CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebesluiten 11 november - 15 december 2025

Raadscommissie 6 januari 2026, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Overzichten22.113 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Kenmerk: 2025/779219

4/9

vastgestelde ambities en beoogde resultaten ten aanzien van een veilige en duurzame fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit worden gerealiseerd. Een evaluatieperiode van 2 jaar is op zichzelf een redelijke termijn. Echter, de uitkomsten van de evaluatie (inclusief de financiële consequenties) kunnen in het huidige voorstel niet eerder dan in de begroting van 2031 worden verwerkt. De begroting van ODIJ voor 2030 wordt immers medio juni 2029 aan het college en de gemeenteraad voorgelegd. Eerder (financieel) bijsturen dan 2031 is dus niet mogelijk. Daarbij opgemerkt dat de jaarlijkse afrekening naar gemeenten plaatsvindt op basis van de daadwerkelijke ureninzet voor de betreffende taken. Het college wordt geadviseerd om in de reactie op de uitgangspunten naar de ODIJ nadrukkelijk aandacht te vragen voor het onderzoeken van de mogelijkheid om gelijktijdig met het aanbieden van de jaarrekening 2028 en het jaarverslag 2028 de uitkomsten van een evaluatie te presenteren en deze dan ook al te verwerken in de conceptbegroting 2030. De uitgangspunten die zich meer richten op uniforme werkafspraken en duidelijke spelregels in de onderlinge samenwerking, zijn de volgende. 4. Het gebruik van één model dienstverleningsovereenkomst (DVO) Naast de GR als basisdocument kunnen in een dienstverleningsovereenkomst op individueel deelnemersniveau afspraken met ODIJ worden gemaakt.

Op dit moment zijn er relatief veel en uiteenlopende dienstverleningsovereenkomsten tussen ODIJ en de deelnemende partijen. Doordat de opzet van de DVO’s onderling verschillen, bestaan er ook verschillen in bijvoorbeeld de looptijd en de financiële en juridische consequenties bij het opzeggen van een DVO. Om die reden is ook als uitgangspunt benoemd dat er één model DVO met vaste onderdelen bestaat. 5. Afspraken dienen uniform te zijn Een ander uitgangspunt is het aanbrengen van uniformiteit in de beschrijving en de uitvoering van taken door ODIJ en de tussentijdse monitoring van de uitvoering. Daarnaast worden ook de mogelijkheden van bijsturing en financiële verrekening binnen de structuur van opdrachtgeveropdrachtnemer geüniformeerd. 6. De governance moet actueel blijven Om te zorgen voor een actuele governance – die tot uitdrukking komt in een GR, een DVO en de financieringsstructuur – is als laatste uitgangspunt benoemd dat er duidelijke spelregels tussen ODIJ en de deelnemers zijn omtrent de rolvervulling en de samenwerking. Zo dient bijvoorbeeld in een eenduidig protocol de rolverdeling tussen een DB en een AB beschreven te worden.

Kenmerk: 2025/779219

5/9

4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s Met het onderschrijven van de nieuwe, meerjarige financieringsstructuur in de GR (zie onder het 2e uitgangspunt) committeert het college zich aan een meerjarige hogere financiële bijdrage aan een omgevingsdienst waarvan op dit moment de toekomst nog onzeker is voor wat betreft het bestaan en het gevraagde kwaliteitsniveau van de dienstverlening (zie nadere toelichting bij Kanttekeningen). 4.2 Kanttekeningen Harmonisatie-onderzoek Vanwege het per 1 januari 2027 aflopen van een aantal dienstverleningsovereenkomsten tussen ODIJ en Zandvoort is er een natuurlijk moment ontstaan om in het kader van het werken binnen de gezamenlijke bedrijfsorganisatie van Zandvoort en Haarlem, een besluit te nemen over het al dan niet harmoniseren van de taken op het gebied van VTH. Temeer vanwege de berekende verhoging van de financiële bijdrage van Zandvoort. Momenteel wordt dan ook een zogenoemd harmonisatieonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek richt zich op het in samenhang met elkaar herijken van het bij de ODIJ belegde takenpakket en het binnen de bedrijfsorganisatie belegde takenpakket. Een eventuele harmonisatie betekent dat de bouwtaken binnen de gezamenlijke bedrijfsorganisatie worden belegd en alleen de binnen de GR als verplicht aangemerkte taken – gelijk aan zoals Haarlem dat ook doet - bij de ODIJ worden belegd.

Met het gelijktijdig in februari 2026 aanbieden van de onderzoeksresultaten en de Kadernota 2027 ODIJ moet de gemeenteraad van Zandvoort in de gelegenheid worden gesteld om een integrale afweging te maken in de keuze van de inrichtingsvorm. Impact harmonisatie taken In een brief van ODIJ d.d. 21 november 2025 waarin wordt gereageerd op de bestuurlijke reactie op de voorgestelde (financiële) afspraken vanaf 2027 (zie bijlage) wordt aangegeven dat het harmoniseren van de betreffende taken “impact heeft op de GR ODIJ en de route richting een toekomstbestendige organisatie waaraan de deelnemers momenteel gezamenlijk werken”. Vanuit de rol van mede-eigenaar van de GR ODIJ is het van belang om een volledig beeld te hebben van de impact van een mogelijke harmonisatie op de GR. In het kader van een integrale bestuurlijke besluitvorming over het al dan niet harmoniseren van taken kan de impact op de GR worden meegenomen. Ook bij een harmonisatie blijft de gemeente Zandvoort immers verbonden aan de GR. Om die reden wordt het college geadviseerd om in de reactie op de uitgangspunten, ODIJ te verzoeken een nadere, gespecificeerde duiding van de impact op de GR te geven en deze ook kenbaar te maken aan het AB.

Kenmerk: 2025/779219

6/9

Mogelijkheid van tussentijds bijsturen Het AB van ODIJ heeft gekozen voor een tussenevaluatie 2 jaar na de inwerkingtreding op 1 januari 2027 van de aangepaste GR, de nieuwe DVO-structuur en de nieuwe financieringsstructuur. Uit de evaluatie moet blijken of de ODIJ dusdanig doelmatig en doeltreffend functioneert dat de bestuurlijk vastgestelde ambities en beoogde resultaten ten aanzien van een veilige en duurzame fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit worden gerealiseerd. Een evaluatieperiode van 2 jaar is op zichzelf een redelijke termijn. Echter, de uitkomsten van de evaluatie (inclusief de financiële consequenties) kunnen niet eerder dan in de begroting van 2031 worden verwerkt. De begroting van ODIJ voor 2030 wordt immers medio juni 2029 aan het college en de gemeenteraad voorgelegd. Eerder (financieel) bijsturen dan 2031 op de meerjarig vastgestelde financiële inbreng is dus niet mogelijk. Daarbij opgemerkt dat de jaarlijkse afrekening naar gemeenten plaatsvindt op basis van de daadwerkelijke ureninzet voor de betreffende taken.

Parallel aan ontwikkellijn toekomstscenario’s een provinciaal onderzoek Parallel aan de derde ontwikkellijn van de toekomstscenario’s is in de tussentijd vanuit de provincie Noord-Holland door de heer Onno Hoes op bestuurlijk niveau een verkennend onderzoek opgestart naar een samenwerking tussen de vier omgevingsdiensten in de provincie. In het recent aan de omgevingsdiensten gepresenteerde onderzoeksrapport wordt geadviseerd dat de provincie “het VTH-stelsel stap voor stap moet gaan versterken richting een robuuste, nabije en herkenbare uitvoering van de taken die voor burgers en bedrijven zo veel mogelijk als één loket voelt”. Een fusieverkenning tussen ODIJ en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) wordt daarbij als niet noodzakelijk maar wel als wenselijk geduid. Het vervolg op de presentatie van het rapport is dat de periode tot en met maart 2026 door de betrokken partijen wordt gebruikt voor een nadere duiding van het rapport. Doorontwikkeling ODIJ binnen een onzekere context Om in de doorontwikkeling van ODIJ de basis op orde te krijgen, is voortdurend tussentijds commitment nodig van alle deelnemende partijen op de stappen die gezet moeten worden.

Dat is een uitdagende en ingewikkelde opgave, mede omdat de doorontwikkeling van ODIJ is omkleed met een aantal ontwikkelingen waarvan de uitkomsten en de impact daarvan op dit moment nog niet zeker zijn: - de periode tot en met maart 2026 wordt door het AB van ODIJ gebruikt om de uitkomsten van het verkennende onderzoek op bestuurlijk niveau naar een samenwerking tussen de vier omgevingsdiensten in de provincie nader te duiden, - de periode tot 1 juli 2026 wordt door het AB van ODIJ gebruikt om een drietal gekozen toekomstscenario’s verder uit te werken - op 1 april 2026 dienen alle omgevingsdiensten te voldoen aan een aantal robuustheidscriteria vanuit het Rijk, waaronder het kunnen voldoen aan bepaalde kwaliteitscriteria en een omzetcriterium. - het harmonisatieonderzoek wordt naar verwachting in december 2025 afgerond.

Kenmerk: 2025/779219

7/9

Tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen en de eerdergenoemde kanttekeningen over uittreding en tussentijds bijsturen kan worden gesteld dat bij de huidige stand van zaken er sprake is van een situatie waarin de deelnemende partijen wordt gevraagd zich op basis van een aangepaste GR langdurig te verbinden aan een omgevingsdienst waarvan de toekomst nog niet duidelijk is. Het AB van ODIJ is zich hiervan bewust en heeft daarbij nadrukkelijk als lijn gekozen dat ongeacht de toekomst van de ODIJ de basis op orde moet worden gebracht. Ook om zonodig bij een fusie of federatieve samenwerking met andere omgevingsdiensten de ODIJ een ‘aantrekkelijke’ partner te laten zijn. Het AB heeft het vertrouwen dat met de drie genoemde ontwikkellijnen en de stappen die daar momenteel in worden gezet, de ODIJ zichzelf weet door te ontwikkelen tot een doelmatig en doeltreffend functionerende organisatie voor de regio en de gemeenten afzonderlijk; een organisatie waarbinnen de bestuurlijk vastgestelde ambities en beoogde resultaten ten aanzien van een veilige en duurzame fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit worden gerealiseerd. Uit een tussenevaluatie 2 jaar na de inwerkingtreding van de aangepaste GR op 1 januari 2027 moet blijken welke vorderingen hierin zijn gemaakt.

Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Aan het onderschrijven van de uitgangspunten zijn geen financiële consequenties verbonden. Het verwerken van de uitgangspunten in een aangepaste GR, een nieuwe DVO-structuur en in de nieuwe financieringsstructuur heeft uiteraard wel (meerjarige) financiële consequenties. Bij het aanbieden van de aangepaste GR en de Kadernota ODIJ 2027 aan de deelnemende partijen worden de financiële consequenties in beeld gebracht. De berekende nieuwe bijdrage voor iedere gemeente wordt in de kadernota van ODIJ verwerkt. Voor de gemeente Zandvoort betekent dit een stijging van de bijdrage met € 376.116 (29% stijging; de gemiddelde stijging is 24%). Dit bedrag is inclusief de inzet voor de bouwtaken. Ten behoeve van een integrale afweging in een volgende raadsperiode worden deze financiële consequenties tot uitdrukking gebracht in het gemeentelijke begrotingsaldo. 5.2 Communicatie De ODIJ wordt schriftelijk geïnformeerd over het besluit van het college om in te stemmen met de uitgangspunten. 5.3 Participatie Niet van toepassing.

Kenmerk: 2025/779219

8/9

5.4 Juridisch Op basis van de uitgangspunten wordt de GR geactualiseerd. De planning is dat op 17 december 2025 een geactualiseerde versie van de GR in het AB wordt besproken. Op dat moment bestaat de mogelijkheid voor iedere deelnemer om op de voorgestelde aangepaste GR een bestuurlijke reactie te geven. 5.5 Planning De planning is dat na bespreking van de aangepaste GR in het AB van 17 december 2025 de gewijzigde GR aan de huidige gemeenteraden begin 2026 voor een zienswijze wordt voorgelegd. Gelijk aan deze planning wordt ook de Kadernota 2027 ODIJ in het AB besproken en vervolgens aan de gemeenten toegestuurd. 6. Bijlagen - Memo ODIJ ‘Besluitvorming actualisatie gemeenschappelijke regeling (GR)’ - Brief ODIJ d.d. 21 november 2025 ‘Afspraken dienstverlening ODIJmond 2027’ - Conceptbrief college B&W Zandvoort ‘Uitgangspunten GR ODIJ 2027’

Kenmerk: 2025/779219

9/9

Collegebesluit

Onderwerp Instemmen met de toetreding van de gemeenten Utrecht en Nieuwegein tot de HVC in de aandeelhoudersvergadering op 11 december 2025 Nummer 2025/795712 Portefeuillehouder Bluijs, G.J. Programma/beleidsveld 7.1 Lokale belastingen & heffingen Afdeling CC Auteur Evers, I Telefoonnummer 06 46215289 Email ievers@haarlem.nl Kernboodschap Zandvoort is aandeelhouder van de huisvuilcentrale (HVC). In de komende AVA HVC ligt een besluit voor over de toetreding van de gemeenten Utrecht en Nieuwegein tot de HVC. Aan de aandeelhouders wordt gevraagd om in te stemmen met deze toetreding. De voorgenomen toetreding van beide gemeenten past in de strategie van HVC, past binnen het geografische werkgebied en leidt tot een grotere stroom aan huishoudelijk afval, waardoor minder bedrijfsafval nodig is om de verbrandingsinstallaties optimaal te laten draaien. Tenslotte biedt de toetreding ook mogelijkheden om HVC verder te versterken op bijvoorbeeld warmtenetten. Toetreding vindt plaats door de uitgifte van aandelen voor beide gemeenten. Om als portefeuillehouder deel te kunnen nemen aan stemming in de AvA over de toetreding van beide gemeenten, is voorafgaand een collegebesluit vereist. Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 9 december 2025

Het college stuurt het collegebesluit in het kader van de actieve informatieplicht naar de raad Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. In te stemmen met de toetreding van de gemeenten Utrecht en Nieuwegein tot de HVC. de secretaris,

Kenmerk: 2025/795712

de burgemeester,

1/3

1. Aanleiding Belangrijkste punt op de agenda van de aandeelhoudersvergadering HVC is de toetreding van de gemeenten Utrecht en Nieuwegein tot de HVC. Vanwege het strategische belang hiervan dient een collegebesluit genomen te worden. 2. Beoogd resultaat Als aandeelhouder besluit het college over de wijze waarop het zijn stem zal uitbrengen op de aandeelhoudersvergadering (via de vertegenwoordiger in de AVA). Voorgesteld wordt in te stemmen met de voorgenomen toetreding van de gemeenten Utrecht en Nieuwegein tot de HVC. 3. Onderbouwing voorstel De voorgenomen toetreding van beide gemeenten past in de strategie van HVC, past binnen het geografische werkgebied en leidt tot een grotere stroom aan huishoudelijk afval, waardoor minder bedrijfsafval nodig is om de verbrandingsinstallaties optimaal te laten draaien. Tenslotte biedt de toetreding ook mogelijkheden om HVC verder te versterken op bijvoorbeeld warmtenetten. Toetreding vindt plaats door de uitgifte van aandelen voor beide gemeenten. Het aantal aandelen waarvoor een nieuwe toetreder in aanmerking komt hangt af van het relatieve aanbod van huishoudelijk afval ten tijde van toetreding.

Vanaf de oprichting wordt daarbij uitgegaan van de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval en wordt, om fluctuaties vanwege een in de tijd gezien mogelijk toevallig hoger of lager restafvalaanbod per inwoner te dempen, ook rekening gehouden met het inwoneraantal van een toetredende gemeente. Beide factoren worden op 50/50 basis gewogen. Op grond hiervan komt Utrecht in aanmerking voor 453 aandelen A. Dit betreft 10,9% van het totaal aan geplaatste aantal aandelen A en 9,4% van het totaal aan geplaatste aandelen A & B. Nieuwegein komt op basis van hetzelfde uitgangspunt in aanmerking voor 82 aandelen A. Dit betreft 2,2% van het totaal aan geplaatste aantal aandelen A en 1,8% van het totaal aan geplaatste aandelen A & B. Sinds 2010 is op de uitgifte van aandelen de ‘Toetredingsregeling nieuwe aandeelhouders’ van toepassing. Deze regelt in een situatie dat HVC wordt verkocht, de verdeling van de netto-opbrengst tussen aandeelhouders. In dat kader wordt onderscheid gemaakt tussen houders van aandelen die zijn uitgegeven vóór 2010 en houders van aandelen die daarna zijn uitgegeven (de “nieuwe aandeelhouders”). Een nieuwe aandeelhouder deelt uitsluitend (pro rata) mee in de netto-opbrengst naar verhouding van de toename van het eigen vermogen van HVC sinds zijn toetreden.

Indien bij verkoop blijkt dat het eigen vermogen gelijk gebleven of afgenomen is sinds zijn aandeelhouderschap deelt een nieuwe aandeelhouder niet mee. Bij een verlieslatende verkoop wordt door de nieuwe aandeelhouder volledig (pro rata) gedeeld in het verlies. In de akte van aandelenuitgifte wordt de toetredingsregeling als bezwarende voorwaarde opgenomen.

Kenmerk: 2025/795712

2/3

4. Risico’s en kanttekeningen N.v.t.

5. Consequenties en uitvoering Na het collegebesluit zal de aandeelhouder in de Aandeelhoudersvergadering HVC van 11 december 2025 zijn stem uitbrengen in overeenstemming met het genomen collegebesluit. Zandvoort ontvangt als aandeelhouder jaarlijks een garantstellingsprovisie. De provisie is gebaseerd op 1% van het totaal aan gegarandeerde leningen en wordt naar rato van het aantal aandelen uitgekeerd. Door de toetreding van Utrecht en Nieuwegein wordt het aandeel van Zandvoort iets kleiner en neemt de garantstellingsprovisie met ongeveer € 4.000 af tot € 29.000. Het risico voor Zandvoort als aandeelhouder in de HVC neemt door de toetreders ook af. 6. Bijlagen n.v.t.

Kenmerk: 2025/795712

3/3

Collegebesluit

Onderwerp Aanpassing regelgeving toeristische verhuur verblijfsaccommodaties gemeente Zandvoort Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2025/715654 Carree, L. 4.2. Economie, Toerisme en cultuur PCM Reinders, S. 06 124 82 970 sreinders@haarlem.nl In maart 2024 heeft de raad de Toeristische visie Zandvoort 2040 vastgesteld. In deze visie worden heldere kaders en regelgeving en actieve handhaving voor toeristische verhuur voorgesteld. In de voorliggende uitvoeringsparagraaf zijn de opgaven uit de Toeristische visie uitgewerkt tot maatregelen zoals onder andere het aanpassen van het Toetsingskader en de Huisvestingsverordening. Het doel van de aanpassingen is om met heldere kaders en regelgeving de handhaafbaarheid van de regels voor toeristische verblijfsaccommodaties te vergroten. Daarnaast draagt de aanpassing bij aan een overzichtelijker en eerlijker speelveld. Er wordt op toegezien dat de functie van het perceel volgens het Omgevingsplan wordt gebruikt (met name de woonfunctie) en het aanbod verblijfsaccommodaties wordt geprofessionaliseerd. Vereniging Logies Zandvoort Gastvrij en bestuur OBZ (namens de hoteliers) waren onderdeel van de Klankbordgroep Toeristische visie Zandvoort 2040 en zijn daarna betrokken bij het opstellen van de Uitvoeringsparagraaf en het Toetsingskader. De voorliggende regelgeving is een uitwerking van de door de raad vastgestelde Toeristische visie Zandvoort 2040 en komt in de plaats van de eerder door de raad vastgestelde visie op de Verblijfsaccommodaties.

De raad wordt in een apart besluit gevraagd die visie in te trekken.

Behandelvoorstel voor de raad

Het collegebesluit wordt in het kader van actieve informatieplicht aan de gemeenteraad gestuurd.

Relevante eerdere besluiten

1. Vaststelling Toeristische visie Zandvoort 2040 (2024/51998) in raadsvergadering 26 maart 2024

Kenmerk: 2025/715654

1/7

Besluit college d.d. 9 december 2025

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De Uitvoeringsparagraaf horend bij de Toeristische visie Zandvoort 2040 vast te stellen. 2. Het Toetsingskader toeristische Verblijfaccommodaties gemeente Zandvoort 2026 vast te stellen. 3. Het Toetsingskader verblijfstoeristische accommodaties geldend van 31-032022 in te trekken. de secretaris,

de burgemeester,

1. Aanleiding In het huidige beleid voor toeristische verblijfsaccommodaties van de gemeente Zandvoort staat bij alle vormen van verblijfsaanbod ‘stimulerend’ beleid voorop. De tijd is intussen veranderd en ongelimiteerde groei van toeristische verblijfsaccommodaties is niet meer mogelijk. Aangepast beleid is daarom gewenst. De uitgangspunten voor dit beleid zijn opgenomen in de Toeristische visie Zandvoort 2040. Eén van de vier hoofdprioriteiten (pijlers) in deze visie is ‘Versterking van het verblijfsaanbod en heldere regelgeving’. De Toeristische visie Zandvoort 2040 is net voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet opgesteld. Wat in de Toeristische visie nog mist is een volledige vertaling van de opgaven naar (juridische) maatregelen. Deze vertaling wordt met de uitvoeringsparagraaf gemaakt. De uitvoeringsparagraaf fungeert daarmee in combinatie met de Toeristische visie als een programma onder de Omgevingswet. Eén van de maatregelen is het aanpassen van het Toetsingskader verblijfstoeristische accommodaties. De aanpassing van het Toetsingskader draagt bij aan een overzichtelijker en eerlijker speelveld. Er kan beter op worden toegezien dat de functie van het perceel volgens het Omgevingsplan wordt gebruikt (met name de woonfunctie) en het aanbod verblijfsaccommodaties wordt geprofessionaliseerd.

Kenmerk: 2025/715654

2/7

2. Beoogd resultaat Beoogd resultaat: Een eerlijk speelveld voor de markt, duidelijkheid voor iedereen en de leefbaarheid in het dorp wordt vergroot. 3. Onderbouwing voorstel 3.1 Doelstelling en acties De doelstelling is om te komen tot een aangepast beleid voor toeristische verhuur in de gemeente Zandvoort waarbij kaders en definities helder en handhaafbaar zijn. In de Toeristische visie zijn daarvoor de volgende opgaven geformuleerd: • Terugbrengen/ verlagen van het aantal nachten particuliere vakantieverhuur van 120 naar 30 nachten per kalenderjaar. Dit voor nieuwe, maar ook voor bestaande gevallen. • Het aanpassen van de Bed & Breakfast regels: nu mogen vier bedden worden verhuurd in de woning. De gemeente wil hier meetbare criteria voor opstellen. • Stoppen met het verlenen van nieuwe vergunningen voor pensions en recreatiewoningen aan woningeigenaren. • Terugbrengen van verschillende vormen van toeristische verhuur; het gaat hierbij om het creëren van eenduidigheid door het aantal begrippen te beperken. • Vergroten van de handhaafbaarheid van beleid: werken naar heldere kaders en regelgeving en actieve handhaving.

Om de bovenstaande opgaven te realiseren, zijn maatregelen in de vorm van aanpassingen nodig in de volgende juridische instrumenten: • Toetsingskader verblijfstoeristische accommodaties Zandvoort • Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022 • Implementeren van de nieuwe regels in de daartoe bestemde ruimtelijke documenten waaronder het Omgevingsplan. • Intrekken van oude regelingen door het orgaan dat de stukken heeft vastgesteld, waaronder: o Visie op verblijfsaccommodaties Zandvoort’ zoals vastgesteld in de Raadsvergadering van 24 september 2013 en laatstelijk gewijzigd in de Raadsvergadering van 23 juni 2015 o Toetsingskader verblijfstoeristische accommodaties geldend van 31-03-2022 o Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022 3.2 Er ontstaat mogelijk meer ruimte voor andere segmenten horeca en verblijf Minder dan 10% van alle adressen binnen de verblijfsaccommodaties in Zandvoort worden bedrijfsmatig geëxploiteerd en er zijn dus relatief weinig hotelbedden, zeker in het luxe segment. Voor het aantrekken van nieuwe doelgroepen, zoals de zakelijke markt en jonge gezinnen/stellen is

Kenmerk: 2025/715654

3/7

een kwaliteitsimpuls gewenst. Er is behoefte aan hotels met de daarvoor geldende hogere kwaliteitseisen. 3.3 De leefbaarheid wordt vergroot Het huidige verblijfsaanbod is ongeveer voor 90% op een particulier adres. Bewoners zijn veel meer geneigd om te investeren in de fysieke leefomgeving en in sociale samenhang dan tijdelijke bezoekers. Daarnaast hanteren mensen tijdens hun vakantie veelal een ander levensritme dan bewoners. Dit kan leiden tot overlast, zoals geluidsoverlast. Door toeristische verhuur ondergeschikt te houden in woningen wordt overlast mogelijk verminderd. 3.4 Er wordt een bijdrage geleverd aan het beperken van de woning schaarste In de uitvoeringsparagraaf zijn maatregelen opgenomen om toeristische verhuur van de gehele woning te beperken. Door de particuliere vakantieverhuur te beperken in het aantal nachten per kalenderjaar krijgt vakantieverhuur weer het primaire doel terug als een bijverdienste. Daarnaast wordt het niet meer rendabel om woningen op te kopen om alleen toeristisch te verhuren. De verwachting is dat weer meer woningen ingezet kunnen worden voor de functie wonen en zo wordt een bijdrage geleverd aan het beperken van het woningtekort. 3.5 Definities en criteria voor toeristische verblijfsaccommodaties zijn verouderd en toe aan een nieuwe omschrijving. Het toetsingskader is verouderd en toe aan een nieuwe omschrijving.

Een aantal criteria is achterhaald en het kader blijkt lastig te toetsen. Naast verouderde criteria zijn ook sommige definities toe aan een nieuwe omschrijving of zijn er meerdere definities nodig om bepaalde kenmerkende accommodaties in Zandvoort goed te kunnen omschrijven. 3.6 Het aangepaste Toetsingskader draagt bij aan een overzichtelijker en eerlijker speelveld Er ontstaat meer eenduidigheid in regels en begrippen waardoor regelgeving overzichtelijker en eerlijker wordt. Hiermee wordt er met name beter op toegezien dat de functie van het perceel volgens het Omgevingsplan wordt gebruikt (met name de woonfunctie) en het aanbod verblijfsaccommodaties wordt geprofessionaliseerd. 3.7 Naar verwachting is minder handhaving nodig Heldere regelgeving zal handhaving en toezicht op de langere termijn tijd en capaciteit besparen. Nu kost het veel tijd om een dossier op te bouwen en zijn criteria die nu gelden voor bijvoorbeeld een Bed & Breakfast lastig te toetsen.

Kenmerk: 2025/715654

4/7

4. Risico’s en kanttekeningen 4.1 Risico’s 4.1.1 Weerstand bij particuliere verhuurders. De aangepaste regels zullen bij verschillende vormen van toeristische verhuur in en om woningen naar verwachting op weerstand stuiten van particuliere verhuurders. Daarom zijn de juridische consequenties van eventuele uitspraken destijds bij de Toeristische visie onderzocht. 4.2 Kanttekeningen 4.2.1 Onvoldoende capaciteit en middelen Voor het slagen van deze opdracht zijn capaciteit en middelen van essentieel belang. Zonder dit alles kan er minder veranderd worden en niet voldoende succes geboekt worden. 4.2.2 Overgangsfase De huidige regels uit de oude bestemmingsplannen zijn overgegaan in het Omgevingsplan. De voorgestelde wijzigingen voor onder andere Bed & Breakfast moeten in het Omgevingsplan worden aangepast. Hiervoor is een gewijzigde vaststelling van het Omgevingsplan nodig. Dit vindt plaats na de vaststelling van de uitvoeringsparagraaf en het Toetsingskader. Dat betekent dat de voorgestelde regels voorlopig alleen van kracht zijn op nieuwe situatie waarvoor een afwijking nodig is. 4.2.3 Omgevingswet en Toeristische visie Zandvoort 2040 De Toeristische visie Zandvoort 2040 is net voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet opgesteld. Artikel 3.5. van de Omgevingswet (inhoud programma) kwalificeert de Toeristische visie meer als een visie dan als een omgevingsprogramma.

Wel voldoet de Toeristische visie grotendeels aan de programma eisen uit artikel 3.5 van de Omgevingswet: het omvat een uitwerking van te voeren beleid en het omvat opgaven om doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken. De Toeristische visie probeert een brug te slaan tussen de strategische ambitie en doelstellingen uit de Omgevingsvisie en de doorwerking in regels en uitvoering. Wat in de Toeristische visie nog mist is een volledige vertaling van de opgaven naar (juridische) maatregelen. Deze vertaling wordt met deze uitvoeringsparagraaf gemaakt. Daarmee maken we de opgaven uitvoerbaar onder de Omgevingswet en slaan daarmee volledig de brug tussen omgevingsvisie en regels en uitvoering. De uitvoeringsparagraaf fungeert daarmee in combinatie met de Toeristische visie als een programma onder de Omgevingswet. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Bij de vaststelling van de actieagenda die hoort bij de Toeristische visie is door de gemeenteraad van Zandvoort (Vergadering 26-03-2024) een budget vastgesteld. Het budget is vooralsnog voldoende voor de aanpassing van de benoemde juridische instrumenten. Kosten worden gedekt vanuit het project ‘Regelgeving toeristische verhuur’, kostenplaats 61824004.

Kenmerk: 2025/715654

5/7

5.2 Communicatie Uitvoeringsparagraaf Voor de uitvoeringsparagraaf is in samenspraak met de afdeling Communicatie een communicatieplan opgesteld. Dit plan is opgenomen als bijlage bij dit voorstel. In het communicatieplan zijn onder andere stakeholders, het communicatieniveau en de communicatiekanalen benoemd. Na besluitvorming door het college wordt de uitvoeringsparagraaf horend bij de Toeristische visie Zandvoort 2040 gepubliceerd via de daartoe bestemde kanalen zoals overheid.nl. Toetsingskader Met de vertegenwoordigers van logies in woningen en hotels is een aantal malen gesproken over de inhoud van het Toetsingskader. Daarnaast zijn en worden toeristische verhuurders geïnformeerd met een brief en is er een informatiepagina gemaakt op de gemeentelijke website over de aanpassing van het Toetsingskader. Na besluitvorming door het college wordt het Toetsingskader gepubliceerd in de daartoe bestemde kanalen zoals overheid.nl. 5.3 Participatie Artikel 3.4. van de Omgevingswet bepaalt dat het vaststellen van een programma een collegebevoegdheid is. Een programma bevat een uitwerking van het te voeren beleid en is voor dit onderwerp niet verplicht en daarmee vormvrij. Daarmee hoeft een omgevingsprogramma formeel niet ter inzage gelegd te worden.

Het programma is immers niet als verplicht aangemerkt in de Omgevingswet en de gemeente heeft in lokale regelgeving geen verplichting opgenomen tot participatie of inspraak. Wel moet het programma bekendgemaakt worden als het door een bestuursorgaan is vastgesteld. Bij de totstandkoming van de Toeristische visie Zandvoort 2040 heeft uitgebreide participatie plaatsgevonden over de doelstellingen, opgaven en te nemen maatregelen om te komen tot het aangepaste beleid voor toeristische verhuur van verblijfsaccommodaties. Vereniging Logies Zandvoort Gastvrij en bestuur OBZ (namens de hoteliers) waren onderdeel van de Klankbordgroep Toeristische visie Zandvoort 2040 en zijn daarna betrokken bij het opstellen van de Uitvoeringsparagraaf en het Toetsingskader. 5.4 Juridisch Uitvoeringsparagraaf De Toeristische visie Zandvoort 2040 is net voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet opgesteld. Daarom is sprake van een visie en niet van een omgevingsprogramma onder de Omgevingswet. Wel voldoet de Toeristische visie grotendeels aan de eisen uit artikel 3.5 van de Omgevingswet en probeert daarmee een brug te slaan tussen de strategische ambitie en

Kenmerk: 2025/715654

6/7

doelstellingen uit de Omgevingsvisie en de doorwerking in regels en de uitvoering. Het enige dat mist is de uitwerking van de opgaven die in de Toeristische visie worden genoemd, naar maatregelen. De voorliggende uitvoeringsparagraaf is opgesteld om de opgaven uitvoerbaar te maken en slaat daarmee volledig de brug tussen omgevingsvisie en regels en uitvoering. Artikel 3.4. van de Omgevingswet bepaalt dat het vaststellen van een programma een collegebevoegdheid is. Een programma bevat een uitwerking van het te voeren beleid, is voor dit onderwerp niet verplicht en is daarmee vormvrij. Daarmee hoeft een omgevingsprogramma formeel niet ter inzage gelegd te worden. Het programma is immers niet als verplicht aangemerkt in de Omgevingswet en de gemeente heeft in lokale regelgeving geen verplichting opgenomen tot participatie of inspraak. Wel moet het programma bekendgemaakt worden als het door een bestuursorgaan is vastgesteld. Toetsingskader Het aanpassen van het Toetsingskader is als maatregel opgenomen in de uitvoeringsparagraaf horend bij de Toeristische visie Zandvoort 2040. Het Toetsingskader is een beleidsregel. Op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het college bevoegd om een beleidsregel vast te stellen.

Bij het vaststellen van de Toeristische visie Zandvoort 2040 is de procesopdracht ‘Aanpassing ruimtelijke regelgeving toeristische verblijfsaccommodaties’ vastgesteld. In deze procesopdracht staat dat de raad ‘de definitieve Toeristische visie uiteindelijk in maart 2024 vaststelt. De verdere uitwerking daarna is voor B&W.’ 5.5 Planning Aan de hand van deze uitvoeringsparagraaf worden juridische instrumenten aangepast. • Toetsingskader toeristische verblijfsaccommodaties Zandvoort: prognose 9 december 2025 door college • Huisvestingsverordening: prognose 16 december 2025 door gemeenteraad • Omgevingsplan: nader te bepalen. De vaststelling van het Toetsingskader moet geborgd worden in het Omgevingsplan van de gemeente Zandvoort. Besluitvorming hieromtrent ligt in de toekomst. 6. Bijlagen Bijlage 1. Uitvoeringsparagraaf horend bij de Toeristische visie Zandvoort 2040 Bijlage 2. Toetsingskader toeristische verblijfsaccommodaties gemeente Zandvoort 2026 Bijlage 3. Communicatieplan

Kenmerk: 2025/715654

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16406901/1