CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Eindrapportage Evaluatie minimabeleid 213a rapport

Raadscommissie 12 september 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Onderzoek evaluatie minimabeleid33.619 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.2. Doelgroep & ontwikkelingen De betrokkenen rapporteren gemengde signalen over ontwikkelingen in de doelgroep. De uitvoerende medewerkers van de gemeente Zandvoort zien geen stijging in de hoeveelheid binnenkomende hulpvragen. Zij horen wel signalen dat mensen niet (meer) kunnen rondkomen en/of sparen, maar benoemen ook dat deze signalen bij de minimadoelgroep altijd hebben gespeeld. Ze zien daarmee niet per definitie een relatie met het huidige economische klimaat. Meerdere ketenpartners rapporteren wel een stijging in het aantal hulpvragen, hoewel zij deze omvangrijker hadden verwacht dan deze daadwerkelijk is.

10 Gesproken partijen geven bijvoorbeeld aan dat inwoners niet altijd een overzicht hebben over het totale

aanbod aan regelingen 11 Zie toelichting in paragraaf 2.2. Kwetsbare doelgroepen verwijst hier naar de genoemde doelgroepen die in medewerkers en ketenpartners zien terugkomen in de hulpvragen. 12 De volgende organisaties hebben deelgenomen aan de gesprekken: Fonds Urgente Noden, Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport & Cultuur.

26

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

De gemeentelijke uitvoering en ketenpartners identificeren de volgende bestaande (maar ook nieuwe) doelgroepen binnen de hulpvragen: • Werkende armen: deze groep is niet bekend met regelingen en kunnen er ook niet altijd gebruik van maken omdat ze soms net boven de inkomensgrens zitten; • Alleenstaanden; • Huishoudens met kinderen; • Inwoners met psychische problematiek; • Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond; • Ondernemers/ zzp’ers.

2.3. Visie en beleid Visie Wethouder Bluijs13 geeft aan dat armoede en schulden een actueel en veelbesproken onderwerp vormen binnen de gemeente: ‘De discussie over de begroting gaat vooral over hoe inwoners het beste ondersteund kunnen worden’. Dit wordt eveneens benadrukt door de politieke aandacht voor het onderwerp. Gemeentelijke medewerkers geven aan dat de politieke betrokkenheid groot is in Zandvoort; er worden met regelmaat moties en amendementen ingebracht. De gemeenteraad is eveneens zeer betrokken bij het minimabeleid. De gemeente wil armoede en schulden met een integrale visie en aanpak aanpakken. De integrale beleidsvisie komt volgens wethouder Bluijs tot uiting in de ZandvoortPas als toetsingsinstrument om de toegang tot het minimabeleid laagdrempeliger te maken. Dit zou ervoor zorgen dat de doelgroep goed in beeld is. De context van Haarlem en Zandvoort kent verschillen (stad/dorp). Daarom vindt de wethouder het van belang dat er zoveel mogelijk voorzieningen, verenigingen en winkels in Zandvoort aansluiten bij de ZandvoortPas zodat inwoners niet naar Haarlem hoeven om te kunnen meedoen; ‘We moeten Zandvoorts maatwerk leveren om de ZandvoortPas een stap hoger te krijgen’. Integrale beleidsvisie Het belang van het thema vertaalt zich in een integrale beleidsvisie voor armoede en schulden (inhoudelijk toegelicht in hoofdstuk 1).

In de praktijk betekent dit dat de medewerkers van de uitvoering het volledige financiële plaatje van huishoudens meenemen; als het opvalt dat er dan schulden zijn, proberen zij extra hulp in te schakelen. Daarnaast komt de integrale aanpak terug in de samenwerking met andere partijen zoals de wijkteams. Aanbod aan inkomensondersteunende regelingen De meerderheid van de gesproken partijen beschouwt het Zandvoortse minimabeleid als breed en compleet; voor veel kostensoorten is ondersteuning beschikbaar. Medewerkers en ketenpartners vinden het positief dat Zandvoort daarin ‘vooroploopt’. De ZandvoortPas wordt door gemeentelijke medewerkers en ketenpartners gewaardeerd; de pas vereenvoudigt het aanvraagproces en speelt een belangrijke rol in de informatievoorziening richting inwoners. De Adviesraad benoemt dat de gemeenten Haarlem en Zandvoort er beleidsmatig alles aan doen om de minimadoelgroep te ondersteunen14. Vanuit de verschillende partijen worden ook aanvullende behoeften en verbeterpunten genoemd: • Beleid voor ongedocumenteerde inwoners ontbreekt; zij kunnen geen aanspraak maken op voorzieningen. • De Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort benoemt de GGZ-doelgroep, werkende armen, inwoners met WIA/Wajong-uitkering of een onvolledige WW of AOW als kwetsbare doelgroepen als het gaat om het bereik van de minimaregelingen.

13 Wethouder Bluijs heeft de volgende beleidsterreinen in zijn portefeuille: werk & inkomen & schulden,

financiën & planning & control, vastgoed, ambtelijke fusie, dienstverlening & participatie, cultuur & kunst, zorg& welzijn en inburgering. Het weergegeven citaat is afkomstig uit een interview met wethouder Van Loenen op 13 november 2023. Het interview is afgenomen in het kader van voorliggend onderzoek. 14 De Adviesraad benoemde als quote: ‘In Haarlem slaapt niemand op straat’. Zij vinden dit uitgangspunt iets om te koesteren en zien het doorwerken in de beleidsregels van Haarlem voor de minimadoelgroep.

27

Gemeente Zandvoort

•

• • • •

Definitief v3

Schoolspullenpas als toevoeging in de ondersteuning voor kinderen; een tegoed op de ZandvoortPas specifiek voor schoolspullen voor kinderen. Gemeente Zandvoort biedt al de regeling Schoolkosten aan. De uitgesproken behoefte zit met name in de verstrekking hiervan, namelijk dat het een tegoed zou kunnen worden op de ZandvoortPas zodat deze breder ingezet kan worden. De kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen en waterschapsbelasting zijn aan twee partijen uitbesteed. In de praktijk geeft de ene partij soms kwijtschelding en de andere niet; hier zien ketenpartners kansen voor verbetering. Het beleid is doelgroepgericht, maar sluit daardoor soms ook inwoners uit leert de ervaring van ketenpartners. De vele minimaregelingen maken het aanbod voor de inwoner ook diffuus. Tot slot benoemen medewerkers in de uitvoering dat veel kosten in beeld zijn, maar dat niet overal een vergoeding voor mogelijk is door wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld ondersteuning bij tandartskosten; hoewel hier al wel een vergoeding voor beschikbaar is via de gemeentelijke zorgpolis, is dit niet altijd dekkend. De gemeente heeft in beeld dat inwoners moeite hebben met het betalen hiervan, maar heeft niet altijd de mogelijkheden om bij te springen.

Participatie en belemmeringen De gemeentelijke medewerkers en ketenpartners vinden over het algemeen dat de minimaregelingen het meedoen van inwoners in de samenleving ondersteunen. Inwoners hebben via de regelingen mogelijkheden om deel te nemen aan sport, cultuur en recreatie. Toch zien zij ook weleens belemmeringen: • De uitvoeringsmedewerkers signaleren dat het aanvragen van regelingen ook stress met zich meebrengt. Bijvoorbeeld door het aanleveren van bewijsstukken, hoewel de ZandvoortPas dit al vereenvoudigd heeft. • De hulp is versplinterd over vele gemeentelijke regelingen en een aantal maatschappelijke organisaties, waardoor het voor inwoners lastig is om de ondersteuning op de juiste plek aan te vragen. Uitvoerende medewerkers zien dat sommige kosten ook op meerdere plekken vergoed kunnen worden. • De regelingen bereiken niet alle inwoners. • Meedoen in de samenleving wordt door sommige bevolkingsgroepen anders geïnterpreteerd dan en beleefd. De beleidsfocus ligt op een Nederlands begrip van meedoen in de samenleving; vrijwilligerswerk en sport/cultuur terwijl andere bevolkingsgroepen soms andere behoeften hebben15. • Ketenpartners signaleren dat inwoners de stap tot meedoen in de samenleving uitstellen of niet aandurven, omdat ze bang zijn hun bestaanszekerheid kwijt te raken (door wegvallen uitkering of minimaregelingen).

Ruimte voor maatwerk In de integrale beleidsvisie is ‘ruimte voor maatwerk’ een belangrijk speerpunt. In de praktijk wordt dit op verschillende wijzen tot uitvoering gebracht. Het wijkteam heeft een maatwerkbudget dat niet getoetst hoeft te worden aan voorwaarden. Verder is ook binnen bestaande minimaregelingen volgens de uitvoerende medewerkers ruimte voor maatwerk. Ze proberen verder te kijken dan de initiële hulpvraag en de zogeheten ‘omgekeerde toets’ toepassen. De uitvoering van het gemeentelijke minimabeleid wordt uitgevoerd door twee teams: Team Minima (SMSR) en Team Bijzondere bijstand. Om uniformiteit te bewaken, is hun werkwijze dat complexe casuïstiek met tenminste één andere collega worden besproken. Daarnaast is er een ‘oliemannetjes’-overleg waarbij ingewikkelde casussen van meerdere kanten worden bekeken; hier sluiten verschillende beleidsterreinen bij aan. Ook de ketenpartners geven aan dat ze maatwerk toepassen waar mogelijk. Ze benoemen dat ze hier iets meer ruimte voor hebben dan de gemeente, maar dat ze hierbij wel sociale regels

15 Als voorbeeld is genoemd door ketenpartners dat vrijwilligerswerk in Nederland als volwaardige manier

van meedoen aan de samenleving wordt gezien, terwijl in sommige herkomstlanden van inwoners met een migratieachtergrond betaald werk als volwaardige deelname aan de samenleving wordt gezien.

28

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

willen toepassen en geen willekeur. Stichting Leergeld schakelt bijvoorbeeld het Nationaal fonds kinderhulp in als de kostensoorten niet binnen hun eigen verstrekkingen passen. Vooruitkijkend Wat betreft de visie en het beleid worden verschillende aandachtspunten benoemd voor de komende beleidsperiode: • Medewerkers benoemen dat de gemeente onderdeel is van een groter systeem (het Rijk) maar zouden ook graag een stap naar eenvoud doen om wendbaar te blijven. Met name om inwoners te helpen op het moment dat problemen spelen, en niet pas wanneer beleid gereed is. Dit voelt als een spanningsveld. • Naast de integrale werkwijze voor armoede en schulden, wordt de focus nu verlegd naar een koppeling met inkomen. Bestaanszekerheid wordt als prioriteit benoemd, daarom wordt al gewerkt in de marges van de Participatiewet (bijvoorbeeld door de vrijwilligersvergoeding voor jongeren niet af te trekken van het bijstandsbedrag), om te anticiperen op de komst van de nieuwe Participatiewet. • Langdurige minima vormen een aandachtspunt volgens wethouder Bluijs. In hoeverre kan deze groep met de juiste ondersteuning weer werk aanvaarden? Welke gemeentelijke inzet is hiervoor nodig? • Inzetten op de potentiële doelgroep is eveneens een punt voor de komende beleidsperiode volgens de wethouder.

Welke mensen lopen het risico buiten de boot te vallen? De totale groep bijstandsgerechtigden neemt af, maar er zijn veel potentiële hulpvragers.

2.4. Informatie en communicatie Bereik van de doelgroep Vanuit alle partijen die in het kader van dit onderzoek gesproken zijn – dus zowel gemeentelijke medewerkers, ketenpartners en wethouder – wordt benoemd dat het bereiken van de doelgroep cruciaal is en één van de belangrijkste opgaven. Zandvoort pleegt grote inzet om haar inwoners te bereiken (zie ook hieronder). Toch blijft het een uitdaging om juist de kwetsbare doelgroepen te bereiken; naamsbekendheid wordt cruciaal genoemd door ketenpartners. Inwoners actief blijven informeren en op vindplaatsen aanwezig zijn, noemt men als belangrijke aandachtspunten. Ook het normaliseren van weinig geld wordt benoemd; inwoners zouden erbij gebaat zijn om dit thema uit de taboesfeer te halen. Ook geven ketenpartners aan dat de gemeentelijke brieven te ingewikkeld zijn en versimpeld moeten worden. Actieve gemeentelijke inzet De gemeente Zandvoort werkt aan proactieve communicatie over het aanbod aan inkomensondersteunende voorzieningen. Dit begint al intern; nieuwe medewerkers nemen deel aan een opleidingsprogramma waar de betreffende afdelingen informeren over de beschikbare regelingen. Op deze manier raken medewerkers bekend met de mogelijkheden en het werkt bovendien stimulerend voor het gebruik van de regelingen omdat medewerkers inwoners kunnen wijzen op andere mogelijkheden.

Daarnaast heeft de gemeente een proactieve houding in de informatievoorziening richting inwoners. Team communicatie werkt met actieweken waarin bepaalde thema’s centraal staan. Via verschillende kanalen zoals huis-aan-huisbladen, flyers, sociale media en posters in de stad wordt de informatie onder de aandacht gebracht. Daarbij wordt gewerkt aan laagdrempelige communicatie; op dit moment zijn alle brieven en beschikkingen al op B1-niveau geschreven. Ook maatschappelijke organisaties zoals scholen, huisartsen en welzijnsorganisaties worden benaderd. Verder worden ook andere ketenpartners die actief zijn in de stad actief geïnformeerd met een nieuwsbrief en via netwerkbijeenkomsten. Gemeentelijke medewerkers en ketenpartners signaleren ook mond-tot-mondreclame over de regelingen onder inwoners. De actieve inzet van de gemeente wordt door de Adviesraad sociaal Domein Zandvoort en ketenpartners zeer gewaardeerd. Zij benoemen de toegankelijke folders als sterk punt. Daarnaast

29

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

vinden ze het goed dat op vrijwel alle communicatie uitingen een verwijzing naar de ZandvoortPas is opgenomen. Kansen voor verbetering Een suggestie vanuit de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort, ketenpartners en via signalen van inwoners16 is om informatie ook in andere talen beschikbaar te maken. Gemeentelijke medewerkers geven aan dat er nieuw vertaalbeleid in de maak is. Uitgangspunt (ook vanuit het politieke perspectief) hierbij is dat het bereiken van de doelgroep vooropstaat. Echter, vertalen gaat ook gepaard met praktische overwegingen omdat er veel verschillende talen en dialecten worden gesproken onder de bevolkingsgroepen die tot de minimadoelgroep behoren. Daarnaast wordt uit verschillende hoeken aangegeven dat de focus in de informatievoorziening en communicatie meer mag komen te liggen op dienstverlening en vertrouwen, en niet op het voorkomen van misbruik van voorzieningen. Tot slot ziet de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort ook verbeterpunten in het aanbod aan inkomensondersteunende regelingen en het aanvragen hiervan. Ze benoemen dat het systeem voor regelingen en ondersteuning ‘ingewikkeld’ is en dat de complexiteit inwoners kan afschrikken.

De Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort ziet hier een rol voor het wijkteam en onafhankelijke cliëntondersteuning; deze partijen zouden sterker gepositioneerd kunnen worden om inwoners te ondersteunen bij het aanvragen van de minimaregelingen. Vooral omdat de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort het wijkteam als laagdrempelige partij ziet die dicht bij de inwoner georganiseerd is. Uit de cliëntervaringsonderzoeken blijkt volgens de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort onvoldoende of inwoners deze partijen weten te vinden. De website voor het aanvragen van regelingen kan volgends de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort beter; ook hier vinden zij laagdrempelige ondersteuning cruciaal wanneer inwoners de regelingen niet zelfstandig kunnen aanvragen.

2.5. Samenwerking Interne samenwerking binnen gemeente De samenwerking tussen Team Minima en beleid wordt als positief beoordeeld; er is tweewekelijks overleg en hier sluiten ook andere afdelingen bij aan zoals financiën, kwaliteit of schuldhulpverlening. Dit zorgt voor laagdrempelig contact en een goede opvolging van actiepunten. Tussen beleid en Team Bijzondere Bijstand is de samenwerking recent geïntensiveerd. Voorheen was er meer afstand, maar nu is er meer contact en halen de beleidsmedewerkers ook input bij Team Bijzondere Bijstand. Samenwerking tussen beleid/uitvoering en de Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort De Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort geeft aan dat de samenwerking met de gemeentelijke beleidsambtenaren goed is en dat zij zich serieus genomen voelen. De Adviesraad Sociaal Domein Zandvoort waardeert het bovendien dat zij altijd reactie krijgen op gestelde vragen, en kunnen hun rol daarom zowel richting de klant als de gemeente goed vervullen. Als verbeterpunten in de samenwerking benoemt de raad dat adviesvragen soms eerder hun kant op moeten komen en dat ze niet altijd tijdig worden ingelicht over wijzigingen of nieuw beleid17. Samenwerking tussen de gemeente en ketenpartners De ketenpartners hebben een samenwerkingsrelatie met de gemeente op basis van regelmatige contacten.

Sommige ketenpartners hebben ook een subsidierelatie met de gemeente, maar velen ook niet. Over het algemeen zijn ketenpartners positief over de samenwerking met de gemeente; dit geldt zeker voor de organisaties die nauw met de gemeente samenwerken.

16 Inwoners zijn niet direct gesproken in het kader van dit onderzoek. Het gaat hier om signalen die via

gemeentelijke medewerkers en ketenpartners naar voren zijn gekomen in de gevoerde interviews en groepsgesprekken. 17 De Adviesraad benoemt dat zij hiervoor uiteraard begrip hebben in uitzonderingssituaties wanneer (zeer) snel gehandeld moet worden, zoals omtrent de energietoeslag.

30

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

De gemeente streeft naar een goede samenwerking en benadert haar partners in het dorp actief via nieuwsbrief en netwerkbijeenkomsten. De gemeentelijke medewerkers streven naar actieve doorverwijzing naar maatschappelijke organisaties zoals de wijkteams. Intensieve samenwerking in de ondersteuning voor kinderen Gemeente Zandvoort werkt intensief samen met Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. Beide organisaties zijn externe samenwerkingspartners van de gemeente en zij voeren een gezamenlijk bestuur18 en vinden dit in de praktijk goed en prettig werken. De gemeente is geen onderdeel van dit bestuur, maar onderhoudt nauw contact met de organisatie. Gezamenlijk bieden de gemeente en het gezamenlijke bestuur een breed pakket aan ondersteuning aan de kinderen. Naast de gemeentelijke regelingen kunnen kinderen via het Jeugdfonds aanspraak maken op ondersteuning voor sportieve, culturele activiteiten en zwemlessen. Stichting Leergeld ondersteunt de binnen- en buitenschoolse activiteiten van kinderen; zij hebben hierin mogelijkheden om door te verwijzen of aanvullende financiering aan te vragen via (bijvoorbeeld) Nationaal Fonds Kinderhulp.

18 Deze werkwijze is ontstaan op verzoek van de gemeenten Haarlem en Zandvoort.

31

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

3. Minimamonitor De gemeente Zandvoort hanteert voor het minimabeleid een bovengrens van 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Dit hoofdstuk brengt de omvang van de minimapopulatie en haar kenmerken in beeld (3.1 en 3.2). Verder komt het gebruik en bereik van de diverse minimaregelingen en ondersteuning van externe organisaties aan bod (3.3 en 3.4). Tot slot wordt het gebruik van overige gemeentelijke voorzieningen onder huishoudens met een laag inkomen in beeld gebracht: Wmo en Jeugdwet. De onderzoeksmethodiek van de Minimamonitor wordt beschreven in bijlage 1.

Belangrijkste bevindingen • •

• • •

•

Het aantal en aandeel huishoudens met een laag inkomen (geschatte doelgroep) met een inkomen tot 120 procent Wsm is gedaald tussen 2018 en 2023, dit sluit aan bij een landelijke daling van het aantal bijstandsgerechtigden. Tussen 2018 en 2023 zijn 100 extra huishoudens met een laag inkomen bij de gemeente Zandvoort in beeld gekomen. Dit kan (deels) verklaard worden door de verruiming van de inkomensgrens. Tegelijkertijd is het effect tussen 115-120% is niet goed te destilleren uit de data. Er valt geen onderscheid te maken tussen inwoners met een inkomen tot 115 procent Wsm en inwoners met een inkomen tot 120 procent Wsm. Sommige huishoudens hebben meer kans op armoede dan andere huishoudens. Eenoudergezinnen, huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond en huishoudens in Zandvoort Noord zijn vaker dan gemiddeld minima. Acht op de tien huishoudens met een laag inkomen zijn langdurige minima; zij moeten al drie jaar of langer rondkomen van een inkomen op 120 procent Wsm. Het bereik van de minimaregelingen in Zandvoort ligt in lijn met het gemiddelde bereik in vergelijkbare gemeenten. Het bereik van de ZandvoortPas ligt ver boven het gemiddelde bereik van een participatieregeling; het dient dan ook een breder doel als toetsingsinstrument voor het gehele minimabeleid.

Huishoudens met een laag inkomen maken vaker gebruik van Wmo-voorzieningen en voorzieningen vanuit de Jeugdwet dan huishoudens met een hoger inkomen.

3.1. Huishoudens met een laag inkomen In deze paragraaf beschrijven we de omvang en kenmerken van de minimapopulatie. Waar mogelijk worden de resultaten op hoofdlijnen vergeleken met de Minimamonitor uit 2018.

3.1.1. Aantal huishoudens met een laag inkomen Resultaten In beeld. Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde gegevens heeft de gemeente Zandvoort op 31 december 2023 in totaal 531 huishoudens in beeld met een inkomen tot 100 procent Wsm en 1.034 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Respectievelijk gaat het om 6,0 procent en 11,7 procent van alle huishoudens in de gemeente Zandvoort. Deze huishoudens zijn in beeld omdat ze gebruikmaken van een gemeentelijke minimaregeling of uitkering vanuit de Participatiewet ontvangen. Schatting. Op basis van de Armoede Index19 wordt het totale aantal huishoudens met een laag inkomen met een inkomen op 100 procent Wsm geschat op 775 huishoudens (8,8 procent) en op 1.121 huishoudens (12,7 procent) op een inkomensniveau van 120 procent Wsm. De gemeente heeft hiermee 92 procent van haar minimapopulatie op 120 procent Wsm in beeld. Deze huishoudens hebben een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet. Naar schatting hebben 1.338 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm als de vermogenscriteria 19 Schattingsmodel (KWIZ) op basis van geëxtrapoleerde CBS-cijfers en ervaringscijfers van KWIZ. De

schatting van de totale doelgroep door KWIZ wijkt af van de CBS-cijfers omdat het CBS de doelgroep niet corrigeert voor een laag vermogen. KWIZ voert wel een correctie uit zodat de doelgroep bestaat uit huishoudens met een laag inkomen én een vermogen binnen de grenzen van de Participatiewet.

32

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

worden losgelaten. In Zandvoort leven naar schatting 1.272 huishoudens van een inkomen tot 130 procent Wsm, 14,4 procent. Niet alle huishoudens die aanspraak mogen maken op een uitkering of minimaregeling, maken hier ook daadwerkelijk gebruik van. Dit betekent dat de gemeente niet alle huishoudens in beeld heeft. Tabel 3.1.1 Huishoudens naar inkomen in Zandvoort (cumulatief) 2018

2023

Inkomen t.o.v. Wsm

In beeld

Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 115% Wsm Tot 120% Wsm Tot 120% Wsm, zonder vermogenscriteria Tot 130% Wsm Tot 140% Wsm Tot 150% Wsm

626

7,3%

Schatting totale doelgroep -

898 -

10,5% -

1.000 1.200

Overige inkomens Totaal

7.619 8.517

89,5% 100%

7.317 8.517

11,7% 14,1%

85,9% 100%

In beeld

531

6,0%

1.034

11,7%

7.811 8.845

88,3% 100%

Schatting totale doelgroep 775 8,8% 913 10,3% 1.121 12,7% 1.338 15,1%

1.272 1.421 1.569

14,4% 16,0% 17,7%

7.276 8.845

82,3% 100%

Vergelijking met 2018 De totale minimapopulatie is afgenomen van 1.200 huishoudens (2018) naar 1.121 huishoudens (2023) met een inkomen op 120 procent Wsm. Het totale aandeel huishoudens met een laag inkomen is gedaald van 14,1 procent naar 12,7 procent; dit heeft overigens ook te maken met een lichte stijging van het aantal huishoudens tussen 2018 en 2023. Het aantal huishoudens met een laag inkomen op 100 procent Wsm dat de gemeente Zandvoort in beeld heeft is iets afgenomen tussen 2018 (626 huishoudens) en 2023 (531 huishoudens). De gemeente heeft van de huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm circa 100 huishoudens met een laag inkomen meer in beeld dan in 2018. Dit kan (deels) worden verklaard doordat tussen 2019 en 2023 de inkomensgrens voor regelingen in de gemeente Zandvoort is verhoogd van 115 naar 120 procent van het wettelijk sociaal minimum. Inkomensbronnen totale minimapopulatie Op basis van de Armoede Index is tevens een schatting gemaakt van de verdeling naar inkomensbronnen onder de totale minimapopulatie. Tabel 3.1.2 Schatting inkomensbronnen totale minimapopulatie (1) Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen • Loon uit arbeid • Ondernemerschap/zzp • WW-uitkering • Arbeidsongeschiktheid Totaal

100% Wsm 44% 340 27% 207 228 29% 9% 68 9% 68 25 3% 67 8% 775 100%

33

110% Wsm 37% 340 34% 310 262 29% 9% 79 9% 79 25 2% 79 9% 913 100%

120% Wsm 30% 340 42% 466 315 28% 8% 96 9% 97 25 2% 96 9% 1.121 100%

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Tabel 3.1.3 Schatting inkomensbronnen totale minimapopulatie (2) Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen • Loon uit arbeid • Ondernemerschap/zzp • WW-uitkering • Arbeidsongeschiktheid Totaal

130% Wsm 27% 340 44% 559 373 29% 13% 174 7% 87 25 2% 87 7% 1.272 100%

140% Wsm 24% 340 48% 680 401 28% 13% 187 7% 95 25 2% 94 6% 1.421 100%

150% Wsm 22% 340 42% 665 564 36% 15% 230 10% 155 25 1% 154 10% 1.569 100%

3.1.2. Kenmerken huishoudens met een laag inkomen in beeld Gemeente Zandvoort biedt het minimabeleid aan tegen 100 en 120 procent Wsm als inkomensgrenzen. Dit hoofdstuk laat daarom de kenmerken zien van de huishoudens met een laag inkomen in beide groepen; het gaat hierbij om huishoudens die in beeld zijn bij de gemeente. De kenmerken van alle huishoudens (dus inclusief de niet-huishoudens met een laag inkomen) staan weergegeven in bijlage 2. Verdeling naar inkomensbronnen Op een inkomensniveau van 120 procent Wsm heeft bijna een derde van de huishoudens met een laag inkomen een uitkering vanuit de Participatiewet. Een kwart heeft een AOW-uitkering en 43 procent van de huishoudens met een laag inkomen ontvangt een overig inkomen. Een overig inkomen bestaat uit inkomen uit arbeid in loondienst, ondernemerschap of bijvoorbeeld een WWuitkering. Logischerwijs hebben huishoudens met een inkomen op 100 procent Wsm verhoudingsgewijs vaker een uitkering uit de Participatiewet en minder vaak een overig inkomen. Tabel 3.1.4 Inkomensbron minima, inkomen tot 100% en 120% Wsm Inkomensbron 115% Wsm, 2018 100% Wsm Participatiewet 335 38% 316 60% AOW 209 23% 77 14% Overig inkomen 354 39% 138 26% Totaal 898 100% 531 100%

120% Wsm 316 31% 271 26% 447 43% 1.034 100%

Vergelijking met 2018 Ten opzichte van 2018 is de minimadoelgroep verschoven. Waar minima eerder in beeld kwamen op 115 procent Wsm als inkomensgrens voor het minimabeleid, komen zij nu grotendeels op een inkomensniveau van 120 procent Wsm in beeld (uiteraard inclusief een nieuwe doelgroep die eerder niet in beeld was. Wanneer de inkomensbronnen van de maximale inkomensgrens van het minimabeleid (115 procent in 2018 en 120 procent in 2023) worden vergeleken, zien we een verschuiving; het aandeel huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet is afgenomen terwijl het aandeel huishoudens met een overig inkomen licht groeit. Dit sluit aan bij een landelijke trend waarbij steeds meer inwoners met een inkomen uit werk of ondernemerschap financiële problemen hebben. Tegelijkertijd is dit ook een logisch gevolg van een verschuiving van de maximale inkomensgrens van het minimabeleid; hoe hoger het inkomensniveau, hoe lager het aandeel bijstandsgerechtigden. Verdeling naar overige kenmerken In tabel 3.1.4 staan de kenmerken van de huishoudens met een inkomen tot 100 en 120 procent Wsm weergegeven. We vergelijken de minimapopulatie met alle huishoudens in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel minima te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minima t.o.v. alle huish.). • Huishoudtype.

Bijna zes op de tien de huishoudens met een laag inkomen is alleenstaand (595 huishoudens, 58 procent). Landelijk ligt het aandeel alleenstaanden gemiddeld tussen de 50 en 55 procent; gemeente Zandvoort ligt hier dus iets boven. Het

34

Gemeente Zandvoort

•

•

Definitief v3

aandeel meerspersoonshuishoudens zonder kinderen (11 procent) ligt daarentegen onder het landelijk gemiddelde (15 tot 20 procent). Bijna een kwart van de huishoudens met een laag inkomen heeft minderjarige kinderen (13 procent eenoudergezinnen, 10 procent meerpersoonshuishoudens). Achtergrond. Zes op de tien huishoudens met een laag inkomen heeft een Nederlandse achtergrond (628 huishoudens, 61 procent). Daarnaast heeft een kwart een nietwesterse migratieachtergrond (24 procent). De overige 15 procent heeft een westerse migratieachtergrond. Woongebied. De meeste huishoudens met een laag inkomen wonen in Zandvoort Noord (65 procent). Een derde is woonachtig in Zandvoort Zuid (33 procent) en een klein percentage van de huishoudens met een laag inkomen woont in Bentveld of het Buitengebied (2 procent).

Tabel 3.1.5 Kenmerken minima, inkomen tot 100% en 120% Wsm Categorie

Aandeel minima t.o.v. alle huish.

100% Wsm

120% Wsm

309 81

58% 15%

595 134

58% 13%

15% 34%

28

5%

67

6%

21%

55

11%

111

11%

4%

58

11%

99

10%

8%

-

-

28

2%

6%

531

100%

1.034

100%

12%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

23 152 279 77 531

4% 29% 53% 14% 100%

26 261 476 271 1.034

3% 25% 46% 26% 100%

13% 15% 13% 8% 12%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

268 79 184 531

50% 15% 35% 100%

628 156 250 1.034

61% 15% 24% 100%

10% 10% 29% 12%

Woongebied Zandvoort Noord Zandvoort Zuid Buitengebied & Bentveld Totaal

377 143 11 531

71% 27% 2% 100%

666 345 23 1.034

65% 33% 2% 100%

17% 8% 4% 12%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met kinderen Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen20 Totaal

* Leeswijzer: van de 1.034 huishoudens met een laag inkomen is 58 procent (595 huishoudens) alleenstaand. Afgezet tegen alle alleenstaande huishoudens in de gemeente laat de laatste kolom zien dat 15 procent daarvan een minimuminkomen heeft.

20

Deze doelgroep is op 100 procent Wsm te klein om een onderverdeling te maken naar meerpersoonshuishoudens met minderjarige kinderen en meerpersoonshuishoudens met alleen maar meerderjarige kinderen.

35

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Vergelijking met 2018 Ten opzichte van 2018 is de verdeling naar huishoudtypen redelijk stabiel gebleven. Het aandeel alleenstaanden is redelijk stabiel gebleven (2018: 56 procent, 2023: 58 procent) evenals het aandeel eenoudergezinnen (2018: 13 procent, 2023: 13 procent). Het aandeel meerpersoonshuishoudens met kinderen is licht gedaald (2018: 12 procent, 2023: 10 procent). Het aandeel meerpersoonshuishoudens zonder kinderen lijkt sterk afgenomen te zijn (2018: 19 procent, 2023: 11 procent). Dit is echter een gevolg van methodiekwijziging: eerder werden huishoudens met thuiswonende meerderjarige kinderen geteld als meerpersoonshuishoudens zonder kinderen, nu worden deze huishoudens gezien als gezinnen met meerderjarige kinderen (aparte categorie). Ook de verdeling naar leeftijdscategorieën is redelijk stabiel gebleven. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen in de leeftijd van 27 tot 45 jaar is licht gedaald (2018: 28 procent, 2023: 25 procent). Het aandeel minima met de AOW-leeftijd is iets verruimd van 23 procent naar 26 procent. Tussen de onderzoeksperiodes (2018 en 2023) is de AOW-leeftijd echter ook verruimd waardoor de doelgroep groter is geworden. Daarnaast heeft de gemeente de vermogensgrens voor AOW’ers verruimd: zij mogen nu meer spaargeld hebben om toch recht te hebben op de ZandvoortPas.

Tot slot: zowel in 2018 als in 2023 wonen de meeste huishoudens met een laag inkomen in Zandvoort Noord. Huishoudens met een laag inkomen ten opzichte van alle huishoudens: wat valt op? Kans op armoede. Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker een minimuminkomen dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond. Van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft ruim een kwart een inkomen tot 120 procent Wsm (29 procent). Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond (10 procent) of een westerse migratieachtergrond (10 procent) ligt dit aandeel lager. Figuur 3.1.1. Aandeel achtergrond huishoudens met een laag inkomen t.o.v. alle huishoudens

Nederlandse achtergrond

10%

628 van alle 6.402 huishoudens met een Nederlandse achtergrond

Westerse migratieachtergrond

10%

156 van alle 1.590 huishoudens met een westerse migratieachtergrond

Niet-westersemigratieachtergrond

250 van alle 853 huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond

29%

36

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

In onderstaande figuur staat het aandeel huishoudens met een laag inkomen per woonwijk geografisch weergegeven. Hieruit blijkt dat huishoudens in Zandvoort Noord vaker een minimuminkomen hebben dan huishoudens in andere delen van de gemeente. Figuur 3.1.2. Aandeel huishoudens met een laag inkomen tot 120% Wsm t.o.v. alle huishoudens, per wijk

3.1.3. Langdurige minima Langdurige minima op 100 en 120 procent Wsm Bijna negen op de tien huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm heeft al drie jaar of langer een inkomen op bijstandsniveau (456 huishoudens, 86 procent). Bij de huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm ligt het aandeel iets lager, namelijk op 80 procent (826 huishoudens). Gemiddeld ligt het aandeel langdurige minima op 70 tot 75 procent; gemeente Zandvoort zit dus iets boven het gemiddelde. Tabel 3.1.6 Langdurige minima op 100% en 120% Wsm Duur inkomen 100% Wsm 120% Wsm 0 tot 1 jaar 31 6% 82 8% 1 tot 3 jaar 44 8% 126 12% 3 jaar of langer 456 86% 826 80% Totaal 531 100% 1.034 100% Vergelijking met 2018 Ten opzichte van 2018 is het aandeel langdurige minima toegenomen van 72 procent tot 80 procent. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen tot 120 procent Wsm dat 0 tot 1 jaar een minimuminkomen heeft is gedaald (2018: 12 procent, 2023: 8 procent). Dit geldt ook voor het

37

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

aandeel huishoudens met een laag inkomen dat al 1 tot 3 jaar moet rondkomen van een minimuminkomen (2018: 16 procent, 2023: 12 procent). Kenmerken langdurige minima In onderstaande tabel (volgende pagina) staan de kenmerken weergegeven van de langdurige huishoudens met een laag inkomen op 100 en 120 procent Wsm. Als we inzoomen op de 826 huishoudens met een langdurig inkomen tot 120 procent Wsm, bestaat deze groep voor 59 procent uit alleenstaanden en 21 procent uit huishoudens met minderjarige kinderen. De meeste langdurige minima hebben een Nederlandse achtergrond (64 procent) of een niet-westerse migratieachtergrond (23 procent). Kans op langdurige armoede. Sommige doelgroepen hebben vaker een langdurig minimuminkomen dan andere doelgroepen. Huishoudens met een AOW-uitkering als voornaamste inkomensbron zijn (logischerwijs) vaker langdurig minima (99 procent) dan huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet (83 procent) of een overig inkomen (66 procent). Ook alleenstaanden, eenoudergezinnen met meerderjarige kinderen en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen zijn vaker langdurige minima (>/= 80 procent) dan andere huishoudtypen. Verder moeten huishoudens van middelbare leeftijd of ouder vaker langdurig rondkomen van een minimuminkomen dan de jongere leeftijdsgroepen.

Tot slot blijkt dat huishoudens met een Nederlandse achtergrond vaker langdurig minima zijn dan huishoudens met een niet-Nederlandse achtergrond.

38

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Tabel 3.1.7 Kenmerken langdurige minima, inkomen tot 100% en 120% Wsm Aandeel minima t.o.v. alle huish.

Categorie

100% Wsm

120% Wsm

Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal

262 75 119 456

58% 16% 26% 100%

262 267 297 826

32% 32% 36% 100%

83% 99% 66% 80%

266 71

58% 15%

490 103

59% 12%

82% 77%

26

6%

55

7%

82%

44

10%

90

11%

81%

49

11%

88

11%

69%

456

100%

826

100%

80%

11 118 252 75 456

3% 26% 55% 16% 100%

13 180 366 267 826

2% 22% 44% 32% 100%

50% 69% 77% 99% 80%

244 68

53% 15%

529 110

64% 13%

84% 71%

144

32%

187

23%

75%

456

100%

826

100%

80%

326 119 11 456

72% 26% 2% 100%

529 277 20 826

64% 34% 2% 100%

79% 80% 87% 80%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met kinderen Totaal Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Wijk Zandvoort Noord Zandvoort Zuid Buitengebied & Bentveld Totaal

* Leeswijzer: van de 826 huishoudens met een langdurig laag inkomen (120 procent Wsm) heeft 32 procent (262 huishoudens) een bijstandsuitkering. Afgezet tegen alle huishoudens met een bijstandsuitkering staat in de laatste kolom dat 83 procent daarvan al drie jaar of langer een minimuminkomen heeft. Onder huishoudens met een AOW-uitkering is dat 99 procent en onder alle alleenstaanden met een minimuminkomen (595 huishoudens) is dat 82 procent.

3.1.4. Zzp’ers In 2023 stonden 1.444 personen als zzp’er ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Van de 1.444 zzp’ers in Zandvoort, heeft de gemeente 50 zzp’ers met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld; dit is 7 procent van alle zzp’ers. Deze groep van 50 zzp’ers met een minimuminkomen is in beeld, omdat zij gebruik hebben gemaakt van een aanvullende uitkering of één of meerdere gemeentelijke regelingen. De meeste zzp’ers die in een huishouden met een laag inkomen wonen, hebben een inkomen tot 100 procent Wsm. 39

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Tabel 3.1.8 Inkomensverdeling zzp’ers Inkomenspercentage Tot 100% Wsm Tot 120% Wsm Subtotaal Overige huishoudens Totaal

2023 46 50 96 1.348 1.444

3% 7% 10% 90% 100%

Kenmerken zzp’ers met een minimuminkomen De meeste zzp’ers die in beeld zijn als minima hebben (voornamelijk) inkomsten vanuit hun onderneming of omdat er binnen hun huishouden nog een andere inkomensbron is, bijvoorbeeld inkomen uit werk of een WW-uitkering (71 procent). Verder heeft een kwart van de zzp’ers met een minimuminkomen een (aanvullende) uitkering vanuit de Participatiewet 24 procent) en 5 procent van de zzp’ers ontvangt een AOW-uitkering. Een derde van de zzp’ers met een minimuminkomen betreft een gezin waar minderjarige kinderen wonen (35 procent). Verder heeft de helft van de zzp’ers met een minimuminkomen een Nederlandse achtergrond. Tabel 3.1.9 Kenmerken zzp’ers Minima zzp’ers

Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW + overig inkomen Totaal

Alle zzp’ers

23 73 96

24% 76% 100%

31 24 12 17

32% 25% 13% 18%

314 151 413 403

22% 8% 28% 32%

12

12%

163

10%

96

100%

1.444

100%

Leeftijdscategorie Tot 27 jaar22 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd23 AOW-leeftijd Totaal

34 62 96

35% 65% 100%

27 394 837 186 1.444

2% 27% 58% 13% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

48 21 27 96

50% 22% 28% 100%

984 315 145 1.444

68% 22% 10% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin21 Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden met meerderjarige kinderen Totaal

21 Om privacyoverwegingen zijn de groepen ‘eenoudergezin met minderjarige kinderen en evt.

meerderjarige kinderen’ en ‘eenoudergezin met meerderjarige kinderen’ niet uitgesplitst; de groepen zijn te klein om apart weer te geven. 22 Het aantal minima zzp’ers tot 27 jaar is te klein om weer te geven. Daarom is dit aantal en aandeel samengevoegd met de groep 27 tot 45 jaar. 23 Het aantal minima zzp’ers van de AOW-gerechtigde leeftijd is te klein om weer te geven. Daarom is dit aantal en aandeel samengevoegd met de groep vanaf 45 jaar.

40

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

3.2. Kinderen tot 18 jaar in huishoudens met een laag inkomen In dit hoofdstuk komt het aantal kinderen tussen 0 en 18 jaar aan bod dat opgroeit in een huishouden met een laag inkomen met een inkomen tot 100 of 120 procent Wsm.

3.2.1. Aantal kinderen in huishoudens met een laag inkomen In beeld. Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde gegevens heeft de gemeente Zandvoort op 31 december 2023 in totaal 240 kinderen in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm (9,1 procent). In totaal groeien 396 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm (15,0 procent). Schatting. De gemeente Zandvoort heeft vrijwel alle kinderen in huishoudens met een laag inkomen in beeld. Een klein deel ontbreekt omdat niet alle huishoudens met kinderen gebruikmaken van een uitkering vanuit de Participatiewet of een minimaregeling (voor kinderen). Op basis van de Armoede Index wordt het totale kinderen in huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm geschat op 380 kinderen (14,3 procent) en op 471 kinderen (17,8 procent) op een inkomensniveau van 120 procent Wsm. Vergelijking met 2018 Het aantal kinderen in huishoudens met een laag inkomen dat de gemeente Zandvoort in beeld heeft op 100 procent Wsm is licht gedaald tussen 2018 (259 kinderen) en 2023 (240 kinderen). Het totale aantal kinderen in de gemeente is eveneens licht gedaald. In de periode 2019 – 2023 heeft de gemeente Zandvoort de inkomensgrenzen van verschillende minimaregelingen verruimd van 115 naar 120 procent Wsm. Kinderen die eerst in beeld kwamen op 115 procent Wsm, komen nu in beeld op 120 procent Wsm.

Het totale aantal en aandeel kinderen dat als kind dat opgroeit in een huishouden met een laag inkomen in beeld is, is licht gestegen van 388 kinderen (2018) naar 396 kinderen (2023). Dit kan (deels) verklaard worden door de verruiming van de inkomensgrenzen. Echter heeft de verruiming van de inkomensgrenzen (nog) niet geleid tot significant meer kinderen in beeld. Ruim 23 procent van de kinderen groeit op in een huishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm. Tabel 3.2.1 Kinderen in huishoudens met een laag inkomen (cumulatief) Inkomen t.o.v. Wsm Tot 100% Wsm Tot 110% Wsm Tot 115% Wsm Tot 120% Wsm Tot 130% Wsm Tot 140% Wsm Tot 150% Wsm Overige inkomens Totaal

2018

In beeld

259

9,1%

240

9,1%

388 -

13,7% -

396

15%

2.447 2.835

86,3% 100%

2.248 2.644

85,0% 100%

Schatting totale doelgroep 380 14,3% 399 15,1% 471 17,8% 577 21,8% 625 23,6% 655 24,8% 1.989 2.644

75,2% 100%

3.2.2. Kenmerken kinderen in huishoudens met een laag inkomen, in beeld Ook in dit hoofdstuk geven we de kenmerken weer van de kinderen in huishoudens met een laag inkomen die opgroeien in een huishouden met een inkomen op 100 en 120 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. De kenmerken van alle kinderen (dus ook de kinderen die niet in huishoudens met een laag inkomen wonen, staan weergegeven in bijlage 3)24. 24 De meeste kinderen die woonachtig in huishoudens met een laag inkomen, komen in beeld omdat het

huishouden een ZandvoortPas heeft. In bijlage 9 wordt dit in beeld gebracht. Daarnaast geeft de bijlage inzicht via welke registratiebronnen de overige kinderen in beeld komen.

41

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Verdeling naar inkomensbronnen Inkomensbron. Ruim de helft van de kinderen die opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm, heeft een overig inkomen als voornaamste inkomensbron (54 procent). Het gaat bijvoorbeeld om een inkomen uit betaalde arbeid, ondernemerschap of een WW-uitkering. Verder groeien ruim vier op de tien kinderen uit huishoudens met een laag inkomen op met een uitkering vanuit de Participatiewet (44 procent). Naarmate het inkomensniveau stijgt, neemt het aandeel huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet af en het aandeel huishoudens met een overig inkomen toe; dat is ook in onderstaande tabel zichtbaar. Tabel 3.2.2 Inkomensbron kinderen in huishoudens met een laag inkomen, inkomen tot 120% Wsm Inkomensbron Participatiewet AOW en Overig inkomen Totaal

100% Wsm 176

73%

120% Wsm 176

44%

64

27%

220

56%

240

100%

396

100

Verdeling naar overige kenmerken In de volgende tabel staat een aantal kenmerken van kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 100 en 120 procent Wsm. We vergelijken de kinderen in huishoudens met een laag inkomen met alle kinderen in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel kinderen in huishoudens met een laag inkomen te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minima t.o.v. alle kinderen’). Overige kenmerken. Bijna de helft van de kinderen in huishoudens met een laag inkomen groeit op in een tweeoudergezin (47 procent). 53 procent van de kinderen in huishoudens met een laag inkomen groeit op in een eenoudergezin. Daarnaast heeft 47 procent van de kinderen in huishoudens met een laag inkomen een niet-westerse migratieachtergrond. Tot slot woont de meerderheid van de kinderen in huishoudens met een laag inkomen in Zandvoort Noord (88 procent). Van alle kinderen in Zandvoort Noord groeit 27 procent op in een huishouden met een laag inkomen.

42

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Tabel 3.2.3 Kenmerken kinderen in huishoudens met een laag inkomen, inkomen tot 120% Wsm Aandeel minima t.o.v. alle kinderen

Categorie

100% Wsm

120% Wsm

Huishoudtype Eenoudergezin Meerpersoonshuishouden Totaal

129 111 240

54% 46% 100%

209 187 396

53% 47% 100%

38% 26% 15%

Leeftijdscategorie 0 tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal

38 111 91 240

16% 46% 38% 100%

63 184 149 396

16% 46% 38% 100%

13% 16% 15% 15%

75 25

31% 11%

162 47

41% 12%

9% 12%

140

58%

187

47%

240

100%

396

100

44% 15%

222 18 240

93% 7% 100%

348 48 396

88% 12% 100%

27% 4% 15%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Wijk Zandvoort Noord Zandvoort Zuid Totaal

Kinderen in huishoudens met een laag inkomen ten opzichte van alle kinderen: wat valt op? Kans op armoede. Sommige kinderen hebben meer kans om op te groeien in armoede dan andere kinderen. In de gemeente Zandvoort groeien kinderen in een eenoudergezin vaker op in een huishouden met een laag inkomen dan kinderen uit tweeoudergezinnen (38 procent tegenover 26 procent). In vergelijking tot andere gemeenten met vergelijkbare inwonersaantallen zien we een hetzelfde beeld; kinderen uit eenoudergezinnen groeien vaker op in een huishouden met een laag inkomen dan kinderen uit tweeoudergezinnen. Figuur 3.2.1. Aandeel huishoudens kinderen in huishoudens met een laag inkomen t.o.v. alle kinderen

Tweeoudergezin

Eenoudergezin

26%

549 van alle 2.093 kinderen in een tweeoudergezin

209 van alle 551 kinderen in een eenoudergezin

38%

Verder groeien kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een huishouden met een laag inkomen dan kinderen met een andere achtergrond; bijna de helft van de kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond woont in een huishouden met een laag inkomen (44 procent). Dit aandeel ligt lager bij kinderen met een Nederlandse achtergrond 43

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

(9 procent) of westerse migratieachtergrond (12 procent). Dit beeld sluit aan bij andere gemeenten van vergelijkbare grootte: kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie. Figuur 3.2.2. Aandeel achtergrond kinderen in huishoudens met een laag inkomen t.o.v. alle kinderen

Nederlandse achtergrond

9%

162 van alle 1.828 kinderen met een Nederlandse achtergrond

Westerse migratieachtergrond

12%

47 van alle 387 kinderen met een westerse migratieachtergrond

Niet-westerse migratieachtergrond

44%

187 van alle 429 kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond

Kinderen die opgroeien in Zandvoort Noord hebben meer kans om op te groeien in een huishouden met een laag inkomen dan kinderen uit andere Zandvoortse wijken. Figuur 3.2.3. Aandeel kinderen in huishoudens met een laag inkomen tot 120% Wsm ten opzichte van alle kinderen, per wijk

3.3. Minimaregelingen In deze paragraaf geven we het gebruik en bereik weer van de verschillende minimaregelingen. Het gebruik is gemeten over de analyseperiode van het onderzoek

44

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

(1 januari 2023 – 31 december 2023). Daarnaast brengt deze paragraaf ook de kenmerken van de gebruikers van de regelingen in beeld.

3.3.1. Gebruik en bereik van de minimaregelingen25 Het gebruik en bereik van de regelingen wordt weergegeven in tabellen 3.1.1 en 3.1.2. Het bereik van de regelingen is afgezet tegen de totale geschatte doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in middelgrote gemeenten (met een inwonertal tot 50.000). Door de koppeling van de gemeentelijke registratiebestanden met de Basisregistratie Personen (BRP) vallen gebruikers weg, bijvoorbeeld omdat ze zijn verhuisd. Daarnaast worden bij de regelingen verschillende filters toegepast, bijvoorbeeld het filter van huishoudens met een minimuminkomen, en worden gebruikscijfers soms geaggregeerd naar huishoudniveau. Bijlage 8 geeft een overzicht van de aantallen gebruikers in de verschillende stappen. Vergelijking met 2018 In bijlage 4 is een vergelijking opgenomen met de gebruikscijfers van de regelingen in 2018 en 2023, inclusief geldende inkomensgrenzen. ZandvoortPas De ZandvoortPas is de basis voor het minimabeleid in Zandvoort. Van alle huishoudens met een laag inkomen is 72 procent in het bezit van de ZandvoortPas. Een participatieregeling voor volwassenen heeft een gemiddeld bereik van 30 tot 40 procent.

De ZandvoortPas geldt echter ook als instrument om andere regelingen ambtshalve toe te kennen; dit verklaart het hoge bereik van de ZandvoortPas. Tabel 3.3.1 Gebruik en bereik ZandvoortPas 2023 ZandvoortPas Doelgroep Gebruik Bereik huishoudens

2023 1.121 huishoudens 804 huishoudens 72%

In figuur 3.3.1 wordt per wijk aangegeven hoeveel procent van de gevonden huishoudens met een inkomen tot 120 procent van het wettelijk sociaal minimum in bezit is van een ZandvoortPas. Let op: dit betekent dat het gemiddelde percentage huishoudens met een ZandvoortPas hoger is dan in de bovenstaande tabel staat weergegeven. De bovenstaande tabel betreft het aandeel ten opzichte van de gehele doelgroep.

25 De cijfers over het gebruik van regelingen en voorzieningen betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld

kon worden aan de BRP die voor dit onderzoek is aangeleverd.

45

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Figuur 3.3.1. Bereik ZandvoortPas 2023 per wijk

Regelingen voor volwassenen • In totaal maakt 53 procent van de doelgroep gebruik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Gemiddeld is een bereik van 70 tot 75 procent gangbaar; Zandvoort ligt hier onder. • In totaal heeft 19 procent van de doelgroep aanspraak gemaakt op de bijzondere bijstand. Gemiddeld ligt het bereik op 20 tot 25 procent. • De individuele inkomenstoeslag kent een hoog bereik van 57 procent onder de doelgroep. Landelijk is een bereik van 40 tot 50 procent gangbaar. • De gemeentelijke zorgpolis bereikt 36 procent van haar doelgroep26. Landelijk zien we een gemiddeld bereik van 30 tot 35 procent, waarmee Zandvoort dus in lijn ligt. • In totaal maken 121 huishoudens gebruik van de vergoeding voor het eigen risico van de zorgverzekering en 37 huishoudens van de vergoeding voor de eigen bijdrage voor Wmovoorzieningen. De doelgroep van deze regelingen kan niet worden vastgesteld. • Meer dan 90 procent van de gebruikers van een regeling heeft ook een ZandvoortPas. Alleen voor de gemeentelijke zorgpolis ligt dit lager: van de gebruikers van de zorgpolis is 79 procent in het bezit van een ZandvoortPas.

26 In Zandvoort wordt de gemeentelijke zorgpolis vooral aangeraden als er sprake is van hoge zorgkosten.

Zij streven geen volledig bereik na onder de doelgroep.

46

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Tabel 3.3.2 Gebruik en bereik regelingen 2023 Regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Doelgroep Gebruik Aandeel gebruik in bezit van ZandvoortPas Bereik

2023 775 huishoudens 408 huishoudens 367 huishoudens (90%) 53%

Bijzondere bijstand Doelgroep Gebruik Aandeel gebruik in bezit van ZandvoortPas Bereik

1.121 huishoudens 208 huishoudens 189 huishoudens (91%) 19%

Individuele inkomenstoeslag Doelgroep Gebruik Aandeel gebruik in bezit van ZandvoortPas Bereik

491 huishoudens 281 huishoudens 270 huishoudens (96%) 57%

Gemeentelijke zorgpolis Gebruik pakket Univé Gebruik pakket Zorg en zekerheid Gebruik meerdere pakketten Doelgroep Gebruik Aandeel gebruik in bezit van ZandvoortPas Bereik

92 huishoudens 318 huishoudens 7 huishoudens 1.121 huishoudens 403 huishoudens 317 huishoudens (79%) 36%

Tegemoetkoming eigen risico zorgverzekering27 (2023) Gebruik Aandeel gebruik in bezit van ZandvoortPas

121 huishoudens 117 huishoudens (97%)

Tegemoetkoming Wmo-voorzieningen Gebruik Aandeel gebruik in bezit van ZandvoortPas

37 huishoudens 37 huishoudens (100%)

Regelingen voor kinderen • Het Jeugdfonds Sport & Cultuur bereikt 31 procent van de kinderen in de doelgroep (tot 120 procent Wsm). Dit bereik ligt in lijn met het landelijk gemiddelde van 30 tot 40 procent. • Het bereik van Stichting Leergeld ligt op 8 procent. Gemiddeld is een bereik van 20 tot 25 procent gangbaar; het bereik in Zandvoort ligt hiermee onder het landelijk gemiddelde. • Huishoudens met schoolgaande kinderen kunnen aanspraak maken op een regeling voor schoolkosten; 60 procent van de huishoudens met kinderen van 4 tot 17 maakt hier gebruik van. In vergelijkbare gemeenten is een bereik van 30 tot 40 procent gangbaar. 27 De vergoeding voor het eigen risico van de zorgverzekering en de vergoeding voor de eigen bijdrage voor

Wmo-voorzieningen is beschikbaar voor een specifieke doelgroep. De omvang van deze doelgroep is niet te bepalen. Zandvoort stuurt er al sinds 2018 op dat ZandvoortPashouders met een grote(re) zorgvraag deelnemen aan de gemeentepolis. Dan heeft deelnemer geen eigen risico en kan eigen bijdrage WMO worden gedeclareerd. De zorgpolis is bewust niet voor inwoners (en hun kinderen) als de zorgvraag licht is. Er is alleen keuze uit stevige aanvullende pakketten.

47

Gemeente Zandvoort

•

•

•

Definitief v3

Gezinnen kunnen daarnaast aanspraak maken op een tegemoetkoming voor kinderopvang (gebruik: 8 huishoudens). De doelgroep van deze regeling is niet vast te stellen omdat onbekend is hoeveel huishoudens binnen de doelgroep gebruikmaken van kinderopvang (en dus aanspraak mogen maken op deze tegemoetkoming). Tot slot kunnen huishoudens aanspraak maken op een tegemoetkoming voor huiswerkbegeleiding (gebruik: 2 huishoudens). Deze regeling is beschikbaar voor huishoudens met een laag inkomen die gebruikmaken van deze ondersteuningsvormen. De omvang van de doelgroep is niet vast te stellen. Van de gebruikers van Stichting Leergeld en de Tegemoetkoming Schoolkosten heeft iedereen een ZandvoortPas. Van de gebruikers van het Jeugdfonds Sport en Cultuur heeft 90 procent een ZandvoortPas.

Tabel 3.3.3 Gebruik en bereik kindregelingen 2023 (1) Regeling Jeugdfonds Sport en Cultuur Gebruik Jeugdfonds sport Gebruik Jeugdfonds cultuur Gebruik Zwemles Doelgroep Gebruik Aandeel gebruik in bezit van ZandvoortPas Bereik

2023 86 kinderen 20 kinderen 33 kinderen 388 kinderen 121 kinderen 79 huishoudens (91%)28 31%

Stichting Leergeld29 Gebruik Schoolkosten Gebruik Computer Gebruik Fiets Doelgroep Gebruik Aandeel gebruik in bezit van ZandvoortPas Bereik31

13 kinderen 9 kinderen 18 kinderen 388 kinderen 31 kinderen 23 huishoudens (100%)30 8%

Tegemoetkoming Schoolkosten Doelgroep Gebruik Aandeel gebruik in bezit van ZandvoortPas Bereik

204 huishoudens 123 huishoudens 122 huishoudens (99%) 60%

28 Het Jeugdfonds Sport & Cultuur registreert op kindniveau en de ZandvoortPas op huishoudniveau. Een

directe vergelijking is daarom niet mogelijk. We kijken om die reden naar het aantal huishoudens. In totaal wonen de 121 kinderen die gebruikmaken van het Jeugdfonds in 87 huishoudens; 79 huishoudens daarvan bezitten een ZandvoortPas. 29 Voor Stichting Leergeld is gebruikgemaakt van een registratiebestand tot en met 1 oktober 2023. In de periode oktober – december 2023 is het gebruik vermoedelijk verder opgelopen. Daarom verwijzen we u voor de totale aantallen verstrekte fietsen en computers ook graag naar het jaarverslag van Stichting Leergeld over 2023: ANBI en jaarverslagen (leergeldhaarlemzandvoort.nl). 30 Stichting Leergeld registreert op kindniveau en de ZandvoortPas op huishoudniveau. Een directe vergelijking is daarom niet mogelijk. We kijken om die reden naar het aantal huishoudens. In totaal wonen de 31 kinderen die gebruikmaken van het Stichting Leergeld in 23 huishoudens; al deze huishoudens bezitten een ZandvoortPas. 31 Schoolgaande kinderen behoren tot de doelgroep van Stichting Leergeld (4 t/m 17 jaar). De meeste verstrekkingen worden echter gedaan aan kinderen op het voortgezet onderwijs. Het gaat hier om de ondersteuning die Stichting Leergeld biedt bij de aanschaf van fietsen, computers en schoolkosten. Stichting Leergeld ondersteunt ook in de doorverwijzing naar andere organisaties en de aanvraag hiervan. Deze cijfers zijn hier niet opgenomen.

Zie voor verdere duiding onder ‘Stichting Leergeld’, pagina 44.

48

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Tabel 3.3.4 Gebruik en bereik kindregelingen 2023 (2) Regeling Tegemoetkoming kinderopvang Doelgroep Gebruik Aandeel gebruik in bezit van ZandvoortPas Bereik

2023 n.t.b. 8 huishoudens 7 huishoudens (88%) n.t.b.

Tegemoetkoming huiswerkbegeleiding Doelgroep Gebruik Aandeel gebruik in bezit van ZandvoortPas Bereik

n.t.b. 2 huishoudens 1 huishouden (50%) n.t.b.

Aantal regelingen per huishouden In totaal biedt de gemeente Zandvoort twaalf regelingen aan voor huishoudens met een minimuminkomen32. Het gaat hierbij om gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelingen met een inkomensgrens. Tijdelijke regelingen (zoals de energietoeslag) en overige regelingen (Fonds Urgente Noden) en andere gemeentelijke voorzieningen (zoals Wmo en Jeugdwet) zijn hierbij niet meegenomen. Huishoudens met een laag inkomen maken van maximaal acht regelingen tegelijkertijd gebruik. Driekwart van de huishoudens maakt echter gebruik van één tot drie regelingen (in totaal 74 procent). In totaal maken ruim 400 huishoudens met een laag inkomen die in beeld zijn bij de gemeente geen gebruik van de minimaregelingen (1.034 huishoudens met een laag inkomen – 947 regeling gebruikers = 87 huishoudens). Tabel 3.3.5 Verdeling aantal regelingen per huishouden, alle regelingen Aantal regelingen Eén regeling Twee regelingen Drie regelingen Vier regelingen Vijf regelingen Zes regelingen Zeven regelingen Acht regelingen Totaal

2023 261 228 209 133 74 29 7 6 947

28% 24% 22% 14% 8% 3% 1% 0% 100%

Huishoudens met kinderen kunnen aanspraak maken op vijf minimaregelingen. Huishoudens die gebruikmaken van kindregelingen, benutten veelal één regeling (55 procent). Een derde gebruikt twee regelingen (34 procent). Tabel 3.3.6 Verdeling aantal kindregelingen per huishouden Aantal regelingen Eén regeling Twee regelingen Drie regelingen Totaal

2023 86 54 18 158

55% 34% 11% 100%

32 Een overzicht van de beschikbare minimaregelingen is weergegeven in bijlage 5.

49

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

3.3.2. Kenmerken gebruikers per regeling In het onderstaande staan enkele achtergrondkenmerken van de huishoudens en personen die gebruik maken van een regeling beschreven. Bij alle regelingen geldt dat met inwoners met een Nederlandse achtergrond relatief veel gebruik maken van de regelingen, tenzij anders aangegeven. Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing, Onroerende Zaak Belasting (OZB) en hondenbelasting. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen op of rond het voor dat huishoudtype geldende sociale minimum. In kalenderjaar 2023 hebben 408 huishoudens kwijtschelding van gemeentelijke belastingen toegekend gekregen. • Gebruikers van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen hebben veelal een uitkering vanuit de Participatiewet; • De meerderheid van de gebruikers betreft een alleenstaand huishouden. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Zandvoort is erop gericht om mensen met een inkomen tot 120 procent Wsm die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. In 2023 hebben 208 huishoudens een verstrekking vanuit de bijzondere bijstand gekregen.

• De meeste gebruikers van de bijzondere bijstand ontvangen een uitkering vanuit de Participatiewet of hebben een overig inkomen (zoals inkomen uit arbeid of een WWuitkering); • De meerderheid van de gebruikers betreft een alleenstaand huishouden. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Zandvoort behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 120 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering. In kalenderjaar 2023 hebben 281 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag. • Gebruikers ontvangen veelal een uitkering vanuit de Participatiewet; • Alleenstaanden maken vaker gebruik van de individuele inkomenstoeslag dan andere huishoudtypen; ZandvoortPas De ZandvoortPas wordt automatisch of na aanvraag toegekend en geeft inwoners vervolgens korting op sportieve, culturele en recreatieve activiteiten. Daarnaast dient de ZandvoortPas het aanvragen van andere vergoedingen en toeslagen te vereenvoudigen, omdat de inkomensgegevens van inwoners al bekend zijn bij de gemeente. De ZandvoortPas wordt verstrekt tot een inkomensgrens van 120 procent Wsm.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14385984/1