesluit Publiceren tender woongebouw

Titel

Collegebesluit Publiceren tender woongebouw

Besluit B&W

24-02-2026

Document

Collegebesluit Mandaatbesluit inzake SPUK Transformatiemiddelen IZA 2024-2027 voor MGN

Titel

Collegebesluit Mandaatbesluit inzake SPUK Transformatiemiddelen IZA 2024-2027 voor MGN

Besluit B&W

24-02-2026

Document

Collegebesluit Grondprijsbrief Zandvoort 2026

Titel

Collegebesluit Grondprijsbrief Zandvoort 2026

Besluit B&W

24-02-2026

Document

Collegebesluit Vorming woningbouwregio en woningmarktregio

Titel

Collegebesluit Vorming woningbouwregio en woningmarktregio

Besluit B&W

03-03-2026

Document

Collegebesluit Evaluatie elektrisch laden voertuigen in de openbare ruimte door kabelgoten

Titel

Collegebesluit Evaluatie elektrisch laden voertuigen in de openbare ruimte door kabelgoten

Besluit B&W

03-03-2026

Document

Collegebesluit Actualiseren Budgethoudersregeling gemeente Zandvoort 2019

Titel

Collegebesluit Actualiseren Budgethoudersregeling gemeente Zandvoort 2019

Besluit B&W

10-03-2026

Document

Collegebesluit Afzien van huurprijsherziening strandpaviljoens per 1 januari 2026

Titel

Collegebesluit Afzien van huurprijsherziening strandpaviljoens per 1 januari 2026

Besluit B&W

17-03-2026

Document

Collegebesluit Vaststellen Uitvoeringsplan Werkcentrum 2026

Titel

Collegebesluit Vaststellen Uitvoeringsplan Werkcentrum 2026

Besluit B&W

31-03-2026

Document

Collegebesluit ENSIA verantwoording informatieveiligheid 2025 Zandvoort

Titel

Collegebesluit ENSIA verantwoording informatieveiligheid 2025 Zandvoort

Besluit B&W

07-04-2026

Document

Collegebesluit Vaststellen Jaarrekening 2025 GR VSV

Titel

Collegebesluit Vaststellen Jaarrekening 2025 GR Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten (VSV) - Doorstroompuntregio Zuid-Kennemerland en IJmond

Besluit B&W

21-04-2026

Document

Collegebesluit Concept Jaarverslag 2025 Zandvoort

Titel

Collegebesluit Concept Jaarverslag 2025 Zandvoort

Besluit B&W

21-04-2026

Collegebesluit

Onderwerp Brief aan Dagelijks Bestuur Omgevingsdienst over taakharmonisatie VTH-bouw Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2026/23850 Kloet, J. de 5.1. Milieu VTH Buskop, R. 06-39290040 rbuskop@haarlem.nl De gemeente Zandvoort heeft in 2025 besloten onderzoek te doen naar het onderbrengen van de bouwgerelateerde taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de ambtelijke organisatie van Haarlem. De taken zijn momenteel belegd bij de Omgevingsdienst IJmond. Op basis van de nu bekend geworden uitkomsten van het onderzoek heeft het college het principebesluit genomen om tot harmonisatie over te gaan op een nader te bepalen datum, doch op zijn vroegst per 1 januari 2027. Het Dagelijks Bestuur (DB) van ODIJ heeft door middel van een brief de gemeente Zandvoort gevraagd om het besluit tot harmonisatie te heroverwegen. Daarbij vraagt het DB ook aandacht voor de gemaakte afspraken die zijn gemaakt over het voor 1 januari 2027 opzeggen of wijzigen van een overeenkomst met de ODIJ. Vooruitlopend op een gesprek met het DB heeft het college besloten om door middel van een brief een reactie op de brief van het DB te geven. Tijdens het gesprek kan dan de aandacht worden gegeven aan de vervolgstappen die moeten worden gezet om tot een zorgvuldige afbouw van de taken bij ODIJ te komen.

Behandelvoorstel voor de raad

De brief van het college aan het DB van ODIJ wordt in het kader van de actieve informatievoorziening aan de gemeenteraad toegestuurd.

Relevante eerdere besluiten

Op 13 januari 2026 heeft het college het principebesluit genomen om de bouwgerelateerde taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving op een nader te bepalen datum – doch op zijn vroegst per 1 januari 2027 – te harmoniseren in de ambtelijke organisatie van Haarlem.

Kenmerk: 2026/23028

1/5

Besluit college d.d. 20 januari 2026

Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Door middel van de bijgevoegde brief een reactie te geven op de brief d.d. 12 januari 2026 van het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding Het Algemeen Bestuur (AB) van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (GR ODIJ) heeft op 9 juli 2025 een zestal uitgangspunten vastgesteld die de basis vormen voor het actualiseren van de GR ODIJ per 1 januari 2027. Daarbij heeft het AB besloten de uitgangspunten ter instemming voor te leggen aan de colleges van de aan de GR deelnemende gemeenten. Op 2 december 2025 heeft het college middels een brief naar de Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) aangegeven in te kunnen stemmen met de uitgangspunten. In de brief heeft Zandvoort ook aangegeven momenteel bezig te zijn met een onderzoek naar de harmonisatie van de bouwgerelateerde taken op het gebied van VTH en de uitkomsten daarvan in februari 2026 aan de gemeenteraad voor te leggen. In de brief heeft het college de ODIJ verzocht om tijdens de vergadering van het AB op 17 december 2025 – waarin de Kadernota 2027 ODIJ en de geactualiseerde GR worden besproken - aan te geven wat de impact van een taakharmonisatie is op ODIJ. Dit naar aanleiding van een eerder bericht van ODIJ dat een harmonisatie ‘impact heeft op de GR ODIJ en de route richting een toekomstbestendige organisatie’. Het college heeft daarbij aangegeven vanuit de rol van mede-eigenaar behoefte te hebben aan een volledig beeld van de impact en de indruk te hebben dat bij de andere deelnemende partijen aan de GR het volledige beeld ook niet bestaat.

Tijdens de vergadering van het AB is vanuit Zandvoort de stand van zaken in het harmonisatieonderzoek gedeeld. In de vergadering is vervolgens op aangeven van de voorzitter afgesproken dat een overleg tussen het DB en Zandvoort wordt gepland om over de harmonisatie en de impact daarvan door te praten. Het overleg staat gepland op donderdag 22 januari as. Voorafgaand aan het gesprek is door de voorzitter van het DB een brief aan Zandvoort gestuurd waarin de gemeente dringend wordt verzocht om onder andere de besluitvorming over een taakharmonisatie te heroverwegen en vast te houden aan de binnen het AB gemaakte afspraken en geldende dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s).

Kenmerk: 2026/23028

2/5

Het college wordt geadviseerd om vooruitlopend op het aankomende gesprek met het DB door middel van de bijgevoegde brief al een bestuurlijke reactie op de brief van het DB te geven.

2. Beoogd resultaat Met de brief wordt voorafgaand aan het gesprek formeel het door het college genomen principebesluit van taakharmonisatie gedeeld en wordt een inhoudelijke reactie op een aantal punten uit de brief van het DB gegeven. Door voorafgaand aan het gesprek met het DB een brief te sturen kan tijdens het gesprek de aandacht worden gericht op de vervolgstappen die gezet moeten worden om te komen tot een zorgvuldige afbouw van de taken bij ODIJ. 3. Onderbouwing voorstel Op 12 januari 2026 heeft het DB een schriftelijke reactie gegeven op het verzoek van het college om de impact van een harmonisatie van de bouwgerelateerde taken op het gebied van VTH te duiden (zie bijlage 2). In de brief beschrijft het DB dat ‘het nu terughalen van de bouwtaken naar de gemeente impact heeft op het scenario zelfstandig’. Wensen of bedenkingen bij de Kadernota 2027 Het DB geeft aan dat de kosten voor de bedrijfsvoering (overhead) op korte termijn niet evenredig kunnen worden afgebouwd. Een herverdeling van de kosten zal volgens het DB per saldo leiden tot een kostenstijging voor alle deelnemende partijen, bovenop de kostenstijging die in de Kadernota 2027 is opgenomen.

In de conceptbrief van het college wordt aangegeven dat het college verbaasd is dat de nu gegeven inhoudelijke reactie van het DB niet tijdens het AB is gegeven, zodat alle deelnemende partijen daar kennis van hebben kunnen nemen bij het bespreken van de Kadernota 2027 van ODIJ. En daarmee de partijen in de gelegenheid worden gesteld te overwegen om aan de raden en staten wensen of bedenkingen mee te geven bij de kadernota (zie daarover het separate voorstel Kadernota 2027 GR ODIJ). Volgens het DB is er een verschuiving in de aanleiding van de harmonisatie naar het beheersen van de kostenstijging. In de conceptbrief van het college wordt aangegeven dat de aanleiding van een harmonisatie is gelegen in de ambtelijke fusie met de gemeente Haarlem. In de aanloop naar een aantal wijzigingen in de GR ODIJ en in de structuur van de dienstverlening en financiering is voor Zandvoort - tegen de achtergrond van het gedachtegoed van de ambtelijke fusie - een natuurlijk moment ontstaan om het beleggen van de bouwgerelateerde VTH-taken bij ODIJ te heroverwegen. De hogere financiële bijdrage voor Zandvoort is na de bekendmaking ook een rol gaan spelen in de heroverweging.

Kenmerk: 2026/23028

3/5

Het DB geeft aan dat zowel de besluitvorming over als de implementatie van de taakharmonisatie elkaar in een te hoog tempo opvolgen. Het DB vraagt dan ook aandacht voor de timing van het onderzoek en vraagt de besluitvorming te heroverwegen. Als reactie daarop wordt in de brief verwezen naar de diverse formele contactmomenten met ODIJ op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau - over het harmonisatieonderzoek. In de brief wordt ook het door het college genomen principebesluit gedeeld, waarbij wordt aangegeven dat in samenspraak met ODIJ de vervolgstappen in beeld worden gebracht. Het DB vraagt om vast te houden aan de binnen het AB gemaakte afspraken over het niet tussentijds (voor 1 januari 2027) wijzigen of opzeggen van een dienstverleningsovereenkomst (DVO’s). In reactie daarop wordt in de conceptbrief onderbouwd aangegeven dat deze afspraak niet van toepassing is op het DVO Zandvoort, omdat de afspraak alleen geldt voor DVO’s die gedurende de looptijd van het programma ‘herijking GR en financieringsstructuur’ (tot 1 januari 2027) formeel aflopen. Het DVO Zandvoort heeft een onbepaalde looptijd. Een groter omzetvolume draagt volgens het DB aantoonbaar bij aan de draagkracht van de organisatie om tegenvallers op te vangen en continuïteit te garanderen.

In reactie daarop wordt aangegeven dat de omzet voor de bouwgerelateerde taken niet meetelt in de beoordeling van het robuustheidscriterium ‘omzet’ van het Rijk. Tot het vereiste omzetvolume waaraan alle omgevingsdiensten op 1 april 2026 moeten voldoen (zo’n € 16,5 miljoen) worden alleen de milieugerelateerde (plus)taken gerekend. Het nu terughalen van de bouwtaken naar de gemeente heeft volgens het DB een impact op het scenario zelfstandig. Het gesprek met de overige deelnemers voor het in collectiviteit inbrengen van die bouwtaken wordt daardoor lastiger en minder haalbaar. In reactie daarop geeft het college aan het scenario van het inbrengen van de bouwtaken als niet realistisch te zien. In het geval van Zandvoort en Haarlem zou dat een tegenovergestelde beweging zijn aan de ambtelijke fusie. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Het principe-besluit van het college om tot taakharmonisatie over te gaan, vindt plaats binnen de context van een omgevingsdienst die zich bevindt in een spannende periode van doorontwikkeling tot een (financieel) robuuste en toekomstbestendige organisatie. Een proces waarin voortdurend commitment van de deelnemende partijen wordt gevraagd op de stappen die worden gezet.

Gezien de inhoudelijke reactie van het DB bestaat het risico dat het beeld ontstaat dat Zandvoort op een niet-zorgvuldige wijze een harmonisatieonderzoek heeft uitgevoerd en zich daarbij niet houdt aan de in het AB gemaakte afspraken. Het doel van de uitgaande brief en het aankomende gesprek is dan ook om te voorkomen dat dat beeld ontstaat.

Kenmerk: 2026/23028

4/5

Kanttekeningen Bij het besluit van het college om de uitgaande brief aan het DB te sturen, zijn geen kanttekeningen te maken. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Aan het besluit tot het toesturen van de brief aan het DB zijn geen financiële consequenties verbonden. In de brief worden immers geen uitspraken of toezeggingen gedaan waaraan financiële consequenties zijn verbonden. 5.2 Communicatie De brief wordt toegestuurd aan de voorzitter van het DB en daarmee gelijktijdig aan ODIJ. 5.3 Participatie Niet van toepassing. 5.4 Juridisch De toegestuurde brief heeft geen juridische consequenties. In de brief wordt ‘slechts’ een reactie gegeven op de brief van het DB zonder daarbij uitspraken te doen die juridisch bindend zijn. Het eerder genomen principebesluit van het college wordt nogmaals bevestigd. 5.5 Planning Na vaststelling van de inhoud van de brief wordt de brief aan het DB toegestuurd. In de brief wordt aangegeven dat: - in het komende gesprek met het DB de vervolgstappen worden toegelicht die nodig zijn om op een zorgvuldige wijze te komen tot de afbouw van de taken bij ODIJ, - op het moment dat het adviesrapport in het kader van de actieve informatievoorziening met de gemeenteraad wordt gedeeld, het rapport ook met ODIJ wordt gedeeld. Dan worden ook de andere deelnemende partijen aan de GR geïnformeerd over het genomen principebesluit. 6.

Bijlagen Bijlage 1: Conceptbrief gemeente Zandvoort ‘Taakharmonisatie VTH-bouw’ Bijlage 2: Brief Dagelijks Bestuur van de GR ODIJ d.d. 12 januari 2026

Kenmerk: 2026/23028

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Ontvlechting CJG en JGZ van ViVa! Zorggroep Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/802146 Carree, L. 2.2. Voorzieningen jeugd JOS Fischer, S. 06-18876683 sfischer@haarlem.nl De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) maken sinds 2011 en 2015 deel uit van ViVa! Zorggroep (ViVa!). De afgelopen jaren heeft de gemeente een subsidie verstrekt aan de JGZ en het CJG. CJG en JGZ bedienen in onze regio de volgende gemeenten: Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede (alleen JGZ), Uitgeest (alleen JGZ), Velsen en Zandvoort. De ViVa! Zorggroep heeft aangegeven zich in de toekomst primair te willen richten op ouderen en chronisch zieken. Het CJG en de JGZ passen als jeugdorganisaties niet meer binnen deze koers. Daarom is in overleg met de gemeenten besloten tot ontvlechting van CJG en JGZ van de ViVa! Zorggroep en tot oprichting van een zelfstandige stichting per 1 januari 2026. Dit middels een transparant en zorgvuldig proces van besluitvorming gericht op het voortzetten van de samenwerking met CJG en JGZ en het borgen van de continuïteit van de dienstverlening aan jeugdigen en gezinnen binnen de gemeenten.

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt het collegebesluit ter informatie naar de Raad.

Relevante eerdere besluiten

•

Besluit college d.d. 27 januari 2026

Raadsstuk ‘Vaststelling nieuwe Algemene Subsidieverordening gemeente Zandvoort 2022’ (2025/580324) in raadscommissie van 1 februari 2022. • Collegebesluit ‘Regionale verdeelsystematiek lumpsum perceel 1 jeugdhulp’ (2025/347357) in B&W-vergadering van 25 maart 2025. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De regionale uitvoeringsovereenkomst inzake subsidiëring van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) regio Zuid-Kennemerland en IJmond 2026-2030 aan te gaan per 1 januari 2026 voor de looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030.

Kenmerk: 2025/802146

1/6

2. Het samenwerkingsconvenant inzake de uitvoering van de

jeugdgezondheidszorg (JGZ) en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) regio Zuid Kennemerland en IJmond 2026-2030 per 1 januari 2026 aan te gaan voor de looptijd van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2030. 3. Wethouder L. Carree te mandateren tot het ondertekenen van beide stukken, zowel de regionale uitvoeringsovereenkomst als het samenwerkingsconvenant. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) maken sinds 2011 en 2015 deel uit van ViVa! Zorggroep (ViVa!). De gemeente heeft jaarlijks een subsidie verstrekt aan de JGZ en het CJG. Zij bedienen in onze regio de volgende gemeenten: Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede (alleen JGZ), Uitgeest (alleen JGZ), Velsen en Zandvoort. De ViVa! Zorggroep heeft aangegeven zich in de toekomst primair te willen richten op ouderen en chronisch zieken. Het CJG en het JGZ passen als jeugdorganisaties niet meer binnen deze koers. Dit is aanleiding geweest voor de ontvlechting van CJG en JGZ van de VIVa! Zorggroep en de oprichting van een zelfstandige stichting. De gemeenten lopen in dit proces gezamenlijk op met ViVa! Zorggroep, CJG en JGZ, met als doel transparante en gedragen besluitvorming, en borging van de continuïteit van de dienstverlening aan de jeugdigen en gezinnen binnen de gemeenten. Er is tevredenheid over de wijze waarop de activiteiten door de JGZ en het CJG binnen de gemeenten worden vormgegeven en het is belangrijk dat de samenwerking (duurzaam) gecontinueerd kan worden; ook omdat de activiteiten van deze organisaties aansluiten bij de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). 2.

Beoogd resultaat Voortzetting samenwerking en borging van de dienstverlening De gemeente wil de samenwerking met CJG en JGZ borgen en voorzetten. Er is tevredenheid over de wijze waarop de activiteiten door de JGZ en het CJG worden vormgegeven en het is belangrijk dat de samenwerking (duurzaam) gecontinueerd kan worden. Met het besluit spreken partijen de intentie uit om een meerjarige en stabiele samenwerkingsrelatie te onderhouden. Dit vindt plaats op basis van een subsidieverstrekking, een regionale uitvoeringsovereenkomst en een samenwerkingsconvenant. De meerjarige samenwerking borgt de

Kenmerk: 2025/802146

2/6

continuïteit van dienstverlening en houdt de mogelijkheid van toekomstige inbedding in een gemeenschappelijke regeling of een andere organisatiestructuurwijziging open. Indien CJG en JGZ op enig moment worden ingebed in een gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp of een andere gezamenlijke regionale rechtspersoon die de uitvoering van de taken overneemt, eindigt de uitvoeringsovereenkomst van rechtswege per datum van inwerkingtreding van die nieuwe structuur. 3. Onderbouwing voorstel Voortzetting samenwerking Er is tevredenheid over de wijze waarop de activiteiten door de JGZ en het CJG binnen de gemeente wordt vormgegeven en het is belangrijk dat de samenwerking (duurzaam) gecontinueerd kan worden; ook omdat de activiteiten van deze organisaties aansluiten bij de eerder genoemde landelijke ontwikkelingen en het CJG en de JGZ belangrijke partners zijn in de sociale basis, en het CJG daarnaast een belangrijke rol vervuld in de toegang tot specialistische jeugdhulp. De ViVa! Zorggroep en het CJG en het JGZ hebben samen geconcludeerd dat een ontvlechting van de organisaties wenselijk is en dit per 1 januari 2026 in te willen laten gaan. De gemeenten lopen in dit proces gezamenlijk op met ViVa! Zorggroep, CJG en het JGZ, met als doel een transparante en gedragen besluitvorming en het borgen van de continuïteit van de dienstverlening aan de jeugdigen en gezinnen binnen de gemeenten.

Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp De wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is onlangs aangenomen. De wet heeft als doel de beschikbaarheid van jeugdzorg voor kwetsbare kinderen te verbeteren. De wet verplicht regionale samenwerking tussen gemeenten bij de inkoop van specialistische jeugdhulp. Dit betekent voor de gemeenten uit Zuid-Kennemerland en IJmond dat er een gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp ontwikkeld moet gaan worden. De relatie met een toekomstige GR Jeugdhulp vormt een belangrijk strategisch uitgangspunt bij de ontvlechting CJG en JGZ van de ViVa! Zorggroep. Partijen gaan uit van continuering van de samenwerking in een 'lichte, eenvoudig te realiseren vorm' per 1 januari 2026, zolang geen besluit is genomen over een toekomstige structuur. Het advies is om per 1 januari 2026 per gemeente een subsidierelatie met de stichting aan te gaan en aan te vullen met een uitvoeringsovereenkomst en samenwerkingsconvenant voor de borging van juridische houdbaarheid, sturing (o.a. prestaties, rapportages( en rol van de gemeenten in governance en toezicht. Daarmee ontstaat er een evenwicht tussen bestuurlijke grip en uitvoerbaarheid, zonder dat de organisatie wordt belast met een zwaardere constructie. Met de subsidierelatie blijft ook de weg naar een latere organisatiestructuur wijziging open.

In het samenwerkingsconvenant is vastgelegd op welk moment en onder welke voorwaarden een

Kenmerk: 2025/802146

3/6

eventuele structuurwijziging plaats kan vinden. Tevens wordt in het convenant afgesproken dat de stichting zich bij een dergelijke structuur wijziging inspant om een overgang van onderneming te realiseren (de overgang van o.a. personeel naar bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling). Eventuele veranderingen vinden alleen plaats na zorgvuldige besluitvorming en met tijdige betrokkenheid van alle partijen inclusief de gemeenten. Borging van grip en richting 1. De regionale uitvoeringsovereenkomst (bijlage 1) geeft invulling aan de operationele en juridische afspraken die nodig zijn voor een stabiele uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten. Hierin zijn de uitgangspunten en randvoorwaarden voor CJG en JGZ vastgelegd, waaronder de wijze waarop continuïteit en kwaliteit van dienstverlening worden gewaarborgd, hoe monitoring en de P&C-cyclus worden ingericht en op welke manier bekostiging, inclusief de toepassing van de OVA-indexatie, regionaal uniform plaatsvindt. Ook beschrijft de overeenkomst op welke wijze de monitoring (kwartaalrapportages en verantwoordingen) en eventuele wijzigingen in activiteiten worden beoordeeld en regionaal worden afgestemd. Hiermee ontstaat een duidelijk en regionaal gedragen kader voor de uitvoering vanaf 2026. 2.

Het meerjarig bestuurlijk samenwerkingsconvenant (bijlage 2) vormt het richtinggevende kader voor de samenwerking tussen gemeenten en de Stichting. Het beschrijft de gezamenlijke koers, de onderlinge betrokkenheid en de intentie tot een duurzame, stabiele relatie. Ook geeft het convenant weer hoe gemeenten en de Stichting komende jaren gezamenlijk verkennen welke toekomstige governance- en samenwerkingsvormen passend zijn, waaronder een mogelijke regionale inbedding, zonder hierop vooruit te lopen. Hiermee wordt de bestuurlijke verbinding versterkt en ontstaat een gedeelde basis voor toekomstige keuzes. 3. De Verordening Jeugdhulp ZKIJ, waarin is opgenomen wat van het CJG als wettelijke verwijzer en lokale toegang wordt verwacht.

4. Risico’s en kanttekeningen •

Een zorgvuldige invulling van governance-afspraken is van belang. Dit komt onder andere terug in de subsidiebeschikkingen waarin helder geformuleerd staat wat de gemeenten van CJG en JGZ verwachten. Dit proces moet zijn afgestemd op de processen binnen CJG en JGZ zodat de opgave en benodigde middelen goed matchen. Om dit risico te beheersen zijn er governance-afspraken, de rollen, de taken en verantwoordelijkheden in de uitvoeringsovereenkomst en het samenwerkingsconvenant vastgelegd.

•

Er wordt gezamenlijk gestreefd naar een financieel gezonde uitvoeringsorganisatie en continuering van de activiteiten door JGZ en CJG. Indien risico’s ontstaan voor continuïteit van de

Kenmerk: 2025/802146

4/6

wettelijke taakuitvoering of andere gesubsidieerde activiteiten, treden de partijen tijdig met elkaar in overleg om passende maatregelen te treffen binnen de geldende subsidiekaders en conform de afspraken in het samenwerkingsconvenant. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën In de uitvoeringsovereenkomst zijn nadere afspraken gemaakt over het financiële kader en de continuïteit. Gemeenten indexeren de subsidie van het CJG en JGZ op basis van de OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidsontwikkeling) systematiek. Partijen streven naar uniformering binnen de subsidierelatie van tarieven, indexering en wijze van bekostiging van de dienstverlening. Een eenduidige regionale indexering is noodzakelijk. Een uniforme indexeringssystematiek op basis van het OVA-percentage, is van belang voor de stabiliteit en continuïteit van de uitvoering van CJG en JGZ taken. De uniforme indexatiesystematiek is vanaf 2026 voor het CJG en de JGZ financieel verwerkt in de P&C cyclus. De structurele meerkosten van de ontvlechting voor de bedrijfsvoering en overhead van de nieuwe stichting worden op basis van de verdeelsleutel over de regiogemeenten verdeeld en zijn als onderdeel van de subsidieaanvraag 2026 CJG en JGZ ingediend.

Indien risico’s ontstaan voor continuïteit van de subsidieactiviteiten of wettelijke taakuitvoering, treden de partijen tijdig met elkaar in overleg om passende maatregelen te treffen binnen de geldende subsidiekaders. 5.2 Communicatie Een organisatieverandering kan leiden tot vragen of zorgen bij inwoners en betrokken professionals. Goede communicatie is nodig om duidelijkheid te geven over de rol en toegankelijkheid van CJG en JGZ na de ontvlechting van de ViVa! Zorggroep. De medewerkers van CJG en JGZ zijn periodiek (ca. maandelijks) geïnformeerd door de directeur over relevante ontwikkelingen. Ketenpartners zijn niet geïnformeerd, aangezien er in de praktijk voor hen geen wijziging plaatsvindt in de dienstverlenging. Wel zijn de vakbonden en de SER geïnformeerd. 5.3 Participatie Stichting ViVa! Zorggroep bedient voor het exploiteren van de jeugdgezondheidszorg en het Centrum voor Jeugd en Gezin in onze regio de volgende gemeenten: Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede (alleen JGZ), Velsen, Uitgeest (alleen JGZ) en Zandvoort. De gemeenten hebben hierom gezamenlijk opgetrokken in de opgave van de CJGZ ontvlechting . Het voorliggende besluit ligt hierom gelijktijdig voor bij de hierboven genoemde gemeenten uit de regio.

Kenmerk: 2025/802146

5/6

Het traject leent zich niet voor inwonersparticipatie. Het betreft een wijziging in de bedrijfsvoering, waarbij de huidige dienstverlening aan de gezinnen en jeugdigen wordt gehandhaafd. 5.4 Planning Samenwerking per 1 januari 2026 Met dit besluit kiezen gemeenten voor een stevige samenwerkingsstructuur die bestuurbaar is in de huidige context en tegelijk wendbaar blijft richting de toekomst. De uitvoeringsovereenkomst samen met het samenwerkingsconvenant en de subsidiebeschikking borgen grip en continuïteit van zorg in de komende jaren, terwijl het de weg openhoudt naar een toekomstige andere organisatiestructuur. Looptijd regionale uitvoeringsovereenkomst en samenwerkingsconvenant De uitvoeringsovereenkomst en het samenwerkingsconvenant treden in werking op 1 januari 2026 en met een looptijd tot en met 31 december 2030. Partijen spreken de intentie uit om een meerjarige en stabiele samenwerkingsrelatie te onderhouden, op basis van een subsidieverstrekking, een regionale uitvoeringsovereenkomst en een samenwerkingsconvenant. Collectieve beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst en samenwerkingsconvenant kan alleen plaatsvinden als CJG en JGZ daarmee instemmen en volstrekte meerderheid van de Gemeenten.

De besluitvorming over collectieve beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst en samenwerkingsconvenant dient tenminste zes maanden voorafgaand aan de beëindiging te hebben plaatsgevonden, tenzij partijen anders afspreken. Indien CJG en JGZ op enig moment worden ingebed in een gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp of een andere gezamenlijke regionale rechtspersoon die de uitvoering van de taken overneemt, eindigt deze uitvoeringsovereenkomst van rechtswege per datum van inwerkingtreding van die nieuwe structuur. De raad wordt in de eerste regionale kwartaalrapportage over de ontwikkelingen en actualiteiten Jeugdhulp ZKIJ geïnformeerd over het besluit. Er wordt een periodiek evaluatiemoment ingericht rondom de samenwerking en de dienstverlening, zodat tussentijds geanticipeerd kan worden op eventuele verbeterpunten. 6. Bijlagen 1. Regionale uitvoeringsovereenkomst inzake subsidiëring jeugdgezondheidszorg en Centrum voor Jeugd en Gezin regio Zuid-Kennemerland en IJmond 2026-2030 1.1 Samenwerkingsconvenant inzake uitvoering jeugdgezondheidszorg en Centrum voor Jeugd en Gezin regio Zuid-Kennemerland en IJmond 2026-2030 1.1.1 Onderzoeks en adviesrapportage ontvlechting CJGZ van ViVa! Zorggroep 1.2 Subsidiebeschikking CJG Zandvoort 2026

Kenmerk: 2025/802146

6/6

Collegebesluit

Onderwerp Indexering prijsklassen woningbouwcategorieën en prijsgrens opkoopbescherming 2026 Nummer 2026/25055 Portefeuillehouder Bluijs, G.J. Programma/beleidsveld 4.1. Wonen en ruimtegebruik Afdeling ECDW Auteur Tichelaar, T. Telefoonnummer Email ttichelaar@haarlem.nl Kernboodschap Voor nieuwbouwprojecten stuurt de gemeente op realisatie van verschillende woningbouwcategorieën op basis van onder andere prijsklassen. De prijsklassen worden jaarlijks geïndexeerd conform de rijksregelgeving en de prijsstijgingen (gebaseerd op de gemiddelde CAO-loonontwikkeling). Daarnaast heeft de gemeenteraad in de Huisvestingsverordening regels vastgesteld voor opkoopbescherming. Onderdeel van deze regels is dat de prijsgrens voor opkoopbescherming elk jaar per 1 januari wordt geïndexeerd. Via dit besluit stelt het college de prijsniveaus vast zoals deze gelden met prijspeil 1/1/2026. Behandelvoorstel voor 1. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. de raad Relevante eerdere besluiten

Besluit college d.d. 3 februari 2026

-

Collegebesluit ‘Actualisatie prijsklassen woningbouwcategorieën en indexering prijsgrens opkoopbescherming 2025’ (Collegevergadering 4 maart 2025). - Nota Actualisatie spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment (Gemeenteraad 21 maart 2023). - Nota Spelregels en instrumenten voor realisatie sociale huur en betaalbare huur en koop (Gemeenteraad 22 september 2020). - Uitvoeringsprogramma Wonen Gemeente Zandvoort 2019 t/m 2025 (Gemeenteraad 23 april 2019). - Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2026 (Gemeenteraad 16 december 2025) en (Gemeenteraad 27 september 2022) (Publicatie Overheid.nl) Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De tabel met prijsklassen van de woningbouwcategorieën en de prijsgrens opkoopbescherming, beide prijspeil 1/1/2026, vast te stellen. de secretaris,

Kenmerk: 2026/25055

de burgemeester,

1/4

1. Aanleiding Bij de ontwikkeling van woningbouwprojecten geeft de gemeente kaders aan ontwikkelende partijen mee. Eén van de kaders is het gewenste woningbouwprogramma, waaronder de beoogde aantallen/percentages woningen die in een bepaalde categorie ontwikkeld moeten worden. De gemeenteraad heeft de geactualiseerde spelregels (nota ‘Actualisatie spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment’) hiervoor op 21 maart 2023 vastgesteld. In nota actualisatie spelregels is ook opgenomen, dat het college de geïndexeerde woningbouwcategorieën via een collegebesluit jaarlijks vaststelt. Daarnaast heeft de gemeenteraad in de Huisvestingsverordening regels opgenomen voor opkoopbescherming. Onderdeel van deze regels is dat de prijsgrens voor opkoopbescherming elk jaar per 1 januari wordt geïndexeerd. Het college stelt de nieuwe prijsgrens voor opkoopbescherming op basis van artikel 3.4.1 in de Huisvestingsverordening vast. 2. Beoogd resultaat Met dit besluit wordt helderheid gegeven aan ontwikkelende partijen over de actuele prijsniveaus van de gewenste woningbouwcategorieën voor de nieuwbouw in de gemeente Zandvoort. Ook wordt helderheid gegeven aan eigenaren welk deel van de woningvoorraad valt onder opkoopbescherming. 3. Onderbouwing voorstel 1.

Dit besluit voldoet aan de doelstellingen en afspraken in de nota ‘‘Actualisatie spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment’. In de nota ‘Actualisatie spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment’ is de indexeringsgrondslag opgenomen voor de diverse woningbouwcategorieën. Voor sociale huur worden de prijsklassen door het Rijk vastgesteld aan de hand van de regels voor huurtoeslag en huurregulering. Voor de categorie betaalbare huur wordt aangesloten bij de hiervoor aangenomen Wet Betaalbare Huur. Voor de categorieën middeldure huur, betaalbare koop en middeldure koop is vastgesteld dat deze, aansluitend aan het Rijksbeleid voor indexatie in de vrije sector, worden geïndexeerd met 4,4%1

1

De wet bepaalt dat de toegestane huurverhoging in de vrije sector gelijk aan de laagste inflatie of caoloonontwikkeling + 1%. Van december 2024 tot december 2025 was de inflatie 3,4% en de caoloonontwikkeling 5,1%. Daardoor is de maximaal toegestane huurverhoging vanaf 1 januari 2026 (3,4% inflatie + 1% =) 4,4% in de vrije sector.

Kenmerk: 2026/25055

2/4

Tabel prijsklassen woningbouwcategorieën Woningbouwcategorie Sociale huur < kwaliteitskortingsgrens Sociale huur < 1e aftoppingsgrens Sociale huur< 2e aftoppingsgrens Sociale huur< liberalisatiegrens Huur vrije sector betaalbaar Huur vrije sector middelduur Koop betaalbaar Koop middelduur

Prijspeil per 1/1/2025 < € 477,20 < € 682,96 < € 731,93 < € 900,07 € 900,07 - € 1.184,83 € 1.184,83 - € 1.572,76 < € 335.161 € 335.161 - € 495.948

Prijspeil per 1/1/2026 < € 498,20 < € 713,02 < € 764,14 < € 932,93 € 932,93 - € 1.228,072 € 1.228,07 - € 1.641,96 < € 349.908 € 349.908 - € 517.770

2. Het besluit sluit aan bij de Wet Betaalbare huur. Hierin wordt o.a. een maximum prijs bepaald voor woningen met een WWS (Woonwaarderingsstelsel) score van 186 punten. De prijsgrens voor ‘betaalbare huur’ sluit hier op aan. Sinds de invoering van deze wet wordt aangesloten bij het dan geldende bedrag voor woningen met een score tot 186 punten in het WWS-stelsel. 3. Het besluit past binnen de ‘Wet maximering huurprijsverhogingen geliberaliseerde huurovereenkomsten’. In deze wet wordt onder andere de maximale huurprijsverhoging geregeld voor geliberaliseerde huurovereenkomsten. De prijsgrens voor ‘middeldure huur’, ‘betaalbare koop’ en ‘middeldure koop’ sluiten aan bij de maximale verhoging (4,4%). 4. Het besluit geeft uitvoering aan artikel 3.4.1. ‘Prijsgrens opkoopbescherming’ in de Huisvestingsverordening. In bovengenoemd artikel in de Huisvestingsverordening is opgenomen, dat de prijsgrens opkoopbescherming elk jaar per 1 januari wordt geïndexeerd conform de Rijksregelgeving en de prijsstijgingen en dat het college hiertoe bevoegd is. De toepassing van de indexering leidt tot de volgende prijsgrens per 1/1/2026: Opkoopbescherming Prijsgrens opkoopbescherming

2

pp 1/1/2025 € 495.948

pp 1/1/2026 € 517.770

Nb: dit bedrag (gekoppeld aan 186 WWS-punten) wordt van Rijkswege geïndexeerd per 1/1/26.

Kenmerk: 2026/25055

3/4

2. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Ontwikkelingen op de bouw- en woningmarkt staan onder druk. De haalbaarheid van woningbouwplannen wordt mede bepaald door de financierbaarheid en ontwikkelingen binnen de bouw- en woningmarkt. Beperkingen in de beschikbare uitvoerings- en ontwikkelcapaciteit leggen extra druk op de realisatie van projecten. Woningcorporaties hebben minder financiële ruimte om nieuwe woningen te realiseren en ook knelpunten zoals de stikstofproblematiek en netcongestie zorgen voor onzekerheden in het tempo en uitvoering van de woningbouw. 4.2 Kanttekeningen N.v.t. 3. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Het besluit heeft geen financiële consequenties. 5.2 Communicatie Het besluit wordt in voorkomende gevallen via de samenwerking door de procesmanagers met ontwikkelende partijen gecommuniceerd. De communicatie met betrekking tot de prijsgrens opkoopbescherming 2026 gaat via de website van de gemeente Zandvoort en de website van OD IJmond. 5.1 Participatie N.v.t. 5.2 Juridisch • •

nota ‘Actualisatie spelregels voor nieuwbouw sociale huur en middensegment’ Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2026

5.3 Planning N.v.t. 6. Bijlagen Geen.

Kenmerk: 2026/25055

4/4

Collegebesluit

Onderwerp Mandaatregeling regionaal programmadirecteur jeugdhulpregio ZKIJ Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten

Besluit college d.d. 10 februari 2026

2025/814723 Carree, L. 2.2. Voorzieningen jeugd JOS Vader, A. 06-42 86 8374 avader@haarlem.nl De zeven gemeenten in de jeugdregio Zuid-Kennemerland en IJmond (ZKIJ) kopen gezamenlijk specialistische jeugdhulp in en hebben hiertoe het Regionaal Programmaplan Jeugdhulp 2025-2027 opgesteld. De regionaal programmadirecteur jeugdhulp ( de “programmadirecteur”) voert namens deze zeven gemeenten regie op de uitvoering van dit programmaplan. Met het voorliggende mandaatbesluit wordt vastgelegd dat de programmadirecteur namens de colleges bevoegd is om uitvoering te geven aan het programmaplan en de contractuele verplichtingen richting jeugdhulpaanbieders en consortia. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. -

Raadsstuk ‘Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond’ (2021/327598) in raadscommissie van 14 september 2021; - Opinienota ‘Regionale verwervingsstrategie jeugdhulp vanaf 2022’ (2021/46735) in de raadscommissie van 10 maart 2021; Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het Mandaatbesluit Programmadirecteur Jeugdhulpregio Zuid-Kennemerland IJmond 2026 vast te stellen. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding Sinds maart 2025 is een programmadirecteur aangesteld voor de uitvoering van het Regionaal Programmaplan Jeugdhulp 2025–2027 (het “Programmaplan”). Dit Programmaplan is gericht op het toekomstbestendig maken van de regionale jeugdhulp, het versterken van sturing, governance, monitoring en contractmanagement, en het borgen van de beschikbaarheid van jeugdhulp. In

Kenmerk: 2025/814723

1/5

oktober 2025 is tevens de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp aangenomen. Deze wet verplicht gemeenten tot de oprichting van een formele regionale organisatie in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (“GR”), om zo de samenwerking tussen gemeenten binnen de jeugdregio te versterken en de beschikbaarheid van jeugdhulp te waarborgen. Totdat deze GR van kracht is (beoogd per 1 januari 2027), is een tijdelijk mandaat voor de programmadirecteur noodzakelijk om in deze overgangsperiode uitvoering te geven aan de gezamenlijke regionale opdracht, zoals omschreven in het Programmaplan. 2. Beoogd resultaat Het mandaat draagt bij aan de verdere professionalisering en slagkracht van de regionale samenwerking binnen de jeugdhulpregio ZKIJ en borgt dat de uitvoering van het Programmaplan onverminderd kan plaatsvinden, terwijl parallel wordt toegewerkt naar een meer formeel samenwerkingsmodel. 3. Onderbouwing voorstel Binnen de jeugdhulpregio ZKIJ is de afgelopen jaren geïnvesteerd in de samenwerking tussen de zeven gemeenten de jeugdhulpregio ZKIJ, onder andere door regionaal jeugdzorg in te kopen. De inwerkingtreding van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp onderstreept het belang van verdere versterking en formalisering van deze samenwerking. Gemeenten zijn gehouden hier gezamenlijk invulling aan te geven.

In dit kader wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van de regionale organisatie en samenwerking, waarbij wordt toegewerkt naar een meer formeel samenwerkingsmodel. Door de gemeenten in de jeugdhulpregio ZKIJ is een regionaal programmadirecteur Jeugdhulp aangesteld, die verantwoordelijk is voor de regie op de uitvoering van het Programmaplan. Gezien de omvang en samenhang van de opgaven binnen het Programmaplan en de noodzaak tot voortvarende besluitvorming is het nodig om de programmadirecteur te mandateren voor het nemen van besluiten en het verrichten van rechtshandelingen die nodig zijn voor de uitvoering daarvan. Dit mandaat is functioneel en tijdelijk van aard en wordt verleend binnen de vastgestelde inhoudelijke en financiële kaders, vooruitlopend op een verdere formalisering van de regionale samenwerking. Zonder een regionaal mandaat wordt de uitvoering van het Programmaplan vertraagd, doordat voor besluitvorming afzonderlijke lokale bestuurlijke routes moeten worden doorlopen. Gezien de omvang van de regionale opgaven, de onderlinge samenhang van de deelopdrachten en de doorlopende contractuele en wettelijke verplichtingen richting jeugdhulpaanbieders is deze werkwijze niet efficiënt.

Door het verlenen van mandaat aan de programmadirecteur wordt geborgd dat noodzakelijke besluiten tijdig en consistent kunnen worden genomen, terwijl de colleges via de vastgestelde kaders en bestuurlijke overleggen in positie blijven.

Kenmerk: 2025/814723

2/5

De inwerkingtreding van de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp vraagt van gemeenten dat zij hun regionale samenwerking verder versterken en formaliseren, met het oog op de borging van de beschikbaarheid van (specialistische) jeugdhulp en GI-taken (GI staat voor gecertificeerde instellingen). Dit vraagt om bestuurlijke slagkracht en samenhang in de uitvoering, ook in de periode waarin de regionale samenwerkingsstructuur nog niet formeel is ingericht. Het voorliggende mandaatbesluit voorziet in deze behoefte door een tijdelijke en functionele bestuurlijke constructie te bieden, waarmee de uitvoering van het Programmaplan onverkort kan doorgaan, terwijl parallel wordt toegewerkt naar een meer formeel samenwerkingsmodel. De voorbereiding van de Jeugdhulpregio ZKIJ, zoals bedoeld in de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp, maakt onderdeel uit van de opdracht van de programmadirecteur, voor zover het de ambtelijke en inhoudelijke uitwerking betreft. Besluitvorming over de oprichting, inrichting, bevoegdheden en toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling blijft nadrukkelijk voorbehouden aan de colleges en gemeenteraden. Het Programmaplan fungeert als operationeel uitvoeringsdocument, voortbouwend op de bestuurlijk vastgestelde regionale visie en uitgangspunten voor de jeugdhulp en in lijn met landelijke ontwikkelingen, waaronder de Hervormingsagenda Jeugd.

Belangrijke stappen in de voorbereiding van de formalisering van de regionale samenwerking worden periodiek besproken in het regionaal portefeuillehoudersoverleg jeugd. Het mandaatbesluit verleent de programmadirecteur de volgende bevoegdheden: -

-

het contractbeheer en het contractmanagement, inclusief alle privaatrechtelijke en feitelijke handelingen samenhangend met genoemde overeenkomsten voor zover deze voortvloeien uit het Regionaal Programmaplan Jeugdhulp 2025–2027, waaronder tevens wordt begrepen: o

het aangaan van tussentijdse aanvullende afspraken met een gecontracteerde aanbieder, passend binnen, dan wel, indien noodzakelijk, in afwijking van de bestaande overeenkomst;

o

het goedkeuren van innovatievoorstellen;

o

het nemen van financiële besluiten, inclusief het bijstellen van de inzet van middelen binnen bestaande budgettaire kaders en het accorderen van financiële bijstellingen;

o

het besluiten tot het gebruikmaken van een verlengingsoptie van de overeenkomsten.

het aangaan en vastleggen van regionale uitvoerings- en samenwerkingsafspraken die voortvloeien uit het programmaplan en besluiten van het portefeuillehoudersoverleg, ter zake onderwerpen als toegang, wachttijden, 18-/18+, integrale teams, monitoringsafspraken en dergelijke;

Kenmerk: 2025/814723

3/5

-

het aangaan van een (tijdelijke) overeenkomst van opdracht met een externe persoon ten behoeve van het realiseren van (een onderdeel van) het programmaplan;

-

het nemen van besluiten over de uitvoering en bekostiging van de regionale crisisfunctie, inclusief het anders positioneren en financieren daarvan;

het vertegenwoordigen van de gemeente bij overleggen met partners binnen en buiten de regio. Het mandaat geldt niet wanneer: − − − − −

Het college vooraf heeft aangegeven zelf te willen beslissen; Het besluit afwijkt van een verplicht advies volgens wet of gemeentelijke richtlijnen; Het besluit niet in lijn is met het Regionaal Programmaplan Jeugdhulp en/of in het portefeuillehoudersoverleg genomen besluiten; Het besluit buiten de vastgestelde beleids- en/of financiële kaders valt; Het besluit strijdig is met wet- en regelgeving, beleid, richtlijnen of voorschriften.

4. Risico’s Een mogelijk risico is dat wethouders onvoldoende betrokken worden bij belangrijke inhoudelijke, financiële en strategische keuzes die onder hun bestuurlijke verantwoordelijkheid vallen. Dit risico wordt ondervangen doordat besluiten waarvoor mandaat gegeven is, worden voorbereid in nauwe afstemming met het regionaal portefeuillehoudersoverleg jeugd en waar aan de orde met de individuele colleges. Op deze manier blijven wethouders volledig in positie en wordt tijdig bestuurlijk gestuurd. 5. Alternatieven Het alternatief is om de programmadirecteur Jeugdhulp geen mandaat te verlenen. In dat geval zouden besluiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het Programmaplan via afzonderlijke lokale bestuurlijke routes moeten verlopen. Dit leidt tot aanzienlijke vertraging in de regionale uitvoering, terwijl contractuele en wettelijke verplichtingen, waaronder die voortvloeiend uit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp, onverminderd doorlopen. Daardoor kunnen belangrijke besluiten over onder meer wachttijden, de bekostiging van de crisisdienst en de doorontwikkeling van lumpsum en toezicht niet tijdig worden genomen.

Kenmerk: 2025/814723

4/5

6. Consequenties en uitvoering 6.1 Financiën Het vaststellen van het mandaatbesluit heeft op zichzelf geen financiële consequenties. De regionaal programmadirecteur Jeugdhulp kan uitsluitend handelen binnen de door de colleges vastgestelde financiële kaders en budgetten. Besluiten die leiden tot nieuwe of aanvullende financiële verplichtingen buiten deze kaders worden voorgelegd aan de colleges en, waar van toepassing, via de reguliere gemeentelijke besluitvormings- en begrotingsprocessen afgehandeld. 6.2 Communicatie Het besluit is openbaar en dient te worden gepubliceerd in het Gemeenteblad. 7. Bijlagen Mandaatbesluit Programmadirecteur Jeugdhulpregio Zuid-Kennemerland IJmond 2026.

Kenmerk: 2025/814723

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Bereikbaarheid Kust Nummer Portefeuillehouder Programma / beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2026/31804 Bluijs, G.J. 4.3. Leefomgeving BBOR Halteren, P. van pvanhalteren@haarlem.nl Onder leiding van de provincie Noord-Holland hebben de gemeenten binnen de GR Bereikbaarheid ZKL (Haarlem, Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort) het project Bereikbaarheid Kust afgerond. De raad is gedurende het traject meerdere malen geïnformeerd over de voortgang. Doel van het project is om de kust duurzaam bereikbaar te houden en het gebruik van alternatieven voor de auto te stimuleren. De bestuurlijk vastgestelde acties zijn nu uitgewerkt in een samenwerkingsovereenkomst (SOK). In deze overeenkomst spreken de provincie en de deelnemende gemeenten af zich gezamenlijk in te spannen voor de realisatie van de acties. Dit houdt onder meer in: het doorlopen van noodzakelijke publiekrechtelijke procedures, het vaststellen van een gezamenlijke procesaanpak en het realiseren van de benodigde financiering. De zeven acties zijn opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst, die als bijlage is toegevoegd. Het gaat om: • het reisinformatiesysteem, • de proef met P&R en pendelbus, • de doorfietsroute Oude Trambaan, • het verbeteren van het fietsparkeren, • het juridisch onderzoeken van de mogelijkheden voor een toelatingssysteem, • de verkenning van aanvullende fietsroutes naar zee, • en de lobby richting NS voor de inzet van extra treinen op drukke (mooie) dagen.

Deze projecten zijn allemaal van direct belang voor Zandvoort wat bijdraagt aan Betere bereikbaarheid van de kust en Minder verkeersdruk en parkeerdruk op piekdagen. Het college stelt voor de samenwerkingsovereenkomst vast te stellen. De overeenkomst is door juristen van zowel de provincie Noord-Holland als de betrokken gemeenten getoetst op juridische consistentie.

Kenmerk: 2026/31804

1/7

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de commissie. De wethouder heeft toegezegd de Raad te blijven informeren over de verschillende onderdelen van de actieagenda Bereikbaarheid Kust en welke afspraken hierover zijn vastgelegd. Per actie wordt de commissie de komende jaren betrokken bij de uitwerking.

Relevante eerdere besluiten

https://zandvoort.raadsinformatie.nl/modules/5/Raadsinformatiebrieven/1095003 https://zandvoort.raadsinformatie.nl/modules/5/Raadsinformatiebrieven/1090358ht tps://zandvoort.raadsinformatie.nl/document/15596391/1#search=%22rib%20zeewe g%22 https://zandvoort.raadsinformatie.nl/document/16291561/1#search=%22rib%20zee weg%22 https://zandvoort.raadsinformatie.nl/document/16070476/1#search=%22rib%20zee weg%22 https://zandvoort.raadsinformatie.nl/document/15556582/1#search=%22rib%20zee weg%22 Naast deze raadsinformatiebrieven is de commissie over de voortgang van het project ‘Bereikbaarheid kust’ regelmatig op de hoogte gehouden.

Besluit college d.d. 10 februari 2026

Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De Samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheid Kust Zuid-Kennmerland vast te stellen en hiermee samen met de provincie NH en de drie overige ZKL gemeenten tot uitwerking te komen van de acties ‘Bereikbaarheid Kust’. 2. De wethouder mobiliteit G.J. Bluijs te mandateren om uit naam van het college van Zandvoort de Samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheid Kust ZuidKennemerland te ondertekenen. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding Op initiatief en aansturing van de provincie Noord-Holland is samen met de gemeenten Haarlem, Heemstede, Bloemendaal en Zandvoort uitvoering gegeven aan het project ‘’Bereikbaarheid Kust Zuid-Kennemerland’. Het doel is: de kust op drukke stranddagen bereikbaar houden en de files (en

Kenmerk: 2026/31804

2/7

de overlast van de files, te verminderen. De raad is op diverse momenten over de uitwerking bericht. Onder meer via de regionale raden bijeenkomsten, via de jaarstukken GR bereikbaarheid ZuidKennemerland en via diverse raadsinformatiebrieven die onder relevante eerdere besluiten zijn opgenomen. Over dit project heeft eind 2024 uitgebreide participatie plaats gehad in alle vier betrokken gemeenten, waarbij via een speciale website bewoners voorstellen hebben kunnen indienen. Uiteindelijk heeft de stuurgroep, die het project ‘Bereikbaarheid kust’ heeft begeleid, besloten om een aantal acties verder te brengen. Deze acties, die nu onderdeel zijn van de samenwerking overeenkomst, staan hier onder in paragraaf 2 benoemd. Deze sluiten aan bij de analyse dat, vooral strand bezoekers uit omgeving Haarlemmermeer, Uithoorn en Amstelveen, nu geen alternatief hebben voor de auto. Bewoners uit de regio ZKL geven zelf aan de fiets te willen gebruiken, maar onvoldoende fiets voorzieningen te hebben. De autobereikbaarheid moet worden opgepakt door met name autonome groei daarvan af te remmen. Om te waarborgen dat de maatregelen worden verder gebracht voor uitwerking /realisatie, hebben de provincie NH en de vier betrokken gemeenten het voornemen een samenwerkingsovereenkomst aan te gaan.

Hierin is opgenomen wie van de betrokken partijen welke actie op zich neemt, hoe de afstemming daarop plaats heeft en dat de provincie binnen de financiële kaders die er zijn, deze projecten actief betrekt bij toekomstige subsidietoekenningen. Zandvoort is vanuit de acties als trekker benoemd voor de aanleg van meer fietsparkeerplekken. Verder werkt Zandvoort samen met de provincie en andere gemeenten aan de andere acties. De samenwerking overeenkomst is opgenomen in bijlage 1. Het college stelt deze samenwerking overeenkomst vast. 2. Beoogd resultaat Via de samenwerkingsovereenkomst wordt beoogd dat de vervolgacties vanuit het project ‘Bereikbaarheid Kust Zuid-Kennemerland’ worden uitgewerkt in concrete voorstellen voor realisatie. Het betreft de volgende onderdelen: 1. Opzetten van een campagne, communicatie en informatie strategie, bedoeld om automobilisten te verleiden om op drukke stranddagen per openbaar vervoer (shuttle bus), of fiets naar de kust te reizen Deze campagne wordt nu vooral gekoppeld aan de shuttlebus. Basis voor deze campagne is een communicatie scan die door een professioneel bureau is gepleegd en waarin gericht op specifieke doelgroepen op maat een campagne is uitgewerkt via sociale media, geschreven media en direct gericht op de automobilist via digitale route informatie. 2.

Het houden van een proef met een gratis strand pendelbus, tussen het P&R terrein Vijfhuizen, via Haarlem en de Zeeweg naar Bloemendaal /Zandvoort. Deze proef betreft een pendelbus shuttle die vanuit het gratis te gebruiken P&R terrein naar Zandvoort rijdt. De bus is voor automobilisten die een (parkeer-) bewijs kunnen tonen, gratis te gebruiken. Ten behoeve van de doorstroming van de bus en voorkomen dat ook deze in de file terecht komt, wordt op de Zeeweg, gedurende de proefperiode, één rijstrook voor de bus gereserveerd.

Kenmerk: 2026/31804

3/7

3.

4.

5.

6.

7.

Het gebruik van de bus wordt gemonitord evenals de verkeerssituatie op de Zeeweg. Er wordt een belevingsonderzoek onder gebruikers gehouden. Op basis van monitoring, feitelijk gebruik en waardering, wordt in oktober 2026 besloten of de shuttlebus definitief kan worden gemaakt. De provincie NH financiert deze proef. Connexxion gaat de buspendel rijden door de bestaande buslijn 341 als shuttle naar de kust door te trekken. (4 bussen per uur, ook avond en gedurende tien weekenden in het zomer seizoen). In Zandvoort wordt een eindhalte ingericht rond de Koperpassarel, hiervoor zijn enkele fysieke aanpassingen noodzakelijk, ook wordt (tijdelijk) voor de Van Speijkstraat 1-richtingsverkeer richting het noorden ingesteld voor een veilige verkeersafwikkeling. De realisatie van een regionale snel fietsroute via de Oude Trambaan, parallel aan de N201. De procesuitwerking wordt dit jaar gestart, hiervoor financiert de GR-bereikbaarheid een procesmanager. De gemeenten Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort nemen als wegbeheerder de benodigde publiek rechtelijke stappen om via een voorlopig ontwerp, tot een definitief ontwerp en realisatie voorstel te komen. Dit wordt uiteraard aan de betrokken gemeenten /provincie voorgelegd. Onderdeel daarvan is de financiering, waar partijen van afspreken naar middelen op zoek te gaan.

De gemeenten Zandvoort en Bloemendaal realiseren langs de kust (boulevard) (bewaakte, overdekte) fietsenstallingen. Ook hiervoor spreken partijen af om te bezien of vanuit de provincie hiertoe financiële middelen vrijgemaakt kunnen worden. Om inzicht te krijgen of er juridisch mogelijkheden zijn om op drukke dagen auto’s selectief op de aanrijroutes richting de kust toe te laten, gaat Haarlem namens de vijf samenwerkende partijen de juridische mogelijkheden die hiertoe mogelijk zijn, op een rij zetten. Expliciet wordt opgemerkt, dat selectieve afsluiting (bijvoorbeeld bewoners en bedrijven krijgen vergunning en op drukke dagen worden wegen afgesloten zodra parkeerplaatsenvol zijn), nu geen onderdeel uitmaakt van het maatregelen pakket bereikbaarheid kust. Het is puur bedoeld om te weten wat zou kunnen als partijen in de toekomst verdergaande maatregelen zouden overwegen. Wat alleen aan de orde is, als de maatregelen die nu plaats vinden, onvoldoende effect bieden. Ook is inmiddels al een eerste verkenning gedaan naar de mogelijkheid van een belangrijke fietsroute naar zee, te weten de verbinding naar Haarlemmermeer. Op dit moment blijkt uit een eerste verkenning dat dit nog zeer veel investeringen vraagt en op korte termijn niet haalbaar lijkt. Wel is in beeld gebracht welke maatregelen en route mogelijk zijn.

Andere fietsroutes zijn nog niet in beeld om hieraan te gaan studeren. Met de NS wordt bezien wat nodig en mogelijk is om meer en langere treinen naar Zandvoort te laten rijden.

Vastgelegd is dat de staten en de vier betrokken gemeenteraden jaarlijks over de voortgang via de colleges worden bericht en dat, als er een besluit over een uitwerking te nemen is, dit gelijktijdig aan alle vijf de partijen wordt voorgelegd. Ook is geborgd dat er een stuurgroep voor de samenwerking wordt ingericht en dat de ambtelijke afstemming via de GR bereikbaarheid ZKL gaat lopen voor wat betreft de vier Zuid-Kennemerland gemeenten.

Kenmerk: 2026/31804

4/7

3. Onderbouwing voorstel Met de beoogde maatregelen kan de bereikbaarheid van de kust worden verbeterd en voor gerichte doelgroepen een alternatief voor de auto gerealiseerd worden. Dit geldt met name voor bezoekers uit het zuidoosten van de metropool regio (Amstelveen, Uithoorn) voor wie de trein geen alternatief is. En door de verbetering in de fiets voorzieningen kunnen gerichte maatregelen gevonden worden voor bewoners van de Zuid-Kennemerland gemeenten, die nu aangeven juist vanwege onvoldoende fietsvoorzieningen vaker de auto te nemen dan gewenst. Met de samenwerkingsovereenkomst behouden de maatregelen in uitwerking prioriteit, ook in de nieuwe coalitieperiode. Door de samenwerkingsafspraken verplichten partijen zich over en weer om de maatregelen verder te brengen. Er vindt de komende maanden intensieve monitoring plaats om ontwikkelingen in het gebruik van auto, OV en fiets te volgen. Deze monitoring is in eerste instantie gericht op de proef met de pendelbus. Duurzaamheid: Er wordt gewerkt aan alternatieven voor de auto en daarmee aan reductie in CO2 uitstoot en energie gebruik. De uitwerking van bijvoorbeeld de Oude Trambaan tot doorfietsroute, gebeurt vanuit duurzaamheid criteria rond materieel inkoop en materiaal toepassing. 4.

Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Voor de pendel bus is een risico dat bij een zomer met slecht weer het gebruik daardoor minder groot is dan verwacht. Dan is er geen logisch vervolg vanuit de vervoerder om een dergelijk systeem als regulier onderdeel van de concessie toe te voegen. Gemaakte investeringen worden dan niet langdurig gebruikt. Om risico’s tijdens de proef te minimaliseren zijn er afspraken dat er ingegrepen wordt als situaties niet functioneren, teveel langdurige files of grote overlast. Dan moeten er snel aanpassingen volgen. Als blijkt tijdens de looptijd dat de proef leidt tot grote problemen die niet snel opgelost kunnen worden kan besloten worden om proef (tijdelijk of definitief) te stoppen. De raad van Zandvoort heeft een zienswijze ingediend bij de Gemeenschappelijke Regeling en is zeer kritisch op het besluit om deze proef te doen. De raad van Zandvoort zal continu een vinger aan de pols houden over het functioneren van de proef. Vandaar dat het belangrijk is dat, mochten er kinken in de kabels komen tijdens de proef, hier dan ook serieus maatregelen genomen gaan worden om de problemen op te lossen en hierover te blijven communiceren. Voor de uitwerking Oude Trambaan is er het risico dat door nog te nemen ruimtelijke procedures de uitwerking langer gaat duren dan beoogd. Participatie is hierbij van groot belang.

Kenmerk: 2026/31804

5/7

En er is, met uitzondering van de proef met de pendelbus die nu financieel is geborgd, het risico dat uiteindelijk voor de te nemen maatregelen geen afdoende financiële middelen gevonden kunnen worden. 4.2 Kanttekeningen Voor wat betreft de tijdelijke inrichting van de Zeeweg die gerealiseerd wordt krijgt om de pendelbus snel en betrouwbaar te kunnen laten rijden, onafhankelijk van een eventuele file, geldt als harde voorwaarde dat dit niet mag leiden tot extra filevorming en overlast. Bovendien is afgesproken dat, deze herinrichting nu geen claim legt op de verschillende varianten voor herinrichting van de Zeeweg die vanaf 2027 aan de orde komen, wanneer de provincie de uitwerking van een nieuwe inrichting Zeeweg ter hand gaat nemen. De actie om met de NS te bezien of extra en langere treinen ingezet kunnen worden, kent als kanttekening dat dit inpasbaar moet zijn binnen de concessie hoofdrail spoor. Voor de communicatie en informatie campagne geldt, dat deze de beoogde doelgroepen moet raken en aanspreken. Uiteraard geldt dat de samenwerking overeenkomst nu op proces afspraken vastlegt en de inspanningen die er tussen partijen zijn vast legt. Op zich is dit uiteraard nog geen garantie dat een project ook feitelijk tot stand komt, wanneer er nu niet te voorziene omstandigheden naar voren komen. 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16891197/1