CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting herstelplan Buitenstad

Raadsvergadering 22 februari 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststelling herstelbesluit bestemmingsplan Buitenstad27.313 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.4.3.3 Onderzoek Peutz 25 oktober 2021 en 8 november 2021 Teneinde inzicht te krijgen in de bedrijfssituatie en geluiduitstraling van Busker, is het bedrijf d.d. 2 juli 2021 bezocht. Hierbij zijn de geluidbronnen van Busker geïnventariseerd en zijn de geluidniveaus van de geluidbronnen vastgesteld middels geluidmetingen. Voorts is door Busker een bijgestelde representatieve bedrijfssituatie opgegeven, met meer activiteiten. Deze gegevens zijn verwerkt in een akoestisch rekenmodel, waarmee de geluidniveaus vanwege Busker in de omgeving zijn berekend. De geluidniveaus blijken de geluidnormen van het Activiteitenbesluit te overschrijden bij bestaande woningen. De bijgestelde representatieve bedrijfssituatie is derhalve -geheel los van de beoogde ontwikkeling Buitenstad- geen inpasbare situatie binnen de kaders van het Activiteitenbesluit. In een notitie van 25 oktober 2021 heeft Peutz een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden van het treffen van geluidreducerende voorzieningen bij het bedrijf Busker. Daaruit blijkt dat het uitvoerbaar is om met het treffen van voorzieningen op de bestaande woningen te voldoen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.

Afhankelijk van de gekozen combinatie van oplossingen om bij bestaande woningen te voldoen aan de normaliter te hanteren grenswaarden, worden bij Buitenstad na het treffen van deze voorzieningen nog beoordelingsniveaus berekend van ca. 53 dB(A) en maximale geluidniveaus van ca. 79 à 82 dB(A). In het onderzoeksrapport van 8 november 2021 heeft Peutz de geluidbelasting op Buitenstad verder uitgewerkt door berekening uit te voeren op de uiterste rand van het toegestane bouwvlak van het bestemmingsplan (maximaal planologische invulling) en op de proefverkaveling op basis van het stedenbouwkundig plan. Daarbij is ook berekend wat de met wegverkeers- en scheepvaartlawaai

53

Buitenstad Zaltbommel gecumuleerde waarden zijn. Het onderzoeksrapport van 8 november 2021 is bij deze plantoelichting gevoegd als Bijlage 11 en de notitie van 25 oktober 2021 maakt daarvan deel uit. Geconcludeerd wordt dat de geluidbelasting vanwege Busker (tot 56 dB(A)) plaatselijk –met name ter hoogte van de eerstelijnsbebouwing aan de westzijde van het plan- hoger is dan de richtwaarden conform stap 2 van de systematiek Bedrijven en Milieuzonering (50 dB(A)) en lokaal ook hoger dan die van stap 3 (55 dB(A)). Op de locaties in het bouwplan waar sprake is van een overschrijding van de richt- en grenswaarden, kan op verschillende manieren tot een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat gekomen worden, bijvoorbeeld door het toepassen van dove gevels ter plaatse van de eerstelijnsbebouwing van het plan, al dan niet in combinatie met het toepassen van verglaasde balkons/loggia's. Uit de uitgevoerde berekeningen met de proefverkaveling blijkt dat de eerstelijnsbebouwing hierbij een effectieve geluidafscherming kan vormen voor het achtergelegen gebied, waardoor in dit gebied grotendeels aan de normaliter te hanteren geluidgrenswaarden voldaan kan worden. Als alternatief is het ook mogelijk om aanvullende maatregelen te treffen op het terrein van Busker, in overleg met het bedrijf.

Het overleg met Busker wordt opgestart, wat kan leiden tot aanvullende voorzieningen in de bedrijfsvoering of het vaststellen van een maatwerkvoorschrift, maar de uitkomsten daarvan zijn niet bepalend voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.4.4

Vertaling onderzoeksresultaten naar planregels

Omdat het bestemmingsplan globaal/flexibel van opzet is, is thans nog geen sprake van een concreet bouwplan waarbinnen de noodzakelijke maatregelen gedimensioneerd kunnen worden. Om deze reden wordt een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan opgenomen waarin vastgelegd is dat woningen in principe alleen mogelijk zijn indien de geluidbelasting vanwege Busker niet hoger is dan 50 dB(A) en de maximale geluidniveaus niet hoger zijn dan 70 dB(A). Daarin voorzien de artikelen 5.2.4 onder b, 11.2.2 onder b en 12.2.4 onder b. Op deze wijze is een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat geborgd. Onder voorwaarden kan hiervan afgeweken worden, waarbij steeds de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de afweging betrokken wordt. Hierbij kan onder andere het te verwachten binnengeluidniveau (hoge geluidwering van de gevel) en de mogelijkheid tot het akoestisch gunstig indelen van woningen (met bijvoorbeeld slaapkamer en/of buitenruimte aan de geluidluwe zijde) een rol spelen. Echter, wanneer de geluidbelasting hoger is dan 50 dB(A) of de maximale geluidniveaus hoger dan 70 dB(A), dan dienen deze hogere waarden tevens als maatwerkvoorschrift voor Busker vastgelegd te worden, zodat de bedrijfsvoering van Busker door de planvorming niet verder belemmerd wordt dan nodig is om in de bestaande situatie aan de geldende normen te voldoen.

Ook in die mogelijkheid is voorzien in voornoemde regels van het bestemmingsplan, doordat de mogelijkheid wordt geboden dat "voor de bedrijven zoals mogelijk op basis van Artikel 3 Bedrijf verruiming van de waarden is verleend of maatwerkvoorschriften dan wel hogere waarden zijn vastgesteld". Voor de waterwoningen is, gelijk aan het ontwerpbestemmingsplan en onder dezelfde voorwaarden, de wijzingingsbevoegdheid in de planregels opgenomen.

5.4.5

Conclusie

De conclusie is op basis van het uitgevoerde onderzoek is dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is zonder de bedrijfsvoering van Busker onevenredig te belemmeren en dat een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd.

54

Buitenstad Zaltbommel

5.5

Bodem

Door Arcadis is ter plaatse van een deel van het bedrijventerrein, gelegen aan de Havendijk te Zaltbommel, een Milieuhygiënisch vooronderzoek en Milieuhygiënsich bodemonderzoek uitgevoerd. Hierin is het volgende geconstateerd: Vooronderzoek Op de locatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd en hebben diverse bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden die gerelateerd zijn aan de voormalige scheepswerf en de latere bouw en constructie activiteiten door verschillende bouwbedrijven. Op basis van de bodemonderzoeken blijkt dat op de gehele locatie een ophooglaag tot circa 3,0 m -mv aanwezig is, bestaande uit puin, metaal, ijzer, glas, asfalt, kool en teerresten. Deze ophooglaag is heterogeen licht tot sterk verontreinigd met PAK, zware metalen en plaatselijk minerale olie. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan onderzochte stoffen aangetroffen. Plaatselijk wordt wel arseen boven de interventiewaarde gemeten. Dit heeft mogelijk een natuurlijke oorsprong. Op basis van de gegevens van het vooronderzoek dient de locatie als ‘verdacht’ met betrekking tot het voorkomen van verontreinigingen te worden aangemerkt. Er is nader onderzoek uitgevoerd om te bepalen wat er moet gebeuren om te zorgen dat de bodem geschikt is voor de functie wonen met tuin.

Bodemonderzoek Het bodemonderzoek wijst uit dat de gehele locatie in meer of mindere mate licht tot sterk verontreinigd is. Omdat meer dan 25 m³ grond verontreinigd is met een gemiddeld gehalte boven de interventiewaarde is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De omvang van het geval van ernstige bodemverontreiniging wordt hoofdzakelijk bepaald door aanwezigheid van zware metalen in ophoog materiaal. Verder is plaatselijk sprake van asbest in gehalten boven de interventiewaarde (grond) of restconcentratienorm (puin) in het bovenste deel van de toplaag en mogelijk ook dieper. Ook komen plaatselijk licht tot sterk verhoogde gehalten met PAK, PCB en/of minerale olie voor, waaronder ook de carbolineumverontreiniging. Deze verontreinigingen zijn beperkt in omvang. De (ernstige) bodemverontreiniging wordt als niet spoedeisend aangemerkt. De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en puin(fundatie)lagen is voldoende vastgesteld om te kunnen beoordelen of belemmeringen/maatregelen in het kader van de Wet bodembescherming en het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing zijn voorafgaande aan herontwikkeling. Verdere afperking van verontreinigingen met zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie (met name de maatgevende verontreiniging met zware metalen) is gezien de sterke heterogeniteit binnen de geroerde toplaag niet zinvol.

Geadviseerd wordt de gehele geroerde toplaag op de onderzoekslocatie als (potentieel) sterk verontreinigd te beschouwen. Aanvullend onderzoek (verticale afperking grondwaterverontreiniging carbolineum, onderzoek asbest) is formeel noodzakelijk voorafgaande aan vaststelling ernst en spoed. Gezien de sterke heterogeniteit binnen de geroerde toplaag is verdere afperking van verontreiniging met asbest niet zinvol. Ook hier wordt geadviseerd de gehele geroerde toplaag op de onderzoekslocatie als (potentieel) met asbest verontreinigd te beschouwen. Aanvullend onderzoek ter verticale afperking van de sterk verhoogde concentraties PAK in het grondwater bij de carbolineum kan in een later stadium worden uitgevoerd als ook het geval van bodemverontreiniging op ernst en spoed wordt vastgesteld. Onderzoek voorafgaande aan bestemmingsplanwijziging is niet noodzakelijk. Conclusie Ondanks de geconstateerde verontreinigingen in de geroerde toplaag van de locatie bestaan er geen belemmeringen die bestemmingsplanwijziging in de weg staan. Te zijner tijd dienen sanerende maatregelen in het kader van de Wet bodembescherming te worden genomen, voorafgaande aan

55

Buitenstad Zaltbommel herontwikkeling. De voorgenomen circa 1,5 m ophoging van het terrein kan worden gebruikt als afdekking van de verontreinigingen (aanbrengen leeflaag), waarna geen verdere saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn. Wel dient rekening gehouden te worden met maatregelen in het kader van veiligheid en hergebruik. Voor hergebruik gelden de regels van Besluit bodemkwaliteit. Herschikken van verontreinigde grond binnen de gevalscontouren is mogelijk binnen het kader van de Wet bodembescherming. Dit wordt niet geregeld in een bestemmingsplan, maar in een latere fase van het proces. Daarnaast zijn gebruiksbeperkingen in het bestemmingsplan opgenomen ten aanzien van graafwerkzaamheden in de verontreinigde grond onder de toekomstige afdeklaag en ten aanzien van het gebruik van grondwater. Hierdoor wordt inzichtelijk wanneer toestemming bij bevoegd gezag moet worden aangevraagd. Zie ook paragraaf 6.3.

5.6

Geluid

Voor het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidbelasting vanwege wegverkeer, scheepvaart en industrie, zie daarvoor Bijlage 11. Op basis van verkeersgegevens (voor zowel wegverkeer als scheepvaart) en bedrijfsvoeringsinformatie van Busker zijn akoestische rekenmodellen opgesteld waarmee de geluidbelasting is berekend. Het plangebied wordt vanaf meerdere zijden belast met een relevante geluidbelasting vanwege wegverkeer, scheepvaart en het bedrijf Busker. In onderstaande tabel zijn de rekenresultaten samengevat. De optredende geluidbelasting kan per locatie in het deelgebied en per geluidbron verschillen. Weergegeven is steeds de hoogste geluidbelasting per deelgebied per geluidbron.

Het cumulatie-effect is beperkt. De geluidbelasting van de verschillende bronnen komt vanuit verschillende richtingen, waardoor op de meeste locaties één van de geluidbronnen maatgevend is voor de optredende geluidbelasting. De geluidbelasting vanwege wegverkeer (tot 59 dB) is plaatselijk hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Burgemeester en Wethouders kunnen derhalve een hogere waarde verlenen voor deze geluidbelasting. Op de geluidbelasting vanwege Busker is ingegaan in paragraaf 5.4 waaruit blijkt dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is zonder de bedrijfsvoering van Busker onevenredig te belemmeren en dat een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. Omdat het bestemmingsplan globaal/flexibel van opzet is, is thans nog geen sprake van een concreet bouwplan waarbinnen noodzakelijke maatregelen gedimensioneerd kunnen worden. Wel is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen om te zorgen dat bij de realisatie van het plan voldaan wordt aan de Wet geluidhinder en er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

56

Buitenstad Zaltbommel

5.7

Agrarische geurhinder

Algemeen Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. De Wgv vormt het expliciete toetsingskader voor zover het de beoordeling betreft van geurhinder afkomstig van veehouderijen. In de Wgv is verankerd welke geurbelasting een voor geur gevoelig object mag ondervinden. De Wgv beschermt geurgevoelige objecten tot een maximaal toegestaan niveau (norm) van geurbelasting. Onderzoek In de directe omgeving liggen geen agrarische bedrijven in de vorm van veehouderijen. Het plangebied is volgens het gemeentelijk geurbeleid niet gelegen binnen een geurcontour van een agrarisch bedrijf. Het plangebied is gelegen binnen een zone waar een zeer goed leefklimaat heerst. Conclusie Vanuit het aspect geurhinder van agrarische bedrijven zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

5.8

Luchtkwaliteit

Door Peutz is onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten luchtkwaliteit in de omgeving van het woningbouwplan Buitenstad Zaltbommel (zie Bijlage 12). Op basis van de uitgangspunten voor wat betreft de verkeersintensiteiten op het wegennet in de directe omgeving van het plangebied (inclusief de toename van het verkeer van en naar het plangebied) is een verspreidingsmodel opgesteld. Met behulp van dit rekenmodel zijn de optredende concentraties verontreinigende stoffen (stikstofdioxide en fijn stof ) berekend nabij de wegen en bij woningen in de omgeving. De berekende concentraties zijn getoetst aan grenswaarden, zoals die op basis van de Wet milieubeheer van toepassing zijn. Uit de berekeningen volgt dat zowel op korte afstand van de weg als ter plaatse van bestaande en beoogde woningen wordt voldaan aan de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10/PM2,5) in de Wet milieubeheer. Aangezien de achtergrondconcentraties in de toekomst zullen afnemen wordt geconcludeerd dat ook in de toekomst voldaan zal worden aan de gestelde grenswaarden.

Voor wat betreft overige luchtverontreinigende componenten waarvoor in de Wet milieubeheer grenswaarden gesteld worden (zoals lood, koolmonoxide, benzeen) zal eveneens geen sprake zijn van overschrijdingen van de grenswaarden. Geconstateerd wordt dat voldaan wordt aan het gestelde in artikel 5.16 van de Wet milieubeheer (lid 1 onder a), aangezien de beoogde realisatie van het bouwplan niet leidt tot het overschrijden van de in Bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarden. Er bestaan inzake luchtkwaliteit derhalve geen belemmeringen voor de planvorming.

57

Buitenstad Zaltbommel

5.9

Natuur

Waalbommel B.V. is voornemens om in de gemeente Zaltbommel buitendijks langs de Waal 300 woningen te realiseren. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn. Beschermde gebieden In het plangebied is Nederlands Natuur Netwerk (NNN)-gebied aanwezig. Echter het NNN gebied ligt buiten het invloedsgebied van het plan wat betreft storingsfactoren. Het planvoornemen heeft geen directe aantasting van het gebied tot gevolg. (Significant) negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is daarom geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing. Zie ook onderstaande tabel.

In het plangebied is geen Natura 2000-gebied aanwezig. De Natura 2000-gebieden liggen buiten het invloedsgebied van het plan wat betreft alle storingsfactoren (zoals verdroging of geluid- en lichtverstoring) behalve vermesting en verzuring. Het planvoornemen heeft mogelijk een effect op naastgelegen Natura 2000 gebieden voor wat betreft vermesting en verzuring. Witteveen+Bos onderzocht de effecten van de stikstofdepositiebijdrage ten gevolge van de aanlegfase en de toekomstige situatie van Buitenstad Zaltbommel. Uit het onderzoek blijkt dat er voor zowel de aanlegfase als de toekomstige situatie op geen enkele hexagoon op de omliggende Natura 2000-gebieden een toename in stikstofdepositie wordt berekend ten opzichte van de referentiesituatie. Dit betekent dat significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden hiermee op voorhand uit te sluiten zijn. Er geldt wel een vergunningsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming omdat er gebruik wordt gemaakt van interne saldering. Deze vergunning is niet noodzakelijk voor een bestemmingsplan, omdat dat geen activiteit is met natuureffecten, maar moet worden aangevraagd voor een bouwplan.

Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Vogels met een jaarrond beschermd nest (kerkuil) Vleermuisverblijfplaatsen Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen duiven en vegetatie geschikt); In onderstaande figuur zijn de bevindingen van het terreinonderzoek schematisch weergegeven.

58

Buitenstad Zaltbommel

In Tabel 02 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

Uit de quickscan is naar voren gekomen dat er een verwachting is dat op het terrein vleermuizen, mussen en een kerkuil aanwezig is. Dat wordt bevestigd door het nader onderzoek beschermde soorten (Bijlage 14 Aanvullend onderzoek beschermde soorten): Kerkuil

59

Buitenstad Zaltbommel

Tijdens het onderzoek naar kerkuil binnen het onderzoeksgebied zijn verschillende malen kerkuilen waargenomen. Tevens zijn bedelende jongen gehoord en gezien (door medewerkers van het al daar gevestigde bedrijf). Hierdoor kan met aan zekerheid grenzende zekerheid gesteld worden dat binnen het onderzoeksgebied een nestlocatie aanwezig is. Verder kan aan de hand van waarnemingen en aangetroffen materiaal gesteld worden dat zich binnen het onderzoeksgebied een vaste rust- en verblijfplaats (roestplek) van de kerkuil aanwezig is. Het verwijderen van een nestlocatie en het verwijderen van een vaste rust- en verblijfplaats van de kerkuil is een overtreding van de Wet natuurbescherming hiervoor dient een ontheffing aangevraagd te worden. Gierzwaluw Binnen het onderzoeksgebied zijn geen broedende gierzwaluwen waargenomen. Wat betreft de gierzwaluw is geen overtreding van de Wet natuurbescherming aan de orde en hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden. Vleermuizen Tijdens het onderzoek naar vleermuizen binnen het onderzoeksgebied zijn verschillende vleermuissoorten waargenomen. Dit betrof ruige- en gewone dwergvleermuizen, laatvliegers, rosse vleermuizen en meervleermuizen. Op één locatie zijn een tiental baltsende en zwermende gewone dwergvleermuizen waargenomen.

Hierdoor kan gesteld worden dat binnen het onderzoeksgebied een paarverblijf en een winterverblijf van de gewone dwergvleermuis aanwezig is. Het verwijderen van een paar/winterverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is een overtreding van de Wet natuurbescherming hiervoor dient een ontheffing aangevraagd te worden.

Afbeelding: samenvatting conclusies en vervolgstappen nader onderzoek (bron: Antea, 1 december 2020)

Om ontheffing te kunnen krijgen, zijn mitigerende maatregelen voor de kerkuil en vleermuizen noodzakelijk. In het kader van het bestemmingsplan is ontheffing van Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. Dit komt bij de omgevingsvergunning aan de orde.

60

Buitenstad Zaltbommel

5.10

Stikstofdepositie

De geplande ontwikkeling leidt mogelijk tot een toename van de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden, enerzijds door de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en aanlegfase van het project, anderzijds vanwege een verwachte toename van verkeersintensiteiten die rijden op verbrandingsmotoren door de vestiging van woningbouw en commerciële activiteiten. De Wet natuurbescherming (Wnb) bepaalt dat de aanlegfase en de gebruiksfase van het project getoetst dienen te worden op de effecten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het project ligt op circa 400 m afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken.

Afbeelding: Projectlocatie (in roodcontour) met omliggende Natura 2000-Gebieden Witteveen+Bos onderzocht de effecten van de stikstofdepositiebijdrage ten gevolge van de aanlegfase en de toekomstige situatie van Buitenstad Zaltbommel. (Bijlage 15 Stikstofdepositie). Uit de berekeningen voor meerdere rekenjaren (van 2022 tot en met 2028) blijkt dat significante negatieve effecten van stikstofdepositie op voorhand kunnen worden uitgesloten. De Instructie Voortoets Stikstof1 van BIJ12 schrijft op pagina 6 voor dat op grond van de AERIUS-resultaten significant negatieve gevolgen van een plan of project op voorhand uitgesloten worden als het plan of project niet leidt tot een depositietoename op een stikstofgevoelig habitattype of leefgebiedtype waar de KDW (bijna) wordt overschreden. Dit is het geval in onderhavig onderzoek. De Voortoets bestaat dan enkel uit een beschrijving van de uitgangspunten van de emissieberekening, de AERIUS-resultaten en de conclusie dat significante gevolgen zijn uitgesloten. Dit betekent dat significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden hiermee op voorhand uit te sluiten zijn. Er geldt geen vergunningsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

61

Buitenstad Zaltbommel

5.11

Niet gesprongen explosieven

De onderzoekslocatie bevindt zich nabij de brug over de Waal bij Zaltbommel. Deze locatie is tijdens de Tweede Wereldoorlog doelwit geweest voor diverse bombardementen. Door Bombs Away is voor de locatie een projectrisicoanalyse (Bijlage 16 Niet gesprongen explosieven) uitgevoerd vanwege mogelijke achtergebleven conventionele explosieven (CE) in de bodem. Op basis van de uitgevoerde PRA worden de volgende conclusies getrokken: Op een groot deel van het onderzoeksgebied is in de naoorlogse periode een ophooglaag van enkele meters opgebracht; Op deze ophooglaag zijn diverse panden in de jaren na de Tweede Wereldoorlog gebouwd; Er zijn riolering, kabels en leidingen aanwezig die naoorlogs zijn aangelegd; In de naoorlogse periode is de Industriehaven gegraven; De (voormalige) scheepshelling langs de Industriehaven is in de jaren ’90 van de vorige eeuw opgehoogd; Aangenomen mag worden dat CE, welke tijdens eerdere werkzaamheden zijn aangetroffen, reeds geruimd zijn door de explosieven-opruimingsdienst. Op basis van de bovenstaande conclusies kan worden aangenomen dat binnen het onderzoeksgebied civieltechnische werkzaamheden, indien de geplande bodemingrepen niet dieper gaan dan het naoorlogse ophoogpakket, zonder aanvullende werkzaamheden op het gebied van opsporing van CE kunnen worden uitgevoerd.

Indien de ‘drijvende’ woningen in de Industriehaven op palen worden gefundeerd en de waterbodem van de Industriehaven wordt geroerd, dan dienen opsporingswerkzaamheden plaats te vinden. Hetzelfde geldt voor de delen van het onderzoeksgebied waarbij dieper dan het ophoogpakket grondwerkzaamheden gaan plaatsvinden. Aanvullend onderzoek in het kader van het bestemmingsplan is niet noodzakelijk. Dit zal plaatsvinden na sloop van de bestaande bebouwing, voorafgaand aan de omgevingsvergunning. Aanvullend op de PRA is in het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geconcludeerd dat de naoorlogse 2 tot lokaal meer dan 3 meter dikke ophooglaag niet verdacht is op aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Onder de ophooglaag is de bodem nog wel verdacht op niet gesprongen explosieven. Tevens is de industriehaven niet verdacht aangezien deze begin jaren ’60 is vergraven van gemiddeld 4,00m+NAP naar 5,60m-NAP (in 1972). Mogelijk aanwezige NGE zijn sinds die tijd wel verwijderd.

5.12

Klimaatadaptatie

Het klimaat verandert. De stijging van de gemiddelde temperatuur brengt extremer weer met zich mee, dat natter, droger en heter is. De resultaten daarvan zijn wateroverlast, hittestress en druk op watervoorraden door droogte. Dit vereist een verandering in denken en doen: klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen worden. Om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en intensiveren is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie opgesteld. Daarin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk de nadelige effecten van klimaatverandering tegen willen gaan. De kern is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en klimaat robuust is ingericht. Op nationaal niveau zijn stresstesten per gemeente uitgevoerd om de knelpunten van bestaande infrastructuur in kaart te brengen. In een drieledig nationaal programma worden deze kwetsbaarheden in beeld gebracht, afgewogen en geprioriteerd, om vervolgens tot concrete maatregelen te worden omgezet. Bij de aanleg van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen zal vooraf moeten worden gekeken of deze klimaat adaptief zijn en hoe de inrichting dusdanig robuust kan worden aangepast. Ook voor Buitenstad is een klimaatscan gedaan (Bijlage 17 Klimaatscan). Deze klimaatscan geeft

62

Buitenstad Zaltbommel inzicht in risico's en mogelijke maatregelen. Welke maatregelen uiteindelijk zullen worden toegepast in Buitenstad en hoe verder invulling gegeven zal worden aan klimaatadaptatie is nu nog niet duidelijk. Daarvoor moeten de plannen eerst verder uitgewerkt worden. In het definitief ontwerp en integraal stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan, dat op 10 juni 2021 door de raad is vastgesteld, wordt nader ingegaan op de mogelijkheden. Het bestemmingsplan geeft de kaders waarbinnen de uitwerking moet plaatsvinden.

5.12.1 Hitte Door de ligging in de groene uiterwaarde, het open water en de mogelijkheden van de wind om vrij door Buitenstad Zaltbommel te waaien, is hittestress voor Buitenstad Zaltbommel geen grote bedreiging. De huidige situatie voor Buitenstad Zaltbommel is een grotendeels verhard terrein. De verharding in het stedenbouwkundig plan zal niet toenemen, dus naar verwachting zal ook in de toekomst hittestress geen probleem vormen, mits de wind, de ligging aan het water en het groen niet veranderen.

Figuur: Hittestress Buitenstad Zaltbommel (bron: klimaatscan W + B)

5.12.2 Droogte In het Wh scenario is sprake van een potentieel neerslagtekort. In het kort betekent dit dat de potentiële verdamping meer zal zijn dan de hoeveelheid neerslag die valt, met droogte als gevolg. Aan de hand van de gegevens die volgen uit de klimaateffectenatlas voor Buitengebied Zaltbommel, zal in 2050 sprake zijn van een gemiddeld neerslagtekort van 150-180 mm/jaar. In de onderstaande tabel staan de belangrijkste factoren die zijn verkregen vanuit de klimaateffectenatlas.

63

Buitenstad Zaltbommel

Een neerslagtekort kan potentieel negatieve effecten hebben op de kwaliteit van de grond, zo kan denitrificatie en verzilting in de bodem optreden.

5.12.3 Overstroming Overstroming is een belangrijk thema voor Buitenstad Zaltbommel, aangezien het toekomstige woongebied buitendijks ligt. Vanwege de woonfunctie die wordt toegekend aan het gebied zal er worden opgehoogd om de overstromingskans naar 1/250 jaar te verkleinen. Maatgevende afvoer De Waal is de grootste vertakking van de rivier de Rijn en is, ter hoogte van Zaltbommel, nog onder invloed van getijdewerking (Rijkswaterstaat, 2019). Voor de grote rivieren in Nederland geldt een veiligheidsregeling voor de maatgevende afvoer, de afvoer die eens in de 1.250 jaar voorkomt in de betreffende rivier. De maatgevende afvoer van de Bovenrijn is 16.000 m3/s. In onderstaande afbeelding zijn de betrekkingslijnen van verschillende afvoeren van de Bovenrijn en Waal weergegeven. Deze betrekkingslijnen worden iedere 2 jaar geüpdatet door Rijkswaterstaat en geven de relatie tussen de waterhoogte en de afvoer bij Lobith weer. Ter hoogte van Zaltbommel geeft de maatgevende afvoer van 16.000 m3/s een waterhoogte van NAP + 8,82 m. De hoogte van primaire keringen is echter gebaseerd op een hoogte van NAP + 9,30 m. vanwege de golfslaghoogte die het water in de Waal kan bereiken.

64

Buitenstad Zaltbommel

Bovengenoemde maatgevende afvoer is bepaald aan de hand van statistiek en is in de gemeten historie bij Zaltbommel nog niet voorgekomen. Extreem hoog water in de Waal (> NAP 7,40 m.) is echter wel meerdere malen voorgekomen in de afgelopen 100 jaar en hoogwater (NAP 6,25 - 7,40 m.) circa om de 5 jaar.

5.12.4 Wateroverlast Voor het aspect wateroverlast is een analyse gemaakt van de effecten van neerslag op het te ontwikkelen gebied. Bij het bepalen van overlast wordt hier gefocust op extreme buien, omdat deze bij een gebrek aan berging en afvoer kunnen resulteren in wateroverlast. STOWA heeft verschillende standaardbuien voor 2050 ontwikkeld, die ook zijn gebruikt voor de gemeentelijke klimaatstresstesten. Deze standaardbuien zijn genomen als standaard voor heel Nederland met herhalingstijden vanaf 100 jaar.

65

Buitenstad Zaltbommel

Figuur: standaardbuien en herhalingstijd (bron: klimaatscan W + B)

De bovenstaande buien worden gebruikt in de stresstest om te testen hoe het rioleringssysteem functioneert onder extreme omstandigheden en waar water op straat kan worden verwacht. Enerzijds heeft water op straat te maken met de capaciteit van de hemelwaterafvoer; de diameter van de buis, locatie van de knelpunten, en anderzijds is het reliëf van het gebied van belang. Bij het ontwerpen van het rioleringssysteem is het dus verstandig om hier rekening mee te houden. Voor de dimensionering en de minimale eisen van het ontwerp van de riolering is het gemeentelijk rioleringsplan leidend. Zie voor riolering en waterveiligheid ook paragraaf 5.2.

5.13

Energie en duurzaamheid

Bij de planvorming is nagedacht over energie en duurzaamheid en hoe daarmee om te gaan. Hoewel de concrete uitwerking hiervan in een latere fase vorm krijgt, zijn in het definitief ontwerp/ integraal stedenbouwkundig plan - beeldkwaliteitsplan wel alvast de mogelijkheden verkend. Energievoorziening op verschillende niveaus Buitenstad wordt volledig gasloos. Om hier de meest duurzame invulling aan te geven is er een energiescan uitgevoerd (zie b. Deze energiescan en de analyse van de installatiesystemen wijst uit dat een warmtepompsysteem met een bodem- en WKO systeem energetisch het beste naar voren komt. Bijkomend voordeel is dat hiermee eveneens koeling in de woningen mogelijk is, wat een pré is als gekeken wordt naar de warme zomers van de afgelopen jaren. De grondgebonden woningen hebben een individueel karakter. Vanuit ervaringen blijkt dat bewoners, voor de levering van energie, graag onafhankelijk willen zijn. Een individuele warmtepomp met een eigen bodembron past hier goed bij. De appartementen hebben een meer collectief karakter en worden verenigd in een Vereniging van Eigenaren. Dit maakt een WKO systeem met individuele of collectieve warmtepompen haalbaar. Onderzocht moet worden in hoeverre dergelijke duurzame systemen inpasbaar zijn in Buitenstad Zaltbommel.

Ook wordt de wijk voorzien van diverse oplaadpunten voor elektrische auto’s en zal optimaal gebruik worden gemaakt van zonnepanelen. Hergebruik van materialen Van de te slopen onderdelen van het huidige bedrijfscomplex wordt onderzocht of materialen in aanmerking komen voor hergebruik. Van de te slopen gebouwdelen wordt per gebouw een inventarisatie opgesteld waarin een beeld wordt verkregen welke materialen kunnen worden hergebruikt. De basis voor hergebruik zal de kwaliteit van de materialen zijn; hoe lang gaan ze nog mee en op welke wijze zijn ze in het plan Buitenstad inpasbaar. Materialenpaspoort zorgt voor inzicht Niet alleen voor de bestaande bouw wordt onderzocht wat aan materialen kan worden hergebruikt. Ook bij nieuwbouw wordt gekeken naar de toekomst. Om het hergebruik van materialen in de toekomst te

66

Buitenstad Zaltbommel stimuleren is ervoor gekozen dat voor ieder nieuw gebouw een materialenpaspoort wordt opgesteld door Madaster Hierbij wordt eveneens de milieubelasting per gebouw inzichtelijk gemaakt. Dit gebeurt middels een berekening volgens de MPG methode. Biodiversiteit de basis voor nieuwe groene verbindingen In de huidige situatie is het terrein veelal verhard. Zo’n 95%. Bij de ontwikkeling van Buitenstad naar een woongebied is het van belang om veel groen toe te voegen in de vorm van vaste beplanting en bomen. Er zal gebruik gemaakt worden van een grote variëteit aan plantsoorten, hetgeen bevorderlijk is voor de biodiversiteit en de belevingskwaliteit. Teruggave hemelwater Om goede groeicondities voor de vegetatie te borgen wordt gebruik gemaakt van de afkoppeling van het hemelwater van straten en daken. Het grootste deel infiltreert via de elementenverharding rechtstreeks in de ondergrond. Het water dat in kolken terecht komt infiltreert via een lek hemelwaterriool in de bodem. Het doel is dat er enkel bij zware piekbuien overtollig hemelwater op het oppervlaktewater wordt gestort. Op alle andere momenten wordt het vastgehouden in de bodem. Bij het bouwen van de woningen wordt ruimte geboden aan gebouwenbewoners zoals stadsgebonden vogels en vleermuizen. Tussen de achtererfgrenzen en parkeerkoffers worden groene erfafscheidingen toegepast.

5.14

M.e.r.-beoordeling

Sinds 1 april 2011 wordt in het Besluit milieueffectrapportage onderscheid gemaakt in m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en m.e.r.-plichtige activiteiten. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De diepgang van de vormvrije m.e.r.-beoordeling hangt af van: a. b. c. d.

de aard van de voorgenomen activiteit; de (gevoeligheid van de) omgeving waarin de activiteit is gesitueerd; de maatschappelijke aandacht voor de activiteit; mate van beschikbaarheid van informatie, bijv. over de gevoeligheid van gebieden.

Dit bestemmingsplan voorziet in een woningbouwontwikkeling op de locatie Buitenstad Zaltbommel, waarbij tevens een aantal commerciële activiteiten mogelijk gemaakt worden. Het gaat om circa 300 woningen en 3.000 m2 aan gemengde functies, zoals detailhandel, horeca en dienstverlening. De omvang van de ontwikkeling blijft onder de drempelwaarden van 100 ha, 2.000 woningen en 200.000 m2 bedrijfsvloeroppervlak. Het project is getoetst op eventuele effecten op alle relevante milieuaspecten en geen van deze effecten wijzen op belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

67

Buitenstad Zaltbommel

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het voorliggende bestemmingsplan is gericht op de ontwikkeling van de locatie Buitenstad Zaltbommel en geeft regels voor bebouwing en gebruik. Omdat niet precies duidelijk is, hoe de ontwikkeling er concreet uit komt te zien, is gekozen voor een globale en flexibele regeling. Uitwerking van de plannen moet plaatsvinden binnen de kaders waarin deze regeling voorziet.

6.2

Opzet planregels

De regels bestaan uit vier hoofdstukken. In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels van de regels worden de bestemmingen geregeld. De artikelen geven de toegelaten functies en de bijbehorende bouw- en gebruiksmogelijkheden weer. De regels zijn aangevuld met omschrijvingen van de in de regels gebruikte begrippen en een regeling voor de wijze van meten (zie Hoofdstuk 1 Inleidende regels). De Algemene regels, waaronder ontheffings-, aanduidingsen procedureregels, zijn terug te vinden in hoofdstuk 3 van de bij het plan behorende regels. Hoofdstuk 4 bevat tenslotte de Overgangs- en slotregels. Voor het opstellen van de planregels is zoveel mogelijk aangesloten op de plansystematiek zoals deze in Zaltbommel wordt toegepast. De in het plangebied voorkomende bestemmingen worden toegelicht in paragraaf 6.3.

6.3

Bestemmingen

Bedrijf Ter plaatse van het bedrijf Busker aan de westzijde van het plangebied is de bestemming Bedrijf opgenomen. Hier zijn, behalve een bouwbedrijf, bedrijven toegestaan tot en met categorie 3.1 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten - Bedrijventerrein. Bij de specifieke gebruiksregels zijn geluidsniveaus opgenomen die niet overschreden mogen worden. Detailhandel De bestemming Detailhandel is opgenomen ten behoeve van de 2 supermarkten die in het plangebied aanwezig zijn. Daarnaast is één pick up point toegestaan en detailhandel ten behoeve van consumptiegoederen, zoals in dit geval de Gall&Gall. Groen 1 en 2 De uiterwaarde langs de Waal is onderdeel van het Gelders Natuurnetwerk en heeft de bestemming Groen-1. Deze bestemming is gericht op het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarden en de instandhouding van een ecologische verbindingszone. De overige groenvoorzieningen zijn meer bedoeld als gebruiksgroen (met speelvoorzieningen en dergelijk) en hebben de bestemming Groen-2. Verkeer De Gamerschedijk en de Havendijk zijn de belangrijkste ontsluitingen van het gebied en bestemd als Verkeer. Water en Water - Waal Voor het in het plangebied aanwezige water zijn 2 verschillende waterbestemmingen opgenomen: de binnenhavens hebben de bestemming Water en de rivier valt onder Water - Waal. Behalve water zijn ook 68

Buitenstad Zaltbommel watergerelateerde functies mogelijk binnen deze bestemming, zoals oevervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van waterberging en waterafvoer en waterhuishoudkundige voorzieningen. De jachthaven in de stadshaven is aangegeven met de aanduiding 'jachthaven' Wonen Aan de zuidkant van het plangebied, grenzend aan het bouwbedrijf, is ruimte voor 3 vrijstaande woningen, met inbegrip van aan huis-verbonden-beroepen of activiteiten. In de bouwregels worden de kaders aangegeven waarbinnen de woningen gebouwd moeten worden. Woongebied en Gemengd Voor de regeling ten behoeve van het te ontwikkelen gebied is gekozen voor zogenaamde globale bestemmingen (Woongebied en Gemengd). Deze globale bestemmingen bieden inzicht in de mogelijke invulling van het gebied zonder de eindvorm definitief vast te leggen. Er zijn voorwaarden opgenomen voor de situering van de bebouwing, maximale goot- en bouwhoogtes, zichtlijnen en het aantal woningen. In totaal mogen binnen de beide bestemmingen 300 woningen worden gebouwd. De gebouwen mogen uitsluitend worden opgericht binnen de bouwvlakken. Met behulp van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kan bevoegd gezag afwijken van het maximaal toegestane aantal woningen met maximaal 30 stuks (10%) ten behoeve van de bouw van betaalbare woningen in de prijsklasse 250.000,- tot 350.000,- (prijspeil juni 2021).

Voor hoogbouw geldt dat het oppervlak van de bebouwing niet groter mag zijn dan zoals op de verbeelding wordt aangegeven. In het stedenbouwkundig plan wordt gebruik gemaakt van zichtlijnen en doorzichten met het achterliggende gebied. Zichtlijnen zijn bepalend voor de hoofdstructuur. Voor de zichtlijnen geldt dat binnen de op de verbeelding aangegeven 'specifieke bouwaanduiding - zone zichtas' een zichtas behouden moet blijven met een minimale lengte en breedte, overeenkomstig de verbeelding. De zichtassen mogen niet overbouwd worden en bebouwing is slechts toegestaan ten behoeve van straatmeubilair. Zichtassen mogen niet in elkaars verlengde worden gerealiseerd. Naast zichtlijnen zijn op de verbeelding 2 zones opgenomen, die de verbinding aangeven tussen het plangebied en het omliggende landschap. Ter plaatse van zone 1 mag slechts bebouwing worden opgericht als er een doorkijk behouden blijft van minimaal 5 meter breed, 5 meter hoog en een oppervlak van 40 m2 in het profiel van vrije ruimte. Voor zone 2 geldt een minimale breedte van 9 meter en een hoogte van minimaal 15 meter. Binnen de bestemming Gemengd zijn naast de functie wonen ook andere functies toegestaan, zoals maatschappelijke voorzieningen, bedrijven, horeca, cultuur en ontspanning, dienstverlening en detailhandel.

In de regels is bepaald hoeveel bruto vloeroppervlak per functie binnen de bestemming gerealiseerd mag worden. Door de globale eindbestemming kan het geschetste beeld (binnen de in het plan gestelde randvoorwaarden) tijdens de realiseringsfase worden aangepast. Met deze opzet heeft het plan een zo groot mogelijke flexibiliteit en worden extra procedures vermeden. Een globale eindbestemming hoeft niet te worden uitgewerkt. Dit betekent dat het gebied een directe bouwtitel heeft. Waarde - Beschermd Stadsgezicht Deze dubbelbestemming is opgenomen voor behoud en waar mogelijk herstel van de ruimtelijke structuur en de cultuurhistorische waarden van Zaltbommel, zoals beschreven in het aanwijzingsbesluit Beschermd Stadsgezicht. Op de gronden waarop deze bestemming van toepassing is, mag slechts onder voorwaarden worden gebouwd. Waterstaat - Waterkering De bestemming Waterstaat - Waterkering is opgenomen ten behoeve van het in stand houden, beheer, onderhoud en de verbetering van de waterkering. In de Keur en de Legger van Waterschap Rivierenland staat welke regels op deze locatie gelden ten aanzien van de waterkering. Waterstaat - Waterstaatkundige functie

69

Buitenstad Zaltbommel

Het gehele plangebied ligt in het rivierbed van de rivier de Waal. Het rivierbed begint immers op de buitenkruinlijn van de dijk en strekt zich noordwaarts uit tot voorbij de noordelijke plangrens. Hier dienen de rivierfuncties planologisch te worden geregeld en ook prioriteit te hebben. En er dienen extra waarborgen te zijn dat toekomstige ontwikkelingen zich goed verhouden tot deze rivierfunctie en goed worden afgestemd met de respectievelijke regelgeving vanuit de Waterwet. Dit gebeurt met de bestemming Waterstaat - Waterstaatkundige functie. Anti-dubbeltelregel Doel van deze regel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog een keer meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis kan worden gesteld. Algemene bouwregels Algemene bouwregels zijn van toepassing op alle bestemmingen in het bestemmingsplan. In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van parkeren. Algemene gebruiksregels Het algemene verbod om de grond te gebruiken in strijd met de aan de gronden gegeven bestemming is opgenomen in landelijke wetgeving. In dit artikel zijn enkele specifieke vormen van gebruik als verboden gebruik aangemerkt.

Daaronder valt onder meer het verbod op enkele bedrijfstypen die vanuit milieuhygiënisch oogpunt ongewenst zijn en seksinrichtingen. Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels zijn regels opgenomen voor onderwerpen die betrekking hebben op meerdere bestemmingen. Op gronden waar de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - beperking bodemgebruik' geldt, zijn grondroerende activiteiten dieper dan 4,5 meter en het onttrekken van grondwater verboden. Dit is alleen toegestaan als aangetoond kan worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde activiteiten en door bevoegd gezag een omgevingsvergunning is verleend om af te wijken van het bestemmingsplan. Ter plaatse van de 'Vrijwaringszone - dijk 1' zijn de gronden tevens bedoeld voor bescherming, onderhoud en instandhouding van de primaire waterkering langs de Waal. Bebouwing is slechts toegestaan onder voorwaarden en na schriftelijk advies van de waterbeheerder. De 'Vrijwaringszone - zichtas' is bedoeld voor het borgen van de zichtassen in het stedenbouwkundig plan. In de 'Overige - zone 1, 2, en 3' zijn voorwaarden opgenomen voor de bebouwing die daar ter plaatse is toegestaan. Overige regels Voor zover niet reeds opgenomen in andere algemene regels, zijn in dit artikel enkele regels opgenomen met betrekking tot toegelaten overschrijdingen en een verwijzing naar wet- en regelgeving.

Algemene afwijkingsregels Hierin zijn onder meer afwijkingsmogelijkheden opgenomen ten behoeve van het oprichten van bijvoorbeeld antennemasten voor mobiele telefonie, beperkte overschrijdingen van bouwgrenzen en het toelaten van nieuwe nutsgebouwen. Overgangs- en slotregels De formulering van de overgangsregels is voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening. Het overgangsrecht dient om bouwwerken en gebruiksvormen, die in het verleden legaal zijn gerealiseerd maar nu afwijken van het nieuwe plan, (voorlopig) gehandhaafd respectievelijk voortgezet mogen worden. Zolang voldaan wordt aan de overgangsregels, worden deze bouwwerken en gebruiksvormen gedoogd. De slotregel regelt de naam waarmee het bestemmingsplan kan worden aangehaald.

70

Buitenstad Zaltbommel

6.4

Staat van horeca-activiteiten

In de 'Staat van Horeca' van de planregels is een overzicht opgenomen van de indeling van horecacategorieën die binnen de gemeente wordt gehanteerd. Horeca is toegestaan binnen de bestemming Gemengd. In de regel is bepaald welke horecacategorie(ën) en hoeveel vierkante meters bruto vloeroppervlak zijn toegestaan.

71

Buitenstad Zaltbommel

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

De gemeente is volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht om kostenverhaal toe te passen in geval het een bouwplan betreft voor het toevoegen van één of meerdere woningen. Hiervoor dient een exploitatieplan vastgesteld te worden, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. De gemeente Zaltbommel en de ontwikkelaar hebben in het kader van dit plan een anterieure overeenkomst gesloten met betrekking tot de financiële afhandeling van het plan. In de overeenkomst zijn afspraken gemaakt aangaande de realisatie van de plannen en het verhalen van ambtelijke kosten. Het vaststellen van een exploitatieplan is derhalve niet meer nodig; het kostenverhaal is namelijk anderszins verzekerd.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Vooroverleg en inspraak

7.2.1.1 Participatie In het kader van burgerparticipatie en betrokkenheid van burgers bij het uitwerken van de plannen voor de Buitenstad is sedert vele jaren een zogenaamde Klankbordgroep Buitenstad actief. Met deze Klankbordgroep, tegenwoordig bestaande uit een twintigtal betrokken en geïnteresseerde inwoners van Zaltbommel en omstreken, wordt door de gemeente Zaltbommel, de ontwikkelaar en stakeholders periodiek de dialoog aangegaan over de ontwikkelingen in de Buitenstad. Tevens is er met deze Klankbordgroep sprake van een vorm van coproductie (Participatieladder Burgerparticipatie, trede 2 en 3). Het initiële doel van de Klankbordgroep Buitenstad is, naast een serieuze vorm van burgerparticipatie, om ideeën te verzamelen en adviezen te krijgen over een zo goed mogelijke invulling van de Buitenstad als toekomstige woonlocatie direct gesitueerd aan de Waal en de binnenstad van Zaltbommel.

7.2.1.2 Inspraak Het bestemmingsplan 'Buitenstad Zaltbommel' heeft als voorontwerp acht weken ter inzage gelegen, van 23 juli t/m 16 september 2020. Gedurende deze periode zijn er 124 schriftelijke inspraakreacties over het plan ingediend. Op 25 augustus 2020 is een informatiebijeenkomst over het voorontwerpbestemmingsplan gehouden. Tijdens deze bijeenkomst zijn nog 13 schriftelijke reacties ingediend, wat zorgt voor een totaal van 137 inspraakreacties. De inspraakreacties zijn in te delen in de volgende categorieën: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Divers/ algemeen/ overig Omgevingsaspecten (milieu, leefbaarheid, wonen) Hoogte en massa Relatie met Binnenstad (Architectuur) stijl/ ontwerp van het plan Verkeer en parkeren Natuur en groen

In onderstaande tekst wordt volstaan met een korte samenvatting. De volledige nota van beantwoording is terug te vinden in Bijlage 19 Reactienota inspraak.

7.2.1.2.1

Omgevingsaspecten

Deze inspraakreacties zijn gericht op de deelaspecten van ruimtelijke ordening: bodem, archeologie, waterveiligheid, volkshuisvesting, milieu etc.

72

Buitenstad Zaltbommel

Een aantal insprekers heeft bezwaren tegen het woningbouwprogramma van de locatie. Er zouden vooral dure appartementen in het plan verrijzen waar onvoldoende behoefte aan is in Zaltbommel. Onderzoek toont aan dat er in Zaltbommel wel degelijk behoefte is aan de woningen die met die bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt (zie ook bijlage 2 Laddertoets). Het plan wordt ingepast in het totale woningbouwprogramma van de gemeente Zaltbommel en draagt zo bij aan een invulling van de woningbehoefte van de gemeente in alle prijs- en kwaliteitscategorieën. Ook zijn er zorgen over de waterveiligheid en de effecten van het plan op de waterhuishouding. In de beantwoording wordt uitgelegd hoe met dit aspect omgegaan wordt in de planvorming. Dat er normen zijn voor waterveiligheid, waaraan moet worden voldaan en dat er intensief contact is met Rijkswaterstaat en Waterschap Rivierenland. Een aantal insprekers meent dat bodemverontreiniging op de locatie dient te worden verwijderd. Om functies die gevoelig zijn voor bodemvervuiling toe te voegen aan een gebied is uitvoerig bodemonderzoek nodig. Dit wordt uitgevoerd. Er zal conform wet- en regelgeving met eventuele bodemverontreiniging worden omgegaan. Tegelijkertijd wordt ook de archeologische situatie nader onderzocht. Tot slot zijn er uiteenlopende reactie over duurzaamheid en klimaatadaptatie.

Hierop wordt geantwoord dat het plan voldoet aan de thans geldende wettelijke eisen aan duurzaamheid, zoals gasloos bouwen. Bij het ontwerpen van de locatie, dat nu plaatsvindt, zullen duurzaamheidsmaatregelen nader beschouwd worden.

7.2.1.2.2

Hoogte en volume

Uit de reacties blijkt dat veel mensen het plan te hoog en te massaal vinden en dat het contrasteert met de uitstraling van de binnenstad. Naar aanleiding van deze reacties is goed gekeken naar de maatvoering en de plannen worden ook aangepast op dit punt. Zo wordt de bouwhoogte van de hoogteaccenten aan de werkhaven, op de landtong en ter plaatse van het kantoor verlaagd. De kaders die zijn opgenomen in het bestemmingsplan, waarbinnen de plannen verder worden uitgewerkt, worden in het beeldkwaliteitsplan verder genuanceerd.

7.2.1.2.3

Relatie met de binnenstad

Er zijn zorgen dat door de komst van Buitenstad het aanzicht van de binnenstad vanaf de Waal door de hoge bebouwing zal worden aangetast. Bij de planvorming is echter goed gekeken naar de relatie Buitenstad–Binnenstad. Het betreft een aanvulling op de bestaande bebouwing die niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de binnenstad. Het plan zou te veel contrasteren in stijl met de binnenstad. Dat is juist de opzet is van het plan. De Buitenstad heeft een industrieel karakter, terwijl de binnenstad het historische karakter van een vestingstad heeft. De locatie waarop de Buitenstad wordt gerealiseerd, is een oude scheepswerf, waar het industriële karakter aanwezig is. De verbinding met de binnenstad wordt gevormd door de aanwezige haven en aanliggende havenboulevard.

7.2.1.2.4

Architectuur, stijl van het ontwerp

Er zijn veel meningen over de stijl van de architectuur. De ene vindt het mooi, de ander lelijk. Het huidige plan is een resultante van uitgebreide (en jarenlange) afwegingen vanuit diverse disciplines en betrokkenen met een hoge mate van burgerparticipatie. In de reacties wordt gewezen op het behoud van aanwezig erfgoed, dat daar onvoldoende aandacht aan besteed wordt. Onderzoek wijst uit dat vanwege de gebrekkige staat van bestaande gebouwen en maatregelen voor waterveiligheid er geen gebouwen behouden kunnen worden. Het behoud van het werfkarakter is echter een belangrijke pijler voor alle betrokken partijen. Om die reden komt de werfhal in een nieuwe vorm terug en worden constructieve elementen van de hal hergebruikt bij de nieuwbouw.

73

Buitenstad Zaltbommel

7.2.1.2.5

Verkeer en parkeren

Een aantal inwoners vreest dat door de komst van nieuwe bewoners, de verkeersdrukte rondom de uitwegen van Zaltbommel zal toenemen, temeer omdat de wegen waarop de locatie wordt ontsloten nu al voor aanzienlijke verkeersproblemen zouden zorgen. Bij het opstellen van het bestemmingsplan is uitvoerig gekeken naar dit aspect en de conclusie is dat er inderdaad een toename zal zijn van verkeersbewegingen, maar dat het huidige wegennet deze toename goed aan kan. De ontwikkeling moet voorzien in zijn eigen parkeerbehoefte en mag geen extra parkeerdruk opleveren op de omgeving. Dit is altijd het uitgangspunt geweest bij de planvorming.

7.2.1.2.6

Natuur en groen

Door een aantal insprekers wordt voorgesteld om in plaats van een nieuwbouwwijk ter plaatse van de oude scheepswerf, Buitenstad in te richten als groen gebied. Dit is echter in financieel opzicht niet haalbaar. Bij het ontwerp wordt het groenbeleid van de gemeente gevolgd, zodat voldoende groen gerealiseerd wordt (ca. 2,2 hectare gebruiksgroen, zie paragraaf 2.4.3). Extra aandacht wordt door insprekers gevraagd voor de groene uiterwaarde aan de noordzijde van het plan. Deze uiterwaarde valt buiten de grenzen van het te ontwikkelen gebied en wordt als zodanig gerespecteerd. De (provinciale) natuurstatus van de uiterwaarde is overgenomen.

7.2.1.2.7

Divers/ algemeen/ overig

Deze inspraakreacties zijn niet onder te brengen in één van de andere categorieën. De reacties gaan over het proces van totstandkoming van het bestemmingsplan en het project en de rol van de verschillende partijen. In de beantwoording wordt duidelijk gemaakt dat zowel het bestemmingsplan als het project in samenwerking met alle partijen tot stand komt, maar dat de gemeente eindverantwoordelijk is. Er wordt uitgelegd hoe de informatievoorziening heeft plaatsgevonden en hoe burgers zijn betrokken bij de planvorming, in welke fase het plan zich bevindt en welke wijze van informeren daar passend bij is. Ook wordt aandacht besteed aan hoe betrokkenen al sinds lange tijd aangehaakt zijn bij het plan, onder meer door de klankbordgroep. Het bestemmingsplan is zorgvuldig door de insprekers gelezen en geconstateerde onjuistheden en onduidelijkheden zullen in het ontwerp worden rechtgezet.

7.2.1.3 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro Conform het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening vindt overleg plaats met "de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn". In dat kader is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies voorgelegd aan: 1. De provincie Gelderland 2. Rijkswaterstaat 3. Waterschap Rivierenland Het Waterschap Rivierenland heeft geen formele reactie gegeven op het voorontwerpbestemmingsplan. Dit was niet nodig omdat de plannen reeds waren afgestemd met het Waterschap en eventuele opmerkingen zijn verwerkt.

Provincie Gelderland

74

Buitenstad Zaltbommel

De provincie Gelderland heeft geen formele reactie gegeven in het kader van overleg ex artikel 3.1.1 Bro. Wel hebben zij informeel advies gegeven over het voorontwerpbestemmingsplan. Zij merken dat de bedrijfsbestemming van Busker overlap heeft met de begrenzing van de groene ontwikkelingszone /Gelders Natuur Netwerk. Omdat de gronden onderdeel zijn van het Gelders Natuur Netwerk, is dit in het ontwerpbestemmingsplan aangepast. De bestemming zelf is niet gewijzigd, omdat in de regels duidelijk wordt aangegeven dat de gronden met Groen-1 bedoeld zijn voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van natuurwaarden en de instandhouding van een ecologische verbindingszone. Het wijzigen van de bestemming in Natuur verandert daar niets aan.

Rijkswaterstaat Uitzonderingsgebied Een deel van het plangebied heeft geen rivierkundige betekenis en zal dit naar verwachting in de toekomst ook niet meer krijgen. Restricties aan ruimtelijke ontwikkelingen, welke zijn opgelegd vanuit het rivierbelang zijn hier dan ook niet meer nodig. Om die reden loopt er momenteel een procedure welke erop is gericht die regels weg te nemen. Dat betreft enerzijds regels welke er gelden op grond van de Waterwet, en daarom gelden als kader bij de verlening van Watervergunningen. Maar via een koppeling betekent het ook dat de regels die het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt ten aanzien van grote rivieren buiten toepassing komen. Het gebied waarop deze aanwijzing betrekking heeft is inmiddels gepubliceerd in de Staatcourant. Dit is het gele vlak op het onderstaande kaartje. Voor het onderhavige plan betekent deze aanwijzing dus dat er vanuit de rivierfunctie geen beperkingen worden gesteld aan nieuwe functies en bebouwing binnen het gele vlak.

Afbeelding: Ligging van het uitzonderingsgebied (Staatscourant - Besluit van 1 september 2020 tot wijziging van het Waterbesluit - actualisering van bijlagen III en IV) Dubbelbestemming Waterstaatdoeleinden

75

Buitenstad Zaltbommel

Het gehele plangebied ligt in het rivierbed van de rivier de Waal. Het rivierbed begint immers op de buitenkruinlijn van de dijk en strekt zich noordwaarts uit tot voorbij de noordelijke plangrens. Hier dienen de rivierfuncties planologisch te worden geregeld en ook prioriteit te hebben. En er dienen extra waarborgen te zijn dat toekomstige ontwikkelingen zich goed verhouden tot deze rivierfunctie en goed worden afgestemd met de respectievelijke regelgeving vanuit de Waterwet. Een uitzondering betreft het hiervoor genoemde uitzonderingsgebied. Daar is de dubbelbestemming dan ook niet nodig. Reactie gemeente: Voor het hele gebied, uitgezonderd het uitzonderingsgebied, is de dubbelbestemming Waterstaat Waterstaatkundige functie opgenomen. Hier dienen de rivierfuncties planologisch te worden geregeld en ook prioriteit te hebben. En er dienen extra waarborgen te zijn dat toekomstige ontwikkelingen zich goed verhouden tot deze rivierfunctie en goed worden afgestemd met de respectievelijke regelgeving vanuit de Waterwet. Gebiedsaanduiding voor pontons met woonfunctie Het voorontwerp bevat, binnen de hoofdbestemming Water, een gebiedsaanduiding ten behoeve van wonen op drijvende pontons. Deze locatie ligt buiten het uitzonderingsgebied als voornoemd zodat het bestemmingsplan hier dient te voldoen aan de regels die het Barro in hoofdstuk 2.4 stelt aan bestemmingswijzigingen.

Deze regels bieden in principe geen ruimte aan nieuwe woonfuncties in het rivierbed zodat deze gebiedsaanduiding in strijd is met het Barro. Reactie gemeente: Strikt formeel staat in het Barro staat dat een bestemmingsplan alleen nieuwe bestemmingen aanwijst ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan als …. In dit geval geldt er geen bestemmingsplan, dus is er geen sprake van een 'nieuwe bestemming'. Het ontwerpbestemmingsplan is echter op dit punt aangepast en de aanduiding 'wonen' is geschrapt. De drijvende woningen zijn alleen mogelijk als gebruik gemaakt wordt van de in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Vlak met enkelbestemming "bedrijf" Het bestemmingsvlak met de enkelbestemming bedrijf, in het westelijke deel van het plangebied, is een aan de noord- en westzijde een stuk ruimer dan het uitzonderingsgebied. Het gaat hierbij niet om riviergebonden bedrijvigheid zoals die is gedefinieerd in de Beleidsregels grote rivieren en in het Barro. Deze bedrijvigheid is niet toelaatbaar in het rivierbed. Reactie gemeente: Het plan is op dit punt aangepast. Hoofdvaarweg De Waal is een hoofdvaarweg van klasse VIc. Deze is onderdeel van basisnet. De begrenzing van deze vaarweg is vastgelegd in de Legger. Hieronder is een uitsnede daarvan weergegeven in combinatie met de planverbeelding. De grens van de vaarweg is daarop te zien als blauwe lijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13797645/1