Besluitenlijst 22 juni 2021
Tekst van het document
1.
Positief te adviseren met betrekking tot de ontwerpbegroting 2022 voor het Participatiebedrijf (Paswerk).
2.
Zijn zienswijze op de ontwerpbegroting van 2022 voor het Participatiebedrijf kenbaar te
maken aan het bestuur van Paswerk
3. Beoogd resultaat De ontwerpbegroting 2022 draagt bij aan de start en opbouw van het Participatiebedrijf. Dit
betekent de continuering van werk voor medewerkers in de sociale werkvoorziening maar ook de realisatie van beschut werk, re-integratie voor werkzoekenden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt en leerwerktrajecten voor jongeren zonder beroeps- of startkwalificatie.
4. Argumenten Sluitende exploitatie voor het nieuwe Participatiebedrijf Het Participatiebedrijf als geheel is kostendekkend. De financiële middelen die door gemeenten ter beschikking worden gesteld worden direct aangewend voor de uitvoering van de taken op het gebied van betaald werk en ondersteuning naar betaald werk.
De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening is kostendekkend. Het operationeel resultaat voor de Wsw is de netto omzet minus de ambtelijke personeelskosten en de overige bedrijfskosten. Het positieve resultaat bedraagt in 2022 naar verwachting € 1.842.462 Tegenover dit positieve resultaat staat een tekort op het (rijksjsubsidieresuItaat van € 1.860.950
Gezien het begrote positieve operationeel resultaat bedraagt het feitelijk tekort slechts € 18.487. Het
subsidietekort wordt dus vrijwel volledig gecompenseerd door het begrote positieve operationeel
resultaat. Er is geen aanvullende bijdrage nodig van gemeenten op dit onderdeel.
Kenmerk: 2021/233200
3/5
Dit geldt overigens ook voor het onderdeel re-integratie (begeleiding naar betaald werk) en jongeren (leerwerktrajecten voor jongeren zonder beroeps- of startkwalificatie).
Onderdeel (nieuw) beschut werk niet kostendekkend Voor het onderdeel beschut werk is wel een aanvullende bijdrage van gemeenten nodig. In deze begroting wordt uitgegaan van een gemiddeld van 56,2 fte beschut werk. Voor de nieuwe taak
beschut werk die met ingang van januari 2022 wordt uitgevoerd door het bedrijf, zijn de budgetten die de gemeenten van het Rijk ontvangen niet toereikend. In het raadsbesluit over de vorming van een Participatiebedrijf is dan ook afgesproken dat het bedrijf op dit punt een ontwikkelopgave heeft
om de tekorten gedurende drie jaar terug te dringen naar nul. Deze ontwikkelopgave staat uitgewerkt op paginalö van de begroting. Het resterend tekort op de Rijksmiddelen wordt door de
deelnemende gemeenten aangevuld. Onderdeel re-integratie en onderdeel jongeren zijn kostendekkend. Het onderdeel re-integratie is bedoeld voor werkzoekenden Participatiewet uit de vier gemeenten met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt. De dienstverlening omvat re-integratietrajecten
waarbij werkzoekenden worden ondersteund en bemiddeld naar werk. Jaarlijks worden afspraken gemaakt over het aantal trajecten en de invulling van de dienstverlening. De begroting voor het onderdeel re-integratie is sluitend. Dit geldt ook voor het onderdeel jongeren dat intensieve leerwerktrajecten aanbiedt voor jongeren tussen de 16 en 27 jaar die zijn uitgevallen in het reguliere onderwijs. Het gaat om minimaal vijftig leerlingen per jaar. De kosten gerelateerd aan de leerwerktrajecten worden afgerekend met het Leerplein Kennemerland.
Netto omzet van het bedrijf blijft op peil ondanks crisis De netto omzet van het bedrijf is het deel van de opbrengsten dat wordt gerealiseerd met de eigen bedrijfsactiviteiten en bedraagt € 11.075.511. De netto omzet is een belangrijk onderdeel van de
exploitatierekening omdat met deze opbrengst de organisatiekosten zoveel mogelijk kunnen worden
terugverdiend, hetgeen weer van invloed is op de bijdragen die gemeenten aan het bedrijf doen. 5. Risico's en kanttekeningen
Economische ontwikkelingen en coronacrisis In de begroting wordt er vanuit gegaan dat de economische situatie zich in 2022 geleidelijk aan zal verbeteren en dat het Participatiebedrijf haar bedrijfsactiviteiten weer voldoende kan opbouwen en
voortzetten. Er is echter wel een risico dat de economische herstel langzamer gaat en in 2022 nog merkbaar is. Of dit risico zich voordoet en welke financiële gevolgen dit heeft, is niet goed te voorspellen.
Kenmerk: 2021/233200
4/5
Uitvoering ontwikkelopgave (nieuw) beschut werk
Het risico bestaat dat de ontwikkelopgave zoals die is opgenomen in het raadsbesluit over de vorming van het Participatiebedrijf niet gehaald wordt of dat het aantal fte beschut werk in 2022
harder stijgt dan begroot, waardoor het tekort oploopt. Een verder oplopend tekort kan niet zonder meer worden opgevangen in de begroting van het Participatiebedrijf. Het bestuur van Paswerk monitort de ontwikkelopgave (nieuw) beschut werk. Indien het tekort verder oploopt, wordt hier in de eerstvolgende bestuursrapportage een melding over gemaakt aan de raad.
6. Uitvoering
De zienswijze van de raad over de ontwerpbegroting wordt zo spoedig mogelijk aan het bestuur van
Paswerk overgebracht. Het bestuur stelt vervolgens de begroting vast. Vóór 1 augustus 2021 wordt de begroting aangeleverd bij gedeputeerde staten van Noord-Holland. 7. Bijlagen Ontwerpbegroting 2022 voor het Participatiebedrijf (Paswerk).
Kenmerk: 2021/233200
5/5
Gemeente Zandvoort
Raadsstuk
Onderwerp Maatregelen kostenbeheersing Wmo 2021 en Actualisatie Verordening en Uitvoeringsbesluit Wmo gemeente Zandvoort 2021
Nummer
2021/244188____________
Portefeuillehouder
Haeften, R. van___________
Programma/beleidsveld
2.1 Voorzieningen volwassen
Afdeling____________
MO____________________
Auteur_____________
Tijl, J.M._________________
Telefoonnummer_____
023-5114473_____________
Email_______________
mtijl@haarlem.nl
Kernboodschap
Met dit Raadsstuk wordt een beperkt aantal beleidsaanpassingen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning voorgesteld en - in lijn daarmee - wijzigingen
van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020.
Aanleiding daarvoor is de noodzaak om de toenemende kosten voor Wmo-
ondersteuning beheersbaar te houden. In de Voorjaarsnota 2021 constateert het college dat de kosten op het gebied van
de Wmo blijven toenemen. Als het college geen maatregelen neemt, leidt dit tot steeds grotere tekorten en knelpunten in de begroting.
Om die reden is in de begroting voor 2022 een taakstelling van € 300.000
opgenomen. De nieuwe verwervingen voor Huishoudelijke ondersteuning en voor het Sociaal Wijkteam en Basisondersteuning, de invoering van het normenkader
voor huishoudelijke ondersteuning en maatregelen op het gebied van governance
en datagestuurd werken dragen bij aan het realiseren van die taakstelling. Gezien
de kostenontwikkeling gaat het college er echter van uit dat meer maatregelen nodig zijn. Het college stelt daarom - aanvullend op de hierboven genoemde maatregelen extra maatregelen voor in de vorm van een aantal beleidsaanpassingen.
Aanpassingen die uiteraard passen binnen de wettelijke kaders en het
voorzieningenniveau voldoende in stand houden én die tegelijkertijd bijdragen aan het beheersen van de kosten.
Om deze maatregelen te kunnen uitvoeren is ook een aanpassing van de
verordening en het Uitvoeringsbesluit Algemene en maatwerkvoorzieningen Wmo 2020 noodzakelijk. Met deze wijzigingen van de verordening en het
Kenmerk: 2021/244188
1/6
uitvoeringsbesluit beschikt de gemeente Zandvoort voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning in 2021 over een actueel en adequaat juridisch instrumentarium. Behandelvoorstel voor commissie
De Raadscommissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk
in de raadsvergadering.
Relevante eerdere besluiten
Besluit College d.d. 18 mei 2021
•
Actualisatie Verordening, Uitvoeringsregels en Uitvoeringsbesluit Wmo
gemeente Zandvoort 2020 ((2020/82833) en bijlagen
Het college stelt het voorstel aan de raad vast. Het college besluit voorts, onder voorbehoud van het besluit door de raad: De Eerste wijziging Uitvoeringsbesluit Algemene en maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020 vast te stellen.
de secretaris,
de burgemeester.
Besluit Raad d.d
De raad der gemeente Zandvoort,
(wordt ingevuld door de griffie)
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit vast te stellen: 1. de maatregelen kostenbeheersing Wmo 2021 en
2.
de Eerste wijziging op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020.
de voorzitter,
de griffier.
Kenmerk: 2021/244188
2/6
1. Inleiding Met dit Raadsstuk wordt een beperkt aantal beleidsaanpassingen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning voorgesteld en - in lijn daarmee - wijzigingen van de Verordening
maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020. Aanleiding daarvoor is de noodzaak om de toenemende kosten voor Wmo-ondersteuning beheersbaar te houden.
In de Voorjaarsnota 2021 constateert het college dat de kosten op het gebied van de Wmo blijven toenemen. Als het college geen maatregelen neemt, leidt dit tot steeds grotere tekorten en knelpunten in de begroting.
Om die reden is in de begroting voor 2022 een taakstelling van € 300.000 opgenomen. De nieuwe verwervingen voor Huishoudelijke ondersteuning en voor het Sociaal Wijkteam en
Basisondersteuning, de invoering van het normenkader voor huishoudelijke ondersteuning en maatregelen op het gebied van governance en datagestuurd werken dragen bij aan het realiseren
van die taakstelling. Gezien de kostenontwikkeling gaat het college er echter van uit dat meer maatregelen nodig zijn.
Het college stelt daarom - aanvullend op de hierboven genoemde maatregelen - extra maatregelen voor in de vorm van een aantal beleidsaanpassingen. Aanpassingen die uiteraard passen binnen de
wettelijke kaders en het voorzieningenniveau voldoende in stand houden én die tegelijkertijd bijdragen aan het beheersen van de kosten.
Om deze maatregelen te kunnen uitvoeren is ook een aanpassing van de verordening en het Uitvoeringsbesluit Algemene en maatwerkvoorzieningen Wmo 2020 noodzakelijk. Met deze wijzigingen van de verordening en het uitvoeringsbesluit beschikt de gemeente Zandvoort voor de
uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning in 2021 over een actueel en adequaat juridisch instrumentarium.
2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor vast te stellen: 1.
de maatregelen kostenbeheersing Wmo 2021 en
2.
de Eerste wijziging op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente
Zandvoort 2020. 3. Beoogd resultaat Het beoogd resultaat van invoering van deze maatregelen is kostenbeheersing. Het beoogd resultaat van de wijziging van de verordening is een actueel en adequaat juridisch
instrumentarium zodat de maatregelen rechtmatig kunnen worden uitgevoerd en bijdragen aan kostenbeheersing.
Kenmerk: 2021/244188
3/6
4. Argumenten 4.1. Extra maatregelen zijn nodig om de kosten van Wmo-ondersteuning beheersbaar te
houden. Daarbij is aanpassing van de Verordening nodig om deze maatregelen te kunnen uitvoeren.
In de Voorjaarsnota 2021 is geconstateerd dat op, onder meer, de Wmo sprake is van alsmaar toenemende kosten. Als er geen maatregelen worden genomen leidt dit tot steeds grotere tekorten en knelpunten in de begroting. Het is daarom nodig dat er extra maatregelen worden genomen waarmee de kosten kunnen worden beheerst.
Om deze maatregelen mogelijk te maken en een rechtmatige uitvoering ervan te borgen, moeten een aantal artikelen in de Verordening en het Uitvoeringsbesluit worden aangepast.
De voorgestelde maatregelen en wijzigingen van de Verordening hebben betrekking op: o.
Beperking van woningaanpassingen in algemene ruimten
In de praktijk ontstaat regelmatig discussie met corporaties, verenigingen van eigenaren en
bewoners van complexen over het realiseren van grote en ingrijpende woningaanpassingen in algemene ruimten en over de verantwoordelijkheid voor onderhoud en reparatie daarvan.
Daarnaast beperkt het aanpassen van de ruimten vaak het gebruiksgemak van de andere inwoners (traplift of stalling van scootmobiel in algemene ruimten). Bij voorkeur worden daarom grote aanpassingen in algemene ruimten voorkomen.
Om meer duidelijkheid te bieden en kaders te stellen wordt in de verordening nu geregeld
dat woonvoorzieningen in gemeenschappelijke ruimten in principe niet worden toegekend,
met uitzondering van een aantal, relatief kleine, aanpassingen die de functionaliteit van de ruimte intact laten.
De geraamde opbrengst van deze maatregel is € 3.000 per jaar.
b. Eigen bijdragen voor specifieke voorzieningen De Wmo bepaalt dat gemeenten een eigen bijdrage op mogen leggen voor algemene en maatwerkvoorzieningen met uitzondering van rolstoelen en hulpmiddelen voor kinderen.
Middels de verordening wordt op dit moment een aantal maatwerkvoorzieningen uitgesloten van de eigen bijdrage. Voorgesteld wordt om een aantal daarvan niet langer uit
te sluiten van de eigen bijdrage, te weten:
•
het bezoekbaar maken van een woning,
•
vervangingen van eerder verstrekte woonvoorzieningen tot een bedrag van € 1.000,
•
vervangingen van douche/föhntoiletbrillen en sanibroyeurs en
•
sportvoorzieningen.
Kenmerk: 2021/244188
4/6
Als casemanagers de indruk hebben dat in een specifieke situatie de eigen bijdrage leidt tot
zorgmijdend gedrag, dan hebben zij de mogelijkheid om de eigen bijdrage kwijt te schelden. De geraamde opbrengst van deze maatregel is € 1.000 per jaar. De voorliggende Eerste wijziging op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020 voorziet in de aanpassingen van de verordening die voor de uitvoering van deze
maatregelen nodig zijn.
4.2. Technische correcties van het Uitvoeringsbesluit en verbeteren rechtmatigheid
Het college besluit tot de volgende aanpassingen van het uitvoeringsbesluit:
c.
Artikelen en bijlagen met betrekking tot Pgb's en overgangsrecht beschermd en beschut wonen vervallen
Eerder waren onterecht in het Uitvoeringsbesluit een aantal artikelen opgenomen die nu vervallen. Een aantal daarvan betreffen de hoogte van Pgb's voor beschermd en beschut wonen
en het overgangsrecht beschermd en beschut wonen. Deze voorzieningen worden verstrekt door
centrumgemeente Haarlem en de hoogte van Pgb's en het overgangsrecht worden door die centrumgemeente geregeld in het Uitvoeringsbesluit van de gemeente Haarlem. d.
Artikelen met betrekking tot Eigen bijdrage maatschappelijke opvang vervallen
Idem. Dit betreft de eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang. Ook dit is een voorziening die
door centrumgemeente Haarlem wordt verstrekt en de eigen bijdrage wordt door die
centrumgemeente geregeld in het Uitvoeringsbesluit van de gemeente Haarlem. e. Artikelen met betrekking tot Eigen bijdrage opvang slachtoffers huiselijk geweld vervallen Idem. Dit betreft de eigen bijdrage voor opvang van slachtoffers van huiselijk geweld. Ook dit is een voorziening die door centrumgemeente Haarlem wordt verstrekt en de eigen bijdrage wordt
door die centrumgemeente geregeld in het Uitvoeringsbesluit van de gemeente Haarlem. ƒ.
Vervallen artikel dat hoogte van Pgb voor trapliften regelt
Per abuis is in het Uitvoeringsbesluit Algemene en maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke
ondersteuning gemeente Zandvoort 2020 een artikel opgenomen dat de hoogte van een Pgb voor trapliften bepaalt. De hoogte van een Pgb voor een traplift wordt, net als voor andere
hulpmiddelen en woningaanpassingen, bepaald in de Verordening artikel 7.3 lid 1 en 2.
Kenmerk: 2021/244188
5/6
g.
Afschaffen van de mogelijkheid om Pgb-ondersteuning middels een maandbetaling te laten declareren
In de praktijk van de Wmo-ondersteuning is het gangbaar dat niet altijd alle beschikte uren ook daadwerkelijk worden geleverd: de uitnutting van een beschikking voor hulp bij het huishouden
of ambulante begeleiding is zelden 100%. En het is dan niet wenselijk om de ondersteuning die
niet is geleverd, wel te financieren. In het geval van zorg in natura (geleverd door een gecontracteerde zorgaanbieder) wordt
daarom uitsluitend vergoed wat daadwerkelijk aan ondersteuning (in uren of dagdelen) is geboden. In het geval van Pgb-ondersteuning bestaat - naast een uurvergoeding - de mogelijkheid van een
maandvergoeding, waarbij alle beschikte uren of dagdelen (100%) worden vergoed. De maandvergoeding is een vast bedrag per maand in plaats van een declaratie op basis van geleverde uren. In het geval van een maandvergoeding wordt, omdat de uitnutting zelden 100%
is, daardoor vaak ook een deel niet-geleverde ondersteuning betaald.
Dit is niet wenselijk en daarom beperken we de wijze van Pgb-vergoeding tot vergoeding van de daadwerkelijk geleverde ondersteuning: de uurvergoeding. Op basis van een uurtarief kan dan
uitsluitend de daadwerkelijk geleverde ondersteuning worden uitbetaald. 5. Risico's en kanttekeningen De Verordening is de basis voor de gemeentelijke uitvoering van de Wmo. Het is van belang dat de Verordening tijdig wordt vastgesteld zodat de maatregelen gericht op de kostenbeheersing van de
Wmo zo spoedig mogelijk en rechtmatig kunnen worden uitgevoerd. 6. Uitvoering Communicatie:
•
Na vaststelling door de gemeenteraad wordt de Verordening bekend gemaakt in het
elektronisch gemeenteblad op overheid.nl via officielebekendmakingen.nl en gedeeld via de gemeentelijke website. De verordening wordt opgenomen in het lokale regelingenbestand
van de gemeente op overheid.nl. Ditzelfde geldt voor het Uitvoeringsbesluit.
•
De werkinstructies worden aangepast en de Wmo-medewerkers worden hierover geïnformeerd.
7. Bijlagen
1.
Overzicht van de wijzigingen in de Verordening en het Uitvoeringsbesluit
2.
Eerste wijziging Uitvoeringsbesluit Algemene en maatwerkvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020
3.
Eerste wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zandvoort 2020
Kenmerk: 2021/244188
6/6
Gemeente Zandvoort
Raadsstuk
Onderwerp
Parkeernormennota Zandvoort 2021 Nummer
2021/243850_______________________________________________________
Portefeuillehouder
Verheij-de Haas, E.___________________________________________________
Programma/beleidsveld
5.1 Openbare ruimte en mobiliteit______________________________________
Afdeling
BBOR______________________________________________________________
Auteur_____________
Colijn, D.___________________________________________________________
Telefoonnummer_____
023-5113628________________________________________________________
dcolijn@haarlem.nl__________________________________________________ Door de aanhoudende vraag naar extra parkeerruimte in de openbare ruimte,
Kernboodschap
toepassing van een gedateerd parkeernormenkader én de ervaring dat bepaalde regels in de Parkeernormennota Zandvoort 2012 in de praktijk lastig toepasbaar is
gebleken, is een nieuw normenkader opgesteld voor toepassing bij nieuwe ontwikkelingen (nieuwbouw of verbouw).
Nieuw is dat er, naast normen voor personenauto's, ook richtlijnen zijn opgenomen voorfietsparkeren. Deze nota is een losstaand onderdeel uit het Plan van Aanpak Optimaliseren
bereikbaarheid en parkeren Zandvoort ('overige maatregelen'). Dit is niet het nieuwe parkeerbeleid dat ziet op de regulering van Zandvoort.
Behandelvoorstel voor commissie
De commissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
Parkeernormennota 2012, vastgesteld d.d. 09-10-2012
Relevante eerdere besluiten
Plan van Aanpak Optimaliseren bereikbaarheid en parkeren Zandvoort, ______ vastgesteld d.d. 23-03-2021___________________________________
Besluit College
Het college van burgemeester en wethouders
d.d. 18 mei 2021
Besluit: 1.
Het voorstel aan de raad vast te stellen.
de secretaris,
Kenmerk: 2021/243850
de burgemeester.
1/6
Besluit Raad d.d. 22 juni 2021
De raad der gemeente Zandvoort,
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders. Besluit: a. de parkeernormennota Zandvoort 2021 vast te stellen;
b.
de vigerende parkeernormennota uit 2012 in te trekken.
de griffier.
1. Inleiding Door de aanhoudende vraag naar extra parkeerruimte in de openbare ruimte, toepassing van een gedateerd parkeernormenkader bij nieuwbouw én de ervaring dat bepaalde regels in de
Parkeernormennota Zandvoort 2012 in de praktijk lastig toepasbaar is gebleken, is een nieuw normenkader opgesteld voor toepassing bij nieuwe ontwikkelingen (nieuwbouw of verbouw). Nieuw
is dat er, naast normen voor personenauto's, ook richtlijnen zijn opgenomen voor fietsparkeren. Deze nota is een losstaand onderdeel uit het Plan van Aanpak Optimaliseren bereikbaarheid en
parkeren Zandvoort ('overige maatregelen') en betreft niet het nieuwe beleid dat ziet op het
invoeren van een regime voor geheel Zandvoort.
2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor:
a. de parkeernormennota Zandvoort 2021 vast te stellen; b. de vigerende parkeernormennota uit 2012 in te trekken.
3. Beoogd resultaat Een actuele parkeernormennota, die bijdraagt aan de leefbaarheid van Zandvoort. De populariteit van Zandvoort als badplaats blijft groeien en groeit de laatste tijd nog wat harder onder invloed van Corona. Daarnaast heeft Zandvoort flink wat woningbouw- en
herinrichtingsprojecten op stapel staan. De toch al schaarse publieke ruimte en de bereikbaarheid van Zandvoort staan hierdoor nog meer onder druk. Naast maatregelen voor het in goede banen
leiden van verkeersstromen, moet de beschikbare ruimte voor parkeren zo goed mogelijk worden
Kenmerk: 2021/243850
2/6
verdeeld. Nieuwe parkeernormen moeten helpen om het aantal aan te leggen parkeerplaatsen bij (ver)nieuwbouw te reguleren.
4. Argumenten 1. De parkeernormennota Zandvoort 2021 is één van de beschreven producten uit het Plan van Aanpak Optimaliseren bereikbaarheid en parkeren Zandvoort Alle onderdelen uit dit plan van aanpak zorgen voor een samenhangende sturing op parkeren en mobiliteit in Zandvoort.
2.. Door de parkeernormen voor nieuwe ontwikkelingen te baseren op de meest recente CROW-
parkeerkencijfers - en een actuele gebiedsindeling- wordt het realiseren van voldoende parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen geborgd. Als basis zijn de nieuwste parkeerkencijfers van het CROW gebruikt als basis voor de nieuwe parkeernormen, waarbij: o de actuele stedelijkheidsgraad wordt toegepast (Zandvoort: sterk stedelijk, Bentveld: niet stedelijk); o het gemiddelde van de bandbreedte van CROW als minimum parkeernorm gaat gelden. Dit gemiddelde is passend voor Zandvoort aangezien het autobezit en het autogebruik in Zandvoort vergelijkbaar is met het gemiddelde bezit en gebruik in alle sterk stedelijke gebieden; In aanvulling op de functielijst van CROW is: vanwege de toenemende vraag naar een specifieke parkeernorm voor sociale huurappartementen voor deze functie een aparte parkeernorm opgenomen, aanvullend op een parkeernorm voor een sociale huurwoning; vanwege het belang van verblijfstoerisme, een meer specifieke regeling voor deze sector opgenomen dan in de oude Parkeernormennota. 3 Door de eis bij nieuwbouw en bij verbouw van bestaande gebouwen dat de parkeerruimte op eigen terrein wordt gerealiseerd, neemt de druk op de openbare ruimte niet verder toe.
De parkeeroplossing moet op eigen terrein worden opgelost o Het is niet mogelijk om (een deel van) de parkeerbehoefte in de openbare ruimte op te vangen, aangezien uit de parkeertellingen blijkt dat er geen restcapaciteit beschikbaar is en omdat Zandvoort de ambitie heeft om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren. o Om te voorkomen dat de parkeerdruk in de openbare ruimte toeneemt, worden alle bouwontwikkelingen uitgesloten van een parkeervergunning (niet van bezoekersregeling).
Een parkeerplaats op eigen terrein hoeft overigens niet op hetzelfde perceel als een ontwikkeling te liggen. De ontwikkellocatie en een parkeerplaats op eigen terrein mogen ook uit elkaar liggen, mits
Kenmerk: 2021/243850
3/6
deze parkeerplaatsen binnen een maximaal acceptabele loopafstand liggen. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk om parkeerplaatsen te huren op een nabijgelegen parkeervoorziening.
4 Door voor nieuwe ontwikkelingen naast voldoende parkeerplaatsen voor auto's ook voldoende
stallingsmogelijkheden voor de fiets te eisen, neemt de druk op de openbare ruimte niet verder toe Een modaliteit die meer aandacht verdient in de nieuwe parkeernormennota, ook door een
groeiende behoefte naar voldoende stallingsmogelijkheden, is de fiets. Nieuwbouwplannenmakers moeten rekening houden met het stallen of parkeren van de fiets (en brom- en snorfietsen). De
aanvrager van een omgevingsvergunning moet daarom ook de parkeerbehoefte voor fietsen
inzichtelijk maken. Met het nieuwe normenkader wordt het verplicht om alle fietsparkeerplaatsen op eigen terrein op te lossen, waarbij voor vaste gebruikers de voorzieningen afgesloten en overdekt moeten zijn. Voor bezoekers dienen de fietsparkeerplaatsen vrij toegankelijk te worden aangeboden.
5 Door de adressen van een ontwikkeling uit te sluiten van een parkeervergunning (met uitzondering van de bezoekersvergunning), neemt de druk op de openbare ruimte niet verder toe Aangezien er geen ruimte is om extra parkeerders in de openbare ruimte op te vangen, geldt niet alleen de eis dat parkeerplaatsen bij een ontwikkeling op eigen terrein worden gerealiseerd, maar
worden ook de toekomstige gebruikers uitgesloten van een parkeervergunning. Bijkomend voordeel is dat hiermee wordt gestimuleerd dat bij een ontwikkeling wordt voorzien in een passend parkeeraanbod, waar nodig dus ook meer dan volgens de parkeernorm minimaal benodigd.
Toekomstige bewoners kunnen alleen een vergunning aanvragen voor het ontvangen van hun sociale
bezoek. De impact op de parkeersituatie is beperkt, aangezien ook op eigen terrein moet worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen voor bezoekers. Het kunnen gebruiken van een
bezoekersvergunning biedt flexibiliteit om pieken, bijvoorbeeld bij een feestje, te kunnen opvangen.
6 Minder parkeerplaatsen realiseren kan alleen onder enkele, vooraf benoemde voorwaarden en vraagt anders een collegebesluit
Het parkeernormenbeleid van de gemeente is erop gericht dat bij ontwikkelingen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd voor auto's en fietsen, zodat een goede
parkeersituatie is geborgd. De lijst met functies waarvoor een specifieke parkeernorm geldt is veelomvattend waardoor de noodzaak om af te wijken beperkt is. Toch is het denkbaar dat bij een heel specifieke ontwikkeling de parkeerbehoefte lager ligt dan de parkeerbehoefte die conform de parkeernorm wordt verondersteld. Ook wanneer dit afdoende is onderbouwd, ook voor de langere
termijn, is het mogelijk om minder parkeerplaatsen te realiseren dan de parkeernorm voorschrijft. Daarnaast kan het bewonersdeel van de parkeernorm met maximaal 20% worden verlaagd, als bij een woningbouwontwikkeling in gereguleerd gebied structureel, deelauto's ter beschikking worden gesteld.. Structureel ter beschikking stellen, wil zeggen dat dit voor minimaal 10 jaar gebeurt.
Kenmerk: 2021/243850
4/6
Tot slot geldt er een uitzondering voor B&B's en pensions. In de bestemmingsplannen van Zandvoort is reeds vastgelegd dat zonder omgevingsvergunning een logies voor maximaal 4 bedden mag worden verstrekt. In die gevallen wordt dus ook niet getoetst aan de Parkeernormennota. Voor zover wel een omgevingsvergunning is vereist en de ontwikkeling voldoet aan alle overige eisen, is
aanvullend in de Parkeernormennota opgenomen dat wanneer het bij de herontwikkeling van een bestaand pand naar een pension of B&B of het realiseren van een particuliere recreatiewoning niet
mogelijk is voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren, in plaats daarvan op een van de grote parkeerlocaties aan de rand van Zandvoort parkeerabonnementen kunnen worden afgesloten
voor minimaal 3 jaar. Het gaat hierbij om een of enkele plaatsen. In alle andere gevallen kan alleen het college besluiten af te wijken van de Parkeernormennota wanneer andere belangen zwaarder wegen dan het verkeers-/parkeerkundige belang en/of wanneer
grote economische of volkshuisvestelijke voordelen verwacht worden van het realiseren van de ontwikkeling.
7 Voor bouwinitiatieven is een overgangsregeling van toepassing
Voor bouwinitiatieven die op het moment van publicatie van deze Parkeernormennota bij de gemeente bekend zijn, kan nog maximaal één jaar na publicatiedatum van deze nota een vergunningsverzoek worden ingediend op basis van de oude gemeentelijke parkeernormen. Met
bekende bouwinitiatieven wordt bedoeld:
- initiatieven waarvoor de aanvraag omgevingsvergunning is ingediend en - initiatieven waarvoor tussen de gemeente en initiatiefnemers schriftelijke afspraken of schriftelijke
overeenkomsten zijn gemaakt waarin parkeernormen zijn vastgelegd over ruimtelijke ontwikkelingen.
8. De Parkeernormennota vormt voor ODIJmond een helder toetsingskader ODIJmond is betrokken bij de totstandkoming van de parkeernormennota en heeft aangegeven dat
de nota veel meer helderheid biedt dan de oude nota, wat de toetsing van een omgevingsvergunning ten goede komt. Met die helderheid is ook het parkeerbeleid van Zandvoort voor aanvragers van een omgevingsvergunning transparanter.
5. Risico's en kanttekeningen
Participatie en inspraak De normen zijn 'data-gedreven' en gebaseerd op de CROW. Daarom heeft er geen participatie en inspraak plaatsgevonden.
6. Uitvoering
Kenmerk: 2021/243850
5/6
Na vaststelling van de Parkeernormennota Zandvoort 2021, zijn de hierin beschreven parkeernormen
en werkwijze van toepassing op alle toekomstige ruimtelijke plannen en projecten waarbij het bestemmingsplan na 2012 is vastgesteld. Deze bestemmingsplannen kennen namelijk de verwijzing
naarde Parkeernormennota 2012 of diens opvolger.
Voor de bestemmingsplannen van voor 2012 geldt dit niet (o.a. Midden Boulevard, Noord Boulevard en Nieuw Noord). In deze bestemmingsplannen is specifieke parkeernormering opgenomen onder verwijzing naar CROW (ASVV2004 of CROW-publicatie 182). Wanneer deze bestemmingsplannen
worden herzien (of bij de vaststelling van het Omgevingsplan bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet) zal de verwijzing naar de Parkeernormennota 2021 of diens opvolger ook in die bestemmingsplannen worden opgenomen. Tot die tijd kan het college een afwijkend besluit nemen
als de oude parkeernormen leidt tot omstandigheden die niet in verhouding staan tot het doel van
de parkeernormen (voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein).
7. Bijlage Parkeernormennota Zandvoort 2021
Kenmerk: 2021/243850
6/6
Gemeente Zandvoort
Raodsstuk
Onderwerp
Uitgangspuntennotitie Huisvestingsverordening 2022 Nummer
2021/223671________________________________________________________
Portefeuillehouder
Bluijs, G.J.___________________________________________________________
Programma/beleidsveld
4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling____________________________________
Afdeling____________
ECDW______________________________________________________________
Auteur_____________
Tichelaar, T._________________________________________________________
Telefoonnummer_____
023-5114840________________________________________________________
Email_______________
ttichelaar@haarlem.nl_________________________________________________
Kernboodschap
In Zandvoort en in de regio is sprake van een tekort aan betaalbare woonruimte. In een Huisvestingsverordening kan de gemeenteraad regels stellen om de verdeling van (betaalbare) woonruimte te reguleren en om grip op de samenstelling van de woningvoorraad te houden. De Huisvestingsverordening
Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2020 komt van rechtswege te vervallen. Er wordt een nieuwe huisvestingsverordening opgesteld voor de periode 2022-2025.
Voor het opstellen van de nieuwe verordening is een uitgangspuntennotitie opgesteld, die het college met de raad wil bespreken. Samenvattend wordt het huidige beleid met een paar aanscherpingen in de nieuwe verordening
opgenomen. Na het vaststellen van de uitgangspunten door de raad wordt de nieuwe verordening opgesteld.__________________________________________ Behandelvoorstel voor
commissie
De raadscommissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.________________________________________________
Wijzigingen Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond:
Relevante eerdere besluiten
Zandvoort 2020 kenmerk 2020/734365 (Gemeenteraad 27 oktober 2020). Vaststellen Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2021 kenmerk 2021/0215241 (College 4 mei 2021).
Raadsinformatiebrief 'Wet toeristische verhuur van woonruimte' kenmerk ______ 2021/141042 (Raadsnet Mededelingen aan de Raad 13 april 2021).______ Besluit College
Het college van burgemeester en wethouders
d.d. 11 mei 2021
Besluit:
1.
Het voorstel aan de raad vast te stellen..
de burgemeester.
de secretaris.
Kenmerk: 2021/223671
1/9
Besluit Raad d.d. 22 juni 2021
De raad der gemeente Zandvoort, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders.
Besluit: 1. Een huisvestingsverordening op te stellen, gelijkend op de bestaande huisvestingsverordening, met de volgende uitgangspunten:
•
Vanwege het feit, dat tot in ieder geval 2025 er schaarste is in alle segmenten van de Zandvoortse woningvoorraad, sociale huurwoningen (€ 752,33 per maand, prijspeil 2021) aan te wijzen als vergunningplichtige woonruimte. Indien mogelijk en zo nodig de
sociale huurvoorraad uit te breiden met (nieuwbouw) middensegment huurwoningen (€ 1039,90 per maand, prijspeil 2021) voor mensen die
•
hier op basis van hun inkomen op aangewezen zijn. De huidige passendheidsregels ongewijzigd te continueren.
•
De maatwerkregeling van maximaal 25% voor toewijzing van
•
vrijkomend aanbod te behouden. Voorrang bij economische of maatschappelijke binding (50%
•
regionaal, waarvan de helft lokaal) te continueren. De huidige regels omtrent urgenten te behouden, inclusief de eerdere
wijziging n.a.v. de motie 'Voorrang Statushouders' van 31 oktober •
2018. De huidige regels m.b.t. splitsen te behouden en de gebieden, die zijn aangewezen waar een vergunningplicht geldt, niet te wijzigen.
•
De huidige regels voor toeristische verhuur van woonruimte aan te passen aan de gewijzigde Huisvestingswet (Wet Toeristische verhuur van woonruimte) en daarmee de mogelijkheid om, in afwachting van
landelijke ontwikkelingen, de registratieplicht, nachtencriterium en meldplicht voor tijdelijke vakantieverhuur in de verordening op te
nemen.
de voi
de griffier
7 1. Inleiding De Huisvestingswet geeft d^gémeenteraad instrumenten om in te grijpen in de verdeling van woonruimte met de huisvestingsvergunning en een vergunningstelsel voor grip op de samenstelling
van de woningvoorraad. De gemeenteraad kan uitsluitend van deze bevoegdheden gebruik maken indien dat noodzakelijk is voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van
Kenmerk: 2021/223671
2/9
schaarste aan goedkope woonruimte. De wet bepaalt dat een Huisvestingsverordening maximaal vier jaar geldig is. De Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2021 vervalt op 1 juli 2021 (zie Raadsvoorstel 'Vaststellen Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2021 kenmerk 2021/0215241'). Verder bepaalt de wet dat de inzet van een huisvestingsverordening ingebed moet zijn in een
bredere beleidsvisie, waarin gestreefd wordt naar een structurele oplossing, zoals het bijbouwen van nieuwe woningen in schaarse segmenten. In de afgelopen jaren is al stevig ingezet op bijbouwen in
de betaalbare segmenten in de regio (Regionaal Actieprogramma Wonen Zuid-Kennemerland-IJmond 2016 t/m 2020 (RAP) en Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021 t/m 2025) en in de gemeente Zandvoort (Uitvoeringsprogramma Wonen 2019 t/m 2025 en nota 'Spelregels en
instrumenten realisatie sociale huur en betaalbare huur en koop). In de huisvestingsverordening kunnen geen regels over woonruimteverdeling worden gesteld voor kavels of koopwoningen. Er zijn maatregelen nodig om de verdeling van de schaarse woningvoorraad te reguleren, omdat de schaarste aan goedkope woonruimte in de gemeente Zandvoort en de hele regio Zuid-
Kennemerland/IJmond in de afgelopen vier jaar niet is opgelost ondanks alle lokale en regionale inspanningen. Op basis van de voorstellen in dit raadstuk en de Uitgangspuntennotitie, wil het college het gesprek aangaan met de raad over de uitgangspunten van de nieuwe verordening.
2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1.
Een huisvestingsverordening op te stellen, gelijkend op de bestaande huisvestingsverordening, met de volgende uitgangspunten:
•
Vanwege het feit, dat tot in ieder geval 2025 er schaarste is in alle segmenten van de Zandvoortse woningvoorraad, sociale huurwoningen (€ 752,33 per maand, prijspeil 2021) aan te wijzen als vergunningplichtige woonruimte. Indien mogelijk en zo nodig de
sociale huurvoorraad uit te breiden met (nieuwbouw) middensegment huurwoningen (€ 1039,90 per maand, prijspeil 2021) voor mensen die hier op basis van hun inkomen op aangewezen zijn.
•
De huidige passendheidsregels ongewijzigd te continueren.
•
De maatwerkregeling van maximaal 25% voor toewijzing van vrijkomend aanbod te behouden.
•
Voorrang bij economische of maatschappelijke binding (50% regionaal, waarvan de helft lokaal) te continueren.
•
De huidige regels omtrent urgenten te behouden, inclusief de eerdere wijziging n.a.v. de motie 'Voorrang Statushouders' van 31 oktober 2018.
•
De huidige regels m.b.t. splitsen te behouden en de gebieden, die zijn aangewezen waar een vergunningplicht geldt, niet te wijzigen.
Kenmerk: 2021/223671
3/9
•
De huidige regels voor toeristische verhuur van woonruimte aan te passen aan de
gewijzigde Huisvestingswet (Wet Toeristische verhuur van woonruimte) en daarmee de mogelijkheid om, in afwachting van landelijke ontwikkelingen, de registratieplicht, nachtencriterium en meldplicht voor tijdelijke vakantieverhuur in de verordening op te nemen. 3. Beoogd resultaat Met de huisvestingsverordening wordt ervoor gezorgd dat schaarse huurwoningen in de gemeente
Zandvoort en de regio Zuid-Kennemerland/IJmond rechtvaardig en evenwichtig verdeeld (blijven) worden en wordt de leefbaarheid beschermd. Door uitgangspunten vast te stellen kan een
verordening worden opgesteld, die in is lijn met de wensen van raad en de Zandvoortse samenleving. 4. Argumenten 1. Een huisvestingsverordening past in de afspraken die zijn vastgelegd in het Woonakkoord ZuidKennemerland/IJmond 2021-2025. De zeven gemeenten in Zuid-Kennemerland en IJmond werken samen op het gebied van het woonbeleid. Sinds 2015 vormen de gemeenten in Zuid-Kennemerland/IJmond één woningmarktregio en zijn de regionale huisvestingsverordeningen zo veel mogelijk op elkaar afgestemd. In november
2018 zijn de woonruimteverdeelsystemen in de IJmondregio en Zuid-Kennemerland samengevoegd (zie bijlage 2 Evaluatierapport Woonservice). Het is de uitdrukkelijke wens om de verordening gelijkluidend te houden. Doordat er gelijkluidende regels binnen Zuid-Kennemerland en IJmond
worden gehanteerd, ontstaat er voor de woningzoekende meer duidelijkheid. In het 'Woonakkoord
Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025' is opgenomen dat wij de nieuwe Huisvestingsverordeningen goed regionaal afstemmen. 2. Er is sprake van schaarste aan goedkope woonruimte.
De wet bepaalt dat alleen beperkende regels in een huisvestingsverordening mogen worden gesteld voor woonruimte die schaars en goedkoop is. De gemeenteraad moet aantonen dat er schaarste is en dat de inzet van het instrumentarium van de wet geschikt en proportioneel is om de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van die schaarste te bestrijden. Schaarste betreft:
schaarste aan goedkope woonruimte in het algemeen, schaarste aan woonruimte met specifieke voorzieningen (bijv, zorgwoningen) en schaarste aan goedkope huurwoningen voorde huidige
inwoners van een gemeente.
Kenmerk: 2021/223671
4/9
9
8 7 6 5
4 3
2
1 O
2016 2017 Bloemendaal Heemstede —Velsen —Totaal Zuïd-Kennemerland2 —Heemskerk (WOM)
2018 2019 ■" -■ Haarlem ....... Zandvoort -^Beverwijk (& Heemskerk Pré)” Beverwijk (WOM)
Inschrijftijd- en wachttijd in 2018. Bron: Woonservice
In de raming van de woningbehoefte van 2018 liet het onderzoeksbureau RIGO zien dat er ook de komende jaren meer sociale huurwoningen nodig zijn in de regio om de groei in behoefte op te
vangen. In 2020 heeft RIGO voor de regio Zuid-Kennemerland/IJmond een update van de
woningbehoefte in beeld gebracht. Opnieuw is de constatering dat er niet alleen op dit moment een tekort is aan sociale huurwoningen, maar dat door de huishoudengroei de behoefte aan sociale huurwoningen verder toeneemt. De extramuralisering van beschermd wonen en uitstroom
maatschappelijke opvang, maar ook economische ontwikkeling, die extra onzeker is als gevolg van de Coronacrisis, bepalen de mate waarin het tekort groeit.
De gemeente Zandvoort heeft regionaal (Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021 t/m 2025) en lokaal (Uitvoeringsprogramma Wonen 2019 t/m 2025 en nota 'Spelregels en instrumenten realisatie sociale huur en betaalbare huur en koop) beleidsuitgangspunten voor woningbouw
opgesteld. Deze uitgangspunten zijn vertaald in afspraken met de woningcorporaties (Pré Wonen, Woonzorg Nederland). Het aantal sociale huurwoningen moet regionaal en lokaal toenemen. De
groei van het aantal sociale huurwoningen kan de groei in de behoefte echter niet bijbenen. Het tekort aan sociale huurwoningen zal op korte termijn niet afnemen. Voorgesteld wordt om sociale huurwoningen (€ 752,33 per maand, prijspeil 2021) aan te wijzen als vergunningplichtige woonruimte. Bekeken wordt of indien mogelijk en zo nodig de sociale huurvoorraad kan worden
uitgebreid met (nieuwbouw) middensegment huurwoningen (€ 1039,90 per maand, prijspeil 2021) voor mensen die hier op basis van hun inkomen op aangewezen zijn.
Kenmerk: 2021/223671
5/9
Ontwikkeling van de additionele woningbehoefte in de regio Zuid-Kennemerland / IJmond;
prijsklassen
!■ 3.550 J 700
> € 409.000 |
€ 279 - 409.000
2.850 2.050
ZUS 4.000 4.300
< € 279.000 > € 1.009 □ Z3 x:
■ 2030 trend ■ 2030 tegenspoed
I 400 | 400
□ 2019 -50 300
€ 720 - 1.009
> 2.400 JHi 5.350
<€720
15.000
30.000
45.000
60.000
75.000
Bron: WiMRA 2019, bewerking RIGO
Ook in andere segmenten is er sprake van schaarste. De gemeente stuurt aan op verdere verdichting en versnelling van de woningbouwproductie om in brede zin het huidige en toekomstige woningtekort te verminderen. In de gemeente Zandvoort is de ruimte voor het toevoegen van
woningen zeer beperkt. In de nieuwbouw ligt het accent daarom vooral op meergezinswoningen. Tegelijkertijd zien wij dat in de bestaande voorraad woningen worden onttrokken ten behoeve van toeristische verhuur en dat daarnaast verzoeken binnenkomen om woningen kadastraal te splitsen. Vanuit de gewenste samenstelling van de voorraad is er aanleiding om de voorraad te beschermen met regels om dit te reguleren.
3. De maatwerkregeling (25% vrije ruimte) voor toewijzing blijft behouden en geeft mogelijkheid voor specifieke doorstroomregelingen.
Minstens driekwart van het aanbod in de sociale huur van corporaties wordt (na aftrek van woningen
voor contingentenwoningen) openbaar bekend gemaakt via een advertentie op Woonservice. Maximaal 25% mag via maatwerk worden verdeeld. Binnen de vigerende regels en afspraken met
woningcorporaties hebben de corporaties de mogelijkheid om specifieke doorstroommaatregelen in te zetten om de doorstroming te stimuleren. Door woningen buiten het aanbodmodel om aan
bepaalde (categorieën) woningzoekenden aan te bieden, kunnen corporaties er voor zorgen dat
bijvoorbeeld senioren van een eengezinswoning naar een gelijkvloerse woning doorstromen. Op dit moment wordt door Woonservice in kaart gebracht hoe de maatwerkregeling regionaal wordt ingezet. Aan de hand van de uitkomsten kan worden bepaald of het percentage naar beneden kan
Kenmerk: 2021/223671
6/9
worden gebracht. In afwachting van dit onderzoek wordt voorgesteld om de maatwerkregeling op maximaal 25% te houden.
In de huidige verordening staat in de toelichting opgenomen waarvoor het maatwerk mag worden
ingezet. Voorgesteld wordt om deze uitwerking in een beleidsregel op te nemen, zodat bij een kleine
wijziging niet de hele verordening aangepast hoeft te worden. Daarnaast hebben beleidsregels een juridische status. 4. Een voorrangsregeling bij economische of maatschappelijke binding kan bijdragen aan het behouden van specifieke groepen voor de gemeente Zandvoort. Voorgesteld wordt om de algemene bepaling voor regionale en lokale voorrang in de huisvestingsverordening te behouden. Hiermee kan het college van burgemeester en wethouders
specifieke groepen lokale woningzoekenden als voorrangsgroep aanwijzen. In de huidige huisvestingsverordening is een bepaling opgenomen, waarmee het college de mogelijkheid heeft om maximaal 50% van de voorraad met voorrang toe te wijzen aan regionale woningzoekenden. Van
deze 50% mag de helft (25%) toegewezen worden aan lokale woningzoekenden. De lokale voorrangsregeling wordt nu in combinatie met de eerder genoemde maatwerkregeling (zie punt 3) in de gemeente Zandvoort ingezet voor: Regeling Passend Wonen van Pré Wonen. Nieuwbouwwoningen. Nieuwbouwwoningen worden, binnen de kaders van de huisvestingsverordening, met voorrang
toegewezen aan inwoners van de gemeente Zandvoort en daarna aan inwoners van ZuidKennemerland/IJmond (zie nota 'Spelregels en instrumenten realisatie sociale huur en betaalbare huur en koop).
Jongerenwoningen Oude Mariaschool.
De te realiseren woningen in de voormalige Mariaschool worden met voorrang toegewezen aan Zandvoortse jongere ingezetenen. 5. Een registratieplicht en een meldplicht voor woningonttrekking door tijdelijke vakantieverhuur kan bijdragen aan het beperken van ongewenste neveneffecten door vakantieverhuur van woonruimte.
Op 1 januari 2021 is de nieuwe 'Wet Toeristische verhuur van woonruimte' in werking getreden. De wet biedt de mogelijkheid om woningonttrekking door tijdelijke vakantieverhuur te reguleren door
een registratieplicht, meldplicht en in (zeer) uitzonderlijke gevallen een vergunningplicht in te stellen. Door registratieplicht wordt de informatiepositie van de gemeente verbeterd, waardoor gericht en effectief kan worden gehandhaafd. Door een meldplicht gekoppeld aan een nachtencriterium in te
voeren kunnen negatieve effecten door toeristische verhuur van woonruimte, zoals het onttrekken van schaarse woningen of het prijsopdrijvende effect door vakantieverhuur op de koopvoorraad
worden beperkt. Voorgesteld wordt de huidige regels in de verordening, die betrekking hebben op
toeristische verhuur van woonruimten en die voortvloeien uit de nota Toetsingskader
Kenmerk: 2021/223671
7/9
verblijftoeristische accommodaties aan te passen aan de nieuwe wetgeving. Hierbij is het uitgangspunt dat het bestaande vastgestelde beleid zo veel als mogelijk wordt voorgezet. 6. Participatie en inspraak De Huisvestingsverordening bevat een complex pallet aan regionaal afgestemde regelgeving, die ook invloed heeft op flankerende beleidsterreinen zoals uitstroom maatschappelijke opvang en leefbaarheid in buurten. Het gaat om het voorzetten van staand beleid met hier en daar een aantal
(kleine) aanscherpingen. Daarom wordt voorgesteld geen traject te starten voor inspraak voor het opstellen van de nieuwe verordening (zowel voor de regels voor woonruimteverdeling als voor samenstelling van de voorraad, waaronder de regels voor toeristische verhuur van woonruimte). Vooraf worden de uitgangspunten en de concept-verordening besproken met belanghebbenden,
zoals onder andere woningcorporaties (o.a. Pré Wonen, Woonzorg Nederland), Woonservice
Kennemerland en huurdersorganisaties (o.a. Huurders Platform Zandvoort). De huidige regels voor toeristische verhuur van woonruimten vloeien voort uit eerder vastgesteld beleid. De vastgestelde verordening wordt gepubliceerd in de Zandvoortse Courant en op Overheid.nl. Ondernemers/bewoners worden op de hoogte gesteld van de nieuwe verordening. De
gemeentelijke website wordt daar waar nodig aangepast. Degenen, die zich in het kader van toeristische verhuur van woonruimte eerder bij de gemeente hebben gemeld, krijgen (persoonlijk) schriftelijk bericht. In dit bericht worden zij geïnformeerd over de nieuwe verordening en de eventueel te ondernemen stappen.
5. Risico's en kanttekeningen
1. De Huisvestingsverordening wordt regionaal afgestemd, de bestuurlijke besluitvorming vindt zo veel als mogelijk gelijktijdig plaats.
De verordeningen van de regiogemeenten lopen af tussen half april en 1 mei. Het bestuurlijk traject, dat deze gemeenten volgen, wijkt iets af van het traject dat de gemeente Haarlem en de gemeente Zandvoort doorlopen. De huidige verordening van de gemeente Haarlem en de gemeente Zandvoort
loopt namelijk per 1 juli 2021 af. Derhalve hebben de andere gemeenten iets eerder dan de
gemeente Haarlem en de gemeente Zandvoort een verordening vastgesteld, die volgens planning tot 1 januari 2022 loopt. In het laatste kwartaal van 2021 leggen alle gemeenten de nieuwe gelijkluidende verordening aan de gemeenteraad voor.
2. De vergunningplicht en registratie/meldplicht blijven een beroep doen op capaciteit.
Voordat de nieuwe huisvestingsverordening wordt vastgesteld, wordt bekeken of het aantal fte, dat nu is ingezet voor vergunningverlening en handhaving, ook voldoende is voor de uitvoering van de nieuwe verordening.
Kenmerk: 2021/223671
8/9
3. Nieuwe wetgeving omtrent opkoopbescherming kan zorgen vooreen wijziging in de nieuwe verordening.
Op dit moment wordt door het Rijk instrumenten ontwikkeld om (delen van) de bestaande woningvoorraad te beschermen tegen opkopen door investeerders. Door de minister wordt voorgesteld om aan de Huisvestingswet tijdelijk bepalingen toe te voegen, die het mogelijk maken
voor gemeenten om de goedkope en middeldure koopwoningen beschikbaar te houden voor eigenaar-bewoners. De opkoopbescherming kan gelden in buurten waarin er schaarste is aan
goedkope en middeldure koopwoningen en waarbij dit leidt tot onevenwichtige en onrechtvaardige effecten (starters en mensen met een middeninkomen die niet aan een woning kunnen komen) en/of wanneer de leefbaarheid in de buurt wordt aangetast door de opkoop van deze woningen voor
de verhuur. Om de wet te kunnen toepassen moeten noodzaak, geschiktheid en proportionaliteit worden aangetoond. Tijdens het opstellen van de nieuwe huisvestingsverordening worden de
ontwikkelingen rond de opkoopbescherming gevolgd en zo nodig en mogelijk opgenomen in de nieuwe verordening. 6. Uitvoering
Op basis van de uitgangspunten in dit raadstuk en de uitgangspuntennotitie wordt een concepthuisvestingsverordening opgesteld. De opmerkingen van de raad en belanghebbenden worden meegenomen bij het opstellen van de conceptversie. In het laatste kwartaal van 2021 wordt de nieuwe verordening ter vaststelling aangeboden.
7. Bijlagen 1. Uitgangspuntennotitie Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond (kenmerk 2021/0234794). 2. Aanbiedingsbrief Woonservice Kennemerland m.b.t. het Evaluatierapport 'Eerste effecten regionale woonruimteverdeling regio's IJmond en Zuid-Kennemerland' van 14 januari 2021.
3. Evaluatierapport 'Eerste effecten regionale woonruimteverdeling regio's IJmond en ZuidKennemerland' van Woonservice Kennemerland van december 2020.
Kenmerk: 2021/223671
9/9
Gemeente Zandvoort
Raadsstuk
Onderwerp Rapportage adviescommissie samenwerking Zandvoort-Haarlem Nummer
2021/281411________________________________________________
Portefeuillehouder
Verheij-de Haas, E.____________________________________________
Programma/beleidsveld
6.2 Gemeentelijk bestuur______________________________________
Afdeling____________
CC_________________________________________________________
Auteur_____________
W.H.C. Stigter_______________________________________________
Telefoonnummer_____
023-511 3062________________________________________________
Email_______________
wstigter@haarlem.nl__________________________________________
Kernboodschap
Mede naar aanleiding van de tussentijdse evaluatie door bureau
Berenschot van de ambtelijke samenwerking tussen Zandvoort en Haarlem, hebben in de periode tussen augustus 2020 en februari 2021 gesprekken plaatsgevonden tussen de colleges van beide gemeenten. Daarin is het niet gelukt tot overeenstemming te komen over het
oplossen van (financiële) knelpunten. Daarom hebben de colleges samen besloten de geschillenregeling van de Gemeenschappelijke Regeling
Zandvoort-Haarlem in werking te stellen. Op grond daarvan heeft een adviescommissie een rapportage en advies opgesteld, waar beide college zich vooraf aan hebben verbonden. De financiële kern van het advies is dat in de eerste plaats de efficiëncykorting van € 540.000 per jaar in vijf gelijke stappen naar nul
wordt afgebouwd, te beginnen in 2021. Dit ontslaat college en organisatie niet om te blijven zoeken naar een zo efficiënt mogelijke uitvoering van werkzaamheden. In de tweede plaats adviseert de
commissie dat Zandvoort voor een deel van de overige knelpunten € 156.000 per jaar extra betaalt aan Haarlem, ingaande 2021. De
geschillencommissie geeft daarbij aan dat haar advies geldt tot aan de eindevaluatie van de ambtelijke samenwerking, in de verwachting en
onder de voorwaarde dat dan nieuwe afspraken voor de periode daarna
zullen worden gemaakt. De commissie doet heeft naar aanleiding van
haar werkzaamheden ook geadviseerd duidelijker afspraken te maken over de interpretatie van de dienstverleningsovereenkomst en de
governance van de samenwerking. Het college van Zandvoort stelt de raad voor in te stemmen met het
voorstel van het college voor de financiële dekking van het advies.
Kenmerk: 2021/281411
1/8
Behandelvoorstel voor commissie
De raadscommissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het
voorstel van het college over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
Relevante eerdere besluiten_______ Besluit College
Het college van burgemeester en wethouders
d.d. 25 mei 2021
Besluit: 1.
Het college conformeert zich aan de adviezen van de
2.
geschillencommissie; Het voorstel aan de raad vast te stellen.
de secretaris,
Besluit Raad d.d. 22 juni 2021
de burgemeester.
De raad der gemeente Zandvoort, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders,
Besluit; 1. De vergoeding aan Haarlem inzake de ambtelijke samenwerking vanaf 2021 te verhogen overeenkomstig het advies van de Geschillencommissie en dit te verwerken in de Najaarsnota 2021 en de Programmabegroting 2022-2026. 2. Ter dekking van het financiële effect van de adviezen van de Geschillencommissie: a. van de begrote dotatie aan de reserve SIA in 2023 een bedrag ad € 204.000 in te zetten; b. de begrote dotatie aan de reserve SIA vanaf 2024 ad € 250.000 geheel te schrappen en dit bedrag structureel in te zetten. 3. Het resterende financiële effect in 2021 ad € 136.000 te betrekken bij de Najaarsnota 2021. 4. Het resterende financiële effect in 2022 ad €97.000 (incidenteel) en vanaf 2025 ad € 125.000 (structureel) te betrekken bij de Programmabegroting 2022-2026. de griffier,
Kenmerk: 2021/281411
2/8
1. Inleiding Mede naar aanleiding van de tussentijdse evaluatie door Berenschot van de ambtelijke
samenwerking tussen Zandvoort en Haarlem, hebben in de periode tussen augustus 2020 en februari 2021 vier gesprekken plaatsgevonden tussen de colleges van beide gemeenten. Op de agenda stonden de versterking van de samenwerking en het oplossen van (financiële) knelpunten. De
gesprekken hebben niet geleid tot overeenstemming over de financiële knelpunten. Daarom hebben de colleges samen besloten de geschillenregeling van de Gemeenschappelijke Regeling ZandvoortHaarlem in werking te stellen. Deze regeling houdt in dat een geschillencommissie een advies opstelt over de betreffende kwestie.
De ambtelijke samenwerking tussen Zandvoort en Haarlem is formeel vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling en het Dienstverleningshandvest. Het Dienstverleningshandvest bevat onder andere financiële afspraken over de bedragen die Zandvoort aan Haarlem vergoedt voor de
dienstverlening. Eén van deze afspraken betreft dat op de bijdrage van Zandvoort aan Haarlem een efficiencykorting in mindering wordt gebracht. Deze efficiencykorting en de eerder genoemde knelpunten maken deel uit van de vraagstelling. Van de financiële knelpunten is door de directie van
gemeente Haarlem een lijst samengesteld. De vraag aan de Geschillencommissie luidt als volgt: "Beoordeel deze lijst met financiële knelpunten en daarbij de efficiencykorting aan de hand van het Dienstverleningshandvest, in het licht van de tussenevaluatie door Berenschot, en kom tot een redelijke uitkomst, waar beide partijen voor de toekomst mee verder kunnen. Betrek hierbij de afspraken over de overheadkosten."
De colleges hebben afgesproken zich aan het uitgebrachte advies te conformeren en de consequenties voor te leggen aan de raden. In dit raadsvoorstel geeft het college van Zandvoort hier invulling aan.
2. Voorstel aan de raad 1. De vergoeding aan Haarlem inzake de ambtelijke samenwerking vanaf 2021 te verhogen overeenkomstig het advies van de Geschillencommissie en dit te verwerken in de
Najaarsnota 2021 en de Programmabegroting 2022-2026. 2.
Ter dekking van het financiële effect van de adviezen van de Geschillencommissie: a.
van de begrote dotatie aan de reserve SIA in 2023 een bedrag ad € 204.000 in te zetten;
b.
de begrote dotatie aan de reserve SIA vanaf 2024 ad € 250.000 geheel te schrappen en dit bedrag structureel in te zetten.
3.
Het resterende financiële effect in 2021 ad € 136.000 te betrekken bij de Najaarsnota 2021.
4.
Het resterende financiële effect in 2022 ad € 97.000 (incidenteel) en vanaf 2025 ad € 125.000
(structureel) te betrekken bij de Programmabegroting 2022-2026.
Kenmerk: 2021/281411
3/8
3. Beoogd resultaat Beide colleges beogen met het inschakelen van de adviescommissie een objectief advies te krijgen over het oplossen van de geconstateerde financiële knelpunten.
4. Argumenten 4.1 Het advies voldoet aan de opdracht De Geschillencommissie heeft een handzaam advies uitgebracht, waarin duidelijk en met
argumenten omkleed een advies wordt gegeven aan beide colleges over het oplossen van de knelpunten. Daarmee heeft de Geschillencommissie voldaan aan haar opdracht. Tevens heeft de Geschillencommissie enkele aanvullende adviezen opgenomen, die voortkomen uit haar adviestraject. Op deze adviezen gaat het college nader in onder het kopje 4.5 Nadere adviezen van de Geschillencommissie.
4.2 Uitkomst van het advies over de efficiencykorting
De Geschillencommissie adviseert om de efficiencykorting van € 540.000 (prijspeil 2021) vanaf 2021 in 5 stappen tot nul af te bouwen. Uit het rapport:
"De commissie constateert dat de evaluatie geen grondslag heeft opgeleverd, dat de efficiencykorting geen nadere onderbouwing kent en dat de realisatie ervan niet wordt gemonitord. De commissie is van mening dat hiermee de grondslag ontbreekt om naar de toekomst toe tot een realistische benadering van de efficiencyvoordelen van de
samenwerking te komen. Uit de gesprekken met beide colleges concludeert de
commissie dat beide colleges in het kader van een nieuwe set van financiële afspraken afscheid willen nemen van de efficiencykorting. Vanwege het ontbreken van een
grondslag en de discussies die nu en in de toekomst hieruit (gaan) voortvloeien, adviseert de commissie de efficiencykorting niet langer deel te laten uitmaken van de
financiële afspraken in artikel 9.".
4.3 Uitkomst van het advies over de knelpuntenlijst De Geschillencommissie constateert dat van de lijst uit 2020 met 14 knelpunten er 7 een incidenteel
karakter hebben. Omdat het jaar 2020 inmiddels is afgesloten beperkt de Geschillencommissie zich tot de structurele knelpunten, voor een totaalbedrag van € 1.052.000 (actueel bedrag € 866.000). Het advies hierover valt in 4 punten uiteen.
1) Voor enkele knelpunten neemt de Geschillencommissie een eerder door de controllers van beide gemeenten uitgebracht advies over om de kosten hiervan niet aan Zandvoort door te
belasten. Het gaat daarbij om een bedrag van € 440.000.
2)
Het knelpunt voor materiële budgetten voor handhaving (€ 136.000, bijgesteld naar
€ 100.000) is inmiddels opgelost doordat Zandvoort dit in de begroting heeft verwerkt.
Kenmerk: 2021/281411
4/8
3) Over de knelpunten overhead ter grootte van€ 310.000 (neerwaarts bijgesteld tot € 170.000) oordeelt de Geschillencommissie op grond van de omschrijving van het begrip overhead en