Besluitenlijst - 10 juni 2025
Tekst van het document
Sociale werkvoorziening (Wet sociale werkvoorziening)
•
Nieuw beschut werk (Participatiewet)
•
Re-integratie voor werkzoekenden met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt en werkzoekenden met een arbeidsbeperking die in aanmerking komen voor een garantiebaan (Participatiewet)
•
Leerwerktrajecten voor jongeren met schooluitval zonder beroeps- of startkwalificatie (Wet voortijdig schoolverlaten en jongeren in kwetsbare posities).
Kenmerk: 2025/394665
2/6
Met de komst van de Participatiewet in 2015 is de beweging ingezet om zoveel mogelijk mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt bij reguliere werkgevers te plaatsen, bijvoorbeeld met inzet van loonkostensubsidie. Dat betekent ook dat er veel minder mensen beschikbaar zijn en komen om de omvang van het werkpakket dat Spaarne Werk aanbiedt, zoals schoonmaak of groen, te kunnen blijven doen. Net als veel andere werkontwikkelbedrijven zal Spaarne Werkt moeten transformeren om de bedrijfsvoering weer meer in evenwicht te brengen. Het bestuur heeft eind 2023 gekozen voor een duidelijke koers van de transitie, waarbij enerzijds wordt vastgehouden aan de bedoeling van de Participatiewet om zoveel mogeiijk mensen bij reguliere werkgevers te plaatsen, maar waarbij er wel een infrastructuur in stand blijft die altijd een thuisbasis vormt voor mensen die de stap naar reguliere werkgevers niet (duurzaam) kunnen maken. Eind 2024 zijn de eerste stappen gezet voor de afbouw van de werksoorten Business Post, Parkeerbeheer en het Fietsdepot en het afstoten van restaurant De Ripper. ln maart 2025 zijn de personele en financiële consequenties van deze koers verder vertaald in een transitieplan 2025 — 2028. Het transitieplan laat zien dat het tekort bij Spaarne Werkt ondanks besparingsmaatregelen de komende jaren groot blijft.
Het bestuur heeft daarom opdracht gegeven om in de zomer 2025 scenarios te presenteren voor 1) huisvesting 2) Kieding en Kringloop en 3) het Jongerenprogramma. ln de ontwerpbegroting is nog geen rekening gehouden met de uitkomsten. Het bestuur van Spaarne Werkt heeft op donderdag 17 april 2025 ingestemd met de ontwerpbegroting voor 2026. ln lijn met artikel 18 van de gemeenschappelijke regeling Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland worden de raden van de deelnemende gemeenten nu in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de ontwerpbegroting 2026 vóór 4 juli 2025 kenbaar te maken aan het bestuur van Spaarne Werkt. De begroting kan dan vóór 1 augustus 2025 door het bestuur worden vastgesteld en aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland worden gestuurd.
2. Beoogd resultaat De ontwerpbegroting 2026 Spaarne Werkt draagt bij aan de wettelijke taak om beschutte werkplekken aan te bieden. Binnen het programma Werk verwacht Spaarne Werkt in 2026 een beschutte werkplek te bieden aan 487 inwoners die vallen onder de voormalige Wsw en 150 met een indicatie nieuw beschut werk. Daarnaast wordt rekening gehouden met 55 tijdelijke plekken voor inwoners met een indicatie banenafspraak die de stap naar een reguliere werkgever (nog) niet kunnen maken. Binnen het programma Re-integratie worden naar verwachting tussen de 600 en 700 inwoners ondersteund in de stap naar een reguliere werkgever en worden 48 kwetsbare jongeren geholpen met een leerwerktraject.
Kenmerk: 2025/394665
3/6
3. Onderbouwing voorstei 1. Het bieden van beschutte werkplekken is een wettelijke taak Op grond van de Participatiewet (en de oude Wet sociale werkvoorziening) zijn gemeenten verplicht om mensen met een indicatie beschut werk een betaalde baan te bieden in een aangepaste omgeving. Door de beschutte werkplekken bij Spaarne Werkt kan de gemeente aan haar wettelijke verplichting voldoen. 2. De ontwerpbegroting 2026 is in lijn met het transitieplan 2025 — 2028 Spaarne Werkt zit — net als de meeste andere werkontwikkelbedrijven — in een transitie, waarbij de infrastructuur die gebaseerd was op de oude Wet sociale werkvoorziening wordt omgevormd naar een moderne, kleinere organisatie. Dit proces verloopt zorgvuldig en in een tempo dat rekening houdt met de doelgroep. ln het transitieplan 2025 - 2028 zijn de personele en financiële consequenties zichtbaar gemaakt. Dit plan is in maart 2025 met de raden gedeeld. De ontwerpbegroting 2026 is in lijn met de prognose voor 2026 in het transitieplan. 3. Er is dekking voor het grootste deel van het tekort Het Zandvoortse deel in het begrote tekort over 2026 (ruim €1,7 miljoen) is ongeveer € 68.000. 3.1 Dekking tekort beschut werk in vooriaarsnota Een groot deel van dit tekort wordt veroorzaakt op het tekort op beschut werk. Ai jaren blijkt dat de rijksmiddelen voor beschut werk ontoereikend zijn. Dat is een landelijk probleem.
Ondanks de besparingsmaatregelen die door Spaarne Werkt al zijn genomen, blijft er de komende jaren nog een tekort dat voor een groot deel wordt veroorzaakt door het tekort op beschut werk. De algemene reserve van Spaarne Werkt is ontoereikend om het volledige tekort over een langere periode op te vangen, zonder dat daarmee de door het bestuur bepaalde solvabiliteit van 30% in het geding komt. ln de voorjaarsnota 2026 wordt voorgesteld om rekening te houden met het tekort voor beschut werk. Voor 2026 is daarvoor totaal € 37.000 euro gereserveerd. 3.2 Extra gelden van het riik voor tijdeliike beschutte werkplekken Gemeenten ontvangen van het rijk € 3.600 per werkplek voor mensen die de stap naar de reguliere arbeidsmarkt (nog) niet kunnen maken (landelijk 10.000 plekken), de zogenaamde infrastructurele opslag die eind 2023 is toegezegd in het kader van de omvorming van werkontwikkelbedrijven. Voor de regio Zuid-Kennemerland gaat het om ongeveer 100 plekken voor mensen met een banenafspraak. Spaarne Werkt heeft 55 fte werkplekken opgenomen in de ontwerpbegroting 2026. Dat komt neer op bijna € 200.000, waarvan ongeveer € 8.000 voor Zandvoort. Deze gelden zijn niet meegenomen in de ontwerpbegroting 2026, maar kunnen alsnog ingezet worden als dekking van het tekort.
Kenmerk: 2025/394665
4/6
3.3 Voldoende stelknoppen om restant Zandvoortse deel in het tekort te financieren Van de € 68.000 is € 37.000 + € 8.000 = € 45.000 gedekt. Blijft over van het Zandvoortse aandeel een tekort van € 23.000. Dit tekort wordt nu niet gedekt omdat de uitkomsten van de vervolgonderzoeken uit het transitieplan (huisvesting, Kleding en Kringloop) en het Jongerenprogramma zeer waarschijnlijk ook invloed hebben op het resultaat over 2026. Ook speelt de toekomstige solvabiliteitsontwikkeling een rol in de wijze van financiering van het tekort. Belangrijkste is om de prikkel te houden om het tekort te minimaliseren. Daarnaast ontvangen gemeenten van het rijk transitiegelden. Voor 2026 voor de vier gemeenten samen € 350.000 euro. Die gelden zijn nu niet meegenomen in de begroting. Deze gelden kunnen mogelijk ingezet worden als blijkt dat er bijvoorbeeld voor huisvesting investeringen nodig zijn of formatie toch sneller afgeschaald wordt. 4. Risicos en kanttekeningen 4.1. Risicos 1. Tijdelijke werkplekken voor inwoners uit de doelgroep worden niet ingevuld ln de ontwerpbegroting is rekening gehouden met 55 fte die tijdelijk in dienst komen van Spaarne Werkt omdat ze de stap naar de reguliere arbeidsmarkt (nog) niet kunnen maken. Dit zijn veelal mensen met een banenafspraak. Dit is een belangrijke functie, omdat daarmee langer de tijd is om te kijken waar mensen het best tot hun recht komen.
Met name voor de werksoort Kleding en Kringloop is dit een belangrijke functie. ln de bezetting van deze werksoort is in de ontwerpbegroting rekening gehouden met 32 fte. Daarmee wordt voorkomen dat regulier moet worden ingehuurd. Dat betekent wel dat er continuïteit moet zijn in de instroom van inwoners voor wie deze tijdelijke plekken passend zijn. Om het risico te beperken zal bij de afbouw van werksoorten meer gestuurd worden op herplaatsing naar Kleding en Kringloop. 2. Landelijke taakstelling beschut werk is lager dan begroot Jaarlijks wordt door het rijk bepaald hoeveel beschutte werkplekken gemeenten minimaal moeten realiseren. Tot nu toe is de rijks financiering van de begeleidingskosten ook op deze aantallen gebaseerd. Dat betekent dat gemeenten niet meer krijgen dan het aantal plekken volgens die taakstelling. Landelijk wordt gesproken over een andere manier van financiering, waarbij meer recht wordt gedaan aan de daadwerkelijke realisatie. Op dit moment is daarover echter nog niets bekend. Wanneer de methodiek blijft zoals die nu is, betekent dat een financieel risico wanneer het aantal Zandvoorters met een indicatie beschut werk in 2026 hoger is dan de landelijke taaksteliing. Gemeenten zijn weliswaar niet verplicht om een beschutte werkplek aan te bieden boven de taakstelling, maar vanuit de doelgroep geredeneerd is dit een onwenselijke situatie.
Overigens wordt altijd zorgvuldig gekeken naar het proces van aanvragen van de indicatie beschut werk en gezocht naar mogelijkheden voor ontwikkeling van inwoners met een indicatie beschut werk naar bijvoorbeeld een banenafspraakbaan.
Kenmerk: 2025/394665
5/6
3. Benodigde tempo van transitie is hoog ln de ontwerpbegroting 2026 ¡s rekening gehouden met afbouw van niet regeling gebonden personeel naar 99,8 fte. Ten opzichte van de bezetting eind 2024 (bijna 118 fte) betekent dat een forse krimp. Daarnaast drukken de overheadkosten flink op de resultaten van de afzonderlijke programmas, terwijl er wel al rekening is gehouden met maatregelen om die terug te brengen. Wanneer deze maatregelen niet worden gerealiseerd, loopt de transitie achter op de begroting, terwijl het bestuur juist inzet op het terugbrengen van het tekort. 4. Compensatie via rijks-circulaires algemene uitkering gemeentefonds ln de ontwerpbegroting 2026 is evenals voorgaande jaren als uitgangspunt genomen dat de hogere kosten vanwege ¡ndexering van de lonen voor de Wsw volledig worden gecompenseerd door de integratie-uitkering Participatie vanuit het gemeentefonds. Dit is een reële veronderstelling gezien de ervaringscijfers uit voorgaande jaren. Het is afwachten of de in deze ontwerpbegroting 2026 geraamde participatie-uitkering daadwerkelijk in de komende meicirculaire 2025 beschikbaar komt. Een eventueel lagere bijdrage bevat een risico voor de begroting. 5. Consequenties en uitvoering 5.1 Financiën Voor de financiële consequenties wordt verwezen naar paragraaf 3, punt 3. 5.2.
Communicatie De zienswijze van de raad over de ontwerpbegroting wordt zo spoedig mogelijk, vóór 4 juli 2025, aan het bestuur van Spaarne Werkt overgebracht. Het bestuur stelt vervolgens de begroting 2026 vast. Vóór 1 augustus 2025 wordt de begroting aangeleverd bij Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. 5.3 Participatie De ontwerpbegroting 2026 is in lijn met het transitieplan 2025-2028. De Adviesraad van Zandvoort is op 14 maart 2025 tijdens een gezamenlijke informatiebijeenkomst met de Participatieraad (Haarlem) en Cliëntenraad (Heemstede/Bloemendaal) over dit plan geïnformeerd. 5.4 Juridisch Na zienswijze van de raden van de vier gemeenten kan de begroting vóór 1 augustus 2025 door het bestuur worden vastgesteld en aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland worden gestuurd. Daarmee is voldaan aan de wettelijke verplichting. 5.5 Planning De raden kunnen vóór 4 juli 2025 hun zienswijze aan het bestuur kenbaar maken. Het bestuur stelt vervolgens de begroting 2025 vast. Vóór 1 augustus 2026 wordt de begroting aangeleverd bij Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. 6. Bijlagen Bijlage 1 Ontwerpbegroting 2026 Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland (Spaarne Werkt)
Kenmerlc 2025/394665
6/6
Raadsbesluit
, Gemeente Zandvoort
Onderwerp Zienswijze Conceptbegroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Schooiverzuim en Voortijdig Schoolverlaten (VSV) Doorstroompuntregio Zuid-Kennemerland en limond Nummer
2025/440909
Portefeuillehouder
Carree, L.
Programma/beleidsveld
1.1. Onderwijs
Afdeling
JOS
Auteur
Meer, J. van der; Kniese, Y.
Telefoonnummer
0614370111
jmeer@haarlem.nl De Conceptbegroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten Doorstroompuntregio ZuidKennemerland en lJmond moet op grond van de wet GR voorzien van een toelichting toegezonden worden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken over deze conceptbegroting. De conceptbegroting moet voor 15 september 2025 bij Gedeputeerde Staten van de provincie Noord -Holland zijn ingediend.
Kernboodschap
Het GR bestuur heeft op 20 maart 2025 de conceptbegroting 2026 (en de meerjarenbegroting tot en met 2029) vastgesteld. ln de uitvoering van leerplicht en het doorstroompunt worden diverse activiteiten uitgevoerd o.a. voor de aanpak thuiszitters, verzuimende jongere, voortijdig schoolverlaters. Daarnaast worden veel verschillende projecten met partners ______________________ uitgevoerd in de regio. De raadscommissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel Behandelvoorstel voor van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk commissie over de begroting 2026 in de raadsvergadering. De commissie ontvangt elk jaar een inhoudelijk jaarverslag over schooljaren. Relevante eerdere besluiten Besluit college
Het college van burgemeester en wethouders
d.d. 13 mei 2025
Besluit: 1.
Het voorstel aan de raad vast te stellen.
de secretaris,
Kenmerk: 2025/440909
de burgemeester,
1/9
Besluit raad
De raad der gemeente Zandvoort,
d.d. 10 iuni 2025 Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: Als zienswijze naar voren te brengen bij het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten Zuid-Kennemerland en ljmond, dat de raad geen wensen of bedenking heeft bij de conceptbegroting 2026 behorend bij het reeds vastgestelde Meerjarenbeleidsplan 2023 - 2026 Kansen bieden aan jongeren. de griffier,
de voorzitter,
—(
1. Aanleiding Zandvoort neemt samen met de gemeenten de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede en Velsen deel aan de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten (VSV) RMC regio Zuid-Kennemerland en limond. Het bestuur is een gemeenschappelijk orgaan (GO), dat bestaat uit vertegenwoordigers van de colleges van B&W (de portefeuillehouders Onderwijs) van de deelnemende gemeenten.
Het Regionaie Meerjarenbeleidsplan 2023 t.m. 2026 Kansen bieden aan jongeren Het beleidskader is vastgelegd in het Regionaie Meerjarenbeleidsplan 2023 t.m. 2026 Kansen bieden aan jongeren van de Doorstroompuntregio Zuid-Kennemerland en ljmond. De aanpak bestrijding voortijdig schoolverlaten (VSV), leerplicht en doorstroompunt wordt voortgezet voor de periode 2023 t.m. 2026. Er wordt nog meer de samenwerking opgezocht met partners zoals scholbesturen, jeugdhulp, arbeidsbemiddeling, dagbesteding, afdelingen veiligheid en jongerenwerk. Het doel is om het aantal verzuimers, (nieuwe) voortijdige schoolverlaters en thuiszittende jongeren te verminderen en extra te begeleiden. Visie 2023-2026: Recht op ontwikkeling en passend leer(werk) aanbod voor elkejangere. De regionale visie is dat elke jongere recht op ontwikkeling heeft. Het streven is dat elke jongere zonder kwalificaties en elke jongere in kwetsbare positie in beeld is. Elke jongere moet een passend leer(werk) of dagbestedingsaanbod krijgen. Door een aanbod van scholing/opleiding, leren en werken, werk of dagbesteding al dan niet met extra begeleiding kan een jongere zich optimaal ontwikkelen. Jongeren moeten immers gelijke kansen krijgen om te kunnen
Kenmerk: 2025/440909
2/9
deelnemen aan de maatschappij. Met een diploma, certificaat of praktijkverklaring is de kans op participeren en een (droom) baan vinden voor jongeren namelijk groter. Op deze wijze wordt ook de jeugdwerkloosheid (structureel) teruggedrongen. Uitgangspunten De regionale uitgangspunten zijn: -Jongere centraal en benutten rege/ruimte De behoefte en mogelijkheden van de jongere staan centraal, maar de overheid en het onderwijsveld verwachten ook inzet en directe betrokkenheid van jongere en ouders. Onderwijs is een recht en kan een jongere op de rails houden en een beter toekomstperspectief bieden. Zoveel mogelijk wordt hierbij de regelruimte door de regio benut. Aan het recht op onderwijs zitten uiteraard ook verplichtingen voor de jongere/ouders vast. -Optimale kansen voor participatie Het uiteindelijke doel van onderwijs blijft jongeren optimale kansen bieden tot participatie en zelfstandig functioneren in de samenleving. Dit kan bereikt worden door zoveel mogelijk jongeren hun schooiloopbaan te laten afsluiten met een startkwalificatie (diploma op minimaal Havo of MBO niveau 2). Daarmee hebben jongeren immers een betere kans op duurzaam werk. ln situaties waarin het voor jongeren niet mogelijk is een startkwalificatie te behalen, bijvoorbeeld jongeren in het praktijkonderwijs, wordt zoveel mogelijk toegewerkt naar het behalen van andere diplomas of beroepskwalificaties.
-Jongeren in kwetsbare posities Specifieke aandacht is er voor jongeren in kwetsbare posities, bijvoorbeeld jongeren van het Praktijkonderwijs (PRO), Voortgezet Speciaal Onderwijs (vSO), die al dan niet kunnen doorstromen naar MBO- niveau 1 ofwerk. Ookjongeren van het Vmbo ofvan het MBO niveau 1 (Entree opleiding) kunnen onder deze doelgroep vallen volgens de definitie van voortijdig schoolverlaters. -Complexe problematiek en integrale aanpak met (jeugd)hulpverlenende instanties Complexe problematiek waarmee jongeren te maken krijgen neemt de afgelopen jaren toe en dit bleek des te meer in de corona omstandigheden blijkt uit de uitvoeringspraktijk van het Leerplein, scholen en andere kernpartners -Regionale aanpak met lokale inbedding Uitgangspunt bij leerplicht, doorstroompunt en vSv is een regionaie aanpak en Iokaal waar nodig. Lokale inbedding van de taken is geborgd, door bijvoorbeeld nauwe samenwerking met de Centra voor Jeugd en Gezin (CJGs), de sociale (wijk) teams en het jongerenwerk. -Preventieve aanpak en pro actief handelen De signalerende functie van leerplicht- en het doorstroompunt is toegenomen: Er dient zo vroegtijdig mogelijk en pro actief te worden gehandeld. Zo kan vaak op school verzuimen of vaak te laat komen een voorteken zijn van voortijdige schooluitval en voor andere problematiek.
Aangrenzende domeinen en gezamenlijke aanpak Ambities kan de regio alleen realiseren door een intensieve samenwerking met de schoolbesturen van Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs(VO), de Samenwerkingsverbanden PO en VO, het Middelbaar Beroepsonderwijs(MBO), waarbij de scholen eerst aan zet zijn. Ook de samenwerking andere ketenpartners zoals Jeugdhulp, Arbeidsbemiddeling, Veiligheid en jongerenwerk in de regio is uitermate van belang. Nog meer dan voorheen wordt een gezamenlijke aanpak uitgevoerd, vooral in het sociaal domein.
Kenmerk: 2025/440909
3/9
Met ingang van 1 januari 2026: de wet Van school naar duurzaam werk en Regionaal Programma 2026-2029 ln januari 2026 zal de wet Van school naar duurzaam werk (naar verwachting) in werking treden, vijf maanden later dan oorspronkelijk gepland. Omdat de wet en de onderiiggende regeigeving nog niet definitief zijn vastgesteld, staan ook de aan de regios toegekende bedragen nog niet definitief vast. ln de regio Zuid Kennemerland en limond werkte het Doorstroompunt al voor de doelgroep tot 27 jaar. Dit gebeurde in een beperktere taakuitvoering en gefinancierd vanuit de Participatiewet en de regionale aanpak Jeugdwerkloosheid. De wet Van school naar duurzaam werk betekent een bredere taakuitbreiding voor het Doorstroompunt, waarvoor met ingang van 2026 nu ook extra budget beschikbaar komt vanuit het Rijk. Er zal dan ook extra formatie worden ingezet voor de uitgebreide taakuitvoering voor de jongeren van 23-27 jaar. Het bedrag dat het Doorstroompunt zal ontvangen is ook bedoeld voor de uitvoering voor 16-/17-jarige jongeren. De wettelijke taakuitbreiding van het Doorstroompunt met de doelgroep 23-27-jarigen betekent ook dat de financiering vanuit de Participatiewet en de regeling Jeugdwerkloosheid (voor 23-27 jaar) kunnen vervallen voor het Doorstroompunt.
De centrumgemeente van de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en limond blijft de middelen voor coördinatie van de aanpak jeugdwerkloosheid richting Arbeidsmarktregio ontvangen. De regiogemeenten gaan het extra budget voor toeleiding van jongeren naar de arbeidsmarkt zelf ontvangen in het kader van de Participatiewet, maar (voorlopig) wel als een decentralisatie uitkering (DU). De gemeenten blijven e.e.a. gezamenlijk oppakken in de regio Zuid-Kennemerland en limond. Op basis van de nieuwe wet- en regelgeving worden per 1 augustus 2025 de bedragen van het Regionaal Programma VsV en de voormalige DU VSV Jeugd vanaf 1 augustus 2025 voor de contactgemeente opgeteld, waarbij de CBS-indicatoren als basis dienen. Het eventuele restant over 2025 kan worden ingezet tot en met 2026. De aanvraag voor de aanvullende maatregelen van het Regionaal Programma voor de jaren 2026 tot en met 2029 moet gezamenlijk worden ingediend door de contactgemeente Doorstroompuntregio, de contactschool (namens het onderwijsveld) en de (centrumgemeente) arbeidsmarktregio. Het doel is te komen tot een vernieuwd Regionaal Programma voor de aanpak van de bestrijding voortijdig schoolverlaten en de toeleiding van jongeren naar werk. Deze aanvraag is een vervolg op de periode 2020-2024 en de verlenging over 2025, en is gebaseerd op de per 1 januari 2026 van kracht zijnde wet Van school naar duurzaam werk.
De aanvraag kan in januari 2026 officieel worden ingediend. Ook wordt voor de periode 2026 tot en met 2029 opnieuw een convenant afgesloten met alle VO- en MBO-schoolbesturen, de contactgemeente van de doorstroompuntregio en nu ook de centrumgemeente van de arbeidsmarktregio.
Themas van het aanvullend Regionaal Programma zijn al gezamenlijk vastgelegd: • • • •
Samenwerking V(S)O-Praktijkonderwijs-MBO (voor VSO een wettelijk verplicht thema) Schoolaanwezigheid VO-MBO-Doorstroompuntregio Aanvullende loopbaanbegeleiding VSO-Praktijkonderwijs-MBO-DoorstroompuntregioArbeidsmarktregio (wettelijk verplicht thema) Jongeren met multi-problematiek
Kenmerk: 2025/440909
4/9
Deze themas ziin gebaseerd op de uitgevoerde regio-analyse, de gezamenlijke visie en de doelsteliingen van de wet. De lopende maatregelen in het Regionaal Programma 2026-2029 zullen door de partners, VO, MBO, arbeidsmarktregio onder leiding van de contactgemeente van de Doorstroompuntregio worden aangevuld met nieuwe maatregelen en waar nodig zullen lopende maatregelen worden geïnnoveerd. Evaluatie Regionaal Thuiszitterspact en Regionaal con venant verzuim/schoolaan wezigheid en Wetsvoorstel verzuim/schoolaan wezigheid 18De evaluatie van het regionaal Thuiszitterspact en regionaal Convenant schoolverzuim zijn in najaar 2025 gereed. Ook nieuwe wetgeving Terugdringen verzuim wordt meegenomen in deze evaluatie. De beoogde invoeringsdatum van deze wet is ook januari 2026. Addendum Meerjarenbeleidsplan 2022- t.m. 2026 ev Aan het Meerjarenbeleidsplan komt een addendum voor 2026 i.v.m. de nieuwe wetgevingen en de evaluaties. lnhoudelijk jaarverslag ln de jaarverslagen per schooljaar brengt het bestuur van genoemde Gemeenschappelijke Regeling een inhoudelijke rapportage uit over het gevoerde beleid op het gebied van leerplicht, doorstroompunt en Voortijdig Schoolverlaten. ln het inhoudelijk jaarverslag 2023-2024 is gerapporteerd over de uitvoering van het Meerjarenbeleidsplan 2023 t.m. 2026 Kansen bieden aan jongeren.
Begroting 2026 en meerjarenbegroting Op 20 maart 2025 heeft het bestuur van de GR de conceptbegroting 2026 (en de meerjarenbegroting tot en met 2029) vastgesteld, zie bijlage. De conceptbegroting 2026 moet op grond van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (GR) voorzien van een toelichting, toegezonden worden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken over deze ontwerpbegroting. De ontwerpbegroting moet voor 15 september 2025 bij Gedeputeerde Staten van Noord-Holland zijn ¡ngediend. 2. Beoogd resultaat Conceptbegroting 2026 De raden van de deelnemende gemeenten geven hun zienswijze op de conceptbegroting en delen deze mee aan het bestuur van de GR. Het doel van de beleidsaanpak is het aantal verzuimende leerlingen, thuiszittende leerlingen en voortijdig schoolverlaters te verminderen. 3. Onderbouwing voorstel Het voorstel past in programma 1 Maatschappelijke participatie. Specifiek draagt de vaststelling bij aan de doelstelling genoemd onder beleidsveld 1.1. Onderwijs en sport om ontwikkelingskansen voor jongeren te realiseren. Conceptbegroting past binnen de meerjarenbegroting van het Meerjarenplan vsv Het GR bestuur heeft een Meerjarenbeleidsplan Kansen bieden aan jongeren 2023 t.m. 2026 vastgesteld.
Kenmerk: 2025/440909
5/9
Het beschikbare budget voor de Doorstroompuntfunctie en het budget voor het Regionaal Programma , zoals nu bekend, verwerkt in de conceptbegroting 2026. De Wet van school naar duurzaam werk is nog niet vastgesteld, maar vastlegging is gepland in 2025. De conceptbegroting 2026 wordt aan alle zeven gemeenteraden van de RMC regio ZuidKenriemerland en IJmond gezonden voor zienswijze. Toelichting Perceel 1 CAReL Baten De bijdragen van de regiogemeenten zijn berekend conform artikel 24 van de gemeenschappelijke regeling. De bijdragen van de gemeenten bedragen 75% van de begrote kosten. Het restant, 25% wordt conform de GR ten laste van de specifieke uitkering Doorstroompunt gebracht. Lasten De personeelskosten voor CAReL voor 2026 en verder zijn begroot op basis van de gewijzigde begroting 2025. Voor 2025 en verder wordt per jaar rekening gehouden met een stijging van 4,4%. Deze stijging is het gevolg van wijzigingen in de gemeentelijke cao (CAR-UWO) en sociale lasten. Voor de materiële kosten in 2026 en verder wordt het reguliere onderhoudsbudget begroot met een jaarlijkse kostenstijging van 2,2%. Deze indexering dient o.a. de tariefstijgingen van de leverancier te dekken. Per 1-1-2026 zal ook de administratie worden uitgebreid met de doelgroep 23- tot 27-jarigen. Saldo Het saldo bedraagt met bovenstaande verdeling € 0,-.
Perceel 2 Leerplicht en Kwalificatieplicht Baten Zoals hierboven vermeld, worden de bijdragen leerplicht van de gemeenten vanaf 2019 conform artikel 25 van de GR berekend. De meerjarenbegroting is aangepast op de voor het jaar 2026 toegekende specifieke uitkering Doorstroompunt, een totaalbedrag inclusief de budgetten voor de uitvoering van 23-tot 27-jarigen en 16-/17-jarigen. Omdat de beschikking over de te ontvangen middelen van de rijksoverheid in 2026 nog niet is ontvangen, is voor de laatstgenoemde groep gewerkt met de onderverdeling van 2025. Er wordt hierbij op basis van de wetgeving nog nader bezien hoe de uitvoering voor de doelgroep 16-/17-jarige jongeren zo efficiënt mogelijk kan plaatsvinden. De verwachte indexatie is 2,2% (gelijk aan de indexering voor materiële kosten). De personeelskosten zijn gelijk aan de gewijzigde begroting 2025, verhoogd met de indexering van 4,4%.
Kenmerk: 2025/440909
6/9
Lasten Voor de genoemde bijdragen aan de regiogemeenten is uitgegaan van de door het Rijk beschikte bedragen voor 2025 en verhoogd met 2,2% verwachte indexering. Deze bijdragen zijn voor de GR neutraal. Op de personele kosten wordt een indexering toegepast van 4,4% en het materieel budget stijgt met 2,2%. Saldo Met bovenstaande verdeling van de kosten bedraagt het saldo op perceel 2 € 0,-. Perceel 3 Doorstroompunt De begroting voor perceel 3 is opgedeeld naar de verschillende deelprojecten. Ook de reeds vastgestelde begroting is opgedeeld naar deelprojecten. Baten Als gevolg van invoering van de wet Van school naar duurzaam werk verandert de taak van het Doorstroompunt (uitbreiding van de doelgroep met de groep 23- tot 27-jarigen) en komt er extra rijksbudget, zoals hiervoor al vermeld is. De opbrengsten uit de Participatiewet en de budgetten Jeugdwerkloosheid die het Leerplein (Doorstroompunt) eerder ontving voor taakuitvoering voor deze doelgroep kunnen daarmee vervallen. De doelgroep 23- tot 27-jarigen behoort vanaf 1 januari 2026 immers tot de reguliere doelgroep van het Leerplein. Voor de uitvoering ten aanzien van deze doelgroep zal vanaf 2026 op grond van de nieuwe wet extra formatie worden ingezet en zal nog meer outreachend worden gewerkt in samenwerking met diverse partners.
Over de lopende projecten Jeugdwerkloosheid die worden uitgevoerd door externe partijen wordt in 2025 op grond van de invoering van de nieuwe wet nog nader overlegd met de arbeidsmarktregio. Lasten De uitvoering voor de doelgroep 23- tot 27 jaar betekent dat er extra formatie moet worden ingezet door het Doorstroompunt.
Regionaal programma vsv Baten De budgetten voor de regionale Vsv regionale aanpak en de DU VSV zijn door de rijksoverheid samengevoegd. De meerjarenbegroting is aangepast op basis van de verwachte middelen voor het regionaal programma voor 2026 tot en met 2029. Lasten Een deel van het Regionaal Programma wordt uitgevoerd door de medewerkers Doorstroompunt. Een ander deel wordt ingezet voor projecten van externe partners. Voor het Regionaal Programma moet een nieuwe aanvraag worden ingediend voor de periode 20262029. Dit moet worden gedaan door de contactschool (namens het onderwijsveld VO en MBO), de contactgemeente en de arbeidsmarktregio. Uit de VSV-middelen worden al diverse projecten in de Doorstroompuntregio gefinancierd. ln 2025 zal nader bekeken worden welke activiteiten uit de periode 2021-2025 worden voortgezet in 2026, e.v. , eventueel met innovatieve aspecten en op welke nieuwe projecten aanvullend kan worden ingezet.
Kenmerk: 2025/440909
7/9
Spaarne Werkt — leerwerktrajecten Baten De bijdrage van de gemeenten aan de kosten van de begeleiding en de bijdragen voor de leerwerktrajecten verlopen via het Leerplein. Lasten De kosten van de uitvoering worden met de gemeenten afgerekend. 4. Risicos en kanttekeningen Kanttekeningen Vaststelling wetgeving en indiening aanvraag Regionaal Programma De exacte bedragen hangen af van de daadwerkelijke invoering van de Wet van school naar duurzaam werk en de definitieve beoordeling van de gezamenlijke aanvraag aanvullende maatregelen Regionaal Programma 2026 t.m. 2029. Hierover wordt begin 2026 meer bekend, als de aanvraag definitief door de rijksoverheid wordt beoordee!d. Vooruit ontvangen regionale middelen van de rijksoverheid uit voorgaandejaren ln de conceptbegroting 2026 zijn de benodigde opbrengsten uit de specifieke uitkeringen Doorstroompunt, kwalificatieplicht en vsv begroot. Daarnaast is het restant van deze specifieke uitkeringen over de afgelopen jaren bij de contactgemeente Haarlem voor de GR van de Doorstroompuntregio Zuid-Kennemerland en limond in kas. lndien een deel van de gelabelde en regionale middelen niet is uitgegeven, mag het niet-bestede deel namelijk worden doorgeschoven naar volgende jaren. Over de periode vanaf 1 augustus 2025 komt er nog extra budget van de Regeling regionale aanpak vsv bij.
De bedragen van de regionale aanpak 2020 tot en met 2025 mogen worden besteed tot eind 2026. Afwijkingen tussen realisatie en begroting kunnen dus ook worden opgevangen door deze opgebouwde buffers. Onderzoek Leerwerkbedrijf Spaarne Werkt Er wordt in 2025 een onderzoek gedaan naar de vorm van uitvoering leerwerktrajecten voor jongeren door Spaarne Werkt. Op basis van dit onderzoek vindt voor het schooljaar 2026-2027 e.v. besluitvorming piaats over de verdere uitvoering. 5. Consequenties en uitvoering De zienswijze van de Raad over de conceptbegroting wordt zo spoedig mogelijk aan het bestuur van de GR schoolverzuim en VSV overgebracht. Het bestuur van de GR stelt de conceptbegroting 2026 definitief vast en stuurt deze met de zienswijze van de raden voor 15 september 2025 aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland. Hiermee wordt voldaan aan de verp!ichting van de Wet GR. Hierdoor kan de uitvoering van leerplicht, doorstroompunt en vsv efficiënt plaatsvinden. De uitvoering vindt plaats door het Regionale Bureau Leerp!ein van de Doorstroompunt regio ZuidKennemerland en ljmond. De doorstroompunt/VSV taken zijn vanuit de wet- en regelgeving al belegd bij contactgemeente Haarlem, die rechtstreeks aanspreekpunt is voor de rijksoverheid.
Kenmerk: 2025/440909
8/9
6. Bijlagen -Concept begroting 2026 (en Meerjarenbegroting tot en met 2029 ) van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Schoolverzuim en Voortijdig Schooiverlaten (VSV) Doorstroompuntregio ZuidKennemerland en ljmond.
Kenmerk: 2025/440909
9/9
Raadsbesluit
Gemeente Zandvoort
Onderwerp Zienswijze ontwerpbegroting 2026 van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst limond Nummer
2025/440690
Portefeuillehouder
Kloet, J. de
Programma/beleidsveld
6.3. Openbare orde en veiligheid
Afdeling
VTH/ID
Auteur
Dooi, W. van den Dool
Telefoonnummer
06-42654923
wdool@haarlem.nl De Omgevingsdienst limond (ODIJ) is een gemeenschappelijke regeling waaraan
Kernboodschap
de gemeente Zandvoort deelneemt om de wettelijke milieu basistakenpakket vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) te laten uitvoeren. Daarnaast voert ODIJ voor de gemeente Zandvoort een aantal facultatieve taken uit: aanvullende milieutaken, vergunningverlening, toezicht en handhaving op de evenementen zoals de Formule 1 (dat nog twee jaar is verlengd) de bouwtaken en de toeristische verhuur. De GR bijdrage voor de milieutaken en de DVO bijdrage voor de aanvullende dienstverlening gaan in 2026 omhoog. Daarnaast vraagt ODIJ een incidentele bijdrage voor het afronden van het Programma herijking GR, DVO enfinancieringsstructuur en het Plan van aanpak scenarios voor de ______________________ toekomstbestendige_omgevingsdienst. Behandelvoorstel voor De commissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van commissie
het college en over de wijze van agendering van het raadsvoorstel ¡n de
_______________________ raadsvergadering. Relevante eerdere Zienswijze op de eerste begrotingswijziging 2025 gemeenschappelijke regeling besluiten
Omgevingsdienst limond en informeren over de jaarrekening en het jaarverslag
_____________________ 2023, raadsbesluit l6juli 2024 (2024/1588565) Besluit college Het college van burgemeester en wethouders d.d. 6 mei 2025
Besluit: 1.
Het voorstel aan de raad vast te stellen.
Het college besluit voorts: 1. De kadernota 2026 van de ODIJ vast te stellen en informeert de raad over haar besluit. de secretaris,
Kenmerk: 2025/440690
de burgemeester,
1/9
Besluit raad
De raad der gemeente Zandvoort,
d.d. lOjuni 2025 Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. Als zienswijze naar voren te brengen bij het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst limond (ODIJ) dat de raad geen wensen of bedenkingen heeft bij de Ontwerpbegroting 2026 van de Omgevingsdienst limond (ODIJ). 2. Het incidentele nadeel voor 2026 van € 38.000 voor Zandvoort voor het afronden van de tweede fase van het ontwikkelprogramma, na definitieve vaststelling van de Ontwerpbegroting 2026 in het Algemeen Bestuur van 9 juli 2025, te verwerken in de Programmabegroting 2026. 3. Het incidentele nadeel voor 2026 van € 70.000 voor Zandvoort voor het toezicht op het Formule 1 evenement, na definitieve vaststelling van de Ontwerpbegroting 2026 in het Algemeen Bestuur van 9 juli 2025, te verwerken in de Programmabegroting 2026. de voorzitter,
de griffier,
-(
1. Aanleiding De Omgevingsdienst limond (hierna ODIJ) is een gemeenschappelijke regeling waarin de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Edam-Volendam, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Uitgeest, Velsen, Waterland, Wormerland, Zandvoort en Provincie Noord-Holland deelnemen om het basistakkenpakket vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) te laten uitvoeren. Daarnaast voert ODIJ voor de gemeente Zandvoort een aantal facultatieve taken uit: vergunningverlening, handhaving en toezicht op de bouw en de toeristische verhuur waarvoor afspraken in dienstverleningsovereenkomsten zijn vastgelegd. Het is de bevoegdheid van het college de Kadernota 2026 van ODIJ vast te stellen. De ontwerpbegroting 2026 is gebaseerd op de Kadernota 2026 die ODIJ eerder met de raad heeft gedeeld. Het dagelijks bestuur heeft de ontwerpbegroting 2026 aan de gemeenteraden en
Kenmerk: 2025/440690
2/9
provinciale staten verstuurd met het verzoek om een zienswijze voordat het aigemeen bestuur ¡n de vergadering van 9 juli 2025 de ontwerpbegroting 2026 definitief vaststelt. De termijn om de begroting vast te stellen is op grond van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen verlengd tot 15 september om de raden meer tijd te geven voor het geven van een zienswijze op de begroting. Maar de termijn waarop het Algemeen Bestuur het jaarverslag moet vaststellen blijft 15 juli. De GR bijdrage aan ODIJ voor de wetteiijke taken en de bijdrage voor de aanvullende dienstverlening gaan in 2026 omhoog als gevolg van autonome prijsontwikkelingen (indexatie) en de toenemende bedrijfskosten. Daarnaast vraagt ODIJ in 2026 een incidentele bijdrage voor het uitvoeren van de tweede fase van het Programma herijking GR, DVO enfinancieringsstructuur en het Plan van aanpak scenarios voor de toekomstbestendige omgevingsdienst. Hiervoor heeft ODIJ de kostenverdeelsleutel eenmalig aangepast om gemeenten die de bouwtaken door ODIJ laten uitvoeren, zoals de gemeente Zandvoort, hierin uit solidariteit financieel tegemoet te komen. 2. Beoogd resultaat De gemeenteraad heeft kennis kunnen nemen van de ontwerpbegroting 2026 van de ODIJ en geeft uiterlijk 9 juli 2025 haar zienswijze aan de ODIJ.
Met het advies van de gemeenteraden en de provinciale staten kan het Algemeen Bestuur van de ODIJ de ontwerpbegroting 2026 definitief vaststellen. 3. Onderbouwing voorstel Ter voorbereiding van de begroting 2026 is de kadernota 2026 opgesteld. Het is de bevoegdheid van het college de Kadernota 2026 van ODIJ vast te stellen. 1. Het algemeen bestuur heeft de uitgangpunten voor de begroting 2026 met de kadernota 2026 vastgesteid met de kanttekening dat keuzes nog mogelijk moeten zijn Het algemeen bestuur acht het van belang dat de kadernota in lijn is met wat een aantal gemeenten eerder over bezuinigingen aan de gemeenschappelijke regelingen kenbaar heeft gemaakt. Daarom zal ODIJ in gesprek met de deelnemers ruimte bieden om de bezuinigingsmogelijkheden te duiden in relatie tot de stijging van de structurele lasten die ODIJ voorziet. Het gezamenlijke participatietraject betekent keuzes maken voor de toekomst van ODIJ en dan wordt het hiermee samenhangende kostenniveau voor de dienstverlening bepaalt. Het structurele effect wordt in de kadernota 2027 verwerkt. 2. De uitgangspunten voor de kadernota 2026 zijn in de begroting 2026 verwerkt met in achtneming van een beperkte structurele kostenstijging. Met de kadernota geeft het dagelijks bestuur van de ODIJ een indicatie over de hoogte van de bijdragen van de deelnemers, de beleidsvoornemens en de prijscompensatie (index).
ln de kadernota 2026 worden structurele van incidentele middelen onderscheiden. Daarnaast zijn in 2026 structurele middelen nodig voor de meest noodzakelijke bedrijfsvoering middelen. Samengevat:
Kenmerk: 2025/440690
3/9
bedrag X 1000
lndexatie
Bedrag
CAO/loonsom
+3,40%
___________
Prijsontwikkelingen
+0,35%
____________
Vervangen applicaties lnvestering pand (afschrijving) Onderhoud pand Wagenpark (leaseauto) Kostenstijging/tariefsverhoging
90
____________
25
_____________
35
____________
25
____________
+3,75%
175
a) lndexatie van 3,75%: CAO- en prijsontwikkelingen Op het moment dat de ODIJ het gewogen percentage berekende was de nieuwe Cao voor 2025-2026 nog niet bekend. Voor de berekening gebruikt ODIJ daarom de ramingen van het Centraal Planbureau: Aanvullende kerngegevens Actualisatie MLT september 2024. Bij het maken van de definitieve begroting rekent ODIJ met de meest recente ramingen of de dan geldende Cao.
Loonvoet voor de overheidssector Prljs materile overheldsconsumptie Indexatie tarief 2026
4 2,3
85% 15%
3,40% O,35%
3,75%
b) Nieuw uurtarief2026 wordt definitiefals de begroting 2026 wordt vastgesteld Het basistarief bedraagt voor 2026 € 109,55 (begroting 2025 was dat: € 104,50). Hierin zijn de indexatie van 3,75% en de stijging van de bedrijfskosten van € 175.000 verwerkt. Het definitieve uurtarief wordt vastgesteld in de begroting 2026. c) lncidentele kostenstijging: budget voor uitvoering van het programma en inzetten op centrale sturing Na de zienswijze op de begrotingswijziging 2025 stuurden de deelnemers aan op tegenvallers primair in de eigen begroting op te vangen. ln lijn met dit verzoek heeft ODIJ de noodzakelijke incidentele bijdrage zoveel mogelijk beperkt. Enkele ontwikkelingen hielpen daarbij, zoals een subsidie van het ministerie van lenW en een rentevoordeel in 2024. De incidentele middelen van totaal € 750.000 (blz 14/15 kadernota) zijn nodig ten behoeve van de uitvoering van de tweede fase van het Programma herijking GR, DVO enfinancieringsstructuur. De uitkomsten van dit programma, dat doorloopt tot en met 2026, zal richting geven aan de toekomstige koers en uiteindelijk zijn beslag krijgen in de kadernota en begroting 2027. De kans bestaat dat de bijdrage vanaf 2027 structureel hoger wordt. De noodzakelijke stappen op korte termijn: • Treffen van de beheersmaatregelen om de potentiële risicos op omgevingsveiligheid af te dekken (bezoek aan alle bedrijven);
Kenmerk: 2025/440690
4/9
Ervoor zorgen dat er inzicht is en wat er nodig is om de GR, DVO en financieringsstructuur op orde te brengen, zodat de organisatie kan toegroeien naar een situatie waarin zij in staat is haar wettelijke en primaire taak uit te voeren. De tweede fase van het onderzoek naar de toekomstscenarios voor de langere termijn. ODIJ verwacht dat de vraag van de deelnemers naar milieuadvisering (zowel rondom ruimtelijke plannen, transitieopgaven, als op vergunningverlening bij bedrijven) mede als gevolg van de schaarse milieuruimte binnen het werkgebied zal toenemen. Om een kwalitatieve uitvoering te kunnen garanderen en blijvend te kunnen voldoen aan de te verwachte vraag van de deelnemers acht ODIJ een gerichte investering in adviescapaciteit en expertise in 2026 essentieel. ODIJ versterkt de centrale sturing (met een nieuw managementteam) en verbetert de planning & control cyclus met heldere sturingsinformatie, controlemechanismen en rapportages (door onder andere te investeren in informatieanalisten). d) Relevante ontwikkeiingen Afgelopen jaar heeft ODIJ op verschillende momenten met haar deelnemers stilgestaan bij de veranderde opgave. De kennis van de impact van het handelen van bedrijven en maatschappij op de leefomgeving en specifiek het milieu en onze gezondheid neemt toe.
Ook is het steeds beter mogelijk om de impact te meten en te duiden waardoor deze tastbaarder en zichtbaarder wordt. Het werkveld van omgevingsdiensten verbreedt aan de ene kant door het ontstaan van nieuwe themas en aan de andere kant door verdieping van bestaande themas. Zoals de energietransitie, stikstof, zeer zorgwekkende stoffen en de Kaderrichtlijn Water (indirecte lozingen). Het werkveld wordt ook complexer waarbij ODIJ de uitvoering steeds vaker van lokaal naar regionaal of provinciaal niveau zien verschuiven. Omgevingsdiensten hebben landelijk de ambitie om meer datagericht te werken. Om dit effectief te maken vraagt dit inzet van alle partijen in de VTH-keten, maar ook van andere overheden. Door data op een uniforme wijze te registeren en uitwisselbaar te maken tussen partijen neemt de kwaliteit van analyses toe en kan de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Dit is een belangrijke ontwikkeling waarin omgevingsdiensten landelijk samen optrekken. 3. Van kadernota naar de begroting 2026 De ODIJ heeft de ontwerpbegroting 2026 gebaseerd op de door het bestuur vastgestelde Kadernota 2026 waarin alleen de indexatie en een aantal onvermijdelijke kosten voor de bedrijfsvoering zijn opgenomen. De ODIJ heeft vooral te maken met reguliere kosten die voorafte ramen zijn, zoals personeel en organisatiekosten.
Met het vaststellen van de ontwerpbegroting worden de uitgangspunten voor de begroting definitief: -
Het uurtariefvan € 109,55
-
De benodigde weerstandscapaciteit (algemene reserve): € 467.359
-
De incidentele bijdrage voor het ontwikkelprogramma van totaal € 750.000 (pagina 37/38))
Kenmerk: 2025/440690
5/9
4.
Wat vraagt ODIJ van de gemeente Zandvoort in 2026 aan de gemeenschappelijke regeling bij te
dragen?
bedrag X 1000
_________________
________________
_________
ZVT Begroting 2026
ODIJ Begroting 2026
Verschil
GR bijdrage wettelijke milieutaak
186
192
-6
Dvo Milieutaken
153
153
0
DVO bouwtaken (incl uitbreiding)*
83]
826
11
*opkoopbescherming (T&H)
25
25
0
DVO toeristische verhuur + APV
187
173
14
Formule 1
0
70
-70
Energiebesparingsakkoord (ECDW)
12
12
0
Geluid circuit (milieutaak)
9
15
-6
Geluid Evenementen/ZVT Beyond
25
25
0
Programmabijdrage
0
38
-38 -95
saldo
GR bijdrage wettelijke milieutaken (inbreng) De partnerbijdrage aan de gemeenschappelijke regeling bestaat uit meerdere componenten: de reguiiere basistaken milieu (inclusief lmpuls Omgevingsveiligheid) gebaseerd op een vastgestelde verdeelsleutel. Het stemrecht is bepaald op 2,08%. Daarnaast heeft de gemeente verschillende dienstverleningsovereenkomsten met de ODIJ afgesloten waaronder de milieutaken en voor het bouw- en woningtoezicht: DVO milieutaken De overeenkomst is afgesloten voor alle taken die niet tot de basis (GR) milieutaken behoren, zodat alle milieutaken (zowel beleid als uitvoering) bij ODIJ ziin beiegd. Het DVO loopt op 31 december 2026 af. DVO bouwtaken De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht regelt de omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De formatie voor Bouw en Woningtoezicht is sinds 2021 tijdelijk uitgebreid. Een eventuele kostenverhoging heeft effect op de leges (al kunnen overigens niet alle kosten met opbrengsten worden gedekt). Het DVO loopt op 31 december 2027 af. DVO toeristische verhuur Er zijn afspraken gemaakt over controle op naleving en bestuursrechtelijke handhaving van bestemmingsplanvoorschriften in relatie tot de toeristische verhuur. Het DVO Toezicht en handhaving toeristische verhuur kent een looptijd van 1 juli 2019 tot 31 december 2026.
Kenmerk: 2025/440690
6/9
De Formule 1 in 2026 Dit evenement blijft nog één jaar in Zandvoort. Voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving is een bedrag van € 70.000 gemoeid om met behoud van de juiste mensen en expertise dit evenement goed te kunnen begeleiden. Geluidsmetingen circuit en evenementen Hoe uitgebreid de onderzoeken zijn, kan per situatie verschillen. Het doel is de vastgestelde geluidsnormen te handhaven. Aan de begroting van ODIJ ontbreekt nog een aantal facultatieve taken waarvoor de gemeente Zandvoort in 2026 (ook) opdracht verleend: 1. Opkoopbescherming (2026 laatstejaar, begroot op € 25.000) 2. Controles tribunes evenementen (begroot op € 15.000) 3. Zandvoort Beyond valt onder geluidscontrole bij evenementen Samengevat past de gevraagde deelnemerbijdrage en de DVO verplichtingen binnen het begrote beleidsveld 6.3 met uitzondering van de extra bijdrage van € 38.000 aan het ontwikkelprogramma en € 70.000 voor toezicht en handhaving op het evenement Formule 1 in 2026. 4. Risicos en kanttekeningen Sinds 2024 werkt ODIJ samen met de gemeenten en de provincie aan het toekomstbestendig maken van de eigen organisatie. Dit betekent dat de organisatie operationeel en financieel in controle wordt gebracht om de huidige opdracht tegen het huidige bestuurlijke ambitieniveau te kunnen blijven uitvoeren met borging van de kwaliteit en de continuïteit.
Centraal staat de veranderende opgave op het gebied van milieu en gezondheid in de leefomgeving en de landelijke aangescherpte kwaliteitsen robuustheidseisen waaraan alle omgevingsdiensten in Nederland per 1 april 2026 dienen te voldoen. 4.1 Risicos Het risico bestaat dat: 1.
ODIJ ondanks alle inspanningen niet kan voldoen aan de door het ministerie van lenW gewenste omzetcriterium voor de verplicht ingebrachte milieutaken (robuustheidcriterium)
De Omgevingsdienst lJmond (hierna ODIJ) moet per 1 april 2027 voldoen aan de landelijke robuustheidscriteria. Om zich op deze vereiste voor te bereiden, heeft ODIJ een plan van aanpak gemaakt om aan deze eis te voldoen. De doelstelling van het uitvoeringsprogramma is het actualiseren van de juridische- en financiële kaders waarbinnen de GR deelnemers samenwerken. Periodiek toetst het ministerie van lenW de voortgang. Momenteel voldoet ODIJ niet aan de het minimale omzetcriterium voor de milieutaken om als zelfstandige organisatie verder te kunnen en het ziet er naar uit dat dit ook na herijking van de financieringsstructuur niet haalbaar is. Op andere
Kenmerk: 2025/440690
7/9
onderdelen zet ODIJ flinke stappen in de samenwerking met andere omgevingsdiensten. Er wordt hard gewerkt aan een toekomstbestendige organisatie met een solide financiële basis. 2.
De ba/ans tussen de bijdragen van de deelnemers en de uitvoering van de opdracht is zoek. Zandvoort heeft afgelopen jaren meer dienstverlening gekregen dan waarvoor zij betaalt, is de voorlopige uitkomst van het onderzoek.
De financieringsstructuur is niet robuust en nog gedeeltelijk gebaseerd op uitgangspunten uit de tijd van de oprichting. De financiële basisuitgangspunten dienen dan ook te worden geactualiseerd, daar is ODIJ mee bezig. De nieuwe financieringsstructuur is een belangrijke onderlegger voor de kadernota en begroting 2027 en leidt, zoals het er nu naar uitziet, tot een mogelijk hogere bijdrage passend bij de taken die ODIJ voor de gemeente en de provincie uitvoert. 4.2 Kanttekeningen 1.
Ongeacht de keuzes die nog gemaakt worden, moet de gemeente rekening houden met een
kostenstijging vanaf 2027 De financiële analyse maakt zichtbaar dat de begroting aanzienlijk kleiner is dan ODIJ op basis van de huidige dienstverleningsafspraken en met dezelfde kwaliteit kan waarmaken. Dit sluit aan bij het beeld hoe de achterstanden zijn ontstaan. Ook valt op dat er een aanzienlijke scheefgroei is ontstaan tussen de deelnemers, zowei financieel als qua stemverhoudingen en de mate waarin de risicos worden gedragen. ln de breedte van de organisatie zou dit zonder bijsturen een kostenstijging van circa 20% betekenen wat gelijk is aan een omzetvolume van 2,5 miljoen euro gerekend met het nieuwe tarief. De scheefgroei zorgt er thans voor dat de individuele percentages sterk kunnen afwijken en dat de rekening niet eerlijk wordt verdeeld. Daarom wordt per deelnemer de huidige situatie inzichtelijk gemaakt waarna de komende maanden met de deelnemers wordt gekeken welke keuzes gemaakt kunnen worden. Voorlopige conclusie is dat de gemeente Zandvoort afgelopen jaren veel meer dienstverlening heeft genoten dan de andere GR deelnemers. Met name voor de bouwtaken blijkt de vraag vele malen groter dan waarvoor is (en wordt) betaald. De gemeente moet dan ook rekening houden met het risico op een forse verhoging van GR bijdrage waarvoor onderzocht zal moeten worden of de leges kunnen worden aangepast. 2.
Uit de meerjarenbegroting valt op te maken dat de budgetten met 2,5% zijn verhoogd Voor de samenstelling van de jaarlijkse begroting wordt uitgegaan van de in de laatst vastgestelde begroting opgenomen ramingen en wijzigingen en wordt tevens rekening gehouden met de laatst bekende cao-afspraken zoals deze gelden voor de gemeentelijke overheid, het prijsindexcijfer voor de overheidsconsumptie en inclusief autonome ontwikkelingen. Op voorhand uitgaan van een indexatie van 2,5% ligt niet voor de hand. Bovendien moet voorkomen worden dat de index stapelt.
Kenmerk: 2025/440690
8/9
5. Consequenties en uitvoering Conform de Wet op de Gemeenschappelijke Regeling hebben alle raden van de GR de gelegenheid om hun zienswijze op de ontwerpbegroting 2026 af te geven voordat het algemeen bestuur in vergadering van 9 juli 2025 de begroting definitief vaststelt. Daarom wordt de raad in de gelegenheid gesteld om vóór 9 juli 2025 een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting 2026 en het dagelijks bestuur over haar besluit te informeren. De ODIJ is verplicht vóór 15 september 2025 een vastgestelde begroting in te dienen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Consequentie van het besluit: 5.1 Financiën Op basis van het nieuwe basistarief voor de dienstverlening van ODIJ wordt de bijdrage van de gemeente Zandvoort met ingang van 2026 € 192.000 (dit was € 184.000). De gevraagde deelnemersbijdrage en de DVO verplichtingen passen binnen het begrote beleidsveld 6.3 met uitzondering van de incidentele bijdrage van € 38.000 aan het ontwikkelprogramma van ODIJ en een budget van € 70.000 voor toezicht en handhaving op het evenement Formule 1 in 2026. De raad wordt gevraagd het budget hiervoor beschikbaar te stellen. 6. Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief ontwerpbegroting 2026 en jaarstukken 2024 Omgevingsdienst lJmond 2. Ontwerpbegroting 2026 Omgevingsdienst lJmond 3. Kadernota 2026 Omgevingsdienst lJmond
Kenmerk: 2025/440690
9/9
!I Gemeente
Raadsbesluit
Zandvoort
Onderwerp Vaststelling Startnotitie Herontwikkeling Raadhuis Zandvoort Nummer
2025/408295
Portefeuillehouder
Kloet, J. de
Programma/beleidsveld
4.1. Wonen en ruimtegebruik
Afdeling
PCM
Auteur
Van Dijk, J
Telefoonnummer Email Kernboodschap
jvandijk@haarlem.nl Zandvoort blijft behoefte houden aan een eigen gemeentehuis — toekomstbestendig, duurzaam en passend bij de omvang van de organisatie. Die behoefte is bevestigd in het Coalitieprogramma 2022-2026. Omdat het huidige raadhuis verouderd is en deels leegstaat, is dit hét moment om te kiezen voor een compactere en duurzamere huisvesting. Dat biedt niet aileen een betere werkplek, maar creëert ook ruimte voor andere urgente behoeften in het dorp, zoals (betaalbare) woningbouw. Om deze renovatie en herontwikkeling in goede banen te leiden, heeft de gemeente een startnotitie opgesteld. Hierin zijn het projectdoel, de beoogde resultaten, de eerste kaders en de hoofdlijnen van het proces beschreven. De verdere uitwerking — zoals randvoorwaarden, eisen en wensen — volgt na
________________________ vaststelling_van deze notitie. De raadscommissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel Behandelvoorstel voor van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk commissie in de raadsvergadering. Relevante eerdere
Herontwikkelen Raadhuislocatie (2019/149854)
besluiten Besluit college
Besluit:
d.d. 6 mei 2025
1.
Het voorstel aan de raad vast te stellen;
Het college besluit voorts: 2. Op bijlage 3 behorende bij dit besluit geheimhouding op te leggen op grond van artikel 87 van de Gemeentewet van de financiële belangen van de gemeente als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid aanhef en onder b van de Wet openbaarheid overheid. ln paragraaf 5.4 is dit nader toegelicht. 3. De geheimhouding te laten gelden totdat de definitieve gunning van de grond heeft plaatsgevonden, de overdracht van de grond is afgewikkeld en alle opdrachten met betrekking tot huisvesting en renovatie van het raadhuis zijn afgerond. de secretaris,
Kenmerk: 2025/408295
de burgemeester,
1/9
1. Aanleiding Met ingang van januari 2018 delen Zandvoort en Haarlem dezelfde ambtelijke organisatie. Dit heeft er in de afgelopen jaren toe geleid dat een aanzienlijk deel van het huidige raadhuis met gemeentekantoor niet of enkel op bepaalde tijden wordt gebruikt. ln 2019 heeft de raad (2019/149854) daarom het college opdracht gegeven tot verdere planvorming te komen. Dit besluit zag toen op de beoogde s1oop van de nieuwbouw uit 1995 en het tusseniid uit de jaren 80. Om hier kleinschalige woningbouw (primair) of hotelfunctie (secundair) én huisvesting voor de gemeentelijke organisatie te realiseren. Ook zijn er voorwaarden en uitgangspunten meegegeven. Er is veel tijd verstreken tussen het raadbesluit uit 2019 en de voorliggende startnotitie. Er zijn in de afgelopen periode meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de huisvesting en de ruimtebehoefte. Tevens zijn er diverse ontwikkelscenarios voor woningbouw uitgewerkt. Dit heeft bruikbare inzichten opgeleverd voor de vervolgfases. Het heeft helaas ook veel tijd gevraagd voor de afronding van de initiatieffase met de voorliggende startnotitie. Vanwege de tijd tussen het raadsbesluit en deze startnotitie worden in dit raadsvoorstel enkele van de destijds vastgestelde uitgangspunten voorgelegd voor actualisatie of herijking. Zandvoort houdt in de toekomst een duidelijke behoefte aan een eigen gemeentehuis.
Dit is in het Coalitieprogramma 2022-2026 nogmaals bekrachtigd. Dit moet een betekenisvolle plek zijn in het hart van het dorp voor de Zandvoorter, ondernemers, bezoekers en de gemeentelijke organisatie. Vanwege de leegstand in en veroudering van huidige gebouw kan worden volstaan met een compactere, en duurzamere huisvesting. Er ontstaat ook een kans om de ruimte die vrijkomt op de locatie in te zetten voor belangrijke opgaves voor het dorp zoals (betaalbare) woningbouw.
Kenmerk: 2025/408295
2/9
Conform het Zandvoorts Ruimtelijk Planproces (ZRPP) wordt bij de start van een project de startnotitie ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad. Hierin staan onder andere het projectdoel en -resultaat, de eerste kaders en het proces op hoofdlijnen. De uitwerking van de kaders in specifieke randvoorwaarden, eisen en wensen vindt plaats na de vaststelling van de startnotitie. Deze kaders worden vastgesteld in een Programma van Eisen voor de Leefomgeving (PvEL) met expliciete aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, water, groen en parkeren. 2. Beoogd resultaat Het eindresultaat van het totale proces is tweeledig: 1. De herhuisvesting van politiek en bestuur en (een deel van) de gemeentelijke organisatie naar het monumentale raadhuis, inclusief renovatie en verduurzaming. lndien niet alle gewenste functies kunnen worden ingepast in het rijks monumentale deel is nieuwbouw of behoud van een gebouwdeel nodig. 2. De realisatie van 30-50 (betaalbare) woningen en mogelijk aanvullende functies op de locatie die beschikbaar komt. Deze ontwikkeling bevat tevens een eigen parkeervoorziening. 3. Onderbouwing voorstel 3.1 De gemeentelijke huisvesting wordt op orde gebracht Het monumentale raadhuis staat grotendeels leeg en voldoet momenteel niet aan het gewenste gebruik door de gemeente. Ook in het deel van het gemeentekantoor is leegstand.
ln de praktijk blijkt de bezetting van een deel van de ruimtes laag. Het gebouw en de installaties zijn gedateerd en aan renovatie of vervanging toe. Met de startnotitie kan worden gewerkt aan een compacter en duurzamer raadhuis passend bij de gemeentelijke organisatie. Toegankelijk en beter bruikbaar voor bewoners en ondernemers en een prettige werkplek voor de gemeentelijke organisatie. Tevens worden aanzeggingen van de ODlJ op het gebied brandveiligheid en energielabels zoals in 2024 voorkomen. Na vaststelling zal een architectenbureau worden geselecteerd. Op basis van een gemeentelijk programma van eisen voor het raadhuis worden ontwerpen voor de nieuwe huisvesting gemaakt. Het architectenbureau dient aantoonbare ervaring met huisvestings- en renovatieprojecten van rijks monumentale overheidsgebouwen te hebben. Het architectenbureau kan ook de begeleiding van de renovatie doen en vereist bouwhistorisch onderzoek verrichten. 3.2 Een compacter en duurzamer raadhuis biedt kansen voor herontwikkeling Door een compactere gemeentelijke huisvesting komt op een centrale locatie in het dorp ruimte vrij voor woningbouw. Zandvoort heeft behoefte aan (betaalbare) woningen.
Nadat de plannen voor de nieuwe huisvestingsituatie gereed zijn, is duidelijk welke vrijgekomen ruimte (gebouw en terrein) kan worden ingezet om invulling te geven aan de woningbouwopgave en het woonbeleid van de gemeente. Ten aanzien van parkeren is in het Coalitieprogramma aangegeven dat elk nieuwbouwproject of wijziging/uitbreiding van bestaande gebouwen zelf voor voldoende parkeervoorzieningen moet zorgen. Er mogen dus niet minder parkeermogelijkheden voor huidige inwoners, ondernemers, dag- en verblijfstoeristen overblijven. Het uiteindelijk aantal te Kenmerk: 2025/408295
3/9
realisaren woningen hangt onder andere af van nog te maken keuzes voor het woonprogramma, stedenbouwkundige uitgangspunten en ontwerpen etc. Afgelopen december en januari zijn belangrijke rechterlijke uitspraken gedaan over stikstof. Er is vanuit het Rijk en de provincies nog veel onduidelijkheid over de betekenis hiervan voor projecten ¡n Zandvoort. Omdat het raadhuis compacter en duurzamer wordt, zal de stikstofuitstoot in de nieuwe situatie naar verwachting lager zijn dan in de oude situatie. De uitgangspositie van dit project ten opzichte van stikstof lijkt daarmee gunstig. Afhankelijk van de berekende stikstofuitstoot en de consequenties van de rechterlijke uitspraak zal blijken of de stikstofsituatie inderdaad gunstig is voor de gewenste deelopgave herontwikkeling naar woningbouw en of er misschien stikstofruimte overblijft om in te zetten voor andere projecten. 3.3 De herontwikkeling van het raadhuis past binnen de Omgevingsvisie Dit project geeft invulling aan verschillende ambities van de omgevingsvisie Zandvoort: