CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Zandvoort 2040

Raadscommissie 8 juni 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Vrijgeven ontwerp-omgevingsvisie voor de inspraak36.942 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Sociale samenhang

Maatschappelijke deelname

Wonen en voorzieningen

Woningaanbod en behoefte, voorzieningenaanbod en behoefte

Bodem en water

Bodemkwaliteit, grondwater

Natuur en biodiversiteit

Beschermde soorten, beschermde natuurgebieden

Cultuurhistorie, erfgoed en archeologie Cultuurhistorie en erfgoed, archeologie Energie en grondstoffen

Energieverbruik, duurzame opwekking, circulariteit*

Klimaat

Hitte, droogte, wateroverlast, broeikasgassen

Economie

Werkgelegenheid en opleidingsniveau, economische diversiteit*

Bereikbaarheid

Autobereikbaarheid, parkeren, fiets, openbaar vervoer, duurzame en slimme mobiliteit.

Profit

*Voor deze aspecten was onvoldoende specifieke gemeentelijke informatie beschikbaar. De beschrijving en beoordeling van circulariteit en economische diversiteit is daarom algemener van aard dan bij de overige aspecten.

Effecten van nieuw beleid en verdere doorwerking daarvan De mate waarin positieve dan wel negatieve effecten van het nieuwe beleid in de omgevingsvisie zich in de praktijk voor zullen doen is afhankelijk van de manier waarop het beleid na vaststelling van de omgevingsvisie verder wordt uitgewerkt in bijvoorbeeld omgevingsplan of uitvoeringsprogramma’s. De in dit OER beschreven kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten zijn gebaseerd op kwalitatieve expert-inschattingen, voor zover die nu op basis van de omschrijving van het strategische beleid op hoofdlijnen in de omgevingsvisie gegeven kunnen worden.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

24

4

Hoe staat de Zandvoortse leefomgeving er voor?

4.1

Foto van de leefomgeving

De ‘Foto van de leefomgeving’ beschrijft de staat van de leefomgeving in de gemeente Zandvoort. Hierbij wordt de huidige situatie en de autonome ontwikkeling tot 2030 gemeentebreed beschreven. De huidige situatie en de autonome ontwikkeling vormen samen de referentiesituatie voor dit OER. De beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling is in samengevatte vorm weergeven in het ‘Rad van de leefomgeving’, in de vorm van kwaliteitsniveaus hoe de leefomgeving er voor staat (zie Figuur 4-1). In dit hoofdstuk wordt eerst op hoofdlijnen beschreven hoe de beschrijving van de referentiesituatie heeft plaatsgevonden, gevolgd door de resultaten daarvan. De volledige Foto van de leefomgeving en onderbouwing daarbij is opgenomen in bijlage A1.

4.2

Wijze van beschrijving referentiesituatie

De huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn beschreven aan de hand van het toekennen van kwaliteitsniveaus. Daarmee is een overzichtelijk beeld ontstaan van waar de leefomgeving gemeentebreed op orde is, waar er problemen en knelpunten optreden en wat de autonome trends daarin zijn. Voor de toekenning van een kwaliteitsniveau aan de beoordelingsaspecten is per beoordelingsaspect een schaallat gedefinieerd. Op basis van deze schaallat is een kwaliteitsniveau toegekend aan de huidige situatie en de autonome ontwikkeling. In zijn algemeenheid geldt: bij kwaliteitsniveau groen is overwegend sprake van een goede kwaliteit, dat wil zeggen: er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins. Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er sprake van een wisselend beeld ten aanzien van de aanwezigheid van problemen en/of het risico op problemen, de kwaliteit zit dan tussen groen en rood in. Rad van de leefomgeving De resultaten van de beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling worden weergeven in het zogenaamde ‘Rad van de leefomgeving’. Het rad visualiseert hoe de kwaliteit van de leefomgeving er in de gemeente Haarlem voor staat voor alle thema’s en beoordelingsaspecten.

In de beoordeling van de beoordelingsaspecten zijn de volgende kwaliteitsniveaus gehanteerd: Gemeentebreed overwegend geen sprake van knelpunten of problemen (‘goed’) Gemeentebreed overwegend wisselend sprake van wel en geen knelpunten/problemen of risico (‘oranje’) Gemeentebreed overwegend sprake van knelpunten/problemen (‘slecht’) In het rad wordt de huidige situatie weergeven door de witte aaneengesloten lijn, de autonome ontwikkeling wordt weergeven door de donkerblauwe stippellijn.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

25

Voor het zo objectief, navolgbaar en reproduceerbaar mogelijk toekennen van kwaliteitsniveaus zijn de volgende factoren bepalend: 1. Beschikbare informatie en status daarvan Hierbij is onderscheid in: 1) Kwantitatieve informatie: dit betreft cijfermatige informatie, bijvoorbeeld data uit rekenmodellen of meetgegevens. 2) Kwalitatieve informatie: dit betreft niet-cijfermatige informatie, bijvoorbeeld kaartmaterieel met landschapstypen. 3) Expert-judgement: in dit geval is er geen kwantitatieve of kwalitatieve informatie beschikbaar en wordt teruggevallen op het oordeel van een expert. In zijn algemeenheid geldt dat kwantitatieve informatie het meest objectief, navolgbaar en reproduceerbaar is, en expert-judgement het minst. Kwalitatieve informatie zit er tussenin. Er is daarom gestreefd om de beoordeling zoveel mogelijk op basis van objectieve, kwantitatieve informatie te baseren. Bij beoordelingsaspecten waar dat niet beschikbaar is, is teruggevallen op kwalitatieve informatie. Daar waar ook geen kwalitatieve informatie beschikbaar is, is teruggevallen op expert-judgement. In de Foto van de leefomgeving (zie bijlage A1) is per beoordelingsaspect aangegeven welk type informatie is gebruikt. 2. Beschikbare referentiewaarde voor het definiëren van groen, oranje, rood Onder referentiewaarde wordt hier verstaan een waarde waaraan een kwaliteitsniveau wordt gerelateerd.

Hierbij is onderscheid gemaakt in: 1) Wettelijke normen; 2) Vastgestelde beleidsnormen of -doelstellingen; 3) Advieswaarden van instituten (bijvoorbeeld GGD, RIVM, WHO); 4) Vraag versus aanbod (vanuit maatschappij, markt); 5) Benchmark ten opzichte van landelijk gemiddelde, tijdreeksen (ontwikkelingen van de indicator over de afgelopen tijd) en geografische vergelijkingen (cijfers en trends van vergelijkbare gemeenten of de provincie Noord-Holland); 6) Expert-judgement. Bovenstaande opsomming moet als rangorde gezien worden qua objectiviteit, navolgbaarheid en reproduceerbaarheid. Per beoordelingsaspect is het afgelopen als een ladder. Daar waar er wettelijke normen beschikbaar zijn, zijn die gehanteerd. Bij afwezigheid van wettelijke normen is teruggevallen op vastgestelde beleidsnormen en zo verder. Daar waar geen enkele andere referentie beschikbaar is om een kwaliteitsniveau aan te relateren, is teruggevallen op expert-judgement. In de Foto van de leefomgeving (zie bijlage A1) is per beoordelingsaspect aangegeven wat voor referentiewaarde is gebruikt voor het toekennen van het kwaliteitsniveau.

Waardering autonome ontwikkeling Ten aanzien van de autonome ontwikkeling is een beoordeling opgesteld op basis van een kwalitatieve inschatting van ontwikkelingen die optreden als gevolg van: • De mate waarin autonome trends en ontwikkelingen leiden tot een vooruitgang of achteruitgang van de huidige situatie, zoals demografische veranderingen, klimaatveranderingen en veranderingen in de woningmarkt. • De mate waarin voortzetting van bestaand (gemeentelijk) beleid leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. • De mate waarin besluiten over plannen, programma’s en projecten die worden geïnitieerd door andere partijen zoals Rijkswaterstaat, het Hoogheemraadschap van Rijnland en omliggende gemeenten leidt tot een vooruitgang of achteruitgang. 12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

26

4.3

Kwaliteiten van de Zandvoortse leefomgeving, huidig en autonoom

Hieronder wordt op hoofdlijnen de referentiesituatie beschreven aan de hand van onderstaand Rad van de leefomgeving (Figuur 4-1Error! Reference source not found.). Het rad laat de gemeentebrede kwaliteiten van de beschouwde leefomgevingsaspecten zien, in de huidige situatie (witte lijn) en bij autonome ontwikkeling in 2030 (stippellijn). De volledige beschrijving van de referentiesituatie en de onderbouwing daarbij is opgenomen in de Foto van de leefomgeving in bijlage A1. Huidige situatie: wisselend kwaliteitsbeeld De huidige staat van de fysieke leefomgeving laat een wisselend beeld zien. Vooral qua gezonde leefstijl en leefomgeving en externe veiligheid staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’). Leefomgevingsaspecten met een beoordeling met kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn maatschappelijke deelname, woningaanbod en behoefte, grondwater, cultuurhistorie en erfgoed, beschermde natuurgebieden, energieverbruik, duurzame energieopwekking, droogte en broeikasgassen. Autonome ontwikkeling 2030: negatieve en positieve trends De autonome ontwikkeling laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving. De leefomgevingsaspecten cultuurhistorie en erfgoed en droogte laten autonoom een negatieve trend zien waar in de huidige situatie de kwaliteit al tekortschiet (‘rood’).

Bij maatschappelijke deelname, woningaanbod en behoefte en broeikasgassen is ook in 2030 nog sprake van een tekortschietend kwaliteitsniveau, naar verwachting op hetzelfde niveau als in de huidige situatie. Bezien vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten belangrijke opgaven voor de Omgevingsvisie. Voor het leefomgevingsaspecten grondwater, energieverbruik en duurzame opwekking geldt dat er sprake is van positieve autonome trend maar dat deze niet voldoende is om uit kwaliteitsniveau ‘rood’ te komen. Dat betekent dat ook hier opgaven liggen voor de Omgevingsvisie. Negatieve trends binnen kwaliteitsniveau ‘oranje’ zijn zichtbaar voor leefomgevingsaspecten geluidhinder, verkeersveiligheid, archeologie, hitte, wateroverlast, autobereikbaarheid, parkeren en openbaar vervoer. Ook hier liggen opgaven voor de Omgevingsvisie. Het leefomgevingsaspect beschermde natuurgebieden laat autonoom een verbetering zien van kwaliteitsniveau ‘rood’ naar ‘oranje’. Positieve trends binnen oranje zijn er bij de leefomgevingsaspecten luchtkwaliteit, sociale veiligheid, fiets en duurzame en slimme mobiliteit. Voor de aspecten voorzieningenaanbod en behoefte, beschermde soorten en werkgelegenheid en opleidingsniveau geldt dat er autonoom geen verbetering of verslechtering waarneembaar is ten opzichte van de huidige situatie.

Het kwaliteitsniveau blijft hier ‘oranje’. Het leefomgevingsaspect waar de kwaliteit in de huidige situatie goed is (‘groen’) en bij autonome ontwikkeling verder verbetert is gezonde leefstijl en leefomgeving. Voor het leefomgevingsaspect voorzieningenaanbod en behoefte geldt dat deze autonoom gelijk blijven aan de huidige situatie binnen kwaliteitsniveau ‘groen’. Tenslotte geldt voor leefomgevingsaspect bodemkwaliteit dat er sprake is van een autonome verbetering van kwaliteitsniveau ‘oranje’ naar ‘groen’.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

27

Figuur 4-1: Rad van de leefomgeving huidige situatie en autonome ontwikkeling.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

28

1

Autonome ontwikkeling en COVID-19 Tijdens het opstellen van het OER was er sprake van landelijke maatregelen ingesteld door de Rijksoverheid om de verspreiding en gevolgen van het coronavirus COVID-19 terug te dringen. De ingestelde maatregelen hebben impact op economische en maatschappelijk activiteiten en het gebruik van de openbare ruimte. Deze maatregelen hebben daarnaast ook impact op de leefomgeving. Bijvoorbeeld zoveel mogelijk thuiswerken, wat in korte tijd leidde tot minder autogebruik en afname van reizigers in het OV. Op de korte termijn zijn er onder andere daardoor positieve effecten op de leefomgeving: verminderde druk op natuur en milieu, schonere lucht en een stillere leefomgeving4. De vraag is wat de gevolgen voor de middellange en lange termijn kunnen zijn, en daarmee ook op de autonome ontwikkeling zoals in dit OER in beeld gebracht. De in dit OER beschreven autonome ontwikkeling (zichtjaar 2030, doorkijk naar 2040) is op basis van de best beschikbare actuele inzichten en (model)prognoses opgesteld. Mogelijke gevolgen van COVID-19-maatregelen op de middellange en lange termijn zijn op dit moment per definitie onzeker en nog niet in (model)prognoses opgenomen. Het is daarom op dit moment niet mogelijk om tot een robuust onderbouwde prognose te komen van de mogelijke gevolgen van COVID-19-maatregelen op de langere termijn.

Een daarop aangepaste autonome ontwikkeling is dan ook niet zinvol. In die zin is de in dit OER beschreven autonome ontwikkeling een best mogelijk in beeld gebrachte toekomstprognose. Wat wel kan is op basis van expert-inschatting en inzichten van nu een beeld geven van leefomgevingsaspecten die potentieel gevoelig zijn voor impact van COVID-19-maatregelen op de langere termijn. Dat is in de Foto van de leefomgeving gedaan, voor de leefomgevingsaspecten die in dit OER beschouwd zijn (zie bijlage A1, hoofdstuk 14). Het moet gezien worden als een gevoeligheidsanalyse op de in beeld gebrachte autonome ontwikkelingen (2030-2040).

1

Verwest, F., J. Nooteboom, O.-J. van Gerwen (2020), Van coronacrisis naar duurzaam herstel. Den Haag: Planbureau voor de leefomgeving. PBL-publicatienummer: 4209. 28 juni 2020. 12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

29

5

Wat zijn de beleidsalternatieven en de effecten daarvan?

5.1

Totstandkoming alternatieven

Vanuit de huidige staat van Zandvoort, de trends en ontwikkelingen die op Zandvoort afkomen, de Foto van de leefomgeving en de van daaruit tot stand gekomen opgaven heeft de gemeente Zandvoort drie toekomstperspectieven opgesteld. Met de perspectieven heeft de gemeente verschillende manieren uitgewerkt om met de opgaven om te gaan. Daarbij is de insteek geweest per perspectief een integraal en samenhangend beeld, met onderling verschillende ontwikkelrichtingen en verschillende toekomstbeelden. Ieder perspectief moet antwoord geven op dezelfde opgaven van de ‘Schrijf van Vijf’, zoals opgenomen in de Opgavennotitie. De bij de opgaven geformuleerde centrale ambities zijn: 1. Economie: een stevige jaarrond economie ontwikkelen. 2. Samenleving: sociale samenhang en ontmoeting stimuleren. 3. Ruimte: aantrekkelijk en leefbaar dorp realiseren. 4. Duurzaamheid: vergroenen en toekomstbestendig maken. 5. Mobiliteit: slimme bereikbaarheid organiseren. De opgestelde perspectieven zijn: • ‘Zandvoort Durft!’, motto: wij tonen lef. • ‘Zandvoort Zorgt!’, motto: wij zorgen voor elkaar. • ‘Zandvoort Leeft!’, motto: wij leven samen in verbinding. Deze perspectieven zijn in het OER beschouwd als alternatieven en beoordeeld op kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten.

De perspectieven zijn opgebouwd als verhaallijnen, vanuit de gedachte dat er niet één verhaal te vertellen is, maar dat er meerdere verhalen denkbaar zijn. Insteek is dat de verhaallijnen verband houden met de cultuur van Zandvoort en de bewoners. Met de perspectieven wil de gemeente een aantal ´verhaallijnen´ doortrekken vanuit het verleden naar de toekomst, voortbouwend op het DNA van Zandvoort. De perspectieven zijn opgesteld met als doel om de keuzes van consequenties van mogelijk nieuw beleid te krijgen. Van daaruit wil de gemeente Zandvoort komen tot een voorkeursalternatief voor in de omgevingsvisie op te nemen nieuw beleid. Dat kan bestaan uit elementen uit de drie perspectieven. De perspectieven zijn visueel weergegeven in bijlage A6.

5.2

Beschrijving alternatieven

Voor de alternatievenbeoordeling in het OER is per alternatief een selectie van te beoordelen beleidsuitspraken gemaakt op basis van de volgende criteria: • Het is nieuw beleid, het wordt nu nog niet gedaan; • Er kan een relatie gelegd worden met beoordelingsaspecten van het OER (zoals opgenomen in het beoordelingskader) en daarmee relevante (ruimtelijke) milieueffecten op de leefomgeving; • Er is voldoende concreet beschreven waar in voorzien of op ingezet wordt om te kunnen beoordelen op kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

30

Alternatief 1: Zandvoort Durft! Motto ‘wij tonen lef’: verbreding circuit, evenementen en durfsport Tabel 5-1: Richtinggevende beleidsuitspraken behorende bij alternatief 1. Beleidsuitspraken

1.

Ontwikkeling strand: internationale evenementen, festivals en congressen op het circuit en op het strand. Het strand is een echte hotspot voor nieuwe durfsporten geworden. Realiseren ‘beach for business’, met nieuwe werkconcepten, luxe hotels, sterrenrestaurants en hoogwaardige strandpaviljoen.

2.

Ontwikkeling centrum: realiseren ‘pop-up’ centrum, met innovatie en experimenteren met nieuwe concepten en diensten. Centrale pleinen in het centrum transformeren tot aantrekkelijke, hoogwaardige verblijfsplekken, met ruimte voor zakelijke dienstverleners.

3.

Realiseren nieuwe light-railverbinding langs de Zandvoortsebaan richting Amsterdam Centrum.

4.

Realiseren nieuw stationsplein.

5.

Realiseren parkeergarage in duinlandschap.

6.

Realiseren P+R buiten Zandvoort.

7.

Realiseren zeeklimaatpark, met waterspeeltuinen, sportplekken en wandelpaden.

8.

Ontwikkeling woningaanbod: realiseren circulaire nieuwe woongebouwen van hout en andere biobased materialen. Realiseren landschappelijk wonen rond groene randen, met tiny houses of zelfvoorzienende gebouwen. Transformatie wederopbouwflats tot levensloopbestendige woningen

9.

Herontwikkelen cultuurhistorisch erfgoed.

10.

Elektrificatie van vormen van vervoer

Alternatief 2: Zandvoort Zorgt! Motto ‘wij zorgen voor elkaar’: verbreding in zorg, wellness en gezondheid Tabel 5-2: Richtinggevende beleidsuitspraken behorende bij alternatief 2 Beleidsuitspraken 1.

Realiseren zorggelegenheden en -voorzieningen: zorghotel en zorgvoorzieningen in de duinen. Realiseren Kurhaus aan de kust, met wellness-faciliteiten.

2.

Realiseren openbare sportplekken aan de boulevard, met ruimte voor voetgangers en fietsers, auto te gast.

3.

Realiseren multisportcentrum ‘Papendal aan Zee’.

4.

Realiseren wandel- en fietsroutes: veilige wandel- en fietsroutes naar het centrum en realiseren snelfietsroutes naar Haarlem en rest van de omgeving.

5.

Ruimte bieden voor duurzame start-ups bij het circuit.

6.

Realiseren nieuw medisch centrum bij Nieuw Unicum, met ook medische start-ups en vernieuwende woon-zorgconcepten.

7.

Ontwikkeling woningaanbod: realiseren levensloopbestendige en collectieve woonvormen voor jong en oud

8.

Klimaatadaptieve maatregelen: realiseren meer groen en water. Straten klimaatadaptief maken, minder steen en meer waterberging.

9.

Energiebesparing en meer gebruik van groene duurzame energie.

10.

Parkeren aan de buitenranden van het dorp, met goede routes naar de boulevard.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

31

Alternatief 3: Zandvoort Leeft! Motto ‘wij leven samen in verbinding’: Verbreding in cultuur en verbindingen Tabel 5-3: Richtinggevende beleidsuitspraken behorende bij alternatief 3 Beleidsuitspraken 1.

Transformatie van boulevard tot podium voor de regio, met culturele trekpleisters.

2.

Realiseren duinrecreatiecentrum.

3.

Realiseren groene wandelroutes.

4.

Transformatie mobiliteitssysteem, met mobiliteitshubs, shuttlediensten, elektrische deelauto’s, deelfietsen, scooters, mobility as a service.

5.

Vergroenen woonstraten.

6.

Realiseren ‘cultuurhuus’ in elke wijk, met ontmoeting, uitwisseling, cultuureducatie, verenigingsleven.

7.

Ontwikkeling woningaanbod: nieuwbouwprojecten met een knipoog naar het verleden, zoals moderne verandawoningen. Naoorlogse flatgebouwen aan boulevard vervangen door imposante gebouwen met sierlijke architectuur. Realiseren levensloopbestendige appartementen. Realiseren wooncoöperaties die hun eigen woongebouw vormgeven en beheren.

5.3

Wijze van beoordeling

Ambities De alternatieven zijn beoordeeld op basis van een selectie van beoordelingsaspecten die gerelateerd zijn aan de ambities van de omgevingsvisie. Daarnaast zijn ook de beoordelingsaspecten toegevoegd waar in de Foto van de leefomgeving bij autonome ontwikkeling (2030) kwaliteitsniveau ‘rood’ is toegekend (overwegend sprake van problemen en/of knelpunten). Door op deze maniere een boordeling te doen gericht op aan ambities gerelateerde beoordelingsaspecten, levert de alternatievenbeoordeling zo gericht mogelijke informatie op om keuzes te maken voor een voorkeursalternatief. In de onderstaande tabel zijn de ambities en daaraan gerelateerde beoordelingsaspecten in het OER opgenomen. In bijlage A2 is een uitgebreide uitwerking van de ambities opgenomen en de daaraan gerelateerde beoordelingsaspecten van het OER. Tabel 5-4. Ambities omgevingsvisie en gerelateerde beoordelingsaspecten OER. Ambitie omgevingsvisie

Gerelateerde beoordelingsaspecten OER

Ruimte: aantrekkelijk en leefbaar dorp realiseren

Sociale veiligheid, verkeersveiligheid, woningaanbod en behoefte, beschermde natuurgebieden.

Economie: een stevige jaarrond economie ontwikkelen

Werkgelegenheid en aanbod arbeidskrachten.

Samenleving: sociale samenhang en ontmoeting stimuleren

Luchtkwaliteit, geluidhinder, gezonde leefstijl en leefomgeving, voorzieningenaanbod en behoefte.

Duurzaamheid: vergroenen en toekomstbestendig maken

Beschermde soorten, energieverbruik, duurzame opwekking, hitte, droogte, wateroverlast, duurzame en slimme mobiliteit.

Mobiliteit: slimme bereikbaarheid organiseren.

Openbaar vervoer, fiets, duurzame en slimme mobiliteit.

Beoordeelde beleidsuitspraken De geselecteerde uitspraken zijn voor de drie alternatieven op systematische wijze met de op basis van de ambities geselecteerde beoordelingsaspecten geconfronteerd. Bij elk beoordelingsaspect is bepaald wat de gevolgen van de betreffende uitspraak kunnen zijn ten opzichte van de autonome ontwikkeling, gerelateerd aan de beoordelingscriteria zoals beschreven in de Foto van de leefomgeving. Het gaat daarbij om een kwalitatieve beoordeling op basis van expert-judgement in termen van kansen op positieve en risico’s op negatieve effecten. Bij de beoordeling waren betrokken een m.e.r.-specialist, een milieuspecialist, een ecoloog en een mobiliteitsspecialist. Benadrukt wordt dat het om alternatieven ter verkenning van mogelijkheden voor nieuw beleid gaat, met richtinggevende uitspraken op hoofdlijnen. De beoordeling van 12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

32

kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten is daarop aansluitend ook op hoofdlijnen gedaan. Daarbij zijn de beoordelingskarakteristieken gehanteerd zoals opgenomen in onderstaande tabel. Met deze beoordeling is een totaalbeeld ontstaan van alle kansen en risico´s op positieve en negatieve effecten van de alternatieven, de mate waarin de alternatieven zich onderscheiden van de autonome ontwikkeling en van elkaar en op welke aspecten ze onderscheidend zijn. Tabel 5-5. Beoordelingskarakteristieken alternatievenbeoordeling. Beoordeling

Toelichting

+

Kans op positief effect

0/+

Kansen op positief effect, - in geringe mate

In geringe mate vanwege afhankelijkheid van derden, kleine geografische omvang, kleine effectomvang en/of betreft deel van beoordelingsaspect.

0/-

Kansen op negatief effect, - in geringe mate

In geringe mate vanwege afhankelijkheid van derden, kleine geografische omvang, kleine effectomvang en/of betreft deel van beoordelingsaspect.

-

Risico op negatief effect

+/-

Zowel kans op positief als risico op negatief effect

0

Geen effecten te verwachten

n.v.t.

5.4

Geen relatie tussen uitspraak en beoordelingsaspect

Effecten van alternatieven

Onderstaand figuur laat voor alle drie de alternatieven het totaalbeeld zien van alle toegekende kansen op positieve en risico’s op negatieve effecten, uitgezoomd naar de lagen ‘people’, ‘planet’ en ‘profit’. Het gaat om een rekenkundige optelling van kansen en risico´s, geen gewogen optelling 2. Het geeft daarmee een beeld van het aantal geconstateerde kansen en risico’s en laat zien hoe de alternatieven zich qua aantallen kansen en risico’s verhouden tot de autonome ontwikkeling (2030) en tot elkaar. De volledige beoordeling en bijbehorende onderbouwing is opgenomen in bijlage A3 en A4.

Figuur 5-1: Cumulatieve scores van de alternatieven, onderscheiden naar People, Planet en Profit. 2 Elke + en – is als 1 geteld, o/+ en o/- als 0,5. Bij +/- is in de optelsom zowel een 0,5+ als een 0,5– gerekend.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

33

Beeld op hoofdlijnen Bovenstaand figuur laat zien dat alle drie de alternatieven leiden tot zowel kansen op positieve effecten, dan wel risico’s op negatieve effecten. Hierbij genereren Zandvoort Durft en Zandvoort Zorgt overwegend meer risico’s en kansen dan Zandvoort Leeft. Het valt op dat de alternatieven de meeste impact hebben binnen de laag ‘planet’, en dat het aantal risico’s daar in alle alternatieven groter is dan het aantal kansen. Dat maakt ook dat het totaal aantal geconstateerde risico’s in elk alternatief groter is dan het totaal aantal geconstateerde kansen. Dat laat zien dat er opgaven liggen om risico’s op negatieve effecten weg te nemen of te verminderen. Dat het aantal kansen binnen planet gering is laat zien dat door ook opgaven liggen om de leefomgeving te verbeteren. De risico’s hangen veelal samen met het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen die risico’s met zich brengen op beoordelingsaspecten binnen de laag ‘planet’. Bijvoorbeeld het realiseren van ontwikkelingen op het strand of in de duinen. Dat geeft risico’s op verstorende effecten. Ook het mogelijk maken van ontwikkeling van andere van functies, zoals woningen en voorzieningen aanleg van infrastructurele verbindingen (fietspaden en lightrail) brengen risico’s op negatieve effecten met zich mee.

Op het vlak van ‘people’ laten de alternatieven Zandvoort Durft en Zandvoort Zorgt beiden meer kansen zien op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten. Voor Zandvoort Leeft geldt dat het aantal kansen op positieve effecten en het aantal risico’s op negatieve effecten gelijk is aan elkaar. Kansen op positieve effecten hangen binnen ‘people’ met name samen met beleidsuitspraken gericht op minder ruimte voor de auto en het bieden van alternatieven daarvoor. Voorbeelden van beleidsuitspraken daarbij zijn het parkeren aan de rand van Zandvoort, het realiseren van wandel- en fietsroutes, inzetten op duurzame vormen van vervoer (elektrisch en openbaar vervoer) en het reduceren van ruimte voor de auto in het centrum. Deze beleidsuitspraken laten met name kansen zien op de beoordelingsaspecten luchtkwaliteit, geluidhinder en verkeersveiligheid. Op het vlak van ‘profit’ zijn is er bij alle drie de alternatieven sprake van enkel kansen op positieve effecten. Op dit vlak onderscheiden de alternatieven zich het minst ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Overallbeeld in relatie tot kwaliteitsniveaus bij autonome ontwikkeling In de Foto van de leefomgeving zijn de kwaliteitsniveaus van de beoordelingsaspecten bij autonome ontwikkeling in 2030 in beeld gebracht.

Als daarin gekeken wordt naar aspecten met kwaliteitsniveau rood (problemen of knelpunten geconstateerd), dan zijn er voor een deel van deze aspecten kansen geconstateerd in de alternatieven. Voor het alternatief ‘Zandvoort Durft’ zijn er nagenoeg geen kansen gerelateerd aan de beoordelingsaspecten die in autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau rood. Daarmee draagt het alternatief Zandvoort Durft niet bij aan het (gedeeltelijk) oplossen van de bestaande knelpunten. Een minimale kans (+0,5) is geconstateerd voor het aspect woningaanbod en behoefte. Voor het alternatief ‘Zandvoort Zorgt’ geldt net als bij Zandvoort Durft dat er nagenoeg geen kansen gerelateerd aan de beoordelingsaspecten die in autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau rood. Daarmee draagt ook het alternatief Zandvoort Durft niet bij aan het (gedeeltelijk) oplossen van de bestaande knelpunten. Minimale kansen (+0,5) zijn geconstateerd voor de aspecten woningaanbod en behoefte en duurzame energieopwekking. Tenslotte geldt ook voor het alternatief ‘Zandvoort Leeft’ dat er nagenoeg geen kansen gerelateerd aan de beoordelingsaspecten die in autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau rood. Daarmee draagt ook het alternatief Zandvoort Durft niet bij aan het (gedeeltelijk) oplossen van de bestaande knelpunten.

Minimale kansen (+0,5) zijn geconstateerd voor de aspecten maatschappelijke deelname en woningaanbod en behoefte.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

34

Dit betekent dat de alternatieven nauwelijks ingrediënten bevatten voor verbeteringen op aspecten waar kwaliteiten bij de autonome ontwikkeling tekort schieten. Voor de beoordelingsaspecten energieverbruik en droogte geldt dat er in de alternatieven ‘Zandvoort Durft’ en ‘Zandvoort Zorgt’ enkel risico’s voorzien zijn. Dit betekent dat deze beoordelingsaspecten in deze alternatieven verder zullen verslechteren ten opzichte van de autonome ontwikkeling bij uitvoering van de alternatieven. 3 Beeld per alternatief Alternatief Zandvoort Durft ‘Zandvoort Durft’ onderscheidt zich ten opzichte van de autonome ontwikkeling het meest qua risico’s op negatieve effecten op beschermde soorten, beschermde natuurgebieden, hitte en wateroverlast. Deze risico’s hangen vooral samen met de ontwikkeling van het strand, parkeergelegenheden en woningen. Dat kan leiden tot verstoring van leefgebieden van beschermde soorten. Daarnaast kan dit leiden tot een toename van verhard oppervlakte wat resulteert in een toename in hittestress en wateroverlast. Risico’s ten aanzien van beschermde natuurgebieden hangen samen met uitspraken gericht op de ontwikkelingen op/nabij het strand en in de duinen, nabij het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Dat kan dan gaan om directe en indirecte negatieve effecten.

Directe effecten gaan bijvoorbeeld over verstoring van beschermde natuur tijdens aanleg en/of gebruik, indirecte effecten over neerslag van stikstof vanwege verkeersaantrekkende werking. Door randvoorwaarden aan dergelijke nieuwe beleidsinvullingen te verbinden (bijvoorbeeld natuurinclusief bouwen en bescherming van leefgebieden van gevoelige soorten) kunnen risico’s beperkt worden. Ook op het vlak van luchtkwaliteit, geluidhinder en verkeersveiligheid zijn risico’s op negatieve effecten geconstateerd. Voor die aspecten geldt dat daar ook kansen tegenover staan, in aantal vergelijkbaar of wat meer dan de risico’s. De risico’s hangen daar samen met nieuwe ontwikkelingen die meer autoverkeer aantrekken (ontwikkeling strand, ontwikkeling woningaanbod). De kansen hangen vooral samen met inzet op verminderd gebruik van de auto door de ontwikkeling van het centrum tot gebied met minder ruimte voor de auto, een nieuwe light-rail verbinding met Amsterdam, een P+R buiten Zandvoort en elektrische vormen van vervoer. Voor het beoordelingsaspect gezonde leefstijl en leefomgeving laat Zandvoort Durft kansen op positieve effecten zien. De kansen hangen met name samen met de uitspraken gericht op ontwikkeling van actieve vormen van verplaatsen en faciliteiten voor sporten en bewegen.

Uitspraken met de meeste toegekende kansen op positieve effecten zijn: • Ontwikkeling centrum (vooral binnen ‘people’ en ‘planet’). • Realiseren nieuwe light-rail verbinding naar Amsterdam (vooral binnen ‘people’). Uitspraken met de meeste toegekende risico’s op negatieve effecten zijn: • Ontwikkeling strand (vooral binnen ‘planet’). • Realiseren parkeergarage in duinlandschap (vooral binnen ‘planet’). • Ontwikkeling woningaanbod (vooral binnen ‘people’ en ‘planet’). Als gekozen wordt voor bovenstaande uitspraken meeste risico’s, dan is aandacht nodig om risico’s op aspecten binnen ‘people’ en ‘planet’ weg te nemen of te verminderen. Bijvoorbeeld door randvoorwaarden

3

Voor de beoordelingsaspecten grondwater en broeikasgassen geldt dat deze in de autonome ontwikkeling beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau ‘rood’. In de alternatievenbeoordeling zijn deze aspecten niet beoordeeld, waardoor er geen kansen of risico’s in beeld gebracht zijn. Er kan daarom geen uitspraak gedaan worden over de ontwikkeling van deze aspecten t.o.v. de autonome ontwikkeling 12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

35

aan dergelijke nieuwe beleidsinvullingen te verbinden of beleidsinvullingen er naast te zetten die voorzien in kansen op positieve effecten, waarmee de risico’s weggenomen worden. Alternatief Zandvoort Zorgt: Zandvoort Zorgt onderscheidt zich net als Zandvoort Durft het meest qua risico’s op negatieve effecten bij beschermde soorten en beschermde natuurgebieden. Risico’s hangen met name samen met uitspraken gericht op de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen. Zoals bijvoorbeeld het realiseren van zorggelegenheden en voorzieningen, het realiseren van een multisportcentrum, het bieden van ruimte aan duurzame start-ups en het realiseren van een nieuw medisch centrum. Risico’s ten aanzien van beschermde natuurgebieden hangen samen met uitspraken gericht op de ontwikkelingen nabij het strand en in de duinen, nabij het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Voor de aspecten energieverbruik, hitte en wateroverlast geldt dat er overwegend sprake is van risico’s op negatieve effecten. Hiervoor geldt dat de ontwikkeling van nieuwe voorzieningen (realiseren van zorggelegenheden en voorzieningen, het realiseren van een multisportcentrum, het bieden van ruimte aan duurzame start-ups en het realiseren van een nieuw medisch centrum) mogelijk resulteert in een toename in verhard oppervlakte, wat een negatief effect heeft op hittestress en wateroverlast.

Daarnaast leidt een toename in voorzieningen tot een toename van energieverbruik. Door randvoorwaarden aan dergelijke nieuwe beleidsinvullingen te verbinden kunnen risico’s beperkt worden. Voor de aspecten luchtkwaliteit, geluidhinder en verkeersveiligheid geldt dat er sprake is van een aantal risico’s op negatieve effecten, maar daarnaast ook kansen op positieve effecten. Het aantal risico’s is hier iets groter dan het aantal kansen. De risico’s hangen samen met de ontwikkelingen van voorzieningen en de verkeersaantrekkende werking als gevolg van deze uitspraken. Een toename in verkeersbewegingen kan resulteren in verslechtering van de luchtkwaliteit, toename van geluidhinder en verslechtering van verkeersveiligheid. Daarentegen wordt er binnen Zandvoort Zorgt ook ingezet op het realiseren van wandelen fietsroutes, het verminderen van autogebruik en het realiseren van parkeergelegenheden aan de rand van Zandvoort wat kan leiden tot een vermindering van de verkeersbewegingen. Qua kansen op positieve effecten onderscheidt Zandvoort Zorgt zich het meest op werkgelegenheid en opleidingsniveau, zowel ten opzichte van de autonome ontwikkeling als ten opzichte van de andere twee alternatieven.

Die kansen hangen met name samen met de beleidsuitspraken gericht op het realiseren van zorggelegenheden en voorzieningen, het realiseren van een multisportcentrum, het bieden van ruimte aan duurzame start-ups en het realiseren van een nieuw medisch centrum. Dat kan leiden tot een toename van het aantal banen in Zandvoort. Voor gezonde leefstijl en leefomgeving laat Zandvoort Zorgt enkel kansen op positieve effecten zien, vergelijkbaar met Zandvoort Durft. De kansen hangen met name samen met de uitspraken gericht op uitbreiding van voorzieningen voor sport en actieve vormen van verplaatsen (realiseren van een multisportcentrum, het realiseren van openbare sportplekken en het realiseren van wandel- en fietsroutes). Bij voorzieningenaanbod en behoefte en duurzame en slimme mobiliteit zijn er een aantal kansen op positieve effecten geconstateerd. Uitspraken met de meeste toegekende kansen op positieve effecten zijn: • Realiseren wandel- en fietsroutes (voornamelijk binnen ‘people’ en ‘profit’). • Klimaatadaptieve maatregelen (enkel binnen ‘planet’). • Energiebesparing en gebruik duurzame energie (voornamelijk binnen ‘people’, ook in ‘planet’ en ‘profit’). Uitspraken met de meeste toegekende risico’s op negatieve effecten zijn: • Realiseren zorggelegenheden en voorzieningen (voornamelijk binnen ‘people’ en ‘planet’)

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

36

• Realiseren multisportcentrum (voornamelijk binnen ‘people’ en ‘planet’) • Ruimte voor duurzame start-ups (vooral binnen ‘people’) • Realiseren nieuw medisch centrum (voornamelijk binnen ‘people’ en ‘planet’) Als gekozen wordt voor bovenstaande uitspraken met risico’s, dan is aandacht nodig om risico’s op aspecten binnen ‘people’ en ‘planet’ weg te nemen of te verminderen. Bijvoorbeeld door randvoorwaarden aan dergelijke nieuwe beleidsinvullingen te verbinden of beleidsinvullingen er naast te zetten die voorzien in kansen op positieve effecten, waarmee de risico’s weggenomen worden. Alternatief Zandvoort Leeft: Het alternatief Zandvoort Leeft onderscheidt zich minder dan de andere twee alternatieven. De meeste risico’s op negatieve effecten zijn geconstateerd bij beschermde soorten en beschermde natuurgebieden, zij het minder dan in de andere alternatieven. Die risico’s worden met name voorzien voor de beleidsuitspraken gericht op realiseren duinrecreatiecentrum, realiseren groen wandelroutes en ontwikkeling woningaanbod. Daarnaast worden er ook risico’s voorzien voor transformatie boulevard met aandacht voor cultuur, transformatie mobiliteitssysteem en realiseren cultuurhuus in elke wijk. De risico’s hangen met name samen met verstoring van leefgebieden van beschermde soorten door nieuwbouw en toename van stikstofuitstoot als gevolg van een toename in verkeersbewegingen.

Daarnaast is er overwegend sprake van risico’s op negatieve effecten binnen de beoordelingsaspecten luchtkwaliteit, geluidhinder en verkeersveiligheid. Als gevolg van nieuwe voorzieningen (transformatie boulevard met aandacht voor cultuur en duinrecreatiecentrum) en woningen kan het aantal verkeersbewegingen toenemen en daarmee leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit, toename geluidhinder en verslechtering van verkeersveiligheid. Voor de aspecten hitte en wateroverlast en deels ook voor energieverbruik laat Zandvoort Leeft duidelijk minder risico’s op negatieve effecten zien dan de andere twee alternatieven. Tegelijk biedt het ook beperkt kansen op positieve effecten. Voor gezonde leefstijl en leefomgeving en duurzame en slimme mobiliteit laat Zandvoort Leeft een aantal kansen op positieve effecten zien. Die hangen vooral samen met de uitspraken gericht op het realiseren van groene wandelroutes en transformatie mobiliteitssysteem.

Uitspraken met de meeste toegekende kansen op positieve effecten zijn: • Transformatie mobiliteitssysteem (vooral binnen ‘people’ en ‘profit’) • Vergroenen woonstraten (enkel binnen ‘planet’) Uitspraken met de meeste toegekende risico’s op negatieve effecten zijn: • Transformatie boulevard met aandacht voor cultuur (voornamelijk binnen ‘people’, maar ook ‘planet’) • Realiseren duinrecreatiecentrum (voornamelijk binnen ‘people’, maar ook ‘planet’) • Ontwikkeling woningaanbod (vooral binnen ‘people’ en ‘planet’) Als gekozen wordt voor uitspraken met risico’s, dan is aandacht nodig om risico’s op aspecten binnen ‘people’ en ‘planet’ weg te nemen of te verminderen. Bijvoorbeeld door randvoorwaarden aan dergelijke nieuwe beleidsinvullingen te verbinden of beleidsinvullingen er naast te zetten die voorzien in kansen op positieve effecten, waarmee de risico’s weggenomen worden.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

37

6

Wat is het gekozen nieuwe beleid en wat zijn de effecten daarvan?

6.1

Totstandkoming voorgenomen nieuw beleid

Op basis van de ambities voor de omgevingsvisie, de foto van de leefomgeving en de alternatievenbeoordeling in het OER, is de gemeente Zandvoort gekomen tot een voorkeursalternatief voor in de omgevingsvisie op te nemen nieuw beleid. Daarbij zijn elementen uit de drie onderzochte alternatieven samengevoegd tot één omvattend geheel van strategische en richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw omgevingsbeleid. Hierbij heeft de gemeente gekeken naar elementen/keuzes die zoveel mogelijk positief scoren in de alternatievenbeoordeling, en tegelijkertijd samengebracht kunnen worden in een integraal, samenhangend voorkeursalternatief. In bijlage A9 is een verantwoording opgenomen van de beleidsuitspraken die in de omgevingsvisie terecht zijn gekomen, wat de link met de onderzochte alternatieven is en waarom er voor is gekozen om het in de omgevingsvisie op te nemen. Dit in relatie tot de resultaten van de alternatievenbeoordeling. Een eerste versie van het nieuwe beleid is beoordeeld op effecten. De resultaten daarvan zijn in een tussentijdse notitie opgeleverd (zie bijlage A7). Op basis van deze tussentijdse notitie heeft de gemeente onderdelen van het beleid verduidelijkt, gewijzigd en aangescherpt. In bijlage A8 is opgenomen welke wijzigingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van de tussentijdse effectbeoordeling.

Vervolgens is een finale effectbeoordeling uitgevoerd, zoals opgenomen in dit hoofdstuk.

6.2

Voorgenomen nieuw beleid

Voor de effectbeoordeling van het voorgenomen nieuwe beleid is net als bij de alternatievenbeoordeling een selectie van te beoordelen beleidsuitspraken gemaakt op basis van de volgende criteria: • Het is nieuw beleid, het wordt nu nog niet gedaan; • Er kan een relatie gelegd worden met beoordelingsaspecten van het OER en daarmee relevante (ruimtelijke) milieueffecten op de leefomgeving; • Het is voldoende concreet om te kunnen beoordelen op kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. De effectbeoordeling is in aansluiting op de autonome ontwikkeling primair op 2030 gericht. Voor de uitspraken waarvan doorwerking/uitvoering na 2030 is voorzien, is een doorkijk naar 2040 gemaakt. In de onderstaande tabellen zijn de beoordeelde beleidsuitspraken opgenomen. Beleidsuitspraken waarvan doorwerking/uitvoering na 2030 is voorzien, zijn apart benoemd. De beleidsuitspraken in onderstaande tabellen zijn de verkorte uitspraken, de volledige uitspraken zijn opgenomen in bijlage A8. De beleidsuitspraken zijn visueel weergeven op die visiekaart in onderstaand Figuur 6-1.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

38

Tabel 6-1: Beleidsuitspraken 2030. Beleidsuitspraken 2030 1.

Ontwikkeling en versterking sportfuncties

2.

Doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort

3.

Versterken wandel- en fietsroutes

4.

Ontwikkeling cultureel aanbod

5.

Ontwikkeling ontmoetingsplekken

6.

Verbeteren openbare ruimte boulevard Paulus Loot

7.

Ontwikkelen multifunctioneel wijkcentrum Nieuw-Noord

8.

Versterken kleinschalige wijkeconomie

Tabel 6-2: Beleidsuitspraken 2040 Beleidsuitspraken 2040 1.

Uitbreiden economische toeristische activiteiten

2.

Ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen

3.

Vernieuwen bestaande bebouwing en ontwikkeling woningen

4.

Vergroenen van de openbare ruimte

5.

Vergroten waterbergingscapaciteit

6.

Duurzame energie Circuit Zandvoort

7.

Ontwikkeling parkeren 2040

8.

Ontwikkeling mobiliteitshubs en openbaar vervoer

9.

Ontwikkeling bedrijvigheid

10.

Realisatie HOV-verbinding

11.

Stimuleren emissieloos verkeer

12.

Verduurzaming bestaande bebouwing en opwek van energie

13.

Toegankelijk maken duinengebied van Waterleidingduinen

14.

Verbreden aanbod winkels, horeca en overnachtingsmogelijkheden

Voorgenomen onderzoek verbinding Nieuw-Noord en Zandvoortselaan/N201. In de omgevingsvisie is een voornemen opgenomen voor onderzoek naar de mogelijkheden voor het verbeteren van de verkeerskundige verbinding tussen Nieuw-Noord en de Zandvoortselaan. Het gaat om een verbetering die moet zorgen voor een betere ontsluiting van (bedrijventerrein) Nieuw-Noord, betere verkeersdoorstroming binnen de bebouwde en hulpdiensten een extra bypassroute bieden. Omdat niet duidelijk is of die verbeterde verbinding er komt en zo ja op welke manier, kan het nog niet beoordeeld worden op effecten. Gezien de relevantie van deze mogelijke ingreep voor de leefomgeving is er in dit OER wel een reflectie op gegeven, inclusief aandachtspunten voor het onderzoek.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

39

Figuur 6-1: Visuele weergave van de Omgevingsvisie Zandvoort 2040

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

40

6.3

Wijze van beoordeling

Elke uitspraak is op systematische wijze beoordeeld binnen het beoordelingskader, dat bestaat uit verschillende beoordelingsaspecten. Bij elk beoordelingsaspect is bepaald wat de gevolgen van de betreffende uitspraak kunnen zijn op dat aspect ten opzichte van de autonome ontwikkeling, gerelateerd aan de beoordelingscriteria zoals beschreven in de Foto van de leefomgeving. Het gaat daarbij om een kwalitatieve beoordeling op basis van expert-judgement in termen van kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Bij de beoordeling waren betrokken een m.e.r.-specialist, een milieuspecialist, een ecoloog en een mobiliteitsspecialist. De omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen het nieuwe beleid voor de lange termijn. De beoordeling van kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten is daarom ook op hoofdlijnen gedaan, waarvan de beoordelingskarakteristieken zijn opgenomen in onderstaande tabel. De mate waarin nieuw beleid daadwerkelijk positieve dan wel negatieve effecten oplevert, is afhankelijk van hoe het strategische beleid uit de omgevingsvisie wordt doorvertaald in vervolgbeleid of instrumenten en de sturingsfilosofie die de gemeente daarin voor ogen heeft. Met deze beoordeling is een totaalbeeld ontstaan van alle kansen en risico’s op positieve en negatieve effecten van het voorkeursalternatief ten opzichte van de autonome ontwikkeling.

Voor het gros van de beschouwde beleidsuitspraken geldt dat uitvoering dan wel doorwerking in de periode 2020-2030 verwacht wordt. Voor een aantal andere uitspraken geldt dat dat na 2030 verwacht wordt. Voor die uitspraken is aanvullend een beoordeling voor 2040 gedaan. Tabel 6-3: Beoordelingskarakteristieken alternatievenbeoordeling. Beoordeling +

Kans op positief effect

0/+

Kansen op positief effect, - in geringe mate

0/-

Kansen op negatief effect, - in geringe mate

-

Risico op negatief effect

+/-

Zowel kans op positief als risico op negatief effect

0

Geen effecten te verwachten

n.v.t.

12-5-2021

Toelichting

In geringe mate vanwege afhankelijkheid van derden, kleine geografische omvang, kleine effectomvang en/of betreft deel van beoordelingsaspect.

Geen relatie tussen uitspraak en beoordelingsaspect

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

41

6.4

Effecten van voorgenomen nieuw beleid

Hieronder beschrijven we op hoofdlijnen de resultaten van de effectbeoordeling. Het gaat om kansen op positieve effecten en risico’s negatieve effecten ten opzichte van de autonome ontwikkeling in 2030, en een doorkijk naar 2040. Belangrijk om te weten is dat de mate waarin positieve dan wel negatieve effecten zich in de praktijk voor zal doen afhankelijk is van de manier waarop het beleid na vaststelling van de omgevingsvisie verder wordt uitgewerkt in bijvoorbeeld omgevingsplan of programma’s. De in dit OER beschreven kansen en risico’s zijn gebaseerd op kwalitatieve expert-inschattingen, voor zover die nu op basis van de beleidsomschrijving in de omgevingsvisie gegeven kunnen worden. In bijlage A10 is de volledige effectbeoordeling per uitspraak en beoordelingsaspect opgenomen, in bijlage A11 de onderbouwing per beoordeling. Daarin zijn de beoordeling per uitspraak te zien en de bijbehorende onderbouwing. Op de volgende pagina zijn de effecten van het nieuwe beleid in het Rad van de leefomgeving geprojecteerd, in vergelijking met de huidige situatie en autonome ontwikkeling 2030. In de figuur is per beoordelingsaspect het effect van de beleidsuitspraken op de autonome ontwikkeling 2030 met pijlen weergeven. Dit effect kan zowel positief (groene pijlen) of negatief (rode pijlen) zijn ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Er is onderscheid gemaakt in twee soorten pijlen.

De kleine dunne pijl geeft kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten weer, waarbij het aantal geconstateerde kansen of risico’s kleiner is dan of gelijk is aan 1,5. De grote dikke pijl geeft kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten weer, waarbij het gecumuleerde aantal kansen of risico’s groter is dan 1,5.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

42

Figuur 6-2: Rad van de leefomgeving met de effecten van het beleid uit de Omgevingsvisie Zandvoort tot 2030

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

43

Resultaten van de effectbeoordeling in een notendop (2030) Impact gerelateerd aan beoordelingsthema’s: • In 2030 laat het nieuwe beleid in meerdere thema´s meer risico´s op negatieve effecten zien dan kansen op positieve effecten. Het gaat dan vooral om natuur en biodiversiteit en veiligheid, en in mindere mate om klimaat en bereikbaarheid. • Het nieuwe beleid laat ook grotere impact zien op ’gezondheid, met meerdere geconstateerde kansen en risico´s. • Voor wonen en voorzieningen, economie, sociale samenhang en cultuurhistorie en erfgoed zijn in beperkte mate kansen geconstateerd en geen risico’s. • Voor energie en grondstoffen zijn beperkte mate risico’s geconstateerd en geen kansen. . • Bij bodem en water zijn geen kansen en geen risico’s geconstateerd. Impact gerelateerd aan beleidsuitspraken: Grootste impact: de beleidsuitspraken ‘doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort’, ‘verbeteren openbare ruimte boulevard Paulus Loot’, ‘ontwikkeling cultureel aanbod’ en ‘versterken wandel- en fietsroutes’ hebben de grootste impact op de leefomgeving; daar zijn de meeste kansen op positieve en risico’s op negatieve effecten geconstateerd. In volgorde van aantal geconstateerde kansen en risico’s: o ‘Doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort’ laat de meeste risico’s zien (vooral gezondheid, veiligheid, klimaat en bereikbaarheid). Er is een enkele kans voorzien.

o ‘Verbeteren openbare ruimte boulevard Paulus Loot’ laat de meeste kansen zien (vooral gezondheid, natuur en biodiversiteit, klimaat en bereikbaarheid). Er zijn geen risico’s voorzien. o ‘Ontwikkeling cultureel aanbod’ laat meerdere risico’s zien, en duidelijk in mindere mate kansen. Risico’s hangen vooral samen met de thema’s gezondheid en bereikbaarheid, kansen met wonen en voorzieningen en cultuurhistorie en erfgoed. o ‘Versterken wandel- en fietsroutes’ laat meerdere kansen zien en geen risico’s. Die hangen voornamelijk samen met gezondheid en bereikbaarheid. • Voor ‘versterken kleinschalige wijkeconomie ’zijn meerdere risico’s geconstateerd, en in beperkte mate kansen. • Voor ‘ontwikkeling ontmoetingsplekken’ zijn enkele kansen op positieve effecten geconstateerd en geen risico’s. • Voor ‘ontwikkeling multifunctioneel wijkcentrum Nieuw-Noord is een enkele kans en risico voorzien. Effecten per thema Voor de thema’s gezondheid, bereikbaarheid en klimaat geldt dat er zowel kansen op positieve effecten als risico’s op negatieve effecten geconstateerd zijn. Voor gezondheid geldt dat aantal risico’s en kansen in evenwicht is. Voor bereikbaarheid en klimaat geldt dat er overwegend sprake is van meer risico’s dan kansen.

Beleidsuitspraken die daar vooral aan bijdragen zijn: • Gezondheid: beleidsuitspraken die met name kansen tot gevolg hebben zijn ‘versterken wandel- en fietsroutes’ en ‘verbeteren openbare ruimte boulevard Paulus Loot’. Deze uitspraken zijn gericht op het uitbreiden van en versterken van fiets- en voetgangersverbindingen. Het versterken van deze verbindingen kan leiden tot een toename in fietsgebruik of verplaatsingen per voet. Dit vormt een kans voor gezonde leefstijl en leefomgeving door een toevoeging van mogelijkheden voor beweging. Inzet op fiets- en wandelverbindingen kan tevens een alternatief vormen voor de auto. Aanvullend hierop is de ontmoediging van het autogebruik als gevolg van de herontwikkeling boulevard Paulus Loot waar ‘auto te gast’ leidend wordt. Dit leidt tot positieve effecten voor geluidhinder en luchtkwaliteit. De uitspraken ‘ontwikkeling en versterking sportfuncties’ en ‘ontwikkeling ontmoetingsplekken’ vormen een kans voor beoordelingsaspect gezonde leefstijl en leefomgeving door toevoeging van sportfaciliteiten in de openbare ruimte en aan de kust. Risico’s op negatieve effecten binnen het thema gezondheid hangen samen met de beleidsuitspraken

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

44

•

•

gericht op ‘ontwikkeling en versterking sportfuncties’, ‘doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort’, ‘ontwikkeling cultureel aanbod’ en ‘versterking kleinschalige wijkeconomie’. Gemene deler in deze uitspraken is de verkeersaantrekkende werking als gevolg van dit beleid. Dit kan verslechtering van de luchtkwaliteit en toename van geluidhinder tot gevolg hebben. Bereikbaarheid: kansen op positieve effecten doen zich met name voor bij de beleidsuitspraken ‘versterken wandel- en fietsroutes’ en ‘verbeteren openbare ruimte boulevard Paulus Loot’. Kansen zijn voornamelijk voorzien voor de beoordelingsaspecten fiets en duurzame en slimme mobiliteit door inzet op verbetering van de kwaliteit van de infrastructuur en de toename van de modal split fiets. Aanvullend zijn er kansen voorzien voor de aspecten autobereikbaarheid en parkeren. Als gevolg van ‘auto te gast’ op de boulevard Paulus Loot wordt autogebruik ontmoedigd en kan de parkeerdruk tijdens piekdagen verminderen. Risico’s zijn voorzien voor de beleidsuitspraken ‘ontwikkeling en versterking sportfuncties’ ‘doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort’ en ‘ontwikkeling cultureel aanbod’. Dit komt door de verkeersaantrekkende werking die deze uitspraken hebben. Als gevolg hiervan kan de verkeersdruk tijdens piekdagen en de parkeerdruk toenemen.

Klimaat: de beleidsuitspraken ‘ontwikkeling ontmoetingsplekken’ en ‘verbeteren openbare ruimte boulevard Paulus Loot’ zetten in op vergroening van de openbare ruimte. Dit biedt kansen op vermindering van hittestress en wateroverlast. De ontmoediging van het autogebruik op de boulevard Paulus Loot kan daarnaast leiden tot een vermindering in de uitstoot van broeikasgassen. Risico’s hangen met name samen met de doorontwikkeling van Circuitpark Zandvoort waarbij er sprake is van een uitbreiding in functies. Daarmee bestaat het risico op een toename in verhard oppervlakte. Daarmee kan hittestress en wateroverlast in dat gebied toenemen. De verkeersaantrekkende werking als gevolg van de doorontwikkeling van Circuitpark Zandvoort vormt daarnaast een risico voor een toename in de uitstoot van broeikasgassen. Dit geldt ook voor de beleidsuitspraken ‘ontwikkeling en versterking sportfuncties’, ‘ontwikkeling cultureel aanbod’ en ‘versterken kleinschalige wijkeconomie’.

De thema’s natuur en biodiversiteit en veiligheid laten relatief veel risico’s op negatieve effecten zien in verhouding tot het aantal kansen op positieve effecten. • Natuur en biodiversiteit: risico’s hangen met name samen met het beoordelingsaspect beschermde natuurgebieden. Doordat Zandvoort ontsloten is door Natura 2000-gebieden zijn er al gauw risico’s op negatieve effecten in Natura 2000 (zie ook hoofdstuk 7 voor de passende beoordeling). Dat hangt vooral samen met verkeersaantrekkende werking van uitspraken gericht op de ontwikkeling en versterking van sportfuncties, de doorontwikkeling van Circuitpark Zandvoort en ontwikkeling cultureel aanbod. Verkeersaantrekkende werking geeft risico op toename van stikstofdepositie in Natura 2000. De uitspraak gericht op de ontwikkeling van de openbare ruimte boulevard Paulus Loot geeft kans op minder autogebruik door het instellen van een ‘auto te gast’ zone, en daarmee een kans op minder stikstofuitstoot. Daarnaast vormt deze uitspraak door vergroening van de openbare ruimte een kans voor het versterken van leefgebieden van beschermde soorten. Daarentegen vormt de uitspraak gericht op de ontwikkeling en versterking van sportfuncties een risico op verstoring van leefgebieden van beschermde soorten in het kustgebied. • Veiligheid: risico’s binnen het thema veiligheid zijn met name gerelateerd aan het aspect verkeersveiligheid.

Dit komt vooral door verkeersaantrekkende werking van uitspraken gericht op de ontwikkeling en versterking van sportfuncties, de doorontwikkeling van Circuitpark Zandvoort, de ontwikkeling cultureel aanbod en het versterken van kleinschalige wijkeconomie. Daarentegen vormen de uitspraken gericht op het versterken van fiets- en wandelroutes en het verbeteren van de openbare ruimte boulevard Paulus Loot een kans op verbetering van de verkeersveiligheid. Dit doordat deze uitspraken autogebruik ontmoedigen of een alternatief vormen voor autogebruik. Tenslotte vormt de doorontwikkeling van Circuitpark Zandvoort een risico ten aanzien van externe veiligheid. Dit komt met name door de N200 gelegen naast het Circuitpark Zandvoort. Deze route is een aangewezen transportroute voor gevaarlijke stoffen (propaan). Door een toename in

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

45

•

•

•

6.5

gebruikers van het Circuitpark Zandvoort als gevolg van de doorontwikkeling neemt het groepsrisico toe. De thema’s wonen en voorzieningen, economie, sociale samenhang en cultuurhistorie, erfgoed en archeologie laten in beperkte mate kansen op positieve effecten zien en geen risico’s. Voor wonen en voorzieningen hangt dit samen met de uitbreiding van voorzieningen bij de uitspraken gericht op ontwikkeling cultureel aanbod en ontwikkeling multifunctioneel wijkcentrum Nieuw-Noord. De doorontwikkeling van Circuitpark Zandvoort en de versterking van de kleinschalige wijkeconomie vormen een kans op een toename in aantal banen en daarmee een verbetering van de werkgelegenheid. De versterking van de kleinschalige wijkeconomie zet in op de vergroting van de arbeidsparticipatie door de ontwikkeling van economische activiteiten voor werklozen. Hiermee heeft dit een positief effect op de maatschappelijke deelname onder het thema sociale samenhang. Tenslotte vormt de ontwikkeling van cultureel aanbod een kans op toename van beleving van cultuurhistorie en erfgoed. Naast bovenstaande thema’s laat het thema energie en grondstoffen enkele risico’s zien, en geen kansen. Deze risico’s hangen samen met uitbreiding in voorzieningen en economische activiteiten wat resulteert in een toename in energieverbruik en hoeveelheid afval (circulariteit).

Deze uitbreiding in economische activiteiten hangt samen met de doorontwikkeling van Circuitpark Zandvoort en de versterking van de kleinschalige wijkeconomie. Bij bodem en water zijn geen kansen en risico’s geconstateerd.

Doorkijk naar 2040

Het gros van het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie wordt na 2030 verwacht. De doorkijk naar potentiële effecten daarvan in 2040 laat zien dat ook dan sprake is van meer risico’s dan kansen binnen de thema’s biodiversiteit en veiligheid. Binnen klimaat, gezondheid, bereikbaarheid en energie en grondstoffen is ook sprake van meerdere risico´s, maar daar staan ook meerdere kansen tegenover. Impact gerelateerd aan beleidsuitspraken: Grootste impact: de beleidsuitspraken ‘uitbreiding economische toeristische activiteiten’, ‘vernieuwen bestaande bebouwing en ontwikkeling woningen’, ‘ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen’ en ‘ontwikkeling mobiliteitshubs en openbaar vervoer’ laten de meeste kansen en risico´s zien. In volgorde van aantal geconstateerde kansen en risico’s: • ‘Uitbreiding economische toeristische activiteiten’ laat de meeste risico’s zien (vooral op de thema’s gezondheid, veiligheid, natuur en biodiversiteit, cultuurhistorie, erfgoed en archeologie, klimaat en bereikbaarheid). Naast risico’s wordt er een enkele kans voorzien. • ‘Vernieuwen bestaande bebouwing en ontwikkeling woningen’ laat meer risico’s dan kansen zien waarbij er overwegend sprake is van risico’s. Risico’s hangen vooral samen met de thema’s gezondheid, veiligheid en klimaat. Kansen hangen worden voorzien voor de thema’s wonen en voorzieningen en klimaat.

• ‘Ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen’ laat meerdere risico’s zien (vooral op de thema’s gezondheid, natuur en biodiversiteit en klimaat) en duidelijk minder kansen (voor wonen en voorzieningen en economie). • ‘Ontwikkeling mobiliteitshubs en openbaar vervoer’ laat de meeste kansen zien (vooral op de thema’s gezondheid en bereikbaarheid), en enkele risico’s. • Voor de beleidsuitspraken ‘verbreden aanbod winkels, horeca, overnachtingsmogelijkheden’ ‘ontwikkeling bedrijvigheid’, ‘ontwikkeling parkeren 2040’ zijn zowel kansen als risico’s geconstateerd, waarbij er meer risico’s dan kansen voorzien zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10176055/2