CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Eindrapportage Evaluatie minimabeleid 213a rapport

Raadscommissie 12 september 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Onderzoek evaluatie minimabeleid33.619 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In 2023 hebben 804 huishoudens gebruikgemaakt van de ZandvoortPas. • Vrijwel alle huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet maken gebruik van de ZandvoortPas (hoog bereik). Ook onder huishoudens met een AOW-uitkering dan wel een overig inkomen is het bereik hoog, maar iets lager dan bij huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet; • De meeste gebruikers vormen een alleenstaand huishouden. Gemeentelijke zorgpolis In samenwerking met Univé en Zorg en Zekerheid biedt de gemeente Zandvoort een gemeentelijke zorgpolis voor inwoners met een ZandvoortPas. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. Huishoudens kunnen kiezen uit diverse pakketten. In de periode 2023 hebben 403 huishoudens gebruikgemaakt van een Gemeentelijke zorgpolis. Een ruime meerderheid heeft een Gemeentelijke zorgpolis afgesloten via Zorg en

50

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Zekerheid (318 huishoudens). Verder hebben 92 huishoudens een zorgverzekering via Univé. Een klein aantal huishoudens heeft bij beide zorgverzekeraars een verzekering afgesloten. • Huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet maken verhoudingsgewijs vaker gebruik van een Gemeentelijke zorgpolis dan huishoudens met een AOWuitkering of een overig inkomen; • Eenoudergezinnen met kinderen maken verhoudingsgewijs vaker gebruik van een Gemeentelijke zorgpolis dan andere huishoudtypen. Tegemoetkoming eigen risico zorgverzekering Inwoners met een huishoudinkomen tot 120 procent Wsm kunnen in Zandvoort aanspraak maken op een tegemoetkoming voor het eigen risico van de zorgverzekering. Inwoners dienen de eerste € 100 aan zorgkosten zelf te bekostigen. Van het overblijvende bedrag kunnen zij 90 procent terugkrijgen. In 2023 hebben 121 huishoudens gebruikgemaakt van deze ondersteuning. • De meeste gebruikers hebben een overig inkomen (bijvoorbeeld inkomen uit werk of een WW-uitkering); • Gebruikers van de tegemoetkoming eigen risico vormen veelal een alleenstaand huishouden. Tegemoetkoming Wmo-voorziening Huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm kunnen een tegemoetkoming aanvragen voor de eigen bijdrage van Wmo-voorzieningen. De tegemoetkoming bedraagt maximaal 90 procent van de eigen bijdrage die men moet betalen.

In 2023 hebben 37 huishoudens gebruikgemaakt van de tegemoetkoming voor Wmo-voorzieningen. • De meeste gebruikers hebben een overig inkomen (bijvoorbeeld inkomen uit werk of een WW-uitkering); • Gebruikers vormen veelal een alleenstaand huishouden. Stichting Leergeld Stichting Leergeld ondersteunt kinderen met binnen- en buitenschoolse activiteiten. Stichting Leergeld biedt via haar directe dienstverlening ondersteuning aan voor de aanschaf van fietsen, computers en schoolkosten (WRTS-codes of Squla). De directe dienstverlening behelst de vergoedingen voor deze kostensoorten. Naast deze directe dienstverlening ondersteunt Stichting Leergeld ook kinderen door hen door te verwijzen naar het Jeugdfonds Sport & Cultuur, Stichting Jarige Job of een andere organisatie en ondersteunt soms ook in de aanvraag hiervan33. Gezinnen kunnen aanspraak maken op deze vergoedingen tot een huishoudinkomen van 120 procent Wsm. In de periode 1 januari tot 1 oktober 2023 hebben 31 kinderen gebruikgemaakt van directe ondersteuning via Stichting Leergeld (fietsen, computers, schoolkosten). De meeste vergoedingen worden verstrekt voor fietsen. • De meeste kinderen met een vergoeding vanuit Stichting Leergeld wonen in een eenoudergezin. Jeugdfonds Sport & Cultuur Het Jeugdfonds Sport & Cultuur ondersteunt kinderen van 4 tot en met 17 jaar in hun sportieve en culturele activiteiten.

De maximale vergoeding voor sport bedraagt € 350 per kind. Voor culturele activiteiten is een maximale vergoeding van € 500 beschikbaar per kind. Kinderen mogen ook zwemlessen volgen met een vergoeding via het Jeugdfonds. In 2023 hebben 121 kinderen gebruikgemaakt van ondersteuning via het Jeugdfonds Sport & Cultuur. De meerderheid van de kinderen maakt gebruik van een vergoeding voor sportactiviteiten. • De meeste kinderen die gebruikmaken van het Jeugdfonds Sport & Cultuur groeien op in een huishouden met een uitkering vanuit de Participatiewet; • Kinderen uit eenoudergezinnen maken vaker gebruik van het Jeugdfonds dan kinderen in tweeoudergezinnen.

33 De totale aantallen kinderen die door Stichting Leergeld zijn geholpen middels de aanschaf van een fiets,

computer of schoolkosten én middels doorverwijzing of hulp bij aanvraag bij een andere organisatie zijn terug te vinden in hun jaarverslag over 2023: ANBI en jaarverslagen (leergeldhaarlemzandvoort.nl).

51

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Tegemoetkoming Schoolkosten Huishoudens met schoolgaande kinderen kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming schoolkosten (bijvoorbeeld voor schoolspullen, gymkleren e.a.). Deze regeling wordt verstrekt tot een inkomensgrens van 120 procent Wsm. In 2023 maakten 92 huishoudens gebruik van de tegemoetkoming voor schoolkosten. • De meeste gebruikers ontvangen een overig inkomen; • Eenoudergezinnen maken vaker gebruik van de tegemoetkoming schoolkosten dan tweeoudergezinnen. Tegemoetkoming kinderopvang Huishoudens met kinderen kunnen aanspraak maken op de tegemoetkoming kinderopvang tot een inkomensgrens van 120 procent Wsm. De tegemoetkoming kinderopvang wordt verstrekt aan huishoudens met een bijstandsuitkering tot maximaal twee jaar na uitstroom. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van het maximale uurtarief zoals vastgesteld door de Belastingdienst34. Voor het eerste kind geldt een tegemoetkoming van 6 procent van de maximale uurprijs, voor ieder volgend kind geldt een tegemoetkoming van 5 procent. In 2023 hebben 8 huishoudens35 gebruikgemaakt van de tegemoetkoming kinderopvang. Tegemoetkoming huiswerkbegeleiding Huishoudens met schoolgaande kinderen kunnen een tegemoetkoming aanvragen voor huiswerkbegeleiding tot een inkomensgrens van 120 procent Wsm. De maximale vergoeding bedraagt € 25 per uur, met een maximum van € 100 per maand.

In 2023 hebben 2 huishoudens gebruikgemaakt van deze tegemoetkoming36.

3.4. Overige regelingen In deze paragraaf komen enkele regelingen in bod die van tijdelijke aard zijn (energietoeslag) of buiten het gemeentelijke beleid vallen (Speelgoedbank en Fonds urgente noden).

3.4.1. Energietoeslag 2023 Als gevolg van het hoge prijspeil van gas en elektriciteit heeft het Rijk in 2022 de energietoeslag geïntroduceerd; gemeenten hebben deze regeling uitgevoerd. De energietoeslag is in 2023 gecontinueerd. Deze paragraaf brengt de gebruikersaantallen en de kenmerken van de gebruikers in beeld over 2023. Inkomensgrens In de gemeente Zandvoort konden inwoners aanspraak maken op de energietoeslag als hun inkomen niet hoger was dan 120 procent Wsm. Er werd geen vermogenstoets gedaan tot een inkomensniveau van 120 procent Wsm; ook huishoudens met een vermogen hoger dan is toegestaan in de Participatiewet konden gebruikmaken van deze regeling. In 2022 is de energietoeslag uitgekeerd in twee betalingen van in totaal € 1.300 per huishouden. In 2023 konden inwoners opnieuw aanspraak maken op de energietoeslag; een ‘voorschot energietoeslag 2023’. Inkomensverdeling gebruikers energietoeslag In 2023 hebben 1.101 huishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag; dit is 12 procent van alle huishoudens in de gemeente Zandvoort. Van deze 1.101 huishoudens is 78 procent (863 In 2024 gaat het om een maximaal uurtarief van € 9,65 voor de kinderopvang, € 8,30 voor de buitenschoolse opvang en € 7,24 voor een gasouder. Voor uurtarieven boven deze prijzen wordt geen tegemoetkoming verstrekt.

35 Gezien het kleine gebruikersaantal geven we geen nadere kenmerken weer in verband met de privacy van huishoudens. 36 Gezien het kleine gebruikersaantal geven we geen nadere kenmerken weer in verband met de privacy van huishoudens. 34

52

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

huishoudens) in beeld als huishouden met een laag inkomen; van hen is bekend dat ze een inkomen hebben tot maximaal 120 procent Wsm. De overige 238 huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de energietoeslag hebben eveneens een inkomen tot maximaal 120 procent Wsm, maar waren nog niet bij de gemeente in beeld als zodanig omdat ze geen andere minimaregeling gebruiken. Oftewel: door de gemeentelijke ondersteuning van de energietoeslag zijn meer huishoudens met een inkomen op 120 procent Wsm in beeld gekomen. Tabel 3.4.1 Inkomensverdeling gebruikers energietoeslag 2023 Aandeel t.o.v. alle Energietoeslag 2023 huishoudens Tot 100% Wsm 481 44% 5% Tot 120% Wsm 382 35% 4% Subtotaal 863 79% 9% Overige huishoudens Totaal

238 1.101

21% 100%

3% 12%

Huishoudens met een laag inkomen met energietoeslag Huishoudens met een laag inkomen (al in beeld bij de gemeente) met een inkomen tot 120 procent Wsm die gebruikmaken van de energietoeslag hebben veelal een uitkering vanuit de Participatiewet of een overig inkomen (zoals inkomen uit werk of een WW-uitkering). De meeste gebruikers vormen een alleenstaand huishouden. Tabel 3.4.2 Kenmerken huishoudens met een laag inkomen tot 120% Wsm met energietoeslag Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin met minderen meerderjarige kinderen Eenoudergezin met meerderjarige kinderen Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met kinderen Totaal Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

100% Wsm

120% Wsm

289 73 119 481

60% 15% 25% 100%

289 229 345 863

34% 26% 40% 100%

281

58%

513

60%

77

16%

116

14%

28

6%

54

6%

44

9%

88

10%

51

11%

92

10%

481

100%

863

100%

18 136 254 73 481

4% 28% 53% 15% 100%

19 223 392 229 863

2% 26% 45% 27% 100%

252

52%

537

62%

61

13%

113

13%

168

35%

213

25%

481

100%

863

100%

53

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

3.4.2. Fonds Urgente Noden Het Fonds Urgente Noden biedt ondersteuning bij acute financiële nood. Verstrekkingen worden onder meer gedaan voor laptops, woninginrichting, fietsen, bijdragen voor medische kosten en witgoed. Deze financiële giften worden verstrekt met een maximum van € 2.500. In sommige gevallen wordt deze vergoeding als renteloze lening verstrekt via het Sociaal Leenfonds. Het Fonds Urgente Noden behandelt alleen aanvragen die worden ingediend door professionele hulpverleners; er is dus sprake van een bemiddelende partij en niet van directe hulpverlening tussen het fonds en de inwoner. In 202337 hebben 9 huishoudens ondersteuning via het Fonds Urgente Noden gekregen (op basis van het aangeleverde registratiebestand, gekoppeld met het BRP): 8 huishoudens met een laag inkomen en 1 huishouden die niet als huishouden met een laag inkomen bij de gemeente in beeld zijn. In totaal maakt 1 procent van alle huishoudens met een laag inkomen tot 120 procent Wsm (die in beeld zijn bij de gemeente) gebruik van het Fonds Urgente Noden. Kenmerken gebruikers met inkomen tot 120 procent Wsm Huishoudens met een laag inkomen die gebruik hebben gemaakt van het Fonds Urgente Noden hebben veelal een uitkering vanuit de Participatiewet, zijn alleenstaand38.

3.5. Voorzieningen In deze paragraaf komt het gebruik van voorzieningen vanuit de Wmo en Jeugdwet onder huishoudens met een laag inkomen aan bod. Het gebruik van de voorzieningen is gemeten over het jaar 2023.

3.5.1. Wmo In de gemeente Zandvoort maken 1.060 huishoudens gebruik van een Wmo-voorziening in 2023; dat komt neer op 12 procent van alle huishoudens in de gemeente. Van deze 1.060 huishoudens hebben 230 huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit houdt in dat van alle huishoudens met een laag inkomen (1.034 huishoudens) een vijfde óók een Wmo-voorziening heeft. In andere gemeenten is een gemiddelde van 20 tot 25 procent gangbaar; Zandvoort ligt hiermee in lijn. Huishoudens met een laag inkomen maken in verhouding vaker gebruik van een Wmo-voorziening dan huishoudens met een inkomen hoger dan 120 procent Wsm; 11 procent van de huishoudens met een hoger inkomen maakt gebruik van een Wmo-voorziening. Tabel 3.5.1 Inkomensverdeling Wmo-gebruikers Inkomenspercentage

Tot 100% Wsm Tot 120% Wsm Subtotaal Overige huishoudens Totaal

2023

91 139 230

9% 13% 22%

Aandeel t.o.v. alle huishoudens 17% 28% 22%

830 1.060

78% 100%

11% 12%

Huishoudens met een laag inkomen met een Wmo-voorziening ontvangen veelal een AOWuitkering (54 procent). Verder is het grootste deel alleenstaand (74 procent), 45 jaar of ouder (91 procent) en van Nederlandse achtergrond (72 procent). 37 Terugkijkperiode: 1 januari – 1 oktober 2023. Gaandeweg het onderzoek is de peildatum veranderd naar

31 december 2023. Dit betekent dat voor de gemeentelijke bestanden een kalenderjaar wordt teruggekeken (heel 2023), maar voor de extern leverende organisaties tot de initiële peildatum van 1 oktober 2023. 38 De kenmerken worden niet weergegeven in een tabel, omdat de categorieën te klein zijn om apart weer te geven in verband met de privacy.

54

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Tabel 3.5.2 Kenmerken gebruikers Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoonshuishouden zonder kinderen Meerpersoonshuishouden met kinderen Totaal Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

Minima tot 120%

Alle Wmo-gebruikers

38 124 68 230

17% 54% 29% 100%

170 23

74% 10%

752 46

71% 4%

27

12%

219

21%

10

4%

43

4%

230

100%

1.060

100%

21 85 124 230

9% 37% 54% 100%

41 207 812 1.060

4% 19% 77% 100%

167 36

72% 16%

864 148

82% 14%

27 230

12% 100%

48 1.060

4% 100%

3.5.2. Jeugdwet In 2023 hebben 282 kinderen gebruikgemaakt van een voorziening vanuit de Jeugdwet. Deze kinderen wonen in 248 huishoudens. Een kwart van de kinderen met een Jeugdwetvoorziening groeit op in een huishouden met een laag inkomen met een inkomen tot 120 procent Wsm (24 procent). Kinderen die opgroeien in een huishouden met een laag inkomen maken iets vaker gebruik van een Jeugdwetvoorziening; 17 procent van alle kinderen uit huishoudens met een laag inkomen krijgt een voorziening uit de Jeugdwet. Onder kinderen die niet opgroeien in een huishouden met een laag inkomen ligt dit aandeel lager, namelijk op 9 procent.

55

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Tabel 3.5.3 Inkomensverdeling gebruikers Jeugdwet-voorzieningen Inkomenspercentage

2023

Aandeel t.o.v. alle huishoudens/kinderen

Huishoudens Tot 100% Wsm Tot 120% Wsm Subtotaal

36 25 61

15% 41% 55%

7% 5% 6%

Overige huishoudens Totaal

187 248

75% 100%

2% 3%

Kinderen Tot 100% Wsm Tot 120% Wsm Subtotaal

44 25 69

16% 9% 24%

18% 16% 17%

Overige kinderen Totaal

213 282

76% 100%

9% 11%

De kinderen met een Jeugdwetvoorziening die opgroeien in huishoudens met een laag inkomen, wonen veelal in huishoudens met een overig inkomen (zoals inkomen uit arbeid of een WWuitkering). De meeste kinderen groeien op in een eenoudergezin. Ruim de helft van deze kinderen is van Nederlandse herkomst (57 procent) en vier op de tien kinderen heeft een niet-westerse migratieachtergrond (43 procent). Tabel 3.5.4 Kenmerken kinderen met Jeugdwetvoorziening Categorie

Kinderen met Jeugdwet in huishoudens met een laag inkomen

Alle kinderen met Jeugdwet

Inkomensbron Participatiewet Overig inkomen + AOW Totaal

28 41 69

41% 59% 100%

Huishoudtype Eenoudergezin Tweeoudergezin Totaal

51 18 69

74% 26% 100%

98 184 282

35% 65% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal

39 30 69

57% 43% 100%

192 90 282

68% 32% 100%

56

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

4. Inkomenseffecten Dit hoofdstuk brengt de effecten van het landelijke en gemeentelijke beleid op de inkomenspositie van huishoudens in beeld.

Belangrijkste bevindingen • •

• •

•

Het effect van de landelijke toeslagen is groter dan het effect van gemeentelijke regelingen. Echter, de gemeentelijke bijdragen zijn voor vele huishoudtypen cruciaal om te kunnen participeren in de samenleving. Een aantal huishoudtypen zou geld tekort komen op bijstandsniveau zonder de maximale gemeentelijke bijdrage, na het doen van de basisuitgaven en participatie-uitgaven39: o Paren zonder kinderen; o Paren met twee kinderen; o Alleenstaande ouders én ouderparen met vier kinderen; o Alleenstaanden én paren met inwonende meerderjarige kinderen; o Paren met een AOW-gerechtigde leeftijd. Huishoudtypen met inwonende meerderjarige kinderen kunnen bij inkomens tot 130 procent Wsm niet rondkomen, ook niet wanneer zij het maximale bedrag aan gemeentelijke bijdragen ontvangen. Bijna alle huishoudens gaan erop vooruit wanneer zij gaan werken vanuit de bijstand (als ze gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen). Paren met twee én vier kinderen zijn hierop de uitzondering. Deze huishoudens hebben bij een inkomen van 130 procent Wsm, een lager maandbudget dan in de bijstand. Werken loont voor hen dus niet altijd. Veel huishoudens ervaren de armoedeval wanneer gemeentelijke regelingen wegvallen. Sommige huishoudtypen ervaren armoedeval, oftewel: een terugval in maandelijks budget.

De volgende huishoudtypen krijgen te maken met een armoedeval door het wegvallen van gemeentelijke regelingen bij een inkomen boven de 120 procent Wsm: o Alleenstaande; o Paar zonder kinderen; o Alleenstaande ouder met twee kinderen; o Alleenstaande ouder met vier kinderen; o Paar met twee kinderen; o Paar met vier kinderen; o Paar met inwonende meerderjarige kinderen; o Alleenstaanden en paren van de AOW-leeftijd.

4.1. Introductie op de inkomenseffecten In deze paragraaf bespreken we de onderzoeksmethode en aannames van de Inkomens Effectrapportage (IER). Hierbij geven we een overzicht van de verschillende inkomsten en uitgaven die worden onderscheiden in dit rapport.

4.1.1. Voorbeeldhuishoudens We berekenen de inkomenseffecten van het lokale en landelijke beleid in 2023 voor de volgende elf huishoudtypen: Huishoudens zonder kinderen • Alleenstaande van 20 jaar • Alleenstaande tussen 27 jaar en AOW-leeftijd • (Echt)paar Huishoudens met kinderen 39 In paragraaf 4.1.2 worden basisuitgaven en uitgaven voor meedoen in de samenleving gedefinieerd.

57

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

• Alleenstaande ouder met twee kinderen (8 en 13 jaar) • Alleenstaande ouder met vier kinderen (3, 5, 14 en 16 jaar) • (Echt)paar met twee kinderen (8 en 13 jaar) • (Echt)paar met vier kinderen (3, 5, 14 en 16 jaar) Huishoudens met twee inwonende meerderjarige kinderen • Alleenstaande met twee inwonende kinderen (18-20 en 21-26 jaar) • (Echt)paar met twee inwonende kinderen (18-20 en 21-26 jaar) Huishoudens met AOW-leeftijd • Alleenstaande AOW-leeftijd • (Echt)paar AOW-leeftijd Deze huishoudtypen zijn voorbeeldhuishoudens. In bijlage 2, tabel B2.3 staat een nadere uitsplitsing van de aantallen huishoudens per huishoudtype naar inkomen tot 100 en 120 procent van het wettelijk sociaal minimum. Er zijn uitsplitsingen gemaakt naar huishoudens (alleenstaande ouders en paren) met alleen minderjarige kinderen dan wel meerderjarige kinderen. We brengen de inkomenseffecten in beeld voor huishoudens met inkomens van 100, 110, 120, 130, 140 en 150 procent Wsm. Daarnaast berekenen we de inkomenseffecten voor huishoudens die al langer dan drie jaar een inkomen van 100 procent Wsm hebben (langdurige minima).

4.1.2. Opbouw totaal inkomen Het totale inkomen van de huishoudens met een laag inkomen is opgebouwd uit: • Netto-inkomen inclusief vakantietoeslag; • Bijdrage Rijk: o Huurtoeslag; o Zorgtoeslag; o Kinderbijslag; o Kindgebonden budget; o Combinatiekorting. • Gemeentelijke minimaregelingen. Gebruik en effect van gemeentelijke minimaregelingen In deze rapportage berekenen wij de inkomenseffecten van de verschillende huishoudens wanneer zij gebruikmaken van alle beschikbare gemeentelijke regelingen. In de praktijk is de ervaring echter dat huishoudens niet of gedeeltelijk gebruik maken van de regelingen. In werkelijkheid zal het budget na alle uitgaven waarschijnlijk vaak lager uitvallen. Ter vergelijking geven wij daarom ook de inkomenseffecten weer wanneer de voorbeeldhuishoudens van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaken. In overleg met de gemeente is daarnaast het maandelijkse budget van de voorbeeldhuishoudens weergegeven wanneer zij gebruikmaken van alle regelingen, met uitzondering van de energietoeslag. Specificatie gemeentelijke minimaregelingen40 Een aantal regelingen wordt niet opgenomen in de begrotingen en bij de inkomenseffecten: • De bijzondere bijstand is niet meegenomen in de berekeningen omdat deze vorm van bijstand wordt verstrekt voor noodzakelijke onvermijdbare individuele uitgaven en dit niet maandelijks bij iedereen voor komt.

• De studietoeslag is niet opgenomen in de begrotingen omdat deze regeling een specifieke doelgroep kent, namelijk studenten met een lichamelijke of psychische beperking, die niet in staat zijn naast hun te studie werken. • De vergoeding kosten eigen bijdrage is niet in de begroting opgenomen, aangezien de eigen bijdrage voor zorgkosten meeverzekerd is in de Gemeentelijke zorgpolis (waar de huishoudens gebruik van maken) en omdat het een situatieafhankelijke vergoeding is.

40 In bijlage 5 staan de voorwaarden en vergoedingen per regeling beschreven.

58

Gemeente Zandvoort

• • •

Definitief v3

De vergoeding Wmo-bijdrage wordt niet aan de voorbeeldhuishoudens uitgekeerd, omdat de Wmo-bijdrage al wordt vergoed middels de Gemeentelijke zorgpolis. De tegemoetkoming huiswerkbegeleiding en bijles is in deze rapportage niet aan de huishoudens uitgekeerd. We doen de aanname dat de kans groot is dat niet iedereen gebruikmaakt van deze regeling, omdat de werkelijke gebruikersgroep ook klein is. De tegemoetkoming kosten kinderopvang is niet meegenomen in de begroting. Dit heeft te maken met de voorwaarden van de regeling 41.

In onderstaande tabel is weergegeven welke regelingen wel in de begrotingen van de voorbeeldhuishoudens zijn verwerkt. Tabel 4.1.1 Gemeentelijke minimaregelingen 2023 Regelingen opgenomen in begrotingen Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Individuele inkomenstoeslag Gemeentelijke zorgpolis ZandvoortPas Jeugdfonds Sport en Cultuur Stichting Leergeld Tegemoetkoming schoolkosten Energietoeslag42 Regelingen niet opgenomen in begrotingen Bijzondere bijstand Studietoeslag Vergoeding kosten eigen risico Vergoeding Wmo-bijdrage Tegemoetkoming huiswerkbegeleiding en bijles Tegemoetkoming kosten kinderopvang

Inkomensgrens 2023 100% Wsm 120% Wsm, 3 jaar 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm43 Specifieke doelgroep 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm 120% Wsm

Om inzichtelijk te maken in hoeverre de opbouw van gemeentelijke bijdrage verschilt per huishouden, is in bijlage 7 per huishouden weergegeven welke en hoeveel gemeentelijke vergoedingen zij maandelijks kunnen ontvangen bij een (langdurig) inkomen op 100 procent Wsm.

4.1.3. Uitgaven De uitgaven zijn gecategoriseerd naar: • Basisuitgaven: o Vaste lasten: uitgaven die regelmatig terugkomen. Voorbeelden zijn huur, energiekosten44 en verzekeringen;

41 De voorwaarden zijn bijvoorbeeld dat alleen ouders in de bijstand deze vergoeding kunnen krijgen óf de

ouders moeten minstens twee jaar uit de bijstandssituatie zijn. In deze rapportage gaan wij er niet vanuit dat de inkomens langdurig op een bepaald niveau zijn én in deze rapportage hebben we de aanname dat ouders in de bijstand geen kinderopvang gebruiken. De tegemoetkoming is dus niet van toepassing op de voorbeeldhuishoudens in deze rapportage. 42 In 2023 konden huishoudens opnieuw aanspraak maken op een tegemoetkoming in de energiekosten. Deze regeling wordt in de huidige rapportage meegenomen, aangezien deze toeslag een substantiële invloed heeft op het budget van de inwoners. De compensatie is van belang om een realistisch inzicht in de inkomenssituatie van 2023 te geven. 43 Afhankelijk van kostensoort. 44 De kosten voor water zijn gebaseerd op de tarieven van PWN. De kosten voor gas en elektriciteit zijn gebaseerd op de tarieven van maatschappij Eneco, Hollandse Wind & Zon en Aardgas, 1 jaar vast.

59

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

o

•

Reserveringsuitgaven: uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet bekend is. Voorbeelden zijn kosten voor inventaris, kleding en het eigen risico voor de zorgverzekering; o Huishoudelijke uitgaven. Dit zijn terugkerende uitgaven aan voeding, persoonlijke verzorging en dergelijke; o Werk gerelateerde uitgaven: uitgaven die gemaakt worden als een persoon werkt. Voorbeelden zijn de kosten van woon-werkverkeer en werkkleding; Uitgaven om mee te doen in de samenleving (participatie uitgaven): o Kosten voor sociale participatie. Dit kan worden uitgegeven aan sociale en recreatieve activiteiten, dit is het bedrag waardoor mensen kunnen meedoen45.

Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de huur en lokale heffingen. De andere bedragen zijn gebaseerd op normbedragen en berekeningen van het Nibud. Deze zijn terug te vinden in de begrotingen per huishoudtype in bijlage 6.

4.1.4. Uitgangspunten Voor de inkomenseffecten doen we de volgende aannames. Algemeen • De huishoudens maken van alle lokale regelingen gebruik en ontvangen daarvoor het maximale bedrag46. Eveneens ontvangen ze alle landelijke toeslagen waar ze recht op hebben. Daarnaast doen we de aanname dat huishoudens geen schulden hebben. • Voor de uitgaven wordt uitgegaan van gemiddelden per huishoudtype. Dit betekent dat een ongunstige situatie, bijvoorbeeld een hogere huurprijs of een slecht geïsoleerd huis, direct gevolgen kan hebben voor de inkomenseffecten zoals in dit rapport zijn weergegeven. • Voor de uitgaven geldt bovendien de aanname dat deze stabiel blijven op de verschillende inkomensniveaus. Het gaat dan om de basisuitgaven: uitgaven voor vaste lasten, reserveringsuitgaven, huishoudelijke uitgaven en het normbudget voor maatschappelijke deelname. Uitzondering hierop vormen de werk gerelateerde kosten. Huishoudens hebben vanaf een inkomensniveau van 110 procent Wsm ook werk gerelateerde kosten (woon-werkverkeer en werkkleding). Het is daarnaast goed mogelijk dat wanneer het inkomen stijgt, huishoudens in de praktijk meer geld uitgeven aan maatschappelijke deelname (dagje uit e.d.). De basisuitgaven blijven stabiel in de inkomenseffectrapportage zichtbaar wordt of huishoudens meer budget overhouden voor extra uitgaven.

• Het vermogen van de huishoudens ligt binnen de grenzen van de Participatiewet47. • De voorbeeldhuishoudens wonen in een huurwoning. We gaan uit van € 616 kale huur per maand voor een alleenstaande, en € 674 kale huur per maand voor een meerpersoonshuishouden. Deze bedragen zijn gebaseerd op huurtoeslaggegevens van de Rijksoverheid over de gemeente Zandvoort. Voor een alleenstaande 20-jarige gaan we uit van een kale huur van € 452, dit is de maximale huurprijs voor het ontvangen van huurtoeslag in deze leeftijdscategorie. • We gaan ervan uit dat de voorbeeldhuishoudens geen recht hebben op de individuele inkomenstoeslag omdat zij kortdurend minima zijn. In de bijlage is bij de begrotingen daarom per huishouden een kolom opgenomen waarin de individuele inkomenstoeslag wél is meegerekend. • Huishoudens met een inkomen van 110 procent Wsm of hoger hebben te maken met werk gerelateerde kosten. Huishoudens met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm, en huishoudens die de AOW-leeftijd hebben bereikt maken, gezien hun situatie, deze kosten niet. 45 Voor deze kosten is eveneens uitgegaan van het normbedrag dat het Nibud per huishoudtype hanteert. 46 In werkelijkheid maken huishoudens veelal niet van alle beschikbare regelingen gebruik. Zie daarom

ook de kanttekening en geboden oplossing hiervoor in paragraaf 4.1.5. 47 Die vermogensgrens is € 15.150, - voor paren, een gezin of alleenstaande ouder en € 7.575, - voor een alleenstaande.

60

Gemeente Zandvoort

•

Definitief v3

We doen de aanname dat alle huishoudens een reguliere zorgverzekering hebben afgesloten (een gemiddeld premiebedrag van zes grote zorgverzekeraars), wanneer zij niet (meer) in aanmerking komen voor de gemeentelijke zorgpolis. De uitzondering hierop zijn de huishoudens met AOW’ers, voor deze huishoudens is een uitgebreid zorgpakket samengesteld.

Gemeentelijke regelingen • De gemeente biedt middels twee zorgverzekeraars gemeentelijke zorgpolissen aan: Univé en Zorg en Zekerheid48. In deze rapportage is gerekend met de gemeentelijke zorgpolis van Zorg en Zekerheid (Toppakket), waarin het eigen risico is meeverzekerd 49. Alle huishoudens met een inkomen t/m 120 procent Wsm maken gebruik van deze zorgpolis, met uitzondering van de alleenstaande van 20 jaar. • Via de ZandvoortPas zijn verschillende vergoedingen aan te vragen. In deze rapportage rekenen wij met de volgende bedragen50: o Fashioncheque: per kind tussen de 4 en 17 jaar is € 75 beschikbaar voor kleding. o Bibliotheekabonnement: een vergoeding ter waarde van € 37,50 per volwassene (vanaf 21 jaar) o Sport: een vergoeding van € 100 voor sport kan worden vergoed per volwassene (vanaf 21 jaar) o Peuterspeelzaal: huishoudens met kinderen van 3 jaar kunnen aanspraak maken op een vergoeding van twee dagdelen per week voor de peuterspeelzaal. • Via het Jeugdfonds Sport en Cultuur zijn er verschillende vergoedingen beschikbaar voor culturele en sportieve activiteiten voor kinderen van 4 t/m 17 jaar. o Voor sport is een bedrag van € 350 beschikbaar en voor cultuur € 500. In deze rapportage gaan we ervan uit dat er in gezinnen met twee kinderen één kind een vergoeding voor sport en één kind een vergoeding voor cultuur wordt aangevraagd.

Bij een gezin met vier kinderen, heeft het jongste kind geen recht op een vergoeding. In deze gezinnen maken twee kinderen gebruik van de vergoeding voor sport en één kind van de vergoeding voor cultuur. o Daarnaast kan zwemles worden vergoed voor een maximaal bedrag van € 350 per kind per jaar. In deze rapportage doen we de aanname dat een kind van 5 jaar hiervan gebruikmaakt. • Vanuit Stichting Leergeld zijn er vergoedingen voor een laptop, fiets, jarige job, sport, cultuur en bijles te verkrijgen. In deze rapportage gebruiken we gemiddelde bedragen die zijn vergeven aan gezinnen voor fietsen (€ 191) en laptops (€ 333) 51. Kinderen kunnen maximaal twee keer gebruik maken van de fietsvergoeding (in de leeftijd 6 t/m 17 jaar) en van de laptopvergoeding (in de leeftijd 11 t/m 17 jaar). Wij doen de aanname dat een kinderen in deze leeftijdscategorieën één keer gebruikmaakt van de vergoeding voor een fiets en één keer van de vergoeding voor een laptop. • Huishoudens met kinderen kunnen ook aanspraak maken op een vergoeding voor schoolkosten. In deze rapportage gaan kinderen van 5 en 8 jaar naar het basisonderwijs (€ 100 per jaar) en zitten kinderen van 13 jaar (brugklas is € 400 per jaar), 14 en 16 jaar naar het voorgezet onderwijs of het mbo (€ 200 per jaar). Daarbij kan elk kind dat naar school gaat aanspraak maken op € 50 extra vrij te besteden.

• Tot slot ontvangen huishoudens € 1.300 aan energietoeslag per jaar, wanneer er een volwassene van 21 jaar of ouder woont. Opvang, BSO en peuterspeelzaal • Alleenstaande ouders met een inkomen gelijk aan de bijstandsnorm werken niet of zitten in een traject waarbij de kinderopvang wordt vergoed. Voor alleenstaande ouders met een inkomen van 110 procent Wsm of hoger zal het 3-jarig kind naar de dagopvang gaan 48 Vanaf 2024 wordt alleen nog een gemeentelijke zorgpolis aangeboden via Zorg en Zekerheid. 49 De gemeente heeft het eigen risico afgekocht, om zorgmijding tegen te gaan. 50 Een aantal vergoedingen die via de ZandvoortPas ook aangevraagd kan worden, is niet meegenomen.

Dit betreft de korting op winkels, musea, activiteiten en cursussen, gratis identiteitskaart en een speeltuinabonnement 51 Gebaseerd op het jaarverslag 2022, Stichting Leergeld Haarlem Zandvoort.

61

Gemeente Zandvoort

•

•

Definitief v3

en het 5 en 8-jarige kind naar de BSO zodat de ouder kan werken. Daarbij gaan we uit van de volgende uren en tarieven: o Inkomen van 110 en 120 procent Wsm: 20 uur dagopvang per week (3-jarige) tegen een tarief van € 9,12 (maximum uurtarief volgens de VNG 2023), twee dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 5 en 8-jarige kind tegen een tarief van € 7,85 (maximum uurprijs 2023). o Inkomen van 130 t/m 150 procent Wsm: 30 uur dagopvang per week (3-jarige) tegen een tarief van € 9,12 (maximum uurtarief volgens de VNG 2023), drie dagdelen van 4 uur BSO per week voor het 5 en 8-jarige kind tegen een tarief van € 7,85 (maximum uurprijs 2023). Bij een paar met twee kinderen met een inkomen hoger dan 100 procent Wsm werkt slechts één van beide partners. Anders is het huishoudinkomen hoger. We gaan ervan uit dat deze huishoudens geen dagopvang en BSO nodig hebben, omdat één van beide partners thuis is voor de kinderen. Dit is eveneens waarom een paar met kinderen geen combinatiekorting krijgt bij werkaanvaarding. Voor de 3-jarige kinderen die niet naar de dagopvang gaan, gaan we ervan uit dat hij/zij twee ochtenden per week (2*4 uur) naar de peuterspeelzaal gaat voor sociale ontwikkeling. Dit geldt dus voor de kinderen uit een eenoudergezin met een huishoudinkomen van 100 procent Wsm, en voor alle 3-jarige kinderen in een gezin met twee volwassenen.

De ouderbijdrage wordt bepaald per inkomensniveau, de prijzen van de VNG worden gehanteerd.

Inwonende meerderjarige kinderen • Het jongste inwonende kind van 18-20 jaar ontvangt een bijstandsuitkering en het oudste inwonende kind van 21-26 jaar studeert. In deze rapportage kijken we wat deze situatie betekent voor de maandbegroting van de alleenstaande of het paar waarbij deze meerderjarige kinderen inwonen. • Het inkomen van de inwonende kinderen wordt niet opgeteld bij het inkomen van de ouder(s). Logischerwijs zijn de gemeentelijke regelingen niet berekend voor de inwonende meerderjarige kinderen en wél bij de ouder(s). • De meerderjarige kinderen betalen niet mee aan vaste kosten zoals gemeentelijke heffingen, huur, gas, water en elektra. Ook betalen de meerderjarige niet (mee aan) de boodschappen (onderdeel van huishoudelijke uitgaven). Dit zijn dus extra uitgaven voor de ouder(s). • De meerderjarige kinderen betalen zelf huishoudelijke (m.u.v. boodschappen) en reserveringskosten. Daarnaast betalen zij ook hun eigen telecom kosten, vervoer en kosten voor sociale participatie. Het is namelijk aannemelijk dat de inwonende kinderen voldoende budget hiervoor ontvangen, vanuit de bijstandsuitkering of de basis- en aanvullende beurs in 2023. De kosten die inwonende meerderjarig zelf betalen, zijn niet meegenomen in de begroting van ouder(s). • Beide meerderjarige kinderen betalen zelf de zorgverzekering en ontvangen daar de zorgtoeslag voor.

Alleenstaande van 20 jaar • De bijstandsuitkering van de alleenstaande 20-jarige wordt vanuit de bijzondere bijstand of ouderbijdrage aangevuld tot het reguliere normbedrag van een 21-jarige.

4.1.5. Kanttekening Bij een doorrekening die gestoeld is op een aantal aannames, behoort ook een kanttekening. De uitgaven betreffen de minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om in bepaalde kosten te kunnen voorzien. Het is mogelijk dat een huishouden maandelijks meer (of minder) uitgeeft dan de (norm)bedragen waarmee in deze rapportage wordt gerekend, bijvoorbeeld omdat het huishouden een ander bedrag per maand reserveert voor onregelmatige uitgaven. Individuele situaties kunnen daarom afwijken van de begrotingen zoals opgenomen in deze rapportage.

62

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

4.2. Resultaten inkomenseffecten In deze paragraaf gaan we per voorbeeldhuishouden in op het effect van inkomensverhoging; wat gebeurt er als iemand vanuit de bijstand gaat werken tegen een loon van 110 tot maximaal 150 procent Wsm? Daarbij kijken we naar het budget dat maandelijks overblijft na het doen van de basisuitgaven en uitgaven voor participatie. Daarnaast is de invloed van het gebruik van gemeentelijke regelingen te zien. In bijlage 6 staan de volledig begrotingen per voorbeeldhuishouden.

4.2.1. Alleenstaande (20 jaar)

Budget na uitgaven: alleenstaande van 20 jaar Geen gebruik gemeentelijke regelingen

Volledig gebruik gemeentelijke regelingen

€ 600 € 351

€ 400

€ 200

€ 437

€ 521

€ 245 € 71 € 104

€ 123

100% Wsm

110% Wsm

€0 120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

150% Wsm

Een alleenstaande van 20 jaar kan, vanwege zijn leeftijd, slechts gebruikmaken van één gemeentelijke regeling: de kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. Aangezien deze regeling vervalt wanneer het inkomen hoger is dan 100 procent Wsm, is dit gelijk de reden voor het gelijkblijvende maandelijkse budget vanaf 110 procent Wsm bij geen gebruik en bij een volledig gebruik van de regelingen. Alleenstaanden van 20 jaar hebben na hun basisuitgaven voldoende geld over om uit te geven aan meedoen in de samenleving in de bijstandssituatie; als zij gebruikmaken van alle regelingen én ze besteden maandelijks het normbedrag van € 110 aan meedoen in de samenleving dan hebben zij € 104 over aan het eind van de maand. Zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen hebben zij € 71 over na alle uitgaven, inclusief participatie uitgaven. Werkaanvaarding vanuit de bijstand tegen een loon van 110 procent Wsm en hoger levert de alleenstaande extra geld op. Het wegvallen van de gemeentelijke regeling en de stijging van de uitgaven (dit zijn de werk gerelateerde kosten) worden voldoende gecompenseerd door de inkomensstijging. Leeswijzer tabel: het huishouden heeft inkomsten uit uitkering of werk, aangevuld met maximale landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen. Hiervan trekken we de uitgaven af; basisuitgaven en uitgaven voor sociale participatie.

Dit leidt uiteindelijk tot een resterend maandbudget. De onderste regel laat zien hoeveel budget overblijft als het huishouden van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaakt.

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

100% 1.217 380 33 1.415 110 104

110% 1.338 380 0 1.485 110 123

120% 1.460 380 0 1.485 110 245

130% 1.582 365 0 1.485 110 351

140% 1.703 329 0 1.485 110 437

150% 1.825 291 0 1.485 110 521

71

123

245

351

437

521

63

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

4.2.2. Alleenstaande (27 tot AOW-leeftijd)

Budget na uitgaven: alleenstaande tussen 27 en AOW Geen gebruik gemeentelijke regelingen Gebruik gemeentelijke regelingen zonder energietoeslag Volledig gebruik gemeentelijke regelingen

€ 600 € 431 € 400

€ 297 € 294 € 189 € 176 € 177

€ 157

€ 200 €0

€ 348

€4

€ 48

100% Wsm

€ 56€ 67

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

150% Wsm

Alleenstaanden hebben na hun basisuitgaven voldoende geld over om uit te geven aan participatie. Op voorwaarde dat zij gebruikmaken van alle regelingen, alle landelijke toeslagen ontvangen én maandelijks het normbedrag van € 110 aan participatie besteden, dan hebben zij € 157 over. Zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen kunnen zij ook rondkomen; ze houden € 4 over na alle uitgaven, inclusief uitgaven voor meedoen in de samenleving. Verder zorgt werken vanuit de bijstand tegen een loon van 110 procent Wsm en hoger ervoor dat het maandelijkse budget van alleenstaanden stijgt. Hier is zowel sprake van wanneer alleenstaanden geen regelingen gebruiken, alsook wanneer zij alle regelingen gebruiken. Alleenstaanden kunnen er echter tegenaan lopen dat het maandelijkse budget afneemt (armoedeval), wanneer het inkomen van 120 naar 130 procent Wsm stijgt. Dit gebeurt wanneer alleenstaanden gebruikmaken van alle regelingen. De energietoeslag speelt hierin een aanzienlijke rol; wanneer alleenstaanden gebruik maken van alle regelingen, behalve de energietoeslag, dan krijgen zij namelijk niet te maken met een achteruitgang in het maandelijkse budget.

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

100% 1.217 486 153 1.588 110 157

110% 1.338 486 120 1.658 110 176

120% 1.460 486 120 1.658 110 297

130% 1.582 471 0 1.649 110 294

140% 1.703 404 0 1.649 110 348

150% 1.825 365 0 1.649 110 431

4

56

177

294

348

431

64

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Uitgelicht: voorbeeldcasus van een alleenstaande Bijstandsuitkering Hilda is alleenstaand. Zij krijgt een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.217 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Zij heeft maandelijks recht op € 486 aan toeslagen van het Rijk. Voor Hilda bestaat dit uit huurtoeslag en zorgtoeslag. Tot slot kan Hilda rekenen op een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 153 per maand. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de ZandvoortPas en de Energietoeslag. Naast deze inkomsten heeft zij natuurlijk verschillende uitgaven; basisuitgaven van € 1.588 per maand en uitgaven voor meedoen in de samenleving (participatie-uitgaven) van € 110 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houdt zij maandelijks nog € 157 over. Stel Hilda ontvangt geen energietoeslag, dan houdt zij aan het eind van de maand € 48 over. Maakt zij echter van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan heeft ze minder te besteden en houdt Hilde € 4 over in haar maandbegroting. 110 procent Wsm Als Hilda werk krijgt tegen een loon van 110 procent Wsm, dan stijgt haar netto-inkomen naar € 1.338 per maand. Zij houdt recht op huurtoeslag en zorgtoeslag en deze bedragen blijven in deze situatie onveranderd, dus € 486 per maand.

Het recht op de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen vervalt, maar Hilda behoudt het recht op de andere minimaregelingen, een totaalbedrag van € 120. Haar uitgaven stijgen licht door werk gerelateerde kosten die zij nu moet maken. In totaal houdt zij, na alle uitgaven, maandelijks € 176 over. Wanneer zij geen energietoeslag ontvangt, houdt zij € 67 over en stel, Hilda maakt helemaal geen gebruik van de gemeentelijke regelingen, dan houdt zij € 56 per maand over.

65

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

4.2.3. Paar zonder kinderen

Budget na uitgaven: paar zonder kinderen Geen gebruik gemeentelijke regelingen Gebruik gemeentelijke regelingen zonder energietoeslag Volledig gebruik gemeentelijke regelingen

€ 500 € 332 € 254

€ 300 € 100 € -100

€ 100

€ -8 € -82 100% Wsm

€ 153

€ 267

€ 210

€ 146 € 123

€ 22€ 45

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

150% Wsm

Paren zonder kinderen hebben na de basisuitgaven genoeg geld over om te voldoen aan het normbedrag voor de uitgaven van participatiekosten (€ 176) als zij van alle gemeentelijke regelingen gebruik zouden maken; aan het eind van de maand houden zij € 100 over. Wanneer zij geen energietoeslag ontvangen, komen zij € 6 te kort aan het eind van de maand. Als dit huishouden in een bijstandssituatie van geen enkele regeling gebruik zou maken dan leidt dit tot een tekort van € 82 per maand na het doen van zowel basis- als uitgaven om mee te doen in de samenleving. De gemeentelijke regelingen zijn dus essentieel voor deze huishoudens indien zij alle kosten willen betalen. In alle voorbeeldsituaties zoals in de figuur en tabel geschetst zijn, loont het voor paren zonder kinderen om vanuit de bijstand te gaan werken tegen een loon van 110 procent Wsm of hoger. Tegelijkertijd krijgt ook dit huishoudtype te maken met een armoedeval – oftewel een vermindering van het maandelijkse budget - wanneer er gebruik wordt gemaakt van alle regelingen én het inkomen stijgt van 120 naar 130 procent Wsm. Dit komt door het wegvallen van gemeentelijke regelingen. Voor dit huishouden is het zo dat vanaf een inkomen van 110 procent Wsm, de landelijke toeslagen afnemen.

Zo krijgt dit huishouden in de bijstand een bijdrage vanuit het Rijk van € 618 en bij een inkomen van 150 procent een bijdrage van € 218, dit is een verschil van € 400. Wanneer dit huishouden van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaakt, compenseert de inkomensgroei voldoende voor de daling van de landelijke toeslagen. Als dit huishouden van geen gemeentelijke regelingen gebruikmaakt, daalt het maandelijkse budget namelijk niet bij ieder een hoger inkomen (tussen 110 en 150 procent Wsm).

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

100% 1.738 618 182 2.262 176 100

110% 1.912 618 131 2.332 176 153

120% 2.086 545 131 2.332 176 254

130% 2.259 440 0 2.313 176 210

140% 2.433 326 0 2.316 176 267

150% 2.607 218 0 2.317 176 332

-82

22

123

210

267

332

66

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

4.2.4. Alleenstaande ouder met twee kinderen

Budget na uitgaven: alleenstaande ouder met kinderen van 8 en 13 jaar Geen gebruik gemeentelijke regelingen Gebruik gemeentelijke regelingen zonder energietoeslag Volledig gebruik gemeentelijke regelingen € 744

€ 800 € 600 € 400 € 200

€ 618 € 509 € 490 € 489 € 382 € 358

€ 460 € 351 € 149

€ 617

€ 230

€0 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

150% Wsm

Een alleenstaande ouder met twee kinderen van 8 en 13 jaar heeft zowel met als zonder het gebruik van gemeentelijke regelingen, maandelijks voldoende geld om alle uitgaven inclusief uitgaven op het gebied van meedoen in de samenleving te kunnen doen. Een bijstandsgerechtigde die van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaakt, heeft ruim € 300 meer te besteden dan een bijstandsgerechtigde die van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaakt. Wanneer het huishouden van alle regelingen gebruikmaakt, loont het om vanuit de bijstand te gaan werken tegen een loon van 110 t/m 120 procent Wsm; het maandelijks budget stijgt dan. Als het inkomen verder stijgt naar 130 of 140 procent Wsm, neemt het maandelijkse budget af ten opzichte van 120 procent Wsm en krijgen huishoudens dus te maken met een armoedeval. De landelijke toeslagen stijgen door belastingvoordeel. Waar een alleenstaande ouder op bijstandsniveau € 1.370 van het Rijk krijgt, is dat bij 150 procent Wsm € 1.433.

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

100% 1.217 1.370 311 2.210 227 460

110% 1.338 1.410 260 2.290 227 490

120% 1.460 1.415 260 2.290 227 618

130% 1.582 1.421 0 2.287 227 489

140% 1.703 1.427 0 2.287 227 617

150% 1.825 1.433 0 2.287 227 744

149

230

358

489

617

744

67

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

4.2.5. Alleenstaande ouder met vier kinderen

Budget na uitgaven: alleenstaande ouder met kinderen van 3, 5, 14 en 16 jaar Geen gebruik gemeentelijke regelingen Gebruik gemeentelijke regelingen zonder energietoeslag Volledig gebruik gemeentelijke regelingen € 700

€ 300

€ 370

€ 369

€ 401

€ 389 € 282

€ 261

€ 260

€ 165 € 37

€ 100 € -100

€ 528

€ 497

€ 500

€ -26 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

150% Wsm

Een alleenstaande ouder met vier kinderen heeft na de basisuitgaven nog voldoende budget over voor uitgaven om mee te doen in de samenleving van € 387, mits hij van alle gemeentelijke regelingen gebruikmaakt. Aan het eind van de maand houdt dit huishouden dan € 369 over in de bijstandssituatie. Wanneer het huishouden geen energietoeslag ontvangt en wel alle andere gemeentelijke regelingen, blijft er een bedrag van € 260 over. Wanneer dit huishouden helemaal geen gebruik maakt van gemeentelijke regelingen, dan kan een alleenstaande met vier kinderen niet alle basis- en participatie uitgaven doen. Het huishouden komt dan namelijk € 26 te kort. Werken vanuit de bijstand tegen ieder hoger loon, loont soms wel en soms niet. Wanneer een huishouden geen gemeentelijke regelingen ontvangt, neemt het maandelijkse budget telkens toe bij een hoger inkomen. Wanneer een huishouden alle gemeentelijke regelingen ontvangt is hier geen sprake van; wanneer het inkomen van 100 naar 130 procent Wsm stijgt, neemt het maandelijkse budget af met € 87. In deze situaties compenseert de loonstijging niet voldoende voor het wegvallen van gemeentelijke regelingen en ervaren huishoudens een armoedeval.

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

100% 1.217 1.864 395 2.719 387 369

110% 1.338 1.904 332 2.818 387 370

120% 1.460 1.909 332 2.818 387 497

130% 1.582 1.915 0 2.828 387 282

140% 1.703 1.912 0 2.828 387 401

150% 1.825 1.918 0 2.828 387 528

-26

37

165

282

401

528

68

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

4.2.6. Paar met twee kinderen

Budget na uitgaven: paar met kinderen van 8 en 13 jaar Geen gebruik gemeentelijke regelingen Gebruik gemeentelijke regelingen zonder energietoeslag Volledig gebruik gemeentelijke regelingen € 371

€ 400

€ 270

€ 217

€ 200

€ 247 € 187

€ 162

€ 109

€ 313

€ 262 € 100

€0 € -1 € -200

€ -105 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

150% Wsm

Paren met twee kinderen hebben zonder het gebruiken van gemeentelijke regelingen, niet voldoende budget voor de participatie uitgaven van € 293. Aan het eind van de maand komt dit huishouden € 105 te kort. Wanneer paren met twee kinderen alle regelingen (of alleen geen energietoeslag) ontvangen, dan hebben zij elke maand voldoende budget voor het betalen van de basis- en participatie uitgaven. Het verschil tussen het wel of niet gebruiken van gemeentelijke regelingen is aanzienlijk. In de bijstandssituatie dragen de gemeentelijke (maximaal) € 322 bij. Werken vanuit de bijstand levert voor dit huishoudtype niet altijd een hoger budget op dan in de bijstandssituatie wanneer er van alle regelingen gebruik wordt gemaakt. Doordat dit huishouden, in verhouding met de andere huishoudens, een relatief hoog bedrag aan gemeentelijke regelingen kan ontvangen t/m 120 procent Wsm, is de impact van het wegvallen van deze regelingen zichtbaar bij 130, 140 en 150 procent Wsm. Huishoudens ervaren dan een armoedeval ten opzichte van 120 procent Wsm. Het maandelijkse budget daalt aanzienlijk in vergelijking met de lagere inkomens (110 t/m 120 procent Wsm). Bij een inkomen van 130 procent Wsm is het budget zelfs lager dan in de bijstandssituatie.

Dit komt ook door de dalende landelijke toeslagen waar dit type huishouden mee te maken krijgt; bij 100 procent Wsm kan dit huishouden aanspraak maken op € 1.143 aan toeslagen, bij 150 procent Wsm is dit bedrag gedaald tot € 743. Dit is een verschil van € 600. Als dit huishouden van geen enkele gemeentelijke regelingen gebruik zou maken dan levert (meer) werken stapsgewijs ook meer budget op.

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven

100% 1.738 1.143 322 2.693 293 217

110% 1.912 1.143 271 2.763 293 270

120% 2.086 1.070 271 2.763 293 371

130% 2.259 965 0 2.744 293 187

140% 2.433 851 0 2.744 293 247

150% 2.607 743 0 2.744 293 313

Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

-105

-1

100

187

247

313

69

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

4.2.7. Paar met vier kinderen

Budget na uitgaven: paar met kinderen van 3, 5, 14 en 16 jaar Geen gebruik gemeentelijke regelingen Gebruik gemeentelijke regelingen zonder energietoeslag Volledig gebruik gemeentelijke regelingen € 294

€ 300

€ 193

€ 140 € 100

€ 85

€ 32

€ -100 € -300

€ 186

€ 140

€ 74

€ 23 € -65

€ -166

€ -269 100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

150% Wsm

Bij een paar met vier kinderen is er opnieuw duidelijk verschil te zien tussen het volledig gebruik van gemeentelijke regelingen en het niet gebruiken van gemeentelijke regelingen. Dit is logisch, gezien de samenstelling van dit huishouden (een huishouden van 6 personen kan immers een hoger bedrag vanuit de regelingen ontvangen van een huishouden bestaande uit bijvoorbeeld 1 of 2 personen). Bij het volledig gebruiken van de regelingen heeft dit huishouden € 140 aan budget over in een bijstandssituatie. Als dit huishouden echter geen enkele regeling gebruikt, maar wél alle basisuitgaven en participatie uitgaven doet dan komt hij maandelijks € 269 in het rood. Omdat dit huishouden maximaal € 409 kan ontvangen vanuit de gemeente, in de bijstand, merkt hij ook het effect als deze bijdrage wegvalt. Werken tegen een hoger loon, levert niet altijd meer budget op voor huishoudens die het maximale gemeentelijke bedrag ontvangen. Daarbij is het zo dat vanaf een inkomen van 120 procent Wsm, de landelijke toeslagen eveneens afnemen. Deze combinatie leidt ertoe dat (meer) werken financieel gezien niet altijd loont; werken tegen 130, 140 of 150 procent Wsm levert een lager of gelijk maandelijks budget op in vergelijking met de bijstandssituatie of werken tegen 110 en 120 procent Wsm. Huishoudens ervaren op deze inkomensgrenzen een armoedeval.

Voor de huishoudens die van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaken, en dus dit bedrag ook niet ‘verliezen’ ziet het plaatje er anders uit; voor hen levert werken tegen een hoger loon wél stapsgewijs meer budget op. Tegelijkertijd hebben de huishoudens die geen gebruik maken van de regelingen bij alle lagere inkomens (100 t/m 120) te weinig budget om rond te komen.

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven

100% 1.738 1.637 409 3.226 418 140

110% 1.912 1.637 359 3.296 418 193

120% 2.086 1.564 359 3.296 418 294

130% 2.259 1.459 0 3.277 418 23

140% 2.433 1.336 0 3.277 418 74

150% 2.607 1.228 0 3.277 418 140

Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

-269

-166

-65

23

74

140

70

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

Uitgelicht: voorbeeldcasus van een paar met vier kinderen Bijstandsuitkering Sam en Rosanne hebben vier kinderen van 3, 5, 14 en 16 jaar en ze krijgen een bijstandsuitkering, wat neerkomt op een netto-inkomen van € 1.738 per maand (dit is inclusief vakantietoeslag). Ze hebben maandelijks recht op € 1.637 aan toeslagen van het Rijk, bestaande uit huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag. Tot slot kunnen ze een financiële bijdrage vanuit de gemeente van € 409 per maand ontvangen. Dit bestaat uit de kwijtschelding voor gemeentelijke belastingen, de ZandvoortPas, Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Leergeld, een tegemoetkoming voor de schoolkosten en de Energietoeslag. Naast deze inkomsten hebben zij natuurlijk verschillende uitgaven; basisuitgaven van € 3.226 per maand en uitgaven voor meedoen in de samenleving (participatie-uitgaven) van € 418 per maand. Als alle inkomsten binnen zijn en de uitgaven zijn gedaan dan houden zij maandelijks € 140 over. Maakt dit gezin echter van geen enkele gemeentelijke regeling gebruik, dan komen zij maandelijks € 269 tekort. 130 procent Wsm Als Sam of Rosanne werk krijgt tegen een loon van 130 procent Wsm, dan stijgt het nettoinkomen van het huishouden naar € 2.259 per maand.

Ze behouden het recht op huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderbijslag, maar de huurtoeslag, de zorgtoeslag en kindgebonden budget zijn lager. Totaal ontvangen zij nu € 1.459 aan toeslagen van het Rijk per maand. Het recht op alle gemeentelijke regelingen is vervallen. De uitgaven stijgen licht door werk gerelateerde kosten die zij nu moeten maken. In totaal houdt dit voorbeeldhuishouden, na alle uitgaven, maandelijks € 23 over. Dit is € 117 minder dan in de bijstandssituatie (wanneer het huishouden op dat moment gebruikmaakt van alle regelingen).

71

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

4.2.8. Alleenstaande met twee inwonende meerderjarige kinderen

Budget na uitgaven: alleenstaande met inwonende meerderjarige kinderen Geen gebruik gemeentelijke regelingen Gebruik gemeentelijke regelingen zonder energietoeslag Volledig gebruik gemeentelijke regelingen € 122 € 100

€0

€ -100 € -133 € -121

€ -300 € -500

€ -241 € -254 € -252

€ -255 € -363 € -426

€ -363 € -374

100% Wsm

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

150% Wsm

Bij een alleenstaande met twee meerderjarige kinderen in de leeftijd 18 tot 20 jaar (student) en 21 tot 26 jaar (met een bijstandsuitkering) is er duidelijk te weinig budget om rond te komen bij de lagere inkomens. Dit heeft te maken met de extra uitgaven die een alleenstaande maakt, vanwege de inwonende kinderen; zo zijn de uitgaven voor huur, gas, water, elektra, gemeentelijke heffingen en boodschappen hoger. Daarbij komt dat het inkomen van de inwonende meerjarige kinderen niet meetelt in de maandbegroting van de alleenstaande. Dit huishoudens heeft zowel bij het niet-gebruiken van gemeentelijke regelingen als bij het gebruiken van alle regelingen onvoldoende budget om de basisuitgaven en participatie uitgaven te bekostigen. In het eerste geval komt dit huishouden € 426 te kort op de maandbegroting en bij het gebruik van alle regelingen is er nog een tekort van € 255. Om dit tekort te verhelpen zou de ouder ongeveer € 100 tot € 200 kostgeld per kind kunnen vragen, afhankelijk van de grootte van het tekort. Het gevolg hiervan is waarschijnlijk dat de kinderen (extra) moeten werken om dit te bekostigen. Wanneer het huishouden van geen enkele gemeentelijke regeling gebruikmaakt en het huishouden een hoger inkomen verkrijgt, neemt het maandelijkse budget stapsgewijs toe.

Hetzelfde geldt wanneer dit huishouden gebruik maakt van alle regelingen, ook al gaat het soms om slecht enkele euro’s. Zo neemt het budget met € 1 toe als het inkomen van 100 naar 110 procent Wsm stijgt en stijgt het budget met € 12 als het inkomen van 120 naar 130 procent Wsm stijgt.

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven

100% 1.217 524 171 2.056 110 -255

110% 1.338 524 120 2.126 110 -254

120% 1.460 524 120 2.126 110 -133

130% 1.582 524 0 2.117 110 -121

140% 1.703 524 0 2.117 110 0

150% 1.825 524 0 2.117 110 122

Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

-426

-374

-252

-121

0

122

72

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

4.2.9. Paar met twee inwonende meerderjarige kinderen

Budget na uitgaven: paar met inwonende meerderjarige kinderen Geen gebruik gemeentelijke regelingen Gebruik gemeentelijke regelingen zonder energietoeslag Volledig gebruik gemeentelijke regelingen € 200 € 65 €0 € -17 € -200

€ -400

€ -171 € -279 € -353 100% Wsm

€ -118

€ -1 € -60

€ -125 € -148

€ -226 € -249

110% Wsm

120% Wsm

130% Wsm

140% Wsm

150% Wsm

Ook paren met twee meerderjarige kinderen in de leeftijd 18 tot 20 jaar (student) en 21 tot 26 jaar (met een bijstandsuitkering) hebben bij de lagere inkomens niet voldoende budget om een basisuitgaven en participatie uitgaven te betalen. In vergelijking met een alleenstaande met inwonende meerderjarige kinderen zijn de maandelijkse budgetten minder krap. In de bijstandssituatie komt een paar met inwonende meerderjarige kinderen bij het niet-gebruiken van regelingen op een tekort van € 353 uit, wanneer het huishouden wel gebruik maakt van alle regelingen is er een tekort van € 171. Het huishouden heeft pas bij een inkomen van 150 procent Wsm voldoende inkomsten om alle uitgaven te bekostigen. Om de tekorten te verhelpen zou de ouder tot circa € 150 kostgeld per kind kunnen vragen, afhankelijk van de grootte van het tekort. Het gevolg hiervan is waarschijnlijk dat de kinderen (extra) moeten werken om het kostgeld te betalen. Verder krijgt dit huishoudtype te maken met het stapsgewijs toenemen van het maandelijkse budget, wanneer het inkomen stijgt. Dit geldt voor de huishoudens die geen gemeentelijke regelingen gebruiken. Bij de huishoudens die alle regelingen gebruiken compenseert de stijging van het inkomen niet altijd voldoende voor het afnemen van landelijke toeslagen en wegvallen van gemeentelijke regelingen.

Wanneer het inkomen stijgt naar 130 procent Wsm, neemt het maandelijkse budget af ten opzichte van een inkomen van 120 procent Wsm en ervaart het huishouden een armoedeval. Dit huishouden ontvangt bij werkaanvaarding wél altijd meer maandelijks budget dan in de bijstandssituatie.

Inkomsten uitkering of werk Landelijke toeslagen en regelingen Gemeentelijke regelingen Basisuitgaven Uitgaven participatie Budget na alle uitgaven

100% 1.738 618 182 2.533 176 -171

110% 1.912 618 131 2.603 176 -118

120% 2.086 545 131 2.603 176 -17

130% 2.259 440 0 2.584 176 -60

140% 2.433 326 0 2.584 176 -1

150% 2.607 218 0 2.584 176 65

Budget bij geen gebruik gemeentelijke regelingen

-353

-249

-148

-60

-1

65

73

Gemeente Zandvoort

Definitief v3

4.2.10. Alleenstaande AOW-leeftijd

Budget na uitgaven: alleenstaande AOW-leeftijd Geen gebruik gemeentelijke regelingen Gebruik gemeentelijke regelingen zonder energietoeslag Volledig gebruik gemeentelijke regelingen

€ 600 € 471

€ 530

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14385984/1