CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Ontwikkelperspectief Binnenduinrand

Raadscommissie 9 maart 2021, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Ontwikkelperspectief Binnenduinrand25.950 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Ontwikkelperspectief Binnenduinrand Gedeelde Weelde

december 2018

Ontwikkelperspectief Binnenduinrand GEDEELDE WEELDE

dec 2018

COLOFON In opdracht van het Regionaal Portefeuillehouderoverleg Ruimtelijke Ordening Zuid-Kennemerland en Velsen uitgebreid met de wethouders landschap en gedeputeerde landelijk gebied van de Provincie Noord-Holland: Mevr. Sikkema (trekker) en dhr. Roduner - gemeente Haarlem, dhr. Tekin - Provincie Noord-Holland (co-trekker), dhr. Dinjens - gemeente Velsen, dhr. Wijkhuisen – gemeente Bloemendaal, mevr. Verheijde Haas en dhr. Berendsen – gemeente Zandvoort, mevr. Mulder en mevr. van der Have (voorzitter portefeuillehouderoverleg RO/ZK) – gemeente Heemstede, dhr. van Haeften en dhr. Graal – gemeente Haarlemmerliede & Spaarnwoude. december 2018 Ondertekenaars intentieverklaring 2011: Dhr. van Doorn en Dhr. Cassee –Haarlem Dhr. Meerhof – Provincie Noord–Holland Mevr. Schep en dhr. Kokke - Bloemendaal Dhr. Bruijn en dhr. Marcus - Haarlemmerliede &Spaarnwoude Mevr. Kuiper en dhr. van de Stadt - Heemstede Dhr. Westerman en dhr. Verkaijk - Velsen Dhr. Tates en dhr. Sandbergen –Zandvoort Tekst en redactie: Martijn Dekker – gemeente Haarlem Ronald van der Aar – gemeente Heemstede Jacqueline Bouwmans – Provincie Noord-Holland Conceptvorming en kaartbeelden: Berdi Olthof en Martijn Noordermeer Feddes / Olthof Landschapsarchitecten Steven Slabbers en Clim Soree Bosch & Slabbers Landschapsarchitecten Afbeeldingen: Feddes/Olthof: afb.

31, 33, 34, 38, 39, 40, 52, 55, 58, 67, 68, 72, 84, 87, 88, 89, 91, 92, 97, 102, 103, 104, 105, 106 Bosch&Slabbers: afb. 2, 3, 4, 5, 7, 19, 27, 30, 41, 44, 53, 54, 56, 57, 60, 61, 62, 65, 66, 71, 73, 81, 82, 86, 90, 93, 94, 96, 98, 99, 100 Provincie Noord-Holland: afb. 59 Nynke Jelles: afb. 6, 69 Jerry Lampen: 80 Metropolitaan Landschap: afb. 10, 15, 17, 18, 101 Feddes/Olthof: kaarten Lay-out: Debbie Saul - grafisch ontwerpen | saul producties Iris Baars – gemeente Haarlem In samenwerking met de projectgroep Binnenduinrand: Anja Brandenburg en Nynke Jelles - gemeente Bloemendaal, Barbara Schmitt – gemeente Velsen, Hilde Prins, Paulo Schreiber en Tjinta Versteegen – gemeente Zandvoort, Saskia van Dijk en Clim Soree – gemeente Heemstede, Michel Driessen – gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude, André Smit – provincie Noord-Holland

4|

In samenwerking met de klankbordgroep Beheerorganisaties: Nationaal Park Zuid-Kennemerland, Natuur Monumenten, Staats Bos Beheer, PWN, Waternet, LTO, Rijnland, Landschap Noord-Holland, Landgoed Duin- en Kruidberg, stichting Duinbehoud In samenwerking met: Beleidsmedewerkers gemeenten en provincie Joeri Stork, RegioVisie Stichting Santpoort Agrarische ondernemers

VOORWOORD De Binnenduinrand is van ons allemaal De Metropoolregio Amsterdam onderscheidt zich internationaal door zijn unieke landschappen in de directe nabijheid van de stad. De Binnenduinrand, met zee, strand, duinen, bossen, villawijken, buitenplaatsen en open gebieden, is van deze landschappen misschien wel de mooiste. Het landschap is de belangrijkste identiteitsdrager van het hoogwaardige woonmilieu van Zuid-Kennemerland en IJmond en biedt de bewoners een keur aan waardevolle natuur en recreatieve mogelijkheden. Ook voor recreanten uit de MRA en (internationale) toeristen levert de Binnenduinrand samen met de cultuurhistorische kwaliteiten van het centrum van Haarlem een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod aan activiteiten en attracties. Gemeentegrenzen zijn daarbij niet relevant: de Binnenduinrand is van ons allemaal. Ontwikkelperspectief Het hooggewaardeerde landschap is echter geen vanzelfsprekendheid. Onzorgvuldige inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen, ontbrekende financieringsmogelijkheden, klimaatverandering en een toenemende behoefte aan ruimte voor wonen, werken en recreëren zorgen voor een grote druk op het landschap. De Binnenduinrand kan alleen zijn kwaliteit behouden als de kernwaarden van het landschap leidend zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en beheervraagstukken.

Dit Ontwikkelperspectief Binnenduinrand laat zien hoe we als overheden samen met maatschappelijke partners, ondernemers en bewoners het landschap voor de toekomst veilig kunnen stellen en kunnen versterken. De Binnenduinrand stopt ook niet bij de grenzen van het plangebied, te weten het Noordzeekanaal aan de noordzijde en de provinciegrens in het zuiden. Het Ontwikkelperspectief kan de basis zijn voor samenwerking met aangrenzende gemeenten en andere overheden, met name waar deze ook deel uitmaken van de MRA. Het Ontwikkelperspectief schetst het toekomstbeeld en benoemt de ambities en spelregels om dit toekomstbeeld te realiseren. Daarmee biedt het Ontwikkelperspectief een integraal toetsingskader voor ontwikkelingen in het buitengebied en vormt het de basis voor de volgende stap (de uitvoeringsstrategie), waarin we de gewenste ontwikkelrichting concreet gaan vormgeven met voldoende ruimte voor partijen om de verschillende rollen in te vullen. Commitment Het ontwikkelperspectief is niet het eindproduct, maar de start van een proces waarin een aantal belangrijke bestuurlijke afspraken gemaakt moet worden over ontwikkelmogelijkheden, bereikbaarheid, beheer, belegging van verantwoordelijkheden en (co-)financiering. Met het Ontwikkelperspectief geven de betrokken gemeenteraden en Gedeputeerde Staten een belangrijk signaal van commitment af.

De uitvoering van het ontwikkelperspectief is een majeure opgave, maar niet alles hoeft tegelijk te gebeuren en we hoeven het ook niet allemaal zelf te doen. De sleutel tot succes is een aanpak van onderop waarbij de verantwoordelijkheid van de uitvoering primair wordt belegd bij de relevante maatschappelijke partners, ondernemers en bewoners. Wij richten ons hierbij vooral op het maken van verbindingen, het faciliteren van gewenste ontwikkelingen en het meehelpen zoeken naar financieringsoplossingen. Om de aanpak niet vrijblijvend te laten zijn, streven wij ernaar jaarlijks een conferentie met alle partners over de voortgang houden. Want met het commitment van allen kunnen we het unieke karakter van de Binnenduinrand voor de toekomst veilig stellen. De Binnenduinrand is immers van ons allemaal! Namens het Portefeuillehoudersoverleg Binnenduinrand, Cora-Yfke Sikkema, Adnan Tekin |5

SAMENVATTING Met de Binnenduinrand heeft de regio een juweel in handen. Een prachtig afwisselend landschap met kilometers strand, uitgestrekte duingebieden, bossen, eeuwenoude buitenplaatsen en monumenten, groene villawijken, karaktervolle dorpen en kleinschalige agrarische gebieden, met een Nationaal Park in de nabijheid van de historische binnenstad van Haarlem. En dat allemaal op korte afstand van elkaar! De kwaliteiten van het weelderige groen, de rust, de ruimte, de natuur, de geur van historie en de voelbare nabijheid van de zee worden door de ca. 300.000 inwoners van de regio en de miljoenen jaarlijkse bezoekers erkend en gewaardeerd. De regio staat bekend om zijn voortreffelijke woonmilieu dat samen met het Gooi en delen van Amsterdam-centrum en –zuid tot de top-drie woonmilieus binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) wordt gerekend. Deze landschappelijke kwaliteit is niet vanzelfsprekend en staat onder een steeds hogere druk, onder andere door een onzorgvuldige inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen, ruimteclaims voortvloeiend uit MRA-opgaven (economische groei, behoefte aan woningen, klimaatverandering en groei van recreatie, toerisme en mobiliteit) en ontbrekende financieringsmogelijkheden. Tegelijkertijd is er een groeiend besef van het belang van behoud van biodiversiteit en goede en gezonde leefomgeving.

De complexe problematiek in een sterk verstedelijkte regio als deze vraagt om een integrale regionale visie waarin duidelijke keuzes worden gemaakt omtrent de gewenste ontwikkelrichting. In het ontwikkelperspectief Binnenduinrand (met als tijdshorizon 2040) zorgen heldere ambities en spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen samen voor het behoud en de versterking van het waardevolle landschap voor de toekomst. Het centrale uitgangspunt daarbij is dat de (hoge) kwaliteit van het landschap leidend is voor toekomstige ontwikkelvraagstukken op het gebied van economische groei, woningbouw en recreatie- en toerisme. In het Ontwikkelperspectief zijn de volgende ambities voor de regio bepaald: MRA

- doorontwikkelen van de kustplaatsen tot “Amsterdam Beach” met behoud van rust en

ruimte;

- uitbreiden van het ‘verzorgingsgebied’ van de Binnenduinrand naar de gehele MRA;

- ontwikkelen van een marketing- en promotiestrategie voor de Binnenduinrand in lijn met

het project “Amsterdam bezoeken, Holland zien”;

- ontwikkelen van de groene oost-west verbindingen tot ecologische en recreatieve

verbindingszones met het achterland;

- beschouwen van buitenplaatsen in hun oorspronkelijke context, als product van

Amsterdamse kooplieden uit de Gouden Eeuw;

- optimaliseren van de verbindingen van de kust met het achterland, met name voor fiets

en OV;

Regio

- Water: tot stand brengen van een robuust watersysteem voor de Binnenduinrand;

- Bereikbaarheid in de regio: optimaliseren van de verbindingen van de kust met het

achterland en vervolmaken van het recreatieve netwerk;

- Buitenplaatsen: versterken van karakter, belevingswaarde en recreatieve gebruikswaarde

van buitenplaatsen; opstellen van een uitvoeringsplan waarbij de ruimtelijke, culturele,

recreatieve en toeristische aspecten op de verschillende schaalniveaus (lokaal, regionaal

en MRA) in samenhang worden uitgewerkt;

- Verstedelijking: behoud van openheid gaat vóór ontwikkeling; bouwen binnen de

bestaande (villa)wijken is mogelijk, mits de karakteristiek van het betreffende gebied niet

wordt aangetast;

Kust

- voor de kustplaatsen is het van vitaal belang dat er voldoende ruimte aanwezig is voor

onderscheidende en kwalitatief hoogwaardige ontwikkeling van toerisme en recreatie;

Duinen - het gehele duingebied als één gebied herkenbaar maken en profileren als één

6|

‘Nationaal Park’;

- in stand houden van de functie van de duinen als natuurlijke waterkering;

- in stand houden van het duingebied als belangrijk leefgebied voor planten en dieren.

en deze kwaliteit beleefbaar maken voor bezoekers van het duingebied;

- in stand houden van de huidige balans tussen (natuur)recreatie, natuur en cultuurhistorie,

waarbij de focus op natuurrecreatie blijft gericht.

Landschappelijk kantwerk

- veiligstellen van de openheid en de ruimtelijke kwaliteit van het ‘landschappelijk kantwerk’.

Voor het bereiken van deze ambitie worden tevens de mogelijkheden verkend voor de

ontwikkeling van nieuwe financieringsconcepten en sluitende business cases.

Stedelijk gebied en dorpskernen

- nader verkennen van de (groene) ontwikkelpotentie van de ov-knooppunten;

- beter definiëren van stadsranden. Voor het bereiken van deze ambitie wordt een regionale

kansenkaart opgesteld

Naast de ambities zijn spelregels geformuleerd om ontwikkelingen in de Binnenduinrand op een landschappelijk verantwoorde manier vorm te geven. De spelregels hebben betrekking op: behoud van de leesbaarheid van de gevarieerde ondergrond, de natuurlijke duinen, de verweving van bebouwing met landschap (landgoederen en villawijken), de open ruimtes met landbouwgronden en sportterreinen, de samenbindende stelsels van wegen, paden en waterlopen, het rijke verleden en de panorama’s en zichtlijnen. Het merendeel van de ambities en spelregels is niet nieuw, op verschillende terreinen is er al vigerend beleid en/of zijn al initiatieven gestart. Wel nieuw is dat in dit Ontwikkelperspectief alle (bestaande en nieuwe) ambities en spelregels in samenhang met elkaar worden bezien. Hierbij hebben zich de contouren voor een aantal inhoudelijke “sporen” afgetekend. Deze vormen de opmaat naar de opstelling van een uitvoerings- en financieringsstrategie, de kern van de volgende fase. De sporen geven de samenhang weer: op welk schaalniveau een bepaalde problematiek speelt, hoe bestaande projecten zich tot elkaar verhouden, wie met wie samen zou moeten werken. De sporen voor de uitvoeringsstrategie zijn: 1.

opstelling van een regionaal uitvoeringsplan voor de buitenplaatsen, waarbij de ruimtelijke, culturele, recreatieve en toeristische aspecten op de verschillende schaalniveaus (lokaal, regionaal en MRA) in samenhang worden uitgewerkt;

2.

opstelling van een regionale strategie voor de gehele reeks open gebieden, waarin gezocht wordt naar de optimale mix van agrarische functies, natuur, recreatie en landschappelijke waarden; inclusief de realisatie van verbindingszones naar het achterland;

3.

toeristisch-recreatieve doorontwikkeling van de kust(plaatsen) tot “Amsterdam Beach” met behoud van rust en ruimte;

4.

verkenning van de mogelijkheden om het gehele duingebied onder de noemer van “Nationaal Park” te brengen en als zodanig te promoten;

5.

ontwikkeling van een marketing- en promotiestrategie voor de Binnenduinrand in lijn met het project “Amsterdam bezoeken, Holland zien”;

6.

opstelling van een regionale kansenkaart voor de versterking van de stads- en dorpsranden in de Binnenduinrand, inclusief de (recreatieve) ontsluiting van het aangrenzende buitengebied;

7.

nadere verkenning van de ontwikkelpotentie van de ov-knooppunten van de Zuid-Kennemerlandse corridor (vertrekpunt hiervoor is de Taskforce Ruimte Assist “Zuid-Kennemerland en IJmondToekomst bereikbaarheid en stations in een aantrekkelijke regio”);

8.

inventarisatie, plan van aanpak en financiering van benodigde recreatieve verkeer- en vervoersverbindingen;

9.

opstelling van een integrale watervisie in combinatie met een strategische samenwerkingsagenda voor de Binnenduinrand;

10.

inbedding van de spelregels in de bestemmingsplannen, visies en programma’s.

Naast het organiseren van het benodigde commitment voor uitwerking van de “sporen” ligt de grootste uitdaging voor de uitvoeringsfase in de financiering van de ambities. Gezien de complexiteit van de opgaven voor de Binnenduinrand is hier geen eenduidige oplossing voor. Een klein deel van de financiering kan via bestaande financieringsinstrumenten en verdienmodellen, maar de nadruk zal echter komen te liggen op het vinden van innovatieve oplossingen.

|7

INHOUD colofon 4 voorwoord 5 samenvatting 6 leeswijzer 8 inhoud 9 1. Waarom een ontwikkelperspectief Binnenduinrand? 11 1.1 De kracht van de regio en de Binnenduinrand 11 1.2 De urgentie: welke ontwikkelingen komen op het gebied af? 13 1.3 Regionale aanpak: een ‘landschappelijk antwoord’ 15 1.4 Doel en beoogd resultaat 15 1.5 Het kader: ontwikkelstrategieën voor het Metropolitane landschap van de MRA 19 1.6 Hoe is het ontwikkelperspectief Binnenduinrand tot stand gekomen? 23 1.7 Context van het ontwikkelperspectief 25 1.8 Geraadpleegde bronnen 26 2. Identiteit van de Binnenduinrand 29 2.1 Historie Binnenduinrand 29 2.2 Karakteristiek en identiteit Binnenduinrand 31 2.3 De betekenis van de Binnenduinrand voor de MRA 33 3. Ontwikkelperspectief voor de Binnenduinrand 35 3.1 Streefbeeld Binnenduinrand 2040 37 3.2 Ambities ontwikkelperspectief 38 3.2.1 Binnenduinrand in het MRA-landschap 38 3.2.2 Binnenduinrand als geheel 39 3.2.3 Kust- en duinen 42 3.2.4 Landschappelijk kantwerk 45 3.2.5 Stedelijk gebied en dorpskernen 46 4.

Spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen in de Binnenduinrand 49 4.1 Kernkwaliteiten 49 4.2 De gevarieerde ondergrond 51 4.3 Natuurlijke duinen 53 4.4 Verweving van bebouwing en landschap 55 4.5 Open ruimten met landbouwgronden en sportterreinen 63 4.6 Een rijk verleden 65 4.7 Routenetwerk en entrees 65 4.8 Waterstelsel 71 4.9 Panorama’s en zichtlijnen 73 5. Opmaat naar de uitvoering 74 5.1 Speerpunten voor de uitvoeringsstrategie 74 5.2 Organisatie van de uitvoering 75 5.3 Hoe financieren wij het ontwikkelperspectief? 75

8|

LEESWIJZER Het ontwikkelperspectief bestaat uit 5 hoofdstukken. Na de introductie in hoofdstuk 1 volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving en analyse van identiteit van de Binnenduinrand: wat maakt de Binnenduinrand tot wat die is en welke kwaliteiten zijn de dragers voor het unieke en veelzijdige karakter van het gebied. Deze “Kernkwaliteiten” vormen de basis voor de ambities in hoofdstuk 3 en worden geborgd in de spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 3 gaat over het “Wat” en clustert de ambities tot een integraal ontwikkelperspectief met tijdshorizon 2040. We schetsen in woord en beeld de gewenste situatie voor de Binnenduinrand en beschrijven de gewenste ontwikkelrichting op verschillende schaalniveaus voor de deelgebieden. Daarbij laten we onze keuzes zien met betrekking tot de belangrijkste dilemma’s. Hoofdstuk 4 gaat over het “Hoe”. Voor de bescherming of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap is het formuleren van alleen ambities niet voldoende. Naast ambities zijn afspraken nodig over uitwerking en uitvoering. En daar horen vervolgens spelregels bij. Deze zijn per plek anders, ze worden namelijk afgeleid van de context van de omgeving (de kernkwaliteiten). De spelregels moeten zorgen voor afstemming bij ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap.

Dat geeft elke partij die met, in of rondom het landschap plannen heeft een leidraad om ruimtelijke kwaliteit te borgen of verbeteren. De spelregels zijn daarmee leidende ontwikkelprincipes. Hoofdstuk5 vormt de opmaat naar de opstelling van een uitvoerings- en financieringsstrategie, de kern van de volgende fase. Daarvoor hebben we een eerste verkenning gedaan van de uitvoerbaarheid van de ambities en de speerpunten bepaald voor de uitvoeringsstrategie. Er wordt een doorkijk gegeven naar beoogde resultaten en producten en er is gekeken naar een mogelijke organisatiestructuur. Op hoofdlijnen is een financiële analyse van de ambities opgenomen, met ideeën over de wijze waarop landschapsfinanciering zou kunnen worden georganiseerd. Het ontwikkelperspectief beperkt zich tot de essentie. In de bijlagen is een nadere onderbouwing van de ambities (van hoofdstuk 3) en de spelregels (van hoofdstuk 4) opgenomen. Daarnaast treft u hier de beleidsanalyse, achtergrondinformatie en impressies van de conferenties voor de raads- en statenleden aan.

|9

10 | IJMUIDEN DRIEHUIS SANTPOORT-NOORD

SANTPOORT-ZUID

BLOEMENDAAL

OVERVEEN

HAARLEM Afb 2 Strand, Bosch&Slabbers

ZANDVOORT AERDENHOUT BENTVELD

HEEMSTEDE

BENNEBROEK VOGELEZANG

Afb 1 Plangebied

Afb 3 Villawijk, Bosch&Slabbers

Afb 4 Buitenplaats, Bosch&Slabbers

Afb 5 Recreatieve routes, Bosch&Slabbers

Afb 6 Bossen

Afb 7 Bollenvelden, Bosch&Slabbers

1. WAAROM EEN ONTWIKKELPERSPECTIEF BINNENDUINRAND? 1.1

De kracht van de regio en de Binnenduinrand

Met de Binnenduinrand heeft de regio een juweel in handen. Een prachtig afwisselend landschap met kilometers strand, uitgestrekte duingebieden, bossen, eeuwenoude buitenplaatsen en monumenten, groene villawijken, karaktervolle dorpen en kleinschalige agrarische gebieden. En dat allemaal op korte afstand van elkaar! De kwaliteiten van het weelderige groen, de rust, de ruimte, de natuur, de geur van historie en de voelbare nabijheid van de zee worden door de ca. 300.000 inwoners van de regio en de miljoenen jaarlijkse bezoekers erkend en gewaardeerd. Het landschap is een lappendeken van grondeigendommen, maar of de grond nu in bezit is bij een gemeente, een terreinbeherende organisatie (Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, PWN, Waternet), villabewoners, agrariërs of particuliere landgoedeigenaren: de Binnenduinrand is van ons allemaal. Gemeentegrenzen hebben daarbij geen betekenis. Wij ervaren de Binnenduinrand als een “gedeelde weelde”. De regio Zuid-Kennemerland staat bekend om zijn voortreffelijke woonmilieu dat samen met het Gooi en delen van Amsterdam-centrum en -zuid tot de top-drie woonmilieus binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) wordt gerekend. Uit analyses die zijn verzameld in de Intergemeentelijke Structuurscan Zuid-Kennemerland (IGS, 2012) blijkt dat de kwaliteit van het landschap een onderscheidende factor is voor de woon- en leefomgeving in deze regio.

Het is een aantrekkelijk samenhangend geheel van zee, strand, duinen, bossen, villawijken, buitenplaatsen, open gebieden, stads- en dorpsranden en de nabijheid van de historische binnenstad van Haarlem. Tevens heeft het gebied een hoge natuurwaarde met een grote biodiversiteit. Naast een voortreffelijk woonmilieu en een prachtige natuurlijke omgeving met een Nationaal Park heeft Zuid-Kennemerland een interessante economie en toeristische en recreatieve aantrekkingskracht. Ook hiervoor is het landschap de basis. De Binnenduinrand vormt samen met het Groengebied Amsterdam-Haarlem het aandeel van de regio Zuid-Kennemerland en de gemeente Velsen in het Metropolitane landschap van de MRA. De grenzen van de Binnenduinrand zijn niet overal even scherp te trekken. Voor dit ontwikkelperspectief worden de contouren van het plangebied gevormd door het Noordzeekanaal in het noorden, door grofweg de A208, het Spaarne en de Ringvaart in het oosten, door de provinciegrens met ZuidHolland in het zuiden en door de Noordzee in het westen (waarbij een deel van de Noordzee tot het plangebied behoort). Ook het Noordzeekanaal en de provinciegrens in het zuiden zijn feitelijk kunstmatige grenzen. De Binnenduinrand loopt immers ten noorden en zuiden van deze grenzen door en de eerder genoemde kwaliteiten van de regio Zuid-Kennemerland zijn grotendeels ook voorbij deze grenzen van toepassing.

Reikwijdte van het begrip landschap in het ontwikkelperspectief In het ontwikkelperspectief hanteren we het begrip “landschap” in de brede zin van het woord. Het gaat hierbij dus niet sec om het groene buitengebied (als tegenhanger van het stedelijk gebied), maar om het resultaat van het samenspel van natuurlijke elementen (grondsoort, reliëf, waterhuishouding, bodem, hoogteligging, flora en fauna) en menselijke factoren (bewoningsvorm, grondgebruik, verkaveling, verkeersinfrastructuur). Vertaald naar de landschappelijke waarden gaat het dus naast de intrinsieke waarde tevens om de gebruikswaarde en de belevingswaarde. Geografisch bezien behelst het landschap zowel het buitengebied als de stads- en dorpsranden, de buitenplaatsen en de villawijken. | 11

12 |

Afb 8 Uitplaatsing stedelijke functies, Oosterduin

Afb 9 Verschuiving gebruik agrarische percelen

Afb 10 Verstedelijking 1900-2000

Afb 11 Infrastructuur door natuur

Afb 12 Recreatiedruk natuur

Afb 13 Verpaarding van het landschap

Afb 14 Positieve verbreding landbouw

1.2

De urgentie: welke ontwikkelingen komen op het gebied af?

De hoge kwaliteit van het landschap is geen vanzelfsprekendheid. Verschillende ontwikkelingen bedreigen deze kwaliteit of hebben deze in het verleden al geschaad, zoals: Onzorgvuldige inpassing ruimtelijke ontwikkelingen Voorbeelden van onzorgvuldige inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen in het verleden zijn het bouwen in een zichtlijn of het verplaatsen van stedelijke functies (sport, bedrijvigheid en infrastructuur) naar stadsranden of het buitengebied, als gevolg van verdichting in de stad. Hierdoor verrommelt het landschap en is er geen heldere overgang tussen stad-land; Ruimteclaim MRA-opgaven In MRA-verband hebben de gezamenlijke overheden economische groeiscenario’s afgesproken. Deze zullen voor de komende twee decennia veel druk leggen op de beschikbare ruimte – ook op het landschap. Zo gaat de economische agenda van de MRA uit van groei van de economie met 200.000 nieuwe banen in 2040 in diverse sectoren. Gevolg van dat scenario is een extra ruimtebehoefte voor ca. 250.000 woningen tot 2040. Dit betekent een forse extra ruimtebehoefte voor economische ontwikkeling en woningbouw. Deze zal onder meer gezocht worden in nabij de Binnenduinrand gelegen centra, Schiphol en het Noordzeekanaalgebied. Door bevolkingsgroei in de MRA, vergrijzing en toenemende ‘vrije tijd’ neemt de vraag naar toeristische attracties en recreatiemogelijkheden toe.

Ook vinden binnen het recreatieve en toeristische gebruik verschuivingen en intensivering plaats, waarbij zich nieuwe doelgroepen met nieuwe wensen aandienen. Door bovengenoemde ontwikkelingen - economische expansie, woningbouw, toerisme - zal ook de mobiliteit groeien. Naast optimale benutting van bestaande infrastructuur is aanvullende infrastructuur onontkoombaar. Dit conflicteert echter met de landschappelijke kwaliteit en vraagt dan ook om een zorgvuldige inpassing in en aanpassing op het landschap. Bovenstaande opgaven met de bijbehorende ruimtevraag leveren een dilemma op voor het behoud van de natuur en het landschap van de Binnenduinrand; Energietransitie De Metropoolregio Amsterdam staat aan de vooravond van een grootschalige energietransitie. De overgang naar een hernieuwbaar energiesysteem kan een grote impact op het landschap hebben. De omvang van de energietransitie opgave is voor de MRA in beeld gebracht in een ruimtelijke verkenning. Vervolgstap van dit onderzoek is dat per gebied zal worden bekeken wat de draagkracht van het landschap is met betrekking tot de verschillende vormen van duurzame energie opwekking. Met de hoge landschappelijke kwaliteit van de Binnenduinrand ligt het voor de hand om heel terughoudend en zorgvuldig te opereren bij het realiseren van energievoorzieningen.

Dit neemt echter niet weg dat ook onze regio een bijdrage zal moeten leveren aan de energietransitie. Klimaatverandering Als gevolg van de klimaatverandering staat de kwaliteit van het leefgebied van veel planten- en diersoorten in met name het duingebied onder druk en daarmee ook hun voortbestaan. Dit vraagt om goede ecologische verbindingen tussen de natuurgebieden in de duinenzone (zodat flora en fauna de kans hebben om zich te verplaatsen tijdens natuurextremen) en om het geven van ruimte aan verjongingsprocessen in de duinen, bijvoorbeeld door het toestaan van verstuivingen. Ook is een op klimaatverandering anticiperend waterbeleid om in de toekomst wateroverlast of juist extreme droogte te voorkomen, een belangrijke opgave; Ontbrekende financieringsmogelijkheden Er is een gebrek aan middelen om zowel het beheer van het onbebouwde landschap als de ontwikkeling en het behoud van de landschappelijke kwaliteit te financieren. Een gebrek dat bovendien structureel van aard lijkt te zijn. Daarbij heeft de land- en tuinbouwsector, een belangrijke gezichtsbepaler van open landschappen, het economisch moeilijk. Binnen die sector vindt - mede als gevolg van de zoektocht naar | 13

3

Gebiedsgerichte projecten en programma’s: 1. Visie Noordzeekanaalgebied (NZKG) 2. Laag Holland 3. Ontwikkelstrategie Binnenduinrand 4. Ontwikkelstrategie Bufferzone Amsterdam-Haarlem 5. Ontwikkelstrategie Amstelscheg 6. Blauwe Hart / Westelijk Markermeer 7. Park 21e eeuw, Schiphol 8. Diemerscheg 9. Oostelijke Vechtplassen

Afb 15 landschappelijke programma’s en projecten in de MRA

14 |

een rendabele exploitatie - in toenemende mate verbreding van de activiteiten plaats. Die zijn niet in alle gevallen even gewenst, zoals een caravanstalling of manege in een kassencomplex of een overmaat aan paardenweides langs het duingebied. Andere ontwikkelingen zijn verbreding met agrarisch natuurbeheer en de exploitatie van recreatieve voorzieningen. Deze trend is overigens ook te ontwaren bij eigenaren en beheerders van de buitenplaatsen en de natuurlandschappen. Daarnaast hanteren de overheden bij hun optreden soms handelswijzen die belemmerend werken bij het oplossen van de problematiek. Het gaat dan bijvoorbeeld om: •

de neiging om de kwaliteit van het landschap vooral te willen waarborgen door ruimtelijke ontwikkelingen uit te sluiten. Hierdoor worden niet alleen de ongewenste, maar ook gewenste ontwikkelingen tegengehouden. Gevolg is dat het gebied eerder op slot wordt gedraaid dan toekomstbestendig gemaakt.

•

de neiging om regionale problemen lokaal op te willen lossen. Kwaliteitsverbetering in het landschap wordt bijvoorbeeld gefinancierd door het toestaan van bebouwing in een deel van datzelfde landschap. Daardoor worden kansen om het gebied duurzaam te ontwikkelen gemist en verliest de Binnenduinrand aan kwaliteit.

•

de neiging om vast te houden aan een sectorale aanpak van ruimtelijke vraagstukken. Dit doet afbreuk aan een zorgvuldige afweging van (soms tegenstrijdige) ruimtelijke, economische en maatschappelijke belangen.

Overigens zien wij dat met de ingezette koers van de regiogemeenten om te komen tot een regionale agenda ook het belang van een integrale ruimtelijke aanpak meer en meer wordt onderkend. Dat is een goede zaak, want in een aantal gevallen (bijvoorbeeld bij sommige open gebieden) is al sprake van ongewenste ontwikkelingen, die onomkeerbaar worden als niet snel wordt gehandeld. Niets doen leidt in die gevallen tot achteruitgang van de kwaliteit van het landschap en is dan ook geen optie.

1.3

Regionale aanpak: een ‘landschappelijk antwoord’

Ruimte voor toerisme, recreatie, bedrijvigheid, wonen en mobiliteit is belangrijk, maar mag niet ten koste gaan van natuur, landschap en cultureel erfgoed en daarmee het kenmerkende hoogwaardige woonmilieu in Zuid-Kennemerland. We moeten voorkomen dat de kip met de gouden eieren geslacht wordt. Op bovenstaande ontwikkelingen moet dus een passend antwoord worden gegeven om behoud van de ruimtelijke kwaliteit van ons landschap te borgen. Dus geen ad hoc oplossingen in het landschap meer. Ontwikkelingen moeten vooraf worden beoordeeld en gewogen op hun effecten op het landschap, ook over gemeentegrenzen heen. Daarbij is aandacht vereist voor de samenhang met de aansluitende waardevolle Metropolitane landschappen ten noorden, oosten en zuiden van het plangebied. Pas dan kunnen resultaten worden geboekt waar de regio baat bij heeft en waar we achter kunnen staan. Alle ruimteclaims samen zijn niet in te passen. Daarvoor is in de regio simpelweg onvoldoende ruimte aanwezig. De opkomende stedelijke ontwikkelingen vragen dus om een ‘landschappelijk antwoord’, uit oogpunt van behoud en versterking van het landschap van de Binnenduinrand.

1.4

Doel en beoogd resultaat

De complexe situatie in een sterk verstedelijkte regio als deze vraagt om een integrale regionale visie waarin keuzes worden gemaakt omtrent de gewenste ontwikkelrichting van de Binnenduinrand. Daarom stellen wij een ontwikkelperspectief voor de Binnenduinrand op met als tijdshorizon 2040, waarin ambities en spelregels voor ruimtelijke ontwikkelingen samen zorgen dat het prachtige landschap voor de toekomst behouden blijft. Het centrale uitgangspunt daarbij is dat de (hoge) kwaliteit van het landschap leidend is voor toekomstige ontwikkelvraagstukken op het gebied van economische groei, woningbouw en recreatie- en toerisme. | 15

16 | Afb 16 Hoe werkt het ontwikkelperspectief in de praktijk: buitenplaats Elswout

De juridische status van het Ontwikkelperspectief is vergelijkbaar met een structuurvisie: door vaststelling committeren de raden zich aan de ambities en spelregels (het besluit heeft een zelfbindende status). Er wordt geen harde beslissing genomen (zoals in bestemmingsplannen) maar we maken een afspraak met elkaar en houden onszelf en onze buren er aan. In het geval dat een besluit contrair gaat aan de uitgangspunten zoals benoemd in het Ontwikkelperspectief zal hier regionaal verantwoording voor moeten worden afgelegd. Het is de bedoeling om de spelregels uit het Ontwikkelperspectief wel te borgen in de lokale bestemmingsplannen (en Omgevingsplannen). Met het ontwikkelperspectief willen we het volgende bereiken: •

een beter bewustzijn van de kwaliteiten van de Binnenduinrand, en op welke manier deze kwaliteiten bij ontwikkeling behouden of versterkt kunnen worden;

•

een heldere positionering van de Binnenduinrand (en in het bijzonder de landschapswaarden daarvan) binnen de MRA en daarbuiten;

•

een basis voor integrale en regionale benadering van (landschappelijke) ruimtelijke vraagstukken in de Binnenduinrand en daarmee een bouwsteen voor de op te stellen omgevingsvisies;

•

vastleggen van bestuurlijke ambities en een verkenning van de manier waarop deze ambities gerealiseerd kunnen worden en de overheden hierop de regie kunnen voeren;

•

vastleggen van spelregels voor een landschappelijk verantwoorde inpassing van ruimtelijke plannen, zodat initiatieven kunnen worden beoordeeld en gewogen op hun effecten op het landschap;

•

draagvlak voor inhoudelijke opgaven en financieringsmethoden;

•

uitvoering geven aan de relevante afspraken uit de coalitieakkoorden en beleidsdocumenten van de betrokken gemeenten en de provincie;

•

bevordering van bovenlokale samenwerking.

Wanneer de bestuurlijke ambities (hoofdstuk 3) en de spelregels (hoofdstuk 4) voor ruimtelijke ontwikkeling in samenhang met elkaar worden bezien, leidt dit in hoofdstuk 5 tot de volgende speerpunten voor de uitvoering: 1.

opstelling van een regionaal uitvoeringsplan voor de buitenplaatsen, waarbij de ruimtelijke, culturele, recreatieve, toeristische en natuur aspecten op de verschillende schaalniveaus (lokaal, regionaal en MRA) in samenhang worden uitgewerkt;

2.

opstelling van een regionale strategie voor de gehele reeks open gebieden, waarin gezocht wordt naar de optimale mix van agrarische functies, natuur, recreatie, cultuurhistorie en landschappelijke waarden; incl. de realisatie van ecologische en recreatieve verbindingszones naar het achterland;

3.

toeristisch-recreatieve doorontwikkeling van de kust(plaatsen) tot “Amsterdam Beach” met behoud van rust en ruimte;

4.

verkenning van de mogelijkheid om het gehele duingebied, inclusief de landgoederen en open ruimten, onder de noemer “Nationaal Park” te brengen, om natuur te verstreken, bezoekers beter te spreiden en het als één Nationaal Park te promoten;

5.

ontwikkeling van een marketing- en promotiestrategie voor de Binnenduinrand in lijn met het project “Amsterdam bezoeken, Holland zien” waarbij de focus op natuur en cultuurbeleving gericht wordt;

6.

opstelling van een regionale kansenkaart voor de versterking van de stads- en dorpsranden in de Binnenduinrand, inclusief de (recreatieve) ontsluiting van het aangrenzende buitengebied;

7.

nadere verkenning van de ontwikkelpotentie van de ov-knooppunten van de Zuid-Kennemerlandse corridor (vertrekpunt hiervoor is de Taskforce Ruimte Assist “Zuid-Kennemerland en IJmondToekomst bereikbaarheid en stations in een aantrekkelijke regio”);

8.

inventarisatie, plan van aanpak en financiering van benodigde recreatieve verkeer- en vervoersverbindingen (inclusief de bereikbaarheid van de kust);

9.

opstelling van ‘uitvoeringsstrategie water’; deze zal worden opgenomen als actie in de strategische samenwerkingsagenda’s (en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsprogramma’s) tussen hoogheemraadschap en de brtrokken gemeente;

10.

inbedding van de spelregels in de bestemmingsplannen, visies, verordeningen, beheerplannen en programma’s.

| 17

Afb 17 Identiteitenkaart Kracht van het Landschap 2007

Noordzeekust (strand en duinen) Binnenduinrand Stuwwallandschap Veenpolderlandschap Veenrivierenlandschap Droogmakerijen Nieuwe Zuiderpolders Scheggenstructuur Amsterdam Recreatie om de Stad; recreatiegebieden Polderbos Bos binnenduinrand Bos stuwwal Grootschalige natte natuurgebieden (in ontwikkeling)

Principe 2: aantrekkelijkheid, belevingswaarde van de MRAlandschappen verhogen en verschillen in karakter, gebruik en geschiedenis uitgesprokener maken

Differentiatie kustplaatsen

Voor op de MRA-agenda: de landschappen beter geschikt maken voor recreatie door in te spelen op de behoefte naar interessante beleving en ervaringen. Daarbij gaan voor onderscheidende kwaliteit door karakterverschillen en verschillen in gebruiksmogelijkheden van de MRA-landschappen te behouden en te versterken. Verdienmogelijkheden stimuleren voor doorontwikkeling, beheer en onderhoud van de recreatieve landschappen in de MRA. 49

18 | Afb 18 Kwaliteitsbeeld Metropolitane Landschap

Uit de voorgaande opsomming blijkt dat het behoud van de kwaliteit een gezamenlijk belang is en daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen (overheden, landschapsbeheerders en –eigenaren, ontwikkelaars en belangenorganisaties). Het is zaak dat de provincie en de betrokken gemeenten samen optrekken en de regierol pakken om de benodigde ontwikkelingen te kanaliseren en tot uitvoering te brengen.

1.5 Het kader: ontwikkelstrategieën voor het Metropolitane landschap van de MRA In 2007 is een eerste visie op het landschap van de MRA opgesteld en een proces ingezet om tot afspraken te komen die moeten leiden tot een samenhangend hoogwaardig stelsel van metropolitane landschappen. Voor een aantal deelgebieden in het metropolitane landschap wordt aan een ontwikkelstrategie gewerkt. Voorbeelden hiervan zijn de Ontwikkelstrategie “Groengebied Amsterdam-Haarlem” (de Bufferzone) en de Ontwikkelstrategie “Amstelscheg”. Op dezelfde wijze moet ook voor de Binnenduinrand een afweging van ruimteclaims worden gemaakt die de waarde van het landschap respecteert en waar mogelijk versterkt en ontwikkelt. In 2013 heeft de bestuurlijke denktank voor het Metropolitane Landschap1 opdracht gegeven de nogal globale bestaande visie op het Metropolitane Landschap uit 2007 te concretiseren en te vormen tot een ondersteuningsinstrument. De brochure ‘Kwaliteitsbeeld en nieuwe opgaven voor het MRA-landschap’ biedt hiervoor een set van principes en spelregels om het landschap aan vitaliteit te laten winnen en voor te bereiden op de toekomst. Het instrument is bedoeld om ervoor zorgen dat gestuurd wordt op de ontwikkeling vanuit een perspectief voor het gehele landschap in de metropoolregio Amsterdam en niet alleen vanuit lokaal en/of regionaal en/of sectoraal perspectief.

Doel van de gebiedsspecifieke ontwikkelstrategie is om: •

in de toekomst te kijken en te zoeken naar een evenwicht tussen beschermen en ontwikkelen van het landschap;

•

invulling te geven aan de inhoudelijke samenhang tussen de verschillende gebruiksfuncties (wonen, werken, infra, natuur, recreatie, water) en ruimtelijke kwaliteit;

•

tijdig en gericht op zowel grootschalige als kleinschalige ontwikkelingen met effect op het landschap te anticiperen;

•

een groter gevoel van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de toekomst van het landschap te kweken;

•

over lokale en regionale grenzen heen te kijken;

•

voor inhoudelijke samenhang en stimulering van regionale samenwerking te zorgen.

1. De bestuurlijke Denktank Metropolitaan Landschap bestaat uit de wethouders van Haarlemmermeer, Amsterdam, Zaanstad, Amstelveen, Haarlem, Diemen, Almere en Laren. Onder leiding van gedeputeerde Bond van de provincie Noord-Holland hebben zij ‘De Kracht van het Landschap 2013’ uitgebracht, een discussiedocument over organisatie van, sturing op en financiering van het Metropolitaan landschap.

| 19

Afb 19 Omslag intentieverklaring en plananalyse

De gebiedsspecifieke ontwikkelstrategie bestaat uit de volgende processtappen: Gebiedsanalyse: Dit is de situatie In 2010 zijn voor de Binnenduinrand de opgaven verkend en de te maken beleidskeuzes geformuleerd. Dit is vastgelegd in een gebiedsanalyse 2. In dat startdocument zijn strategische hoofdopgaven benoemd gericht op landschappelijke structuren, recreatief-toeristische structuren en woonmilieus. Gebiedsanalyse

Intentie verklaring

Ontwikkelperspectief

Uitvoeringsstrategie

Gebiedsakkoord

Intentieverklaring: Wij willen samenwerken Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland en de colleges van de vijf gemeenten van ZuidKennemerland2 en de gemeente Velsen, hebben op 28 februari 2011 de handen ineen geslagen en de intentie uitgesproken om een ontwikkelperspectief voor de Binnenduinrand op te stellen. Het ontwikkelperspectief maakt onderdeel uit van een ontwikkelstrategie die onderlinge projecten en programma’s verbindt en versterkt. Daarbij wordt gewerkt van abstract (intentieverklaring) naar concreet (uitvoeringsprogramma).

Gebiedsanalyse

Intentie verklaring

Ontwikkelperspectief

Uitvoeringsstrategie

Gebiedsakkoord

Ontwikkelperspectief: Zo ziet het er hier in de toekomst uit In 2017 zal dit ontwikkelperspectief worden vastgesteld, waarmee de ontwikkelrichting voor de Binnenduinrand (keuzes in ambities en opgaven) duidelijk bepaald wordt.

Gebiedsanalyse

Intentie verklaring

Ontwikkelperspectief

Uitvoeringsstrategie

Gebiedsakkoord

Uitvoeringsstrategie en gebiedsakkoorden: Daar is dit voor nodig en zo gaan we het doen Het uiteindelijke doel is om met lokale overheden, de omwonenden en gebiedspartijen (de grondbeherende instanties en eigenaren) tot een concreet uitvoeringsprogramma te komen. Daarom zijn gebiedspartijen ook betrokken bij de opstelling van ontwikkelperspectief. We willen maatschappelijk draagvlak voor de visie vormen en ondersteuning vragen voor uitvoering en investeringen in het landschap. Gebiedspartijen zullen daarbij in hun hoedanigheid van eigenaar of beheerder eerder leidend zijn in het uitvoeringstraject dan de overheden. De rol van de gemeente is steeds meer een faciliterende.

Gebiedsanalyse

Intentie verklaring

Ontwikkelperspectief

Uitvoeringsstrategie

2. Gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Heemstede en Zandvoort

Gebiedsakkoord

| 21

Hoogwaardige landschappelijke en ecologische structuur Binnenduinrand

De landschappelijke kwaliteiten behouden en versterken door toepassen van de spelregels voor ruimtelijke ontwikkeling in de Binnenduinrand Kust en duinen Strand Duingebied Hoogtelijnen duingebied Ecoduct Bos Landschappelijk kantwerk Buitenplaats Villawijk: Behoud van de ruimtelijke kwaliteit van de villawijken Bos Open groen gebied: openheid versterken en duurzaam waarborgen Ruimtelijke begrenzing open gebieden: bosrand Ruimtelijke begrenzing open gebieden: stadsrand Ecologische verbinding: ontwikkelen van ecologische verbindingszones met het achterland Uitzicht Panoramapunt Zichtlijnen (buitenplaatsen en open ruimtes) Stedelijk gebied en dorpskernen Stedelijk gebied en dorpskernen: eventuele verdichting binnen BBG zodat de dorpskernen niet aan elkaar groeien Verbindingen, bereikbaarheid en beleefbaarheid Parkway (door duinen): handhaven cq verbeteren ruimtelijke kwaliteit Parkway (langs Noordzeekanaal): handhaven cq verbeteren ruimtelijke kwaliteit Dreef Boulevard Water Boezemwater Kwelwater: robuust systeem voor kwelwater en dit combineren met natuurontwikkeling

Toeristische en recreatieve structuur Binnenduinrand

Sfeergebieden recreatie en toerisme TOP

Sfeergebied “Wind Water Beach” IJmuiden: doorontwikkelen in lijn met toeristisch profiel (DNA) als onderdeel van Amsterdam Beach Sfeergebied “Sunkissed Beach” Bloemendaal aan Zee doorontwikkelen in lijn met toeristisch profiel als (DNA) onderdeel van Amsterdam Beach Sfeergebied “Bubbling Beach” Zandvoort: doorontwikkelen in lijn met toeristisch profiel (DNA) als onderdeel van Amsterdam Beach Sfeergebied “Natural Coast” (Stilte stranden): vrijwaren van toeristisch profiel ontwikkeling Sfeergebied “Dutch Dunes”: het gehele duingebied als één gebied herkenbaar maken en profileren als één Nationaal Park “De Duinen” en in stand houden balans tussen natuur en recreatie Zonering: natuurkern Zonering: natuurzone Zonering: recreatiezone Sfeergebied “Buitenplaatsen en villawijken”: toeristisch profiel (DNA) ontwikkelen - Buitenplaats - Buitenplaatsen zoveel mogelijk openstellen terrein/gebouw, beter beleefbaar maken, verbinden - zowel programmatisch als d.m.v. recreatieve routes, - Villawijk: extensief recreatief medegebruik

TOP

Sfeergebied “Old Haarlem” Netwerken: Verbindingen, bereikbaarheid en beleefbaarheid Toegangswegen naar de kust: bereikbaarheid kust verbeteren, handhaven cq verbeteren ruimtelijke kwaliteit “Parkways” Spoor Tracé HOV van Haarlem station naar IJmuiden-strand Wens gemeentes: doortrekken HOV Haarlem-Zandvoort naar Bloemendaal aan Zee Toeristische ferry verbinding Amsterdam-Centraal – IJmuiden (halteplaats indicatief) Regionale recreatieve fietsroutes: verbinding naar het achterland TOP

TOP

Recreatieve netwerken op orde brengen zoals bijvoorbeeld recreatieve vebinding tussen de buitenplaatsen Ommetjes vanuit de wijk creëren in combinatie met plaatselijk kwaliteitsverbetering landschap (indicatief) Versterken relatie bebouwd gebied-landschap, onder andere door het opheffen van barrières in het recreatieve routenetwerk Water Entrees en overstappunten OV-knooppunt (treinstation): Ontwikkelen OV knooppunten tot recreatieve poort naar het landschap TOP

HOV-halte TOP

TOP

TOP: ontwikkelen van Toeristisch Recreatief Overstap Punten (combinaties van parkeerplaats, OV-halte, fietsenverhuur of horecagelegenheid) Bestaande entree nationaal Park “Dutch Dunes”

TOP

Voorzieningen recreatie en toerisme Strand Recreatief/toeristisch attractiepunt (regionaal): Atlantic Wall, Beeckesteijn, de sluizen, Elswout, Lineaushof, Centrum Haarlem, Circuit Zandvoort) Recreatief/toeristisch attractiepunt (lokaal): Velzerbeek, Ruïne van Brederode, Bosbeek, Kopje van Bloemendaal, Thijsses Hof, openluchttheater Caprera, Kraantje Lek, Kinderboerderij Groenendaal), Forteiland en Havenkwartier IJmuiden Uitbreiding jaar-rond-voorzieningen langs de kust)

Hoogwaardig woonmilieu Binnenduinrand

Landschappelijk kantwerk Buitenplaats met hoofdgebouw: behouden bestaande buitenplaatsen en versterken waar mogelijk Buitenplaats zonder hoofdgebouw Villawijk: behouden exclusieve groene woonmilieu en handhaven evenwicht tussen rood en groen Open groen gebied: openheid versterken en duurzaam borgen Stedelijk gebied en dorpskernen Stadsrand: verweven met landschap; versterken relaties tussen kernen en landschap Stadsrand: front maken Dorpsuitbreiding potentieel Ommetjes vanuit de wijk creëren in combinatie met plaatselijk kwaliteitsverbetering landschap (indicatief) Harde grens bebouwd gebied Zachte grens bebouw gebied (bij villawijken) Bestaande woningbouw plannen Open groene ruimten tussen bebouwde gebieden: vrijwaren van verdere bebouwing Verbindingen, bereikbaarheid en beleefbaarheid OV-knooppunt (treinstation) OV knooppunt: Ontwikkelen OV knooppunten tot recreatieve poort naar het landschap en/of verdichtingslocatie HOV halte Spoor Tracé HOV van Haarlem station naar IJmuiden-strand N208 (Westelijke randweg)

22 | Afb 20 / 21 / 22 Kaarten met ambities voor de drie strategische hoofdopgaven. Zie bijlage 6. De kaarten zijn indicatief.

1.6 Hoe is het ontwikkelperspectief Binnenduinrand tot stand gekomen? Vormgeving van het ontwikkelperspectief Zoals in paragraaf 1.5 al is aangegeven, is de gebiedsanalyse samen met de hieruit voortvloeiende intentieverklaring het vertrekpunt geweest voor de opstelling van het ontwikkelperspectief. In de gebiedsanalyse is een aantal thema’s3 benoemd die zich laten bundelen in drie hoofdopgaven: 1.

behoud, versterking en ontwikkeling van de landschappelijke en ecologische structuur;

2.

behoud, versterking en ontwikkeling van de recreatieve en toeristische structuur;

3.

behoud, versterking en ontwikkeling van de hoogwaardige woonmilieus.

De vertaalslag van de thema’s naar de strategische hoofdopgaven treft u aan in bijlage 1. Voor elk van de hoofdopgaven is de huidige situatie en de knelpunten in kaart gebracht. Vervolgens zijn per hoofdopgave de ambities en de uitwerkingsopgaven benoemd en op een deelkaart verbeeld. Het resultaat van deze exercitie treft u aan in bijlage 2. Ambities Om tot één integraal ontwikkelperspectief te komen (hoofdstuk 3) zijn de drie deelkaarten (landschappelijk raamwerk, recreatieve/toeristische structuur en woonmilieus) op elkaar gelegd en de belangrijkste ambities voor de regio bepaald. Het resultaat is een plankaart waarin het streefbeeld (het totaal aan ambities) voor het landschap van de Binnenduinrand is vastgelegd. Aan de plankaart is een toelichting op het streefbeeld toegevoegd. In de beschrijving van de ambities is onderscheid gemaakt tussen ambities die op lokaal (voor de onderscheiden landschappelijke zones), regionaal en MRA-niveau spelen. Bij het formuleren van de ambities is rekening gehouden met het vigerend omgevingsbeleid van de overheden en terreinbeherende organisaties (zie bijlage 4). Tevens is daar de uitkomst van de conferenties voor raadsen statenleden bij betrokken. Spelregels Het formuleren van ambities alleen is niet voldoende gebleken om de landschappelijke kwaliteit in de Binnenduinrand te waarborgen.

Naast ambities zijn afspraken nodig over uitwerking en uitvoering. Daarom zijn ook spelregels voor ruimtelijke ontwikkeling opgesteld (hoofdstuk 4). Die zijn per plek anders, ze worden namelijk afgeleid van de context van de omgeving (de kernkwaliteiten). De spelregels moeten zorgen voor afstemming bij ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap. Dat geeft elke partij die met, in of rondom het landschap plannen heeft een leidraad om ruimtelijke kwaliteit te borgen of verbeteren. De spelregels zijn daarmee leidende ontwikkelprincipes. De kernkwaliteiten van de Binnenduinrand, de ambities en de spelregels moeten worden gezien als aparte grootheden. De kernkwaliteiten zijn de behoudenswaardige elementen van het gebied, de ambities geven aan wat er moet gebeuren om de identiteit en de kernkwaliteiten van het gebied voor de toekomst te behouden en waar mogelijk te versterken en de spelregels geven aan hoe de activiteiten en plannen die voortvloeien uit de ambities op een landschappelijk verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. Verkenning uitvoerbaarheid Tenslotte is een eerste verkenning gedaan van de uitvoerbaarheid van de ambities en hebben we de speerpunten bepaald voor de uitvoeringsstrategie (hoofdstuk 5). Er wordt een doorkijk gegeven naar beoogde resultaten en producten en er is gekeken naar een mogelijke organisatiestructuur.

De ambities moeten uiteindelijk worden vertaald naar een gebiedsakkoord met een bijbehorend uitvoeringsprogramma. Op hoofdlijnen is een financiële analyse van de ambities opgenomen, met ideeën over de wijze waarop landschapsfinanciering zou kunnen worden georganiseerd.

3. Bij landschappelijke structuur gaat het om waarden in openheid, landbouw, duinen en verbindend water. Bij recreatie-toerisme staan bereikbaarheid en buitenplaatsen als thema centraal. Bij woonmilieus is ingegaan op stadsranden, verdichting en exclusieve woonmilieus.

| 23

24 | Afb 23 Collage regionaal Ruimtelijk Beleid

Proces: Voorbereiding, inspraak en participatie Het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand is tot stand gekomen met medewerking van een groot aantal partijen: overheden, natuurorganisaties en particulieren. Het Ontwikkelperspectief is in juli 2017 door de colleges van BenW en GS vrijgegeven voor inspraak. Na de behandeling in de raadscommissies van de betrokken gemeenten heeft het Ontwikkelperspectief van december 2017 tot halverwege februari 2018 ter inzage gelegen. De inspraakreacties hebben geleid tot aanpassingen en aanscherping van het rapport. Raadsconferenties In de voorbereidingsfase heeft tussentijds drie keer een politiek-bestuurlijke consultatie plaatsgevonden. De gezamenlijke raden en provinciale statenleden zijn uitgenodigd voor een tweetal raadsconferenties om in een vroeg stadium een inhoudelijke discussie te voeren over ruimtelijke thema’s met een weerslag op het landschap. Tijdens de eerste raadsconferentie, in twee delen gehouden op 3 en 17 april 2013, is de behoefte aan een integrale en breed gedragen ontwikkelstrategie bevestigd en zijn de belangrijkste dilemma’s bij de opstelling van het ontwikkelperspectief verkend. Tijdens de tweede conferentie op 22 januari 2014 zijn de beoogde ambities voor een eerste beoordeling aan de raden en statenleden voorgelegd.

Tijdens de derde conferentie op 29 november 2016 is de werking van het Ontwikkelperspectief in de praktijk en de toegevoegde waarde ervan voor de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen besproken. In bijlage 5 zijn de impressies van de conferenties opgenomen.

1.7 Context van het ontwikkelperspectief Het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand is een regionaal ruimtelijk beleidsstuk dat de landschappelijke (deel)visies voor het plangebied aangeeft en dat de opmaat vormt voor de uitvoeringsstrategieën. Het biedt een kader waarin lokale opgaven en initiatieven een plek vinden en waaraan ze getoetst worden. Daarbij is geredeneerd vanuit het belang van de verschillende deelgebieden (kust, duinen, etc.), van het plangebied als geheel en van het MRA-landschap met de Binnenduinrand als onderdeel daarvan. Het ontwikkelperspectief respecteert uiteraard de wettelijke kaders zoals bijvoorbeeld de provinciale structuurvisie en verordening en de natuur- en milieuwetgeving. De bij de opstelling van het ontwikkelperspectief opgedane ervaringen hebben overigens al gediend als input voor de Intergemeentelijke Structuurscan (IGS), MRA-visie West, het kwaliteitsbeeld van het MRA –landschap, de Ruimte Assist OV-Knooppunten Zuid-Kennemerland, maar ook voor bijvoorbeeld het nieuwe beheer en ontwikkelplan van het Nationaal Park Zuid-Kennemerland. Omgekeerd sluit het ontwikkelperspectief aan op en agendeert het opgaven uit andere visies. Bijvoorbeeld de opgaven die het Nationaal Park Zuid-Kennemerland zich gesteld heeft in het nieuwe Beheer en Ontwikkelplan (BOP) op het punt van de relatie met het buitengebied.

“Amsterdam Beach” wordt integraal en als MRA opgave gepositioneerd. “Amsterdam Beach” is namelijk geen lokaal belang van Zandvoort maar een regionaal belang. Het ontwikkelperspectief geeft voorts politieke legitimatie voor een integrale aanpak van de buitenplaatsen, agendeert de OV-knooppunten als aanzet om tot realisatie van groene toegangspoorten naar het landschap te komen (de zogenaamde Buitenpoorten). Het ontwikkelperspectief helpt om de ontwikkelingen op de juiste tafel te agenderen en dient als basis voor de volgende stap: de uitvoeringsstrategie. Het ontwikkelperspectief sluit als integrale omgevings-/ landschapsvisie met concrete ambities goed aan op de intenties en uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, evenals het vroegtijdig kijken naar welstandsaspecten via de spelregels voor ruimtelijke ontwikkeling. Bij de inventarisatie van beleid is over regiogrenzen heen gekeken naar ontwikkelingen in Midden- en Noord-Kennemerland, de Duin- en Bollenstreek in Zuid-Holland, de Bufferzone tussen Haarlem en Amsterdam en Haarlemmermeer Groen. Daarmee wordt de onderliggende samenhang tussen het plangebied en de genoemde gebieden in beeld gebracht. Het tijdsbereik is 2040 omdat daarmee wordt aangesloten bij veel strategische en ruimtelijke beleidsstukken.

Uiteraard is de blik verbreed naar de aangrenzende gebieden en de onderlinge verbanden zoals het Noordzeekanaalgebied (entrees groengebieden, recreatieve verbindingen), de Groengebied Haarlem-Amsterdam (recreatieve verbindingen en verbindingszones, zonering (intensieve) recreatie), de Haarlemmermeer (recreatieve verbindingen en

| 25

verbindingszones), Amsterdam (recreatie en toerisme, recreatieve verbindingen en buitenplaatsen), Zuid-Holland (buitenplaatsen, kust- en duinen, waterstructuur en recreatieve verbindingen) en de MRA (wonen (hoogwaardig woonmilieu), recreatie en toerisme, recreatieve verbindingen en buitenplaatsen). De bevindingen van de inventarisatie vindt u bijlage 4. Daarbij is telkens de focus gelegd op wat van belang is voor de Binnenduinrand.

1.8 Geraadpleegde bronnen Gemeente Bloemendaal Nota Villawijken Bloemendaal, september 2017 Nota Landgoederen Bloemendaal, oktober 2016 Structuurvisie Bloemendaal Bloemendaal, 2010 Gemeente Haarlem Structuurvisie Openbare Ruimte Haarlem 2040: Groen en bereikbaar, Haarlem, december 2018 Bestemmingsplan Binnenduinrand Haarlem, 2017 Structuurplan Haarlem 2020 Haarlem, april 2005 Westelijk tuinbouwgebied Haarlem landschapsbeheerplan Natuur en tuin tussen stadsrand en duinrand Haarlem, september 2000 Groenstructuurplan Haarlem, III Planvorming, Haarlem, april 1991 Gemeente Heemstede Bestemmingsplan Landgoederen en groene gebieden Heemstede, juni 2017 Gemeente Velsen Ambitiedocument Kustplaats IJmuiden aan Zee IJmuiden, mei 2017 Structuurvisie Velsen 2025-2040, Rauw slim en lommerrijk, IJmuiden, mei 2016 Landschapsbeleidsplan Velsen, Deel I Visie en streefbeelden IJmuiden, december 2009 Landschapsbeleidsplan Velsen, Deel II achtergronden IJmuiden, december 2009 Gemeente Zandvoort Bestemmingsplan Strand en duin Zandvoort, 2009 Parel aan Zee+, Structuurvisie 2025 met toekomstvisie 2040 Zandvoort, februari 1999

26 |

Provincie Noord-Holland Leidraad landschap en cultuurhistorie 2018 Haarlem, 2018 Ontwerp Omgevingsvisie Noord-Holland Haarlem, juni 2018 Taskforce Ruimte Zuid-Kennemerland en IJmond, Toekomst bereikbaarheid en stations in een aantrekkelijke regio, Haarlem, oktober 2014, Visie Noordzeekanaalgebied 2040, Duurzame ontwikkeling van een economische motor Haarlem, november 2013 Visie Groengebied Amsterdam-Haarlem, Haarlem, april 2013 Bereikbaarheid kust 2004-2010, eindevaluatierapport Haarlem, juli 2010 Structuurvisie Noord-Holland 2040, kwaliteit door veelzijdigheid Haarlem, juni 2010 Metropoolregio Amsterdam Economische verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2017 Amsterdam, 2016 Kwaliteitsbeeld en nieuwe opgaven voor het MRA landschap Haarlem, maart 2014 Visie MRA West Haarlem, januari 2014 Metropoolregio Amsterdam, op koers 1e MRA conferentie, april 2009 Verstedelijkingsafspraken 2010-2020, gebiedsdocument Metropoolregio Amsterdam 1e MRA conferentie, april 2009 De kracht van het landschap, streefbeeld 2040 en actieprogramma 2020 7e Noordvleugelconferentie, december 2007 Zuid Kennemerland (gezamenlijke gemeenten) Intergemeentelijke structuurscan Zuid-Kennemerland Haarlem, september 2012 Actieplan toerisme en recreatie Zuid-Kennemerland, Regionaal Economisch overleg Haarlem, juni 2012 Bereikbaar door samenwerking, regionale visie van de gemeenten Zuid-Kennemerland Haarlem, juli 2010

Nationaal Park Zuid-Kennemerland Beheer- en ontwikkelingsplan Nationaal Park Zuid-Kennemerland 2014 – 2024 Haarlem, juli 2014

| 27

28 | Afb 24 Kaart Omstreken Haarlem 1850

2. IDENTITEIT VAN DE BINNENDUINRAND Dit hoofdstuk beschrijft de ontstaansgeschiedenis en het unieke karakter van de Binnenduinrand. De identiteit van de Binnenduinrand wordt bepaald door het samenspel van de verschijningsvorm van het landschap, het hoogwaardige woonmilieu en de toeristische en recreatieve functies die het landschap heeft. Deze aspecten vormen het uitgangspunt voor het ontwikkelperspectief (hoofdstuk 3) en de spelregels (hoofdstuk 4). Daarnaast wordt in dit hoofdstuk de positie van het landschap van de Binnenduinrand binnen de MRA geduid.

2.1 Historie Binnenduinrand Bewoning op de strandwallen De oorsprong van menselijk verblijf en (eerste) bebouwing in de Binnenduinrand ligt op de hoge strandwallen. Deze waren het meest geschikt voor bebouwing, in tegenstelling tot de omliggende lage veengebieden en de ruige, droge duinen. Op de meest westelijke strandwal zijn Santpoort, Bloemendaal en Overveen ontstaan, op de middelste strandwal Haarlem en Heemstede en op de oostelijke strandwal ligt Spaarnwoude. In de tweede helft van de 13e eeuw is bij Santpoort door Willem I van Brederode het kasteel Brederode gesticht. Het kasteel werd op een strategisch belangrijk punt tussen twee moerasgebieden gebouwd (Holland op z’n smalst). Op de westelijke strandwal liggen de kernen los van elkaar, met een afwisseling van bebouwde en onbebouwde gebieden. Door de jaren heen zijn de kernen op de strandwal van Haarlem naar elkaar toe gegroeid, waardoor een aaneengesloten stedenband is ontstaan. Tussen de bebouwde gebieden – op de van oorsprong natte strandvlaktes - hebben stadsrandfuncties een plaats gekregen. De kustplaatsen Zandvoort en IJmuiden hebben een eigen geschiedenis doorgemaakt, bepaald door hun ligging aan de zee en havenactiviteiten.

Zandvoort is van oudsher een vissersdorp, omringd door een uniek zeedorpenduinlandschap en IJmuiden is ontstaan in de geëgaliseerde duinen rond de havens en sluizen van het rond 1870 gegraven Noordzeekanaal. Strandvlakten en stadsranden De strandvlakten waren vanouds open, natte, langgerekte veenweidegebieden die te nat waren voor bewoning. Het karakter van het landschap is door de eeuwen veranderd. Zo ontstonden door een goede afwatering mogelijkheden voor kleinschalige landbouw en veeteelt. Een mooi nog bestaand voorbeeld is de strandvlakte van Vogelenzang. Ook zijn delen van de strandvlakte vergraven voor de teelt van bloembollen. De ontwikkeling van de verstedelijking zorgde er in de eerste plaats voor dat delen van de strandvlakte gebruikt werden voor de bouw van woonwijken. Daarnaast zorgde verstedelijking voor een diversiteit aan “stadsrandfuncties”. De vroegste vormen hiervan waren de land- en tuinbouw en de bleekvelden. In de 20e eeuw werden hieraan ook stedelijke functies als sportvelden, maneges en volkstuinen toegevoegd. De wisselende functies op de strandvlakte hebben ieder hun sporen nagelaten en daarmee het landschap een unieke historische gelaagdheid gegeven. Landgoederen, buitenplaatsen en villawijken Vanaf de 17de eeuw werden meerdere buitenplaatsen gesticht op de strandwal, in de duinzoom en langs het oude Wijkermeer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9764182/1