CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Zandvoort 2040

Raadscommissie 8 juni 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Vrijgeven ontwerp-omgevingsvisie voor de inspraak36.942 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

RAPPORT Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Zandvoort 2040

Klant:

Gemeente Zandvoort

Referentie: BH3406TPRP2104161327 Status:

Definitief/02

Datum:

12-5-2021

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Netherlands Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie Zandvoort 2040 Ondertitel: OER Omgevingsvisie Zandvoort 2040 Referentie: BH3406TPRP2104161327 Status: 02/Definitief Datum: 12-5-2021 Projectnaam: OER Zandvoort Projectnummer: BH3406 Auteur(s): Hanneke Koedijk, Ingrid Welles, Tijmen van de Poll

Opgesteld door: Tijmen van de Poll Gecontroleerd door: Veronique Maronier

Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V. en dient voor publicatie of anderszins openbaar maken te worden geanonimiseerd. 12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

2

Samenvatting Omgevingsvisie Zandvoort 2040 De gemeente Zandvoort werkt aan de vernieuwing van haar omgevingsbeleid. Het deel van het omgevingsbeleid dat beschrijft hoe de fysieke leefomgeving in Zandvoort zich op de langere termijn ontwikkelt en wat de gemeente daar op hoofdlijnen aan wil doen, is de omgevingsvisie. Met de omgevingsvisie bereidt de gemeente Zandvoort zich voor op de invoering van de Omgevingswet (verwacht in 2022). In de Omgevingswet is de omgevingsvisie hét instrument om samenhang in het beleid voor de fysieke leefomgeving aan te brengen. De omgevingsvisie is een strategische beleidsvisie waarin opgaven en ambities voor de leefomgeving zijn opgenomen voor de lange termijn (2040) en richtinggevende keuzes op hoofdlijnen waarmee de gemeente invulling wil geven aan het behalen van de ambities. Verdere uitwerking van die keuzes vindt na vaststelling van de omgevingsvisie plaats in instrumenten zoals bijvoorbeeld het omgevingsplan en programma’s. Het OER bij de omgevingsvisie Het Omgevingsrapport (OER) levert de informatie die nodig is voor een zorgvuldig besluit over de omgevingsvisie, waarbij alle relevante belangen (waaronder die van de leefomgeving) zijn meegewogen. Daarnaast beschrijft en verantwoordt het OER de resultaten van dit proces. Het OER is opgesteld op basis van de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.).

De omgevingsvisie beschrijft het beleid, wat de ambities zijn en wat de gemeente op hoofdlijnen gaat doen. Het OER beschrijft de kwaliteiten van de leefomgeving, de gevolgen van het beleid op de leefomgeving en of het beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. De interactie tussen beide bestond uit regelmatige wederzijdse terugkoppeling tussen de beleidsontwikkeling aan de ene kant (omgevingsvisie) en de gevolgen ervan voor de leefomgeving aan de andere kant (m.e.r.). Op deze manier is de m.e.r. gebruikt om beleid aan te scherpen en om beleidskeuzes te maken en aan te scherpen. In het OER zijn de kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de Omgevingsvisie in beeld gebracht aan de hand van een beoordelingskader met beoordelingsaspecten. Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet, met een indeling naar ‘people, planet, profit’. Voorbeelden van beoordelingsaspecten zijn gezonde leefstijl en leefomgeving, woningaanbod en behoefte, maatschappelijke deelname, wateroverlast, hitte, broeikasgassen, beschermde natuurgebieden, cultuurhistorie en erfgoed, duurzame energieopwekking en duurzame en slimme mobiliteit. Omdat het in de omgevingsvisie om hoofdlijnen van beleid gaat, is in het OER aansluitend daarop ook op hoofdlijnen beoordeeld wat de effecten zijn - in termen van kansen en risico’s.

Dat is gedaan op basis van deskundigenoordeel, ook wel ‘expert-judgement’ genoemd. Alternatieven voor nieuw beleid en het uiteindelijk gekozen nieuwe beleid zijn beoordeeld op basis van beleidsuitspraken. Het gaat om uitspraken die nieuw beleid betreffen, een relatie hebben met beoordelingsaspecten van het OER en voldoende concreet zijn om te kunnen beoordelen op kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. De beleidsuitspraken zijn op systematische wijze langs het beoordelingskader gehaald. Bij elk beoordelingsaspect is bepaald wat de gevolgen van de betreffende uitspraak kunnen zijn op dat aspect, gerelateerd aan de beoordelingscriteria. Vervolgens is bepaald in hoeverre het nieuwe beleid bij kan dragen aan het behalen van ambities en in hoeverre het beleid consistent is. Als onderdeel van het OER is een passende beoordeling uitgevoerd naar de mogelijke effecten van het nieuwe beleid in Natura 2000-gebieden.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

3

De stand van de Zandvoortse leefomgeving In de Foto van de leefomgeving zijn de huidige situatie en autonome ontwikkeling tot 2030 beschreven voor de beoordelingsaspecten zoals opgenomen in het beoordelingskader, met een doorkijk naar 2040. Het is opgesteld op basis van de best beschikbare actuele informatie, data en toekomstprognoses. Het laat zien hoe de Zandvoortse leefomgeving er nu en bij ongewijzigd beleid in de toekomst voor staat. De huidige situatie en de autonome ontwikkeling vormen samen de referentiesituatie voor dit OER. De beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkeling is in samengevatte vorm weergeven in het ‘Rad van de leefomgeving’, in de vorm van gemeentebrede kwaliteitsniveaus hoe de leefomgeving er voor staat. De kwaliteitsniveaus zijn ingevuld op basis van navolgbare en reproduceerbare schaallatten, op basis van referentiewaarden en beschikbare informatiebronnen. Met het Rad van de leefomgeving is een integraal beeld ontstaan van waar de leefomgeving gemeentebreed op orde is, waar er problemen en knelpunten optreden en wat de autonome trends daarin zijn. De huidige staat van de fysieke leefomgeving laat een wisselend beeld zien. Vooral qua gezonde leefstijl en leefomgeving en externe veiligheid staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (beoordeeld met kwaliteitsniveau ‘groen’).

Leefomgevingsaspecten met een beoordeling met kwaliteitsniveau (‘rood’) zijn maatschappelijke deelname, woningaanbod en behoefte, grondwater, cultuurhistorie en erfgoed, beschermde natuurgebieden, energieverbruik, duurzame energieopwekking, droogte en broeikasgassen. Daar is overwegend sprake van problemen en knelpunten. De autonome ontwikkeling laat wisselende trends zien in de kwaliteit van de leefomgeving. De leefomgevingsaspecten cultuurhistorie en erfgoed en droogte laten autonoom een negatieve trend zien waar in de huidige situatie de kwaliteit al tekortschiet (‘rood’). Bij maatschappelijke deelname, woningaanbod en behoefte en broeikasgassen is ook in 2030 nog sprake van een tekortschietend kwaliteitsniveau, naar verwachting op hetzelfde niveau als in de huidige situatie. Bezien vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving liggen bij deze aspecten belangrijke opgaven voor de Omgevingsvisie. Voor het leefomgevingsaspecten grondwater, energieverbruik en duurzame opwekking geldt dat er sprake is van een positieve autonome trend maar dat deze niet voldoende is om uit kwaliteitsniveau ‘rood’ te komen. Dat betekent dat ook hier opgaven liggen voor de Omgevingsvisie.

Negatieve trends binnen kwaliteitsniveau ‘oranje’ zijn zichtbaar voor leefomgevingsaspecten geluidhinder, verkeersveiligheid, archeologie, hitte, wateroverlast, autobereikbaarheid, parkeren en openbaar vervoer. Ook hier liggen opgaven voor de Omgevingsvisie. Het leefomgevingsaspect beschermde natuurgebieden laat autonoom een verbetering zien van kwaliteitsniveau ‘rood’ naar ‘oranje’. Positieve trends binnen oranje zijn er bij de leefomgevingsaspecten luchtkwaliteit, sociale veiligheid, fiets en duurzame en slimme mobiliteit. Voor de aspecten voorzieningenaanbod en behoefte, beschermde soorten en werkgelegenheid en opleidingsniveau geldt dat er autonoom geen verbetering of verslechtering waarneembaar is ten opzichte van de huidige situatie. Het kwaliteitsniveau blijft hier ‘oranje’. Het leefomgevingsaspect waar de kwaliteit in de huidige situatie goed is (‘groen’) en bij autonome ontwikkeling verder verbetert is gezonde leefstijl en leefomgeving. Voor het leefomgevingsaspect voorzieningenaanbod en behoefte geldt dat deze autonoom gelijk blijven aan de huidige situatie binnen kwaliteitsniveau ‘groen’. Tenslotte geldt voor leefomgevingsaspect bodemkwaliteit dat er sprake is van een autonome verbetering van kwaliteitsniveau ‘oranje’ naar ‘groen’.

Voor de aspecten circulariteit en economische diversiteit was onvoldoende specifieke gemeentelijke informatie beschikbaar voor het toekennen van kwaliteitsniveaus conform de systematiek van het Rad van de leefomgeving. De beschrijving en beoordeling van circulariteit en economische diversiteit is daarom algemener van aard dan bij de overige aspecten.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

4

Wat betreft circulatiteit is de Zandvoortse economie nog vooral lineair van karakter, op basis van het huidige beleid is het niet te verwachten dat de economie in 2030/2040 substantieel meer circulair zal zijn. Qua economisch diversiteit wordt de Zandvoortse economie sterk bepaald door toerisme en recreatie. Op basis van het huidige beleid is het niet te verwachten dat dat in 2030/2040 substantieel anders, diverser zal zijn. Alternatieven voor nieuw omgevingsbeleid en de effecten daarvan Vanuit de huidige staat van Zandvoort, de trends en ontwikkelingen die op Zandvoort afkomen, de Foto van de leefomgeving en de van daaruit tot stand gekomen opgaven heeft de gemeente Zandvoort drie toekomstperspectieven opgesteld. Met de perspectieven heeft de gemeente verschillende manieren uitgewerkt om met de opgaven om te gaan. Daarbij is de insteek geweest per perspectief een integraal en samenhangend beeld, met onderling verschillende ontwikkelrichtingen en verschillende toekomstbeelden. De opgestelde perspectieven zijn: • ‘Zandvoort Durft!’, motto: wij tonen lef met de focus op verbreding met circuit, evenementen en durfsport; • ‘Zandvoort Zorgt!’, motto: wij zorgen voor elkaar met de focus op verbreding in zorg, wellness en gezondheid; • ‘Zandvoort Leeft!’, motto: wij leven samen in verbinding met de focus op verbreding in cultuur en verbindingen.

In het OER zijn bovenstaande perspectieven beoordeeld als alternatieven. Uit de alternatievenbeoordeling volgt dat de alternatieven de meeste impact hebben binnen de laag ‘planet’, en dat het aantal risico’s daar in alle alternatieven groter is dan het aantal kansen. Dat maakt ook dat het totaal aantal geconstateerde risico’s in elk alternatief groter is dan het totaal aantal geconstateerde kansen. Dat laat zien dat er opgaven liggen om risico’s op negatieve effecten weg te nemen of te verminderen. Dat het aantal kansen binnen planet gering is laat zien dat door ook opgaven liggen om de leefomgeving te verbeteren. De risico’s hangen veelal samen met het mogelijk maken van nieuwe ontwikkelingen die risico’s met zich brengen op beoordelingsaspecten binnen de laag ‘planet’. Bijvoorbeeld het realiseren van ontwikkelingen op het strand of in de duinen. Dat geeft risico’s op verstorende effecten in de natuur. Ook het mogelijk maken van ontwikkeling van andere van functies, zoals woningen en voorzieningen aanleg van infrastructurele verbindingen (fietspaden en lightrail) brengen risico’s op negatieve effecten met zich mee. Op het vlak van ‘people’ laten de alternatieven Zandvoort Durft en Zandvoort Zorgt beiden meer kansen zien op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten.

Voor Zandvoort Leeft geldt dat het aantal kansen op positieve effecten en het aantal risico’s op negatieve effecten gelijk is aan elkaar. Kansen op positieve effecten hangen binnen ‘people’ met name samen met beleidsuitspraken gericht op minder ruimte voor de auto en het bieden van alternatieven daarvoor. Voorbeelden van beleidsuitspraken daarbij zijn het parkeren aan de rand van Zandvoort, het realiseren van wandel- en fietsroutes, inzetten op duurzame vormen van vervoer (elektrisch en openbaar vervoer) en het reduceren van ruimte voor de auto in het centrum. Deze beleidsuitspraken laten met name kansen zien op de beoordelingsaspecten luchtkwaliteit, geluidhinder en verkeersveiligheid. Op het vlak van ‘profit’ zijn is er bij alle drie de alternatieven sprake van enkel kansen op positieve effecten. Op dit vlak onderscheiden de alternatieven zich het minst ten opzichte van de autonome ontwikkeling Zandvoort Durft! ‘Zandvoort Durft’ onderscheidt zich ten opzichte van de autonome ontwikkeling het meest qua risico’s op negatieve effecten op beschermde soorten, beschermde natuurgebieden, hitte en wateroverlast. Ook op het vlak van luchtkwaliteit, geluidhinder en verkeersveiligheid zijn risico’s op negatieve effecten geconstateerd. Voor die aspecten geldt dat daar ook kansen tegenover staan, in aantal vergelijkbaar of wat

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

5

meer dan de risico’s. Voor het beoordelingsaspect gezonde leefstijl en leefomgeving laat Zandvoort Durft kansen op positieve effecten zien. Zandvoort Zorgt! ‘Zandvoort Zorgt’ onderscheidt zich net als Zandvoort Durft het meest qua risico’s op negatieve effecten bij beschermde soorten en beschermde natuurgebieden. Voor energieverbruik, hitte en wateroverlast geldt dat er overwegend sprake is van risico’s op negatieve effecten. Voor de aspecten luchtkwaliteit, geluidhinder en verkeersveiligheid geldt dat er sprake is van een aantal risico’s op negatieve effecten, maar daarnaast ook kansen op positieve effecten. Qua kansen op positieve effecten onderscheidt Zandvoort Zorgt zich het meest op werkgelegenheid en opleidingsniveau, zowel ten opzichte van de autonome ontwikkeling als ten opzichte van de andere twee alternatieven. Voor gezonde leefstijl en leefomgeving laat Zandvoort Zorgt enkel kansen op positieve effecten zien, vergelijkbaar met Zandvoort Durft. Tenslotte zijn bij voorzieningenaanbod en behoefte en duurzame en slimme mobiliteit een aantal kansen op positieve effecten geconstateerd. Zandvoort Leeft! Zandvoort Leeft onderscheidt zich minder dan de andere twee alternatieven. De meeste risico’s op negatieve effecten zijn geconstateerd bij beschermde soorten en beschermde natuurgebieden, zij het minder dan in de andere alternatieven.

Daarnaast is er overwegend sprake van risico’s op negatieve effecten binnen luchtkwaliteit, geluidhinder en verkeersveiligheid. Voor hitte en wateroverlast en deels ook voor energieverbruik laat Zandvoort Leeft duidelijk minder risico’s op negatieve effecten zien dan de andere twee alternatieven. Tegelijk biedt het ook beperkt kansen op positieve effecten. Voor gezonde leefstijl en leefomgeving en duurzame en slimme mobiliteit laat Zandvoort Leeft een aantal kansen op positieve effecten zien.

Figuur 0-1: Cumulatieve scores van de alternatieven, onderscheiden naar People, Planet en Profit.

Het gekozen nieuwe beleid en de effecten daarvan Op basis van alternatievenbeoordeling is de gemeente Zandvoort gekomen tot een voorkeursalternatief voor in de omgevingsvisie op te nemen nieuw beleid. Daarbij zijn elementen uit de drie alternatieven samengevoegd tot één omvattend geheel van strategische, richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw omgevingsbeleid. Hierbij heeft de gemeente gekeken naar elementen/keuzes die zoveel mogelijk positief

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

6

scoren in de alternatievenbeoordeling, bijgedragen kan worden aan het halen van ambities en keuzes elkaar zoveel mogelijk versterken tot een integraal, samenhangend geheel. Een eerste versie van het nieuwe beleid is beoordeeld op effecten. De resultaten daarvan zijn in een tussentijdse notitie opgeleverd. Op basis van deze tussentijdse beoordeling heeft de gemeente onderdelen van het beleid verduidelijkt, gewijzigd en aangescherpt. Vervolgens is een finale effectbeoordeling uitgevoerd. De resultaten van beoordeling zijn in samengevatte vorm in het Rad van de leefomgeving opgenomen. Effecten van beleid tot 2030 Impact gerelateerd aan beoordelingsthema’s: • In 2030 laat het nieuwe beleid in meerdere thema´s meer risico´s op negatieve effecten zien dan kansen op positieve effecten. Het gaat dan vooral om natuur en biodiversiteit en veiligheid, en in mindere mate om klimaat en bereikbaarheid. • Het nieuwe beleid laat ook grotere impact zien op ’gezondheid, met meerdere geconstateerde kansen en risico´s. • Voor wonen en voorzieningen, economie, sociale samenhang en cultuurhistorie en erfgoed zijn in beperkte mate kansen geconstateerd en geen risico’s. • Voor energie en grondstoffen zijn in beperkte mate risico’s geconstateerd en geen kansen. . • Bij bodem en water zijn geen kansen en geen risico’s geconstateerd.

Impact gerelateerd aan beleidsuitspraken: Grootste impact: de beleidsuitspraken ‘doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort’, ‘verbeteren openbare ruimte boulevard Paulus Loot’, ‘ontwikkeling cultureel aanbod’ en ‘versterken wandel- en fietsroutes’ hebben de grootste impact op de leefomgeving; daar zijn de meeste kansen op positieve en risico’s op negatieve effecten geconstateerd. In volgorde van aantal geconstateerde kansen en risico’s: • ‘Doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort’ laat de meeste risico’s zien (vooral gezondheid, veiligheid, klimaat en bereikbaarheid). Er is een enkele kans voorzien. In het OER zijn adviezen opgenomen om geconstateerde risico´s vanwege nieuw beleid te beperken en leefomgevingskwaliteiten te verbeteren. • ‘Verbeteren openbare ruimte boulevard Paulus Loot’ laat de meeste kansen zien (vooral gezondheid, natuur en biodiversiteit, klimaat en bereikbaarheid). Er zijn geen risico’s voorzien. • ‘Ontwikkeling cultureel aanbod’ laat meerdere risico’s zien, en duidelijk in mindere mate kansen. Risico’s hangen vooral samen met de thema’s gezondheid en bereikbaarheid, kansen met wonen en voorzieningen en cultuurhistorie en erfgoed. • ‘Versterken wandel- en fietsroutes’ laat meerdere kansen zien en geen risico’s. Die hangen voornamelijk samen met gezondheid en bereikbaarheid.

• Voor ‘versterken kleinschalige wijkeconomie ’zijn meerdere risico’s geconstateerd, en in beperkte mate kansen. • Voor ‘ontwikkeling ontmoetingsplekken’ zijn enkele kansen op positieve effecten geconstateerd en geen risico’s. • Voor ‘ontwikkeling multifunctioneel wijkcentrum Nieuw-Noord is een enkele kans en risico voorzien.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

7

Figuur 0-2: Rad van de leefomgeving met de effecten van het beleid uit de Omgevingsvisie Zandvoort tot 2030

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

8

Effecten van beleid na 2030 Het gros van het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie wordt na 2030 verwacht. De doorkijk naar potentiële effecten daarvan in 2040 laat zien dat ook dan sprake is van meer risico’s dan kansen binnen de thema’s biodiversiteit en veiligheid. Binnen klimaat, gezondheid, bereikbaarheid en energie en grondstoffen is ook sprake van meerdere risico´s, maar daar staan ook kansen tegenover. Impact gerelateerd aan beleidsuitspraken: Grootste impact: de beleidsuitspraken ‘uitbreiding economische toeristische activiteiten’, ‘vernieuwen bestaande bebouwing en ontwikkeling woningen’, ‘ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen’ en ‘ontwikkeling mobiliteitshubs en openbaar vervoer’ laten de meeste kansen en risico´s zien. In volgorde van aantal geconstateerde kansen en risico’s: • ‘Uitbreiding economische toeristische activiteiten’ laat de meeste risico’s zien (vooral op de thema’s gezondheid, veiligheid, natuur en biodiversiteit, cultuurhistorie, erfgoed en archeologie, klimaat en bereikbaarheid). Naast risico’s wordt er een enkele kans voorzien. • ‘Vernieuwen bestaande bebouwing en ontwikkeling woningen’ laat meer risico’s dan kansen zien. Risico’s hangen vooral samen met de thema’s gezondheid, veiligheid en klimaat. Kansen worden voorzien voor de thema’s wonen en voorzieningen en klimaat.

• ‘Ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen’ laat meerdere risico’s zien (vooral op de thema’s gezondheid, natuur en biodiversiteit en klimaat) en duidelijk minder kansen (voor wonen en voorzieningen en economie). • ‘Ontwikkeling mobiliteitshubs en openbaar vervoer’ laat de meeste kansen zien (vooral op de thema’s gezondheid en bereikbaarheid), en enkele risico’s. • Voor de beleidsuitspraken ‘verbreden aanbod winkels, horeca, overnachtingsmogelijkheden’ ‘ontwikkeling bedrijvigheid’, ‘ontwikkeling parkeren 2040’ zijn zowel kansen als risico’s geconstateerd, waarbij er meer risico’s dan kansen voorzien zijn. • Voor de beleidsuitspraken ‘realisatie HOV-verbinding’, ‘verduurzamen bestaande bebouwing en opwek van energie’ en ‘stimuleren emissieloos verkeer’ zijn zowel kansen als risico’s geconstateerd, waarbij er meer kansen dan risico’s voorzien zijn. • Voor de beleidsuitspraken ‘vergroten waterbergingscapaciteit’, ‘vergroenen van de openbare ruimte’ en ‘duurzame energie Circuit Zandvoort’ zijn enkel kansen op positieve effecten geconstateerd. • Voor de beleidsuitspraak ‘toegankelijk maken duinengebied en Waterleidingsduinen’ zijn een minimaal aantal kansen en risico’s voorzien, deze zijn grotendeels in evenwicht.

Wat betreft circulariteit is in de omgevingsvisie voor nieuwe ontwikkelingen aangegeven dat ingezet wordt op circulair bouwen en gebouwengebruik (duurzame energie). Dit biedt kansen op efficiënter en/of minder gebruik van grondstoffen. Daarnaast is er nieuw beleid gericht op hernieuwbare, schone energie, wat qua grondstoffeneffiency gunstiger is dan energie uit fossiele grondstoffen. Dat biedt kansen op positieve effecten op het vlak van circulariteit. Verschillende beleidsuitspraken resulteren in een toename in evenementen en bebouwing, zowel qua voorzieningen als woningen en bedrijvigheid. Daarbij bestaat het risico op meer grondstoffengebruik en toename van restafval. Qua economische diversiteit biedt de omgevingsvisie kansen op vergroting van economische activiteit buiten toerisme en recreatie. Tegelijk geeft het ook ruimte aan nieuwe activiteiten die gericht of gerelateerd zijn aan toerisme en recreatie, die wel minder seizoensgebonden zijn. Dat maakt dat een diversere economie mogelijk is, maar een substantieel diversere economie is niet aannemelijk.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

9

Effecten in Natura 2000-gebieden Omdat het op voorhand niet is uitgesloten dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie een (significant) negatief effect veroorzaakt op de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden is een passende beoordeling opgesteld op grond van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de Natura 2000gebieden Kennemerland-Zuid, Polder Westzaan en Noordhollands Duinreservaat. Het doel van de passende beoordeling is het in beeld brengen: a. van de risico’s op het optreden van (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie Zandvoort 2040 en b. met welke maatregelen geconstateerde risico’s voorkomen of beperkt kunnen worden. In de passende beoordeling is naar verschillende storingsfactoren gekeken, zoals effecten van stikstofdepositie, ruimtebeslag, effecten als gevolg van hydrologische veranderingen (bijvoorbeeld verdroging of vernatting) of verstoring door geluid of optische verstoring. Het gaat hierbij om effecten in de gebruiksfase. Effecten als gevolg van de aanlegfase worden in deze passende beoordeling niet meegenomen omdat op basis van het strategische karakter onvoldoende duidelijk is op welke wijze de beleidsuitspraken worden uitgewerkt.

Uit de passende beoordeling volgt dat verschillende beleidsuitspraken van de Omgevingsvisie Zandvoort kunnen leiden tot risico’s op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. Het gaat met name om negatieve effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie. Aangezien stikstofdepositie een groot knelpunt is in alle omliggende Natura 2000-gebieden en een kleine toename al een significant negatief effect kan veroorzaken, is cumulatie met betrekking tot stikstofdepositie een belangrijk aandachtspunt. Met name voor het aangrenzende Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. De beleidsuitspraken versterken elkaar in negatieve zin waardoor er in cumulatie een groot risico bestaat op een significant negatief effect. Dat hangt vooral samen met verkeersaantrekkende werking vanwege nieuwe ontwikkelingen. Saldering is een mogelijkheid om negatieve effecten weg te nemen. Wanneer interne saldering te weinig ruimte biedt, kan er ook gekeken worden naar externe saldering, waarbij externe stikstofbronnen worden opgeheven. Dit kan een lastige opgave zijn omdat er weinig agrarische bedrijven in de omgeving aanwezig zijn en saldering eerder gezocht moet worden in andere bedrijvigheid.

De gemeente Zandvoort heeft in haar Omgevingsvisie ook beleidsuitspraken die leiden tot een afname van stikstofdepositie zoals maatregelen die het gebruik van openbaar vervoer en langzaam verkeer (fiets, wandelen) bevorderen. Het is de vraag of deze stikstof reducerende maatregelen voldoende zijn om de stikstoftoename van andere beleidsuitspraken te compenseren, waardoor een cumulatief effect niet is uit te sluiten. Autonome trend is dat wegverkeer steeds minder stikstof uitstoot, bijvoorbeeld door opkomst van elektrische voertuigen. Niettemin kan verwacht worden dat in 2030 en 2040 nog een substantieel deel van het verkeer op fossiele brandstoffen rijdt. Door verder in te zetten op vermindering van autogebruik (strengere parkeernormen, uitbreiding ´auto te gast´) en stimulering van emissieloos verkeer (bijvoorbeeld door middel van het instellen van emissieloze zones en/of inzet op emissieloos shuttleverkeer vanaf P+R aan de rand van Zandvoort) kan uitstoot van stikstof verminderd worden. Dat vergroot de kans op de uitvoerbaarheid van het nieuwe beleid in de omgevingsvisie. In het geval van de nieuwe HOV-verbinding zal bij de verdere uitwerking het ontwerp zo ingericht moeten worden dat het ruimtebeslag binnen habitattypen en leefgebieden wordt voorkomen. Als dit niet mogelijk is, blijft er een groot risico op een significant negatief effect bestaan.

Het is de vraag of een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming verleend kan worden en dit beleid uitvoerbaar is.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

10

Consistentie in het nieuwe beleid De Omgevingsvisie Zandvoort 2040 schetst een samenhangend, integraal beeld van de Zandvoortse leefomgeving, de opgaven die er liggen, de ambities die de gemeente wil behalen die en wat de gemeente aan nieuw beleid voorneemt om die ambities te behalen. Omdat het om een samenhangend, integraal beeld gaat is van belang dat het voorgenomen beleid voldoende consistent is. Om een beeld te geven van die consistentie zijn in het OER zogenaamde ‘botsproeven’ uitgevoerd, waarbij de beleidsuitspraken onderling met elkaar zijn geconfronteerd en beoordeeld op potentiële onderlinge versterking en strijdigheid. Overall zijn er met name kansen op synergie geconstateerd, met enkele risico’s op strijdigheid. De uitspraak met de meeste kansen op synergie is ‘verduurzamen bestaande bebouwing en opwek van energie’. Dit betreffen hoofdzakelijk meekoppelkansen die zich voordoen bij de bouw van nieuwe woningen en voorzieningen zoals bouw van een sporthotel, een multifunctioneel wijkcentrum en gezondheidsvoorzieningen. Nieuwbouw wordt aardgasvrij aangelegd, daarnaast kan aanleg van zonnepanelen op daken met de bouw meegenomen worden. Daarnaast doen meekoppelkansen zich voor bij de ontwikkeling van bedrijvigheid en nieuwe parkeergelegenheden. Ook hier zijn kansen in de vorm van het plaatsen van zonnepanelen op daken en verduurzaming van de bebouwing voorzien.

Uitspraken die ook veel kansen op synergie hebben zijn: ‘uitbreiden economische toeristische activiteiten’, ‘vergroenen van de openbare ruimte’, ‘ontwikkeling mobiliteitshubs en openbaar vervoer’, ‘realisatie HOVverbinding’, ‘verbeteren openbare ruimte boulevard Paulus Loot’, ‘ontwikkeling shortstay, welness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen’, ‘vergroten waterbergingscapaciteit’ en ‘doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort’. De ‘ontwikkeling van mobiliteitshubs en openbaar vervoer’ en de ‘realisatie HOVverbinding’ vormen een kans op synergie met ‘uitbreiden economische toeristische activiteiten’, ‘ontwikkeling shortstay, welness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen’ en ‘doorontwikkeling Circuitpark Zandvoort’. Zo kan inzet op een nieuwe HOV-verbinding bijvoorbeeld resulteren in een verbeterde toegankelijkheid/bereikbaarheid van (nieuwe) toeristische en economische voorzieningen. Voor ‘vergoenen van de openbare ruimte’ en ‘vergroten waterbergingscapaciteit’ geldt dat er sprake is van meekoppelkansen bij uitspraken gericht op ontwikkeling van de openbare ruimte. Hierbij kan vergroening en het vergroten van waterbergingscapaciteit meegenomen worden bij bijvoorbeeld de ‘ontwikkeling shortstay, wellness, woonzorg en gezondheidsvoorzieningen’ en ‘verbeteren openbare ruimte boulevard Paulus Loot’.

De overige uitspraken laten met name kansen op synergie zien, zij het in mindere mate dan bovenstaande uitspraken. De uitspraak met meer risico’s op strijdigheid dan kansen op synergie is ‘ontwikkelen parkeren 2040’. Dit komt met name doordat de parkeercapaciteit gelijk blijft aan de huidige situatie. Met uitbreiding van voorzieningen en activiteiten kan dit resulteren in een toename op de parkeerdruk. Voorbeelden van uitspraken die gericht zijn op uitbreiding van voorzieningen zijn ‘ontwikkeling en versterking sportfuncties’, ‘ontwikkeling cultureel aanbod’, ‘uitbreiden economische toeristische activiteiten’ en ‘verbreden aanbod winkels, horeca en overnachtingsmogelijkheden’. Nieuw beleid en bijdragen aan het halen van ambities In de omgevingsvisie zijn vijf ambities opgenomen voor het omgevingsbeleid met bijbehorende deelambities. Voor de bepaling van het doelbereik zijn in het OER de vijf ambities van de omgevingsvisie gekoppeld aan de beoordelingsaspecten van het OER die een relatie hebben met de betreffende ambitie. Vervolgens is op basis van de bij de beoordelingsaspecten behorende effecten beoordeeld in hoeverre het te verwachten is dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van ambities, ook weer in termen van kansen en risico’s.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

11

Ambities waar de omgevingsvisie meer kansen dan risico’s laat zien om positief bij te dragen zijn: • Samenleving: sociale samenhang en ontmoeting stimuleren • Economie: een stevige jaarrond economie ontwikkelen • Mobiliteit: slimme bereikbaarheid organiseren Voor de ambitie ´Duurzaamheid: vergroenen en toekomstbestendig maken´ laat de omgevingsvisie kansen zien om positief bij te dragen, maar ook risico´s op afbreuk. Ten aanzien van ´Ruimte: aantrekkelijk en leefbaar dorp realiseren´ zijn er meerdere risico´s op afbreuk geconstateerd, vooral samenhangend met risico´s op het vlak van beschermde natuur, verkeersveiligheid, en geluidhinder. Verdere verbetering van de leefomgeving Het OER laat zien bij welke leefomgevingsaspecten het nieuwe beleid risico’s oplevert op negatieve effecten, en waar er ondanks het nieuwe beleid nog sprake is van een tekortschietend kwaliteitsniveau. Bij die aspecten is dan ook geen sprake van (het bijdragen) aan het behalen van ambities. Het OER brengt mogelijkheden in beeld voor verdere verbetering van die leefomgevingsaspecten, in de vorm van beleidsopties of concrete mitigerende maatregelen. Met die mogelijkheden kan voorkomen worden dat negatieve effecten optreden. Daar zal in het vervolgbeleid aandacht voor moeten zijn. Wat er na dit OER gebeurt De omgevingsvisie vormt het afwegingskader voor verdere uitwerking in plannen en programma’s.

In plannen en programma’s moet verder duidelijk worden hoe en op welke locaties het beleid uit de omgevingsvisie concreet uitgevoerd gaat worden. Door conclusies, aandachtspunten en aanbevelingen uit dit OER daarin mee te nemen en concreet een plek te geven, wordt geborgd dat het belang van de leefomgeving zo optimaal mogelijk meegenomen blijft worden. Gezien de in dit OER geconstateerde risico’s van het nieuwe beleid op negatieve effecten (bijvoorbeeld op het vlak van Natura 2000) vergt dit aandacht bij de verdere uitwerking van het beleid. Nieuw beleid waarvan geconstateerd is dat het onzeker is of het uitvoerbaar is (realisering HOV-verbinding) vergt nader onderzoek voordat er verdere uitwerking in vervolgbeleid kan plaatsvinden. De Omgevingswet stelt monitoring en evaluatie van het beleid verplicht, om in beeld te krijgen of de uitwerking van het beleid daadwerkelijk bijdraagt aan het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Periodiek wordt er middels een terugkoppeling nieuwe input geleverd voor de beleidsontwikkeling wat kan leiden tot voortzetting of bijsturing van het beleid. Door monitoring en evaluatie ontstaat een gesloten beleidscyclus. Het monitoringprogramma wordt gebaseerd op het ‘Rad van de leefomgeving’, als onderdeel van de ‘Foto van de leefomgeving’. De daarin opgenomen beoordelingsaspecten vormen het vertrekpunt.

Nieuwe ontwikkelingen worden gespiegeld met de beoordelingsaspecten uit het rad van de leefomgeving om te achterhalen of doelen worden verwezenlijkt. Als ontwikkelingen in de kwaliteit van de leefomgeving aanleiding geven tot het hanteren van andere beoordelingscriteria dan wordt daarop ingespeeld.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

12

Inhoud Samenvatting

3

1

Waarom een omgevingsvisie en OER?

15

1.1

Omgevingsvisie gemeente Zandvoort

15

1.2

Waarom een OER?

15

1.3

De m.e.r.-procedure

16

1.4

Leeswijzer

17

2

Waar gaat de omgevingsvisie over en hoe is het gemaakt?

19

2.1

De inhoud van de omgevingsvisie

19

2.2

Totstandkoming van de omgevingsvisie

20

3

Hoe is dit OER gemaakt?

22

3.1

Proces en aanpak

22

3.2

Beoordelingskader

23

4

Hoe staat de Zandvoortse leefomgeving er voor?

25

4.1

Foto van de leefomgeving

25

4.2

Wijze van beschrijving referentiesituatie

25

4.3

Kwaliteiten van de Zandvoortse leefomgeving, huidig en autonoom

27

5

Wat zijn de beleidsalternatieven en de effecten daarvan?

30

5.1

Totstandkoming alternatieven

30

5.2

Beschrijving alternatieven

30

5.3

Wijze van beoordeling

32

5.4

Effecten van alternatieven

33

6

Wat is het gekozen nieuwe beleid en wat zijn de effecten daarvan?

38

6.1

Totstandkoming voorgenomen nieuw beleid

38

6.2

Voorgenomen nieuw beleid

38

6.3

Wijze van beoordeling

41

6.4

Effecten van voorgenomen nieuw beleid

42

6.5

Doorkijk naar 2040

46

7

Wat zijn de effecten in Natura 2000-gebieden?

54

7.1

Passende beoordeling Natura 2000

54

7.2

Resultaten passende beoordeling

54

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

13

8

Is het nieuwe beleid consistent?

61

8.1

Wijze van beoordeling

61

8.2

Kansen voor synergie, risico’s op strijdigheden

61

9

Draagt het nieuwe beleid bij aan het halen van ambities?

63

9.1

Wijze van beoordeling

63

9.2

Behalen van ambities: kansen en risico’s

63

10

Hoe kan de leefomgeving verder verbeterd worden?

67

11

Wat gebeurt er verder na dit OER?

74

11.1

Beleidscyclus omgevingsbeleid

74

11.2

Omgevingsprogramma en omgevingsplan

74

11.3

Onzekerheden en monitoring

75

Begrippenlijst

77

Bijlagen

79

Bijlagen A1

Foto van de leefomgeving

A2

Ambities omgevingsvisie Zandvoort

A3

Effectbeoordeling alternatieven

A4

Onderbouwing effectbeoordeling alternatieven

A5

Notitie beoordeling alternatieven

A6

Kaarten alternatieven

A7

Notitie beoordeling voorkeursalternatief

A8

Beleidsuitspraken opgenomen in OER

A9

Verantwoording beleidsuitspraken omgevingsvisie

A10

Effectbeoordeling voorkeursalternatief

A11

Onderbouwing effectbeoordeling voorkeursalternatief

A12

Grafiek effectbeoordeling voorkeursalternatief

A13

Botsproeven

A14

Onderbouwing botsproeven

A15

Beoordeling doelbereik

A16

Passende beoordeling Natura 2000

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

14

1

Waarom een omgevingsvisie en OER?

1.1

Omgevingsvisie gemeente Zandvoort

De gemeente Zandvoort werkt aan de vernieuwing van haar omgevingsbeleid. Het deel van het omgevingsbeleid dat beschrijft hoe de fysieke leefomgeving in Zandvoort zich op de langere termijn ontwikkelt en wat de gemeente daar op hoofdlijnen aan wil doen, is de omgevingsvisie. Met de omgevingsvisie bereidt de gemeente Zandvoort zich voor op de invoering van de Omgevingswet (verwacht in 2022). In de Omgevingswet is de omgevingsvisie hét instrument om samenhang in het beleid voor de fysieke leefomgeving aan te brengen. De omgevingsvisie is een strategische beleidsvisie waarin opgaven en ambities voor de leefomgeving zijn opgenomen voor de lange termijn (2040) en richtinggevende keuzes op hoofdlijnen waarmee de gemeente invulling wil geven aan het behalen van de ambities. Verdere uitwerking van die keuzes vindt na vaststelling van de omgevingsvisie plaats in instrumenten zoals bijvoorbeeld het omgevingsplan en programma’s.

1.2

Waarom een OER?

Het OER levert de informatie die nodig is voor een zorgvuldig besluit over de omgevingsvisie, waarbij alle relevante belangen (waaronder die van de leefomgeving) zijn meegewogen. Daarnaast beschrijft en verantwoordt het OER de resultaten van dit proces. Wat is m.e.r., wat is MER en wat is OER? M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘plan’ (planMER) wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie. Zandvoort heeft ervoor gekozen om niet alleen milieueffecten maar ook andere omgevingseffecten in beeld te brengen. Daarom praten we niet over een planMER maar over een Omgevingseffectrapport (OER). Voor de juridische juistheid wordt nog wel gesproken van een m.e.r.-procedure.

Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de omgevingsvisie een structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro artikel 2.2). De Wet milieubeheer (artikel 7.2, lid 2 Wm) schrijft voor dat voor een structuurvisie een milieueffectrapportage (m.e.r.) uitgevoerd moet worden als het kaderstellend is voor toekomstige m.e.r.-plichtige of m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. De verplichting geldt ook als een structuurvisie onderdelen bevat waarvoor op grond van de Wet natuurbescherming met een Passende beoordeling uitgesloten moet worden dat er verstorende effecten in Natura 2000-gebieden optreden (artikel 7.2a, lid 1 Wm). Voorbeelden van m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten zijn: • De aanleg van autosnelwegen; • De aanleg, wijziging of uitbreiding van wegen, spoorwegen of binnenvaarwegen van een bepaalde lengte; • De realisatie van meer dan 2.000 woningen; • De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark, thermische centrales of verbrandingsinstallaties; • De onttrekking van grondwater aan de bodem. Als een m.e.r.(beoordeling) bij een structuurvisie of omgevingsvisie verplicht is, dan moet de uitgebreide m.e.r-procedure doorlopen worden. Er wordt dan een milieueffectrapport (MER) opgesteld, dat met de

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

15

(ontwerp) omgevingsvisie ter inzage gaat en waar de Commissie voor de m.e.r. een advies over moet geven. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie heeft de gemeente ingezet op een proces met interactie tussen het uitwerken van de omgevingsvisie en het opstellen van het OER. De omgevingsvisie beschrijft het beleid, wat de ambities zijn en wat de gemeente op hoofdlijnen gaat doen. Het OER beschrijft de kwaliteiten van de leefomgeving, de gevolgen van het beleid op de leefomgeving en of het beleid bijdraagt aan het halen van de gestelde ambities. De interactie tussen beide bestond uit regelmatige wederzijdse terugkoppeling tussen de beleidsontwikkeling aan de ene kant (omgevingsvisie) en de gevolgen ervan voor de leefomgeving aan de andere kant (m.e.r.). Op deze manier is de m.e.r. gebruikt om beleid aan te scherpen en om beleidskeuzes te maken en aan te scherpen. De gemeente wil het OER ook gebruiken als basis voor het monitoren en bijsturen van het beleid tijdens de uitvoering. Daarbij is het begrip ‘milieu’ breder op te vatten dan meestal gebruikelijk is in milieueffectrapportages. Dit omdat het beleid in de omgevingsvisie de menselijke leefomgeving als geheel omvat, dus zowel fysiek, economisch als sociaal. Dit alles vraagt om een vernieuwende m.e.r.-aanpak met een breed georiënteerd proces dat de afzonderlijke beleidsterreinen overstijgt.

1.3

De m.e.r.-procedure

In het OER zijn op basis van de m.e.r.-procedure de gevolgen van de omgevingsvisie op de leefomgeving in beeld gebracht. Die informatie moet gebruikt worden bij de besluitvorming over de omgevingsvisie. De m.e.r./procedure is gebaseerd op Europese regelgeving. Het doel van m.e.r. is het bieden van voldoende informatie op basis waarvan gemeente leiden het milieu-/leefomgevingsbelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming over de omgevingsvisie kan betrekken. De m.e.r.-procedure voor de omgevingsvisie is verlopen in lijn met de wettelijke vereisten, deze is als volgt: 1) Openbare kennisgeving van het voornemen door bevoegd gezag. De m.e.r.-procedure is gestart met een bekendmaking van het voornemen via een openbare kennisgeving en publicatie van de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) op 26 augustus 2020. De NRD heeft tussen 31 augustus en 12 oktober 2020 ter inzage gelegen. 2) Raadplegen betrokken instanties over reikwijdte en detailniveau van het OER en vaststellen reikwijdte en detailniveau. Eenieder heeft de mogelijkheid gehad schriftelijk te reageren op de terinzage gelegde NRD. De volgende instanties zijn benaderd: de buurgemeenten uit Zuid-Kennemerland (Haarlem, Heemstede & Bloemendaal), Provincie Noord-Holland, Omgevingsdienst IJmond, Hoogheemraadschap Rijnland, PWN, GGD/Veiligheidsregio Zuid-Kennemerland.

Op de NRD zijn geen zienswijzen binnengekomen. 3) Opstellen OER en passende beoordeling. Vervolgens is het OER en de passende beoordeling opgesteld. Het OER beschrijft de kwaliteiten van de leefomgeving nu en bij autonome ontwikkeling, de effecten daarop van het nieuwe beleid in de ontwerp omgevingsvisie en in welke mate het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van de ambities van de omgevingsvisie. Omdat daarnaast significante negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden in de omgeving van Zandvoort (Kennemerland-Zuid, Noord-Hollands Duinreservaat, Polder Westzaan) op voorhand niet konden worden uitgesloten is een passende beoordeling uitgevoerd voor het voorkeursalternatief (zie hoofdstuk 7 van dit OER).

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

16

4) Ter inzage leggen OER en ontwerp omgevingsvisie. Het OER (inclusief passende beoordeling) wordt samen met de ontwerp omgevingsvisie zes weken ter inzage gelegd. Eenieder heeft in deze zes weken de gelegenheid zienswijzen in te dienen. De Commissie voor de m.e.r. toetst in deze periode de kwaliteit van het OER en beoordeelt of de juiste (milieu)informatie aanwezig is om een besluit over de omgevingsvisie te kunnen nemen. 5) Besluit en vervolg [naar verwachting juni/juli 2021] De omgevingsvisie en het OER worden vastgesteld door het bevoegd gezag, de gemeenteraad van de gemeente Zandvoort.

1.4

Leeswijzer

Het voor u liggende OER is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt een inleiding gegeven over de inhoud van de omgevingsvisie. Hoofdstuk 3 introduceert de totstandkoming van het OER. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de huidige staat van de leefomgeving met een blik naar de toekomst op basis van de opgestelde ‘foto van de leefomgeving’. Hoofdstuk 5 bespreekt de beleidsalternatieven. Op basis hiervan wordt een voorkeursalternatief bepaald waar hoofdstuk 6 op in gaat. Hoofdstuk 7 bevat de passende beoordeling voor Natura 2000-gebieden. In hoofdstuk 8 wordt met botsproeven onderzocht of het nieuwe beleid consistent is. Vervolgens wordt in hoofdstuk 9 onderzocht in hoeverre de doelstellingen behaald worden met het beleid uit het voorkeursalternatief. In hoofdstuk 10 worden mitigerende maatregelen gepresenteerd die kunnen bijdragen aan het reduceren van negatieve effecten. Tenslotte gaat hoofdstuk 11 in op het vervolg na het OER.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

17

Zandvoort: een eerste kennismaking in enkele kenmerken De gemeente Zandvoort ligt in het zuidwesten van de provincie Noord-Holland, heeft meer dan 17.000 inwoners. Ten westen liggen Haarlem en Amsterdam en ten zuiden Den Haag. De oppervlakte van de gemeente Zandvoort is bijna 44 km2, waarvan een vierde zee-oppervlakte betreft. Zandvoort grenst aan twee gemeenten: Bloemendaal en Noordwijk. Zandvoort staat bekend om het toerisme. Bijna de helft van de banen houdt verband met toerisme. De gehele westkant van de gemeente bestaat uit de kustlijn, binnen de bebouwde kom loopt een boulevard langs de kustlijn met meerdere strandpaviljoens. Naast het strand is ook het Circuit van Zandvoort een toeristische trekpleister. In 2021 zal hier de eerstvolgende Grand Prix gereden worden. Zandvoort is ontsloten via de N200 richting Haarlem en de N201 die via Heemstede naar Hilversum loopt. Daarnaast beschikt Zandvoort over een treinstation, het NS-station Zandvoort aan Zee. Dit is het eindstation van de spoorlijn AmsterdamHaarlem-Zandvoort. Daarnaast lopen er twee buslijnen via het station, buslijn 81 en 84. De laatste buslijn rijdt enkel gedurende de zomer.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

18

2

Waar gaat de omgevingsvisie over en hoe is het gemaakt?

2.1

De inhoud van de omgevingsvisie

De omgevingsvisie beschrijft hoe de leefomgeving in Zandvoort zich zal ontwikkelen richting 2040 en wat de gemeente daarin wil doen. De omgevingsvisie bundelt sectoraal beleid tot één richtinggevende visie voor de hele fysieke leefomgeving. De visie is gericht op onderwerpen die de fysieke leefomgeving raken. Bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, mobiliteit, economie, ruimte en duurzaamheid. De omgevingsvisie is een ‘parapludocument’ waaronder het sectorale beleid een plek krijgt, met als inzet een goede afstemming van het sectorale beleid in de toekomst. De omgevingsvisie vervangt niet al het sectorale beleid. De omgevingsvisie bouwt voort op belangrijke eerdere beleidsdocumenten, zoals de Structuurvisie Parel aan Zee+, de Economische Visie Zandvoort en de Toeristische Visie De concept Regionale Energie Transitie is meegenomen in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie vormt daarmee het overkoepelende kader voor het omgevingsbeleid Zandvoort als deel van een groter geheel Zandvoort is onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en behoort tot de regio ZuidKennemerland. De gemeenten in de MRA en Zuid-Kennemerland zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De omgevingsvisie verhoudt zich van daaruit niet alleen tot het Zandvoortse sectorale beleid, maar ook tot andere overheden. Ook de provincie en Rijksoverheid maken een omgevingsvisie.

Deze omgevingsvisies zijn niet kaderstellend voor de Zandvoortse visie. Er is geen hiërarchie. Wel zien we de Zandvoortse omgevingsvisie als een document dat helpt om de Zandvoortse opgaven uit te dragen, onder meer richting de provincie en de Rijksoverheid, maar ook bijvoorbeeld richting de Metropoolregio Amsterdam. De omgevingsvisie is daarmee naast een inhoudelijke visie ook een strategisch document. Verder kan een integrale visie op de fysieke leefomgeving in Zandvoort niet los worden gezien van de ontwikkelingen in de regio om ons heen. Voorafgaand aan de omgevingsvisie is gewerkt aan een Zuid-Kennemer Agenda. Deze omgevingsagenda agendeert de gemeenschappelijke opgaven voor de regio. Er zijn vijf opgaven geformuleerd waar gezamenlijk aan gewerkt wordt: het versterken van het landschap, het beter benutten van ons economisch kapitaal, het creëren van een plek voor iedereen, inspelen op het veranderende klimaat en het verbinden van onze opgaven met betere bereikbaarheid. Door gebruik te maken van dit regionale kader borgen we dat de Zandvoortse omgevingsvisie past binnen de ambities die er binnen de regio Zuid-Kennemerland bestaan. Daarnaast wordt binnen de MRA gewerkt aan een verstedelijkingsstrategie waarin regionale opgaven op het gebied van wonen, werken, mobiliteit, klimaat, energie, landschap en sociaalmaatschappelijk gezamenlijk opgepakt worden.

Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn onder andere dat ingezet wordt op een polycentrische metropoolregio waarin wonen en werken zich niet op één plek concentreren en dat gezamenlijk gebouwd wordt aan een duurzame, sociaal-maatschappelijk en economisch sterke metropoolregio. Bouwstenen van de omgevingsvisie Belangrijke bouwstenen van de omgevingsvisie zijn: • Identiteit en trends en ontwikkelingen. • Opgaven en ambities. • Visie: richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw beleid.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

19

Identiteiten en trends en ontwikkelingen In de omgevingsvisie is als vertrekpunt de identiteit van Zandvoort beschreven: een ondernemend, duurzaam en attractief dorp én badplaats. Vervolgens beschrijft het welke trends en ontwikkelingen op Zandvoort afkomen. Daarbij worden benoemd: • Demografische trends: de bevolking vergrijst aanzienlijk en wordt ethisch meer divers; • Economische trends: de economische structuur wijzigt sterker en sneller; • Sociale trends: meer eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid; • Ruimtelijke trends: de verschillen tussen wijken en steden nemen toe; • Technologische trends: fysieke, digitale en biologische werelden komen samen; • Veiligheidstrends: ondermijning van sociale zekerheid en cybercriminaliteit nemen toe; • Duurzame trends: transitie naar een duurzame economie en samenleving; • Bestuurlijke trends: meer regionaal samenwerken, meer ruimte voor samenwerking. Opgaven en ambities Op basis van de identiteit en trends en autonome ontwikkelingen is de gemeente tot de onderstaande ambities en daaraan gerelateerde opgaven voor de omgevingsvisie gekomen. De in het OER beschreven huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn door de gemeente gebruikt om de ambities aan te scherpen.

De beoordelingsaspecten in het OER sluiten aan op de leefomgevingsaspecten in de ambities, zodat beoordeeld kon worden in hoeverre het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van deze ambities (‘doelbereik’). Ten behoeve van het OER is per ambitie nader gespecificeerd wat er onder verstaan wordt, dit is opgenomen in bijlage A2. 1. Economie: een stevige jaarrond economie ontwikkelen; 2. Samenleving: sociale samenhang en ontmoeting stimuleren; 3. Ruimte: aantrekkelijk en leefbaar dorp realiseren; 4. Duurzaamheid: vergroenen en toekomstbestendig maken; 5. Mobiliteit: slimme bereikbaarheid organiseren. Visie: richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw beleid Op basis van de identiteit, trends en ontwikkelingen en opgaven en ambities is de gemeente tot richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw beleid gekomen. Daarbij heeft binnen het m.e.r.-proces een alternatievenbeoordeling plaatsgevonden. Hieruit zijn drie onderscheidende perspectieven ingevuld. • ‘Zandvoort Durft!’, motto: wij tonen lef. • ‘Zandvoort Zorgt!’, motto: wij zorgen voor elkaar. • ‘Zandvoort Leeft!’, motto: wij leven samen in verbinding. In het OER zijn de effecten van de alternatieven in beeld gebracht. Op basis daarvan is de gemeente gekomen tot een voorkeursalternatief voor in de omgevingsvisie op te nemen nieuw beleid.

Daarbij zijn elementen uit de alternatieven samengevoegd tot één omvattend geheel van strategische, richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw omgevingsbeleid. Dat is in het OER beoordeeld op effecten, mate waarin het bijdraagt aan het behalen van ambities en synergie en strijdigheid (‘botsproeven’). Het strategische beleid op hoofdlijnen wordt na vaststelling van de omgevingsvisie doorvertaald en verder uitgewerkt in instrumenten zoals bijvoorbeeld het omgevingsplan en uitvoeringsprogramma’s.

2.2

Totstandkoming van de omgevingsvisie

In onderstaande tabel is per onderdeel van de omgevingsvisie aangegeven wie er op welke manier bij betrokken zijn geweest en welke informatie over de leefomgeving er is gebruikt.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

20

Tabel 2-1: Omgevingsvisie, inhoud en totstandkoming. Onderdelen

Betrokkenen/participatie

Identiteit, trends en • ontwikkelingen • • • • • • • •

Opgaven en ambities

• • • • • • • • •

Strategische, richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw beleid

• • • • • • • • •

Gebruikte informatie milieu/leefomgeving

Expertgroep bestaande uit inwoners uit Zandvoort Foto van de Leefomgeving (OER). (digitale participatiesessie) Inwoners Zandvoort (fysiek gestart, digitaal vervolg) Ondernemers uit Zandvoort (fysiek gestart, digitaal vervolg) Verenigingen, ondernemersorganisaties uit Zandvoort Buurgemeenten (gemeentelijk overleg) Institutionele partners (digitale participatiesessie) College (presentatie) Raad Ambtelijke organisatie (van 1 op 1 gesprekken tot werksessies) Expertgroep bestaande uit inwoners uit Zandvoort Foto van de Leefomgeving (OER)* (digitale participatiesessie) Inwoners Zandvoort (fysiek gestart, digitaal vervolg) Ondernemers uit Zandvoort (fysiek gestart, digitaal vervolg) Verenigingen, ondernemersorganisaties uit Zandvoort Buurgemeenten (gemeentelijk overleg) Institutionele partners (digitale participatiesessie) College (presentatie) Raad Ambtelijke organisatie (van 1 op 1 gesprekken tot werksessies) Expertgroep bestaande uit inwoners uit Zandvoort OER: alternatievenbeoordeling, effectbeoordeling voorkeursalternatief, botsproeven, doelbereik.

(digitale participatiesessie) Inwoners Zandvoort (fysiek gestart, digitaal vervolg) Ondernemers uit Zandvoort (fysiek gestart, digitaal vervolg) Verenigingen, ondernemersorganisaties uit Zandvoort Buurgemeenten (gemeentelijk overleg) Institutionele partners (digitale participatiesessie) College (presentatie) Raad Ambtelijke organisatie (van 1 op 1 gesprekken tot werksessies)

* Bijlage A17 bevat een verantwoording van de totstandkoming en aanscherping van ambities in relatie tot de inzichten en kwaliteiten uit de Foto van de leefomgeving.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

21

3

Hoe is dit OER gemaakt?

3.1

Proces en aanpak

Figuur 3-1 geeft de procesaanpak van dit omgevingseffectrapport (OER) schematisch weer. In deze paragraaf worden de stappen op hoofdlijnen beschreven. In de overige hoofdstukken van dit OER worden deze stappen uitgebreider beschreven. NRD De m.e.r.-procedure is gestart met de notitie reikwijdte en detailniveau (NRD). Het beschrijft wat er in het OER onderzocht wordt (‘reikwijdte’) en op welke manier en met welke diepgang (‘detailniveau’). De NRD is op 18 augustus 2020 door het college van B&W vastgesteld (besluitnummer 2020/127840). Beoordelingskader In het beoordelingskader zijn leefomgevingsaspecten opgenomen die in dit OER beoordeeld zijn. Het vormt daarmee het kader voor de beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen en de effecten van de omgevingsvisie. Huidige situatie en autonome ontwikkeling In de Foto van de leefomgeving zijn de huidige situatie en autonome ontwikkeling tot 2030 (trends, ontwikkelingen en vigerend beleid) beschreven voor de beoordelings-aspecten zoals opgenomen in het beoordelingskader. Het is opgesteld op basis van de best beschikbare actuele informatie, data en toekomst-prognoses. Effectbeoordeling alternatieven In het OER zijn drie alternatieven voor nieuw beleid onderzocht. Deze drie alternatieven volgen uit het document ‘Perspectieven voor Omgevingsvisie Zandvoort’.

De alternatieven zijn ingevuld vanuit een bepaalde dominante invalshoek, waarbij de alternatieven een bepaalde nadruk kennen qua beleidsinvulling. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de effecten van de alternatieven in beeld gebracht.

Figuur 3-1: Procesaanpak OER

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

Effectbeoordeling voorkeursalternatief Op basis van alternatievenbeoordeling is de gemeente gekomen tot een conceptomgevingsvisie met daarin een voorkeursalternatief voor in de omgevingsvisie op te nemen

BH3406TPRP2104161327

22

nieuw beleid. Daarbij zijn elementen uit de twee alternatieven samengevoegd tot één omvattend geheel van strategische, richtinggevende hoofdlijnen voor nieuw omgevingsbeleid. Aan de hand van het beoordelingskader zijn de effecten van het nieuwe beleid in beeld gebracht. Passende Beoordeling Natura 2000 Omdat op voorhand niet uitgesloten kon worden dat het nieuwe beleid tot significante negatieve effecten in Natura 2000-gebieden leidt, is een passende beoordeling opgesteld. Daarin is beoordeeld of het nieuwe beleid tot significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden kan leiden en zo ja, op welke manier die effecten voorkomen kunnen worden (‘mitigerende maatregelen’). Beoordeling consistentie in beleid Met zogenaamde ‘botsproeven’ is beoordeeld in hoeverre het nieuwe beleid consistent is, verschillende beleidsonderdelen elkaar versterken en kunnen conflicteren. Beoordeling doelbereik Op basis van de beoordelingsaspecten van het OER die samenhangen met de ambities van de omgevingsvisie, is beoordeel in hoeverre het nieuwe beleid bijdraagt aan het behalen van die ambities. Mitigerende maatregelen Voor leefomgevingsaspecten waar het nieuwe beleid risico’s oplevert op negatieve effecten, en waar er ondanks het nieuwe beleid nog sprake is van een tekortschietend kwaliteitsniveau mogelijkheden voor verdere verbetering gegeven.

Dat is gedaan in de vorm van beleidsopties of concrete mitigerende maatregelen. Effectbeoordeling in lijn met karakter omgevingsvisie De omgevingsvisie bevat strategisch beleid op hoofdlijnen, verdere uitwerking van beleid vindt plaats in bijvoorbeeld programma’s of het omgevingsplan. Omdat het om hoofdlijnen van beleid gaat, is in het OER aansluitend daarop ook op hoofdlijnen beoordeeld wat de effecten zijn - in termen van kansen en risico’s. Dat is gedaan op basis van deskundigenoordeel, ook wel ‘expert-judgement’ genoemd. Modelberekeningen kunnen vanwege het karakter van het strategische beleid op hoofdlijnen niet gedaan worden en zijn ook niet zinvol. Bij verdere uitwerking van het beleid kan sprake zijn van m.e.r.(beoordelings)plicht, waarvoor voor het betreffende onderdeel dan een MER opgesteld moet worden. Dit OER kan dan als basis gebruikt worden, waarbij verdere detaillering noodzakelijk kan zijn. Bijvoorbeeld in de vorm van modelberekeningen.

3.2

Beoordelingskader

De kwaliteiten van de leefomgeving en de effecten van de omgevingsvisie zijn in beeld gebracht aan de hand van het beoordelingskader (zie onderstaande tabel). Het beoordelingskader volgt de brede en integrale benadering uit de Omgevingswet. Dit betekent dat naast de thema’s binnen de fysieke leefomgeving het beoordelingskader ook sociale en economische thema’s bevat. Met een dergelijk breed beoordelingskader kan het OER daadwerkelijk bijdragen aan een goede en brede weging van alle relevante belangen in de omgevingsvisie van de gemeente Zandvoort. Het beoordelingskader is het resultaat van een analyse van opgaven in de fysieke leefomgeving en de ambities voor de omgevingsvisie. Bij het opstellen van te beschouwen beoordelingsaspecten is ook in ogenschouw genomen welke gegevens er beschikbaar waren. Het beoordelingskader is gaandeweg binnen de procesaanpak van het OER verder aangescherpt ten opzichte van de NRD, waarbij sommige beoordelingsaspecten zijn opgesplitst of samengenomen.

12-5-2021

OER OMGEVINGSVISIE ZANDVOORT 2040

BH3406TPRP2104161327

23

Tabel 3-1: Beoordelingskader OER. Laag

People

Planet

Thema

Beoordelingsaspecten

Gezondheid

Luchtkwaliteit, geluidhinder, gezonde leefstijl en leefomgeving

Veiligheid

Externe veiligheid, verkeersveiligheid, sociale veiligheid

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10176055/2