CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebesluiten 11 november - 15 december 2025

Raadscommissie 6 januari 2026, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Overzichten22.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Behandelvoorstel voor de raad

Relevante eerdere besluiten

2025/760932 Bluijs, G.J. 4.1. Wonen en ruimtegebruik ECDW Tichelaar, T. ttichelaar@haarlem.nl In april 2021 sloten de gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland/IJmond (ZK/IJ) het ‘Regionaal Woonakkoord’, bestaande uit een Bestuursakkoord en een Uitvoeringsagenda. Het Bestuursakkoord is door de gemeenteraden vastgesteld en de Uitvoeringsagenda door de colleges. De gemeenteraad heeft in oktober 2025 besloten tot verlenging van het Bestuursakkoord met twee jaar ter overbrugging tot er een nieuwe set regionale afspraken is vastgesteld. Het college verlengt daarom nu ook de Uitvoeringagenda met twee jaar en actualiseert deze door middel van een addendum. Daarnaast stemt het college in met de ‘Regionale Woonagenda’, waarmee de eerste stappen richting nieuwe meerjarige regionale afspraken worden gezet, dat het ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’ gaat heten. 1. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. Het college wil de gemeenteraad informeren over de verlenging en actualisering van de Uitvoeringsagenda met twee jaar behorende bij het ‘Regionaal Woonakkoord’ en over de ‘Regionale Woonagenda’ om te komen tot nieuwe meerjarige regionale afspraken. • Verlenging Regionaal Woonakkoord Zuid-Kennemerland/lJmond 2021-2025, onderdeel Bestuursakkoord (2025/621010) in raadsvergadering 14 oktober 2025.

• Raadsinformatiebrief Voortgang uitvoering Woonakkoord ZuidKennemerland/IJmond 2021-2025 (2023/2117701) in commissie vergadering 16 januari 2024. • Woondeal MRA 2023 (2023/146190) in collegevergadering van 21 februari 2023. • Vaststellen Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025 ‘Samen bouwen aan een toekomstbestendige regio’ (2021/53567) in raadsvergadering 23 maart 2021.

Kenmerk: 2025/760932

1/8

•

Besluit college d.d. 25 november 2025

Vrijgave voor inspraak: concept Volkshuisvestingsprogramma Zandvoort 2026 tot en met 2030 (2025/733953) in collegevergadering van 4 november 2025. • Uitvoeringsprogramma Wonen 2019 t/m 2025 (2019/180616) in raadsvergadering 23 april 2019. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De Uitvoeringsagenda van het ‘Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025’ te actualiseren en met twee jaar te verlengen. 2. In te stemmen met de ‘Regionale Woonagenda Zuid-Kennemerland/IJmond – Opmaat naar nieuwe meerjarige regionale woonafspraken’. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding Het Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025 ‘Samen bouwen aan een toekomstbestendige regio’ is in 2021 vastgesteld en loopt eind 2025 af. Het regionaal Woonakkoord bestaat uit twee onderdelen: een Bestuursakkoord (door de gemeenteraad vastgesteld voor 5 jaar) en een Uitvoeringsagenda (met afspraken en acties vastgesteld door het college). In de Uitvoeringsagenda zijn de concrete acties en afspraken uit het Bestuursakkoord uitgewerkt, verdeeld over de vier hoofdthema’s van het Woonakkoord: Woningbouw, Betaalbaarheid, Doelgroepen en Duurzaamheid. De afgelopen vijf jaar is er in regionaal verband hard gewerkt om de afspraken van het Woonakkoord uit te voeren samen met de woningcorporaties, provincie Noord-Holland en andere betrokken partijen. Op 16 januari 2024 is de raad geïnformeerd over de tussentijdse resultaten en accentverschuivingen in de uitvoering van het Woonakkoord, die deels voortkwamen uit de Woondeal MRA uit 2023. Dit gebeurde via de raadsinformatiebrief ‘Voortgang uitvoering Woonakkoord ZuidKennemerland/IJmond 2021-2025’ (2023/2117701). Onder andere is aangegeven dat de thema’s uit het Woonakkoord, onderdeel Bestuursakkoord, nog actueel waren.

Daaropvolgend heeft de gemeenteraad op 14 oktober 2025 het raadsbesluit ‘Verlenging regionaal Woonakkoord ZuidKennemerland/IJmond 2021-2025, onderdeel Bestuursakkoord’ (2025/621010) als hamerstuk vastgesteld. Uit de evaluatie bleek daarnaast dat de Uitvoeringsagenda ook nog actueel is. Wel zijn er op onderdelen enkele accent-verschuivingen van toepassing, zoals in lijn met de Woondeal MRA de verhoogde ambitie voor het aantal nieuwbouwwoningen tot 18.500 woningen t/m 2030. Met dit besluit krijgt de Uitvoeringsagenda een addendum (bijlage 1) en wordt de ‘Regionale Woonagenda – Opmaat naar nieuwe meerjarige regionale woonafspraken’ (bijlage 2) als input gebruikt voor het

Kenmerk: 2025/760932

2/8

maken van nieuwe regionale afspraken die zullen worden opgenomen in een ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’. Hiermee worden belangrijke thema’s vanuit de huidige regionale samenwerking meegegeven aan de nieuwe bestuurders. Omdat de Wet versterking regie volkshuisvesting nog niet in werking is getreden, gaat de provincie Noord-Holland de Woonakkoorden eveneens met twee jaar verlengen. Ook wenst de provincie om in alle provinciale deelregio’s in een vergelijkbaar tempo nieuwe meerjarige afspraken te maken. Voor de uitvoering van de huidige regionale afspraken van het Woonakkoord, kan door de verlenging nog steeds subsidie worden aangevraagd. Op 2 oktober 2025 vond het startoverleg plaats met stakeholders uit de regio ZuidKennemerland/IJmond voor nieuwe meerjarige regionale afspraken. Hierin zijn de eerste kaders voor het ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’ besproken. 2. Beoogd resultaat Door de looptijd van het huidige ‘Woonakkoord 2021-2025’, onderdeel Uitvoeringsagenda, te actualiseren en met twee jaar te verlengen, net als het Bestuursakkoord, is daarmee het gehele Woonakkoord verlengd. Hierdoor ontstaat er geen gat tussen het aflopen van het huidige Woonakkoord en het nieuw ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’. Er is daarmee voldoende tijd om te werken aan nieuwe meerjarige regionale afspraken; het ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’.

Door instemming met de ‘Regionale Woonagenda ZuidKennemerland/IJmond – Opmaat naar nieuwe meerjarige regionale woonafspraken’ is er input voor het op te stellen ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’ na de verkiezingen. 3. Onderbouwing voorstel 1. Het verlengen en actualiseren van de Uitvoeringsagenda van het Woonakkoord geeft ruimte om de (huidige) afspraken van het Woonakkoord verder uit te voeren c.q. af te ronden. De uitvoering van een aantal afspraken van het Woonakkoord is nog niet volledig afgerond. Het verlengen en actualiseren van de Uitvoeringsagenda geeft hiervoor meer ruimte en tijd. Er kan daarmee ook nog steeds aanspraak worden gemaakt op provinciale subsidie, wat de financiële lasten bij elke gemeente beperkt houdt. Tevens zullen enkele afspraken mogelijk weer in het ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’ terecht komen. Voortbouwend op de raadsinformatiebrief in 2024 is in het addendum een overzicht gegeven van: • activiteiten die sinds 2024 zijn afgerond (na het verschijnen van de raadsinformatiebrief) (afgerond); • activiteiten die periodiek uitgevoerd worden (periodiek); • activiteiten waar momenteel aan gewerkt wordt (lopend); • activiteiten die voor de komende periode voorzien wordt (vooral voor 2026) (voorzien).

Kenmerk: 2025/760932

3/8

2.

Het addendum op de Uitvoeringsagenda en de ‘Regionale Woonagenda’ passen binnen het huidige woonbeleid. De gemeente Zandvoort kan niet zelf alle uitdagingen op het gebied van Volkshuisvesting aanpakken. In de huidige Woonvisie van de gemeente Zandvoort en het toekomstig Zandvoortse Volkshuisvestingsprogramma, het Woonzorgprogramma van de gemeente Zandvoort, de regionale Woonzorgopgave, Regionaal Woonakkoord en de Woondeal MRA is regionale samenwerking een belangrijk onderdeel van het woonbeleid. Verdere regionale samenwerking past daarmee binnen de ingeslagen weg in het vastgestelde beleid. 3.

De ‘Regionale Woonagenda’ geeft, vanuit de huidige regionale samenwerking, de thema’s aan die input zijn voor het nog op te stellen ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’. Er is een duidelijke behoefte bij zowel de regiogemeenten in Zuid-Kennemerland/IJmond als de provincie Noord-Holland en ook de regionale woningcorporaties om de regionale samenwerking op het gebied van wonen voort te zetten. In de ‘Regionale Woonagenda – Opmaat naar nieuwe meerjarige regionale woonafspraken’ zijn vanuit de huidige regionale samenwerking de belangrijkste thema’s vastgelegd en onderbouwd, waarover in de tweede helft van 2026, na de gemeenteraadsverkiezingen, keuzes moeten worden gemaakt voor het nieuwe ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’. Dit zijn de volgende zes thema’s, waarbij per thema ontwikkelingen en opgaven worden benoemd en ideeën voor regionale samenwerking aangegeven: 1. Woningbouw: Een update is nodig van de woningbouwopgave voor de komende periode (t/m 2035). Onderdeel van dit thema is regionaal in gesprek gaan over meer eenduidigheid ten behoeve van bovenlokale ontwikkelaars, die daardoor sneller of goedkoper kunnen bouwen. Regionaal gesprek over afstemmen dan wel kennisdelen over voorwaarden voor betaalbare woningen om realisatie en kwaliteit te waarborgen.

Er wordt gewerkt aan het verbeteren van de monitoring, onder andere aan de hand van de Monitor Plancapaciteit en het aanjagen van de woningbouw via (deel) regionale versnellingstafels. 2. Betaalbaar bouwen: Onderdeel zijn het opstellen van instructieregels over betaalbaar bouwen en bouwen voor aandachtsgroepen. Het maken van afspraken over de aantallen nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen en de regionale verdeling daarvan. Ook is er aandacht voor de uitdagingen van het realiseren van 2/3 betaalbare nieuwbouw in de regio. 3. Beter benutten van de bestaande woningvoorraad: De belangrijke thema’s zijn: de transformatie van leegstaande panden, aanpassingen van woningen voor specifieke doelgroepen, het splitsen, optoppen of delen van woningen en kennis delen op regionaal niveau. 4. Huisvesting van ouderen, starters en overige aandachtsgroepen: Onder dit thema valt hoofdzakelijk de fair share verdeling van verschillende aandachtsgroepen, waarbij de focus ligt op de vastgestelde ‘Regionale Woonzorgopgave Zuid-Kennemerland/IJmond’ uit 2024. De

Kenmerk: 2025/760932

4/8

doelgroepen die hierbij centraal staan zijn: ouderen, mensen met een psychische kwetsbaarheid, (dreigend) daklozen en mensen met een beperking. Ook komen arbeidsmigranten, woonwagenbewoners, statushouders en studenten aan de orde. 5. Woonruimteverdeling en urgenten: Het centrale thema bij woonruimteverdeling is de verdeling van te huisvesten verplichte urgente groepen woningenzoekenden via de Huisvestingsverordening. Evaluatie voor verbetering van het woonruimteverdeelsysteem en stimuleren van doorstroming op de woningmarkt. 6. Leefbare en toekomstgerichte wijken: Onderdeel is het afstemmen/faseren van herstructureringsplannen om waterbedeffecten te voorkomen. Het streven naar een samenhangende, gemeente-overstijgende aanpak (schaalvergroting) om zo meer kans te maken op subsidiering. En regionale afstemming en kennisdeling voor een integrale aanpak van fysieke, economische en sociale maatregelen. 4. De ‘Regionale Woonagenda’ anticipeert op toekomstige wet- en regelgeving. Wanneer de Wet versterking regie volkshuisvesting in werking treedt, gaat er een hoop veranderen voor alle betrokken partijen.

Gemeenten met veel sociale huur moeten 40% van de nieuwbouw in het middensegment bouwen en gemeenten met weinig sociale huur moeten 30% sociale huurwoningen bouwen, de toewijzing van urgent woningzoekenden regelen in de Huisvestingsverordening en in Volkshuisvestingsprogramma’s concreet aangeven waar, wanneer en voor wie gebouwd wordt de komende jaren. De wet verplicht gemeenten om de huisvesting van aandachtsgroepen regionaal af te stemmen en een lokaal Volkshuisvestingsprogramma op te stellen. Het lokale Volkshuisvestingsprogramma dient ook afgestemd te worden op de behoefte van de regio. De coördinerende en controlerende rol van de provincie is ook in deze wet vastgelegd. Door de ‘Regionale Woonagenda – Opmaat naar nieuwe meerjarige regionale woonafspraken’ vast te stellen, wordt geanticipeerd op een aantal wettelijke verplichtingen die in de Wet versterking regie volkshuisvesting worden vastgesteld. 1. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Er is nog geen duidelijkheid over toekomstige wet- en regelgeving. Het is op dit moment nog steeds niet duidelijk wanneer de Wet versterking regie volkshuisvesting definitief in werking treedt. Daarnaast zijn er nog vier amendementen waarover een definitief besluit genomen moet worden.

Dit zijn: een verbod op voorrang voor statushouders, voorrang voor dakloze gezinnen met kinderen, het afhandelen van bouwvergunningen door de minister van VRO als gemeenten te laat beslissen en het verlengen van het voorkeursrecht van gemeenten zonder plannen verder te concretiseren. De Raad van State heeft negatief geadviseerd over het voorstel om voorrang voor statushouders te schrappen. Voor de voorrang voor dakloze gezinnen moet worden

Kenmerk: 2025/760932

5/8

afgebakend voor wie dit precies moet gaan gelden. Het beslissen over bouwvergunningen moet verder worden onderzocht en leidt mogelijk tot andere verhoudingen tussen het Rijk, de provincies en gemeenten. De wijzigingen rondom het voorkeursrecht maken inbreuk op het eigendomsrecht, maar moeten voorkomen dat grond voor potentiële woningbouwlocaties door grondspeculatie steeds duurder wordt. Het uitstellen van het inwerking treden van de wet en de duidelijkheid rondom de amendementen kan leiden tot aanpassingen in de ‘Regionale Woonagenda’. 4.2 Kanttekeningen Het thema Duurzaamheid is steviger belegd in andere documenten en overlegstructuren. In het huidige Woonakkoord is in thema 4 ‘Duurzaamheid’ een set afspraken rondom Duurzaamheid vastgelegd. In het nieuwe ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’ is het voornemen geen apart hoofdstuk rondom Duurzaamheid op te nemen, omdat dergelijke ambities en afspraken in andere beleidsstukken en overlegstructuren zijn vastgelegd. De verschillende convenanten van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) zijn hier een voorbeeld van. Duurzaamheid is wel een verplicht thema in het lokale Volkshuisvestingsprogramma. 2. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Door de verlenging van het ‘Regionaal Woonakkoord’ onderdeel Uitvoeringagenda met twee jaar kunnen de regiogemeenten gebruik blijven maken van de provinciale subsidieregeling.

Daarnaast heeft de provincie subsidie beschikbaar gesteld voor het opstellen van een nieuw ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’. De totale kosten voor het opstellen van dit proces om te komen tot uiteindelijk een ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’ (zie paragraaf 5.5. planning) bedraagt €60.000,-, waarvan 50% door de provincie wordt gesubsidieerd. De resterende €30.000,- wordt verdeeld over de regiogemeenten. Voor de gemeente Zandvoort betekent dit, conform de regionale verdeelsleutel (7%), een bijdrage van €2.100,-. Deze lasten worden gedekt uit structurele budget voor Volkshuisvesting. Daarnaast levert de gemeente Zandvoort reguliere ambtelijke capaciteit gedurende het proces van vaststelling van het nieuwe ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’. 5.2 Communicatie Met behulp van het adviesbureau die de regionale samenwerking coördineert zijn de stappen om te komen tot een nieuw ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’ in kaart gebracht (zie paragraaf 5.5. planning). Nadat het Bestuursakkoord en de Uitvoeringsagenda door de raad en het college zijn verlengd en geactualiseerd gaan de regiogemeenten, waaronder de gemeente Zandvoort, in 2026, na de gemeenteraadsverkiezingen, verder met het opstellen van een nieuw ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’ met de nieuwe bestuurders.

Bij de uitwerking van de plannen worden naast de provincie onder ander ook de regionale woningcorporaties, Woonservice, zorgorganisaties, huurders-vertegenwoordiging en marktpartijen actief betrokken.

Kenmerk: 2025/760932

6/8

5.3 Participatie Aan de Uitvoeringsagenda van het Woonakkoord werken de regionale corporaties en provincie actief samen. Ze zijn betrokken en konden hun input meegeven aan het addendum van de Uitvoeringsagenda (meeweten en meedoen). Op 2 oktober jl. heeft het startoverleg plaatsgevonden voor nieuwe meerjarige regionale afspraken. Hierin zijn de eerste kaders voor het ‘Regionaal Volkshuisvestings-programma’ besproken met stakeholders uit de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Aanwezig waren onder andere bestuurders van de regiogemeenten, regionale woningcorporaties, Woonservice, zorgorganisaties en marktpartijen (meeweten en meedoen). De regionale corporaties hebben aangegeven hun huurdersvertegenwoordiging hierover te informeren. Het ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’ wordt naast de gemeenten in de regio ook door de provincie vastgesteld (meebeslissen). Aan de regionale corporaties zal gevraagd worden om in te stemmen met de nieuwe regionale afspraken en actief bij te dragen aan de uitvoering van de afspraken (meedoen). 5.4 Juridisch De Uitvoeringsagenda van het Woonakkoord is een collegebevoegdheid, zoals deze al is vastgesteld in 20211. Het addendum en de verlenging kunnen daarmee eveneens door het college worden vastgesteld.

De ‘Regionale Woonagenda’ is een aanzet voor regionale afspraken die verder worden besproken met nieuwe bestuurders voor het ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’. Het nieuwe ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’ wordt mogelijk door de raad wordt vastgesteld, afhankelijk inwerkingtreding van de Wet versterking regie volkshuisvesting. 5.5 Planning Om te komen tot een nieuwe ‘Regionaal Volkshuisvestingsprogramma’ worden vier fasen doorlopen: van A t/m D. Met dit besluit wordt uitvoering gegeven aan fase B en C. In onderstaande tabel zijn de vier stappen uiteengezet:

1 Zie ook Gemeentewet Hoofdstuk 10 (artikel 160-169).

Kenmerk: 2025/760932

7/8

6. Bijlagen 1. Actualisering en verlenging ‘Uitvoeringsagenda Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 20212025’ (Addendum). 2. Regionale Woonagenda Zuid-Kennemerland/IJmond – Opmaat naar nieuwe meerjarige regionale woonafspraken.

Kenmerk: 2025/760932

8/8

Collegebesluit

Onderwerp Subsidieregeling Vergroenen en klimaatadaptatie Zandvoort 2026-2029 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 25 november 2025

2025/640657 Carree, L. 5.4. Klimaatbestendigheid BBOR Hin, E. ehin@haarlem.nl Het college van Zandvoort heeft in het Beleidsplan Duurzaamheid aangegeven in te zetten op droge voeten in een groene omgeving. Door de aanleg van groene daken en gevels, het vergroenen van tuinen en de aanschaf van regentonnen en andere waterbergende voorzieningen wordt hier actief aan bijgedragen. Deze maatregelen hebben positieve effecten op de biodiversiteit, gaan hittestress en wateroverlast tegen, maken hergebruik van hemelwater mogelijk en zorgen voor een vertraagde en verminderde afvoer van regenwater. Het college roept daarom een subsidieregeling in het leven om de aanleg van groene daken, gevels en tuinen en de plaatsing van regentonnen te stimuleren onder inwoners en instellingen zoals stichtingen, ondernemingen en verenigingen in Zandvoort. Deze regeling vervangt de huidige subsidieregeling voor groene daken, die afloopt op 31 december 2025. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad. Subsidieregeling Groene Daken Zandvoort 2022 (2022/1284731) Subsidieregeling Groene Daken Zandvoort 2024-2025 (2023/1968861) Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De Subsidieregeling Vergroenen en klimaatadaptatie Zandvoort 2026-2029 vast te stellen; 2. Het jaarlijkse budgetplafond vast te stellen op € 40.000. de secretaris,

Kenmerk: 2025/640657

de burgemeester,

1/4

1. Aanleiding Sinds november 2022 is het voor inwoners van de gemeente Zandvoort mogelijk om subsidie te krijgen voor de aanleg van een groen dak. In totaal is in de afgelopen jaren zo’n 1.000 vierkante meter groen dak aangelegd met subsidie van de gemeente. De huidige subsidieregeling loopt eind dit jaar af. Om te zorgen dat ook in de komende jaren wordt ingezet op een toekomstbestendige inrichting van Zandvoort, is het wenselijk om het subsidiëren van groene daken voort te zetten. Groene daken verlengen de levensduur van daken, zorgen voor koeling door verdamping, hebben positieve effecten op de biodiversiteit, gaan hittestress tegen, nemen CO2 en fijnstof op en zorgen voor een vertraagde en verminderde afvoer van regenwater. Niet alleen de aanleg van groene daken, maar ook die van groene gevels, het vergroenen van tuinen en de het vasthouden van regenwater kan bijdragen aan een toekomstbestendige gemeente. Deze maatregelen dragen bij aan een groener Zandvoort met meer ruimte voor biodiversiteit, minder wateroverlast bij hevige regen en een besparing van drinkwater. Om bewoners te stimuleren deze maatregelen te nemen, heeft het college de subsidieregeling uitgebreid met subsidiemogelijkheden hiervoor. Middels het voorliggende collegebesluit wordt de nieuwe subsidieregeling voor de jaren 2026-2029 vastgesteld. 2.

Beoogd resultaat Met het vaststellen van deze subsidieregeling wil het college inzetten op meer vergroening en klimaatadaptatie in Zandvoort door het stimuleren van bewoners tot de aanleg van groene daken, groene gevels, groene en biodiverse tuinen en het aansluiten van regentonnen of andere voorzieningen voor waterberging. 3. Onderbouwing voorstel 1. De maatregelen dragen bij aan een groener en klimaatbestendiger Zandvoort Het college van Zandvoort zet in op droge voeten in een groene omgeving, onder andere door vergroening, vergroting van de biodiversiteit en het voorkomen van wateroverlast. De maatregelen die middels deze subsidieregeling gesubsidieerd kunnen worden, dragen hier direct aan bij. Zo zorgen groene daken, gevels en tuinen voor een groener dorp, een vergroting van de biodiversiteit en minder kans op overstromingen bij hevige regenval. Regentonnen zorgen voor besparing van drinkwater, een ontlasting van het riool en de vermindering van droogtestress. 2. De regeling past binnen de kaders van het duurzaamheidsfonds De subsidieregeling heeft een jaarlijks subsidieplafond van € 40.000. Dekking is afkomstig van de bestemmingsreserve Duurzaamheidsfonds en past binnen de door de raad vastgestelde kaders.

Kenmerk: 2025/640657

2/4

3. De regeling is mede door een inspraakreactie tot stand gekomen Op 12 maart 2019 heeft een bewoner bij de Raadscommissie gepleit voor het instellen van een subsidieregeling voor groene daken bij de raadscommissie. De subsidieregeling is dus mede op verzoek van bewoners tot stand gekomen en bevat, met de huidige uitbreiding, zelfs meer subsidiemogelijkheden dan waar destijds om is gevraagd. 4. De regeling is breder en laagdrempeliger dan eerdere regelingen Doordat het naast het vergroenen van daken mogelijk is om subsidie te krijgen voor andere (vergroenings)maatregelen, zoals het verwijderen van tegels of gazon om de tuin te beplanten, zal de regeling voor meer bewoners aantrekkelijk zijn en meer gebruikt kunnen worden. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 1. Wijzigingen en uitbreidingen in de subsidieregeling kunnen in eerste instantie wat onduidelijkheid scheppen De huidige regeling omvat veel meer subsidiabele activiteiten dan de voorgaande twee regelingen. Het risico is dat hier in eerste instantie onduidelijkheid over ontstaat als bewoners hier niet van op de hoogte zijn. Er zal duidelijkheid en bekendheid over geschept worden door middel van communicatie via de gemeentelijke kanalen. 4.2 Kanttekeningen 1. Kans op weinig aanvragen Het subsidieplafond is opgehoogd ten opzichte van de voorgaande regelingen voor subsidie voor groene daken.

De kans bestaat dat het budget van € 40.000 niet volledig benut wordt. De regeling is echter uitgebreid, waardoor meer maatregelen gesubsidieerd kunnen worden. Daarnaast worden inkoopacties voor groene daken georganiseerd en besteden we meer aandacht aan de subsidieregeling tijdens de voorjaarscampagne over vergroening en biodiversiteit. De kans op weinig aanvragen wordt hiermee verkleind. 2. Kans op te veel aanvragen De uitbreiding van de subsidieregeling met opties voor subsidiëring van groene gevels, vergroenen van tuinen en het aanschaffen van een regenton, kan leiden tot een toename van het aantal subsidieaanvragen. Het is niet op voorhand te voorspellen hoe groot de toename in het aantal aanvragen zal zijn. De kans bestaat dat het budget van € 40.000 per jaar opraakt vóór het einde van het jaar. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Net als bij de voorgaande twee subsidieregelingen voor groene daken, is het jaarlijks budget afkomstig uit de bestemmingsreserve van het Duurzaamheidsfonds. Wel is het jaarlijks budget

Kenmerk: 2025/640657

3/4

opgehoogd van € 25.000 op jaarbasis bij de voorgaande regelingen naar € 40.000 op jaarbasis bij de voorliggende regeling. 5.2 Communicatie De subsidieregeling wordt na vaststelling gepubliceerd. Bij de communicatie over de nieuwe regeling zal expliciet aandacht worden besteed aan de verruiming van de regeling ten opzichte van de voorgaande regelingen. Op de website zal de informatie worden aangepast en uitgebreid op basis van de nieuwe onderdelen in de subsidieregeling ten opzichte van voorgaande twee regelingen. Ook zal een nieuwsbericht geplaatst worden op de gemeentelijke website en via de gemeentelijke communicatiekanalen over het ingaan van de nieuwe regeling en de verruiming. Daarnaast zal in de jaarlijkse voorjaarscampagne aandacht worden besteed aan de regeling. 5.3 Juridisch Voor zover er in de voorliggende regeling niet van wordt afgeweken, is de vigerende Algemene subsidieverordening van de gemeente Zandvoort van toepassing. 5.4 Planning Aan het eind van het eerste subsidiejaar zal worden bepaald of het huidige subsidieplafond toereikend is of dat dit moet worden opgehoogd voor de opvolgende jaren gedurende de looptijd van de regeling. 6. Bijlagen 1. Subsidieregeling Vergroenen en klimaatadaptatie Zandvoort 2026-2029

Kenmerk: 2025/640657

4/4

Collegebesluit

Onderwerp Voorstellen (her)benoemingen en regelen bezoldiging Aandeelhoudersvergadering ROMInWest en InWest Regio Nummer 2025/777138 Portefeuillehouder Bluijs, G.J. Programma/beleidsveld 7.2. Algemene dekkingsmiddelen Afdeling CC Auteur Jongkees, P.H.G. Telefoonnummer Email pjongkees@haarlem.nl Kernboodschap In de AvA ROMInWest en InWest Regio van 27 november a.s. komt een aantal voorstellen aan de orde. Voorstel is (1) de huidige bestuurder van ROMInWest en InWest Regio te herbenoemen voor vier jaar (2) een tweetal leden van de Raad van Commissarissen (RvC) te benoemen en (3) de investeringscommissies (IC’s) voor het MKB Fonds en het Transitiefonds uit dezelfde personen te laten bestaan. Ad (1) De RvC motiveert het besluit tot herbenoeming van de huidige bestuurder op basis van behaalde resultaten en gelet op de positieve beoordeling van zowel interne als externe stakeholders. RvC: haar kennis van de organisatie, netwerk in de regio en vermogen om de maatschappelijke doelstellingen te verbinden aan financieel gezonde bedrijfsvoering vormen een solide basis voor verdere groei. Ad (2) Er zijn twee duidelijke voorkeurskandidaten geselecteerd voor aanvulling van de RvC. Voorstel is in te stemmen met benoeming van beide kandidaten.

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 25 november 2025

Ad (3) Door de bemensing van de Investeringscommissies te uniformeren is de aanpak van de IC's bij investeringsvoorstellen hetzelfde en wordt de strategie op dezelfde wijze geïnterpreteerd. Het college stuurt dit collegebesluit ter kennisname naar de gemeenteraad om zo de raad actief te informeren. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. In te stemmen met de herbenoeming van de huidige bestuurder mevrouw J. Nieboer van ROMInWest en InWest Regio voor een periode van vier jaar ingaande 1 januari 2026; 2. Ermee in te stemmen dat de RvC de bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden met de huidige bestuurder regelt;

Kenmerk: 2025/777138

1/5

3. In te stemmen met de benoeming van mevr. L. van Druten als lid van de raad van commissarissen van ROM InWest en InWest Regio met ingang van 1 januari 2026 voor een periode van 4 jaar; 4. In te stemmen met de benoeming van dhr. C. Mander als lid van de raad van commissarissen van ROM InWest en InWest Regio met ingang van 1 januari 2026 voor een periode van 4 jaar; 5. Ermee in te stemmen dat de bezoldiging van de nieuwe RvC leden gelijk is aan de bezoldiging van de huidige RvC leden 6. In te stemmen met het benoemen van mevr. M. Dragstra tot voorzitter van de IC van het Transitiefonds met ingang van 1 december 2025 tot 30 november 2029; 7. In te stemmen met het benoemen van dhr. I. van Kippersluis tot lid van de IC’s van het MKB Fonds en het Transitiefonds met ingang van 1 december 2025 tot 30 november 2027. 8. In te stemmen met het herbenoemen van mevr. J. Vaandrager tot lid van het IC van het MKB Fonds en te benoemen tot lid van het IC van het Transitiefonds met ingang van 1 december 2026 tot 30 november 2026; 9. In te stemmen met het benoemen van dhr. A. Boelen tot lid van de IC’s van het MKB Fonds en het Transitiefonds met ingang van 1 december 2025 tot 30 november 2029; 10.

Op verzoek van wethouder Bluijs wethouder Berkhout van de gemeente Haarlem machtigen om het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort te vertegenwoordigen in de aandeelhoudersvergadering ROMInWest. de secretaris,

Kenmerk: 2025/777138

de burgemeester,

2/5

1. Aanleiding Benoeming van leden van de Investeringscommissies en leden van de RvC vergt expliciet collegebesluitvorming alvorens een standpunt kan worden ingenomen in de algemene vergadering van aandeelhouders. Hetzelfde geldt voor het voorstel om de bestuurder te herbenoemen. 2. Beoogd resultaat Met deze (her)benoemingen wordt voorzien in een voltallig samengestelde raad van commissarissen en een optimale invulling van de directiefunctie. De Investeringscommissies van het MKB Fonds en het Transitiefonds uit dezelfde personen te laten bestaan geeft meer uniforme besluitvorming. 3. Onderbouwing voorstel 3.1 Bemensing van RvC en directie doet ertoe Het voor het functioneren van de ROMInWest organisatie en voor het realiseren van resultaten van groot belang dat zowel het bestuur als het toezicht op het bestuur goed is geregeld. 3.1 Herbenoemen van de bestuurder is in het belang van ROMInWest en de aandeelhouders Het voorstel om de huidige bestuurder te herbenoemen wordt door de RvC gemotiveerd, kort gezegd vindt de RvC (niet uitputtend): • De bestuurder heeft in de afgelopen bestuursperiode haar functie naar behoren en tevredenheid vervuld. • De bestuurder heeft ROM InWest gepositioneerd als een betrouwbare partner voor ondernemers, gemeenten en kennisinstellingen en daarmee bijgedragen aan de versterking van het regionale innovatiepotentieel.

• De gerealiseerde resultaten laten volgens de RvC zien dat het fondsbeheer en de investeringsportefeuille op verantwoorde wijze worden gemanaged, met oog voor rendement, risico en maatschappelijke impact. • De bestuurder toont consistent leiderschap, combineert strategisch inzicht met operationele daadkracht en weet haar team te inspireren tot resultaatgericht en verantwoord handelen. Wel wordt geconstateerd dat er gewerkt moet worden aan de zichtbaarheid van de organisatie. Voorstel is het advies van de RvC te volgen en de huidige bestuurder in staat te stellen de ambities voor ROMInWest de komende jaren te realiseren. De salariëring wordt door de RvC geregeld passend binnen de normen van de Wet Normering Topinkomens. 3.3 De geselecteerde kandidaten zijn een goede aanvulling van de RvC De kandidaat leden zijn geselecteerd en geworven door een onafhankelijk extern bureau. In de gesprekken zijn de kandidaten bevraagd op thema’s als: financieel/controlling, innovatie, ervaring met publiek private ervaring, start-up/scale-up. Gewerkt is naar verschillende achtergronden in de RvC wat betreft herkomst, persoonlijke achtergrond, ervaring, stijl en denkwijze. Diversiteit en complementariteit zijn leidend geweest bij de selectie. Op basis van het bovenstaande heeft de

Kenmerk: 2025/777138

3/5

selectiecommissie Lara van Druten en Charles Mander geselecteerd als duidelijke voorkeurskandidaten. Met de benoeming van 2 nieuwe leden per einde jaar zal de RvC uitgebreid worden naar 4 personen. 3.4. Als IC’s van het MKB Fonds en het Transitiefonds uit dezelfde personen bestaan, zorgt dit voor een uniforme aanpak van investeringsvoorstellen De leden van de Investeringscommissies (IC’s) zijn op verschillende momenten benoemd. Op 30 november 2025 loopt de termijn van een aantal leden af. ROM InWest grijpt dit moment aan om de IC’s van het MKB Fonds en het Transitiefonds uit dezelfde personen te laten bestaan om hiermee de investeringsprocessen binnen beide fondsen te harmoniseren. Waarom één uniforme samenstelling? Binnen ROM InWest is er één investeringsteam voor beide fondsen. Werken vanuit één team met dezelfde procedures is cruciaal voor uniforme opstelling en presentatie van investeringsvoorstellen en voor een eenduidige beoordeling van voorstellen door de IC’s. De strategie van ROM InWest moet door alle IC-leden op dezelfde manier worden geïnterpreteerd. Dit kan alleen worden geborgd door de samenstelling van de IC’s gelijk te maken. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Nvt 4.2 Kanttekeningen Nvt 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën N.v.t. 5.2 Communicatie Communicatie geschiedt na besluitvorming in de AvA door ROMInWest. 5.3 Participatie N.v.t.

5.4 Juridisch Conform de statuten worden bestuurders en leden van de RvC en IC benoemd door de algemene vergadering. Om die reden worden deze benoemingen aan uw college voorgelegd.

Kenmerk: 2025/777138

4/5

5.5 Planning Op verzoek van wethouder Bluijs zal wethouder Berkhout van de gemeente Haarlem het college van burgemeester en wethouders vertegenwoordigen in de aandeelhoudersvergadering ROMInWest. Aan de burgemeester zal worden gevraagd om wethouder Berkhout van de gemeente Haarlem te volmachtigen. 6. Bijlagen 1. memo voordracht herbenoeming statutair bestuurder ROM InWest en InWest Regio 2. memo voorlegger benoeming RvC leden 3. memo voordracht samenstelling IC leden MKB-fonds en Transitiefonds 4. schema wijzigingen statuten ROMInWest BV 5. schema wijzigingen statuten InWest Regio BV 6. schema wijzigingen statuten Transitiefonds BV 7. schema wijzigingen statuten MKB Fonds BV

Kenmerk: 2025/777138

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Vaststellen prestatieplan Centrum voor Jeugd en Gezin 2026 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/549495 Carree, L. 2.2. Voorzieningen jeugd JOS Fischer, S. sfischer@haarlem.nl Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is door het college gemandateerd als toegang tot jeugdhulp en vervult een centrale rol in de jeugdzorgketen. Het CJG is laagdrempelig beschikbaar voor alle vragen over opvoeden en opgroeien. Zij bieden gezins- en jongeren coaching, voeren triage uit op basis van een hulpvraag en organiseren waar nodig de doorverwijzing naar passende specialistische hulp. Daarnaast bieden zij groepsaanbod, zij zijn zichtbaar op scholen en in de huisartsenpraktijken en werken samen met de partners zoals Pluspunt en Samen Zandvoort. Hiermee draagt het CJG bij aan tijdige, integrale en doelmatige hulpverlening voor jeugdigen en gezinnen. Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) vervult een door het college gemandateerde toegangstaak tot jeugdhulp en vormt daarmee een cruciale schakel in de jeugdzorgketen. Het CJG is verantwoordelijk voor het uitvoeren van triage, het bieden van opvoedondersteuning en het organiseren van passende doorverwijzing naar specialistische zorg. Deze positie is essentieel om tijdige, integrale hulp voor jeugdigen en gezinnen te waarborgen. Het CJG Kennemerland is in 2014 opgericht als zelfstandige organisatie en werkt in opdracht van alle gemeenten in de regio’s IJmond en Zuid-Kennemerland, met uitzondering van Heemstede.

De gemeenten maken jaarlijks afspraken over de voorwaarden en kaders waarbinnen het CJG zijn taken uitvoert, waaronder bereikbaarheid, samenwerking met lokale teams en aansluiting op de sociale basis. Sinds 2024 stellen de regiogemeenten een gezamenlijke regionale brief op waarin de gewenste inzet en prioriteiten voor het CJG worden benoemd. Deze regionale afspraken worden aangevuld met lokale accenten per gemeente. Voor 2026 zijn deze verwachtingen vertaald in het regionale prestatieplan en de lokale inlegger voor Zandvoort. Hiermee wordt geborgd dat het CJG zowel regionaal als lokaal aansluit bij beleidsdoelen en de behoeften van jeugdigen en gezinnen.

Kenmerk: 2025/549495

1/6

Subsidieberekening CJG 2026 Regionaal is afgesproken om vanaf 2026 de voorlopige OVA indexatie te hanteren voor de subsidie voor het CJG. Deze is 4,24%. Bij de subsidie komen nog meerkosten voor de nieuwe stichting en CORV en een bedrag van €65.000 voor het uitbreiden van de POH jeugd. Dit bedrag is reeds toegekend in de voorjaarsnota 2025. Totaal subsidiebedrag 2026: €882.424,81 Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatie naar de gemeenteraad.

Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 2 december 2025

Collegebesluit-Prestatieplan Centrum voor Jeugd en Gezin 2023 (2024/879506) in B&W-vergadering van 12-11-2024. Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. Het prestatieplan CJG 2026 vast te stellen. 2. Het CJG Kennemerland een subsidie ter hoogte van €882.424,81, te verlenen voor de uitvoering van het prestatieplan. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding De 5 kerntaken van het CJG zijn informatie en advies, gezins- en jongeren coaching, begeleiding van dak- en thuisloze jongeren, praktijkondersteuning bij huisartsen en het bieden van preventief groepsaanbod. Daarnaast neemt het CJG deel aan projecten, overlegtafels en expertteams om kennis te delen en ondersteuning te bieden. CJG-coaches bieden kortdurende, preventieve en normaliserende ondersteuning aan ouders en jongeren. Zij sluiten vroegtijdig en coachend aan en richten zich op het versterken van eigen mogelijkheden, zodat gezinnen en jongeren de regie (her)vinden. Het CJG wordt gefinancierd via een subsidie, waarbij de jaarlijkse prestatieafspraken uit het prestatieplan de basis vormen voor de subsidiebeschikking. Voor 2026 hebben de regiogemeenten in 2025 opnieuw een gezamenlijke brief opgesteld met ontwikkelingen en accenten waarop het CJG moet aansluiten. Deze zijn verwerkt in het prestatieplan 2026 dat in september door het CJG aan de gemeenten is toegestuurd. De accounthouders van de zes gemeenten hebben hier gezamenlijk en afzonderlijk op gereageerd. Bij de prestatieafspraken is een begroting gevoegd die gebaseerd is op de inzet van capaciteit per activiteit. Ook zijn indicatoren opgenomen die terugkomen in het prestatieplan, de tussenrapportages en het jaarverslag.

Kenmerk: 2025/549495

2/6

2. Besluitpunten college Het college besluit: 1. Het prestatieplan CJG 2026 vast te stellen. 2. Het CJG Kennemerland een subsidie ter hoogte van €882.424,81, te verlenen voor de uitvoering van het prestatieplan. 3. Onderbouwing voorstel De doelstellingen en uitgangspunten in het nieuwe prestatieplan van het CJG sluiten aan bij het programmaplan Jeugd en de Regiovisie Jeugdhulp IJmond en Zuid-Kennemerland. Het CJG werkt binnen dit kader, gericht op toegankelijke en betaalbare jeugdhulp die aansluit bij de behoeften van kinderen, jongeren en gezinnen. Daarbij staat versterking van de eigen kracht centraal, vanuit een integrale aanpak met de focus op preventie. 1. Versterken van de sociale basis Het CJG richt zich op preventie, normalisering en het vergroten van de eigen kracht van ouders, jeugdigen samen met partners zoals Samen Zandvoort, Veilig Thuis, Pluspunt en scholen. Dit draagt bij aan de opdracht voor stevige lokale teams, zoals ook in de Hervormingsagenda Jeugd beoogd. Intern blijft aandacht voor de kwaliteit en doorontwikkeling van coaching, begeleiding en preventief groepsaanbod. Dit sluit aan bij de ontwikkelagenda en het richtinggevend kader Toegang en integrale dienstverlening. 2. Focus op veiligheid Veiligheid is een speerpunt binnen het landelijke Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Het CJG zet de huidige samenwerkingen voort (met o.a.

de GI en Veilig Thuis) en sluit aan bij ontwikkelingen over casusregie en 18-/18+ trajecten. 3. Samenwerking met onderwijs Het onderwijs is een belangrijke vindplaats voor signalering. Het CJG is aan alle scholen verbonden met een schoolcoach om laagdrempelig aanspreekbaar te zijn en bij te dragen aan een duidelijke afbakening tussen Jeugdwet, Passend Onderwijs en Wlz. De implementatie van het afwegingskader onderwijs-jeugdhulp zal hierbij ook een belangrijke rol spelen. 4. Aansluiting specialistische jeugdhulp Als gemandateerde toegang werkt het CJG samen met consortia, gemeenten en aanbieders aan werkprocessen voor de aanmelding bij en samenwerking met specialistische jeugdhulp. Belangrijke aandachtspunten zijn: • • •

Aanmeldgesprekken/warme overdracht, Afspraken over de overgang tussen perceel 2 en perceel 1, Het afschalen van hulp en de rol van het CJG richting het voorveld.

Kenmerk: 2025/549495

3/6

Daarnaast krijgt het CJG een belangrijke rol bij de toepassing van begrippen als eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen in de nieuwe verordening Jeugdhulp. Dit kan leiden tot meer gesprekken over de inzet van specialistische hulp of een PGB. Het CJG neemt deel aan werkgroepen over de toegang, administratie en de verordening om dit proces te ondersteunen. 4. Beoogd resultaat Het CJG streeft er met de nieuwe subsidieverlening naar om haar kerntaken effectief te blijven uitvoeren en de gezamenlijke opgaven verder te realiseren. De opgaven voor 2026 omvatten het versterken van de sociale basis, het tijdig en passend bieden van hulp, het door ontwikkelen van werkprocessen voor nieuwe taken en het intensiveren van de samenwerking binnen de jeugdhulpketen. Daarnaast sluit het CJG nadrukkelijk aan bij de programmalijnen uit het Programmaplan Jeugd en bij de ontwikkeling richting stevige lokale teams. Dit betekent dat de inzet van het CJG gericht is op het versterken van preventie en vroeg signalering, het normaliseren en het duurzaam samenwerken met partners in de wijk. Ook in 2026 zijn er landelijke en regionale ontwikkelingen waar het CJG op inspeelt, waaronder de Hervormingsagenda Jeugd, het Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming en de implementatie van de nieuwe verordening Jeugdhulp. 5. Risico’s en kanttekeningen 5.1 Risico’s 1.

De subsidie wordt na de jaarlijkse verantwoording vastgesteld op basis van de geleverde prestaties. De subsidie kan lager of op nul worden vastgesteld als de activiteiten niet (geheel) hebben plaatsgevonden of als de voorwaarden en/of verplichtingen niet zijn nageleefd. 2. Het verschil tussen de voorlopige OVA van 4,24% en de indexatie die vanuit de gemeente vergoed, plus de structurele meerkosten vanuit de ontvlechting en de kosten voor CORV worden als autonoom effect meegenomen in de trendanalyse jeugd. 3. Ontvlechting CJGZ en ViVa! Vanaf 1 januari 2026 gaan CJG en JGZ door als zelfstandige stichting Jeugd Kennemerland. Dit zal de organisatie tijd en capaciteit kosten voor deze organisatorische verandering. Het streven is dat deze tijd niet ten koste gaat van de dienstverlening. 4. Uitvoering verordening Jeugdhulp. Naar aanleiding van de aanpassingen in de nieuwe verordening Jeugdhulp zoals hierboven beschreven, in combinatie met de uitwerking van de beleidsregels over resultaatgericht verwijzen en het afwegingskader onderwijs jeugdhulp krijgt het CJG een grotere rol in het monitoren en mogelijk inperken van de inzet van (specialistische) Jeugdhulp. Dit kan resulteren in een vraag om meer capaciteit om deze rol uit te voeren.

Kenmerk: 2025/549495

4/6

5.2 Kanttekeningen 1. In 2026 zal nog gewerkt worden met een subsidiebeschikking en de verantwoordingsafspraken die hierbij horen. De coördinatie en sturing op de meerjarenafspraken van de nieuwe stichting zal vanuit het programmateam worden gecoördineerd. Het is nog niet volledig duidelijk op welke manier de aansturing van de nieuwe stichting vanaf 2026 vorm zal krijgen. 2. In 2026 wordt toegewerkt naar het vaststellen van een meerjarenopdracht en afspraken over (meerjaren) financiering voor 2027 en de daaropvolgende jaren. 6. Consequenties en uitvoering 6.1 Financiën De begroting is gebaseerd op prestaties en subsidie 2025, met een indexatie van 4,24%. Er is door de regio voor gekozen om regionaal eenduidig te indexeren en deze indexatie volgens de OVA te doen. Vanuit gemeente Zandvoort er reeds een indexatie van 2% op deze subsidie toegezegd/verwerkt in de begroting. Het verschil tussen de voorgestelde voorlopige OVA indexatie 2026 van 4,24% en het reeds toegezegde percentage van 2% wordt als autonoom effect meegenomen. Dit gaat om een bedrag van € 17.346,69. Dit jaar komen hier nog extra structurele meerkosten bij voor de bedrijfsvoering en overhead van de nieuwe stichting Jeugd Kennemerland, na ontvlechting van de ViVa! Zorggroep en de kosten voor CORV (systeem voor het veilig versturen van stukken dat het CJG gaat beheren).

Op de structurele meerkosten wordt scherp toegezien. In totaal wordt € 27.530,69 als autonoom effect meegenomen in de trendanalyse jeugd. Het CJG heeft in haar aanvraag een indexering van 5,11% gehanteerd waardoor het toegekende bedrag lager is dan de aanvraag. De gemeente gaat uit van het voorlopige OVA-percentage van 4,24% en zal het verschil tussen de voorlopige-, en de definitieve OVA 2026, dat uit de nacalculatie volgt, verrekenen bij de aanvraag voor 2027.

6.2 Planning Het CJG (en de JGZ) maakt in het vierde kwartaal van 2025 de stap naar verzelfstandiging in de vorm van een stichting met een eigen bestuur en een Raad van Toezicht. Ter voorbereiding hierop worden een convenant en een uitvoeringsovereenkomst opgesteld tussen het CJG en de gemeente. Deze documenten worden op korte termijn met het college gedeeld, naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026 en vormen de basis voor de toekomstige samenwerking. In 2026 wordt, onder regionale coördinatie vanuit het programmateam, toegewerkt naar meerjarige afspraken over opdracht en financiering waarbij ruimte blijft voor extra en eigen

Kenmerk: 2025/549495

5/6

lokale inzet. Deze afspraken zullen aansluiten bij de regionale kaders en de ontwikkelrichting van het CJG binnen de sociale basis en als toegang naar de specialistische zorg. In de nieuwe afspraken wordt voorzien in de loop van 2026, waarbij zowel inhoudelijke als financiële aspecten worden betrokken.

7. Bijlagen 1. Prestatieplan 2026 CJG Kennemerland 2. Prestatieplan CJG 2026 inlegger Zandvoort 3. Concept subsidiebeschikking 2026 CJG Zandvoort

Kenmerk: 2025/549495

6/6

Collegebesluit

Onderwerp Samenwerkingsagenda Zuid-Kennemerland- Noord-Holland Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/795699 Moolenburgh, D. 6.2. Gemeentelijk bestuur PG Looze, S.J. de 0646215049 s.looze@haarlem.nl Het College stelt de Samenwerkingsagenda 2025-2027 tussen de gemeenten van Zuid-Kennemerland en de provincie Noord-Holland vast. Gemeenten hebben eind 2024 tijdens een bezoek van GS aan Zuid-Kennemerland afgesproken de acties die al eerder zijn overeengekomen in de diverse portefeuillehouders overleggen en voortkomen uit het Provinciale coalitieprogramma en de Zuid-Kennemer Agenda overzichtelijk op te nemen in een samenwerkingsagenda.

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt het collegebesluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad.

Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 9 december 2025

Samenwerkingsagenda ZKL-PNH 2021-2023, Zuid-Kennemer Agenda 2023 Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De samenwerkingsagenda Noord-Holland – Zuid-Kennemerland 2025-2027 vast te stellen. de secretaris,

Kenmerk: 2025/795699

de burgemeester,

1/3

1. Aanleiding Bestuurlijk is met Noord-Holland afgesproken om de regionale afspraken die Zuid-Kennemerland met de Provincie maakt overzichtelijk vast te leggen in een Samenwerkingsagenda. Dit is in 2021 al eens eerder gedaan. Tijdens portefeuillehoudersoverleggen en/of formele bezoeken kunnen de overheden de resultaten van de gemaakte afspraken met elkaar bespreken en/of evalueren. De afspraken komen voort uit de Zuid-kennemer Agenda en het Coalitieakkoord van de provincie NoordHolland. Deze samenwerkingsagenda is al bekrachtigd door de gemeenten Bloemendaal en Heemstede en Noord-Holland en ligt nu voor bij Haarlem en Zandvoort. 2. Beoogd resultaat De Samenwerkingsagenda beschrijft de afspraken die al eerder door gemeenten en provincie zijn gemaakt op beleidsterreinen als mobiliteit, huisvesting, woningbouw, natuur en recreatie binnen de lopende programma’s. Partijen kunnen met deze afspraken de samenwerking actief voortzetten. 3. Onderbouwing voorstel De Samenwerkingsagenda biedt overzicht over afspraken en acties tussen de gemeenten van ZuidKennemerland en de provincie Noord-Holland. De overheden weten daarmee waar ze aan toe zijn, kunnen acties zo mogelijk versnellen en door de samenwerking kunnen efficiencyvoordelen bereikt worden. 4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Deze Samenwerkingsagenda kent geen extra risico’s.

Met dit besluit wordt geen nieuw beleid geformuleerd, het betreft reeds gemaakte, regionale afspraken. 5. Consequenties en uitvoering De uitvoering van de Samenwerkingsagenda wordt vormgegeven vanuit de verschillende regionale portefeuillehoudersoverleggen (zoals GR Mobiliteit en PHO Volkshuisvesting). De meeste acties zijn daar opgenomen in regionale programma’s 5.1 Financiën Er zijn geen financiële consequenties.

Kenmerk: 2025/795699

2/3

5.2 Communicatie De lancering van de Samenwerkingsagenda wordt in een afsluitende bijeenkomst van de Colleges van Zuid-Kennemerland met de verantwoordelijk gedeputeerde van de provincie Noord-Holland onderstreept. 6. Bijlagen Bijlage 1. Samenwerkingsagenda provincie Noord-Holland en gemeenten Zuid-Kennemerland 20252027

Kenmerk: 2025/795699

3/3

Collegebesluit

Onderwerp Uitgangspunten Gemeenschappelijke regeling ODIJ 2027 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/779219 Kloet, J. de 5.1. Milieu VTH Buskop, R. 06-39290040 rbuskop@haarlem.nl De Omgevingsdienst IJmond (ODIJ) zet zich dagelijks in voor het in stand houden van een veilige en duurzame fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dat doet ODIJ voor 14 regiogemeenten en de provincie Noord-Holland, waaronder voor de gemeente Zandvoort. In 2024 heeft het Algemeen Bestuur (AB) van ODIJ geconcludeerd dat de organisatie van ODIJ versterkt moet worden om de dienstverlening aan de inwoners en de bedrijven in de gemeenten en de provincie op peil te houden. En om te kunnen voldoen aan de strengere landelijke eisen voor omgevingsdiensten die per april 2026 gaan gelden. Met het programma ‘Basis op orde’ wordt tot 1 januari 2027 daaraan gewerkt. Het AB van ODIJ heeft een aantal uitgangspunten voor het op orde brengen van de basis benoemd. Eén daarvan is het gaan werken met een andere manier van financiering. Een ander uitgangspunt gaat over de manier waarop ODIJ verantwoording aflegt over haar dienstverlening naar de gemeenten en de provincie. De uitgangspunten zijn aan de gemeenten en de provincie voor een reactie voorgelegd. Op basis van alle reacties wordt begin 2026 een actualisatie van de Gemeenschappelijke Regeling en de Kadernota ODIJ 2027 aan de gemeenteraad voorgelegd.

Behandelvoorstel voor de raad

Het college van Zandvoort besluit in te stemmen met de uitgangspunten. Daarbij wordt wel aandacht gevraagd voor het op tijd evalueren van de dienstverlening in de komende jaren. Het college stuurt het collegebesluit ter kennisname naar de raad. Op 4 september 2025 is de raad tijdens een themabijeenkomst door de ODIJ geïnformeerd over het proces van de doorontwikkeling van de GR ODIJ tot een financieel robuuste en toekomstbestendige omgevingsdienst. De uitgangspunten

Kenmerk: 2025/779219

1/9

vormen een belangrijke basis voor dit proces. Begin 2026 wordt een geactualiseerde GR en de Kadernota ODIJ 2027 aan de gemeenteraad voorgelegd. Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 9 december 2025

- ‘RIB Onderzoek taken omgevingsdienst’, 26 augustus 2025, Raadsinformatiebrief harmonisatieonderzoek Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. De op 9 juli 2025 door het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (GR ODIJ) vastgestelde uitgangspunten voor het opstellen van een te actualiseren GR voor de periode vanaf 1 januari 2027 te onderschrijven. 2. Ten aanzien van het uitgangspunt over de evaluatie na 2 jaar richting ODIJ nadrukkelijk aandacht te vragen voor het onderzoeken van de mogelijkheid om gelijktijdig met het aanbieden van de jaarrekening 2028 en het jaarverslag 2028 de uitkomsten van een evaluatie te presenteren en te verwerken in de conceptbegroting 2030. 3. De ODIJ te verzoeken een nadere duiding te geven van de mate van impact van een eventuele harmonisatie van taken op de GR en deze ook kenbaar te maken aan het Algemeen Bestuur. 4. De voornoemde beslispunten aan de ODIJ schriftelijk kenbaar te maken middels bijgevoegde brief. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding De Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst IJmond (GR ODIJ) zet zich in opdracht van 14 regiogemeenten en de provincie Noord-Holland dagelijks in voor het in stand houden van een veilige en duurzame fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Voor de aan de GR deelnemende partijen wordt een diversiteit aan wettelijke taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving, en milieuadvisering uitgevoerd. In het kader van de doorontwikkeling van de GR ODIJ tot een financieel robuuste en toekomstbestendige omgevingsdienst is in 2024 in opdracht van het Algemeen Bestuur (AB) gestart met de uitwerking van drie ontwikkellijnen: (1) een actualisatie van de GR, (2) het op orde brengen van de financiële basis en (3) het inventariseren van toekomstscenario’s van ODIJ. Op basis van de aan het AB van de GR ODIJ voorgelegde memo ‘Besluitvorming actualisatie gemeenschappelijke regeling (GR)’ (zie bijlage) heeft het AB in juli 2025 de noodzaak van de 1e ontwikkellijn (actualisatie van de GR) onderschreven. Daarbij heeft het AB besloten de memo –

Kenmerk: 2025/779219

2/9

waarin een aantal uitgangspunten voor het gaan actualiseren van de GR is benoemd – ter instemming voor te leggen aan de colleges van de aan de GR deelnemende gemeenten. In het kader van de 2e ontwikkellijn van het op orde brengen van de (financiële) basis is door de ODIJ eerder in 2025 een analyse gemaakt van de huidige en de toekomstige, benodigde financiële middelen. In het najaar 2025 zijn de gemeenten gevraagd een formele reactie te geven op de berekende nieuwe bijdrage, zodat deze in de Kadernota 2027 van de ODIJ kan worden verwerkt. Het college heeft in haar reactie aangegeven dat voor Zandvoort een bijdrage in de Kadernota 2027 ODIJ kan worden opgenomen die aansluit op die van de andere deelnemers (Landsmeer en Heemskerk). Een formeel akkoord op de hoogte van de nieuwe bijdrage is door het college nog niet gegeven. De uitkomsten van de 3e ontwikkellijn -die een geplande looptijd heeft tot 1 juli 2026 – worden in het 3e kwartaal 2026 aan het AB van ODIJ voorgelegd. 2. Beoogd resultaat Het AB heeft middels de memo een aantal uitgangspunten benoemd die de basis vormen voor het actualiseren van de GR. Met het ter instemming voorleggen van de uitgangspunten aan de colleges voordat deze in de aangepaste GR worden verwerkt, beoogt het AB om binnen de deelnemende gemeenten het bestuurlijke draagvlak voor de uitgangspunten te inventariseren. 3.

Onderbouwing voorstel De behoefte bij het AB van ODIJ om te komen tot een actualisatie van de GR komt voort uit de constatering dat de huidige GR -zowel financieel als op het gebied van de governance – niet meer voldoende is om te komen tot een (financieel) robuuste en toekomstbestendige omgevingsdienst. Om die reden heeft het AB de bijgevoegde memo vastgesteld waarin een zestal uitgangspunten zijn opgenomen. Hieronder worden de uitgangspunten nader toegelicht, waarbij vanwege de leesbaarheid en de mate van bestuurlijke relevantie een andere volgorde is aangebracht dan in de memo. De onderstaande eerste drie uitgangspunten zijn vanuit bestuurlijk oogpunt relevant. De daaropvolgende drie uitgangspunten richten zich meer op uniforme werkafspraken en duidelijke spelregels in de onderlinge samenwerking. 1. Keuze verplichte en niet-verplichte taken Wettelijk is voorgeschreven welk basispakket aan taken door een omgevingsdienst verplicht moeten worden uitgevoerd (art. 13, lid 12, Omgevingsbesluit). De deelnemende partijen hebben de mogelijkheid om met elkaar af te spreken welke andere gemeentelijke taken zij gezamenlijk ook als ‘verplicht onder te brengen’ bij de omgevingsdienst definiëren. Het AB van ODIJ heeft dan ook besloten om dit als één van de uitgangspunten te hanteren.

Kenmerk: 2025/779219

3/9

2. Alleen een wijziging van de GR in de basis Zoals eerder is aangegeven, is één van de ontwikkellijnen het in beeld brengen van de toekomstscenario’s van ODIJ die moeten leiden tot een toekomstbestendige omgevingsdienst. Na een eerste inventarisatie door een extern bureau van diverse scenario’s is door het AB besloten om de periode van 1 juli 2025 tot 1 juli 2026 te gebruiken om een drietal gekozen scenario’s verder uit te werken: (a) een fusie van de ODIJ met de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, (b) een ODIJ met extra taken en (c) een extra deelnemende gemeente uit een andere regio. Vanwege het verder uitwerken van deze toekomstscenario’s in de genoemde periode heeft het AB besloten om voor nu te kiezen voor een ‘wijziging’ van de GR, waarbij enkel en alleen ‘de basis op orde’ wordt gebracht. Dat betekent dat de - noemenswaardige - wijzigingen het volgende betekenen: - Het herijken van de deelnemers- en stemverhouding van één stem per gemeente naar een verhouding die is gebaseerd op de omvang van de nieuwe, financiële bijdragen van de gemeenten vanaf 2027 als percentage van de totale financiële inbreng van alle deelnemende partijen.

Het betreft daarbij de financiële bijdrage voor: ▪ de wettelijk taken die een deelnemende partij verplicht onderbrengt bij de ODIJ en ▪ de facultatieve taken die een deelnemende partij uit eigen keuze onderbrengt bij de ODIJ, bijvoorbeeld voor projecten op het gebied van duurzaamheid. ▪ als percentage van de totale begroting. De voorgestelde stemverhouding betekent voor de gemeente Zandvoort ‘bij een verzoek tot hoofdelijke stemming door één van de leden van het AB’ een zwaarder tellende stem dan nu het geval is. In de huidige situatie draagt Zandvoort 2% bij aan de totale financiering van ODIJ. Dat verandert vanaf 2027 in 8%. Voor bijvoorbeeld de gemeente Haarlem daalt het percentage van 21% naar 12%. - Het uniformeren van het uitoefenen van een bestaande bevoegdheid door ODIJ namens een bestuursorgaan naar enkel en alleen de mogelijkheid van mandaat (=zonder overdracht van bevoegdheid). Op dit moment is er alleen bij de gemeenten Beverwijk, Heemskerk, Uitgeest en Velsen sprake van delegatie, waarbij de bevoegdheid en daarmee de verantwoordelijkheid is overgedragen. Het overgaan naar mandaat komt overeen met de landelijke standaard bij omgevingsdiensten. - Het verankeren van de nieuwe financieringsstructuur, inclusief de actualisatie van de verdeelsleutel in de GR.

In deze nieuwe structuur wordt één integraal uurtarief voor de uitvoering van alle taken gehanteerd, de desintegratiekosten worden bepaald op basis van het onderscheid in de verplichte en niet-verplichte taken en de jaarlijkse afrekening naar gemeenten vindt plaats op basis van de daadwerkelijke ureninzet voor de betreffende taken. 3. Een evaluatieperiode van 2 jaar Het AB ODIJ heeft gekozen voor een tussenevaluatie 2 jaar na de inwerkingtreding op 1 januari 2027 van de aangepaste GR, de nieuwe DVO-structuur en de nieuwe financieringsstructuur. Uit de evaluatie moet blijken of de ODIJ dusdanig doelmatig en doeltreffend functioneert dat de bestuurlijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16406901/1