Bijlage 1 - Ontwikkelperspectief Binnenduinrand
Tekst van het document
Dat werd gedaan door Amsterdamse rijken die de aantrekkelijkheid van het landschap van de Binnenduinrand ontdekten en daar wilden verblijven. Veel van deze buitenplaatsen bepalen nog steeds het landschap zoals Duin- en Kruidberg, Leyduin, Huis te Manpad, Beeckesteijn en Elswout. Aan het eind van de 19de eeuw is de villacultuur (forensen door treinverbindingen) ontstaan en zijn diverse buitenplaatsen verkaveld tot villawijken. Ook in het nabije verleden bleef het gebied aantrekkelijk, wat tot de aanleg van meerdere groots opgezette villawijken in de duinzoom en tegen de rand van Zandvoort heeft geleid. | 29
Afb 26 Historisch beeld van de Zeeweg
Afb 25 Gezicht op Haarlem, Jacob van Ruisdael 1670
Afb 27 Ruine van Brederode
Afb 28 Historische foto tram
Afb 29 Aanleg van de sluizen bij IJmuiden
30 | Afb 30 Strandtoerisme Zandvoort begin 20e eeuw
Afb 31 Buitenplaatsen rond het Wijkermeer
Strand en duinen De hoge, jonge duinen van nu liggen ook op de strandwallen en hebben een belangrijke functie als natuurlijke bescherming tegen inundatie vanuit zee. Door archeologische vondsten is duidelijk geworden dat ook hier in de vroege Middeleeuwen mensen woonden. Door klimaatverandering werden de westelijke strandwallen afgebroken en kwam het zand beschikbaar voor nieuwe duinvorming. Stuivende duinen wandelden eeuwenlang in fasen van zee landinwaarts. Dit landschap was geen goede woonplaats en evenmin geschikt als landbouwgrond (droogte, verstuiving en de aanwezigheid van konijnen). De duinen waren vooral jachtgebied in tijden van Brederode en later “de Woestenij” van de buitenplaatsen van de rijke Amsterdammers. Om het verstuiven van de duinen tegen te gaan werden de duinen vanaf 1800 bebost en vormde de bosbouw enige bron van inkomsten. Vanaf 1853 kregen de duinen een nieuwe functie als drinkwaterwingebied. Een functie die er voor gezorgd heeft dat de duinen tot op de dag van vandaag gevrijwaard zijn gebleven van grootschalige bebouwing (met name begin 20e eeuw vormde de uitdijende villawijken een bedreiging voor het duingebied). Hierdoor heeft zich hier zeer waardevolle natuur kunnen ontwikkelen. Sinds 1950 is een groot deel van het duingebied een Nationaal Park.
Rond 1970 kwam beheer van de duinen omwille van natuurwaarden op gang, wat vanaf 1990 vooral was gericht op herstel en natuurbeheer. Inmiddels is het duingebied beschermd als Natura 2000-gebied. De kust was aanvankelijk alleen aantrekkelijk voor de visserij. Pas met komst van het spoor in 1881 begon Zandvoort zich te ontwikkelen van vissersdorp tot badplaats en werden de kust en de kuuroorden een toeristische bestemming. In 1948 zorgde de opening van het circuitpark ervoor dat Zandvoort internationaal verder op de kaart kwam te staan. In het begin van de 20e eeuw verschenen ook bij IJmuiden (in de nabijheid van de pier als recreatief attractiepunt) de eerste strandpaviljoens en kwam ook bij Bloemendaal aan Zee de kustrecreatie op gang. Vanaf 1950 kreeg ook in de Kennemerduinen een meer op de massa gerichte recreatie zijn plaats met het graven van spartelvijvers, grote campings en een intensief padennet rond een rustige natuurkern. (Haven)industrie Dwars op de landschappelijke hoofdrichting (noord-zuid), ligt het landschap van het Noordzeekanaal. Dit relatief jonge landschap met haven-industriële, stedelijke en grootschalige recreatieve functies verbindt Amsterdam met de Noordzee. De grote maat van het Noordzeekanaal en de industriële bedrijvigheid zorgen voor een zelfstandige entiteit in het kustlandschap.
Langs het kanaal liggen belangrijke verbindingen naar het recreatiegebied Spaarnwoude in de Bufferzone Amsterdam-Haarlem.
2.2 Karakteristiek en identiteit Binnenduinrand Het landschap van de Binnenduinrand heeft een rijke geschiedenis, die tot op de dag van vandaag herkenbaar is. Iedere tijdslaag heeft sporen in het landschap nagelaten en door de veelheid aan buitenplaatsen, theekoepels, lanen, bollenvelden, bunkers, vaarten en historische bouwwerken draagt de tegenwoordige tijd een echo van het verleden in zich mee. Landschap Opvallend in de ruimtelijke opbouw van het landschap is het onderscheid tussen drie hoofdzones, die zich van noord naar zuid uitstrekken: •
de kust- en duinenzone;
•
de zone van het “landschappelijk mozaïek” van open gebieden, bossen, buitenplaatsen en villawijken;
•
de zone van het stedelijk gebied en de dorpskernen met zijn overgangen en verbindingen naar het landelijk gebied.
De kust- en duinenzone kenmerkt zich door de grote maat en de weidse uitzichten. Aan het strand kun je kijken tot de horizon en in de duinen is het landschap afwisselend (met open duinvalleien en besloten bossen) en heb je door de grote hoogteverschillen panoramische vergezichten. In de kust- en duinenzone is de menselijke invloed relatief beperkt, wat geresulteerd heeft in hoge natuurwaarden met een grote variatie aan planten- en dierensoorten.
| 31
Afb 33 ‘Landschappelijk Kantwerk’
Afb 34 Landschappelijke macrogradiënt
32 | Afb 32/1-6 Identiteit van de verschillende landschappelijke zones
Afb 35 Landschappelijke zones Binnenduinrand
De zone van het landschappelijk mozaïek (de overgangszone tussen de duinen en het stedelijk gebied) heeft een weelderig karakter met een rijke afwisseling van buitenplaatsen, bossen, villawijken, open ruimtes met landbouwgronden en sportvelden en oude waterlopen die het landschap van west naar oost doorsnijden. Ten opzichte van de uitgestrekte duinen kan deze zone worden gezien als een verfijnd ‘landschappelijk kantwerk’. De ruimtelijke kwaliteit van het landschappelijk mozaïek is hoog en de combinatie van reliëf, het groene karakter en de rijke cultuurhistorie maken de zone tot één van de meest geliefde woonmilieus van Nederland. De zone van het “stedelijk gebied” omvat de dorpskernen en de stedelijke bebouwing van Haarlem en IJmuiden. Deze zone bestaat uit woonwijken en dorpscentra, waar de bebouwing dicht op elkaar staat en het karakter eerder stenig dan groen is. In de structuur van de wijken en de openbare ruimte zijn vaak nog wel de onderliggende landschappelijke structuren herkenbaar, zoals bijvoorbeeld de zuid-noord lopende trek- en afwateringsvaarten. De zone van het “stedelijk gebied” is geografisch minder duidelijk te definiëren dan de beide andere landschappelijke zones.
De overgang van bebouwing naar landschap is in de stadsranden van Haarlem en IJmuiden wel hard, maar in de zone van de dorpskernen vloeien de dorpsranden onmerkbaar over in het omringende landschap (de duinenzone en de zone van het landschappelijk mozaïek). Gradiënt Bijzonder aan de Binnenduinrand is dat de landschappelijke macrogradiënt (de opeenvolging van verschillende landschappen) nog beleefbaar is. Op weg naar het strand kom je, op korte afstand van elkaar, door een afwisselende reeks landschappen: polder, strandwal, strandvlakte, binnenduinrand, duinen en zeereep. Op weinig plaatsen in Nederland is deze landschappelijke macrogradiënt nog zo goed intact. Woonmilieu Kenmerkend voor de Binnenduinrand is de sterke verwevenheid van stad en land en van gebouw en omgeving. Op de buitenplaatsen en in de villawijken zijn de bouwkundige en landschappelijke kwaliteiten onlosmakelijk met elkaar verbonden, wat zowel leidt tot bijzondere woonmilieus als tot aantrekkelijke landschappen. Dit is de een van de dragers van de ‘gedeelde weelde’, waarover in paragraaf 1.1 wordt gesproken. Zo profiteren ook de reguliere woonwijken van de nabijheid van het aantrekkelijke landschap, de buitenplaatsen en de villawijken.
Recreatie en toerisme Het aantrekkelijke landschap van de Binnenduinrand is niet alleen voor de inwoners interessant: het vormt ook de basis voor de recreatie en het toerisme in de regio. Toeristische trekkers in het gebied zijn bijvoorbeeld de verschillende stranden met elk hun eigen identiteit, het circuitpark Zandvoort en de binnenstad van Haarlem. Voor de recreatie zijn met name Het Nationaal Park Zuid-Kennemerland, de buitenplaatsen, de villawijken, de sluizen, het Kopje van Bloemendaal en de bossen populaire bestemmingen, maar ook regionale voorzieningen als de Linnaeushof, Thijsse’s hof en openluchttheater Caprera. Opvallend is tot slot het grote aantal treinstations in de Binnenduinrand, waarvandaan gemakkelijk wandel- of fietstochten kunnen worden ondernomen.
2.3 De betekenis van de Binnenduinrand voor de MRA Van oudsher heeft de Binnenduinrand een sterke relatie met Amsterdam: Amsterdamse kooplieden stichtten hier in de 17e eeuw hun buitenplaatsen, de Amsterdamse Waterleidingduinen leveren het drinkwater voor de hoofdstad en de Dam is aangelegd met zand uit Elswout. De afgelopen jaren wordt de relatie met de Amsterdamse regio in toenemende mate sterker en behoort de Binnenduinrand tot het “Daily urban system” van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). Het (metropolitane) landschap van de Binnenduinrand en het hiermee samenhangende hoogwaardige woonmilieu dragen op deze manier bij aan de internationale concurrentiepositie van de MRA. Tot slot zorgen de kust (“Amsterdam Beach”), de binnenstad van Haarlem en de mogelijkheden voor natuurrecreatie in de duinen voor een verbreding van het toeristisch en recreatief product van de Amsterdamse regio.
| 33
Afb 36 Luchtfoto Binnenduinrand
34 |
3. ONTWIKKELPERSPECTIEF VOOR DE BINNENDUINRAND In dit hoofdstuk wordt beschreven wat de regio gaat doen om het unieke karakter van de binnenduinrand, zoals dat is beschreven in hoofdstuk 2, voor de toekomst te behouden en waar mogelijk te versterken. In paragraaf 3.1 wordt eerst het streefbeeld van de Binnenduinrand op hoofdlijnen geschetst. Vervolgens worden in paragraaf 3.2 de onderliggende ambities geformuleerd die tezamen de gewenste ontwikkelrichting vormgeven. De basis voor dit hoofdstuk is de uitgebreide inventarisatie van de ambities, uitgangspunten en opgaven uit bijlage 2. In deze bijlage is uitgegaan van de drie hoofdopgaven, voortvloeiend uit de gebiedsanalyse: •
Behoud, versterking en ontwikkeling van de hoogwaardige landschappelijke en ecologische structuur
•
Behoud, versterking en ontwikkeling van de toeristische en recreatieve structuur
•
Behoud, versterking en ontwikkeling van het hoogwaardig woonmilieu.
Omdat de landschappelijke hoofdopgave leidend is ten opzichte van de recreatief-toeristische en de woonmilieu hoofdopgaven, hebben de landschappelijke zones als basis gediend voor de ordening van de ambities in paragraaf 3.2. De onderscheiden landschappelijke zones zijn: kust, duinen, landschappelijk kantwerk (een rijke afwisseling van buitenplaatsen, bossen, villawijken, open ruimtes, etc.) en stedelijk gebied en dorpskernen. De ambities die de zones of zelfs de gehele Binnenduinrand overstijgen zijn apart vermeld (regio, MRA). Voor alle duidelijkheid, het gaat hier om de ambities die de provincie en de regiogemeenten hebben geformuleerd en die zij van betekenis achten voor respectievelijk de landschappelijke zones, de gehele Binnenduinrand en de MRA. Het merendeel van de ambities is niet nieuw, op verschillende terreinen is er al vigerend beleid en/of zijn al initiatieven gestart. Wel nieuw is dat in dit Ontwikkelperspectief alle (bestaande en nieuwe) ambities in samenhang met elkaar worden bezien.
Voorbeelden van initiatieven die in lijn zijn met de in dit hoofdstuk beschreven ambities zijn: de Watergebiedsplannen voor Zuid-Kennemerland en Spaarnwoude van het Hoogheemraadschap Rijnland, de inmiddels afgeronde projecten “DNABadplaatsen” van de provincie en “Buitenplaatsen in beeld” door de Cultuurcompagnie (het huidige NMF Erfgoedadvies) in opdracht van de provincie en de pilot Buitenpoorten uit het Actieprogramma Metropolitaan Landschap van de MRA en het OV-knooppuntenprogramma van de provincie.
| 35
36 |
Afb 37 Kaart Ontwikkelperspectief Binnenduinrand
TOP
TOP
TOP TOP
TOP TOP
TOP
De kaarten zijn indicatief
Kwelwater: Robuust systeem voor afvoeren kwelwater en dit combineren met natuurontwikkeling
Boezemwater
Water
Recreatieve routes: vervolmaken van het recreatieve netwerk
fietsenverhuur of horecagelegenheid)
TOP: ontwikkelen van Toeristisch Recreatief Overstap Punten (combinaties van parkeerplaats, OV-halte,
HOV halte
OV-knooppunt: Ontwikkelen OV knooppunten tot recreatieve poort naar het landschap
OV-knooppunt: Ontwikkelen OV knooppunten als verdichtingslocatie
OV-knooppunt (treinstation)
toeristische ferry verbinding Amsterdam-Centraal – IJmuiden (halteplaats indicatief)
Lange termijnwens gemeentes: doortrekken HOV Haarlem-Zandvoort naar Bloemendaal aan Zee
Tracé HOV van Haarlem station naar IJmuiden-strand
kwaliteit “Parkways”
Toegangswegen naar de kust: bereikbaarheid kust verbeteren, handhaven cq verbeteren ruimtelijke
Verbindingen, bereikbaarheid en beleefbaarheid
Ommetjes vanuit de wijk creëren in combinatie met plaatselijk kwaliteitsverbetering landschap (indicatief)
Stadsrand: front maken
Stadsrand: verweven met landschap
recreatieve verbinding vanuit de woonwijken naar het landschap
Bebouwd gebied: binnenstedelijk verdichten met behoud van ruimtelijke kwaliteit en versterken
Sfeergebied “Old Haarlem”
Stedelijk gebied en dorpskernen
met recreatieve verbindingen
Ecologische verbinding: ontwikkelen van ecologische verbindingszones met het achterland, in combinatie
Ruimtelijke begrenzing open gebieden: stadsrand
Ruimtelijke begrenzing open gebieden: bosrand
Open groen gebied: openheid versterken en duurzaam waarborgen
Villawijk: behoud van de ruimtelijke kwaliteit van de villawijken
Buitenplaatsen verbinden zowel programmatisch als d.m.v. recreatieve routes
Buitenplaats
Sfeergebied “Buitenplaatsen en villawijken”: toeristisch profiel (DNA) ontwikkelen
Landschappelijk kantwerk
Hoogtelijnen duingebied
Nationaal Park “De Duinen” en in stand houden balans tussen natuur en recreatie
Sfeergebied “Dutch Dunes”: het gehele duingebied als één gebied herkenbaar maken en profileren als één
Sfeergebied “Natural Coast” (Stilte stranden): vrijwaren van toeristisch profiel ontwikkeling
van Amsterdam Beach
Sfeergebied “Bubbling Beach” Zandvoort: doorontwikkelen in lijn met toeristisch profiel (DNA) als onderdeel
(DNA) onderdeel van Amsterdam Beach
Sfeergebied “Sunkissed Beach” Bloemendaal aan Zee doorontwikkelen in lijn met toeristisch profiel als
onderdeel van Amsterdam Beach
Sfeergebied “Wind Water Beach” IJmuiden: doorontwikkelen in lijn met toeristisch profiel (DNA) als
Strand
Kust en duinen
Ontwikkelperspectief Binnenduinrand
TOP
3.1 Streefbeeld Binnenduinrand 2040 In 2040 is het onverminderd goed toeven in de Binnenduinrand. Het is er heerlijk wonen en zowel de binnenlandse bezoekers als de buitenlandse toeristen komen hier graag heen voor de unieke combinatie van natuur, cultuur, strand en evenementen. Uiteraard zijn de noodzakelijke maatregelen op het gebied van kustverdediging, waterbeheer en natuurbescherming doorgevoerd, zodat aan de “basisbehoeften” (droge voeten en biodiversiteit) is voldaan. De nabijheid van prachtige landschappen is van oudsher altijd een bepalende factor geweest voor het woonplezier en de afgelopen decennia is zowel geïnvesteerd in de recreatieve ontsluiting van het buitengebied (vanuit de woonwijken) als in de versterking van de kwaliteit van het landschap zelf. Zo is voor de open gebieden een evenwicht gevonden, waarin een rendabele bedrijfsvoering voor de agrarische ondernemers gecombineerd is met een verbetering van het ecologische-, recreatieve- en waternetwerk. Een mix van functies die de landschappelijke kwaliteit duurzaam waarborgt. Daarnaast hebben de stadsrandfuncties in het buitengebied een zorgvuldige landschappelijke inpassing gekregen. De nieuwbouw (van met name woningen) versterkt de identiteit van de woonkernen en is plaatselijk ingezet om een heldere overgang naar het landschap te creëren.
Tot slot is het watersysteem op orde gebracht zodat de toegenomen hoeveelheid neerslag geen problemen in de woonwijken veroorzaakt en een rijk ecologisch systeem is ontstaan. Het resultaat mag er zijn: de Binnenduinrand is een onverminderd geliefd woonmilieu. Vooral de mogelijkheid om via het aaneengesloten recreatief netwerk vanaf huis in een mum van tijd in het open buitengebied, op een buitenplaats of in het duingebied te geraken, is uniek in de Metropoolregio Amsterdam. De bezoekers van de Binnenduinrand komen zowel uit de metropoolregio als van ver daarbuiten. Hoofdattractie is de Noordzeekust waar de kustplaatsen (onder de noemer “Amsterdam Beach”) ieder hun eigen identiteit, sfeer en activiteitenpalet hebben. De kust is dé plaats voor actiesporten, feesten, vakantie, uit eten of gewoon een dagje strand of genieten van de rust en de natuur. Ook de aanwezigheid van het circuit en de diversiteit aan evenementen maken de kust een tot een aantrekkelijke bestemming. Door een aantal infrastructurele maatregelen is de kust zelfs op mooie zomerdagen goed bereikbaar met het openbaar vervoer en hebben de routes naar zee voor auto en fiets een facelift gehad.
Maar ook het uitgestrekte Nationaal Park “De Duinen” (met hoogwaardige robuuste natuur en duurzame recreatie), de zone van de buitenplaatsen (die zowel door routes als door programmering een sterke samenhang hebben gekregen) en de oude binnenstad van Haarlem (met een breed cultureel aanbod) zorgen voor een stroom toeristen uit binnen- en buitenland, die op zoek zijn naar cultuur, natuur, rust en ruimte. Door een goede zonering heeft de toename van het toerisme niet geleid tot een verstoring van de balans tussen recreatie en toerisme en de natuurwaarden en wonen. Het recreatief netwerk (dat de buitenplaatsen, de duinen, de kust, de villawijken en de open gebieden met elkaar verbindt) sluit aan op de OV-knooppunten, zodat deze als groene poorten naar het landschap gaan fungeren. Het toerisme is een belangrijke bron van werkgelegenheid in de regio en genereert in toenemende mate de middelen voor duurzaam landschapsbehoud.
| 37
3.2 Ambities ontwikkelperspectief 3.2.1 Binnenduinrand in het MRA-landschap Ambities op MRA-niveau: •
doorontwikkelen van de kustplaatsen tot “Amsterdam Beach” met behoud van rust en ruimte;
•
uitbreiden van het ‘verzorgingsgebied’ van de Binnenduinrand naar de gehele MRA;
•
ontwikkelen van een marketing- en promotiestrategie voor de Binnenduinrand in lijn met het project “Amsterdam bezoeken, Holland zien”;
•
ontwikkelen van de groene oost-west verbindingen tot ecologische en recreatieve verbindingszones met het achterland;
•
beschouwen van buitenplaatsen in hun oorspronkelijke context, als product van Amsterdamse kooplieden uit de Gouden Eeuw;
•
optimaliseren van de verbindingen van de kust met het achterland, met name voor de fiets.
Toerisme en recreatie In de regio is een heldere zonering in toerisme en recreatie. Intensieve recreatie en evenementen zijn geconcentreerd rond de kustplaatsen (IJmuiden, Bloemendaal aan Zee en Zandvoort), rond het circuit van Zandvoort en in het recreatiegebied Spaarnwoude. Cultuurrecreatie concentreert zich in de binnenstad van Haarlem en op de buitenplaatsen. In het overige buitengebied (het duingebied en het luwe middengedeelte van Spaarnwoude) wordt ingezet op extensieve recreatie. Bij het versterken van toerisme en recreatie vormt deze zonering het uitgangspunt. Wel wordt de versterking van toerisme en recreatie in het kust- en duingebied begrensd door wat deze gebieden kunnen hebben. Het toeristisch product van de regio wordt doorontwikkeld in lijn met de profielen die in het kader van het onderzoek naar de identiteit (het “DNA”) van de kustplaatsen door de provincie Noord-Holland in samenwerking met de kustplaatsen zijn ontwikkeld (en zijn bevestigd in het provinciale coalitieakkoord). Differentiatie, diversiteit en kwaliteit zijn daarbij de sleutelbegrippen. Belangrijke opgaven zijn het verbeteren van ‘jaar-rond’ recreatie, het vergroten van de mogelijkheden voor overnachting en het verder ontwikkelen van het gezamenlijk toeristisch-recreatief aanbod (en de programmering hiervan).
Ook uit oogpunt van promotie en marketing is de insteek het profileren van de gehele strandzone als “Amsterdam Beach”, met daarbinnen profilering en positionering van de individuele badplaatsen volgens hun eigen “DNA”. Voor de Binnenduinrand willen we voorts het ‘verzorgingsgebied’ uitbreiden naar de hele MRA. Nu komt driekwart van de bezoekers uit de regio. Om dit te bereiken willen we voor zowel de bezoeker uit de MRA als de binnenlandse en buitenlandse toerist een marketing- en promotiestrategie voor de Binnenduinrand in lijn met het door de MRA opgezette project “Amsterdam bezoeken, Holland zien” 4. Een belangrijk aandachtspunt is ook hier dat de juiste balans wordt gevonden tussen landschappelijke kwaliteit en economische groei. Het kan niet zo zijn dat de economische groei in de toeristische sector ten koste gaat van het hoogwaardige woon- en leefmilieu en de aanwezige natuurwaarden. Ecologische en recreatieve verbindingszones Door de historische noord-zuidoriëntatie van de dorpen en steden op de strandwallen is in de Binnenduinrand weinig ruimte voor oost-west verbindingen met de Bufferzone en de (toekomstige) groenstructuur van de Haarlemmermeer. De plaatsen waar het nog kan zijn relatief smal en staan bovendien onder grote (planologische) druk.
Deze groene oost-west verbindingen (Manpadslaangebied Heemstede, de groene zone tussen Haarlem en Velserbroek en het groengebied Santpoort-Driehuis) zijn essentieel voor de natuur, de beleving van het landschap en de recreatie. Daarom willen we deze gebieden op korte termijn veiligstellen en ontwikkelen tot volwaardige ecologische en recreatieve verbindingszones.
38 |
4 In MRA-verband zijn profielen omschreven voor toeristisch-recreatieve ontwikkeling (Programma “Amsterdam bezoeken, Holland zien”, Stadsregio Amsterdam, 2008). Het toeristisch product van die profielen is in diverse ‘sfeergebieden’ in de regio omschreven.
Buitenplaatsen De Binnenduinrand is rijk aan buitenplaatsen. Deze worden in het bestaande beleid vooral in hun regionale context beschouwd. We willen buitenplaatsen ook een waardevolle extra cultuurhistorische dimensie geven door ze tevens in hun oorspronkelijke, cultuurhistorische context te beschouwen, namelijk als product van Amsterdamse kooplieden uit de Gouden Eeuw. Vanuit dit (MRA-)perspectief bezien ontstaan er ook nieuwe kansen voor recreatieve benutting, zoals eerder bij de Stelling van Amsterdam is gebeurd. Bereikbaarheid In hoofdstuk 1 is de belangrijke landschappelijke rol aangegeven die de Binnenduinrand heeft binnen de MRA. Versterking van de bestaande kwaliteiten op het gebied van landschap, recreatie en toerisme zien we daarom als bovenregionale opgaven. Vanuit dat belang is ook optimalisering van de bereikbaarheid van de regio en kust nodig, via landschappelijk aantrekkelijke routes. Op MRA-niveau gaat het om beter ‘aanhaken’ op bestaande verbindingen van Amsterdam en Haarlemmermeer naar de kust. Daarbij ligt de nadruk voor de auto op het verbeteren van de doorstroming en niet op het uitbreiden van wegen en parkeerplaatsen. Voor het (H)OV en het langzaam verkeer ligt de nadruk op het optimaliseren en uitbreiden van het routenetwerk. Belangrijke opgaven zijn: •
opheffen van knelpunten in de aanvoerwegen naar de hoofdkustroutes (Kanaaldijk, Heerenduinweg, Zeeweg en Zandvoortselaan), met name in Haarlem;
•
verder uitbouwen van het dynamisch verkeersmanagement;
•
verbeteren herkenbaarheid OV-route naar zee (voorbeeld: op het NS-station Amsterdam Centraal bij het vertrekperron van de trein naar Zandvoort al verwijzen naar het strand (het gaat hier hoofdzakelijk om herkenbaarheid bewegwijzering);
•
HOV Amsterdam-Zandvoort: Gemeenten hebben de wens om deze HOV-lijn door te trekken van Zandvoort naar Bloemendaal aan Zee;
•
een afgestemd beeld scheppen over de ontbrekende schakels in het regionale fietsnetwerk;
•
aanleggen van doorgaande langzaamverkeer verbindingen, zoals de route HaarlemmermeerZandvoort;
•
onderzoek doen naar de haalbaarheid van een toeristische ferryverbinding op het Noordzeekanaal tussen IJmuiden en Amsterdam.
De uitvoering van de regionale bereikbaarheidsvisie5 vormt het vertrekpunt voor bovenstaande ambities. Vanuit de “Daily Urban System”-gedachte is het van belang om op MRA-niveau te komen tot een integraal OV-systeem (deze ambitie is onderdeel van de MRA-agenda). Hierdoor wordt het verblijf van een op Amsterdam gerichte toerist in de Binnenduinrand vanzelfsprekender. Dit leidt automatisch tot meer overnachtingen en een intensievere benutting van de toeristische en recreatieve voorzieningen in de regio (strand, buitenplaatsen, etc.).
3.2.2 Binnenduinrand als geheel Het hoogwaardige woonmilieu van de Binnenduinrand wordt bepaald door de aanwezigheid van bijna het gehele scala aan woonmilieutypes (van centrumstedelijk tot landelijk) en door de nabijheid van aantrekkelijke landschappen. Zuid-Kennemerland is een van de weinige plekken in Nederland waar de landschappelijke macrogradiënt (de opeenvolging van landschappen; zeereep, duinen, binnenduinrand, strandvlakte, strandwallen, polder) nog intact is. De unieke beleving om in een half uur tijd per fiets vanaf de Grote Markt in Haarlem, door vijf verschillende landschappen heen, de zee te bereiken willen we behouden.
5. Zuid-Kennemerland, bereikbaar door samenwerking, Regionale visie van de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede & Spaarnwoude, Heemstede en Zandvoort (vastgesteld 2011)
| 39
In de regio is op veel plaatsen sprake van een goede balans tussen stedelijk en landelijk gebied. De ruimtelijke kwaliteit van het landschap wordt bepaald door de afwisseling van bossen, duinen, open gebieden, zichtlijnen, panorama’s, buitenplaatsen en groene villawijken. Deze ruimtelijke kwaliteit van het landschap willen we borgen. Dat doen we niet door een ‘glazen stolp’ over het gebied te plaatsen en geen ontwikkeling meer toe te staan. Dat doen we door het naleven van een aantal spelregels (hoofdstuk 4), die er voor zorgen dat ontwikkelingen een positieve bijdrage leveren aan de instandhouding en versterking van de landschappelijke kwaliteiten. Met de toepassing daarvan wordt het unieke mozaïek van landschappelijke eenheden in stand gehouden en versterkt. Zo kan de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de Binnenduinrand voor de toekomst veilig worden gesteld. Om dat te verduidelijken hebben we voor verschillende thema’s ambities benoemd. Water, bereikbaarheid, buitenplaatsen en verstelijking staan hieronder. In paragraaf 3.3 t/m 3.5 komen kust, duinen en landschappelijk kantwerk als deelgebied apart aan de orde. Water Ambitie: tot stand brengen van een robuust, klimaatbestanedig en ecologische waardevol watersysteem voor de Binnenduinrand. De grondwaterspiegel zal naar verwachting de komende decennia stijgen als gevolg van klimaatveranderingen.
Om de gevolgen hiervan op te kunnen vangen heeft de Binnenduinrand belang bij een robuust watersysteem, dat bestand is tegen piekbuien en droogte. In het kader van het deltaplan klimaatadaptatie kijken gemeenten samen met het hoogheemraadschap, aan de hand van klimaatstresstesten, waar mogelijke knelpunten in het watersysteem zijn. Hieraan wordt overigens al gewerkt; zo zijn oorspronkelijke duinrellen hersteld en zijn “deep drains” aangelegd om wateroverlast voor bewoners te voorkomen. Naast de technische kant van het waterbeheer moet optimaal gebruik gemaakt worden van het stromend water om natuurwaarden te herstellen en de ruimtelijke kwaliteit van het landschap te vergroten. Stromend water kan hierbij het sturende element in de ruimtelijke inrichting zijn. Door het herstellen van bestaande en historische duinbeken en het beter benutten en vasthouden van kwelwater, is het zowel mogelijk om wateroverlast te voorkomen als de landschappelijke, natuur- en belevingswaarden van het gebied te vergroten. Andere opgaven zijn: •
langer bergen van kwelwater aan de voet van de binnenduinrand in open gebieden en deze benutten voor natuurontwikkeling;
•
beschermen van natuurwaarden van het kwelwatersysteem tegen het minder schone en de komende decennia verder verziltende boezemwater (overigens kan het schone kwelwater weer worden gebruikt om juist het verziltende boezemwater te ontzilten);
•
aanleg van waterbergings- en waterinfiltratiesystemen in stedelijk gebied.
In overleg met Rijnland wordt bezien hoe aan bovenstaande opgaven invulling kan worden gegeven, bijvoorbeeld via de strategische samenwerkingsagenda’s tussen Rijnland en de betrokken gemeenten, waarbij ook de natuurbeheerorganisties, PWN en Waternet worden betrokken. Bereikbaarheid in de regio Ambitie: optimaliseren van de verbindingen van de kust met het achterland en vervolmaken van het recreatieve netwerk.
40 |
Mensen van buiten de regio komen vooral naar de Binnenduinrand voor het strand, het circuit van Zandvoort en de cultuur van de Haarlemse binnenstad. Mensen uit de regio zelf komen daarnaast voor de natuur van de duinen, een bezoek aan de buitenplaatsen en voor attracties als de Linnaeushof of het openluchttheater bij het Kopje van Bloemendaal. In paragraaf 3.2.1 is aangegeven wat nodig is om de Binnenduinrand “aan te haken” op de MRA. Voor de bereikbaarheid binnen de regio gaat het vooral om “afmaken”, d.w.z. het vervolmaken, van het netwerk van recreatieve verbindingen. Met de aanleg van ontbrekende recreatieve verbindingen wordt recreatie dicht bij huis gefaciliteerd, waardoor voor bewoners de noodzaak vermindert om de auto te nemen. Daarnaast is een goed functionerend recreatief netwerk een toeristisch-recreatief product op zichzelf. Belangrijke opgaven zijn: •
aanleggen van ontbrekende recreatieve verbindingen met en door de duinen en tussen de buitenplaatsen;
•
optimaliseren van routevorming en bewegwijzering door het beter benutten van het knooppuntennetwerk voor themaroutes en toeristische producten (informatie en kaarten, zowel analoog als digitaal). Voorbeelden hiervan zijn de noord-zuidroute door de Binnenduinrand van IJmuiden via Driehuis, Bloemendaal en Overveen naar Vogelenzang en het inrichten van een “Rondje Binnenduinrand” voor langzaam verkeer. In Noord- en Midden-Kennemerland (waaronder Velsen) is een start gemaakt met de realisatie van een wandelnetwerk, doel is om dit wandelnetwerk uit te breiden naar Zuid-Kennemerland;
•
verkenning van de mogelijkheden voor bovenregionale routevorming, zoals bijvoorbeeld Europese Lange-Afstandsroutes en - themaroutes (European Route of Industrial Heritage, Metropolitane Buitenplaatsenroute). Onderdeel hiervan is het verbeteren en verduidelijken van de bestaande fietsverbinding Bloemendaal - IJmuiden;
•
dwarsverbindingen over de strandwallen (ecologische en recreatieve verbindingszones), tussen de kernen. Daarmee wordt tevens de groene corridor tussen de kernen meer geborgd;
•
verkenning van de mogelijkheden voor nieuwe entrees naar het duingebied en aanbrengen van een koppeling met naastgelegen OV-knooppunten (bijvoorbeeld bij station Santpoort-Noord). Deze ‘groene poorten’ kunnen zo worden opgewaardeerd tot Toeristisch recreatief overstappunt (TOP);
•
aanleggen van “ommetjes” vanuit het stedelijk gebied de Binnenduinrand in (in samenhang met het realiseren van het wandelnetwerk). Hieronder valt ook het verbeteren van de recreatieve dooradering van stadsrandfuncties (bijvoorbeeld sport- en volkstuincomplexen) en plaatselijk kwaliteitsverbetering van het landschap;
•
verbinding leggen tussen de verschillende ruiterroutes, waardoor een volwaardig ruiterroutenetwerk ontstaat;
Buitenplaatsen Ambities: •
versterken van karakter, belevingswaarde en (ecologische en recreatieve) gebruikswaarde van buitenplaatsen;
•
opstellen van een uitvoeringsplan waarbij de ecologische, ruimtelijke, culturele, recreatieve en toeristische aspecten op de verschillende schaalniveaus (lokaal, regionaal en MRA) in samenhang worden uitgewerkt.
De buitenplaatsen zijn sterk bepalend voor de sfeer van de Binnenduinrand en vormen een belangrijke meerwaarde binnen de MRA. Het karakter, de belevingswaarde en de (recreatieve) gebruikswaarde van de buitenplaatsen moet worden versterkt door ze onderling te verbinden via een recreatief padennetwerk op en rond de buitenplaatsen. Hierbij is het streven om de openbare toegankelijkheid van de buitenplaatsen te vergroten, inclusief publieksfuncties. De karakteristiek van de individuele buitenplaatsen is leidend voor ontwikkeling. | 41
Om alle waarden voor de buitenplaatsen bij elkaar te brengen (natuur en landschap, cultuurhistorie, recreatieve routes, beleving, gebruiksfuncties) willen we in samenwerking met de eigenaren een uitvoeringsplan opstellen. Hierin wordt zowel gekeken hoe de natuurwaarden van de buitenplaatsen versterkt kunnen worden als ook aandacht gevraagd voor de profilering en programmering van de buitenplaatsen. Dit kan bijvoorbeeld door routevorming, ontwikkeling van een app, publicaties over de cultuurhistorische achtergrond van de buitenplaatsen, exposities, evenementen etc. Bij sommige particuliere buitenplaatsen is de bottleneck het in stand houden van het parkgedeelte, bij buitenplaatsen in beheer bij natuurorganisaties juist het in stand houden van het hoofdgebouw. Door op voorhand geen gebruiksfuncties uit te sluiten, worden de mogelijkheden op het gebied van behoud en versterking en van recreatief medegebruik van de buitenplaatsen vergroot. Uiteraard moet hier wel worden gewaakt voor aantasting van de natuurwaarden, de ruimtelijke kwaliteit en de cultuurhistorische waarden. Verstedelijking Ambitie: behoud van openheid gaat vóór ontwikkeling; bouwen binnen de bestaande (villa)wijken is mogelijk, mits de karakteristiek van het betreffende gebied niet wordt aangetast.
Uit de Intergemeentelijke Structuurscan Zuid-Kennemerland is consensus gebleken over het feit dat nieuwbouw alleen in het bestaand stedelijk gebied (de oude ‘rode contour’) plaatsvindt en dan nog alleen als de ruimtelijke kwaliteit van het stedelijk gebied daar op vooruit gaat en rekening wordt gehouden met het ‘dorps-DNA’. Dit betekent dat in het landschap van de Binnenduinrand geen nieuwe (villa)wijken worden gebouwd (behoudens bestaande uitbreidingsplannen zoals opgenomen in de Kaart Hoogwaardig Woonmilieu) en behoud van openheid vóór elke andere ontwikkeling gaat. Ontwikkeling binnen de bestaande (villa)wijken worden alleen toegestaan als de karakteristiek van het betreffende gebied niet wordt aangetast en het groene beeld van de wijk in voldoende mate aanwezig blijft. Inachtneming van de spelregels uit hoofdstuk 4 moeten dit waarborgen. De ontwikkeling van Park Brederode is een voorbeeld van hoe nieuwbouw op bescheiden schaal goed landschappelijk kan worden ingepast in zijn omgeving. Natuur Ambitie: Het behoud van natuurlijke elementen in het binnenduinrand landschap, het stimuleren van inheemse plantensoorten en het vergroten van de biodiversiteit. Toelichting: De aantrekkelijkheid van de Binnenduinrand wordt voor een belangrijk deel bepaald door het groene karakter ervan en door de grote diversiteit aan planten en diersoorten.
Voor de natuur is de binnenduinrand ook een belangrijk leefgebied. Agrarische gebieden, Landgoederen, buitenplaatsen, stadsparken, groenstroken en tuinen kunnen functioneren als leefgebied voor planten en dieren. Het behoud en de versterking van het natuurlijke karakter van deze groenelementen is essentieel voor het behoud van de biodiversiteit en de aantrekkelijkheid.
3.2.3 Kust- en duinen Kust Ambitie: voor de kustplaatsen is het van vitaal belang dat er voldoende ruimte aanwezig is voor onderscheidende en kwalitatief hoogwaardige ontwikkeling van toerisme en recreatie, met behoud van rust en ruimte. 42 |
Dit past in de ontwikkeling van profielen en ‘sfeergebieden’ die in MRA-verband zijn omschreven (zie 3.1). Strandpaviljoens die het hele jaar open zijn en het verbreden van het circuitgebied tot een ‘sportpool’ zijn goede voorbeelden van het ontwikkelen en benutten van de toeristische potentie van het kustgebied. Dit neemt niet weg dat er ook in de zone rond de kustplaatsen voldoende aandacht moet zijn voor de kwaliteit “Rust en ruimte” door delen van de kust vrij te houden van bebouwing en georganiseerde activiteiten. De kernwaarden van de kust als landschap en natuur kunnen hiermee worden gerespecteerd of zelfs versterkt. Begin 2017 is het Landelijk Convenant Kustpact afgesloten als antwoord op de maatschappelijke zorg dat het behoud van de waarden van de kust onder druk staat door een toename van recreatieve bebouwing in de kust zone. Als uitwerking van het Kustpact heeft de provincie Noord-Holland, samen met alle bij de kust betrokken partijen, het Toekomstperspectief NoordHollandse Kust opgesteld waarin een goede balans is gevonden tussen economische activiteit en landschappelijke kwaliteit. Onderdeel van het Toekomstperspectief is een zonering van het strand in 3 categorieën: recreatiestrand, seizoensstrand en natuurstrand. Elk van de drie kustplaatsen heeft een eigen DNA.
Zandvoort is een altijd verrassende badplaats vol contrasten, voor alle seizoenen en voor diverse doelgroepen waarbij ingespeeld wordt op tijdelijke formules. “Pop Up Zandvoort” is het thema waarbinnen Zandvoort verder zal ontwikkelen. Bloemendaal aan Zee speelt vooral in op trends in het uitgaan en richt zich op (jong) uitgaanspubliek. Het strand van IJmuiden heeft een traditie van avontuurlijke en sportieve activiteiten en ontwikkelt zich langs deze lijn door onder het thema “IJmuiden Rauw aan Zee!”. Onder de noemer “Amsterdam Beach” faciliteren Zandvoort, Bloemendaal aan Zee en IJmuiden-strand gezamenlijk internationale toeristen die in Amsterdam verblijven. Hiertoe is ook vanuit de Metropoolregio Amsterdam het regionale programma Amsterdam Beach in het leven geroepen. In het ambitiedocument zijn de ambities en doelstellingen van de individuele gemeenten geïntegreerd en wordt getoond hoe vanuit een brede en integrale context partijen samen op kunnen trekken om Amsterdam Beach in positie te brengen. Onderdeel van het programma is onder andere het verbeteren van de bereikbaarheid van de kust. De kracht is dat de kustplaatsen ieder hun eigen onderscheidende karakter hebben (sfeergebied) en in hun complementariteit beantwoorden aan behoeften van toeristen en inwoners van de regio. De opgaven zijn: •
realiseren van een op het DNA afgestemd voorzieningenpakket in de kustplaatsen, met uitgaansen overnachtingsmogelijkheden;
•
in lijn brengen van de programmering van evenementen met het toeristisch profiel (sfeergebied);
•
beter benutten van de directe nabijheid van de duinen (rust als contrast met de drukte) voor toerisme;
•
de MRA-lijn doortrekken op het gebied van marketing en promotie, ingezet met het programma ‘Amsterdam bezoeken, Holland zien’.
Uitgangspunt bij de ontwikkeling van de kustplaatsen is dat de beleving van de weidsheid van het strand als kwaliteit behouden blijft. Dit betekent dat aan het strand een overmaat van (al dan niet tijdelijke) bebouwing moet worden voorkomen. Dit betekent tevens dat wij tegen aantasting van het zeegezicht door de beoogde ontwikkeling van een windmolenpark (te dicht) voor de kust van Zandvoort en Bloemendaal zijn. Het nut van windmolens op zee wordt niet bestreden, maar vanuit ruimtelijk en toeristisch oogpunt willen we voorkomen dat de windmolens vanaf de boulevard en het strand zichtbaar zijn. Het hanteren van het principe om geen windmolens te plaatsen binnen de 12 mijlszone lijkt hiervoor een adequate oplossing. Voor de kust van Velsen, ten noorden van het Noordzeekanaal, die op zichzelf al meer een industriële uitstraling heeft, kan hier genuanceerder mee worden omgegaan.
| 43
Duinen Ambities: •
het versterken van de robuustheid van het duingebied als belangrijk leefgebied voor planten en dieren en deze kwaliteit beleefbaar maken voor bezoekers van het duingebied;
•
om de natuur te versterken het gehele duingebied als zijnde één gebied beheren, herkenbaar maken en profileren als één Nationaal Park;
•
onderzoeken van de mogelijkheden tot uitbreiding van het Nationaal Park met de aangrenzende open gebieden en buitenplaatsen om de leefgebieden voor planten en dieren in de binnenduinrand en de spreiding van recreatie en toerisme te verbeteren.
•
in stand houden van de huidige balans tussen (natuur)recreatie, natuur en cultuurhistorie, waarbij de focus op natuurrecreatie blijft gericht.
De duinen zijn de primaire natuurlijke waterkering voor het achterland. Deze elementaire en kenmerkende functie wordt in het licht van klimaatverandering steeds belangrijker en moet uiteraard behouden blijven. Het duingebied is een belangrijk leefgebied voor duizenden verschillen plant- en diersoorten. Essentieel voor het voortbestaan van deze soorten is het verbeteren van de milieukwaliteit, het behoud van rustgebieden en het mogelijk maken van dynamiek. Ook een functionele relatie met de zee, het achterland en naastliggende duingebieden is van belang voor het behoud van de biodiversiteit in het duingebied. Naast het centrale duingebied vormt de binnenduinrand met graslanden en landgoederen een belangrijk leefgebied voor planten en dieren. Het verbeteren van de kwaliteit van de binnenduinrand komt niet alleen ten goede aan de biodiversiteit, maar ook aan het versterken van de recreatieve en belevingswaarde. Vanwege de belangrijke natuurwaarden maken de duinen van Zuid-Kennemerland nagenoeg geheel deel uit van het Europese natuurnetwerk Natura2000. Daarnaast zijn de duinen van het NPZK in 2006 benoemd tot Aardkundig Monument. Deze cultuurhistorische en archeologische waarden moeten uiteraard in stand worden gehouden en waar mogelijk beleefbaar worden gemaakt voor bezoekers.
De ruimtelijke kwaliteit van het duingebied is met een goede balans tussen (natuur)recreatie, natuur en cultuurhistorie (o.a. archeologie, panorama’s, zeedorpenlandschap en de Tweede Wereldoorlog voor de toekomst voldoende geborgd. Deze balans moet in stand worden gehouden, waarbij voor de recreatie de focus op natuurrecreatie gericht blijft. Ook het belang van stilte in delen van het duingebied moet goed worden geborgd. Hierbij wordt aangesloten bij het Beheer- en ontwikkelplan van het NPZK (BOP) en de Standaard Nationale Parken. De belangrijkste opgave voor het handhaven van de natuurwaarden is herstel van de oppervlakte en kwaliteit van de jonge duinen, helmduin en duingraslanden door ruimte te scheppen voor natuurlijke verstuiving en tegengaan van vergrassing en struweelvorming. Voor behoud en herstel van de oppervlakte vochtige duinvalleien en de hiermee samenhangende fauna (bijvoorbeeld de nauwe korfslak) moeten ook de watercondities verbeteren. Op het Kennemerstrand bij IJmuiden gaat het om vergroting en verbetering van het leefgebied van de Groenknolorchis en andere vochtige valleisoorten. In de duinen spelen veel projecten die zich richten op natuurherstel door verhoging van grondwaterpeil, op gang brengen van verstuiving, herstel van vochtige valleien, omvorming van naald- naar loofbos en integrale begrazing.
Het duingebied in de Binnenduinrand wordt - grofweg - beheerd door twee instanties: het Nationaal Park Zuid-Kennemerland (NPZK) en het Amsterdamse waterleidingbedrijf Waternet. De beide grote duingebieden worden als twee afzonderlijke gebieden ervaren met ieder hun eigen kenmerken en kwaliteiten. Daarnaast is er een groot aantal duingebiedjes en aan het duingebied grenzende terreinen die niet onder het Natura 2000-regime vallen. De inzet is om de duinen als gevarieerd landschap te behouden en de natuur te versterken, maar het hele duingebied wel als één gebied herkenbaar te maken en te profileren als ware het één “Nationaal Park” (wat internationaal gezien een sterk ‘merk’ is). De aanleg van het ‘recroduct’ over de Zandvoortselaan is een goed voorbeeld van hoe dat in 44 |
de praktijk kan worden gerealiseerd. Ook willen we eenheid bereiken in afrasteringen, bewegwijzering en vormgeving van de entrees van het duingebied. Onderzocht moet worden waar de entrees op een meer logische wijze kunnen aansluiten op de recreatieve routes in de omgeving.Het gebruik van de duinen is vooral gericht op extensieve op de natuur gerichte recreatie, rust en ruimte. Daarbij zijn er accentverschillen tussen het meer toegankelijke noordelijk deel en het vooral op de wandelaar gerichte zuidelijk deel. Het bevorderen van de rust reikt overigens wel verder dan het duin-gebied zelf. In de discussie over routes voor het vliegverkeer moet het aspect van de rust in het duingebied naast alle andere relevante aspecten worden meegenomen. Ook het gebruik van het circuit van Zandvoort en de effecten daarvan op het duingebied blijft een kwestie van zoeken naar de juiste balans. Naast het behoud van de natuurwaarden en de rust in het nieuwe “Nationaal Park” is vanuit het park de behoefte om het verdienvermogen te vergroten en is er vanuit de MRA behoefte aan meer ruimte voor recreatie. Interessante referentie voor het nieuwe “Nationaal Park” zou het Nationaal Park De Hoge Kempen in België kunnen zijn. Hier zijn de naastgelegen randgebieden binnen de contour van het park gebracht en als zodanig vormgegeven.
Daarmee zijn er mogelijkheden ontstaan om binnen de nieuwe contour van het Nationaal Park de leisure-functie uit te breiden zonder dat een te zware wissel wordt getrokken op de natuurwaarden. Voordeel hiervan is dat er enerzijds een gevarieerder recreatief aanbod ontstaat en anderzijds dekkingsmogelijkheden ontstaan om het beheer van het hele duingebied duurzaam te organiseren.
3.2.4 Landschappelijk kantwerk Ambitie: veiligstellen van de openheid in het ‘landschappelijk kantwerk’. Voor het bereiken van deze ambitie wordt een regionale strategie opgesteld voor de gehele reeks open gebieden, waarin gezocht wordt naar de optimale mix van agrarische functies, natuur, recreatie en landschappelijke waarden. De open gebieden zijn een essentieel bestanddeel van het landschappelijk kantwerk (een rijke afwisseling van buitenplaatsen, bossen, villawijken, open ruimtes, etc.). Het samenspel in het landschappelijk kantwerk is een van de kernwaarden in de beleving van de Binnenduinrand. De open gebieden zijn in hoge mate bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit van het landschap, maar tegelijk het meest kwetsbaar voor ongewenste ontwikkelingen. De waarde van die gebieden voor de groenstructuur van de Binnenduinrand wordt overigens niet ontleend aan de individuele open gebieden op zich, maar aan de hele samenhangende reeks. Aantasting van deze structuur leidt onmiddellijk tot een aantasting van de sfeer van de Binnenduinrand. Voor het kantwerk wordt daarom ingezet op het veilig stellen van openheid. Onze doelstellingen zijn: •
instandhouden van de open gebieden en deze niet transformeren tot bijvoorbeeld een woonwijk of intensief bebouwd gebied, onder andere door het voeren van een stringent ruimtelijk beleid;
•
ontwikkelen van de groene oost-west verbindingen tot ecologische en recreatieve verbindingszones, zoals het Manpadslaangebied of het tuinbouwgebied Santpoort. Voor deze gebieden, die tevens deel uitmaken van de verbindingszones tussen de Binnenduinrand en de Bufferzone Haarlem-Amsterdam en Haarlemmermeer, is een actieve benadering dringend ewenst, aangezien juist deze gebieden het meest onder druk staan;
•
het benutten van kansen voor de ontwikkeling van nieuwe natuur als onderdeel van het NNN (in het provinciale coalitie akkoord is afgesproken om 250 ha natuur per jaar binnen het NNN te verwerven, in te richten en te beheren);
•
opstellen van een ontwikkelstrategie voor de aanwezige land- en tuinbouwbedrijven. Deze kan afhankelijk van de specifieke situatie bestaan uit continuering of verbreding van de bedrijfsactiviteiten en de facilitering daarvan (met voldoende ruimte voor ontwikkeling van de hoofdactiviteiten), transformatie naar natuurgerichte landbouw of wellicht bedrijfsbeëindiging; | 45
•
bestrijden van ongewenste hekken en opstallen bij maneges en sportvelden en beperkt gebruik van kunstgras, geluidsinstallaties en verlichting;
•
maken van een ruimtelijke kwaliteitsslag voor de randen van de open gebieden, omdat de belevingswaarde van de open gebieden sterk afhankelijk is van de kwaliteit van deze randen;
•
verkennen of de ruimtelijke samenhang kan worden hersteld waar open gebieden grenzen aan buitenplaatsen (de buitenplaats-biotoop). Dat is bijvoorbeeld het geval bij oude overtuinen die in de loop der tijd een agrarische functie hebben gekregen;
•
goed landschappelijk inpassen en zorgvuldig vormgeven van hoofdverbindingen tussen verstedelijkt gebied en de kust en tussen de verstedelijkte kernen in noord-zuid richting om het landschappelijke kantwerk te versterken;
•
voor de toekomstbestendigheid van de open gebieden moeten de mogelijkheden worden verkend voor de ontwikkeling van nieuwe financieringsconcepten en sluitende business cases. Hierbij zal ook het concept van de landbouwinclusieve natuur worden onderzocht.
•
behoud en versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden, zoals de Ruïne van Brederode, oude bollenschuren en boerderijen.
Overigens is naast de handhaving van de structuur van de open gebieden het behoud van elementen zoals moerasjes, vochtig hooiland, binnenduingrasland, hakhoutbosjes, duinrellen en sloten met kwelwater van belang.
3.2.5
Stedelijk gebied en dorpskernen
Ambities: •
nader verkennen van de (groene) ontwikkelpotentie van de ov-knooppunten;
•
beter definiëren van stadsranden. Voor het bereiken van deze ambitie wordt een regionale kansenkaart opgesteld.
In mei 2016 is een brede dialoog georganiseerd over de ontwikkeling van OV-knooppunten in ZuidKennemerland en de IJmond. Gemeenten langs de Kennemerlijn (spoorlijn Uitgeest-Haarlem) willen gezamenlijk optrekken om de stationsgebieden langs de Kennemerlijn verder te versterken. In de brede dialoog zijn een aantal urgente opgaven benoemd. Eén van deze opgaven heeft betrekking op de Buitenpoorten (i.e. opgave 4 ‘Toegangspoorten voor de ontsluiting van groengebieden – toerisme’). Verschillende stations langs de Kennemerlijn hebben de potentie, vanwege hun directe ligging aan een natuur – of recreatiegebied, om zich als toegangspoort voor het landschap te ontwikkelen. Deze potentie kan nog beter worden benut. In een werkatelier Buitenpoorten is er eind oktober nagedacht hoe de stationsgebieden hun positie als toegangspoort en entree naar de groene gebieden kunnen versterken. Dit heeft geleidt tot een aantal vervolgacties die het komende jaar verder zullen worden uitgewerkt. Uitgangspunt bij de verdere uitwerking is dat de ruimtelijke kwaliteit van de stationsomgeving leidend is. Voorts wordt specifiek ingezet op het maken van heldere stadsranden op die plaatsen waar het beeld momenteel nog diffuus is en daarmee gevoelig voor verrommeling.
Dat gebeurt door het herstructureren of afmaken van een “stedelijke wand” en het adequaat inpassen van stadsrandfuncties (sportvelden, volkstuincomplexen e.d.) in het landschappelijk raamwerk. Ook gaat het om ruimte maken voor ommetjes door het aangrenzende landschap vanuit de woonwijk. Ter inventarisatie van de opgave op dit punt wordt een regionale kansenkaart opgesteld.
46 |
| 47
Afb 41 Spelregel 3 Beleeftbaar maken gradiënt
Afb 38 Spelregel 1 Geomorfologische ondergrond
Afb 39 Spelregel 2 landschappelijke inpassing + versterken landschappelijk raamwerk
48 | Afb 40 Landschappelijke macrogradiënt
4. SPELREGELS VOOR RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGEN IN DE BINNENDUINRAND In hoofdstuk 4 beschrijven we hoe de activiteiten en plannen die voortvloeien uit de geformuleerde ambities op een landschappelijk verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. Dit geeft een kader om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig in te passen en vorm te geven, dat zij bijdragen aan de kwaliteit van het landschap in plaats van daaraan afbreuk te doen. Deze spelregels gelden zowel voor overheidsinitiatieven als voor particuliere initiatieven. Het unieke karakter van de Binnenduinrand, zoals dat is beschreven in hoofdstuk 2, is uitgewerkt in een aantal kernkwaliteiten. Per kernkwaliteit is vervolgens het belang van instandhouding aangegeven en zijn relevante spelregels (ontwikkelprincipes) geformuleerd. Bij een ruimtelijke ontwikkeling zullen doorgaans meerdere kernkwaliteiten in het geding zijn, waardoor er uiteraard ook met meerdere spelregels rekening moet worden gehouden. Maar juist wanneer alle van toepassing zijnde spelregels in acht worden genomen komt de meerwaarde ervan voor het behoud van de landschappelijke kwaliteit het best tot uitdrukking. De spelregels moeten uiteindelijk een plek krijgen in lokale en provinciale bestemmingsplannen en ruimtelijke visies. Zo nodig zullen we bestaande plannen en visies op dit punt herzien.
De exacte juridische vertaling van de spelregels is daarbij nog een aandachtspunt. Vanuit (aangepaste) bestemmingsplannen worden de spelregels vervolgens ‘doorvertaald’ naar ruimtelijke (bouw)plannen. Bij deze doorvertaling worden de relevante spelregels gekoppeld om een zo groot mogelijke meerwaarde bij ontwikkelingen te verkrijgen.
4.1 Kernkwaliteiten Binnen het landschap van de Binnenduinrand onderscheiden we een aantal kernkwaliteiten. De basis van het landschap wordt gevormd door de gevarieerde ondergrond. Daarop komen drie kernkwaliteiten die voortkomen uit het grondgebruik van het gebied: de natuurlijke duinen, de verweving van bebouwing met landschap (landgoederen en villawijken) en de open ruimtes met landbouwgronden en sportterreinen. De toplaag wordt gevormd door de samenbindende stelsels van wegen, paden (routes) en waterlopen. Ook het rijke verleden en de panorama’s en zichtlijnen zien we als samenbindende factor in het gebied. De panorama’s zijn onlosmakelijk met het gebied verbonden, met het schilderij ‘Gezicht op Haarlem’ van Jacob van Ruisdael als treffend voorbeeld. In schema: Laag De kernkwaliteiten Par. De basis De gevarieerde ondergrond 4.2 Voortkomend uit het grondgebruik
Natuurlijke duinen
4.3
Verweving van bebouwing en landschap
4.4
Open ruimtes met landbouwgronden en sportterreinen
4.5
Samenbindende elementen Een rijk verleden 4.6 Routestelsel 4.7 Waterstelsel 4.8 Stelsel panorama’s en zichtlijnen 4.9
| 49
Afb 42 Extensieve natuurrecreatie in duinen
Afb 43 Water in duinen
Afb 44 Spelregel 4 Bij ontwikkeling grote maat duinen houden
50 | Afb 45 Hekken in duinen
Afb 46 Spelregel 4 Hekken meer uit zicht plaatsen
4.2 De gevarieerde ondergrond Het plangebied heeft een uiterst gevarieerde ondergrond, die doorwerkt in het landschap. In de ondergrond is een grote variatie aan reliëf aanwezig (grote hoogteverschillen in de duinen en de binnenduinrand; de platte strandvlaktes; het beperkte hoogteverschil van de strandwallen), zijn er verschillende grondsoorten (zand, veen, klei en combinaties hiervan) en is er een grote verscheidenheid in grondwaterstand (in de duinen zit het grondwater 10 m diep, terwijl in de strandvlakte sprake is van kwelwater aan de oppervlakte). Dit heeft geleid tot een afwisselend landschap en zeer diverse vormen van landgebruik. Op een hoog schaalniveau is er de macrogradiënt van de duingronden die via de strandwallen en strandvlakten overgaat naar het veen. Daarbinnen zijn nog talloze nuances. Zo wisselen in de duinen hoge, droge ruggen af met natte laagtes, en is bij de strandwallen een onderscheid tussen afgegraven en niet-afgegraven delen. Belang van instandhouding De gevarieerde ondergrond ligt aan de basis van de grote verscheidenheid aan landschappen in de Binnenduinrand en is een belangrijk kapitaal voor de landschapsontwikkeling van de Binnenduinrand. Het samenspel van reliëf, grondwaterstand en grondsoort vormt het karakter van de plek en heeft van oudsher bepaald wat de beste locaties waren voor bewoning, landbouw, ontwikkeling van buitenplaatsen etc.
Het landschap is een afspiegeling van de ondergrond en heeft een bepaalde logica: stedelijke functies op strandwallen, weilanden in strandvlakten, tuindersgebieden of bollenteelt op afgegraven strandwallen. Door bij nieuwe ontwikkelingen rekening te houden met de ondergrond past de ontwikkeling beter in de landschappelijke structuur en blijft de leesbaarheid (en ruimtelijke kwaliteit) van het landschap gewaarborgd. Daarnaast past het rekening houden met ondergrond in de duurzaamheidsgedachte. Het in stand houden en beleefbaar maken van de macrogradiënt van strand naar polder is belangrijk omdat deze opeenvolging van verschillende landschapstypes nog maar op twee plaatsen in Nederland voorkomt. Spelregel 1: rekening houden met ondergrond De karakteristiek van de ondergrond, te weten het samenspel van reliëf, grondwaterstand en grondsoort, is leidend voor het grondgebruik en de ontwikkeling van een locatie. Dit moet leiden tot specifieke oplossingen per locatie die qua maat, schaal en identiteit goed passen in het omliggende landschap en hier een extra waarde aan toevoegen. Zo ziet een buitenplaats op de strandwal er bijvoorbeeld anders uit dan een buitenplaats aan de trekvaart. Spelregel 2: landschappelijke inpassing functies Een goede landschappelijke inpassing is voorwaarde voor ontwikkelingen buiten bestaand bebouwd gebied.
Dit geldt met name voor het landschappelijk mozaïek van de Binnenduinrand. Het samenspel van bossen, duinen, open gebieden, zichtlijnen, panorama’s, buitenplaatsen en villawijken wordt bij ontwikkeling gerespecteerd en zo mogelijk versterkt. Hetzelfde is op een lager schaalniveau van toepassing op het landschappelijke raamwerk, het samenstel van lanen, sloten, bosranden, open ruimtes, reliëf, bosjes e.d. Iedere ontwikkeling dient een bijdrage te leveren aan het versterken van het landschappelijk raamwerk. Spelregel 3: landschappelijke gradiënt beleefbaar Het karakter van de verschillende landschappelijke zones vindt zijn oorsprong in de gevarieerde ondergrond van duinen, binnenduinrand, strandvlakte en strandwallen. Dit wordt weerspiegeld in de verschijningvorm van doorgaande wegen en waterlopen. Hierdoor wordt langs de oost-west routes de landschappelijke gradiënt (de afwisseling van de verschillende landschappen) beleefbaar gemaakt en wordt in noord-zuid richting de continuïteit van de betreffende landschappelijke zone versterkt.
| 51
Afb 47 Spelregel 4 Grote maat duinlandschap Nationaal Park Natura2000 NNN natuur
Afb 50 Parnassia
52 | Afb 48/49 Nationaal Park Zuid-Kennemerland
Afb 51 Natuurlijke dynamiek duinen
4.3
Natuurlijke duinen
Het duinlandschap behoort tot de meest gevarieerde en soortenrijke landschappen van Nederland. Dat geldt zeker ook voor het duinlandschap van zuidelijk Kennemerland. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van het duinlandschap, waarin dynamiek van water en wind door de eeuwen heen zorgden voor een voortdurende verjonging van het landschap. Veel bijzondere plant- en diersoorten konden zich hierdoor handhaven. Het open duinlandschap is daarmee niet alleen kerngebied in het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur), het is ook een hotspot van biodiversiteit in Europees perspectief (Natura2000). Een natuurlijk duinecosysteem is een gradiëntrijk landschap waar levensgemeenschappen in een natuurlijke samenhang voorkomen. Door invloeden van zee, wind, zout en zand is het landschap hoog dynamisch direct aan de kust en naarmate de dynamiek landinwaarts afneemt nemen successie en daarmee bodemvorming en ontkalking toe. Hoewel de duinen onder invloed van de mens vergaand zijn gestabiliseerd, is vooral ten noorden van Zandvoort de oorspronkelijke landschappelijke opbouw nog zeer goed bewaard gebleven met duingraslanden in het westelijke buitenduin, een struweelzone in het middenduin en bos in het binnenduin. Belang van instandhouding De duinen vormen een reliëfrijk zandlandschap van strand en jonge duinen met hoge natuur- en recreatiewaarden.
In hoofdlijnen is natuur en recreatiebeheer van het duingebied goed geregeld. De beheerders van de duinstrook werken steeds meer samen en momenteel wordt gewerkt aan het Natura 2000 Beheerplan voor de hele duinstrook van het plangebied. Binnen de duinstrook is sprake van grote beheereenheden. Het noordelijke deel wordt gevormd door het Nationaal Park Zuid-Kennemerland, waarin 10 partijen vrijwillig het parkbestuur vormen. Hier zijn PWN, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten de belangrijkste terreinbeheerders. Het zuidelijke deel bestaat uit de Amsterdamse Waterleidingduinen in beheer bij Waternet. Afgelopen decennia trad er als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie, historisch vastleggingsbeheer en verminderde konijnenbegrazing door ziekten een achteruitgang van soortenrijkdom op. Om dit tegen te gaan kiezen de terreinbeheerders sinds het millennium voor het op gang brengen van natuurlijke processen (verstuiving, grondwaterdynamiek, begrazing, het graven van sleuven in de zeereep, ed) en voor het verbinden van duingebieden met elkaar via ecoducten. De natuurkwaliteit is hierdoor de afgelopen jaren aantoonbaar verhoogd. Waar herstel van natuurlijke processen niet voldoende is, wordt al aanvullend beheer gedaan om bepaalde leefgebieden (habitats) of voor duinen karakteristieke biodiversiteit duurzaam in stand te houden.