CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Zandvoort 2040

Raadscommissie 8 juni 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Vrijgeven ontwerp-omgevingsvisie voor de inspraak36.942 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

In Zandvoort vinden meer dagelijkse verplaatsingen plaats via actieve mobiliteitsvormen (lopen en fietsen) De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030

Autonome trend

Gezonde leefstijl en leefomgeving

Voorzieningenaanbod en behoefte

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Omgevingsvisie 2030

2040

↗

☺

☺

=

☺

☺

Conclusie Vanwege overwegend kansen op positieve effecten bij de gerelateerde beoordelingsaspecten gezonde leefstijl en leefomgeving en voorzieningenaanbod en behoefte mag verwacht worden dat de omgevingsvisie positief bij kan dragen aan deze ambitie.

3.

Ruimte: aantrekkelijk en leefbaar dorp realiseren

Deelambities Divers duurzaam woningaanbod voor alle generaties is gerealiseerd Het beleid uit de omgevingsvisie voorziet in ontwikkeling van nieuwe woningen waarmee het kansen biedt om positief bij te dragen aan deze ambitie. In hoeverre dit woningen betreft voor alle generaties is afhankelijk van het type woningen dat gebouwd wordt. De openbare ruimte is voor alle doelgroepen, waaronder kinderen, ouderen en minder valide, veilig en toegankelijk De omgevingsvisie voorziet in beleid gericht op het verbeteren van de toegankelijkheid van wandel- en fietspaden voor ouderen en minder validen. Hiermee biedt het beleid kansen om positief bij te dragen deze ambitie. Aantal verkeersongevallen in Zandvoort is verminderd De omgevingsvisie laat meer risico’s dan kansen zien voor verkeersveiligheid. Het is daardoor sterk de vraag of de omgevingsvisie bijdraagt aan het verminderen van het aantal verkeersongevallen.. Erfgoed waarden worden beschermd / Belevingswaarden van erfgoed/cultuurhistorie is vergroot De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

64

Zandvoort versterkt de verbindingen tussen duinlandschap en aangrenzende woonwijken De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. Zandvoort voldoet aan de wettelijke normen voor luchtkwaliteit In de huidige situatie wordt al voldaan aan de wettelijke normen, autonome trend is dat concentraties vervuilende stoffen dalen. Het is niet aannemelijk dat het nieuwe beleid die trend keert. Geluidshinder van wegverkeer is verminderd De omgevingsvisie laat meer risico’s dan kansen zien, er is daarmee risico dat de omgevingsvisie afbreuk doet aan deze ambitie. Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030

Autonome trend

Luchtkwaliteit



Geluidhinder

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Omgevingsvisie 2030

2040

↗



↘

Sociale veiligheid



↗

Verkeersveiligheid



↘

Woningaanbod en behoefte



=

☺

Cultuurhistorie en erfgoed



↘

☺

Conclusie Voor de meeste onderdelen van deze ambitie laat de omgevingsvisie meer risico’s zien dan kansen zien op positief bijdragen.

4.

Duurzaamheid: vergroenen en toekomstbestendig maken

Deelambities 15% woningen in Zandvoort is aardgasvrij in 2030 De omgevingsvisie biedt kansen om hier positief aan bij te dragen. Of de omgevingsvisie leidt tot het aardgasvrij zijn van 15% van de woningen, is afhankelijk van de daadwerkelijke inzet op het aardgasvrij maken van de woningen en de omvang hiervan. Energiebesparing bij ondernemers uit Zandvoort is gerealiseerd De omgevingsvisie voorziet niet in beleid gericht op energiebesparing bij ondernemers. Het is daarmee niet de verwachting dat bijgedragen wordt aan de ambitie. Aandeel gebruik duurzame energie door Zandvoortse bedrijven is toegenomen. De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. 100% gescheiden afvalinzameling in openbare ruimte is gerealiseerd De omgevingsvisie bevat geen specifiek beleid gericht op gescheiden afvalinzameling. Het is daarmee niet de verwachting dat bijgedragen wordt aan de ambitie Hoeveelheid (aantal vierkante meters) groenoppervlakte in de stad is vergroot (om extreme regen, droogte en hitte op te kunnen vangen) De omgevingsvisie laat meer kansen dan risico’s zien op de hoeveelheid groen, waarmee er kansen zijn om aan deze ambitie bij te dragen. Oppervlakte verharding in het dorp is verminderd De omgevingsvisie laat meer kansen dan risico’s zien op de vermindering van aandeel verhard oppervlak, waarmee er kansen zijn om aan deze ambitie bij te dragen.

Biodiversiteit in het dorp is vergroot De omgevingsvisie laat meer risico’s dan kansen zien voor beschermde soorten. Het is daardoor niet aannemelijk dat de biodiversiteit vergroot wordt. Laadinfrastructuur (cq. meer laadpalen) in Zandvoort is toegenomen De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

65

Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030

Autonome trend

Beschermde soorten

Energieverbruik

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Omgevingsvisie 2030

2040

=



↗

Duurzame opwekking



↗

☺

Hitte



↘

☺

Droogte



↘

Wateroverlast



↘

☺

Duurzame en slimme mobiliteit

↗

☺

☺

Conclusie De omgevingsvisie kan aan een deel van deze ambitie positief bijdragen. Voor de vergroting van de biodiversiteit worden meer risico’s dan kansen voorzien waardoor het voor dit aspect niet aannemelijk is dat het bijdraagt aan de ambitie. Daarnaast voorziet de omgevingsvisie niet in beleid gericht op energiebesparing bij ondernemers waardoor het risico bestaat dat niet aan die ambitie wordt bijgedragen.

5.

Mobiliteit: slimme bereikbaarheid organiseren

Deelambities Potentiële treincapaciteit is verhoogd met 100% De omgevingsvisie voorziet niet in beleid/lobby gericht op het verhogen van de treincapaciteit. Het is daarmee niet de verwachting dat bijgedragen wordt aan de ambitie. Procentueel komen meer bezoekers met fiets en openbaar vervoer naar Zandvoort De omgevingsvisie biedt overwegend kansen om hier positief aan bij te dragen. In Zandvoort is meer ruimte voor fietsparkeren gerealiseerd. De omgevingsvisie voorziet in het uitbreiden van veilige fietsparkeerplaatsen en stallingsmogelijkheden. Daarmee biedt de omgevingsvisie kansen om positief bij te dragen aan deze ambitie. Verbindingen met het regionale fietsnetwerk zijn verbeterd. De omgevingsvisie voorziet in het opwaarderen van bestaande fietspaden tot snel/doorfietsroutes met aansluitingen op het regionale fietsnetwerk. Hiermee biedt de omgevingsvisie kansen om positief bij te dragen aan deze ambitie. Kwaliteitsniveau autonome ontwikkeling 2030

Autonome trend

Openbaar vervoer

Fiets Duurzame en slimme mobiliteit

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Omgevingsvisie 2030

2040

↗



↘

☺

☺



↗

☺

☺

Conclusie De omgevingsvisie kan aan de meeste onderdelen van deze ambitie positief bijdragen. De omgevimgsvisie gaat niet in op het vergroten van de treincapaciteit.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

66

10

Hoe kan de leefomgeving verder verbeterd worden?

De effectbeoordeling in hoofdstuk 6 laat zien bij welke leefomgevingsaspecten het nieuwe beleid risico’s oplevert op negatieve effecten, en waar er ondanks het nieuwe beleid nog sprake is van een tekortschietend kwaliteitsniveau. Hoofdstuk 9 laat zien dat er bij die aspecten dan ook geen sprake is aan (het bijdragen) aan het behalen van ambities. Voor die aspecten geven we in dit hoofdstuk mogelijkheden voor verdere verbetering, in de vorm van beleidsopties of concrete mitigerende maatregelen. Voor Natura 2000-gebieden zijn de mitigerende maatregelen in hoofdstuk 7 beschreven. Beoordelingsaspect

Broeikasgassen

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

=

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering De omgevingsvisie resulteert in meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten, bij een autonoom tekortschietend kwaliteitsniveau. De voorziene risico’s hangen vooral samen met nieuw beleid met verkeersaantrekkende werking: ontwikkeling en versterking sportfuncties, doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort en ontwikkeling cultureel aanbod tot 2030. Na 2030 wordt onder meer een toename in verkeer voorzien als gevolg van de uitspraken uitbreiden economische activiteiten, ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen en ontwikkeling bedrijvigheid. De omgevingsvisie voorziet ook in nieuw beleid dat gebruik van OV stimuleert, maar het is niet te verwachten dat verkeersaantrekkende werking door nieuwe ontwikkelingen volledig met OV opgevangen zullen worden. Autonome trend is dat wegverkeer steeds minder CO2 uitstoot, bijvoorbeeld door opkomst van elektrische voertuigen. Niettemin kan verwacht worden dat in 2030 en 2040 nog een substantieel deel van het verkeer op fossiele brandstoffen rijdt.

Door verder in te zetten op vermindering van autogebruik (strengere parkeernormen, uitbreiding ´auto te gast´) en stimulering van emissieloos verkeer (bijvoorbeeld door middel van het instellen van emissieloze zones en inzet emissieloos shuttleverkeer vanaf P+R aan de rand van Zandvoort) kan de uitstoot van broeikasgassen verminderd worden. Dit levert ook vermindering van stikstofuitstoot op, wat gunstig is voor gezondheid en voor Natura 2000 (stikstofdepositie). Voor de bestaande bebouwde omgeving en verkeer en vervoer is de opgave om ‘uit het rood te komen’ (reductie uitstoot in lijn met doelen klimaatwet) fors. Het is aan te bevelen om daarvoor een transitieplan op te stellen met een concreet routepad met in te zetten maatregelen die nodig en mogelijk zijn om de klimaatdoelen te halen. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Beleid omtrent het bereiken van de klimaatdoelen is nog in ontwikkeling. De Omgevingsvisie is hierin een eerste stap. Bovenstaande aanbevelingen worden meegenomen in verdere beleidsuitwerking: het programma energie en klimaat (verkeer en vervoer) en de transitievisie warmte (bebouwde omgeving).

Beoordelingsaspect

Energieverbruik

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

↗

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Geconstateerde risico’s zijn er vooral vanwege nieuw beleid tot en na 2030 gericht op het mogelijk maken van nieuwe voorzieningen, bebouwing (bedrijven en woningen) en activiteiten. Daarmee is er risico op afbreuk aan de positieve autonome trend. Voorbeelden van uitspraken die resulteren in risico’s zijn onder meer de uitbreiding van economische toeristische activiteiten, vernieuwen van bestaande bebouwing en ontwikkeling woningen en ontwikkeling bedrijvigheid. Deze voorzieningen, bebouwing en activiteiten leiden tot een toename van het totale energieverbruik binnen Zandvoort. In de omgevingsvisie is de randvoorwaarde opgenomen dat alle nieuwe bebouwing (woningen, utiliteitsbouw) gasloos moeten zijn. Door randvoorwaarden aan nieuwe ontwikkelingen te verbinden m.b.t. zeer energiezuinig bouwen en energieneutraal bouwen, kan het energieverbruik verder verminderd worden. Met intensivering van isolatiemaatregelen kan het energieverbruik van bestaande bebouwing verder verminderen. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbevelingen worden meegenomen in verdere beleidsuitwerking: het programma energie & klimaat en de transitievisie warmte. Borging van randvoorwaarden vindt plaats door middel van het omgevingsplan.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

67

Beoordelingsaspect

Geluidhinder

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

↘

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Hier zijn meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten voorzien. Daarmee is er een risico op versterking van autonoom verslechterende trend. Dit terwijl Zandvoort in haar ambities streeft naar aantrekkelijk en leefbaar dorp met minder geluidhinder van wegverkeer. Risico’s zijn geconstateerd vanwege beleid met verkeersaantrekkende werking tot gevolg: de ontwikkeling en versterking van sportfuncties, doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort, ontwikkeling cultureel aanbod en versterken kleinschalige wijkeconomie tot 2030. Na 2030 resulteren uitspraken gericht op uitbreiden economische toeristische activiteiten, ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen, vernieuwen bestaande bebouwing en ontwikkeling woningen, ontwikkeling bedrijvigheid en verbreden aanbod winkels, horeca en overnachtingsmogelijkheden in risico’s op negatieve effecten. De risico’s hangen met name samen met de verkeersaantrekkende werking die optreedt als gevolg van deze uitspraken. De omgevingsvisie voorziet ook in nieuw beleid dat gebruik van OV stimuleert, maar het is niet te verwachten dat verkeersaantrekkende werking door nieuwe ontwikkelingen volledig met OV opgevangen zullen worden.

Door verder in te zetten op vermindering van autogebruik (strengere parkeernormen, uitbreiding ´auto te gast´, inzet emissieloos shuttleverkeer vanaf P+R aan de rand van Zandvoort, verbetering last-mile faciliteiten) kan geluidhinder door wegverkeer verminderd worden. Autonome verbetering vanwege elektrisch verkeer zoals bij luchtkwaliteit is bij geluid beperkt aan de orde, omdat er dan nog steeds sprake is van substantieel geluid vanwege banden. Met betrekking tot de inbreiding van woningen door nieuwbouw wordt geadviseerd specifieke voorwaarden op te nemen over afstanden tussen bronnen van geluidhinder en woningen en de hoeveelheid toegestane geluidniveau. Met snelheidsbeperkingen (bijvoorbeeld 30 km/u) en daarop toegespitste infrastructuur kan geluidhinder door verkeer verminderd worden, wat ook positief is wat betreft verkeersveiligheid. Ten aanzien van de uitbreiding van voorzieningen en bedrijvigheid wordt geadviseerd om eisen te stellen met betrekking tot parkeernormen waarbij autogebruik geminimaliseerd wordt. Aanvullend op het nieuwe beleid geldt gebieden waar ‘auto te gast’ gaat gelden door te trekken naar nieuwe en bestaande voorzieningen. Door daar een koppeling te leggen met uitzonderingen voor stil vervoer (fiets, e-bike, etc.) worden stille alternatieven actief gestimuleerd. Dit zijn dan maatregelen gericht op minimaliseren van geluidhinder door nieuw beleid.

Daarmee is nog geen sprake van het verminderen van het aantal geluidgehinderden. Belangrijke bronnen voor geluidhinder zijn brommers en scooters, buren en wegverkeer met snelheden hoger dan 50 km/u. Voor het omlaag brengen van het aantal geluidgehinderden wordt geadviseerd om een uitvoeringsprogramma op te stellen met concrete maatregelen gericht op die belangrijke bronnen voor (ernstige) geluidhinder. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbevelingen worden meegenomen in het in ontwikkeling zijnde mobiliteitsbeleid (‘Optimaliseren bereikbaarheid en parkeren Zandvoort’). Daarin wordt ingezet op andere modaliteiten naast de auto en stimulering van stille alternatieven voor de auto. In het Actieplan Geluid worden maatregelen verder uitgewerkt. Maatregelen gericht op vermindering van geluidhinder wordt uitgewerkt in het op te stellen programma geluid.

Beoordelingsaspect

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

Verkeersveiligheid

↘

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Geconstateerde risico’s zijn er vooral vanwege nieuw beleid dat verkeer aantrekt, zoals ontwikkeling en versterking sportfuncties, doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort en ontwikkeling cultureel aanbod tot 2030. Na 2030 wordt onder meer een toename in verkeer voorzien als gevolg van de uitspraken uitbreiden economische activiteiten, ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen en ontwikkeling bedrijvigheid. Met de omgevingsvisie zet de gemeente Zandvoort in op minder gebruik van de auto, meer gebruik van OV en fiets en het veiliger maken van fietsroutes. Met verder vermindering van autogebruik (zie boven bij geluidhinder) kan de verkeersveiligheid verder verbeterd worden. Waar nog verder winst te behalen valt is het verminderen van zoekend parkeerverkeer en het flexibeler maken van de verkeersinfrastructuur. Zoekend parkeerverkeer kan verminderd worden door duidelijke structuurkeuzes te maken in wie je waar wilt laten parkeren. Maak daarbij onderscheid in parkeren voor bewoners, dagbezoekers en overnachtingsbezoekers. Maak voordat Zandvoort ingereden wordt per groep duidelijk waar geparkeerd moet worden en zorg voor duidelijke, optimale routering. Met het flexibeler maken van de verkeersinfra kan gezorgd worden voor een optimale balans in afwikkeling op piekdagen en op rustige dagen.

Bijvoorbeeld met ‘tidal-flow’ kan bestaande infra op piekdagen beter benut worden. Daarmee kan voorkomen worden dat geïnvesteerd wordt in nieuwe infra die op piekdagen voor meer doorstroming zorgt, maar in rustige perioden voor verkeersonveiligheid (hard rijden op brede, rustige wegen) en sociale onveiligheid.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

68

Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbevelingen worden meegenomen in het in ontwikkeling zijnde mobiliteitsbeleid (‘Optimaliseren bereikbaarheid en parkeren Zandvoort’). Daarin wordt ingezet op het verbeteren van de verkeerveiligheid, het sturen van zoekend parkeerverkeer en parkeernormering.

Beoordelingsaspect

Archeologie

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

↘

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Geconstateerde risico’s zijn er met name als gevolg van nieuw beleid na 2030 gericht op het uitbreiden van toeristische economische activiteiten en ontwikkeling short-stay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen. Dit komt door graafwerkzaamheden die gerelateerd zijn aan de nieuwe bebouwing uit deze uitspraken. Deze kunnen leiden tot verstoring van archeologische waarden in de bodem. Archeologische waarden zijn reeds door de Erfgoedwet beschermd. Om risico’s verder te verminderen kunnen randvoorwaarden gesteld worden aan ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het hanteren van een maximale diepte van 50 centimeter bij graafwerkzaamheden. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbevelingen worden meegenomen in het op te stellen omgevingsplan. De uitgevoerde archeologische verkenning in 2019 vormt de basis waarmee archeologie een plek krijgt bij de uitwerking van nieuwe plannen.

Beoordelingsaspect

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

Autobereikbaarheid

↘

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Voor autobereikbaarheid worden als gevolg van het nieuwe beleid meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten voorzien. Versterking van de verslechterende autonome trend is daardoor aannemelijk. Risico’s worden met name voorzien door de verkeersaantrekkende werking van nieuwe voorzieningen, activiteiten en bebouwing. Als gevolg hiervan neemt de verkeersdruk toe, en ontstaan er met name tijdens piekdagen nieuwe knelpunten. Uitspraken die een verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben zijn onder andere doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort en ontwikkeling cultureel aanbod tot 2030 en uitbreiding economische toeristische activiteiten, ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen en ontwikkeling bedrijvigheid na 2030. Vooral de verkeersdruk op piekdagen vormt een probleem. Met de omgevingsvisie zet de gemeente Zandvoort in op minder gebruik van de auto, meer gebruik van OV en fiets, ook om de verkeersdruk op piekdagen te verminderen. Door verder in te zetten op vermindering van autogebruik op piekdagen kan die verkeersdruk verder verminderd worden.

Dat kan door gericht parkeerbeleid (hoge tarieven op korte afstand, lage tarieven op P+R op afstand) en verbetering last-mile faciliteiten (deelfietsen, bakfietsen, fietskarren) Met het verminderen van zoekend parkeerverkeer en het flexibeler maken van de verkeersinfrastructuur kunnen ook knelpunten verminderd worden. Zoekend parkeerverkeer kan verminderd worden door duidelijke structuurkeuzes te maken in wie je waar wilt laten parkeren. Maak daarbij onderscheid in parkeren voor bewoners, dagbezoekers en overnachtingsbezoekers. Maak voordat Zandvoort ingereden wordt per groep duidelijk waar geparkeerd moet worden en zorg voor duidelijke, optimale routering. Met het flexibeler maken van de verkeersinfra kan gezorgd worden voor een optimale balans in afwikkeling op piekdagen en op rustige dagen. Bijvoorbeeld met ‘tidal-flow’ kan bestaande infra op piekdagen beter benut worden. Daarmee kan voorkomen worden dat geïnvesteerd wordt in nieuwe infra die op piekdagen voor meer doorstroming zorgt, maar in rustige perioden voor verkeersonveiligheid (hard rijden op brede, rustige wegen) en sociale onveiligheid. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbevelingen worden meegenomen in het in ontwikkeling zijnde mobiliteitsbeleid (‘Optimaliseren bereikbaarheid en parkeren Zandvoort’).

Daarin wordt ingezet op duidelijk onderscheid tussen parkeren voor bewoners en bezoekers, het sturen van zoekend parkeerverkeer en parkeernormering.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

69

Beoordelingsaspect

Parkeren

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

↘

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Voor het aspect parkeren laat de omgevingsvisie meer risico’s op negatieve effecten zien, dan kansen op positieve effecten Hiermee versterking van de negatieve autonome trend aannemelijk. Ook hier gaat het dan nieuw met verkeersaantrekkende werking tot gevolg: ontwikkeling en versterking sportfuncties, doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort en ontwikkeling cultureel aanbod tot 2030 en na 2030 uitbreiden economische toeristische activiteiten en verbreden aanbod winkels, horeca en overnachtingsmogelijkheden. Vooral de parkeerdruk op piekdagen vormt een probleem. Met de omgevingsvisie zet de gemeente Zandvoort in op minder gebruik van de auto, meer gebruik van OV en fiets, ook om de parkeerdruk op piekdagen te verminderen. Door verder in te zetten op vermindering van autogebruik op piekdagen kan die parkeerdruk verder verminderd worden. Dat kan door gericht parkeerbeleid (hoge tarieven op korte afstand, lage tarieven op P+R op afstand) en verbetering last-mile faciliteiten (deelfietsen, bakfietsen, fietskarren). Met faciliteren van duidelijke structuurkeuzes in wie je waar wilt laten parkeren kan de parkeerdruk evenwichtig verdeeld worden. Maak daarbij onderscheid in parkeren voor bewoners, dagbezoekers en overnachtingsbezoekers.

Maak voordat Zandvoort ingereden wordt per groep duidelijk waar geparkeerd moet worden en zorg voor duidelijke, optimale routering. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbevelingen worden meegenomen in het in ontwikkeling zijnde mobiliteitsbeleid (‘Optimaliseren bereikbaarheid en parkeren Zandvoort’). Daarin wordt ingezet op duidelijk onderscheid tussen parkeren voor bewoners en bezoekers, het sturen van zoekend parkeerverkeer en parkeernormering.

Beoordelingsaspect

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

Beschermde soorten

=

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid resulteert in meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten. Die doen zich vooral na 2030 voor. Hierdoor kan de autonoom gelijkblijvende trend negatief beïnvloed worden. Uitspraken waarvoor risico’s voorzien zijn, zijn realisatie HOV-verbinding, uitbreiden economische toeristische activiteiten, ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen en ontwikkeling mobiliteitshubs en openbaar vervoer. Risico’s hangen met name samen met verstoring van leefgebieden van beschermde soorten bij ontwikkeling van nieuwe infrastructuur en voorzieningen. Aangeraden wordt om bij het opstellen van een Omgevingsplan of uitvoeringsprogramma aanvullend onderzoek te doen naar aanwezigheid van beschermde natuurwaarden die geschaad kunnen worden. Indien hier significante effecten op beschermde soorten uit naar voren is wettelijk verplicht vervolgonderzoek uit te voeren en mitigerende maatregelen te treffen. Aan de volgende voorbeelden van mitigerende maatregelen kan gedacht worden. Bij het realiseren van nieuwe bebouwing kan rekening gehouden worden met beschermde soorten door te bouwen buiten het broedseizoen.

Indien het de verstoring van leefgebieden van beschermde vogelsoorten en vleermuizen betreft met een jaarrond beschermd nest kan er gedacht worden aan het plaatsen van vervangende nest/verblijfplaatsen (zoals vleermuiskasten). Tenslotte kan bij verstoring/verdwijning van leefgebieden gedacht worden aan het terugbrengen van of investeren in hoogwaardig groen of groene verbindingszones. Op deze manier kunnen getroffen soorten zich ergens anders vestigen waarmee de negatieve effecten (deels) gemitigeerd kunnen worden. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat De aanbevelingen voor aanvullend onderzoek naar aanwezigheid van beschermde natuurwaarden wordt meegenomen in het omgevingsplan. Dit geldt ook voor de aanbevolen mitigerende maatregelen zoals natuurinclusief bouwen.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

70

Beoordelingsaspect

Luchtkwaliteit

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

↗

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Voor luchtkwaliteit zijn meer risico’s op negatieve effecten dan kansen op positieve effecten geconstateerd. Daarmee is er een risico op afbreuk van de autonoom verbeterende trend. Risico’s zijn vooral gerelateerd aan verkeersaantrekkende werking door de ontwikkeling en versterking van sportfuncties, doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort, ontwikkeling cultureel aanbod en versterken kleinschalige wijkeconomie tot 2030. Na 2030 resulteren uitspraken gericht op uitbreiden economische toeristische activiteiten, ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen, vernieuwen bestaande bebouwing en ontwikkeling woningen, ontwikkeling bedrijvigheid en verbreden aanbod winkels, horeca en overnachtingsmogelijkheden in risico’s op negatieve effecten. De omgevingsvisie voorziet ook in nieuw beleid dat gebruik van OV stimuleert, maar het is niet te verwachten dat verkeersaantrekkende werking door nieuwe ontwikkelingen volledig met OV opgevangen zullen worden. Autonome trend is dat wegverkeer steeds minder CO2 uitstoot, bijvoorbeeld door opkomst van elektrische voertuigen. Niettemin kan verwacht worden dat in 2030 en 2040 nog een substantieel deel van het verkeer op fossiele brandstoffen rijdt.

Door verder in te zetten op vermindering van autogebruik (strengere parkeernormen, uitbreiding ´auto te gast´) en stimulering van emissieloos verkeer (bijvoorbeeld door middel van het instellen van emissieloze zones en inzet emissieloos shuttleverkeer vanaf P+R aan de rand van Zandvoort) kan de luchtkwaliteit verbeterd worden. Dit levert ook minder uitstoot van broeikasgassen en minder stikstofdepositie (Natura 2000) op. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbevelingen worden meegenomen in het in ontwikkeling zijnde mobiliteitsbeleid (‘Optimaliseren bereikbaarheid en parkeren Zandvoort’). Daarin wordt ingezet op andere modaliteiten naast de auto, stimulering van schone alternatieven voor de auto en parkeernormering.

Beoordelingsaspect

Externe veiligheid

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

=

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Geconstateerde risico’s zijn er vooral vanwege nieuw beleid tot 2030 gericht op de doorontwikkeling van Circuitpark Zandvoort vanwege intensivering van activiteiten nabij een route voor transport van gevaarlijke stoffen. Na 2030 worden risico’s voorzien voor Uitbreiding economische toeristische activiteiten, ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen en vernieuwen bestaande bebouwing en ontwikkeling woningen. Dit laatste betreft risico’s door nieuwbouw van voorzieningen en woningen binnen een 10-6 risicocontour van de transportbuisleiding voor aardgas. Risico’s ten aanzien van nieuwe woningen en voorzieningen kunnen gemitigeerd worden door bij ontwikkelingen rekening te houden met aanwezigheid van bronnen met een 10-6 risicocontour. Door nieuwe woningen buiten deze contour te plaatsen kunnen risico’s gereduceerd worden. Bij aanleg van nieuwe energievoorzieningen dienen mogelijke risico’s van tevoren in beeld gebracht te worden. Eventueel in samenwerking met de Veiligheidsregio kunnen randvoorwaarden opgesteld worden. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Deze aanbevelingen worden opgepakt in samenwerking met de Veiligheidsregio Zuid-Kennemerland. Daaruit volgende randvoorwaarden worden vervolgens geborgd in het omgevingsplan.

Beoordelingsaspect

Droogte

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

↘

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering De omgevingsvisie voorziet niet in kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten ten aanzien van droogte. Het is daardoor niet aannemelijk er wijzigingen van de autonome trend op zullen treden. Omdat droogtestress met name voorkomt buiten de bebouwde kom in gebieden die aangewezen zijn als Natura 2000-gebieden is de aanbeveling vervolgonderzoek te doen naar mogelijkheden om droogtestress te voorkomen zonder het N2000-gebied aan te tasten. Daarnaast kan gedacht worden aan het toevoegen van substantieel meer infiltratie- en waterbergingsmogelijkheden in de bebouwde kom. Dit kan als randvoorwaarde opgenomen worden voor nieuwe ontwikkelingen binnen Zandvoort, zowel infrastructurele maatregelen als nieuwe bebouwing. Hiermee kan droogtestress van groengebieden binnen de bebouwde kom gereduceerd worden.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

71

Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Uitvoering van vervolgonderzoek wordt meegenomen bij het op te stellen programma energie & klimaat. De aanbevolen randvoorwaarden worden meegenomen in het omgevingsplan.

Beoordelingsaspect

Maatschappelijke deelname

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

=

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering De omgevingsvisie voorziet in een enkele kans op een positief effect ten aanzien van maatschappelijke deelname. Het is niet te verwachten dat dat genoeg is om de gelijkblijvende autonome trend positief te beïnvloeden. Deze kans hangt samen met de uitspraak gericht op het ontwikkelen van kleinschalige wijkeconomie. Onderdeel van deze uitspraak is het organiseren van werkgelegenheid voor praktisch geschoolden en werklozen. Om maatschappelijke deelname verder te bevorderen kan gedacht worden aan het verbinden van een minimaal aantal werkplekken voor praktisch geschoolden en werklozen aan het nieuwe beleid gericht op het toevoegen van bedrijvigheid en voorzieningen. Daarnaast kan er gekeken worden waar mogelijkheden voor vrijwilligerswerk gecreëerd kunnen worden, bijvoorbeeld bij nieuwe multifunctionele wijkcentra waar de omgevingsvisie in voorziet. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbevelingen worden meegenomen in de verdere uitwerking van de omgevingsvisie.

Beoordelingsaspect

Woningaanbod en behoefte

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

=

☺

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering De omgevingsvisie resulteert uitsluitend in kansen op positieve effecten voor het aspect woningaanbod en behoefte. Deze kansen doen zich na 2030 voor en hangen samen met de uitspraken ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen en vernieuwen bestaande bebouwing en ontwikkeling woningen. De omgevingsvisie voorziet daarmee in nieuwbouw voor verschillende doelgroepen zoals woonzorgconcepten en (huur)woningen op verschillende locaties in Zandvoort. Tekorten aan woningen doen zich echter voor tot 2030. Na 2030 zal er mogelijk een negatieve vraag naar bepaalde type woningen ontstaan (o.b.v. prognose in referentiesituatie). Om te voorzien in de juiste behoefte aan kwantiteit en kwaliteit van het woningaanbod wordt aangeraden in een uitvoeringsprogramma onderzoek te doen naar de behoefte na 2030 zodat het aanbod daarop afgestemd kan worden. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat De woningbehoefte wordt periodiek onderzocht voor alle gemeenten in de MRA. Op basis van de uitkomsten van deze woningbehoefte raming wordt het (woon)beleid daar waar nodig aangepast.

Beoordelingsaspect

Grondwater

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

↗

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid laat een enkele kans op positieve effecten zien, het is niet aannemelijk dat dit zal leiden tot een substantiële versterking van de autonome positieve trend om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Voorbeelden van maatregelen om de grondwaterstand te beïnvloeden zijn kunstmatige grondwaterverhoging en actief peilbeheer. Omdat maatregelen locatie specifiek zijn wordt aanbevolen een nadere analyse uit te voeren bij verdere uitwerking van het omgevingsplan of programma’s. Hiermee kunnen passende maatregelen uitgedacht worden. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Nadere analyse naar grondwaterstand en de beïnvloeding hiervan wordt uitgevoerd bij de totstandkoming van het omgevingsplan in samenspraak met het hoogheemraadschap. Op basis van deze analyse worden gerichte locatie specifieke maatregelen opgenomen in het omgevingsplan om te grondwaterstand te optimaliseren.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

72

Beoordelingsaspect

Cultuurhistorie en erfgoed

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

↘

☺

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Het nieuwe beleid bevat meer kansen op positieve effecten dan risico’s of negatieve effecten. De negatieve autonome trend kan daarmee positief beïnvloed worden. Het is de vraag of dat voldoende is om uit het rode kwaliteitsniveau te komen. Voor verdere versterking van het aspect cultuurhistorie en erfgoed kan gedacht worden aan het opnemen van cultuurhistorische waarden als randvoorwaarden in uitvoeringsprogramma’s die gerelateerd zijn aan stedelijke ontwikkeling. Dit kan ook bijdragen aan de ambitie een aantrekkelijk en leefbaar dorp te creëren waarbij de beleving van cultuurhistorische waarden is vergroot. De omgevingsvisie omvat al enkele aspecten die hier op aanhaken, zoals het terug laten komen van cultuurhistorische waarden in nieuwe bebouwing en het beter zichtbaar maken van cultuurhistorische waarden. Door dit een vast onderdeel te maken in gebiedsontwikkelingen kunnen cultuurhistorische waarden verder geborgd worden. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbeveling om cultuurhistorische waarden als randvoorwaarde op te nemen wordt opgenomen in het omgevingsplan. Hierbij dient de opgestelde cultuurhistorische hoofdstructuur als input om per gebied aparte randvoorwaarden op te stellen met betrekking tot het waarborgen of versterken van de aanwezige cultuurhistorische waarden.

Beoordelingsaspect

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

Duurzame opwekking

↗

☺

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering Als gevolg van het nieuwe beleid zijn er uitsluitend kansen op positieve effecten voorzien. Versterking van de positieve autonome trend is daarmee aannemelijk, dat is voorzien na 2030. Onder meer door inzet van zonnepanelen op daken (bedrijven en woningen) en uitbreiding van het warmtenet ten koste van het aardgasnet. Of dit aspect hiermee uit het rode kwaliteitsniveau komt is afhankelijk van de concrete omvang van de duurzame energieopwekking en of de bron van het warmtenet duurzaam opgewekte energie is. Geadviseerd wordt om nader te onderzoeken welke inzet wanneer nodig is om tijdig de klimaatdoelen te behalen en daarmee uit het rode kwaliteitsniveau te komen en daar in verdere uitwerking concrete uitvoeringsstappen voor vast te stellen. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbeveling wordt opgenomen in het op te stellen programma energie & klimaat en de transitievisie warmte.

Beoordelingsaspect

Openbaar vervoer

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie

↘

Beleidsopties/mitigerende maatregelen voor verbetering De omgevingsvisie resulteert zowel in kansen als risico’s voor openbaar vervoer, waarbij er overwegend sprake is van risico’s. Deze hangen samen met beleid gericht op de doorontwikkeling van Circuitpark Zandvoort, de ontwikkeling van het culturele aanbod en het uitbreiden economische toeristische activiteiten. Deze uitspraken resulteren in een toename van het aantal bezoekers en toenemende druk op het openbaar vervoer. De omgevingsvisie voorziet in de realisatie van een HOV-verbinding en mobilitietshubs. Hiermee kan een deel van de OV-reizigers opgevangen worden. Door de HOV-capaciteit aan te passen aan de vraag (gedurende de zomer meer capaciteit) kan de druk verder gereduceerd worden. Actieve communicatie van de reistijd met het openbaar vervoer versus de auto kan hier ook aan bijdragen. Tenslotte geldt dat een toename van bezoekers kan leiden in een toenemende druk op last-mile faciliteiten. Door verdere aanpassingen door te voeren bij deze faciliteiten, gericht op strandgebruik (deelfietsen, bakfietsen en fietskarren) kan de druk op faciliteiten gereduceerd worden. Manier waarop gemeente Zandvoort met aanbevelingen om gaat Bovenstaande aanbevelingen worden meegenomen in het in ontwikkeling zijnde mobiliteitsbeleid (‘Optimaliseren bereikbaarheid en parkeren Zandvoort’).

Daarin wordt ingezet op andere modaliteiten naast de auto. Hierbij is actieve (digitale) communicatie naar de reizigers toe een belangrijk aspect.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

73

11

Wat gebeurt er verder na dit OER?

11.1

Beleidscyclus omgevingsbeleid

De omgevingsvisie heeft een plek binnen de beleidscyclus voor omgevingsbeleid, conform de Omgevingswet. Onderstaande figuur geeft de beleidscyclus weer, en het werkt als volgt. 1) In de beleidsontwikkeling wordt de omgevingsvisie opgesteld, deze stap wordt met vaststelling van de Omgevingsvisie Zandvoort 2040 voltooid; 2) In de beleidsdoorwerking worden de richtinggevende hoofdlijnen voor nieuwe uit de omgevingsvisie verder geconcretiseerd in uitvoeringsprogramma’s en andere instrumenten, zoals het omgevingsplan; 3) Tijdens de uitvoering worden de concrete besluiten en/of regels en ander instrumentarium toegepast; 4) In de terugkoppeling wordt door monitoring en evaluatie gereflecteerd op behaalde resultaten waarna deze op basis van hun betekenis input vormen voor een nieuwe beleidscyclus.

Figuur 11-1: Beleidscyclus [Aandeslagmetdeomgevingswet.nl, 2020]

11.2

Omgevingsprogramma en omgevingsplan

De omgevingsvisie vormt het afwegingskader voor verdere uitwerking in plannen en programma’s. In plannen en programma’s moet verder duidelijk worden hoe en op welke locaties het beleid uit de omgevingsvisie concreet uitgevoerd gaat worden. Door conclusies, aandachtspunten en aanbevelingen uit dit OER daarin mee te nemen en concreet een plek te geven, wordt geborgd dat het belang van de leefomgeving zo optimaal mogelijk meegenomen blijft worden. Gezien de in dit OER geconstateerde risico’s van het nieuwe beleid op negatieve effecten (bijvoorbeeld op het vlak van Natura 2000) vergt dit aandacht bij de verdere uitwerking van het beleid. Nieuw beleid waarvan geconstateerd is dat het onzeker is of het uitvoerbaar is (realisering HOV-verbinding) vergt nader onderzoek voordat er verdere uitwerking in vervolgbeleid kan plaatsvinden.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

74

De omgevingsvisie van Zandvoort kent op dit moment een vervolg in verdere uitwerking door middel van het programma klimaat en energie, het programma geluid (Actieplan Geluid) en vernieuwing van mobiliteitsbeleid. Voor het mobiliteitsmobiliteit worden inmiddels de eerste stappen gezet met het plan van aanpak Optimaliseren bereikbaarheid en parkeren Zandvoort. Na vaststelling van de omgevingsvisie vindt benoeming en verdere uitwerking van programma’s plaats. Het is de bedoeling dat de programma’s vervolgens verder worden geconcretiseerd in uitvoeringsplannen. Bij de uitwerking daarvan wordt de informatie over de leefomgeving zoals opgenomen in dit OER gebruikt en meegewogen. Belangrijk element daarin zijn de mitigerende maatregelen en adviezen voor verdere verbetering van de leefomgeving. Die worden gebruikt bij de invulling van de programma´s. Door conclusies, aandachtspunten en aanbevelingen uit dit OER daarin mee te nemen en concreet een plek te geven, wordt geborgd dat het belang van de leefomgeving zo optimaal mogelijk meegenomen blijft worden. Hetzelfde geldt voor het omgevingsplan. Voor optimale borging is het van belang dat deze werkwijze van het betrekken van leefomgevingsinformatie, mitigerende maatregelen en verbeteradviezen uit dit OER verankerd wordt in het omgevingsbeleid, de beleidscyclus en de uitvoeringsstrategie.

11.3

Onzekerheden en monitoring

De Omgevingswet stelt monitoring en evaluatie van het beleid verplicht, om in beeld te krijgen of de uitwerking van het beleid daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Periodiek wordt er middels een terugkoppeling nieuwe input geleverd voor de beleidsontwikkeling wat kan leiden tot voortzetting of bijsturing van het beleid. Door monitoring en evaluatie ontstaat een gesloten beleidscyclus. De Omgevingsvisie Zandvoort 2040 heeft geen vastgelegde looptijd. De gemeente wil de visie actueel houden door deze na een jaar (en vervolgens om het jaar) tegen het licht te houden en zo nodig aan te passen, en waar nodig ook het OER. Verder wil de gemeente een monitoringprogramma opzetten, aansluitend op het ‘Rad van de leefomgeving’ zoals opgenomen in dit OER. De daarin opgenomen indicatoren vormen dan het vertrekpunt. Nieuwe ontwikkelingen worden gespiegeld met de indicatoren uit het Rad van de leefomgeving om in beeld te krijgen in hoeverre ambities gehaald worden, kansen op verbetering mogelijk zijn of dat er risico´s op verslechtering zijn. Als ontwikkelingen in de kwaliteit van de leefomgeving aanleiding geven tot het hanteren van andere beoordelingscriteria dan wordt daarop ingespeeld.

Geadviseerd wordt om de volgende stappen te doorlopen voor het monitoringprogramma ten behoeve van de beleidsevaluatie: • Stap 1: Welke ontwikkelingen hebben plaats gevonden sinds het vorige peil-/meetmoment? Dat kunnen ontwikkelingen zijn op het vlak van voortgang van uitvoering van het omgevingsbeleid, gemeentelijke of bovengemeentelijke projecten, autonome trends, wetenschappelijke inzichten en/of nieuwe wet- en regelgeving. • Stap 2: Vallen de gevolgen voor de leefomgeving van deze ontwikkelingen binnen de ambities van de omgevingsvisie, en/of doen zich (nieuwe) knelpunten of problemen voor? Hiervoor wordt aangesloten bij de in dit OER gehanteerde beoordelingssystematiek. • Stap 3: Zijn er aanvullende maatregelen of ingrepen nodig om de gevolgen voor de leefomgeving acceptabel te houden of te krijgen? • Stap 4: Zijn de ambities van de omgevingsvisie nog realistisch en voldoen de gestelde kaders nog of zijn ze te ruim of juist te knellend? Is er aanleiding voor bijstellen van de bestuurlijke aanpak?

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

75

•

12-5-2021

Stap 5: Geven ontwikkelingen vanuit (omgevings)programma´s of het omgevingsplan aanleiding om de omgevingsvisie bij te stellen?

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

76

Begrippenlijst Ambitie (in omgevingsvisie)

Toestand van de leefomgeving die nagestreefd wordt.

Alternatieven

De mogelijke ‘manieren’ waarop het beleid gerealiseerd kan worden. Daarbij gaat het om andere manieren om de doelstellingen gekoppeld aan een bepaalde activiteit (in aanvaardbare mate) te behalen. De Wet milieubeheer stelt dat alleen de alternatieven die redelijkerwijs een rol kunnen spelen in de besluitvorming beschouwd moeten worden.

Autonome ontwikkeling

Ontwikkelingen (meestal op het gebied van de ruimtelijke ordening) die plaatsvinden op basis van ontwikkelingen waarover een besluit is genomen, ongeacht of één van de alternatieven uit het OER gerealiseerd worden.

Beoordelingskader

Set indicatoren waarmee beoordeeld wordt a) in hoeverre met het beoogde beleid (in dit geval vooral ontwikkelprincipes) de beleidsdoelen worden gehaald ('doelbereik') en b) wat de effecten van het beleid zijn op de leefomgeving.

Beleidsinstrument

Middel dat een overheid inzet om beleid uit te voeren, bijvoorbeeld: omgevingsvisie, uitvoeringsprogramma, omgevingsvergunning, subsidieregeling.

Bevoegd gezag

Eén of meer overheidsinstanties die bevoegd zijn om over de activiteit van de initiatiefnemer het besluit te nemen.

Commissie voor de m.e.r.

Een bij wet ingestelde landelijke commissie van onafhankelijke milieudeskundigen. Zij adviseren het bevoegd gezag over de kwaliteit van de informatie in het milieueffectrapport en naar wens ook over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport.

Effect (in planMER/OER)

Gevolg van beleid op de leefomgeving.

Inspraak

Mogelijkheid om informatie te krijgen en op basis daarvan een mening, wensen of bezwaren kenbaar te maken, bijvoorbeeld voor een activiteit waarover door de overheid een besluit zal worden genomen.

Kennisgeving

Het openbaar maken van een voornemen om een m.e.r.-procedure te starten en of een m.e.r.-plichtig plan vast te stellen.

NRD

Notitie Reikwijdte en Detailniveau: notitie die beschrijft waar de m.e.r.-procedure wel en niet overgaat (‘reikwijdte’), welke aspecten in het OER onderzocht gaan worden en met welke diepgang (‘detailniveau’).

Omgevingsvisie

Plan waarin de gemeente het beleid voor de leefomgeving op lange termijn vastlegt.

Planm.e.r

M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een m.e.r. voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

77

PlanMER/OER

MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘Plan’ wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een Omgevingsvisie. In deze NRD wordt met OER de planMER bedoeld.

Ter inzage leggen

Gedurende een bepaalde periode belanghebbende de gelegenheid geven om op een voornemen of ontwerp-plan te reageren met een zienswijze.

Uitvoeringsprogramma

Programma waarin beleidsdoelstellingen (wat gaan we doen?) worden vertaald naar concrete acties en interventies (hoe gaan we dat doen?)

Zienswijze

Reactie die een belanghebbende aan het bevoegd gezag kan sturen als reactie op de kennisgeving over een voornemen.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

78

Bijlagen

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

79

A1

12-5-2021

Foto van de leefomgeving

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

80

RAPPORT Foto van de leefomgeving OER Omgevingsvisie Zandvoort Klant:

Gemeente Zandvoort

Referentie: BH3406TPRP2102190944 Status:

Definitief/01

Datum:

12 mei 2021

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Foto van de leefomgeving Ondertitel: LOF OER Zandvoort Referentie: BH3406TPRP2102190944 Status: 01/Definitief Datum: 12 mei 2021 Projectnaam: OER Omgevingsvisie Zandvoort Projectnummer: BH3406 Auteur(s): Hanneke Koedijk, Ingrid Welles Opgesteld door: Hanneke Koedijk Gecontroleerd door: Tijmen van de Poll

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 12 mei 2021

LOF OER ZANDVOORT

BH3406TPRP2102190944

ii

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Achtergrond en aanpak ‘Foto van de leefomgeving’

1

1.1

Waarom een ‘Foto van de leefomgeving’?

1

1.2

Aanpak ‘Foto van de leefomgeving’

1

1.3

Vigerend omgevingsbeleid en relevante fysiek ruimtelijke ingrepen

6

2

Rad van de leefomgeving Zandvoort

8

3

Gezondheid

10

3.1

Luchtkwaliteit

10

3.2

Geluidhinder

15

3.3

Gezonde leefstijl en leefomgeving

19

4

Veiligheid

23

4.1

Externe veiligheid

23

4.2

Verkeersveiligheid

27

4.3

Sociale veiligheid

30

5

Sociale samenhang

32

5.1

Maatschappelijke deelname

32

6

Wonen en voorzieningen

34

6.1

Woningaanbod en behoefte

34

6.2

Voorzieningenaanbod en behoefte

39

7

Bodem en water

42

7.1

Bodemkwaliteit

42

7.2

Grondwater

45

8

Natuur en biodiversiteit

49

8.1

Beschermde soorten

49

8.2

Beschermde natuurgebieden

53

9

Cultuurhistorie, erfgoed en archeologie

58

9.1

Cultuurhistorie en erfgoed

58

9.2

Archeologie

62

12 mei 2021

LOF OER ZANDVOORT

BH3406TPRP2102190944

iii

Projectgerelateerd

10

Energie en grondstoffen

66

10.1

Energieverbruik

66

10.2

Duurzame opwekking

68

10.3

Circulariteit

70

11

Klimaat

72

11.1

Hitte

72

11.2

Droogte

75

11.3

Wateroverlast

78

11.4

Broeikasgassen

81

12

Economie

84

12.1

Werkgelegenheid en opleidingsniveau

84

12.2

Economische diversiteit

86

13

Bereikbaarheid

88

13.1

Autobereikbaarheid

89

13.2

Parkeren

92

13.3

Fiets

94

13.4

Openbaar vervoer

96

13.5

Duurzame en slimme mobiliteit

98

14

Gevoeligheidsanalyse COVID-19

100

Afkortingen

102

Referenties

103

12 mei 2021

LOF OER ZANDVOORT

BH3406TPRP2102190944

iv

Projectgerelateerd

1

Achtergrond en aanpak ‘Foto van de leefomgeving’

1.1

Waarom een ‘Foto van de leefomgeving’?

In beeld brengen kwaliteit van de leefomgeving Als vertrekpunt voor het omgevingseffectrapport (OER) van de omgevingsvisie van Zandvoort is een ‘Foto van de leefomgeving’ opgesteld: het beeld hoe de leefomgeving in Zandvoort er nu voor staat. Vervolgens is in beeld gebracht hoe de leefomgeving zich naar verwachting in de toekomst ontwikkelt (2030-2040). Dit toekomstbeeld is de autonome ontwikkeling, de verwachte toekomstige situatie bij voortzetting van het huidige beleid, rekening houdend met autonome trends (bijvoorbeeld klimaatverandering) en al genomen besluiten over ingrepen in de leefomgeving. Deze autonome ontwikkeling is de referentiesituatie voor het OER. De mogelijke effecten van het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie worden in beeld gebracht ten opzichte van deze referentiesituatie. De foto van de leefomgeving laat zien bij welke leefomgevingsaspecten er nu en in de toekomst problemen en knelpunten optreden en welke autonome trends er daarin te verwachten zijn. Zo brengt het in beeld wat de kwaliteit is van de verschillende aspecten van de Zandvoortse leefomgeving. Hiermee kan de foto van de leefomgeving bijdragen aan het aanscherpen van de Omgevingsvisie en het maken van keuzes voor nieuw strategisch beleid. In de foto van leefomgeving wordt de leefomgeving beschreven aan de hand van de thema’s en indicatoren uit het beoordelingskader van het OER.

Basis voor effectbeoordeling OER De referentiesituatie vormt het vertrekpunt voor de effectbeoordeling in het OER. Effecten van nieuw beleid worden in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve beschouwd ten opzichte van de referentiesituatie. Zo ontstaat een beeld van de te verwachten impact van het nieuwe beleid, inclusief mate van invloed dat het nieuwe (strategische) beleid heeft op autonome trends en ontwikkelingen ten opzichte van het bestaande beleid. In het OER wordt een samenvatting opgenomen van de ‘foto van de leefomgeving’. Basis voor monitoring Gezien de onzekerheid over de wijze waarop het beleid uiteindelijk wordt uitgevoerd én onzekerheid over de implicaties die het beleid op lange termijn hebben voor de fysieke leefomgeving, is het belangrijk om gedurende de uitvoering van het beleid met monitoring ‘vinger aan de pols te houden’. Ook voor deze monitoring is het belangrijk om een beeld te hebben van de uitgangssituatie waartegen autonome ontwikkelingen en het optreden van effecten, kansen en risico’s kunnen worden afgezet. Deze beschrijving van de ‘foto van de leefomgeving’ biedt daarom ook een basis voor toekomstige monitoring.

1.2

Aanpak ‘Foto van de leefomgeving’

1.2.1

De basis: beoordelingskader OER

De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie worden in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie tabel 1-1). Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet [Aan de slag met de Omgevingswet, 2019]. Dit betekent dat naast de thema’s binnen de fysieke leefomgeving het beoordelingskader ook sociale en economische thema’s bevat. Met een dergelijk breed beoordelingskader kan het OER daadwerkelijk bijdragen aan een goede weging van alle relevante belangen in de Omgevingsvisie van de gemeente Zandvoort.

12 mei 2021

LOF OER ZANDVOORT

BH3406TPRP2102190944

1

Projectgerelateerd

Het beoordelingskader is het resultaat van een analyse van opgaven in de fysieke leefomgeving, afstemming met het proces van raadpleging over de beoogde reikwijdte en detailniveau van het OER. Het beoordelingskader is gaandeweg binnen de procesaanpak van het OER verder aangescherpt ten opzichte van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, waarbij sommige beoordelingsaspecten zijn opgesplitst of samengenomen. In het voorliggende rapport wordt per hoofdstuk een thema beschreven, met daarbij de beoordelingsaspecten en onderbouwing bij toegekende kwaliteitsniveaus, de daarbij gehanteerde werkwijze en bronnen. Tabel 1-1: Beoordelingskader uit OER Omgevingsvisie Zandvoort

Laag

Thema

Aspect

Luchtkwaliteit Geluidhinder Gezonde leefstijl en leefomgeving Externe veiligheid Veiligheid Verkeersveiligheid Sociale veiligheid Sociale samenhang Maatschappelijke deelname Woningaanbod en behoefte Wonen en voorzieningen Voorzieningenaanbod en behoefte Bodemkwaliteit Bodem en water Grondwater Beschermde soorten Natuur en biodiversiteit Beschermde natuurgebieden Cultuurhistorie en erfgoed Ruimtelijke kwaliteit, landschap en cultuurhistorie Archeologie Energieverbruik Energie en grondstoffen Duurzame opwekking Circulariteit* Hitte Droogte Klimaat Wateroverlast Broeikasgassen Werkgelegenheid en opleidingsniveau Economie Economische diversiteit* Autobereikbaarheid Parkeren Bereikbaarheid Fiets Openbaar vervoer Duurzame en slimme mobiliteit Gezondheid

People

Planet

Profit

De resultaten van de foto van de leefomgeving worden visueel weergegeven in het ‘Rad van de leefomgeving’, zie hoofdstuk 2. In het ‘Rad van de leefomgeving’ zijn van alle thema’s en beoordelingsaspecten de kwaliteitsniveaus weergegeven. Het verschil tussen de referentiesituatie en de huidige situatie geeft weer in hoeverre er sprake is van een negatieve of positieve autonome trend voor de verschillende beoordelingsaspecten. De kwaliteitsniveaus zijn per beoordelingsaspect bepaald aan de hand van de definitie en de gehanteerde schaallat voor de waardering van de huidige en autonome situatie, zoals hierna omschreven. *Globalere beoordeling: circulariteit en economische diversiteit Omdat onvoldoende op de inhoud van de omgevingsvisisie toegespitste bruikbare informatie beschikbaar is voor toepassing van de systematiek van het Rad van de leefomgeving met gedefinieerde kwaliteitniveaus, zijn deze aspecten globaler beschouwd dan de andere beoordelingsaspecten. Ze zijn daarom niet terug te zien in het Rad van de leefomgeving. Omdat de omgevingsvisie er wel op in gaat is er een beschrijving in 12 mei 2021

LOF OER ZANDVOORT

BH3406TPRP2102190944

2

Projectgerelateerd

de Foto van de leefomgeving opgenomen op basis van beschikbare informatie. In het OER is een reflectie opgenomen in hoeverre het nieuwe beleid kansen en risico’s op positieve dan wel negatieve effecten met zich meebrengt op deze aspecten.

1.2.2

Aanpak beoordeling kwaliteiten van de leefomgeving

Definitie beoordelingsaspecten Belangrijk bij de waardering van de kwaliteit van de leefomgeving aan de hand van de beoordelingsaspecten is de navolgbaarheid en reproduceerbaarheid van leefomgevingskwaliteiten. De definitie van de beoordelingsaspecten is gebaseerd op de beschikbare informatie in de huidige situatie en autonome ontwikkeling (2030, aangevuld met een doorkijk naar 2040), de (milieu)wetgeving, het beleid en expert judgement o.b.v. tijdreeksen (ontwikkelingen van het beoordelingsaspect over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (bijvoorbeeld landelijk gemiddelde cijfers en trends). Per beoordelingsaspect is een beoordelingscriterium gedefinieerd. Voor de invulling van het beoordelingscriterium kunnen meerdere beoordelingsaspecten gebruikt zijn. Voorbeeld beoordelingsaspect, -criterium en indicatoren Binnen het thema ‘Gezondheid’ is één van de beoordelingsaspecten ‘Gezonde leefstijl en leefomgeving’. Het beoordelingscriterium daarbij is de mate van een gezonde leefstijl en de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving. De gebruikte indicator bij het beoordelen van dit criterium is de mate van beweegvriendelijkheid van de leefomgeving. Resultaten van beoordeling: kwaliteitsniveaus De beoordeling van de aspecten resulteert per aspect in een kwaliteitsniveau: groen, oranje of rood.

Per aspect is een schaallat gedefinieerd voor de toekenning van een kwaliteitsniveau. In zijn algemeenheid geldt: bij kwaliteitsniveau groen is sprake van een overwegend goede kwaliteit, er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins. Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er in zijn algemeenheid sprake van risico op normoverschrijding of knelpunten, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in. Voor het zo objectief, navolgbaar en reproduceerbaar mogelijk toekennen van kwaliteitsniveaus zijn twee aspecten bepalend: a. Beschikbare informatie en de status daarvan; b. Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van kwaliteitsniveau groen, oranje, rood. Per beoordelingsaspect is een schaallat voor de kwaliteitsniveaus gedefinieerd op basis van bovenstaande twee aspecten. De schaallat is gebaseerd op indicatoren die het meest tot de kern van het beoordelingsaspect behoren en waar goede informatie beschikbaar voor is om er een kwaliteitsniveau aan toe te kennen. Het kan voorkomen dat er indicatoren zijn bij een beoordelingsaspect wel in de beschrijving van de huidige situatie terugkomen, maar niet expliciet in de schaallat voor het kwaliteitsniveau.

In dat geval behoort de indicator niet tot de kern van het beoordelingsaspect en/of is de beschikbare informatie niet voldoende geschikt om het te vertalen naar een schaallat. Beschikbare informatie en status daarvan Hierbij is onderscheid in: 1. Kwantitatieve informatie: dit betreft cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens. 2. Kwalitatieve informatie: dit betreft niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaartmaterieel met landschapstypen. 12 mei 2021

LOF OER ZANDVOORT

BH3406TPRP2102190944

3

Projectgerelateerd

3. Expert-judgement: in dit geval is er geen kwantitatieve of kwalitatieve informatie beschikbaar en wordt teruggevallen op het oordeel van een vakexpert. In zijn algemeenheid geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en expert-judgement het minst. Kwalitatieve informatie zit er tussenin. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van kwantitatieve informatie te baseren. Bij aspecten waar dat niet beschikbaar is, is teruggevallen op kwalitatieve informatie. Daar waar ook geen kwalitatieve informatie beschikbaar is, is teruggevallen op expert-judgement. Bronvermelding De leefomgevingskwaliteiten voor de huidige situatie en de autonome ontwikkeling zijn in beeld gebracht op basis van beschikbare (cijfermatige en kwalitatieve) informatie bij de gemeente Zandvoort, waarstaatjegemeente.nl, het dashboard ‘Hoe is het leven in jouw regio van het Planbureau voor de Leefomgeving in samenwerking met Telos, de Atlas van de leefomgeving, Leefomgevingstoets omgevingsvisie Noord-Holland, PlanMER NOVI, CBS Statline, GGD Kennemerland, Platform31 en het RIVM. Per thema en beoordelingsaspect is in de navolgende hoofdstukken aangegeven welke bronnen specifiek zijn gebruikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10176055/2