Bijlage 1. Voorjaarsnota 2025
Tekst van het document
Er is ervoor gekozen om de school in de delen uit te betalen. Het betalingsschema is als volgt: 50 procent in 2025 bij aanvang van de bouw, en 50 procent in 2026 na realisatie. Volgens planning wordt er in oktober 2025 gestart en is de realisatie medio juni 2026.
4.1.5. Wijziging in begrote exploitatie lasten De wijzigingen in het investeringsplan werken door in de begrote rente- en afschrijvingslasten. Onderstaande tabel toont de kapitaallasten van dit Investeringsplan Voorjaarsnota 2025.
56
Kapitaallasten VJN25
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kapitaallasten
4.361
4.932
5.500
6.178
6.495
6.891
Waarvan kapitaallasten riolering
502
645
817
978
1.091
1.241
Waarvan kapitaallasten reserves
156
204
204
254
254
254
3.702
4.083
4.479
4.947
5.151
5.396
Saldo kapitaallasten
Onderstaande tabel toont de kapitaallasten van het Investeringsplan van de huidige begroting, oftewel Programmabegroting 2025-2029. Kapitaallasten PB25 (huidig)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kapitaallasten
4.553
5.189
5.274
5.642
6.620
6.620
Waarvan kapitaallasten riolering
602
778
841
932
1.241
1.241
Waarvan kapitaallasten reserves
196
196
196
245
245
245
3.756
4.215
4.238
4.465
5.133
5.133
Saldo kapitaallasten
Onderstaande tabel toont de mutatie in de kapitaallasten ten opzichte van de Programmabegroting 2025-2029. Saldo kapitaallasten (positief: hogere lasten)
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Kapitaallasten
-193
-257
226
536
-124
271
Waarvan kapitaallasten riolering
-99
-133
-24
46
-150
01
Waarvan kapitaallasten reserves
-39
8
8
8
8
8
Resultaat na actualisatie (negatief: voordeel)
-54
-133
242
482
18
262
2
23
116
131
135
-131
265
598
149
398
Kapitaallasten uit toevoegingen/ophogingen Resultaat na toevoeging / ophoging (negatief: voordeel)
-54
Na de actualisatie van het investeringsplan blijkt dat de kapitaallasten in 2025 lager uitvallen dan eerder geraamd in de Programmabegroting 2025-2029. Deze afwijking is met name het gevolg van het feit dat een deel van de voor 2024 geplande investeringen nog niet is gerealiseerd in datzelfde jaar. Het voordeel begint af te vlakken na 2026. Vanaf 2027 nemen de lasten fors toe, met name in 2027 en 2028 doordat investeringen in gebruik worden genomen en dus gaan meetellen in de kapitaallasten. De stijging in 2027 en 2028 wordt veroorzaakt doordat het jaar van ingebruikname van investering Nieuw-Noord is gewijzigd. Voorheen werd het jaar van ingebruikname gelijkgesteld aan het einde van het project. Bij een wijkaanpak is dat echter niet wenselijk, omdat de uitvoering gefaseerd plaatsvindt en jaarlijks verschillende wijken in gebruik worden genomen. Daarom wordt er niet gewacht tot het einde van de totale looptijd, maar vindt de ingebruikname voortaan jaarlijks plaats. Waar deze eerder pas ná 2029 in gebruik zou worden genomen, is dit nu vervroegd naar jaarlijks. Hierdoor drukken de bijbehorende kapitaallasten al vanaf 2027 op de begroting.
57
4.1.6. Voorgestelde toevoegingen of ophogingen in het Investeringsplan Naast de actualisatie van de reeds geraamde investeringen is er ook sprake van nieuwe investeringen die worden voorgelegd om aan het Investeringsplan toe te voegen. Ook zijn er bestaande investeringen die worden opgehoogd. Verder zijn er enkele investeringen die uit het Investeringsplan worden gehaald. Dit leidt tot de onderstaande bedragen voor de jaren 2025 t/m 2029. De toelichtingen per investering volgen onder de tabellen. Hogere investeringen Tabel hogere investeringen
Huidig IP*
Wijziging
2025
250 1.640
75 85
31 85
250 800 470 350
50 150 55 80
2026
2027
2028
2029
Programma 4 Haltestraat zomerafsluiting P- de Zuid Overloopterrein Programma 1 SV Zandvoort multi court – toplaag renovatie SV Zandvoort ombouw kunstgrasveld 2 ZHC hockeyveld 1 (water) – toplaag renovatie ZHC hockeyveld 2 (zand) - toplaag renovatie
495
50 150 55 80 116
-
80
205
50
*Huidig IP staat voor het totale bedrag dat is gereserveerd in het IP voor een investering, niet alleen wat er is vrijgegeven
Hieronder volgen de toelichtingen per investering. Haltestraat zomerafsluiting Voor de investering Haltestraat zomerafsluiting is een kredietoverschrijding van € 44.000 gemeld in de jaarrekening 2024. Deze overschrijding is het gevolg van technische tegenvallers die zich tijdens de realisatiefase van het project hebben voorgedaan. Als gevolg hiervan zijn zowel de kosten als de doorlooptijd van het project toegenomen. Om het project te kunnen voortzetten is een aanvullend krediet van € 75.000 benodigd. Dit bedrag is inclusief de kredietoverschrijding van 2024. P-de Zuid overloopterrein Na het vaststellen van de raadsbesluiten (2024/46891, 2024/1940521 en 2025/227957) is het totaal vrijgegeven krediet voor P-de Zuid overloopterrein € 1.640.000. Echter, wordt in het raadsbesluit 2025/227957 uitgegaan van een verwachte uitgave van € 1.725.000 in 2025. Het krediet wordt gelijkgetrokken met de verwachte uitgaven en daarom opgehoogd met € 85.000. Sportvelden Voor de Multi court, kunstgrasveld en de hockeyvelden is er op basis van het prijspeil van 2024 een herberekening van de investeringen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het eerder vastgestelde bedragen niet voldoende zijn om het doel te realiseren. Door prijsstijgingen binnen de markt zijn de kosten gestegen voor deze investeringen. Om de uitvoerbaarheid van deze projecten te waarborgen, is aanvullende budget noodzakelijk.
58
Nieuwe investeringen Tabel nieuwe investeringen
Totaal
2025
2026
2027
Programma 4
Doorlooproute Oude Trambaan
2.000
Programma 5
Mezgerstraat
395
395
1.000
1.000
Programma 6
De reddingspost Noord
630
63
400
167
Programma 7
Vergaderposten raadszaal
458
1.490
90 3.115
2028
2029
90 1.167
Hieronder volgen de toelichtingen per investering. Doorlooproute Oude Trambaan In het komende jaar wordt de bestuursovereenkomst opgesteld voor de realisatie van de doorfietsroute Oude Trambaan. Dit project komt in aanmerking voor subsidiëring door zowel de Gemeenschappelijke Regeling (GR) als de Provincie Noord-Holland. Desondanks is er sprake van een verplichte cofinanciering door de gemeente. Om de gemeentelijke bijdrage tijdig te borgen, wordt voorgesteld om een investeringsbudget op te nemen in het Investeringsplan voor de jaren 2027 en 2028. De totale investering voor het Zandvoorts deel bedraagt € 2 miljoen, met een verwachte jaarlijkse uitgave van € 1 miljoen. Mezgerstraat riolering De riolering in de Mezgerstraat blijkt uit inspectie een stuk slechter te zijn dan verwacht. Bij inspectie bleek het riool in een deel van de Mezgerstraat inclusief aansluitende leiding in de Karel Doormanstraat zodanig slecht te zijn dat vervanging op korte termijn gewenst is. De leidingen stammen uit 1911 en kunnen waarschijnlijk gerelined worden. Raming op basis van relinen bedraagt € 395.000. Een snelle aanpak van de straat is dan ook vereist. De reddingspost Noord De reddingspost Noord, Piet Oud, aan Boulevard Barnaart is aan het einde van de levensduur gekomen en is hard aan vervanging toe.
Op basis van ervaringen met de recent opgeleverde Reddingspost Zuid is de voorlopige inschatting van de aanneemsom € 630.000 (voor sloop/nieuwbouw). De raad wordt voorgesteld om dit bedrag op te nemen in het Investeringsplan. Vergaderposten Raadszaal De vergaderposten (discussiesysteem) en camera’s van de AV-installatie in de Raadzaal hebben hun economische, technische en functionele levensduur bereikt (10+ jaar). Dit zorgt voor frequente verstoringen tijdens de raadsvergaderingen doordat de vergaderposten niet meer naar behoren functioneren. Bovendien is ondersteuning door de fabrikant beëindigd, waardoor onderhoud en reparaties niet meer adequaat kunnen worden uitgevoerd. Om de continuïteit en kwaliteit van de vergaderingen te waarborgen, is vervanging van deze systemen dan ook essentieel. De kostenraming hiervan bedraagt € 90.000 exclusief BTW.
59
Vooraankondiging: mogelijke nieuwe investeringen Mogelijk gaat er door de gemeente worden geïnvesteerd in het verduurzamen en hittebestendig maken van gebouw De Golf. Gesprekken met het schoolbestuur worden hier nog over gevoerd. Besluit hoeveel de gemeente hieraan gaat bijdrage is nog niet genomen en daarmee is de investering nog onzeker. Ook volgt er mogelijk nog aanvullend technisch onderzoek. Hierbij wel alvast de vooraankondiging dat dit onderwerp komende periode verder wordt besproken. De kosten van de totale investering bedragen circa € 1.000.000 (voorlopige kostenraming). Over de verdeling van dekking vindt nog overleg plaats. Voorstel is dat de school € 300.000 aanvraagt bij het rijk, € 100.000 zelf inlegt en dat de gemeente de overige € 600.000 investeert, maar dit kan nog veranderen. Geschrapte investeringen Tabel geschrapte investeringen
Huidig IP*
Wijziging
2025
145
-145
-145
168
-168
-168
Seinpostweg
56
-56
-56
Brederodebuurt, masterplan
100
-50
-50
674
-674
2026
2027
-337
-337
-337
-337
2028
2029
Programma 1 Pumptrack Programma 4 Favaugeplein, de
Programma 5 Badhuisplein, Strandweg, Favaugeplein riool
-1.093
-419
*Huidig IP staat voor het totale bedrag dat is gereserveerd in het IP voor een investering, niet alleen wat er is vrijgegeven.
Pumptrack De investering Pumptrack wordt uit het investeringsplan gehaald. Het locatieonderzoek heeft namelijk geen geschikte plek opgeleverd waar op korte termijn een pumptrack ontwikkeld kan worden. Favaugeplein Aangezien deze locatie geen urgente onderhoudsbehoefte heeft, krijgen projecten met een hogere prioriteit voorrang op deze locatie. Seinpostweg Ook deze locatie heeft geen urgente onderhoudsbehoefte. Projecten met meer prioriteit krijgen voorrang op deze locaties. Brederodebuurt, masterplan Voor de investering Brederodebuurt is reeds financiële dekking voorzien in het Investeringsplan voor zowel de openbare ruimte als de riolering. De investering Brederodebuurt, masterplan kan daardoor komen te vervallen.
60
Badhuisplein, Strandweg, Favaugeplein riool Voorstel is om de volgende periode te werken naar de scope van dit project en hoeveel budget hiervoor nodig is. Op dit moment is dit project verweven in meerdere andere investeringsposten, die allemaal onderlinge afhankelijkheden hebben. Voorstel is om deze te schrappen en opnieuw een scope en budget te bepalen en op te voeren in de volgende meerjarig begroting. Het schrappen van investeringen zorgt voor een totale vrijval van circa € 1,1 miljoen in het investeringsplan. De wijzigingen in investeringen worden apart genoemd in de Voorjaarsnota 2025 en worden ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Deze mutaties zijn dus nog niet verwerkt in het Investeringsplan 2025-2034. Af te sluiten kredieten Markt- en evenementenkasten De investering Markt- en evenementenkasten is afgerond. De twee evenementenkasten zijn vervangen. In de jaarrekening 2025 zal deze investering worden afgesloten. Overige wijzigingen in het investeringsplan Engelbertstraat, Jacob van Heemskerckstraat en Thorbeckestraat In de Programmabegroting 2025-2029 stond de herinrichting van de Engelbertstraat, Jacob van Heemskerckstraat en Thorbeckestraat verdeeld over 2 regels, namelijk onder de omschrijving ‘Engelbertstraat, Heemskerckstraat, Badhuisplein’ en ‘Thorbeckestraat / Engelbertstraat’.
In het investeringsplan 2025-2034 zijn deze regels samengevoegd en is de omschrijving gewijzigd naar Engelbertstraat, Heemskerckstraat Badhuisplein en Thorbeckestraat. Voor zowel de Thorbeckestraat / Engelbertstraat als de Engelbertstraat, Heemskerckstraat, Badhuisplein is er in het verleden krediet vrijgegeven (PB19, PB21, PB24 2023/1577054). Om dit te corrigeren, wordt het krediet dat is vrijgegeven ter voorbereiding van de werkzaamheden aan de Thorbeckestraat samengevoegd met het eerder toegekende krediet in 2019 en 2021 voor de investering ‘Engelbertstraat, Heemskerckstraat, Badhuisplein’. Bij de Programmabegroting 2026-2030 en de Jaarrekening 2025 zullen alle kredieten opnieuw worden beoordeeld. Waar nodig worden in de Programmabegroting onderbouwde kredietbesluiten aan de raad voorgelegd en in de Jaarrekening zullen kredieten worden afgesloten. Het is lange tijd gebruikelijk geweest dat bij de Programmabegroting automatisch kredieten werden vrijgegeven voor de investeringen die in het begrotingsjaar geraamd stonden. Mede door de herijking van het MIOP en de introductie van de wijkaanpak zijn investeringen in tijd verschoven, zijn investeringen samengevoegd en zijn geraamde investeringsbedragen gewijzigd.
Hierdoor is soms sprake van vrijgegeven kredieten die niet in relatie staan tot de verwachte (voorbereidings-)kosten van investeringen, of zijn kredieten vrijgegeven voor investeringen waarvan nu bekend is dat die de eerste jaren nog niet zullen worden uitgevoerd.
61
4.1.7. Indicatieve investeringen 2029-2034 Om beter zicht te hebben op de toekomstige onvermijdelijke vervangingsinvesteringen worden deze voor de periode 2029-2034 al indicatief benoemd. Er is geen sprake van vaststelling van deze investeringen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de investeringen voor de periode 20302034. Investeringsplan Omschrijving investering
2030
2031
2032
Programma 4
Admiralenbuurt openbare ruimte
500
1.000
Programma 5
Admiralenbuurt riool
869
1.739
Programma 4
Bentveld masterplan
Programma 4
Bentveld openbare ruimte (wegen)
458
4.119
Programma 5
Bentveld riool
422
3.801
Programma 5
Kostverlorenstraat riolering
Programma 4
Tjerk Hiddestraat e.o. Masterplan
Programma 4
Tolweg / Tranendal, openbare ruimte
Programma 5
2033
2034
150
1.084 090 867
458
Tolweg / Tranendal, riool
2.500
2.075
Programma 5
Zandvoortselaan riolering
1.650
1.238
Programma 4
Zuidbuurt openbare ruimte (wegen)
787
Programma 5
Zuidbuurt riool
338
Programma 1
SV Zandvoort Multi court – toplaag renovatie
250 7.376
6.110
10.909
4.1.8. Besluiten Met betrekking tot de in paragraaf 4.1.6 genoemde investeringen wordt voorgesteld om de bijbehorende mutaties in investeringsbedragen te verwerken in het Investeringsplan 2025-2034. Daarnaast wordt voor een aantal (nieuwe of verhoogde) investeringen een (aanvullend) investeringskrediet vrijgegeven voor besteding. Herontwikkeling Raadhuis Voor de herontwikkeling van het Raadhuis wordt in totaal een voorbereidingskrediet van € 500.000 vrijgegeven. De uitvoering van dit project, dat o.a. bestaat uit de renovatie en verduurzaming van het Raadhuis, staat gepland voor eind 2026. Aangezien een groot deel van de voorbereidingskosten al in een eerder stadium gemaakt zal worden, is het noodzakelijk om dit krediet vrij te geven. Parkeerroute informatiesysteem Voor de realisatie van een nieuw parkeerroute-informatiesysteem wordt een uitvoeringskrediet van € 1.072.000 vrijgegeven. De planning voorziet in een realisatie eind 2025, met een mogelijke uitloop naar 2026. Om tijdig te kunnen starten met het aanbestedingstraject en de daaropvolgende gunning, is het noodzakelijk dat het uitvoeringskrediet op korte termijn wordt vrijgegeven.
62
Vervangen en verledding openbare ruimte Voor de verledding van de openbare verlichting wordt het resterende krediet van € 650.000 vrijgegeven. Mezgerstraat riolering Uit inspectie is gebleken dat de riolering in de Mezgerstraat in aanzienlijk slechtere staat verkeert dan vooraf werd verwacht. Om de riolering in de Mezgerstraat te kunnen vervangen, wordt een krediet van € 395.000 vrijgegeven. De reddingspost Noord Voor het vervangen van de reddingspost Noord, Piet Oud, aan Boulevard Barnaart wordt een voorbereidingskrediet van € 63.000 vrijgegeven voor het opstellen van de kostenraming en een voorlopig ontwerp. Vergaderposten Raadszaal Voor het vervangen van de vergaderposten (discussiesysteem) en camera’s van de AV-installatie in de Raadzaal van Zandvoort wordt een krediet van € 90.000 vrijgegeven. Speeluitvoeringsplan Voor de investering speeluitvoeringsplan wordt het resterende krediet van € 265.000 vrijgegeven. Pleinstudie - Planvorming overige pleinen Voor de Pleinstudie - planvorming van de overige pleinen en de verbintenis tussen de pleinen wordt een voorbereidingskrediet van € 150.000 vrijgegeven. Uitbreiding pauzeruimte Wim Gertenbach College Voor het uitbreiden van de pauzeruimte Wim Gertenbach College wordt het krediet van € 125.000 vrijgegeven.
Haltestraat zomerafsluiting Voor de investering Haltestraat zomerafsluiting is een kredietoverschrijding van € 44.000 gemeld in de jaarrekening 2024. Deze overschrijding is het gevolg van technische tegenvallers die zich tijdens de realisatiefase van het project hebben voorgedaan. Als gevolg hiervan zijn zowel de kosten als de doorlooptijd van het project toegenomen. Om het projecten te kunnen voortzetten wordt een aanvullend krediet van € 75.000 vrijgegeven. Dit bedrag is inclusief de kredietoverschrijding van 2024. P- de Zuid overloopterrein Na het raadsbesluit (2025/227957) is het totaal vrijgegeven krediet voor P-de Zuid overloopterrein € 1.640.000. In hetzelfde besluit wordt uitgegaan van een verwachte uitgave van € 1.725.000 in 2025. Het krediet wordt gelijkgetrokken met de verwachte uitgaven en daarom opgehoogd met € 85.000.
63
5 Richtlijnen begroting 2026-2030 inclusief belastingen en heffingen De uitgangspunten voor het opstellen van de begroting wijken in basis niet af van voorgaande jaren. Voor indexaties van lonen en prijzen is gebruik gemaakt van de op 26 februari 2025 gepubliceerde cijfers van het Centraal Economisch Planbureau. Op basis van deze uitgangspunten wordt de begroting opgesteld. De financiële consequenties die als gevolg van de verwerking ontstaan, worden verwerkt in het financieel kader van de Voorjaarsnota 2025, waarbij het uitgangspunt wordt gehanteerd dat we hiervoor 1 op 1 worden gecompenseerd door het Rijk middels de Meicirculaire 2025. De Meicirculaire is bij het opstellen van de Voorjaarsnota 2025 nog niet beschikbaar. Dit betekent dat eventuele verschillen tussen de Meicirculaire en de financiële consequenties als gehanteerd bij de Voorjaarsnota 2025 worden verwerk in de Programmabegroting 2026. 5.1 Indexatie Voorgestelde beleidslijn: • Indexatie van budgetten (dekking) is generiek en vindt plaats op primaire begrotingsbudgetten op basis van voorgestelde indices, waarbij geen maatwerk wordt geleverd, ook niet als dit is vastgelegd in contracten/overeenkomsten. De hieruit eventueel voortvloeiende verschillen in de vorm van afwijkingen tussen met een subsidiepartner of verbonden partij overeengekomen bijdrage dienen opgevangen te worden binnen het beleidsveld cq.
dient middels een onderbouwd voorstel ter besluitvorming te worden aangeboden middels de P&C cyclus wanneer dit niet mogelijk is. • Conform staand beleid vindt geen nacalculatie plaats op indexeringen (met uitzondering van lonen binnen de gemeentelijke organisatie waarbij de cao wordt gevolg). Er is daarmee een (structureel) risico dat de gemeente op onderdelen in 2025 hogere kosten heeft dan begroot. De eventuele hieruit voortvloeiende tekorten dienen opgevangen te worden binnen het beleidsveld cq. dient middels een onderbouwd voorstel ter besluitvorming worden aangeboden middels de P&C cyclus wanneer dit niet mogelijk is. • Budgetten waar lastenverhogingen van de gemeente tegenover staan (verhoging OZB bijvoorbeeld) worden daarvoor gecompenseerd. Het betreft budgetten van o.m. vastgoed en onderwijs. Voorgesteld wordt de begroting 2026 te actualiseren naar loon-en prijspeil 2026 op basis van onderstaande percentages: Omschrijving 1. Loonontwikkelingen 2. Materiële uitgaven 3. Subsidies 4. Langlopende rente nieuwe leningen 5. Renteomslag 6.a. Belastingen en leges* 6.b. Huren en pachten 7. Bijdrage Haarlem 8. Gemeentelijke regelingen **
2025 4,4% 2,2% 3,7% 3,5% 1,0% 3,5% 2,2% 4,4% 3,7%
2026 2,0% 2,1% 2,0% 3,5% 1,0% 2,0% 2,1% 2,0% 2,0%
* m.u.v. Toeristenbelasting, vermakelijkhedenretributie en parkeerbelasting ** m.u.v. Spaarnelanden en SRO
64
1. Loonontwikkelingen Op basis van actualisatie van de Loonsom per 01-01-2025 (CAO 2024 + CPB loonvoet 2025) met daarop 2,0% CPB loonvoet sector overheid voor 2026. Omdat er nog geen CAO 2025-2026 is afgesloten kunnen voor 2026 afwijkingen ontstaan. 2. Materiele uitgaven Op basis van prijs materiele overheidsconsumptie (imoc %), 2,1 % 3. Subsidies personele component op basis van Loonvoet sector overheid, 2 % materiele component op basis van Prijs materieel overheidsconsumptie, 2,1 % Berekening is als volgt: lonen 2 % x 0,7 en materieel 2,1 % x 0,3 = afgerond 2 %. In het coalitieakkoord is opgenomen om alle subsidies, ook <45k te indexeren. Subsidies worden conform bestaand beleid gecompenseerd via bovengenoemd gewogen percentage van 2 %. Er vindt geen verrekening plaats op basis van de werkelijke materiële en loonkosten. De verzelfstandigde organisaties vallen onder het regime van de subsidies. Individuele organisaties en instellingen die subsidies ontvangen kunnen geen rechten ontlenen aan deze wijze van berekenen. 4. Langlopende rente nieuwe leningen Voor nieuwe leningen met een langlopende rente wordt een percentage van 3,5 % gehanteerd. 5. Renteomslag De rente-omslag wordt voor de begroting in een later stadium nog herberekend. De verwachting is dat de omslagrente gelijk blijft ten opzichte van vorig jaar, nl. 1 %. 6. A.
Belastingen en leges De personele component op basis van Loonvoet sector overheid bedraagt 2 %. De materiele component op basis van Prijs materieel overheidsconsumptie bedraagt 2,1 %. Berekening is als volgt: lonen 2 % x 0,6 en materieel 2,1 % x 0,4 = afgerond 2 %. Leges worden verhoogd voor zover juridisch toegestaan (contracten, wetgeving, maximum rijkstarieven). Afval-en rioolheffing worden incidenteel verhoogd met 2%, gelijk aan de overige gemeentelijke belastingen. De baten zijn hiermee voor 2026 niet 100% kostendekkend. In lijn met de wens van de raad wordt voorgesteld de heffing niet meer dan met de inflatie te laten stijgen. Hiermee wordt de afgelopen jaren een steeds groter deel van de afvalbeheerkosten uit de algemene middelen betaald. Om voor afvalstoffen- en rioolheffing kostendekkende tarieven te hanteren zou een stijging van respectievelijk 13,8% en 21,9% nodig zijn.
65
Voor 2027 en verder is, zoals ook voorgaande jaren aangegeven, een extra verhoging nodig om een dekkingspercentage van 100% te behalen. Hiermee is in de ramingen rekening gehouden. In paragraaf 5.10 wordt hier dieper op ingegaan. De opbrengsten van parkeren, toeristenbelastingen vermakelijkheden retributie zijn niet gecorrigeerd voor inflatie. 6. B. huren en pachten Voor huren, pachten wordt het inflatiepercentage aangehouden dat gelijk is aan die van de materiële kostencompensatie, door het CPB geraamd op 2,1 %. Daarbij worden de baten geïndexeerd, waarbij de volgende uitzonderingen gelden: Huren worden verhoogd voor zover juridisch toegestaan (contracten, wetgeving, maximum rijkstarieven); 7. Bijdrage Haarlem Voor de bepaling van de hoogte van het indexeringspercentage is in artikel 9 lid 4 van het Dienstverleningshandvest met de gemeente Zandvoort het volgende opgenomen: “Op de financiële vergoeding zoals genoemd in het eerste lid en de efficiencykorting zoals genoemd in het tweede en 4 derde lid wordt vanaf 2018 een jaarlijkse indexering toegepast op basis van indexatie van het Centraal Planbureau (CPB)”. Aangezien het merendeel van de bijdrage bestaat uit een vergoeding voor loonkosten wordt het indexpercentage van de jaarlijkse bijdrage aansluit bij het door Haarlem berekende indexpercentage voor lonen, voor 2026 geraamd op 2 %. 8.
Gemeenschappelijke regelingen Voor de indexatie van budgetten ter dekking van bijdragen gemeenschappelijke regelingen is het voorstel als uitgangspunt te hanteren dat de budgetten worden geïndexeerd aan de hand van de hierboven voorgestelde generieke indices en bron/peildatum gelijk aan subsidies. Wanneer andere percentages worden gehanteerd voor loon- en of materiele componenten en of een andere verhouding tussen personeel en materieel dan bij onze subsidiepartners en dit leidt tot een afwijkend gewogen index dan dienen de hieruit voortvloeiende verschillen dienen opgevangen te worden binnen het beleidsveld waaruit de verbonden partij wordt bekostigd cq. dient middels een onderbouwd voorstel ter besluitvorming te worden aangeboden middels de P&C cyclus wanneer dit niet mogelijk is. Voorgesteld wordt hierop uitzondering te maken voor Spaarnelanden en SRO en voor deze partijen aan te sluiten bij de index als vastgelegd/overeengekomen met hen omdat het effect van indexering (grotendeels) kan worden doorgerekend aan de 'gebruikers'. Bij SRO gaat het om een index 2026 tov 2025 van 2,2%. Bij Spaarnelanden om een index 2026 tov 2025 van 4,5 %. 5.2 Formatie en loonsom Iedere afdeling wordt gebudgetteerd voor de toegestane formatie. De salarislasten worden opgehoogd met loonkostenstijging en worden verminderd met eventuele besluiten over de invulling van bezuinigingen.
De salarisberekening gebeurt normatief met peildatum 1 maart 2025 zodat de
66
effecten van Voorjaarsnota en najaarsnota meegenomen kunnen worden. Hiermee wordt het (meest mogelijke) actueel beeld gepresenteerd aan de Raad. Op basis van vastgesteld beleid vindt berekening plaats van de salarislasten naar een gemiddelde van de 10de periodiek van de functionele schaal. De toegestane formatie 2026-2030 en de financiële uitwerking (per schaal) wordt door de afdeling HRM opgesteld en door het afdelingshoofd HRM vastgesteld na akkoord van de concerncontroller. De toegestane formatie wordt gebruikt om de personeelslasten voor 2025 te kunnen berekenen. 5.3 Huren De huurbaten van het gemeentelijk vastgoed worden conform de afspraken cq contracten met de huurders één keer per jaar geïndexeerd, in principe op 1 januari dan wel op 1 juli. Deze indexatie gebeurt veelal conform de (dan) werkelijke (gepubliceerde) indexatiecijfers vanuit het CBS (Consumentenprijsindex), die op dit moment nog niet bekend zijn.
Naast deze methode zijn er op onderdelen binnen de vastgoedportefeuille nog andere indexatiemethodes van toepassing: Contracten met SRO die worden geïndexeerd met het “SRO percentage”; -Contracten met culturele partijen met een standaard indexatie van 2,5%; -Contracten waarvan de huur is gebaseerd op de kapitaalslasten in dat jaar (waardoor de huur elk jaar lager wordt); -Contracten voor woningen en woonwagenstandplaatsen die de wettelijke bepalingen uit de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte volgen. Als laatste worden wordt voor een aantal scholen jaarlijks de huur opnieuw vastgesteld op basis van het Bekostigingsstelsel (vergoeding die scholen van het Rijk krijgen om de school te onderhouden). Omdat deze percentages op dit moment nog niet (allemaal) bekend zijn worden de huren in beginsel geïndexeerd met de nu bekende prijs materiele overheidsconsumptie (imoc %), 2,1 %. Dit zorgt ervoor dat de werkelijke ontwikkeling van de huurbaten kan afwijken van nu opgenomen in de begroting. Indien nodig worden afwijkingen van de begroting gepresenteerd in P&C documenten en in het lopende begrotingsjaar verwerkt. 5.4 investeringen en kapitaallasten De nieuwe investeringsbedragen dienen te worden aangeleverd met het prijspeil van het jaar waarvoor ze worden opgevoerd. De al eerder geraamde investeringsbedragen worden niet centraal geïndexeerd.
Zandvoort kent namelijk een meerjarenraming in constante prijzen waarbij investeringen in beginsel al met het juiste prijspeil begroot moeten worden. Waar zich in de praktijk (hoger dan geraamde) prijsstijgingen voordoen, kan per investering worden bekeken hoe dit wordt ingepast in het investeringsplan. Dit gebeurt binnen het financiële kader door te bezien welke ruimte er dan is vanwege onderbesteding, of waar ruimte te maken is door andere investeringen (deels) in tijd later te plannen. Prijsstijgingen direct gerelateerd aan indexatie zijn het meest aannemelijk wanneer investeringen (naar achteren) verschuiven in de tijd. Het is aan de aanleverende afdeling om deze component te verwerken in de aanlevering van de actualisatie van het IP. Indexatie gaat ten koste gaat van de beschikbare investeringsruimte, het netto-effect daarvan is in theorie dat er daardoor minder wordt geïnvesteerd en dat is niet wenselijk.
67
De kapitaallasten worden centraal geraamd. In de Programmabegroting 2026-2030 worden de kapitaallasten geraamd, die voortvloeien uit: • •
•
De tot en met 2024 in de jaarrekening opgenomen investeringsbedragen (activa); De geraamde investeringen volgens het nieuwe Investeringsplan 2025-2029. De investeringen die worden geïnventariseerd voor de jaren 2030-2034 worden nog niet vastgesteld cq verwerkt in de begroting. De bijkomende budgettaire lasten uit voorgestelde nieuwe of hogere investeringen komen in de analyse afzonderlijk naar voren.
De rentecomponent (het zogenaamde rente-omslagpercentage) voor zowel de rendabele als de onrendabele investeringen bedraagt voorlopig 1,0%, maar zal bij de Programmabegroting 2026-2030 nader berekend worden. Dit is vastgelegd in de Financiële verordening 2024, (2023/361130) en de Nota activabeleid (die volgende op de Voorjaarsnota 2025 ter actualisatie aan de Raad zal worden aangeboden). Investeringen worden geactiveerd volgens de componentenmethode. In de nota activabeleid is vastgelegd dat investeringen van < € 100.000 niet worden geactiveerd. 5.5 Grexen Specifieke uitgangspunten voor de grondexploitatie en de ontwikkelzones worden respectievelijk in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties en het Meerjaren Perspectief Zones opgenomen. 5.6 Kostenverdeling De afdelingen geven per afdeling aan hoe de personeelskosten moeten worden verdeeld over de programma’s en producten. Een belangrijk onderscheid hierbij is de verdeling tussen overhead- en lijnfuncties. De uitvraag geeft tevens inzicht in het totale aantal uren voor lijnfuncties. Door het saldo van de totale overheadkosten en -baten te delen door het totale aantal productieve uren (exclusief overhead) wordt de overheadopslag per (lijn)uur bepaald. Deze opslag wordt gebruikt bij de activering van investeringsuren, alsmede bij de berekening van de kostendekkendheid van belastingen en leges.
5.7 Raming Algemene Uitkering In de meerjarenraming 2025-2029 is de algemene uitkering vanaf 2025 in constante prijzen geraamd. Omdat 2026 de primaire begrotingsschijf wordt, zal de algemene uitkering herberekend moeten worden in lopende prijzen voor 2026. Dat wil zeggen dat de algemene uitkering dan opgehoogd wordt met het gestegen loon-en prijsniveau, prijspeil 1 januari 2026. Daarnaast wordt de algemene uitkering geactualiseerd aan de hand van de zogenaamde meicirculaire. De meicirculaire wordt te laat ontvangen om nog in de Voorjaarsnota 2025 te kunnen verwerken. Over de gevolgen van de meicirculaire wordt de raad afzonderlijk geïnformeerd en de consequenties worden verwerkt in de Programmabegroting 2026-2030. De algemene uitkering is onder andere gebaseerd op het aantal inwoners en woningen voor 2025. Als de gemeente (relatief tot de rest van het land) groeit betekent dit ook dat baten uit de algemene uitkering groeien vanwege areaaluitbreiding.
68
5.8 Vennootschapsbelasting Voor de onderdelen parkeergarages, grondexploitaties en reclame zal een raming van de belastingdruk moeten worden opgegeven. Deze post is als last op programma 7 opgenomen. 5.9 Weerstandsvermogen Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen is er een norm vastgesteld. Wij gebruiken de volgende waarderingstabel: A > 2.0 B 1.4 - 2.0 C 1.0 - 1.4 D 0.8 - 1.0 E 0.6 - 0.8
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende
De weerstandscapaciteit bestaat uit de Algemene Reserve. Het vastgelegde kader is dat de ratio weerstandsvermogen minimaal 1,4 bedraagt. 5.10 Kostendekkende tarieven riool- en afvalstoffenheffing Voor 2026 wordt voorgesteld de tarieven voor riool- en afvalstoffenheffing alleen te corrigeren met het standaard inflatiepercentage van 2%. Voor 2027 en verder is in de ramingen rekening gehouden met kostendekkende baten. Hierbij dient rekening gehouden te worden met extra tariefsverhogingen. Voor Afvalstoffenheffing gaat het om een verhoging van het tarief in 2027 met 11,6% bovenop de dan geldende indexatie. Voor rioolheffing wordt er voor 2027-2030 een beroep gedaan op de egalisatievoorziening rioolheffing, echter is daarnaast ook een tariefsverhoging noodzakelijk van elk jaar 10% extra bovenop het reguliere inflatiepercentage nodig. Gezien het gemeentelijk rioleringsplan is het namelijk noodzakelijk om te streven naar een 100% dekkingspercentage zonder inzet van de egalisatievoorziening rioolheffing. Naar aanleiding van het Onderzoeksrapport ‘Doelmatig- en Doeltreffendheidsonderzoek Spaarnelanden’, opgesteld door onderzoeksbureau Royal Haskoning DHV (RHDHV) (collegebesluit Onderzoek 213a Spaarnelanden meten is weten (2025/132151)) is de verwachting dat zowel de lasten van afvalstoffenheffing als rioolheffing hoger uit zullen vallen.
Hier is in onderstaande overzichten nog geen rekening gehouden. Uit verder onderzoek zal blijken hoe de ontwikkeling van de lasten de komende jaren zal zijn. Bij grote afwijkingen ten opzichte van de huidige situatie zal aan de raad worden voorgelegd op welke wijze deze worden meegenomen in de heffing. Rioolheffing In het overzicht hieronder is opgenomen wat de ontwikkeling van de baten en lasten met betrekking tot riolering is. De kosten van Spaarnelanden nemen in 2026 toe met 4,5%. Voor de opbrengsten wordt gerekend met 2% in 2026. In de jaren erna is er ieder jaar een extra stijging van 6,6 % bovenop de inflatiecorrectie nodig.
69
Rioolheffing (x € 1.000)
2026
Tariefmutatie Lasten incl. overige opbrengsten Rioolheffing Voorziening
2028
2029
2,0%
6,6%
6,6%
6,6%
€ 2.967 € -2.553 € -413
€ 3.196 € -2.722 € -475
€ 3.305 € -2.901 € -403
€ 3.096 € -3.093 € -3
-
-
-
-
€ 2.348 € -413 € 1.934
€ 1.934 € -475 € 1.459
€ 1.459 € -403 € 1.055
€ 1.055 € -3 €1.052
Saldo
Verloop voorziening stand 1-1 mutaties stand 31-1
2027
Afvalstoffenheffing In het overzicht hieronder is opgenomen wat de ontwikkeling van de baten en lasten met betrekking tot de afvalstoffenheffing is. De kosten van Spaarnelanden nemen in 2026 toe met 4,5%. Voor de opbrengsten wordt gerekend met 2%. In 2027 dient het tarief met 11,6% extra verhoogd te worden. Hier is in de ramingen rekening mee gehouden. Afvalstoffenheffing
2026
2027
2028
2029
Tariefmutatie
2,0%
11,6%
0,0%
0,0%
Lasten incl. overige opbrengsten Afvalstoffenheffing Voorziening Saldo
€ 2.948 € -2.642
€ 2.949 € -2.949
€ 2.949 € -2.949
€ 2.949 € -2.949
€ 306
€0
€0
€0
De egalisatievoorziening Afvalstoffenheffing is leeg. 5.11 Lokale woonlasten De lokale woonlasten 2025 van Zandvoort (€ 934) zijn lager dan het landelijk gemiddelde (€ 1.052). Zowel de rioolheffing, de afvalstoffenheffing als de OZB zijn in Zandvoort lager. Voor 2026 wordt voorgesteld de tarieven alleen te verhogen met het inflatiepercentage van 2%, daarmee zullen de tarieven ruim onder het landelijk gemiddelde blijven.
70
*OZB-woningen is gebaseerd op de voorlopige WOZ-waarden Ontwikkeling lokale woonlasten bij kostendekkende tarieven in 2026: Indien in plaats van de verhoging van 2% kostendekkende tarieven worden gehanteerd, komen de woonlasten van Zandvoort alsnog uit onder het landelijk gemiddelde. In het voorbeeld hieronder is uitgegaan van een tariefstijging van 13,8% voor de afvalstoffenheffing en voor rioolheffing 18,5%. Voor de OZB is 2% gehanteerd en voor de stijging van de landelijke tarieven is ook 2% gehanteerd. De woonlasten voor een meerpersoonshuishouden komen daarmee voor Zandvoort op € 1.026 en voor Nederland (landelijk gemiddelde) op € 1.073.
71
5.12 Stelposten en taakstellingen In onderstaand overzicht zijn de opgenomen stelposten en taakstellingen terug te vinden met een korte toelichting.
Pr. Omschrijving 2
Eigen bijdrage huishoudelijke hulp
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2029 109
-116
Stelpost GiZ begeleiding (trendanalyse WMO groei cliënten)
2 4 Bibliotheek 4
100
Exploitatie Theater De Krocht
Taakstelling opbrengsten ter dekking 5 evenementenbeleid 7 Stelpost begroting VRK Stelpost achterstand investeringen 7 kapitaallasten 7 Taakstelling huisvesting Raadhuis 7 Huisvesting raadhuis Gezamenlijke investeringsagenda 7 digitalisering 7 Voorjaarsnota Rijk Inkomsten gemeentefonds: 7 Jeugd verwachte inkomsten 7 Hoeveelheidsverschillen 7 Indexatie gemeentefonds Totaal stelpost / taakstellingen
-113
-113
-113
31
52
80
110
65
65
100 115
-87 61
77
77
77
77
-150
-150
-150
-150 -222 500
50
50
50
-352
-864
-904
-251 -149 -930 -2.118
-187 -151 -930 -2.167
-150 -182
50
50
-221 -153 -930 -1.323
-221 -149 -930 -1.100
Programma 2 Eigen bijdrage huishoudelijke hulp De eigen bijdrage huishoudelijke hulp is gebaseerd lasten en baten op basis van onder andere de meicirculaire 2023. Stelpost GiZ begeleiding (trendanalyse WMO groei cliënten) Om de impact van groei in het aantal cliënten Wmo te prognosticeren voor de periode 2025-2029 is per Wmo voorziening voor 2025 en verder het gemiddelde genomen van de populatiegroei uit het HHM rapport 2024 en het Wmo voorspelmodel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
72
Programma 4 Bibliotheek Dit betreffen zorgplichtmiddelen die bij de septembercirculaire 2024 beschikbaar zijn gekomen, verwachting is dat deze grotendeels nodig zijn voor de bibliotheek en dat een gedeelte vrij kan vallen. Programma 5 Taakstelling opbrengsten ter dekking van evenementenbeleid Onderzocht wordt hoe de structurele lasten van de uitwerking van het evenementenbeleid gedekt kunnen worden uit de meeropbrengsten van leges, precario- en /of de toeristenbelasting. Een gedeelte wordt reeds gedekt uit de verwachte meeropbrengsten van de precariobelasting Programma 7 Stelpost begroting VRK Naar aanleiding van de concept Begroting 2026 van de Veiligheidsregio Kennemerland wordt alvast een stelpost opgenomen van € 61.000 voor het jaar 2025 en € 77.000 voor de jaren 2026 en verder. Stelpost achterstand investeringen kapitaallasten Er wordt rekening gehouden met een voordeel op de kapitaallasten doordat op basis van ervaring naar verwachting het investeringsplan niet geheel wordt gerealiseerd. Taakstelling huisvesting raadhuis In gevolg van de ambtelijke samenwerking is een taakstelling ontstaan met de bedoeling om deze te realiseren bij de ontwikkeling van het Raadhuis in de nabije toekomst. Definitieve besluitvorming over die ontwikkeling is nog niet afgerond, waardoor deze taakstelling blijft bestaan.
Afhankelijk van de besluitvorming over het gebruik van het Raadhuis zal blijken of de taakstelling realiseerbaar is. Stelpost Huisvesting raadhuis Er wordt rekening gehouden met € 500.000 kapitaallasten voor het raadhuis. In 2019 is een raadbesluit (2019/149854) genomen waarin het college is opgedragen de planvorming voor het raadhuis te starten waarbij het bestaande Raadhuis deels (nieuwbouwgedeelten) wordt herontwikkeld voor woningbouw. Het plan is om het monumentale Raadhuis op te knappen en geschikt te maken voor huisvesting van een deel van de gemeentelijke functies. Er zal een nieuw deel aangebouwd moeten worden om alle functies te kunnen huisvesten. Om inzicht te geven in de mogelijke kosten en de invloed hiervan op de cijfers is een stelpost voor de extra kosten raadhuis opgenomen, die voorlopig worden ingeschat op € 500.000 structureel vanaf 2029. Het betreft nadrukkelijk een eerste inschatting waarin nog keuzes zijn te maken, welke aan de raad worden voorgelegd voordat er gestart wordt met de uitvoering. Stelpost gezamenlijke investeringsagenda digitalisering (programmabegroting 2023) Er wordt geïnvesteerd in verbetering van de digitale informatievoorziening en de informatiebeveiliging. Dit vraagt aanvullende investeringen boven op de gebruikelijke vervangingsinvesteringen. Investeren in de digitale infrastructuur en in data en integratie wordt
73
noodzakelijk geacht om de organisatie blijvend te kunnen bedienen en om de bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken. Zeker gelet op de externe (wettelijke) eisen en ontwikkelingen. Om kosten te dekken van gezamenlijke bedrijfsvoeringsinvesteringen is een stelpost opgenomen. Voorjaarsnota Rijk Op basis van het zwaarwegende advies ‘Groeipijn’ van 30 januari jl. van de deskundigencommissie Van Ark heeft het kabinet in de Voorjaarsnota 2025 middelen toegevoegd aan het gemeentefonds voor de jaren 2025, 2026 en 2027. Deze middelen bestaan onder andere uit de demping van het financieel tekort ravijnjaar wat toe te rekenen is aan de financiering jeugd. Daarnaast ontvangen de gemeenten 50% als compensatie voor het gemeentelijke tekort over 2024. Tenslotte ontvangen de gemeentes een verzachting van de eerder doorgevoerde besparingen uit grond van bestuurlijke afspraken hervormingsagenda jeugd. Hiermee worden deze besparingen voor de periode 2025-2027 voor het grootste gedeelte weggenomen. Deze bedragen zijn in afwachting van de meicirculaire doorvertaald voor de gemeente Zandvoort, waarbij rekening gehouden is met de eerder opgenomen post "Jeugd verwacht inkomsten". Gemeentefonds: • Verwachte inkomsten jeugd De Hervormingsagenda Jeugd is een pakket aan diverse maatregelen om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te maken.
Dit vertaalt zich onder andere ook in een besparing op de Algemene Uitkering (AU) vanuit het Rijk. Er wordt rekening gehouden met (gedeeltelijke) compensatie vanuit het Rijk door middel van deze stelpost. • Hoeveelheidsverschillen De aantallen / eenheden zijn geactualiseerd. Het positieve verschil wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van inwoners met een laag opleidingsniveau en inwoners met een laag inkomen. • Indexatie Het prijspeil van het gemeentefonds is aangepast naar 2026. De definitieve prijspeil bijstelling vindt plaats in de meicirculaire.
74
6 Bedrijfsvoering Gemeenten staan de komende jaren voor forse uitdagingen rondom arbeidsmarkt en organisatie, de gemeentelijke organisatie past in dit beeld Demografische ontwikkelingen zorgen voor een structureel krappe arbeidsmarkt. De Nederlandse bevolking vergrijst en daardoor zijn er steeds minder mensen aan het werk. In relatieve zin (ten opzichte van het aantal niet-werkenden), maar binnenkort ook in absolute zin: de beroepsbevolking stagneert en kan zelfs gaan krimpen. Gemeenten zullen dus steeds moeilijker aan medewerkers kunnen komen. Een recente toekomstverkenning van het A&O fonds voorspelt een kraptemodel voor de gemeentelijke arbeidsmarkt tot tenminste 2035. Dit alles terwijl, eveneens door de vergrijzing, de sociale opgaven en bijbehorende taken groter worden. De gemeentelijke organisatie wijkt in dit opzicht niet af en ons personeelsbestand vergrijst. Uit ons Sociaal jaarverslag 2024 (jaarrekening 2024) blijkt dat 32% van medewerkersbestand ouder dan 55 jaar is (waarvan 18% > 60 jaar) zodat de komende jaren een grote uitstroom van (ervaren) medewerkers gaat plaatsvinden. Ook landelijke bevindingen op het gebied van werkbeleving zijn zichtbaar in de gemeentelijke organisatie (bronnen: A&O-fonds Gemeenten, benchmark werkbelevingsonderzoek Internetspiegel, UWV). A&O fonds Gemeenten constateert dat in alle gemeenten de (ervaren) werkdruk afgelopen jaren toeneemt.
Door werkdruk lopen medewerkers steeds meer risico op overbelasting. Dit kan leiden tot ziekteverzuim en uitval, waardoor de druk bij de overgebleven medewerkers weer meer toeneemt. Dit kan leiden tot een negatieve spiraal. We zien als gevolg van het lange ziekteverzuim ook een groei in WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) uitkeringen bij de gemeentelijke organisatie, in lijn met landelijke UWV-cijfers. Uit het werkbelevingsonderzoek van september 2023 blijkt dat een derde van onze medewerkers een hoge of té hoge werkdruk ervaart, in lijn met de (100.000+)benchmarkgemeenten. In het najaar van 2025 wordt het werkbelevingsonderzoek herhaald. Agenda goed werkgeverschap voor 2025 en 2026 Deze personele trends zijn niet nieuw. Aan de hand van het Strategisch Personeelsbeleid 2022-2027 (2022/56077) wordt sinds 2022 gewerkt aan het anticiperen op krapte op de arbeidsmarkt, vergrijzing en werkbeleving door het investeren in goed werkgeverschap. Dit gebeurt aan de hand van interventies die gericht zijn op de (1) medewerker, (2) de organisatie en (3) de randvoorwaarden voor dienstverlening op het gebied van personeel en organisatie. Deze interventies worden jaarlijks geprioriteerd, mede op basis van de beschreven trends.
1) Het binden, boeien en behouden van de medewerker gedurende de hele medewerkersreis Om onderscheidend te zijn in de krappe arbeidsmarkt is een werkgeversmerk en bijbehorende arbeidsmarktcampagne is ontwikkeld voor gemeenten Haarlem en Zandvoort. Deze is sinds maart 2025 live voor een duur van anderhalf jaar. Daarnaast wordt extra ingezet op interventies en instrumenten die bijdragen aan het ontwikkelen en behoud van medewerkers en het duurzaam terugdringen van verzuim en uitstroom. Het gaat onder andere om talentmanagement, vergroten van interne mobiliteit, leren en ontwikkelen, duurzame inzetbaarheid en de ontwikkeling van traineeships vanaf 2025. Er aandacht voor verschillende doelgroepen van (potentiële) medewerkers; zo is er bijvoorbeeld bijzondere aandacht voor de doelgroep van praktisch (MBO) geschoolden.
75
Formatie en inhuur Het opvangen van krapte op de arbeidsmarkt en vergrijzing vergt strategische personeelsplanning. Onder druk van nieuwe handhaving van wetgeving (DBA) wordt verwacht dat er verschuivingen in de flexibele schil en vaste formatie zullen ontstaan. Binnen de flexibele schil zal minder gebruik worden gemaakt van zzp’ers en zal de inzet van inhuur meer plaatsvinden via uitzendconstructies of tijdelijke contracten. Bij langdurige inhuur voor reguliere functies wordt gestreefd naar het omzetten naar vaste dienstverbanden. Het jaar 2025 wordt gezien als overgangsjaar voor de DBA. Een voorzichtige verschuiving of afbouw binnen de gemeente van ingehuurde medewerkers wordt echter al zichtbaar. In de praktijk wordt afscheid genomen van ingehuurde medewerkers daar waar mogelijk is of komen ingehuurde medewerkers in dienst van de gemeente. Dit is een continu proces en vergt vaak maatwerk afhankelijk van de arbeidsmarkt en de doelstellingen. In het eerste half jaar van 2025 wordt een 213a-onderzoek uitgevoerd, waarbij gekeken wordt of de gemeente DBA-proof is. Ook wordt in het 213a-onderzoek betrokken wat een passend inrichtingsmodel voor inhuur kan zijn waarbij een balans wordt verkregen tussen enerzijds een strakkere beheersing van de inhuur en anderzijds de problematiek op de arbeidsmarkt en flexibele schil.
Het accuraat inschatten van inhuur blijkt in de praktijk voor de korte termijn mogelijk, maar wordt lastiger naarmate de tijdshorizon meer in de toekomst ligt. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026-2029 wordt de meerjarenraming voor inhuur op hoofdlijnen geactualiseerd. Het accent ligt echter op het lopende begrotingsjaar, dan valt pas een reële inschatting te maken van de benodigde capaciteit om de bestuurlijke ambities te realiseren. Door middel van de diverse P&C producten zal de gemeenteraad geïnformeerd worden over de ontwikkelingen op inhuur en vaste capaciteit. Dit ook in aansluiting op de eerdere adviezen van de commissie Duisenberg en de Rekenkamercommissie. 2) Ontwikkeling van een toekomstbestendige, kompaswaardengedreven en inclusieve organisatie Op het niveau van de organisatie wordt gewerkt aan een stevige sturing, richting en inrichting van onze organisatie. Hier gaat het bijvoorbeeld om methoden om samenwerken te bevorderen, beter te prioriteren en het verhelderen van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Organisatieontwikkeling gebeurt dicht op de dagelijkse praktijk; in de afdelingen en teams. Met de teams wordt gewerkt aan wijzigingen in cultuur en structuur. Bij cultuur is het organisatiekompas met organisatiewaarden en de dienstverleningswaarden leidend.
Organisatiebreed wordt op programmatische wijze geïnvesteerd in een cultuur van (sociale) veiligheid, veilige uitoefening van publiekstaken (publieksagressie), diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid, integriteit en weerbaarheid, verminderen regeldruk. Bij het realiseren goed werkgeverschap, het vormen van een toekomstbestendige organisatie en het bieden van een stimulerend en inclusief klimaat zijn leidinggevenden in een sleutelpositie. Leiderschapsontwikkeling op deze thema’s wordt gecontinueerd en versterkt. Op het gebied van structuur wordt het organisatiestatuut aangescherpt
76
en wordt onderzocht welke mandaten lager in de organisatie kunnen worden belegd om de uitvoeringskracht te vergroten. In 2025 worden diverse afdelingen in het domein bedrijfsvoering heringericht, waarbij randvoorwaarden gecreëerd worden voor het aangaan van uitdagingen op het gebied van de digitale transformatie en financiële advisering. 3) Basis op orde: borgen randvoorwaarden eHRM-dienstverlening en arbeidsvoorwaarden Een toekomstbestendige gemeentelijke organisatie kan alleen bestaan als de basis op orde is. Daarbij gaat het om betrouwbare en efficiënte dienstverlening op het gebied van personeel en organisatie – zoals tijdige betalingen, correcte arbeidsvoorwaarden, toegankelijke HR-processen en inzicht in personeelsgegevens. Deze randvoorwaarden zijn niet vanzelfsprekend. Het huidige eHRMsoftwarepakket kent beperkingen. In 2025 en 2026 wordt hierin een belangrijke stap gezet met de livegang van een nieuw eHRM-systeem per 1 januari 2026. Dit systeem ondersteunt verregaande digitalisering van HR-processen en draagt bij aan gebruiksgemak, gegevenskwaliteit en integraal personeelsmanagement. De verwachting is dat ondersteuning en advisering op het gebied van personeel en organisatie kwaliteits- en efficiëntiesprong maken. Na livegang wordt verder gewerkt aan de verdere ontwikkeling van HR-analytics: sturen op basis van HR-data.
Dit helpt om op basis van actuele en betrouwbare data strategische keuzes te maken, bijvoorbeeld over formatie, inzet van mensen, opleiding, verzuim en mobiliteit. Er wordt continu gewerkt aan het actueel houden van arbeidsvoorwaarden, die voortvloeien uit de wet, Cao gemeenten (die voor 2025 en 2026 opnieuw afgesloten wordt) en de lokale invulling. De Cao gemeenten zorgt voor gelijke basisarbeidsvoorwaarden op het gebied van onder andere salaris, verlof en pensioen voor alle gemeentelijke medewerkers. Gemeenten kunnen zich echter onderscheiden op het gebied van secundaire (lokale) arbeidsvoorwaarden. Bij lokale arbeidsvoorwaarden en functiewaardering wordt actief gebruik gemaakt van benchmarks, om de positie van Haarlem en Zandvoort ten opzichte van andere gemeenten te bepalen. Tenslotte: hybride werken is randvoorwaarde voor goed werkgeverschap/basis op orde. Norm weerbare overheid De Noord-Hollandse Norm Weerbare Overheid is ontwikkeld om zowel gemeenten als de provincie weerbaarder te maken tegen ondermijnende criminaliteit, agressie en intimidatie tegen ambtenaren en politieke ambtsdragers, en andere externe dreigingen. Naast het aanpakken van criminele ondermijning biedt de norm bescherming tegen verstoringen van democratische processen en versterkt het de integriteit van het openbaar bestuur.
Hiermee draagt de norm bij aan een veilige werkomgeving, beschermt de politieke besluitvorming, en zorgt het voor een gezamenlijk sterk front tegen bedreigingen, waardoor het vertrouwen in het openbaar bestuur wordt gewaarborgd. Met behulp van een nulmeting in Q1 2025 wordt in beeld gebracht waar Zandvoort staat. De informatie uit de nulmeting wordt gebruikt om (veelal reeds ingezet) beleid te ontwikkelen en aan te scherpen. Informatiebeveiliging Nieuwe ontwikkelingen volgen elkaar snel op, en het is een continu kat-en-muis-spel met criminelen. Doorlopend ontstaan nieuwe bedreigingen gevolgd door nieuwe oplossingen die weer gevolgd
77
worden door nieuwe bedreigingen. Vanwege de digitale risico’s vraagt wetgeving steeds meer (o.a. NIS2, in Nederland vervat in de Cyberbeveiligingswet). De lat voor “passende maatregelen” (zoals gevraagd door de AVG) gaat hierdoor doorlopend omhoog. Concepten van de Cyberbeveiligingswet (vanaf 4 december 2024 aanhangig bij de Raad van State) en de Algemene Maatregel van Bestuur hieromtrent (Consultatie gestart op 20 februari 2025) schetsen als algemeen beeld: • Het werk wordt professioneel gedaan, met een robuuste Plan-Do-Check-Act cyclus, beleid over heel veel onderwerpen en voldoende personeel om dat beleid aantoonbaar uit te voeren. • Veel beheersmaatregelen moeten verplicht zijn getroffen. • Het college heeft een inhoudelijke rol, en moet o.a. beheersmaatregelen goedkeuren. Over beheersmaatregelen is weinig discussie. Ze zijn nodig tegen de risico’s. De wetgeving voegt er een substantieel procesmatig en papieren gedeelte aan toe, wat zich vertaalt in arbeid. De inhoudelijke betrokkenheid van het college is een extra reden voor robuustheid van het procesmatige en papieren gedeelte. Er bestaat nog een behoorlijke afstand tussen onze praktijk van vandaag en dit wettelijke toekomstbeeld. Dit is reden om claims op te nemen voor extra menskracht en voor extra beheersmaatregelen.
De volgende intensiveringen worden voorgesteld: Verlagen impact calamiteiten op samenleving (CC/BCM) Aantoonbaar voldoen aan wetgeving (CC/Security) Afronden inrichten systeem en stelsel NIS 2 (CC/Security) Up to date maken OT network in kader NIS 2 (CC/Security) Versterken leveranciersmanagement en contractmanagement (JZ inkoop) Versterken leveranciersmanagement en contractmanagement (PCM) Versterken leveranciersmanagement (met VNG standaarden opstellen CC/Security) Projectmanagement+ (uitvoeren) maatregelen security IV Beheer Toegang alle applicaties opnieuw inrichten en saneren oude structuur IV beheer Onderhouden ingerichte structuur toegang IV beheer Totale kosten (bijdrage Zandvoort, overige kosten worden door de gemeente Haarlem gedragen)
€ 11.200 in 2026 en 2027 € 12.500 in 2026 en 2027 € 8.100 in 2026 gelet op de Dienstverleningsafspraken volledig voor rekening van de gemeente Haarlem € 11.200 in 2026/2027 en 2028 gelet op de Dienstverleningsafspraken volledig voor rekening van de gemeente Haarlem gelet op de Dienstverleningsafspraken volledig voor rekening van de gemeente Haarlem € 9.800 in 2026 gelet op de Dienstverleningsafspraken volledig voor rekening van de gemeente Haarlem € 4.900 vanaf 2027 € 52.800 in 2026 € 39.800 in 2027 € 16.100 in 2028 € 4.900 vanaf 2029
78
Inkoop van diensten Security beheersmaatregelen zullen steeds meer als een dienst worden afgenomen, omdat het voor een kleine partij niet haalbaar is om het zelf te doen: • Het benodigde diepgaand technisch specialisme is in een kleine organisatie met generalisten niet op te bouwen en te onderhouden. • Onze CAO kan voor zulk personeel de concurrentie met de markt lang niet aan. • Het werk bij ons zal zulk personeel niet boeien, ééns per paar jaar een grote verandering is iets anders dan tienmaal per jaar voor steeds andere organisaties. • Onze schaalgrootte maakt het onmogelijk om de vereiste 24/7 dienstverlening in te richten Het is te verwachten dat in ieder volgend jaar een volgende intensieve dienst zal worden toegevoegd. De precieze keus hangt af van de risico’s die op dat moment de grootste zijn.
Mogelijkheden zijn: • DLP (Data Leakage Protection) – Signaleren en voorkomen dat vertrouwelijke data op grote schaal kan worden gelekt; • CASB (Cloud Access Security Broker) – Grip hebben op uitwisseling van informatie tussen verschillende Clouds; • APT Detection (Advanced Persistent Threat) – Opsporen en blokkeren van criminelen of vijandige staten die al jaren binnen kunnen zijn, en die een geschikt moment afwachten; • Permanent Ethisch Hacken – Continue assurance in plaats van een jaarlijkse Hack- en Pentest; • Uitbreiding van bestaande diensten zodat ook de OT-omgeving erin wordt meegenomen. In aanvulling op de bedragen uit bovengenoemde tabel zou voor deze intensieve diensten aanvullend een reservering nodig zijn van € 20.000 in 2027, 70.000 in 2028, € 120.000 in 2029 en vanaf 2030 € 150.000 structureel (dit zijn de bijdragen van Zandvoort waarbij 90% van de kosten voor rekening van de gemeente Haarlem zijn). Niettemin wordt voor dit moment voorgesteld dit nog niet op te nemen in het financieel kader. Dit in afwachting van de door staatsecretaris Szabo aangekondigde nieuwe Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). In een brief benadrukt Szabo dat de overheid mensen wil bedienen als 1 overheid en niet als afzonderlijke organisaties.
Om Nederland als 1 overheid te bedienen is het belangrijk dat er meer en betere samenwerking komt tussen Rijksoverheid, provincies, gemeenten, waterschappen en publieke dienstverleners. De NDS heeft als doel om bestaande digitaliseringsplannen te verbinden en prioriteiten te stellen. Er komt een helder overzicht met onderwerpen waar focus op ligt en welke doelen hiermee bereikt worden. Tegelijk zal het kabinet ook moeten inspelen op nieuwe technologische ontwikkelingen. In het voorjaar van 2025 wordt de definitieve versie aangeboden aan de Tweede Kamer, waarin ook een uitwerking en een formalisering is opgenomen. Als gemeente invoegen in deze strategie is onontkoombaar en de betekenis nog niet te bepalen. Voor de afspraak “meer taken dan ook meer knaken” zal eerst bij de VNG aangedrongen worden op behandeling in de commissie financiën en wordt het voorstel van Szabo afgewacht om in de
79
digitaliseringsopgaven / dienstverlening als één overheid te functioneren en samen op te trekken als overheidslagen. Verwacht dat de prioritering en samenwerking behulpzaam zal zijn om eerst daarna te bepalen wat er voor de gemeentelijke organisatie rest wat niet in samenwerking kan worden opgepakt. Of een vertaling gemaakt kan worden t.b.v. de Programmabegroting 2026 is nog niet te bepalen. Daarom beschrijven we de ontwikkeling die op ons afkomt. Vertaling naar capaciteit en geld gebeurt dan later in de verwachting dat een deel landelijk ter hand wordt genomen. Kosten ambtelijke samenwerking In het kader van de ambtelijke samenwerking betaalt de gemeente Zandvoort jaarlijks een financiële vergoeding aan de gemeente Haarlem. De hoogte en de samenstelling van die vergoeding is geregeld in artikel 9 van het Dienstverleningshandvest. Artikel 9 lid 6 bepaalt dat de vergoeding jaarlijks bij de voorbereiding van de Voorjaarsnota schriftelijk wordt vastgelegd. De vergoeding bedraagt voor het jaar 2026 voorlopig in totaal € 15.053.000 inclusief indexering (prijspeil 2026).
Omschrijving Directe en indirecte personeelslasten inclusief efficiencykorting Overhead Materieel budget Facilitaire ondersteuning Schulddienstverlening en fraudebestrijding Capaciteitsuitbreiding begroting 2019 uitvoeringsprogramma: Af: compensatie doorbelasting uren aan projecten Capaciteitsuitbreiding begroting 2020: Capaciteitsuitbreiding begroting 2021 € 0; tijdelijke uitbreidingen algemeen handhaver en integraal handhaver zijn niet via de vergoeding geregeld maar via factuur gezien het incidentele karakter; Capaciteitsuitbreiding Basisregistratie Beheer en onderhoud 2022 Capaciteitsuitbreiding Sport, Jeugd & Onderwijs 2022 Af: taken leerlingenvervoer naar derden Aanvullende afspraken in kader van de 1e evaluatie (advies geschillencommissie) Formatie uitvoering nieuwe wet inburgering nieuwkomers Formatie beleidsmedewerker WVGGZ Continuering senior-coördinerend handhaver vanaf 2023 Formatie Jeugd Formatie Veiligheid en aanpak ondermijning
2025 5.222
2026 5.222
2027 5.222
2028 5.222
2029 5.222
3.523 130 100 200 508
3.523 130 100 200 508
3.523 130 100 200 508
3.523 130 100 200 508
3.523 130 100 200 508
-550 56
-550 56
-550 56
-550 56
-550 56
24
24
24
24
24
68
68
68
68
68
-22 673
-22 673
-22 673
-22 673
-22 673
44
44
44
44
44
12 112
12 112
12 112
12 112
12 112
151 132
151 132
151 132
151 132
151 132
80
Omschrijving Marktmeester Formatie ontwikkeling contractvorming en professionalisering Extra capaciteit BOA's IJslandsmodel formatie Aanpassen toerekenen adviseur strategie Adviseur Public Affairs/Lobbyist Zandvoort (VJN2023/PB2024) Extra formatie voor functioneel beheerder SD Uitbreiding capaciteit team Wonen i.v.m. extra werkzaamheden vanuit Rijk Formatie opvang asielzoekers Uitbreiding telefonie en meldingen openbare ruimte Uitbreiding telefonie immigratie/naturalisatie Formatie Wet inburgering / medewerkers statushouders Formatie-uitbreiding adviseur dienstverlening Privacy en security Af: Afbouw formatie team coördinator Sociale Wijkteams Af: Correctie taakstelling sociaal domein Inhuur parkeren en mobiliteit omzetten in vaste formatie Indexering t/m 2025 Formatie strategisch adviseur toeristische visie Formatie duurzaamheid (1fte / CDOKE) Formatie Verbinder strand Beleidsmedewerker riolering Tactisch beheerder riolering Teammanager ECDW Teammanager PG Reiskostenregeling Arbeidsmarktcommunicatie Doorwerking besparingsvoorstellen Haarlem Investering bedrijfsvoering digitalisering Uitbreiding communicatiefunctie Zandvoort Opgenomen mutaties Voorjaarsnota 2025: Indexering (2%) voor 2026 Verhogen naar 130% van WSN incl. uitvoeringskosten (SMSR) Overgang gemeentelijke medewerkers wijkteams Medewerker Evenementen Formatie t.b.v. Paspoort Uitvoerings Regeling Nederland Handhaver