6. Transcript - 9 april 2024
Tekst van het document
Leg ik 2 pakketten met kleding neer en zeg, kies er maar eentje. Dat is het beste. Dat werkt misschien met kinderen en bij ons niet. En dat is echt het gevoel wat ik hierbij krijg. En ik vind het eigenlijk ook, net wat mevrouw Koper aangeeft, ik twijfelde nog of ik het bij het begin van de agenda zou aangeven, maar gewoon geen goed stuk. En iets om terug te trekken. En eigenlijk gewoon ook de vraag aan
deze commissie en aan de raad om akkoord te gaan met hetgeen wat in eerste instantie voorlag en daar het gesprek over aan te gaan hoe we dat het beste kunnen doen. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we over naar Jong Zandvoort. De heer Berg. De heer B. Berg: Dank u wel, voorzitter. Ik zit toch te bedenken of ik eerst ga beginnen met de reactie op wat de heer Hermsen het zijn, maar dat zal ik maar voor de tweede termijn bewaren. Daar wordt u vast vrolijker van. Ik was het er in ieder geval niet mee eens. Ik zal vast een tipje van de sluier geven. Jong Zandvoort is nog steeds tegen asielopvang in Zandvoort. Echter hebben wij door de verplichting van de Spreidingswet daar niks meer over te vinden. Iedere gemeente krijgt een wettelijke taakstelling, oftewel een opgedragen aantal opvangplekken te realiseren. Voor Zandvoort is deze taakstelling 94. Volgens de wet moeten wij 94 opvangplekken realiseren, naast de 191 opvangplekken die wij op dit moment voor Oekraïners hebben. In het voorstel vraagt het college aan de raad om argumenten en overwegingen mee te geven aan de wethouder voor overleg in de regio. Daarom zal ik nu een aantal overwegingen van de fractie van Jong Zandvoort inbrengen. De voorzitter: Mijnheer Berg, moment. U heeft een interruptie van de heer Gerrits van ZEE. En die is heel kort. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk een verhelderende vraag.
Want u zegt, elke gemeente heeft een bepaalde taakstelling. Dat lees ik niet in de wet. Waar heeft u die informatie vandaan? De provincie heeft een taakstelling waar wij gezamenlijk uit moeten komen. De voorzitter: De vraag is helder. De heer Berg. De heer B. Berg: Mijnheer Gerets heeft natuurlijk gelijk, maar ik was bang als ik dat hele verhaal zou herhalen over provincies, regio's, Commissaris van de Koning, staatssecretaris, COA, ik kan nog wel even doorgaan, maar dat zou heel technisch worden. Ik heb hem heel kort gehouden met, de gemeente heeft een taakstelling. En uiteindelijk is dat ook waar we het vanavond over hebben, de taakstelling die deze gemeente heeft. Maar op papier heeft u natuurlijk volkomen gelijk. Het is meer dan alleen een gemeente. Maar ik wilde het kort houden, nogmaals, vanwege de technische aard. Dan ga ik door naar de overwegingen van de fractie van Jong Zandvoort. Jong Zandvoort vindt het in basis onwenselijk om meer asielzoekers op te vangen dan wij wettelijk verplicht zijn. Maar mochten hier extra voordelen bijkomen, zoals beveiliging, onderwijs en dagbesteding, valt daar met ons zeker over te praten. Gemeenten hebben naast de taakstelling voor asielzoekers ook een taakstelling voor de huisvesting van statushouders.
Omdat de woningvoorraad in Zandvoort beperkt is, is het voor Jong Zandvoort onbespreekbaar dat we meer statushouders gaan huisvesten dan er van ons verwacht wordt. Daarnaast hebben wij nog een andere overweging. De Spreidingswet staat bij de formatie heftig ter discussie. Hoe een nieuw kabinet de Spreidingswet gaat aanpakken, is nog niet bekend. Maar omdat de onderhandelingen gevoerd worden door vier rechtse partijen, zal dat waarschijnlijk zeer anders zijn dan het huidige demissionaire kabinet. Zoals ik in het begin van mijn betoog al zei, Jong Zandvoort is nog steeds tegen asielopvang in Zandvoort. Mocht een nieuw kabinet de gemeente geen opvang meer verplichten, is mijn fractie van mening dat we dan ook geen asielopvang gaan realiseren. Daarom wil ik het college graag meegeven in gesprek met de regio altijd een slag om de arm te houden. Doe geen harde beloftes in overleg met de regio tot een nieuw kabinet duidelijkheid heeft gegeven over de Spreidingswet. Nogmaals, mocht de gemeente geen opvang verplicht zijn, wil mijn fractie ook geen asielopvang in onze gemeente. Ik denk, ik wacht even voor interrupties. Hierna ga ik door naar een ander punt. De voorzitter: Een verhelderende vraag, mevrouw Koper, Partij van de Arbeid.
Mevrouw Koper: Ik heb er twee op het laatste. Hoor ik u nu zeggen, en ik heb de vraag ook aan de heer Bouberg Wilson gesteld, dat u niet bereid bent om de wet uit te voeren? Want het kan weleens zo zijn dat het kabinet nog een jaar op ons wacht. Liggen al die mensen op straat. Dat is de eerste vraag. En ten tweede hoorde ik u iets zeggen als extra eisen als beveiliging. En ik heb het net ook al gehoord, als u kijkt naar de cijfers, dan als het gaat om criminaliteit en veilig, dan zijn asielzoekerscentra en niet veilige activiteiten en criminele activiteiten die daar dan voorkomen, die liggen beduidend lager dan bepaalde woonwijken hier in Nederland. Ik wil graag weten waarom u het nodig vindt dat daar beveiliging wordt ingezet. De voorzitter: De heer Berg, Jong Zandvoort. De heer B. Berg: Ik ga beginnen met het eerste punt wat mevrouw Koper aanhaalt. Mevrouw Koper zegt, dan wilt u de wet niet uitvoeren. Mocht een nieuw kabinet duidelijkheid geven wat er met deze wet gebeurt, kan het ook zomaar zijn dat de wet wel gewoon blijft zoals hij nu is. En dan is het niet anders. Dan hebben wij er ons aan te houden. Maar mocht een kabinet met de grootste partij de PVV, mijnheer Van Tiggelen zal blij zijn dat ik dit nu gaan noemen, maar als er toch wel één partij tegen de Spreidingswet is geweest, is dat de PVV wel geweest.
En ik vind het tamelijk naïef om te denken dat er nu een nieuw kabinet gevormd wordt en dat er dan de Spreidingswet maar klakkeloos overgenomen wordt, zoals hij er nu ligt. Mocht de Spreidingswet na de kabinet formatie zo blijven, vind ik dat we hem uit moeten voeren. Daar geen discussie over. Maar ik vind ook wel dat we die slag om de arm moeten houden, omdat de uitkomst van die Spreidingswet en de kabinetsformatie allesbehalve zeker is op dit moment. Tweede punt. Mevrouw Koper had het over beveiliging, net ook al op de interruptie van de heer Bouberg Wilson. En ook mijnheer Hermsen vroeg, zou u dat voor toeristen ook doen? Ik vind die toch tamelijk ingewikkeld. Aan de ene kant zijn die twee groepen absoluut niet met elkaar te vergelijken. Asielzoekers die wij hier gaan opvangen doen een aanvraag om Nederlander te worden. Als jij daar in die looptijd van die aanvraag misdaden pleegt, hoef je van mij geen Nederlander meer te worden. En met een toerist hebben wij die bevoegdheid niet. En laat duidelijk zijn, als gemeente hebben wij die bevoegdheid ook niet hoor. Maar daar gaat wel het Rijk over en het land waar wij met zijn allen toch nog in wonen. En daarnaast, ook voor toeristen die hier afgelopen zomer de boel verstierd hebben, die hebben een gebiedsverbod gekregen. Zijn ook gebiedsverboden uitgedeeld. Ook een zerotolerancebeleid.
Wat dat betreft zijn ze aan de ene kant totaal niet met elkaar te vergelijken en aan de andere kant toch enigszins gerechtvaardigd. De voorzitter: Interruptie, mevrouw Koper, Partij van de Arbeid. Mevrouw Koper: Op voorhand suggereert u dat bezoekers of nieuwe inwoners of asielzoekers, dat daar beveiliging nodig voor is. En die vraag stel ik u nogmaals, kent u de cijfers? Want dit is op onderbuikgevoel en beelden. En dit berust niet op feiten. De voorzitter: Bent u het met haar eens, is dan de vraag. De heer B. Berg: Sorry hoor. Nee, natuurlijk niet. Want mevrouw Koper heeft het over de cijfers. Mevrouw Koper heeft het over, kent u de cijfers? Maar ik zou aan mevrouw Koper willen vragen, kijk eens naar het nieuws over Ter Apel, hoe de mensen daar naar die cijfers toe kijken. Daar is het allesbehalve veilig. Probeer maar eens zo'n asielopvang zonder beveiliging te regelen. En mevrouw Koper heeft net een heel betoog gehouden over draagvlak creëren. Ben ik helemaal met haar eens. Maar als er één ding is wat funest is voor draagvlak, is een asiellocatie zonder beveiliging.
De voorzitter: Dat was u bijdrage? Ik heb net al aangegeven, ik wil zoveel mogelijk de interrupties in de tweede termijn, zodat we eerst allemaal onze bijdrage hebben geleverd. Ik wil u ook verzoeken, als u opmerkingen heeft ten opzichte van elkaar, om die even te noteren en in uw eigen termijn te betrekken. Wilt u hem afmaken, uw betoog, mijnheer Berg? De heer B. Berg: Ik had eigenlijk in mijn betoog nog iets mee willen nemen over het COA en de plaatsing van statushouders in dat hotel. Maar in het oog van efficiënt vergaderen vind ik nu toch bij nader inzien dat dat niet helemaal bij dit agendapunt past. En ik noemde wat mijnheer Van Tiggelen net al zei, ik ga hem volgend jaar agenderen. Bewaar ik dat daarvoor. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. GroenLinks, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Dank u wel, voorzitter. Ik heb even getwijfeld hoe ik ga starten. En ik ga toch starten, zoals ik eigenlijk het voorgenomen had. En dat is als volgt. Ik ben namelijk een zoon van een migrant. Tweede generatie hier. Mijn kinderen zullen hopelijk derde generatie worden en uiteindelijk volwaardig, zoals we dat vroeger nog noemden, autochtoon. En waarom zeg ik dit u nu, omdat ik me enorm stoor aan het frame wat hier weer op statushouders, vluchtelingen en Oekraïners wordt gelegd.
En precies het punt dat mevrouw Koper nog maakt over de beveiliging is waar het bij mij al meteen in het verkeerde keelgat schiet. En ik ga u ook uitleggen waarom. Met dat frame wat daarop wordt geplaatst, namelijk er is beveiliging nodig, zorgt eenieder hier in deze commissie daarvoor dat er wordt gesuggereerd dat deze mensen wellicht crimineel gedrag vertonen. Ik kan u uit de directe omgeving van mijn werk, ik ben, zoals u weet, docent op een middelbare school, meegeven dat die asielzoekers daar inderdaad worden beveiligd. Maar die asielzoekers worden niet beveiligd, omdat zij wellicht mogelijk crimineel gedrag vertonen. Ze worden beveiligd tegen mensen van buitenaf, die wellicht dingen met die asielzoekers willen doen. En die hele discussie vindt hier niet plaats. Als we het over beveiliging hebben, dan hebben we het bij asielzoekers heel vaak over beveiliging voor mensen die gedwongen wellicht het criminele circuit in worden getrokken door welke louche figuren er ook omheen zitten. Maar nog meer tegen de opstand van mensen in de samenleving die het daar niet mee eens zijn. En ik vind dat rechtse partijen ook in deze gemeenteraad daar eens verantwoording voor moeten afleggen. Want als ik daarnaar kijk... En er wordt heel vaak gezegd, links heeft de asielcrisis, de migratiecrisis veroorzaakt. Dan vind ik dat een onvolledige en onjuiste suggestie.
Waarom? Het is rechts, de rechtse partijen en ook wederom de rechtse partijen in deze gemeenteraad geweest die dit soort asielopvangen, die Zandvoort vroeger ook had, die die de nek om hebben gedraaid. Mijnheer Berg komt met het voorbeeld van Ter Apel. Prima. Ter Apel wordt overstelpt met mensen. Deze Spreidingswet is er juist gekomen om Ter Apel te ontzien. En u gaat dat nu als argument aandragen van, kijk eens hoe het daar gaat. Weet je waarom het daar zo gaat, voorzitter, omdat er gewoon een teveel aan mensen is daar. Te veel mensen op een kleine ruimte. Dat zouden wij als Nederlanders, of wie dan ook, met welke achtergrond dan ook, niet fijn vinden. En toch wijzen we daarnaartoe. En toch willen we proberen hiervan af te komen. Als u Ter Apel wil oplossen, mijnheer Berg, dan moet u hoe dan ook instemmen deze Spreidingswet en met welke uitvoering dan ook, ongeacht of die wet er wel of niet blijft. Dat is mijn punt als GroenLinks. Als ik dan naar het stuk kijk, voorzitter, dan schrik ik. Ik schrik om de vragen die D66 heeft gesteld, met de onderbouwing. Want als die onderbouwing dan, stel, is gemaakt op de bijeenkomst in De Blauwe Tram, dan kunnen we concluderen dat het draagvlak misschien wat lager was.
Stel, we gaan kijken naar de tijdelijke opvang van asielzoekers in de Korver Sporthal, dan kunnen we concluderen dat het draagvlak in de gemeente Zandvoort juist erg hoog was. Waarom kan ik dat concluderen? Feitelijk gezien omdat er een teveel aan vrijwilligers was. Op een gegeven ogenblik is er zelfs gezegd, vrijwilligers, we hebben jullie niet meer nodig, we hebben te veel mensen. De hele
onderbouwing van de plusjes en minnetjes, leuk dat ze er staan, maar die is mij compleet onduidelijk. Ik zie dat ik een interruptie heb. De voorzitter: Ik zocht naar een punt in uw betoog. Interruptie, PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Klein vraagje ter verduidelijking. Ter Apel helpen. Er zitten iets meer dan 2.000 mensen daar. En er moeten er landelijk 96.000 worden geplaatst. Hebben die mensen in Ter Apel allemaal een gespleten persoonlijkheid of zo? Hoe ziet mijnheer El Gebaly dat getalsmatig? De heer El Gebaly: Voorzitter, en dit gebeurt altijd met de PVV. We gaan er weer een karikatuur van maken. Prima. Ik wil op uw antwoorden. Ter Apel heeft nu op dit moment iets meer gemiddeld dan die 2.000 die ze daar moeten opvangen. Maar nog steeds elke nacht bijna overtreedt daar het COA de wet. En moet het COA Ter Apel daardoor een boete betalen. Het gaat hier om een structurele oplossing voor het probleem. Een structurele oplossing voor het probleem zal in de woorden van mijnheer Van Tiggelen waarschijnlijk zijn, grenzen dicht, niemand hier meer naartoe. Ik ga mijnheer Van Tiggelen meteen vertellen dat hij daarmee de Nederlandse economie om zeep helpt. En vervolgens, voorzitter, ervoor zorgt dat Nederland afglijdt naar niveau bananenrepubliek. Wat de oplossing is voor dit probleem, is dat er gewoon genoeg plekken zijn om mensen op te vangen.
En dat er een goed plan is om die mensen te integreren. En dat plan had ik verwacht hier in dit document al voor een deel. En dat mis ik hier echt in. Ik mis de onderbouwing feitelijk. Ik mis een plan. Ik mis een visie. En ik mis ook een onderbouwing van die visie. Als u het mij vraagt als GroenLinks zijnde, wij zijn voor integratie. Allerbelangrijkste. Maar integratie gaan we hier niet bereiken met een asielzoekerscentrum op een plek een grotere locatie waar we weer iedereen bij elkaar stoppen, waar weer iedereen zijn eigen dagbesteding heeft, weer binnen in een interne locatie. Wat GroenLinks betreft, integratie betekent ook een verdeling over Zandvoort. Dat betekent niet dat wij zijn voor één groot asielzoekerscentrum hier in Zandvoort. We zijn veel meer voorstander van het goed verspreiden over Zandvoort, kijken naar draagvlak in de buurten, kijken wie, waar en hoe. En daarmee ervoor zorgen dat we integreren. Dat een buurt ook die mensen zou kunnen opnemen. Want ik geloof er heilig in dat zelfs in Zandvoort mensen worden opgenomen. En ik heb het bewijs in de tijdelijkheid van de asielopvang hier vooral. Ik zie het bewijs nu in de Oekraïners Ik zou oprecht willen vragen, voorzitter, wethouder, neem dit stuk terug. Neem alles mee wat hier in de commissie wordt gezegd. En kom dan terug met een onderbouwing van wat wij u nu meegeven.
Want dit stuk op zich is wat GroenLinks betreft gewoon niet besluitrijp op dit moment. De voorzitter: Dank u wel. CDA, de heer Bol. De heer Bol: Dank, voorzitter. De Spreidingswet is inmiddels een feit. En wat dat betreft kunnen we er veel van vinden, maar hebben we er uiteindelijk misschien wel weinig over te zeggen. Maar nu de wet er eenmaal is, moeten we ook uitvoeren wat er van ons wordt verwacht. En ik heb al eerder aangegeven in een vorig debat, inderdaad naar aanleiding van agendering van een RIB, dat wij als Zandvoort ons steentje bijdragen. Wij houden ons keurig aan de taakstelling als het gaat om het huisvesten van statushouders en we vangen zelfs dubbel zoveel gevluchte Oekraïners op dan eigenlijk van ons wordt verwacht. En ik snap ook wel inderdaad wat andere partijen zeggen over de vier scenario's. Maar de vier scenario’s die er nu voorliggen, neigen wij meer naar scenario twee. We zien namelijk dat een groot deel van de Oekraïners actief bijdraagt. Ze werken hier, de kinderen gaan hier naar school en gaan naar verenigingen. En tegelijkertijd is natuurlijk ook de vraag of de opvang van Oekraïners een rol speelt straks aan de regionale regietafel. Vragen we ook aan de wethouder wat zijn verwachtingen zijn hieromtrent.
Het voorstel van OPZ inderdaad om niet alleen te kijken naar de getallen, maar juist ook te kijken naar de voorwaarden waarbinnen wij als Zandvoort opvang kunnen
regelen, vinden wij wel een interessante. Maar we horen ook graag inderdaad op dit punt hoe de wethouder hiernaar kijkt. Tot zover de eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, eerst even een nadere verduidelijking van ons standpunt in zijn algemeenheid en daarna onze mening ten aanzien van hoe hiermee om te gaan in onze gemeente. Wij zijn een bijzonder aantrekkelijk land om je aan te melden als asielzoeker. 86 procent van de aanvragen resulteert in een predicaat statushouder. Het allerhoogste percentage binnen de EU. De overgebleven illegalen sturen we door naar Amsterdam, alwaar ze alsnog mogen blijven. Mevrouw Koper: Voorzitter. De voorzitter: De heer Van Tiggelen, u heeft een interruptie. Mevrouw Koper, Partij van de Arbeid. Mevrouw Koper: Ik wil graag weten waar die cijfers vandaan komen, wat mijnheer Van Tiggelen nu zegt van die 86 procent. Want ik heb ze nergens kunnen vinden. Wij hebben niet het hoogste aantal in Europa. U zit hier een fabel te vertellen. En dat kan niet. We moeten niet op beelden besluitvorming maken, maar op feiten. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, ik zal mevrouw Koper de bron gaarne toezenden. En ik heb weliswaar 2 duimen, maar erop zuigen doe ik al een aantal jaren niet meer hoor. Het is niet mijn gewoonte om hier zaken uit mijn duim te zuigen.
En ook deze beschuldiging, ik ga er maar even niks van vinden. Ik vervolg mijn betoog. De overgebleven illegalen sturen we naar Amsterdam, alwaar ze alsnog mogen blijven. In ruim 20 jaar tijd is reeds 400 miljard uitgegeven aan asielbeleid. Ook niet uit met duim gezogen. Gemiddeld 50.000 per huishouden. 400 miljard gedeeld door 11 miljoen huishoudens. Gewoon een rekensommetje, ook niet uit met duim gezogen. Partijgenoot Martin Bosma noemde dit ooit pathologisch altruïsme. Vertaald in gewoon Nederlands, ziekelijke vrijgevigheid. In de Troonrede van september 1979 stond onder andere, Nederland is vol, ten dele overvol. Nu, bijna een halve eeuw later, begint deze boodschap langzaam door te dringen. Dat had wat ons betreft best wel wat vlotter gemogen. In 1980 demonstreerde men in Amsterdam met de leus, geen woning, geen kroning. PvdA-man Schaefer sprak de gevleugelde woorden, in geouwehoer kun je niet wonen. Dat klopt nog steeds hoor. Het Verdrag van Dublin schrijft voor dat asielzoekers bij binnenkomst in de EU in het eerste land van binnenkomst asiel dienen aan te vragen. Aan dat verdrag houden we ons niet. Waarom niet? In Zuid-Europa wijzen ze mensen door naar Germany en Hollandia, ook ontvlucht, tussen aanhalingstekens, men Frankrijk via het kanaal richting Engeland. Waarom doen die mensen dat? Daar valt gewoon het meeste te halen. Daarom doen ze dat. En ergens anders om.
Men komt ook per vliegtuig aan in Duitsland, alwaar men per bus vanuit ons land wordt opgehaald voor vervoer naar Tel Apel. Waar dan vervolgens weer een boete moet worden betaald, omdat er te veel mensen zijn. Lachen joh. De zogenaamde vluchtelingen gaan niet bepaald zelden op vakantie naar het land dat ze zouden zijn ontvlucht. In slechts 2,65 procent van de gevallen zou het gaan om oorlogsvluchtelingen. Bron, de Verenigde Naties. Mevrouw Koper kan eventueel die bron toegestuurd krijgen hoor, als zij opnieuw aan mijn woorden wenst te twijfelen. De voorzitter: Mijnheer Van Tiggelen, u heeft een vraag ter verheldering van de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, zou de heer Van Tiggelen de top drie landen, waar vanuit mensen naar Nederland toevluchten kunnen opnoemen voor mij? De heer Van Tiggelen: Sorry, mensen vanuit Nederland vluchten?
De heer El Gebaly: Vanuit hun land van herkomst naar Nederland toevluchten. De top drie van die landen. Want u heeft het over dat een X-procent maar oorlogsvluchtelingen zijn. Maar zou u de top drie landen die hiernaartoe komen vluchten opnoemen? De heer Van Tiggelen: Die kan ik wel opnoemen, maar dat zijn best wel een hele hoop landen. Dat zijn namelijk de naastgelegen landen, die vallen onder opvang in de regio. Wat wij hier in de oorlog ’14- ‘18 hebben gedaan was één miljoen Belgen opvangen op zeven miljoen inwoners in de regio. En na die oorlog ging het gros daarvan weer terug, opvang in de regio. Als u een lijstje wil hebben van al die landen, dat zijn ze zo'n beetje allemaal, want het zit altijd wel in de regio. Niet? Het is ook een beetje vreemde vraag, voorzitter. Gedurende hun afwezigheid verhuren ze vaak de hen toegewezen sociale huurwoning voor extra inkomsten. De wachttijden van onze inwoners op een woning zijn enorm, maar niet voor mensen komend van elders. Deze en andere ongelijkheden stuiten steeds meer mensen tegen de borst. De laatste verkiezingen en de meest recente peilingen zijn een aanwijzing in die richting. Beter laat dan nooit. Problemen los je niet op door ze uit te smeren. Op een gegeven moment zijn alle vakantieparken, cruiseschepen en hotelkamers gevuld.
Recentelijk heeft de staatssecretaris zelfs de mogelijkheid weten te verruimen voor mensen afkomstig uit Eritrea. Het probleem is niet de toenemende instroom, maar ons gedrag. Dat is het structurele probleem. Daar zit ook de oplossing. Zolang wij ons gedrag niet aanpassen, blijft dit probleem bestaan. Helaas heeft men in Den Haag verzuimd om deze wet controversieel te verklaren. Het plaatsingsprobleem gooit men over de schutting bij de gemeente. Dit terwijl de volgende golf alweer in aantocht is. Want de huidige cijfers, wat onze taakstelling is, daar blijft het niet bij. De sluizen staan nog steeds open. En dan krijg je gewoon natte voeten. Tijdelijke opvang van Oekraïners op het Curiedex terrein en tijdelijke opvang van statushouders in het NH Hotel, zonder dat we ook maar enig idee hebben waar deze mensen straks heen moeten. Straks moet er gebouwd worden op het Curiedex terrein. Waar laat je die Oekraïners? Heeft iemand daar een antwoord op? Straks krijgen we de Grand Prix. Het NH Hotel is volgeboekt. Die mensen moeten daar weg. Waar moeten ze heen? Heeft iemand daar een antwoord op? Ik zie dat mijnheer El Gebaly een antwoord heeft. Ik ben benieuwd. De voorzitter: De heer El Gebaly, GroenLinks. De heer El Gebaly: Voorzitter, ik heb een vraag. Want het debat doen we in de tweede termijn.
Waar zou de heer Van Tiggelen de Oekraïners zelf naartoe willen sturen? Terug naar Oekraïne? De heer Van Tiggelen: Bijvoorbeeld. Driekwart van het land is veilig. De FlixBussen vanuit Amsterdam naar Kiev zitten elk weekend vol. Probeer maar een ticket te boeken. Dat moet je echt vroeg op tijd bij zijn, want die bussen zit iedere keer vol. En dat is niet voor niks. Mij wordt de mond gesnoerd door een batterij. Dat is ook wat. Wij zijn in zijn algemeenheid voor beleid gebaseerd op realiteit en niet op sprookjes. Voorzitter, van enige toekomstvisie durven wij de huidige regering en het COA niet te beschuldigen. Verbeter de wereld en begin bij jezelf. Wat gaan we hiermee doen in Zandvoort? Of liever gezegd, wat gaan we niet doen als het aan ons ligt? We moeten hieraan zo min mogelijk meewerken. De gemeente Castricum heeft in deze het goede voorbeeld gegeven. Plaatsen aanwijzen die er niet zijn moet u niet eens proberen. Laat de Commissaris van de Koning maar komen, hij weet de weg, om die vermeende plekken aan te wijzen. Hij is welkom. We zouden daar met belangstelling naar uitkijken. Wij kiezen voor scenario vijf. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. VVD, de heer Drommel. De heer Drommel: Dank u wel, voorzitter.
Voorzitter, vorig jaar hebben wij als Zandvoortse raad in juli het college opgeroepen om geen voorbereidingen te treffen voor de Spreidingswet, zolang deze wet nog niet
geformaliseerd is. Zoals u weet, is de wet inmiddels aangenomen door de Eerste Kamer en nu zijn de regio’s aan zet om invulling te geven aan de opgelegde provinciale opgave. Wij zijn niet heel blij met de Spreidingswet, om het zacht uit te drukken. Maar de wet geldt voor iedereen en de wet geldt ook voor ons als gemeente Zandvoort. De voorliggende scenario's vinden wij, heel eerlijk gezegd, ondergeschikt aan hetgeen wat ons als gemeente wordt gevraagd. Maar dit betekent niet dat wij geen wensen of bedenkingen hebben. We hebben het in het amendement aangegeven dat wij als Zandvoort een afwachtende houding zullen aannemen ten aanzien van de Spreidingswet. Maar inmiddels worden we geconfronteerd met de realiteit en ligt de Spreidingswet op tafel. Het wat is duidelijk, terwijl wij ook daar nog wel vragen over hebben. Maar voor de VVD is vooral het hoe belangrijk.
Hoe zorgen we ervoor dat deze opvang veilig gebeurt? Hoe zorgen wij ervoor dat deze opvang samengaat met het toeristische karakter van Zandvoort? Hoe zorgen wij ervoor dat deze mensen een adequate dagbesteding hebben? Hoe zorgen we er ook voor dat straks de Oekraïners, de opvang daarvan, op een ordentelijke wijze wordt afgebouwd? En hoe kunnen wij er ook voor zorgen met elkaar dat straks toekomstige woningbouwprojecten geen vertraging oplopen wegens tijdelijke opvanglocaties? Wij zijn daarom ook heel erg benieuwd naar de randvoorwaarden die de portefeuillehouder straks meeneemt naar de regionale regietafel. En we gaan ook graag met jullie, met collega-raadsleden, commissieleden in gesprek over deze randvoorwaarden. Want juist deze randvoorwaarden zijn wat ons betreft ook essentieel voor enig draagvlak. En daar willen we het in onze eerste termijn even bij laten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot ZEE. De heer Gerrits. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Om te beginnen wil ik toch een kleine olifant in de kamer benoemen in deze discussie, die ik altijd tegenkom. En dat is toch dat er heel snel wordt uitgegaan van, op het moment dat je voor bent, dan ben je empathisch en dan ben je goed. Op het moment dat jij kritischer bent als partij, ben je dat niet. Ik heb het hier ook weer heen en weer een paar keer gehoord, verwijten links, rechts.
Terwijl ik denk, volgens mij zijn we allemaal lokale politici die zich op onze eigen manier inzetten, met de beste intenties. En ik hoop dat we het daarbij kunnen houden. Veel liever wil ik het hebben over, wat kunnen wij doen? Ik heb de heer Berg van Jong Zandvoort al gehoord over, moeten wij niet dan op zijn minst zo lang mogelijk die slag om de arm houden? Iets waar wij op zich in zekere zin voor kunnen zijn. Maar veel interessanter, en dat is helemaal niet besproken, iets wat ik ook tijdens de interrupties heb proberen aan te geven, is het feit dat wij helemaal geen gemeentelijke taakstelling hebben. De regio's hoeven het helemaal niet verplicht te doen. Dat hebben wij met elkaar besloten. Het staat het college, de wethouders vrij om te zeggen, wij gaan in gesprek met een gemeente ergens boven in Noord-Holland en misschien kunnen we daar iets uitruilen met elkaar, iets regelen, omdat wat betreft ZEE is Zandvoort gewoon enorm vol. Het is ongelooflijk moeilijk voor ons om plekken te vinden voor woningbouw. Het is al een dilemma nu met de Oekraïners, wat ook al heel terecht werd aangehaald door een van mijn collega's. Ik weet even niet meer exact wie. Van, wat gaan we daarmee doen als daar zo meteen inderdaad gebouwd gaat worden? Weet je, dat zijn hele terechte vragen, wat ons betreft. Wij, vanuit ZEE, zitten te denken aan een scenario vijf, een scenario zes, zeven.
Want ik vind ook de kritiek van, de huidige scenario's of strategische scenario’s heten ze, waar zijn die op gebaseerd? Dat is ons totaal onduidelijk. We zouden er met elkaar voor kunnen kiezen, ook nog los bijvoorbeeld van, we willen dat gesprek breder aangaan in de provincie. Iets wat, en dat is iets wat ik echt wil benadrukken, ook heel belangrijk is, omdat het COA tot deze wet altijd heeft gezegd dat op het moment dat een asielzoekerscentrum minder dan 500 asielzoekers had, het niet logisch was als je het hebt over schaalvoordeel. Personele inzet, noem maar op. Eigenlijk zijn we geld aan het verbrassen, zijn we personeel aan het verbrassen. Allemaal schaarse middelen in deze tijd, waar we zorgvuldig mee moeten omgaan. Dingen die we veel beter met elkaar kunnen clusteren. En dan vind ik het eigenlijk bizar dat wij daar als regio, als provincie of ook vanuit het
college, niet over na is gedacht of op zijn minst iets over is gecommuniceerd van, we hebben dat gesprek proberen aan te gaan. Als ik te horen krijg, dat is geprobeerd, maar nee. Ook goed. Maar ik wil weten, is dat gebeurd? Dat is een voorstel waar wij mee gaan komen in de vorm van een motie. En we hopen natuurlijk van harte op jullie steun daarvoor. En eigenlijk staan we ook wel achter de andere insprekers die zeggen, is dit stuk überhaupt wel besluitrijp? Want zoals ik dit nu voor me zie, vraag ik mij dat ook ten zeerste af. Dat was alles. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: U heeft een verduidelijkende vraag van Jong Zandvoort. De heer Berg. De heer B. Berg: Ik heb een vraag aan heer Gerrits. U zegt aan de ene kant, ik wil het stuk amenderen, maar aan de andere kant, ik weet nog niet of ik hem moet stemmen. Die twee dingen kan ik toch niet helemaal met elkaar rijmen. Ik zou daar toch wel iets sluitenders van ZEE over willen horen. De voorzitter: De heer Gerrit. De heer Gerrits: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor de verduidelijkende vraag, mijnheer Berg.
Wat ons betreft is het zo dat wij hoe dan ook een onderzoek willen naar, wat zijn andere opties voor toch een iets grootschaligere vorm van opvang, waardoor er logischer om wordt gegaan met personeel, logischer om wordt gegaan als je het hebt over kosten, waardoor het ook logischer is, mits het niet in Zandvoort is qua locatie. Dat is sowieso hetgeen wat wij het allerbelangrijkst vinden op dit moment. Mocht dat niet het geval zijn, dan staan wij er wel zo in, dan zouden wij ook wel randvoorwaarden willen en dergelijke. Maar dat is wat ons betreft pas een scenario voor in de toekomst. De voorzitter: Interruptie. De heer Bouberg Wilson, OPZ. De heer Bouberg Wilson: Een verhelderende vraag aan mijnheer Gerrits. Het is zo dat die taakstelling die wij nu over gemeenten hebben verdeeld, is ingegeven door het feit dat de gemeenten, als ik het maar zachtjes uitdruk, die staan te dringen om een dergelijk centrum in hun midden te vestigen. En daar is uitgekomen een rekenmethode om die verdeling zo goed mogelijk en evenwichtig mogelijk over gemeenten uit te spreiden. U zegt, daar stel ik tegenover een zakelijk argument voor wat betreft de schaalgrootte van een asielzoekerscentrum.
Hebt u de gedachte, en dat is ook de vraag, waar baseert u die op, dat op het moment dat je dat laatste in aanmerking zou nemen dat er een grote bereidheid van gemeenten zou zijn om aan een groot asielzoekerscentrum mee te werken? De heer Gerrits: Dank u wel. Dat vind ik een hele terechte vraag, de heer Bouberg. Dank u wel. En waar het mij om gaat, is niet zozeer dat ik denk dat de bereidheid dan groter is. Maar het is om aan te geven hoe gek deze wetgeving is en hoe gek het eigenlijk is dat wij dit nu op ons bord geschoven krijgen op deze manier, terwijl er eigenlijk geen enkel logisch argument is, als je gewoon puur kijkt naar Zandvoort, om het hier te doen. Het is niet logisch qua personele inzet. Het is niet logisch financieel gezien. Het is niet logisch qua locatie. Er zijn talloze argumenten die je kan noemen in Zandvoort, ook het feit dat het qua infrastructuur niet handig is. En dat zijn allemaal van die kleine dingen die bij elkaar optellen, waardoor wij uiteindelijk zeggen als ZEE, het is niet logisch om het hier te doen. Op het moment dat wij gaan onderzoeken, zou een andere plaats in de gemeente of iets dergelijks, een andere gemeente ergens boven in Noord-Holland dit wel willen, dan moet daar misschien wat tegenover staan. Maar dat zou dan onderdeel zijn van dat onderzoek. Dat ben ik met u eens. Er moet wel iets geregeld worden voor die bereidheid. Absoluut.
De voorzitter: Dank u wel. Voor we naar de eerste termijn van... Ik heropen de vergadering. En dan gaan we naar de eerste termijn van het college. Het woord is aan de wethouder, de heer Hendriks. De heer Hendriks: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Vorig jaar juli nam uw raad een duidelijk standpunt in over de Spreidingswet en het Regioplan wat toen voorlag. U zei toen als raad heel duidelijk, wij doen een pas op de plaats, wij wachten af. En als die Spreidingswet er is, gaan we weer met elkaar in gesprek over hoe we dat gaan doen. En dat moment is nu aangebroken, voorzitter. En dat is eigenlijk het voorstel wat voorligt. Dat is om te faciliteren dat u als raad, als commissie in gesprek kunt gaan over die vraag, hoe gaan we met elkaar om met die Spreidingswet, die inderdaad wet is geworden? En voorzitter, dat is eigenlijk het idee achter het voorstel wat we hebben gedaan, faciliteren dat u als raad met elkaar in discussie kunt. En als ik zo in de eerste termijn luister, is dat aardig gelukt. Mevrouw Koper en anderen... Mevrouw Koper noemde op een gegeven moment, in haast verwijtende zin, dat het college de bal bij de raad neerlegt. En voorzitter, mevrouw Koper kan mij geen groter compliment maken dan dat. Want inderdaad het doel is de bal bij u als raad leggen.
Ik heb namelijk in die discussie over het Regioplan vorig jaar gemerkt dat u als raad zich overvallen voelde, doordat het college al met een Regioplan bezig was en met locatiekeuzes bezig was, zonder dat u daar als raad in gekend was. En voorzitter, ik leer elke dag weer wat bij. En sommige dagen wat meer dan een ander. Vorig jaar juli heb ik heel duidelijk geleerd dat u als raad nadrukkelijk bij het begin van een traject als dit betrokken wilt worden. En dat mijn leerpunt is geweest dat ik graag voor zo'n traject begint bij u kaders ophaal. En voorzitter, het leek het college een goede manier om bij u die kaders op te halen en uw ideeën op te halen aan de hand van vier scenario's. Zijn dit dan de enige vier scenario's? Nee, ik heb drie van u net nog een ander scenario horen noemen. De heer Hermsen noemde een scenario. De heer Van Tiggelen noemde een scenario. De heer Gerrits noemde nog een scenario. En volgens mij is dat precies hoe de discussie nu en in de raad plaats kan vinden. Als u een nieuw scenario vindt en de meerderheid van de raad zegt, dat vinden wij een goed scenario, wethouder, ga op pad met scenario vijf, zes of zeven, dan ga ik op pad met scenario vijf, zes of zeven. Want het doel is, voorzitter, dat we in een Regioplan Zandvoort op kunnen schrijven en dat we iets doen wat u als raad zich ook in kunt vinden.
Dan even, waarom deze scenario's en hoe zit de onderbouwing van die scenario's? Naar aanleiding van technische vragen van de heer Hermsen is dat ook verduidelijkt. Dit is geen wetenschappelijk onderzoek naar alle plussen en minnen van alle locaties. Dat kan ook helemaal niet. De Spreidingswet is afgelopen februari ingegaan. En nu hebben we het er al over. Dit is een onderbouwde inschatting door experts die er wat van weten. Het is niet wetenschappelijk onderzocht. We hebben geen peiling in heel Zandvoort gehouden wat op meer draagvlak kan rekenen en wat minder. We hebben wel geleerd, op basis van vragen en opmerkingen die binnen zijn gekomen over die vorige locatiestudie inderdaad, de heer El Gebaly haalde het aan, voorgaande situaties. We hebben geleerd waar er draagvlak voor is en waar minder. En het zijn inderdaad inschattingen. En daarom staat er ook niet een getal achter de komma, maar plus, plus, min, min of plus, min Het is een inschatting waar naar ons idee draagvlak op is. En dat is ook meteen antwoord eigenlijk op de vraag van de heer Bol, die het had over scenario twee en hoe ligt dat draagvlak in de regio? Ik heb geen van deze scenario's aan de regio voorgelegd. Dat zou immers strijdig zijn met het uitgangspunt dat ik eerst van u wil horen op welke uitgangspunten ik in gesprek moet gaan. Maar ik heb wel een inschatting gemaakt.
En die is ook gebaseerd op wat in andere regio’s gebeurt. Wat in de rest van het land gebeurt. Hoe die discussie plaatsvindt. En inderdaad het scenario dat wij meer met Oekraïners doen en minder op anderen, het scenario twee, is de inschatting dat die niet op heel veel draagvlak zou kunnen rekenen. Vandaar de minnetjes die daarbij staan. De voorzitter: Interruptie, GroenLinks, de heer El Gebaly.
De heer El Gebaly: Voorzitter, draagvlak is moeilijk te meten en een dagkoers. Dat snap ik. Maar andere zaken, zoals het beslag op de sociale huurwoningen, beslag op onderwijs, dat soort zaken, gemeentelijke financiën, dat is gewoon te onderbouwen met cijfers. En dat lijkt me ook logisch dat het is onderbouwd met cijfers. Ik ben eigenlijk heel benieuwd. Ik zou eigenlijk de wethouder willen vragen om die cijfers gewoon als bijlage toe te voegen aan dit punt, zodat wij daar ook gewoon zelf een keuze in kunnen maken. Ik kan nu niet toetsen, voorzitter, wat de waarde is van deze plussen en minnen. De voorzitter: Wethouder Henriks. De heer Hendriks: En ik denk dat cijfers daarin niet gaan helpen, want die cijfers zullen pas een betekenis hebben als jij exacte aantallen hebt. Als er een afspraak is dat wij in plaats van 38, 50 statushouders opvangen en als je weet wat de gezinssamenstelling daarvan is, dan weet ik wat het beslag op sociale huurwoningen is. Al het andere zal een inschatting blijven. Die lijst met plusjes en minnetjes is wel genoeg voor u als raad om te wegen waar de sterke en zwakke punten liggen van al die scenario's en waar uw voorkeur naar uitgaat. Maar het is vooral om te faciliteren dat u met elkaar dat gesprek aan kunt gaan. De Ouderen Partij kwam met een aantal uitgangspunten en voorwaarden. Voorzitter, volgens is dat een hele goede insteek.
De voorzitter: U heeft nog een interruptie van D66. De heer Hermsen. De heer Hermsen: Dank u wel, voorzitter. U geeft in de beantwoording aan dat het intersubjectief is, die informatie die u heeft gegeven. En u geeft ook aan, het is gebaseerd op een aantal experts. Zou u nader kunnen toelichten dan wie die experts zijn? Want dat is voor mij nog niet helemaal helder. Ik zag wel dat het ging over een aantal ambtenaren die Zandvoort al goed kenden. Althans, zo zag ik hem in ieder geval in de beantwoording. Maar intersubjectief geeft eigenlijk een beeld wat mogelijk eenzijdig is. Dat wordt ook in de technische beantwoording uitgelegd. Vindt u dat dan voldoende onderbouwing om daar een goed... Zouden we daar niet als raad zonder die informatie moeten kunnen beslissen? De voorzitter: Wethouder Hendriks. De heer Hendriks: Het antwoord op die laatste vraag, vind ik dit voldoende? Ja. Wie zijn die experts? Dat is onze ambtelijke organisatie. Voorzitter, terug naar de uitgangspunten en voorwaarden van de Ouderen Partij. Zoals ik net al zei, volgens mij is dat een hele positieve insteek. Eigenlijk beantwoordt het aan de vraag die ik stel. De vraag die wij als college stellen is, beste raad, hoe denkt u erover? En ik denk dat de uitgangspunten, zoals de Ouderen Partij die noemde, maken dat duidelijk.
Maakt een keuze in eigenlijk de scenario's en de manier waarop we in Zandvoort iets gaan doen. En geeft ook handvatten voor een gesprek wat ik met de regio kan voeren. Een groot deel gaat inderdaad in op de scenariokeuze die nu voorligt. Een groot deel van de uitgangspunten gaat ook al een aantal stappen vooruit. Namelijk, stel dat er een locatie is, hoe zou de afspraak met het COA er dan uit moeten zien? En het college kan het toejuichen dat er al op een vroegtijdig stadium door u als raad daar uitgangspunt in worden meegenomen. Maar met een aantal kanttekeningen daarbij. Mocht dit worden omgezet in een amendement, zal ik daar wat gedetailleerder op ingaan. Maar los van een aantal kanttekeningen is dit voor mij een duidelijke lijst waar we mee verder kunnen. De concrete vraag van D66, die inderdaad nog niet technisch beantwoord is, in hoeverre is de onderhandelingspositie geschaad? Die is eigenlijk niet geschaad. Uw raad heeft vorig jaar, ik noemde het al, het standpunt ingenomen, doe even niks totdat die Spreidingswet er is. Maar als besluitpunt twee, blijf in gesprek met de regio. En dat is ook wat ik het afgelopen jaar heb gedaan. Ik ben bij heel veel regionaal overleggen geweest. Ik heb ook op alle manieren die mogelijk zijn de relatie met de collega-wethouders goed gehouden. Ik heb niet het idee dat onze onderhandelingspositie in de regio slechter is geworden.
Integendeel, ik denk dat als wij aankomen met het
verzoek om mee te doen in de update van het Regioplan, want men is bezig met het Regioplan te updaten, en dat als u aangeeft op welke manier Zandvoort daaraan bij kan dragen, denk je dat dat op zeer veel draagvlak kan rekenen. En volgens mij, voorzitter, heb ik ook de vragen die aan mij zijn gesteld, want dat waren er niet heel veel, beantwoord. De voorzitter: Zijn er nog openstaande vragen die niet zijn beantwoord? GroenLinks, de heer El Gebaly. De heer El Gebaly: Voorzitter, dat betreft geen openstaande vraag, maar meer een verzoek/vraag aan de wethouder. Een nieuwe vraag. En het gaat om het volgende. Ik zou graag de wethouder willen vragen om een technische sessie met deze experts, waarin deze experts de raad kunnen meenemen in de overwegingen per scenario. En ik zou graag met deze experts willen praten. Prima. Maar ik zou graag met deze experts willen praten. Dat is gewoon een verzoek van mij als fractie. De voorzitter: De vraag is helder, maar het was even, was dit naar aanleiding van de eerste termijn en de vragen die zijn... De eerste termijn van de commissie. Zijn er nog openstaande vragen die niet zijn beantwoord? U heeft een aanvullende vraag. Partij van de Arbeid, mevrouw Koper. Mevrouw Koper: Ik heb in de eerste termijn gevraagd op welke wijze het college zich gaat inzetten om het maatschappelijk draagvlak hiervoor te bevorderen.
En daar heb ik geen antwoord op ontvangen. De voorzitter: Ik kijk rond. Verder geen openstaande vragen? Wethouder Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, eigenlijk op deze manier. U als gemeenteraad vertegenwoordigt de Zandvoortse bevolking. En door een wijze te kiezen van invoering met de Spreidingswet die bij u op draagvlak kan rekenen, zal het draagvlak er in de samenleving ook zijn. Immers, u vertegenwoordigt die samenleving. En daarna start uiteraard een locatiekeuze, een studie, communicatie en alles wat erbij hoort om dat draagvlak zo groot mogelijk te maken. Maar de basishouding bent u. U vertegenwoordigt de Zandvoortse bevolking. Mevrouw Koper: Verhelderende vraag. De voorzitter: Aanvullende vraag, Partij van de Arbeid. Mevrouw Koper: Hoe komt het feit dat wij daar nog geen uitspraak over hebben gedaan dan al met plusjes en minnetjes in de scenario’s terecht? Want nu ben ik toch werkelijk de wethouder kwijt. Het gaat om maatschappelijk draagvlak. U heeft dat gemeten met uw experts, want daar staan plusjes en minnetjes in de scenario's. En nu zegt u, u moet daar een besluit over nemen, dan wordt dat maatschappelijk draagvlak verworven. Mijn vraag is concreet, wat gaat u doen voor een succesvolle landing van asielopvang is maatschappelijk draagvlak een verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Wat gaat u daaraan doen? En niet de bal terugleggen bij mij.
De voorzitter: Wethouder Hendriks. De heer Hendriks: Voorzitter, ook dit gaat weer een aantal stappen vooruit. Het begint als we een locatiestudie gaan doen. Het hangt even af van de besluitvorming die u neemt en hoe dat in het Regioplan terechtkomt. Dan begint dat met een locatiestudie. En daar zal uitgebreide communicatie nodig zijn. De voorzitter: Laatste interruptie.
Mevrouw Koper: Voorzitter, ik wil even melding maken van een persoonlijk feit. En ik heb er buitengewoon veel moeite mee dat de wethouder nu met dit antwoord komt en dat hij hiervoor iets roept van, dat ligt aan u. En ook daarvoor in de beantwoording naar de Partij van de Arbeid iets over mijn verwijtende toon. En ik neem afstand van de woorden van de wethouder. En dat wil ik graag genoteerd zien. De voorzitter: Persoonlijk feit genoteerd. Kan ik daarmee over naar de tweede termijn van de commissie? En dan wil ik even bij u het raadsvoorstel, en het besluit wat daarom gaat, even in herinnering brengen. U wordt namelijk gevraagd of u akkoord kan gaan c.q. een alternatief voorstel heeft. Want daar zit u ook met elkaar om te kijken hoe we daar instaan. Wat vanuit Zandvoort de inbreng gaat zijn aan de regionale tafel, als het gaat om opvang asielzoekers, Oekraïners en statushouders. Er zijn vier scenario's voorgesteld. Ik heb in ieder geval gehoord in de eerste termijn dat het CDA een voorkeur had voor scenario twee. Ik heb in ieder geval drie partijen gehoord die zeggen, wij geven eigenlijk geen voorkeur voor een scenario, maar wij geven de voorkeur voor een locatie. En met andere woorden, nemen op dit punt het stuk terug en kom bij ons terug als de locatie aan de orde is. Ik heb uitgangspunten en randvoorwaarden naar voren horen brengen.
In ieder geval een motie aangekondigd om te kijken of de opgave van Zandvoort niet elders of breder belegd zou kunnen worden binnen heel Noord-Holland, richting eventueel gemeenten met meer ruimte. Laat ik hem zo vertalen. C.q. tot slot het scenario van, wij gaan niet meewerken aan de wet. Dat wil ik u meegeven voor de tweede termijn, om te kijken of u elkaar daar kunt vinden op een aantal onderdelen. Is er iemand die als eerst het woord wenst te voeren? Dat zijn er meerderen. Ik begin achteraan rechts, de heer Van Tiggelen, PVV. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, dank u wel. Op zich hou je je gewoon aan de wet wanneer je niet eventjes meewerkt, want in die wet is daarin voorzien. Dan komt de Commissaris van de Koning langs en die gaat locaties aanwijzen. Wij vinden gewoon, laten hem dat maar doen dan. En dan wil ik toch wel iets zeggen over draagvlak bevorderen. Het is niet onze taak om draagvlak te bevorderen. Het is onze taak om draagvlak te meten. En elke verkiezingen doen we dat weer opnieuw. En het meetinstrument van draagvlak heb ik hier toevallig in mijn binnenzak zitten, in mijn rechterbinnenzak. Extreem rechts zelfs. Dat is het instrument waarmee we draagvlak meten. En in de eerste termijn hebben we al een trend in deze waargenomen. En 6 juni van dit jaar gaan we zien hoe dat verder gaat. Er is nog wel één ding wat ik kwijt wil.
Die asielzoekers die hier komen of mensen die pretenderen dat te zijn, die allemaal nog een mobieltje hebben, maar stuk voor stuk hun paspoort kwijt zijn, voordat ze in gesprek gaan met de IND krijgen ze eerst een gesprekje met VluchtelingenWerk. En die mensen vertellen hun precies welk verhaal ze moeten ophangen om het meeste kans te maken. En ik heb toevallig iemand in mijn kennissenkring die doet dat werk. En die kon al die verhalen van die vluchtelingen naadloos over elkaar heen leggen. Het waren allemaal kopieën van elkaar. En ten aanzien van het cijfer door mij genoemd... De voorzitter: Interruptie, D66. De heer Hermsen: Voorzitter, ik zou graag willen hebben dat de heer Van Tiggelen het heeft over feiten en niet over fabeltjes, want dit zijn aannames. Aannames zijn dodelijk. Wat de heer Van Tiggelen ook doet, is een beetje inspelen op hetgeen wat men ook denkt dat het zo werkt, maar het niet zo werkt. En ik wil u graag meegeven, dat geldt ook voor deze commissie, dat angst altijd een slechte raadgever is. Komt in meerdere films terug trouwens. Gaat uw gang. De voorzitter: PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Voorzitter, de naam van de ervaringsdeskundige, overigens een inwoner van Zandvoort, die ga ik hier niet noemen, want die maakt geen onderdeel uit van het debat. Dat lijkt me niet kies om dat te
doen. Maar dat is nu de tweede keer vanavond dat er net wordt gedaan alsof ondergetekende hier onzin zit te verkopen. Ik vind dat nogal opmerkelijk. Misschien onaangename feiten. Dat besef ik heel goed dat het niet past in het straatje van sommige partijen. Maar ik zit hier geen zaken uit mijn duim te zuigen. Dat zie ik niet als mijn taak. Ik heb nog een interruptie. De voorzitter: Interruptie, D66. De heer Hermsen: Voorzitter, een persoonlijk feit. Ik vind dat de heer Van Tiggelen onzin uitkraamt, in dit geval. En ik zou het echt prettig vinden als u dat niet meer doet. En ik heb al een tijd lang het getolereerd. Dat doe ik nu al ruim twee jaar. Nu wordt het echt heel erg. Ik zou willen vragen of u daarmee wil stoppen. De voorzitter: Persoonlijk feit genoteerd. PVV, de heer Van Tiggelen De heer Van Tiggelen: Voorzitter, in een land vol leugens is de waarheid nogal... Zorgt dat voor ophef. En ik heb al meerdere ervaringen met het feit dat wanneer je mensen op sommige feiten wijst dat sommige lieden daar emotioneel incontinent van worden. Maar dat is nou eenmaal een fact of life. Het is niet voor mij aanleiding om mijzelf in deze de mond te snoeren. Dat gaat niet lukken. Vergeet dat maar. De voorzitter: Interruptie, GroenLinks.
De heer El Gebaly: Voorzitter, vindt de heer Van Tiggelen deze crisis, deze mogelijke opvang ook een GGZcrisis? De voorzitter: PVV, de heer Van Tiggelen. De heer Van Tiggelen: Nee, dit niet. Mensen die trappen in die klimaatzwendel wel. Dat dan weer wel. Dat zie ik echt als een GGZ-probleem. De voorzitter: Maar daar gaan we het niet hierover hebben. Aanvullende vraag, GroenLinks. De heer El Gebaly: Want, voorzitter, ik vraag dit bewust. Want weet u, de heer Van Tiggelen is de hele tijd hier in de commissie bezig met, het zijn feiten. Als ik de tijdlijn van de heer Van Tiggelen op Twitter open, dan zie ik daar geen feiten, maar zie daar vooral veel leugens en fabels. En ik zou toch de heer Van Tiggelen... Ik heb ook alle cijfers net weer opgezocht over Eritrea, over Oekraïne, over uw FlixBussen. Het is allemaal, voorzitter, wat de heer Van Tiggelen vertelt hier in deze commissie, een groot deel van de feiten, volgens de heer Van Tiggelen, zijn allemaal onwaar. Allemaal te Googelen via de sites van het COA, via de site van FlixBus, via gewoon het nieuws. De voorzitter: Dames, heren, ik ga nu even wel inbreken. Ieder hier in deze commissie, in deze raadzaal die bedrijft politiek vanuit zijn eigen ideologie en die staat voor iets. Daarbij kunt u het niet met elkaar eens zijn. Dat begrijp ik. En wat voor de één een feit is, kan voor de ander een fabel zijn.
Ik wil u wel allemaal verzoeken om elkaar niet te betichten van leugens, fabels en dergelijke. Hier ook in op te letten in uw eigen bijdrage en in uw eigen betoog. Want ik denk niet dat we hier met elkaar het gesprek willen en moeten voeren op hetgeen wat waarheid is of niet. We mogen er anders over denken. Maar ik wil u allemaal vragen om in uw stelligheid, ook als u zaken neerzet, om wel even te bedenken hoe u het brengt. Want volgens mij zijn we daar allemaal bij gebaat. Mijnheer Van Tiggelen, wilt u uw betoog vervolgen? De heer Van Tiggelen: Daar moet ik even over nadenken of ik daar wel zin in heb als mensen daar...
De voorzitter: U heeft een interruptie van Jong Zandvoort. De heer Berg. De heer B. Berg: Voorzitter, die is eigenlijk misschien wel iets meer naar u, want ik hoop toch niet dat die woorden die u net sprak alleen maar gericht waren aan de overkant van mij. Want los van de inhoud... De voorzitter: Mijnheer Berg, ik ga u meteen onderbreken. Ik heb een algemene opmerking gemaakt richting eenieder van u om daar gewoon rekening mee te houden. En ik heb niemand iets in de mond willen leggen. Maar ik wil gewoon wel hierop letten dat we het debat op een goede manier voeren, zonder daarbij elkaar op de persoon ook van zaken te betichten. Dat is mijn oproep. De heer B. Berg: En ik ben hartstikke blij met die oproep. Maar tegelijkertijd, los van de inhoud, los van of het feiten zijn of niet en los daarvan, de heer Van Tiggelen noemt net mijnheer Hermsen emotioneel incontinent, zoiets in die richting. Mijnheer El Gebaly verkoopt de klimaatzwendel. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Maar dit gaat ook wel van twee kanten. En ik ben blij met uw opmerking, maar het zijn ook wel teksten die van twee kanten komen. De voorzitter: Nogmaals, ik heb in algemene zin tot eenieder van u gericht. En om het ook niet op het persoonlijke te brengen en elkaar niet op die manier aan te spreken.
En dat is misschien ook wel heel erg goed om in dit geval, en zo kennen we elkaar ook, altijd via de voorzitter te spreken en niet de persoon in kwestie aan te spreken. Als ze daarmee beginnen, dan denk ik dat het ook het debat ten goede gaat komen. En dan geef ik nu wederom het woord aan de heer Van Tiggelen, PVV. De heer Van Tiggelen: Dank u wel, voorzitter. Mensen die nieuwsgierig zijn naar feiten en cijfers, die hoeven niet naar ondergetekende te luisteren hoor. Ze kunnen zich ook wenden tot Rijksoverheid.nl, Kerncijfers Asiel en Migratie, Eurostat en noem maar op. Als u denkt dat ik hier alleen maar de hele avond zit te jokkebrokken en ook op Twitter, dan luister je toch lekker naar anderen. Ik ben er eventjes klaar mee, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. OPZ, de heer Bouberg Wilson. De heer Bouberg Wilson: Voorzitter, dank u wel. Naar aanleiding van de discussie en reactie van de wethouder zijn wij voornemens om de uitgangspunten, zoals we die hebben toegelicht, in de vorm van een amendement te gieten. Om daarmee twee dingen te bereiken, namelijk dat wij het in breder verband hebben over de taakstellingen die wij moeten uitvoeren. En ten tweede, het is een paar keer door partijen genoemd, dat het van belang is om draagvlak te verwerven voor deze taakstelling.
En wij zijn van mening dat we door het verbreden van wat wij in onze uitgangspunten hebben verwoord, daartoe een bijdrage kunnen leveren. Dat is hetgeen wat ik wilde opmerken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Jong Zandvoort, de heer Berg. De heer B. Berg: Dank u wel. Ik heb nog twee punten voor de tweede termijn. Ten eerste ben ik blij dat er niet meer gesproken wordt over niet besluitrijp of iets dergelijks. Want in de eerste termijn vond ik nog wel, en dat heb ik een beetje ingehouden, omdat we het debat kort wilden houden, maar ik vind wel dat er twee zaken door elkaar zijn gelopen. Enerzijds keuze voor een locatie, waar wij volledig zelf over gaan. Tenzij we zeggen, we doen niks, want dan wordt het ons gewoon opgelegd. Maar waar we in eerste instantie echt zeker zelf over gaan. En aan de andere kant de boodschap die wij meenemen naar de regio. Ik denk dat die in de eerste termijn wel een beetje door elkaar zijn gelopen. Ik ben blij dat dat nu in ieder geval niet meer ook in de
beantwoording van de wethouder zo eruit is gekomen. En tweede punt was, ik hoorde GroenLinks net nog over een technische sessie, maar ik weet niet of u dat ook nog zelf in tweede termijn wil inbrengen? Dan wacht ik daar heel even op. Dat was hem dan voor mijn tweede termijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. D66, de heer Hermsen. De heer Hermsen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben in ieder geval blij dat de heer Berg van Jong Zandvoort inderdaad het benoemt. De discussie tussen locatie en de opgave die we hebben. Ik denk dat onze onderhandelingspositie wel verslechterd is. Dat heb je vaak op het moment dat je ergens niet mee inspringt. Dat je zegt, laten we eerst maar even kijken wat er gebeurt. Krijg je ook meteen een bepaalde naam in de regio. Daar ben ik ook wel een beetje bang voor. Ik zie aan de non-verbale communicatie van de wethouder dat hij dat niet vindt, maar ik vind dat wel. Dat scheelt. Het gevoel kan je hebben. Datzelfde geldt voor het gevoel wat ik had bij de opmerking van de PVV. Maar waar het wel inhoudelijk over gaat, mijnheer Berg, ik denk dat dat ook wel belangrijk is, is dat aan ons een belofte is voorgeschoteld in de zin van dat we het in ieder geval over een locatie zouden hebben waar we dan eventueel terecht zouden kunnen.
En als we nu met een scenarioschets van vier mogelijkheden of vijf mogelijkheden of zes of zeven zo'n onderhandeling ingaan, vraag ik me eigenlijk af of het überhaupt wel zinvol is om dat op die wijze te doen. Omdat je natuurlijk sowieso die wettelijke opgave hebt. We weten allemaal hoe de Eerste Kamer daar ook over gestemd heeft. Die hebben allemaal gezegd, is goed, inclusief BBB, één van de onderhandelingspartner. Voor gestemd. Anders komt het er niet doorheen. Of de VVD heeft voorgestemd. Ook goed. Excuus. Dan heb ik het inhoudelijk daarin onjuist. Maar de VVD heeft in ieder geval gezegd, we gaan daarvoor liggen. Dat vind ik altijd fijn, als er inhoudelijk in ieder geval gekeken wordt, is een wet goed of niet? Men heeft hem ook goed geacht. Dat betekent dat we hem ook moeten uitvoeren. Dat betekent dat we gewoon sowieso die wettelijke taak hebben. Betekent ook niet dat scenario twee een realistisch scenario is bijvoorbeeld, want dat is geen wettelijke taak. Wij hebben natuurlijk als Zandvoort gezegd, laten we meer Oekraïners opnemen. Dat vinden we belangrijk om te doen. Dat hebben we dan ook gedaan. Dat kan in ieder geval iets helpen misschien in de onderhandeling. Desalniettemin zal men gewoon zeggen van, zou u alstublieft deze willen blijven opvangen. De vraag is ook een beetje hoe reëel een aantal van die scenario’s zijn.
Plus dat, nogmaals, de onderbouwing is intersubjectief. Dat betekent eigenlijk dat het op de mening van een aantal, in dit geval van de ambtenaren gaan, die Zandvoort goed kennen. Valt weer tegenstrijdig in de conclusie die in ieder geval een groot gedeelte van de raad heeft, of de ambtenaren Zandvoort wel goed genoeg kennen. Was het dan het kernteam of was het dan een ander gedeelte wat naar voren kwam? Het speelt allemaal mee. En die onderbouwing, ik zag ook dat hij in de presentatie overigens, in de technische sessie, naar voren kwam. Op het moment dat die onderbouwing er niet is, hoe kun je dan iets doen? Dat is met name een gevoel. Dat is een setting. Iets wat je wordt meegegeven. En dat kan ook weleens dan de beïnvloeding van zo'n besluitvorming ten negatieve komen, zoals misschien nu het geval is. En nogmaals, ik vind ook gewoon het stuk... De wethouder heeft natuurlijk ook aangegeven, we leggen het dan neer bij de raad. De raad moet er dan wel wat over beslissen. Ik zit hier nu al een tijdje. Ik draai al een tijdje mee. En op het moment dat er gewoon een meerderheid is, dan zal het aangenomen worden. Ik ben gewoon heel erg benieuwd hoe het tot stand komt en met welke voorzetten dan deze coalitie zal komen. Ik denk dat het bijna al in kannen en kruiken is, als ik hoor zelfs dat met betrekking tot de uitgangspunten dat het CDA daar echt heel erg naar uitkijkt.
Vat het ook niet echt op als de manier waarop ik het CDA ken. Maar het verbaast mij in ieder geval, deze periode zeker. Wat ons betreft is het gewoon belangrijk dat we die wettelijke doelen halen. En nogmaals, ik zit liever aan de voorkant van het proces dan aan de achterkant, zoals nu het geval is. Ik vraag me af hetgeen wat nu besloten wordt of het überhaupt te doen is.
De voorzitter: Interruptie, Jong Zandvoort. De heer B. Berg: Dank u wel. Ik zit een beetje te worstelen met de woorden van mijnheer Hermsen. Aan de ene kant zegt hij, ik zit graag aan de voorkant. En volgens mij is dat juist wat we nu met dit collegevoorstel doen. Dit is nog niet besproken in de regio. En waar wij het vanavond over hebben, en wat wij 23 april in de gemeenteraad besluiten, dat wordt onze inbreng in de regio. Daarmee zitten we volledig aan de voorkant met wat voor getallen, wat voor uitruil wij de regio ingaan. En daarnaast hoor ik mijnheer Hermsen zeggen, het is al in kannen en kruiken. Vindt mijnheer Hermsen het dan, hoe we het nu doen en nu bespreken, te veel participatie? Want volgens mij bestaat dat toch niet op dit onderwerp. De voorzitter: D66. De heer Hermsen: Eén, we zitten niet aan de voorkant. Dan hadden we in eerste instantie al mee moeten gaan. Dat is de voorkant. Tot het moment dat we begonnen te praten, de regio, over de Spreidingswet en de opgave. Dat is één. En ten tweede zie ik de link niet tussen participatie wat we hier bespreken. Wat ik hier in ieder geval zie de afgelopen periode, is dat er, met een aantal partijen daargelaten, weinig discussie mogelijk is over de invulling van dit soort vraagstukken. Als het gaat om de aspecten die meegenomen worden en de argumentatie van andere partijen, wordt daar gewoon vrij laconiek op gereageerd.